Bijbelse tijdlijn in vogelvlucht (6) – de 70 weken
29-04-2018 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 29 april 2018 in Zoetermeer
Precies op de dag dat de zeventig jaren van Jeruzalems verwoesting ten einde liep, ontving Daniël een woord en visioen over zeventig jaarweken. Vanaf ditzelfde moment zouden negenenzestig jaarweken verstrijken tot de komst van de Messias. Maar deze zou geen erkenning vinden en worden uitgeroeid. Maar niettemin, hij zou het verbond bekrachtigen, zeven jaar lang. En halverwege de laatste jaarweek zou hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Het Nut van de Tijdlijn en de God van de Geschiedenis
- Cycli van 500 Jaar en de Vervulling van de Sabbatsrust
- Daniëls Gebed en de Verschijning van Gabriël
- De Afbakening van de Zeventig Jaarweken
- Vanaf het Uitgaan van het Woord tot aan de Messias
- Het Afsnijden van de Messias en de Verwoesting van de Stad
- De Zeventigste Jaarweek en het Staken van de Offerdienst
- Overzicht van de Tijdlijn en het Naderende Zevende Millennium
Het Nut van de Tijdlijn en de God van de Geschiedenis ↑ hoofdstukken
Opnieuw gaan wij ons, beste vrienden, bezighouden met de Bijbelse tijdlijn in vogelvlucht. Ja, dit zal voorlopig de laatste studie zijn. Ik wil het te zijner tijd weer oppakken om ons met de toekomst bezig te gaan houden, want die Bijbelse tijdlijn loopt gewoon door. Maar wij beperken ons in deze serie, waarvan dit inmiddels nummer zes is, tot het verleden.
We hebben daarbij allerlei bijzondere dingen mogen vaststellen. Men zegt wel eens: de chronologie of de tijdlijn is de ruggengraad van de geschiedenis. Als je de dingen niet in de tijd kunt plaatsen, dan heb je nooit een goed idee van de historie. Juist aan de hand van de tijdlijn kun je de gebeurtenissen plaatsen en ze in een groter perspectief zien.
Dat is sowieso ook het nut van het bestuderen en onderzoeken van dit onderwerp. Laat ik het voorzichtig en niet al te diepgaand benoemen. Het is ook het nut van deze serie — en dat is een van de dingen die ik ook van allerlei kanten gehoord heb — dat je door zo vanaf Adam (want bij hem zijn we ooit begonnen bij de menselijke geschiedenis) door te gaan tot aan waar we nu gebleven zijn, zicht krijgt op het geheel. Vooral door die tijdlijn te bestuderen, ga je het verband zien. Je denkt: "Aha, dat moeten we dus daar plaatsen." Dan ga je het verband zien, want anders blijven het altijd maar van die losse stukjes en ontbreekt het zicht op de eenheid, de lijn daarin. Dat is één nut.
Maar het is niet alleen dat. Het is niet alleen maar dat je zicht krijgt op de Bijbelse geschiedenis; het heeft nog een ander nut. Het geeft namelijk ook aan dat de God van de Schriften de God van de geschiedenis is. Hij is Degene die een plan trekt. God is de God van de geschiedenis; Hij trekt een plan en dat blijkt perfect te zijn. Dat zie je weliswaar niet zo aan de oppervlakte. Zelfs de Bijbel wijst daar, oppervlakkig bezien, niet eens zozeer op. Maar wat je vaststelt, is dat er geweldige structuren verborgen liggen die de Schrift zelf aandraagt. Dat bewijst inderdaad dat we in de Schriften met Gods Woord van doen hebben.
Die geweldige eenheid, dat verzint geen mens. En dat is ook een reden... Kijk, mensen leven vandaag in wat ze filosofisch gezien een postmodern tijdperk noemen. Mensen zijn niet meer geïnteresseerd in de waarheidsvraag. Ze zeggen dan: "Ach, ieder zijn eigen waarheid. Als jij daar nu gelukkig mee bent, prima, ieder zijn ding." Maar wat werkelijk wáár is? Mensen hebben de moed al opgegeven om zich daarmee bezig te houden, want daar kom je toch niet achter.
Het geweldige van de Schrift is dat zij uniek is in haar waarheidsclaim, namelijk dat de Schrift zichzelf ook bewijst. Dat is voor iedereen toegankelijk. De Bijbel vraagt dus niet zomaar om te vertrouwen wat hierin gezegd wordt; nee, ze geeft ook aan dat je door dat Woord te lezen op solide bodem staat. Je volgt dus niet zomaar een of ander religieus verhaal of een filosofische stroming. Nee, het is solide. We weten het. Het gaat dus niet alleen om voelen — ik word er wel eens moe van als mensen het altijd maar over hun gevoel hebben. Het gaat in de eerste plaats om weten. Als je dingen weet, valt er ook een heleboel te beleven, maar je moet de boel niet omkeren. En dat is het: we hebben in de Schrift te maken met de God van de waarheid. Wat hebben we tot dusver gezien?
Cycli van 500 Jaar en de Vervulling van de Sabbatsrust ↑ hoofdstukken
Dit is eigenlijk min of meer een samenvatting van wat we tot dusver hebben besproken. We hebben gezien dat Abraham geboren werd in het jaar 2000, gerekend vanaf Adam. We hebben die tijdlijn bezien en de 'bonnetjes' die de Schrift daarvoor aandraagt onderzocht. Op die manier kun je zo’n tijdlijn inderdaad maken. Vanaf de geboorte van Abraham tot aan de uittocht uit Egypte is een periode van precies 500 jaar. De uittocht uit Egypte vond bijbels gezien plaats exact in het jaar 2500, Anno Hominis; dat wil zeggen gerekend vanaf Adam, het jaar van de mens.
Die periode van 500 jaar keert iedere keer weer terug en dat is van groot belang. Waarom? Omdat de Bijbelse jaargangen worden gerekend in weken, dat wil zeggen in weken van jaren. Ik moet dat even kort toelichten. Degenen die de vorige studies hebben beluisterd, weten waar ik het over heb, maar mocht u dat niet hebben gedaan, dan wil ik dit nog even zeggen. Je hebt een week van dagen: je hebt zes dagen en dan de zevende dag, waarvan de Bijbel zegt dat dit de Sabbat is. Maar je kunt ook rekenen in weken van jaren, waarbij elk zevende jaar een Sabbatsjaar is. Dat is een Bijbelse instelling. In Israël was het zo dat in het zevende jaar het land braak werd gelegd; er werd niet gezaaid en er werd dus ook niet geoogst. Dat was een jaar waarin het land Sabbat hield, een sabbatical. Wij gebruiken dat woord ook, maar we passen het veel vrijer toe. In de Bijbel was het letterlijk een Sabbatsjaar. Na zo’n jaar begon weer de cyclus van zes jaren het land bewerken en oogsten, gevolgd door weer een Sabbatsjaar.
Na zeven sabbatsjaren, dus na 7 x 7 is 49 jaar, kreeg je een vijftigste jaar. Dat vijftigste jaar is altijd heel bijzonder, want dat is namelijk het jubeljaar. Daar gebeurde van alles; het was met recht een geweldig jaar waarin de schulden werden vrijgesproken en waarin slaven vrijkwamen. Het vijftigste jaar was een jubeljaar. Dat is dus een cyclus van vijftig jaar, want na die vijftig jaar kreeg je weer een nieuwe cyclus van jaarweken. Elk vijftigste jaar was een jubeljaar, wat betekent dat tien jubeljaren gelijkstaan aan vijfhonderd jaar. Wat je ziet in de geschiedenis vanaf de geboorte van Israël — de geboorte van Abraham, want hij is de stamvader — is dat de geschiedenis zich iedere keer in cycli van vijfhonderd jaren voortschrijdt.
Vanaf de geboorte van Abraham was het vijfhonderd jaar later de uittocht uit Egypte. Weer vijfhonderd jaar later werd Jeruzalem gereedgemaakt; de stad was gereed als de koninklijke en priesterlijke zetel. Het was het jaar dat het paleis en de tempel gereedkwamen in de dagen van Salomo, precies vijfhonderd jaar later. Weer exact 500 jaar later komen we bij de periode die we onlangs uitgebreid hebben besproken. De periode van de koningen duurde 430 jaar en toen kwam Juda in ballingschap. De stad Jeruzalem werd compleet verwoest en de profeet Jeremia had al voorzegd dat dit 70 jaar zou duren. Jeruzalem zou 70 jaar verwoest zijn en dan zou het van Godswege weer herbouwd worden. Dat is ook inderdaad exact zo gegaan en daar hebben we ons de laatste keer mee beziggehouden: met dit moment, dit jaar 3500.
Na die 70 jaren wordt inderdaad het woord uitgebracht door koning Kores. Jeruzalem zou weer herbouwd worden en de ballingen mochten weer terugkeren naar het eigen land. Het hele land was ontvolkt geweest, maar zij mochten terugkeren. Dat was een geweldig jaar en het was dus ook weer een jubeljaar. Ik moet er nog even bij zeggen dat die 70 jaren, zoals we eerder hebben besproken, een vergoeding waren van sabbatsjaren. Israël hield zich namelijk helemaal niet aan die instelling. Toen heeft God gezegd: "Jullie houden geen sabbatsjaren en geven het land geen rust, dan neem Ik die rust." Hij heeft het land 70 jaren rust gegeven. Dat is in feite een vergoeding van 500 jaren, want in een periode van 500 jaren zou men exact 70 keer een sabbatsjaar vieren. Dus ook dit was weer het einde van een periode van 500 jaren.
De vorige keer heb ik u dat laten zien en toen hebben we ons vooral beziggehouden met de geschiedenis van koning Kores, de machtigste man op aarde in die dagen als hoofd van het Perzische Rijk. Daniël was aan zijn hof en Daniël heeft hem verteld over het feit dat God hem al honderden jaren van tevoren bij name had genoemd. Ik zeg het letterlijk zo: honderden jaren van tevoren had God al gezegd dat het eenmaal Kores zou zijn die Jeruzalem weer zou gaan herbouwen. Jeremia had bovendien gezegd wanneer dat zou zijn. Kores wist dit en hij zegt het ook zelf: "De Heer heeft mij geroepen om Jeruzalem weer te doen herbouwen, evenals de tempel." Hij heeft een woord doen uitgaan en vervolgens hebben we ons beziggehouden met Daniël 9. Daar gaan we nu naartoe en ik pak de draad op bij vers 19.
Daniëls Gebed en de Verschijning van Gabriël ↑ hoofdstukken
Want dan lees je... Dat is een prachtige geschiedenis. Even heel kort: Daniël houdt zich bezig met de Schriften. Hij was bezig met de profetie van Jeremia en toen stelde hij vast: dit is inmiddels het zeventigste jaar nadat Jeruzalem is verwoest. Wat Daniël dan doet, is dat hij op de knieën gaat. Hij stelt vast en hij belijdt, hij erkent dat het volk van Israël volkomen van Gods woord is afgeweken met alle gevolgen van dien. Want daar wordt een mens nooit wijzer van. Ja, ik bedoel: het woord is licht en als je dat licht verwerpt, dan kom je juist in de duisternis. Dat is niet eens zozeer een straf, het is gewoon een logische consequentie.
Hij gaat op de knieën en hij zegt – maar dan doet hij ook een beroep op Gods woord – dan zegt hij van: "Ja, U hebt gezegd zeventig jaren; de tijd is nu verstreken." Daniël 9 is eigenlijk één lang gebed. En dan lees ik vanaf vers 19, hij is nog steeds aan het bidden, en dan zegt hij: "O mijn Heer, o mijn Heer, vergeef. O mijn Heer, merk op." Dat wil zeggen dat hij zijn God aanspreekt: "Merk op en doe. En doe het!" Dat wil zeggen: merk op en doe het. Dat wil zeggen: "U hebt zelf door Uw profeet, tientallen jaren geleden, laten voorzeggen dat het zeventig jaar zou duren dat Jeruzalem verwoest zou zijn." En nou zegt hij: "Toef niet om uwzelfswil, mijn God!" Dat wil zeggen: wacht nou niet langer. U bent een God die Zich aan Uw woord houdt, en daarom: wacht niet langer. Toeven betekent dus: wacht niet langer. Want Uw naam is uitgeroepen over Uw stad en over Uw volk. Het is een volk lief, het is een stad lief en het is de stad van Gods belofte. Daar zou Hij Zijn naam doen wonen. Dus vandaar ook dit hartstochtelijke gebed. Daniël zegt: "De termijn is vervuld."
Nou, en dan lees je in vers 20, dat is geweldig: "En terwijl ik nog sprak en bad en mijn zonden beleed, en de zonden van mijn volk Israël, en mijn smeekbede neerwierp voor het aangezicht van JAHWEH, mijn God, om de heilige berg van mijn God" – we zeggen om Jeruzalem dus. "Terwijl ik nog sprak in het gebed... raakte de man Gabriël, die ik had gezien in het visioen in de aanvang... in ijlende vlucht mij aan. Het was op de tijd van het avondoffer." Dus Daniël is in gebed en terwijl hij nog aan het bidden is, wordt hij aangeraakt door een man, Gabriël. Wie hij verder is geweest, dat doet nu even niet ter zake; hij zegt: "Ik had hem eerder gezien", et cetera. Maar die kwam nu in ijlende vlucht op hem aan en hij raakte hem aan. En het was de tijd van het avondoffer. Dat is trouwens ook niet zomaar, maar goed.
En hij, dat is die Gabriël dus, die legde uit en sprak tot mij, zeggende: "Nu, Daniël, ben ik uitgegaan." Waarom? "Om jou inzicht en begrip te geven. Bij de aanvang van jouw smeekbeden is het woord uitgegaan en ik ben gekomen om dat jou te vertellen, want je bent gewaardeerd." In de NBG-vertaling zegt hij: "Want je bent bemind, zeer bemind." Ja, je bent zeer bemind. Hoort u wat hij zegt? Daniël doet een beroep op Gods belofte. De Heer zegt: "De termijn is vervuld; het is inmiddels het zeventigste jaar." Jeremia heeft erover gesproken; dan zou de stad weer hersteld worden. Hij doet een beroep op God en hij zegt: "Vertoef niet."
Nou, en dan komt die man Gabriël en hij zegt van: "Toen jij begon... bij de aanvang van jouw smeekbeden... toen jij begon te bidden, toen is er een woord uitgegaan en ik ben gekomen om jou dat te vertellen." En welk woord is er uitgegaan? Nou, het ging erom dat Jeruzalem weer hersteld zou worden, want dat is waar Daniël een beroep op doet. Daniël weet nu: de tijd van verwoesting en de tijd van ballingschap is nu voorbij. Die termijn is vervuld en ja: "Heer, toef niet langer." Nou, zegt die Gabriël: "Toen jij begon te bidden, dus nog voordat jij iets had gezegd, iets had beleden, had God het al zo geregeld dat het woord is uitgegaan." Kores heeft het woord uitgevaardigd om de ballingen te doen terugkeren en om Jeruzalem en de stad en de tempel te herbouwen. En ik ben gekomen om dat jou te vertellen, want je bent gewaardeerd.
We lezen inderdaad ook al in Jesaja 44 – dat was dus honderden jaren van tevoren – dat God Kores bij name had genoemd; dat het Kores zou zijn die de tempel zou herbouwen. Dus ja, aangezien Daniël een van de intimi was binnen de kring ook van Kores, heeft Daniël daar ongetwijfeld ook over gesproken en Kores wist wat hem te doen stond. Hij was bij name genoemd, de tijd was nu daar en nu deed hij een woord uitgaan om Jeruzalem te herbouwen. En dan zegt hij: "Begrijp dan wat in het woord is en begrijp wat in het visioen is." Hij gaat namelijk iets vertellen over een nieuwe waarheid. Want tot dusver heeft hij gebeden en nu komt deze Gabriël hem vertellen van: "Nou, voordat jij begon te bidden was het allemaal al in kannen en kruiken en God had al jouw beden gehoord voordat je die uitgesproken had." Waarom? God is iemand die je op Zijn woord kunt nemen. Dat is God.
Dat is geweldig, dat bedoel ik dus ook met die solide grond. Dat moet je weten. Als je dat weet, nou, dan heb je echt inderdaad een basis waardoor je alle stormen kunt doorstaan, echt. Waarom? Omdat dit het woord is dat solide is en wat alles door de aeon heen, maar ook door de eeuwen heen standhoudt. En door alles heen, wat er ook tegen gezegd wordt, het is solide. Maar Gabriël gaat nog iets anders vertellen. Hij begrijpt nu wat in dat woord is en wat in dat visioen is.
De Afbakening van de Zeventig Jaarweken ↑ hoofdstukken
En nu gaat hij zeggen dat er zeventig weken worden afgegrensd. Nu ga ik u iets vertellen. Ik zei al: in dit jaar, waarin Kores het woord deed uitgaan om Jeruzalem weer te herbouwen, was er een periode van vijfhonderd jaar voorbij. Dat was een periode van zeventig jaarweken. Wat deze Gabriël gaat vertellen, is dat er nu weer zeventig weken gaan volgen. Die vorige mogen dan nu voorbij zijn – het einde van die zeventig jaren, weet u wel – maar er gaan nu opnieuw zeventig weken volgen. Eigenlijk is wat we vanmorgen bespreken de meest bijzondere tijdsperiode die de Schriften presenteren, omdat de Bijbel het iedere keer als geschiedenis presenteert. Nu wordt aan Daniël ook de geschiedenis verteld, maar dan van tevoren: hoe het gaat verlopen.
Er gaat nu een periode komen van weer zeventig weken. U begrijpt dat dit niet gaat over weken van dagen, maar over jaarweken, waar ik het zojuist al over had: cycli van zeven jaren. Zeven jaarweken is 49 jaar plus één jubeljaar, dat is dus 50 jaar. Zeventig jaarweken is 490 jaar plus tien jubeljaren, dus in totaal 500 jaren. Deze profetie van Daniël 9 is zo geweldig, want dit is met recht profetie. God laat Gabriël dit voorzeggen en Daniël wordt daarmee bekendgemaakt. Er gaat een periode komen... In dit jaar wordt dat tegen Daniël verteld; het was een jubeljaar.
"Zeventig weken wordt afgegrensd." Let trouwens op het enkelvoud. Heel veel vertalingen geven dat niet goed weer. Het is misschien ook een beetje raar Nederlands, want je zou zeggen: "Zeventig weken worden afgegrensd." Nee, die zeventig weken wordt als eenheid gezien. Het staat in het enkelvoud. Waarom? Omdat het een periode is die als een eenheid wordt gepresenteerd: ononderbroken.
Ik weet dat er over deze profetie ook andere gedachten zijn. Een jaar of twee geleden hebben we daar een hele serie Bijbelstudies aan gewijd en ik ga dat nu allemaal in vijftig minuten proppen. Een heleboel dingen moet ik nu dus onbesproken laten. Ook aan alternatieve visies komen we nu verder helemaal niet toe, maar ik wil er wel even op wijzen dat deze zeventig weken als eenheid worden neergezet en gepresenteerd. Zeventig jaarweken, daar hebben we het over. Die wordt afgegrensd, afgebakend. God bakent nu weer een periode af van zeventig jaarweken, en het is een periode van vijfhonderd jaar. Want dat is wat zeventig jaarweken zijn. Met betrekking tot jouw volk, Israël, en jouw heilige stad.
Die vijfhonderd jaar, die zeventig jaarweken die nu gaan volgen en waar Gabriël over vertelt, staan in relatie tot Israël en Jeruzalem. En die zeventig jaarweken gaan eindigen bij de Messias. Ik zal het u straks ook letterlijk laten zien. Het eindigt in een Messiaanse tijd – om het goed te zeggen – maar daar komt het op neer. Dat wil zeggen: vanaf dit jaar voor Daniël gaan er zeventig jaarweken volgen, en wat zal er in die zeventig jaarweken gebeuren? Wel, dan worden er zes dingen genoemd.
Eerst: om de overtreding te sluiten, om de zonde te beëindigen en om een beschutting – sommige vertalingen zeggen een verzoening – te maken voor de verdorvenheid. Dit zijn drie omschrijvingen van wat de Messias zou doen door de dood aan het kruis. Want het kruis, de dood aan het kruis, tekent en betekent het einde van de overtreding en de zonde. De Hebreeënbrief is eigenlijk een uitgebreide toelichting op dat feit. En het dient ook als een beschutting voor de verdorvenheid. Een beschutting, dat is eigenlijk het woordje Kippur – denk maar aan Jom Kippur. In de kruisdood en door de kruisdood en de opstanding heeft de mensheid, en Israël in het bijzonder, een beschutting; zij is veiliggesteld. Dat is precies waarin een mens beschermd wordt. Dat wordt voorzegd voor die zeventig jaarweken: die leiden uiteindelijk daartoe dat de overtreding wordt gesloten, de zonde beëindigd en de beschutting wordt gemaakt voor de verdorvenheid.
Ik zei al: dit is een wat letterlijke weergave en het klinkt misschien niet allemaal zo heel erg gestroomlijnd in het Nederlands, maar ik wil zo dicht mogelijk bij de Hebreeuwse tekst komen zoals die ons is overgeleverd. En dan staat erbij: "om te brengen rechtvaardigheid van aeonen". Met andere woorden: die zeventig jaarweken die nu gaan komen, zegt Gabriël tegen Daniël, zullen eindigen in een geweldige tijd. Dat zijn de eerste drie dingen die al aangekondigd waren, maar ze gaan ook rechtvaardigheid van aeonen brengen.
Ik geef meteen maar de vervulling daarvan aan. Dit heeft alles te maken met wat God doet en heeft gedaan door de dood en de opstanding van de Heer Jezus Christus, waarin Hij een bediening van rechtvaardigheid en gerechtigheid bracht. Wat toen, tweeduizend jaar geleden, door het kruis en de opstanding geschiedde – God deed Zijn Zoon opstaan uit de doden – daarmee bracht Hij rechtvaardigheid en gerechtigheid aan het licht. Dat zal de aeonen door zijn beslag gaan krijgen en gestalte krijgen: "om te brengen rechtvaardigheid van de aeonen".
Dan nog iets: "te verzegelen visioen en profeet". Die zeventig jaarweken die nu zouden komen, zouden ertoe leiden dat voor het volk en de heilige stad het visioen en de profeet zouden worden toegesloten. Verzegelen wil zeggen: als je een boek verzegelt, dan maak je het ontoegankelijk. Dan kun je het niet meer openen. Dat is waar verzegeling toe dient. Wel, zegt Daniël, die zeventig jaarweken leiden ertoe dat de zonde zal worden afgesloten en rechtvaardigheid aan het licht zal komen, maar ook dat voor jullie volk en jullie heilige stad visioen en profeet – gewoon even voor het gemak: de Schriften, de profeten – zullen worden toegesloten. Dat wil zeggen: ontoegankelijk worden gemaakt. Ze zullen niet meer verstaan en begrepen kunnen worden. De Schrift wordt eigenlijk toegesloten en men zal het niet verstaan.
Als zesde wordt er nog gezegd: "om te zalven de heiligheid van heiligheden" (iets allerheiligst staat er in de NBG-vertaling). Dit is de definitieve zalving van de Messias. Eigenlijk is dit dubbelop, want het woordje Messias, Mashiach, betekent eigenlijk ook 'Gezalfde'. Toen de Messias aantrad, werd Hij gedoopt in de Jordaan en u leest dat dit in feite een zalving was: de Geest kwam op Hem. Maar later, toen Hij opstond uit de dood door de Geest van God, kreeg Hij de Geest op een wijze die ook zalving heet. Toen werd Hij gemaakt tot Christus.
Wat hier in deze omschrijving op zes verschillende manieren wordt gezegd, komt allemaal hierop neer: die zeventig jaarweken eindigen bij de Messias en bij wat Hij tot stand gaat brengen. Het mag misschien soms wat moeilijk klinken, en daarom sta ik bij verschillende details even speciaal stil, maar dit is de kern. Die zeventig jaarweken brengen ons bij de Messias. Dat is op zich al buitengewoon spectaculair. Niet alleen wordt hier voorzegd dát de Messias zou komen, maar ook wanneer dat zou zijn. Dat zou zijn na verloop van, of in die zeventig weken. Binnen vijfhonderd jaar gaat dat gebeuren. Dat is waar die zeventig jaarweken toe leiden. In de verzen daarna wordt dat nog wat nader bezien.
Vanaf het Uitgaan van het Woord tot aan de Messias ↑ hoofdstukken
Hoe zal dat tijdpad dan verlopen? "Weet dan en versta," wees intelligent, staat er eigenlijk letterlijk. Daniël had in die dagen zelfs wereldwijd de reputatie van een buitengewoon verstandig man. Het is niet voor niets dat hij zowel in het Babylonische als in het Perzische Rijk meteen zo'n enorme positie en statuur had. Maar hij kende ook Gods wegen; hij kende de Schriften. En nu wordt tegen hem gezegd: "Weet dan dit en versta het."
In het voorgaande vers werd, eventjes samengevat, gezegd waar die zeventig weken toe leiden. Kort door de bocht leiden ze naar de Messias. Nou ja, zo kort door de bocht is dat ook weer niet, want straks zullen we het expliciet zelf zien. De zeventig jaarweken die nu beginnen, zullen leiden naar de Messias. En dan staat er: "Weet dan en versta vanaf het uitgaan van het woord." Hier hebben we het weer: vanaf het uitgaan van het woord. Welk uitgaan van het woord is dat? Welnu, vanaf het moment dat het woord uitging om Jeruzalem te herstellen.
Nog voordat Daniël begon te bidden, was er al een woord uitgegaan om Jeruzalem te doen herstellen. Gabriël zegt nu: "Die zeventig weken gaan in vanaf het uitgaan van het woord." Dat is het beginpunt. Dat moet je natuurlijk weten, want als er een tijdsperiode wordt aangekondigd, moet je weten waar je moet beginnen te rekenen. Hier wordt dat uitdrukkelijk gezegd om het te begrijpen en te verstaan: vanaf het uitgaan van het woord. Aha, vanaf dit moment dus, in dit jubeljaar. Vanaf het uitgaan van het woord om te doen terugkeren en Jeruzalem te herbouwen, wat zojuist tegen Daniël was gezegd. Daniël had gezegd: "Heer, het hoeft niet langer," en nu kreeg hij van Gabriël te horen dat nog voordat hij begon te bidden, dat woord al was uitgegaan. "En ik ben gekomen om jou dat te vertellen."
Vanaf dat moment, vanaf het uitgaan van het woord om te doen terugkeren en Jeruzalem te herbouwen, begint de telling. Dus het einde van die zeventig jaren van verwoesting van Jeruzalem is meteen ook het begin van een nieuwe periode van zeventig jaarweken. Zie je hoe consequent dat gaat? Iedere keer weer die structuur, die lijn en die ordening, ook in de tijd. Dat kan alleen maar als er een God is die de tijden in Zijn hand heeft. Niet alleen "mijn tijden zijn in Uw hand", maar Hij beschikt over de wereldtijden en geeft daarin alles zijn plaats. Dat doet Hij niet alleen terugblikkend, zodat die structuren achteraf aan het licht komen, maar zelfs hier al op voorhand. De tijd moest nog gaan lopen en nu wordt er al gezegd: over vijfhonderd jaar gaat het zo, en die jaren eindigen zo.
Moet je je voorstellen: vijfhonderd jaar later. Het was onlangs de Lutherjaren; het was vijfhonderd jaar geleden dat de Reformatie begon in 1517. Zo'n enorm blok tijd zit daartussen. Daarover gaat het hier: vijfhonderd jaren. Vanaf het uitgaan van het woord om te doen terugkeren en Jeruzalem te herbouwen, tot aan de Messias. Tot de Messias zijn zeven weken en tweeënzestig weken. Dat zijn in totaal negenenzestig weken. Vanaf het moment dat het woord uitging van Kores tot aan de Messias, die immers een Vorst is, zal het een periode zijn van zeven weken en tweeënzestig weken.
Die periode die nu gaat volgen tot aan de Messias wordt dus in tweeën gehakt. Je kunt het je heel gemakkelijk voorstellen: het woord gaat uit om Jeruzalem te herbouwen, dan volgt er een periode van zeven weken – weer zo'n cyclus van sabbatsjaren, een jubeljaarcyclus – en daarna nog weer tweeënzestig weken. Die eindigen, en dat is van belang, bij de Messiasvorst. Negenenzestig jaarweken eindigen dus bij de Messias. Aha, dan moet er dus nog één week volgen. Dat is duidelijk, want er waren zeventig weken bepaald, maar hier wordt gezegd dat er tot aan de Messiasvorst zeven weken en tweeënzestig weken zijn.
Het zal terugkeren en worden herbouwd. Dat wil zeggen: het volk keert terug, de stad wordt herbouwd, met plein en wal, maar het zal ook zijn in de druk van de tijden. Deze periode van zeven weken is precies een beschrijving van wat we vinden in de boeken Ezra en Nehemia. Het volk keert terug, maar uiteindelijk is het ook maar een handjevol: 42.000 mensen. En dat gebeurt onder enorme druk, want onder opeenvolgende regeerperioden van diverse vorsten moet het werk ook iedere keer weer gestaakt worden. Die negenenveertig jaren, oftewel zeven jaarweken, worden hier gereserveerd voor de terugkeer en de herbouw van plein en wal. "Het zal zijn in de druk van de tijden." Dat is een perfecte beschrijving van die periode. We vinden die ook beschreven bij verschillende profeten, zoals daar zijn Haggaï en Zacharia. Over die zeven weken wordt verder niet meer gezegd dan alleen dit. En nu gaan we weer verder.
Het Afsnijden van de Messias en de Verwoesting van de Stad ↑ hoofdstukken
En na de 62 weken... dat wil zeggen, je had zeven weken en 62 weken. En na die 62 weken, dus in totaal na die 69 weken, zal de Messias worden afgesneden. Of zoals de meeste vertalingen zeggen: uitgeroeid. Dat is wat het betekent; Hij wordt weggedaan. Hé, dit is ook weer zo eigenaardig – eigenaardig lijkt me zacht gezegd. Hier wordt dus gezegd wat er gebeurt wanneer de Messias zal komen, maar ook wat er met de Messias zou gebeuren. Dus in de Hebreeuwse Bijbel, in het Oude Testament, wordt 500 jaar van tevoren gezegd wanneer de Messias zou komen én wat er met Hem zou gebeuren. Namelijk: Hij zou na die 69 weken, of na die 62 weken zo u wilt, worden afgesneden, uitgeroeid.
Nu krijg je toch dat plaatje waar ik net aan refereerde: zeven weken van herbouw van de stad en dan uiteindelijk nog één week. Maar deze periode van 69 jaarweken eindigt bij Messias Vorst. Begrijpt u trouwens nu ook dat toen de Heer Jezus na Zijn doop in de Jordaan begon te prediken – wat in feite een salving was, Petrus zegt dat ook in Handelingen 10 – Hij iedere keer riep: "Het Koninkrijk Gods is nabij, de tijd is vervuld"? Dan moet je vragen: welke tijd is vervuld? Nou, in ieder geval deze. De termijn is verstreken. De tijd die door de profeten, en meer speciaal door Daniël, is voorzegd; wel, die termijn is inmiddels vervuld. "Hier ben ik." Het is eigenlijk net als met Daniël, die aan het einde van die zeventig jaar van verwoesting zegt: "Heer, toef niet langer." Hij wordt op zijn wenken bediend en er wordt gezegd: "Voordat jij begon te bidden, was het woord al uitgegaan om Jeruzalem te doen herbouwen." Toen was ook de tijd vervuld. Iedere keer zie je dat weer.
Zoals we dat ook hebben gezien toen al aan Abram werd verteld dat zijn nageslacht na 400 jaren verdrukking zou uittrekken uit Egypte. Op het jaar, wat zeg ik, op de dag nauwkeurig is dat vervuld, lees je later. Kijk, dat is de God van de Bijbel. God voorzegt, en daarom – en dat is het grote belang daarvan – kun je erop aan. Hier lees je dus notabene in de profeten van Israël wanneer de Messias zou komen, en dat niet alleen: ook wat er met Hem zou gebeuren. Hij zou worden afgesneden. Dat woord wordt elders ook gebruikt in het verband van uitroeien, doden of vermoorden. Dat is wat er met de Messias zou gebeuren.
Dit is zo apart. Ook toen de Heer verscheen, riep Hij: "De tijd is vervuld." Iedere keer weer. Later zegt Paulus in de Galatenbrief ook: "In de volheid des tijds heeft God Zijn Zoon gezonden." Dat wil zeggen: toen de tijd niet alleen maar rijp was, nee, de termijn was vervuld. Het is heel exact. Nu staat het hier ook: na de 62 weken zal de Messias worden afgesneden. Oei, maar dat is pijnlijk. Dit komt natuurlijk ook niet overeen met de Messiaanse verwachting van Israël. Want dat is tot op de dag van vandaag eigenlijk het grote bezwaar; het Joodse bezwaar tegen het Nieuwe Testament. Men zegt: "Hoor eens even, als de Messias komt, dan zou er een Messiaanse tijd aanbreken, dan zou Israël een ereplaats hebben in de wereld en dan zullen alle volkeren onderworpen worden." Dat is wat zij verstaan onder de komst van de Messias. Dat klopt ook wel, maar dat is pas later. Eerst zou de Messias, zoals hier staat, worden afgesneden.
Er staat nog bij: "Hij zal niet hebben." Andere vertalingen zeggen hier: "Zonder dat er iets tegen Hem is." 'Ein lo' staat er in het Hebreeuws, en dat betekent inderdaad heel letterlijk: "Hij zal niet hebben." Ik neem dat ook gewoon letterlijk: Hij zal niet hebben wat Hem als Messias Vorst zou toekomen, namelijk de heerschappij. Dus die Messias wordt afgesneden en Hij heeft niks. Dat wil zeggen: niet dat wat Hem als Vorst toekomt: het Koninkrijk, de heerschappij. Dat is dus wat er na die 69 weken zou volgen.
En dan staat er nog bij: "En de stad en het heiligdom zal worden geruïneerd door het volk van een vorst die komen zal." Ook dat is precies vervuld. Want na de zeven en tweeënzestig weken wordt de Messias afgesneden – laten we voor het gemak ons jaar vermelden: in het jaar 30 van onze jaartelling. Dat ga ik nu even niet toelichten, maar precies veertig jaar later trouwens nadat Hij werd afgesneden, een generatie later, werd de stad en het heiligdom inderdaad geruïneerd. In het jaar 70. Dat is allemaal daarna gebeurd. De Messias werd afgesneden en vervolgens kwamen de Romeinen enkele tientallen jaren later de stad in. De stad en het heiligdom werden inderdaad geruïneerd door het volk van een vorst die komen zal.
"En zijn einde..." – dat gaat trouwens over de heilige stad, niet over die vorst, maar over het heiligdom – "...zal zijn in de overstroming." Ik zei al: bepaalde woorden en de hele formulering verdienen echt toelichting. Vandaar ook dat je er met gemak een hele serie studies aan kunt wijden om te zien wat er nou precies staat. Dat doen we nu dus niet; wij nemen nu even de McDonald-versie vast. "Zijn einde zal zijn in de overstroming." Dat is een beeldspraak die in Daniël meerdere keren wordt gebezigd en dan gaat het over oprukkende legers. Je kunt je de beeldspraak voorstellen: er rukken legers op en daarin kom je om. De associatie met een overstroming kun je dan heel gemakkelijk begrijpen. Zijn einde, dat wil zeggen die van het heiligdom, zal zijn in de overstroming. "En tot het einde toe" – een uitdrukking die in Daniël vaak wordt gebezigd wanneer het over de eindtijd gaat – "zal er oorlog zijn, vastbesloten verwoestingen."
Kores deed dus het woord uitgaan om Jeruzalem te herbouwen. Daniël wordt op de hoogte gesteld en er wordt hem verteld: "Er gaan nu weer 70 jaarweken volgen." Weer 500 jaar. "En Ik geef je de verzekering, Daniël, die eindigen bij de Messias. Maar Hij zal niet hebben, Hij wordt afgesneden." In hoeverre dit allemaal tot Daniël is doorgedrongen, weet ik niet. Hij was een zeer verstandig man en ook een man die de Schriften geloofde en kende, dus ik heb daar eigenlijk alle vertrouwen in. Maar je moet je aan de andere kant ook realiseren dat het voor ons achteraf natuurlijk veel makkelijker is om dat allemaal te begrijpen dan van tevoren. Want dat dit allemaal tot je doordringt... Nu kunnen wij dit inderdaad zo vaststellen: de Messias zou 69 jaarweken op zich laten wachten. En nu volgt nog een vers over die 70 jaarweken.
De Zeventigste Jaarweek en het Staken van de Offerdienst ↑ hoofdstukken
In het laatste vers van Daniël 9 wordt nog eens toegelicht wat in het voorgaande vers al was besproken. Eigenlijk loopt vers 27 volmaakt parallel met vers 26. Ik zou het u graag willen laten zien, maar ik doe het niet; ik ga het nu niet te uitgebreid toelichten. Er staat: "En hij..." Wie is die 'hij'? Wel, dat is de Messias. Die immers na zeven en tweeënzestig jaarweken zou komen. Er zouden negenenzestig weken volgen en dan zouden we eindigen bij de Messias. Dan is er nog één jaarweek te gaan, nog zeven jaren dus.
De Messias zal het verbond bevestigen, of bekrachtigen, voor de velen van het volk en de heilige stad, gedurende één week. We hebben dus zeven weken en tweeënzestig weken, dan komt de Messias en vervolgens zal die Messias één week het verbond bevestigen. Hoe doet Hij dat dan? Dat doet Hij door het woord dat Hij sprak; dat bekrachtigde het verbond. Ik denk trouwens ook dat hier gerefereerd wordt aan het Nieuwe Verbond dat de Messias zou brengen. Maar het gebeurde ook door alles wat Hij deed en wat van Godswege door Hem gedaan werd; dat bekrachtigde wat God had gesproken. Dat wil zeggen: ook de krachten, de tekenen en de wondertekenen die door Zijn handen gebeurden, bevestigden dat Hij de Messias is.
Vervolgens wordt er gezegd: "Hij zal het verbond bevestigen voor de velen, één week. In de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden." We hebben al gezien dat een jaarweek zeven jaar duurt. De helft van de jaarweek is, als je het heel letterlijk neemt, drieënhalf jaar. Dus midden in die periode van zeven jaren gebeurt dit. Ik zal u dit vertellen, en dat is trouwens vrij algemeen bekend: de bediening van de Heer Jezus op aarde ving officieel aan bij Zijn doop in de Jordaan. Toen werd Hij gezalfd en werd Hij Messias. Op dat moment was er een einde gekomen aan die negenenzestig jaarweken en was het het begin van de laatste jaarweek. Vanaf het moment dat de Heer Jezus begon met Zijn optreden en riep dat de tijd vervuld was en het Koninkrijk nabij, tot aan Zijn kruisiging, is een periode geweest van ruim drieënhalf jaar. De tijd vanaf Zijn doop tot aan Golgotha is dus een periode van drieënhalf jaar geweest.
In de helft van de week zou Hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden. Wat gebeurde er op het moment dat de Heer Jezus stierf? Het was in de tijd van het avondoffer, het negende uur. Net op het moment dat de offers weer gebracht werden, stierf Hij. De Romeinse hoofdman zag vanaf de plek waar hij de Heer Jezus kon zien, dat reusachtige gordijn voor de tempel — niet ín de tempel, maar vóór de tempel, een gigantisch gordijn van pakweg vijfentwintig of zesentwintig meter hoog — scheuren. Dat kun je trouwens alleen zien vanaf de Olijvenberg, maar dat is weer een verhaal apart. Hij zag de Heer Jezus sterven en hij zag daar op de achtergrond de tempel en dat reusachtige gordijn dat van boven naar beneden scheurde op dat exacte moment. Toen de hoofdman dat zag, zei hij: "Waarlijk, dit was Gods Zoon." Dat was precies het moment dat het avondoffer gebracht werd. Van Godswege werd toen de offerdienst gestaakt. Officieel was daarmee de hele offerdienst vervuld. Het had zijn vervulling gevonden in Hem. Hij deed slachtoffer en spijsoffer staken, en God bekrachtigde dat door op het moment van het avondoffer het voorhangsel te scheuren.
Dat was in de helft van die jaarweek. De Heere Jezus begon aan het einde van die negenenzestig weken Zijn optreden, predikte drieënhalf jaar lang dat de tijd vervuld was, en toen werd Hij gekruisigd. Het wordt niet expliciet gezegd, maar het ligt er wel in besloten dat de Messias dus kennelijk weer is opgestaan, want Hij zou het verbond één volle week lang bevestigen. En dat is ook gebeurd. Na Golgotha heeft de Messias, maar nu als de Opgestane — want drie dagen later stond Hij op uit de doden — voor het volk en voor de heilige stad nog eens drieënhalf jaar lang het verbond bevestigd. Het woord klonk nu door de mond van de apostelen, de twaalf, ondersteund door geweldige wondertekenen. Weet u tot hoe lang dat doorging? Tot de dood van Stephanus. Vanaf de opstanding van de Heer Jezus is er opnieuw een periode van drieënhalf jaar begonnen.
Die laatste jaarweek valt dus uiteen in twee delen: drieënhalf jaar waarin de Heer Jezus optrad op aarde, en drieënhalf jaar waarin de apostelen getuigden en er door hun handen wondertekenen plaatsvonden om het verbond te bevestigen. Dat duurde totdat het volk, bij monde van het Sanhedrin, Stephanus stenigde. Dan houdt het op. Je leest nergens expliciet dat dit precies drieënhalf jaar was, maar men weet dat de periode tot de dood van Stephanus ergens tussen de twee en de vier jaar is geweest. Dat klopt dus wel. Historisch gezien kun je er misschien net niet je vinger achter krijgen, maar profetisch wel. De accuratesse waarmee Daniël dit voorspelt, vertoont nog meer finesses dan wat de geschiedkundigen ons laten weten. Vooraf wordt met grotere nauwkeurigheid gezegd hoe lang die tijd zou zijn dan ons achteraf ooit is verteld.
In ieder geval diende de Messias Zich aan en is zeven jaar lang voor het volk en de heilige stad het verbond bevestigd. Eerst drieënhalf jaar door de Heer Jezus, waarna Hij werd 'afgesneden', maar waarmee ook het slachtoffer en spijsoffer werden gestaakt. Vervolgens werd er nog drieënhalf jaar in Jeruzalem getuigd van de opgestane Messias en de tijd die vervuld was. Daarna houdt het op; de wondertekenen stoppen en er begint een heel nieuwe periode die alles te maken heeft met Saulus van Tarsus.
Daniël 9 eindigt dan met de woorden: "En op een vleugel van gruwelen..." Dit is ongeveer de lastigste zin uit deze hele pericoop. "En op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en tot aan het einde die vastbesloten is, zal zij worden uitgestort op het verwoeste." Dat is een hele mond vol, maar laat ik het kortweg zeggen: na de steniging van Stephanus eindigde de bevestiging van het verbond. Er waren geen wondertekenen meer voor het volk als geheel en er begon een nieuwe periode. Jeruzalem werd vervolgens verwoest, precies zoals in vers 26 al stond: tot aan het einde toe. Het lijkt alsof het nooit wat wordt met die stad; ze wordt voortdurend weer verwoest. Dat is een beschrijving van de huidige tijd. Dit alles vindt plaats na die zeventigste week.
Overzicht van de Tijdlijn en het Naderende Zevende Millennium ↑ hoofdstukken
Eventjes ook in beeld wat een tijdlijn mag neerzetten. Je krijgt deze lijn die vooraf tegen Daniël wordt verteld. Er gaan eerst zeven jaarweken komen waarin Jeruzalem herbouwd wordt, gevolgd door de periode van tweeënzestig jaarweken. U begrijpt dat dit ook nog een heel lange periode is geweest. Dit noemen ze trouwens met een mooi woord de intertestamentaire periode. Dat wil zeggen de periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament in; de tijd van de Hasmoneeën, van de Makkabeën en hoe ze allemaal maar heten mogen. Over deze periode wordt verder niets gezegd, maar ze wordt wel benoemd en ook heel specifiek afgebakend.
Er wordt heel uitdrukkelijk gezegd dat deze weken zouden eindigen bij de Messias. Zeven en tweeënzestig weken leiden naar de Messias, en die Messias zal één jaarweek optreden voor de heilige stad. Als ik nu even inzoom op die zeventigste jaarweek, dan moet je het beeld echt even groter maken. Dat is de week waarin de Messias het verbond bekrachtigt, waarbij die zeven jaren uiteenvallen in twee gelijke helften: drieënhalf jaar van Jezus' dienst op aarde en drieënhalf jaar waarin middels de apostelen, Stefanus, et cetera, het verbond wordt bevestigd voor het Joodse volk en Jeruzalem.
In de helft van deze jaarweek wordt de Messias afgesneden. Slachtoffer en spijsoffer worden gestaakt, maar daarmee wordt ook de zonde beëindigd en de beschutting gemaakt waar ik het al eerder over had. Rechtvaardigheid van aeonen wordt aangebracht en het Allerheiligste wordt gezalfd. Dat gebeurt allemaal hier in het midden van die zeventigste week. Als je dan weer uitzoomt, zie je die negenenzestig weken en die meest markante week: de zeventigste jaarweek, de jaarweek van de Messias. Welnu, daarna zou Jeruzalem worden verwoest en tot de eindtijd toe is dat allemaal vastbesloten. Het wordt niets meer met die stad; het is verwoesting op verwoesting, en dat is feitelijk een beschrijving van de laatste tweeduizend jaren.
Waarmee ik gezegd wil hebben, en nu moet ik toch echt gaan afsluiten, dat toen Daniël dit te horen kreeg — en we hebben het nu vanmorgen zo even kortweg besproken — het in zijn dagen nog vijfhonderd jaar zou duren voordat de Messias zich zou aandienen. Het wordt met precisie aangekondigd. Maar dat betekent ook dat het jaar waarin Daniël dit te horen kreeg, het jaar 3500 vanaf Adam was. Dat houdt in dat die zeventigste jaarweek het jaar 4000 zou zijn. Er zijn dus in die zeventigste week, in de jaarweek van de Messias, vierduizend jaren voorbijgegaan. Dat is geschiedenis. Ik kan het ook anders zeggen: vier dagen van duizend jaren. Want zo rekent God; voor Hem is een dag als duizend jaar. Vier millennia.
De grote vraag is: wanneer breekt nu de sabbat aan? Maar met het stellen van de vraag heb ik eigenlijk al het antwoord gegeven. Je kunt een sabbat opvatten als de zevende dag, je kunt het opvatten als het zevende jaar, maar je kunt het ook opvatten als het zevende millennium, het zevende duizendtal jaren. Er moeten dus na die vierduizend jaren waarin de Messias zich aandiende, aan het einde van die vierduizend jaar, nog tweeduizend jaren volgen. Dat is niet alleen mijn conclusie, ook dat staat in de profetie. Daar wil ik me bij een latere gelegenheid — niet de volgende keer — ook nog eens een keertje op richten, want de tijdlijn loopt ook Bijbels gezien gewoon door.
Eigenlijk is dat het meest spannende: waar zitten wij nu? Gewoon in 2018. Ja, ik zat even te denken... vorig jaar was het immers 2017. Maar als je dit allemaal zo beziet — en dat is echt het allerlaatste — dan kom je onder de indruk van het kostbare goud dat we hier voor ons hebben. We hebben een solide grondslag, een rotsbodem gevonden in de Schriften. Dit is zo onvoorstelbaar rijk en hier kun je blind op varen. Dit is een lichtstraal in de duisternis. Wij weten waar we vandaan komen en wij weten waar we naartoe gaan; dit is geweldig. Waar het om gaat is dat we dat ook weten en verstaan. Zullen we met elkaar een lied zingen?
UltimateGoodNews