|
laatste wijziging: 7 juni 2006 |
|
|
veel
gestelde vragen over alverzoening
Lees eerst
het artikel: God is een Redder van alle mensen
- 16 feiten op een rijtje
1. Waaraan is het woord 'Alverzoening' ontleend? Het woord Alverzoening is ontleend aan Kolossenzen 1:20. Daar schrijft Paulus dat door het bloed van het Kruis eens ALLES wederzijds verzoend zal worden. (zie vraag 19 en 20). 2. Op welke andere Bijbelse argumenten steunt het geloof in Alverzoening? - Zoals door één mens
alle mensen zijn veroordeeld zo zullen ook door één Mens
alle mensen worden gerechtvaardigd. (Rom.5:18; zie vraag
36) Andere, in dit verband belangwekkende uitspraken zijn: - Christus Jezus gaf Zichzelf tot een losprijs voor allen.
(1 Timotheüs 2:6) 3. Houdt Alverzoening een ontkenning in van het toekomstig oordeel? Absoluut niet. God zal de mensheid oordelen. Zelfs bij meer dan één gelegenheid. Er is een tijd om af te breken én er is een tijd om op te bouwen. Nergens echter leert de Schrift een eindeloos oordeel. De goddeloze zal opstaan voor de Grote Witte Troon. Daar zal hij geoordeeld worden naar zijn werken (Openbaring 20:12). "Verdrukking en benauwdheid zal komen over ieder levend mens die het kwade heeft bewerkt" lezen we in Romeinen 2:9. Als vervolgens blijkt dat diens naam niet staat geschreven in het Boek des Levens zal hij worden geworpen in de Poel van Vuur, dat is de tweede dood (Openbaring 20:14,15). Wanneer eenmaal de dood als laatste vijand zal worden teniet gedaan en daarmee de laatste rangorde van mensen wordt levendgemaakt, dan zal iedere knie zich buigen en alle tong van harte belijden dat Jezus Heer is, tot eer van God de Vader (Filippenzen 2:11). Dan zal God ook alles in hen worden (1Korinthiërs 15:22-28). 5. Dat God wíl dat alle mensen gered worden wil toch niet zeggen dat dit ook daadwerkelijk zal gebeuren? God doet al wat Hém behaagt (Psalm 115:3). "Wat Zijn liefde wil bewerken ontzegt Hem Zijn vermogen niet", zo luidt terecht de tekst van een bekend lied. Vandaar dat 1 Timotheüs niet slechts zegt dat God wil dat alle mensen gered worden, maar ook dat God een Redder is van alle mensen. Wat de wil van de mens
betreft: zelfs het hart van de koning wordt door God bestuurd (Spreuken
21:1). God verhardt én opent harten van wie Hij maar wil (Romeinen
9:18; Handelingen 16:14). 6. Wat moeten we met teksten waar gesproken wordt over 'eeuwig oordeel' e.d.? Jesaja 32: 14 en 15
spreekt over een oordeel over Jeruzalem "tot in eeuwigheid" (Staten
Vertaling). En in hetzelfde vers wordt gezegd: "totdat over ons
uitgestort zal worden Geest uit den hoge". Volgens
Judas: 7 zijn Sodom en Gomorra een voorbeeld van straf onder eeuwig
vuur. Toch zullen in de toekomst deze steden weer in hun vroegere heerlijkheid
worden hersteld (Ezechiël 16:55). Een voorbeeld van eeuwige straf!
Het belangrijke punt
is: 'eeuwigheid' = eeuw. Beide woorden zijn in de grondtekst
van de Bijbel exact hetzelfde. 'Eeuw-ig' verwijst naar 'eeuw' (Grieks:
AIOON). 7. Wat zeggen naslagwerken over de betekenis van het woord 'eeuwigheid' in de Bijbel? De Winkler Prins'
Encyclopedie (1950, deel 7, blz. 797) zegt: "Aion, aeoon betekent
niet eindeloze duur maar tijdperk". 8. Bewijst Mattheüs 25:46 dat aan de eeuwige straf evenmin een einde komt als aan het eeuwige leven? Nee. Het
eeuwige leven is het leven van de toekomende eeuw, lezen we in Lucas
18:30. Daarmee is de eeuwige straf de stráf van de toekomende
eeuw. 'Eeuwig' duidt hier niet op de tijdsduur maar op het wanneer
van het leven en de straf. D.w.z. thuishorend in de toekomende AIOON.
Let op: de (toekomende) eeuw gaat voorbij (vergl. Lucas 18:30 en Efeze 2:7). Het léven echter niet! Integendeel, juist de dood zal uiteindelijk teniet gedaan worden. 10. Leidt de gedachte dat alles uiteindelijk toch goed komt niet tot een onverschillig leven? Voor sommigen wel. Reeds
in Paulus' dagen waren er die hem lasterden en hem zelfs in de mond
legden: laten we het kwade doen opdat het goede eruit voortkome. Het
oordeel over dezen is welverdiend, aldus de apostel (Romeinen 3:8).
11. Waarom zouden we aan anderen het Evangelie vertellen als zij toch wel gered zullen worden? Het Evangelie moet verteld
worden juist omdat het een EVANGELIE is, d.w.z. een 'Goed Bericht'!
12. Is bij de meeste mensen die in Alverzoening geloven de wens niet de vader van de gedachten? Als mensen dat erg graag
willen bevinden ze zich in elk geval in zeer goed gezelschap! God Zelf
namelijk wil dat alle mensen gered worden (1Timotheüs 2:4). En
omdat Gód het wil zál het ook gebeuren (1Timotheüs
4:10). 13. Pleit de kerkgeschiedenis niet tegen de leer van de Alverzoening? Grote figuren uit de
eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis zoals Origenes, Clemens van Alexandrië,
Eusebius, en Gregorius van Nazianza geloofden op dit punt nog
de Schrift. Een grote ommekeer is er gekomen sinds Augustinus en later
toen de duistere middeleeuwen aanbraken. "De toekomende eeuwen" waarvan
de Schrift spreekt werden vervangen door een eindeloze eeuwigheid. Het
dal van Hinnom werd een mythische hel. En Gods heilsplan voor de ganse
schepping werd beperkt tot een triomferende kerk boven.
14. Is het voor een simpele Bijbellezer niet erg ingewikkeld om Alverzoening te ontdekken? Nee en ja. Een eenvoudige
lezer van de Bijbel wordt op iedere bladzijde geconfronteerd met een
God die het verlorene zoekt en vindt, Wiens liefde geen grenzen kent
en Die alle dingen wél maakt. Er moet zowel gesproken
worden over de ernst van Gods gerichten als over Zijn overtreffende
barmhartigheid. Alles op z'n tijd. 16. Is de tweede dood geen definitieve vernietiging? Als dat het definitieve
einde zou zijn, dan zou de dood toch het laatste woord hebben.
17. Ontnemen we aan het toekomstig oordeel niet de ernst wanneer er tóch een einde aan komt? Is een oordeel pas ernstig
wanneer er geen einde aan komt? Waren de zondvloed of het vuur dat regende
op Sodom en Gomorra niet zulke ernstige gebeurtenissen omdat het maar
betrekkelijk kort duurde? 18. Laten de laatste hoofdstukken van de Bijbel Alverzoening zien? Johannes verzekert ons
in het boek Openbaring dat God ALLES nieuw zal maken (Openbaring 21:5).
'Verzoenen' bij Paulus is
een heel ander woord dan b.v. bij Johannes in 1Joh.2:2 ("een verzoening
voor onze zonden en ook voor de gehele wereld"). In dit laatste Schriftgedeelte
is het Gr. woord 'hilasmos' en dat gaat over het bedekken van
zonden. 20. Wordt in Kolossenzen 1:20 een beperking gemaakt door wat onder de aarde is, er niet bij te noemen? Nee, want er wordt uitdrukkelijk
gesproken van een wederzijdse verzoening van "alle dingen", lett. het
al ('dingen' staat er dus eigenlijk niet!). Dat dit werkelijk geen
uitzonderingen kent blijkt uit de wijze waarop Paulus deze uitdrukking
in dit gedeelte gebruikt: 21. Wil Filippenzen 2:11 niet gewoon zeggen dat eens alle tong gedwongen zal belijden dat Jezus Heer is? Ten eerste zou zo'n lofzang zeker niet tot eer van God als Vader zijn! Ten tweede wordt gezegd dat alle tong zal belijden en niet: alle lip zal belijden. De lippen verwijzen in de Bijbel naar de buitenkant (Matteüs 15:8). God met de lippen eren, is slechts buitenkant en schijn. De tong daarentegen zit van binnen. Dat zien we vervolgens in het feit dat in de grondtekst een speciaal woord voor 'belijden' wordt gebruikt: 'ex-omologeo'. Het woordje 'ex' vóór 'omologeo' wil zeggen dat het van binnenuit komt. Alle 11 keren dat het NT dit woord gebruikt duidt het op een vrijwillige, hartelijke instemming. Denk er ten slotte aan dat juist "in de naam van JEZUS" deze universele lofzang zal klinken. De naam Jezus betekent: de HERE is Redder!
