GoedBericht.nl logo

GoedBericht.nl wijst op de ene GOD die alles beschikt en bij wie nooit iets mis gaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen! Omdat GOD nooit laat varen de werken van zijn handen.


Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus dit als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. GoedBericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf.

 

De levende GOD is een Redder van ALLE mensen, speciaal van gelovigen!

1 Timotheus 4:10

Prikbord

Recente Artikelen

‘kennis van de drie-enige God’

Donderdag j.l. gaf ik in Nunspeet een vierde (en tevens laatste) bijbelstudie over het onderwerp 'de ene God'. Een bezoeker van die avond stuurde mij naar aanleiding daarvan een artikel op dat deze week te lezen is in 'De Saambinder', het weekblad van de Gereformeerde Gemeenten. Ds. Labee gaat daarin in op de vraag: Waarom wordt er zo vaak in de prediking gesproken over kennis van de drie-enige God? De opstuurder van het artikel vroeg mij eens nader in te gaan op wat Labee beweert. Ik zal niet alles wat hij naar voren brengt bespreken, maar me beperken tot enkele hoofdpunten. Labee begint zijn artikel zo: Het antwoord kan heel kort zijn: dat is de eigenlijke kern van het ware geloof! We liggen van nature in onze doodstaat, verdoemelijk voor God. Of we liggen voor rekening van Christus, ingelijfd in Hem, door een waar geloof. De grote Profeet en Leraar sprak: 'En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt' (Joh. 17:3). Wonderlijk dat de eerste Bijbelse verantwoording die Labee geeft vanuit Johannes 17:3, meteen vernietigend is voor het idee dat hij wil verdedigen. In dit gebed spreekt Jezus zijn Vader aan en zegt (lett. vertaald): Dit nu is het aeonische leven, opdat zij U zouden kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus die u afvaardigt. Lees goed wat hier staat. De essentie van het leven van de toekomende aeon (= het eeuw-ige leven; Luc.18:30), is dat men "de enige waarachtige God" kent. Wie is dat? Dat is de Vader die Hij in zijn gebed aanspreekt. Jezus noemt Hem niet slechts "God" maar "de enige waarachtige God". Die Hij vervolgens uitdrukkelijk onderscheidt van zichzelf. Want Jezus Christus is (zo zegt Hijzelf) Degene die door "de enige waarachtige God" werd afgevaardigd. Ds. Labee maakt dus een valse start. Hij vervolgt: Hetzelfde onderwijs krijgen we uit Zondag 7 van onze Heidelbergse Catechismus. Eerst vinden we daar dat niet alle mensen zalig worden maar alleen degenen die Hem (dat is Jezus) 'door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen'. Dan horen we wat een waar geloof eigenlijk is en ten slotte wat een ware Christen nodig is te geloven. Als Ursinus (1534-1584) dan als kern van het Evangelie de twaalf geloofsartikelen aanwijst, horen we wat de kern van het geloofsbelijden van een kind van God is: God de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze verlossing, God de Heilige Geest en onze heiligmaking. In plaats van Bijbelse 'bonnetjes' te overleggen, gaat de predikant zich beroepen op de Heidelberger Catechismus. In het door hem genoemde Zondag 7 (vraag 20) gaat het om de vraag of alle mensen zalig worden, zoals ze in Adam ook allen veroordeeld zijn. De aardigheid is dat exact deze vraag door de apostel Paulus tot twee keer toe expliciet positief wordt beantwoord (Romeinen 5:18 en 1Korinthe 15:22): door één daad van één mens zijn allen veroordeeld en zó zullen ook door één daad van één mens allen worden gerechtvaardigd en levendgemaakt. Kristalhelder! De Heidelberger Catechismus ontkent dit echter glashard door met een nadrukkelijk 'nee' te antwoorden... Dezelfde Heidelberger Catechismus waarop Labee zich beroept, verwijst voor de kern van het Evangelie op haar beurt naar de 'Twaalf Artikelen van het geloof". Een zeer oud document, maar niettemin een menselijke overlevering en als argument bepaald niet in lijn met het adagium van de Reformatie: sola scripura, alleen de Schrift! Overigens spreken de genoemde 'Twaalf Artikelen niet, zoals Labee suggereert, over "God de Zoon" en "God de Heilige Geest", maar dat terzijde. Veel belangrijker is dat in de Schrift deze frases totaal onbekend zijn. De Bijbel spreekt tientallen keren over "God de Vader" en over "één God, de Vader" (1Kor.8:6) en over Hem als "de enige waarachtige God" (Joh.17:3; Jud.:25; Mar.12:29). Nimmer lezen we echter over "God de Zoon", wat ook volstrekt logisch is als het Bijbels onderwijs juist benadrukt dat er "één God, de Vader" is. De Zoon heet in de Schrift daarom consequent en vele tientallen keren "de Zoon van God". Aan het beroep op de Heidelberger Catechismus en de Twaalf Arikelen voegt ds. Labee nu de Nederlandse Geloofsbelijdenis toe. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis schrijft zo onderwijzend in artikel 9 over dat 'geheim' van de drie Personen in het ene, Goddelijke Wezen: 'Dit alles weten wij zo uit de getuigenissen der Heilige Schrift, alsook uit Hun werkingen, en voornamelijk uit degene die wij in ons gevoelen. Wederom een beroep op een mensengeschrift waarover de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 7 het volgende behartenswaardige schrijft (bold lettertype is van mij; AP): Men mag ook gener mensen schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijkstellen met de Goddelijke Schriften, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is boven alles), noch de grote menigte, noch de oudheid, noch de successie van tijden of personen, noch de conciliën, decreten of besluiten; want alle mensen zijn uit zichzelven leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelve. M.a.w. mensengeschriften mogen dan weliswaar spreken van "de drie personen in het ene Goddelijke Wezen", als de Schrift dergelijke terminologie niet kent, dan hebben we ze dus te verwerpen als "ijdeler dan de ijdelheid zelve". Amen! Merk op dat ds. Labee zich tot dusver op slechts één Bijbelvers beroepen heeft (Joh.17;3) dat in zichzelf juist vernietigend bleek voor de leer die hij tracht te verdedigen. Voor het overige heeft hij zich uitsluitend beroepen op passages uit belijdenisgeschriften. Nu voegt hij daar nog een citaat van een Engelse predikant aan toe... Om uit te leggen wat dat bevindelijk wil zeggen, laten we u een citaat meelezen van J.C. Philpot (1802-1869) over de woorden 'Want Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één' (1Joh. 5:7). We lezen daar: 'Al Gods kinderen worden geleid tot de kennis der Drie-eenheid, waarlijk niet door bespiegelende redenering of spitsvondigheid van het verstand. De Geest onderwijst hen niet door blote verstandsbeschouwing maar door de kracht en de bedauwing der Goddelijke waarheid in het hart. Al Gods kinderen leren het leerstuk van de Drie-eenheid in hun ziel. Aha, J.C. Philpot beroept zich eindelijk wel op een Bijbeltekst: 1Johannes 5:7. Want drie zijn er, die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord, en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. Deze tekst lijkt inderdaad zeer ter zake voor dit onderwerp, ware het niet dat de tekst overduidelijk corrupt is. De zin staat bekend als het zogenaamde 'Comma Johanneüm' en is een nogal expliciete verwijzing naar de leer van drie-eenheid. Maar ds. Labee weet als theoloog heel goed dat die zin in de Griekse manuscripten van 'het Nieuwe Testament' nergens voorkomt en een onmiskenbaar Middeleeuwse (Latijnse) toevoeging is. Op Wikipedia lezen we daarover (bold lettertype is van mij; AP): De tekst komt in de oudste Griekse handschriften niet voor. Ook wordt hij door de vroege Kerkvaders niet geciteerd, wanneer ze dit gedeelte van de Johannesbrief aanhalen. Kennelijk is het vers ergens tijdens de Middeleeuwen tussen de Latijnse tekst van het Nieuwe Testament geraakt, misschien eerst als glos in de kantlijn en daarna bij het kopiëren in de tekst opgenomen. Moderne Bijbelvertalingen laten het Comma weg, plaatsen het in een voetnoot of zetten het tussen haakjes... Ds. Labee sluit de beantwoording van de bovengenoemde vraag af met enkele 'bevindelijke' notities die ik hier laat rusten. Ik stel concluderend vast dat de predikant in zijn beantwoording zich vrijwel uitsluitend beroept op mensengeschriften. En voor zover er wel een beroep plaatsvindt op de Bijbel dan is dat of op een tekst die precies het tegendeel betoogt van wat Labee beweert, of op een tekst die overduidelijk en algemeen erkend een Schriftvervalsing is. Hoe treurig is het als kerkvolk op deze wijze met een kluitje in het riet wordt gestuurd! Wanneer het getuigenis van de Schrift plaatsmaakt voor mensenwoord. En wanneer eenvoudig ("één God en Vader") en stralend onderwijs ("Redder van alle mensen") wordt vervangen door 'mysterie' en duisternis. Inderdaad: "...  ijdeler dan de ijdelheid zelve".

