Paulus – apostel van de natiën (1) – waarom een aparte apostel?
18-09-2026 - Geplaatst door Andre PietCapelle a/d IJssel
Waarom riep Christus ná de twaalf nog een aparte apostel: Paulus? Zijn bediening markeert een beslissende wending: het heil gaat naar de natiën, terwijl Israël terzijde wordt gesteld. In deze negendelige serie volgen we Paulus’ bijzondere opdracht, van zijn roeping en tekenen tot de onthulling van het geheim van het samen-lichaam. Een ontdekkingsreis door Handelingen en Paulus’ brieven, met verrassende lijnen naar Israëls toekomst.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: Waarom een Aparte Apostel?
- Paulus Hoorde Niet bij de Twaalf Discipelen
- Waarom een Dertiende Apostel en de Keuze van Matthias
- De Steniging van Stefanus en de Verwerping van het Evangelie
- Saulus als Mantelbewaker en Vervolger van de Ecclesia
- Galaten 1: Apostel Niet van Mensen, maar Door Jezus Christus
- Een Evangelie Niet Naar de Mens, maar Door Openbaring
- Onderwezen Door de Hemelse Heer op een Hoger Niveau
- Vroegere Wandel in het Jodendom en Extreme Vervolging
- Afgezonderd Vanaf de Moederschoot en de Roeping van Paulus
- Onafhankelijk van Jeruzalem: Naar Arabië en Pas Later Naar Kefas
- Romeinen 11: Door de Misstap van Israël Redding voor de Natiën
- Israël tot Naijver en Toorn Wekken
- Apostel van de Natiën met een Boodschap voor Israël
- Vooruitblik op de Komende Studies en Afronding
Inleiding: Waarom een Aparte Apostel? ↑ hoofdstukken
"Back to the basics", werd er zojuist voorafgaand aan deze avond gezegd over dit onderwerp: Paulus als apostel van de natiën. Ja, dat kan ik inderdaad beamen, dat heb ik zojuist ook gezegd: het is zeer basaal. En toch heb ik voor mezelf weer geweldige ontdekkingen gedaan, zaken waar ik voorheen helemaal niet van op de hoogte was. Het zijn dingen die steeds duidelijker worden, en dan word je steeds meer geprikkeld om dat te gaan delen. Dat mag ik vanavond en de komende avonden met jullie gaan doen.
Dus inderdaad, het is heel basaal: de apostel van de natiën. We gaan het hebben over Paulus. Ik moet er wel meteen bij zeggen dat het niet zo is dat we het gaan hebben over de figuur van Paulus, over zijn achtergronden, over zijn hele leven of over een soort biografie. Nee, het gaat puur om het feit dat hij de apostel van de natiën is, en alle avonden die nog zullen volgen staan puur in dat teken.
Het lijkt me goed dat we, voordat we de Bijbel specifiek gaan openslaan en allerlei Schriftplaatsen gaan bezien, eerst eens de vraag scherp krijgen die zich op voorhand al aandient. Ik heb hem hier ook zo gesteld: waarom eigenlijk een aparte apostel? Dat heb je natuurlijk met van die basale kwesties: onderwerpen die je denkt te kennen, waarvan je meent er ongeveer alles over te weten en die eigenlijk zo voor de hand liggen. Iedereen weet – daar hoef je helemaal geen groot bijbelgeleerde voor te zijn – dat Paulus de apostel van de natiën is. Dat is algemeen bekend, ook in de christelijke wereld. Mijn vader had ooit een heel dik boek van professor doctor H.N. Ridderbos en dat heette zo: Paulus, apostel van de natiën. Dat was een gereformeerd theoloog. En trouwens, het kan je ook niet ontgaan, want het is gebaseerd op een puur Bijbels gegeven dat op meerdere plaatsen expliciet zo vermeld wordt.
Het is dus heel erg basaal. Maar dat heb je heel vaak met woorden, begrippen, ideeën en concepten die zó bekend zijn: ze gaan lijden onder hun bekendheid. Je denkt er alles van te weten, maar de meest primaire vragen stel je jezelf niet. Weet je wat nou zo aardig is? Vaak is het zo dat juist wanneer een buitenstaander je confronteert met vragen, je denkt: hé ja, dat is ook zo, daar heb ik eigenlijk niet zo over nagedacht. En dat kan zomaar gebeuren, en dat heb je dus juist met die onderwerpen waarvan je denkt al het een en ander te weten.
Eerst deze vraag dus: waarom een aparte apostel? Dus ja, waarom Paulus? Want kijk, zo logisch is dat nou ook weer niet als je helemaal teruggaat naar het begin.
Paulus Hoorde Niet bij de Twaalf Discipelen ↑ hoofdstukken
Kijk, van Paulus weten we één ding: hij hoorde niet bij de twaalf. U weet het, de twaalf discipelen oftewel de twaalf apostelen. En dat betekent dus dat hij niet optrok met Jezus toen Hij hier op aarde rondwandelde, gedurende de drie, vier jaren dat Hij actief was tot aan Zijn dood en opstanding.
Sterker nog, we weten niet eens zeker of hij Jezus tijdens Zijn rondwandeling hier op aarde ooit heeft ontmoet of zelfs maar gezien. Het ligt voor de hand, want Paulus is opgegroeid — dat weten we — in Jeruzalem. Hij was weliswaar geboren in Tarsus, maar hij is opgegroeid en hij heeft zijn scholing gehad in Jeruzalem. Dus hij heeft in Jeruzalem vertoefd, ook toen Jezus daar de stad bezocht, bijvoorbeeld tijdens hoogtijdagen. Dus het ligt voor de hand, maar Paulus doet er nooit een uitspraak over.
Hij zegt één keer in 2 Korinthe 5: als wij Hem al gekend hebben naar het vlees, thans niet meer. Dan laat hij het in feite dus in het midden. Hij zegt daar eigenlijk mee: als ik Hem al gekend zou hebben of als ik Hem al gekend heb, thans niet meer. Dat wil zeggen: dat is nu niet meer relevant. Want Die kennen we op een heel andere wijze, namelijk als de opgewekte Christus. Dus deze vraag kunnen we niet eens vanuit de Bijbel beantwoorden.
En als zijn naam — ik bedoel de naam van Paulus, of zoals hij dan eerst genoemd wordt (daar gaan we het ook nog over hebben): Saulus — als hij voor het eerst in Handelingen op het toneel komt, nou, dan hoort hij bepaald niet tot de discipelen. Dat is wel duidelijk. Integendeel, hij was de aller-allervelste tegenstander. We zullen ook dat vanavond trouwens nog nader bezien.
Dus ja, hij hoorde niet bij de twaalf. En vanwaar dus? Dus de vraag klinkt dan nog eens.
Waarom een Dertiende Apostel en de Keuze van Matthias ↑ hoofdstukken
Waarom dan een aparte apostel? Dat blijft nog des te meer de vraag als je je realiseert dat de meeste geschriften die we in het Nieuwe Testament hebben, van zijn hand zijn. Veruit zelfs: van de 27 geschriften zijn er dertien van zijn hand, en als u het mij vraagt zelfs veertien. Maar laten we het zo zeggen: dertien brieven waar zijn naam onder geplaatst is en die inderdaad door hem zijn geschreven. En als je de Hebreeënbrief ook nog zou moeten meetellen – waar in ieder geval zijn naam niet bij staat, maar die wel alles van hem als auteur verraadt – dan zijn het er dus veertien. Dan is zelfs een meerderheid van alle geschriften juist van hem.
En dan ook nog eens een keer als je je daarbij realiseert dat zijn brieven toch echt bepalend zijn voor eigenlijk alles wat we weten over het evangelie, het evangelie van de genade van God in al zijn rijkdom. Waar moet je wezen als je echt wil weten hoe dat zit? Dan moet je toch in zijn brieven gaan duiken. Of als je wil weten wat de gemeente, oftewel de ekklesia is, dat gezelschap dat in onze dagen wordt verzameld: het is de apostel Paulus die ons daar breeduit en zeer diepgaand over informeert. En trouwens in het algemeen: wat God doet in de tegenwoordige tijd, in deze tussentijd tussen de eerste en tweede komst van Christus, het is allemaal bij hem te vinden. De meest basale dingen vind je in zijn brieven.
Maar waarom dan toch – ik stel de vraag nu nog een keer – waarom dan een dertiende apostel? Dat ligt toch niet voor de hand? Er waren er toch al twaalf? En dat getal was trouwens niet voor niks, want Jezus had heel uitdrukkelijk twaalf apostelen aangesteld. Je leest ook – bij meerdere gelegenheden wordt die link trouwens gelegd, het ligt voor het oprapen natuurlijk – dat is naar de stammen van Israël. Dus ja, hoezo dan een dertiende? Want hij hoorde in ieder geval niet bij de twaalf.
Dan kun je nog zeggen: er was ooit nog een vacature, die ontstond bij dat twaalftal toen Judas overleed. Nou ja, ik zeg 'overleed', dat is een nette formulering, maar daar komt het toch op neer. Toen moest alsnog het twaalftal gecompleteerd worden. En dan lees je inderdaad dat Matthias daarvoor in aanmerking kwam. Er kwam nog een ander voor in aanmerking, en het is God die dan de keuze maakt voor die Matthias.
Ik weet ook dat er trouwens de bewering is – misschien hebt u hem weleens gehoord – dat Paulus eigenlijk wel degelijk de twaalfde apostel zou zijn. Kent u die opvatting? Dat de discipelen of de apostelen na de hemelvaart eigenlijk eigenwillig te werk zijn gegaan en een twaalfde hebben gekozen, terwijl ze hadden moeten wachten op Gods keuze. Dat is dan de gedachte: dat God er al eentje klaar had, maar dat zou dan een paar jaar later gebeuren. Dat is een aardige verklaring, op het eerste gezicht niet eens zo'n hele gekke gedachte. Ware het niet dat als je het boek Handelingen leest, er niets afkeurends wordt gezegd over het feit dat Petrus en de zijnen inderdaad de vacature van Judas weer vervullen. Je leest ook dat God dat daarin bevestigt. Ze worden vervolgens door Lucas in Handelingen 6 ook inderdaad 'de twaalf' genoemd.
Het is heel eigenaardig, daar moet je toch even bij stilstaan. Want als er dan alsnog een twaalfde apostel gekozen moet worden na het wegvallen van Judas, dan lees je dat er een paar criteria worden opgesteld. Iemand, zo staat er in Handelingen 1, die getuige zou kunnen zijn van de opstanding van Jezus Christus. En waaraan moet hij voldoen? Nou, er wordt gezegd: hij moet een ooggetuige zijn van Jezus' opstanding, en hij moet met Hem hebben opgetrokken vanaf de doop van Jezus door Johannes tot aan het moment dat Hij is opgenomen in de hemel. Dus al die drieënhalf jaar.
Hoe ik daar nou weer aan kom? Nou ja, daar gaan we het over hebben. Volgende week zaterdag – heb ik meteen ook eventjes reclame voor gemaakt – volgende week zaterdag hebben we een bijbelstudiedag in Maarn, een conferentie, en dat gaat helemaal over de zeventig jaarweken van Daniël 9. Daar komt dit zeker ook nog aan de orde: die termijn van Jezus' omwandeling op aarde. Maar hoe dan ook, gedurende de tijd dat Jezus... dus vanaf het moment dat Hij gedoopt werd in de Jordaan tot aan dat Hij gestorven is, opgestaan en vervolgens veertig dagen later opgenomen werd en een wolk Hem onttrok aan de ogen: tot aan dat moment moest die apostel die de vacature van Judas zou moeten vervullen, dat alles hebben meegemaakt. Dus eigenlijk net als de twaalf die termijn ook met Jezus hebben rondgewandeld en daarbij zijn geweest.
En er is trouwens nog een hele goede reden – en als u het mij vraagt zelfs absoluut beslissend – dat Paulus niet bij de twaalf hoort: omdat Paulus zelf in 1 Korinthe 15 zegt, als hij verhaalt hoe Jezus na zijn opstanding is verschenen. Hij is verschenen aan Kefas en Jakobus, en aan de twaalf – zo zegt hij: aan de twaalf – en vervolgens aan al de apostelen, en het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene. Want dat was inmiddels alweer pakweg vier jaar later. Ook daar gaan we het volgende week trouwens over hebben. Oké, genoeg; genoeg reclame weer, hè?
Maar ik bedoel dit te zeggen: Paulus rekent zich in ieder geval niet tot de twaalf. Dus die hele gedachte die op zich misschien nog enigszins plausibel lijkt, blijkt bij nader inzien gewoon terzijde geschoven te kunnen worden. Dat doen wij dan ook maar gewoon. Paulus is dus echt niet een van de twaalf.
En de vraag blijft dus: waarom dan een dertiende? Eigenlijk gaat dit seizoen over die vraag. Laten we nog eens even een ander ding nader bezien, zonder nu een specifieke bijbelplaats op te slaan.
De Steniging van Stefanus en de Verwerping van het Evangelie ↑ hoofdstukken
Laten we even aandacht geven aan hoe Paulus geïntroduceerd wordt in het boek Handelingen. Zijn naam wordt pas voor het eerst genoemd bij de steniging van Stefanus. En dat is een heel markant moment, kan ik u vertellen. Dat was nog weer een jaar of drie, vier later. Daar gaan we het volgende week ook over hebben, want dat heeft alles te maken met die zeventigste week en die hele periode.
Maar in ieder geval, je leest na de opstanding van de Heer Jezus Christus en Zijn hemelvaart, en eigenlijk vanaf het moment van Pinksteren — waar we het afgelopen seizoen nog over hebben gehad, het Wekenfeest — dat vanaf die dag het getuigenis van de opgestane Messias heeft geklonken in Jeruzalem, in de eerste plaats, en in het Joodse land. En met grote kracht, met grote overtuigingskracht, hebben alle apostelen en de velen daaromheen — meer dan vijfhonderd broeders tegelijk zijn daar ook getuige van geweest — getuigd. Met grote kracht heeft dat getuigenis geklonken en God heeft dat ook bevestigd met vele krachten, tekenen en wonderen. Je leest dat iedere keer in het boek Handelingen; dat is heel kenmerkend voor die eerste tijd nadat Jezus gekruisigd was.
In feite is dat ook de prediking van Petrus: jullie hebben recentelijk Jezus de Messias — iemand die door God is aangewezen, ook weer met krachten en tekenen — gekruisigd. Maar dat moest ook gebeuren, naar de bepaalde raad en voorkennis van God. Maar God heeft Hem, die jullie hebben gekruisigd, tot Heer en tot Christus gemaakt door Hem op te wekken uit de doden. Dat getuigenis heeft dus geklonken en God heeft dat bevestigd, en dat heeft een enorme impact gehad.
Maar het was ook een getuigenis dat opnieuw weer werd weerstaan, in ieder geval door de Joodse leiders. Uiteindelijk krijgt dat zijn culminatie — zoals dat met een mooi woord heet, zijn hoogtepunt, of eigenlijk zijn dieptepunt — op het moment dat het Sanhedrin Stefanus stenigt. Dat betekent dus dat het volk toen officieel het getuigenis, het evangelie, verwierp. Want dat is wat Stefanus ook getuigt: je leest dat hij, vol van Gods Geest, met overtuigingskracht hen striemend laat zien hoe Israël eigenlijk vanaf de aanvang altijd de boodschap heeft afgewezen. Hij gaat de hele geschiedenis door om te laten zien dat God Jezus heeft opgewekt, de Messias heeft opgewekt, dat Hij de Opgestane is.
Dat getuigenis wordt dan ook verworpen, want uiteindelijk wordt Stefanus het spreken onmogelijk gemaakt. Als één man keren ze zich tegen hem, werpen hem de stad uit en de getuigen stenigen hem. Het was trouwens volstrekt illegaal wat er gebeurde. De Romeinen hadden daar ook helemaal geen instemming mee betuigd; dat mocht helemaal niet, maar het is wel gebeurd.
Je leest dan ook dat op het moment dat Stefanus gestenigd wordt, hij omhoogkijkt — zijn gezicht straalde al als van een engel. Hij keek omhoog en getuigt — dat zijn zijn laatste woorden: "Ik zie Jezus staande aan de rechterhand van God." Daarmee is ook aangegeven dat Jezus niet alleen maar verhoogd is aan Gods rechterhand, de hoogste positie, maar dat Hij daarmee dus ook is opgestaan uit de doden.
Nou, en dat getuigenis wordt dus door het Sanhedrin, officieel door het Joodse volk, afgewezen. Eerst hadden ze Hem gekruisigd — maar zo moest dat gebeuren — en vervolgens hebben ze ook het getuigenis van de Opgestane, het evangelie dus, verworpen. Echt publiekelijk en metterdaad door Stefanus te stenigen. Wat er dan gebeurt, is dat er vanaf dan geen wondertekenen meer in Jeruzalem plaatsvinden, geen publieke daden meer. Sterker nog, eigenlijk ontstaat er vanaf die dag een enorme vervolging. En het is bij die gelegenheid — dat moet ik daar natuurlijk nog even bij zeggen...
Saulus als Mantelbewaker en Vervolger van de Ecclesia ↑ hoofdstukken
We kennen denk ik allemaal wel die frase dat wanneer de leiders zich van Stefanus willen ontdoen en hem gaan stenigen, ze hun mantels aan de voeten leggen van een jongeman genaamd Saulus. Het is de eerste keer dat hij op het toneel verschijnt, en dat moment is veelzeggend. Dat zullen we in de loop van de avonden, en ook vanavond al, gaan zien.
Op het moment dat Israël officieel – de Joodse raad, het Sanhedrin – afstand neemt van... nou ja, dat is nog zacht gezegd: ze verwerpen en stenigen Stefanus. Eigenlijk stenigen ze de kroon, want Stefanus betekent immers de krans of de erekroon. Ook dat is veelzeggend. Ze verwerpen de kroon en precies op dat moment verschijnt er een figuur. Zijn naam wordt zo even in het voorbijgaan genoemd, maar dat is allerminst terloops; het is juist dé introductie en het markeert het moment. Israël wijst het evangelie af en Saulus van Tarsus komt op het toneel.
Hij verschijnt en draagt zorg voor de mantels – niet als mantelzorger, maar als mantelbewaker. Het is ook frappant zoals dat verwoord wordt: ze leggen hun mantels, een beeld van eer, waardigheid en positie, aan de voeten van Saulus. Let er maar eens op hoe die uitdrukking elders in Handelingen gebezigd wordt: er wordt iets aan de voeten van de apostelen gelegd, en Paulus zat ooit aan de voeten van Gamaliël. Het is een beeld van onderschikking; het wordt aan hem toevertrouwd. En we lezen ook dat Saulus er van harte mee instemde. Later zegt Paulus daarop terugkijkend: "Ik stemde van harte in met de steniging van Stefanus."
Saulus wordt inderdaad de vervolger van de ekklesia. Hij verschijnt op het toneel als Stefanus gestenigd wordt, en het is in die context, tegen die achtergrond, in die fase, dat Paulus – of zo u wilt Saulus; ook over die naamsverandering gaan we het nog hebben – geroepen wordt op de weg naar Damascus. Buiten het land! Niet in het land, maar buiten het land wordt hij geroepen. Dat markeert heel sterk het moment waarop die dertiende apostel inderdaad geroepen wordt.
Dit zijn wat introducerende opmerkingen die ik naar voren wilde brengen, in de eerste plaats om de vraag helder te krijgen: hoezo? Zo logisch is het immers niet dat wanneer er twaalf apostelen beschikbaar zijn, er een dertiende apostel geroepen moet worden om vervolgens de boodschap en de meest relevante zaken op schrift te stellen. Dat is niet logisch, tenzij er iets heel bijzonders plaatsvindt, een bepaalde ontwikkeling die het noodzakelijk maakt dat er een ander op het toneel verschijnt. Wat ik nu zeg is heel suggestief, dat is ook gewoon zo, maar het gaat erom dat we ons ervan bewust zijn dat dit aan de orde is: let erop wanneer hij op het toneel verschijnt en wanneer hij geroepen wordt.
Die roeping van Paulus of Saulus wordt in het boek Handelingen diverse keren verhaald: in Handelingen 9, later wanneer Paulus in Jeruzalem is en zijn toespraak houdt – hij wordt daar halverwege afgebroken, ik hoop dat u mij dat vanavond niet aandoet, al heb ik daar alle vertrouwen in – en nog eens wanneer hij later gevangengezet wordt in Caesarea en koning Agrippa bij hem komt. Driemaal leest u in datzelfde boek het hele relaas van Paulus' roeping. Dat is buitengewoon markant. Waarom zou Lucas dat anders drie keer in zijn tweede boek optekenen? Dat heeft een heel specifieke reden: dit is gewoon een hoofdmoment dat u niet mag ontgaan.
Ik zei net al dat het relaas van zijn roeping diverse keren verhaald wordt in Handelingen, maar Paulus doet dat in de Galatenbrief ook schriftelijk. En die passage mag ons evenmin ontgaan, want dat is een schitterende illustratie van hoe apart het apostelschap van Paulus is. Hij benadrukt dat; het is niet iets wat zijdelings vermeld wordt, maar het is juist de clou van wat hij in Galaten 1 en trouwens ook hoofdstuk 2 optekent: dat hij een apostel is van een totaal andere orde dan wat we voor de rest aan apostelen kennen. Een onafhankelijke roeping. Het beantwoordt heel specifiek de vraag die u zojuist op de titel zag: hoezo een aparte apostel?
Laten we daarom gaan naar Galaten 1. Later op de avond zullen we nog naar Romeinen 11 gaan om te zien waarom hij zo apart is, maar laten we eerst vaststellen dát het zo is. Ik begin te lezen in vers 1 van Galaten 1. Vervolgens zal ik een stel verzen overslaan, maar laten we dit eerst eens bezien.
Galaten 1: Apostel Niet van Mensen, maar Door Jezus Christus ↑ hoofdstukken
Hij valt feitelijk al met de deur in huis door te zeggen: "Paulus, een apostel, niet van mensen, noch door een mens..." Apostel — ik heb altijd een beetje moeite met dat woord. Ik voeg me gewoon naar het gebruik, maar je moet weten — en dat vind ik buitengewoon belangrijk — dat dat woord in het Grieks letterlijk 'afgevaardigde' betekent. Het is een Grieks woord en het betekent afgevaardigde. Dat moet je weten. Waarom is dat zo belangrijk? Omdat het begrip zelf aangeeft dat hij ertoe gekozen is, specifiek is aangesteld en gevolmachtigd is om namens een ander te spreken. Dat is wat een apostel is, wat wij ook verstaan onder de officiële betekenis van het begrip afgevaardigde. Als je afgevaardigd bent, dan ben je eropuit gestuurd. Je hebt een missie, je bent, zoals dat met een mooi woord heet, geaccrediteerd. Je bent aangesteld om een functie te vervullen en namens een ander of namens een instantie te spreken. Je bent afgevaardigd en dat betekent dus dat je volmacht hebt.
En de vraag is natuurlijk altijd: van wíe ben je afgevaardigd? Ben je afgevaardigd door de Nederlandse regering of ben je afgevaardigd door een bedrijf? Nou, dat kan ook vrij alledaags zijn, dat realiseer ik me. Maar in dit geval: hij is een apostel. Hij zegt er ook eerst bij wat het níet is. Hij is afgevaardigd, maar "niet van mensen". Hier staat trouwens een meervoud. Bijvoorbeeld: ik ben niet afgevaardigd door de Twaalf, of door welke instelling dan ook. En hij zegt: "noch door een mens". Dat laatste betekent: noch via een mens, zou ik zeggen. Er is geen menselijke instantie die mij eropuit gestuurd heeft. En als hij zegt: "noch door een mens", dan wil dat zeggen dat er geen menselijke bemiddeling bij is komen kijken om hem tot apostel aan te stellen.
Dat is trouwens ook wel aardig, want daarin verschilt hij dus ook van iemand als Matthias. Matthias was een apostel, inderdaad van Jezus Christus, maar wel mede door bemiddeling van een mens. Dat wil zeggen: het was toch Petrus die het initiatief nam om dat alles zo te doen. Er waren meerdere mensen bij betrokken om hem als zodanig in die positie te plaatsen. Dat zeg ik niet ten nadele van Matthias, maar alleen om hem daarin te onderscheiden van Paulus. Paulus zegt: ik ben niet door een menselijke instantie afgevaardigd en er is zelfs geen mens bij komen kijken om mij überhaupt aan te stellen.
Hij zegt: maar wat dan wel? Niet van mensen, noch door een mens, "maar door Jezus Christus". Dat zou je in eerste instantie misschien wat bevreemden, want je zou kunnen zeggen: maar Jezus Christus is toch een mens? Dat is waar. Je leest in 1 Timoteüs 2 dat Paulus zegt: er is één God en er is één Middelaar van God en mensen, de mens Christus Jezus. Dus het lijdt geen twijfel dat Paulus het hier op deze manier aangeeft: hij is niet door een mens hier op aarde of door een menselijke instantie hier op aarde aangesteld. Hij is niet geroepen tijdens Jezus' aardse omwandeling, zoals de Twaalf bijvoorbeeld, maar door de opgewekte en verheerlijkte Heer.
Dat dat trouwens de gedachte is, blijkt meteen uit het vervolg: "...maar door Jezus Christus en God, de Vader". Dat is altijd de Bijbelse verhouding: één God, de Vader, en Jezus Christus is een mens. Alleen geen mens hier op aarde nu, op dit moment, maar een mens daarboven! En hoezo dan? Hoe is Hij in die positie gekomen? Omdat God de Vader Hem heeft opgewekt uit de doden. Dus met achterlating van de overige doden is Hij als eersteling verrezen. Dat maakt zijn apostelschap natuurlijk wel uniek. Dat wil zeggen: wat Paulus meteen pontificaal en heel direct stelt als hij deze brief aanvangt, is: ik ben afgevaardigd, en wel niet door een menselijke instantie; er is überhaupt geen mens bij betrokken, maar het is door Jezus Christus zelf dat ik ben afgevaardigd — en wel die Jezus Christus die God de Vader uit de doden heeft opgewekt.
Nu sla ik een heel aantal verzen over. Niet omdat ze onbelangrijk zijn, maar gewoon voor het doel van deze avond. Dat is wel een ander type studie dat we dit seizoen doen ten opzichte van wat we het afgelopen seizoen hebben gedaan. Toen hebben we ons een heel seizoen beziggehouden met Leviticus 23. Voor mij als spreker is het heel makkelijk zoals ik het vorig seizoen heb gedaan, want dan hoef ik geen keuze te maken in de volgorde. Je loopt het hele hoofdstuk door — en hoeveel verzen waren er? Een heleboel! — en dan bespreek je dat gewoon vers voor vers. Dan hoef je niets te organiseren of uit te kiezen. Met zo'n thematische studie moet je dat wel. Dan heb je een onderwerp en ga je kijken: waar komt dat allemaal aan de orde en waar worden die vragen beantwoord? Dat zijn allerlei verschillende passages, dus je skipt meer van de ene naar de andere Schriftplaats. Dat deed ik bij Leviticus 23 trouwens ook wel hoor, maar de lijn was strakker: je kwam iedere keer weer terug bij dat Schriftgedeelte en vervolgde gewoon de lijn die was uitgezet. Dat maakt toch wat verschil.
Ik zei al: we gaan vervolgens naar vers 11. In vers 1 wordt dus heel uitdrukkelijk door Paulus gezegd wat voor soort afgevaardigde hij is: niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus zelf. Oké, dat is duidelijk. En dan in vers 11, dan zegt hij...
Een Evangelie Niet Naar de Mens, maar Door Openbaring ↑ hoofdstukken
"Want ik maak jullie bekend broeders, dat het evangelie dat door mij geëvangeliseerd wordt..." Zo staat het er letterlijk. U weet, als ik het cursiveer, dan geef ik daarmee aan dat ik afwijk van de NBG-tekst. Letterlijk staat hier 'geëvangeliseerd', het is dus een werkwoord. 'Evangelie' is een zelfstandig naamwoord: het evangelie, het goede bericht, de blijde boodschap. En op het moment dat je het als een werkwoord gebruikt, dan zeg je 'evangeliseren': je brengt een goed bericht, dat is wat het is.
"Het evangelie dat door mij geëvangeliseerd wordt, dat is niet naar de mens." Dat doet een beetje denken aan wat we in vers 1 zagen: een apostel, niet van mensen, noch door een mens. En hier zegt hij: die boodschap, dat goede bericht wat ik doorgeef, als heraut verkondig en overal bekendmaak, dat is niet naar de mens. En dat betekent: niet in overeenstemming met de mens, een mens zou het niet bedenken. Het is niet menselijk van oorsprong en het is ook niet menselijk van aard. Paulus gaat dat in het vervolg ook duidelijk maken: het is niet afkomstig van een mens, maar bovendien blijkt uit de inhoud ook dat een mens dit niet heeft bedacht. De aard van de boodschap is zodanig dat een mens dat niet zou verzinnen.
Er zijn zoveel redenen waarom dit zo is. Het evangelie is niet naar de mens; de mens staat er ook niet centraal in. Kijk, als het een menselijke boodschap zou zijn... ga maar na: elke religie is erop gebaseerd dat je dingen moet doen. Het evangelie gaat daarentegen volkomen aan de mens voorbij. Alle roem is uitgesloten; de mens heeft niets van zichzelf. Het is een blijde tijding, en waarom is het zo'n blijde tijding? Omdat God alles voor zijn rekening neemt! Daarom is het ook een bericht, een mededeling. Het is geen wet van wat je moet doen, of iets wat een mens moet verzinnen om in een bepaalde toestand te geraken of een bepaald niveau te bereiken. Niets van dat al! En dat maakt het sowieso altijd een heel goed bericht, want dat betekent dat een mens het ook niet kan verprutsen. En daar is de mens over het algemeen heel erg goed in, weet u wel?
Dus Paulus zegt: het is weliswaar een boodschap vóór de mens — sterker nog, het is echt een goed bericht — maar dat is het juist omdát het niet náár de mens is. En dat motiveert Paulus dan vervolgens in vers 12, want hij zegt: "Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd." Het ligt eigenlijk heel erg in het verlengde van waar ik het zojuist over had toen we spraken over het apostelschap. Hij was immers ook niet door een mens geroepen. Vanuit de hemel is hij in zijn nekvel gegrepen, en toen heeft de Heer zich bekendgemaakt. En hij zegt: die boodschap, dat goede bericht dat ik doorgeef, is niet naar de mens. Dat is ook logisch, want ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd.
Maar hoe dan wel? Wel, door openbaring — door apocalyps, zoals er in het Grieks staat. Dat betekent: door onthulling van Jezus Christus. Jezus Christus heeft zich onthuld aan mij, destijds op de weg naar Damascus. Hij verscheen in een oogverblindend licht, waardoor Paulus neerviel. U kent de korte conversatie die toen plaatsvond en waarbij hij er ook werkelijk op uitgestuurd werd: "Ik zend u." En je hoort nog van... ik zeg het nu eventjes geparafraseerd, maar dat is wat Jezus Christus zegt: "want Ik zal Mij nog aan u bekendmaken."
En dat heeft dan ook alles weer te maken met wat hier staat: ik heb het niet van een mens ontvangen. Dus het goede bericht is in essentie niet van menselijke oorsprong, maar dat geldt eveneens voor het hele onderwijs dat ik geef. Want Paulus is niet alleen maar een heraut, hij is ook een leraar. En dat heb ik niet van mezelf, ik heb het zelf niet bedacht; ik heb het rechtstreeks gehoord en onderwezen gekregen van Jezus Christus, die zich aan mij heeft onthuld.
Paulus zegt dat ook heel vaak bij de introductie van zijn brieven. Hoe zegt hij dat in Efeze 1? Zo introduceert hij immers heel vaak zijn brieven — hier in Galaten 1 dan niet, maar in Efeze zegt hij: "Paulus, een apostel door de wil van God." Daar klinkt ook iets van ironie in — of is dat het juiste woord? Nou, er zit in ieder geval humor in, want de gedachte is eigenlijk: Paulus, apostel door de wil van God... ja, ik heb er zelf niet voor gekozen! En daar is hij zelf ook wel een heel levend bewijs van. Hij was immers de grootste tegenstander — we zullen het straks nog zien — van die sekte van de Nazareners en vervolger van Jezus van Nazareth. Dus hij is geroepen, en de boodschap die hij heeft ontvangen, heeft hij rechtstreeks door openbaring van Jezus Christus gekregen. Maar ook het onderwijs heeft hij van Jezus Christus zelf vernomen.
En dan moet ik er nog iets bij zeggen. Want je zou kunnen zeggen: dat hadden de twaalf toch ook? De twaalf en al die andere apostelen — want in feite waren er nog veel meer, maar de twaalf vormden de 'inner circle', zal ik maar zeggen — die hebben gedurende de jaren waar ik het zojuist over had, onderwijs ontvangen van Jezus Christus zelf. En dat zegt Paulus hier ook: ik ben onderwezen door openbaring van Jezus Christus. Ja, maar het verschil is...
Onderwezen Door de Hemelse Heer op een Hoger Niveau ↑ hoofdstukken
Zij zijn onderwezen door Jezus hier op aarde, gewoon in het land, in een hele Joodse context: de twaalf apostelen. Maar Paulus, die is onderwezen... De eerste kennismaking vond plaats jaren na de hemelvaart, jaren nadat het eerste getuigenis klonk. Hij is dus geroepen en vervolgens heeft de Heer Zich aan hem bekendgemaakt en heeft Hij hem ook onderwezen. Hij heeft dus onderwijs ontvangen van een hemelse Heer.
Het is trouwens daarmee ook een update, als ik het zo mag zeggen. Dat zeg ik niet om nou wat modern te klinken, maar dat is eigenlijk wel wat het is. De situatie was inmiddels ook weer gewijzigd. Die twaalf waren er ooit toe geroepen om aan Israël te prediken dat Jezus, die Israël gekruisigd had, is opgewekt uit de doden. En als zij zich toen in die dagen zouden hebben bekeerd, zich hadden bezonnen en dat getuigenis hadden aanvaard – dan lees je ook, dat zegt Petrus ook in Handelingen 3 – als jullie dat doen, dan zal Hij terugkeren uit de hemel en dan zal Hij tijden van verademing doen aanbreken en de woorden van de profeten zullen dan in vervulling gaan. Dat is achteraf gezien een ongelegd ei. Maar het was de prediking: als jullie dat doen, zal dat gebeuren.
En als dan, nou ja, zoals ik zojuist al vertelde over Stefanus, als die dan gestenigd wordt, ja, dan verandert het. Dan komt de hele kaart, het hele spel als ik het zo mag zeggen, anders te liggen. En het is in dat verband dat Saulus geroepen wordt. Hij wordt ook daadwerkelijk onderwezen en hij krijgt dingen te horen waar de twaalf totaal geen idee van hadden. Dat kenden zij helemaal niet. En vandaar ook: dat evangelie heeft hij rechtstreeks door openbaring van Jezus Christus ontvangen.
En zoals ik het hier dan eigenlijk als een soort van one-liner neerzet: zijn onderwijs begint dus eigenlijk daar waar dat van de twaalf eindigde. Dus wat het plafond is van de twaalf, dat is de vloer van Paulus. Daar begint hij met recht op een letterlijk hoger niveau. En hij wist dingen die de twaalf nog niet kenden en trouwens ook nog helemaal niet mochten kennen; het was toen ook nog niet de tijd om dat te weten. Paulus gaat dan verder.
Vroegere Wandel in het Jodendom en Extreme Vervolging ↑ hoofdstukken
"Want gij hebt gehoord van mijn vroegere wandel..." Dat schrijft hij aan de Galaten: jullie hebben gehoord van mijn vroegere wandel in het judaïsme, het Jodendom. Hij zegt: en ik heb de ekklesia overtreffend vervolgd. Hyperbole natuurlijk. Ons woordje hyperbool komt daar ook vandaan. Hyperbool, dat betekent letterlijk ook... hyper betekent over en bole heeft te maken met werpen, met een bal. En het is dus overtreffend, een vrij letterlijke weergave dus. Paulus' activiteiten in dat verband, als het gaat over de vervolging van de ekklesia, waren overtreffend.
En daar moet je niet gering over denken. Paulus was de man, toen algemeen bekend als Saulus. Saulus was een vervolger van de ekklesia, dé vervolger. En Paulus zegt zelf: ik was overtreffend. Dat wil zeggen: er was niemand zoals hij die de ekklesia vervolgde. Hij is dé naam bij uitstek die eigenlijk model staat voor de vervolging van de ekklesia. Ja, logisch, want hij heeft de ekklesia overtreffend vervolgd en te gronde gericht.
Het was heel apart, maar als je in Handelingen 9 dat ook leest: dat hij dan de ekklesia vervolgt, en in Jeruzalem gaat hij dan de huizen langs en sleurt mensen naar buiten, zodat ze berecht zouden worden. En op een gegeven ogenblik neemt hij zelf het initiatief. Hij gaat naar de hogepriester toe en hij vraagt toestemming, hij vraagt ook de papieren die benodigd zijn, de vergunning zeg maar, om ook naar de buitenlandse synagogen te gaan. En hij gaat op eigen initiatief, alleen dan wel met de benodigde papieren op zak, naar Damascus. Nou, en dan in het buitenland. Eigenlijk had hij al voordat hij geroepen werd — realiseer ik me — voordat hij geroepen werd had hij al een bediening in het buitenland, hè? Dus u begrijpt wat ik bedoel: hij ging daar in het buitenland de ekklesia die daar was vervolgen. Dus nou ja, het illustreert precies dat woordje overtreffend: hij heeft de ekklesia van God overtreffend vervolgd.
"En in het Jodendom heb ik het verder gebracht dan velen van mijn tijdgenoten onder mijn volk, als hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen." Als er één man was die fanatiek was in de Joodse religie, dan was hij het wel. Maar bovendien was hij ook nog eens een keertje buitengewoon begaafd, intellectueel begaafd. Hij heeft aan de voeten van Gamaliël gezeten. Kortom, hij overdrijft niet als hij zegt: ik heb het in het Jodendom verder gebracht dan velen van mijn tijdgenoten. Hij was echt een rising star. Het is ook niet voor niets dat hij daar bij de steniging van Stefanus genoemd werd, dat hij daar als jonge man al bij stond. Hij was echt ook een opkomende man en een autoriteit die klaargestoomd werd om dat alles eraan te doen.
Het is trouwens wel leuk om dat eventjes tegen het licht te zien van waarom Paulus dat hier ook schrijft aan de Galaten. Want in de Galatische gemeenten waren er predikers tussengekomen en die wilden de heidenen, de gelovigen uit de natiën, verjoodsen, judaïseren, en gewoonten op gaan leggen van spijswetten en de besnijdenis en de sabbat, en weet ik wat allemaal. Ze wilden hen verjoodsen — heel populair tegenwoordig ook. Maar eigenlijk is de knipoog die Paulus hier in deze regels maakt: ja, die predikers in Galatië die hebben het wel over verjoodsen en over wat Jood-zijn betekent, maar ze hebben geen idee waar ze het over hebben! Als er één wist wat Jodendom is, nou, dan was hij het wel. Dus Paulus had niet veel respect — en dan zeg ik het nog zachtjes en eufemistisch — voor wat daar allemaal speelde en voor al die praktijken om de gelovigen uit de natiën weer allerlei wetten op te leggen en te verjoodsen. Waarvan akte.
Want dat soort dingen die in Galatië aan de hand waren, die zijn in de loop van de kerkgeschiedenis eigenlijk massaal geïntroduceerd. En vandaag trouwens ook weer, op een hele nieuwe manier. Nou ja, bij deze kritische opmerkingen laat ik het maar even. Maar ik lees even door, want daar hadden we het over. Want vers 15...
Afgezonderd Vanaf de Moederschoot en de Roeping van Paulus ↑ hoofdstukken
"Maar toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had..." Leuk hè? Hij was dus al afgezonderd. Later zegt hij ook dat we zijn uitverkoren vóór de nederwerping der wereld, maar gewoon voor zijn bediening was hij al vanaf de moederschoot — toen hij nog niet eens geboren was dus — al afgezonderd en voorgesorteerd, om zo te zeggen. Waartoe? Dat gaat hij in het volgende vers zeggen, maar het gaat er eventjes om dat die hele carrière die hij heeft gemaakt in het Jodendom, waar hij over spreekt, het fanatisme in het Jodendom waarin hij verder gevorderd was dan velen van zijn tijdgenoten... Hij was echt een extremist, een geweldenaar in de vervolging van de ekklesia. En dat beschouwde hij als een enorme prestatie; daar stond hij zichzelf ook op voor.
Maar hij zegt: dat móest allemaal zo gebeuren. Want ik was namelijk al vanaf de moederschoot voorbestemd en afgezonderd. En zoals ik het hier ook opgetekend heb: heel zijn voorgeschiedenis was eigenlijk niks anders dan het donkere decor waartegen Gods genade maximaal zou schijnen. Dat was nodig, want Christus ging geen discipel roepen, maar een vervolger. En waarom? Om zijn genade te etaleren. Dat is wat Paulus later trouwens ook bij meerdere gelegenheden zegt: "Ik ben wie ik ben omdat God zijn genade aan mij en via mij wilde etaleren." Ik ben dus eigenlijk gewoon een instrument in zijn etalage om te laten zien wat genade vermag. En daarom moest dit ook allemaal zo gebeuren. Ik vind het een geweldige gedachte, zoals Paulus dat hier ook neerzet.
En hij zegt er dan ook bij: toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had "zijn Zoon in mij te openbaren". Moet je even opletten hoe hij het zegt, want je zou natuurlijk zomaar kunnen lezen: "om zijn Zoon aan mij te openbaren." Maar dat zegt hij niet. Dat is wel zo hoor, want inderdaad, de Zoon is aan hem verschenen in overblindend licht en heeft tot hem gesproken, maar er staat: in hem te openbaren. En dat betekent dat Christus openbaar wordt in Paulus, en via Paulus zou Christus vervolgens de natiën bereiken. Dat is wel een hele sterke manier om te zeggen dat Paulus een afgevaardigde is: hij spreekt namens Christus. Dus als Paulus verscheen als heraut onder de natiën, was dat Christus zelf, de Zoon die Zich in hem openbaarde.
We zullen later in dit seizoen nog naar deze passage toegaan, maar ik wijs er nu alleen maar even op: Jesaja 49 vers 6, waar dat op een verborgen wijze ook al geprofeteerd wordt. Paulus wordt daar al aangekondigd. U gelooft het misschien niet, maar we gaan het wel zien! God had het zo gepland: vanaf de moederschoot was hij al afgezonderd om zijn Zoon in hem te openbaren, opdat hij Hem onder de natiën zou evangeliseren.
Hoezo? Eigenlijk weten we één ding al — ik zeg het even heel kort door de bocht: Israël had officieel het evangelie afgewezen. Dus nu werd het tijd om de wissel om te zetten, om zo te zeggen, namelijk door deze Paulus te roepen voor deze bediening. Daar gaan we dus een heel seizoen over hebben: opdat hij Hem onder de natiën zou verkondigen.
Onafhankelijk van Jeruzalem: Naar Arabië en Pas Later Naar Kefas ↑ hoofdstukken
Hij zegt: toen dat gebeurde, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed. Ik ben niet even naar een mens gegaan om inlichtingen te verkrijgen of geïnformeerd te worden. Christus was immers aan hem verschenen! Dus waarom zou hij aan vlees en bloed dan nog informatie vragen of daarbij te rade gaan? Hij zegt erbij: "Ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd." Tot wie dan? Wel: tot hen die reeds vóór mij apostelen waren. Dat had voor de hand gelegen, zou je zeggen. Ik bedoel: zij hadden de oudste rechten, toch? Zij waren apostelen vanaf de aanvang; ze hebben Jezus immers al vanaf het begin van Zijn publieke bediening gevolgd. En wat doet Paulus nu? Hij is niet naar Jeruzalem gegaan. Hij hoefde namelijk ook niet door hen te worden onderwezen of geëxamineerd. En ook niet gemachtigd, want we hebben zojuist gezien: hij was geroepen, niet door mensen en niet door menselijke bemiddeling, maar door Jezus Christus Zelf. Die heeft hem gevolmachtigd. Hij heeft hem het evangelie bekendgemaakt, gegeven en vervolgens ook toegelicht en onderwezen. Waarom zou hij dan? Zijn roeping was dus volledig zelfstandig en los van Jeruzalem en van degenen die vóór hem apostelen waren. Dat is overigens geen diskwalificatie van hen — later zullen we dat nog zien in Galaten 2, helemaal niet — maar het geeft wel aan dat zijn roeping van een totaal andere orde is.
"Hij is niet naar Jeruzalem gereisd tot hen die reeds vóór hem apostelen waren, maar," zegt hij, "ik ben naar Arabië vertrokken en vandaar weer naar Damascus teruggekeerd." Over dat bezoek aan Arabië lees je in het boek Handelingen niets. Hoe lang hij daar geweest is, weten we ook niet. Maar over Arabië lees je later in de Galatenbrief, in hoofdstuk 4 vers 25, opnieuw. En weet je wat zich daar bevond? Juist: de berg Horeb! De berg Horeb in Arabië. Ja, het is negen uur, dat is waar, maar ik maak dit punt nog even rond. Ik vind dit namelijk heel boeiend: hij is naar Arabië gegaan. Ooit heeft de Heer Zich in Arabië immers bekendgemaakt aan Mozes. En nu is Paulus geroepen. De Heer had gezegd wat hij nog zou vernemen; hij zou vervolgens dus onderwezen worden. En waar zou hij onderwezen zijn? Strikt genomen — om eerlijk te zijn moet ik dat erbij zeggen — staat er hier niet letterlijk bij dat hij in Arabië is onderwezen. Maar de hele setting suggereert het wel. Want hij moest zijn onderwijs nog ontvangen en hij is niet bij mensen te rade gegaan. Bij wie dan wel? Wel, bij de Heer Zelf! En waar dan? Hij is direct naar Arabië vertrokken. Dus dat is natuurlijk één en één is twee. De conclusie wordt aan ons overgelaten, maar ze dringt zich wel heel sterk aan ons op, laten we het zo zeggen. Hij is naar Arabië gegaan en ik denk inderdaad dat hij daar, net zoals Mozes ooit bij de berg Sinaï, in ieder geval in Arabië rechtstreeks onderwijs heeft ontvangen van de Heer Zelf.
En vandaar is hij weer teruggekeerd naar Damascus, waar hij trouwens meteen in de synagoge ging prediken. En zoals dat systematisch en altijd ging: hij werd eruit gegooid. Dat gebeurde ook in Damascus, waardoor hij via een luikje in de stadswal zijn vege lijf moest redden. Op die manier, neergelaten in een mandje, heeft hij de stad moeten verlaten omdat er een moordaanslag op hem beraamd was.
En toen ging hij naar Jeruzalem toe. En wat dacht je, werd hij daar met open armen ontvangen? Nee, in het boek Handelingen lees je dat hij daar ook maar kort verbleven heeft. Hier zegt hij er alleen dit over — ik lees nog even door: "Daarop ging ik..." O ja, hij had gezegd: "...vandaar naar Damascus teruggekeerd. Daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem." Nou, hij had bepaald geen haast om naar Jeruzalem toe te gaan! Dat is eigenlijk wat hij hiermee aangeeft. Toen hij geroepen werd, is hij niet linea recta naar Jeruzalem gegaan; integendeel, hij is eerst naar Arabië vertrokken en daarna teruggekeerd. Hij zegt: pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om Kefas te bezoeken. Ik vind het wel treffend, want in de Concordant Version staat vertaald: "to relate my story". In het Grieks staat hier het woord historeo, waar ons woord historie vandaan komt. En in het Engels is dat natuurlijk prachtig: his story. Het idee is dus geenszins dat hij naar Kefas toe ging — Kefas is een andere naam voor Petrus — om hem te consulteren of even te vragen: "Wat moet ik nu doen?" Nee, hij ging juist zijn verhaal, zijn geschiedenis aan Petrus vertellen. Ook hier ligt de nadruk erop: ik ging niet naar Jeruzalem toe om door hen onderwezen te worden of instructies te ontvangen; nee, ik had hén iets te vertellen!
En dan voegt hij er in vers 19 nog aan toe: "En ik zag geen ander van de apostelen dan Jakobus, de broeder des Heren" — die later een heel belangrijke functie in Jeruzalem kreeg.
Kortom — en dat is de conclusie waarmee we straks de pauze ingaan — Paulus' apostelschap, dat wil zeggen zijn afvaardiging en de boodschap die hij uitdraagt, is niet afgeleid van de apostelen in Jeruzalem. Dat moet volstrekt duidelijk zijn: het staat er volledig los van. Is het ermee in strijd? Nee, natuurlijk niet, want die twaalf hadden hun boodschap immers van diezelfde Heer ontvangen. Alleen heeft Paulus op een veel later tijdstip, vanaf een veel hoger niveau, onderwijs gekregen. Ik moet er overigens wel bij zeggen: in zekere zin conflicteerde het later wel, maar dat is een ander verhaal. De oorsprong en de bron is dezelfde. Hij is dus niet door hen geroepen, hij is niet door hen aangesteld en hij is ook niet door hen onderwezen. Dat moge duidelijk zijn.
Dan stel ik voor dat we straks na de pauze naar Romeinen 11 toegaan. We gaan nu eerst een kopje koffie drinken.
Goed, we zijn weer wat opgefrist en we hebben nog een half uur te gaan. En die tijd heb ik hard nodig, denk ik zo, om het laatste deel nog in te vullen.
Romeinen 11: Door de Misstap van Israël Redding voor de Natiën ↑ hoofdstukken
Apostel van de natiën, dat is het algehele thema. Ik heb eigenlijk al een introductie gegeven van de vraag zelf: hoezo dan? Wie was die Paulus, wanneer komt hij op het toneel als je dat in de geschiedschrijving van het boek Handelingen beziet, en hoe reflecteert Paulus daar zelf op? Hoe hij geroepen is, hoe die roeping volledig losstaat van Jeruzalem en van de twaalf apostelen, en dat ook de boodschap die hij uitdraagt rechtstreeks van Jezus Christus Zelf afkomstig is.
Dan wordt het nu hoog tijd dat ik het overkoepelende thema nog even introduceer, voordat we de volgende avonden hier allerlei andere vragen zullen beantwoorden en dingen zullen gaan ontdekken. De keer dat Paulus letterlijk zegt dat hij een apostel van de natiën is, dat is in Romeinen 11. De vermelding daarin, in dat hoofdstuk, is heel veelzeggend. Dat wil ik laten zien, zodat u meteen ziet waar het in het vervolg over gaat. Voor mij was dat een enorme eye-opener om te ontdekken wat dat wil zeggen.
Laat ik het nog even zo aanvliegen: de vraag blijft tot dusver nog steeds staan. Ook als je hebt gezien dat Paulus niet behoort bij de twaalf en hoe zijn bediening inderdaad losstaat van de twaalf en van Jeruzalem, beantwoordt dat nog niet de vraag waarom hij dan afzonderlijk zou moeten worden geroepen. Waarom dat dan zo is? Dat het zo is, is één ding, maar dat beantwoordt nog niet de vraag naar de reden daarvoor. In datzelfde verband zou je dan de volgvraag kunnen stellen: waarom kon Paulus' bediening niet eenvoudig voortbouwen op die van de twaalf? Hoewel ik daar al het een en ander over heb gezegd, moet het echte antwoord denk ik nog komen. Oftewel: wat was er nou zo bijzonder aan Paulus' positie en opdracht?
In Romeinen 11 vinden we een passage – Romeinen 9, 10 en 11 – die eigenlijk een onderbreking vormt in Paulus' betoog. Op zichzelf is dat ook alweer heel mooi gestileerd, want hij heeft het over de onderbreking in Gods weg met het volk Israël. Momenteel terzijde gesteld, maar in de toekomst gaat God dat alsnog weer oppakken. Wij leven in die tussentijd, in die onderbreking, in die pauze. We zullen dit seizoen nog wel opmerken en zien dat de naam Paulus ook weer alles te maken heeft met zo'n onderbreking.
Hoe dan ook, in Romeinen 9, 10 en 11 brengt Paulus die dingen aan de orde. En hij stelt zich dan de vraag in Romeinen 11 vers 11: "Ik vraag dan: zij – en dan heeft hij het over Israël – zijn toch niet zo gestruikeld, opdat zij zouden vallen?" Laat ik het zo zeggen: ze zijn toch niet zo gestruikeld dat ze zouden vallen? Dat geeft net even een andere klemtoon. En dan geeft Paulus een typisch Paulinisch antwoord op die vraag, namelijk: "Volstrekt niet!" Het ging er namelijk niet om dat Israël zou vallen. Ze zijn gestruikeld, dat wel, maar dat is niet hetzelfde als gevallen zijn. Het verschil is dat een struikeling geen definitieve val betekent. Dat is wat Paulus hier naar voren brengt.
Ik moet er meteen bij zeggen dat als je de NBG-vertaling of de Statenvertaling erbij neemt, die je hier niet echt mee helpen. Waarom? Omdat er vervolgens in het vervolg van ditzelfde vers staat: "maar door hun misstap is de redding tot de natiën gekomen." Als je de NBG-vertaling meeleest, staat er: "door hun val is de redding tot de natiën gekomen." Maar dat is niet wat er staat! Er staat een woord dat letterlijk zoiets betekent als misstappen: paraptoma. In ons woordje 'overtreden' zit dezelfde gedachte; je stapt mis. Het is met recht een misstap, en dat woord geeft perfect weer wat het is. Dat herken je ook nog in het woord struikelen. Paulus benadrukt juist dat het geen val is en dat het niet definitief of voorgoed is. De hele gedachte is juist: weliswaar is er sprake van een struikeling en heeft Israël een misstap begaan, als u begrijpt wat ik bedoel.
En dan heeft hij het over het ongeloof van Israël. In feite heeft Paulus het in deze hoofdstukken daarover: hoe kan het nou dat het volk dat van Gods wege bestemd was om een kanaal van zegen te zijn voor de hele volkerenwereld, de Messias niet herkent wanneer Hij tot hen komt, en Hem kruisigt? Daarvan zou je nog kunnen zeggen: dat moest ook gebeuren, en dat is precies wat Petrus in de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen naar voren brengt en wat telkens gepredikt wordt. Vervolgens wordt Hij gepredikt als de Opgestane en wordt Israël opgeroepen om zich te bezinnen: "Die Jezus die jullie gekruisigd hebben, die heeft God opgewekt." En dan klinkt er weer miskenning en ongeloof. De vraag is: hoe kan dat zo zijn? Waarom heeft Israël daar in ongeloof op gereageerd?
Paulus geeft daarop meerdere antwoorden, maar het is geenszins een louter theoretisch, theologisch of dogmatisch vraagstuk. Het had direct te maken met zijn roeping, waar we het voor de pauze over hadden. Hij was erbij toen Stefanus gestenigd werd. Hij werd op de weg naar Damascus geroepen als de meest extreme tegenstander van die sekte van de Nazareners. En vervolgens wordt hij geroepen om naar de natiën te gaan. Hoe zit dat dan? Wat hij in deze hoofdstukken ook doet, is de citaten uit het Oude Testament aaneenrijgen. Hij laat zien dat die dingen al verborgen liggen in de Hebreeuwse Bijbel.
En dan zegt hij: door hun misstap is de redding – of de boodschap van de redding – tot de natiën gekomen. Zoals gezegd: het woordje 'val' moet je hier doorstrepen, het is 'misstap'. Door hun misstap is de redding tot de natiën gekomen. Paulus spreekt hier gewoon uit eigen ervaring: dat was precies waarvoor hij geroepen was. Hij zou gaan naar de natiën en daar de boodschap van de Redder van allen prediken. Want dat ligt erin besloten: de boodschap van redding, namelijk de Redder van allen, de verzoening der wereld (vers 14), die zou gaan naar de natiën. De misstap van Israël heeft dat in feite tot gevolg gehad.
En dan zegt hij er nog iets bij – en voor mij was dit ook een enorme eye-opener, waar we nog een hele avond speciaal op terugkomen. Ik stip het nu aan omdat het hier in Romeinen 11 aan de orde komt, maar het verdient een veel uitgebreidere bespreking, juist omdat hierover zoveel misverstanden bestaan. Er staat hier immers dat door hun misstap de redding tot de natiën is gekomen.
Israël tot Naijver en Toorn Wekken ↑ hoofdstukken
Er staat bij wat het motief daarvoor is, of het beoogde effect: om hen tot naijver of jaloezie op te wekken. Maar dan moet je even terugbladeren. De algemene lezing van dit vers is... de tijd ontbreekt me om nu eventjes een steekproef te doen van hoe u denkt wat dat betekent, maar de algemene gedachte hierover is dat het nu naar de natiën is gegaan en dat Paulus' oogmerk was dat Israël daar zo jaloers op zou worden van: 'Oh, dat willen wij ook!' Als u dat denkt, dan zit u ernaast. Echt waar, want dat is juist niet de gedachte.
Want als je even terugbladert – nou, je hoeft niet eens terug te bladeren, ik kan geloof ik op dezelfde bladzijde blijven – in hoofdstuk 10 vers 19, daar zegt hij dit. Daar geeft hij een citaat uit Deuteronomium 32 vers 21, en daar zegt Mozes dit: hij voorzegt al dat Israël zich zou wenden tot afgoden en God jaloers zou maken. En dan staat erbij – dat zegt de Heer Zelf dan: 'Ik zal u naijverig maken op wat geen volk is, en toornig op een onverstandig volk.'
Dat is een parallelisme. Dat wil zeggen dat naijverig maken op wat geen volk is, parallel loopt met of overeenkomt met: toornig op een onverstandig volk. Hier zie je dat die naijver geen positieve naijver is in de zin van: 'Oh, dat willen wij ook.' Nee, dat is de kift!
Jaloezie kan immers twee dingen betekenen. Jaloezie kan heel positief zijn: je wil ook iets. Je ziet dat een ander heel goed kan pianospelen; als die het kan, dan kan ik het ook. Dan is het een positieve kracht. Maar het kan ook zijn dat je ziet dat die ander goed piano kan spelen en jij zou het ook wel willen kunnen, maar je merkt dat je het niet in de vingers hebt, om het zo maar te zeggen – dat is wel een aardige beeldspraak in dezen. En dan kun je jaloers worden, maar dan in de zin van de kift: dat die ander iets heeft wat jij niet hebt en wat jij juist graag zou willen hebben. En dat is trouwens nog iets sterkers: het is niet alleen maar de kift dat de ander iets heeft wat jij niet hebt, maar eigenlijk ook de kift dat de ander het heeft terwijl jíj het wil hebben. Want er zijn ook van die dingen waarbij er een keuze is, heel binair: of de één is het, of de ander. Je kunt het niet allebei zijn.
In dit geval: wat hier voorzegd wordt, is dat er een tijd zou komen dat Israël jaloers zou worden op wat geen volk is. Dat wil zeggen: het doet zich voor als een volk, maar eigenlijk is het geen volk. En dat dat inderdaad in die negatieve sfeer ligt, die negatieve emotie, dat blijkt gewoon uit het parallelle woord: toornig. Toornig, boos dus, op een onverstandig volk. Dat volk dat eigenlijk geen volk is, dat is bovendien in hun ogen ook nog eens onverstandig; ze hebben er totaal geen kaas van gegeten.
Dus wat hier eigenlijk voorzegd wordt door Mozes: er komt een tijd dat Israël jaloers gemaakt wordt op wat in hun ogen helemaal niet eens een volk is. En bovendien, voor zover het een volk is, hebben ze er totaal geen kaas van gegeten, om het zo maar te zeggen. Totaal geen verstand van; ze beschouwen hen als dwazen. Eigenlijk is dit een prachtige definitie van hoe men destijds keek naar de natiën in het algemeen: die zijn onverstandig, die hebben immers niet die openbaring van God gekregen, enzovoort. Wat weten zij daar nou van?
En zeker ook wat vandaag wordt uitgeroepen in de wereld, onder de natiën: een volk, een ekklesia, een 'uitroepsel'. Dat wordt weliswaar een groep, een volk, maar het is niet etnisch een volk, als u begrijpt wat ik bedoel. We komen immers uit alle volkeren, talen en natiën, zonder dat er een bloedband is en zonder dat we allemaal dezelfde taal spreken. Kortom, wat in etnische zin... bij Nederlanders weet je waar je het over hebt, maar de ekklesia is, zoals dat heet, een supranationaal gezelschap. Dat wil zeggen: het trekt zich niets aan van landsgrenzen, achtergronden en bloedbanden, het heeft er niets mee te maken. Het is een gezelschap dat geroepen wordt omdat het Woord van God in hen resoneert. That's it! Maar dat is geen echt volk. En bovendien: in de ogen van Israël komen ze uit de natiën, kennen ze de wet niet en zijn ze dus gewoon onverstandig. En daar worden ze jaloers op gemaakt!
Dat is waar Paulus zijn hele leven mee bezig is geweest en tegenaan gelopen is. We zullen daar in de loop van het seizoen een hele avond aan wijden: hoe je die reactie inderdaad ziet. Als Paulus ergens komt en hij het evangelie vertelt dat hem is toevertrouwd, dan loopt hij altijd tegen zo'n muur op van jaloezie, haat, verzet en toorn. De kift dat er een volk is...
Laat ik even doorlezen, want anders blijven we bij vers 11 en ik moet nog een paar verzen verder gaan. Daar staat nu dit: 'Betekent nu hun misstap rijkdom van de wereld en hun tekort rijkdom van de natiën...' Dat wil zeggen: door het ongeloof van Israël – dat hier als een misstap, als een struikeling wordt neergezet, niet als een val, maar wel als een struikeling en een misstap – daardoor is de rijkdom juist bij de wereld terechtgekomen. En dat wat Israël mist, wat hun tekort is, dat is de rijkdom van de natiën.
Ik kan u hier alvast iets verklappen – maar daar gaan we ook nog een hele avond aan wijden, dat is het leuke van een heel seizoen: Israël kwam tekort als Godsvolk. Als 'Ammi', 'Mijn volk'. Kent u dat, wat ik nu zeg? Israël was Gods volk, maar ze kwamen tekort. En nu gaat die rijkdom van het volk van God naar de natiën toe. Maar dat betekent: het verplaatst zich. Het is dus niet zo dat het eerst bij Israël was en vervolgens eenvoudig wordt uitgebreid naar de natiën. Nee, aan het één wordt voorbijgegaan, het wordt omzeild, terzijde gesteld. En vervolgens komt de functie van Gods volk bij een heidense natie terecht – wat geen volk is en bovendien onverstandig is. Dat is de kift, de jaloezie!
Maar Paulus – want dat is eigenlijk de hele teneur van wat hij hier naar voren brengt – zegt: als dat in de tussentijd al het effect is van Israëls misstap... Zo beschouwt Paulus dat ongeloof van Israël: 'Daardoor ben ik geroepen en is de rijkdom naar de wereld toe gegaan. Die rijkdom die eerst bij Israël was, is nu bij de natiën terechtgekomen.' Hij zegt: 'Wat als dat al bij Israëls misstap het geval is? Hoeveel te meer zal het dan zijn wanneer zij tot volheid komen?' Nu nog een tekort, maar straks komen ze alsnog tot hun bestemming! En wat voor rijkdom zal dat dán wel niet zijn? Met andere woorden: die misstap en dat tekort, dat is een tijdelijke onderbreking. Vandaar ook een pauze. Ik stotter het niet hoor, maar met opzet zeg ik het zo.
En nu zegt hij dit – nu moet u helemaal gaan opletten! Aan het eind van de avond moet je steeds meer opmerkzaam zijn. Of dat didactisch handig is voor mij, dat weet ik niet, maar goed, we komen eigenlijk wel bij de climax.
Apostel van de Natiën met een Boodschap voor Israël ↑ hoofdstukken
Paulus zegt: "Ik spreek tot jullie, natiën." Hij spreekt tot de natiën. Kijk, hij spreekt tot de ekklesia daar in Rome, met deels een heidense achtergrond – niet-Joods bedoel ik – en deels ook een Joodse achtergrond. En nu spreekt hij tot hen, tot de natiën, tot degenen met een niet-Joodse achtergrond: "Voor zover ik apostel van de natiën ben..." Hij geeft daarmee aan: juist omdat ik apostel van de natiën ben. In de praktijk komt dat in dit geval op hetzelfde neer. Wat hij eigenlijk zegt is: ik spreek nu in mijn hoedanigheid als apostel van de natiën.
Paulus is een Jood, hij is uit de stam van Benjamin, een Israëliet, zegt hij, maar hij rekent zich tot de natiën. Kijk, de term 'de apostel van de natiën' wordt meestal zo uitgelegd: hij was een apostel die zich wendde tot de natiën. Maar dat is niet wat de term betekent. De term betekent dat hij deel uitmaakt van de natiën. Hij is niet de apostel vóór de natiën – dat is wel zo, maar dat is niet wat de term primair betekent. Als hij zegt: "Ik ben een apostel van de natiën", dan zegt hij: als apostel reken ik mij tot de natiën. Ook al ben ik een Jood en uit de stam van Benjamin, als apostel behoor ik bij de natiën. Bij dat volk, nou ja, uit het dwazenvolk zou ik maar zeggen, wat eigenlijk geen volk is; daar reken ik mij toe.
Hij zegt: in die hoedanigheid spreek ik, en ik verheerlijk mijn bediening. Wat voor bediening? Nou, als apostel van de natiën. Hij zegt: ik maak mijn bediening juist daarin heerlijk, ik laat mijn bediening juist op deze wijze excelleren. Nou zou je denken: dat betekent dat hij zijn bediening als apostel van de natiën verheerlijkt door nog meer van de natiën erbij te betrekken en te verkondigen. Maar nee, dat zegt hij niet. Kijk, lees maar verder: "dat ik zo mogelijk..." En nou komt het: "...dat ik zo mogelijk de naijver van mijn vlees en bloed, mijn volksgenoten, mocht opwekken en enigen uit hen redden." Dus juist als apostel van de natiën heeft Paulus een boodschap voor Israël! Dat is wat hij zegt. Bent u er allemaal nog?
Hij zegt dus: ik ben een apostel van de natiën, ik hoor bij de natiën. En het mooiste, het beste, de heerlijkheid van mijn bediening is juist dat ik de naijver van mijn vlees zou opwekken en enigen uit hen zou redden. In feite zegt hij hier dat zijn bediening een tweeërlei doel of oogmerk heeft. In de eerste plaats: zijn volk Israël jaloers maken. Ik zal u vertellen: dat is geen aantrekkelijke bediening. En Paulus heeft dat in de loop der jaren steevast ook meegemaakt. Uiteindelijk is hij in Jeruzalem gevangengenomen en heeft hij nog een paar jaar in Caesarea gevangengezeten. Allemaal vanwege zijn boodschap! Waar hij tegenaan liep, was dat hij door zijn volksgenoten als een heidense apostel werd beschouwd, die het niet nauw nam met de Joodse wetten en die de heidenen daarin vrijliet. Hij werd beschouwd – ja, dat is Galaten 2, daar zullen we het ook nog over hebben – als degene aan wie het evangelie van de voorhuid was toevertrouwd, dat wil zeggen het evangelie dat hoort bij de onbesnedenen.
Aan zijn volk vertelt hij dat God nu naar de natiën toe gaat en onder de natiën Zijn volk verzamelt. Niet uit Israël; Israël staat tijdelijk terzijde, en Hij gaat nu naar de natiën en verzamelt daar Zijn volk. En met dat volk, met een heidens volk en helemaal buiten de wet om, gaat God nu verder. Maar dat heeft zo enorm veel venijn en haat opgeleverd onder zijn volk, ongeacht of hij nou in het buitenland was of in Antiochië, noem de steden maar op: in Filippi en Thessalonica – afgelopen zondag hebben we het daar nog over gehad. Overal liep hij hiertegenaan. Dus de jaloezie van zijn volk, dat was echt toorn. Maar hij zegt: dat is juist mijn bediening. En hij zegt er nog bij dat hij hen als volk jaloers maakt. Nou, dat heeft hij wel gedaan! Dat is niet een oogmerk waarin hij niet geslaagd is, integendeel: het was gewoon the story of his life. Het was voortdurend waar hij tegenaan liep: het ongeloof van zijn volk en hun jaloezie dat er nu een volk uit de natiën is dat Gods volk is, met de naijver die hij daarmee opwekte, om vervolgens enigen uit hen te redden.
Dit moet je ook... O, dit is niet de eerste keer dat we dit om tien uur meemaken. Inmiddels is het een bekend gebruik dat het hier om tien uur... O nee, het is vijf voor tien. De hint is duidelijk. Nou ja, goed, ik heb nog een paar minuutjes en daar maak ik dan nog even gebruik van.
Er wordt heel vaak gezegd – en dat is ook een van de redenen voor mij om deze studieserie aan te vangen, want er zijn toch heel veel vragen over de bediening van Paulus – sommigen zeggen dat Paulus gedurende de hele tijd van Handelingen er nog op uit was om Israël tot bekering te brengen. Nou, ik zal u vertellen: dat is niet zo. Vanaf het begin heeft hij hen jaloers gemaakt. En het was niet zijn bedoeling en niet zijn oogmerk om Israël te bekeren; hij wist dat dat ook niet zou gaan gebeuren. Eerst moest de volheid van de heidenen binnengaan, en pas daarna zou God weer de draad met Israël oppakken. Nou ja, als u dit nu even oppakt: don't worry, we gaan hier nog over verder, dus het komt helemaal goed.
Maar het is wel heel typerend zoals hij het formuleert. Hij zegt: de naijver van mijn vlees, gewoon van mijn volk oproepen, dat is wat hij deed. Dat gebeurde ook daadwerkelijk concreet. En wat er ook gebeurde, is dat een enkeling, enigen uit hen, wel een horend oor hadden. Waarom? Omdat God hun oren daarvoor geopend had. Maar dat was een minderheid. En dat was geen mislukking van zijn missie; dat was juist zijn missie! De missie was inderdaad om naar de natiën te gaan. En als apostel van de natiën had hij ook een boodschap voor Israël: hij moest hun aanzeggen en vertellen dat het heil nu naar de natiën is gegaan en dat God Zijn volk nu onder de natiën verzamelt. En dat is wat de naijver opriep, waarbij enigen uit hen gered zouden worden. En dat gebeurde ook. Dus dit is precies waartoe hij was aangesteld en dit was zijn bediening.
In feite is wat we hier nu zien in deze verzen van hoofdstuk 11 heel karakteristiek. Het is heel typerend, kan ik u nu al aankondigen, voor de komende avonden en de vervolgavonden, laat ik dat er dan ook nog even bij zeggen...
Vooruitblik op de Komende Studies en Afronding ↑ hoofdstukken
Die vervolgavonden staan dus helemaal in het teken van wat Paulus als apostel van de natiën tot Israël te zeggen had. Want inderdaad: hij is een apostel van de natiën, maar hij had juist in die hoedanigheid een boodschap aan zijn volk Israël. En dat gaat, zo kan ik u nu al verklappen, een heleboel vragen beantwoorden.
Dan zullen we ook gaan zien — en dat zal de eerstvolgende keer zijn, al houd ik nog een beetje een slag om de arm over de precieze volgorde van de avonden — hoezo het luidt: eerst de Jood? Waarom ging hij altijd eerst naar de synagoge? Het gewone of gangbare antwoord is: nou, omdat hij eropuit was om Israël tot bekering te brengen. Nee, helemaal niet! Die vraag moeten we dus gaan beantwoorden.
Wat is bovendien de rol van zichtbare tekenen in zijn bediening? Bij gelegenheid doopte hij bijvoorbeeld nog, of liet hij dopen wanneer hij het zelf niet deed. Maar hoe zit het met wondertekenen? Hoezo? Waarom was dat dan? Of waar we het net over hadden: Israël tot naijver verwekken. Wat was Paulus' houding ten opzichte van de wet — ik bedoel de Mozaïsche wet? En zegt hij ook niet dat hij een dienaar is van het nieuwe verbond? Wat betekent dat?
Dat is een beetje een technische term: het samen-lichaam. Dat wil zeggen dat lichaam dat vandaag gevormd wordt, de ekklesia, waarin de tussenmuur en het verschil tussen Jood en heiden helemaal is weggevallen. In Efeze zal dat ook uitgebreid aan de orde komen, in Efeze 2.
En hoe zit het met de verwachting die Paulus had aangaande de wederkomst? Hij dacht in zijn dagen, in eerste instantie, dat die aanstaande zou zijn. Trouwens, aankomende zondag spreek ik in Epe — u bent van harte uitgenodigd — en daar ga ik het trouwens ook daarover hebben. Dit is werkelijk fascinerend: is de belofte van de wederkomst dan vertraagd? Hoezo? En wat heeft Petrus over die Paulus en zijn brieven te zeggen?
U ziet het: dit zijn in totaal negen avonden, en vermoedelijk komen er daar nog wel wat kwesties bij. Maar ik zal u dit vertellen, en u mag dan gaan beoordelen of dat inderdaad zo is. Dat moet u sowieso doen: checken wat ik vertel. Neem niets zomaar aan omdat André Piet het zegt, maar verwerp het ook niet enkel omdat André Piet het zegt. Dat moet u ook niet doen; dat kan namelijk ook nog. Gewoon checken!
Maar dan moet ik zeggen: voor mij is het zo intrigerend om te zien hoe consistent het hele Bijbelse getuigenis is, en hoe in de Schrift inderdaad antwoorden gegeven worden op de vragen die hier zo aan de orde komen. Ja, dat vind ik geweldig en dat wil ik heel graag met jullie delen.
O ja, dat vers hadden we ook nog, maar daar gaan we het nu niet meer over hebben, want ik zie dat het inderdaad tien uur is. Ik stel voor dat we het hierbij laten voor vanavond. Zullen we met elkaar nog onze hemelse Vader dankzeggen?
UltimateGoodNews