22. Zijn de 'allen' in allerlei zgn. 'alverzoeningsteksten' niet slechts al de gelovigen? Inderdaad moet de reikwijdte
van woorden als 'allen' en 'alles' afgeleid worden uit de samenhang
waarin zij voorkomen. Maar juist het verband van Romeinen 5:18 laat
zien dat het werkelijk om het hele mensdom gaat. Juist het verband van
1Korinthiërs 15:22 toont aan dat 'alles' géén uitzonderingen
kent. Juist het verband van Kolossenzen 1:20 maakt duidelijk dat "alle
dingen" werkelijk de ganse schepping is. etc. 23. Bewijst Johannes 3:36 dat aan de toorn van God geen einde komt? Nee, dat bewijst het niet. Zolang iemand de Zoon van God ongehoorzaam is blijft de toorn van God op hem. Het Griekse woord dat hier vertaald is met 'blijven' wordt in Johannes 1:40 vertaald met 'verblijven'... en duurde daar slechts één dag. 24. Wil 1 Korinthiërs 15:22 zeggen dat alle mensen zullen opstaan? Het betekent véél
meer. Allen die in de graven zijn zullen eens opstaan. Opstaan
ten leven of ten oordeel (Johannes 5:29). Wiens naam niet staat geschreven
in het Boek des levens zal worden geworpen in de Poel van Vuur, dat
is de tweede dood (Openbaring 20:15). Nee, want God was nooit een vijand en kan Zich dus ook niet verzoenen. Niet Hij maar de wereld is vijandig. Wat God aan het kruis deed, was Zijn LIEFDE bewijzen. Men vermoorde Zijn Zoon, maar Hij rekende het de wereld niet toe (2Korinthe 5:19). Want Christus stierf voor allen (2Kor.5:15) om aan allen het Leven te geven. Geen vijanschap zal bestand zijn tegen zoveel Liefde. Zie ook vraag 19. Het woord 'hel' komt
12 maal voor in de NBG-vertaling. Paulus gebruikt het woord nergens
in zijn brieven. In de grondtekst staat niet 'hel' maar het woord 'Gehenna'.
'Gehenna' is de Griekse aanduiding voor het dal van Hinnom. Dit dal,
dat ten zuiden van Jeruzalem ligt was vroeger de vuilverbrandingsplaats
van de stad. In het toekomende Messiaanse Rijk zullen in dit dal de
lijken liggen van geëxecuteerde rebellen van de Koning (zie
Jesaja 66:24, Marcus 9:48 en Mattheüs 5:22). In dit dal
brandt dan voortdurend vuur en de verterende worm (made) zal geen gelegenheid
hebben uit te sterven vanwege steeds weer nieuwe kadavers. Het zal voor
de passerende pelgrims een luguber oord zijn. Toch zal uiteindelijk
zelfs dit lijkendal de HERE eens heilig zijn, profeteert Jeremia (31:40)!
Er zal niet meer vernield of verwoest worden. 27. Verkondigde de Here Jezus een uiteindelijke Alverzoening? Niet uitdrukkelijk.
De Here Jezus was gezonden tot het huis van Israël (Mattheüs
15:24) om hen het beloofde Koninkrijk en de toekomende eeuw te verkondigen.
Wat daarná komt behoort niet tot de thema's van Zijn prediking.
Het laatste wat we specifiek
van de duivel lezen is dat hij in de Poel van Vuur zal worden geworpen
alwaar hij gepijnigd zal worden (lett.) "tot in de AIONEN der AIONEN"
(Openbaring 20:10), d.w.z. tot in de uitnemendste eeuwen.
Is dit eindeloos? Van
Christus lezen we in Openbaring 11:15 dat Hij zal heersen "tot in de
AIONEN der AIONEN". We weten echter uit 1Korinthiërs 15:24-28 dat
Christus zal heersen totdat. Daarna wordt God alles
in allen. M.a.w. "tot in de AIONEN der AIONEN" is niet
hetzelfde als eindeloos. De uitdrukking "de Poel
van Vuur" komt 5x voor en wel in het boek 'Openbaring'. Het woord voor
'poel' duidt gewoonlijk op een meer. B.v. het meer van Gennesaret (Lucas
5:1). De eerste keer dat gesproken wordt van "de Poel van Vuur" is in
Openbaring 19:20. Uit de samenhang en andere teksten blijkt dat er sprake
is van een veldslag niet ver verwijderd van de Dode Zee. Misschien dat
juist deze poel die vanouds bekend staat om z'n vuur en zwaveldampen
(Genesis 19:24-28) model staat voor de term. 30. Wordt de dood teniet gedaan wanneer ze in de Poel van Vuur wordt geworpen (Openbaring 20:14)? Wat we in dit vers lezen
is niet een teniet doen van de dood maar juist een voortzetting
ervan! Zij die dán dood zijn, zijn dat voor een tweede keer.
31. Wat betekent 'ziel en lichaam verderven in de hel' (Mattheüs 10:28)? De tekst luidt: "En
weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel
(lett.psyche) niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor
Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel (lett. Gehenna)."
32. Kunnen sommigen nooit meer tot inkeer komen (Hebreeën 6:4-8 en 10:26)? Er is hier sprake van
Messias-belijdende Hebreeën die weer terugvielen in het Jodendom
("de Zoon van God opnieuw kruisigen"). De verwoesting en verbranding
van Jeruzalem en de tempel zouden niet lang meer duren ("die uitloopt
op verbranding", "felheid van vuur"). De Here zou zijn volk gaan oordelen
(10:31; 8:13). Wie zou deze afvallige Joden die heel bewust het Evangelie
afwezen nog opnieuw tot bekering kunnen brengen? Deze joden hielden
letterlijk geen offer meer over: het ware Offer (er-)kenden zij niet
meer en de offerdienst in Jeruzalem zou binnenkort beëindigd worden.
Zeker niet. "In alle
eeuwigheden" is een misleidende vertaling. Letterlijk staat er: "tot
in de AIONEN der aionen", dat is: tot in de uitnemendste AIONEN.
Vergelijk deze uitdrukking met: de Koning der koningen, het heilige
der heiligen, de hemel der hemelen, etc..(zie verder
voor deze uitdrukking ook vraag 28) Nee. Hoewel dit vers twee parallelle zinnen bevat, is de inhoud beslist niet identiek. Letterlijk staat er: "Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in de AIONEN en Zijn Koninkrijk zal geen einde nemen". Dit komt exact overeen met wat we lezen in 1 Korinthiërs 15:22-28. Daar lezen we dat Christus moet heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten zal hebben gelegd. En dan zal Hij het Koninkrijk teruggeven aan God de Vader. M.a.w. het heersen van Christus heeft een "totdat" waarna het Koninkrijk vervolgens voorgoed in handen komt van de Vader. 35. Hoe kan 'eeuwig' in Rom.16:26 en 2Kor.4:18 tijdelijk zijn? Dat God "de eeuw-ige
God" is (Rom.16:26) wil zeggen dat Hij de God der eeuwen is,
de Koning der AIONEN (1Timotheüs 1:17). Zoals 'eeuwige tijden'
(Rom.16:25) 'de tijden der eeuwen' zijn, zo is "de eeuwige God" de God
der eeuwen. 36. Zijn "alle mensen" van Rom.5:18 misschien niet letterlijk allen maar "zeer velen"(:19)? Wanneer "alle mensen"
in het het eerste deel van Rom.5:18 daadwerkelijk alle mensen zijn dan
moeten "alle mensen" in het tweede deel dat eveneens zijn. Anders is
de vergelijking niet zuiver. En wanneer de "zeer velen" in het eerste
gedeelte van Rom.5:19 alle mensen omvat dan hebben we geen enkele reden
om aan te nemen dat het tweede "zeer velen" in hetzelfde vers opeens
niet alle mensen zou betekenen. 37. Wat betekent de pijniging van de rijke man in Lucas 16:19-31? Deze vertelling wil niet iets onthullen over eventuele ervaringen of overleggingen in het dodenrijk. Daarover waren 'de wet en de profeten' al duidelijk genoeg. "Er is geen... overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk waarheen gij gaat" (Prediker 9:10). Nee, deze satire (!) is gericht aan het adres van de Farizeeën die geldzuchtig waren (16:14). In Lucas 13:27-30 lezen we dat er vooraanstaande joden zullen zijn (>de rijke man!) die bij het aanbreken van het Koninkrijk Gods Abraham, Izaäk en Jakob zullen zien (>Abraham's schoot) maar zelf zullen worden buitengeworpen (>onoverkomelijke kloof), d.w.z. het Messiaanse rijk op aarde niet mogen meemaken. Ze hadden zich moeten laten gezeggen door 'de wet en de profeten', anders zou zelfs iemand die opstaat uit de doden voor hen niet overtuigend zijn geweest (vergl. Johannes 12:9-11). 38. Voor één bepaalde zonde bestaat toch geen vergeving in eeuwigheid? (Marcus 3:29)? Dit is een frappant
voorbeeld van hoe willekeurig het Griekse woord AIOON gewoonlijk wordt
vertaald. Hier vertaald men dit woord met eeuwigheid. In het
parallel-gedeelte van Mattheüs 12:32 echter lezen we: "het zal
hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende".
Hier wordt hetzelfde AIOON weergegeven met eeuw. Anders
had men moeten vertalen: "noch in deze eeuwigheid, noch in de toekomende"...!
Dat het vertaalwoord 'eeuwigheid' dus gewoon niet kán blijkt
uit een simpele tekstvergelijking. Niet 'eeuwigheid' maar 'eeuw' is
de betekenis van het woord AIOON. Leert de Bijbel een eerste kans? Redding is geen loterij! "God is een Redder van alle mensen". Dat is geen kans maar een garantie! 40. Leert 1 Timotheüs 4: 10 niet slechts dat God een Heiland is vóór alle mensen? Het is jammer dat de NBG-vertaling hier de woorden van de apostel Paulus zo sterk afzwakt door twee maal "voor" te vertalen in plaats van "van". Toch staat in de grondtekst in beide gevallen onmiskenbaar een tweede naamval. Vandaar dat de Statenvertaling wel correct is: "den levende God die een Behouder is aller mensen, allermeest der gelovigen". 41. Johannes 3:16 zegt toch "een ieder die gelóóft"? Is dat geen beperking? Zeker. We dienen
echter te weten dat "het eeuw-ige leven" het "aeonische
leven" is. Daarbij gaat het niet om het leven van de zogenoemde
'eeuwige toestand' maar om een specifieke eeuw of aeon. In o.a.
Lucas 18:30 lezen we dat het 'eeuwige leven' beleefd wordt in "de
toekomende eeuw (aeon)". Gelovigen zullen deze eeuw beërven.
Ongelovigen niet. Maar aangezien we weten dat "de toekomende
eeuw" zeker niet de laatste eeuw is (de Bijbel spreekt immers
over "de komende eeuwen en zelfs over "de voleinding
der eeuwen"), is in Johannes 3:16 dus niets gezegd over de
definitieve bestemming van de ongelovige. 42. Aion kan inderdaad 'eeuw' betekenen maar het bijvoegelijke naamwoord 'aionios' betekent toch: altijd, eindeloos. Nee, de betekenis van een bijvoeglijke naamwoord vloeit
voort uit die van het zelfstandige naamwoord. Het verwijst daar
naar. 'Jaarlijks' verwijst naar 'jaar'. Maandelijks' verwijst naar
'maand'. Etc. En dus: 'aionios' verwijst naar 'aion'. Zouden wij
in onze taal het woord 'eeuwigheid' niet hebben, dan zou
'eeuwig' gewoon verwijzen naar 'eeuw'. Iemand van een jaar oud,
is jarig, iemand van een eeuw oud, is eeuwig. 43. Is het "indien" in Kolosse 1:23, geen ontkenning van de Alverzoening? Nee. In de eerste plaatst is de weergave "indien" niet
correct. Zou moeten zijn "aangezien". (meer
info). Het komt er op neer dat Paulus in dit vers, niet waarschuwt
maar dankbaar de standvastigheid van de Kolossers memoreert! 44. Verwijst Romeinen 5:18 terug naar Rom.5:17, zodat "alle mensen" slechts degenen zijn die "de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen"? Nee, Rom.5:18 verwijst terug naar Rom.5:12. In dat vers begint
Paulus met een vergelijking ("Daarom, gelijk door één
mens...") die hij vervolgens niet afmaakt. Heel het betoog
van vers 13 tot en met vers 17 is een tussenzin. In vers 18 pakt
Paulus vervolgens weer de draad op en maakt de vergelijking alsnog
af. 45. Zijn de tweede "allen" in 1Kor.15:22 niet gewoon allen die in Christus zijn? Gelovigen dus? Nee. De
tweede "allen" moet logischerwijs dezelfde groep zijn
als de eerste "allen". Het gaat over allen die in Adam
sterven. Let op dat er niet staat: "Want evenals in
Adam allen sterven, zo zullen ook allen in Christus levend
gemaakt worden". Nee, er staat: "Want evenals in Adam
allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt
worden.". Laat het verschil heel goed doordringen! |
|