21-05-2022 Lees verder

het woord van verzoening

Het begrip 'verzoening' is in onze Nederlandse bijbelvertalingen nogal complex. Dat komt omdat het de vertaling is van twee totaal verschillende Griekse woorden. In de eerste plaats is daar het Griekse werkwoord KAT ALLASSO dat doel op het herstel van een relatie waarbij vijandschap en vervreemding veranderen in vrede. Bijvoorbeeld in 1Kor.7:11 waar Paulus schrijft over een gescheiden vrouw: "laat haar ongehuwd blijven of verzoend worden met de man...". Dit is ook de primaire betekenis van 'verzoenen' in ons gangbare spraakgebruik. verzoenen of bedekken? Daarnaast kennen we het woord 'verzoenen' in de meer godsdienstige betekenis van het woord, dat dan de vertaling is van het Griekse werkwoord HILASKOMAI dat 'gunstig stemmen' betekent. In de LXX (= de Septuagint, d.w.z. de Griekse vertaling van het Oude Testament) is dit woord de vertaling het Hebreeuwse werkwoord KAPHAR (> JOM KIPOER) dat bedekkken of beschutten betekent. De eerste keer dat dit woord in de Bijbel voorkomt is in Genesis 6:14 waar gezegd wordt tot Noach dat hij de ark met pek zou besmeren. KAPHAR is bovenal het woord dat standaard wordt gebruikt i.v.m. de offerdienst. Voorwerpen, materialen, mensen maar ook zonden, worden met bloed bedekt (Lev.17:11). Overigens, de link tussen 'gunstig stemmen' en 'bedekken' is minder vergezocht dan we misschien zouden denken. Want bedoelen ook wij niet 'gunstig te stemmen' wanneer we dingen aankleden (bedekken) of beschilderen (denk ook aan make up)? niet door elkaar gooien Het moet ondertussen duidelijk zijn dat de twee genoemde begrippen enorm van elkaar verschillen. Labelen we aan deze uiteenlopende begrippen één vertaalwoord dan staat dat garant voor verwarring. Ik pleit er daarom voor om HILASKOMAI/ KAPHAR weer te geven met 'bedekken' of 'beschutten' en het woord KAT ALLASSO te reserveren voor 'verzoenen'. Want wat God in zijn Woord scheidt zouden wij niet samenvoegen... Ik wil me in deze blog verder beperken tot het eigenlijke woord voor 'verzoenen'. We vinden dit begrip uitsluitend bij de apostel Paulus, en wel in de volgende Schriftplaatsen: KATTALAGÈ (zelfst.nw. > verzoening): Rom.5:11 KATALLASSO: (werkwoord > verzoenen) 1Kor.7:11; Rom.5:10; 2Kor.5:18,19,20 APO-KATALLASSO (dit een versterkte vorm van KATALLASSO, dit is 'afdoende verzoenen', verticaal en horizontaal, d.w.z. naar God toe maar ook onderling): Ef.2:16; Kol.1:20,22 Hieronder vijf vitale Bijbelse feiten over verzoenen op een rijtje. #1. Niet God verzoent Zich met de wereld, maar Hij verzoent de wereld tot Zich. Alles echter is uit God, die ons tot zichzelf verzoent door Christus, en aan ons de bediening van de verzoening geeft, hoe dat God, in Christus de wereld met zich verzoenende was, hen de misstappen niet toerekenende... -2Korinthe 5:18,19- Nergens in de Schrift vinden we grond voor het idee dat God vijandig zou zijn zodat Hij zich eerst met ons zou moeten verzoenen. Niet de Schepper maar zijn schepselen zijn vijandig en vervreemd. God heeft zijn schepping lief en het is zijn eer om zijn eigen schepselen tot Zich te verzoenen. #2. Verzoening vond niet plaats aan het kruis maar vindt plaats door het kruis. Want indien wij, toen wij vijanden waren, verzoend werden met God, door de dood van zijn Zoon... -Romeinen 5:10- ... het al tot Zich te verzoenen, vredemakend door het bloed van zijn kruis, door hem... -Kolosse 1- Vanuit de traditionele gedachte dat God verzoend en tevreden gesteld moest worden, ontstond het idee dat God Jezus aan het kruis plaatsvervangend zou hebben gestraft. Daarmee zou Gods toorn aan het kruis zijn gestild. Maar hoe wijdverbreid deze gedachte ook is ('verzoening door voldoening'), nergens in de Schrift lezen we dat God op het kruis zijn Zoon strafte of over Hem toornde. God werd niet verzoend aan het kruis, maar Hij verzoent ons door het kruis en door de dood van zijn Zoon. Het kruis bewijst namelijk zijn grenzeloze liefde: zelfs al slaat de wereld zijn Zoon aan het kruis, dan nog is zijn liefde voor de wereld onverminderd. Hij rekent hen ook deze misstappen niet toe (2Kor.5:19). En zo, door het kruis doet God onze vijandschap 'smelten' en maakt Hij vrede. #3. Verzoend-zijn betekent niet: je zonden zijn vergeven, maar: je bent geen vijand meer. Want indien wij, toen wij vijanden waren, verzoend werden met God, door de dood van zijn Zoon... -Romeinen 5:10- Ook jullie, die eens vervreemd waren en vijanden in het denken, in de boosaardige werken, verzoent Hij nu afdoende... -Kol.1:21- Iemand die verzoend is, is niet langer vervreemd of vijandig. Verzoening is geen administratieve handeling waarbij God een streep haalt door onze schuld. Dat is vergeving. Verzoening betekent dat ikzelf word veranderd: ik ben niet langer een vijand! #4. De verzoening is niet eerder compleet dan wanneer elke vijand een liefhebber is geworden. ... en door hem afdoende, HET AL tot Zich te verzoenen, vredemakend door het bloed van zijn kruis, door hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Ook jullie, die eens vervreemd waren en vijanden in het denken, in de boosaardige werken, verzoent Hij nu afdoende... -Kol.1:20,21- Verzoening vindt plaats (zoals we al zagen), waar vijandschap verandert in vrede. Gelovigen zijn zij die dat nu reeds dankbaar ondergaan. Maar deze verzoening gaat door totdat "het al" (Gr. ta panta) is verzoend. Pas wanneer alle vijanden ("hetzij op de aarde, hetzij in de hemelen") tot liefhebbers van God zijn gemaakt, is de verzoening compleet en totaal. #5. Het woord van de verzoening" is de proclamatie dat GOD de wereld tot Zich verzoent. HIJ maakt vijanden tot liefhebbers. Want indien wij, toen wij vijanden waren, verzoend werden met God, door de dood van zijn Zoon... -Romeinen 5:10- Alles echter is uit GOD, die ons tot zichzelf verzoent door Christus, en aan ons de bediening van de verzoening geeft... -2Kor.5:18- Het is GOD die vijanden tot Zich verzoent door hen tot liefhebbers van Hemzelf te maken. Dat is de clou van "de bediening van verzoening": "alles is uit GOD" - Hij verandert vijanden in liefhebbers. Vijandschap is geen verhindering om verzoend te worden maar juist een voorwaarde! Want wie niet vervreemd of vijandig is kan ook onmogelijk worden verzoend. Vijandschap en vervreemding zijn ons aandeel. Verzoenen, dat is wat God doet. Hij alleen! wees verzoend! Maar is de verkonding volgens Paulus in 2Kor.5:20 dan niet, dat de mens zich moet laten verzoenen? En veronderstelt die formulering niet de mogelijkheid dat de mens de verzoening kan weigeren? Inderdaad, de oproep laat u verzoenen" wekt de indruk dat verzoend worden de keuze van een mens is. Maar we stelden reeds vast dat God ons verzoent. We worden verzoend. Ook in 2Korinthe 5:20 is de vervoeging van 'verzoenen' passief. Inderdaad, het staat als imperatief (gebiedende wijs), maar dat betekent: wees verzoend. Zoals ook de meeste Engelse bijbelvertalingen dit weergeven (KJV en YLT: "be ye reconciled to God"). Niet het al of niet verzoend worden is optioneel, maar de oproep is om "het woord van de verzoening" te geloven en er vanuit te leven. Zoals Paulus in 1Korinthe 16:13 oproept: "wees mannelijk, wees sterk", waarbij de gedachte eveneens is: wees wie je bent! God is het die ons verzoent en wij zouden dat geloven, er uit leven en dit doorgeven ("de bediening van verzoening"!

05-05-2022 Lees verder

open brief n.a.v. ‘Redder van ongelovigen?’

Een paar dagen terug schreef ik een blog n.a.v. van een predikatie zondag j.l. in Rotterdam EH. Er ontspon zich een online gesprek hierover met de spreker (Ed van Brummen) die ik niet alleen goed ken maar ook zeer waardeer. Dat ik de moeite neem om zijn predikatie publiek te bespreken is een uiting van die waardering omdat ik uit ervaring weet dat hij nooit zomaar iets zegt en ik zijn opinies altijd zeer op prijs stel. Ik heb hem uitgenodigd een inhoudelijke reactie te schrijven waarbij ik beloofde deze integraal op de GB-site te plaatsen. Dat doe ik bij deze met tussendoor enkele aantekeningen van mijn kant (rood). De conclusie is geheel aan de lezer. Dag André, Graag wil ik reageren op jouw commentaar naar aanleiding van mijn predicatie. Ik besef inmiddels wel dat 30 minuten spreektijd veel te weinig was voor zo’n uitgebreid en breed onderwerp. Daardoor kon ik veel onderwerpen slechts vaag benoemen en er niet dieper op ingaan, wat eigenlijk wel had gemoeten, zeker in verband met het belang van het onderwerp: Redder, in het bijzonder van de gelovigen. Jij zegt: het is een contradictio in terminis te beweren dat God de Redder is van alle mensen, maar niet van de ongelovigen. Maar naar mijn mening is dit laatste volkomen bijbels, alleen begrijp ik wel dat je het van twee kanten kunt benaderen. Het is m.i. precies omgekeerd. Het eerste ("God is de Redder van alle mensen") is volkomen Bijbels, want een rechtstreeks citaat. Het tweede daarentegen ("niet de Redder van de ongelovigen") is een conclusie, berustend op een misverstand (zie onder). Zolang de eonen lopen worden de ongelovigen niet gered, tenzij zij tot geloof komen. Aan het eind van de eonen zullen de ongelovigen gered worden: alleen zijn het dan geen ongelovigen meer. Zij zullen hun knieën buigen en Jezus belijden als Heer. Dat is toch alleen het resultaat van iemand die tot geloof is gekomen! Alleen "door geloof" wordt een mens gered. Dat staat niet ter discussie. Maar zoals betoogd in de blog: dat God de Redder is van alle mensen is, betekent niet dat alle mensen gered zijn, maar dat God alle mensen redt.  Nu was het mijn teaser om de aandacht van mensen te trekken, door dit op FB te zetten. Had ik geweten dat dit absoluut verkeerd begrepen zou worden, had ik het niet gedaan. God is de Redder van ongelovigen kun je alleen hard maken met het oog op het einde van Gods wegen, wanneer zij niet langer ongelovigen zijn. Jij beweert dat ik gezegd zou hebben: God wordt uiteindelijk de Redder van alle mensen, maar is dat NU niet! Dat lijkt mij nogal evident: Hij is gedurende de eonen de Redder van de gelovigen. Waarmee je m.i. slechts bevestigt dat volgens jou, God inderdaad NU niet de Redder is van alle mensen.  De ongelovigen worden niet gered, maar gaan verloren. Zo gaat de ongelovige Jood het Koninkrijk der hemelen niet binnen. Ook maak je mij verdacht door te stellen: ‘dat loochening van alverzoening voor mij geen probleem zou zijn’. Ik heb geen idee hoe je daar aan komt! Ik citeer (minuut '27,28): "Ik ken een man die in de alverzoening geloofde en verkering kreeg met een kerkelijke vrouw. Daar is op zich natuurlijk niks mis mee (...) Het enige dat hij verschrikkelijk vond, is dat zij niet in de alverzoening geloofde. Maar dat was niet het probleem.". Je schrijft: Het is een ontkenning van het Evangelie en ongeloof optima forma. Dat is een conclusie die ik zelf niet heb getrokken. Ik zou dolgraag willen dat ALLE gelovigen de goede boodschap van het evangelie zouden geloven en omarmen: dat God de Redder is van alle mensen. Paulus definieëert een gelovige in 1Timothëus 4:9-11 als iemand die "het geloofwaardige woord" gelooft, nl. dat God de Redder is van alle mensen.  Jij beweert dat ik een vraagteken zet bij het feit dat God alle mensen onvoorwaardelijk liefheeft. Ook dat heb ik niet beweerd, ik heb verwezen naar vragen die mij gesteld werden. Deze vragen heb ik verder onbeantwoord gelaten. Klopt, maar door de vraag onbeantwoord te laten, blijft het vraagteken staan. En inderdaad ‘GEDURENDE DE LOOP VAN DE EONEN’ komt Gods onvoorwaardelijke liefde niet altijd bij iedereen naar voren. Jezus zegt tegen de huichelaars: Adderengebroed, witgekalkte graven. Hij wijst hen op dat moment niet op de onvoorwaardelijke liefde van God van alle mensen! Betekent dat een ontkenning van Gods liefde? Is de essentie van 'agapé-liefde' niet, dat ze onvoorwaardelijk is en elk schepsel geldt?  "JAHWEH is voor allen goed en zijn barmhartigheid is over al zijn werken" (Ps.145:9). Daar hoort geen vraagteken achter, maar een serie vette uitroeptekens!!! Ook denk ik aan: Jacob heb ik lief, maar Ezau heb ik gehaat. Ook dan denk je niet direct aan de onvoorwaardelijke liefde van God. Het woord voor 'gehaat' betekent vanuit het Hebreeuws: op de tweede plaats zetten. God heeft ook Ezau lief en zal hem redden, rechtvaardigen, levendmaken en verzoenen. Een beter bewijs van Gods liefde voor Ezau is bestaat er m.i. niet. En dat kan ook niet anders, want dat is de reden dat aan het eind van deze huidige eon Gods toorn over de wereld zal gaan en de wereld gezuiverd zal worden en klaargemaakt voor de komst van het Koninkrijk der hemelen. De geliefden in déze tijd, de tijd waarin wij nu leven, zijn de gelovigen die IN CHRISTUS zijn, in de Geliefde. Ik ken geen teksten die spreken over ongelovigen als ‘geliefden van God’. In Romeinen 11:28 lezen we van het huidige Joodse volk dat ze naar het Evangelie vijanden zijn, maar GELIEFDEN om der vaderen wil. En het allerbekendste bijbelvers (Joh.3:16) leert ons: God heeft de wereld lief... en hoe! Maar, uiteraard: God IS liefde, en ook zij zullen uiteindelijk geliefden genoemd worden, dankzij het verlossingswerk van Christus. Daarnaast beweer jij ook dat, ondanks dat EH dit uitdraagt, ik OPENLIJK BETWIJFELDE dat God de Redder is van alle mensen! Naar aanleiding van mijn uitspraak: Houdt God wel van alle mensen? Nogmaals, dit was de intro, waarin ik duidelijk heb gezegd dat dit vragen waren die op mij afkwamen. Uit het vervolg heb ik meerdere keren herhaald: God is de Redder van alle mensen. Inderdaad bij herhaling heb je gezegd dat God de Redder is van alle mensen maar tegelijkertijd ook tegengesproken door te beweren dat God niet de Redder is van ongelovigen. Neem je daarmee niet met de ene hand weg, wat je met de andere hand hebt gegeven? Nogmaals, ik geef zonder meer toe dat ik heel veel gezegd heb in 30 minuten; maar het is wel heel belangrijk dat je het in de juiste context laat staan. Ik zei: “Dit soort vragen kreeg ik laatst van een broeder”. En dat wij als gelovigen nú al door God geliefden zijn ‘in Christus’, is naar mijn mening niet helemaal hetzelfde als de liefde van God voor alle mensen. Daar ben ik het helemaal mee eens! Want is er sowieso een tekst die duidelijk aangeeft dat God ongelovigen tijdens het verloop van de boze eon ‘geliefden’ noemt? Ik wees al op Romeinen 11:28, waar dat expliciet zo staat. En zelfs als dat vers zou ontbreken, dan nóg zouden we weten dat heel de wereld geliefd is aangezien Gods liefde onvoorwaardelijk is (want 'agapé).  Ik houd van mijn kinderen, onvoorwaardelijk, maar ze zijn niet altijd ‘geliefden’! Mijn kinderen zijn altijd geliefd, ook al doen ze niet altijd lief. Geliefd-zijn is passief, lief doen is actief. Dat zijn twee totaal verschillende zaken. Maar daarom blijf mijn liefde als vader voor mijn kinderen onvoorwaardelijk. En zo besef ik dat God óók al van ons hield nog vóór wij geboren waren, en ook al van ons hield toen wij als niet-gelovigen nog vijanden waren. God is liefde, dus ook naar allen die ook nú nog vijanden zijn. Ik geef onmiddellijk toe dat dit niet echt naar voren kwam tijdens de predicatie. Amen! De teksten die betrekking hebben op de redding, verzoening van alle mensen, zijn nú al, vanaf Zijn sterven en opstanding een heerlijk feit. Alleen heeft dit gedurende de eonen nog geen uitwerking op degenen die dit niet geloven. Ik besef inmiddels ook dat ik het niet-gered zijn van de ongelovigen té zwaar heb benadrukt. Ik heb geen moeite met zulke accenten. Ongelovigen zijn nog niet gered en verzoend. Punt. Ook dat moet worden verteld. Maar ga me niet vertellen dat God geen Redder is van ongelovigen, want dat is een ontkenning van het feit dat Hij de Redder is van alle mensen.  Er zijn vele gradaties en vele momenten van redding. Dit heb ik helaas te veel over één kam geschoren. Daar valt uiteraard veel meer over te zeggen. Dat ik dit (vanwege de tijd) moest laten liggen betreur ik. Geen punt. Je kunt niet alles in een half uur zeggen. En natuurlijk is de redding van ongelovige familie- of gezinsleden een grote troost. Dat had ik veel genuanceerder kunnen benadrukken. Maar nogmaals, mijn kernboodschap was: Het unieke van onze eigen redding, als gelovigen. En ik heb letterlijk gezegd: “Door téveel nadruk te leggen op de redding van álle mensen, (wat niet in ónze tijd zal plaatsvinden, maar aan het eind van de eonen) verliezen we onze eigen unieke redding misschien wel eens uit het oog. De redding van alle mensen vindt zeker niet plaats in deze tijd. Maar redding nu, vindt juist plaats d.m.v. de prediking van God als de Redder van alle mensen. Zij die deze God geloven, worden vandaag gered! Paulus benadrukt: God is met de wereld verzoend, wordt nu zelf óók met God verzoend. Wordt je als gelovige bewust van je redding, en ga eruit leven.” Het is niet het onderwerp van dit gesprek, maar ik lees nergens dat God met de wereld is verzoend. God is namelijk nooit een vijand geweest. God verzoent de wereld met Zich (2Kor.5:19). Maar is God nú de Redder van ongelovigen. Feitelijk gezien: ja. Maar in de tijd gezien: nog niet. Daarmee creëer je m.i. onnodig verwarring. God is de Redder van alle mensen want Hij redt alle mensen.  Bovendien is iedereen die tot geloof komt al geen ongelovige meer. En uiteindelijk zullen er, bij het opheffen van de Tweede dood, wanneer God alles in allen wordt, géén mensen tot leven zijn gewekt, die nog steeds ongelovig zijn. Dat de waarheid van God als Redder van alle mensen NU niet actueel voor mij zou zijn en vandaag geen nadruk in de prediking zou mogen hebben, is een veel te haastige door jou zelf getrokken conclusie! Maar je waarschuwt toch voor teveel nadruk daarop? Jij legt mij ook woorden in de mond, wanneer jij beweert dat ik feitelijk de tekst uit 1 Tim.4 zou willen verdraaien naar: “… de levende God ZAL de Redder zijn van alle mensen, maar IS dat UITSLUITEND van gelovigen.” Daarmee, zo stel jij, sla ik de plank mis. Ik zou ontkennen dat God nú al de Redder van alle mensen is, en ik zou ook beweren dat God UITSLUITEND de Redder van gelovigen is. Ik herken mijzelf niet in deze (sorry) nogal botte conclusies. Ik ontken ABSOLUUT niet dat God de Redder IS van alle mensen. Ik beweer alleen dat dit in de tijd gezien nog geen FEIT is voor alle mensen. Dat is een heel andere benadering. En ook nu beweer jij dat ik zou leren dat deze boodschap niet aan iedereen verteld zou moeten worden, en ik daardoor het evangelie ‘onschadelijk’ maak. Nogmaals, ik heb dit nergens beweerd. In '17 zeg je:  "Paulus schrijft over God als de Redder van alle mensen. Maar hij richt zijn schrijven niet aan ongelovigen. Eigenlijk ook logisch, want mensen die God niet kennen, zijn daarbij ook helemaal niet bij gebaat. Mensen die God niet kennen, hebben redding nodig om de duisternis te verlaten. En verlicht te worden door Gods openbaring. En hun Redder, Christus Jezus te leren kennen. Nee, niet een voldongen feit dat God hen eens zal redden. Paulus schrijft dus aan degenen die al gered zijn en daardoor al Gods oneindige liefde in Christus al hebben leren kennen. En daarmee ook zijn plan met de hele schepping gaan leren begrijpen". Waarmee je dus suggereert/ betoogt dat de boodschap van God als de Redder van alle mensen slechts bestemd zou zijn voor gelovigen.  Ik heb het wel in een heel andere context toegepast! Namelijk dat een ongelovige niet direct aangeraakt zal worden door de boodschap dat God de Redder is van alle mensen. Dat zegt een ongelovige niet veel. Volstrekt mee oneens. Want geen boodschap is zó krachtig en overweldigend als de boodschap dat God je Redder is. Onvoorwaardelijk. En dat Hij op zijn tijd gegarandeerd iedereen gaat redden. Zelfs als mensen het als verzinsel afwijzen, kunnen ze niet ontkennen dat (als het waar zou zijn) het echt een goed bericht is. De enige mensen die er boos om worden (de echte ongelovigen dus) zijn degenen die menen dat er een voorwaarde aan verbonden is. Dat heet religie. En inderdaad, ik leg de nadruk op het 2e gedeelte van 1 Tim.4:10. Omdat al de brieven van Paulus aan gelovigen gericht zijn, en niet aan ongelovigen, die er ook geen boodschap aan hebben. Daarmee is de boodschap van Paulus ‘God is de Redder van alle mensen’ niet minder waar, maar de NADRUK ligt op het tweede gedeelte: ALLERMEEST van de gelovigen. En de nadruk die Paulus in al zijn brieven legt als het om de gelovigen gaat, kun je toch moeilijk ontkennen. Jij maakt ervan: …vooral degenen die geloven dat God de Redder is van alle mensen! Vanaf vers 9 schrijft Paulus over "het geloofwaardig woord" dat "alle verwelkoming waardig is". En waartoe hijzelf zwoegde en streed (of werd gesmaad) omdat hij zijn hoop heeft gevestigd op de levende God die de Redder is van alle mensen, allermeest van gelovigen". In deze context zijn gelovigen zij die "het geloofwaardige woord" wel gelovig aannemen. Dat maak ik er niet van - zo heeft Paulus het opgetekend. Maar daar gaat het helemaal niet om. De nadruk ligt op REDDING: van ALLE mensen … maar in het bijzonder, allermeest, speciaal, (met betrekking tot het nú; de tijd waarin we leven) de REDDING van gelovigen. Het woord ‘allermeest’ bevestigt juist het feit dat de nadruk komt te liggen op het tweede gedeelte en niet terugverwijst naar het eerste gedeelte. Parallel voorbeelden met ditzelfde woord (melista): Hand.20:38; 25:26; 26:3; Gal.6:10; 1 Tim.5:8; en 5:17; 2 Tim.4:13; Titus 1:10; 1 Petr.2:10. In Hand.26:3 mag Paulus zich verantwoorden voor alle punten waarop hij door de Joden beschuldigd wordt, maar ALLERMEEST dat hij zich voor koning Agrippa mag verantwoorden, omdat koning Agrippa een kenner is van alle gewoonten en twistpunten bij de Joden. Het is duidelijk dat ‘allermeest’ niet terugwijst naar de verantwoording an sich, maar dat Paulus met name blij is dat het koning Agrippa betreft! Gal.6:10 Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor ALLEN, maar ALLERMEEST voor onze geloofsgenoten. Ook hier ligt de nadruk bij Paulus niet op het eerste gedeelte, hoewel dit zeker niet onbelangrijk is, maar de nadruk ligt op het tweede gedeelte! Paulus schrijft dan ook heel veel over onze omgang met onze geloofsgenoten. 1 Tim.5:17 De oudsten, die goede leidinggeven, komt dubbel eerbewijs toe, ALLERMEEST hun, die zich belasten met prediking en onderricht. Ook hier ligt de nadruk op het tweede gedeelte, zonder het eerste gedeelte over de oudsten te verwaarlozen. 2 Tim.4:13 Als gij komt, breng dan de mantel mee, … en ook de boeken, ALLERMEEST de perkamenten. Een opdracht aan Timoteüs om VOORAL  de perkamenten mee te nemen! Titus 1:10 Want velen willen van geen tucht weten: het zijn ijdele praters en misleiders, ALLERMEEST die uit de besnijdenis zijn. Wij zouden zeggen: voor hen moet je helemaal oppassen! En zo ook 1 Tim.4:10 De levende God, die een Redder is van ALLE mensen, ALLERMEEST van de gelovigen. Wanneer je bovenstaande teksten goed tot je door laat dringen, begrijp je ook de laatst aangehaalde tekst. En dat Paulus beschimpt of gesmaad werd vanwege dit woord is gemakkelijk te herleiden uit het boek Handelingen: Hand.9:15, 16; 10:45; 11:1; 11:18; 13:46-48; 20:22,23; 22:21, 22. Paulus in zijn toespraak tot het Joodse volk: En Hij (de God van onze vaderen) zei tot mij: Ga heen, want Ik zal u uitzenden, ver weg, naar de HEIDENEN. Zij hoorden hem aan tot dit woord toe, maar toen verhieven zij hun stem en riepen: Weg van de aarde met zo iemand: want hij behoort niet te blijven leven! Geen speld tussen te krijgen. Volkomen eens. André, ik hoop dat je biddend wil overdenken of jij mij recht hebt gedaan op jouw site. Want de gevolgen zijn dat anderen (die jou beluisteren en volgen) nu mij ‘verdacht’ vinden, als iemand met een onzuivere leer. Persoonlijk vind ik niet dat ik deze verdachtmaking verdien. Ook al geef ik toe dat de predicatie veel ‘losse eindjes’ bevat. Voor mij is dit totaal geen persoonlijke kwestie. Ik waardeerde je in het verleden en dat doe ik nog steeds onverminderd. Er is wat mij betreft geen enkele verwijdering tussen jou en mij in onze onderlinge verhouding. Ik neem het je ook totaal niet kwalijk dat je deze dingen in een predikatie aanhangig maakte, omdat ik er zondermeer van uitga dat het naar eer en geweten naar voren is gebracht. Daarom neem ik het uiterst serieus en heb ik het niet alleen bereidwillig aangehoord, maar ben ik ook in de Schriften nagegaan "of deze dingen alzo zijn". De Bereërs werden om die open en tegelijkertijd kritische houding geprezen (Hand.17:11). Graag treed ik in hun voetsporen. Mijn reactie eerder deze week en ook nu in deze blog, zijn een verslag daarvan. Iemand kritisch narekenen is geen verdachtmaking. Zoals ik het ook niet als een verdachtmaking beschouw wanneer je mij narekent. Integendeel! Ik roep altijd op om me te blijven controleren en kritisch de dingen na te gaan, opdat het bovenal om waarheidsvinding zou gaan. Slechts wat na grondige kritiek nog steeds recht overeind staat, daarop kunnen we verder bouwen. 

02-04-2022 Lees verder

is God geen Redder van ongelovigen?

Het is geen geheim dat op de website van GoedBericht.nl de boodschap van God als Redder van alle mensen, centraal staat. Het staat vanaf de aanvang (begin deze eeuw) pontificaal op de voorpagina van deze site. Met grote vrijmoedigheid durf ik dit uit te dragen omdat het de spits is van wat Paulus als 'mission statement' in 1Timotheüs 4:9-11 verklaart. Dit is een geloofwaardig woord en alle aanneming waard (want hiertoe arbeiden wij en worden gesmaad), dat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Redder is van alle mensen, speciaal van gelovigen. Beveel en leer dit. elk woord aangevallen Op alle mogelijk manieren heeft men geprobeerd deze boodschap te ondermijnen. Precies wat we op grond van Paulus' statement ook hadden kunnen verwachten. De meest effectieve en daarom venijnigste aanvallen zijn gelegen in de bijbelvertalingen. Zo luidt de NBG-51 vertaling: “... de levende God is een Heiland VOOR alle mensen inzonderheid voor de gelovigen” In deze lezing wordt het Heiland-zijn (=de =Redder) van God gereduceerd tot een aanbod. Maar in het Grieks staat hier een 2e naamval (genitief), zodat de onbevooroordeelde lezing behoort te zijn "VAN alle mensen. De doorgaans zeer nauwkeurige Telos-vertaling verzwakt de betekenis van het Griekse woord 'soter' en vertaalt: “... de levende God die een ONDERHOUDER is van alle mensen... ”. Deze weergave is een ontoelaatbare minimalisering van wat de tekst zegt. De vertalers zien dat zelf ook in, want ze geven in de voetnoot eerlijk toe: “elders vertaald met Heiland”. Maar helaas, dan is het kwaad in de vertaling al geschied... Of wat te denken van 'De Nieuwe Wereldvertaling' (van de zgn. Jehovah's Getuigen)? “... de levende God is een Redder van ALLE SOORTEN VAN mensen... ” Ook dit is een weinig verhullende poging om de tekst te ontkrachten. Paulus gebruikt het standaard woord voor 'alle' (Gr. pas), en niets in de tekst geeft aanleiding om dit af te zwakken door er 'alle soorten van' of 'allerlei' van te maken. uit onverdachte hoek Gisteren beluisterde ik een toespraak van een broeder die wel van harte gelooft dat God uiteindelijk alle mensen zal redden. Maar... zo betoogde hij, die waarheid is nu niet actueel en zou daarom vandaag ook geen nadruk mogen hebben in de prediking. De aanvankelijke titel van zijn toespraak luidde: 'God is niet de Redder van de ongelovige'. De spreker redeneerde dat God uitsluitend redt door geloof en kon dit vanuit de Schrift eenvoudig staven. En terecht weersprak hij ook de bewering dat alle mensen al gered zouden zijn, wat inderdaad pertinent onwaar is, zoals ikzelf ook elders heb beschreven. De spreker concludeerde: aangezien alle mensen nu nog niet zijn gered, is God vandaag dus ook nog niet de Redder van alle mensen. Dat lijkt logisch geredeneerd, maar het is een... drogredenering Dat God de Redder is van alle mensen, betekent namelijk helemaal niet dat alle mensen gered zijn (voltooid). Het betekent dat Hij alle mensen redt, ongeacht wanneer en hoe. Het is een vaststelling en mededeling. Let er op dat Paulus schrijft: de levende God is (=onvoltooid tegenwoordige tijd!) de Redder van alle mensen. Hij schrijft niet dat God dat zal zijn of zal worden. Afgaande op de uitleg van de spreker, had de tekst moeten luiden: ... de levende God ZAL de Redder zijn van alle mensen, maar IS dat UITSLUITEND van gelovigen. De conclusie van de spreker, slaat (m.i.) in dubbel opzicht de plank mis. (1) Hij ontkent dat God nu de Redder IS van alle mensen en (2) hij ontkent (de facto) dat God speciaal (allermeest, in het bijzonder) de Redder is van gelovigen, door te beweren dat God uitsluitend de Redder is van gelovigen. ondermijnend Wat de spreker in zijn toespraak deed, is geen aanval op de waarheid dat alle mensen worden gered. Maar het is wel een aantasting van de actualiteit en van de kracht en het belang van die waarheid. Volgens de spreker zou de focus niet moeten liggen op de boodschap van de Redder van alle mensen, omdat dit betrekking zou hebben op 'een verre toekomst'. Nee, het accent zou moeten liggen op "... speciaal van gelovigen". Maar doet de spreker daarmee recht aan hetgeen Paulus met grote nadruk naar voren brengt? Nee, integendeel, want Paulus zelf zegt van deze waarheid: het is het geloofwaardige woord; het is alle aanneming waard; hiertoe arbeidde hij; hiertoe werd hij gesmaad; en: beveel en leer dit! Niet door te ontkennen dat God alle mensen redt, maar door te leren dat deze boodschap niet aan iedereen verteld zou moeten worden, wordt het Evangelie alsnog 'onschadelijk' gemaakt. De explosieve kracht ervan is nu juist dat het een Goed Bericht voor iedereen is en waar men niets aan kan bijdragen, doen of afdoen. speciaal van gelovigen...  in wat? Als Paulus schrijft: "speciaal van gelovigen", dan doelt hij op degenen die het "geloofwaardig woord" waar hij zich voor inzette, geloven! En wat is dat "geloofwaardige woord"? Dat "de levende God de Redder is van alle mensen"! Het hele idee dat het niet gaat om "de Redder van alle mensen", maar dat je een gelovige bent, is in het licht van deze schriftplaats ronduit absurd! Want een gelovige is nu juist degene die "het geloofwaardige woord" gelooft! En een ongelovige is degene die "het geloofwaardige woord" niet gelooft, niet aanneemt of zelfs smaadt. God is de Redder van alle mensen. Dat betekent dat ook als je dat niet gelooft, God toch je Redder is. Wanneer je dit echter wel mag geloven (want God opent daartoe de ogen), dan is God speciaal je Redder!

28-03-2022 Lees verder

Recente Toespraken
Prikbord

Goed Belicht - Dagboek
donderdag, 11 augustus

Galaten 4:20 – ten einde raad

Maar ik zou willen op dit moment bij jullie aanwezig te zijn en mijn toon te veranderen omdat ik geen raad weet met jullie.

Paulus is zich ervan bewust dat het aanschrijven van de Galaten z’n beperkingen heeft. We weten allemaal dat bepaalde zaken nu eenmaal het beste van aangezicht tot aangezicht kunnen worden besproken. Dat geldt vooral voor het communiceren over gevoelige onderwerpen. Door middel van ‘emoticons’ proberen we dit handicap tegenwoordig te compenseren, maar het blijft behelpen.

De apostel had het liefst persoonlijk, vis-à-vis met de Galaten gesproken. Dan had hij wellicht een andere toon kunnen aanslaan dan zoals die nu op zijn lezers overkomt. Misschien dat de apostel in hun beleving reageert als ‘vanuit de hoogte’ en ‘boos’. Maar hoe anders zou het zijn wanneer ze zijn stem konden horen en zijn gezicht en gebaren konden zien! Dan zouden ze zelf kunnen opmerken dat Paulus inhoudelijk weliswaar zeer zeker van zijn zaak is, maar wat zijn lezers aangaat, vertwijfeld en desperaat is. Als een moeder die geen raad weet met wat ze verder met haar kinderen aanmoet.

Wat kon Paulus, gegeven de fysieke afstand tot zijn lezers, meer doen dan deze brief schrijven? Tot op vandaag profiteren we ervan. Dank God!

Delen: