Bijbelse tijdlijn in vogelvlucht (5)
15-04-2018 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 15 april 2018 te Zoetermeer
De zeventig jaar dat Jeruzalem verwoest lag, was een vergoeding van sabbatsjaren over een termijn van vijfhonderd jaar. Precies aan het einde van die periode werd het nieuwe Perzische wereldrijk o.l.v. koning Kores gevestigd. In zijn eerste jaar vaardigt Kores het decreet uit om de tempel en Jeruzalem te doen herbouwen. De God van Israël had hem, naar eigen zeggen, daartoe de opdracht gegeven. Reeds twee eeuwen eerder had God hem bij zijn naam geroepen om dit te doen. In het boek Jesaja stond het opgetekend. En in het boek van de profeet Jeremia stond geschreven wanneer dit gedaan zou worden. In Kores directe omgeving was een man die hem hiervan op de hoogte had gesteld…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en de Cycli van 500 Jaar
- De Verwoesting van Jeruzalem en de 70 Sabbatsjaren
- Jesaja's Opmerkelijke Profetie over Koning Kores
- De Achtergrond en Toppositie van Daniël in Babel
- Daniëls Ontdekking in de Schriften en Zijn Smeekgebed
- Gabriëls Antwoord en het Decreet van Kores
- Hoe Kores de Bijbelse Profetieën Onder Ogen Kreeg
- Vooruitblik: de Blauwdruk voor de Komende 500 Jaar
Introductie en de Cycli van 500 Jaar ↑ hoofdstukken
En we gaan vanmorgen verder met onze speurtochten naar de Bijbelse tijdlijnen, of de Bijbelse tijdlijn die we in vogelvlucht bespreken. Maar ja, wat heet in vogelvlucht als we inmiddels al pakweg een kleine vier uur daaraan hebben besteed en we nog maar halverwege de geschiedenis van Adam tot... wanneer? Dat is een goede. Nou, daar komen we nog wel over te spreken.
Vanmorgen ga ik het eigenlijk niet zozeer hebben over een heel tijdvak zoals we dat tot dusver gedaan hebben. De eerste keer hebben we de eerste 2000 jaar besproken en vervolgens zijn we in happen van 500 jaar zo door de geschiedenis heen gegaan. Het is een thema dat heel erg onbekend is. Het is een jaar of wat terug dat ik daar een serie studies in de avonden over heb gegeven in Rotterdam, maar het leek mij een goede zaak om dat voor een wat breder publiek misschien ook nog eens naar voren te brengen. Misschien iets minder diepgaand, maar wel zodat helder is hoe God Zijn stappen heeft gezet door de geschiedenis en dat daar geweldige tijdrekenkundige structuren onder de oppervlakte besloten liggen.
Vanmorgen gaat het niet zozeer over een periode van vijfhonderd jaar – nou ja, dat is niet helemaal waar – maar meer over een scharnierpunt, en dat is dat eerste jaar van Kores, koning Kores. Die naam spreekt misschien niet voor iedereen hier zo enorm tot de verbeelding, maar ik zal u zeggen dat ongeveer 2500 jaar geleden deze man echt een illustere figuur was. Hij was de grootste man op aarde in die tijd. Kores heet hij in het Nederlands meestal, maar in het Engels zeggen ze Cyrus the Great. Vraag maar eens een Iraniër naar de grootste man in hun vaderlandse geschiedenis en ze zullen ongetwijfeld deze naam opnoemen: Kores, Cyrus. Hij was een geweldig groot figuur en in de Bijbel speelt hij ook een hele belangrijke rol. Daar wil ik u graag wat meer over vertellen, want het is een prachtig verhaal.
Laat ik eerst nog eventjes terugblikken op de voorgaande keer. Ik zie Art kijken: "Hé, dat heeft André gejat." En dat klopt. Want Art, die altijd professioneel bezig is met grafische dingen, heeft voor de Bijbelse serie waar ik het zojuist over had – over die studies die ik gegeven heb – een mooie tijdlijn gemaakt. Je hebt dat grafisch zo mooi uitgebeeld, Art, en ik heb het toen ook op mijn website gezet omdat je het met mij gedeeld hebt, juist ook om het voor andere mensen toegankelijk te maken. Het is te downloaden en dan kun je er echt op inzoomen. Dat kan uiteraard niet zo makkelijk op de manier waarop ik het hier doe, maar je kunt echt inzoomen op allerlei details. Dus als u interesse hebt: ga even naar de website en kijk bij de chronologie, dan zie je dit ook. Je kunt het downloaden en inderdaad inzoomen op allerlei lijnen, tijdstippen en ook teksten waarnaar verwezen wordt.
Wat ik u naar voren heb gebracht – en ik wil dat heel kort nog even aanstippen – was Abraham, die geboren werd in het jaar 2000. Dat wil zeggen: gerekend vanaf Adam. Het was trouwens ook het jaar dat Noach stierf. En 500 jaar verder, op het jaar nauwkeurig zelfs, vond de uittocht uit Egypte plaats. Het was ook het jaar van de wetgeving; dat hebben we toen bezien. Als je dan vervolgens vanaf de uittocht uit Egypte weer 500 jaar verder rekent, dan kom je uit bij de voltooiing van Jeruzalem. Namelijk dat Jeruzalem de stad is waar zowel de tempel als het paleis, als de zetel van de koning, gereed is gekomen. Het is precies ook weer 500 jaar later en we zien iedere keer die structuur van 500 jaar.
Eigenlijk zou je het nog anders moeten zeggen – en nu loop ik al een beetje vooruit op wat we nog gaan behandelen – het zijn 70 jaarweken. Dat wil zeggen: 70 cycli van sabbatsjaren. Je moet weten dat Israël elk zevende jaar een sabbatsjaar zou hebben. Dat wil zeggen: het land zou braak liggen; er wordt niet gezaaid en er wordt niet geoogst. Het land krijgt dus gewoon sabbat. Zoals je een week sabbat hebt, heb je ook jaarsabbatten. Dat zijn dus jaarweken. Na zeven jaarweken, of na zeven van die jaarsabbatten – dat was het 49e jaar, 7x7 dus – kreeg je vervolgens een jaar dat daaraan gekoppeld is: het 50e jaar. Dat is het jubeljaar, een heel bijzonder jaar. Dan start er weer een nieuwe reeks van 50 jaar, zodat 50 jaar eigenlijk staat voor een cyclus van een jubeljaar. En 500 jaar zijn dus 10 cycli van jubeljaren. Dat is het idee.
Die structuur vind je op allerlei manieren terug en ik heb er al een aantal aangewezen. Dit is een heel markant jaar: het jaar 3000 sinds Adam. Dan kun je nog wat verder rekenen. Ik weet niet of ik nu een beetje voor het beeld sta, maar goed, dan zie je dat als je vanaf het jaar dat Jeruzalem voltooid is – het jaar 3000 – weer 500 jaar verder rekent, je opnieuw op een heel markant punt uitkomt.
Eerst nog even dit, waar ik de vorige keer meer over verteld heb: het was in het jaar 3000 dat de tempel en het paleis voltooid waren en Jeruzalem de hoofdstad werd. De Heere verscheen toen ook aan Salomo en heeft toen iets heel belangrijks en plechtigs aangezegd. Vanaf dat jaar gaat er weer een reeks van 70 jaarweken van 500 jaar lopen. We hebben toen ook gezien dat er vanaf dat jaar 430 jaren volgen waarop koningen uit het huis van David hebben geregeerd. Na Salomo heb je nog twintig koningen gehad die daar in Jeruzalem regeerden. In totaal was dat een periode van 430 jaar. Ik heb de vorige keer op verschillende manieren laten zien waarom dat gewoon onmiskenbaar klopt.
Het is 430 jaar, maar vervolgens wordt Jeruzalem in dat jaar verwoest. Na een hele neergaande lijn van koningen die niet luisteren naar de woorden van God en de profeten die dat ook al hadden aangekondigd: dit gaat helemaal fout lopen. Het was met name Jeremia die in die laatste fase geprofeteerd heeft over de verwoesting van de stad Jeruzalem en de tempel. Die tempel, die in volle glorie een wereldwonder is geweest, zou verwoest worden. En inderdaad, in dit bewuste jaar is de tempel en de stad compleet verwoest. Die periode van verwoesting heeft 70 jaar geduurd. Na die 70 jaar wordt Jeruzalem weer herbouwd in de dagen van Kores.
Nou, over dit jaar... Ik moest een beetje te dicht kijken denk ik? Oh, je blaast erin. Ja, daar zit u nu op te wachten natuurlijk; het komt voor een spreekbeurt, niet om naar het geblaas van André Piet te luisteren. Doe jij je jasje even uit? Oké, het is dit specifieke jaar waar we vanmorgen bij stilstaan.
De Verwoesting van Jeruzalem en de 70 Sabbatsjaren ↑ hoofdstukken
En ik neem u daarvoor eerst mee naar 2 Kronieken 36. We hebben nog heel wat diaatjes te gaan, dus ik probeer u daar snel doorheen te leiden zodat u een overzicht hebt. Ik blijf toch echt vasthouden aan het idee om de tijdlijn in vogelvlucht te behandelen. Dat wil zeggen dat je een overzicht krijgt van de gang van de geschiedenis. 2 Kronieken 36 is het laatste hoofdstuk van de Kronieken, en ik begin te lezen vanaf vers 17.
Hij, dat is God, deed de koning van de Chaldeeën tegen hen optrekken. Die koning is Nebukadnezar en dat is het grote wereldrijk van de Babyloniërs; Chaldeeën of Babyloniërs is hetzelfde. God deed de koning van de Chaldeeën, Nebukadnezar, tegen hen optrekken. Dat wil zeggen tegen Israël, of tegen Jeruzalem en Judea. Deze koning, Nebukadnezar, doodde hun jongelingen met het zwaard in hun heiligdom. Het is een afschuwelijk jaar geweest. Het was voorzegd en toen eindelijk de maat met recht vol was, heeft God dit toegelaten of zo beschikt. Inderdaad, Nebukadnezar, die machtige man van dat wereldrijk, is naar Jeruzalem gekomen en hij doodde hun jongelingen met het zwaard in hun heiligdom. Hij spaarde jongeling noch maagd, oude noch grijsaard; alles gaf God in zijn macht. God gaf hen gewoon over: alsjeblieft, doe dat maar.
Wat die Nebukadnezar nog meer deed, was al het gerei van het huis Gods, het grote en het kleine, de schatten van het huis van JAHWEH en de schatten van de koning en van zijn vorsten; alles bracht hij naar Babel. Ik zal u vertellen dat het een gigantisch kapitaal is geweest wat hij vervoerd heeft van Jeruzalem naar Babel. Want ik zei al: Jeruzalem, en meer specifiek die tempel maar ook de gebouwen van het paleis van Salomo, daar kwam de hele wereld voor kijken. Letterlijk. Er kwamen vorsten en delegaties naar Jeruzalem om dat wereldwonder te zien, maar ook om Salomo’s rijkdom en zijn geweldige inzichten te vernemen. Israël was tot dusver, zeker in de dagen van Salomo, een wereldrijk geweest. Het gaat me nu even om het feit dat er geweldig veel kapitaal en schatten, goud en zilver, opgeslagen lagen. Dat is geen mooi verhaal, want nu wordt dat allemaal van Jeruzalem verplaatst, veroverd en naar Babel gebracht.
Wat de Chaldeeën, de Babyloniërs, dan ook nog eens doen: ze verbranden het huis van God. Dat kolossale gebouw dat 430 jaar eerder gereed was gekomen. Ze verbrandden het huis Gods en braken de muur van Jeruzalem af. Al zijn paleizen verbrandden zij met vuur en alle kostbaarheden vernietigden zij. Dus dat wat niet overgezet kon worden – al die schatten hebben ze overgebracht – voor de rest hebben ze die hele stad gewoon met de grond gelijk gemaakt. Dat is trouwens meerdere keren gebeurd met die stad. De stad heet Jeruzalem, vesting van vrede, maar tot dusver heeft die naam de geschiedenis nog niet echt eer aangedaan. Maar dat komt nog; er zit een belofte in die naam.
Ik lees verder in vers 20: Ook voerde hij, Nebukadnezar, hen die aan het zwaard ontkomen waren naar Babel en zij werden hem en zijn zonen tot slaven. Het hele volk dat nog overgebleven was, werd gedeporteerd naar Babel, naar het land waar je nu van zou zeggen: Irak. Naar de hoofdstad Babel daar tussen de Eufraat en de Tigris. Ze krijgen daar hun positie als vreemdelingen en worden tot slaven gesteld. En dan staat erbij: totdat het koninkrijk van Perzië de heerschappij verkreeg. Deze verwoesting van Jeruzalem duurt voort totdat een ander wereldrijk gaat komen, namelijk dat de Perzen, de Medo-Perzen, Babel in bezit zouden nemen.
Waarom gebeurde dit zo? Wel, om het woord van JAHWEH door Jeremia verkondigd in vervulling te doen gaan. Je kunt het nalezen, want het werd niet alleen door Jeremia verteld. Jeremia heeft later trouwens nog een boek geschreven – we kennen hem eigenlijk ook als de treurende profeet – de Klaagliederen. Dat is allemaal vanwege die verwoesting van Jeruzalem in die dagen; dat jeremiëren, dat huilen van Jeremia. Om het woord door Jeremia verkondigd in vervulling te doen gaan. Dat woord heeft hij gesproken, het is opgetekend en we hebben een compleet boek daarover. In Jeremia 25 vind je dat en in Jeremia 29. Welk woord? Totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft.
Daar hadden we het net even over, die sabbatsjaren. Het feit dat die sabbatsjaren vergoed worden, betekent dat Israël die sabbatsjaren nooit gehouden heeft. Dat klopt ook. Dus nu zegt God: jullie geven het land geen rust elk zevende jaar, nou, dan neem ik het. Jullie gaan nu het land uit. Niet alleen Jeruzalem werd verwoest, maar het land bleef achter zonder Israëlieten. Ze werden gedeporteerd naar Babel en vervolgens krijgt het land rust. De sabbatsjaren die ze verzuimd hebben, krijgt het land alsnog: totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft. Al de dagen die het woest lag, heeft het gerust om zeventig jaar vol te maken.
Aha, dus die verwoesting van Jeruzalem die hier plaatsvond tot aan het begin van de heerschappij van het koninkrijk Perzië is een periode van 70 jaar. Dat was inderdaad door Jeremia al voorzegd. Jeremia had allang van tevoren gezegd dat inderdaad de stad verwoest zou worden, maar hij had ook al aangekondigd dat God het volk uiteindelijk weer terug zou brengen naar het land en dat die periode 70 jaar zou duren. Het is wonderlijk hoe nauwkeurig dat allemaal is voorzegd. 70 jaar zou het duren en dat is een vergoeding van de sabbatsjaren. Let op: ik zei al dat er elke 50 jaar zeven sabbatsjaren worden gehouden. Dus 70 sabbatsjaren vertegenwoordigen een periode van 500 jaar. De Heer was verschenen aan Salomo en toen brak er weer een nieuwe periode van 500 jaar aan. Deze verwoesting van Jeruzalem vond 430 jaar later plaats en nu volgt er een periode van 70 jaar. Dan heb je weer een periode van 500 jaar die gecompleteerd wordt. In die 500 jaar zouden 70 sabbatsjaren gehouden worden, en inderdaad krijgt het land die 70 sabbatsjaren ook op die manier. Al de dagen dat het verwoest lag, heeft het gerust; dat wil zeggen dat het land heeft gerust en niet werd bezaaid of geoogst door Israël om zeventig jaar vol te maken.
Nu moet ik nog even verder lezen, want dit is eigenlijk een tussenzin. Hij voerde hen naar Babel totdat het koninkrijk van Perzië de heerschappij verkreeg. Nou heb ik waarschijnlijk een vers overgeslagen. Nee, toch niet. Jawel. Het gaat er nu even om... ik moet dit toch even lezen, want dit is een beetje storend. Er is één diaatje kennelijk verdwenen: 2 Kronieken 36. Het zal wel een datalek zijn. Ik heb inderdaad een heel belangrijk... of wellicht dat hij nu vervolgt. Nee, toch niet. Het eerste deel van vers 21 of vers 22 is verloren gegaan nu. Maar ik lees hem eventjes dan voor. Maar staat er dan.
In het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië – dus het koninkrijk van Perzië begint – in het eerste jaar van die koning, Cyrus the Great, Kores de Grote, wekte Yahweh de geest van Kores op. Dit gebeurde opdat het woord van Yahweh, dat door Jeremia verkondigd was, voltrokken zou worden. Kores werd opgewekt om door zijn hele rijk, ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan.
Wat er dus staat, is dat in het eerste jaar van Kores – omdat God dat al voorzegd had door de profeet Jeremia – zijn geest werd gewekt om door zijn hele rijk, zwart op wit, deze oproep te doen uitgaan. Kores, de koning van Perzië, zegt: "Alle koninkrijken der aarde heeft Yahweh, de God van de hemel, mij gegeven."
Het was nu niet meer het Babylonische rijk; men kreeg toen te maken met het Perzische wereldrijk. Kores was daarvan de eerste en in dat jaar zegt hij dit. Zo spreekt Kores, een machtig man, de machtigste man in die dagen: "Alle koninkrijken der aarde heeft de God van de hemel mij gegeven." Hij was met recht de koning der koningen; van alle koningen was hij de opperste. "Alle koninkrijken der aarde heeft Yahweh, de God van de hemel, mij gegeven, en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda."
Je stelt je dan de vraag: hoe kan dat? Die Kores, die machtige man, een heidense vorst en de machtigste man op aarde, zegt: "Yahweh – de naam van de God die Israël kende – heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen." Op de een of andere manier is Kores dus in aanraking gekomen met Gods woord en hij wist wat hem te doen stond. Want hij zegt: "Yahweh heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda."
De vraag is dan vervolgens: hoe dan wel? Hoe heeft Yahweh dat aan Kores opgedragen? Hoe wist hij dit? Dat is de grote vraag waar het deze ochtend over gaat, inclusief de beantwoording daarvan.
Kores zegt er inderdaad ook bij dat hij zijn volle medewerking aan dat initiatief gaat geven. Alle Israëlieten, waar ze zich ook bevinden, mogen vervolgens terugkeren naar het land. Slechts een klein deel doet dat, want u begrijpt dat ze na zeventig jaar inmiddels gesetteld waren in de vreemde. Zo gaat dat nu eenmaal. Maar in ieder geval vindt er een terugkeer plaats. Vooral de tempel en Jeruzalem gaan weer herbouwd worden. Maar nu even wat anders.
Jesaja's Opmerkelijke Profetie over Koning Kores ↑ hoofdstukken
Ik ga u nu eerst meenemen naar het boek Jesaja. U moet weten dat Jesaja ook al over Kores heeft gesproken; dat er iemand zou komen die de stad Jeruzalem en ook de tempel zou herbouwen. Dat was nota bene ver daarvoor. Jesaja had zelfs vermeld wie dat zou doen en zijn naam al aangegeven. Dat is echt heel spectaculair. Jesaja profeteerde ten tijde van de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia. Misschien herinnert u zich die namen nog van de vorige keer dat we het over deze tijdlijn hadden, maar het is genoeg om in dit verband aan te geven dat dit gemiddeld ongeveer 150 jaar voor de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar was. Zo moet je Jesaja plaatsen: hij profeteerde in die periode, anderhalve eeuw voor de verwoesting van Jeruzalem.
In Jesaja 44 vers 24 lezen we: "Zo zegt Yahweh, uw Verlosser, en uw Formeerder van de moederschoot aan: Ik ben Yahweh, die alles gemaakt heeft; die de hemel heeft uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heeft door eigen kracht; die de tekenen van de leugenprofeten tenietdoet en de waarzeggers als dwazen aan de kaak stelt." De mens is niet in staat de toekomst te voorzeggen. Ja, hij doet wel pogingen daartoe, dat heet voorspellen en er zijn allerlei vormen van mantiek, maar het is God die deze mensen als waarzeggers ontmaskert. Ze heten waarzeggers, maar het zijn leugensprekers; Hij stelt ze als dwazen aan de kaak. Hij doet de wijzen – tussen aanhalingstekens – terugwijken en maakt hun kennis tot dwaasheid.
God geeft niet zo hoog op over de wijsheid van deze wereld. Wij kijken er tegenop wat mensen allemaal hebben verzameld aan kennis, maar ik zal u dit vertellen: als de uitgangspunten niet kloppen, dan kloppen de conclusies ook niet. Dat is de grote ellende. Dan kun je scherp van verstand zijn en Richard Dawkins heten of Stephen Hawking; je kunt enorm intelligent zijn en enorme academische prestaties hebben geleverd, maar als de uitgangspunten niet deugen, mag je je huiswerk helaas helemaal overnieuw doen. Hij doet de wijsheid en hun kennis als dwaasheid aan de kaak, maar Hij doet het woord van Zijn knecht – dat wil zeggen Zijn profeet – gestand en volvoert de aankondiging van Zijn boden. God stuurt er mensen op uit, Hij heeft knechten, en als God hen iets laat vertellen, dan gebeurt het ook. Dat is een van de meest typerende dingen van het woord van God: dat het zichzelf legitimeert. Het bewijst zichzelf doordat slechts God voorzegt en volvoert wat Hij gesproken heeft. Aangezien geen mens daartoe in staat is, is dit een legitimatie van Gods woord. Mensenwoord is daartoe niet in staat. Als iemand dus wel nauwkeurig, met precisie en zekerheid de toekomst voorzegt en het wordt vervuld, dan is dat precies het bewijs van Gods woord. Daarin zijn de Schriften volstrekt anders dan alles wat zich als heilige boeken of als wijsheid aandient. God houdt Zich namelijk aan Zijn woord; Hij doet Zijn woord gestand.
Dit is waar we het vanmorgen over hebben, een treffend voorbeeld daarvan: "...die het woord van mijn knecht gestand doe en de aankondiging van mijn boden volvoeren; die tot Jeruzalem zeg: het worde bewoond; en tot de steden van Juda: laten zij herbouwd worden; haar puinhopen richt Ik weer op." Zoals ik al zei, leefde Jesaja 150 jaar voor de verwoesting van Jeruzalem. Jesaja spreekt hier over de verre toekomst. Hij zegt hier niet alleen dat de stad verwoest zou worden en de steden van Juda in puin zouden liggen, maar hij voorzegt ook dat ze weer herbouwd zouden worden.
En dan lees ik in vers 28: "...die tot Kores zeg: Mijn herder, hij zal al mijn welbehagen volvoeren door tot Jeruzalem te zeggen: het worde herbouwd; en de tempel worde gegrondvest." Kijk, dit bedoel ik nou met profetie. Profetie betekent letterlijk voorzegging. God spreekt Zijn woord en u moet zich voorstellen: het zou nog ruim honderd jaar duren voordat Kores geboren werd en in de luiers lag. Ruim honderd jaar voor zijn geboorte wordt hier al gezegd wie degene zou zijn die tot Jeruzalem zou zeggen: het worde herbouwd en de tempel worde gegrondvest. Het wordt niet alleen voorzegd dát het zou gebeuren, maar ook dóór wie het zou gebeuren. Hij wordt bij name genoemd.
Dit was Jesaja 44, en als ik vervolgens doorlees in hoofdstuk 45, wordt zijn naam weer genoemd: "Zo zegt Yahweh tot zijn gezalfde, tot Kores..." Eigenlijk staat hier: tot de Mashiach. Hij was een koning der koningen en hij herbouwt Jeruzalem en de tempel; dat zijn Messiaanse tekenen die voldoen aan het Messiaanse signalement. "Zo zegt Yahweh tot zijn gezalfde, tot Kores, wiens rechterhand Ik gevat heb om volkeren voor hem neer te werpen..." Want Kores is degene die dat Medo-Perzische Rijk zou gaan vestigen en dat machtige Babylonische Rijk helemaal zou neerwerpen. "...de lendenen van koningen ontgord Ik om deuren voor hem te openen; geen poorten blijven gesloten." Dat wil zeggen dat hij overal toegang kreeg en niets voor hem veilig was. Dan wordt er tegen hem gezegd – hij wordt hier zelfs in de tweede persoon aangesproken: "Ik zal je geven de schatten van de duisternis en de rijkdommen van verborgen plaatsen."
Let even op wat hier staat, want hier wordt Kores aangesproken. Jesaja profeteerde 150 jaar voor de verwoesting van Jeruzalem, maar hier wordt al gesproken over de herbouw van Jeruzalem zeventig jaar daarna. Degene die dat zou doen wordt al aangesproken en bij name genoemd. Er staat bij: "...opdat je weet dat Ik, Yahweh, het ben, die u bij uw naam riep, de God van Israël." Bij je naam geroepen worden is iets wat ons dagelijks overkomt en dat is niet zo bijzonder, maar het is wél heel bijzonder als je bij je naam geroepen wordt en er tegelijkertijd wordt voorzegd dat Jeruzalem herbouwd zal worden en dat jíj dat gaat doen. Zijn naam was voorzegd, en juist daarin zou hij het bewijs vinden dat het Yahweh was die hem deze opdracht gaf. Dan is natuurlijk vervolgens de vraag hoe Kores daar zo mee in aanraking kwam.
De Achtergrond en Toppositie van Daniël in Babel ↑ hoofdstukken
We gaan nu naar Daniël 9, maar daarvoor moet ik eerst nog wat zeggen over de achtergrond van Daniël. Kijk, Daniël was als jonge jongen al naar Babel gedeporteerd. Dat was al ten tijde van koning Jojakim, in ieder geval ruim tien jaar vóór de verwoesting van Jeruzalem. U moet zich realiseren: Daniël kwam uit het koninklijk geslacht; hij behoorde tot de koninklijke familie. Dat gold trouwens ook voor zijn drie beroemde vrienden.
Dat was natuurlijk heel slim van Nebukadnezar. Hij had de stad Jeruzalem eigenlijk al eerder belegerd voordat deze later definitief werd verwoest. Wat Nebukadnezar toen deed, was de mensen uit de aristocratie – de aspirant-koningen, de prinsen en de intelligentia – naar Babel brengen. Dat is een heel slimme zet, want zo schakel je feitelijk het toekomstige leiderschap van een volk uit. De crème de la crème, de mensen die fysiek, mentaal en qua intelligentie het neusje van de zalm waren, het beste van het beste, werden naar Babel gedeporteerd.
Daniël en zijn vrienden kregen daar Babylonische namen, die wij allemaal wel kennen: Sadrach, Mezach en Abednego. Dat waren hun Chaldeeuwse namen, maar ze hadden oorspronkelijk gewoon hun Hebreeuwse namen. Daniël was dus als jonge jongen, nog vóór de verwoesting van Jeruzalem, al naar Babel gedeporteerd. Nebukadnezar wist al heel gauw wat voor vlees hij in de kuip had, omdat Daniël buitengewoon begaafd was. Dat gold ook voor zijn vrienden, maar Daniël was de beste. Je leest dat hij onder Nebukadnezar en ook onder diens zoon Belsassar de onbetwiste topadviseur in Babel was. Aan het slot van hoofdstuk 1 zie je dat deze jongen uit het Hebreeuwse land een van de hoogste functies kreeg; hij was in ieder geval een topadviseur.
Wanneer Kores de Pers later de heerschappij van Babel overnam, werd Darius de Meder door hem tot koning gemaakt over het gewest Babel. Dit was aan het einde van de periode dat het Perzische Rijk de macht overnam. Je zou je kunnen afvragen wat er vervolgens met Daniël gebeurde. Hij was inmiddels hoogbejaard, hoor. Want als jonge jongen was hij gedeporteerd, Jeruzalem werd verwoest en pas zeventig jaar later gaat het woord uit om Jeruzalem weer te herstellen. Al die tijd is Daniël aan het hof gebleven en heeft hij daar die topfunctie behouden. Hij heeft zelfs de nacht nog meegemaakt dat het Babylonische Rijk ten val kwam – u weet wel, de geschiedenis van Belsassar met het geschrift aan de muur. Vervolgens werd Babel bezet door de Perzen; Kores de Pers nam het in. Je zou verwachten dat Daniël dan wordt afgezet, maar nee: Daniël krijgt vervolgens ook in het Medo-Perzische Rijk een topfunctie. Kores had zijn schoonvader Darius tot koning gemaakt over het gewest Babel, en Daniël krijgt onder hen opnieuw een toppositie.
Even de tijdlijn: Daniël wordt gedeporteerd naar Babel. Jeruzalem wordt verwoest en de overlevenden van het volk worden naar Babel verbannen. Nebukadnezar is de koning van het wereldrijk van de Babyloniërs en hij wordt opgevolgd door zijn zoon Belsassar. Dan wordt het wereldrijk overgenomen door de Perzen, de Medo-Perzen. In het jaar dat de Medo-Perzen het wereldrijk worden, vaardigt Kores het decreet uit om de tempel te herbouwen. Dit beslaat een periode van zeventig jaar. Als Daniël bij zijn deportatie pakweg tien of vijftien jaar oud was, dan is hij hier dus al 85 jaar geweest, misschien nog wel ouder. Een hoogbejaarde man, maar zijn positie in dat Perzische Rijk was enorm groot.
Je leest in Daniël 6 over de leeuwenkuil. De meeste mensen kennen de achtergrond daarvan niet echt, maar Daniël kreeg in dat Medo-Perzische Rijk weer een toppositie, en u kunt zich voorstellen dat lang niet iedereen daar blij mee was. Zeker onder de Perzen was er sprake van pure jaloezie; ze wilden Daniël opzij schuiven. Daarom hebben ze koning Darius ertoe bewogen om een wet uit te vaardigen waardoor Daniël in de leeuwenkuil geworpen zou worden. De koning heeft zich voor dat karretje laten spannen. En u weet: als de Meden en Perzen een wet uitgeven, kan dat niet meer herroepen worden. Daniël wordt dus in de leeuwenkuil geworpen; dat is het hoofdstuk waar ik op doel. In het Medo-Perzische Rijk krijgt hij dus weer die toppositie. Je leest dan ook in Daniël 6 dat deze Daniël in hoog aanzien stond onder het koningschap van Darius en onder het koningschap van Kores de Pers. Eigenlijk was Darius de onderkoning.
Let op: Daniël stond in hoog aanzien toen Kores de Pers koning was. Gaan er dan al belletjes rinkelen over hoe Kores in aanraking zou zijn gekomen met het Woord van God? Dat Daniël inderdaad zo'n enorme functie had, ook in dat Medo-Perzische Rijk, lees je in Daniël 6: "Toen overtrof deze Daniël de rijksbestuurders en de stadhouders, doordat een uitnemende geest in hem was; en de koning was van zins hem over het gehele koninkrijk te stellen." Dat is ook eigenlijk de achtergrond waarom hij zoveel concurrentie en jaloezie kreeg, en waarom ze hem aan de kant probeerden te schuiven. Vandaar dus die geschiedenis van de leeuwenkuil.
Ik zeg dit alleen maar om aan te geven dat terwijl Daniël in de zeventig jaren die daaraan voorafgegaan waren een toppositie had in het Babylonische Rijk, hij deze topfunctie behoudt wanneer het Medo-Perzische Rijk aan het bewind komt. Hij was in hoog aanzien onder het koningschap van Kores de Pers. Dat moet u allemaal even weten voordat we Daniël 9 ingaan. Voordat je in Daniël 9 gaat lezen, moet je eigenlijk weten wat er in de hoofdstukken die daaraan voorafgaan vermeld staat, anders begrijp je het niet. Daarom heb ik u even kort die geschiedenis voor de geest geprobeerd te brengen. We bevinden ons in het eerste jaar van Darius – wat ook het eerste jaar van Kores is en daarmee het zeventigste jaar van Jeruzalems verwoesting. Darius, de zoon van Ahasveros uit het geslacht van de Meden, was koning gemaakt over het koninkrijk van de Chaldeeën; hij was door Kores aangesteld om te regeren over het gewest van Babel.
Daniëls Ontdekking in de Schriften en Zijn Smeekgebed ↑ hoofdstukken
In het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, Daniël, in de boeken. Welke boeken? Nou gewoon, de boeken van Israël, de Tenach; wij zouden zeggen de Hebreeuwse Bijbel. Een van die boeken is bijvoorbeeld Jesaja, waar Daniël natuurlijk al de naam Kores kende. Want ja, dat was een van Israëls profeten die al had gezegd wat er zou gebeuren en zelfs had vermeld wie Jeruzalem zou herbouwen en de tempel zou laten herrijzen. In Jesaja stond het allemaal al vermeld. Maar in Jeremia stond ook iets over de tijd dat Jeruzalem verwoest zou zijn, en in Leviticus wordt gesproken over die jaarweken, sabbatsjaren enzovoorts.
Daniël was een godvrezende man. Hij was erg intelligent, maar die man leefde vooral met de Schrift. Dat was het. Er staat: in het eerste jaar van zijn koningschap. Dus net toen die machtswisseling had plaatsgevonden, die hele transitie van wereldrijken daar in Babel. Hij was bezig met de boeken. Dat is zinvol, zeg! Dan zit je met je neus op het nieuws. Daniël heeft even met zijn neus op het nieuws gezeten en ja, dan wil je weten hoe het licht van het Woord daarop schijnt. Natuurlijk, een man als Daniël heeft dat geweten. Hij lette op in de boeken en waar lette hij vooral op? Op het getal van de jaren waarover het woord van Yahweh tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen.
Nu, het eerste jaar van Kores. Er waren nu zeventig jaren voorbij en Daniël bevindt zich daar in Babel. Hij wist: de termijn is verstreken. Want Jeremia had al gezegd dat het zeventig jaar zou gaan duren en nu waren die zeventig jaren voorbij. Het was het eerste jaar van Kores, ja, dan wordt dat toch wel van belang. Nu moet er iets gaan gebeuren. Dit getal wordt trouwens vijf keer genoemd in de Schrift. Ik heb hier alle vermeldingen: niet alleen Jeremia spreekt erover, maar ook in Kronieken en in Zacharia wordt erover gesproken, evenals hier.
En ik, Daniël – hij spreekt in de eerste persoon, hij heeft het zelf opgetekend – ik richtte mijn aangezicht tot Yahweh. Dat wil zeggen: in de richting van Jeruzalem. Ik richtte mijn aangezicht tot Yahweh God om te bidden en te smeken, in vasten en in zak en as. Dat was de manier om aan te geven dat het echt menens was. Daar was al door de Heer over gesproken in Leviticus. Daniël merkt het getal op en wat gaat hij doen? Hij gaat op zijn knieën, hij gaat God aanspreken en hij gaat bidden en smeken en vasten in zak en as. Een indrukwekkend gebed bidt hij dan ook, en dan belijdt hij hoe Israël gigantisch de mist is ingegaan door het Woord van God te verwerpen. Als je dat doet, kun je van alles proberen, maar dan kom je altijd in de duisternis uit. Het Woord van God is licht en als je het licht verwerpt, dan kom je in de duisternis terecht. Israël heeft het geweten, want God hield Zijn Woord gestand.
Ik sla een heel eind over, want het is een lang hoofdstuk, en haak nu weer aan bij vers 15. "Nu dan, Yahweh onze God, die Uw volk uit het land Egypte hebt geleid." Dat was trouwens opmerkelijk, want dit was een mijlpaal. Dat het volk uit Egypte was geleid, was precies duizend jaar daarvoor geweest, in het jaar 2500. Nu was het 3500. Hij herinnert Yahweh eraan: "U, die Uw volk uit het land Egypte heeft geleid." Dat wil zeggen: U bracht hen toen ook al naar het land. "Met een sterke hand en U een naam hebt gemaakt gelijk heden ten dage. Wij hebben gezondigd, wij hebben goddeloos gehandeld." Wij, Israël. Hij spreekt in de eerste persoon meervoud, hij sluit zichzelf daarbij in als Israëliet.
Ik sla weer even wat over en dan vers 17: "Nu dan, hoor, o onze God, naar het gebed van Uw knecht en naar zijn smeking. En doe Uw aangezicht lichten over Uw verwoest heiligdom dat daar nu al zeventig jaar verwoest bij ligt, om Yahwehs wil." Dat wil zeggen: doe Uw aangezicht lichten om Uw naams wil. "Neig, mijn God, Uw oor en hoor. Open Uw ogen en zie onze verwoestingen en de stad waarover Uw naam is uitgeroepen." Dat was Jeruzalem. "Want niet op grond van onze gerechtigheden storten wij onze smeekbeden voor U uit, maar op grond van Uw grote barmhartigheden. O Yahweh, hoor! O Yahweh, vergeef! O Yahweh, merk op!"
Merk op? Wat merk op? Nou, dat wat Daniël zelf ook had opgemerkt: namelijk dat de termijn verstreken was. Treed handelend op! Toef niet om Uwszelfswil, mijn God! "Toef niet" betekent: vertraag niet, wacht niet langer. Waarom niet? Nou, om Uwszelfswil. Hoezo dan? Om Uw betrouwbaarheid, om Uw naam. Het gaat om Uw naam. U hebt gesproken en daarom, Heer, het is nu zeventig jaar verder. Toef niet om Uwszelfswil, mijn God, want Uw naam is uitgeroepen over Uw stad en over Uw volk. En zoals U in het verleden altijd Uw Woord gestand hebt gedaan, wel, doe dat nu ook, toef niet langer.
Dat is eigenlijk het klemmende in dit gebed. Het is hartstochtelijk hoe Daniël zo tot God nadert en volledig een beroep op Hem doet. Maar het gaat ook alleen om Zijn Woord en dat God Zich rechtvaardigt. God doet recht aan Zijn Woord. Als Hij voorzegt dat het verwoest gaat worden, dan wordt het verwoest. Maar als Hij zegt dat Hij het na zoveel jaar gaat herstellen, dan gebeurt het ook. In vers 19 staat nogmaals: "Toef niet om Uwszelfswil." En dan staat er pal daarop: "Terwijl ik nog sprak en bad en mijn zonde en de zonde van mijn volk Israël beleed en mijn smeking over de heilige berg van mijn God uitstortte voor Yahweh, mijn God, terwijl ik nog sprak..."
Gabriëls Antwoord en het Decreet van Kores ↑ hoofdstukken
Terwijl hij nog sprak in het gebed, kwam de man Gabriël, die hij tevoren gezien had in het gezicht. Je leest over hem in hoofdstuk 8 vers 16 en later trouwens ook nog in hoofdstuk 10. Hij is een hemelse boodschapper. Terwijl Daniël nog sprak in het gebed, kwam de man Gabriël in ijlende vlucht tot vlak bij hem, op de tijd van het avondoffer – dat was ongeveer drie uur in de middag. In ijlende vlucht kwam hij, en hij begon hem te onderrichten en hij sprak met hem en zei: "Daniël, nu ben ik uitgegaan om u een klaar inzicht te geven. Bij het begin van uw smeekbeden – dus op het moment dat jij begon te bidden – is er een woord uitgegaan en ik, een boodschapper, ben gekomen om het u mee te delen, want je bent zeer bemind."
Daniël had gebeden: "De termijn is verstreken, Heer, het hoeft niet langer. Doe het om Uw Naams wil." En nu komt er met haast een hemelse boodschap. Gabriël zegt: "Jij begon te bidden en ik zal je vertellen: er is een woord uitgegaan." Wat voor woord? Nou, om Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Dat leest hij dan vervolgens in de volgende verzen: om Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Dat wil zeggen: koning Kores.
In het eerste jaar van Kores en Darius was de termijn verstreken en heeft Kores een decreet uitgevaardigd om de stad en de tempel te herbouwen. Daniël werd op zijn wenken bediend. Hij had gebeden: "Toef niet langer," en nu, in dit jaar – sterker nog, op deze dag, zelfs tijdens zijn gebed – is het woord vervuld. Kores heeft een decreet uitgevaardigd. Welk decreet? Nou, om de stad en de tempel te herbouwen. En weet u nog hoe hij dat in woord en geschrift – dat staat er nog bij – bevestigde en ook onderbouwde? Hij zegt: "Want JAHWEH heeft mij opgedragen om dat te doen." En nu komt opnieuw de vraag.
Hoe Kores de Bijbelse Profetieën Onder Ogen Kreeg ↑ hoofdstukken
Hoe was die Kores daar nou mee in aanraking gekomen? Nou, ik hoop dat u inmiddels misschien zelf al de connecties, de 'dots', de puntjes bij elkaar hebt gebracht en de connectie hebt aangebracht. Daniël had een toppositie, meteen al in het eerste jaar van Kores. Dus hij had natuurlijk regelmatig contact met Kores, met Darius en gewoon met de topmensen daar.
En wat heeft Daniël gedaan? Nou, die wist wat er in de boeken stond en die heeft tegen Kores verteld over de zeventig jaren. Hij vertelde dat in dit jaar, waarin Kores de macht over Babel kreeg en het nieuwe wereldrijk was begonnen, de termijn was verstreken. Hij zei: "En nu ga ik je nog wat vertellen, Kores. Weet je dat jouw naam al vermeld staat door de profeet Jesaja in onze boeken?" Daniël heeft hem gewoon de boeken voorgelegd: "Kijk hier, anderhalve eeuw geleden was jouw naam al vermeld; dat jij de stad en de tempel zou gaan herbouwen, in dit jaar dus, op dit tijdstip."
Je leest later trouwens ook in een buitenbijbelse bron van Flavius Josephus, die beschrijft dat Kores helemaal – in het Engels zeggen ze – 'flabbergasted' was. Hij was helemaal van zijn stuk gebracht. Dit is onvoorstelbaar: dat hij al genoemd was en voorbestemd was om dit te doen. Hij kon niet anders. Daarom was hij overtuigd; hij was bij zijn naam geroepen. Yahweh had hem dit al gezegd voordat hij geboren was; dit lag allemaal al klaar. Dus hij zegt: "Yahweh heeft mij opgedragen om de stad en de tempel te gaan herbouwen. Nu, in dit jaar." Yahweh heeft het allemaal zo geregeld dat Kores daarmee in aanraking kwam. Hij wist wat hem te doen stond.
Nu de termijn van vijfhonderd jaren, die tien cycli van jubeljaren, voorbij was, moest het gebeuren. Bij het begin van uw smeekbeden is er een woord uitgegaan en ik ben gekomen om dat aan jou mee te delen, want je bent zeer bemind, Daniël. Let dus op het woord en sla acht op het gezicht. Want dit was nog maar het eerste. Daniël kreeg nu te horen: jij vraagt "toef niet langer, Heer", nou, het woord is al uitgegaan. De stad gaat herbouwd worden, Jeruzalem wordt inderdaad hersteld. Geweldig hoe God Zijn woord nauwkeurig gestand doet.
Ziet u hoe de Bijbelse chronologie ons bevestigt in de waarheid van het Woord? Dit is historie, dit is geschiedenis. Het is wereldgeschiedenis en je kunt het ontkennen, maar Kores wist donders goed waar het om ging en hij heeft dit decreet zo uitgevaardigd. En nu gaat hij nog iets doen.
Vooruitblik: de Blauwdruk voor de Komende 500 Jaar ↑ hoofdstukken
Want hij gaat hem onderwijzen. Nu, na die zeventig jaren van verwoesting – de periode waarin die voorgaande vijfhonderd jaar vergoed werd – gaat er weer een periode van vijfhonderd jaar aanbreken. Daniël gaat nu onderwijs krijgen van deze man, Gabriel, over zeventig jaarweken. Hij krijgt het gezicht te zien van de zeventig jaarweken: de vijfhonderd jaren die vanaf nu zullen volgen.
Dit is spectaculair. Ja, ik gebruik het woord erg veel vanmorgen, sorry, maar ik vind het ook inderdaad geweldig. Want tot dusver hebben we het de hele tijd gehad over geschiedenis; vijfhonderd jaren waren nu voorbij, enzovoorts. Maar nu gaat er een blauwdruk gegeven worden van vijfhonderd jaren die nog gaan volgen vanaf dit moment.
Dit jaar is een scharnierjaar. Een periode van vijfhonderd jaar wordt afgesloten. Jeruzalem en de tempel gaan herbouwd worden, maar nu, Daniël, ga ik je ook vertellen wat er de komende zeventig jaarweken gaat gebeuren. En die eindigen nauwkeurig bij de Messias. Gabriel gaat daar spreken over de Messias die gaat komen, en binnen vijfhonderd jaar gaat dat gerealiseerd worden.
Gaan we het daar nu over hebben? Nee, want dat wordt echt een beetje te veel. Maar de volgende keer wel. Maar dit verhaal wilde ik u zo graag vertellen. Ik heb het nu bij verschillende gelegenheden verteld. Dat is niet omdat ik niets nieuws uit de Schrift te melden heb, maar dit is zo enorm belangrijk. Dit geeft ook precies aan wie onze God is en hoe geweldig en solide dit Woord is. Je kunt er werkelijk op bouwen; het is een rots. En dat is precies waarom ik zo blij ben, want dan hebben we werkelijk een goed en solide bericht.
UltimateGoodNews