groeien & vruchtdragen
19-02-2018 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 18 februari 2018 te Urk
In Kolosse 1 dankt Paulus God voor de wijze waarop “het woord der waarheid” onder de Kolossers was ontvangen en hoe zij de genade van God in waarheid beseften. Hij had ook vernomen hoe het goede bericht onder hen ook vrucht droeg en groeide. Nu bad Paulus onophoudelijk voor hen, dat ze vervuld zouden worden van besef van Gods wil. Zijn gebed was niet gericht op hun aardse omstandigheden. Paulus wist ook dat ze geestelijk al steenrijk waren. Maar hoe belangrijk om meer en meer tot dat besef te komen!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Colossenzen 1: Groeien en Vruchtdragen Ingeklemd in Dankzegging
- Agape: Liefde Vanuit het Volmaakte Toekomstperspectief
- Het Evangelie: een Goed Bericht Dat Zelf Vrucht Voortbrengt
- Epignosis: Realisatie van Gods Genade in Waarheid
- Paulus' Gebed Om Vervulling met het Besef van Gods Wil
- Sofia en Synesis: Uitzicht, Overzicht en Verbanden Zien
- Peripateo: de Heer Waardig Wandelen en Innerlijk Veranderen
- Groeien in het Besef van Dé God (die Geen Risico's Neemt)
- Bekrachtigd Om te Verduren met Blijdschap
- Samenvatting: de Opgaande Spiraal van Geestelijke Groei
Colossenzen 1: Groeien en Vruchtdragen Ingeklemd in Dankzegging ↑ hoofdstukken
Een hele goede middag ook van mijn kant allemaal. Kunnen jullie het een beetje bekijken daar? Dat is mooi. Het is mij een groot genoegen om hier vanmiddag weer te mogen zijn op deze stralende zondagmiddag. Terwijl het voorjaar weer nadert, gaan wij ons eens bezighouden met dit thema: groeien en vruchtdragen. Terwijl de natuur in aanstalte is om te gaan ontluiken en weer in volle groei te gaan, en daarmee ook het begin te maken van vruchtdragen, gaan wij ons... Maar deze inleiding is enigszins willekeurig, dat geef ik direct toe.
Gaan wij ons eens bezighouden met Kolosse 1. Want daar wordt ook gesproken over groeien in meerdere opzichten en over vruchtdragen. Ik begin te lezen bij vers 3 – en ik eindig bij vers 12. Vrijwel direct bij de aanvang, nadat Paulus zichzelf heeft voorgesteld, zijn lezers heeft aangegeven en een groet heeft gedaan, gaat hij voort, of begint hij zo u wilt, met te zeggen: "Wij danken God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, altijd omtrent jullie bij ons bidden."
Wij danken God, en daarmee is in feite de toon gezet. We zullen zien dat waar deze passage mee begint, ze daar aan het einde van deze middag ook weer mee eindigt: met dankbaarheid. Zodat dit hele gedeelte eigenlijk is ingeklemd in pure dankzegging. Dat voert de boventoon en dat zet daarmee de toon. Dank, eucharisteo – dat is het woord waarin besloten ligt dat alle ogen gericht zijn op genade, op vreugde die om niet gegeven wordt. En dat is ook precies wat dankbaarheid is.
We danken God. En wie die God is? Wel, dat is de Vader van onze Heer Jezus Christus. En we danken altijd omtrent jullie. Hij is zeer enthousiast over wat hij vernomen heeft van de Kolossers, of Kolossensen zo u wilt. Hij dankt altijd bij ons bidden. Op dat gebed gaan we straks wat meer inzoomen. We lezen eerst nog even voort om bij vers 9 uit te komen, daar zullen we ons dan ook wat meer bij bepalen.
U moet overigens weten – de meesten van u weten dat inmiddels wel – dat de tekst die u hier ziet, heel sterk aansluit bij de interlineair. Het komt niet helemaal uit de verf op deze manier, maar het scheelt niet veel. Had ik al gezegd dat de tekst direct aansluit bij de interlineair en dus niet helemaal samenvalt met de NBG of de Statenvertaling?
Maar als Paulus dan zegt: "Wij danken God altijd bij ons bidden, gehoord hebbend van jullie geloof in Christus Jezus en ook de liefde die jullie hebben voor al de heiligen..." Dat was Paulus ter oren gekomen, want Paulus was zelf, zo weten wij ook uit het vervolg van deze brief, nooit in Kolosse geweest. Hij kende deze gelovigen niet van aangezicht tot aangezicht. Maar hij had van hen gehoord, van hun geloof in Christus Jezus en de daaruit voortvloeiende liefde die ze hadden voor al de heiligen.
Vooral dat motief vind ik heel bijzonder, want dan zegt hij: "Vanwege de hoop die weggelegd wordt voor jullie in de hemelen." Waarmee dus is gezegd dat die hoop, die verwachting, de motor was van hun liefde. Want hij zegt: "Jullie geloof in Christus Jezus en de liefde die jullie hebben voor al de heiligen." Hoezo dan wel? Waarom hadden ze liefde voor al die heiligen?
Agape: Liefde Vanuit het Volmaakte Toekomstperspectief ↑ hoofdstukken
Liefde, dat is agape, onvoorwaardelijke liefde. Dat is dus niet een liefde die gebaseerd is op natuurlijke affecties of sympathie of antipathie. Dat was niet de basis. Ze keken ook niet naar elkaar of naar hun verleden, maar ze hadden elkaar juist lief vanwege die toekomst. Want hij zegt: de liefde die jullie hebben voor al de heiligen, vanwege de hoop die weggelegd wordt voor jullie in de hemelen. Met andere woorden: ze hadden elkaar lief vanwege dat toekomstperspectief.
En ze zagen elkaar, en dat vind ik de mooiste manier om naar elkaar te kijken – dan kun je eigenlijk ook nooit bonje hebben, toch? – om elkaar aan te zien in Christus, in wat wij straks zullen zijn en met elkaar zullen zijn. In feite hebben we altijd problemen met elkaar doordat je je herinnert wat die ander gedaan of misdaan heeft. Daar heb je zo je ideeën over op grond van het verleden of eventueel het heden. Maar de liefde waar Paulus het hier over heeft, is juist gebaseerd op het feit dat ze elkaar aankeken en daarmee ook liefhadden vanwege de geweldige verwachting. Straks zullen we in de praktijk ook daadwerkelijk volmaakt zijn. Als je elkaar nu al zo aanziet als volmaakt – volmaakt in spe, zeg maar. Natuurlijk zijn wij in Hem al zo, en zo ziet God ons nu al. God ziet ons nu al zoals we straks zullen zijn.
Eigenlijk is de kunst – maar dat is niet het goede woord waar het om gaat – dat wij met die bril, met die visie en in dat perspectief ook naar elkaar gaan kijken. En trouwens ook naar onszelf. Dan zie je heel andere dingen. Wanneer je iemand ziet en je neemt alles meteen mee in je beoordeling van wat je van zo iemand weet, op grond van wat hij gedaan heeft of van zijn verleden of zijn afkomst, ja, dan kan er zomaar reden zijn om iemand antipathiek te vinden. Maar dit staat daar haaks op. Dit heeft te maken met de toekomst zoals God die heeft beloofd en aangekondigd.
Vanwege die hoop die voor ons weggelegd is in de hemelen, daarom hadden zij elkaar lief. Ja, die liefde is niet stuk te krijgen, omdat de basis daarvan zo totaal anders is dan elke liefde die we kennen in deze wereld: vanwege die hoop. En dan voegt Paulus er nog aan toe: die jullie tevoren hoorden – dat slaat op de hoop – namelijk in het woord van de waarheid. Juist omdat ze een woord hadden gehoord waarvan ze wisten dat het de waarheid was, kun je daarop bouwen en kun je daar werkelijk je hele leven op oriënteren. Zo keken ze dus met dat beeld, in dat perspectief. Op die manier keek men naar de wereld, maar ook naar elkaar. Ja, en dan wordt alles anders.
Het Evangelie: een Goed Bericht Dat Zelf Vrucht Voortbrengt ↑ hoofdstukken
Die hoop, daarvan hadden ze tevoren gehoord in het woord van de waarheid van het goede bericht, oftewel evangelie. Ons woord evangelie betekent 'goed bericht'. Ik hou ervan om het op die manier te zeggen, niet alleen omdat ik een website heb die die naam heeft — eigenlijk niet, het is omgekeerd: die website heb ik eigenlijk omdat ik zo hou van dat woord 'goed bericht', omdat het precies is wat evangelie is. O Nederlands! Wat is er geweldig aan dat woord? Wel, het is een goed bericht. Het is een mededeling en of je het nu gelooft of niet, het blijft goed. Dat is het geweldige: goed bericht.
Paulus noemt het aan het einde van dit hoofdstuk, in Kolossenzen 1 vers 23, ook de hoop van het evangelie of de hoop van het goede bericht. Dus hij zegt hiervan: jullie hebben elkaar lief vanwege die hoop waarvan jullie tevoren hoorden. Dat was het woord van de waarheid, maar het was van het goede bericht. Dus het was hoop? Ja, hoezo? Wel, zij hoorden een goed bericht en vandaar ook: het is de hoop van het evangelie.
Uiteindelijk is de hoop van het evangelie — en dat is vers 20 — dat God door het bloed van het kruis in hemel en op aarde alles gaat verzoenen. Nou, dat is hoop! De hoop is, en dat is ook de mededeling, de goede tijding: dat God het al met Zich gaat verzoenen. Welke vijand er ook mag wezen in de hele schepping of wie er ook vervreemd is, Hij gaat ze allemaal tot liefhebbers van Hem maken. En het geweldige is: dat is Zijn werk. Dus ook dat kan al niet stukgaan. En het mooiste daarvan vind ik altijd dat vijandschap helemaal geen verhindering is om verzoend te worden. Het is zelfs omgekeerd: vijandschap is juist een voorwaarde om verzoend te worden. Want als je geen vijand bent, kun je ook niet verzoend worden. En God verzoent. Dus dat is Zijn werk.
Trouwens, Paulus wist waar hij het over had, want hij was zelf ooit zo’n uitgesproken vijand. En hij werd verzoend. Zo zegt hij het ook: hij werd verzoend. Nou, dat is echt een goed bericht. "Het woord van de waarheid van het goede bericht dat tot jullie gekomen is, zoals het ook in heel de wereld vrucht voortbrengt." Aha, daar hebben we voor de eerste keer dan dat begrip 'vrucht voortbrengen'. Dat woord dat niet alleen daar in Kolosse, waar Paulus nu deze brief aan geadresseerd heeft, maar overal elders zijn werk deed: vrucht namelijk voortbracht en groeit.
Je zou eigenlijk verwachten dat dat omgekeerd is: groeit en daardoor vrucht voortbrengt. Maar ook als een vrucht gezet is, dan moet dat ook weer groeien. Ik denk dat de gedachte is: dat wat groeit, dat is de vrucht. En dat betekent dat goede bericht, want dat is waar Paulus dit allemaal aan verbindt. Hij zegt: het is tot jullie gekomen en zoals elders in de wereld, in heel de wereld zelfs, draagt het vrucht voort. Dat betekent dus dat dit de potentie is van dat bericht zelf. De mededeling doet het werk.
Zoals Paulus dat zegt in Romeinen 1: het is een kracht Gods tot redding voor ieder die gelooft. Op het moment dat de mens gelooft, dan gaat het zijn werk doen. Niet dat geloof een voorwaarde is om gered te worden, maar het is wel de manier waarop God redt. Dat is een heel belangrijk verschil. Het is dus niet zo van: je wordt gered op voorwaarde dat je gelooft. Nee, God redt deze wereld. God redt alle mensen en hoe doet Hij dat? Wel, door geloof. Dus het is geen voorwaarde, het is de wijze waarop; het is het instrument wat Hij daarvoor gebruikt. Hij overtuigt mensen op Zijn tijd en op Zijn wijze.
Het goede bericht is een kracht Gods, het leeft! En omdat het een levend woord is, brengt het dus ook vrucht voort en doet het vrucht groeien. Op het moment dat het in — dat is een ander Bijbelwoord trouwens — goede aarde valt, dan ontkiemt het. Dat is eigen aan leven. Dat is geen mensenwerk, daar verbaas je je toch altijd weer over. Ook als het voorjaar is en de dagen gaan lengen — op zo’n dag als vandaag worden we daar helemaal bij bepaald als het zonlicht zo uitbundig schijnt — dan doet dat zijn werk in de natuur. Het leven komt tevoorschijn, dat is goddelijk werk. Kijk naar de knoppen in de bomen of kijk naar de tuin hoe alles inderdaad ontkiemt en levend wordt. De dingen die ogenschijnlijk dood zijn, komen tot leven. Hoe het kan? Je zou zeggen: het kan helemaal niet. Nee, maar het gebeurt. Dat is Gods werk.
Dat woord, dat goede bericht, is tot jullie gekomen, zoals het ook in heel de wereld vrucht voortbrengt en groeit. Zoals ook te midden van jullie, vanaf de dag dat jullie het hoorden. Zo gaat het. Het enige wat nodig is, is een oor. Het moet verteld worden. Hoe zouden mensen kunnen geloven als ze het niet horen? Maar op het moment dat mensen het horen, dan komt het binnen. En wat gebeurt er dan? Als het inderdaad binnenkomt, dan wekt het geloof. Dan wordt een mens daardoor overtuigd. Of niet. Maar dat is wat het woord inderdaad doet.
Paulus spreekt hier gelovige mensen aan. Hij zegt: vanaf de dag dat het in jullie midden vernomen werd en dat jullie het hoorden, toen ging het groeien en vrucht dragen, "en beseften de genade van de God in waarheid." Nou, die is mooi hoor. Wat is het? Oké, je zegt het maar: toen begon het licht te branden. Toen begon het licht te branden. Ik begrijp niet helemaal waar het over gaat, geloof ik... Maakt niet uit. We zijn alvast begonnen, Nelly. Maar het ging over dat besef dus.
Epignosis: Realisatie van Gods Genade in Waarheid ↑ hoofdstukken
Overigens is dat woord 'besef' wel mooi. Je hebt kennis, dat is gnosis in het Grieks. Het woord gnosis betekent simpelweg kennis. En je hebt ook iets wat daarop ligt, wat daarbovenop komt: dat is epignosis. Epi is een voorzetsel en betekent 'op'. Dus het is eigenlijk op-kennis. Je hebt kennis, maar het gaat daar bovenuit en het is daar ook op gebaseerd. Het is dus meer dan alleen feitelijke kennis. We zullen het woord in dit gedeelte nog verschillende keren tegenkomen, die epignosis. Maar dat is precies wat besef is. Je kunt dingen weten, dat is kennis. Maar op het moment dat je het gaat realiseren, dan wordt het besef. Dat is epignosis; dat gaat boven kennis uit. Die realisatie is uiteindelijk de clue.
Maar wat beseften zij daar in Kolosse? Wat beseften die gelovigen aan wie Paulus zich richt? Het goede bericht hadden we al gelezen, en de hoop die dat met zich meebracht. Hier staat: "en beseften de genade van de God in waarheid." Wat ze vernamen, was dus de genade van God. Elders, in Handelingen 20, noemt Paulus dat goede bericht van hem ook "het goede bericht van de genade Gods". De genade Gods die reddend is verschenen aan alle mensen. Hij is namelijk de Redder van alle mensen. Dat is de genade. Dat is ook met recht een mededeling. Het is geen verkoopverhaal, het heeft geen kleine lettertjes. Het is gewoon genade. Het is een mededeling: Hij is de Redder van deze hele wereld. Dat is het evangelie en dat hebben ze gehoord.
Het is de genade van God, en ik vind het wel mooi hoe Paulus het erbij zegt: "en beseften de genade van God in waarheid." De vraag is: wat is dat goede bericht? Hier staat dat het de genade van God in waarheid is, en dat staat tegenover de genade van God in leugen, want dat bestaat namelijk ook. Wat ik daarmee bedoel? Wel, laten we welwezen, dat is wat in religie vaak gebracht wordt. Ik bedoel ook in de christelijke religie, want laten we er geen doekjes om winden: er wordt op zoveel plaatsen over de genade van God gesproken, maar niet in waarheid. Dan is het vermengd met werken.
Dan moet ik denken aan wat je leest in Romeinen 11 vers 6. Op het moment dat je het vermengt met iets van verdiensten, iets van een mens die er iets aan kan toedoen of een mens die er iets aan kan afdoen, dan is het geen genade meer. Paulus zegt in Romeinen 11 vers 6: "Indien het nu door genade is, dan is het niet meer uit werken; anders is de genade geen genade meer." That's it. Dat is precies wat ik bedoel. Op het moment dat je er iets van een mens aan toevoegt, al is het maar een grijntje, dan is het geen genade meer. En dat is het grote probleem en feitelijk ook de reden waarom de mensheid, ook in de westerse wereld, God niet vertrouwt. Want als er gesproken wordt over de genade van God, dan denken wij meteen aan hypocrisie. Men vertelt wel over genade, maar in werkelijkheid worden er altijd weer voorwaarden aan gekoppeld.
"God, Jezus Christus is Redder." Ah, is Hij mijn Redder? "Ja, als jij voor Hem kiest, wordt Hij je Redder." Nou, dan is geloof ineens een voorwaarde geworden. Maar dat is het niet. Hij ís jouw Redder. En hoe word je gered? Door geloof. Maar de boodschap is: Hij ís jouw Redder. Dat wil zeggen: Hij redt jou. Hoe en wanneer is even niet aan de orde, maar Hij redt jou. Dat is de mededeling. Hij is jouw Redder. Op het moment dat je gaat zeggen: "Hij is jouw Redder op voorwaarde dat je gedoopt wordt, of het zondaarsgebed bidt, of keurig naar de kerk gaat", dan is genade geen genade meer. Dan is het niet meer de genade van God in waarheid.
In de wereld is dat heel gewoon. Er gaat geen week voorbij of je krijgt wel een paar reclamefolders in de bus waarop staat: "Gratis!" Maar vrijwel altijd zitten daar kleine lettertjes bij. Van de week nog kreeg ik iets van de Staatsloterij. Ik zei het nog tegen Peter, hoe 'trekkie' en link men dat doet. We kregen een zogenaamd gratis lot. Maar er stond bij: "Eerste lot gratis." Met andere woorden: het was inderdaad een gratis lot, maar op het moment dat je het inleverde, moest er natuurlijk een tweede lot zijn en dat moest je betalen. Dus uiteindelijk om dat 'gratis' lot te verzilveren, moest ik toch betalen. Dat zijn kleine lettertjes die de meeste mensen niet in de gaten hebben. Je denkt: "Goh, dat kun je toch niet laten liggen?" Maar ik bedoel hiermee te zeggen dat we het in de wereld gewoon niet vertrouwen. Er zit altijd een luchtje aan.
Mijn broer Dirk zit hier achterin en we waren ooit samen op een tuinbouwbeurs. De toegang was echt prijzig, een paar tientjes per stuk, dertig gulden destijds. Wij hadden een paar gratis kaarten over omdat wij al toegang hadden gekregen. Dirk ging die kaarten gewoon uitdelen in de rij. Hij wilde ze niet mee naar huis nemen, dus hij dacht: "Ik deel ze uit." En hij raakte ze aan de straatstenen niet kwijt! Mensen vertrouwden het niet. Als je zomaar iets krijgt, denk je altijd: "Hé, daar zit iets achter." Je gelooft het niet. Ik weet niet eens meer hoe dat is afgelopen, maar de reactie is opmerkelijk. Dat is eigenlijk precies wat er nu ook gebeurt. Als je vertelt dat Jezus Christus de Redder is van de hele wereld, dan geloven mensen dat niet. Weet u waarom? "Dat is te makkelijk, dat kan nooit." Maar dat is nu juist het evangelie. Dat is de genade van God in waarheid: Hij ís jouw Redder. Op het moment dat je daar een voorwaarde aan koppelt, dan is het misschien nog wel de 'genade van God' zoals het verteld wordt, maar niet in waarheid. Dan is het een verkooptruc, alleen met een godsdienstig sausje, en dat is des te gevaarlijker.
De Kolossers hadden dus een geweldige boodschap vernomen en ze hadden ook beseft wat het was: Gods genade, dus puur 'om niet', en het was in waarheid. Paulus vervolgt dan: "zoals jullie leerden van Epafras". Die naam komen we nog een paar keer tegen in deze brief. Van hem hadden ze het vernomen, want Paulus zelf had daar niet gepredikt. Paulus zegt over Epafras dat hij een geliefde medeslaaf is, net als wij. Een slaaf die getrouw is. Hoezo getrouw? Nou, hij had het in waarheid verteld. Het was solide; dat wist Paulus van deze Epafras. Hij is getrouw ten behoeve van jullie, een dienaar van de Christus. Hij is ook degene die aan Paulus duidelijk heeft gemaakt hoe het met de Kolossers ging. Epafras had hen verteld over de hoop, over het goede bericht en over de genade van God in waarheid, maar hij had nu ook aan Paulus laten weten hoe dat gevallen was en hoe dat woord daar in Kolosse was ontvangen. Hij vertelde hoe het zijn werk deed, hoe het vrucht droeg en hoe zij nu ook met elkaar in liefde wandelden: "jullie liefde in geest".
Paulus' Gebed Om Vervulling met het Besef van Gods Wil ↑ hoofdstukken
Nou, en nu volgt het eigenlijke gebed. Daarom dus — pardon — daarom, om al deze redenen van dankbaarheid die Paulus even zo in een tussenzin heeft opgesomd. Daarom, vanwege die redenen, houden ook wij vanaf de dag dat we dit hoorden niet op. Paulus is er zo blij mee en daarom dankte hij God ook. Hij zegt: om die reden houden wij niet op ten behoeve van jullie te bidden. Aha, dus het gaat verder. Hij dankte zijn God, zo lazen we in vers 3, maar nu zegt hij ook: wij houden niet op ten behoeve van jullie te bidden. Dat wil zeggen dat het een dagelijkse, continue aangelegenheid is, een gebed.
En om wat? Dat is nou zo boeiend. Ik heb dat eens nagegaan in de brieven van deze apostel. Nooit vind je dat Paulus bidt voor aardse omstandigheden, ook niet voor gezondheid of voor allerlei motieven waarvan wij dan zeggen: dat is toch gebedwaardig. Als je dat bij Paulus leest, danken hij altijd als het gaat om aardse omstandigheden. Want hij wist namelijk dat Gods weg altijd de beste is en dat wat Hij beschikt altijd goed is. Dus op voorhand kun je Hem daarvoor danken. Oké, hij zegt ook in Filippenzen: "Maak al je wensen door gebed en smeking bij God bekend." Maar we lezen één keer van Paulus dat hij inderdaad bad voor die doorn in het vlees, tot drie keer toe. Maar dan lees je ook — en Paulus heeft zijn les kennelijk goed geleerd — dat hij te horen krijgt van de Heer, nadat hij tot drie keer toe de Heer gebeden had om die doorn weg te nemen (wat die doorn ook geweest is, dat doet nu even niet ter zake, maar hij bad erom): "Mijn genade is jou genoeg." Met andere woorden: de genade van Mij waarmee Ik jouw leven leid, is genoeg. Het is afdoende en altijd voldoende. Met andere woorden: daar hoef je helemaal niet voor te bidden.
En toch is daar dat voortdurende gebed van Paulus. Je leest dat hier, maar je leest dat op diverse andere plaatsen. En dan is het zo opmerkelijk als je gaat onderzoeken waarom hij dan altijd bidt. Dat is om meer besef. Lees maar met me mee. Hij zegt dus: "Daarom houden wij vanaf de dag dat we dit hoorden niet op ten behoeve van jullie te bidden en te vragen..." Hoezo? Wat was er nu nog te vragen? Hij was zo blij, hij was zo enthousiast over alles wat hij over hen gehoord had. Ging hij nu bidden dat het hun naar het vlees, zakelijk of in welk opzicht dan ook naar aardse omstandigheden goed zou gaan? Nee, dat lees je niet. Hij hield niet op te vragen dat jullie vervuld mogen worden met het besef van Zijn wil.
Ze hadden reeds besef gekregen, dat lazen we in vers 6; ze hadden het besef gekregen van de genade Gods in waarheid. En nu is het zijn gebed, en hij zegt: "Ik houd niet op te vragen dat jullie vervuld mogen worden." Dus meer en meer besef mogen krijgen van wat God wil. Ja, wat wil God? Nou ja, dan kom je al gauw terecht bij Zijn plannen en het feit dat Hij wil — er is één God die wil — dat alle mensen gered worden. Dat wil Hij. Wat Hij wil, is dat heel de schepping onder één Naam wordt samengebracht. En dat gaat Hij ook doen, dat is Zijn plan. En nu zegt Paulus: "Ik houd niet op voor jullie te vragen dat jullie daar vervuld mee mogen worden, van het besef van Zijn wil."
Je merkt het ook en je proeft het als het ware als je de brieven leest; die zijn zo sprankelend. Paulus was zelf iemand die besef had van Gods genade en besef had van de rijkdom van de Schrift, maar daar kreeg hij ook steeds meer besef van en was hij vervuld van. Dat is zo groots. Ik bedoel, er zijn zoveel dingen... zelfs als je het weet. Er zijn zoveel dingen in de Schrift die je weet, maar je beseft ze niet. Hoe vaak gebeurt het niet dat er zomaar een moment is dat het licht gaat branden? Dat je je ineens realiseert wat er staat en dat dat je zo vervult. Nou, dat is waar Paulus het over heeft. Er is zoveel rijkdom die daar nog ligt terwijl we het nog niet aangeraakt hebben, terwijl we er misschien nog nooit over nagedacht hebben. Het is nog niet eens binnengekomen. Eigenlijk is dat allemaal dood kapitaal. Het is van ons, we hebben het allemaal gekregen. We zijn schathemelrijk. Maar dat besef van zo enorm rijk te zijn... nou, daar bidt Paulus om.
Hij wist trouwens — dat zegt hij tegen de Efeziërs ook — dat we gezegend zijn in Christus met alle geestelijke zegening in de hemelse gewesten. Dat is de rijkdom. Dus geen zegening die ons niet is gegeven. Ja, dat is één ding. Maar waar het nu vervolgens om gaat als het gaat om dit leven hier nog op aarde, is dat je besef gaat krijgen hoe enorm rijk je bent. En hoe rijk je dus ook mag leven. Ik bedoel, dat noem ik nou zonde. Wat ik zonde noem, is steenrijk zijn en straatarm leven. Dat is zonde. Dat vind ik nou echt doodzonde. Toch? Dat moet je jezelf niet aandoen, maar bovendien heb je dan ook zoveel meer weg te geven.
Het mooie van geestelijke rijkdom is: je geeft het weg, maar je bent het daardoor niet kwijt. Dat geldt voor aardse rijkdommen wel eens: je geeft het weg en je bent het kwijt. Maar de dingen die wij te vertellen hebben, die raak je niet kwijt. Nee, het vermenigvuldigt zich zelfs. Als je het deelt met een ander, vermenigvuldigt de rijkdom zich. Dat is gek, hè? Normaal gesproken als je iets deelt, dan heb je minder. Als je een appel deelt in vieren en je geeft daarvan weg, dan krijgt iedereen een kwartje — een kwart-appeltje zeg maar. Maar als we deze rijkdom delen, dan vermenigvuldigt het. Dan wil je zeggen: ik heb nu zelf die rijkdom en nu hebben die anderen dat ook nog eens gekregen. Ja, dat is heel wonderlijk zoals dat met geestelijke rijkdom werkt.
Nou, dat besef... "dat jullie vervuld mogen worden van het besef van Zijn wil". Paulus hield niet op daarvoor te bidden. Ik weet zeker dat dat echt zo'n gebed is om na te volgen. Over het gebed des Heren gesproken: dit is het gebed dat Paulus heeft geleerd van zijn hemelse Heer, van Christus. Hier hield hij niet op om voor te vragen en voor te bidden: om vervuld te mogen worden van het besef van Zijn wil. In alle wijsheid, staat er, en geestelijk inzicht.
Sofia en Synesis: Uitzicht, Overzicht en Verbanden Zien ↑ hoofdstukken
Wijsheid, dat is mooi, ik wil het even kort aanstippen. Het Griekse woord voor wijsheid kennen we allemaal wel, dat is sofia. Maar het is erg onbekend wat de afleiding van dat woord is. Het is best wel tamelijk uitzonderlijk, maar dit Griekse woord sofia is afgeleid van een Hebreeuws woord en dat is tsofim. Dat is eigenlijk een meervoudsvorm en dat betekent: uitkijktorens. Dit woord komt in de Hebreeuwse Bijbel, in het Oude Testament, meerdere keren voor. Het mooie van dat woord tsofim is dat het meteen zoveel licht werpt op wat wijsheid nou eigenlijk is. Het heeft namelijk te maken met een uitkijktoren en het heeft te maken met uitzicht.
Waarom ga je op een uitkijktoren staan? Ja, dat vind ik ook mooi: je wordt op de hoogte gesteld. Letterlijk en figuurlijk. Je wordt op de hoogte gesteld, maar wel zodanig dat je overzicht hebt. Ik bedoel, als je ergens met je neus bovenop staat, dan kun je wel inzoomen en dat geeft misschien wel zicht, maar het is allemaal heel beperkt. Het mooie van echt op de hoogte gesteld worden — dat heb je ook als je in een vliegtuig zit — is dat je echt zo’n enorm overzicht hebt. Dan ga je ineens ook de verbanden zien.
En dat is wat wijsheid ook is. Wijsheid heeft te maken met overzicht, maar ook met uitzicht hebben. Wijsheid is letterlijk en figuurlijk hoger dan alleen kennis. Het is niet simpelweg een kwestie van data tot je nemen of informatie verzamelen. Nee, het heeft te maken met uitzicht hebben en dat je ook de verbanden tussen de dingen ziet. Dat is wijsheid.
En geestelijk, zegt Paulus, bezigt hij dit van Zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht. Nog een Grieks woord? Die vind ik ook mooi: Synesis. Dat 'syn' betekent — nee, het heeft niks te maken met de zon — het is het Griekse woord voor 'samen' en 'samen laten komen'. Dat vind ik ook wel mooi, want inzicht heeft eigenlijk te maken met de dingen bij elkaar zien. In het Engels zeggen ze dan 'connecting the dots'. Dat je het verband — heb je het weer? — dat verband tussen de dingen gaat zien. Verbanden zien, dingen verstaan, dat is eigenlijk wat inzicht is. Je gaat iets begrijpen en de verbanden zien. 'Ah, zit dat zo?', dat is inzicht. Op een nog hoger niveau ga je overzicht en daardoor ook uitzicht krijgen. Het heeft alles met elkaar te maken, maar het valt niet samen. In alle wijsheid en geestelijk inzicht.
Peripateo: de Heer Waardig Wandelen en Innerlijk Veranderen ↑ hoofdstukken
En dan zegt Paulus er nog bij om de Heer waardig te wandelen. Het een brengt het ander met zich mee, want al die dingen die Paulus hier nu noemt, vormen een heel proces. Het is een opeenvolging van stappen; het ene fenomeen brengt het andere weer met zich mee. In dit geval maakt wijsheid en geestelijk inzicht ook weer dat je de Heer waardig kunt wandelen en Hem in alles kunt behagen.
Nu we dan toch met etymologie en woordherkomsten bezig zijn: in het Grieks is het woord voor wandelen 'peripateo'. Dat 'peri' is een voorzetsel dat 'rondom' betekent. We hebben nogal wat Nederlandse woorden die met 'peri' beginnen, zoals een periscoop, maar de kernbetekenis is 'rondom'. Het woord 'peripateo' heeft dus te maken met 'rondom treden'. Wandelen is daarin echt wat anders dan lopen. Lopen is de kortste weg van A naar B; ik loop hier naartoe via de meest directe route. Maar wandelen – op Urk zeggen ze 'kuieren' – is iets heel anders. Iemand die wandelt, die maakt eigenlijk een ommetje. Ik heb het even nagekeken in de Van Dale, maar wandelen betekent eigenlijk rustig lopen. Het gaat niet zozeer om de route die je kiest of waar je naartoe gaat, het gaat om de sfeer waarin je dat doet. Een omweg maken, vandaar ook dat 'rondom', een ommetje maken.
Ik vond trouwens nog iets bijzonders over de herkomst van woorden, wat ik altijd een mooi onderwerp vind. 'Wandelen' is in onze taal verwant aan het woord 'wenden'. Als je het nazoekt in een etymologisch woordenboek, zie je dat de gedachte bij wandelen eigenlijk 'veranderd worden' is. Dat wil zeggen: je wendt je, je keert je om, je richt je op iets anders. Bij wandelen is de gedachte dat je even een luchtje schept en tot rust komt. Het gaat dan helemaal niet om de route die je loopt of om de bestemming; het gaat juist om de rust en om het innerlijk. Bij wandelen gaat het er niet om dat je het ene been voor het andere zet of welk tempo je aanhoudt, dat doet er allemaal niet toe. Het gaat om de sfeer waarin je bent.
Waarom vind ik dit zo belangrijk? Die wandel doen we om tot rust te komen of om met iemand eens van gedachten te wisselen. Dan maakt het eigenlijk niet uit welke route je neemt, want je loopt een ommetje. Je loopt rondom, eigenlijk loop je gewoon een rondje en kom je weer uit waar je begonnen bent. Dat is een wandeling. Maar je doet het juist in rust om je gedachten weer even te 'resetten', zoals we dat tegenwoordig zeggen. Ik ken iemand, namelijk mijn eigen vrouw, die gaat niet wandelen maar hardlopen. Zij doet dat eigenlijk om precies dezelfde reden: om zichzelf helemaal leeg te maken. Dat is in feite ook de functie van dat wandelen, dat 'veranderd worden'.
De Heer waardig wandelen heeft te maken met het feit dat wij hier wandelen met Hem, maar dat is juist om georiënteerd te worden op Hem, om ons te wenden tot Hem en daarmee tot rust te komen als je Hem leert kennen. Je krijgt besef van Zijn wil, je krijgt uitzicht en inzicht. Dat betekent dat jouw verblijf hier werkelijk een wandel wordt. Jouw bestaan hier, het feit dat je hier rondgaat en je verblijf hebt, zorgt ervoor dat je van binnenuit veranderd wordt en je bestaan waarde krijgt. Nu zijn we helemaal bij de frase 'om de Heer waardig te wandelen'. Je krijgt besef van de enorme rijkdom en waarde van Zijn woord, en dat betekent dat elke stap die wij zetten waardevol is.
Ik heb al zo vaak gemerkt dat wanneer er gesproken wordt over de Heer waardig wandelen, het vooral gaat over wat je wel en niet mag doen, en hoe je de ene stap voor de andere zet. Maar daar gaat het bij een wandel niet om. Het gaat er juist niet om waar je loopt en hoe je loopt aan de buitenkant; het gaat om de binnenkant. Het gaat erom dat je veranderd wordt doordat je je wendt tot Hem. Dat is wat een echte wandel waardevol maakt. Paulus zegt hier dat de wandel van deze Kolossers daardoor ook waardig zou worden, waarde zou krijgen, en daardoor ook Hem in alles zou behagen.
Hij spreekt over 'in alle goed werk vrucht voortbrengend'. Dat goede werk is juist ook vrucht. Dat wat je mag doen, wordt daardoor goed. Het is levend en brengt vrucht voort. Ik heb hier nog een andere associatie bij, maar in feite heeft het alles met elkaar te maken: die wandel houdt in dat we ons wenden tot Hem en ons vullen met alles wat waarde heeft. Daardoor krijgt onze wandel inderdaad met recht waarde en alles wat we doen wordt daardoor goed en zelfs levend. Vrucht is het resultaat van licht en water, en u begrijpt dat beide een type zijn van het Woord van God.
Hoe gaat dat in de natuur? Hoe komt iets tot groei, tot bloei en tot vrucht? Dat is een complex verhaal, maar in de praktijk komt het erop neer dat het licht krijgt van boven en bewaterd wordt. Zoals Lub bij aanvang voorlas uit 1 Korinthe 3: het krijgt water en daardoor komen de dingen tot groei en bloei. Zo is het ook met ons leven. Je kunt natuurlijk zeggen: als je Hem eenmaal hebt leren kennen, dan is het genoeg. Paulus had kunnen zeggen dat hij alleen nog maar dankt omdat ze de genade van God in waarheid hebben leren kennen. Maar nee, Paulus bad dat er nog zoveel meer zou komen; dat ze het besef van dat alles zouden krijgen en daar vervuld van zouden worden. Hij bad dat ze uitzicht en nog meer zicht zouden krijgen.
Er is zo enorm veel te ontdekken, te bestuderen en te onderzoeken. Er is nog zoveel waarde waardoor ons bestaan hier echt een wandel wordt en waardoor alles wat we doen ook werkelijk goed wordt en vrucht voortbrengt. Het is levend, want dat wat wij horen en vernemen is niet alleen groot, maar het leeft ook. Het is hoopvol en dat is precies wat we aan andere mensen kunnen doorgeven. In de verhoudingen waarin je staat staan we allemaal in bepaalde relaties, of dat nu op je werk is met collega's – zoals Paulus het trouwens ook in deze brief naar voren brengt – of in de huiselijke kring als vader, moeder of kind. Je staat in een bepaalde positie en je leert in die positie waarin je geplaatst bent je plaats in te nemen. Daardoor wordt alles wat je doet goed, in alle goed werk vrucht voortbrengend.
Let op, en dat vind ik heel belangrijk om te zeggen: alles wat hier gezegd wordt, is het werk dat Gods Woord door ons heen doet. Paulus bidt dat God dat zou werken in en door de Kolossers, en zo ook in ons. Hoe doet Hij dat? Hoe anders dan door Zijn Woord. En zo groeien we nog meer in het besef van de God.
Dus de derde keer hè. Ze hadden ooit in aanvang besef gekregen van de genade van God in waarheid. Vervolgens bidt Paulus en vraagt hij, en hij houdt niet op te vragen, dat ze vervuld mogen worden met het besef van Zijn wil. En nu zegt hij dat ze in dat proces steeds meer groeien in het besef van de God.
Het is ook heel goed om je te realiseren dat het goede werk waar Paulus over spreekt en dat vruchtdragen inderdaad begint met kennis. Je moet dingen weten. Je moet sowieso het goede bericht kennen om dat ook te kunnen geloven. Maar ook om de dingen waarover hier gesproken wordt, over die waarde, werkelijk te beseffen, moet je het horen. Je moet die dingen inderdaad tot je nemen en je eigen maken. Alleen zo krijgt je leven waarde. Daarom doen we ook Schriftstudie.
Er is een kinderliedje dat vraagt: wat moet je doen als je groeien wil? Als je groeien wil: lees je Bijbel. Gewoon, lees je Bijbel. In de Schrift staat het allemaal. Dat is dat licht en dat water dat je nodig hebt. Dat is de enige manier, en dat heb je elke dag weer nodig als je elke dag wilt leven en wilt groeien. Stilstand is achteruitgang. Dat geldt ook voor dat nieuwe leven; dat heeft het nodig om gevoed te worden. Dat wordt gewoon dagelijks gegeven. Ik bedoel, dat Woord is zo rijk. Maar het gaat erom om daar voortdurend weer bij bepaald te worden en daar besef van te hebben. Anders kom je op een droogje te staan.
Het moet een voortdurende, opwellende bron zijn van vreugde en van inzicht, ook weer van vernieuwend inzicht. Ik moet er altijd aan denken hoe God de Israëlieten in de woestijn dagelijks manna gaf toen zij uit Egypte waren getrokken. Hij gaf ze dagelijks manna, maar het bleef ook maar één dag goed. Je kunt niet teren op het manna van gisteren. Dat bestaat niet. Het is elke dag weer zaak om dat nieuwe, verse Woord tot je te nemen en daar besef van te krijgen.
Je kunt steen- en steenrijk zijn. Laten we wel wezen: in dit land en in dit werelddeel kunnen we ons enorm veel permitteren en we zijn omgeven door rijkdom, maar dat is wat anders dan geestelijke rijkdom. Het gaat erom dat je een bron hebt van vreugde en van hoop, en ook dat besef van: jongens, er is nog zo enorm veel meer wat we niet weten en waar we geen idee van hebben. Er valt nog zoveel te ontdekken. Alleen die avontuurlijke instelling is werkelijk waardig aan de positie waarin we geplaatst zijn. Dat is echt een innerlijk rijk leven.
Alles wat je mag beleven zijn schatten. Paulus zegt het ook in het volgende hoofdstuk, in Kolosse 2 vers 3, over Christus: in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. En ze zijn verborgen, wat betekent dat ze wachten om ontdekt te worden. Dat is het heerlijke. De Schrift, het Woord van God, is eigenlijk één geweldige goudmijn waarin we voortdurend weer nieuwe dingen mogen ontdekken. Daar spreekt Paulus dus over.
Groeien in het Besef van Dé God (die Geen Risico's Neemt) ↑ hoofdstukken
En ook groeien in het besef van de God. Met opzet heb ik ook hier weer dat bepaalde lidwoord 'de' erbij gezet, hoe vreemd het in het Nederlands ook mag klinken. Want dan zeg je: een besef van de God, namelijk Degene die echt God is. Er is maar één God: de God. En Hij is ook God.
Toen we hierheen reden in de auto — dat is ruim vijf kwartier rijden, dus dan heb je de kans om dingen met elkaar te bespreken — had ik het er nog met mijn broer Dirk over. Het ging even over de armoede in zoveel prediking in de kerken en in gemeenten. En waarom is die er? Allemaal omdat hun God een godje is bij wie het ooit mis is gegaan en die een risico heeft genomen. Ik las het echt waar, zo wordt het letterlijk gezegd: "Toen God de mens schiep en toen God met de schepping begon, nam Hij een risico."
Op het moment dat je dat zegt, ben je God kwijt. Want alleen een mens die beperkt is in zijn zicht, in zijn waarneming en in zijn vermogen om de toekomst te zien, neemt een risico. Dan neem ik een risico en zeg ik: "Tja, ik weet niet hoe het gaat lopen, maar ik hoop op zus en zo, dus doe ik het maar op die manier." Waarom? Een risico neem je alleen maar omdat je de toekomst niet kent. Een God die alwetend is, kan geen risico nemen. Dat is onmogelijk. Het is eigenlijk blasfemie als je zegt dat God een risico nam.
Dat is bovendien een valse start. Want als God in het begin een risico nam, dan zegt men er vaak bij: "Nou ja, helaas is er een val geweest, maar goed, vervolgens trad plan B in werking — want dat had God dan weer wel klaarliggen — en toen ging Hij redden wat er te redden valt." Maar dat gaat het ook niet worden, want men zegt dat dit maar voor een heel beperkt deel lukt. Mensen, dat is niet de God hoor! Het wordt ons wel van alle kanten toegetoeterd en gepredikt als orthodoxie, maar de God ben je kwijt.
Ik vind het zo geweldig dat ik juist in de Schrift die God heb leren kennen die van den beginne de afloop verkondigde, die nooit een fout maakt en bij wie nooit iets mis is gegaan. Toen Hij Adam schiep, wist Hij al dat het zou gaan om de laatste Adam. Ook daarover hadden we het al. Kijk, dat geeft mij rust. Ik heb namelijk helemaal geen vertrouwen in een God bij wie het mis kan gaan. Want wat zeggen een dergelijke God en Zijn toezeggingen mij dan? Als het mis kon gaan, dan kan het straks weer misgaan. Kortom, dan bouw ik op zand.
Bovendien, als ik moet afgaan op een woord waarbij het uiteindelijk op de mens aankomt of hij kiest voor ja of nee, dan bouw ik nog steeds op zand. Dan is het geen genade meer hoor. Dit is de genade Gods in waarheid: een boodschap waarbij God alles, maar dan ook werkelijk alles, 100% voor Zijn rekening neemt. Dat is wat ik geloof. Een God bij wie het nooit misgegaan is en ook nooit mis zal gaan; die alles op Zijn plek zet, op Zijn tijd en op Zijn wijze.
Op het moment dat je een goede start hebt gemaakt door de genade Gods in waarheid te leren kennen, en je gaat daar steeds meer van ontdekken, dan gaat ook het besef groeien dat God echt God is. Groeiend in het besef van de God. Dat is volgens mij het mooiste wat een mens kan beleven. Dat je echt beseft: de God met wie ik leef, dat is echt een God. Succes verzekerd! Dat is zo'n geweldig goed bericht. En dat zorgt er dan ook voor, in vers 11...
Bekrachtigd Om te Verduren met Blijdschap ↑ hoofdstukken
Dat je in alle kracht bekrachtigd wordt. Ja, dat is onvoorstelbaar. Let u trouwens ook op: dat is Gods werk. Hij bekrachtigt, met alle kracht. En dat is volgens de standaard overeenkomstig de sterkte van Zijn heerlijkheid. Dus hoe groot de sterkte van Zijn heerlijkheid is, dat is precies de mate waarin wij ook bekrachtigd worden. Dat is wat Paulus zegt: alle kracht bekrachtigd, overeenkomstig de sterkte van Zijn heerlijkheid.
Wat brengt dat in de praktijk tot uitwerking? Paulus zegt: tot in al het verduren. De meeste vertalingen zeggen 'volharden', maar verduren is eigenlijk de dingen doorstaan en verdragen. Het gaat er niet zozeer om dat jij doorgaat, het gaat erom dat je in staat bent de dingen die je meemaakt — het lijden, want alleen lijden verduur je — te doorstaan. Zijn kracht, waarmee Hij ons bekrachtigt, stelt ons in staat om alles wat Hij beschikt te verduren. Dat betekent dus echt een innerlijke power van Hem.
Tot in al het verduren en geduld. Geduld heeft te maken met kunnen wachten en ook met volhouden. En ik vind de combinatie die Paulus daar dan aan toevoegt helemaal mooi: hij zegt 'met blijdschap'. Want dat verwacht je nou nooit bij geduld. Hieraan kun je ook zien dat dit geen mensenwerk is. Je kunt zeggen dat mensen het kunnen opbrengen om geduld te oefenen, maar dat is dan altijd met hangen en wurgen. Als je echt dingen moet verduren en naar de mens gesproken zo lang moet wachten, is dat een eigenschap die zo zwaar is, maar Paulus zegt: met blijdschap, met vreugde.
Dat moet van Hem komen. En ja, dat is ook zo, want het is namelijk de vrucht van wat God doet. Of laat ik het anders zeggen: het is de vrucht van wat Zijn woord in ons uitwerkt. Het gaat er ook helemaal niet om hoe ver je daarin bent, maar Zijn woord verandert ons. Hij is bezig ons te kneden. En dat is geweldig, want met name deze drie eigenschappen — verduren, geduld en blijdschap — geven aan hoezeer dit te maken heeft met onze praktijk van het leven. Met de moeite, de strijd en alles wat er op je afkomt, om dat te verduren met geduld en zelfs met blijdschap.
Terwijl jullie de Vader danken die jullie bekwaam maakt voor het lotsdeel, het erfdeel van de heiligen in het licht. Hiermee is de cirkel rond. Ik zei al dat het begon met danken en het eindigt er weer mee. Hoezo? Wel, het is namelijk de Vader die ons bekwaam maakt. Alles waar ik het nu over had, is Zijn werk aan ons. Hoe doet Hij dat? Door Zijn woord. Door het goede bericht, door de genade van God voor ogen te stellen. Zo worden wij van binnenuit veranderd en zo wandelen wij; zo krijgt ons bestaan inhoud, waarde en rijkdom. En dus danken we Hem. Want als je dat proces beleeft, dan is alle eer aan Hem, want Hij doet dat namelijk door Zijn woord. Dat is het licht, dat is het water. Dat is wat zorgdraagt voor die groei, die bloei en die vrucht.
Samenvatting: de Opgaande Spiraal van Geestelijke Groei ↑ hoofdstukken
Dus als ik het nog even mag samenvatten, want ik zie dat het hoog tijd wordt om af te sluiten. Als ik het nog even mag samenvatten, maar dan wat schematischer: Paulus begon met de Vader te danken in onophoudelijk gebed. Waarom deed hij dat? Om de vervulling van het besef van Gods wil. En hoe gebeurt dat? In alle wijsheid en geestelijk inzicht.
Op die manier kunnen we ook de Heer waardig wandelen. Dat wil zeggen dat je wandel daardoor waarde krijgt. In alle goed werk vrucht voortbrengend, en daardoor ook weer groeiend in het besef van de God. Daarin word je vervolgens weer bekrachtigd in alle kracht die Hij geeft. Dat leidt ertoe dat je in staat bent om alles te verduren in geduld en bovendien met vreugde en blijdschap. En dan dank je de Vader, die ons bekwaam maakt.
Zo zie je dat waar het eindigt, het ook weer begint. Feitelijk krijg je daarmee een soort lus, want die geestelijke groei is niet slechts één rechte lijn; het is eigenlijk meer een spiraal. Je gaat iedere keer misschien hetzelfde rondje, maar wel iedere keer op een hoger niveau, als u begrijpt wat ik bedoel. Dit is in feite een proces: je eindigt weer waar je begon, maar dat betekent dat je daarna weer verder gaat.
Het één – u ziet al deze blokjes – leidt weer tot het vervolg. In het één ligt het ander besloten en het heeft weer gevolg en effect. Dit gebed van Paulus vind ik een geweldig gebed, omdat het ons bepaalt bij de schatten van wijsheid en kennis die we in Christus hebben. Het toont hoezeer dat in staat is ons te transformeren en van binnenuit te veranderen, om zo in werkelijke rijkdom van binnen, in het hart, te leven, te beleven en door te geven. Zullen we het voor vanmiddag daarbij houden?
UltimateGoodNews