Bijbelse tijdlijn in vogelvlucht (2)
11-02-2018 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 11 februari 2018 te Zoetermeer
In deze toespraak beginnen we te tellen vanaf het jaar van Abrams geboorte en rekenen we door tot aan het jaar van de Uittocht. Op de dag nauwkeurig was dat vierhonderd en dertig jaren nadat God aan Abram zijn belofte had gegeven. Puur design en Goddelijke timing… om vele redenen!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Terugblik: de Tijdlijn van Adam tot Abraham
- Gods Belofte aan Abraham: 400 Jaar tot de Uittocht
- De 430 Jaar en het Mysterie van 14 Nisan
- Highlights op de Tijdlijn van de Aartsvaders
- De Uittocht in het Vijftigste Jubeljaar (jaar 2500)
- Het Getal 26: Gods Naam (jahweh) en 26 Generaties
- Conclusie: Gods Feilloze Regie en Design
Terugblik: de Tijdlijn van Adam tot Abraham ↑ hoofdstukken
En opnieuw, beste vrienden, gaan wij ons weer bezighouden met de Bijbelse tijdlijn. Dat zal nog wel even doorgaan, zo vermoed ik; tenminste, als we hem ook werkelijk tot het einde aan toe willen vervolgen, dan hebben we nog wel eventjes wat zondagjes nodig. Hoewel, ik moet erbij zeggen: de vorige keer hebben we wel meteen hele grote sprongen gemaakt. We zijn echt met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis gegaan. We hebben ons beziggehouden met de geschiedenis vanaf het begin, vanaf de creatie van Adam tot aan Abram aan toe. Als u hier de vorige keer bij was, dan herinnert u zich dat wellicht nog.
Dat is heel boeiend. Het lijkt allemaal wat saai als je die registers in de Bijbel leest met de vermelding van al die leeftijden; dat is taaie kost om voor te lezen. Maar daar is het ook helemaal niet voor bedoeld. Het zijn registers, het is in feite naslagwerk en het is om te onderzoeken. Nou, dat hebben we gedaan. Ik heb een tijdlijn neergezet en we zijn gewoon begonnen bij Adam. We rekenen dus vanaf hem; we noemen dat Anno Hominis, vanaf de schepping van de mens. Dus we rekenen niet voor en na Christus. Het is een andere tijdlijn, eigenlijk een heel voor de hand liggende.
Dan moet ik er trouwens ook nog even bij zeggen dat ik van de week nog met een vraagje werd bepaald via de mail. Dat ging over de Joodse jaartelling, die ook uitgaat van Adam. Maar zoals u weet, zitten we daar ergens halverwege de 58ste eeuw — de 57ste, nee de 58ste eeuw. 5777, 5778? Zoiets. In ieder geval, je zou zeggen: dat betekent dus dat we nu in dat jaar zitten. Maar daar zitten nogal wat haken en ogen aan. Want als u het mij vraagt — en we willen dat ook met precisie nagaan in de loop van de zondagen — dan heeft men zich daar toch wel een paar honderd jaar verrekend. Wist u trouwens dat die tijdlijn of de chronologie zoals de Joden die hanteren van latere oorsprong is? Nieuwer zelfs dan de christelijke jaartelling. De christelijke jaartelling dateert ergens uit de derde of vierde eeuw, en de Joodse jaartelling is veel later begonnen, ergens in de negende, tiende of elfde eeuw van onze jaartelling. Met terugwerkende kracht is men gaan rekenen vanaf Adam, maar daar zitten dus wat bugs in, zal ik maar zeggen.
Wij zijn gewoon puur afgegaan op de informatie vanuit de Schrift. Ja, dan begin je met Adam en dat was het eerste jaar. Dat was ook nog even iets, dat is wel even van belang omdat ik het de vorige keer wat uitgebreider gedaan heb: je moet inclusief rekenen. Dat wil zeggen dat het niet zo is dat Adam het eerste jaar het jaar 0 was; nee, dat was het jaar 1. Dat heet inclusief rekenen. Wij zeggen: als je één jaar geworden bent, dan ben je één, en het eerste jaar ben je gewoon nog nul. Nee, zo rekent de Schrift in ieder geval niet. Dus, dat was het jaar 1.
Nou ja, en dan kun je ergens in het 130ste jaar van Adam — we hebben de bonnetjes erbij gelegd — zien dat in dat jaar Seth werd geboren. We rekenen halverwege voor dat gemiddelde, op 129,5. Ja, dat waren onwijze leeftijden, zoals we die met name voor de zondvloed vermeld vinden. Totaal andere leefomstandigheden, dat is ongekend. En zo zijn we de tijdlijn doorgegaan; u kunt het allemaal nalezen. Van Enos naar Kenan, en zijn zoon was dan weer Mahalalel, en diens zoon was Jered. Oh ja, dan krijg je Henoch, en u weet het wel: Metusalach en al die leeftijden. Die kun je zo keurig vermelden. Dat wil zeggen, iedere keer die leeftijden die hier staan opgegeven... Zeg ik het nou goed? Ja precies, dat is ook zo. Ik kan niet praten en denken tegelijk, tenminste niet aan andere dingen. Dit zijn geen jaartallen; die jaartallen laat ik hier op de lijn zien. Dank u wel.
Dit zijn uiteraard de leeftijden, want ik dacht: wat zijn die jaartallen? Ik denk dat het jaar 683 eraan komt. Dan zal ik hem weer even helemaal terugspoelen, want ik geloof niet dat ik helemaal helder ben. Dit is fout op fout, ja. Nee, neemt u mij niet kwalijk. Inderdaad, het zijn de jaartallen die we hier vermeld vinden op de lijn. Trouwens, als u het goed en met precisie gedocumenteerd wilt horen, dan moet u de vorige keer nog maar eens even naluisteren, want toen heb ik het ook allemaal gedocumenteerd. Het is eventjes voor de samenvatting: in het jaar 1651 begon de vloed. Het einde van de vloed was in 1652.
Vervolgens worden deze namen allemaal vermeld. Peleg was de naam in wiens dagen de aarde verdeeld werd; dat is dan waarschijnlijk de tijd geweest van de torenbouw van Babel. Diens zoon was Rehu en dan kreeg je Serug en Nahor. En dan kreeg je Terah, en dan worden de namen wat bekender, want hij was de vader van Abram. En Abram werd dan geboren; dat was het einde van de eerste studie hierover, de eerste toespraak. Abram werd geboren precies in het jaar 2000 vanaf Adam. Dat was tevens het jaar waarin Noach overleed. Dat was een heel opmerkelijke samenstand, zoals we er nog vele gaan aantreffen. Het feit dat hier een hele oude periode, twee millennia, werd afgesloten, betekende tevens een heel nieuw begin. De uitroeping van Abram en daarmee feitelijk ook het begin van het bestaan van het volk Israël. God die een nieuwe aanvang maakt. Dat blijkt allemaal in het jaar 2000 te zijn gebeurd.
En dat is heel opmerkelijk, want deze getallen worden weliswaar zo in de Bijbel aangeleverd, maar zelden worden ze bij elkaar opgeteld. Dat is wat wij geacht worden te doen. Ze worden juist heel uitdrukkelijk vermeld, dikwijls met herhaling, waarmee wordt aangegeven: je kunt hiermee rekenen en je kunt het gewoon optellen. Dan kom je dus tot deze getallen. Nou, dat is waar we de vorige keer geëindigd zijn. Die hele periode hebben we met elkaar zo in vogelvlucht bezien, en dat betekent dat wij vandaag beginnen bij Abram.
Gods Belofte aan Abraham: 400 Jaar tot de Uittocht ↑ hoofdstukken
De geboorte van Abram hebben we vastgesteld in het jaar 2000, gerekend vanaf de schepping. Dan krijgen we mooie ronde getallen, tenminste in eerste instantie. Want wat lees je in Genesis 21? Abraham was honderd jaar oud toen hem zijn zoon Izaak geboren werd. Dat is een bekend fenomeen. Sara was tien jaar jonger, maar dat betekent dus dat we een getal op de tijdlijn erbij kunnen vermelden. Als Abraham geboren werd in het jaar 2000, dan werd zijn zoon Izaak geboren in het jaar 2100. Daar is niet zo heel veel rekenwerk voor nodig; dat snap ik zelfs nog wel.
Nu komen we op iets bijzonders. Nadat Abraham is geroepen – dat lees je in Genesis 12 – wordt hem later, als hij inmiddels in het land is gearriveerd, een belofte gedaan. Eigenlijk werd die belofte hem al gegeven toen hij nog in Ur der Chaldeeën was, maar vervolgens lees je in Genesis 15 dat er iets wordt voorzegd. God spreekt tot hem en hem wordt een profetie op de langere termijn verteld. Laten we het maar gewoon lezen in Genesis 15 vers 13. Daar staat: "En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar."
Abram was op dat moment nog helemaal geen vader. Zelfs Ismaël was nog niet eens geboren, maar die wordt sowieso niet tot zijn zaad gerekend; zijn nageslacht was eigenlijk een intermezzo. God voorzegt dus: "Weet voorzeker dat uw zaad, uw nageslacht, vreemdelingen zullen zijn in een land dat het hunne niet is." Eigenlijk was dat voor Abraham toen al het geval, want hij bevond zich in een land dat helemaal niet zijn eigendom was. Maar ook voor zijn zaad zou dat gelden: ze zullen vreemdelingen zijn en men zal hen dienen en verdrukken. Zo zou het ook daadwerkelijk gaan, en er staat bij: vierhonderd jaar.
"Doch ook het volk, dat zij zullen dienen – en wij weten achteraf dat dit het volk van Egypte is geweest – zal Ik richten." We kennen allemaal de gerichten, de bekende geschiedenis van de plagen die over Egypte kwamen voordat het volk Israël daadwerkelijk bevrijd werd. Egypte, het volk dat zij dienen zullen, dat zal Ik richten en daarna zullen zij met grote have uittrekken. Dat is wat bekendstaat als de Uittocht, of ook wel als Exodus, wat simpelweg 'uittocht' betekent.
Dat betekent dat vanaf het moment dat Abraham zaad heeft, nageslacht dus, een kind heeft – en dat was toen in zijn honderdste levensjaar, oftewel in het jaar 2100 – de teller begint te lopen. Vanaf dat moment gerekend krijg je vierhonderd jaren tot aan de Uittocht. Dat is wat hier gezegd wordt en het wordt met nadruk ook zo verklaard: "Weet voorzeker dat uw zaad..." Al die tijd hadden ze geen eigen land en voor een groot deel van die tijd zijn ze ook vervolgd. Feitelijk werd Izaak vanaf het begin dat hij geboren werd al verdrukt; je leest dat in verband met Ismaël.
Hier wordt dus al gezegd dat als het zaad van Abraham geboren zou worden – en dat was dus in het jaar 2100, zo weten we later – je vanaf dat moment vierhonderd jaren kunt rekenen. Dan zouden we uitkomen bij het uittrekken uit het land Egypte, in het jaar 2500. Waarvan akte. We komen daar straks op terug, maar eerst nog even over die periode zelf. Want eigenlijk is dat waar we ons vanmorgen mee bezighouden: met dat tijdvak tussen het jaar 2000, de geboorte van Abraham, en het jaar 2500, de Uittocht uit Egypte. Deze vijfhonderd jaren.
Let op, terwijl we nu verder over dit onderwerp nadenken en dat in de Schriften nagaan, zul je zien dat je iedere keer opnieuw die tijdlengte van vijfhonderd jaar tegenkomt. Dat zullen we de volgende keer weer zien, en de keer daarop ook: iedere keer stukken van vijfhonderd jaar. Deze periode wordt op verschillende wijzen trouwens ook nog elders genoemd.
De 430 Jaar en het Mysterie van 14 Nisan ↑ hoofdstukken
Laten we eerst naar het Nieuwe Testament gaan, naar de Galatenbrief. Paulus schrijft daar en noemt een iets ander getal, waarvan we moeten achterhalen wat hij daarmee bedoelt. Hij gaat daar in op de geschiedenis van Israël en benadrukt dat gedurende de hele tijd van Adam tot Mozes de mensheid niet onder de wet leefde. De wet werd pas gegeven in het jaar van de uittocht. In datzelfde jaar, nadat de Israëlieten uit het land Egypte waren getrokken, heeft God hun een paar maanden later de wet gegeven. Maar dat betekent dus dat in al die jaren daaraan voorafgaand – vijfentwintig eeuwen om precies te zijn – de mensheid de wet niet heeft gehad. Trouwens, die wet werd ook niet aan de gehele mensheid gegeven; hij werd gegeven aan een volk dat zojuist het land Egypte verlaten had. Die wet is dus niet iets universeels; hij werd niet gegeven aan Adam, maar via Mozes aan Israël, en bovendien pas vijfentwintig eeuwen na Adam. Dat is wat Paulus in Galaten 3 uitlegt.
Hij benadrukt daar dat God aan Abraham een belofte had gegeven. God had hem geroepen en hem gesproken – dat was ook in het hoofdstuk dat ik zojuist liet zien – waarin Abraham in de nacht naar buiten moest gaan om omhoog te kijken. Paulus beschrijft dat God vraagt: "Kun je die sterren tellen?" Nee, dat kon Abraham niet. En dan krijgt hij de aanzegging, de belofte. Onvoorwaardelijk. Hij krijgt in feite gewoon een goed bericht te horen, een evangelie. Zo zegt Paulus het ook in Galaten 3: Abraham hoorde het evangelie. Abrahams lichaam was verstorven; hij was, zoals wij zouden zeggen, impotent. Hij kon geen nageslacht verwekken. Trouwens, Sara’s lichaam kon dat ook niet; dat was eveneens onmogelijk. Maar God zegt: "Ik ga leven uit de dood voortbrengen." Uit een dood lichaam gaat God leven creëren. En dat is een pure belofte, onvoorwaardelijk: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Gedurende de hele tijd dat Abraham geleefd heeft, en ook zijn zoon Izaak en kleinzoon Jakob en diens kinderen, heeft men geleefd uit de belofte. Geen wet, maar puur de belofte.
Paulus zegt dan ook: "Jullie in Galatië zijn zo druk bezig met de wet te onderhouden en met het uitvoeren van wat God aan Israël heeft gegeven." Maar hij vraagt: "Denk eens na, jullie zijn toch kinderen van Abraham? En ik hoop dat jullie ook kinderen van Sara zijn – van de belofte – en niet van het werken, van Hagar. Nee, bepaal je bij de belofte!" Dat is wat Paulus feitelijk uitlegt: wij leven ook uit de belofte. Hij zegt dan dit: "Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het verbond waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat de belofte haar kracht zou verliezen." Dit is een zin die in zijn hele betoog een specifieke betekenis heeft, maar één ding is duidelijk: de wet kwam 430 jaar later.
Ik geloof dat daar in de zaal ook een uittocht plaatsvindt; als dat geluid blijft aanhouden, dan gaan wij hier ook gewoon uittrekken! Maar één ding kunnen we hier in ieder geval vaststellen, en daar gaat het nu even om: die wet werd 430 jaar na de belofte aan Abraham gegeven. De wetgeving was dus 430 jaar na de belofte aan Abram. Dat betekent dat Abram werd geroepen toen hij zeventig jaar oud was. Kijk, hier werd de wet gegeven en hier ontving hij de belofte. Hij ontving die belofte reeds in Genesis 12, toen hij geroepen werd uit Ur der Chaldeeën. Dat is dus een periode, gerekend vanaf het moment dat Abraham de belofte kreeg tot aan de wetgeving, waarvan Paulus zegt dat deze 430 jaar beslaat. Dat wil zeggen: hij werd geroepen uit Ur der Chaldeeën, Abraham is naar het land gegaan, en dertig jaar later werd Izaak geboren. Zo valt de periode uiteen in twee delen: een periode van 400 jaar, gerekend vanaf de geboorte van Izaak, en de dertig jaren die daaraan voorafgingen. Abraham werd geroepen en dertig jaar later werd Izaak geboren.
Die 30 en 400 jaar komen we nog een keer tegen, en wel in Exodus 12. Ik geef nu even een letterlijke weergave, want de wijze waarop dat bijvoorbeeld in de NBG-vertaling wordt weergegeven, is verwarrend. Letterlijk staat er dit in Exodus 12: "De woning van de zonen van Israël, welke wonen in Egypte, was dertig en vierhonderd jaar." Exodus 12 is het hoofdstuk waarin Israël uittrekt uit Egypte. Dat was op een markant tijdstip, in een heel markant jaar en op een heel markante dag. Dat is wat hier in Exodus 12 gezegd wordt, want hier wordt een hele periode afgesloten. Als Israël uittrekt uit Egypte, wordt daarmee een tijdperk voltooid. De woning van de zonen van Israël – de zonen van Jakob dus – welke wonen in Egypte, was dertig en vierhonderd jaar. Ze hebben niet, zoals de NBG-vertaling suggereert, 430 jaar ín Egypte gewoond. Nee, de zonen van Israël wonen in Egypte, en de periode die hier nu werd afgesloten, was dertig en vierhonderd jaren. Zo staat het er letterlijk. Wij zouden zeggen 430, maar er staat letterlijk: "dertig en vierhonderd jaren". En aan het einde van die dertig en vierhonderd jaren, juist op de dag af, gingen al de legerscharen van Yahweh uit het land Egypte.
Ik zei al, dat was een geweldige uittocht. Dat volk was in Egypte gigantisch uitgebreid; dat wordt ook heel uitdrukkelijk vermeld. Laat ik het netjes zeggen: dat volk was in een paar eeuwen tijd, terwijl ze daar in Egypte verbleven, gigantisch in aantal toegenomen. En toen, na die 430 jaren, trokken ze uit Egypte. Er wordt nog bijgezegd dat het juist op de dag af was. Ik was al blij dat ik kon vaststellen dat het op het jaar nauwkeurig klopte, maar in Exodus 12 wordt zelfs gezegd dat het op de dag nauwkeurig was. Toen Israël uittrok uit Egypte, werd daar op de dag nauwkeurig een periode van 430 jaar afgesloten. Dat betekent dat we de dag weten dat ze uittrokken uit Egypte: dat was de 14e Nisan, ook wel beter bekend als de 14e Aviv. Dat was de dag van het Pascha.
Als de uittocht in dit jaar, maar ook op deze dag plaatsvond – op het Pascha – dan is dat uiterst betekenisvol. Sterker nog, het Pascha dateert juist vanaf dat moment; toen is het Pascha ook ingesteld. Op die dag trok Israël uit het land Egypte, en daarmee was op de dag af – niet alleen op het jaar, maar op de dag nauwkeurig – een periode van 430 jaar afgesloten. Met andere woorden: dit was tevens de verjaardag van de belofte. Toen Abram geroepen werd in Ur der Chaldeeën en de belofte van God ontving – sorry, ik versprak me en zei net Egypte, maar ik bedoel toen hij geroepen werd in Ur der Chaldeeën – was dat, zo weten we vanuit dit Schriftgegeven, op een 14e Nisan. Dat moet wel, want het was op de dag nauwkeurig 430 jaar, of dertig en vierhonderd jaar later. Is dat niet opmerkelijk? God gaf Zijn belofte. Dat staat niet vermeld in Genesis, maar hier in Exodus wordt het duidelijk: dat was op de 14e Nisan, de dag dat het lam geslacht werd.
Nu we deze serie hebben over tijdlijnen, over de Hebreeuwse Bijbel en over de hele wereldgeschiedenis, kan het niet missen of we worden toch weer bepaald bij de Zoon van God – of laat ik het anders zeggen: bij het Lam van God. Want op deze datum, deze 14e Nisan of 14e Aviv, stierf onze Heer aan het kruis. Precies op diezelfde dag. Dat was dus de dag dat Israël uittrok uit Egypte, maar het was ook de dag dat eeuwen eerder, precies 430 jaar daarvoor, God aan Abraham de belofte gaf. Is dat niet opmerkelijk hoe dat getimed is? Het feit dat hier staat dat de wet 430 jaar later kwam.
Dat refereert ook aan de belofte die God had gegeven aan Abram. God had al tegen Abram gezegd, toen hij nog geen kinderen had: je krijgt zaad, je krijgt nageslacht. Maar voordat jouw nageslacht daadwerkelijk naar het beloofde land zal gaan, duurt dat nog eeuwen. Of met precisie gezegd: vanaf de geboorte van jouw kind gaat het nog 400 jaar duren.
En nu is het moment eindelijk daar, eeuwen later, en wat zegt de Schrift dan? Toen was het inderdaad precies het einde van die periode van 400 jaar, en 430 jaar gerekend vanaf de belofte. Perfect getimed, op het jaar nauwkeurig en op de dag nauwkeurig.
Als je eenmaal deze tijdlijn hebt, deze 500 jaren die met precisie 500 jaren waren... We hebben gezien dat Abraham precies in het jaar 2000 werd geboren en Israël toog uit Egypte in het jaar 2500. Zo vermeldt de Schrift dat. Nee, zo kunnen we het uit de Schrift berekenen en afleiden. Het loutere feit dat het inderdaad zo geplaatst en getimed is, is eigenlijk daarmee ook een bevestiging van: ja, dit moet inderdaad zo zijn. Dat kan niet anders.
Ik vind het ook opmerkelijk dat de Schrift daarin uitnodigt tot studie. De Schrift vermeldt de leeftijden en wij worden geacht daar acht op te geven, om daar aandacht aan te schenken. Dan worden zulke structuren zichtbaar.
Highlights op de Tijdlijn van de Aartsvaders ↑ hoofdstukken
Ik wil nu een aantal highlights in deze hele historie laten zien. We hebben het over de periode van het jaar 2000 tot het jaar 2500 vanaf Adam. In die tijdlijn kun je een aantal hoofdmomenten aanwijzen en dat wil ik even snel doen. In feite is het niet eens meer nodig om hier de rekensom te maken, want we weten inmiddels precies dat de uittocht in het jaar 2500 plaatsvond. Maar met die kennis kun je vervolgens allerlei momenten in de geschiedenis van de aartsvaders gaan aanwijzen.
De geboorte van Abraham hadden we al vastgesteld. Toen hij zeventig jaar oud was, werd hij geroepen; dat was dus in het jaar 2070, en toen ontving hij de belofte. We weten trouwens nog iets: nog vijf jaar later vertrok hij uit Haran en op dat moment stierf ook zijn vader. Ik geef hier de teksten erbij voor degenen die dat allemaal nog eens precies willen nakijken, waar dat dan ook weer precies staat. Ik ga nu niet naar al die schriftplaatsen toe om dat aan te tonen, want dat zou echt veel te ver voeren, maar ik vind het wel van belang om u te laten zien dat het er zo staat. In het jaar 2075 vertrok hij dus uit Haran, en dat was het jaar waarin zijn vader was gestorven.
Nog weer vijfentwintig jaar later werd Izaäk geboren, dat hebben we ook al vastgesteld, in het jaar 2100. Nog zevenendertig jaar later sterft Sara; zij was toen 127 jaar oud. Dat weten we omdat Abraham tien jaar ouder was, dus Abraham was toen 137. Het sterfjaar van Sara kun je dus gewoon invullen op de tijdbalk: dat was in het jaar 2137. Nog drie jaar later lees je dat Izaäk trouwde met Rebekkah. Hij was toen veertig jaar oud — een ideale leeftijd, want ze zeggen weleens dat je niet vóór je veertigste moet trouwen. Nou, dat deed Izaäk ook niet. Je leest ook dat hij zo troost vond na de dood van zijn moeder. Dat was in het jaar 2140, want Izaäk was toen veertig jaar oud.
Vervolgens is het echtpaar een tijd lang kinderloos. Iedere keer zien we hetzelfde verhaal bij de aartsvaders: dat de moeder onvruchtbaar blijkt te zijn. Dat was bij Rebekkah de eerste twintig jaar ook zo. Pas nadat zij twintig jaar getrouwd waren, kreeg ze een kind — of wat zeg ik, ze kregen er meteen twee: Jakob en Ezau. Dat kunnen we ook gewoon invullen op de tijdlijn. Vijftien jaar later sterft Izaäk — pardon, Abraham. Hij heeft zijn kleinzoons dus nog gewoon gekend; de jongens waren vijftien jaar oud toen opa Abraham stierf.
Dan gaan we een heel eind verder in de tijd. Ik aarzel even, want dan lees je dat Jakob vlucht naar zijn oom Laban. Ik ga er gemakshalve even van uit dat u de geschiedenissen en de namen enigszins kent; wat we nu vooral doen, is ze op de tijdlijn plaatsen zodat je de verbanden gaat zien. Hoe oud was Jakob toen hij vluchtte? Als u goed kunt rekenen, weet u het nu meteen. Het wordt in de Bijbel niet letterlijk zo vermeld, maar je kunt het wel berekenen als je de gegevens aan elkaar koppelt. We doen het even heel snel: we weten dat Jozef dertig jaar was toen hij koning werd. Na zeven jaar overvloed en twee jaar hongersnood was Jozef dus negenendertig jaar oud. Dat is belangrijk, want toen Jozef negenendertig was, was Jakob honderddertig jaar oud, zo lezen we in Genesis 47 vers 9. Bij de geboorte van Jozef was Jakob dus honderddertig min negenendertig, oftewel eenennegentig jaar oud. Ik geef toe dat er nu al mensen zijn afgehaakt, maar echt waar: reken het maar na. Bij de geboorte van Jozef had Jakob net twee keer zeven jaar gediend bij oom Laban. Dat betekent dus dat Jakob in dienst trad toen hij 91 min 14, dus zevenenzeventig jaar oud was. Dat had u waarschijnlijk niet gedacht. In kinderbijbels lees je vaak dat Jakob zijn vader bedriegt en dan vlucht, en dan denk je aan een ventje van twintig of vijfentwintig jaar. Nee, toen was hij dus al een man van zevenenzeventig jaar.
Ik vermeld dit alleen om wat zicht te krijgen op de tijdlijn en om dingen te kunnen plaatsen. Dat levert soms van die mooie verrassingen op, van: "Aha, was dat zo?" En het is allemaal goed na te rekenen. In ieder geval vlucht Jakob naar zijn oom Laban en we kunnen daarvoor het jaartal gewoon invullen op de tijdbalk. Jozef wordt dan geboren, daar heb ik het al even over gehad. Toen Jozef zeventien jaar oud was, lezen we, ging hij naar Egypte; dat was dus in het jaar 1268. Voor het overige zijn dat eigenlijk hele simpele gegevens om in te vullen.
Als Jozef in Egypte is, sterft Izaäk. Hij was 180 jaar oud, weten we, en dat was dus in het jaar 2280. Een jaar later wordt Jozef koning. Daar heeft Izaäk natuurlijk helemaal niets van geweten. Sommige mensen vragen zich af of Izaäk toen nog in leven was toen Jozef naar Egypte trok. Jazeker, maar hij heeft dus niet meer meegemaakt dat Jozef koning werd. Jozef wordt koning in het jaar 2281. Een hele tijd later, negen jaar later, komt Jakob aan in Egypte. Hij was toen honderddertig jaar oud; ik had het daar al even over. Nog weer een flink aantal jaren later sterft Jozef, want hij wordt in totaal honderdtien jaar oud. In het jaar 2361 sterft Jozef, en ook dat getal kunnen we neerzetten.
Vanaf de aankomst van Jakob in Egypte is het huis van Jakob gigantisch uitgebreid. Jakob kwam met zijn hele familie, niet alleen met zijn twaalf zonen; je leest over zeventig zielen die daar in Egypte arriveerden. Hoe dat getalsmatig precies in elkaar steekt, is een verhaal apart. Sommige mensen rekenen in termen van miljoenen, maar dat lijkt mij niet waarschijnlijk. In de vertaling lezen we over 600.000 man die uittrokken uit Egypte, maar andere vertalingen geven weer: 600 families, 600 eenheden. Dat komt veel meer in de buurt, als u het mij vraagt. Maar nogmaals, dat is een kwestie apart.
In ieder geval arriveert de hele familie van Jakob, met alle aanwas, aanhang en kleinkinderen, in Egypte. Al die tijd blijft het volk daar. Ze krijgen het steeds moeilijker, want je leest dat er na de dood van Jozef een farao komt die hem niet meer gekend heeft. De druk op het volk neemt toe en u weet het: ze zijn enorm als slaven behandeld. Aanvankelijk had het huis van Jakob een positie van aanzien; toen ze daar arriveerden, werden ze met égards behandeld omdat Jozef "de man" was. Maar toen het volk zich gigantisch uitbreidde, zagen de Egyptenaren en de farao dat het niet goed ging. Ze vreesden zelfs dat dit volk zodanig zou uitbreiden dat ze de boel zouden gaan domineren, en vandaar ook dat ze onderdrukt werden. Dat is allemaal in deze periode gebeurd. In totaal werd de druk gedurende honderdenveertig jaar steeds groter en werden ze als een slavenvolk behandeld.
Sterker nog, uiteindelijk werden zelfs alle jongetjes die geboren werden in de Nijl geworpen. Dat was om zo die groei van het volk tegen te gaan en tegen te staan. En zo komen we dan uiteindelijk toch weer bij het jaar 2500 uit.
Zo kun je er — ja, dat is grappig — echt een bewegend beeld van maken. Dan zie je gewoon dit... Wacht even, nu ga ik wel veel te ver. In ieder geval zie je dan die tijdlijn zo verschuiven en zo kun je al die momenten, die highlights en al die grootse gebeurtenissen in die tijd daarmee plaatsen. Dat is eigenlijk ook de bedoeling van deze lijst. Nu wil ik nog iets bijzonders vermelden.
De Uittocht in het Vijftigste Jubeljaar (jaar 2500) ↑ hoofdstukken
En dat vind ik echt heel boeiend. De Uittocht, zo hebben we vastgesteld, vond plaats in het jaar 2500. Het jaar van de Uittocht — ook dat stelde ik al eerder vast — was ook het jaar van de wetgeving. Een paar maanden later kregen ze bij de Horeb de wet. Het was dus ook het jaar 2500 waarin het jubeljaar werd geïntroduceerd.
Wat is dat jubeljaar nu precies? Daar is een heleboel over te vertellen; het is een hele bijzondere instelling. Er werden bepalingen gegeven over een sabbatjaar: ieder zevende jaar zou men het land braak laten liggen en het land niet verbouwen. Na zeven sabbatsjaren, dus na negenenveertig jaar, kreeg je een jubeljaar. Dat was het vijftigste jaar. Het vijftigste jaar is een jubeljaar en in ieder vijftigste jaar werden allen die in slavernij geraakt waren, in vrijheid gesteld. De bepaling in Israël was dus: in het vijftigste jaar wordt iedereen die slaaf is, in vrijheid gesteld.
Er gebeurde in dat jubeljaar nog veel meer. Ook alle bezittingen die verloren waren gegaan, gingen weer terug naar de oorspronkelijke eigenaar, naar de oorspronkelijke familie. Het was een hele bijzondere instelling en Israël heeft die instelling nooit gehouden. Maar God houdt Zijn woord wel. Het vijftigste jaar is het jaar waarin de slaven in vrijheid worden gesteld. Het heet dus eigenlijk ook jubeljaar; het is het jaar van terugkeer, maar ook het jaar van invrijheidstelling.
Is het niet boeiend en wonderlijk dat God uitgerekend in het jaar 2500 het jubeljaar instelt? Want dit was feitelijk, als je rekent vanaf Adam, het vijftigste jubeljaar. Inmiddels waren er in het jaar 2500 precies 50 keer 50 jaren verstreken. En nu, in dat jaar 2500, wordt Israël bevrijd uit het slavenhuis van Egypte. Dus in het vijftigste jubeljaar — 50 in het kwadraat — werd Israël bevrijd uit het diensthuis, uit het slavenhuis van Egypte. Het jaar 2500 was een jubeljaar en wel een heel bijzonder jubeljaar, omdat het het vijftigste jubeljaar was vanaf Adam gerekend.
Zo had God het getuind. Want waarom denkt u dat God al honderden jaren eerder tegen Abraham had gezegd: "En jouw nageslacht zal na vierhonderd jaren uittrekken"? En als het dan gebeurt, zegt degene die dat opgetekend heeft — Mozes dus — dat het nauwkeurig was, op de dag nauwkeurig. God had het jaar van de Uittocht dus al eeuwen tevoren vastgelegd en gefixeerd: dán zal het zijn en dán zullen jullie bevrijd worden uit het slavenhuis. Dat is toch geweldig, hoe God zo de tijden regisseert?
God had er helemaal geen uitleg over gegeven aan Abraham en hier wordt dit feitelijk ook niet vermeld. Maar als je onder de oppervlakte van de Schrift leest — dat wil zeggen: je gaat de gegevens combineren — kom je tot dit zicht. Het wordt niet expliciet vermeld, maar als je de dingen gaat berekenen en je gaat een tijdlijn maken, je gaat Schrift met Schrift vergelijken en de puzzelstukjes bij elkaar leggen, dan kom je tot dit inzicht. Kijk, en daaruit blijkt nou ook weer precies dat goddelijke concept van de Schrift: door de eeuwen heen gaat God Zijn weg en Hij leidt het volk.
Je zou je natuurlijk kunnen afvragen waarom het zo lang moest duren dat Israël in Egypte was. Daar was trouwens nog een reden voor. God had ook gezegd: "Eerder is de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten niet vol." Pas als het beloofde land — ik zeg het nu even heel plat — zo'n zooitje is en de maat vol is, dan gaan jullie er naartoe. Maar dat blijkt dan precies ook weer dat jaar te zijn. En dat is de opmerkelijkheid waar ik u telkens weer in deze serie op wil wijzen. Dit jaar van de Uittocht was het jaar van bevrijding, en dat moest het ook zijn. En dan wil ik nog iets erbij vermelden.
Het Getal 26: Gods Naam (jahweh) en 26 Generaties ↑ hoofdstukken
De Godsnaam en Mozes hebben alles met elkaar te maken. Over de naam van God raak je niet uitgedacht. De betekenis van Zijn naam is: 'Ik ben'. Dat is Zijn naam en Zijn naam zingen wij ook; het staat in de Schrift: Zijn naam is wonderbaar. Maar ik zal u nu op een heel bijzonder aspect wijzen van het wonder van de naam van God.
In Exodus 6 vers 3 wordt vermeld dat God aan Mozes Zijn naam bekendmaakt. Abraham kende Hem als de El Shaddai of als de Elyon – diverse namen van God – maar pas toen maakte Hij de eigenlijke naam van God bekend. Die andere namen zijn beschrijvingen van God, maar de naam van God... ja, de uitspraak is wat problematisch. Sommige mensen zeggen Jehovah, maar ik denk dat het Jahweh is. Dat zijn vier letters in het Hebreeuws. Ik heb ze hier vermeld: de jod, dat is een tien. Je weet het hè, een jod is een tientje. Dan de he, dat is de vijfde letter. Want – dat moet ik er ook nog even bij vermelden – Hebreeuwse letters zijn ook cijfers, zodat wanneer je een woord ziet, je ook een getal ziet. Die naam van God is een combinatie van de tien, de he (de vijf), de zesde letter (de waw) en dan weer de he. Dus een tien, een vijf, een zes en een vijf. In totaal staat die Godsnaam voor het getal 26.
Over het getal 26 en de linken met andere begrippen gaan we het nu niet hebben, maar ik wil op iets anders wijzen. God maakt Zijn naam bekend aan Mozes. En wat blijkt? Wanneer je de generaties van Adam tot Mozes bij elkaar optelt, dan krijg je eerst Adam, Seth, Enos enzovoorts, tot Noach en de zondvloed: tien generaties. Vervolgens krijg je vijf generaties tot aan de verdeling, de torenbouw van Babel. En dan volgen er zes generaties tot aan het moment dat Israël in Egypte komt. Dat is dan de laatste, en dan krijg je weer vijf generaties. Dus – zeg ik het goed? Ja – je krijgt tien generaties, vijf generaties, zes generaties en weer vijf generaties. Dat komt exact overeen met de naam van God: de 10, de 5, de verbindende letter – de zesde letter, de waw, die haak – en de he.
Aan Mozes maakt God Zijn naam bekend. Mozes was, gerekend vanaf Adam, de 26ste generatie. God maakt Zijn naam precies dan bekend. Die Godsnaam drukt feitelijk ook de weg uit die Hij gaat door de geschiedenis heen. Dat is toch wonderbaar? Kijk, als wij zeggen dat Zijn naam wonderbaar is en dat Zijn naam 'Ik ben' is, met alle betekenissen die daaraan vastzitten, dan moet je ook dit niet vergeten: namelijk het tijdstip waarop Hij die naam gaf en dat Hij hem aan Mozes gaf. Daarmee is feitelijk heel de geschiedenis tot dan toe samengevat, namelijk die 26 generaties, en dan ook nog precies die verdeling in vieren. Vertel mij nu nog maar eens dat die Schriften mensenwerk zijn. Het is een wonderbaar ontwerp en design, en ook een geweldige timing van God. Feitelijk is dat natuurlijk ook de rode draad door deze hele serie.
Conclusie: Gods Feilloze Regie en Design ↑ hoofdstukken
God is een God op wie we letterlijk en figuurlijk kunnen rekenen. Abraham wist bijvoorbeeld al wanneer de uittocht uit Egypte zou plaatsvinden. God had het gezegd: na vierhonderd jaar. En dat komt exact uit. Want God voorzegt, God berekent en God timet. En dat doet Hij op de dag nauwkeurig.
Waarom nu precies op die veertiende Nisan? Gewoon vanwege de betekenis. Toen gaf Hij Zijn belofte. Toen trok het volk uit Egypte. En weer vele eeuwen later zou de Zoon van God sterven aan het kruis van Golgota, precies op die dag. Waarom? Het is alles ontwerp. Het is alles ook samenhang. En het is een geweldig schilderij of een panorama van de weg die God gaat en hoe Hij de dingen neerzet: op de juiste plaats en ook in de juiste tijd.
Zo'n God hebben wij. En ik moet u zeggen: ik ben daar bijzonder gelukkig mee. Die Schriften zijn, ik zeg het vaak, een complete bibliotheek. Maar juist het feit dat al die boeken, die in de loop van duizenden jaren ontstaan zijn, één verhaal vertellen, één panorama laten zien in alle samenhang en hoe het ene gedeelte niet verstaan kan worden zonder het andere gedeelte, is veelzeggend. Juist die samenhang en die eenheid bewijst dat het geen menselijke bibliotheek is. Nee, er is een goddelijke Regisseur die dat alles zo aan ons heeft gegeven.
En dat is ook het geweldige van de naam van onze God. Dat wilde ik zeggen over de tijdsperiode van het jaar 2000 tot 2500. En dat betekent dat we de volgende keer onze vogelvlucht gaan voortzetten. Dan gaan we het hebben over de tijd van Mozes tot aan Salomo. Ook dat zijn weer vijfhonderd jaar en ook dat biedt weer zoveel verrassingen. Zullen we met elkaar een lied gaan zingen?
UltimateGoodNews