GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Psalm 139 (2)

05-08-2018 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 5 augustus 2018 in Den Haag

Onmiskenbaar spreekt Psalm 139 over de Zoon van David. Over de unieke wijze waarop GOD hem in de moederschoot heeft gevormd. En hoezeer hij zich herkend heeft in de boekrol, de Schrift, en daardoor wist wat hem te doen stond. Maar ook hoe GOD straks middels hem, de goddeloze terecht zal stellen en een nieuwe aeon zal doen aanvangen.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie over het tweede deel van Psalm 139 benadrukt de profetische en Messiaanse dimensie van dit Bijbelgedeelte. De nadruk ligt op de unieke verwekking van de Zoon van God en Zijn centrale rol in Gods onfeilbare heilsplan. De psalm illustreert dat alle dagen van de Messias, inclusief Zijn vorming in de laagste delen van de aarde en Zijn opstanding, vooraf precies in Gods boekrol stonden opgeschreven. De spreker toont aan dat God alle gebeurtenissen regisseert zonder over te schakelen op een plan B. Uiteindelijk mondt dit uit in het oordeel over de volkeren en de vestiging van het komende wereldtijdperk.

“Er is een God en Hij plaatst alles; Die schakelt niet over op plan B of C. Hij verkondigde van den beginne al de afloop.”

Terugblik: de Messiaanse Betekenis en Chiastische Structuur ↑ hoofdstukken

Goedemorgen vrienden, ik ben blij dat ik hier wederom mag zijn, zoals twee weken geleden ook het geval was. Dat schiep de mooie gelegenheid om eens een korte serie te maken, namelijk om in dit geval een Bijbelhoofdstuk te bespreken dat een beetje al te veel was om in één keer te doen, maar dat zich er heel goed voor leent om in twee keer te bespreken. We hebben het over Psalm 139, deze hele bekende psalm, mag ik wel zeggen. Maar tegelijkertijd, en dat is wat ik de eerste keer heb hopen duidelijk te maken, heb ik daarin ook naar voren gebracht hoe onbekend deze psalm eigenlijk ook is als het gaat om de profetische betekenis en de Messiaanse rol die zij speelt. Dat wil zeggen: het verwijst naar Hem die zou komen. Het is een psalm die Davidisch is, geschreven en gecomponeerd door David, maar zij schrijft en spreekt over de Zoon van David. Dat was de optiek, het oogpunt van waaruit we deze psalm met name ook hebben gelezen.

Deze psalm is vooral bekend omdat het God beschrijft en bezingt — dat is eigenlijk een beter woord — in Zijn enorme grootheid, in Zijn alwetendheid en in Zijn alomtegenwoordigheid. Dat is een term die je niet zo in de Bijbel vindt, maar Hij is waar ik ben; daar is Hij. Al ging ik naar het uiterste van de zee, zoals we straks ook nog zullen lezen, dan is Hij daar. Dat wil zeggen dat God jou nooit kwijtraakt; Hij vindt jou altijd. Ook Zijn almacht wordt daarin bezongen, wat we straks trouwens ook zullen zien.

Het is goed om nog even wat te vertellen over de structuur van de psalm. Ik ga uiteraard niet herhalen wat ik al gezegd heb, maar misschien mag ik het opnieuw naar voren brengen: deze psalm is chiastisch van structuur, zoals je dat trouwens heel vaak in de psalmen aantreft. Een structuur hoeft niet per se die aanduiding te hebben, er zijn allerlei soorten structuren, maar dit is een bekende en dat heet chiastisch. Het is vernoemd naar de Griekse letter chi, en dat is onze 'X'. Die letter is vooral bekend omdat je hem heel dikwijls ziet afgebeeld als symbool van Christus; het zijn de eerste letters van de naam of van de titel Christus. Wellicht kent u dit symbool: dit is dan de chi en dit is dan de letter onze 'P', maar in het Grieks is dat de 'rho', de 'R'. Dus 'Chr' staat er eigenlijk, en dat is de aanduiding van Christus.

Waarom noemt men dat een chiastische structuur? Dat is heel erg boeiend, want dat betekent dat de psalm uiteenvalt in twee helften die elkaars spiegelbeeld vormen. Zoals u dat ook ziet: eigenlijk is een 'X' niets anders dan twee spiegelende 'V's'. Dat betekent dat het in dit geval eindigt waar het begon, en dat zie je heel duidelijk. Alles wijst naar het middelpunt toe en vanuit het middelpunt gaat het... nee, eigenlijk werkt het tweede deel vanuit het middelpunt. Het eerste deel gaat naar het middelpunt toe en het tweede deel vertrekt vanuit het middelpunt. Zoals u dat eigenlijk ziet in die chi: het gaat eerst naar het middelpunt en dan vervolgens weer vanuit het middelpunt, en dan eindigt het waar het begon.

Als je het even zo afbeeldt, zoals ik de vorige keer ook heb laten zien — ik ga het nu niet uitgebreid toelichten, maar even om die chiastische structuur te tonen — dan zie je dit: het middelste gedeelte valt uiteen in twee gelijke helften. Je ziet aan deze lijn dat het elkaars perfecte spiegelbeeld is. Uiteindelijk komt het begin overeen met het einde. Je zou het ook op deze manier kunnen zien, waarbij het telkens zo overspringt; dat is die chiastische structuur. Het is een prachtige opbouw die je niet direct in de gaten hebt wanneer je de psalm gewoon leest, maar wel als je het geheel overziet.

Voordat ik nu verderga bij vers 13, waar we de vorige keer gebleven waren, is het goed om te onthouden dat de psalm uiteenvalt in twee gelijke delen die elkaars spiegelbeeld vormen. De vorige keer heb ik het eerste deel besproken, dat wil zeggen vers 1 tot en met 12, en nu gaan we dus verder van vers 13 tot en met vers 24. Het is wellicht goed om nog even te lezen wat we de vorige keer hebben besproken. Dat moet goed te doen zijn. De psalm begint zo: 'Voor de koorleider. Davidisch. Een psalm. U doorzoekt en kent mij. U kent mijn zitten en mijn opstaan. U begrijpt van verre mijn gedachten. U schift mijn pad en bedstede en in al mijn wegen hebt U voorzien. Want er is geen uitspraak op mijn tong of zie, jawel, U weet er alles van. U belegert mij van achteren en van voren en U legt Uw hand op mij. Wonderbaarlijk is die kennis, het gaat mij te boven, ik kan er niet bij. Waarheen zou ik gaan voor Uw geest en waarheen zou ik wegrennen voor Uw aangezicht? Zou ik ten hemel opstijgen, U bent daar; en zou ik het dodenrijk tot slaapplaats maken, zie, U bent daar. Zou ik de vleugels van de dageraad dragen, aan het uiterste van de zee verblijven, ook daar zou Uw hand mij geleiden en Uw rechterhand mij vasthouden. Ja, zou ik zeggen: de duisternis kwetst mij, dan licht de nacht om mij heen. Zelfs de duisternis is niet donker voor U en de nacht geeft licht als de dag; duisternis is als licht.'

Tot zover dus wat we de vorige keer hebben besproken: het eerste deel van deze psalm. Ik wil daarbij nog even opnieuw onderstrepen hoe we deze psalm in deze korte serie inderdaad vooral lezen vanuit het oogpunt dat dit spreekt van Hem die naar waarheid kon zeggen dat Hij het dodenrijk tot Zijn slaapplaats maakte, maar vervolgens ook ten hemel opsteeg en daar vaststelde: 'U bent daar'. We hebben dat in allerlei details gezien. Hij is degene die vroeg in de ochtend, in de dageraad, verrees en de vleugels van de dageraad droeg toen Hij opstond uit het graf. In al die onderdelen spreekt deze psalm van Jezus, van de Zoon van David. Het spreekt van de wijze waarop Hij gevormd werd in de moederschoot — daarover straks meer — maar ook over Zijn leven hier op aarde, over het lijden aan het kruis, over Zijn sterven, Zijn opstanding, Zijn hemelvaart en over de plaats waar Hij nu verblijft. Maar ook over waar Hij nu verborgen is, namelijk aan het uiterste van de zee, dat wil zeggen onder de natiën, en straks ook over Zijn terugkeer. Dat zullen we trouwens ook nog zien. Ik stel voor dat we nu verdergaan bij vers 13.

Vers 13-14: de Overschaduwing en Unieke Verwekking van de Zoon van God ↑ hoofdstukken

Hier begint dus weer een nieuw gedeelte in deze psalm. Wellicht dat deze psalm wel het meest sprekend is om de passage die we nu gaan lezen. Ze wordt altijd zo opgevat en op zich heb ik daar helemaal geen enkel bezwaar tegen als het gaat om het bezingen van het godswonder dat plaatsvindt in de moederschoot. Dat is natuurlijk een volstrekt evident gegeven. Het is altijd weer een verpletterende ervaring als je je realiseert hoe u en ik allemaal ooit gevormd zijn: twee onogelijke celletjes die elkaar vonden en in veertig weken tijd een baby, een geboorte opleveren. Dat is een volstrekt godswonder. Dat kan eigenlijk helemaal niet.

Deze psalm wordt dikwijls gelezen vanuit dat oogmerk. Hoe waar die gedachte op zich ook is, ik wil juist nu laten zien dat dit niet zozeer gaat over de mens in zijn algemeenheid – hoezeer ook dat een godswonder is, de vorming daarvan in de moederschoot, laat dat duidelijk zijn – maar deze psalm spreekt over de bijzondere wijze waarop de zoon van David gevormd werd in de moederschoot. Want dat is een volstrekt uniek verhaal dat in de vertalingen helaas niet goed uit de verf komt, maar dat wil ik u laten zien.

"U hebt mijn nieren verworven," staat er dan, "en U overschaduwde mij in de buik van mijn moeder." Dit doet heel erg denken aan de woorden van de boodschapper die Maria ooit bezocht en een aankondiging deed van de geboorte van de zoon van David. In Lukas 1 vers 35 lees je het volgende: de hemelse boodschapper die Maria bezocht, antwoordde en zei tot haar: "Heilige geest zal op jou komen en kracht van de Allerhoogste zal jou overschaduwen." Dan weet je meteen wat heilige geest is: dat is namelijk de kracht van de Allerhoogste die jou zal overschaduwen. Dat wil zeggen: in de buik van jouw moeder gaat dit wonder plaatsvinden. De kracht van de Allerhoogste zal jou overschaduwen en daarom zal het heilige dat verwekt wordt, Zoon van God worden genoemd.

Dat moet je heel letterlijk nemen. De vraag van Maria was: "Hoe kan dat nu? Hoe kan ik geboorte geven aan een zoon, daar ik helemaal geen gemeenschap heb met een man?" Dan krijgt ze dit antwoord: "Wacht even, het zal de kracht van de Allerhoogste zijn die jou in de buik van jouw moeder gaat overschaduwen, waardoor Hij met recht Zoon van God is." Dat wil zeggen: verwekt niet door een man, zoals al die miljarden mensen die er zijn sinds Adam. Nee, Hij is op volstrekt unieke wijze en ook letterlijk de Zoon van God, namelijk verwekt door de Allerhoogste Zelf. "U hebt mijn nieren verworven, U overschaduwde mij in de buik van mijn moeder."

"Ik juich U toe, omdat U mij ontzagwekkend hebt onderscheiden." Dit is wat ik zojuist bedoelde met dat de vertaling wat vlak is weergegeven. Hoe staat het er meestal? "Dat ik wonderbaar ben toebereid." Maar hier staat een woord dat niet "toebereiden" is, maar "onderscheiden". En niet zozeer dat "wonderbare", maar: "U hebt mij ontzagwekkend onderscheiden." Dit zijn de woorden van iemand die volstrekt uniek en ontzagwekkend is onderscheiden, volstrekt uniek gevormd in de moederschoot.

Want hoe geweldig het godswonder ook is waarin wij allemaal ontstaan zijn, er is er één van al die miljarden mensenkinderen sinds Adam tot nu toe die daarin ontzagwekkend is onderscheiden. Waarom? Omdat de kracht van de Allerhoogste Maria heeft overschaduwd, waardoor inderdaad wat zij voortbracht de Zoon van God is. Hij is de eniggeboren Zoon van God. "Eniggeboren" betekent ook letterlijk gewoon dat er maar één is die op deze wijze letterlijk geboren is uit God. Dat maakt Hem uniek. In een overdrachtelijke zin kun je zeggen dat er vele zonen van God zijn, maar Hij is de eniggeboren Zoon van God in die zin dat er maar één mens is die werkelijk kan zeggen: "God is mijn Vader." Daarin is Hij ontzagwekkend onderscheiden.

Ziet u dus: de vorming in de moederschoot, maar ook de geboorte. Dat is een volstrekt godswonder, maar dit zou ik een wonder boven wonderen willen noemen. Dit is namelijk de unieke wijze waarop de zoon van David door God Zelf is onderscheiden. "Wonderbaarlijk zijn Uw daden," zegt de Davidische psalmist, "mijn ziel weet dat buitengewoon." Ook hier is de zoon van David profetisch aan het woord.

Hebreeën 10: een Lichaam Bereid voor de Messias Om Gods Wil te Doen ↑ hoofdstukken

Ik wil even verwijzen naar Hebreeën 10 en eigenlijk daarmee ook weer naar Psalm 40, ook een psalm van David trouwens. Het is prachtig hoe al die psalmen ook weer in elkaar grijpen. In de Hebreeënbrief, een brief gericht aan — dat is niet zo heel verrassend natuurlijk — Hebreeën, aan wat wij dan zouden noemen Hebraeus sprekende mensen in Jeruzalem. Er was heel veel mee aan de hand, maar wat de schrijver vooral laat zien, is de enorme glorie van de Messias die inmiddels verborgen is. De hele Hebreeënbrief is doorspekt van allemaal aanhalingen en referenties uit de Hebreeuwse Bijbel. En in dit geval gaat de schrijver verder door te zeggen — en dan volgt weer een citaat uit de psalmen — daarom zei hij, en nu volgt een citaat uit Psalm 40, wonderlijk genoeg ook weer een psalm van David: "Daarom zei hij terwijl hij de wereld binnenkwam: slachtoffer en offergave wilde u niet." U kunt dit op twee manieren lezen: in Hebreeën 10, maar je kunt het ook in Psalm 40 teruglezen en daar staat: "Slachtoffer en offergaven wilde u niet, maar voor mij bereidde u een lichaam toe."

Dat is een heel eigenaardige zin. Je zou immers zeggen: is het niet zo dat al die slachtoffers en die offergaven, zoals die in het Oude Testament gebracht werden, door God verordineerd zijn? Heeft Hij zelf dat niet vastgelegd en bepaald dat Israël dat zou doen? Ja, dat is waar. Het werd naar de wet gebracht. Dat wordt trouwens in datzelfde Hebreeën 10 ook uitgelegd en toegelicht: inderdaad, het wordt naar de wet gebracht, maar het was niet waar God op doelde. Die slachtoffers en offergaven hadden eigenlijk maar één betekenis, en dat is dat ze vooruitwezen. Het gaat dus niet om die slachtoffers en die opgaven aan zich, want die hebben op zichzelf geen enkele betekenis. Het gaat erom dat ze een uitbeelding zijn van Gods plan en verwezen naar Hem die God zelf heeft bereid en voor wie Hij een lichaam heeft klaargemaakt. Dat is heel bijzonder: "U hebt mij een lichaam bereid." Dat zegt de Zoon van David, die daar eigenlijk ook weer terugdenkt aan het feit dat God Hemzelf ooit een lichaam bereidde. Dat kunnen u en ik eigenlijk niet op die manier zeggen, maar de Zoon van God wel. Die kan zeggen: "Uzelf hebt in de schoot van mijn moeder mijn lichaam bereid en verwekt."

Ik lees even verder: "Slachtoffer en offergave wilde u niet, maar voor mij bereidde u een lichaam toe; in brandoffers en offers omtrent zonde hebt u geen welbehagen." Daar gaat het God niet om. "En toen zei ik: zie, ik kom — in het hoofd van de boekrol staat omtrent mij geschreven — om uw wil te doen." En hoezo om Uw wil te doen? Wel, omdat in de boekrol, de Hebreeuwse Bijbel, de geschriften — of als je het als eenheid opvat: de Schrift — over mij geschreven staat. Daarom wist de Zoon van David wat Hem te doen stond. De Heere Jezus Christus heeft zichzelf hier op aarde leren kennen vanuit de boekrol. Hij heeft als kind — eigenlijk is dat heel opmerkelijk — de Schriften onderzocht. We weten van het grootste gedeelte van het leven van de Heere Jezus eigenlijk helemaal niets. Wat we beschreven vinden in de evangeliën, is dat wat heeft plaatsgevonden vanaf Zijn dertigste jaar tot aan Zijn drieëndertigste jaar; namelijk de jaren dat Hij rondgewandeld heeft en in de openbaarheid heeft opgetreden om uiteindelijk te sterven en op te staan.

Al die dertig jaren daarvóór zijn zo goed als blanco; we weten daar niets van, met uitzondering van de gebeurtenissen rondom Zijn geboorte. En één ding weten wij over Zijn jeugd, namelijk dat Hij als twaalfjarige jongen verbleef in de tempel. Eigenlijk het enige wat wij weten dat Hij gedaan heeft tot Zijn dertigste, is dat Hij bezig moest zijn met de dingen van Zijn Vader. Toen Hij twaalf jaar was en bij gelegenheid van het Pesach in de tempel in Jeruzalem was, stonden de rabbies, de rabbeinen en de schriftgeleerden echt met grote ogen te kijken en met hun oren te klapperen over wat dat jonge ventje wist van de Schriften. Ze stonden versteld van Zijn kennis. Dat is eigenlijk het enige wat we weten. Dus als u mij vraagt wat de Heere gedaan heeft in die eerste dertig jaar, dan is dat heel simpel: Hij was bezig met de dingen van Zijn Vader. Weet u nog dat Jozef en Maria Hem toen zochten? Twee dagen lang, en op de derde dag vonden ze Hem. Een prachtige geschiedenis trouwens. Maar goed, dan vinden ze Hem en zeggen ze: "Uw vader en Uw moeder hebben u al die tijd gezocht." Dat was slechts tot op zekere hoogte waar; wettig gezien klopte dat, maar dan antwoordt Hij: "Wisten jullie dan niet dat ik bezig moest zijn in de dingen van mijn Vader?" De échte Vader, degene die Hem verwekt heeft.

Wat ik daarmee wil zeggen is dat de Heere Jezus hier op aarde de boekrol bestudeerd en onderzocht heeft. Hij heeft geweten wie Hij was en in de Schriften zichzelf herkend. Ook in de psalmen — dat is juist zo bijzonder — want als de Heere Jezus Psalm 139 las, dan wist Hij al: dit gaat over mij. En toen Hij Psalm 40 las, wist Hij: dit gaat over mij. Eigenlijk getuigde heel de Schrift van wie Hij was en ook zou zijn, wat Hem te doen stond en wat Gods wil was. Al die offers die gebracht werden, verwezen uiteindelijk naar wat Hij zou gaan doen: als het ware het slachtoffer dat geslacht werd om vervolgens op te stijgen tot God, tot een liefdelijke reuk in Zijn opstanding. Ziet u dat zo'n citaat uit Psalm 40 verwijst naar de Heere Jezus Christus? Daarom wil ik ook speciaal aandacht geven aan de bijzondere wijze waarop dat geformuleerd wordt, dat de Messias hier zegt: "U hebt voor mij een lichaam bereid. U hebt mijn lichaam gevormd, sterker nog: verwekt." En in de boekrol staat over mij geschreven. Lees maar even verder.

Vers 15: Kunstzinnig Geborduurd in de Laagste Delen van de Aarde ↑ hoofdstukken

Mijn gebeente was niet verholen voor U; dat wil zeggen: U zag het. U kende het, sterker nog, U vormde het, toen ik in het verborgene – dat wil zeggen in de moederschoot – gemaakt werd. Er staat nog iets bij. Er staat letterlijk: "Ik werd geborduurd." Hoe staat dat in de NBG-vertaling? "Gewrocht" staat daar, geloof ik. Ja, gewrocht. Nou, dat zeggen we niet zo gauw meer in het Nederlands. Zo zie je maar weer hoe zelfs onze taal, een vertaling uit 1951, alweer heel gauw veroudert. Maar dat maakt niet uit. Letterlijk staat er het woord voor borduren. Het is dus niet alleen maar "iets maken", maar het is iets kunstzinnig, iets artistieks maken: geborduurd.

Nu denk ik trouwens niet dat dit zozeer alleen gaat over Zijn vorming in de moederschoot, maar ook over de tijd nadien. Want je kunt natuurlijk zeggen dat Hij gevormd werd in de moederschoot – jawel, maar de vorming houdt daar niet op. Er staat namelijk iets heel bijzonders waar men vaak, omdat men het niet kan verklaren, maar een slinger aan geeft onder het motto: "Ja, dat zal het wel betekenen." Letterlijk staat er: "Ik werd geborduurd in de laagste delen van de aarde." Ja, wat betekent dat?

De Messias zegt hier: "U hebt mij kunstzinnig gemaakt, gevormd, gewrocht." En waar was dat? Wel, in de laagste delen van de aarde. Weet u waar de laagste delen van de aarde zijn? Laten we dat eens heel letterlijk nemen. Grijp niet meteen naar een overdrachtelijke betekenis omdat je het niet begrijpt, maar neem het gewoon zoals het zich aandient. Ik denk – laat ik het zo zeggen – dat de laagste delen van de aarde ook echt de laagste delen van de aarde betekenen. Het is misschien een heel wonderlijke suggestie die ik nu doe, maar ik denk dat het echt zo is. Kijk, ik zal u dit vertellen: in de laagste delen van de aarde, daar woonde de Heer namelijk letterlijk.

Er is op de hele aarde geen plek te vinden die zo laag ligt, dat wil zeggen: zo ver beneden de zeespiegel. U weet, wij wonen in Nederland en dat heet niet voor niets Nederland. Het is een laag land en voor een groot gedeelte, tenminste in het westen, ligt het beneden de zeespiegel. Maar dat is hooguit een paar meter. Dat is al heel laag, vandaar die naam Nederland. Maar er is een plaats waar het nog veel dieper is. Die laagste delen van de aarde vind je inderdaad in een heel grote slenk. Die begint daar ergens in Libanon en gaat dan van het meer van Kinnereth (ook wel Genezareth of Tiberias genoemd) via de Jordaan naar de Dode Zee.

De Dode Zee is absoluut het dieptepunt. Het meer van Kinnereth ligt al ruim 200 meter beneden de zeespiegel, en dan gaat het via de Jordaan stroomafwaarts nog eens ruim 200 meter lager. Dan rekenen we nog niet eens mee dat de Dode Zee op dit moment een heel lage waterspiegel heeft omdat ze min of meer aan het opdrogen is. Maar goed, laten we dat even voor wat het is; het gaat erom dat het steeds lager wordt. Die slenk loopt eigenlijk nog door naar de Rode Zee en zelfs helemaal tot in Midden-Afrika. De Grote Slenk. Kijk het maar eens een keertje na op Wikipedia; het is een heel bekend begrip voor seismologen en geografen.

In ieder geval: in die laagste delen van de aarde, daar woonde de Heer, daar verbleef Hij. Daar werd Hij gevormd, ook vanuit de Schriften. Dus ik neem dit heel letterlijk. Van David zou je dit niet eens zo letterlijk kunnen zeggen, maar van de Zoon van David wel; Die werd inderdaad geborduurd in de laagste delen van de aarde. Zie je hoe al die teksten, al die passages en statements heel gemakkelijk van toepassing te brengen zijn op de mens in het algemeen, maar als je heel goed kijkt, dan kan het niet missen: dan moet het slaan op die ene unieke Mens, de Zoon van David. En inderdaad, in Hem is het perfect vervuld.

Vers 16: Gods Onfeilbare Script en de Vastgestelde Dagen in de Boekrol ↑ hoofdstukken

Uw ogen, zegt de zoon van David, zagen mij ongevormd. En in Uw boekrol werden zij alle opgeschreven. Zij alle? Wat bedoelt hij daarmee? Nou, de dagen. Zij werden geformeerd toen nog niet één daarvan was. God heeft een script; ook dat kun je natuurlijk in het algemeen zo zeggen. God is degene die alles van tevoren weet en Hij heeft een plan en een script waar niets buiten valt. Dat vind ik een geweldige gedachte. Dat betekent dat alles verloopt naar de raad van Zijn wil. Er is een God en Hij plaatst alles; Die schakelt niet over op plan B of C. Hij verkondigde van den beginne al de afloop. Er is nooit iets misgegaan. Alleen dat al geeft God de eer als de God, namelijk als de Plaatser. Hij beschikt de dingen.

Als je dat weet, lieve mensen, dan heb je vrede. Want die God, de grote Auteur van alle dingen, de Schepper, Hij heeft een plan en Hij wist alles van tevoren, zodat Hij nooit voor verrassingen staat of ad hoc weer iets anders moet doen omdat er nu iets gebeurt wat niet voorzien was. Ik weet dat wat ik nu zeg misschien wel heel onorthodox is, want in de theologie gaat men er altijd van uit dat het in het verleden ooit mis is gegaan. Men denkt dan dat de mens is gevallen en dat God vervolgens moest ingrijpen om nog te redden wat er te redden valt. Maar nee, God is God. Voordat de dagen begonnen waren, of er waren, had Hij het allemaal al in Zijn script staan.

Dit is misschien de algemene toepassing en ik wil hem graag meegeven, want ik vind het geweldig om daaraan te denken. Niet alleen omdat het mij rust, vrede, vreugde en perspectief geeft, maar omdat het Hem de eer geeft als God. Maar er is nog iets, als we kijken naar zoals het hier staat. Uw ogen zagen mij ongevormd en in Uw boekrol werden zij alle opgeschreven, zegt de Zoon van David. De dagen werden geformeerd toen nog niet één daarvan was; dat wil zeggen dat in de boekrol alles al vaststond. En ik denk dat we ook hier weer hebben te denken aan dezelfde boekrol waar we het zojuist over hadden, waar de Messias van zei: "In de boekrol staat omtrent mij geschreven."

Hij zegt dat, en Hij is geboren. Er is een schriftplaats waar ik het vanmiddag in Urk over mag hebben, Galaten 4 vers 4, waar je leest dat God Zijn Zoon zond in de volheid van de tijd. Dat wil zeggen dat de termijn was verstreken; toen moest het gebeuren. Ook wat de Heer vervolgens deed, is allemaal perfect getimed. Het is bekend — ik hoop tenminste dat het u ook bekend is en zo niet, dan vertel ik het graag bij dezen — dat Hij stierf op exact het juiste moment. Trouwens, de dag van Zijn geboorte ook, en op een dag die God al van tevoren gefixeerd had.

Wanneer het gaat gebeuren, geldt dat ook voor Zijn opstanding. Hij stond op de dag van de eerstelingsgarf; dat stond allemaal al in de boekrol geschreven. De dagen stonden al beschreven in de boekrol toen het nog honderden, wat zeg ik, duizenden jaren zou duren. Geweldig toch? Dat is goddelijk en dat maakt de Schrift ook tot zoiets bijzonders. Ik moet even doorgaan. Hij zegt: "In Uw boekrol werden zij alle opgeschreven", namelijk de dagen, "en ze werden geformeerd toen nog niet één daarvan was."

Vers 17-18: de Som van Gods Gedachten en het Opstandingsontwaken ↑ hoofdstukken

Hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten! In vers 2 en vers 23 wordt gesproken over "mijn gedachten", maar nu gaat het over Uw gedachten. Gedachten die de Messias, de Zoon van David, leerde kennen uiteraard in de Schriften. Waar anders? Hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, God! Er is niets wat een mens zozeer uittilt boven alles en zo versteld doet staan van wie God is dan de Schriften. De waarde van de Schriften is enorm. Oké, je zou kunnen zeggen dat het slechts een vertaling is en dat dit allemaal beperkt mensenwerk is. Maar het origineel, de Schriften, al die boeken tezamen, al die zeventig boeken — het is één goddelijk concept. Het feit dat al die boeken, geschreven door zoveel verschillende auteurs in zoveel verschillende tijden op zoveel plaatsen, tot stand zijn gekomen en toch één panorama vertonen, is een wonder op zich. Al die puzzelstukjes blijken één geheel te vormen. Alleen al de eenheid van de Schriften is een bewijs van Gods inspiratie.

"Hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, God, hoe machtig veel de sommen daarvan." Zo staat het er letterlijk. Dat wil zeggen: de totalen. U kent de uitdrukking waarschijnlijk wel — ik meen dat die van Aristoteles is — dat het geheel meer is dan de som der onderdelen. Een tafel is meer dan alleen vier poten en een plank. Dat zijn de onderdelen, maar een tafel is toch echt meer dan die onderdelen afzonderlijk. Trouwens, dat geldt voor alles. Een team van vijf mensen is meer dan vijf afzonderlijke mensen, want wat je als team kunt doen, dat kunnen die vijf individuen afzonderlijk niet.

Zo is het ook hier: hoe machtig veel zijn de sommen daarvan? Dat geldt voor het geheel van de Schrift ook. De sommen, de totalen daarvan, zijn nog meer dan de som van de onderdelen. Ik bedoel: het is geweldig om Genesis te lezen en om al die boeken afzonderlijk te bestuderen, maar de totalen, de sommen daarvan, juist dat doet je versteld staan van de goddelijke gedachten. Hoe kostbaar is dat alles! De Messias stelt dat hier gewoon vast. Ik stel me zo voor hoe Hij in Zijn leven hier op aarde zo intens bezig is geweest met de boekrol, met het script van de Schrift. Hij moet overdonderd zijn geweest door de enorme hoogte, de diepgang, maar ook de uitgestrektheid van wat daarin staat opgetekend over Gods gedachten.

"Telde ik ze, ze zijn meer dan het zand." Dat lijkt een overdrijving, maar ik zeg u: het is een understatement. Want zo is het. De goddelijke gedachten, zoals vervat in de boekrol, zijn werkelijk allesovertreffend. Er is niets wat boven het Woord van God uitgaat. Vergis u niet: alles wat wij zien, is voortgekomen uit Gods Woord. Hij sprak en het was er. Alles komt voort uit het Woord en daarom gaat er niets boven dat Woord. Dat Woord is leven, dat Woord is licht en Gods Woord is ook altijd daad.

"Telde ik ze, ze zijn meer dan het zand. Ontwaak ik, dan ben ik nog bij U." Dat kun je natuurlijk zo opvatten dat wanneer je geslapen hebt en 's morgens vroeg opstaat, je nog bij God bent. Maar ik denk hier toch echt aan het grote ontwaken: "Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden." Dat is pas echt ontwaken. Ik moet er vaak aan denken wanneer ik 's morgens opsta voor een nieuwe dag. De periode van de slaap is eigenlijk een beeld van de dood; je bent je van niets bewust en je staat weer op wanneer een nieuwe dag aanbreekt. Het licht verschijnt, de duisternis is voorbij; dat is een prachtig beeld van het nieuwe leven.

Je ontwaakt, en zo heeft de Heer Jezus Christus dat ook beleefd. Hij zegt als het ware: "Als ik ontwaak, als ik straks geslapen heb en in het dodenrijk verbleven heb, dan ontwaak ik." De wekker ging: Hij werd opgewekt door Zijn God en Hij stond op. Het was weer vroeg in de ochtend. Zou Hij de vleugels van de dageraad dragen? Dat wil zeggen: zou Hij verrijzen in de vroege ochtend? Toen ontwaakte Hij en was Hij bij Zijn God. Trouwens, dat was ook zo in een nog letterlijker zin van het woord, want Hij voer diezelfde dag omhoog naar Zijn Vader. Maar dat kan ik nu even niet nader toelichten. Goed, en nu begint er weer een nieuw gedeelte.

Vers 19-22: het Profetisch Oordeel en het Ingrijpen Tegen de Wettelozen ↑ hoofdstukken

En dat is het profetische. Nu gaan we een sprong in de tijd maken, namelijk naar de tijd van de terugkeer van de Messias. De Zoon van David, waar is Hij nu? Welnu, daar bij God. "Als ik ontwaak, dan ben ik bij U." Dat is ook de tijd van Zijn verborgenheid, de tijd waarin wij nu leven. Maar die tijd heeft ook weer een termijn; het heeft een begin en ook een vastgesteld einde. Dat is nu niet het onderwerp, maar als dat eenmaal zover is, dan gaat God ingrijpen. Daarover gaan deze laatste verzen in deze Psalm, wanneer God de goddeloze terechtstelt. Dat is op het moment dat God dat gaat doen. Nu doet Hij dat nog niet.

Trouwens, wanneer er over "de goddeloze" in het enkelvoud wordt gesproken, wat hier het geval is, dan moet ik denken aan een tekst in 2 Thessalonicenzen 2 vers 8. Daar lees je over de wetteloze die zich straks in de tempel gaat zetten in Jeruzalem en een beeld van zich zal laten maken. Dan zal hij onthuld worden. Paulus zegt in 2 Thessalonicenzen 2 dat de Heer Jezus hem uit de weg zal ruimen door de adem van Zijn mond en buiten werking zal stellen door de verschijning van Zijn parousia, oftewel Zijn komst. Dat wil zeggen: als Hij komt, dan gaat Hij de goddeloze, de wetteloze inderdaad uit de weg ruimen. En dat doet Hij simpelweg door te spreken. De adem van Zijn mond, want u weet dat als je spreekt, je dat doet door je adem. Ook hier is de adem van Zijn mond in feite gewoon Zijn woord. Wat wij blazen, maar ook wat we spreken, is de adem van onze mond. Zijn woord is ook een zwaard; er kwam een zwaard uit Zijn mond. Dat zal de goddeloze terechtstellen, uit de weg ruimen en buiten werking stellen.

Kijk, we hebben een geweldig blijde tijding en ik hoop dat u dat ook allemaal weet. God heeft een geweldig plan met heel Zijn schepping, met elk mensenkind, en Hij maakt alle dingen wel. Dat is onze God. Maar denk niet dat dit een zoetsappig evangelie is, alsof God niet zou ingrijpen of alleen maar lief en aardig is. Nee, helemaal niet. Dat zie je ook in deze Psalmen wanneer God toornt. Ik moet er wel bij zeggen dat het idee dat dikwijls in de christenheid verteld wordt – hoe orthodox men ook is – dat God eindeloos toornt, de Schrift niet kent. Het is altijd, ook in de Psalmen: "Een ogenblik duurt Zijn toorn en een leven lang Zijn goedertierenheid." Dat zijn de verhoudingen. Maar áls Hij toornt, dan is het ook echt menens. Straks zal dat blijken wanneer God de goddeloze terechtstelt. De psalmist zegt erbij: "Mannen van bloed, wijk van mij!" Weg!

Zij die tot U spreken om te beramen, die voor niets – dat wil zeggen in ijdelheid – het tegen U opnemen. Weet u waar ik dan aan moet denken? Alweer een Psalm van David: Psalm 2. Ik lees even een paar dingen voor, dan ziet u meteen waar het over gaat. Er staat: "Waarom woelen de volkeren en zinnen de natiën op ijdelheid?" Het gaat hier gewoon over de volkerenwereld, zelfs de Verenigde Naties. De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen Yahweh en Zijn Gezalfde. We moeten hier even een sprong in de tijd maken. Dit zal gaan over het moment dat de Messias Zich inmiddels in Jeruzalem zal hebben gevestigd en de volkeren letterlijk ten strijde trekken tegen Jeruzalem. Ze spannen samen tegen Yahweh en Zijn Gezalfde. In het Hebreeuws staat er gewoon Zijn mashiach, oftewel in het Grieks Zijn Christus.

Mocht u denken dat God daarvan onder de indruk is... dat vind ik ook zo geweldig. Dan lees je in vers 4: "Die in de hemel zetelt, lacht. Yahweh spot met hen." Dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn. Nu zwijgt Hij in Zijn liefde, maar als God straks gaat spreken, dan is het in Zijn toorn. Dan gaat Hij ingrijpen en een grote schoonmaak houden in deze wereld. Hij verschrikt hen in Zijn gramschap. Vergis u niet, dat zal er afschuwelijk aan toe gaan; als u daar meer over wilt lezen, moet u het boek Openbaring openslaan. Dat gaat gebeuren, dat kan niet missen. Maar dat maakt onderdeel uit van Gods plan. Hij gaat ingrijpen. Dan spreekt Hij tot hen in Zijn toorn en verschrikt hen in Zijn gramschap. "Want", zegt Hij, "Ik heb immers Mijn Koning gesteld over Sion, Mijn heilige berg." Daar in het Midden-Oosten, daar in Jeruzalem, daar zal Hij regeren. Als God dat al duizenden jaren geleden gepland heeft, denk dan maar niet dat God van Zijn stuk is omdat al die volken het er niet mee eens zijn en andere beraadslagingen en plannen hebben. Hij vraagt Zich niet af hoe Hij dat moet oplossen; Hij maakt er korte metten mee. "Ik heb immers Mijn Koning gesteld over Sion, Mijn heilige berg."

Vervolgens is in vers 7 de Messias, de Gezalfde, weer aan het woord: "Ik wil gewagen van het besluit van Yahweh. Hij sprak tot mij: Mijn Zoon ben jij, Ik heb je heden verwekt." Hier zien we het weer: verwekt door God Zelf. En zou ik dan niet haten? Jawel. U zou zeggen: wat eigenaardig zoals deze Psalm eindigt. Maar vergis u niet, dit gaat over de dag dat God gaat ingrijpen. "Zou ik niet haten, Yahweh, die U haten? Ik heb een afkeer van hen die tegen U opstaan." Vandaar ook dat Hij gaat optreden bij die gelegenheid. Hij zal door God gebruikt worden om inderdaad tegenover hen allen op te treden en hen uit de weg te ruimen. Ook dat is taal die in de Bijbel staat. In het boek Prediker staat: "Er is een tijd van beminnen en er is een tijd van haten; er is een tijd om te omhelzen en er is een tijd om je van het omhelzen te onthouden." Ook is er een tijd van toorn. Oké, het is relatief gesproken een ogenblik, maar niettemin is er een tijd voor, en dat zal de tijd zijn van Gods toorn. Ga dat niet uitvlakken. Het één staat in de Schrift én het ander. We zouden alles moeten geloven.

Dat zijn grote woorden: "Ik haat hen", zegt de Messias. Niet als schepselen, maar gewoon in wat zij doen. "Met een complete haat, tot vijanden zijn zij mij." Ik lees nog even verder in Psalm 2: "U zult hen verpletteren met een ijzeren knots" – het wordt nogal eens aangehaald in het Nieuwe Testament – "hen stukslaan als pottenbakkerswerk." Dat is wat er gaat gebeuren als de Messias straks ingrijpt en al die volkeren zich zullen optrekken naar Jeruzalem. God gaat daar absoluut, middels Zijn Gezalfde, de Christus, korte metten mee maken. Hij zal hen verpletteren en stukslaan. Ik vind het trouwens wel erg mooi dat er staat "als pottenbakkerswerk". Want u weet hoe dat gaat met pottenbakkerswerk: als de pottenbakker het indrukt, dan maakt hij er geen potje van. Nee, hij borduurt voort, hij is creatief en artistiek. Hij maakt van alles iets geweldigs. Dat geldt zelfs voor die stukgeslagen vijanden. Maar dat is hier nu niet het onderwerp. Ze zijn Hem tot vijand en daar zal Hij zo mee omgaan: Hij zal hen verpletteren en stukslaan.

Vers 23-24: de Weg van Smarten Naar het Messiaanse Koninkrijk van de Aion ↑ hoofdstukken

En dan eindigt de psalm met deze woorden: "Doorzoek mij, God, en ken mijn hart." De psalm begon met de vaststelling. U kent mijn zitten en mijn opstaan... hoe was het ook alweer? U kent mijn zitten, mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten, U doorzoekt en kent mij. Dan is het een vaststelling, en het eindigt met een bede. Dat is eigenlijk hoe de Messias dat ook op prijs stelt; hij gaat het waarderen. Dat is nog iets anders. Het is één ding om vast te stellen: "Want U doet dat, U doorzoekt en kent mij", maar het is iets anders om te zeggen: "Doorzoek mij ook. Ik ben zo blij dat U dat doet. Laat het maar gebeuren. Doorzoek mij, God, en ken mijn hart; toets mij en ken mijn gedachten." Dat kon de Messias inderdaad zo zeggen.

En zie, wanneer een weg van verdriet bij mij is – niet van onheil, want die is er bij de Zoon van David ook niet. Trouwens, het woord dat hier gebruikt wordt, kijk het maar eens na in de concordantie, dat is inderdaad verdriet of smart. En zie, wanneer een weg van verdriet of van smart bij mij is, geleid mij dan op de weg, of eigenlijk op de weg van de aeon; die geweldige tijd die straks gaat komen. Maar zie je, ook hier in het laatste deel van de psalm zegt hij: "Zie wanneer een weg van verdriet bij mij is." En die weg was er. Die weg heeft hij ook moeten gaan en hij is hem ook gegaan, in het volste vertrouwen.

Omdat er in de boekrol al van hem geschreven stond. Er was een weg van verdriet, maar vervolgens heeft God hem ook opgewekt, doen ontwaken, en hem bij Zich gebracht en aan Zijn rechterhand gezet. Eigenlijk, wat ik nu allemaal doe en waar ik naar verwijs, realiseer ik me, het zijn allemaal woorden die ook uit de psalmen komen. En vervolgens is hij geleid op de weg van de aeon. Dat wil zeggen: straks gaat die tijd aanbreken als hij ingegrepen zal hebben in deze wereld. Wat er dan gaat gebeuren, is dat hij zijn koninkrijk van vrede en gerechtigheid vanuit Jeruzalem zal vestigen, eerst over Israël en over de hele volkerenwereld. Dat koninkrijk van de aeon, dat wereldtijdperk, wel, dat zal gevestigd worden.

En zo zie je in deze psalm die hele weg die God voor hem had uitgestippeld in de boekrol, en de Zoon van David erkent dat dankbaar. Hij weet: dat is de weg door verdriet heen waarheen Hij mij gaat brengen. Is het niet geweldig dat we zo'n God hebben? Dat we een Zoon, de Gezalfde, mogen kennen die die weg is gegaan en daardoor ook voor ons het leven heeft bereid? Amen.

🎧 Psalm 139 (2)
Delen: