Q&A
Lees eerst het artikel: God is een Redder van alle mensen – 16 feiten op een rijtje
- Waaraan is het woord ‘Alverzoening’ ontleend?
- Wat gebeurt er met de goddeloze na het sterven?
- Wat moeten we met teksten waar sprake is van ‘eeuwig oordeel’ e.d.?
- Wat zeggen naslagwerken over de betekenis van het woord ‘eeuwigheid’ in de Bijbel?
- Leidt de gedachte dat alles uiteindelijk goed komt, niet tot een onverschillig leven?
- Wat is de hel?
- Gaat het eeuwige leven ook voorbij?
- Waarom zouden we aan anderen het Evangelie vertellen als zij toch gered worden?
- Is bij veel mensen die in Alverzoening geloven, de wens niet de vader van de gedachten?
- Pleit de kerkgeschiedenis niet tegen de leer van de Alverzoening?
- Is het voor een simpele bijbellezer niet erg ingewikkeld om Alverzoening te ontdekken?
- Moet de Alverzoening ook gepredikt worden?
- Is de tweede dood geen definitieve vernietiging?
- Ontnemen we aan het toekomstig oordeel niet de ernst wanneer er tóch een einde aan komt?
- Laten de laatste hoofdstukken van de Bijbel Alverzoening zien?
- Wat betekent ‘weder verzoenen’ in Kolosse1:20?
- Op welke andere Bijbelse argumenten steunt het geloof in Alverzoening?
- Wordt in Kolosse 1:20 een beperking gemaakt door wat onder de aarde is, er niet bij te noemen?
- Filippenzen 2:11 zegt toch niet dat alle tong, vrijwillig Jezus als Heer zal belijden?
- Zijn ‘allen’ in allerlei zgn. ‘alverzoeningsteksten’ niet slechts alle gelovigen?
- Bewijst Johannes 3:36 dat aan de toorn van God geen einde komt?
- Wil 1 Korinthiërs 15:22 niet gewoon zeggen dat alle mensen zullen opstaan?
- Heeft God Zich ook met ongelovigen verzoend?
- Verkondigde de Here Jezus een uiteindelijke Alverzoening?
- Wat gebeurt er met de duivel?
- Wat is de Poel van Vuur?
- Houdt geloof in Alverzoening een ontkenning in van het oordeel?
- Wordt de dood teniet gedaan als ze in “het meer van het vuur” wordt geworpen?
- Wat betekent ‘ziel en lichaam verderven in de hel’ (Mattheüs 10:28)?
- Kunnen sommigen nooit meer tot inkeer komen (Hebreeën 6:4-8 en 10:26)?
- Leert Openbaringen 14:11 een eindeloze pijniging?
- Bewijst Lucas 1:33 dat Christus “zonder einde” heerst?
- Hoe kan ‘eeuwig’ in Rom.16:26 en 2Kor.4:18 tijdelijk zijn?
- Zijn “alle mensen” van Rom.5:18 misschien niet letterlijk allen maar “zeer velen”(:19)?
- Wat betekent de pijniging van de rijke man in Lucas 16:19-31?
- Voor één bepaalde zonde bestaat toch geen vergeving in eeuwigheid? (Marcus 3:29)?
- Leert de Bijbel een ‘tweede kans’?
- Leert 1Timotheüs 4:10 niet slechts dat God een Redder is vóór alle mensen?
- Johannes 3:16 zegt toch “een ieder die gelóóft”? Is dat geen beperking?
- Aion kan inderdaad ‘eeuw’ betekenen maar ‘aionios’ betekent: altijd, eindeloos.
- Zijn alle mensen in Romeinen 5:18 niet degenen die “de overvloed van genade ontvangen” (:17)?
- Zijn de tweede “allen” in 1Kor.15:22 niet slechts allen in Christus? Gelovigen dus?
- Betekent “vooral” in 1Timotheüs 4:10 niet gewoon ‘namelijk’?
- Een mens moet zich toch ook láten verzoenen (2Kor.5:20)?
- Dat God wíl dat alle mensen worden gered betekent toch niet dat dit ook gebeurt?
- Bewijst Mattheüs 25:46 dat de eeuwige straf even eindeloos is als het eeuwige leven?
Delen:
English Blog