geloof dat weerklinkt
13-09-2026 - Geplaatst door Andre PietBenthuizen
Paulus schrijft aan een jonge ekklesia die in korte tijd tot een voorbeeld werd voor velen. Het Woord van de Heer weerklonk vanuit Thessalonika en hun geloof naar God toe werd overal bekend. In dit eerste hoofdstuk volgen we Paulus’ woorden vers voor vers: van hun omkeer naar God tot het opwachten van zijn Zoon vanuit de hemelen.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding en Historische Achtergrond van de Brief
- De Afzenders en de Positie van de Ekklesia
- Dankzegging voor Werk van Geloof, Liefde en Hoop
- De Bijbelse Betekenis van Uitverkiezing
- Het Evangelie in Kracht en Heilige Geest
- Navolgers en een Voorbeeld voor Alle Gelovigen
- Een Geloof Dat Weerklinkt als een Echo
- Omkering Naar de Levende en Waarachtige God
- De Zoon Verwachten en Geborgen voor de Komende Toorn
Inleiding en Historische Achtergrond van de Brief ↑ hoofdstukken
Een hele goede morgen ook van mijn kant, vrienden. Dankjewel Dirk, dat was weer een hele hoop hoop, hè? En zo is het maar net: prachtig als je mag ontdekken hoe de Schepper ook in Zijn schepping die geweldige boodschap uitdraagt. En dat is zomaar ter inzage voor iedereen.
Over hoop gaan we het vanmorgen ook hebben als ik de brief aan Thessalonika met jullie ga openen. Ik wil dat doen aan de hand van het eerste hoofdstuk. Ik zal vanzelf nog wel duidelijk maken waarom ik deze titel heb gekozen: Geloof dat weerklinkt – geloof dat als een echo inderdaad vernomen wordt.
Ik ga u dus meenemen naar de Thessalonikabrief. De aardigheid van die brieven van de apostel Paulus is dat ze heel gemakkelijk te traceren zijn. De Thessalonikabrief is daar een schitterend voorbeeld van, omdat we een geschiedenislijn hebben in het boek Handelingen. Lukas, de medewerker van de apostel Paulus – tot het einde aan toe zelfs –, heeft het evangelie naar Lukas geschreven en het boek Handelingen is feitelijk een deel twee, het vervolg op het zogeheten Lukasevangelie. Daarin verhaalt hij alles wat er gebeurd is na de opstanding en de hemelvaart van de Heer Jezus Christus, en de handelingen van Jezus Christus die feitelijk voortgang vonden, maar dan via de apostelen.
Daar vind je die geschiedenis. De apostel Paulus werd geroepen op de weg naar Damaskus. Daar zijn we al een heel eindje in het boek, ongeveer halverwege. Ik wil laten zien dat die Thessalonikabrief gemakkelijk te traceren is aan de hand van het boek Handelingen. Daarbij moet u er ongeveer aan denken dat deze brief geschreven is zo rond het jaar 50-51. Dat staat hier op de dia niet helemaal goed genoteerd, maar dat is de gedachte.
Om enig zicht te hebben op de achtergrond van die brief, haak ik aan bij hoofdstuk 16. Daar lees je dat Paulus zojuist vanuit Jeruzalem was gekomen; hij had daar een vergadering meegemaakt (in Handelingen 15 trouwens). Vervolgens gaat hij verder met Silas, een medewerker. Ze komen in Filippi, zoals in Handelingen 16 wordt beschreven, en zoals eigenlijk standaard ontmoeten ze daar enorm veel problemen, tegenstand en tegenwerking. Ze worden er in de gevangenis gezet. Een bekende geschiedenis is dat ze gedurende de nacht in de kerker gevangen zitten met de voeten in het blok, en dat Paulus en Silas juist in de nacht Gods lof zongen. Goed, ze komen daar weer uit die gevangenis, maar dan moeten ze het vege lijf redden en zetten ze de reis voort naar Thessalonika.
Dan lees je dat Paulus slechts drie weken in Thessalonika vertoeft, maar het is wel een hele vruchtbare tijd geweest. Ook een hele zware tijd, want je leest in Handelingen 17, in de eerste drie verzen van dat hoofdstuk, dat Paulus gedurende drie sabbatten in de synagoge vanuit de Schriften bewijst dat Jezus de beloofde Messias is. Hij doet dat zeer grondig; hij 'prikt' daar niet, om even in de terminologie van mijn broer Dirk terug te komen. Nee, wat hij doet is: hij betoogt, wat zeg ik, hij argumenteert, hij bewijst. Hij opent de Schriften en laat onweerlegbaar zien dat Jezus inderdaad beantwoordt aan alles wat de Schriften – wat wij dan het Oude Testament noemen – voorzegt aangaande de Messias.
In die drie weken – want langer is het niet geweest, dat staat er uitdrukkelijk bij vermeld – wordt een enkeling uit de Joden overtuigd door de boodschap die Paulus uitdroeg. Maar het had een enorme weerklank – daar heb je het woord weer – bij de menigte van Grieken, bij godvrezende Grieken. Dat waren mensen die sympathiseerden met de God van Israël en met de Schriften, maar wel gewoon heidenen waren zoals wij dat noemen. Dat wil zeggen: het waren geen Joden, maar ze dienden de God van Israël. Zij sluiten zich aan bij Paulus en Silas, zo lees je in Handelingen 17 vers 4. Dat roept enorm veel jaloezie op, na-ijver. Dat is ook zo'n term die Paulus uitlegt in zijn brieven: dat zijn bediening onder de natiën eigenlijk niet alleen het effect had dat het jaloezie opriep, maar dat het zelfs de bedoeling was om hen jaloers te maken. En dan niet in de positieve zin van het woord van 'dat willen wij ook', nee, het was juist de kift dat de boodschap nu zoveel weerklank vond bij de natiën. Dat is wat er feitelijk gebeurde, want dat is de gedachte. De Joden, die dat met lede ogen aanzien, organiseren een volksoploop en na drie weken zijn Paulus en Silas genoodzaakt om te vertrekken uit Thessalonika.
Vervolgens lees je dat ze in Berea terechtkomen – u weet wel, die mensen die zich onderscheidden van de mensen in Thessalonika doordat zij dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen alzo waren, dat is Berea. Nog even later komt hij in Korinthe en in Korinthe verblijft hij 18 maanden, anderhalf jaar dus. Gedurende dat verblijf in Korinthe schrijft Paulus een brief aan de geloofsgemeenschap in Thessalonika, want er was in die drie weken een hele kring van gelovigen ontstaan.
Om even een idee te geven, ook topografisch: u ziet hier Griekenland. Wellicht was u daar de afgelopen maanden op vakantie of gaat u er nog naartoe. Maar in ieder geval... was je er, Priscilla? Ik vraag het maar aan jou, jij kunt meestal wel ja zeggen op zo'n vraag. Maar goed, even onder ons gezegd hè. Hier ligt Filippi, daar was Paulus dus eerst (Handelingen 16), en dan Thessalonika. Dat is een plaats die tegenwoordig nog steeds bestaat; het is een grote plaats, één van de grootste steden in Griekenland, het huidige Saloniki. Vlak daarnaast heb je Berea, en hier heb je Korinthe, op enige afstand van Athene. Paulus was dus via Filippi, Thessalonika en Berea, en uiteindelijk via Athene, in Korinthe aangekomen. Athene, dat is ook Handelingen 17 – ik doe even een beroep op uw Bijbelkennis, al of niet terecht: in Athene heeft Paulus die beroemde rede gehouden op de Areopagus. Dat was allemaal in die tijd, 50-51 van onze jaartelling.
Dat wilde ik ter inleiding van deze brief even zeggen. Want als je in hoofdstuk 1 vers 1 begint, is het wel handig als je even weet: wat is Thessalonika, en waarom schrijft Paulus daar een brief? Ik wilde eigenlijk het hele hoofdstuk bespreken. Dat betekent dat we wat ongebruikelijk sneller door de tekst heengaan dan we vaak gewend zijn, maar laat ik er toch een aantal dingen over zeggen.
De Afzenders en de Positie van de Ekklesia ↑ hoofdstukken
De brief begint gewoon met de schrijver. Wij zetten de naam meestal onderaan, maar eigenlijk is het eerste wat je wilt weten als je een brief krijgt: wie stuurt die brief? Het is dus eigenlijk veel handiger om dat als eerste te vermelden, en dat is ook de wijze waarop dat in het Nieuwe Testament zichtbaar wordt. "Paulus", zegt hij, "en Silvanus en Timotheus." Die worden allemaal ook in Handelingen genoemd. Dat waren immers de mensen die daar in die weken in Thessalonika waren.
Alleen moet ik dan één aantekening maken: Silvanus vind je niet in Handelingen, dat wil zeggen die naam. Je vindt hem onder een andere naam en dat is Silas. Maar het is gewoon dezelfde persoon. Paulus noemt hem in zijn brieven Silvanus, en in het boek Handelingen noemt Lucas hem Silas. Dat zijn fenomenen die we allemaal wel kennen natuurlijk. De één noemt iemand zus en de ander noemt hem zo. Ik noem mijn broer altijd Dirkert, terwijl de meesten hem kennen onder de naam Dirk. Ja, zo gaat dat.
Nou ja, hoe dan ook: Paulus, Silas (of Silvanus) en Timotheus. En dan schrijft Paulus aan de ekklesia van de Thessalonikers – of de Thessalonicensen, net hoe je het gewend bent. Die ekklesia die dus ontstaan was gedurende die drie weken. En het is de ekklesia der Thessalonikers, en wat ik nou zo apart vind is dat je zou zeggen: waar bevond die gemeente zich dan? In Thessalonica. Maar zo zegt Paulus het dus niet. Hij zegt: het is de ekklesia van de Thessalonikers, maar wáár bevinden ze zich? In God, de Vader, en de Heer Jezus Christus. En dan met de groet: genade zij u en vrede!
De échte plaatsbepaling van die ekklesia is dus niet in Thessalonica. Dat mag naar aardse maatstaven correct zijn – natuurlijk, het waren Thessalonikers, dus waar woonden ze? Nou, in Thessalonica. Maar dat is niet de manier waarop Paulus het formuleert. Hij zegt: het is aan de ekklesia der Thessalonikers, maar ze bevinden zich in God, de Vader, en de Heer Jezus Christus. En dat is de hoogste, de échte positie: namelijk dat we in Hém zijn, in Zijn Woord, maar bovenal ook in de Heer Jezus Christus. Dat is eigenlijk ook de meest specifieke manier waarop Paulus de plaats van de ekklesia benoemt, namelijk: we zijn verbonden met Hem als Hoofd en lichaam. Die eenheid. Waar bevinden wij ons dus? In de Heer Jezus Christus. In feite dus niet hier op aarde, maar daarboven. Dat schrijft Paulus al in deze vroege brief. Ik zeg vroege brief: het is eigenlijk de eerste brief die Paulus heeft geschreven en die we in onze Bijbel vermeld vinden. Deze brief dus.
En daarbij staat de gebruikelijke groet, die ook wel opmerkelijk is: "Genade zij u en vrede." Vrede is de manier waarop Joden – ook in de Bijbelse tijd al en nu nog steeds in Israël – elkaar begroeten. Als je iemand tegenkomt in Israël, zegt men: "Sjalom". Maar genade, of een variant daarop, dat was juist weer de Griekse groet: gunst, of begenadigd, of genade zij u. Het komt er dus eigenlijk op neer dat als Paulus zijn brieven aanvangt met "genade zij u en vrede", je daar een heleboel over kunt vermelden van hoe geweldig dat is. Het begint met de vreugde die God om niet geeft, en met als gevolg ook vrede, in die volgorde. Maar het is tevens de Griekse én de Hebreeuwse groet.
Het zegt feitelijk al – u vindt het misschien een beetje vergezocht, maar dat is toch de associatie die ik leg – dat uiteindelijk in die ekklesia de Jood op een zijspoor is gezet en de Griek vooraan staat. U zegt: het was toch eerst de Jood en ook de Griek? Jawel, maar in zijn bediening gaat de voorrang in de praktijk toch naar de Grieken toe. Eigenlijk zie je dat in Thessalonica ook al. Weliswaar kwam de boodschap daar voor het eerst terecht in de synagoge, maar het was maar een enkeling in de synagoge die gehoor gaf. Hij ontmoette juist gehoor daarbuiten, bij de Grieken. Nou ja, zomaar wat overwegingen.
Dankzegging voor Werk van Geloof, Liefde en Hoop ↑ hoofdstukken
En dan zegt Paulus in vers 2: "Wij danken God altijd om u allen wanneer wij u gedenken bij onze gebeden." Ik vind dat ook wel weer heel karakteristiek. Niet alleen de rol die dankzegging in Paulus' brieven heeft – niet dat hij niet bidt; dat doet hij ook hoor, zo bedoel ik het helemaal niet te zeggen – maar primair is eerst de rol van dankzegging. We leven uit genade en Hij geeft om niet, Hij geeft ook in overvloed, en dus God gaat Zijn weg.
Wat ik daarbij ook heel bijzonder vind, en ik wil het toch gewoon even opgemerkt hebben, is dat hij zegt: "om u allen". Want Paulus had geweldige berichten vernomen over die Thessalonikers. Allerlei details heb ik nu nog niet eens vermeld, want waarom schreef hij deze brief nu aan de Thessalonikers? Wel, hij bevond zich in Korinthe, maar hij had Timotheus weer teruggestuurd. Dat leest u trouwens ook in deze brief. Timotheus is vervolgens weer vanuit Thessalonika naar Paulus teruggegaan en toen heeft hij vermeld wat daar allemaal in Thessalonika plaatsvond. Daar was Paulus buitengewoon blij om. Hij had ook vragen gekregen en die beantwoordde hij in deze brief ook, maar hij was vooral blij om wat er in Thessalonika plaatsvond onder de gelovigen en hoe het Woord zijn werk deed.
Weet u, dan kun je zeggen: hij had via Timotheus allerlei dingen vernomen over wat er daar in Thessalonika plaatsvond, en dan zou je kunnen zeggen: "Nou ja, het is geweldig zoals die Thessalonikers daarmee omgingen en wat ze gehoord hebben." Maar nee, zó benaderde Paulus dat niet. Het is het werk van God. God laat Zijn Woord klinken en het vindt gehoor, en dat is het werk dat God doet. Het is Gods prestatie! Het is niet alleen Zijn Woord, maar ook als het gehoor vindt en als het toegang krijgt en ingang vindt, ja, dan is dat Zijn werk.
Kijk, als het het werk van de Thessalonikers was – wat een heleboel mensen ook in de christelijke wereld zo benaderen: vrije wil, jij kiest, en ze waren zo goed bezig – ja, dan zou je dus eigenlijk die Thessalonikers moeten bedanken. Maar dat is niet de gedachte. Het is Gods werk. Vandaar ook dat God daarbij alle eer krijgt en je Hém dankt.
Dat zegt Paulus: dat doen we altijd en bovendien om jullie allen, wanneer wij jullie gedenken bij onze gebeden, onophoudelijk gedachtig aan jullie werk van het geloof en de inspanning van de liefde. Dan zou je kunnen zeggen: "Zie je wel, het was toch hún werk?" Maar daar moet ik meteen even iets bij zeggen. Want als hier staat "het werk van het geloof", dan is de gedachte niet het feit dat zij geloofden als werkwoord. Het is een zelfstandig naamwoord: "het geloof" betekent de geloofswaarheid. Als ik bijvoorbeeld zeg: "Ik verkondig het geloof", dan bedoel ik daarmee dat ik datgene verkondig wat geloofd moet worden of wat ik geloof, dus de inhoud zelf. Het gaat hier eigenlijk over het Woord, want dat is wat je gelooft. Het Woord werd in hen werkzaam en dus is het inderdaad Gods werk.
Bovendien veroorzaakte dat ook de inspanning van de liefde. Er staat trouwens niet "van uw liefde", zoals u hier bijvoorbeeld ziet. Ik denk dat het accent in de vertalingen ook hier weer typisch ten onrechte op de mens gelegd wordt. Het is niet de moeite of de inspanning van úw liefde, maar van dé liefde. En dat is de agape, de liefde Gods. Wat Paulus daar in Thessalonika verteld heeft, is een boodschap van hoop. Het is juist ook een boodschap van de liefde Gods, over hoe God van deze wereld houdt en Zich houdt aan Zijn belofte, en vandaar ook dat er zo'n hoopvolle verwachting is. Het Woord werd in hen werkzaam en daarmee ook de liefde Gods.
Ik ben ervan overtuigd: het evangelie is in feite de boodschap van de liefde van God. God houdt van Zijn schepping en heeft dat bewezen. Zelfs als ze Zijn Zoon aan het kruis slaan, dan nog – juist dan tegen die achtergrond – kan Hij Zijn liefde bewijzen die alles overwint. En Hij wekte Hem drie dagen later op uit de doden, en dat is de garantie van leven.
Daarom is Paulus onophoudelijk gedachtig aan wat via hen openbaar werd: jullie werk van het geloof, de inspanning van de liefde en dan ook de vermelding van de hoop. De beroemde trits van geloof, hoop en liefde – nou ja, in dit geval geloof, liefde en hoop. In feite is de Thessalonikabrief bij uitstek een brief van hoop en verwachting. Wat ik nu zeg is algemeen bekend; je hoeft de brief maar te lezen en het valt heel duidelijk op dat dat inderdaad de nadruk heeft.
Ik wil trouwens nog op iets wijzen in verband met die uitdrukking. In de NBG-vertaling wordt gesproken (in de Statenvertaling misschien ook) over "de volharding". Maar er staat letterlijk een woord dat "het verduren" betekent. Als je dat woord ontleedt in het Grieks, betekent het letterlijk "eronder blijven". En dat is eigenlijk een prachtige term. Volharding heeft iets van: je houdt vol. Maar verduren heeft meer te maken met datgene wat je ondergaat en waar je toch onder blijft staan. Volharding heeft een wat actievere gedachte: je houdt met iets vol. Je bent bijvoorbeeld met een marathon begonnen en die loop je uit tot het einde; dat is volhouden. Maar verduren wil zeggen dat je heel veel tegenstand en verdrukkingen ondergaat en dat verduurt. Dat wil zeggen: je houdt ondanks de verdrukking stand. Het is dus in feite standvastigheid, dat is vooral de gedachte.
En dan nog iets: "het verduren van de hoop van onze Heer Jezus Christus". Ik heb er al heel vaak op gewezen dat wanneer ik in deze vertaling cursiveer, ik daarmee aangeef dat ik even afwijk van de NBG-tekst, en als het even kan licht ik dat ook toe. Hier doe ik dat opnieuw: het is niet de volharding, maar het verduren van de hoop. In de NBG-vertaling staat – en dat is eigenlijk vrijwel standaard – "de hoop óp onze Heer Jezus Christus". U zult misschien zeggen dat dat toch een veel logischere manier van lezen is. Maar er staat letterlijk gewoon: "het verduren van de hoop ván onze Heer Jezus Christus".
De eerste gedachte die dat oproept, is dat het de hoop is die de Heer Jezus Christus Zelf heeft. Hoe wisten die Thessalonikers dat dan? U vindt het misschien wat vreemd om er op die manier tegenaan te kijken, want wíj hebben toch hoop? Maar ik zal u dit vertellen: de Heer Jezus Christus, die nu daar in de hemel is, heeft ook een hoop en een verwachting. En het is díe hoop die zij hebben vernomen. De verwachting van de Heer Zelf, van de Heer Jezus Christus, werd de verwachting van de Thessalonikers!
Juist als je nog even door zou lezen – dat doen we vanmorgen nu niet, maar als je even doorleest in 1 Thessalonika 4, in dat beroemde hoofdstuk over de wegrukking en het de Heer tegemoetgaan – dan zegt Paulus ook: "Dit zeggen wij u met een woord van de Heer." De Heer Zelf heeft dit uitzicht en Hij heeft dat uitgesproken. Paulus heeft rechtstreeks van de Heer een woord vernomen over de toekomst van de ekklesia en hij zegt: "Dat geef ik jullie door." De verwachting van de Heer Jezus werd dus hun verwachting. Hoe? Doordat Paulus dat woord van de Heer heeft doorgegeven.
Daarom pleit ik ervoor om het woordje "van" niet te vervangen door "op", maar gewoon aan te houden. Het is de verwachting: ze verduurden omdat ze de hoop hadden ván onze Heer Jezus Christus. Dat vind ik nog mooier dan de hoop óp de Heer Jezus Christus. Wie het vatten kan, die vatte het. Ik zie sommige gezichten al kijken van: wat bedoel je nou?
De Bijbelse Betekenis van Uitverkiezing ↑ hoofdstukken
"Immers, dat jullie, door God geliefde broeders, uitverkoren zijn, dat weten wij." Ja, uitverkiezing. Oei, dat is zo'n onderwerp! Ik zou hier stil kunnen blijven staan en dan zouden we zomaar een uur verder kunnen zijn als je dit wat meer gaat uitdiepen. Dat doen we niet. Ik wil er alleen even op wijzen dat Paulus spreekt over jullie uitverkiezing, en dat je moet weten wat uitverkiezing in de Bijbel werkelijk betekent.
Kijk, we zijn nu in Benthuizen, echt een Biblebelt-plaats om zo te zeggen. Nou, ik weet niet of dat helemaal correct is, maar in ieder geval echt een reformatorische plaats. Daar wordt de leer van de uitverkiezing verkondigd. Maar die leer houdt dan vooral in dat God mensen van eeuwigheid af uitgekozen heeft, hetzij voor de hemel, hetzij voor de verlorenheid of de hel, of hoe je het ook maar noemt. Dat is het hele idee. Laat het op je inwerken en je keel knijpt dicht. Dat meen ik echt hoor, zoals ik het zeg. Als je dat echt serieus laat landen en dat inderdaad in alle ernst gelooft, dan wordt je leven hier eigenlijk al van alle hoop ontnomen. Of nou ja, weet je, dan krijg je de gedachte dat je aan het einde van je leven hopelijk toch nog een klein beetje een lichtpuntje van hoop mag zien, mocht het je zo mogen toevallen. Want ja, die uitverkiezing wordt dan eigenlijk een dramatische gedachte.
Terwijl in de Bijbel uitverkiezing altijd de betekenis heeft: God kiest mensen of groepen uit. Waarom? Omdat Hij een speciale bestemming voor hen heeft. Ik bedoel, God koos ooit Abraham uit, niet omdat de rest van de wereld Hem niet interesseerde. Nee, Hij koos hem uit opdat hij en zijn zaad tot een zegen zou zijn voor alle geslachten van de aardbodem. Dus hij werd uitgekozen om een instrument van zegen te zijn.
God koos – om nog maar een dwarsstraat te noemen – David uit. Niet omdat de rest van de wereld Hem niet interesseerde, nee, God koos David uit om koning te zijn: een speciale taak, een speciale functie, een speciale positie om daar neergezet te worden. Uitverkiezing, dat is eigenlijk wat ik wil zeggen, is een Bijbelse waarheid, maar het is een geweldige waarheid! Het bepaalt ons namelijk bij het feit dat God instrumenten uitkiest om het geheel te zegenen. En dan krijg je een compleet andere gedachte, en daar word je blij van.
De ekklesia vandaag in onze dagen is ook zo'n uitgeroepen groep, maar ook uitverkoren van vóór de nederwerping der wereld. En waarom? Ben je beter of zo? Nee, helemaal niet. Maar God kiest uit, niet ten koste van de ander, maar juist om hen te bereiken. God denkt groot. Dirk heeft er zojuist ook wat over gezegd, maar God denkt groots, universeel! Heel Zijn schepping gaat Hij laten delen in dat wat Christus Jezus aan het licht gebracht heeft.
Maar even nog iets anders: hoe weet je nou dat je uitverkoren bent? Of laat ik het anders vragen: hoe wist Paulus dat zij daar in Thessalonika, degenen die hij nu aanschrijft, uitverkoren waren? Paulus zegt immers: "wij weten dat". Hoe wist hij dat dan? Nou, dat wist hij gewoon heel simpel: vanwege de uitwerking die het had gehad. Ja, in feite is het zo simpel. Het gaat er niet om dat hij geheime kennis had. Nee, als God kiest, bestemt Hij tevoren en daarom kiest Hij ook uit. En als Hij uitkiest, doet Hij Zijn Woord uitgaan, maar dan opent Hij daarvoor ook de ogen, de oren en de harten. En als dat weerklank vindt, dan weet je: dat zijn mensen die uitverkoren zijn. God heeft hen daarvoor al bestemd. Ook daarin zie je weer: dat is geen mensenwerk.
Maar laat ik gewoon doorlezen: "Immers, dat jullie, door God geliefde broeders, uitverkoren zijn, dat weten wij." En Paulus motiveert het: "Omdat...".
Het Evangelie in Kracht en Heilige Geest ↑ hoofdstukken
"Omdat ons evangelie niet slechts in woorden tot u kwam..." Ik bedoel, velen hadden daar de woorden misschien wel vernomen, maar het kwam ook in kracht, in heilige geest en in veel volle zekerheid. En daaraan wist Paulus dat degenen die hij nu aanschrijft, uitgekoren waren. Het evangelie had dus weerklank gevonden. Het was niet alleen woord, niet slechts een informatieoverdracht. Nee, dat woord deed zijn werk in kracht, in power, dynamisch, in heilige geest. Want het woord is in feite de geest. Ik hoorde van de week nog een uitdrukking, in een volkomen seculiere setting trouwens, dat het woord het voertuig is van de geest. Dan denk ik: ja, dat is precies wat het is. De geest komt tot je via het woord.
Daarom is het ook zo belangrijk. Er was van de week – laat ik even een uitstapje maken – u hebt het misschien wel vernomen: afgelopen week stond er in het nieuws dat jongeren van 15 jaar tegenwoordig zo slecht kunnen lezen. Sinds het begin van deze eeuw is dat dramatisch gezakt en Nederland scoort buitengewoon slecht als het gaat om de leesvaardigheid van jongelui. En toen kwam in dat krantenartikel ook de vraag of dat weer invloed heeft op de intelligentie, op het denkvermogen. Ja, ik dacht het wel, natuurlijk! Dankjewel hè... maar jij voelt je niet beledigd? Nee, ik bedoel er helemaal niemand mee aan te spreken, het is gewoon een fenomeen. Maar dit heeft wel effect. Want hoe is het mogelijk dat de geest werkzaam is? Dat gebeurt juist doordat je het woord tot je neemt. Het is een heel interessant filosofisch gegeven, maar het gaat mij erom: het woord komt in kracht, in heilige geest. Het is niet zomaar geest, maar heilige Godsgeest en daarmee ook in volle zekerheid. Dat wil zeggen: het woord kwam met power, met overtuigingskracht. Paulus heeft daar – ik zei het al in het begin – niet zomaar gepreekt; hij heeft het Woord opengedaan en gezegd: daar staat het, daar staat het. En dat geeft vastheid, dat overtuigt.
Het kwam dus inderdaad in kracht en in veel volle zekerheid, en zo is het ook daadwerkelijk bij hen binnengekomen. Het woord van God is immers levend en krachtig. Dat is wat het woord is. Daarom hoef je het woord ook nooit attractief of aantrekkelijk te maken; je hoeft er niks aan toe te voegen. Eigenlijk ontneem je de kracht met alles wat je eraan toevoegt. Je moet geen water bij de wijn doen, want dan wordt het limonade. De kracht zit hem juist in... ja, hoe moet ik dit goed zeggen: als je de alcoholische kracht eventjes als positief beschouwt, dan ontneem je die op het moment dat je er water aan toevoegt. Snapt u wat ik bedoel? Kwaliteit, zuiverheid. Gewoon dat woord moet klinken, dat is het. Dat woord zelf heeft kracht en dat doet zijn werk, altijd.
Dat vind ik een enorme geruststelling voor mezelf, maar dat is voor u net zo. Je vertelt de dingen van het Woord en dan denk je: "Goh, ik weet niet hoe het overkomt." Nou: don't worry, be happy! Want het woord doet namelijk – zo staat het al in Jesaja 55 – altijd wat Hem behaagt. Het komt precies daar terecht. Om nog eventjes aan te sluiten bij wat Dirk zei: je strooit dat zaad gewoon royaal uit en dat komt slechts voor een deel in goede aarde, maar dat geeft niet, het doet zijn werk. Dat is al een hele zorg minder. Laat dat woord maar gewoon klinken; het is levend en krachtig in zichzelf.
En Paulus zegt er nog bij: "En jullie weten trouwens hoedanigen wij bij u geweest zijn." Het klinkt wat oudbollig misschien in deze formulering, maar later in het tweede hoofdstuk licht hij dat nader toe. Want dan zegt hij dat het niet alleen zo is dat het woord kracht heeft, maar dat de wijze waarop ze het hebben doorgegeven daar helemaal op aansluit. Hij zegt: wij zijn niet met vleierijen te werk gegaan, niet om mensen stroop om de mond te smeren, niet om het aantrekkelijk te maken, niet om populair te wezen, niet uit hebzucht of om er beter van te worden, en niet voor menselijke eer. Dat zijn allemaal menselijke toevoegingen. Gewoon puur dat woord. Zo hebben wij dat gebracht, om uwentwil. En dan zegt hij in vers 6...
Navolgers en een Voorbeeld voor Alle Gelovigen ↑ hoofdstukken
En jullie zijn navolgers geworden van ons en van de Heer. Ja, want ze hebben het woord van Paulus gehoord, maar in feite was het natuurlijk het woord van de Heer zelf. En zij hebben dat nagevolgd. Daarom wist Paulus: jullie zijn uitverkoren. Ziet u hoe dat ook een heel logisch gegeven is? Dat is dus helemaal niet mysterieus, alsof je in Gods boeken inzage hebt van wie wel en wie niet. Nee, het woord klinkt, en daar waar het landt, waar het ingang vindt en waar het navolging vindt... ja, dan wist Paulus: aha, die heeft de Heer kennelijk daartoe op dit moment uitverkoren.
Jullie zijn navolgers geworden van ons en van de Heer, en jullie hebben het woord onder zware verdrukking met vreugde van heilige geest ontvangen. Dat 'ontvangen' is hier ook weer gecursiveerd, want in de meeste vertalingen – of in ieder geval in de NBG-vertaling – staat 'aangenomen'. Het is eigenlijk de tweede of derde keer nu al dat ik opnieuw dat accent leg: er is een verschil tussen aannemen en ontvangen. Ik zeg niet per se dat 'aangenomen' fout is, maar hier staat een woord – laat ik het zo dan aanvliegen – dat hetzelfde woord is als wat ook in Handelingen 28 vers 21 gebruikt wordt, waar gezegd wordt dat mensen een brief ontvangen hadden. Je ontvangt een brief, er komt een brief bij je binnen. Dat is niet iets actiefs ofzo, het komt gewoon bij je binnen.
En dat vind ik de geweldige gedachte: het woord komt bij je binnen. Inderdaad, je neemt het aan, dat is waar, maar het gaat er juist om dat dat woord zelf zo'n kracht heeft en dat het daar binnenkomt waar God het voor bestemd heeft.
Aan de ene kant lees je dus: het woord hebben ze met vreugde van heilige geest ontvangen. Dat is namelijk ook een effect als je een goed bericht vertelt en mensen zich realiseren dat het inderdaad niet alleen waar is, maar ook wát het is. Ja, dat maakt blij! Maar dat is een vreugde die de heilige geest in dat woord zelf meegeeft, en die vreugde komt uiteraard van binnenuit.
Die verdrukking kwam van buitenaf. Zoals Paulus het hier zegt: jullie hebben het woord onder zware verdrukking met vreugde van heilige geest ontvangen. Het ene komt van buiten, maar die kracht die in het woord gelegen is, is zo groot en zo sterk, dat het inderdaad de verdrukking ook verduurt. Dat vermogen, de kracht die het woord in zich heeft, is in staat om ook de verdrukking te verdragen en te verduren.
En Paulus zegt er nog bij: zodat jullie een voorbeeld zijn geworden voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaje. Hier staat het Griekse woord – u ziet dat hier ook – een voorbeeld: een type. Ons woord 'type' wordt hier gebruikt. Een type, dat is een model, feitelijk een afdruk. Denk bijvoorbeeld aan een schelpje waar kinderen mee in het zand spelen en dat je dan indrukt: dan krijg je daarmee een model. Dat is eigenlijk wat het woordje 'type' weergeeft.
De aardigheid is dat Paulus dus eerst zegt dat ze navolgers werden van het woord, en vervolgens werden ze zelf weer een type van wat het Woord vermag: jullie zijn nu een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje. En om daarbij even een idee te hebben – nog een tweede keer dat ik de kaart vermeld: Achaje, dat is dit stuk, de Peloponnesos wordt dat genoemd, Zuid-Griekenland; en Macedonië, dat is trouwens nog steeds de naam die het nu heeft. Terwijl zij zich dus hier overal bevonden. Ze werden een type voor alle gelovigen in wat wij zouden zeggen: heel Griekenland.
Een Geloof Dat Weerklinkt als een Echo ↑ hoofdstukken
Nog sterker, want er staat: uit jullie midden heeft het woord van de Heer weerklonken. Niet alleen in Macedonië en Achaje, maar allerwegen – dus het ging nog veel verder. En ja, weerklonken, dat had ik ook in de titel meegegeven. Want het woord wat hier in het Grieks staat, is direct verwant aan ons woord 'echo'. Echo komt dus eigenlijk ook weer uit het Grieks en ik vind het een prachtige gedachte: uit jullie midden heeft het woord van de Heer weerklonken.
Het idee bij een echo is immers dat het geen eigen geluid produceert; het is altijd de weerklank van iets wat eerder gezegd is. En dat is dus het woord van de Heer. Ook hier zie je trouwens weer dat die gelovigen daar in Thessalonika het woord hadden ontvangen: het kwam tot hen, het drong binnen, het kwam ook letterlijk bij hen binnen. En vervolgens doet het zijn werk in het geloof dat daardoor gewekt werd, de liefde die het teweegbracht en de inspanning onderling, et cetera. En nu weerklonk het vervolgens; het effect daarvan weerklonk ook weer.
Dus niets van henzelf, dat is eigenlijk wat ik wil benadrukken. Ze ontvingen het, maar het is ook het woord van de Heer. En wat weerklonk, dat is het woord van de Heer. Het resoneerde in hen en dat weerklonk vervolgens allerwege. Ziet u, en dat is eigenlijk de lijn waar ik iedere keer op uitkom: het is echt Zijn woord dat alles veroorzaakt. Over het woord van God, lieve mensen, denk je altijd te gering. Een enorme levenskracht, de vitaliteit, de power heeft het in zich!
Het woord heeft weerklonken, niet alleen in Macedonië en Achaje, maar allerwege is uw geloof dat zich op God – letterlijk staat er 'de God' – richt, bekend geworden, zodat wij daarvan niets behoeven te zeggen. Eigenlijk is dat ook wel een beetje ironie, want zij waren de boodschappers. Paulus komt op allerlei plaatsen aan terwijl hij de boodschapper is, maar ondertussen was de boodschap hen al vooruitgesneld. Dat is eigenlijk wat Paulus zegt.
En wat ik trouwens ook nog heel mooi vind, is dat het nieuws alle kanten op ging, allerwegen, maar het geloof slechts één richting had: het geloof richtte zich op de God. Dat is één kant: uw geloof dat zich op de God richt. Maar dat is nu juist de enorme power. In dat woord dat zij hadden ontvangen werden ze gewezen op wie dé God is. En juist dat geeft een enorme kracht in je leven, want het geeft inderdaad genade, vreugde en vrede. Het is met recht dus kracht: het werkt uit, je ontvangt liefde, maar daardoor geef je het vervolgens ook weer door. Dat zit allemaal in de kracht van dat woord.
En Paulus zegt: wij hoeven daar zelfs niets meer van te zeggen. Paulus kwam ergens op een nieuwe plek en dan verneemt hij op de plaats waar hij als boodschapper gearriveerd was al hoe het ontvangen was in Thessalonika. Niet eens omdat zij advertenties hadden geplaatst of berichten hadden gestuurd; nee, het woord vond zijn weerklank en werkte door. Dat is het. En Paulus zegt: wij hoefden er niets van te zeggen. Nou, dat is makkelijk voor een boodschapper: het bericht snelde de boodschappers vooruit. Want vers 9...
Omkering Naar de Levende en Waarachtige God ↑ hoofdstukken
"Want zelf verhalen zij van ons, hoe wij ingang bij u hadden..." Want je vindt het misschien een beetje overdreven, dat "allerwegen", maar wat Paulus gewoon bedoelt: overal waar wij komen, vernemen wij hoe het bij jullie is ontvangen en hoe het bij jullie zijn weerklank heeft gevonden. Begrijp je dan ook hoe enthousiast Paulus is en God dankt voor wat daar in die drie weken is gebeurd? Drie weken! Hij heeft daar in de synagoge gesproken en er is zo'n enorme kracht van dat woord uitgegaan. Als Paulus dat hoort, zegt hij: zelf verhalen zij van ons hoe wij ingang – of entree – bij u hadden. Zo staat het er letterlijk.
En dan kom je eigenlijk bij misschien wel het belangrijkste vers van dit hoofdstuk: "...en hoe gij u tot God omkeerde van de afgoden af." Twee dingen. In de eerste plaats staat hier weer "de God", maar kijk ook naar dat woordje "omkeerde". In de NBG-vertaling en de meeste vertalingen wordt gesproken over dat u zich "bekeerd hebt". Formeel heb ik daar eigenlijk geen bezwaar tegen, want bekeren wil letterlijk zeggen: omkeren. Alleen moet ik er dit bij zeggen: in ons taalgevoel heeft "bekering" weer zo'n typisch godsdienstige, religieuze betekenis gekregen. Als iemand zich bekeerd heeft, denk je meteen: die is vast van moslim christen geworden, of vice versa. Dat is wat men onder bekering verstaat. Maar in feite is het in het Grieks gewoon een heel fysiek woord. Ik bedoel dit: weet je wat omkeren is? Gewoon dit: je keert je om. Er is geen nieuws aan wat ik nu zeg, want dat zit in feite al in het woordje "bekering" besloten, ware het niet dat het een eigen leven is gaan leiden en altijd een bepaalde religieuze associatie oproept. Daarom houd ik er zo van om niet te zeggen dat ze zich bekeerd hebben, maar dat ze zich hebben omgekeerd.
En dan moet ik er trouwens nog iets bij zeggen: de volgorde in de tekst, het origineel zoals Paulus het optekende, is net anders dan in de NBG. In de NBG-vertaling staat: "hoe gij u van de afgoden tot God bekeerd hebt." Maar er staat letterlijk: "hoe gij u tot God omkeerde van de afgoden af." De wijze waarop Paulus het formuleert is positief. Het is niet zo dat zij genoeg kregen van die afgoden en dat ze zich daarom maar tot God wendden. Nee, het is omgekeerd: ze hoorden van dé God, en aangezien ze zich daartoe richtten – het geloof dat zich op Hem richt – betekende dat een omkering en daarmee automatisch ook een afkeer van de afgoden. Je kunt namelijk niet naar twee richtingen tegelijk gekeerd zijn.
Er staat nog bij: "...om de levende en waarachtige God te dienen." Ja, dé God! En wie is dé God? Hij wordt hier omschreven: om de levende en waarachtige God te dienen. Hij is de levende God. In beide gevallen contrasteert dit met de afgoden. Want de afgoden hebben weliswaar – zoals de psalmen ook zeggen – ogen, maar ze zien niet; ze hebben oren, maar ze horen niet; en ze hebben een mond, maar ze spreken niet. Stomme afgoden betreft het dus; ze hebben niets te melden. Nee, wij hebben een God die hoort, die ziet, die spreekt en die handelt! Een levende God, die Zichzelf ook bewijst, juist ook weer in Zijn Woord.
En dat Hij de waarachtige God is, geeft aan dat Hij met recht dé God is. Kijk, het meest karakteristieke van afgoden is dat ze hun plaats delen met andere goden. Je hebt een god Neptunus – "neppie", inderdaad een nepgod – van de zee, Poseidon... Nou ja, ik wil nu niet te veel kennis over die afgoden bijbrengen, maar het gaat er even om: elke god heeft zo zijn eigen specialiteit en zijn eigen domein: de kunst, de aarde of de hemel, wat dan ook. Afgoden delen hun plaats, maar dé God niet. Er is er namelijk maar één, en daarom is Hij ook echt God. In feite moet je het zo zeggen: er is óf één God, óf er is geen God. Afgoden zijn echt met recht nep-goden. Waarom? Ze zijn niet echt God, ze moeten hun plaats delen en zijn dus niet in staat om te realiseren wat ze beloven. Want ze hebben altijd weer te maken met concurrenten, met wezens die weer andere plannen hebben – altijd conflict. Dé God heeft geen conflict: er is er maar één. Hij heeft alles bedacht, Hij heeft alles gemaakt en Hij zet alles op zijn plek. Als je dus dé God hebt leren kennen en je op Hem richt, keer je automatisch van die afgoden af. Dan heb je daar geen boodschap meer aan – ze hadden trouwens ook geen boodschap voor jou.
"...om de levende en waarachtige God te dienen." Er staat eigenlijk letterlijk een woord voor slaaf zijn. Het idee is dat je, juist omdat Hij dé God is, ook gewoon Zijn eigendom bent. Want dat is wat een slaaf is: een slaaf is het bezit van zijn eigenaar. Welnu, u en ik, de hele schepping is van Hem. Je bent Zijn eigendom. En als je dat leert kennen, dan dien je en ben je Zijn slaaf. Dan weet je ook dat je meteen goed gericht en georiënteerd bent.
En dan nog het laatste vers, last but not least. Het leven van de Thessalonikers had gedurende die drie weken en alles wat daaropvolgend plaatsvond zo'n effect gesorteerd dat hun leven compleet een andere richting had gekregen. Het richtte zich op dé God en was daarmee afgewend van de afgoden waar die hele wereld destijds mee vergeven was. Ze richtten zich op dé God, dat is de ene kant, maar hun leven had ook richting gekregen in de zin van een verwachting. Want er staat:
De Zoon Verwachten en Geborgen voor de Komende Toorn ↑ hoofdstukken
"En uit de hemelen Zijn Zoon te verwachten, die Hij – de levende God – uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons bergt vanuit de komende toorn." Dat vers wil ik toch eventjes nog wat uitsplitsen, want je zou er zomaar overheen lezen. Aan de ene kant dienden ze de God, en hun leven kreeg nu ineens ook richting en verwachting. Er staat ook letterlijk "te verwachten" of "op te wachten": Zijn Zoon te verwachten. Zij verwachtten dus niet zomaar de wederkomst als een gebeurtenis; ze verwachtten Iemand. En wie is die Iemand? Nou, dit is Iemand die zich momenteel in de hemelen bevindt, maar die uit de hemelen zal komen. Daarmee is gezegd dat Hij nu daar is. Hoe was het ook alweer? We begonnen de studie met de plaatsbepaling van die Thessalonikers: die bevonden zich in de Heer Jezus Christus. Hij is daarboven, dat is onze positie, maar Hij zal uit de hemelen komen.
In die dagen was de verwachting trouwens ook nog heel erg sterk op die generatie gericht. De tempel stond er ook nog steeds. Ik zeg nu even tussendoor: aankomende donderdag beginnen de studies in Capelle weer en dan gaan we het een heel seizoen eigenlijk over dit onderwerp hebben, over de bediening van apostel Paulus als apostel van de natiën en ook de verwachting die hij had in zijn dagen. Ik sta eigenlijk altijd te popelen om dat door te geven, want ik heb daarover prachtige dingen mogen ontdekken.
Om uit de hemelen Zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft. Ik had het er zojuist over dat het leven van de Thessalonikers ineens richting had gekregen. Waarom? Omdat ze de God kenden, en die God is de levende God. En hoe heeft Hij dat in ieder geval ook bewezen? Wel, door Zijn Zoon uit de doden op te wekken. Dat is altijd de Bijbelse gedachte: Hij stond niet op uit eigen kracht zoals het lied zegt, nee, God heeft Zijn Zoon uit de doden gewekt en daardoor stond Hij op. Zoals ik vanmorgen gewekt werd en vervolgens sta je op. Dat is de volgorde: je wordt gewekt en je staat op. Dat is een hele fundamentele gedachte, eigenlijk is het de essentie van het evangelie: God heeft Zijn Zoon uit de doden opgewekt.
Het wordt heel vaak zo gelezen: God heeft Zijn Zoon uit de dood opgewekt. Dat staat er niet. Ik weet dat verreweg de meeste mensen het zo lezen, en wij hebben elkaar hier op deze plaats er wel vaker op gewezen, maar er staat: "uit de doden". Dat is een meervoud. Het idee is niet: gewekt uit de doodstoestand. Dat is wel zo, maar dat is niet wat er staat. De dood is de toestand waarin je komt als je bent gestorven, dan ben je in de dood. Maar God heeft Zijn Zoon, de Heer Jezus Christus, uit de doden opgewekt. Dat wil zeggen: deze hele aarde – Dirk heeft er ook al op gewezen – is één grote begraafplaats, allemaal doden. Maar God heeft Zijn Zoon als Eersteling opgewekt uit de doden. Waarom als Eersteling? Omdat Hij gewekt werd om de dood voortaan achter Zich te laten. Hij was de eerste die de dood definitief achter Zich liet, en Hij is tevens de garantie dat de rest zal volgen. Hij die nu in de hemelen is, is de Eersteling en de rest gaat volgen. Zoals we al naar voren gebracht hebben – eigenlijk heb je alles al gezegd, wat ik vertel is gewoon een voetnoot op jouw boodschap – in ieder geval: Hij is de Eersteling en die oogst is zo gigantisch! Want hoezo gigantisch? Nou, universeel, alomvattend.
Dan staat er nog bij hoe Hij dat gaat doen. Hij komt uit de hemelen, en dan zal die Zoon, die uit de doden opgewekt is en een garantie is dat de rest zal volgen, wanneer Hij uit de hemelen komt, iets doen. Er staat in de NBG-vertaling: "die ons verlost van de komende toorn". Maar het staat er net niet zo. Nee, gek hè, daar wijs ik vaak op, dat het er net weer even anders staat, en dat vind ik boeiend. Er staat eigenlijk niet zozeer het woord "verlossen", maar een ander woord: er staat een woordje "bergen". Niet in de zin van wat je in Zwitserland of in Oostenrijk hebt, maar bergen als werkwoord. Bergen, dat is: redden uit gevaar, in veiligheid brengen. Je leest in 2 Timotheüs 4 dat Paulus hetzelfde werkwoord gebruikt en dan zegt hij: "ik werd geborgen uit de muil van de leeuw". Er is dus een naderend gevaar, en als je dan in veiligheid gebracht wordt, dan is het woordje bergen van toepassing. Dat wil zeggen: je wordt geborgen, dan ben je met recht geborgen of in veiligheid gebracht uit een naderend gevaar. Dat is de hele gedachte. Later in de brief komt dat ook nog weer naar voren.
"Die ons bergt", staat er, en ook niet "van de komende toorn" of "in de komende toorn", maar "uit de toekomende" of "de komende toorn". En dat woordje bergen, dus in veiligheid brengen, komen we later in hoofdstuk 4 ook weer tegen. We hebben er afgelopen seizoen vaker over nagedacht: dat Hij zal komen. Wat gaat Hij dan doen? Dan worden we weggerukt. En daar zit ook de gedachte in van een naderend gevaar. Denk maar aan die mannelijke zoon in Openbaring 12 – bent u er allemaal nog? – die mannelijke zoon die door de draak gegrepen zou worden, en dan lees je dat die mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Ook weer in veiligheid gebracht!
Terwijl er dus een toorn op aarde losbreekt – want dat is de gedachte, de ekklesia is daartoe niet gesteld – vlak voordat dat gaat aanbreken en de mens der wetteloosheid zich gaat manifesteren (ook in toorn trouwens) en de satan op aarde geworpen wordt in grote toorn, wetende dat zijn tijd nog zo heel kort is, in die tijd wordt de ekklesia weggerukt, in veiligheid gebracht. En wij wachten op de Zoon. Dat deden zij toen ook al. De eerstkomende gebeurtenis die wij verwachten, is dus dat Hij zal komen uit de hemelen, en dan zal Hij ons bergen, in veiligheid brengen, zodat we de komende toorn niet zullen meemaken.
En ik zal u dit vertellen: dat heeft een hele speciale reden. Dat is niet an sich omdat wij die toorn niet zouden meemaken, dat komt omdat die mannelijke zoon, de ekklesia, een plaats in de hemel krijgt. Hij gaat op de troon zitten. Daar in de hemel gaat het koninkrijk beginnen. En die mannelijke zoon, hoofd en lichaam, Christus inclusief Zijn lichaam, gaat die plaats innemen en vanuit de hemel gaat dan het koninkrijk gevestigd worden. Vandaar ook dat het eerste wat er zal gebeuren als die mannelijke zoon wordt weggerukt, is dat de satan inderdaad op aarde geworpen wordt en die tijd van toorn aanbreekt.
Ik geef toe, dat laatste was weliswaar het eindpunt, maar ik realiseer me ook dat daar heel veel meer over te zeggen is. Juist omdat ik geloof dat dat moment nu helemaal actueel aan het worden is, is dit een verwachting die nu zo leeft. Als er ooit een reden is geweest om Hem uit de hemelen te verwachten zodat we in veiligheid gebracht zullen worden, dan is dat wel in onze dagen. Die verwachting die de Thessalonikers hadden, was dus heel terecht.
Weet je trouwens – dit is het laatste – toen stond de tempel nog in Jeruzalem. Ik weet niet of ik voor iedereen spreek, maar ik verwacht dat die tempel er binnenkort weer gaat komen. Dat is heel belangrijk, want het hele eindtijdgebeuren zal juist dan gaan aanvangen. Vandaar ook dat Paulus die verwachting destijds ook al had. Maar waar het om gaat is: zij waren georiënteerd op de God en vervolgens ook om Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten. En wat Hij dan gaat doen, ja, dat is dit.
...op dit moment nog steeds te gebeuren. En nu, sowieso tweeduizend jaar later – hoe zeg je dat – is dat inmiddels meer nabij.
Goed mensen, dat wilde ik vanmorgen graag eens met jullie delen. Ik ben blij dat ik al die tien verzen toch heb kunnen doorlopen, maar het wordt hoog tijd om nu amen te zeggen, en dat doe ik dan ook bij dezen.
UltimateGoodNews