GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

van de hoed en de rand

22-04-2018 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 22 april 2018 in Rotterdam

In 1Korinte 11 schrijft Paulus over de hoofdbedekking van de vrouw. Introduceert hij daarmee een nieuw gebruik? Wil hij dat vrouwen wanneer ze en public voorgaan  een hoofdbedekking opdoen? Of wil hij juist dat ze bij die gelegenheid hun hoofdbedekking niet zouden afdoen? En hoezo dan? Wat is er in het geding? Wat moeten zijn lezers perse weten? Zet u maar schrap: dit is een op voorhand zeer omstreden gedeelte…

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie wordt 1 Korinthe 11 behandeld, met speciale aandacht voor de culturele context en het Bijbelse concept van hoofdschap. Paulus roept op om geen struikelblok voor het evangelie te vormen door te twisten over uiterlijke gewoonten, zoals de hoofdbedekking bij het bidden en profeteren. In plaats daarvan moedigt hij aan om de diepere typologie te begrijpen: de man is een beelddrager van de Schepper, en de vrouw is een uitbeelding van de schepping. Het doel is deze goddelijke rangorde te kennen en daar in de praktijk op gepaste wijze uitdrukking aan te geven, zonder nieuwe dwingende wetten op te leggen.

“Het gaat niet om gebruiken of gewoontes; het gaat erom dat je dingen weet en daar vervolgens ook uitdrukking aan kunt geven.”

Introductie: een Bijbelgedeelte Dat We Liever Vermijden ↑ hoofdstukken

Goedemorgen allemaal, vrienden. Het is goed u op deze mooie zondagmorgen hier te mogen treffen. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik heb soms de indruk dat er van die Bijbelgedeelten zijn die we stelselmatig proberen te vermijden. Want hoewel we in deze gemeente, op deze plaats, erg op Paulus georiënteerd zijn, denk ik niet dat er al te vaak over dít gedeelte gesproken wordt.

Dat is ook wel begrijpelijk, want laten we wel wezen: er is een behoorlijke kloof. Dat moeten we in ieder geval vaststellen. Het is de kloof tussen de belevingswereld van de Corinthiërs, zoals Paulus daarover schrijft in 1 Korinthe 11, en die van ons hier in het Westen in 2018. Dat maakt een heel verschil. Het zou natuurlijk ook alweer anders zijn wanneer ik deze toespraak zou houden in het Midden-Oosten, waar wat hier staat juist erg aansluit bij de gebruiken die daar zijn. Kortom, het heeft heel erg te maken met de omstandigheden waarin je je bevindt, maar ook met de gedachten die je hebt en de overtuigingen die ons worden verteld. Er zijn nogal wat dingen in dit gedeelte — dat zojuist ook is voorgelezen — die voor ons in ieder geval erg vreemd voorkomen.

Ik stel voor — en ik heb het me vanmorgen daarbij niet makkelijk gemaakt, dat mag ik wel zeggen — dat we dit gedeelte gewoon eens gaan doornemen. Ik ga het op een voor mij ongewoon snelle manier doen, want ik wil het ongeveer toch in anderhalf uur wel gezegd hebben allemaal. Ik wil dit hele gedeelte wat we zojuist hebben gelezen gewoon vers voor vers, en soms zelfs zinsdeel voor zinsdeel, in ieder geval even aanstippen.

Ik heb er wat aantekeningen in de PowerPoint bij gemaakt die ik graag ook wat wil toelichten. Dit is dus vanmorgen geen preek, maar het is echt... nou ja, Bijbelstudie wil ik niet direct zeggen, hoewel... In ieder geval wil ik gewoon de Schrift laten spreken. Wat zegt Paulus hier nu? En trouwens, en dat is misschien nog wel het allerbelangrijkste: wat is het en wat betekent het voor ons vandaag? Laat ik meteen maar eens de koe bij de horens vatten of, zoals dat in de titel staat, u van de hoed en de rand vertellen.

Geen Struikelblok Vormen: Zich Aanpassen Ter Wille van het Evangelie ↑ hoofdstukken

En dan begin ik inderdaad niet bij hoofdstuk 11, maar bij vers 32 van hoofdstuk 10. Want dat moet je er eigenlijk ook bij lezen. Feitelijk zou je al het voorgaande erbij moeten lezen. Per slot van rekening is een brief een eenheid; het borduurt steeds voort op de dingen die eerst gezegd zijn. En het is in dit geval ook heel belangrijk, want waar heeft Paulus het over? Wel, het gaat erover dat er verschillende culturen waren in die dagen in Korinthe. Paulus schrijft deze brief aan Korinthische gelovigen. Daar in Korinthe waren Joodse gemeenschappen, terwijl de leefwereld Grieks was, of zo u wilt Grieks-Romeins. Daar was dan bovendien sinds niet al te lange tijd ook een ekklesia ontstaan. Dat wil zeggen een uitgeroepen gemeente, zoals wij dat dan noemen. Die kwam daar samen en ze hebben zo allemaal hun eigen gewoonten. Zo gaat dat nu eenmaal: daar waar mensen bij elkaar zijn, ontwikkelen ze gebruiken en gewoonten. Dat was daar ook het geval en in het voorgaande had Paulus daar al het een en ander over verteld.

Hij zegt in vers 32: "Wordt geen struikelblok". De vertaling die ik hier volg is tamelijk letterlijk, een min of meer concordante vertaling. Wordt geen struikelblok, zegt hij. Een struikelblok is een obstakel, iets waar je over struikelt. In de NBG-vertaling staat dan "weest geen aanstoot" en daarbij denken we heel gemakkelijk aan iets wat irriteert of iets waar je je aan stoot. Maar het idee is niet zozeer dat je eraan stoot; per slot van rekening is het hele evangelie een aanstoot. Dat kan irritant wezen. Nee, het gaat erom dat je geen struikelblok zou vormen, iets waardoor het evangelie gehinderd zou worden. En dat kan zomaar. Hij zegt: "Wordt geen struikelblok, noch voor Joden, noch voor Grieken, noch voor de ekklesia van God."

Paulus was iemand die, als ik het eventjes zo mag zeggen, heel flexibel was als het gaat om culturen en juist daarover had hij in het voorgaande gesproken. In hoofdstuk 9 gaat eigenlijk het hele hoofdstuk daarover: dat hij zich aanpaste. Hij was de Joden een Jood. We hebben daar heel wat voorbeelden van. Hij was zelf natuurlijk van origine een Jood, en niet de eerste de beste ook. Maar als hij dan bijvoorbeeld – je leest dat in Handelingen ook – ter wille van de Joden Timotheüs laat besnijden, dan is dat niet omdat het zijn eigen overtuiging was dat dit zou moeten, maar ter wille van de Joden. Dat wil zeggen: hij paste zich daarbij aan. Ik bedoel dat in de positieve zin van het woord: hij was als een kameleon. Hij wilde in ieder geval niet dat gewoonten en gebruiken een hinderpaal zouden zijn voor het evangelie.

Hij zegt: "Wordt geen struikelblok voor Joden, ook niet voor de Grieken." Hij zegt: "Ik ben voor degenen die onder de wet zijn, geworden als onder de wet, hoewel ik zelf niet onder de wet ben." Hij zegt: "Ik ben voor degenen die zonder wet zijn, geworden als zonder wet." Dat wil zeggen, hij zegt: "Nou ja, ik ben wettig van Christus, ik behoor Hem toe, dat wel." Maar zo paste hij zich aan. "I ben voor de zwakken zwak geworden." Als er dan mensen waren die problemen hadden – de achtergrond doet er nu even niet toe – maar als mensen problemen hadden met het eten van een stukje vlees, niet om redenen die wij vandaag daarvoor aanvoeren, maar om heel andere redenen, dan zegt hij: "Als dat nou een struikelblok zou vormen, nou, dan eet ik geen vlees. Geen punt." Alles omwille van dat evangelie, dat het voortgang zou hebben.

Paulus is er in zijn gedachten altijd mee bezig om mensen te winnen. En daarom zou men qua gebruiken geen aanstoot moeten vormen, of het nu Joden betreft of Grieken, of de gemeente van God. Hij was voor de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek. Dat is eigenlijk samengevat de gedachte. Dit is belangrijk om de rest te begrijpen: Paulus gaat in dit gedeelte niet een nieuw gebruik introduceren. Nee, hij heeft het over een bestaand gebruik – ik kom daar natuurlijk nog uitgebreid op terug – en daar wil hij zich bij aansluiten, zodat gebruiken geen aanstoot of struikelblok zouden zijn voor het winnen van mensen. Hij zegt er nog bij in vers 33: "Zoals ook ik in alles allen behaag." Dat wil zeggen: Joden, Grieken, wie dan ook, zwakken of sterken. Niet om het belang van mijzelf te zoeken, maar dat van velen, zodat zij gered worden.

Hij zegt: "Alles doe ik ter wille van het evangelie." Daarin ging hij heel ver, soms zelfs veel verder dan collega's van hem, mensen die ook het evangelie doorgaven en dat eigenlijk niet acceptabel vonden. Maar alles deed hij ter wille van dat evangelie. Dat was zijn hele punt: opdat ze gered worden. Dat wil zeggen, opdat ze kennis zouden krijgen van de Redder en daardoor ook gered zouden worden. Het is niet zo – dat wordt wel eens gezegd – dat we zouden leren dat allen al gered zijn. Nee, God is de Redder van alle mensen; Hij redt alle mensen. Dat doet Hij door geloof, en iedereen komt eenmaal tot die erkenning. Maar Paulus ging het erom om nú mensen te winnen voor die geweldige boodschap van genade, zoals Frans dat zojuist ook noemde. Alles deed hij in het belang daarvan en hij cijferde zichzelf, zijn eigen gewoonten, zijn eigen ideeën en zijn eigen voorkeuren daarbij volledig weg. Dat is de inleiding, en die is erg belangrijk.

Hij zegt daarbij dan ook: "Wordt navolgers van mij, zoals ook ik van Christus." Dat wil zeggen: het gaat er niet om dat je Paulus navolgt om Paulus, nee, wij volgen Christus na. Hoe? Zoals Paulus dat deed! Paulus had een missie en dat is trouwens ook de actualiteit voor ons vandaag. Per slot van rekening zijn we niet voor niets Paulus-georiënteerd. Paulus is die leermeester van de natiën. Hij was erop uitgestuurd om in de wereld, onder de natiën, ongeacht welke culturele achtergrond dan ook, hen te confronteren met die geweldige boodschap. Ja, en als je dat werkelijk effectief wilt doen, dan zul je je inderdaad flexibel moeten opstellen als het gaat om gewoonten en gebruiken. Paulus is die leermeester; op hem richten wij ons in het bijzonder. Ik bedoel: de hele Bijbel is aan ons gegeven, maar wat is daarbij onze sleutel? Via wie doen wij dat? Of bij wie gaan wij in de leer om die Schriften te verstaan? Bij Paulus. Dat is erg belangrijk. Wij volgen hem? Nee, wij volgen Christus na. Wij volgen niet een mens na, ook niet Paulus na. Nee, we volgen Christus: de Opgewekte, de Verheerlijkte, zoals Paulus Hem ook kende. Paulus volgde Jezus niet na in Zijn aardse wandelen – hij had Hem toen eigenlijk niet eens gekend – maar hij volgde de Christus na die hem geroepen had vanuit de hemel. En hoe volgen wij Christus na? Nou, zoals Paulus dat deed. En daarom oriënteren we ons daarop.

Hij zegt: "Ik prijs jullie." Nu komen we echt bij het onderwerp. Hij zegt: "Ik prijs jullie dat jullie in alles mij hebben herinnerd." Paulus had daar enkele jaren tevoren het evangelie gepredikt. We weten ook uit het boek Handelingen hoe dat gegaan is. Hij is er anderhalf jaar geweest. Hij is daar buitengewoon actief geweest en heeft er veel tegenstand ondervonden, maar die gemeente was hem lief. Hij had ze heel veel verteld, hij had ze veel overgeleverd. Niet in de zin van dat hij hen alleen gebruiken had geleerd, nee, hij had ze veel feiten verteld. In hoofdstuk 15 zegt hij ook over het evangelie dat hij hen had overgeleverd. Hij had een bericht, een woord aan hen overgeleverd. Daar gaat het om. Hij zegt: die Corinthiërs wisten dat ze daar moesten wezen. Hoewel hij een hoop op de gemeente aan te merken heeft en hij het hen eigenlijk min of meer kwalijk neemt dat ze nog steeds bij de pap zitten, prijst hij hen hier om het vasthouden aan de overleveringen.

Eigenlijk melk. Hij zegt: kom nou eens verder. Het feit dat ze problemen hadden over allerlei dingen, over zulke aangelegenheden als dit – je zou haast zeggen: iets onbenulligs als of ze iets op het hoofd doen. Ja, dat was eigenlijk ook omdat ze nog zo erg op het uiterlijk gericht waren en niet doorstoten naar waar het werkelijk om gaat.

Maar eerlijk is heerlijk, hij zegt: "Ik prijs jullie dat jullie in alles mij hebben herinnerd en de overleveringen vasthouden zoals ik ze aan jullie overlever." Ze wisten: die Paulus, dat is de leermeester, bij hem moeten we wezen. Dan zegt hij vervolgens in vers 3:

De Goddelijke Rangorde: het Concept van Hoofdschap in de Schepping ↑ hoofdstukken

Ik wil echter dat jullie dit weten. Ik vind dat leuk, zoals hij dat formuleert. Hij begint nu eigenlijk bij zijn onderwerp: over het hoofdschap en over de bedekking van het hoofd. Daarover straks meer, maar hij begint niet met hen te vertellen dat zij iets moeten doen of een bepaald gebruik zouden moeten introduceren. Nee, hij wil dat ze iets weten. Het gaat hem nooit om wetten. Een van de slogans van Paulus in deze brief is: "Alles is mij geoorloofd." Dus de vraag of iets wel of niet mag, daar was Paulus heel gauw klaar mee, want alles is hem geoorloofd. Natuurlijk is dat de helft van het verhaal, want de volgende vraag is: "Ja, en?" De eigenlijke vraag is: wat is nuttig, wat bouwt op, wat is in het belang van Hem en in het winnen van het Evangelie? Daar gaat het eigenlijk over. Het gaat om weten; je moet bepaalde dingen gewoon weten.

Het geestige is dat als je dingen weet, je vervolgens ook je gedrag daarop kunt aanpassen. Het gaat niet om gebruiken of gewoontes; het gaat erom dat je dingen weet en daar vervolgens ook uitdrukking aan kunt geven. Hij zegt: "Ik wil dat jullie dit weten." Het feit dat hij het zo formuleert, suggereert dat ze hier niet zo goed van op de hoogte waren, of in ieder geval de draad een beetje kwijt waren geraakt. Daarom benadrukt hij het ook nogal sterk: "Ik wil — hij zegt dat echt met nadruk — dat jullie dit weten: dat van elke man Christus het hoofd is, het hoofd van een vrouw is de man, het hoofd echter van Christus is God."

Als je het als een plaatje zou weergeven, dan krijg je dit hiërarchische verhaal. Het begint bij God: het hoofd van Christus is God, het hoofd van de man is Christus, en het hoofd van de vrouw is de man. Feitelijk is dit een rangorde. Een "hoofd" betekent eigenlijk hetzelfde als in het Hebraeus; het woord voor hoofd en eerste is in wezen gelijk. Het heeft te maken met volgorde. Het begon immers allemaal bij God. En toen God Adam schiep, schiep Hij Adam in Gods beeld. En wie is Gods beeld? Christus. Christus is het beeld van God. De mens is niet het beeld van God; nee, de mens werd geschapen in Gods beeld. Gods beeld is Christus.

Het gaat hier ook niet over meer of minder. God is de eerste, dan krijg je Christus. Want feitelijk was Christus er eerder dan Adam. Laat ik het nog anders zeggen: de laatste Adam was er eerder dan de eerste Adam. Dat klinkt misschien vreemd, maar Christus is het prototype. Adam werd gecreëerd met de laatste Adam al in beeld. God had de laatste Adam in beeld toen Hij Adam schiep. Wat trouwens tussen twee haakjes aangeeft dat er nooit iets misgegaan is of dat Gods plan moest worden bijgesteld toen Adam ongehoorzaam was. Helemaal niet, want de opgestane Christus had God al in gedachten. Dit moest allemaal gebeuren.

Maar goed, even los daarvan: God, Christus, en God schiep Adam. Uit Adam kwam de vrouw voort — manninne eigenlijk eerst. Ik kom daar straks trouwens nog even op terug. Die volgorde, hoofd, betekent eigenlijk "de eerste". Bij een bevalling is het hoofd ook hetgeen wat zich het eerst aandient. Het hoofd is degene die voorop gaat, de eerste. Maar dat bepaalt ook de rangorde; dat zie je heel vaak in de Bijbel. Het is dus helemaal geen kwestie van meer of minder, of van onderdrukking.

Het belangrijkste van dit hele gedeelte — dat durf ik wel te zeggen als het gaat om dat hoofdschap — is vers 3. Wij hebben er tegenwoordig eigenlijk helemaal geen kaas meer van gegeten. Het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk mag je tegenwoordig niet meer maken, want dan discrimineer je. Maar discrimineren betekent gewoon verschil maken. Nou, dat doet Paulus in ieder geval wel. Ik ben ook blij dat het verschil er is tussen mannelijk en vrouwelijk. Paulus hanteert hier geen genderneutrale benadering; hij tapt uit een heel ander vaatje. Het is niet het idee van evolutionair mannelijk en vrouwelijk waar geen betekenis in zit. Nee, het heeft een betekenis: het mannelijke staat voor God. Ik kom daar straks nog op terug. Dit moeten we in ieder geval weten, want als je dit niet weet, ontgaat de rest je ook. Ik moet snel verder gaan, want ik heb een hoop diaatjes voor u in petto.

Bidden en Profeteren: de Diepere Betekenis van de Sluier ↑ hoofdstukken

Paulus zegt nu dat elke man die bidt of profeteert — en het gaat hier over het publieke bidden en profeteren — zijn hoofd te schande maakt als hij dat met een gesluierd hoofd doet. Laten we dat eens nader bekijken. Bij bidden spreek je namens de anderen tot God, en bij profeteren spreek je namens God tot de anderen. Het gaat hier dus om de publieke bediening. Elke man die dat doet met een gesluierd hoofd, doet zijn hoofd schande aan. In de meeste vertalingen staat hier een 'bedekt hoofd' of iets in die geest, maar in het Grieks staat er een woord dat letterlijk 'gesluierd' betekent. Het gaat om iets op het hoofd dat naar beneden gaat, dat neerwaarts hangt. Paulus heeft het hier dus niet over een hoed — om over de hoed en de rand te spreken — maar over iets wat naar beneden hangt; wij zouden zeggen: een sluier. Dat bepaalt ons natuurlijk meteen bij het fenomeen dat wij tegenwoordig niet meer kennen: het idee van hoofdbedekking. Behalve om modieuze redenen op Prinsjesdag of iets dergelijks kennen wij dat niet meer, maar in de hele Grieks-Romeinse wereld gingen vrouwen per definitie altijd gesluierd. Dat was destijds helemaal niets bijzonders; het was de wijze waarop men zich in het openbare leven vertoonde. Maar een man deed dat niet, zeker niet als hij publiek optrad.

Wanneer een man met een gesluierd hoofd bidt of profeteert, doet hij zijn hoofd schande aan. En dat is bijzonder, want wie was zijn hoofd? Het voorgaande vers had gezegd: het hoofd van elke man is Christus. Als een man dan publiekelijk zou bidden en profeteren met een sluier, dan zou hij zijn Hoofd, Christus, te schande maken. Eigenlijk krijg je hier twee gedachten bij het woordje 'hoofd'. Hij spreekt over het fysieke hoofd als uitdrukking van het geestelijke Hoofd. Dit is mijn fysieke hoofd, maar mijn geestelijke Hoofd is Christus. Als een man zich opstelt om te bidden en te profeteren — wat mannelijke functies zijn, ik kom daar zo op terug — en hij zou zijn hoofd bedekken, dan bedekt hij feitelijk de glorie van Christus. En dat is een schande voor Hem.

Dan lees ik verder: "Maar elke vrouw die bidt of profeteert met haar hoofd ongesluierd, doet haar hoofd schande aan." Kijk, bidden en profeteren is voorgaan, vooropgaan. En nu ga ik iets zeggen waarvan ik heb aangegeven dat u het me vanmorgen niet kwalijk moet nemen. Het zijn dingen die je bij 'De Wereld Draait Door' waarschijnlijk niet hardop mag zeggen; ik denk dat ze je direct zouden wegsturen. Dit gedachtegoed dat hier naar voren gebracht wordt, is precies waarom ik het over die kloof had. Wij weten er vaak niet zoveel raad mee en ik wil hier ook niet gaan spreken om dit gedeelte te demonteren of onschadelijk te maken, zo van: "Laten we het zo uitleggen dat het ons verder niet raakt." Dan doe je Paulus namelijk geen recht aan.

Bovendien praten wij vaak heel neerbuigend over andere culturen en gebruiken, bijvoorbeeld over de Arabische wereld of daarbuiten, waar vrouwen wel gesluierd gaan. Wij doen dan alsof wij het beter weten, alsof wij meer ontwikkeld en beschaafd zijn en inmiddels een andere kijk op de zaak hebben. Nou, ik vind dat pure hoogmoed. Hoezo? Omdat zij vaak veel meer oog hebben voor het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk. Zij beseffen veel dieper dat de man het goddelijke representeert en de vrouw de schepping. Daar hebben zij veel meer besef van dan wij. Ik denk dus dat de hoogmoed die wij ten opzichte van zulke culturen hebben, volkomen misplaatst is.

Dat bidden en profeteren is in het algemeen leidinggeven, gezag uitoefenen. Dat is een mannelijke functie. Het is echt lastig om hier vanmorgen over te praten, want als je niet in de ene valkuil trapt, dan doe je het wel in de andere. Het is wat dat betreft een beetje lopen op een mijnenveld. Maar laten we gewoon ons best doen om te lezen wat er staat. Schuif al je oordelen, meningen en opinies even opzij en kijk simpelweg: wat staat hier nou? Wat wil Paulus hier nu zeggen zonder dat we onze eigen gedachten erin projecteren? Dat is lastig, dat weet ik, maar het is wel eerlijk. Paulus is de apostel, onze leermeester, dus het lijkt me de moeite waard om dat in ieder geval te doen.

Het punt is dat bidden en profeteren leidinggeven is, en dat zijn mannelijke functies. Daarmee is overigens niet gezegd dat een vrouw het niet zou mogen doen; hier wordt immers gesproken over een vrouw die bidt en profeteert. In de Bijbel vind je vaker vrouwen die leidinggeven of profetes zijn; denk maar aan de bekende Deborah, en er zijn veel meer voorbeelden. Maar het blijft in essentie een mannelijke functie. Als een vrouw dat doet, zou ze in ieder geval uitdrukking moeten geven aan het feit dat ze iets doet in volmacht van een man. Omdat bidden en profeteren een mannelijke functie is, zegt Paulus dat een vrouw bij zulke gelegenheden haar eigen glorie — namelijk haar lange haar, dat zullen we straks aan het eind nog zien — zou moeten bedekken. Dat wil zeggen: als ze iets mannelijks doet, zou ze niet haar vrouwelijke heerlijkheid moeten etaleren, en vandaar die bedekking.

Dit was natuurlijke kennis die in de Griekse wereld sowieso al bekend was. Wat de vrouw met die sluier uitdrukt, is niet dat ze onderdrukt wordt — dat is onze moderne interpretatie — maar het is een teken van onderschikking. Dat is wat zo'n sluier uitbeeldt. De man wordt daarin erkend als hoofd, en de man is daarin ook verantwoordelijk. Dat is heel belangrijk bij dat woord 'hoofd': de man is verantwoordelijk voor zijn vrouw en voor zijn gezin. Ja, echt. Dat betekent niet dat als het fout gaat, hij per definitie de schuldige is, maar hij is wel aansprakelijk. De mensheid is immers in Adam gevallen, niet in Eva. Adam is aansprakelijk omdat hij het hoofd is.

Ik denk dat het voor ons als mannen — ik spreek nu even de mannen aan — zo belangrijk is om ons dat te realiseren. Paulus zegt niet: je 'moet' het hoofd zijn. Hij zegt: je 'bent' het. Het is je identiteit. Je bent een vent, een kerel, en daar sta je voor. Dat wil zeggen dat je verantwoordelijk bent voor je vrouw en voor het huis. Dat moet ik tegenwoordig heel zachtjes zeggen, maar ik doe het hier dus vrij hardop. Maar goed, we zijn onder elkaar.

Ik lees even verder, want als zij bidt of profeteert met het hoofd ongesluierd, dan doet ze haar hoofd schande aan. Want het is één en hetzelfde als zij die kaalgeschoren is. Dat wil zeggen dat ze zich opstelt met een mannelijk kapsel, onafhankelijk van de man. Dat is wat een kaalgeschoren of kortgeknipte vrouw uitbeeldt. Het was in de oudheid overigens ook zo dat een vrouw die kaalgeschoren was, vaak een prostituee was; zij was 'los van' en niet ondergeschikt aan een man. Ze behoorde geen man toe, dat was het idee. Ik verwijs hierbij ook naar Deuteronomium 21, daar vind je eigenlijk dezelfde gedachte, maar dat moet u thuis maar eens nakijken.

We hebben voor morgen onze handen vol aan 1 Korinthe 11. Want indien een vrouw niet gesluierd is – dat wil zeggen als zij bidt of profeteert – laat zij zich dan ook het haar afknippen. Hij zegt: als je het één doet, moet het ander ook doen. Kijk, dit is logica voor de Corinthiërs. Voor Paulus was dit logica, voor ons veel minder. Vandaar ook dat we nu vanmorgen de moeite doen om dit gewoon te begrijpen.

Let op, Paulus zegt niet dat ze wanneer ze bidt iets op het hoofd moet zetten. Nee, ze zou het niet afdoen. Dat is een heel verschil, hè? Want vrouwen gingen in het publieke leven sowieso al gesluierd. En wat gebeurde daar nu in de gemeente van Corinthe? Dat waren de vrouwen die gingen spreken. Daar had Paulus ook kanttekeningen bij, dat lees je later in deze brief. Maar als ze dat dan zou doen, dan zou ze daar in ieder geval niet haar sluier afdoen. Integendeel, juist bij die gelegenheden zou ze die ophouden.

Dus kennelijk waren er vrouwen – dat is de aanleiding – die daar in de samenkomst gingen bidden en profeteren. Ze deden feitelijk mannelijke dingen en daarbij deden ze hun sluier af. Nou, dan ben je dus echt een struikelblok. Bovendien begrijp je dan ook niet meer het idee, de typologie of het concept van die sluiering voor die hoofdbedekking. Want daar zit een betekenis achter. Zo'n gewoonte is er niet zomaar; het is geen kwestie van mode of van "dat staat leuk". Dat houdt nooit langer... Ik bedoel, wat is nou mode? Iets wat vandaag mode is, is er over een jaar weer helemaal uit. Dat komt omdat het alleen maar gebaseerd is op: "ja, dat staat wel aardig". Dat bedenken ze daar in Parijs ofzo. Maar er zit een concept achter. Er zit een gedachte achter. En het is die gedachte juist waar het om gaat: dat wat het uitbeeldt.

Dus de vrouw zou niet iets opzetten wanneer ze bidt of profeteert. Als zij die sluier op heeft, zou ze hem niet afzetten wanneer ze bidt of profeteert. Dat is een heel andere gedachte. Het gaat sowieso niet over een hoedje, dat had u inmiddels al begrepen. Trouwens, ik vind het heel grappig – ook even tussendoor hoor, ik wil helemaal niet kattig doen, maar het is eigenlijk grappig – dat juist in kerken, groepen en godsdienstige gemeenschappen waar de vrouw helemaal niets zegt en zeker niet mag profeteren, ze juist dáár, wanneer ze naar de kerk gaan waar ze niets mag zeggen, iets op het hoofd doen. Dat is niet logisch. Oogenschijnlijk lijkt het alsof men zich baseert op 1 Korinthe 11, maar dan moet je ook niet al te goed kijken naar dat gedeelte hoor. Maar goed.

Indien een vrouw niet gesluierd is, laat ze zich dan ook het haar afknippen. Dat wil zeggen: ze zou zich niet ontdoen van haar sluier. En laat haar dan ook het haar afknippen; in beide gevallen openbaart ze zich namelijk als man. Maar indien het schandelijk is – daar gaat hij vanuit, ervan uitgaande dat het schandelijk is voor een vrouw het haar af te knippen of te scheren – laat ze zich dan sluieren. Zie je hoe de gedachtegang is? Het gaat om de consequentie. Als je het één doet, zou je ook het andere doen. Oké, die logica of die link ontgaat ons misschien, vandaar ook dat we daar nu over nadenken. Maar dat is wat Paulus naar voren brengt.

Typologie: de Man als Gods Beelddrager en de Vrouw als Heerlijkheid ↑ hoofdstukken

"Want", zegt hij inderdaad, "een man is niet verschuldigd het hoofd te sluieren. Aan hem behoort beeld en heerlijkheid van God." Ik zeg vanmorgen heel veel 'tricky' dingen hoor, maar Paulus zegt: de man, aan hem behoort beeld en heerlijkheid van God. Dit refereert direct aan Genesis, want je leest in Genesis 1 vers 27: "In Gods beeld...". Later in de brieven van Paulus wordt specifiek verteld dat het beeld Gods Christus is, maar hier in Genesis staat: in Gods beeld, of naar Gods beeld, schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. Meervoud, zo staat het er. Er staat nergens in de Bijbel dat de vrouw in Gods beeld geschapen is. Nee, Paulus zegt: in Gods beeld schiep Hij hem. De man is beelddrager Gods; dat wil zeggen dat de man een type is, een type van God.

God is namelijk mannelijk. Er staat nergens in de Bijbel dat God een man is, natuurlijk niet, maar God is mannelijk. Hij is 'Hij'. Hij is Vader. Hij is de Creator. Hij geeft. Ik kom daar zo nog even op terug om ook dat contrast met de vrouw te zien en die dualiteit te begrijpen. Maar, zegt hij, de heerlijkheid van de man is de vrouw. Waar is mijn heerlijkheid? Die staat hier niet op het podium, die zit daar achterin de zaal, heel bescheiden. Het gaat hier trouwens niet zozeer over de individuele man, maar over de man in het algemeen. De heerlijkheid van de man is gelegen in de vrouw.

Ik lees even verder om straks alles op een rijtje te zetten: "Want de man is niet vanuit de vrouw, maar de vrouw vanuit de man." Dit hoef ik nauwelijks toe te lichten; natuurlijk hebben wij tegenwoordig al deze kennis een schop gegeven. Wij weten het beter en denken nu dat we veredelde apen zijn of zo, maar vanuit Bijbels opzicht is dat gewoon onzin. De vrouw is vanuit de man. Dus niet de man uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. En hij zegt erbij: "Want de vrouw werd ook niet geschapen vanwege de vrouw, maar de vrouw vanwege de man."

Laat ik het even op een rijtje zetten: de vrouw is heerlijkheid van de man, zij is uit de man en zij is er ook vanwege, of om, de man. Daarom. Hier zie je meteen die typologie weer terugkomen; datgene waar het een uitbeelding van is. De vrouw is namelijk een type van de schepping. De man is een type, hij is beelddrager van God — God is mannelijk — en de vrouw is een type van de schepping. Zoals de schepping de heerlijkheid is van de Schepper. Ik weet dat als je over deze dingen spreekt, men dat al gauw in de categorie van onderdrukking of discriminatie legt. Maar het is zo: de man is een beeld van de Schepper en de vrouw is een beeld van de schepping. Het is geweldig dat dit daar een uitbeelding van is, en dat gaat heel ver.

Wat is de heerlijkheid van de Schepper? Dat is de schepping. Er staat in Psalm 19: "De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen." Dat wil zeggen: als je wilt zien hoe geweldig de Schepper is, kijk naar de schepping. Dat is de heerlijkheid. Nou, dat wordt van de vrouw gezegd: zij is de heerlijkheid van de man, zoals de schepping de heerlijkheid van de Schepper is. De schepping is ook uit de Schepper, niet omgekeerd natuurlijk. Je moet wel de verhoudingen zien. De Schepper is er niet om de schepping, nee, de schepping is er om de Schepper. Want uit Hem en door Hem en voor Hem is alles.

De man is een uitbeelding van God. Hij staat voor verantwoordelijkheid, hij is hoofd, hij is de icoon van God. Vandaar dat leidinggeven, gezag, maar ook zorg hebben voor en de uiterste verantwoordelijkheid dragen, mannelijke functies zijn. Ook als een vrouw het doet, blijft het een mannelijke functie. Dat loopt parallel met de verhouding Schepper-schepping. Dat zijn prachtige dingen. Vandaar ook dat de schepping als een vrouw wordt voorgesteld, als een zwangere vrouw. Dat staat in Romeinen: de schepping is in barensnood. Ze is zwanger, ze is in blijde verwachting. Waarom? Omdat de Schepper gemeenschap met haar heeft gehad. Ook de seksualiteit is daar een uitbeelding van. Hij heeft het zaad gegeven: Zijn Woord. Nieuw leven heeft Hij door opstanding verwekt. Dat wordt allemaal in de seksualiteit uitgebeeld. Ik ga het nu niet helemaal uitwerken, want dan ga ik buiten mijn boekje, maar het gaat wel heel ver. Het is prachtig als je die lijn ziet en begrijpt waar het een uitbeelding van is.

Volmacht Vanwege de Boodschappers en de Wederzijdse Afhankelijkheid ↑ hoofdstukken

Daarom, vers 10: daarom is de vrouw verschuldigd volmacht op het hoofd te hebben vanwege de boodschappers. Dat wil zeggen: zij doet iets. Als zij een mannelijke activiteit doet, als zij voorop gaat, dan zou zij dat doen met volmacht vanwege de boodschappers. Ik weet dat in de meeste vertalingen hier 'engelen' staat, maar dat is te suggestief. Want bij engelen denken wij eigenlijk al per definitie aan hemelwezens, tenzij het specifiek tegen je gezegd wordt: 'Je bent een engel'. Maar we denken bij een engel altijd aan hemelwezens. Het gaat hier echter over boodschappers; Angelos, dat Griekse woord wat hier gebruikt wordt en waar ons woord engel trouwens wel vandaan komt. Dat is gewoon een boodschapper. Denk bijvoorbeeld aan de verspieders die in Jericho waren; dat waren boodschappers, engelen. Dus dat woord engel is te suggestief; het zijn boodschappers. En ik denk dat het, als je het grammaticaal benadert, gewoon een mannelijk meervoud is.

Paulus zegt 'daarom' en 'vanwege de boodschappers'. Dan vraag je: 'Hoezo? Je had het toch helemaal niet over engelen?' Nee, hij had het over mannen. Maar mannen worden geacht de boodschap representatief over te brengen namens God, of namens het volk in gebed; dan dragen ze een boodschap over. Dat is dat bidden en profeteren. Welnu, als een vrouw dat doet, zou ze dat doen met volmacht. En daarom draagt ze een volmacht op het hoofd, om daarmee ook uit te beelden wie haar hoofd is.

'Evenwel', zegt Paulus. Dat is de andere kant; dat is de nuance die hij daarin aanbrengt. Er is geen vrouw zonder man, noch man zonder vrouw in de Heer. Uiteraard ligt de nadruk dan op dat tweede zinsdeel. Kijk, dat is altijd zo met dualiteiten: het woord 'dag' zou niets betekenen als er ook geen nacht was, of als er geen zomer was; dan zouden de andere seizoenen ook helemaal geen betekenis hebben. Het een bestaat bij de gratie van het ander. Het mannelijke bestaat bij de gratie van het vrouwelijke en vice versa. Want, zegt hij, zoals de vrouw vanuit de man is — dat is Genesis — zo is ook de man door de vrouw. Meestal wordt dat dan uitgelegd of opgevat als: 'O ja, natuurlijk, de man komt ter wereld via de vrouw.' Maar daar heeft hij het niet over.

Het idee is dat toen Adam gecreëerd werd, hij geen man was, maar mens. U zegt: 'Is er een man als er dan geen mens is?' Nee, laat me even mijn verhaal afmaken. Adam was eerst mens en pas bij de creatie van de vrouw, de manninne, werd hij man. Dat is logisch: pas toen het vrouwelijke er was, werd de mens mannelijk. Toen pas kreeg dat betekenis. Door de vrouw werd de mens man; daarvoor was hij gewoon mens. Maar, zegt hij, alles is vanuit God. Laten we dat ook daarin weer goed nagaan: bij Hem is het allemaal begonnen.

En dan zegt hij in vers 13: 'Oordeelt onder jullie zelf.' Tot dusver heeft hij onderwijs gegeven. De enige instructie die hij hen in feite gaf, was: 'Als je nou je bedekking afdoet wanneer je bidt of profeteert, dan moet je je ook laten kaalscheren.' Dat is eigenlijk de enige instructie; de rest is allemaal onderwijs. En nu gaat hij henzelf vragen stellen: 'Oordeelt zelf.' Paulus stelt een vraag; hij stelt hier geen wet. Het is volkomen buiten de orde dat Paulus hier een nieuw gebruik zou introduceren. Nergens lees je in de Bijbel over die hoofdbedekking van man en vrouw; er wordt wel eens naar verwezen, maar nooit op een manier dat het als onderwijs gegeven wordt. Het zou toch helemaal van de zotte zijn dat Paulus, de apostel van de genade en van de vrijheid, nu hier een nieuwe wet zou opleggen, terwijl hij juist in de hele context stelt dat hij voor de Joden een Jood is en voor de Grieken een Griek, en alles doet ten wille van het evangelie. Dat doet hij hier dus ook niet. Hij zegt:

Zelf Oordelen en de Les van de Natuurlijke Haardos ↑ hoofdstukken

Paulus sluit aan bij de gebruiken van die tijd. Hij zegt: "Oordeelt onder jullie zelf." Hij stelt de vraag: "Is het betamend voor een vrouw ongesluierd tot God te bidden?" Wij zouden nu wellicht zeggen: "Ja, wat is daar gek aan?" Maar voor de Korinthiërs was dit een retorische vraag; het antwoord lag al in de vraag besloten. In die cultuur was het zeer onbetamelijk als een vrouw, juist wanneer ze bidt of profeteert, haar sluier zou afdoen. Juist op het moment dat ze een mannelijke functie uitoefende, zou ze de bedekking op het hoofd moeten hebben. De Korinthiërs zouden direct zeggen: "Nee, dat doe je niet, dat is onbeschamend."

Hier zie je hoe lastig cultuurverschillen soms zijn. Ik las gisteren een artikel dat ook over gebruiken ging en hoe anders het is of je hier bent of in het buitenland. Je kent er de voorbeelden wel van: als je in China slurpt bij het eten — wat hier onbetamelijk is — dan is dat daar een compliment voor de kok. Het betekent dat je erg geniet van het eten. Zo zijn er honderden voorbeelden van hoe gebruiken en gewoontes enorm kunnen clashen als je daar niet van op de hoogte bent. Wat hier vanzelfsprekend is, is elders juist het tegenovergestelde. Dat maakt het leven soms ingewikkeld. Vandaar ook dat Paulus daarover spreekt in de context van Joden en Grieken. Dat was de Griekse wereld; wij leven nu in de westerse wereld. Dat is anders.

Ik moet verder gaan, want ik wil nog bij vers 16 uitkomen. Paulus gaat zijn retorische vraag nader toelichten. Hij zegt: "Onderwijst de natuur jullie zelf ook niet dat, indien een man lang haar zou dragen, het zonder eer voor hem is?" In de NBG-vertaling staat hier dat het een "schande" voor hem is, maar dat staat er niet. Er staat letterlijk: "zonder eer". Het is geen schande voor een man, maar het is niet zijn eer. Elders, in Romeinen 9, wordt dit woord vertaald met "alledaags". Als een man lang haar draagt, is dat niets bijzonders; het is banaal. Het is geen eer voor hem.

Maar, zegt hij: "Indien een vrouw lang haar zou dragen, is het een heerlijkheid voor haar." De natuur leert je dat toch? Want het lange haar is haar gegeven in plaats van een mantel. Let op: niet een sluier, maar een mantel. Het woord dat hier gebruikt wordt, duidt op een omslagdoek of een cape. Als dit in de Septuagint wordt weergegeven, gaat het over een duur gewaad. Dat het lange haar voor een vrouw een heerlijkheid is, is een algemeen en wijdverbreid gegeven. Dat is het vrouwelijke. Zelfs in onze tijd, waarin we zo ver van de natuur verwijderd zijn geraakt en we die ABC-kennis soms kwijt zijn, begrijpen we dat nog aardig: een mannenkapsel versus een vrouwenkapsel met lang haar. Dat lange haar is een vrouwelijke heerlijkheid. Er staat niet eens bij dat het moet, maar het is wel haar heerlijkheid.

Waarom zegt Paulus dit in dit verband? Wel, hij zegt: daarom zou ze haar hoofd bedekken als ze een mannelijke taak uitoefent. Stel je voor dat een vrouw iets mannelijks doet; dan zou ze haar eigen heerlijkheid bedekken. Dat is wat Paulus hier zegt. Op die manier geef je je volmacht aan en ben je niet bezig je eigen glorie te verheerlijken. Je zou dus bij die gelegenheid juist die bedekking niet moeten afdoen. En zo eindigt Paulus dit gedeelte.

Conclusie: Geen Twist, maar de Blijde Verwachting van de Schepping ↑ hoofdstukken

Paulus helpt mij om de toespraak af te sluiten. Hij zegt: "Indien iemand meent gelijkhebberig te zijn, wij hebben zulke gewoonten niet en evenmin de ekklesia's van God." Paulus wil één ding in ieder geval niet: gaan twisten of discussiëren over gewoontes. Want laten we wel wezen, over een deksel op je hoofd of kleding in het algemeen kunnen we het best eens praten, maar maak er alsjeblieft geen ruzie over. Bepaalde dingen sluiten aan bij gewoonten en Paulus wil daar geen twist over hebben.

Eigenlijk zegt hij hiermee: denk jij er anders over? Wij hebben zulke gewoonten niet. Hij wil hier niet over twisten. Er zijn bepaalde gewoonten en daar sluit je je bij aan, in dit geval ook een gewoonte van de gemeente van God. Hij hoopt dat u dat ook vasthoudt binnen het hele raamwerk van 1 Korinthe 11: om geen struikelblok te vormen voor het evangelie. Alles gaat om het goede bericht van God. Hij houdt van deze schepping en heeft een geweldig plan. Hij is degene die de man aanstelt en ook verantwoordelijk stelt.

God heeft deze schepping — ik bedoel dit heel eerbiedig — als het ware zwanger gemaakt. We zijn in blijde verwachting, omdat we het woord, het zaad van de wedergeboorte zoals Petrus dat zegt, hebben ontvangen. Deze schepping is in blijde verwachting. Dat is de geweldige boodschap die we mogen uitdragen. Wees dan geen struikelblok, een blokkade of een aanleiding tot vallen voor andere mensen. Of dat nou Joden zijn of Grieken of de ekklesia van God of Rotterdammers; wie dan ook.

Het gaat erom dat we geen struikelblok vormen en dat we zouden weten hoe het zit. Daar begon Paulus ook mee: "Ik wil dat jullie dit weten." Als je dat eenmaal weet, dan kun je vervolgens je gedrag daarop aanpassen. Feitelijk is dat ook het startpunt van dit hele gedeelte: dat we zouden weten hoe het zit met het hoofd en wie het uiteindelijke hoofd is. God gaat door Christus deze schepping tot een goed einde brengen. Daar is Hij voor verantwoordelijk. Als mannen en als vrouwen mogen we dat, ieder op de eigen plaats — als schepper en schepping, mannelijk en vrouwelijk — uitdrukken en uitbeelden. Dat wilde ik u vanmorgen graag vertellen. Zo ben ik bij vers 16 aangekomen en ik zie ook dat het tamelijk laat is geworden. Ik excuseer mij daarvoor, maar het is gelukkig geen anderhalf uur geworden.

🎧 van de hoed en de rand
Delen: