epi-gnosis: kennen en kennen is twee (1)
30-07-2023 - Geplaatst door Andre PietEngelsbach (DE), 30 juli 2023
Het Griekse begrip ‘epi-gnosis’ komen we vaak in het Nieuwe Testament tegen. Het wordt o.a. vertaald met inzien, bemerken, begrijpen, grondig kennen. Het basisidee achter het begrip is dat ‘epi-gnosis’ kennis veronderstelt, maar ook méér is en kennis te boven gaat. In deze studie wordt nader ingegaan op Paulus’ gebed in Efeze 1 waarin God bidt om een geest van wijsheid en onthulling in besef van Hem.
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: Kennen en Kennen Is Twee
- De Oorspronkelijke Betekenis van het Woord 'genieten'
- Epignosis: de Overtreffende Trap van Kennis
- De Efezebrief: Gezegend met Elke Geestelijke Zegen in Christus
- Het Gebed van Paulus: Onophoudelijke Dankzegging
- Een Geest van Wijsheid (sophia) en Onthulling (apocalyps)
- Epignosis in de Praktijk: Daadwerkelijk Beseffen Hoe Rijk We Zijn
- Verlichte Ogen van het Hart en Christus als Hoofd van de Ecclesia
Introductie: Kennen en Kennen Is Twee ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen allemaal. Is dat even een tegenvaller, hè? Ja, Erwin. Dat is dan weer misleiding eigenlijk. Maar ik profiteer dan weer van de hele volle zaal natuurlijk, want iedereen dacht van: ja, we gaan vanmorgen een inleiding beluisteren van Erwin. En zie, het was Lea.
Ja, op deze titelpagina zien jullie dat het thema epi-gnosis is. We zijn in Duitsland en we gaan Grieks praten. En dat kan natuurlijk een behoorlijke drempel zijn, tenminste, als je dat zo hoort. Nou, de titel is inderdaad een Grieks woord, maar don't worry, we gaan het uitgebreid toelichten.
Het heeft wel alles te maken, moet ik erbij zeggen, met het overkoepelende thema van deze twee weken. Want maanden geleden appte Hermen mij al dat we het zouden gaan hebben over genieten. Toen was even de vraag wat dan mijn insteek zou zijn, ik mag drie tot vier keer spreken deze week. En toen heb ik ervoor gekozen om het over dit onderwerp te gaan hebben: epi-gnosis.
Ik heb het als ondertitel meegegeven en dat verklapt dan ook meteen aardig de gedachte erachter: kennen en kennen is twee. Niet kennen en kúnnen is twee, dat is weer een ander onderscheid, maar kennen en kennen, ja, dat zijn ook twee verschillende dingen.
Ik ga dat in een drietal keren doen, aan de hand van de gebeden die de apostel Paulus heeft gebeden. We vinden ze in respectievelijk de Efeze- en de Kolossenzenbrief. En we gaan dat zo in een drietal bijeenkomsten dan bespreken.
De Oorspronkelijke Betekenis van het Woord 'genieten' ↑ hoofdstukken
Oké, maar laat ik dan eerst eventjes de connectie aanleggen met dat woord of het begrip 'genieten' waar we het dus over hebben. Ik ben nogal van de woordjes en woordherleidingen vind ik altijd erg boeiend, vooral als dat heel veel licht werpt op het thema en het woord zelf. En nou ja, met die insteek heb ik gewoon eens eventjes onderzoek gedaan naar: hoe zit het eigenlijk met dat woordje genieten? Want A: wat betekent het? Wat verstaan we daaronder? En B: wat is de afleiding van dat woord en waar heeft het mee te maken?
Nou, laat ik eerst even de Van Dale opslaan. En jullie zien het hier. De eerste betekenis die Van Dale eraan geeft, betekent genieten in de zin van: ontvangen, krijgen. Ik vind dat trouwens al een eyeopener. Genieten heeft te maken met dat wat je ontvangt en wat je krijgt. En als voorbeeld geeft Van Dale er dan bij: een salaris genieten van puntje, puntje, puntje. Want in hoeverre dat dan genieten is, dat hangt er dan weer vanaf wat er bij die puntjes staat natuurlijk. Maar in elk geval, we spreken dan van genieten: ontvangen en krijgen.
De tweede betekenis, die ik eigenlijk vooraan zou hebben gezet, maar goed, Van Dale heeft anders geoordeeld. Zo verstaan wij dat deze weken wel vooral: genot hebben, zich vermaken. 'Wat heb ik genoten'. Maar het kan ook in de negatieve zin, namelijk: iemand is niet te genieten. In een zeer slecht humeur, heel vervelend. Nou, als je zó hier bent, niet te genieten, dan zit je eigenlijk wel helemaal op je plek. Want dan leer je gewoon wat het is om wél te genieten!
Ik ben nog wat verder gegaan in het onderzoek. Ik heb niet alleen maar woordenboeken opgeslagen, maar ik heb nogal wat met de website van Onze Taal. Daar wordt toelichting gegeven over woorden en dergelijke. En daar trof ik ook een pagina aan die hierover ging. Ik wil het gewoon even met jullie delen. In genieten, ergens plezier van ondervinden, zit het verouderde werkwoord 'nieten'. Dat werkwoord betekende bezitten of gebruiken. Het is verouderd, dus in die zin gebruiken we het niet meer. En de aardigheid is dat woorden als nut, nuttig en dus ook benutten hierop zijn terug te voeren. En dan nog iets: het voorvoegsel 'ge-' van genieten werd vroeger aan heel veel werkwoorden vastgeplakt. Er worden daar allerlei voorbeelden van gegeven, dat doet nu even niet ter zake, maar dat geeft de gedachte van volledigheid weer. Genieten betekende oorspronkelijk iets als: helemaal kunnen gebruiken en volledig bezitten.
Aha, daar ligt wat meer op de zaak! Want bij genieten, en dat is meteen ook de link die ik ermee wil leggen, is dat als je iets geniet, dan betekent dat je voluit beleeft wat je geniet. Als je ergens van geniet, dan zet je bij wijze van spreken al je zintuigen open, zodat je voluit, volledig het genot daarvan beleeft.
Oké, dan wil ik ook nog eventjes aantekenen waar het woord níét mee te maken heeft. Genieten is niet verwant met nieten, in de zin van vastnagelen met een nietmachine. En een nietje erdoorheen slaan. Dit nieten gaat terug op een heel ander oerwoord en dat betekent vastslaan. Oké, het ontkennende 'niet' heeft ook niets te maken met genieten. In die zin is 'niet' ontstaan uit het ontkennende voorvoegsel 'ne' (waaruit ook 'nee' is ontstaan) en 'iet'. En iet was eigenlijk: iets. Oké, dus daar heeft het ook niet mee te maken. Dus we hebben het aardig afgebakend wat er wel mee te maken is en wat er niet mee te maken is.
En dan... ik zat even te denken, kan ik dit grapje hier met zoveel kinderen maken? Maar die zijn nou toch weg. Het grapje: 'Echtgenoot of echtgenote is de verleden tijd van echt genieten'. Oei. Ja, dat klopt wel. Dat is de verleden tijd van echt genieten: echt genoten. En dan: 'Als twee echtparen echt paren, hebben vier echtgenoten echt genoten'. Oké, ik gooi hem er wel tussendoor. Ik geef hem door voor wat Onze Taal daar ook over vertelt. Maar het grapje is dus niet alleen maar een grapje, het heeft een etymologische basis. Etymologisch wil zeggen qua woordherleiding hebben deze woorden inderdaad met elkaar van doen.
En daar ga ik nog wat verder in. Ja, we zijn heel talig bezig, dat blijft nog even doorgaan, dus ga er even voor zitten. Het woorddeel 'genoot' in echtgenoot en het werkwoord genieten, in de oorspronkelijke betekenis dan van gebruiken, zijn zelfs heel nauw verwant. Een genoot was oorspronkelijk iemand met wie je sámen van iets gebruik maakte. En daar worden voorbeelden van gegeven. Van daaruit ontstonden de betekenissen van metgezel en makker. Een genoot komt nu ook voor in hele combinaties. Niet alleen van echtgenoot, waarbij je samen de echt, het huwelijk geniet, gebruikt, consumeert... hoe heet dat? Nee, dat vind ik wel lastig. Reisgenoot, bondgenoot, genootschap, allemaal met die gedachte dus van: samen van iets gebruik maken.
En als je dit nou al een beetje veel vindt, onthoud dan even deze twee dingen. In de eerste plaats: genieten heeft te maken met ontvangen en krijgen. Dat lijkt me heel erg belangrijk. Juist ook wat we deze twee weken... wij, Peter en ik, zijn hier slechts één week, maar goed, een heel aantal van jullie zijn toch al twee weken. Deze twee weken denk ik dat de nadruk vooral daarop zal liggen, namelijk dat als je werkelijk wil genieten, dat je dan ook besef hebt van het feit dat je allemaal dingen krijgt, ontvangt. Dat je er geen claim op hebt, maar je kríjgt het. Dat is één ding.
En voor de rest is dat ook belangrijk: het woord heeft dus verwantschap met samen iets delen. Nou, die vind ik ook wel erg mooi, want dan betekent dat, als je dus twee weken met elkaar, met zo'n grote groep bij elkaar bent en je gaat het hebben over genieten: ja, dat is heel erg to the point! Waarom? Omdat je samen bent en je wil samen de dingen beleven. We zijn genoten van elkaar. Deelgenoten. Deelgenoten van elkaar, deelgenoten van Christus.
Oké, nou dat is even een insteek van het woordje genieten. Misschien heb ik wel gras voor jouw voeten weggemaaid, maar dan had je dat risico niet moeten nemen door het mij te vragen.
Epignosis: de Overtreffende Trap van Kennis ↑ hoofdstukken
Oké, en dan komen we toch alsnog bij dat woord waar ik nou vooral de schijnwerpers op wil plaatsen. Dat is dat woordje epignosis. Schrik niet van het Grieks, want het is allemaal niet zo moeilijk als dat het misschien lijkt.
Eerst even dat woordje epignosis, waar het van afgeleid is. Het woordje 'epi', dat is eigenlijk gewoon een Grieks voorzetsel, en dat betekent 'op' of 'bovenop'. Wij kennen het trouwens ook in heel wat Nederlandse woorden, denk nog aan een epiloog. Dat is een afsluitend woord, een woord óp dat wat al gezegd is. Of een episode. Of epilepsie. Eigenlijk heeft epilepsie te maken met vallen. Ja, epilepsie is niet ópvallen. Ja, je valt wel op, ja. Epidemie? Dat weet ik even niet. Maar in ieder geval, het gaat even om dat voorzetsel.
En dat woordje 'gnosis' betekent kennis. Dat is het Griekse woord voor kennis. Ook dat herkennen we trouwens in aardig wat Nederlandse woorden. Gnosticisme bijvoorbeeld, die is misschien wat moeilijk, maar het gnosticisme was een richting die zich erg richtte op eigenlijk een geheimzinnige, op een geheime manier verkregen kennis. Paulus verwijst daar ook naar aan het einde van zijn brief aan Timotheüs. Dan heeft hij het over de 'ten onrechte zo genoemde kennis', en daarmee geeft hij af op het gnosticisme.
We kennen een ander woord, dat is denk ik iets bekender, en dat is het agnosticisme, of een agnost. Daar zit dus ook dat woordje gnosis in. De 'a' is een voorzetsel, 'gnost' is kennis, dus: zónder kennis. Een agnost is echt van: ik weet het niet hoe dat zit met de oorsprong. Hij is daarmee onbekend. Dat woord wordt ook gebruikt in Handelingen 17, althans, een verwant woord, als hij het daar in Athene heeft over een leeg voetstuk met de inscriptie: 'Aan de onbekende God'. De God die wij niet kennen. 'Wie die is weet ik niet, maar goed, voor zover we er in die hele verzameling al één vergeten zijn, dan is die bij deze hieraan gewijd'.
We kennen er nog meer woorden van. Diagnose. 'Dia' is ook weer zo'n voorzetsel: 'door'. Diagnose is door kennis. En dat heeft te maken met iets onderzoeken. Ook dat wordt gebruikt in de Bijbel. Ik geef de voorbeelden er maar even bij, zodat degenen die het allemaal willen napluizen of nog eens willen bekijken, hier ook de teksten bij kunnen vinden.
Dan heb je ook nog het woordje voorkennis. Dat is prognose. Dat 'pro' is ook weer zo'n voorzetsel, dat betekent 'voor', en gnosis heeft dus te maken met kennen. Dus voorkennis. En dat vinden we heel vaak in de Bijbel. God is Degene die tevoren kent. En Die tevoren bestemt. Want ja, bij God gaat er nooit iets mis. Maar God is ook Degene die van den beginne de afloop verkondigde, zegt Jesaja. Met andere woorden, als er Één is met voorkennis... Prognose, onze voorkennis, dat vind ik wel grappig. Want als wíj het hebben over een prognose, dan zeggen we: nou ja, voor wat het waard is. Wij vóórzeggen niet iets. Een dokter zegt: ik heb een bepaalde prognose, een bepaalde voorkennis – voor wat het waard is. Want ja, wat voor voorkennis heeft een mens nou uiteindelijk? Je weet niet eens wat het weer morgen wordt! Ik bedoel maar: écht weten, dat doet er maar Één, en dat is de Schepper van hemel en aarde.
Oké, nou, dus hebben we een beetje die woordelementen bekeken. Met andere woorden, dat woord epignosis heeft dus te maken met op-kennis. Maar dan zal ik nog even wat vertellen: dat komt als werkwoord en zelfstandig naamwoord 64 keer voor in het Nieuwe Testament. Dus het wordt behoorlijk wat keren gebruikt. En in de NBG-vertaling is het een beetje lastig om dat eenvormig te vertalen. Gewoon concordant, één op één, dat is moeilijk. Want het wordt vertaald met herkennen, met erkennen, met bemerken, of met vergewissen. Dus ergens van op de hoogte stellen of het inderdaad zo is. Iets begrijpen, inzien... Het is echt heel discordant vertaald, om het zo te zeggen. Met volle kennis, of met helder inzicht, of met grondig kennen. Het lijstje is nog niet eens compleet hoe dat woordje epignosis en alle aanverwante woorden wordt weergegeven.
En toch vind je hierin een gemeenschappelijk element, en dat is uiteindelijk het basisidee: het is epignosis, op-kennis. Het veronderstelt kennis. Dat is een leuk woord in dit verband. Het veronderstelt kennis, dat wil zeggen: je hébt kennis, maar het is epignosis, dat gaat het te boven, het is méér dan dat. En dat zie je trouwens ook echt terug in deze woorden. Bij herkennen: je moet eerst iets kennen voordat je het kunt herkennen. Dat geldt met erkennen ook: je moet het eerst kennen voordat je de erkenning geeft. Als je iets begrijpt, dan moet je het eerst kennen voordat je het ook werkelijk kan inzien en volledig kan begrijpen. Dus het basisidee van op-kennis is wel simpel, het wordt trouwens ook wel vertaald met beseffen.
En dat is eigenlijk vooral het idee waar we het met name deze samenkomst over zullen hebben. Als Paulus daarover spreekt: iets je realiseren. Want kijk, je kunt iets kennen, iets weten, en dat bedoelde ik ook met die ondertitel 'kennen en kennen is twee'. Je kunt iets kennen, maar er geen werkelijk besef van hebben. Het gebeurt zo vaak, jullie kunnen hier allemaal voorbeelden van geven. Ikzelf ook, met bijbelstudie. Je leert een woord kennen, een bepaald begrip, je maakt er kennis mee en... totdat, zo zeggen we dat vaak, het kwartje valt! En dan ineens realiseer je je: ja, je kende het al, maar niet écht.
Ik ben opgevoed in een reformatorische traditie, en dan werd er gezegd: 'Het moet zakken. De kennis moet zakken van het hoofd naar het hart.' Het moet zeg maar een halve meter zakken, of wat is het? Nou ja, de gedachte is dan eigenlijk dat je onder-kennis krijgt. Dat wil zeggen: het zat hierboven, en het moet nou dáárheen. Maar het Griekse idee van epignosis is juist: het moet méér zijn, het gaat er bóvenuit. Dus ja, het is maar een beetje hoe je het hebben wil, maar het idee is – en dat is heel basaal – iets wéten.
Dat geldt bijzonder voor de waarheden. Je kunt wel de feiten kennen. Je kunt bijvoorbeeld wel weten: er is één God die alles in Zijn machtige hand heeft en bij Wie nooit iets misgaat. Oké, weten, maar beséf je het ook werkelijk? Zoals Erwin dat ook al aangaf: er kunnen zoveel dingen in je leven gebeuren, en dan ben je bang voor wat er morgen of de komende tijd boven je hoofd hangt. Alleen de term al, als het over het weer gaat, is toepasselijk: wát hangt er boven ons hoofd? Maar oké, daar kunnen we nog laconiek over doen, maar er zijn dus echt dingen waar je bang voor bent. Ondanks dat je met je hoofd weet, of misschien zelfs wel erkend hebt: er is een God en Hij is erbij, en het loopt Hem niet uit de hand, en Hij geeft wat ik nodig heb.
Dus ja, dat zijn van die twee lijnen – we spreken dan van verstand en gevoel – die soms heel erg ver van elkaar verwijderd kunnen zijn. Dan heb je aan de ene kant wel de kennis, maar de beleving – ook dat is een reformatorisch begrip: de bevinding – echt de beléving ervan, dat staat er dan soms zo ver vanaf. En uiteindelijk gaat het dáárom. Als je alleen maar abstract iets weet van 'het zal wel zo zijn'... ja, daar heb je in de praktijk...
De Efezebrief: Gezegend met Elke Geestelijke Zegen in Christus ↑ hoofdstukken
Nou, dat is een hele lange inleiding voor het Bijbelgedeelte waar ik eigenlijk naartoe wil, en dat is Efeze. Maar goed, ik vond het toch belangrijk om eens eventjes de puntjes op de i te zetten en om eerst even kennis te maken met de begrippen die vaak voorbij zullen komen en die heel belangrijk zijn. Ik neem jullie dus mee naar Efeze 1 vanaf vers 15. Waar we blijven uitkomen weet ik niet helemaal, ik kan heel lang doorgaan tot Efeze 6, maar het is een gebed, dat blijkt ook. Het is heel boeiend dat we in de Efezebrief twee gebeden vinden van de apostel Paulus. Dat blijkt gewoon, dat hij zegt van: ja, ik bid voor jullie.
Laat ik lezen vanaf vers 15. Ik moet er even bijzetten, die eerste veertien verzen die Paulus had opgetekend, dan zitten we wel op echt ongekende hoogte. Dan zijn we echt in de schatkamer van God verplaatst en hij begint al, na het aanheffen, meteen met: "Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons gezegend heeft met elke geestelijke zegen te midden van de hemelsen in Christus." En nou, dan pakt hij uit hoor. En dan noemt hij al die geweldige zegeningen... al die bezittingen die we hebben in Hem, ongekend. Zo hoog als dat is, maar ook zo enorm rijk.
En Paulus spreekt heel veel in van die superlatieven en hij overtreft zichzelf. Het is soms net alsof hij buiten adem is. Het is één zin en dan weer een tussenzin. Het leest lastig gewoon, als je dat met de vertalingen ook doorneemt. Je moet er echt kennis van nemen.
En dat zeg ik er meteen even bij. Kijk, we gaan nu deze samenkomst hebben over bovenkennis of opkennis, epignosis, jawel. Maar dat betekent dus dat je geacht wordt wel om de dingen te kennen, te weten. Ik bedoel, beseffen hoe rijk je bent, ja, dat kan pas als je weet dát je rijk bent. Dus het begint uiteindelijk toch gewoon met dingen weten. Als je het niet weet, dan hebben we het dus... dat hele onderwerp van epignosis kun je dan ook wel parkeren, want daar heb je dan helemaal niks aan. Het begint met kennen, weten.
Dat zet ik er ook maar eventjes bij, want ik denk dat er heel veel mensen, juist vandaag ook, heel vaak heel veel waarde toekennen aan – je moet uitkijken met hoe ik het nu formuleer – maar aan gevoel. En ik bedoel, daar wordt een zelfstandige waarde aan toegekend. Het gaat om beleving en gevoel, maar waar het dan op gebaseerd is, en op feiten en het fundament, dat komt dan niet aan de orde. En dat is absoluut onbijbels. En het is ook heel letterlijk irrationeel. Ik bedoel, waar hebben we het dan over?
De Bijbel gaat over concrete dingen. Over een God die is en die Zijn voetstappen, bij wijze van spreken ook, nou eigenlijk letterlijk, in de geschiedenis gezet heeft. Wat te traceren is en wat concreet is. Helder, die ook de dingen onder bewijs stelt; de Schrift bewijst zichzelf. En dat moet je weten. En als je dat weet, dan komt het nog – daar gaan we naar stap twee – besef je het ook werkelijk? Nou, laten we...
Het Gebed van Paulus: Onophoudelijke Dankzegging ↑ hoofdstukken
We lezen vanaf vers 15: "Daarom ook ik..." Sorry, ik moet trouwens nog even iets zeggen voor degenen die mijn Bijbelstudies nog nooit hebben gehoord of gezien. De tekst wijkt soms wat af van de vertaling, omdat het vrij letterlijk is. En dan is er ook die interlineair, zo heet dat met een duur woord, wat je hier onderaan de dia ziet. Dat wil zeggen, die Griekse letters, die Griekse woorden, dat is het origineel, zoals Paulus dat destijds heeft opgetekend. De tweede regel, die groene regel, dat is dan de meest letterlijke weergave daarvan. En die grijze regel daaronder, dat is dan de regel zoals dat in de NBG-vertaling is weergegeven. Het is van belang om dat ook even scherp te zien. Aan de ene kant wat er echt staat, en aan de andere kant zoals vertalers dat hebben weergegeven, want dat is niet altijd hetzelfde. Dat zeg ik niet om u heel erg wantrouwend te maken, maar laten we het houden op gezond kritisch. Je wil gewoon zo dicht mogelijk naar de bron, lijkt mij. Wat heeft God gezegd? Wat heeft Hij gesproken? Hoe staat het in het origineel opgetekend? Dat willen we weten. Vandaar dus.
Dan zegt hij in vers 15: "Daarom ook ik, horende hetgeen overeenkomt met jullie geloof in de Heer Jezus en de liefde tot al de heiligen." Met andere woorden, Paulus had dingen vernomen van deze Efeziërs. En dat wat hij van hen vernomen had, dat kwam overeen met hun geloof. Er ging een sprake van hen uit en Paulus was daar buitengewoon blij om. Dat blijkt ook wel uit het vervolg. De sprake die van de Efeziërs uitging, kwam overeen met dat wat zij geloofden. Dat pleit sowieso voor hen, ongeacht wat ze geloofden. Dat is heel integer. Dat wat zij pretendeerden of in ieder geval zeiden te geloven, kwam in hun leven ook tot uitdrukking. De Engelsen zeggen dan: 'walk your talk'. Dat is kennelijk wat Paulus had vernomen van deze Efeziërs. Ze hadden niet alleen geloof in de Heer Jezus, in Jezus als de opgewekte Heer, maar ze hadden ook liefde voor al de heiligen. Voor al degenen die God apart heeft gezet, want dat is wat heiligheid betekent, daar hadden ze liefde voor. En wel een goddelijke, onvoorwaardelijke liefde die God in hun hart gelegd had.
Dan zegt Paulus: "Daarom houd ik ook niet op te danken voor jullie, wanneer ik jullie vermeld in mijn gebeden." Aha, dus Paulus had dingen vernomen waar hij heel blij mee was. Want hij zegt: vanaf het moment dat ik dat van en over jullie heb vernomen, houd ik niet op te danken.
Dat is trouwens wel heel mooi. Want dat is eigenlijk een rode draad door al Paulus' brieven: dankzegging voert altijd de boventoon. Dat heeft er ook mee te maken met wat hij mocht uitdragen onder de natiën. Hij was de apostel en leermeester van de natiën en hij bracht de genade van God. God geeft, en wij ontvangen. Daar hebben we het woord weer: genieten. Wij ontvangen. Wat is dan de normale, passende reactie als je iets krijgt en ontvangt? Dan zeg je: dank u wel. Dat is misschien wat anders als je ergens aanspraak op kunt maken, bijvoorbeeld je salaris. Dan kun je zeggen: ik heb daarvoor gewerkt en dat hoor ik te krijgen. Daar hoef je niet per se dank u wel voor te zeggen, dat is gewoon een deal. Maar als je iets zomaar voor niets krijgt en je bent daar blij mee, dan is dat genade. De normale, passende reactie is dan dat je dank u wel zegt. Het hoort zo. Je krijgt iets en je beseft dat je er geen aanspraak op kunt maken. Wat doe je dan? Dan dank je. Paulus spreekt over overvloeiend in dankzegging. Niet alleen vervuld, maar ook overvloeiend van dankzegging. Dankbaarheid is een houding in het hart, maar dankzegging is wat je uitspreekt. Als het hart vol is, stroomt de mond over en dan ga je danken voor alles wat je krijgt.
We zongen net een lied uit de bundel van Johannes de Heer, en er is ook een ander lied, ik dacht 'Tel uw zegeningen'. Nou, dat is het. En als je eenmaal begint met tellen, dan raak je niet meer uitgeteld in alles wat je ontvangt. En dat geldt zeker als het gaat om die onaardse dingen die je mag krijgen. Dat is geweldig. Hoewel er ook heel veel moeiten op je pad kunnen komen, dingen die je ontvangt en krijgt, want niets gaat buiten Hem om. Maar één ding is duidelijk, vooral als je Paulus zojuist hebt gevolgd in vers 3. Daar zegt hij dat wij gezegend zijn met elke geestelijke zegen in Christus in de hemelse gewesten, of in het midden van de hemelsen. Álle geestelijke zegen. De NBG-vertalers, en dat vond ik wel grappig, vonden dat kennelijk een beetje te gortig, want die hebben er 'allerlei' van gemaakt. Maar er staat gewoon letterlijk het woordje 'elke' of 'alle'. Alle zegen. Niet slechts allerlei, nee, alle. Er is geen enkele geestelijke zegen in Christus, daar in de hemelen, die wij niet hebben ontvangen. De clou van deze hele brief is feitelijk: alles wat Christus heeft ontvangen. Hij is daar nu boven aan het oog onttrokken, verborgen, jawel, maar alles wat Hij bezit en heeft gekregen van Zijn God en Vader, dat is ons deel. Vandaar ook dat Paulus in deze brief zegt dat wij Zijn lichaam zijn. Zoals alles wat het hoofd heeft, ook voor het lichaam is. Het is een onverbrekelijke eenheid. Alles wat Hij daarboven heeft, dat is ook mijn deel. En ons deel als lichaam, als de ekklesia, als de gemeente die Zijn lichaam is. Onvoorstelbaar. Met die zegen zijn we gezegend.
En dan zegt hij: "Ik houd niet op voor jullie te danken wanneer ik jullie vermeld in mijn gebeden." Je zou je de vraag kunnen stellen: waar moet je dan nog voor bidden? Als je alles al ontvangen hebt, waar moet je dan nog voor bidden? Nou, dat is interessant. Want dan zegt hij: "Opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid..." Sommige mensen vinden dit misschien vreemd. Dat heeft te maken met hele klassieke dogma's vanuit de kerkgeschiedenis, waardoor men dit soms moeilijk kan plaatsen. Maar de Bijbel spreekt over Jezus Christus als de Zoon van God, én over de God van onze Heer Jezus Christus. Sommige mensen hebben moeite met zo'n uitspraak, maar kijk het maar eens na. Je leest in de Bijbel nooit dat men bidt tot de Heer Jezus. We naderen tot God dóór de Heer Jezus. Paulus zegt in 1 Timotheüs 2 dat er één God is en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Hij is de middelaar. Dat wil zeggen: God komt via Hem tot ons, maar wij gaan ook via Hem tot God. Daarom lees je ook altijd, ik heb expres in de presentatie een paar teksten erbij gegeven waar het heel uitdrukkelijk staat, dat wij tot God naderen door de Heer Jezus Christus. Dat is ook heel logisch. Paulus zegt dat hier dus ook: "Opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader - of de bron - van de heerlijkheid aan jullie moge geven..."
Hé, en dan gebeurt er iets. Dat is eigenlijk waarom ik er een vette streep onder heb gezet. De bedoeling is dat er nu bij ons een vraagtekentje opkomt. Paulus bidt dus voor hen, terwijl hij zojuist had gezegd en geschreven dat we in Christus alles al bezitten. En nu dankt hij God voor wat hij over de Efeziërs had vernomen, maar hij bidt ook dat God aan hen nog iets zou geven.
Een Geest van Wijsheid (sophia) en Onthulling (apocalyps) ↑ hoofdstukken
Namelijk dat hij zegt: "Opdat God jullie zou geven een geest van wijsheid en van onthulling in besef van Hem." Kijk, ik denk dat we hier echt bij de grote oefening komen. Het is waar als je Hem mag kennen, Christus Jezus en het evangelie. Dat God de Redder is van ons, van deze wereld. Als je die genade van God mag herkennen, ja, dat is één ding. En dat je in Christus alles bezit. Maar dan gaat het er vervolgens om dat je dit ook werkelijk gaat beséffen.
En Paulus formuleert het op een prachtige manier, die ik toch eventjes graag eruit wil lichten. Ik wil die woorden er eens even voor het voetlicht brengen, want hij zegt: "Opdat Hij jullie moge geven een geest van wijsheid." De geest die wij hebben, de menselijke geest, dat dát een geest van wijsheid wordt. En dat Hij aan ons een geest geeft die gekenmerkt wordt door wijsheid, en door onthulling en besef van Hem.
Eerst dat woord wijsheid. Nou, het houdt niet op, want ik blijf jullie bestoken met dit soort Griekse woorden. Dat doe ik niet om interessant te zijn. Ik wil er ook meteen even bij melden als een noodzakelijke disclaimer: ik ben echt geen expert op het gebied van Grieks, absoluut niet. Ik wil ook niet die indruk wekken. Ik ruik er veel aan en ik laat me daarover informeren enzovoorts. Maar je doet gewoon ontdekkingen en die vind ik te mooi, te groots om die jullie dan te onthouden.
Het Griekse woord voor wijsheid, dat kennen we wel. Dat is Sophia. Misschien zijn er hier dames in de zaal die zo heten? Nee, die heb ik nog niet gehoord. Maar dat zou zomaar kunnen. Sophia. Zelfs een hoofdstad heet zo. Maar dat is dus het Griekse woord voor wijsheid. Filosofie bijvoorbeeld: dat betekent liefde voor wijsheid.
Maar wat nou zo boeiend is – het is wellicht wat onzeker, dat zeg ik er dan ook maar bij, maar ik vind hem te mooi om jullie te onthouden – ik vind het heel logisch dat dit woord afgeleid is van een Hebreeuws woord. Ja, het wordt nog ingewikkelder, en dat woord is tzofim. En tzofim, dat is het meervoud van uitkijktoren. We komen het in het Oude Testament, onze Hebreeuwse Bijbel dus, ook vaker tegen. En dat is boeiend. Waarom? Omdat dat namelijk heel veel licht werpt op wat Sophia is. Het heeft te maken met dat wat je beleeft op het moment dat je op een verhoging staat. Dat je op de hoogte bent gebracht, op een uitkijktoren.
En wat is het grote voordeel van een uitkijktoren? Waar dient een uitkijktoren voor? Wel, voor twee dingen: om overzicht en om uitzicht te hebben. Dat is ook wat wijsheid ten diepste is. Daarom vind ik dat het zoveel licht op het begrip werpt. Het is niet alleen maar kennis, het is niet slechts data die je tot je genomen hebt. Nee, wijsheid heeft te maken met dat je het verband ziet van de dingen. Want dat is het leuke: als je je op een hoogte bevindt en je kijkt, vanuit een vliegtuig of vanuit een toren, dan krijg je ineens overzicht.
Dat kan soms ook heel problematisch zijn in je leven, dat je zegt: het is allemaal zóveel. Dat het op een gegeven ogenblik allemaal zoveel wordt wat je tot je neemt en op je bordje krijgt, dat je het overzicht kwijtraakt. En dan is het belangrijk dat je weer eventjes op de hoogte gesteld wordt – leuke woorden zijn dat – zodat je het geheel weer ziet. Maar het mooie van overzicht is dat je niet alleen het geheel ziet, maar je gaat ook het verband zien tussen de dingen. "Ah, wacht eventjes, dat heb je dáár en dáár." En dan zie je ook die weg daartussen. En dan ga je de verbanden zien.
En dat is wat wijsheid ook is. Wijsheid is niet alleen maar dat je de dingen wéét, maar dat je het ook kunt plaatsen. Dat je het gaat begrijpen. Dat je er grip op gaat krijgen. Je ziet het geheel. Dat is trouwens wat het woord van God ook doet. Je gaat de verbanden zien. Het is allemaal uit Eén, en het is door Eén, het is ook weer tot Eén. En in Christus doet Hij dat. Dat is het verband. Hij is ook eigenlijk de wijsheid van God belichaamd.
En het geeft niet alleen overzicht, maar het geeft ook uitzicht. Ja, want als je je op een uitkijktoren bevindt, dan krijg je een uitzicht. Dus wijsheid wil zeggen dat je het geheel overziet, dat je de verbanden verstaat, maar ook dat je uitzicht gaat krijgen op wat God voornemens is. En ja, de God die wij kennen in deze wereld, is de God van hoop, van verwachting. Hij heeft een geweldig plan en Hij is nog lang niet klaar. Gods werk is nog niet af. Daar gaan nog hele wereldtijdperken overheen – aeonen noemt de Bijbel dat – voordat Hij alles gecompleteerd heeft.
Maar Hij brengt alles tot een goed einde. Dán heb je uitzicht! Want Hij die aan het begin staat, heeft alles in Zijn hand. Dacht je nou werkelijk dat er bij Hem iets misgaat? En Hij brengt alles op Zijn tijd, op Zijn wijze, dáár waar Hij het hebben wil. Nou, heb je dan uitzicht of niet? Dan heb je niet alleen overzicht, dan heb je ook uitzicht. Dát is wijsheid. En wat Paulus bidt voor deze Efeziërs is niet alleen dat ze dingen weten, maar dat ze ook een geest van wijsheid zouden krijgen. Dat God hen zou geven een geest van wijsheid en van onthulling.
Die is ook leuk, want nu ga ik ook meteen even het Griekse woord verklappen. Dat kennen we trouwens ook allemaal, en dat is apocalyps. Er is een Bijbelboek dat zo heet. Apocalyptisch. Maar apocalyps, dat is weer zo'n woord dat uit twee elementen bestaat: 'apo' en 'kalyps', en dat heeft te maken met de bedekking die wordt weggenomen. Dat is eigenlijk ook een beeld van iets dat onthuld wordt. De bedekking die eroverheen ligt, wordt weggenomen. Dát is een onthulling, dat is een apocalyps.
En ja, dat is met name ook in een brief als die aan de Efeziërs wel héél onthullend. Waarom? Omdat juist Paulus daarover spreekt. Hij spreekt over dingen die tevoren verborgen waren. Want als je iets onthult, dan vertel ik u iets wat u eerder nog niet wist. En als je het heel visueel maakt: als ik iets onthul, dan laat ik iets zien wat je tevoren nog niet kon zien, omdat het verhuld was. En dan neem je de verhulling weg en dán is het onthuld. Maar het leuke ervan is dat hij daar in deze brief nou echt enorm over uitpakt. Want aan hem – hij spreekt daar heel dikwijls over – is zoveel onthuld.
Ik blader even door en dan zie je in Efeze 3 het derde vers. Dan zegt hij: "Ik ben een apostel van de natiën en aan mij is zo'n onvoorstelbare genade ten deel gevallen." En dan zegt hij, ik lees het maar voor: "Dat naar onthulling" – dat woordje apocalyps – "het geheim", of het geheimenis, of de verborgenheid zegt de Statenvertaling, maar iets wat dus niet bekend was, "het geheim aan mij is bekendgemaakt." Hij zegt: "...zoals ik tevoren in het kort schreef." Ik denk dat hij daar doelde op zijn eerdere brieven, maar nu gaat hij eindelijk echt uitpakken. In ieder geval, hij zegt: het is aan míj bekendgemaakt.
Heel vaak schrijft hij erover: "Ja, aan mij is zoiets onvoorstelbaar groots ten deel gevallen. Het geheim is onthuld." Over het geheim bijvoorbeeld van de Christus als Hoofd en lichaam. En dat wij deelgenoten zijn van Hem. En dat alles wat God aan Hem geeft, dat is ontzettend. Het is één ding om dat te zeggen, en zelfs één ding om dat op te tekenen en te zeggen: "Dat geloof ik, want het staat er geschreven." Maar nu komt het: beséf je echt wat het betekent? En ik ben ervan overtuigd dat als Paulus aan het slot van Efeze 1 bij wijze van spreken op zijn knieën gaat en gaat bidden tot God...
Epignosis in de Praktijk: Daadwerkelijk Beseffen Hoe Rijk We Zijn ↑ hoofdstukken
En er staat ook: 'in besef van Hem'. En hier kom ik dus weer op dat woord waar we het al uitgebreid over gehad hebben, dat epi-gnosis is. Trouwens, grappig, want in de NBG-vertaling wordt dit dan vertaald met 'om Hem recht te kennen'. Ik denk dat de beste vertaling hier is, ik geef het door voor wat het waard is: 'in besef van Hem'. Beseffen wil zeggen: je wéét iets, maar je beseft het óók.
Ik bedoel, ik had het even, beter gezegd, toen we hiernaartoe gingen. Zeshonderd kilometer is een heel eind rijden, hoor. Dus je weet: zeshonderd kilometer, ja, maar pas als je de reis helemaal aflegt... Voor de hele boeren is dat niks, maar wij leggen niet zo vaak zo'n grote afstand af. Dus voor ons is zeshonderd, zevenhonderd kilometer best een heel eind. En pas als je daadwerkelijk die reis maakt, ineens besef je: oh verdorie, dat is écht een eind, zeg! Of je hoort dat die bergen in Zwitserland ontzettend hoog zijn. Ja, dan weet je dat en dan denk je van: wauw, zoveel kilometer hoog. Totdat je erop staat. En dan ineens besef je: wauw, dat is hóóg! Dat is groots.
En dat bedoel ik dus met: kennen en kénnen is echt twee, hoor. Dat je je echt iets realiseert. En dat is waar Paulus voor bidt. Dit is zó belangrijk. Want ik denk heel vaak van: ja, je vertelt dingen, je maakt dingen duidelijk. Met alles wat in je vermogen ligt probeer je de dingen uiteen te zetten van: wat zou dit nou precies betekenen in Zijn Woord? Ja, maar nu gaat het erom dat je het ook werkelijk gaat beseffen en realiseren. Dus niet alleen maar wéten dat je rijk bent, maar beséffen dat je rijk bent. Want het is toch eigenlijk een doodzonde dat je multimiljonair bent en als een arme snoeper leeft. Dat is het probleem als je niet beseft dat je zó rijk bent.
En dan zie je ook hoe praktisch dit is, want op het moment dat God ons inderdaad een geest van wijsheid en van onthulling gaat geven, en besef van wie Hij is, zo groot, werkelijk God en de Vader van heerlijkheid... Als ik dat ga beseffen, dan wordt mijn leven ineens zo enorm rijk. Dan heb ik niet alleen een kapitaal op mijn bankrekening staan, maar dan kan ik het ook daadwerkelijk gaan uitgeven. Dan kan ik een rijk leven gaan leven. Het mooie van die rijkdom is: je hebt veel om weg te geven. Je kunt dus ook andere mensen weer rijk maken. En dat is zo belangrijk, maar dan moet je eerst wel beseffen dát je rijk bent.
En ik denk ook, het zal nog wel vaker gezegd worden, maar het is niet voor niks dat Paulus... kijk er maar eens naar: Paulus bidt nooit voor aardse omstandigheden. Ik zeg niet dat het verboden is, hij zegt: "Maak al uw wensen bekend", maar ik kom nergens voorbeelden daarvan tegen. Er is één voorbeeld waarbij je leest dat Paulus inderdaad... je leest in 2 Korinthe 12 dat hij zegt van ja, een engel van satan met vuisten sloeg en die doorn in het vlees. Hij heeft tot drie keer toe tot God gebeden of alsjeblieft die doorn, ongeacht wat het geweest is, van hem weggenomen mocht worden. Tot drie keer toe. Dan bidt hij inderdaad voor iets, voor zijn aardse omstandigheden. En weet u wat hij dan als antwoord krijgt? "Mijn genade, zegt God tegen hem, is jou genoeg. Ik geef jou alles dat je nodig hebt." En daarom lees ik ook eigenlijk alleen maar dat hij dankt voor alles wat er gebeurt. Want ja, Gods weg is de beste.
Kijk, dan heb je weer zoiets. Je kunt wel zéggen: Gods weg is het beste. Je kunt het zingen. Ja, maar als je het écht ook beseft, dan betekent dat je elke dag op de streep zit, wat er ook gebeurt. Zijn weg, niet alleen maar de bestemming, maar ook de weg die Hij gaat. Zijn wég is de beste. Het enorme verschil tussen iets weten en iets eventueel zelfs bezingen, en het werkelijk ook beséffen.
Ja, dus er ligt nog zoveel dood kapitaal, denk ik. Er is zoveel meer. Ons leven zou zo oneindig, daar ben ik vast van overtuigd... Ons leven zou zo oneindig veel rijker nog kunnen zijn als we zouden beseffen wat we in Christus bezitten. Onvoorstelbaar.
Verlichte Ogen van het Hart en Christus als Hoofd van de Ecclesia ↑ hoofdstukken
Nou, dat is waar Paulus voor bidt en hij zegt er nog bij: "verlicht de ogen van jullie hart." Dat wil zeggen dat je, we hebben deze ogen, maar je kan ook dingen zien, geestelijk zien. Ook beseffen, en dan ga je de dingen zien die God in zijn woord heeft gezegd en op laten tekenen. Ja, ik vind het een leuk voorbeeld wat je dan leest in 1 Samuël 14 over Jonathan. Dat was in de strijd. De geschiedenis doet niet ter zake, maar het verbod was uitgevaardigd om iets te eten door koning Saul. En dan lees je dat Jonathan daarvan niet op de hoogte was en die had wel gegeten, hij had honing gegeten. En dan lees je, dan moet je het wel eerst in de Statenvertaling vertalen, ik doe het in mijn Statenvertaling: "en zijn ogen stonden verlicht." De rest van het volkje bezweek bijna en Jonathan, ja, dat is het, zijn ogen straalden.
Dat is ook een heel mooi woord in dit verband. Want wat er gebeurt als je ogen verlicht zijn, dan ga je stralen. Dan zie je, dan komt het licht daar binnen. Als het licht van Gods woord in de ogen van jullie hart schijnt, dan ga je stralen. En dat is waar Paulus voor bidt. Verlicht de ogen van jullie hart, zodat jullie weten, eigenlijk staat hier waarnemen, zodat jullie waarnemen wat de hoop van zijn roeping is en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn lotsdeel te midden van de heiligen.
Dat is een heel mondvol, dat weet ik. Maar je ziet hier precies geïllustreerd wat ik zojuist bedoelde. Kijk, hij zegt niet dat we zouden weten wat zijn lotsdeel of wat zijn erfenis is. Lotsdeel, dat is wat je ten deel valt, hè. Dat we zouden weten wat zijn lotsdeel is, nee, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn lotsdeel, van zijn erfenis. Dus iets heel anders. Je kan weten wat de erfenis is. Alles wat aan Christus is geschonken, hemel en aarde, wij zijn mede-erfgenamen. Wij krijgen daar deel aan, ook van Hem, van God. Dus wij zijn mede-erfgenamen van Hem. Ja, maar dat is één ding. Maar Paulus zegt dat we de rijkdom van de heerlijkheid van die erfenis, van dat lotsdeel, zouden gaan zien, zouden gaan waarnemen. Dat zijn echt twee verschillende dingen.
Dat is het gebed dat Paulus heeft. En ook de overtreffende grootte, over superlatieven gesproken... de overtreffende grootte van zijn kracht is aan ons die geloven. Het heeft te maken dus met die ogen, visueel, wat er is gesproken, wat Paulus heeft gesproken en wat is opgetekend. Ja, maar ook nog eens de beleving van de kracht die overtreffend is aan ons die geloven. En hoe groot is die wel? Dan gaat hij erover door: "en aan ons die geloven naar de inwerking van de kracht van zijn sterkte die Hij inwerkt in de Christus."
"Hem opwekkend vanuit de doden". Dus als hij zegt: "hoe groot is de kracht nou aan ons die geloven?", wel, dat is gewoon: wij zijn verbonden met Hem, met die ene Christus. En wat heeft God met Christus gedaan, en dus ook in ons? Wel, Hij heeft Hem opgewekt uit de doden en Hij doet Hem zitten rechts van Hem, een erepositie. Dat wat voorrang krijgt. Hij heeft de plaats boven alles gekregen, te midden van de hemelsen. Boven alle overheid en macht en heerschappij en alle naam die genoemd wordt. Niet alleen in deze aeon, dit wereldtijdperk, maar ook in de aanstaande. Dus er is er Eén die boven alles staat. Zijn heerschappij is verborgen, maar straks gaat dat onthuld worden. Wordt het openbaar. Wij zijn verbonden met Hem.
Ja, ik zei al, dat is letterlijk eindeloos. Het is zo groots. Maar ik realiseer me ook, ik moet er een punt achter gaan zetten. Ik lees nog één vers af. Of twee verzen. "En Hij onderschikt, God onderschikt alles onder zijn voeten." Hij legt alles onder zijn voeten en Hij heeft Hem, Christus het Hoofd, gegeven als Hoofd boven alles aan de Ecclesia. Hij die de autoriteit en de positie boven alles heeft, is Gods geschenk aan de Ecclesia. Niet de Ecclesia is zijn geschenk aan Christus, dat is misschien ook waar. Maar dat is niet wat hier staat. Hij is als Hoofd boven alles gegeven aan de Ecclesia, de gemeente die zijn lichaam is. En ter aanvulling zijn wij van Degene die alles in allen vervult.
Nou, dan zie je weer dat geweldige plan dat God heeft. De hele schepping om alles in allen te worden. En de Ecclesia, dat wat God Zich vandaag verzamelt met dat uitroepsel, wel, die krijgt die onvoorstelbare hoge positie. Waarom? Het is een lot uit de loterij. En het beste gebed dat wij voor elkaar kunnen bidden, en voor onszelf trouwens ook, is wat Paulus hier doet. A, weten wat je hebt in Hem en B, beseffen wat het betekent om Hem te kennen en die rijkdom te beleven.
UltimateGoodNews