GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Gideon (2) – verworpen in vaders huis

29-07-2018 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 29 juli 2018 te Zoetermeer

Gideon is geroepen om Israël te verlossen van zijn vijanden. Maar voordat het zover is moet Gideon eerst iets anders doen. Hij zou het altaar van zijn vaders huis omverhalen en de dienst aan Baäl en de Ashera beëindigen. Deze actie is een zinnebeeld van de tegenwoordige tijd. De ware Gideon, Israëls Messias heeft “het oude verbond”, de godsdienst der vaderen, het Judaïsme beëindigd. Tevens zou Gideon in de plaats daarvan, een nieuw altaar bouwen en een stier (de tweede!) daarop offeren. Dit verwijst naar het nieuwe verbond, waarin het oude verbond is vervuld. Gideon offerde, in strijd met de regels van het oude verbond, maar niettemin op Gods aanwijzing. Dit spreekt van een nieuw priesterschap! Samen met tien man vervangt hij ’s nachts stiekem het oude altaar door het nieuwe. Deze intermezzo in Gideons geschiedenis spreekt van de huidige Joodse afwijzing van haar Messias én van de tijd waarin de ware Gideon in het verborgene opereert – samen met de tien man, een type van de gelovigen uit de natiën.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de geschiedenis van Gideon als een profetisch beeld van de Messias en het nieuwe verbond. Voordat Gideon de vijanden van Israël kan verslaan, moet hij eerst in het verborgene het heidense altaar in het huis van zijn vader slopen en vervangen. Dit symboliseert hoe het oude verbond met zijn offerdienst wordt weggenomen om plaats te maken voor het definitieve, nieuwe verbond. De geofferde tweede, vruchtbare stier wijst typologisch op nieuw leven en de opstanding. Uiteindelijk luidt de ramshoorn de definitieve overwinning in, waarbij aangetoond wordt dat het ware Woord van God tevens daad is.

“Het idee is dat alles van het oude verbond wordt vervuld in het nieuwe verbond. Het oude wordt vervangen door het nieuwe en het oude krijgt vervolgens een nieuwe, definitieve betekenis.”

Introductie en Terugblik: de Ware Gideon en Onze Identiteit in God ↑ hoofdstukken

We gaan deze morgen weer verder met onze serie, nummer twee: een serie over de figuur van Gideon en alles wat daarmee verband houdt. U vindt die geschiedenis in Richteren 6 en 7, en het wordt vervolgens ook nog voortgezet in hoofdstuk 8. Het is dus een uitgebreide geschiedenis van deze richter. De vorige keer hebben we een flinke ruk gemaakt in het hoofdstuk, want we zijn begonnen bij vers 1 en uitgekomen bij vers 25. We hebben toen ook al stilgestaan bij de typologische betekenissen, dat wil zeggen de typen en de beelden die daaronder of daarachter schuilgaan, en hoe alles in dit boek, maar vooral in deze geschiedenis, verwijst naar Hem die zou komen: dé Verlosser van Israël.

Laten we niet vergeten dat al die richters mensen zijn geweest die hun volk, Israël, hebben verlost en vervolgens ook hebben gericht, wat wil zeggen: recht hebben gesproken. Het was een tijd – ik heb daar de vorige keer trouwens ook al even op gewezen – dat Israël nog geen koninkrijk was; dat zou nog even duren. Israël was weliswaar verlost en de verlossing was tot stand gebracht, maar het koninkrijk was nog niet gevestigd. Alleen al als je het op deze manier formuleert, zie je al dat daarin ook een link ligt met de tijd waarin wij nu leven. Dat wil zeggen: de verlossing is tot stand gebracht, maar het koninkrijk moet nog aanbreken. Dit is eigenlijk een intermezzo, een onderbreking in die zin. Je ziet dat principe van de onderbreking telkens weer terugkeren in het boek De Richteren. Het gaat niet zozeer om het koningschap dat gevestigd wordt – voor zover dat aan de orde komt, is dat slechts een randfenomeen – het gaat erom dat Israël verlost wordt door iemand die het volk uit de duisternis trekt. En Israël wordt in de praktijk altijd verlost van vijandige machten; in dit geval was dat ook zo.

Laten we nog eens even terugblikken op wat we de vorige keer hebben gezien, want als je daar toen niet bij was en nu meteen moet aanhaken, dan weet je even niet meer goed waar het over ging. Trouwens, het is ook alweer een heel aantal weken geleden dat we dat besproken hebben – de eerste zondag van juli, drie weken geleden – dus sowieso is het misschien wel nuttig om dat eventjes weer in de herinnering terug te halen. Israël deed wat kwaad is in Gods ogen; dat is eigenlijk een telkens weerkerend refrein in het boek Richteren. Iedere keer weer opnieuw worden er twaalf richteren beschreven. Israël deed wat kwaad is en werd vervolgens overgegeven in de hand van Midian, feitelijk een broedervolk. Ook op dat soort details hebben we de vorige keer al gewezen. De hand van Midian drukte zwaar op het volk en Israël werd zeer verarmd. Daar kwam bij dat Midian ook nog de truc uithaalde door de oogsten te vernietigen, gewoon om Israël op die manier klein te houden. Israël verarmde zeer.

In die omstandigheden lees je dat een engel, een boodschapper van JAHWEH, verschijnt aan Gideon bij de eik – of als u een NBG-vertaling hebt, de terebint, maar dat is gewoon een eik, een embleem van Godstrouw – bij de eik in Ofra. Dat gebeurt terwijl Gideon bezig is tarwe uit te kloppen. Dat is eigenlijk werk dat op de dorstvloer hoort te gebeuren, maar hij deed dat in de wijnpers om daarmee de oogst veilig te stellen. Midian maakte zich immers meester van de oogst of vernietigde deze, en door in de wijnpers tarwe te kloppen, dacht hij zich op deze wijze ook verborgen te houden. We hebben ons vooral beziggehouden met de diepere strekking van deze geschiedenis, en dat zullen we vandaag in het bijzonder ook weer doen. Laat ik meteen heel duidelijk zeggen dat daardoor deze geschiedenis tot leven komt, en dat bedoel ik eigenlijk zo concreet als het maar kan.

Kijk, je kunt van Gideon zeggen dat hij een figuur was uit een ver verleden; pakweg 3200 of 3300 jaar geleden leefde hij hier op aarde, 'along those lines'. Dan zeg je: dat zijn toch geweldige geschiedenissen om te lezen, spannend en boeiend, mooi om op de zondagschool te vertellen. Ja, natuurlijk, maar het komt pas echt tot leven op het moment dat je ontdekt dat het ergens van spreekt, namelijk van Iemand die leeft. Zodat je de vraag zou kunnen stellen: wil de ware Gideon opstaan? Welnu, Die is opgestaan. Hij leeft en alles in deze geschiedenissen spreekt daar ook van. In Gideon zien wij de ware Gideon. Het feit dat hij bezig was tarwe te kloppen in de wijnpers, is niet voor niks.

Wanneer die engel daar in Ofra verschenen is terwijl Gideon daar bezig is, krijgt hij meteen te horen dat hij Israël gaat redden. Dat is nieuws dat Gideon in eerste instantie helemaal niet kan begrijpen, want hij realiseert zich dat hij niet zoveel voorstelt. Hij is zelf de kleinste in de familie en bovendien stelt zijn familie ook al niet zoveel voor in Manasse, zegt hij dan. Maar – en dat vind ik nou zo leuk – dat blijkt dus nooit voor God een geldig argument te zijn. Als je zegt: "Ja maar, ik stel toch niet zoveel voor", dan zegt Hij: "Maar dat is juist de reden waarom Ik jou heb uitgekozen, man!" Dat is goed nieuws. Als we het over een goed bericht hebben: er wordt tegenwoordig heel veel gesproken over het ontdekken van je eigenwaarde. Nou, als je werkelijk je waarde wilt ontdekken, ga jezelf dan zien in het licht van God en wat Hij over jou gezegd heeft. Je moet niet in de spiegel kijken en je moet ook niet aan anderen vragen wat zij van je vinden. Als je je zelfbeeld daarop steunt, dan heb je meteen de verkeerde afslag al genomen. Het gaat erom: wat zegt God over mij? Hoe spreekt Hij mij aan en wie ben ik in Zijn ogen?

In het algemeen, laten we zeggen in traditioneel christelijke kring, is het gewoon, en in ons reformatorische landje in het bijzonder, om jezelf vooral maar te beschouwen als een zondaar, een Adamiet, verloren en doemwaardig. Daar hoort een bepaalde intonatie bij, dat hoort u wel. De grap – wat een heel misplaatst woord is in dit verband – is dat dit op zich niet onwaar is, maar het is een halve waarheid. En u weet: dat is erger dan een hele leugen. Dat is hier ook het geval. Het gaat erom dat God niet alleen maar een eerste Adam kent, maar ook een laatste Adam, de tweede Mens, de definitieve. Als je jezelf gaat zien zoals God je ziet in Hém, dan wordt alles totaal anders en gaat er licht schijnen. In ieder geval: Gideon protesteert dat hij absoluut niet daartoe in staat is, maar God zegt: "Ik heb jou uitgekozen. That’s it." Dat is meer dan genoeg. Vervolgens lees je in de geschiedenis dat Gideon – dat wordt vrij uitgebreid beschreven – een geitenbokje bereidt en bovendien een flinke hoeveelheid ongezuurde broden klaarmaakt. Dat doe je toch ook niet in vijf minuutjes, lijkt mij.

Hoe dan ook, hij zet het vervolgens de boodschapper, de engel, voor op de rots. Alle details hierin – het geitenbokje, de ongezuurde broden, ook de timing daarbij en de rots – het heeft allemaal betekenis. Nogmaals, het gaat nu even om de geschiedenis; als u nog precies wilt weten hoe dat zat, luister het dan gewoon nog eens een keertje na van de vorige keer. Als Gideon die maaltijd bereid heeft, moet hij het vlees met het nat dat hij opgevangen heeft helemaal nat maken. Vochtig maken, zodanig dat het helemaal doorvochtigd is.

Dan lees je dat de engel zijn staf nam en met het uiteinde daarvan de door Gideon bereide maaltijd aanraakte. En wat gebeurt er dan? Die staf is een beeld van opstanding. Vervolgens lees je dat er vanaf de rots vuur verschijnt dat de hele maaltijd verslindt. Dat was lekker, Gideon, dankjewel. Zo neemt God de dingen tot zich. Dat lees je bij de offerdienst in het algemeen: God neemt een offer. Wij eten met mes en vork, als je goed opgevoed bent, maar God zendt vuur en zo neemt Hij dat wat Hem bereid is tot Zich.

Dat is dus wat er gebeurde, en niet alleen dat: bij de gelegenheid dat die maaltijd in één keer zo verslonden wordt door het vuur, verdwijnt de engel uit Gideons ogen. Hoe dat gebeurde? Meestal wordt er gedacht dat een hemelwezen daar onzichtbaar werd. Dat kan, maar het kan ook gewoon betekenen dat daar een man was verschenen die simpelweg wegloopt. Het staat er zodanig dat het er niet eens direct uit af te leiden is. Het woordje 'engel' is natuurlijk ook een beetje suggestief, omdat je dan meteen denkt aan een hemelwezen, maar de Bijbelse gedachte is dat een engel een boodschapper is. Dat kan een hemelwezen zijn, maar dat hoeft niet per se. Die optie ligt open. Hoe dan ook, de engel verdween, daar ging het om.

Wat ik u heb laten zien – en eigenlijk was dat ook de clue – is dat dit offer dat hier gebracht wordt en dat opstijgt, samen met het uiteinde van de staf, spreekt van de dood maar vooral van de opstanding van Jezus Christus, die vervolgens inderdaad ook verdween uit het zicht. Gideon bouwt dan op deze rots een altaar en hij noemde dat altaar 'JAHWEH is vrede'. De Godsnaam wordt daarbij genoemd en dat drukt vrede uit. Dat is precies wat het offer dat hij gebracht heeft, uitbeeldt. In dat offer en wat daarmee gebeurde, wordt vrede tot stand gebracht. Als ik het zo zeg, dan begrijpen we allemaal waar dat van spreekt.

Dat was het eerste gedeelte van dit hoofdstuk, Richteren 6. Dan gaan we nu verder met het vervolg van de geschiedenis. Dat betekent dat we de draad oppakken bij vers 25. En dan lees je dit.

Vers 25: de Vruchtbare Stier en het Theologische Principe van 'de Tweede' ↑ hoofdstukken

En het geschiedde in die nacht dat JAHWEH tot hem zei: neem een vruchtbare stier. Het woordje 'vruchtbaar' hoort er echt bij. Een jonge stier, maar het is vooral vruchtbaar. U moet namelijk weten dat een stier in de Bijbel een belangrijk, eigenlijk ook het grootste offerdier is dat we kennen. Er is sprake van lammetjes, van een geitenbokje, maar bij bepaalde gelegenheden lees je ook over een stier, een var. Het is een offerdier, en in het Hebreeuws is het woord 'par'. Dit woord 'par' betekent eigenlijk gewoon 'vrucht'. Termen als 'pri' en allerlei andere woorden voor vruchtbaar of fruit hebben dit grondwoord. Eigenlijk, als je het woord stier uitspreekt in het Hebreeuws, dan zeg je fruit of vrucht. Men zegt dan wel dat een stier een embleem van vruchtbaarheid was. Natuurlijk, want het woord zelf voor stier is namelijk al vrucht. Het spreekt van nieuw leven, van potentie – en waarom dat dan een stier is, hoef ik u waarschijnlijk niet uit te leggen. Van oudsher is een stier dus een uitbeelding van nieuw leven, van opstandingskracht, van grote kracht en vruchtbaarheid.

Laten we het verhaal weer even goed voor de geest halen. Gideon is geroepen. De engel die deze boodschap gezonden had, is uit het zicht verdwenen en vervolgens spreekt God tot hem in die nacht. Wat moet hij doen? Hij moet een vruchtbare stier nemen die aan zijn vader toebehoorde. Die stier zou daarmee eigenlijk ook een heel andere bestemming krijgen dan wat Gideon hier moet doen – daarover straks meer – en die moet hij gaan offeren. Maar lees nog eventjes dit: dit wordt dus in de nacht tegen hem gezegd. Hij moet een stier nemen, een vruchtbare stier – het wordt nog een keer herhaald – en dan staat er iets heel eigenaardigs bij, wat ook nog eens wordt herhaald: namelijk 'de tweede'.

Het is heel interessant om dat in de verklaringen nog eens terug te lezen, want er wordt van alles over gezegd. Sommigen proberen het weg te vertalen en zeggen dat er in het origineel wel iets anders gestaan zal hebben; ik vind het helemaal mooi worden als men dat suggereert. Hoezo de tweede? Waarom dan? Hij moest een stier hebben, waarbij de eerste vraag dan is: hoezo de tweede? De tweede van wat? De meest voor de hand liggende gedachte is de tweede stier van zijn vader. Maar in ieder geval: waarom niet gewoon een willekeurige vruchtbare stier? Nee, het moest de tweede zijn.

Als je eenmaal iets begrijpt van de Bijbelse typologie, dan wordt het natuurlijk zo klaar als een klontje. Dan begrijp je dat hier een Bijbels principe aan de orde is dat vanaf het begin van de Bijbel tot aan het einde een grote rol speelt, namelijk dat het altijd gaat om 'de tweede'. Het echte, het ware offer is de tweede. Dat geldt niet alleen voor het offer, dat geldt ook voor de mens. Het is niet de eerste mens, maar de tweede mens. Het is niet het oude verbond, maar het nieuwe verbond. Het is niet de eerste hemel en aarde, maar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Enzovoort, enzovoort.

Dit principe wordt in Hebreeën 10 eigenlijk heel mooi samengevat: God neemt het eerste weg om het tweede te stellen. Eigenlijk is de functie van het eerste alleen maar een introductie. Ik zou het nog anders kunnen zeggen: de functie van het eerste is om weggenomen te worden en zo het tweede te doen verschijnen. Kijk naar de verwijzing in 1 Korinthe 15, waar het over Adam gaat. Adam was een levende ziel, maar hij was per definitie al voorhanden bedoeld om weer weggenomen te worden. In zijn plaats zou de laatste Adam komen. Adam was slechts een type, hij was een beeld van de Komende. Toen God Adam schiep, was daarin al besloten: het gaat om degene die na jou komt. Jouw enige functie is om die tweede aan te kondigen; het gaat juist om het wegnemen daarvan.

God neemt het eerste weg. Als u dat in Hebreeën 10 ook naleest, dan gaat het over de offerdienst. De hele Hebreeënbrief gaat daarover: de offers die onder het oude verbond werden gebracht, zouden plaatsmaken voor iets anders, namelijk het ene echte ware offer waar al die andere offers slechts in beeld naar verwezen. Hoe dan ook: bij het eerste gaat het er niet om, het gaat om de tweede. Dat is de definitieve. In de Bijbel, in datzelfde 1 Korinthe 15, wordt er gesproken over niet de eerste mens, maar de tweede mens. Die tweede mens heet dan de laatste Adam. Ik hoor wel eens uitleggers of gelovigen in het algemeen zeggen dat het de 'tweede Adam' is, maar dat is een foutje; zo spreekt de Schrift daar niet over. Het is de laatste Adam. Het is de tweede mens, de laatste Adam. Daar gaat een boodschap van uit, want daarmee is ook gezegd: de tweede is de definitieve. Je zou natuurlijk op het eerste gezicht oppervlakkig kunnen denken dat als het mis kon gaan bij het eerste, het bij de tweede ook weer mis zou kunnen gaan. Nee, de tweede is de definitieve. Verkijk je dus nooit op het eerste, het oude, want dat gaat voorbij – dat is ook de bedoeling. Er wordt overigens nog een kenmerk gegeven van die stier.

Zeven Jaar Oud: de Oplossing van God Bestond Al Vóór het Probleem ↑ hoofdstukken

Het was een vruchtbare stier, de tweede, en van zeven jaar oud. Waarom staat dat er nog weer bij? Je kunt dat via verschillende aanvliegroutes benaderen. Kijk, zeven is in de Bijbel in het algemeen het getal van de volheid. Dat is een open deur intrappen, dat weten we allemaal. Zeven is de volheid van de reeks en bij acht begint er weer iets nieuws.

Maar er zit hier nog iets aan vast, en dat is dat we lezen dat Midian Israël veroverde en het vervolgens zeven jaar onderdrukte. Het is allemaal nog heel gebleven; het is geen Ofra geworden. Ofra, dat heb ik de vorige keer uitgelegd, waar die eik stond, dat was 'puinstof'. Midian heeft zeven jaar Israël onderdrukt en na die zeven jaar is Israël verlost geworden. Dat betekent dus dat op het moment dat Midian Israël veroverde, deze stier werd geboren. Hij was in dit geval zeven jaar oud.

Daar zit deze gedachte achter – en dat is ook een Bijbels principe – dat de oplossing er reeds was toen het probleem begon. Dat was een diepe, hoor! Het is nog sterker: de oplossing was er al, die was er al vóór het probleem. Nog anders gezegd: God had de laatste Adam al in zicht toen de eerste Adam nog moest komen. Het gaat allemaal om die twee.

Dat is precies ook weer de reden waarom we bij aanvang dat lied zongen over de gelukkige God. Bij God gaat er nooit iets mis. Alles wat Hem voor ogen staat, dat gelukt Hem. Van de week las ik nog weer een artikel over de vraag waarom God toelaat dat er zoveel mis is in deze wereld. Dat is in onze beleving dan wellicht zo, maar laat ik u dan dit vertellen: volgens de Bijbel is deze hele schepping aan de ijdelheid onderworpen, aan de dood en de vergankelijkheid. En er staat bij: niet vrijwillig, maar om Hem die haar, deze oude schepping, daaraan onderworpen heeft. Met andere woorden: het is allemaal onder controle. God weet wat Hij doet.

We moeten nu echt verder gaan. Die zeven jaar, ja, die stier moest zeven jaar oud zijn, vruchtbaar. En wat Gideon vervolgens moest doen: hij moest ook gaan slopen. Daar staat het.

Het Baäl-altaar Slopen: de Noodzakelijke Afbraak van het Oude Verbond ↑ hoofdstukken

"Sloop het altaar van de Baäl dat van je vader is." Realiseer je dat Gideon zich feitelijk in een vijandige omgeving bevond; een omgeving die godsdienstig vasthield aan allerlei gewoonten die tegen God ingingen. Als ik het zo zeg, zou Gideon de godsdienst van zijn vader slopen. Laat ik u meteen vertellen waar dat van spreekt: Gideon is een beeld van de Heer Jezus Christus. Hij zou Israël gaan verlossen, maar wat we nu bespreken is eigenlijk weer een onderbreking in Gideons geschiedenis. Je zou verwachten dat Gideon, nu hij geroepen is en de Midianieten in het land waren, direct Israël zou gaan redden en de vijanden zou verjagen en verslaan. Dat gebeurt ook wel, maar eerst moet er iets anders gebeuren. Hij moest eerst orde op zaken gaan stellen in zijn vaders huis. Hij moest iets doen wat helemaal niet populair was in zijn eigen familiekring, onder zijn broeders om zo te zeggen: hij moest de godsdienst waar zij aan vasthielden, slopen.

Ook hiervan kun je direct zeggen dat dit een plaatje is van het hele heilshistorische verhaal. De Heer Jezus Christus is gekomen als de Verlosser; Hij is bestemd om Israël te verlossen en om de overwinning te behalen over alle vijanden van Israël. Jawel, maar eerst gebeurt er iets anders, en dat is dat Hij de godsdienst van Zijn vaderen gaat slopen en tenietdoen. Als u daar meer over wilt lezen, raad ik u aan het Nieuwe Testament eens te lezen, bijvoorbeeld de Evangeliën. Hoe vernietigend is de Heer Jezus in Zijn uitspraken geweest over wat het Jodendom heeft gedaan? Hoe ze het oude verbond geconserveerd hebben en daar aan vasthielden, terwijl onder het oude verbond juist een nieuw verbond was aangekondigd? Men zou moeten uitkijken naar de Messias die het nieuwe verbond zou laten aanbreken, maar wat men deed, was vasthouden aan het oude, bovendien aangevuld met allerlei leringen van mensen. De Heer Jezus is daar vernietigend over geweest. Hij sloopte inderdaad de godsdienst in Zijn vaders huis, onder Zijn broeders, onder Zijn eigen volk. In de brieven wordt dat vervolgens toegelicht: de Heer Jezus was geboren onder de wet, maar waarom? Om hen die onder de wet waren vrij te kopen en hen daarvan vrij te maken.

Terug naar de geschiedenis van Gideon: "Sloop het altaar van de Baäl dat van je vader is en hak de Asjera die daarop is om." Er worden hier twee afgoden genoemd: de Baäl en de Asjera. Het woord 'Baäl' betekent in het Hebreeuws simpelweg 'eigenaar' of 'heer'; het is mannelijk. De naam 'Asjera' heeft te maken met het Hebreeuwse woord voor gelukkig, maar het blijkt uit de uitgang dat het vrouwelijk is; het is een godin. In de vertalingen komt het niet altijd even duidelijk naar voren, maar er staat letterlijk dat de Asjera zich op de Baäl bevond. Hoe je dat precies moet voorstellen is de vraag, maar in ieder geval was het het vrouwelijke op het mannelijke. De mannelijke godheid was hier uitgebeeld in hout, want het moest omgehakt worden. In het huis van de vader stond dus een altaar voor Baäl en Asjera. U moet zich daarbij realiseren dat de afgodendienst in het land van de Kanaänieten door en door seksueel van aard was. Prostitutie maakte daar een vast onderdeel van uit. Afgodendienst en hoererij gaan in de Schrift altijd hand in hand. Soms wordt dat weggedaan omdat het in onze oren niet netjes klinkt, maar denk bijvoorbeeld aan de Baäl-Peor uit de geschiedenis van Bileam. Baäl-Peor betekent letterlijk 'de heer van de opening'. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te begrijpen dat dit een puur seksuele term is. De hele afgodendienst was een uitbeelding van de oerkracht van de seksualiteit en het voortbrengen van nieuw leven. Ook in het heidendom heeft men zich altijd gerealiseerd dat alles in deze wereld is gebaseerd op het mannelijke en het vrouwelijke, en op het wonder dat daarin plaatsvindt. De natiën zijn daarmee op hol geslagen, maar het idee dat seksualiteit een goddelijk geheim bewaart en uitbeeldt, lag ten grondslag aan de vruchtbaarheidsriten die zo'n enorme rol speelden.

Dat zie je hier dus ook: Baäl en Asjera vormden een echtpaar. Daarmee zijn we weer terug bij af, want het is eigenlijk ook een uitbeelding van het oude verbond. Ook dat is mannelijk en vrouwelijk; het oude verbond wordt zelfs op allerlei manieren beschreven als een huwelijksverbond. Wat Gideon te doen stond, was deze stier nemen, die vruchtbare stier, en vervolgens het altaar in zijn vaders huis slopen. Daarna bouwt hij een altaar voor JAHWEH. "Bouw dan een altaar voor JAHWEH jouw God, op de top van dit bolwerk en breng het in gereedheid." Met andere woorden: waar het altaar van Baäl en Asjera stond, wordt een nieuw altaar opgericht, maar nu voor JAHWEH. Hier zien we meteen de vervulling: het oude wordt nieuw. Het oude waar Israël aan vasthield, het judaïsme, wordt vervangen door iets nieuws. Dat is wat Gideon moest doen. Hij moest een altaar bouwen op de top van het bolwerk waar op dat moment nog steeds het oude altaar van Asjera en de Baäl stond. Dat zou hij in gereedheid brengen en dan staat er: "Neem dan de vruchtbare stier, de tweede." Ziet u dat? Voor de tweede keer wordt hier gezegd: het is de tweede. "Neem dan de vruchtbare stier, de tweede, en offer het ten brandoffer." Nu zou je de vraag kunnen stellen...

Gideon Offert als Priester: Nieuw Leven Naar de Ordening van Melchizedek ↑ hoofdstukken

Maar wacht eens even, Gideon: jij bent toch geen Leviet? Jij komt toch niet uit de stam van Levi; jij komt uit de stam van Manasse. En dan toch priesterlijk werk doen? Hoe kan dat? Je kunt dit natuurlijk ethisch benaderen en je afvragen of Gideon dit wel mocht. Eigenlijk is het precies omgekeerd: Gideon mocht dit niet alleen, hij moest dit doen. Dit wordt hem namelijk opgedragen. Maar de vraag is dan wel of dit in overeenstemming is met het oude verbond. Nee, met het oude verbond feitelijk niet. Maar daar zie je ook meteen waar het een uitbeelding van is, namelijk van het nieuwe verbond.

We gaan die moeite vanmorgen niet helemaal nemen, want dan zou je het Nieuwe Testament — en met name de Hebreeënbrief — moeten gaan lezen. Daar staat dat er vandaag een Priester is die uit de stam van Juda komt. De schrijver van de Hebreeënbrief merkt op dat er van de stam van Juda nooit is gezegd dat daar een priesterlijke taak aan was toevertrouwd. Dat klopt, en dat wordt daar uitgebreid uitgelegd. Dat komt omdat wij een andere Priester kennen: een Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek. Die Priester is dat niet op grond van Zijn afkomst, maar op grond van heel andere kwaliteiten, namelijk van nieuw leven.

Ik heb er nu bijna een beetje moeite mee, want terwijl ik dit zeg, denk ik: ik zou eigenlijk een heleboel andere dingen nu ook moeten uitleggen. Maar dan zouden we Hebreeën 7 moeten gaan lezen en dat voert veel te ver. Ik zou zeggen: neem die moeite eens en zie hoe dat in de hoofdstukken 7 en 8 van de Hebreeënbrief beschreven wordt. Wij kennen een Priester die het niet is op basis van Zijn afkomst, maar op basis van het feit dat Hij onvernietigbaar leven tot stand gebracht heeft. Zijn opstanding uit de doden maakt Hem Priester.

En ik zal het nog mooier vertellen: dat staat al in het Oude Testament aangekondigd, in de Psalmen bijvoorbeeld. Daar werd voorzegd dat er iemand zou komen, de Messias, die Koning en Priester zou zijn naar de ordening van Melchizedek. Je kunt je natuurlijk nog de vraag stellen wie Melchizedek was, maar dat voert nu helemaal te ver. In ieder geval was die Melchizedek geen Leviet, dat kan ik u wel verklappen. Het zijn prachtige dingen.

U ziet: is dit nou een preek, André? Nee, het is geen preek; we nemen een duik in het Woord. We gaan de diepte in en dan stuit je op de figuur van Gideon. Hij moest Israël verlossen, maar eerst gebeurt er iets anders, een onderbreking in de geschiedenis. Eerst moet hij orde op zaken gaan stellen in zijn vaders huis. Hij moet de godsdienst in zijn vaderlijk huis slopen en vervolgens gaan offeren, wat hij naar de maatstaven van het oude verbond eigenlijk helemaal niet mocht. Nee.

Maar dan begrijp je meteen waar het werkelijk over gaat. In ieder geval zou hij een brandoffer offeren. U weet wat een brandoffer is, toch? Meestal zegt men bij de offerdienst dat het betekent dat een dier wordt geslacht en dat spreekt van het kruis van Golgotha. Dat weet men meestal nog wel. Maar nu even iets anders: als zo’n stier geslacht werd, was het nog geen offer. Dat was noodzakelijk vóór het offer, maar het was nog niet het offer zelf. Het offer vond plaats nadat die stier — of welk type dier dan ook — geslacht was. Eerst werd het dier geslacht en daarna werd het verhoogd, en steeg het op tot God als een liefdelijke reuk.

Waar spreekt dat van? Het offer spreekt niet van Jezus’ dood; dat is de slachting. Het offer spreekt van wat er ná de slachting plaatsvond, namelijk toen Hij verrees. Toen Hij opsteeg. Dat is voor God een liefdelijke reuk. Een brandoffer betekent eigenlijk een 'offer van opstijging'. Hij steeg op uit het graf. Dat is wat er gebeurde: nieuw leven! De offerdienst spreekt in de hele Schrift van dat nieuwe leven. En dat is precies wat ik eerder vanmorgen aanwees toen ik zei dat in deze geschiedenis alles tot leven komt. Deze geschiedenis gaat leven. Natuurlijk spreekt het van Hem die opgestaan is uit de dood, op allerlei manieren.

Hoe dan ook, deze Gideon zou die tweede, vruchtbare stier nemen en deze als brandoffer offeren met het hout van de Asjera die hij moest omhakken. Dat betekent dus dat al die bestanddelen van die oude godsdienst nu een nieuwe betekenis krijgen en worden opgenomen in het nieuwe altaar. De attributen van het oude altaar moesten vervolgens dienstdoen in het nieuwe altaar. Als je eenmaal de lijnen hebt getrokken, is het een kwestie van het plaatje verder inkleuren, en dat kunt u zelf wel.

Het idee is dat alles van het oude verbond wordt vervuld in het nieuwe verbond. Het oude wordt vervangen door het nieuwe en het oude krijgt vervolgens een nieuwe, definitieve betekenis. Dat is wat Gideon moest doen. Hij moest het oude omverhalen, maar vervolgens wel alles gebruiken in het nieuwe. Dat is wat Jezus ook zei toen Hij hier op aarde was: Hij is gekomen om de wet en de profeten te vervullen. En dat heeft Hij ook gedaan; Hij heeft het tot volheid gebracht. Waar sprak de wet van? Dat er iets nieuws zou komen. Dat is wat de Messias doet en heeft gedaan. Dit alles werd tegen Gideon gezegd in de nacht. Niemand hoorde het, en Israël wist er nog niets van.

Tien Mannen: de Gelovigen uit de Natiën Voegen Zich bij de Judese Man ↑ hoofdstukken

Toen nam Gideon tien mannen van zijn dienaren en deed zoals JAHWEH tot hem gesproken had. Ja, tien mannen. Dat is een mooie bijbelstudie op zich. Als u het eens nazoekt in de concordantie, dan ziet u dat dit getal vaker voorkomt. Ik zeg dat toevallig trouwens, maar je komt het vaker tegen in de Bijbel, die tien mannen. In de geschiedenis van Boaz lees je het bijvoorbeeld ook. Hoezo tien mannen? Nou, daar is heel veel over te melden, maar laat ik even de korte route nemen.

Die tien mannen zijn een type van de gelovigen uit de natiën die zich voegen bij de ene Man uit Juda. Dat klinkt misschien heel cryptisch, en dat is het ook, maar ik neem u even mee naar Zacharia 8. Daar staat dit — en het is trouwens een tamelijk bekend bijbelvers: "Zo zegt JAHWEH van de legermachten: In die dagen zullen tien mannen uit de volkeren van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, iemand uit Juda, en zeggen: Wij willen met u gaan, want we hebben gehoord dat God met u is."

Hoezo tien man? Wel, die tien man zijn mannen uit de natiën en zij voegen zich bij een man uit Juda, bij een Judeese man. Waarom? Omdat ze hebben gehoord dat God met hem is. Wat er hier in de geschiedenis van Gideon gebeurt, is dat hij in zijn vaders huis sloopwerk moest gaan doen. Dat zou hem niet in dank worden afgenomen, dat wist Gideon natuurlijk ook wel. Daarom deed hij het ook in de nacht. Dat werk heeft hij gedaan samen met tien man die zich bij hem voegden.

Dat spreekt van de tegenwoordige tijd, de onderbreking in de heilsgeschiedenis. Voordat de verlossing voor Israël tot stand gebracht wordt, is er een Gideon die verworpen wordt in zijn vaders huis, die priesterlijk werk doet en die verenigd is met tien man. Dat is inderdaad een beeld van de Ecclesia, de verzameling uit de natiën. U zegt misschien: "Ja, maar dat was toch verborgen in het Oude Testament?" Jazeker, maar waarin dan? Nou, in zo'n geschiedenis bijvoorbeeld. Daar zie je het daarin verborgen. En als je eenmaal het Nieuwe Testament kent, dan ontdek je zulke geheimen en verborgenheden.

Toen nam Gideon dus tien man van zijn dienaren en deed zoals JAHWEH tot hem gesproken had. En omdat hij het huis van zijn vader en de mannen van de stad vreesde, deed hij het 's nachts. Die vrees was niet zozeer angst, maar voorzorg. Dat is zoiets als wanneer ik zeg: "Ik vrees dat het vanmiddag gaat regenen." Dat betekent niet dat je er bang voor bent, maar het betekent dat je vermoedt dat het gaat gebeuren en dus je maatregelen neemt. Met die overweging deed hij het niet overdag, maar 's nachts, oftewel toen niemand het kon zien. Het was allemaal verborgen; het is prachtig om dat zo te zien.

Gideon bevindt zich dus in het huis van zijn vader, maar feitelijk in een heel vijandige omgeving. Hij ging iets doen wat als een daad zou worden beschouwd waarvoor hij zelfs ter dood gebracht zou kunnen worden. Vanwege de vijandschap in het huis van zijn vader bouwt Gideon een nieuw altaar, en dat doet hij 's nachts, in het verborgene, terwijl niemand het ziet.

Opnieuw zeg ik: ligt dit niet helemaal in de lijn van wat we vandaag in deze tegenwoordige tijd meemaken? Het oude verbond, daar is hardhandig een einde aan gekomen — ik kom daar straks nog even op terug. Wat de Heer vandaag doet, is werk in de verborgenheid. Het is priesterlijk werk; geen koninklijk werk, maar priesterlijk werk. Dat is wat Hij doet. Maar goed, terug naar de geschiedenis.

De Ontdekking in de Ochtend: het Profetische Einde van de Joodse Tempeldienst ↑ hoofdstukken

Toen nu de mannen van de stad ’s morgens vroeg opstonden, zie, het altaar van de Baäl was afgebroken. Er was van hun godsdienst niets overgebleven. Waar dat van spreekt, lijkt mij niet zo moeilijk, want we vinden daar een heel Bijbelboek over en dat is de Hebreeënbrief. Dat gaat erover dat het oude verbond inmiddels oud geworden is en dat het ook beëindigd zou worden en definitief tenietgedaan zou worden.

En dat is gebeurd in het jaar 70. Precies veertig jaar, een generatie na de dood en opstanding van de Heer Jezus Christus, is de hele Joodse staat in die dagen beëindigd. De stad is in vlammen opgegaan en er is geen steen op de andere gebleven van de tempel. God heeft ook op een hardhandige wijze een einde gemaakt aan het embleem van het oude verbond, namelijk die tempel en die offerdienst, de priesterdienst en alles wat daarbij hoorde.

Dat werd de Messias en zijn beweging natuurlijk niet in dank afgenomen. Nee, dat was een regelrechte aanslag op de familie van de Messias — ik bedoel, op het Joodse volk. Dat is ook zo, want wat lees je dan? "Toen nu de mannen van de stad ’s morgens vroeg opstonden, zie, het altaar van de Baäl was afgebroken en de Asjera daarop was omgehakt. En de vruchtbare stier, de tweede, was geofferd op het gebouwde altaar." Dat nieuwe altaar. En ze zeiden de een tot zijn naaste: "Wie heeft deze daad gedaan?" Dat wisten ze niet. Ze doen navraag, maar eerst nog even dit.

Ha-dabar: de Absolute Eenheid en Daadkracht van Gods Woord ↑ hoofdstukken

Er staat hier het woord 'daad', maar in het Hebreeuws staat hier gewoon het woord ha-dabar. En dabar, als je daar normaal gesproken een vertaling van vindt, dan wordt er gezegd: dabar betekent 'woord'. Maar kijk het maar eens na hoe het heel dikwijls vertaald is. Dabar is woord, ja, maar ook daad. Wij maken daar een onderscheid tussen en dat is ook heel logisch, want voor de mens is er een heel groot verschil. De mens zegt zoveel, maar die woorden zijn krachteloos. In het Hebreeuws echter is het woord voor 'woord' — en onthoud dit goed, want wat ik nu zeg is zo essentieel, ook in de praktijk — het woord dabar hetzelfde als het woord voor 'daad'.

Wij zeggen vaak: "Geen woorden, maar daden." Dat zeggen ze dan vooral in Rotterdam. Maar de Schrift zegt, of God zegt: "Mijn woord is daad." Als God iets zegt, dan gebeurt er ook wat. God zei: "Er zij licht," en er was licht. Dat hele onderscheid tussen woord en daad dat wij maken, kent het Hebreeuws dus niet eens. Het is één. Het is hetzelfde. En dat is een geweldige gedachte. Het is ook een zoete gedachte, moet ik ineens aan denken, want dabar heeft ook nog alles te maken met een bij die honing produceert: Deborah.

Daarom zeggen mensen soms: "Ja, dat woord, weet je wel, het gaat mij om de daden." Hoe vaak hoor ik christenen niet zeggen: "Het gaat niet om het woord, het gaat om de daden." Wat een onzin! Dan ken je het Woord nog niet. Het Woord van God is daad; er is niets praktischer dan het Woord tot je te nemen. Het geeft je kracht, het geeft je vreugde, het geeft je leven, het geeft je toekomst. Kortom, God zegt: "Er is licht," en dan is er licht. Alles wat van betekenis is, is gelegen in het Woord. Het meest praktische wat je in je leven kunt doen, is het Woord tot je nemen.

Dat begon al bij Gideon, die te horen kreeg: "Jij dappere held, jij gaat Israël redden." Dat was Gods woord. Dat is jouw identiteit, Gideon. En ga daar niet tegen strubbelen. Nee, God had dat gezegd en dus gaat het ook zo gebeuren. Gods Woord is zo'n kracht. In Hebreeën 4 vers 12 staat: "Het Woord Gods is levend en krachtig, en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en scheidt van ziel en geest, van gewrichten en merg." Dat is de power van het Woord van God. Het beste wat een mens kan doen, is het Woord tot zich nemen. Als je krachteloos bent, neem het Woord tot je. Als je een venster op de toekomst wilt hebben — we hebben het zojuist ook gezongen — neem de Schrift tot je. Ben je hopeloos? Neem het Woord tot je. Dat is geen theorie. Ja, je kunt erover theoretiseren en dan heb je er geen bal aan. We praten niet óver het Woord, je neemt het Woord tot je. En al het andere betekent niets, volstrekt niets.

Want dan krijg je inderdaad het mensenwoord. Ach, dat is zo vluchtig. Het wordt gesproken en je kunt het eventueel vastleggen. Je kunt dat woord drukken op papier, maar dan heb je de volgende dag weer een heel pak papier nodig. Ik bedoel de krant. Ja, ik moet uitkijken, want er zitten journalisten onder ons, maar zo vluchtig is het mensenwoord.

De inwoners van de stad zeiden, om even terug te keren naar de tekst, de een tot de ander: "Wie heeft deze daad gedaan?" Dabar. En toen zij navraag deden, zeiden zij — want ze moesten het even checken: "Gideon, de zoon van Joas, heeft deze daad gedaan." Leuk hè? Want Gideon — vorig jaar heb ik er al even op gezinspeeld — betekent namelijk 'houthakker'. Dat is precies wat hij gedaan had. Gideon, wie heeft dit hout omgehakt? Zou dat misschien niet de houthakker zijn? Nou, ik denk eerlijk gezegd het omgekeerde. Ik vermoed — dat is trouwens nog een kwestie apart — dat Gideon uiteindelijk gewoon een latere naam van hem is geweest. En anders is het profetisch bedoeld, dat hij bij zijn geboorte die naam al meegekregen heeft. Ik kan daar op dit moment geen uitsluitsel over geven, maar in ieder geval heette hij 'Houthakker'. Wie heeft deze daad, dit woord, gedaan? Nou, dat is de zoon van Joas. Jawel, hij is krachtig.

En de mannen van de stad zeiden tot Joas: "Breng je zoon naar buiten." Ze hebben navraag moeten doen, maar Gideon was verborgen. Leuk hè? Gideon was verborgen. Waar is hij dan? Hij moest naar buiten komen, want hij moest sterven. De mannen van de stad zijn hier een type van Jeruzalem, dat dit ook met de opgewekte Christus gedaan heeft. Ze hebben niet alleen Jezus gekruisigd, maar later hebben ze ook... Dat is de geschiedenis van het boek Handelingen. Ze hebben de Zoon van God opnieuw gekruisigd, want toen werd de opgewekte Messias aan hen gepredikt. En wat hebben ze toen gedaan met die beweging? Ja, er was een exponent van, namelijk Saul — Shaul — die de Zoon van David verwierp en vervolgde. Hij was de man van het Jodendom, maar hij vervolgde hen als vertegenwoordiger van de stad Jeruzalem, van het Sanhedrin. De Messias-Gideon.

U merkt wel dat wat ik nu doe, het voortdurend door elkaar weven van lijntjes is tussen Gideon en de ware Gideon. De mannen van de stad zeiden tot Joas: "Breng je zoon naar buiten, want hij moet sterven, omdat hij het altaar van Baäl heeft afgebroken en de Asjera die daarop was heeft omgehakt." Nu moet Gideon sterven terwijl hij — en dan bedoel ik uiteraard in beeld, in type — nu juist de dood heeft overwonnen. Want ik heb u zojuist uitgelegd dat het hele offer, dat altaar, de priesterdienst en die rots waar we het al over hadden, alles spreekt van nieuw leven na de dood. Wel, dat is trouwens ook de essentie van dat nieuwe verbond, het definitieve, het tweede. Maar goed, Gideon moet sterven.

Joas Verdedigt Zijn Zoon: de Rechtszaak en de Nieuwe Naam Jerubaäl ↑ hoofdstukken

Joas neemt het op dat moment, eigenaardig genoeg, op voor zijn zoon. Hij zei tot allen die bij hem stonden: "Willen jullie twisten, rechten pleiten en een rechtsstrijd voeren voor de Baäl? Willen jullie hem redden?" Je hoort hier in feite dezelfde woorden als van een wijze man uit het Sanhedrin in Jeruzalem. Die zei dat ook toen de apostelen daar voorkwamen en over de opgewekte Christus predikten. Men wilde die mannen toen ook ombrengen, maar Gamaliël zei: "Doe dat nou niet. Want als het niet uit God is, zal het vanzelf wel verdwijnen. Willen jullie soms tegen God strijden?"

Dat is precies wat Joas, de vader van Gideon, hier ook zegt: "Willen jullie nou voor de Baäl twisten? Willen jullie hem redden?" Hij voorzegt zelfs nog iets anders en zegt: "Wie voor hem twist, zal nog deze morgen ter dood worden gebracht. Indien hij een god is, laat hij dan voor zichzelf twisten, omdat zijn altaar is afgebroken." Ik zei al eerder dat dit het hele thema is van de brief aan de Hebreeën, namelijk dat inmiddels het oude verbond was beëindigd. De Messias is gekomen en Hij heeft iets nieuws aan het licht gebracht. Hij is opgewekt uit de doden, Hij is Israëls Messias, Hij is de Priester in het verborgen heiligdom en straks gaat Hij als Koning inderdaad Israël bevrijden.

Tegelijkertijd wordt er echter gezegd dat het hele heiligdom van het oude verbond en de oude godsdienst teniet zal worden gedaan. Daar gaat die Hebreeënbrief over. Dat hele altaar wordt gewoon omgehakt, afgebroken en gesloopt. Daarom noemde men hem op die dag Jerubaäl. Ik had het zojuist over Gideon als 'houthakker', maar hij kreeg ook een bijnaam: Jerubaäl. Je zou kunnen denken dat Gideon de bijnaam is, maar nee, Jerubaäl is de bijnaam die hij krijgt.

Jerubaäl betekent: "Baäl twist met hem". Baäl fungeert hier als een type van het oude verbond dat beëindigd werd en tenietgedaan zou worden, terwijl het judaïsme juist vasthoudt aan dat oude. Er staat ook specifiek bij dat men hem Jerubaäl noemde omdat men zei: "Baäl twiste met hem, omdat hij zijn altaar had afgebroken." Nu krijgt de geschiedenis een wending, want nu lijken we alsnog bij de ontknoping te komen: Gideon die daadwerkelijk de strijd gaat aanbinden. Dat is wat hier nu wordt beschreven.

Vers 33: de Vijanden Verzamelen Zich in de Vlakte van Jizreël (harmageddon) ↑ hoofdstukken

Met vers 33, "En geheel Midian en Amalek...", begint er weer een nieuw hoofdstuk. Daarmee was het hele voorgaande feitelijk een onderbreking. Gideon was geroepen om Israël te verlossen, maar wat moet er eerst gebeuren? Wel, eerst het een en ander in het huis van zijn vader. Dat altaar moest afgebroken worden en een nieuw offer, een nieuw altaar, zou daar aangebracht worden.

En wat gaat er vervolgens gebeuren? Geheel Midian en Amalek en de zonen van het Oosten verzamelden zich tezamen en staken over – dat wil zeggen over de Jordaan – en ze legerden zich in de vlakte van Jizreël. In die vlakte in het noorden van Israël, een hele grote vlakte, zie je trouwens opnieuw hoe profetisch dit alles is. De strijd die Gideon daar zou gaan leveren in de vlakte van Jizreël is een plaatje van de strijd die binnenkort gaat plaatsvinden, weer op exact dezelfde locatie. Dan heet het namelijk Har-Magedon.

Har-Magedon is de berg bij Megiddo, gelegen bij de vlakte van Jizreël. Je leest in het boek Openbaring – we komen daar trouwens een volgende keer nog op terug – dat de volkeren zich tegen Israël zullen verzamelen en dat zij zich zullen verzamelen in de vlakte van Jizreël, dat wil zeggen bij Har-Magedon. Dat is algemeen bekend; de term Har-Magedon is vandaag de dag zelfs min of meer een metafoor, maar feitelijk is het een geografische plaatsaanduiding. Het is de beschrijving van die vlakte waar God straks vanuit de hoogte gaat neerhouwen; dat is wat Har-Magedon eigenlijk ook letterlijk betekent.

Ik wil maar zeggen: de strijd die Gideon nu gaat aanvangen, is profetisch voor de strijd die binnenkort zal gaan plaatsvinden als de Messias het daadwerkelijk gaat opnemen voor Zijn volk. Dat gaat gebeuren. Wij leven nu in die onderbreking waarin Hij verborgen is in de nacht, Zijn priesterlijk werk doet en verworpen wordt in het huis van Zijn vader. Maar het loopt hierop uit. Afijn, eerst nog die volkeren die zich daar verzamelen in de vlakte van Jizreël, en dan lees je...

Gekleed met de Geest: de Ramshoorn Luidt de Definitieve Overwinning in ↑ hoofdstukken

En de Geest van Yahweh bekleedde Zich met Gideon. Zo staat het er letterlijk. Als u het in de Statenvertaling leest, dan staat er – heel mooi: "Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan en hij blies met de bazuin." Hij toog Gideon aan. Letterlijk wordt daar het beeld gebruikt van een kleed. Niet zozeer Gideon wordt bekleed; nee, de Geest van Yahweh bekleedde Zich. Dat wil zeggen: de Geest van Yahweh trok het gewaad aan van Gideon. Gideon was eigenlijk het gewaad van de Geest. God Zelf verschijnt geestelijk in Gideon, in die vorm. We zeggen toch: "kleren maken de man"? Dat is precies ook wat er gebeurt. De Geest verschijnt, maar geest kun je niet zien. Nee, maar Hij kan Zich wel bekleden, en dan komt Hij in de vorm van, in de omhulling van Gideon. Dat is wat hier staat: "En de Geest van Yahweh bekleedde Zich met Gideon." Daar klinkt al enorme power uit.

En hij, Gideon, blies de shofar, de ramshoorn. Als het u nog niet duidelijk was dat deze geschiedenis profetisch is, dan zou hier toch wel een belletje moeten gaan branden. Wat vindt u? De ramshoorn is in de Schrift bij uitstek een type, een uitbeelding van de terugkeer van Christus. Dan zal bij allerlei gelegenheden trouwens de bazuin gaan klinken. Dat is in de eerste plaats een uitbeelding van het verzamelen van het volk, maar dat niet alleen: het is ook een uitbeelding van het feit dat de Koning gaat ingrijpen en overwinnen. Een aankondiging van de overwinning. De ram is geslacht, jawel, en wat er van hem is overgebleven, is de hoorn: een beeld van koningschap.

De Geest van Yahweh bekleedde Zich met Gideon en hij blies de ramshoorn. En Abiëzer – dat is het huis, het geslacht van Gideon – werd opgeroepen hem te volgen. Dat is eigenaardig, want tot voor kort was dat geslacht nog vijandig, en nu volgen ze Gideon. Er is iets gebeurd, er heeft een omkeer plaatsgevonden. Men was immers aanvankelijk van plan om Gideon om te brengen, en nu wordt Abiëzer opgeroepen hem te volgen. En ze doen dat trouwens ook.

Niet alleen zij, maar ook de andere Israëlieten volgen hem. Want er staat: "Ook zond hij boodschappers uit in geheel Manasse dat ook werd opgeroepen hem te volgen. En ook zond hij boodschappers uit in Aser en in Zebulon en in Naftali." Dan krijg je dus dit, want hier heb je de vlakte van Jizreël. Hier woonde Manasse, ook aan het Overjordaanse, en hier heb je Zebulon, Naftali en Aser. Kortom, het was feitelijk in die dagen een regionale strijd; niet alle stammen van Israël waren erbij betrokken. Maar het idee is: de Israëlieten worden verzameld om zich vervolgens daar te legeren en Gideon na te volgen.

Ze gingen hen tegemoet – dat wil zeggen: die vijandige volkeren. Israël wordt nu verzameld. Ze volgen nu toch Gideon. Eerst waren het vijanden, nu volgen ze Gideon en wordt de strijd aangebonden. Hen tegemoet, dat wil zeggen: al die vijandige volkeren. We zullen in het komende hoofdstuk gaan lezen dat die inderdaad in de pan gehakt worden, want zo zal het uiteindelijk eindigen. Dit is de strijd waarin Gideon zich daadwerkelijk als Israëls redder zal betonen. Dat gaat vervuld worden.

Waar we het deze ochtend eigenlijk over gehad hebben, is eerst nog iets anders: een onderbreking. Ik ben er deze morgen expres over uitgeweid. Waarom? Omdat het allemaal spreekt van de tegenwoordige tijd. Gideon is geroepen en hij gaat Israël redden, jawel, maar nu eerst dat priesterlijke werk in zijn vaders huis. De afbraak van het oude en het brengen van iets nieuws daarvoor in de plaats. En ook die afwijzingen in zijn vaders huis nog: verworpen in vaders huis. Je zou het eens na moeten vragen aan Jozef; die kon erover meepraten. Je zou het na kunnen vragen aan David. Hoevelen in de Bijbel niet? Het is altijd datzelfde fenomeen. Maar uiteindelijk gaat hij toch dat doen waartoe hij ook bestemd is.

Dat is wat ik u vanmorgen graag wilde vertellen. En dat betekent trouwens dat we de volgende keer de geschiedenis verder gaan bespreken. Er is dan trouwens weer een onderbreking – ja, het is heel eigenaardig – maar dan gaan we het hebben over het wollen vlies op de dorsvloer.

🎧 Gideon (2) – verworpen in vaders huis
Delen: