GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Paulus – apostel van de natiën (2) – hoezo, “eerst de Jood”?

16-10-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Capelle a/d IJssel

Paulus was apostel van de natiën en toch zocht hij telkens eerst de synagoge op. Waarom? Niet omdat zijn opdracht erop gericht was Israël als volk tot bekering te brengen, maar om Israël bekend te maken dat het heil naar de natiën was gegaan. Deze lijn loopt door tot Paulus’ laatste ontmoeting met Joodse leiders in Handelingen 28.

Powered by RedCircle

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Hoewel Paulus is aangesteld als de apostel van de natiën, ging hij tijdens zijn reizen in Handelingen consequent telkens eerst naar de synagoge. Deze werkwijze vloeit rechtstreeks voort uit zijn specifieke bediening: hij moest Israël aanzeggen dat het heil wegens hun verharding naar de natiën gaat om hen tot naijver te wekken, terwijl tegelijkertijd enkelingen tot geloof komen. De confrontatie op Cyprus met de tovenaar Elymas, die met tijdelijke blindheid werd geslagen toen Saulus voor het eerst Paulus werd genoemd, vormt hiervan een sprekend beeld. Paulus fungeert als de spreekbuis van Christus die Israëls tijdelijke pauze aankondigt, totdat de volheid van de natiën is binnengegaan. In Rome sluit Handelingen af met de definitieve vaststelling dat de redding van God aan de natiën is gezonden en dat zij zullen horen.

“Als je weet wat hij te melden had aan Israël, juist in zijn hoedanigheid als apostel van de natiën, dan begrijp je ook waarom hij eerst naar de synagoge ging.”

Inleiding: de Apostel van de Natiën en het Principe 'eerst de Jood' ↑ hoofdstukken

Wij gaan ons voor de tweede keer bezighouden met Paulus, en wel in zijn hoedanigheid als apostel van de natiën. U weet het wellicht, of u weet het niet – maar daar komt u vanzelf achter als u deze avonden bezoekt –, dat wij zeer sterk Paulus-georiënteerd zijn. En dat heeft een hele goede reden: namelijk dat God in deze dagen, waarin Israël Zijn volk terzijde staat en terzijde gesteld is, Zich bedient van een spreekbuis. En dat is deze apostel Paulus; hij noemt zichzelf immers ook de apostel van de natiën.

Maar – en dat is waar deze titeldia ons eigenlijk ook meteen op brengt – de vraag is dan: hoezo dan eerst de Jood? Als Paulus – en ik hoop dat u de paradox of de schijnbare tegenstrijdigheid of tegenstelling opmerkt – nou de apostel is van de natiën, waarom gaat hij dan, zoals we dat in het boek Handelingen ook lezen, altijd eerst naar de Jood? Dat is toch op zijn minst vreemd. Wat heeft hij daar te zoeken als hij de apostel van de natiën is? Nou ja, dat is dus de vraag van deze avond. Ik wil eerst nog even...

Terugblik: Paulus als Dertiende Apostel, Afzonderlijk Geroepen ↑ hoofdstukken

Laten we terugblikken op de eerste studie en wat we toen hebben gezien. We hebben toen een aantal dingen vastgesteld, en ik geef dat nu eigenlijk gewoon even puntsgewijs weer, zonder dat al te zeer toe te lichten, want anders zouden we daar te veel en te lang mee bezig zijn. De twaalf, dat was eigenlijk de gedachte: dat is een afgerond getal in de Bijbel. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, want wij zeggen dat tien een afgerond getal is, maar twaalf is dat in de Bijbel ook. Trouwens, op ons uurwerk, in de jaartelling en in de maanden is dat ook zo, dus zo vreemd is het nu ook weer niet.

De twaalf staan voor Israël. En de twaalf apostelen vormen een compleet gezelschap. Dus hoezo dan nog een dertiende? Dat is dan de vraag. En dat hij inderdaad een dertiende is, dat kan niet missen. Dat zegt Paulus zelf ook, want hij spreekt zijn collega-apostelen — 'afgevaardigden', dat is wat het woord apostel betekent — ook inderdaad aan als 'de twaalf'. Dat geeft gewoon aan dat hij daar zelf niet bij hoorde. Hij was dus de dertiende. En dan zeg ik dat eigenlijk zonder een knipoog naar de associaties die bij ons het getal dertien oproept; dat staat er even los van. Dat is wat we vastgesteld hebben. Je zou in die zin kunnen zeggen dat hij overcompleet is, maar dat is dus niet zo. Hij is naast de twaalf geroepen, en bovendien op een veel later tijdstip.

Hij is afzonderlijk geroepen. We hebben daarbij vooral ingezoomd op Galaten 1 en 2, waar Paulus uitgebreid ingaat op zijn roeping en waarom die helemaal losstaat van Jeruzalem. Daarmee bedoel ik ook de twaalf, die toch met name in Jeruzalem gezeteld waren, zeker in die dagen nog. Paulus is daar los van geroepen door Christus Jezus Zelf. Hij is dus wel degelijk geroepen en ook een apostel, maar van een totaal andere orde. Hij heeft de Heer Jezus hier op aarde nooit gekend, hij is niet geroepen in het land maar buiten het land, en hij heeft niet eerst een opleiding ontvangen van het aardse onderwijs dat Jezus hier heeft gegeven; daar had hij geen weet van. Hij is geroepen door Jezus Christus — of zoals Paulus dat zelf vaak formuleert: door Christus Jezus — vanuit de hemel, terwijl hij nog een vijand was. Hij is in één keer omgekeerd, zijn hart werd veranderd, het licht heeft hem beschenen, en zo is hij geworden wie hij was.

Ook het evangelie dat hij heeft ontvangen, heeft hij niet van de twaalf. Het is niet zo dat hij geroepen is en dat Jezus Christus hem vervolgens vanuit de hemel naar Jeruzalem heeft gedirigeerd om daar alsnog onderwijs te krijgen en bijscholing te ontvangen, of hoe dat ook heten mag. Nee, hij heeft het evangelie van Christus Jezus hoogstpersoonlijk ontvangen en hij is ook door Hem onderwezen. We weten ook dat Paulus, toen hij geroepen werd op de weg naar Damascus, niet naar Jeruzalem is gegaan. Hij is eerst naar Arabië gegaan. En als u het mij vraagt — maar dat is nu een beetje kort door de bocht — heeft hij gewoon daar in Arabië, waar zich ook de berg Sinaï bevond (zoals we uit de Bijbel weten, uit diezelfde Galatenbrief), zijn onderwijs genoten, hoogstpersoonlijk van de hemelse Christus. Een heel andere orde dus dan de twaalf.

Romeinen 9-11: Israëls Tijdelijke Struikeling en Na-ijver ↑ hoofdstukken

Dat waren de eerste vier punten die we toen hebben belicht, en vervolgens zijn we ook nog naar Romeinen 9 tot 11 gegaan. Dat zullen we in deze serie nog wel vaker doen, want niet alleen de uitdrukking 'de apostel der natiën' is aan die hoofdstukken ontleend, maar ook het hele onderwijs daaromtrent en de reden waarom dat zo is. Dat wordt mede en in hoge mate heel systematisch uiteengezet in Romeinen 9 tot en met 11.

Paulus laat daar zien dat Israëls struikeling — waarmee hij bedoelt dat zij hun eigen Messias hebben afgewezen — weliswaar een struikeling is, maar geen definitieve val. Integendeel, het huidige ongeloof van Israël is een tijdelijk fenomeen. U zegt wellicht: "Ik vind tweeduizend jaar heel lang." Dat is ook zo, maar dat is heel relatief. En ik kan u verklappen: die termijn is bijna ten einde. Maar dat is weer een ander onderwerp. Israël zal te zijner tijd alsnog in haar positie gesteld worden en God gaat via dat volk Zijn beloften vervullen, ook voor de volkerenwereld.

In onze dagen is het echter zo dat de redding naar de natiën gaat. Eigenlijk moet ik het in een historisch perspectief plaatsen: toen Paulus geroepen werd, is hij vervolgens naar de natiën gegaan. Dat was ook de hele opzet van zijn bediening: de boodschap van redding ging naar de natiën. En daar staat ook bij — en dat is een van de meest misverstane begrippen in dit verband, waar we in deze serie nog vaker tegenaan zullen lopen — dat door Israëls struikeling het heil naar de natiën is gegaan om hen tot naijver te wekken.

Dat wordt meestal zo opgevat alsof het de bedoeling is om hen jaloers te maken zodat zij ook willen wat wij hebben; het wordt vaak op een positieve manier uitgelegd. Maar dat wekken tot naijver blijkt juist negatief te zijn. Doordat het heil nu naar de natiën gaat en God Zich een volk uit de natiën verzamelt — ik heb dat de vorige keer al veel breder uiteengezet — is dat juist om hen jaloers te maken. Paulus' eigenlijk ondankbare taak was om naar Israël toe te gaan en hun te vertellen dat het heil nu naar de natiën is gegaan en dat God Zich nu een volk uit de natiën verzamelt. Israël, dat altijd meende het volk van God te zijn, is nu tijdelijk op een zijspoor gezet.

Strikt genomen: noemt Hij hen nu wel Gods volk? Misschien moet ik het correcter formuleren: Hij noemt hen nu niet Zijn volk. Hij noemt hen nu Lo-Ammi: niet-Mijn-volk. Tijdelijk, haast ik mij er iedere keer bij te zeggen, maar als u mij goed kent, dan weet u dat dat voor mij een vanzelfsprekendheid is. Maar het is nu tijdelijk Lo-Ammi. En waar is Ammi dan wel? Ammi betekent 'Mijn volk'. Welnu, niet in Israël, maar daarbuiten. En die reactie heeft Paulus iedere keer opgeroepen bij zijn volksgenoten. Dat was dus ook de bedoeling: die naijver is echt bedoeld als provocatie.

Juist als de apostel van de natiën had Paulus die taak. Dat is het bijzondere ervan. Feitelijk zou je kunnen zeggen: "Eigenlijk heb ik nu verteld wat ik te melden heb en u kunt weer naar huis gaan." Dan kunt u nog even wat anders doen! Nee, er is nog zoveel meer te vertellen, maar dit is wel de clou: juist als apostel van de natiën — dat wil zeggen als een apostel die bij de natiën hoort — heeft Paulus een boodschap voor Israël.

En dat verklaart nader waarom we vanavond deze vraag onder ogen zien: hoezo 'eerst de Jood'? De term 'eerst de Jood' komen we ook in de brieven van Paulus tegen. Terwijl ik hier sta te praten realiseer ik me dat ik daar niet eens een dia van heb, maar kijk maar eens na in Romeinen 1 vers 16: het Evangelie is een kracht Gods tot redding voor ieder die gelooft, eerst de Jood en ook de Griek. Dat is trouwens historisch gezien sowieso waar: het ging eerst naar de Jood en later ook naar de natiën. Maar bij Paulus zit daar nog iets achter.

De vraag dringt zich op: als Paulus inderdaad zo'n speciale missie had om naar de natiën te gaan, waarom ging hij dan iedere keer, terwijl hij zich in het buitenland bewoog en zijn missie volbracht, toch altijd eerst naar de synagoge? Dat is toch eigenaardig? Als u zojuist goed geluisterd hebt, bent u denk ik al op het goede spoor gezet. Maar het verdient toelichting. En sterker nog: ik denk dat er nog andere vragen beantwoord moeten worden.

Je zou ook de vraag kunnen stellen: wat had hij dan als apostel van de natiën te melden? 'Apostel van de natiën', als je die term letterlijk neemt zoals hij zich aandient in de tweede naamval, betekent dat het een apostel is die zich rekent tot de natiën. Ook al is hij een Jood, hij rekent zich tot de natiën. Trouwens, de naam Paulus — dat zullen we straks ook zien — is een Romeinse naam; hij was ook een Romein. Eigenlijk is het zo dat wanneer je deze vraag kunt beantwoorden, je ook het antwoord weet op de eerste vraag. Als je weet wat hij te melden had aan Israël, juist in zijn hoedanigheid als apostel van de natiën, dan begrijp je ook waarom hij eerst naar de synagoge ging. Kortom: waarom juist dan eerst aan Israël? Laten we dat nu eens nader bekijken.

Het Patroon in Handelingen: Telkens Eerst Naar de Synagoge ↑ hoofdstukken

Laten we de historische feiten even heel kort op een rijtje zetten. Ik ga er gemakshalver een beetje vanuit, terecht of ten onrechte, dat u allen enigszins op de hoogte bent van de geschiedenis van het boek Handelingen. En zo niet, dan pakt u het denk ik toch vrij snel op.

Maar goed, u weet het: de eerste hoofdstukken van het boek, de eerste zeven hoofdstukken van Handelingen, gaan over hoe de boodschap van de opgestane Messias klonk in Jeruzalem en hoe het getuigenis ook bevestigd is met wondertekenen et cetera. En dan eindigt dat in hoofdstuk 7 met die striemende rede die Stefanus heeft gehouden in het Sanhedrin tegen zijn volksgenoten; hoe zij niet alleen Jezus hadden laten kruisigen, maar nu ook de opgestane Messias verwierpen.

En dan, in Handelingen 7, krijg je voor het eerst dat de figuur van Paulus achter de coulissen, vrijwel letterlijk, tevoorschijn komt. Of in ieder geval: hij is degene die de kleding bewaakt, de mantels van de mannen van het Sanhedrin die Stefanus stenigen. Heel uitdrukkelijk een publieke daad waarbij het gezagsorgaan van de Joodse staat, als ik het zo mag zeggen, afstand neemt van het getuigenis, nu ook van de opgestane Messias.

En Saulus stemde daarmee in. Vervolgens lees je dat hij dé vervolger van de ekklesia wordt, nou ja, zelfs tot in het buitenland. Hij wordt geroepen en dan verdwijnt die Saulus van Tarsus eigenlijk een hele tijd van de radar. In het boek Handelingen zie je dat ook: een heel aantal jaren, een jaar of acht, negen, gaat hij weer terug. Zo weten we ook als je het reconstrueert: hij gaat terug naar zijn vaderstad, naar Tarsus en omgeving. En uiteindelijk komt hij dan weer terug.

En dan, in Handelingen 13, begint zijn eigenlijke bediening, zeker ook als Paulus. En wat je daar consequent ziet, is dat wanneer hij erop uitgezonden wordt en overal naartoe gaat, hij telkens eerst naar de synagoge gaat. Dat is het patroon in Handelingen. Het is dus niet een keertje een incidenteel geval dat toevallig zo uitkwam; nee, het is systematisch zijn werkwijze.

En ik wil die voorbeelden even op een rijtje zetten. Ik ga ze niet allemaal uitvoerig bespreken, helemaal niet, integendeel: ik wil juist gewoon het feit neerzetten en een stuk of zeven, acht, negen voorbeelden geven waarin je dat iedere keer ziet.

Het eerste voorbeeld is Handelingen 13 vers 5 – op Handelingen 13 komen we straks trouwens nog uitgebreid terug. Daar staat: en te Salamis gekomen – dat was op Cyprus – verkondigden zij het woord Gods in de synagogen der Joden. 'Zij', dat zijn Barnabas en Saulus. En zij hadden ook Johannes Marcus tot helper.

Even een paar verzen later in Handelingen 13 vers 14 lees je: doch zelf gingen zij, Barnabas en Saulus, van Perge verder en kwamen te Antiochië in Pisidië. Dat is trouwens een beetje verwarrend met die steden genaamd Antiochië, want er zijn er verschillende. Je hebt het Antiochië waar tegenwoordig Aleppo in de buurt ligt, en je hebt Antiochië in Zuid-Turkije. Beide waren bekende steden, maar je moet ze wel uit elkaar houden. Goed, dit was Antiochië in Pisidië. En op de sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, namen zij plaats. Aha, wéér dus! Ze zijn daar in het buitenland, maar waar gaan ze naartoe? Naar de synagoge.

Natuurlijk kun je dat altijd afdoen als een sociaal of cultureel fenomeen. Dat wil zeggen: het waren Joodse mannen, dus waar ga je naartoe als je je als Jood ergens begeeft? Stel je voor: je bent Nederlander in Zuid-Afrika – nou, dat is nu geen goed voorbeeld – maar je gaat naar Spanje en woont daar in de vreemde, dan zoek je toch ook weer connectie met Nederlanders. Sommigen juist niet, die zijn blij dat ze ervan af zijn, maar normaal gesproken is dat een heel natuurlijk fenomeen. Maar dit gaat dieper. Dit is niet slechts van: tja, ze waren Joods en zochten wat Joodse connecties. Ik ontken dat element niet, maar dat is niet waar het om gaat.

Nog een voorbeeld: Handelingen 14 vers 1. En het geschiedde evenzo te Ikonium – weer een andere plaats; je had eerst Salamis, toen kwamen ze in Perge, daarna in Antiochië en nu in Ikonium – dat zij in de synagoge der Joden gingen en zo spraken dat er een grote menigte, zowel van Joden als van Grieken, tot geloof kwam of gelovig werd.

Ik wijs er altijd graag even op dat de uitdrukking 'tot geloof komen', zoals we die heel vaak in vertalingen aantreffen, niet de manier is waarop de Schrift het benoemt. De Bijbel spreekt er altijd over dat men 'gelovig werd'. Zal ik dat even toelichten? Ik vind het te mooi om het voor me te houden. 'Tot geloof komen' suggereert dat je... je hebt hier het geloof, en voordat je daar bent, moet je eerst tot geloof komen. Nee, dat is het idee niet. Er komt een boodschap op je af en je gelooft het – of tenminste: je bent bereid het te geloven of niet. Meer smaken zijn er niet, hè? Je gelooft het wel of je gelooft het niet. Nou, dat is de wijze waarop de Bijbel dat ook benoemt. Het is eigenlijk dus veel directer: je gelooft het of je gelooft het niet. En we zullen straks nog wel zien hoe het komt dat iemand gelovig wordt.

Dan het vierde voorbeeld: Handelingen 17 vers 1 en 2. En hun weg nemende over Amfipolis en Apollonia kwamen zij te Tessalonica, waar een synagoge der Joden was. Ook hier weer zijn het Paulus en Silas. En dan staat er: en Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen. Deze vind ik heel frappant, want hier wordt meteen aangegeven dat de voorbeelden die ik zojuist gaf niet incidenteel waren. Nee, het was gewoon zijn vaste gewoonte. Zo staat het er namelijk: Paulus ging, zoals hij gewoon was, daar binnen – dat wil zeggen in die synagoge der Joden dus. En hij behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften. Heel boeiend, want in die drie weken tijd is de ekklesia in Tessalonica ontstaan, waar Paulus kort daarna een brief aan heeft geschreven. Goed, maar daar gaat het nu even niet om.

Het vijfde voorbeeld: Handelingen 17 vers 10. Maar de broeders... Ja, u weet hoe dat dan gaat, want dat is ook het patroon wat je iedere keer weer ziet: wanneer hij ergens komt, en zeker als hij in de synagoge der Joden is, ontstaat er meteen of vrijwel meteen conflict en wordt hij eruit geknikkerd. Zo ging het ook in Tessalonica. Het was niet zo dat hij na drie weken dacht: nou vind ik het welletjes ofzo. Nee, het punt was: hij moest daar weg om het vege lijf te redden, zeg maar. Goed, Handelingen 17 vers 10: maar de broeders zonden terstond Paulus en Silas naar Berea – dat lag vlak bij Tessalonica – die daar aangekomen naar de synagoge der Joden gingen. Een van de weinige uitzonderingen waar men zich trouwens heel gunstig onderscheidde, in Berea, dat weet u wel. Waarin onderscheidden zij zich ook alweer zo gunstig ten opzichte van hen die in Tessalonica waren? Omdat zij gewillig aanhoorden wat Paulus te melden had en dagelijks in de Schriften nagingen of deze dingen alzo waren. Ja, Berea was wat dat betreft een witte raaf, om zo te zeggen.

Het zesde voorbeeld in Handelingen 18 vers 4: en hij, Paulus, hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en hij trachtte Joden te overtuigen. Er staat letterlijk zoiets als dat hij hen overtuigde, dat wil zeggen: hij bracht het bewijs...

Hij voerde het bewijs aan. Dat ze zich niet lieten overtuigen, had niet te maken met zijn gebrekkige pogingen, maar gewoon met de onwil om te horen wat er bewezen werd.

Maar ook hier weer: hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge. Handelingen 18. U bent inmiddels wel overtuigd natuurlijk, maar goed, voor de volledigheid gaan we nog eventjes twee verzen verder. Handelingen 18 vers 19: "En zij kwamen te Efeze aan en hen daar achterlatende..." – ik weet even niet meer precies hoe het verband ook alweer was; o ja, hij had een hele club van medewerkers bij zich – "...ging hij, Paulus, zelf naar de synagoge en hij hield besprekingen met de Joden."

En ik geloof dat dit het laatste voorbeeld is: Handelingen 19 vers 8: "En Paulus ging naar de synagoge en trad daar drie maanden lang vrijmoedig op om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk van God."

Nou, ik moet inmiddels toch wel de conclusie trekken dat als je Paulus' gang zo volgt, terwijl hij van plaats naar plaats gaat, je dan inderdaad ziet dat hij eerst naar de synagoge gaat. Eerst naar zijn eigen volksgenoten. Oké, nou, dat hebben we dan bij dezen vastgesteld.

Dus dat hij zelf ook eerst nog steeds... Ondanks... Nee, nu zeg ik het zelf fout. Terwijl hij apostel van de natiën was, ging hij niettemin eerst naar de synagoge toe, eerst naar de Jood. En dat woordje 'ondanks' moet ik niet zeggen, want het is juist: juist ómdat hij apostel van de natiën is, ging hij eerst daar naartoe. Daar heb ik al wat over gezegd en daar ga ik nog meer over zeggen, maar eerst dit.

Handelingen 13: het Keerpunt Naar de Natiën ↑ hoofdstukken

We gaan nu naar Handelingen 13, want als er één hoofdstuk is in het boek Handelingen dat ons bepaalt bij een enorme wisseling, dan is het dit wel. En eigenlijk ook bij het begin van Paulus' bediening. De eerste keer dat we de naam Paulus tegenkomen is in Handelingen 13. Ik zeg niet de figuur Paulus, maar de naam Paulus. Het is ook de eerste keer dat het heel demonstratief naar de natiën gaat. En dan bedoel ik daarmee dat hij vanwege de afwijzing van Israël naar de natiën gaat.

Kijk, want je zou natuurlijk ook kunnen verdedigen dat al eerder in het boek Handelingen – in Handelingen 10 – Petrus gezonden was. U weet wel, naar Joppe, en daar trof hij die Romeinse hoofdman aan, Cornelius, die ook een godvereerder was. En er moest heel wat gebeuren voor Petrus om daar het huis binnen te gaan; er was geen haar op het hoofd van Petrus die eraan dacht. Petrus, die toch de woordvoerder is van de twaalf. Dus de twaalf dachten er niet aan om naar de heidenen toe te gaan. Niet omdat zij dachten dat God geen plan heeft met de natiën, maar hun overtuiging was, volkomen terecht: inderdaad moeten alle volkeren tot discipelen gemaakt worden, maar eerst Israël. Eerst moet Israël haar Messias gaan aanroepen en dan zal Hij terugkomen. Dat was de verwachting. Daarom was die verwachting in die generatie ook: het gaat allemaal nu gebeuren, of in ieder geval in deze generatie. Als Israël gelooft, dan komt de Messias terug en dan komen de volkeren in beeld. Maar dan gaat ook vanuit Israël het heil naar de natiën toe. Dat was de verwachting, dat was het perspectief.

In Handelingen 13 wordt het verhaal heel anders. En dat is: Israël wijst de boodschap af, en juist vanwege die afwijzing gaat het naar de natiën toe. Handelingen 13 bij Sergius Paulus. Laten we eerst maar gewoon even lezen wat erover staat. Ze waren – Barnabas en Saulus, ik noem het eventjes expres zo, die volgen we daar in die benaming – uitgezonden vanuit Antiochië. Antiochië daar bij Aleppo zeg maar, zo staat het niet in de Bijbel hoor, maar dat Antiochië. Daar waren ze uitgezonden en vervolgens gaan ze hun weg en komen ze op het eiland Cyprus.

Sergius Paulus en het Verzet van Elymas de Tovenaar ↑ hoofdstukken

Laat ik het gewoon lezen: "En na het gehele eiland Cyprus namelijk doorgetrokken te zijn tot aan Pafos..." Dat is helemaal aan de andere kant. Dat wil zeggen: als je vanuit het oosten komt, dan ga je naar het westen, en dan kom je aan de westkant van Cyprus en daar ligt de plaats Pafos. "En daar troffen zij een zekere magiër aan. Het was een valse profeet, een Jood," wordt erbij gezegd, "wiens naam was Barjezus." Het lijkt alsof hij iets met Jezus te maken heeft, maar dat was dus maar schijn, of het was vals – in die zin klopt dat wel. Zijn naam was dus Barjezus. Hij had trouwens ook een bijnaam, maar daar komen we straks nog op.

Wat is er nu aan de hand met die magiër en deze geschiedenis? Ik betrek het erbij omdat juist in deze betrekkelijk korte geschiedenis dit voorval plaatsvindt; dit is een apart voorval wat hier in Pafos gebeurt. En waarom verhaalt Lucas dat? Nou, gewoon omdat het zo karakteristiek is! Voor zijn hele verhaallijn zet dit gewoon het patroon neer. Als je een klein beetje feeling hebt met bepaalde lijnen en met karakteristieke gebeurtenissen en patronen, dan zie je hier iets aan het licht komen. Als je dit eenmaal gelezen hebt, zie je dat vervolgens in de rest van het relaas telkens weer terugkomen.

Hoe dan ook, die Jood hield zich op bij de landvoogd. Een proconsul was het, zo wordt hij hier ook in de interlineair genoemd. Hij hield zich op bij de landvoogd, zeg maar de man die – ik weet niet goed waar ik het mee moet vergelijken, een burgemeester? Nee, hij had een hele regio onder zijn beheer. Weet je wie ook zo genoemd wordt, die dezelfde functie vervulde? Pilatus, die had ook zo'n rol. Het was dus niet de eerste de beste. Hij hield zich op, die Barjezus, die Jood dus, bij de landvoogd Sergius Paulus.

Dat is eigenaardig! Ik zei zojuist wel over feeling hebben met patronen, maar dat klinkt wat zwaar, want eigenlijk struikel je er in dit geval gewoon over. Als dit je ontgaat, dan weet ik niet wat ik hier nog doe, maar het is namelijk zó duidelijk: hier kom je voor het eerst iemand tegen in de hele Bijbel die de naam Paulus draagt! Sergius Paulus, een Latijnse naam. Want Paulus betekent vanuit het Latijn – we komen er straks nog even op terug – 'kleintje'. Deze man had dus een Latijnse naam, het was ook een Romein, een Romeinse hotemetoot, als ik het even oneerbiedig mag zeggen. Bovendien wordt hij gekwalificeerd als een verstandig man. En waarom verstandig? Ik denk dat de volgende zin allesverklarend is: "deze begeerde het woord van God te horen." Dat vind ik heel verstandig. Want je kunt wel begeren om de opinie van mensen te willen horen, maar dat is meestal niet zo verstandig; daar word je meestal ook niet heel erg veel wijzer van.

In ieder geval, deze verstandige man, Sergius Paulus, begeerde het woord van God te horen en hij liet Barnabas en Saulus tot zich roepen. Ik heb het al een beetje geaccentueerd – dankjewel René. Waarom? Omdat het tweetal eropaf ging en Barnabas hier altijd het voortouw neemt. Barnabas had Saulus trouwens ook ooit opgehaald uit Tarsus; die speelde daar in eerste instantie ook die belangrijke rol en hij gaat ook voorop. Het is ook gewoon "Barnabas en Saulus". Kijk maar na in de concordantie, dan zie je Barnabas en Saulus iedere keer zo terugkomen. Hij liet Barnabas en Saulus tot zich roepen, die Sergius Paulus dus.

Maar Elymas, de tovenaar, de magiër – want zo wordt zijn naam vertaald, dat wil zeggen: hij heette dus Barjezus, of Grieks geformuleerd dan, maar hij kreeg ook de naam Elymas. Het is een vertaling van zijn naam. En moet je opletten wat hier gebeurt: Elymas, u weet wel, die Jood, de magiër, iemand die trucs uithaalt... In feite bestond zijn beroep of zijn hele bediening uit het vervalsen van dingen. Is dat een respectabele bezigheid? Nee, allerminst, maar het is wel een bezigheid waar ook heel veel mee te verdienen valt. Hoe dan ook, die Elymas verzette zich tegen Barnabas en Saulus. Hij verzette zich tegen hen en hij trachtte de landvoogd, die proconsul Sergius Paulus dus, van het geloof afkerig te maken. Notabene!

Dus, even voor de goede orde, zodat het plaatje helder voor de geest staat: daar is dus iemand uit de natiën, een Romein die van toeten noch blazen weet. Hij wordt ook niet geïntroduceerd als een godvereerder, zoals u bijvoorbeeld wel leest van Cornelius. Gewoon een Romeinse proconsul, een verstandig man, maar die in de gaten heeft dat Barnabas en Saulus het woord van God doorgeven. En dan zou je zeggen: nou, een Jood, vanwege de afkomst uit het volk waaraan de woorden Gods zijn toevertrouwd, die moet daar toch heel erg blij mee zijn dat het op deze wijze zijn uitweg vindt? Nee, hij verzette zich tegen hen en hij trachtte de landvoogd van het geloof afkerig te maken.

Het geloof – niet in de zin van een religie, maar hét geloof. Het geloof wil zeggen: een boodschap. Kijk, het is niet een boodschap van werken, waarin je wordt opgedragen om iets te doen. Maar wanneer er iets aan je wordt meegedeeld, als je wordt verteld wie God is en wat Hij doet en wat Hij zal doen, ja, daar kun je met eigen werken niets mee doen. Dat kun je alleen maar geloven. Nou, dat is wat Barnabas en Saulus doorgaven. En deze Elymas verzette zich daartegen. En niet alleen verzette hij zich daar persoonlijk tegen, maar hij zette ook nog eens alles in het werk om die Sergius Paulus, die proconsul, daar afkerig van te maken.

Kijk, en dit is dus typerend voor de historie: een Jood die iemand uit de natiën afkerig wil maken van het geloof. Ik ben geneigd om te zeggen: vul het plaatje zelf maar in, want dit is precies het hele fenomeen waar Paulus altijd weer op stuitte en wat eigenlijk zijn hele bediening typeert. Daarom is dit zo karakteristiek. Het is de eerste keer dat je leest dat hij naar iemand uit de natiën gaat, en waarachtig: het is juist een Jood die hier een stokje voor probeert te steken en dat probeert te verhinderen! Doch... en dan vers 9: dan krijg je een heel eigenaardige omkering.

Van Saulus Naar Paulus: Tijdelijke Blindheid als Beeld van Israël ↑ hoofdstukken

"Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld van heilige Geest, zag hem scherp aan." Dat is die Elymas. En hij zei... maar eerst eventjes aandacht voor die ondersteunende hoorder.

"Saulus, anders gezegd Paulus" – dit is de eerste keer dat Saulus Paulus wordt genoemd. Wanneer wordt Saulus voor het eerst Paulus genoemd? Op het moment dat hij bij Sergius Paulus is. Juist het loutere feit dat hier zijn naam Paulus wordt... Het is trouwens zeer omstreden of Paulus niet altijd al twee namen gehad heeft, namelijk Saulus en Paulus, waarbij de ene een Hebreeuwse naam was en de andere een Romeinse naam. Dat is allemaal tot je dienst, maar dan ontgaat je de clue: Lucas noemde hem tot dusver consequent Saulus. En nu, terwijl zij op Cyprus zijn en hij bij die proconsul is – die heidense man, om zo te zeggen – en waarachtig, die man heet Paulus! En vanaf dit moment gaat Saulus van Tarsus altijd Paulus heten. Consequent!

Ik zal het laten zien. Tot dusver had Lucas – kijk er maar naar, ik heb het nageteld, dat is tegenwoordig lekker handig met computerprogrammaatjes en zo – tot dusver was de naam Saulus al zestien keer gevallen in het boek Handelingen. Gewoon voor deze figuur, Saulus van Tarsus: zestien keer wordt hij Saulus genoemd. En vanaf hier wordt hij nooit meer Saulus genoemd, maar maar liefst honderdtweeëndertig keer Paulus! Ik denk dat ik daarmee wel overtuigend mijn punt maak dat Saulus vanaf hier inderdaad Paulus wordt. En tot je dienst als je zegt: "Ja, maar die naam had hij altijd al." Maar dat verklaart nog niet het fenomeen waarom hij vanaf hier altijd Paulus heet. Nogmaals, je struikelt erover vanaf het moment dat hij met die Paulus in aanraking komt: een man uit de natiën die verhinderd wordt door een Jood. Althans, die Jood probeert hem te verhinderen om kennis te maken met het woord van God en met het geloof dat gepredikt werd.

Vanaf dit moment wordt Saulus Paulus. En dan staat er: "Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld van heilige Geest, zag hem scherp aan, en zeide: Zoon van de diabolos..." In de NBG-vertaling en de meeste vertalingen staat gewoon 'duivel'. Dat kan je doen, hoor, alleen ontgaat je dan denk ik iets waar ik op deze manier wel aandacht voor vraag: de diabolos is namelijk de dooreenwerper. Degene die de dingen vervalst door ze door elkaar te schoppen, door elkaar te gooien. Dat is eigenlijk de term; bolos heeft te maken met een bal en met werpen. Hij gooit de dingen door elkaar. "Zoon..." Hij zegt: jij bent een erfgenaam van de diabolos, vol van allerlei list en streken. En Paulus – want zo heet hij vanaf hier dus – pakt uit, hè? Het is geen diplomatieke benadering. Je zou zeggen: je bent nou bij die proconsul, dan moet je toch een beetje letten op je woorden. Maar juist die proconsul wilde wat horen, en waarachtig, die Elymas probeert het maar te verhinderen. En Paulus wordt furieus. Hij zegt: "Zoon van de diabolos, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid" – bedenk gewoon: van wat recht is. Deze man verdraaide alles, en dat is dus precies het tegenovergestelde van wat recht is. "Zult gij niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien?" Dat is wat hij deed.

Ik heb het woordje 'ophouden' even vetgedrukt met een streep eronder gezet. Waarom? Omdat hier het Griekse woord pausē staat. En dat hoeven we eigenlijk nauwelijks toe te lichten, want wij weten allemaal dat ons woord 'pauze' hiervan afgeleid is. Dat is nogal evident, want pauze betekent eigenlijk ook gewoon stoppen. De grap is dat in onze taal pauze ook altijd de betekenis heeft van een tijdelijk stoppen; dat wil zeggen: je gaat het ook weer hervatten. Of dat in het oorspronkelijke Grieks ook zo is, durf ik niet te zeggen; de eigenlijke betekenis is gewoon: je stopt, je houdt op.

En de aardigheid is – en dat tref je over het algemeen aan als je in de handboeken kijkt bij de naam Paulus – dat men zegt: dat is een Latijnse naam en dat betekent gewoon 'kleintje'. Die verklaring vind je eigenlijk altijd. En ik doe daar niets aan af, ik ontken dat niet, want het is volgens mij ook een vrij duidelijk gegeven. Maar het punt is: daar houdt het niet mee op. Dat is een leuke woordspeling in dit verband! Daar houdt het niet mee op, want ook vanuit het Grieks ontstaat er dan een hele aardige link. Je hebt namelijk het woord pauō. Pauō betekent letterlijk stoppen of ophouden. En dan paulos: dat betekent iemand die doet ophouden, of iemand die stopt. Dat is wat dat tweede element, die uitgang, betekent. Er zijn heel veel Griekse woorden waarmee je iemand aanduidt die in het Grieks eindigen met deze mannelijke uitgang. Daar gaan we verder niet ingewikkeld over doen; het gaat er even om dat paulos, als je het als een Grieks woord opvat, gewoon betekent: iemand die stopt. Een stopper dus, een ophouder.

Dat is opmerkelijk, want wat Paulus hier zegt tegen deze man Elymas, die Jood die aangesproken wordt: "Zult gij niet ophouden – zult gij niet stoppen, zult gij niet pauzeren – de rechte wegen van de Heer te verdraaien?" En wat Paulus hier feitelijk doet, zoals blijkt uit het vervolg: Paulus doet deze man ophouden. En als u mij vraagt, krijgen we hiermee een nog veel mooiere betekenis van de naam Paulus, namelijk als degene die in dit geval deze Jood de wacht aanzegt en doet stoppen, doet ophouden. Vanuit het Grieks geeft dat een perfecte betekenis. Ik zeg dat dus niet om de Latijnse betekenis van de naam weg te zetten of weg te verklaren; ik zeg: er komt een Griekse betekenis die zich vanuit de context zelf aan ons opdringt. En Paulus is juist degene die hier die man doet ophouden.

Hoe weet ik dat? We lezen even verder, en dan zegt Paulus dit: "En nu, zie, de hand van de Heer keert zich tegen u, en gij zult een tijd lang blind zijn en de zon niet zien." Dat bedoel ik dus. Paulus zegt deze man de wacht aan en hij doet hem stoppen. Paulus vraagt: "Zult gij niet ophouden?" Nou, het antwoord is: ja, jij zult ophouden. Niet voor altijd, maar een tijd lang. En dit is nou zo opmerkelijk, want dit is precies wat je ook in Romeinen 11 – waar ik het al eerder over had – over het Joodse volk leest. In Romeinen 11 haalt Paulus dat aan en zegt hij: gelijk geschreven staat: "God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden." Wat er met deze Jood gebeurt, die de proconsul Paulus probeert af te houden van het geloof en van het woord van God: deze Jood wordt gestopt voor een tijd lang en is totaal onvermogend om nog te kunnen zien. "Gij zult een tijd lang blind zijn." Een pauze!

Ik houd eigenlijk altijd van dingen die simpel worden en daarmee heel overtuigend zijn. Dit is zo logisch! Hoezo Paulus? Je kunt allerlei boeken erop naslaan en allerlei lades opentrekken, maar de simpelste link is altijd nog gewoon het tekstverband zelf. Paulus is de man van de pauze; degene die in dit geval Israël tijdelijk op een zijspoor zet. De Heer doet dat natuurlijk, maar Paulus is daarvan de woordvoerder. Hij zet Israël tijdelijk on hold, zoals ze zeggen; gewoon eventjes aan de kant. Voor een tijd lang is het blind, tot op de dag van heden, zoals Paulus al zegt in Romeinen 11 – en anno 2026 zeggen wij nog steeds hetzelfde: tot op de dag van vandaag. En dan staat er: "En terstond..."

Paulus zegt dat tegen deze Elymas, en terstond viel op hem donkerheid en duisternis; zijn ogen werden bedekt. Dat is trouwens ook een beeldspraak van Paulus in 2 Corinthiërs, dat er een bedekking op hun ogen ligt en op hun hart. Ja, in feite is dat ook wat blindheid is: als je slaapt, zijn je oogleden toegesloten. Je ogen zijn bedekt en het komt er gewoon op neer: je ziet niks. Of het nou donker is of dat je ogen dicht zijn, in de praktijk is het hetzelfde: je ziet niks, toch? En hier, in dit geval, heeft dit woord kracht, want er staat: en terstond viel op hem – die Elymas dus – donkerheid en duisternis.

En toen de landvoogd zag wat er gebeurd was, geloofde hij. Hij was begerig naar het woord van God. Hij werd tegengehouden, maar nu niet langer. Integendeel, hij zag wat er gebeurd was, dat zag hij voor zijn eigen ogen gebeuren, zeer getroffen door het onderwijs van de Heer. Leuk hè, zoals het hiervoor geformuleerd wordt? Het is onderwijs. Dat wat hij voor zijn ogen zag gebeuren, dat is gewoon onderwijs dat de Heer Zelf gaf. Gewoon aanschouwelijk. Natuurlijk, het was te horen, maar het werd meteen ook gedemonstreerd. Heel apart.

Oké, nou dat was het begin van Handelingen 13, dat hele typerende voorval. Eigenlijk is daarmee – zo bedoel ik het ook – de toon gezet. Dat wat hier gebeurde is zo karakteristiek voor het vervolg en daarom ben ik er ook gewoon mee begonnen. Dat wat zich als eerste aandient, blijkt dan ook karakteristiek te zijn. Je ziet dit trouwens in de Bijbel in het algemeen; dat is een bijbelstudietip die ik meegeef. Ik heb het al zo vaak gedemonstreerd gezien, het is haast een wetmatigheid: de eerste keer dat je iets tegenkomt, een bepaald onderwerp, de eerste keer dat er een woord voorkomt, is vaak meteen tekenend voor de rest. Je wordt meteen op het spoor gezet. De Engelsen zeggen: the key hangs at the door, de sleutel hangt bij de deur. Op het moment dat je binnenkomt: aha, daar hangt hij, dat is de sleutel! En ik zou er heel wat voorbeelden van kunnen geven. Ik zeg niet dat het altijd een wet van Meden en Perzen is, maar let maar eens op: de eerste keer is meteen karakteristiek. En in dit geval is de figuur of de naam Paulus... de eerste keer dat we hem tegenkomen, meteen tekenend voor de pauze die Paulus introduceert.

Oké, nou dan gaan we verder in Handelingen 13.

Paulus' Toespraak in Antiochië in Pisidië en het Citaat uit Habakuk ↑ hoofdstukken

En dan is Paulus in de synagoge van Antiochië aangekomen – in dit geval Antiochië in Pisidië. Ik hoop dat wanneer u zegt: "Nou, ik hou ze nu niet meer uit elkaar", u dan niet denkt dat u pech hebt; zo erg is het nou ook weer niet hoor! Maar even voor het goede perspectief: je leest dat Paulus in Antiochië is en hij verkondigt daar in de synagoge. Die had ik er nog even bij moeten zetten: hij is hier dus in de synagoge, daar in Antiochië. En wat doet hij daar? Nou, hij vertelt daar... nee, hij bewijst daar! Paulus hield geen preek, hè. Paulus deed de hele Schrift open en ging vanuit de Schriften bewijzen dat Jezus van Nazareth degene is die in het Oude Testament – of nou ja, zo noemde hij dat niet: in de Hebreeuwse Bijbel – was aangekondigd en volkomen beantwoordt aan dat wat van Hem voorzegd is, in alle opzichten. Hij bewees uit de Schriften dat Jezus de beloofde Messias is, met alles erop en eraan. Dat is iedere keer het patroon, die beweging: hij had iets te vertellen; nou, hij ging iets bewijzen.

En dan wijst hij uiteraard op diens opstanding: Jezus Christus' opstanding uit de doden. God heeft Hem opgewekt uit de doden, hét bewijs bij uitstek dat Hij de beloofde Messias is. En hij kondigt dan ook vergeving, bevrijding en rechtvaardiging in Hem aan. Dat is een hele rede die hij houdt, en Lucas beschrijft ook wat Paulus daar in de synagoge verteld heeft. Daar gaan we nu allemaal even aan voorbij; ik haak aan bij vers 40, want dan eindigt hij zijn toespraak met deze woorden: "Ziet dan toe," zegt hij tegen al die Joodse mannen, Godvereerders en alles wat zich daar in die synagoge bevond, "ziet dan toe dat u niet overkome wat in de profeten gezegd is." Nu gaat hij een citaat geven. Voor het publiek dat hij bediende was dat logisch en niet zo spannend natuurlijk; zij kwamen immers samen rondom de Hebreeuwse Bijbel. En daar citeert hij iets uit de profeet Habakuk, hoofdstuk 1 vers 5 om precies te zijn. Daar haalt hij aan:

"Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk dat gij voorzeker niet zult geloven, als iemand het u verhaalt."

"Ziet, verachters" – dat zijn mensen die verachten. Het gaat hier trouwens over verachters van het Woord, mensen die geen acht geven op het Woord. "Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt, want Ik werk een werk in uw dagen, een werk dat gij voorzeker niet zult geloven als iemand het u verhaalt." Ik vind het prachtig dat Paulus dat zo uit hun eigen Schriften haalt. Want wat hij hier aanstipt, is niet alleen maar Israëls ongeloof – dat zij het voorzeker niet zullen geloven –, maar hij kondigt ook nog eens een keertje hun verdwijning aan! Dat is trouwens de aanklacht van de profeten in het algemeen: jullie verachten het Woord, maar dat zal dan ook leiden tot jullie verdwijning. Op de een of andere manier raken jullie uit het zicht; jullie verdwijnen, ook als natie. Hoe veelzeggend is dat? Israël verdwijnt als een schip in de zee. Ja, daar eindigt het boek Handelingen ook mee, weet u wel: met Paulus die daar schipbreuk leed... Maar laten we het niet te ingewikkeld maken, het is per slot van rekening inmiddels al avond.

Maar ik bedoel dit: de verachters van het Woord wordt al aangezegd dat zij als volk zullen verdwijnen. Maar er staat ook nog iets bij: "verwondert u". Weet u wat verwonderen is? Dat betekent dat je het niet begrijpt. Je ziet iets voor je ogen gebeuren en je denkt: mijn hemel, waar gaat dit over? Je verbaast je erover, het is een wonder, je begrijpt het niet – in het Engels zeggen ze dat ook: wonder. Je verwondert je. En hoezo dan wel? Nou, God zegt: "Ik" – met een hoofdletter – "werk een werk in uw dagen." Ik ga iets doen in jullie tijd: "een werk dat gij voorzeker niet zult geloven als iemand het u verhaalt."

Nou, ik moet u zeggen: dit is meteen alweer zo typerend voor de hele boodschap van Paulus, namelijk de boodschap van de verborgenheid! Dat God iets doet op een wonderlijke wijze buiten Israël om, en dat Hij Zich nu bedient van heidenen en van de natiën die totaal geen sjoege hebben van het Woord van God, die God nooit hebben gezocht. Nee, maar ze vinden God wel! En zij die zich erop voorstonden zo ijverig religieus te zijn, die hebben Hem compleet gemist. Verwondert u en verdwijnt; jullie zullen het niet geloven. Dat is de waarschuwing waar Paulus zijn toespraak mee afsluit.

En dan staat er nog bij: "En toen zij vertrokken..." Dat wil zeggen: Paulus gaat daar met Barnabas weg. Heel grappig, dat heb ik nog niet gezegd, maar het was altijd: Saulus en Barnabas. Sorry, even terugspoelen: het was altijd Barnabas en Saulus! En vanaf het moment dat Saulus Paulus wordt, wordt die volgorde ineens heel anders; dan wordt het altijd Paulus en Barnabas. Er gebeurt echt ook iets in de verhoudingen: ineens gaat Paulus het voortouw nemen. Toen zij daar vertrokken uit de synagoge, verzochten zij die in de synagoge waren hun tegen de eerstvolgende sabbat weder deze woorden te spreken. Er is dus ook interesse in dat wat hij te melden heeft.

Blijven bij de Genade van God ↑ hoofdstukken

In Handelingen 13 vers 43 staat: "En na het uitgaan van de synagoge, volgden velen van de Joden en de vereerders van God, die Jodengenoten – proselieten – waren, Paulus en Barnabas." Paulus en Barnabas spraken dan ook tot hen en drongen er bij hen op aan te blijven bij de genade Gods. Hoe karakteristiek is dat ook weer! Want genade staat tegenover werken. God doet iets om niet; Hij geeft gewoon. Dát is het evangelie. God zegt: "Dit ben Ik, dit heb Ik gedaan, en dit ga Ik doen." En er wordt van jou nul, niente, helemaal niets verwacht.

Er zijn mensen die dat geloven, maar het merendeel gelooft het niet. Ze zeggen: "Dat is wel heel makkelijk. Dat moet toch moeilijker zijn? Dat is niet respectvol ten opzichte van onze prestaties; wij kunnen toch ook wel wat?" Menselijk gezien valt er inderdaad geen eer aan te behalen. Maar Paulus drong er bij hen op aan om te blijven bij de genade van God. En ik zal u dit vertellen: dat is ook het enige wat écht blij maakt, wat vrede geeft en hoop, en wat ook nooit teleur kan stellen. Weet u waarom niet? Omdat er niets van een mens verwacht wordt en God garant staat voor de goede afloop. Nou, dat vind ik nou echt evangelie!

We zouden nu verdergaan bij vers 44, maar we lassen nu eerst even een korte pauze in en dan gaan we straks verder. We hebben namelijk nog een heleboel dia's te gaan en nog 35 minuten, en ik wil mijn punt toch graag even gemaakt hebben.

We waren dus in Antiochië in Pisidië, waar Paulus een toespraak had gehouden. Bij het uitgaan van de synagoge had hij de toehoorders, degenen die hem gewillig hadden aangehoord, aangespoord om te blijven bij de genade Gods. En vervolgens, de volgende sabbat, kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord van God te horen. Dus niet alleen de synagoge en alles wat daarbij hoorde, maar bijna de hele stad kwam erop af! Dat heeft een enorme impact gehad.

Er wordt een vraag gesteld: "Mag ik een vraag stellen over die vetgedrukte zin over blijven bij de genade? In mijn hoofd zit: de Joden zijn onder de wet en wij zijn onder de genade. Hoe kan Paulus dan tegen Joden zeggen: blijf bij de genade?"

Nou, die tegenstelling zou ik zeker niet willen maken. Paulus onderwijst namelijk aan Jood én heiden het evangelie van de genade Gods. Dat Israël een boodschap heeft waar werken wel een zekere rol spelen – denk bijvoorbeeld aan de Jakobusbrief –, dat is waar, maar ik zou zeker niet willen zeggen dat... Laat ik één vers noemen. In Galaten 2 zegt Paulus dit – de vraag vereist eigenlijk een veel uitgebreider antwoord dan ik nu ga geven, dus ik hoop maar dat je er tevreden mee bent. In Galaten 2 vers 15 zegt Paulus: "Wij, geboren Joden" – hij heeft het hier dus heel specifiek over Joodse mensen, niet over zondaars uit de natiën – "wetende dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof van Christus Jezus, zijn ook zelf tot geloof in Christus Jezus gekomen."

Waarom haal ik dit nu aan? Omdat Paulus ook hier van de geboren Joden zegt: wij weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken, maar uit genade. Dat is de universele waarheid: een mens heeft niets van zichzelf. In feite geef je daarmee zelf al het antwoord op de vraag waarom hij hier tegen een overwegend Joods publiek zegt te blijven bij de genade Gods. En als straks Israël weer in beeld komt en in haar Messias zal geloven, dan wordt de wet in hun hart geschreven. Dan zullen ze inderdaad ook van harte gaan doen wat in de wet geschreven staat – niet meer omdat het moet, maar omdat ze daar van harte uit leven.

Ik zie aan je ogen dat je denkt... Het vereist inderdaad een uitgebreider antwoord. Om nu niet te ver af te dwalen van het eigenlijke onderwerp – want hoewel ik 'blijven bij de genade Gods' belangrijk genoeg vond om te onderstrepen en vet te drukken, is het niet ons hoofdonderwerp voor vanavond – gaan we nu toch even verder.

Bijna de hele stad kwam dus bij elkaar om het woord van God te horen. En toen waren de Joden toch een partij blij, zeg, toen ze dat vernamen...

De Nijd Der Joden: Na-ijver en Kift ↑ hoofdstukken

Zou je denken: wat een geweldige publieke belangstelling! Maar vers 45 zegt: "Doch toen de Joden de scharen zagen, werden zij vervuld met nijd en spraken lasterende tegen hetgeen door Paulus gezegd werd."

Dit is nou weer zo'n prachtig voorbeeld van waar we het eerder over hadden. Hier wordt namelijk een woord gebruikt dat uit dezelfde woordfamilie komt als wat we de vorige keer bespraken en wat ik nu ook al een paar keer genoemd heb: dat wat er in Romeinen 10 en 11 gezegd wordt over de na-ijver van Israël. 'Na-ijver' is een oud-Nederlands woord voor jaloezie. En nogmaals – het is al even aan de orde geweest – dat is geen na-ijver in de zin van: "Oh, dat willen wij ook zo graag hebben!" Nee, dat is kift: de boosheid dat de boodschap nu bij anderen terechtkomt en dat de Joden daarin eigenlijk gepasseerd worden. Hier zie je die nijd, die jaloezie al opkomen.

Wat Paulus in Romeinen 10 vers 19 uitlegt, is terzijde eigenlijk wel een heel aardige opmerking. Wat je ziet in Romeinen 9, 10 en 11 is immers niet zomaar een afstandelijke, dogmatische uiteenzetting van Paulus. Nee, het is pure ervaring! Het raakt direct aan zijn eigen bediening. Hij ziet het voor zijn eigen ogen gebeuren, het is zijn dagelijkse beleving dat Israël de boodschap afwijst en gestruikeld is over de steen des aanstoots, over de Messias. En nu gaat de boodschap naar de natiën toe. God verzamelt Zich een volk uit de natiën, en dat wekt de na-ijver op.

Paulus zegt in Romeinen 10 vers 19: "Maar ik vraag: heeft Israël het dan niet verstaan?" En dan haalt hij Mozes aan uit Deuteronomium: "Ik zal u [Israël] naijverig maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk." Hier blijkt trouwens ook heel uitdrukkelijk dat die na-ijver toorn is: kift, pure provocatie.

De boodschap is terechtgekomen bij een volk uit de natiën, en in de ogen van Israël is die ekklesia niet eens een volk. Wij zijn immers geen nationaal volk met landsgrenzen en regeringen, zoals een etnisch volk dat kent. In die zin zijn wij helemaal geen volk zoals Israël dat wel is: één grote, uit de kluiten gewassen familie. Bovendien, voor zover we al een volk genoemd kunnen worden, zijn we ook nog eens 'onverstandig'. Dat wil zeggen: wij zijn niet van jongs af aan grootgebracht bij het woord van God, zoals zij.

In alle opzichten zijn wij in hun ogen dus gediskwalificeerd: we zijn geen volk, en voor zover we het wel zijn, zijn we nog onverstandig ook. Dus hoezo zouden wij ons kwalificeren? Zij zijn altijd buitengewoon religieus geweest, met een enorme ijver, en nu gaat het heil zomaar naar een volk dat God vooraf helemaal niet gezocht heeft! "Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten" – dat staat trouwens ook in Romeinen 10. Dát is genade; dat is precies die genade waar we het over hadden.

Wat Paulus hier in Antiochië beleeft, is dan ook de daadwerkelijke na-ijver van de Joden. Zij zien dat er een volk uit de natiën verzameld wordt – en met recht verzameld, want bijna de gehele stad loopt daar uit en komt bijeen! En zij spraken lasterend tegen hetgeen door Paulus gezegd werd.

Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig...

Het Woord tot de Natiën: Gesteld tot een Licht Der Volkeren ↑ hoofdstukken

Het was nodig dat eerst tot u het woord van God werd gesproken. Het was nodig, dat móest dus. Eerst. Doch nu gij het verstoot en u het aeonische leven niet waardig keurt... Voor een heleboel van u hoef ik het niet toe te lichten, maar voor een aantal misschien wel, ik weet het niet. Houd er altijd rekening mee dat er mensen zijn die dit niet weten: in de meeste vertalingen staat hier 'eeuwig leven', maar het idee is niet een leven waar geen eind aan komt. Het is het leven van de aion, het leven van de toekomende eeuw, van de toekomende aionen, een toekomend wereldtijdperk. Vandaar ook: aeonisch leven. Daar moet je even aan wennen. Nog niet zo heel erg lang geleden werd bij ons thuis de vergissing gemaakt: je hebt toch ook van dat spul wat je op je brood doet, aioli... hoe heet dat ook weer? Aioli, o ja, dat was het, ja! En toen dachten ze: kan je dat op je brood doen? Nee, nee, dat kan niet. Maar goed, ik heb het dus over aeonisch. Het aeonische leven, dat hoort bij de toekomende eeuw. Als u daar een mooie tekst voor wilt hebben waarom wij dat heel duidelijk zien: dat is in Lukas 18 vers 30. Onthouden!

Oké, nu stelt Paulus gewoon vast. Hij zegt: het woord van God werd eerst tot jullie gesproken. Nu verstoten jullie het — dat was het hele traject daaraan voorafgaand ook al het geval, maar hier in Antiochië werd het opnieuw duidelijk — en keurt u het aeonische leven niet waardig. Zie, nu wenden wij ons tot de natiën. Met andere woorden: Paulus richt zich nu uitdrukkelijk tot de natiën, maar eerst wordt dit Israël aangezegd.

Kijk, dit is nou ook typisch de apostel van de natiën. Hij wordt gestuurd naar de natiën, hij rekent zich ook tot de natiën, maar met die boodschap richt hij zich primair tot hen. Eerst moeten zíj het weten, zodat duidelijk is dat het volk dat nu verzameld wordt, uit de natiën komt, niet uit Israël. Dat wil zeggen: het is niet... Nee, wél uit Israël, want een deel van hen gelooft wel, maar ik bedoel: het is niet Israël als geheel. Israël als volk staat terzijde. Hebt u hem? Nou ja, zo niet, dan moet u nog maar eens weer terugkomen; we hebben er een heel seizoen over. En dat is de aardigheid: via allerlei aanvliegroutes komen we toch iedere keer weer bij hetzelfde punt uit, zodat het je eigenlijk, als Hij je ogen daarvoor opent, niet kan ontgaan.

En dan zegt Paulus nog zoiets heel bijzonders. Want zo heeft ons — Paulus en Barnabas — de Heer geboden. En nou gaat hij iets aanhalen uit Jesaja 42, een profetie aangaande de Knecht des Heren. Anders gezegd: dat is het opschrift in uw Bijbel, maar het is een Messiaanse profetie, het gaat gewoon over wie de Messias zou zijn. Er zijn verschillende profetieën aangaande de Knecht des Heren en voor ons is wellicht de bekendste in Jesaja 53: dat Hij als een lam ter slachting werd geleid en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders. Nou ja, dat. Maar hier wordt een citaat gegeven uit Jesaja 42 en daar gaat het over de Messias. En dan staat er dit, dat is wat Paulus aanhaalt: 'Ik heb U — Ik, dat is God Zelf, Ik heb U, Messias — gesteld tot een licht der natiën, opdat Gij tot redding zoudt zijn tot het uiterste van de aarde.'

Ja, de 'U', als je dat in Jesaja 42 nakijkt, is de Messias. Maar Paulus zegt: zo heeft óns de Heer geboden. Met andere woorden: Paulus en Barnabas, die als één mond spreken, zijn hier de spreekbuis van de Messias Zelf, Die Zich richt... Die gesteld wordt tot een licht van de natiën. Dat is echt zó boeiend! We hebben daar ooit in Zoetermeer nog eens een hele serie aan gewijd, aan dat fenomeen dat ook in Jesaja al gezegd is dat de Heer Zich eerst richt tot Israël en dan stuit Hij alleen maar op ongeloof en weerstand, en dan zegt Hij: het is te gering voor U dat Gij de stammen Israëls zoudt oprichten, Ik stel U tot een licht van de natiën — woorden van gelijke strekking — opdat Gij tot redding zoudt zijn tot aan het uiterste van de aarde.

Ik wijs hier even op omdat hier een Messiaanse profetie aangehaald wordt door Paulus, en Paulus zegt: 'Dit heeft de Heer ons geboden.' Waarmee Paulus zich in feite tot spreekbuis maakt van Jezus Christus. En laat ik u dit zeggen: zo bijzonder is dat nou ook weer niet. Hij zegt dat zo vaak in zijn brieven, altijd als hij zich een apostel van Christus Jezus noemt. Een apostel betekent een afgevaardigde. En een afgevaardigde is iemand die spreekt namens een ander, die diens spreekbuis is. Christus Jezus is daarboven en nu heeft Hij iets te vertellen. Nou ja, iets: Hij heeft een geweldige boodschap! De verzoening der wereld; hun verwerping, dat is de verzoening der wereld. En die boodschap die Christus nu verkondigt, dat doet Hij via Zijn spreekbuis Paulus.

Heel duidelijk zie je dat ook in Galaten 1 vers 15 en 16, waar je leest dat Paulus zegt: toen het Hem, God — Die mij van de schoot van mijn moeder aan heeft afgezonderd en door Zijn genade geroepen heeft — behaagde Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de natiën zou verkondigen. Let op de formulering: dat het God had behaagd Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem aan de natiën zou verkondigen. Met andere woorden: God heeft het zo gewild, daartoe was hij afgezonderd, dat de Zoon van God geopenbaard zou worden in Paulus. Waarom? Wel, om Hem als zodanig ook onder de natiën te verkondigen.

Die status en de positie van Paulus daarin is zo ongelooflijk duidelijk. Dat kan je niet ontgaan. Op het moment dat je dat niet ziet — die bijzondere plaats die hij inneemt en dat wat God vandaag te melden heeft — als je dat ontgaat, dan verdwaal je per definitie. En dat is inderdaad het lot geworden van eigenlijk zo'n beetje de hele christenheid. Dat wat de Galaten overkwam, is eigenlijk in heel de christenheid de realiteit geworden: namelijk dat men de boodschap die aan Paulus is toevertrouwd, heeft miskend. En ze zijn verdwaald in een evangelie dat geen evangelie is. Dat is de ernst ook wel weer.

Hoe dan ook, even terug naar af. Dat is wat Paulus dan aanhaalt, en dan staat er: 'Toen nu de natiën dit hoorden...' Zie je het opmerkelijke verschil?

Vreugde Onder de Natiën en Bestemming tot Aionisch Leven ↑ hoofdstukken

Toen de natiën dit hoorden – wat Paulus te vertellen heeft en hoe zijn bediening eigenlijk al gegrond is in dat wat voorzegd is, wellicht op een verborgen wijze, maar voorzegd in de Hebreeuwse Bijbel – toen de natiën dit nu hoorden, verblijdden zij zich. En ze verheerlijkten het woord van de Heer. En allen die bestemd waren tot aeonisch leven geloofden.

Pardon? Lees je dat goed? Er staat dus niet dat allen die bestemd waren om te geloven, het aeonische leven kregen. Nee, ze waren niet bestemd ómdat ze geloofden, maar het is precies omgekeerd: ze geloofden omdat ze bestemd waren tot aeonisch leven. Degenen die daartoe bestemd zijn... God heeft een plan, en degenen die daartoe bestemd zijn, die geloven.

Nou laat je nou altijd gedacht hebben dat geloof iets is wat je zelf bewerkt, een eigen keuze! Dat is toch het gangbare verhaal in de hele christenheid: geloof is een eigen keuze, een vrije wil. Maar hier staat precies het tegenovergestelde. Hoe komt het nou dat deze mensen geloofden? Het antwoord staat gewoon zwart-op-wit: omdat ze bestemd waren tot aeonisch leven. En ik kan u dit vertellen: God heeft een bestemmingsplan met elk schepsel en met elk mensenkind. Alleen ieder in zijn eigen rangorde. Zo moeilijk is dat niet, hoor. Want in de hele natuur zie je ook dat fenomeen. Je hebt eerstelingen en je hebt mensen die later zijn... of bloemen, dingen in de natuur. Je hebt sneeuwklokjes, je hebt narcissen en je hebt forsythia's. Ik bedoel: het is er in alle soorten en maten. Wat zegt u? O ja, noem maar wat. Ik bedoel, we zeggen dat toch? Alles op zijn tijd. God wint altijd. Ontgaat mij iets? Oh, narcisten! Ook zij, jazeker! Ze moeten misschien eerst verdrinken in zichzelf, maar dan toch. Nee, het is geweldig: allen die bestemd waren tot aeonisch leven geloofden. Ook dit is nou weer niet mijn onderwerp, maar ik vind het te mooi om dat niet te onderstrepen. Waarvan akte.

En het woord van de Heer verbreidde zich door het hele land. Zo ging dat dus. Het was ook nog eens een keertje zo dat de weerstand juist van Joodse zijde ook weer een trekker is geworden, juist doordat de boodschap onder de natiën verbreid werd. O ja, en er staat nog iets bij wat ik bijna vergat: maar de Joden stookten de aanzienlijke vrouwen die God vereerden op. Dat betekent in dit verband: dat zijn vrouwen uit de natiën, maar die aanzien of een voorname positie hadden – whatever that may be, maar gewoon die voornaam waren. De Joden stookten de aanzienlijke vrouwen die God vereerden en de voornaamsten der stad op. En zij verwekten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en dreven hen uit hun gebied.

Ook dit is weer eigenlijk standaardprocedure, dat zie je iedere keer weer. Ook hier weer de Joden die... En in feite moet je ook zeggen: degenen die de religieuze boodschap van werken representeerden, zij zijn de grootste tegenstanders. In feite is dat vandaag de dag nog steeds zo, hoor. De grootste vijandschap tegen het evangelie komt vanaf de kant van hen die religie propageren. Die denken, zeggen, beweren en leren dat de mens ook wel degelijk een bepaalde bijdrage moet leveren, of toestemming moet geven, of moet kiezen. Op het moment dat je op dat spoor zit, dan heb je in wezen de genade van God verlaten. Je kunt erbij blijven, maar je kunt het ook gewoon verlaten. En hier dus ook: ze dreven Paulus en Barnabas uit hun gebied.

En dan komen we ten slotte nog in Rome aan, want daar eindigt het boek Handelingen. Ik ben nu wel met zevenmijlslaarzen door het boek gegaan, omdat de avond nu eenmaal beperkt is en ik hier de belangrijkste highlights moet aanstippen. Hier vinden we in Handelingen 28 – dat is het laatste hoofdstuk van het boek – ook Paulus' laatste aanzegging. Het is ook Paulus' persoonlijke bediening, dus in die zin historisch. Ik geloof ook niet dat je kunt zeggen – misschien dat we later in de serie daar nog op komen – dat de gemeente vandaag de roeping heeft om Israël tot naijver te wekken. Dat staat er ook niet. Het was Paulus' bediening en het was Paulus' roeping als apostel van de natiën om hen tot naijver en tot toorn te wekken en enigen uit hen te redden. Dat wordt dus niet van de ecclesiastische algemeenheid gezegd. Hoe dan ook.

Paulus in Rome en de Toespraak tot de Joodse Leiders ↑ hoofdstukken

Hier in Rome aangekomen, even de directe voorgeschiedenis: Paulus arriveerde daar als gevangene in Rome. Hij was gevangen vanwege de Joden die hem in Jeruzalem gearresteerd hadden en bijna gelyncht. En het waren de Romeinen geweest die Paulus ervoor behoed hebben dat hij niet daadwerkelijk gedood werd. Zij hebben hem toen via allerlei wegen uiteindelijk in gevangenschap gebracht in Caesarea, waar hij nog twee jaar gevangen heeft gezeten. Uiteindelijk heeft hij zich toen ook beroepen op de keizer. Hij was een Romein, begrijpt u? Hij is een Romein. En dus kon hij zich beroepen op de keizer, en zo komt hij in die hoedanigheid als gevangene in Rome aan.

En het eerste wat hij dan doet – dat lees je in Handelingen 28 – is dat hij de voormannen van de Joden samenriep om uit te leggen waarom hij, en juist hij, in Rome is en wat hij te vermelden heeft. Daar blijkt interesse voor te zijn, want die voorname Joden – ik stel me dat zo voor: die rabbijnen en zeg maar de hotemetoten daar in de stad onder de Joodse bevolking – die hadden wel vernomen dat de sekte van de Nazareeërs overal weerstand ondervond. Zij wilden nu Paulus zelf weleens een keertje horen.

Dan staat er – en nu haak ik aan in vers 23 – dat nadat zij een dag met hem hadden afgesproken, er verscheidenen tot hem kwamen in zijn verblijf. Dus niet allemaal, maar in ieder geval een aantal tot hem in zijn verblijf. Paulus had een eigen gehuurde woning, lees je. Hij had een redelijke mate van vrijheid. Hij was weliswaar gevangen en er was voortdurend een soldaat bij hem, maar hij had ook een grote mate van vrijheid; het was dus niet zo dat hij achter de tralies zat.

Hoe dan ook, er kwamen verscheidenen tot hem in zijn verblijf, aan wie hij met nadruk het Koninkrijk – of het koningschap – van God voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus vanuit de wet van Mozes en de profeten. Gewoon wat wij dan het Oude Testament noemen, de Hebreeuwse Bijbel. Hij heeft dus gewoon, ook hier weer, voortdurend gebladerd – nou ja, het waren toen nog boekenrollen. Hij heeft hen gewezen op wat er staat geschreven en dat Jezus inderdaad de beloofde Messias is. En dat heeft hij niet gedurende een half uurtje gedaan, of anderhalf uur zoals ik hier de gelegenheid heb, maar van de vroege morgen tot de avond toe. Nou, daar kun je heel wat vertellen!

En sommigen werden overtuigd door hetgeen gezegd werd, maar anderen bleven ongelovig. Dus je krijgt eigenlijk het verhaal: ze waren ongelovig en ze bleven het, maar een aantal van hen gaf wel gehoor. Ik wil nog even wijzen op wat ik al eerder citeerde uit Romeinen 10 en 11, dat Paulus ook zegt: juist omdat ik apostel van de natiën ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening om hen tot naijver te wekken, jaloers te maken en enigen uit hen te redden. Dat wil zeggen: het hele volk als geheel wil er niks van weten en wordt juist geprovoceerd en gaat haten, maar een aantal van hen geeft wel gehoor. Die zijn er altijd geweest. In feite was Paulus er zelf ook zo eentje. Hoe dan ook, en dan staat er in vers 25...

Het Slotwoord uit Jesaja 6: Horende Doof en Ziende Blind ↑ hoofdstukken

"...en zonder het eens geworden te zijn werden zij weggezonden." Zo staat het er echt. Ze gingen niet uiteen zoals de NBG-vertaling zegt, maar ze werden weggezonden. Paulus heeft ze gewoon weggestuurd. Nou ja, hij heeft ze weggestuurd – moet je eigenlijk goed zeggen – met een woord. Hij zegt eigenlijk: voordat jullie nou weggaan, heb ik nog een slotwoord, een boodschap voor jullie. Dat is wat er staat: en zonder het eens geworden te zijn werden zij weggezonden, nadat Paulus dit ene woord gesproken had. Heel specifiek dus.

"Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken..." En dan citeert hij uit Jesaja 6 vers 9 en 10: "...zeggende: Ga heen..." Dat werd destijds tegen Jesaja gezegd, en Paulus haalt dit aan om te zeggen: dat was terecht, en ik herhaal wat Jesaja toen zei. En wat Jesaja zei, was feitelijk profetisch en ging over een situatie die zou voortduren tot aan de eindtijd toe. Kijk het maar na in Jesaja 6. Misschien dat ik er zo nog eventjes op kan wijzen; ik betwijfel het, maar goed.

"Ga heen tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan..." Horen, wat heet: jullie horen het wel, maar het is slechts geluid. Wij zeggen dan: het gaat het ene oor in en het andere weer uit. "...en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken." Dat mag dan zo zijn, maar jullie zullen het niet opmerken. Hoe vaak gebeurt dat niet? Dat je dingen ziet, maar je ziet ze niet; je merkt het niet op, het valt niet op. Soms moet je er zelfs over struikelen en zelfs dan zie je het nog niet: ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken.

God zegt dit bij monde van Jesaja en Paulus herhaalt dit: "Want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij toegesloten..." Je kunt het dus op twee manieren benaderen. Hun ogen zijn bedekt, dat wil zeggen dat Gód het heeft gedaan. Maar als je het puur filmisch bekijkt, in termen van observatie, dan hebben zíj hun ogen toegesloten. Is dat nou actief of passief? Dat is niet echt een tegenstelling, het is een verschillend perspectief. Vanuit God bezien heeft Híj dat gedaan, maar wat je vervolgens bij de mens ziet gebeuren, is dat de ogen worden toegesloten; die ogen gaan dicht en ze zien niet.

En dan staat er ook bij: "...opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan..." Dat "opdat" – daarin zie je trouwens ook al dat dit van Gods wege is. Dit is die mooie subtiele aanwijzing: ziende zult gij zien en geenszins opmerken, ronddwalend in duisternis gelijk Elymas. Dat "opdat" geeft ook aan dat weliswaar de mens hier voor het oog zijn inbreng heeft, maar het is God die de regie in handen heeft. God heeft daar een bedoeling mee: opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan en zij zich omkeren – staat er eigenlijk letterlijk – en Ik hen zou genezen.

Dit is een van de laatste woorden in het boek Handelingen. Hier wordt voor het laatst en ook definitief door Paulus gezegd: Israël zal niet horen, niet zien, met hun hart niet opmerken, en ze zullen dus ook niet hersteld worden, genezen worden, en zich dus ook niet omkeren.

In het eerste hoofdstuk van Handelingen lees je nog dat de twaalf vlak voor de hemelvaart vragen: "Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?" En weet u wat de Heer Jezus dan zegt? "Het komt u niet toe te weten de tijden en gelegenheden die de Vader aan Zich ter beschikking heeft gehouden. Maar jullie zullen Mijn getuigen zijn." Het kwam hen toen niet toe, maar aan het einde van het boek wordt het antwoord gegeven: nee, in déze tijd niet. Het koningschap voor Israël zal hersteld worden, maar niet in deze tijd. Israël is inderdaad verblind en God heeft daar Zijn bedoeling mee. En daarom is Paulus ook geroepen en kreeg hij die bediening. Paulus krijgt de bediening om naar de natiën te gaan, maar ook om vanuit de natiën dit aan Israël aan te zeggen: jullie zullen het niet zien, en nu gaat het ergens anders naartoe. Israël zal zich niet bekeren.

En als je dat in Jesaja 6 zelf terugleest – ik ga daar nu geen diaatje van tonen, maar kijk het maar na – dan vraagt Jesaja: "Hoe lang, Here? Hoe lang gaat dit duren?" Nou, dan staat er ook: totdat... En dat "totdat" is trouwens nog onthutsend ook. Want er staat bij: totdat al de steden in het land verwoest zijn, en dan zal Ik Mij richten op u. Met andere woorden: Israël gaat pas hersteld worden als het land compleet een puinhoop zal zijn en er niks meer van over is, en het laatste deel dat nog overgebleven is, zal vluchten naar de woestijn. Dat is in feite het einde van de Joodse staat.

Maar let op: het heeft een "totdat". Dat zegt Paulus ook in Romeinen 11: een verharding, een gedeeltelijke verharding – het grootste gedeelte namelijk – is over Israël gekomen, totdat de volheid van de natiën zal zijn binnengegaan. En alzo zal gans Israël worden gered; dat wil zeggen: het hele volk, maar dan als de totaliteit van wat overgebleven is. En wanneer? Als de bediening van de natiën tot volheid zal zijn gekomen, dán gaat God weer de draad oppakken met dat volk Israël. De hele systematiek, de hele volgorde is heel simpel, maar het geeft gewoon aan dat dit een pauze is. De naam Paulus zegt eigenlijk alles, als u het mij vraagt; daar zit alles al in besloten. En dit is dan het slotwoord, het laatste, als ik me niet vergis, dat Paulus spreekt in Handelingen 28.

Handelingen 28:28: de Redding van God aan de Natiën Gezonden ↑ hoofdstukken

Vers 28 zegt – en dit is zijn finale woord aan Israël: "Het zij u dan bekend..." Hij zegt tegen de Joden die nu weggaan, hij zet hen weg met dit woord: "Het zij u dan bekend dat deze redding..." of "dit heil", staat er in de NBG-vertaling, maar redding is heil, "...dat deze redding van God aan de natiën werd gezonden." Niet zoals sommige vertalingen ervan hebben gemaakt en sommige uitleggers zeggen: "Vanaf nu gaat het naar de natiën." Want dat is onzin, het ging immers al jaren naar de natiën toe. Dat was in Handelingen 13 al zo, dat was al zo'n twintig jaar eerder. In ieder geval vele jaren eerder. In Handelingen 13 werd het al voor het eerst weggenomen bij het volk van Israël en kwam het onder de natiën terecht. En nu gebeurt dat voor het laatst door Paulus. Nogmaals, dat is geen dankbare positie en roeping die hij daarin heeft vervuld, want het heeft hem heel veel miskenning opgeleverd. "Maar het zij u dan bekend dat deze redding van God aan de natiën werd gezonden. En die zullen dan ook horen." Niet zien. Israël heeft ook gezien, met allemaal tekenen.

Trouwens, dat is een onderwerp voor de volgende keer – een mooie cliffhanger trouwens – over de rol van tekenen in de bediening van Paulus. Wat hebben die zichtbare manifestaties eigenlijk in Paulus' bediening nog te betekenen? Maar de natiën, die zouden gaan horen. En zo wil ik het dan graag samenvatten: Paulus' taak als apostel van de natiën ten opzichte van Israël – en ik kom iedere keer weer terecht bij deze woorden omdat Romeinen 11 vers 13 en 14 eigenlijk de hele clue weergeeft – is hen als volk jaloers en toornig te maken op wat geen volk is, namelijk de ekklesia uit de natiën, én ook hen het Evangelie te vertellen, zodanig dat enigen daaruit gered worden en gehoor geven aan dat woord. Hij heeft dus eigenlijk een tweeërlei roeping ten opzichte van Israël, en dat juist als apostel van de natiën. U ziet het.

Volgende keer – het is hier zo een beetje klein geprojecteerd – behandelen we inderdaad de rol van tekenen in Paulus' bediening. Daar hopen we dan, wat is het, 19 november mee verder te gaan, met dit intrigerende thema. Daar wilde ik het graag bij laten voor vanavond, voor deze maand.

Er werd zojuist nog even naar gevraagd: aankomende zondag mag ik in Papendrecht spreken. Ik heb het vanavond de hele avond gehad over de bijzondere rol van de apostel Paulus, en aankomende zondag spreek ik over – er was een heel bijzondere aanleiding voor, maar dat ga ik zondag vertellen – over het Onze Vader. U weet wat het Onze Vader is, maar over dat gebed en vooral de vraag daarbij: voor wie, en ook wanneer? Dat is een boeiend onderwerp waar heel wat over te vertellen valt. Dus bij dezen bent u daarvoor uitgenodigd. Mocht u tijd en gelegenheid hebben: u bent welkom.

🎧 Paulus – apostel van de natiën (2a) – hoezo, “eerst de Jood”?
Delen: