GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

epi-gnosis: kennen en kennen is twee (3)

06-08-2023 - Geplaatst door Andre Piet
6 augustus 2023, Alblasserdam,

In Efeze 3 vanaf vers 14 gaat Paulus op (en ook door) de knieëen vanwege de rijkdom van heerlijkheid die hij zojuist had uitgestald. Het is zijn gebed dat we samen met alle heiligen zouden vatten wat de hoogte, lengte, breedte en diepte is van de geheimenissen Gods.

Deze studie is een ‘herhaling’ van de studie van de eerder deze week gegeven studie in Engelsbach, Duitsland.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de overtreffende rijkdom van het geheimenis dat aan Paulus is onthuld en nu ook aan ons bekend is gemaakt. Centraal staat Paulus' gebed in Efeze 3, waarin hij God de Vader bidt om gelovigen in de innerlijke mens te versterken. Hierdoor kan men de onvoorwaardelijke liefde van God en de onmetelijke dimensies van Zijn plan werkelijk gaan beseffen. Het uiteindelijke doel is dat gelovigen samen de volheid van God leren kennen, vertrouwend op een God die onbeperkt machtig is om Zijn voornemen door de eonen heen te realiseren.

“Wij noemen God niet Vader omdat wij hier het begrip vaderschap kennen en dachten dat dit een mooie metafoor zou zijn om God te duiden. Nee, Hij is het origineel. Hij is dé Vader.”

Inleiding op Epignosis: het Moment Dat het Kwartje Valt ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen allemaal. Dankjewel trouwens voor de introductie, Gerard. Het is inderdaad allemaal wel heel grillig verlopen, zoals Gerard zojuist al even aangaf; niet alleen wat deze bijeenkomst betreft, maar ook het loutere feit dat ik hier nu sta. Laten we het inderdaad maar op een win-win situatie houden. De toespraak die ik afgelopen vrijdag heb gehouden, zou ik op internet zetten, maar toen bleek dat ik vergeten was de opnameknop in te drukken. Nou ja, het komt er in ieder geval op neer dat ik deze samenkomst nu niet expres apart hoefde te plannen. Ik ben een hele week in Duitsland geweest en kwam gisteren pas rond een uur of vijf, zes thuis na een reis van heel wat uren. Ik zag het eerlijk gezegd niet zo zitten om nog speciaal iets voor te gaan bereiden toen ik vernam dat Gerard deze samenkomst eigenlijk had geannuleerd. Maar toen bleek dat die samenkomst van afgelopen vrijdag niet was opgenomen, kon ik het hier nog een keer doen. Dat heeft het bijkomende voordeel – die win-win – dat ik de studie alsnog op internet kan zetten. Vandaar dus.

Vandaar ook die wat vreemde titel: Epignosis, deel 3. Voor jullie is het helemaal geen deel 3. Sommigen hebben de eerdere delen misschien al beluisterd of bekeken, dat weet ik niet, maar laat ik, naast wat Gerard zojuist in de inleiding naar voren bracht, nog een paar dingen verduidelijken. Als je het hebt over epignosis, dan moet je in ieder geval weten waar het over gaat. Epignosis is een term die nogal eens voorkomt in het Nieuwe Testament, door het hele Nieuwe Testament heen zelfs. Het is niet eens zo heel makkelijk om daar een uniform, concordant vertaalwoord voor te vinden. Maar in alle gevallen – en dat is een gemeenschappelijk kenmerk van alle voorkomens – veronderstelt het kennis. Het Griekse woord voor kennis is gnosis. Ik vat het nu even overkoepelend samen als epignosis, maar gnosis is dus het woord voor kennis en 'epi' is een voorzetsel dat 'erop' betekent. Letterlijk en figuurlijk veronderstelt het dus kennis. Vandaar ook dat het vertaald wordt met herkennen. Als je iets herkent, dan veronderstelt dat kennis; je herkent het of je erkent het. Dat zijn allemaal woorden waarmee het woord epignosis, of de werkwoordelijke vorm ervan, wordt weergegeven. Ook met 'ten volle kennen' of met 'begrijpen'. Om iets daadwerkelijk helemaal te vatten, te zien en te verstaan, moet je het eerst kennen.

In alle gevallen veronderstelt het dus kennis. De keren dat ik het de afgelopen week heb besproken, ging het steeds over die gnosis, dat kennen waarbij het kwartje ook daadwerkelijk is gevallen. Vandaar ook de gedachte: kennen en kennen is twee. Je kunt iets kennen, maar het gebeurt je zo vaak dat je iets soms al heel lange tijd kent en dat er dan pas een moment komt waarop ineens het kwartje valt. Of dat je je ineens realiseert en beseft – dat zijn de twee woorden waar ik het dan vooral over heb –: 'Ah, dát is de betekenis! Dáár gaat het om!' Misschien wist je het daarvoor allemaal wel als informatie in je hoofd, maar je had nooit dat lichtbolletje van: 'Nu zie ik het!' Dan ben je verlicht, zoals we dat icoontje ook wel gebruiken, en ineens zie je het. Over dát kennen hebben we het.

Zoals Gerard ook in zijn introductie al zei: daar gaat het iedere keer om in die gebeden van de apostel Paulus. Om te gaan herkennen, te beseffen en je te realiseren wat ons deel is. Want het is één ding om schatrijk te zijn, maar een ander ding is om je dat ook daadwerkelijk te realiseren, zodat je niet alleen beséft rijk te zijn, maar dat je ook rijk kunt léven. Wat heb je aan een gigantische bankrekening als je niet eens weet dat je die rekening überhaupt hebt? Het gaat erom dat je rijk kunt leven en ook kunt doorgeven. Want als je rijk bent, is het allermooiste toch dat je veel kunt weggeven? Maar dan moet je eerst beseffen en je realiseren dat je rijk bent. Daar gaat het om, want anders is het allemaal toch dood kapitaal. Het is er wel, maar je doet er niets mee; het betekent in de praktijk nu niets. Dan kun je wel zeggen: 'Ja, maar straks zullen we het eenmaal zien', maar dan heb je er nu dus nog niets aan. Het gaat erom dat je je nú al gaat realiseren hoe gigantisch – en zo durf ik het echt wel te zeggen – hoe gigantisch en onvoorstelbaar rijk we zijn.

Paulus in de Gevangenis en de Onthulling van het Geheimenis ↑ hoofdstukken

Ik wil dat nu gaan doen aan de hand van een gebed, en wel heel uitdrukkelijk een gebed van Paulus in Efeze 3. Dat blijkt ook wel, want hij begint daar te zeggen: "Om die reden buig ik mijn knieën." En dan gaat hij een gebed bidden. Maar eigenlijk moet je dan eerst weten wat de directe aanleiding is voor dat gebed. Want als hij zegt "om die reden", dan betekent dat dat hij refereert aan wat hij zojuist heeft gezegd. Je zou natuurlijk kunnen beginnen bij Efeze 1 vers 1 en doorgaan tot Efeze 3 vers 14, maar laat ik het iets directer zeggen aan de hand van wat hij naar voren brengt in Efeze 3. Ik wil daarvan een aantal dingen opsommen en gewoon lezen, met hier en daar een korte toelichting.

In Efeze 3 zegt hij dit, in een tamelijk letterlijke weergave: "Ten gunste van dit — ook hier refereert hij weer aan het voorgaande — ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus, ten behoeve van jullie, de natiën." Hij heeft het in dit hoofdstuk over dat wat hem is ten deel gevallen en waarom. Hij is een gevangene, en in feite staat zijn gevangenschap model voor heel zijn bediening. Dat moet je je realiseren, want hij bevindt zich in Rome. Hij schrijft deze brief vanuit Rome in de tijd dat hij daar gevangen zat. Je leest daarover in het slot van Handelingen 28, dat hij daar twee jaar in gevangenschap was. Hij had nog redelijke vrijheid, want je leest dat hij in zijn eigen gehuurde woning woonde, maar hij was wel voortdurend onder bewaking. Hij had denk ik een soort enkelband; in ieder geval was hij voortdurend onder begeleiding van een Romeins soldaat.

Hij was gevangen genomen in Jeruzalem vanwege de Joden die in opstand kwamen en die ongelooflijk fanatiek tegen deze apostel waren. Het zijn nota bene de Joodse leidslieden in Jeruzalem geweest die hem gevangen hebben laten nemen. Er ontstond een enorme opstand in Jeruzalem. Waarom? Vanwege zijn — ik noem het maar even zo — 'heidense evangelie'. Je leest dat de beschuldiging luidde dat hij alle Joden onder de natiën zou leren om afstand te nemen van Mozes en hun kinderen niet te besnijden. Dat was niet waar, dat leerde hij niet, maar hij leerde wel de vrijheid van de gelovigen uit de natiën. En dat alleen al was zo’n enorme ergernis.

In die beschuldiging van dat 'heidense evangelie' ligt eigenlijk ook de clue van waarom Paulus gevangen zat. Hij gaf voorrang aan de natiën boven Israël vanwege de verwerping van de Messias. Je leest in Handelingen 21 over zijn laatste woorden daar. Hij hield een toespraak en vertelde zijn verhaal over hoe het allemaal zo gekomen was. Op een gegeven moment vertelt hij dat hij in Jeruzalem een gezicht had gezien waarin de Heer tegen hem zei: "Ga weg, ga hier vandaan, want ze zullen jouw woord niet aannemen. Ga ver weg naar de natiën." En op dat woord barstte de bom echt explosief en wilden ze hem lynchen. Het is heel opmerkelijk: het waren juist de Romeinen die hem bewaakten om hem te beschermen tegen de enorme Joodse hetze. Daarom noem ik het dat 'heidense evangelie' dat totaal niet begrepen kon worden.

Hij zegt dus: "Ten gunste van dit ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus." Gevangen, hoezo? "Ten behoeve van jullie, namelijk de natiën." Dat was letterlijk zo. Dan gaat hij verder: "Jullie hebben immers gehoord van de huishouding, de bedeling of het beheer van de genade van God, dat aan mij gegeven wordt voor jullie." Aan hem is die bedeling, dat beheer van Gods genade, toevertrouwd. Hij voegt daaraan toe: "Dat naar onthulling..." — daar heb je dat woord weer, dat gaat om 'apokalyps' — "...het geheim aan mij bekendgemaakt is." Het geheim of de verborgenheid, het geheimenis; er zijn allerlei vertalingen, maar het idee is telkens hetzelfde: iets wat voorheen verborgen was en waarvan het geheim nu is verklapt. En wel aan wie? Aan Paulus. Hij zegt dat naar onthulling het geheim aan hem bekendgemaakt is. Als een geheim niet onthuld wordt, blijft het geheim, maar als het onthuld wordt, is het in zekere zin geen geheim meer. De aardigheid is dat het voor de meeste mensen een geheim blijft, ondanks het feit dat het onthuld is. De meeste mensen hebben er geen idee van, en dat geldt voor ons ook: als dit woord niet bij je terechtkomt en als God je ogen daar niet voor opent, dan zie je het nog niet.

Paulus schrijft dat het geheim aan hem bekendgemaakt is, zoals hij daarover tevoren in het kort schreef. Ik denk niet dat hij daarbij alleen doelt op de voorgaande hoofdstukken, maar dat hij er ook in eerdere brieven over heeft geschreven, al was het toen slechts kort aangestipt. Pas vanuit de gevangenis gaat hij voluit uitpakken. Ik lees even verder in vers 8: "Aan mij, de allergeringste van alle heiligen, werd deze genade gegeven." Het is heel apart als je dat vergelijkt met diverse andere schriftgedeelten. In 1 Timotheüs 1 zegt hij dat hij de eerste van de zondaren is. In 1 Korinthiërs 15 zegt hij dat hij de geringste is van de apostelen. En hier zegt hij: "Ik ben de allergeringste van alle heiligen." Maar juist dat maakt hem zo’n levend embleem van genade. Genade wil zeggen dat het je om niet gegeven wordt, zonder dat er enige verdienste aan ten grondslag ligt.

Paulus zegt: "Ik heb de gemeente Gods vervolgd." Er was op de hele aardbol geen grotere vijand van de Messias — of moet ik 'aardhol' zeggen? — maar in de hele wereld was er niemand die zo vijandig was ten opzichte van Israëls Messias als Saulus van Tarsus. Hij was dé leider van die beweging die anti-de Nazarener was. En juist hem moest de Heer hebben. Hij moest eerst een vervolger zijn, de grootste zondaar, juist omdat God Zijn genade aan hem zou gaan demonstreren. Ik vind het geweldig om eraan te denken dat wanneer Paulus vraagt wat het evangelie is, het antwoord is: dat Christus Jezus gekomen is om zondaren te redden. Als Hij de eerste der zondaren redt, dan moet er hoop zijn voor elke zondaar. Dat is precies wat hij vertelt: Hij is de Redder van elke zondaar en elk mensenkind, niemand uitgezonderd.

"Aan mij, de allergeringste van alle heiligen, werd deze genade gegeven om aan de natiën te evangeliseren." Zo staat het er letterlijk. En wat dan? "De onnaspeurlijke rijkdom van de Christus." Ik moet erbij zeggen dat wanneer dat hier zo staat, het niet alleen gaat om de geweldige rijkdom van Christus Jezus persoonlijk, maar om 'de Christus'. Dan heeft hij het over Hem die daarboven is, samen met Zijn lichaam. Dat vormt samen 'de Christus': hoofd en lichaam tezamen. Wat ons ten deel is gevallen, is een rijkdom die onnaspeurlijk was. Dat wil zeggen dat je nergens in het Oude Testament leest dat dit geopenbaard wordt; het was volledig verborgen. Die heerlijkheid die de Messias ten deel zou vallen, zou gedeeld worden door een heel gezelschap. Ook dat weer 'om niet'; niet omdat ze dat gezocht hebben of omdat ze daarvoor iets verdiend hebben. Het valt je om niet toe; het is als een lot uit de loterij, vandaar ook de term 'lotsdeel'.

Die onnaspeurlijke rijkdom van de Christus, en om allen te verlichten wat die huishouding van het geheim of van de verborgenheid inhoudt. Aardig dat het in vers 2 de huishouding van de genade werd genoemd, en hier wordt het de huishouding genoemd, of de bedeling, het beheer van het geheim.

En hij zou allen verlichten door deze dingen door te geven en vooral ook door ze op te tekenen. Daar ben ik erg blij mee. Dat hij het niet alleen maar verbaal heeft gedaan, maar dat het ook is opgenomen, zal ik maar zeggen. Namelijk niet met de video, maar wel door het vast te leggen, zodat wij nu, zo bijna twintig eeuwen later, daar kennis van kunnen nemen, zwart op wit. En via dat woord bereikt hij ook ons, zodat wij daarmee verlicht worden.

Dat geheim dat verhuld werd vanaf de aeonen in God, de grote Schepper van alles. Hij had een geheim. En nu is dat onthuld, tweeduizend jaar geleden. Onthuld aan Paulus en hij heeft het opgetekend. En via hem is het bekend geworden. Zo mogen wij daar nu dus kennis van nemen, zoveel jaren later.

En dan zegt hij daar nog bij – en dat is het laatste wat ik van het voorgaande wil lezen – naar het voornemen of naar het plan van de aeonen, dat hij maakte in Christus Jezus onze Heer. God heeft een geweldig plan van tijdperken, van wereldtijdperken. En voordat dat aanving, voordat die aeonen aanvingen, had hij dat plan al.

Nu is hij bezig dat uit te werken, want er volgen nog aeonen. We zitten nog maar in de middelste aeon. Er liggen aeonen achter ons, er liggen ook nog aeonen voor ons en wij leven nu in die boze aeon. Ja, maar God is bezig zijn voornemen uit te rollen en te realiseren. Vandaag doet hij dat op een verborgen wijze en straks, aan het einde van deze aeonen – over een paar jaar, zal ik maar zeggen – dan gaat hij dat Koninkrijk openbaren.

Dan wordt het verhaal ineens heel anders. Maar dan nog zijn die aeonen niet voorbij en is dat voornemen niet volledig gerealiseerd. Dat duurt nog even. Maar alles in Christus Jezus onze Heer; hij is de spil waarom alles draait.

De Knieën Buigen voor de Vader: het Origineel van Elk Vaderschap ↑ hoofdstukken

Dat was de inleiding, en die is noodzakelijk. Want hij zegt in vers 14 — ik wees er al even op: "Ten gunste van dit buig ik mijn knieën voor de Vader." Dat "ten gunste van dit" verwijst uiteraard naar wat hij zojuist had gezegd. Het is trouwens aardig dat er niet staat "om die reden", zoals de NBG-vertaling heeft. Er staat eigenlijk een woord dat in de kern "genade" betekent. Het is het woordje charin, en daar klinkt dus genade in door. Vandaar ook: ten gunste van dit buig ik mijn knieën.

Het is net alsof Paulus onder het gewicht van de heerlijkheid die hij zojuist heeft opgetekend, door de knieën gaat. Hij gaat op de knieën, maar in feite gaat hij ook door de knieën onder de last van die heerlijkheid. En tot wie gaat hij? Hij buigt zijn knieën voor de Vader — God de Vader, de oorsprong van die heerlijkheid.

In vers 15 staat vervolgens wie die Vader is: "vanuit wie elk vaderschap in hemelen en op aarde wordt genoemd." In de NBG-vertaling staat "naar wie elk geslacht wordt genoemd", maar dat is een ander woord. Er staat hier het woordje patria. In patria zit het woord pater, en het betekent "vaderschap". Meestal geven andere vertalingen dit weer als "familie". Een familie is eigenlijk niets anders dan een kring rondom een vader. Het klinkt misschien heel patriarchaal wat ik nu zeg, maar het Bijbelse idee van een familie is inderdaad dat van een patriarchaat: een gezelschap rondom de vader die de oorsprong is van die familie. Wij spreken ook wel over de pater familias. Maar hier gaat het over God de Vader. Hij is de oorsprong, maar daarmee feitelijk ook degene die de verantwoordelijkheid draagt voor de familie. Bij Hem begint het en Hij draagt dan ook de verantwoordelijkheid.

Wat Paulus hier zegt, is dat we het fenomeen vaderschap op aarde sowieso kennen. Elke familie is in feite een vaderschap. We mogen dat tegenwoordig misschien niet meer zo noemen omdat het niet genderneutraal zou zijn, maar dat is gewoon de Bijbelse gedachte. En vaderschappen zijn er zelfs in de hemelen. Dat parkeer ik nu even, want hoe we dat precies moeten zien, is nog een verhaal apart.

In ieder geval staat hier dat elk vaderschap in hemelen en op aarde naar Hem wordt genoemd. Het aparte hiervan is dat meestal het tegenovergestelde wordt beweerd. Vaak wordt het zo voorgesteld — en ik heb dat in het verleden zelf ook vaak zo gedacht — dat wij God weliswaar Vader noemen, maar dat dit een metafoor is. Wij kennen hier op aarde het vaderschap, en om God te benoemen maken we die vergelijking en projecteren we wat wij kennen op God. Maar Paulus zegt: nee, het is precies omgekeerd. Wij noemen God niet Vader omdat wij hier het begrip vaderschap kennen en dachten dat dit een mooie metafoor zou zijn om God te duiden. Nee, Hij is het origineel. Hij is dé Vader.

Het vaderschap dat wij hier kennen, is afgeleid van en een projectie van het origineel. Hij is de Vader; Zijn vaderschap is geen projectie van ons vaderschap. Het is precies andersom: Hij is het model, het origineel. Elk vaderschap, ongeacht waar dan ook, wordt naar Hem genoemd. Dat is trouwens een prachtige gedachte als je erbij stilstaat: als je wilt weten wat vaderschap werkelijk is, dan moet je naar Hem kijken. God houdt van Zijn schepping; Hij heeft het voortgebracht. Hij is de Vader en Zijn liefde — we komen daar straks vanzelf nog op — is onvoorwaardelijk. Dat is vaderschap. Er kan er maar één de eerste zijn, en dat is Hij. Opdat Hij...

Kracht voor de Innerlijke Mens, Gegeven Náár Zijn Rijkdom ↑ hoofdstukken

In vers 16 vervolgt Paulus zijn gebed tot de Vader. Hij buigt zijn knieën voor de Vader, en dat had hij zojuist nog even kort toegelicht. Hoezo? Wel, opdat Hij jullie zou geven naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Hier zie je dus weer dat fenomeen van 'opdat Hij jullie zou geven'. We hebben toch alles al? Ja, dat is ook zo. Maar waar het wellicht nog aan ontbreekt, is dat je alles hebt, maar dat je dat ook daadwerkelijk zou gaan verstaan. En dat is waar Paulus elke keer weer voor op zijn knieën buigt en om bidt en vraagt. Eigenlijk denk ik dat er geen beter voorbeeld is om na te volgen dan dat. Ik bedoel, wij bidden zo heel gemakkelijk voor allerlei aardse omstandigheden en daar is niks mis mee, maar het aardige en het bijzondere vind ik toch altijd dat je dat bij Paulus niet vindt. Als het gaat om de aardse omstandigheden, dan is het altijd zo dat Paulus ervan uitgaat — hij heeft het ook moeten leren hoor — dat God zegt: "Mijn genade is jou genoeg, Ik geef je alles wat je nodig hebt." En dus danken we Hem voor alles en in alles. Als je weet dat Zijn weg altijd, ook hier in het aardse, de beste is, dan kun je Hem dus altijd danken. Hij geeft precies wat ik nodig heb.

Even voor de goede orde: dat betekent dus niet dat je niet voor aardse dingen zou mogen vragen, want we mogen al onze wensen bij Hem bekendmaken. Maar waar het nou werkelijk om gaat, is niet of het mag, maar dat je mag weten dat Zijn weg de beste is. Dus kun je Hem altijd daarvoor danken, in plaats van dat je erom zou vragen. Waar je je werkelijk naar zou uitstrekken, is dat je ook werkelijk gaat zien en verstaan en begrijpen met jouw hart hoe geweldig rijk je bent. En ja, ik zou zeggen dat dit de beste tip is: laten we ook hierin Paulus navolgen. Laten we elke dag dit voor elkaar en ook voor onszelf bidden, voor degenen die je lief zijn, dat je dit echt mag gaan verstaan.

Opdat Hij jullie zou geven naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Die tekst vind ik mooi, want ik heb expres even een streep gezet onder dat woordje 'naar'. Dat is in het Grieks het voorzetsel kata. Dat betekent letterlijk 'neerwaarts' of, meer idiomatisch, 'in overeenstemming met'. Er staat hier: opdat Hij jullie zou geven 'naar' of 'in overeenstemming met' de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Hier staat dus niet het voorzetsel uit (ek), opdat Hij jullie zou geven 'uit' de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Hoewel dat op zich een hele logische gedachte zou zijn, want als God geeft, dan geeft Hij ons uit Zijn rijkdom van heerlijkheid. Dat is waar. En toch is er een verschil.

Het mooiste voorbeeld hiervan heb ik wel vaker gebruikt, maar ik blijf hem mooi vinden. Kijk, je hebt een steenrijk iemand, noem iemand als Bill Gates of Elon Musk. Oké, zij zijn de allerrijksten van deze wereld. Als Elon Musk op straat loopt en hij ziet een bedelaar en hij geeft hem 10 euro — ik noem maar wat — dan is dat trouwens een royale gift om zomaar aan een bedelaar te geven, maar oké. Dan geeft hij hem 'uit' zijn rijkdom. Maar stel je voor dat Elon Musk die bedelaar zou geven 'naar' zijn rijkdom. Dan is die bedelaar in één keer geen bedelaar meer, maar dan is hij zelf steenrijk. Want ik bedoel, Elon Musk hoeft niet eens moeite te doen om eventjes een miljoen euro op te rapen als hij dat op straat ziet liggen. Hij kan beter doorlopen, want dan verdient hij namelijk in die tijd nog veel meer. Hij merkt het niet eens als hij een miljoen weggeeft. Zie je, de God die wij kennen, dat is de God die alles bezit: hemel en aarde, al het goud, al het zilver, alle rijkdom die je maar kunt bedenken. Ja, Hij is de Creator daarvan. Alle rijkdom bezit Hij, alle heerlijkheid. En als Hij gaat geven aan ons, geeft Hij niet alleen maar 'uit' Zijn rijkdom. Dat spreekt nogal voor zich, want je kunt alleen maar iets weggeven als je het zelf bezit en daaruit geeft. Maar Hij geeft ook 'naar' Zijn rijkdom, in overeenstemming daarmee.

Zo'n voorzetsel is eigenlijk al heel veelzeggend. Bij Paulus zie je dat tussen de regels door zo duidelijk uit de verf komen: Paulus kende een geweldig rijke God. Hij heeft daarom ook een hoge verwachting van God. Anders had hij niet gezegd 'naar', maar had hij gezegd 'uit'. Hij verwacht dus van de Vader voor wie hij zijn knieën buigt, dat Hij hen gaat geven in overeenstemming met de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Alsjeblieft! En wat geeft Hij dan wel? Om in kracht gesterkt te worden. En dat 'met kracht', dat is dat Griekse woordje dynamis. Van dynamis is ons woordje dynamiet afgeleid. Het betekent: vermogen, het stelt je in staat tot. Hij geeft kracht en dat sterkt ons. Je wordt daardoor krachtiger gemaakt.

Hoe doet Hij dat dan wel? Wel, dat doet Hij door Zijn Geest. Hij deelt dat wat Hij weet met ons. Hoe doet Hij dat? Nou, gewoon eigenlijk op dezelfde wijze dat ik nu dingen aan u doorgeef. Er zijn dingen in mijn geest die ik denk en die ik overweeg, en hoe komt dat bij u terecht? Wel, doordat ik mijn woord spreek. Zo komen de dingen van mijn geest in uw geest terecht. Dat heet communicatie. Je wisselt woorden uit, maar met die woorden geef je ook gedachten weer. Dat is geest. Je ziet het niet — geest betekent immers ook dat het zich aan het oog onttrekt — maar het laat zich wel verstaan. Oké, Hij sterkt ons in kracht. Hoe doet Hij dat? Door Zijn Geest, lees: Woord. Want Woord en Geest zijn hier synoniem.

En waar komt dat dan terecht? Niet in de uitwendige mens, maar in de inwendige mens. Of de innerlijke mens, zo moet ik het trouwens zeggen. In een oudere vertaling zeg ik vaak de inwendige mens, maar in Nederland heeft dat meteen de associatie met de buik. "We gaan de inwendige mens versterken," dan bedoelen we dat we gaan eten. Nou, dat is dus niet de inwendige mens waar het hier om gaat. Ik heb zelfs begrepen dat in medische termen de maag niet eens echt 'inwendig' is. Het hart wel, de lever ook, maar de maag niet. Daar loopt een open verbinding — hoe moet ik dat nou netjes zeggen? — van twee kanten zelfs naar de maag toe. Vandaar dat ik ooit heb gehoord dat de hele spijsvertering feitelijk tot de uiterlijke mens behoort.

De innerlijke mens, dat moet duidelijk zijn, staat tegenover dat wat voor ogen is. In 1 Samuel 16 staat het zo: de mens ziet aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan. Dat is het centrum, de binnenkant. Die zie je niet, dat is ook weer geest. En God sterkt ons zó. Niet de uitwendige mens. Ja, u zegt misschien: daar krijgen we toch ook kracht voor? Jawel, maar daar lezen we geen enkele garantie voor. God gaat Zijn weg met ons, met ons leven en onze aardse wandel. Maar waar het werkelijk om gaat, is de innerlijke mens. Dat is waar Paulus voor bidt. We zijn immers gezegend, zoals Efeze 1 vers 3 zegt, met elke geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus. Elke geestelijke zegen. Hebben we dan geen materiële zegeningen? Nou, ik dacht het wel, maar daarover lezen wij geen garanties. Je kunt straatarm zijn, zonder enig geld of met nauwelijks bezit, maar dat je geestelijk niettemin enorm rijk bent. Omgekeerd kan trouwens ook: je kunt gigantisch veel geld op de bank hebben terwijl je geestelijk straatarm bent. Het gaat dus echt om die innerlijke mens.

En in feite is het zo dat de uiterlijke omstandigheden — ik zeg het voorzichtig hoor, want je hebt maar makkelijk praten als je gewoon gezond van lijf en leden bent — maar toch is het echt wel zo dat het er werkelijk om gaat wat je beleeft en de vreugde die je mag kennen. Wat maakt het dan uit als je van binnen blij bent en vrede hebt, terwijl het naar de mens gesproken en voor het oog nergens op lijkt? Dat je allerlei gebreken hebt en dat mensen zeggen: "Goh, wat heeft hij of zij het moeilijk qua gezondheid en omstandigheden."

Ja, maar als jij vrede en vreugde mag kennen en een dankbaar hart hebt, dan ben je, als je het mij vraagt, steen- en steenrijk, ongeacht de omstandigheden. Dus ja, het gaat om die innerlijke mens.

Paulus wist er ook alles van. Je moet maar eens een keertje lezen over de omstandigheden waarin hij verkeerde. Niet alleen was hij een gevangene, maar denk ook aan wat hij allemaal had meegemaakt: schipbreuk, vervolging, stokslagen, geselingen, et cetera. Dagen zonder eten, zonder slaap; al die aardse omstandigheden.

Paulus zegt ook: als we het daarover hebben, dan behoor ik tot de categorie van de beklagenswaardigste van alle mensen. Ja, naar de mens gesproken is dat zo. Totdat je de binnenkant bekijkt, want dan blijkt het totaal anders te zijn.

Christus in de Harten: Geworteld en Gefundeerd in Onvoorwaardelijke Liefde ↑ hoofdstukken

In kracht gesterkt te worden door zijn geest in de innerlijke mens, namelijk dat de Christus door het geloof in jullie harten zou wonen. Kijk, het is op zich een opvallende uitspraak dat hij zegt dat Christus in onze harten woont of zou wonen, want dat is het gebed. Want we weten allemaal dat Christus daar boven is. Oké, onttrokken aan het oog, maar Hij is daar. "Bedenk de dingen die boven zijn, waar Christus is, die uw leven is." Ja, daar is Hij fysiek. Ik bedoel, het laatste wat men vernomen heeft van Hem, is dat Hij op de Olijfberg was en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Dat is dus het laatste wat op aarde van Hem gezien is. Hij is daar dus boven. Hoezo dan in ons hart? Hoe kan Christus wonen in ons hart?

Nou, dat staat erbij: door het geloof. We vertrouwen op het Woord en dat is iets van het hart. Daardoor woont Hij. Door het geloof – niet fysiek uiteraard, maar door het geloof – woont Hij zo in onze harten. En Paulus bidt ook dat we steeds meer zouden gaan verstaan dat Hij in onze harten woning zou maken, steeds meer, dat Hij daar zijn verblijf heeft. En er staat bij: in liefde dan geworteld en gefundeerd zijn.

"Geworteld" is een metafoor ontleend aan het plantenrijk. Een plant is geworteld, of een boom of een struik is geworteld. Hij heeft zijn wortels uitgeslagen en die groeien, waardoor een plant of een boom ook zijn voeding krijgt. Dat is geworteld, maar het idee is vooral dat het vaststaat. Als iets geworteld is, dan staat het vast. Dat is ook het idee bij "gefundeerd", alleen is dat weer ontleend aan een gebouw of een huis. Een huis is gefundeerd. Een plant staat vast als het geworteld is, en het idee is dus stabiliteit; het staat vast.

In feite gaat het iedere keer weer om stabiliteit in zoveel gebeden en aanmoedigingen: blijf vaststaan. Je zou zeggen: dat is toch niet zo moeilijk, want dan hoef je niks te doen, dan hoef je niet te bewegen. Nee, maar het punt is: als er zoveel wèl beweegt, bevind je je in een stroom van gedachten. Als je mee zou gaan... je hoeft niks te doen om meegevoerd te worden als je niet vaststaat, als je niet geworteld en gefundeerd bent. Dan ga je gewoon mee met de meute, met de massa en door alle maalstromen van gedachten en opinies die op je afkomen. De "mainstream", ik vind het een leuk woord, de stroom van gedachten waardoor je zomaar wordt meegenomen. Dan komt het erop aan dat je geestelijk geworteld en gefundeerd bent.

Ja, in dat Woord. En wat is het geweldige van dat Woord? Wel, in dat Woord vernemen we van Hem die liefde is: de Vader. En "liefde" is – we kennen het allemaal ongetwijfeld, stel ik me zo voor – het woordje AGAPÉ. De essentie van AGAPÉ is dat het onvoorwaardelijk is. Je hebt lief, ja waarom? Er is maar één, als u mij vraagt, correct Bijbels antwoord daarop: God houdt van zijn schepselen. Dat is ook werkelijk liefde. Hij houdt van zijn schepselen. Waarom? Omdat het ZIJN schepselen zijn. En dat heeft dus niets te maken met kenmerken omdat ze lief zijn of lief doen, of omdat ze mooi zijn. Nee, het is van Hem. Het is het werk van zijn handen. Hij heeft het bedacht.

Ik had in het verleden van die T-shirts gezien – ik zie ze tegenwoordig nooit meer – met de tekst: "I'm God's original creation." Of zoiets was het toch? Ja, nou, maar dat geldt voor ons allemaal. Alles wat is, is zijn creatie en daarom houdt Hij daarvan. Hij laat nooit varen het werk van zijn handen. Dat is liefde. Waar we dat echt in de natuurlijke sfeer nog tegenkomen, is in de relatie van ouders. Of laat ik het even specifiek toespitsen: de liefde van een vader voor zijn kinderen. Die is normaal gesproken onvoorwaardelijk, niet gebaseerd op wat het kind doet. Zelfs al pleegt het kind een moord of heeft het alles verbruikt, dan nog blijft het je kind en daarom hou je ervan.

En dat is de liefde van God trouwens; dat is denk ik ook de allermooiste liefde. Ook in het huwelijk is dat zo. Paulus zegt ook: "Mannen, heb uw vrouwen lief." Ja waarom? Niet omdat ze aantrekkelijk is of omdat ze lief doet. Trouwens, dat geldt ook voor een vrouw ten opzichte van een man. Waarom zou je je man of vrouw liefhebben? Wel, omdat het je man of vrouw is, dáárom. Dus dat is onvoorwaardelijk. Het is van jou. In welke relatie dan ook: het is van jou en daarom heb je het lief. Dat is aardig. Dat legt de bal niet bij de ander, maar het heeft te maken met het feit dat het van jou is. Of, in dit geval als we het over God hebben: elk schepsel is van Hem, is werk van zijn handen en daarom heeft Hij het lief.

Als je in die liefde geworteld bent, vind je daar ook echt stabiliteit in, want die is onbeweeglijk. Ik kan niks doen zodat Hij mij lief gaat krijgen, want Hij hééft mij lief. Ik kan ook niets doen waardoor Hij mij niet meer lief zou hebben. Zelfs al slaan ze zijn Zoon aan het kruis, dan nog zegt Hij: "Ik hou van jullie. Juist via die weg ga Ik jullie het leven geven." En drie dagen later wekte Hij zijn Zoon op om het leven te geven aan al die moordenaars. Ik bedoel, aan de wereld die Hem vermoord heeft. Dat is liefde, een liefde die niet kapot te krijgen is. Dat is onvoorwaardelijk.

Daar kun je dus werkelijk vastheid in vinden. Want alles wat van jou of van mij of van onze praktijk afhangt... nou, daar geef ik geen stuiver voor. Dat is altijd zo betrekkelijk. Mensen horen: "Ik ga het op internet zetten," en dan kun je het weer niet waarmaken. Je moet uitkijken met wat je belooft trouwens. Maar dit is onvoorwaardelijk.

En daarom: "in liefde geworteld en gefundeerd zijnde, opdat jullie in staat zouden zijn te vatten, samen met alle heiligen..." Hier heb je weer dat "opdat". Iedere keer "opdat". Paulus buigt zijn knieën, waarom? Wel, omdat we geworteld zouden zijn in die liefde en opdat we versterkt zouden worden, en dan weer opdat jullie... Iedere keer als daar een motief gegeven wordt, dan is dat tevens weer het plateau, de basis voor weer andere condities. Opdat jullie in staat zouden zijn...

Samen met Alle Heiligen de Dimensies van Gods Geheimenis Vatten ↑ hoofdstukken

Hij stelt ons dus in staat. Hij geeft namelijk naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, opdat jullie in staat zouden zijn om te vatten, te grijpen en ook te begrijpen, samen met alle heiligen. Dat is vrij logisch, want dat is nu juist de rijkdom die wij hebben als lichaam van Christus; het is een rijkdom die we gemeenschappelijk hebben. En waarom? Om er ook gemeenschappelijk van te genieten.

Afgelopen week was ik in Duitsland. Het thema van de twee weken die ze daar in Engelsbach, in Oost-Duitsland, verblijven, was 'genieten'. Ik ben altijd nogal van de woordjes en de etymologie, en toen hebben we ook gezien dat het woordje 'genieten' een interessante achtergrond heeft. Als je in het woordenboek kijkt, zie je dat als je iets geniet, je iets krijgt. Ik geniet een inkomen, ik noem maar wat; dan krijg je dat, dan ontvang je dat. Dat is één. Maar genieten heeft etymologisch ook alles te maken met 'genoten'. Een genoot, zoals een echtgenoot, is iemand met wie je samen iets gebruikt of deelt. Je bent een echtgenoot of een deelgenoot. Ik ken ook de uitspraak dat 'echtgenoot' de verleden tijd is van 'echt genieten'. Dat is een woordspeling, maar even serieus: het heeft te maken met wat je samen hebt. Genieten doe je juist samen, want we delen deze dingen. We zijn deelgenoten, lotgenoten. Paulus zegt trouwens in Efeze 3 ook dat wij deelhebbers, deelgenoten zijn van het lot van Christus.

Samen met alle heiligen mogen we vatten wat de breedte en de lengte en de hoogte en de diepte is. Eigenaardig genoeg zegt Paulus er daar niet direct bij wát we dan precies vatten in deze dimensies – lengte, breedte, hoogte en diepte. Maar van wat dan? Ik denk simpelweg van datgene waar hij het zojuist over heeft gehad: de geheimenissen van God. Er is een hele mooie tekst in de Schriften waarin dit feitelijk wordt toegelicht. Ik neem u mee naar Job 11. Ik lees het even voor uit de NBG-vertaling en daar staat dit, beginnend met een retorische vraag: "Kunt gij de geheimen Gods doorgronden, de Almachtige doorgronden ten einde toe?"

Over de geheimen van God hebben we het nu al de hele tijd. Een geheim kun je nooit doorgronden tenzij het wordt onthuld, tenzij het je verteld wordt. De vraag is dus: kunnen we de geheimen van God doorgronden, de Almachtige doorgronden ten einde toe? En dan staat er: "Zij zijn hoog als de hemel." De hoogte heeft dus te maken met de hemelen. Dat is niet zo gek; dan kijk je naar boven. Dat is dus de plek waar Christus nu is en, moet ik erbij zeggen, waar wij ook met Hem gezeten zijn. Hij is geplaatst in het hemelse en wij ook. Wij zijn deelgenoten van dat lot. Zij zijn hoog als de hemel. Dat wil zeggen: die geheimenissen waar Paulus het over heeft en waar Job de vraag over stelt, die kunnen we uit onszelf niet doorgronden. Nee, we speuren het ook niet na; het is ons onthuld. Het is niet doordat wij zijn gaan zoeken dat wij erachter zijn gekomen; nee, het is ons bekendgemaakt. Paulus zegt ook: "Het is mij onthuld en ik geef het u door."

Welnu, als je dat eenmaal gezien hebt, dan kom je tot de ontdekking dat het hoog als de hemel is. Wat kunt gij doen? "Dieper dan het dodenrijk." Dat is in feite een bijzondere dimensie: je gaat van de uiterste hoogte naar de uiterste laagte. Hoe diep kun je zakken? Naar het dodenrijk. Maar dat is precies de plek waar Hij is geweest, Hij die nu daarboven is. Hij is tot het uiterste verhoogd, nadat Hij Zichzelf tot het uiterste vernederd had. Hij heeft Zich vernederd tot de dood van het kruis. Zo diep is Hij gedaald.

En dan: "Langer dan de aarde is hun maat." Ik versta dat als een tijdsaanduiding. Dat wil zeggen: langer dan de aarde bestaat. Voordat de aarde er was, had God reeds dat voornemen als een geheim in Zijn hart. En trouwens, ook nadat deze aarde inmiddels plaatsgemaakt heeft voor een nieuwe aarde en deze aarde er niet meer is, dan nog is dat geheimenis daar en realiseert God dat voornemen der aeonen. Dus met recht: het is langer dan de aarde.

Ten slotte: "En breder zijn zij dan de zee." Dat is opmerkelijk, want dat betekent dat we ze hier alle vier op een rijtje hebben. De zee is, dat weten de meesten van u wel, een type van de volkerenwereld. De volkerenzee, zo spreekt het boek Openbaring daar ook over. Welnu, de geheimenissen Gods zijn breder dan de zee. Hoog als de lucht, diep als het dodenrijk, wijd als het waterblauw – maar het is zelfs wijder. Het is meer dan de volkerenzee, want Zijn liefde is universeel voor al Zijn creaties. Dus inderdaad: breder zijn zij dan de zee. Het opmerkelijke is dus dat we die vier dimensies die Paulus noemt met betrekking tot de geheimen van God, gewoon al terugvinden in de Schriften. In feite wat Paulus doet, is duidelijk maken: daar gaat het over. En dat we dat dan samen met alle heiligen gaan vatten. Dat gaan we samen genieten.

Een Liefde Die Onze Kennis te Boven Gaat en de Volheid van God ↑ hoofdstukken

En te kennen de liefde van de Christus, zo lees ik verder, die de kennis overtreft. In feite is dat tegenstrijdig, want je zou kunnen zeggen: hoe kun je nu iets kennen dat de kennis overtreft? Ik denk dat het idee is dat we het slechts ten dele kunnen kennen. Het gaat namelijk de kennis te boven. Kijk, epignosis veronderstelt kennis, maar we hebben het nu over iets dat de kennis te boven gaat. In zekere zin dus ook epignosis – het woord wordt hier niet gebruikt, maar het overtreft de kennis. We kennen het slechts ten dele omdat het zo groots, zo wijs, zo hoog, zo breed en zo diep is.

Het plaatje dat ik erbij heb gezet, illustreert dat. Kijk, een kind kan naar de zee toe lopen met een emmertje. Dan is dat emmertje gevuld met de oceaan. Maar zit de oceaan dan in het emmertje? Nee. Het emmertje is wel gevuld mét de oceaan. Nou, zo is het ook bij ons: we kunnen gevuld zijn, vol zijn, zelfs overvloeiend zijn van de liefde van God in Christus. Maar dat wil niet zeggen dat je het bij lange na omvat. Never nooit.

Juist dat vind ik zo geweldig, want over de dingen waar we het over hebben, daar kun je nooit te groot over denken. Je kunt nooit zeggen: "Ja, maar jij overdrijft nu de liefde van God." Zo vaak wordt het wel verteld. Als je zegt dat Hij de Redder van alle mensen is: natuurlijk! Hij is de Schepper van de hele wereld. Weet je dan niet dat Hij liefde is en dat Hij dat nooit laat varen? Hij redt! Het is geen aanbod, het is gewoon een mededeling dat Hij jouw Schepper is. Ja, maar als je het niet aanneemt, is Hij dan niet meer je Schepper of zo? Wat een dwaasheid! Hij is jouw Schepper. Geloof het of niet, maar dat is Hij. En Hij is jouw Redder. Geloof het of niet, maar dat is Hij. Dat betekent dat Hij jou gaat redden. Oké. Dat kwartje valt nog niet bij iedereen. Sterker nog, het valt bij bijna niemand. En vooral degenen die het zouden moeten horen en zouden moeten doorgeven, dat zijn de grootste tegenstanders. Maar goed, dat is nog een ander onderwerp.

Het overtreft de kennis, opdat jullie vervuld worden tot in al de volheid van God. En die volheid van God, waarvan we weten dat die in Christus' lichaam woont. Ik lees even Kolosse 2 voor. Er staat: "Want in Hem," dan gaat het over Christus, "woont al de volheid van de Godheid lichamelijk. En jullie hebben in Hem volheid verkregen." Ik denk dat dit 'lichamelijk' dubbelzinnig is. Dat de volheid van de Godheid in Hem lichamelijk woont, daarvan kun je verstaan: Zijn lichaam. Ja, dat is dat lichaam waarmee Hij werd opgewekt toen de steen werd weggerold, en nu woont de volheid van de Godheid in Hem lichamelijk. God is alles in Hem.

Ooit was het zo dat God alles was in Zichzelf. Toen de schepping er nog niet was, was God alles in Zichzelf. Nu is Hij alles in Zijn Zoon. En het einddoel van God is dat Hij alles wordt in allen. Maar hier is het nog de volheid van God die in Hem lichamelijk woont. Dat is dus inderdaad in Christus Jezus die daar nu boven is, maar ook de Ekklesia die Zijn lichaam is. Vandaar ook dat wij in Hem de volheid hebben gekregen. Dat is in zekere zin een proces, want straks als we lichamelijk – ik bedoel fysiek – aangepast zullen zijn, dan is het helemaal compleet. Vandaar ook dat er staat dat we vervuld worden tot in al de volheid van God. Het geeft een richting aan: "tot in". Het is een proces.

Aan Hem... Dat is het laatste vers geloof ik. Nee, nog niet. Ik moet echt met je opschieten, sorry. Hebben jullie nog even? Ja? Het is wel mooi, ik vind het geweldig om aan deze dingen te denken. Oké, aan Hem...

Lofprijzing: Hij Is bij Machte Méér Dan Overdadig te Doen ↑ hoofdstukken

In feite sluit Paulus daar zijn gebed mee af, met een lofprijzing aan Hem die bij machte is meer dan overdadig te doen boven alles wat wij bidden of denken. Oversuperlatief gesproken. Ik zei al eerder: Hij geeft naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid. Daar denk je altijd te gering over. Maar weet u waar ik zo blij om ben? Het hangt helemaal niet van ons af. Het gaat niet om ons vermogen, waartoe wij bij machte zijn. Nee, ons vermogen – of laat ik dat nog anders zeggen: ons onvermogen – is een feit. En don't worry about it. Waarom? Hij is bij machte. En daarom kijken we ook omhoog. Dat is ook wat een mens is: kijk omhoog! Van Hem heb je het te verwachten. En laat ik u dit zeggen: van Hem verwacht je altijd te weinig. Hij geeft naar Zijn rijkdom om met kracht gesterkt te worden in de innerlijke mens.

Aan Hem die bij machte is. Want je zou je de vraag kunnen stellen: maar zulke gebeden te bidden, dat we samen met alle heiligen de hoogte breeden... dit is toch... dit kan niet? Nee, wij kunnen dat ook niet, maar Hij wel. Want Hij is bij machte te doen... Moet je eens opletten, het gaat er nog vier keer overheen. Dat is een superlatief, hè? Hij is bij machte niet alleen te doen, maar om alles te doen. En dan... nee, sterker nog: Hij is bij machte te doen boven alles. Niet alleen alles doen, maar boven alles doen. Nee, het is nog sterker: Hij is bij machte boven alles overdadig te doen. En zelfs dan houdt het ook niet op. Dan zegt hij: boven alles meer dan overdadig te doen.

Dus ik vind het al heel wat: Hij is bij machte te doen. Maar Paulus zegt dat Hij bij machte is alles te doen. Hij is bij machte boven alles te doen. Hij is bij machte alles overdadig te doen. En zelfs dat is nog niet genoeg, dan zegt hij: meer dan overdadig. Nou, dat vind ik inderdaad wel overdadig, ja. Het geeft gewoon aan dat we het hebben over een God bij wie geen limits zijn. Nou, over Die hebben we het en van Die God hebben we te verwachten. Aan Hem die bij machte is meer dan overdadig te doen, boven alles wat wij bidden of denken. Want ja, Paulus bidt nu en hij zegt: dat kunnen wij niet. Ziet u? Dat vind ik het heerlijke van de evenheden. Als je het woord doorgeeft, verwacht je niks van een mens. Je vertelt gewoon wie Hij is en dat is de mededeling. Geloof het, of niet, maar het blijft waar. Nou, dat is het geweldige: niets van de mens, alles van Hem.

Het is naar de kracht, oftewel betreffende de kracht die inwerkt in ons. Dan zegt Paulus – dat is het laatste vers: aan Hem de heerlijkheid. Aan Hem betekent gewoon: aan Hem komt het toe, of aan Hem behoort die heerlijkheid. De heerlijkheid die wij nu kennen in de ekklesia of in Christus Jezus. Aan Hem de heerlijkheid in de ekklesia en in Christus Jezus tot in al de generaties van de aeon. Amen.

Sorry, ik zeg nog: dit is geen afsluiting.

Gods Voornemen in de Generaties van de Hoogste Aion ↑ hoofdstukken

Ik wil eerst nog eventjes wat zeggen over dat 'in al die generaties', want we hadden het er al even over dat Gods plan nog lang niet gerealiseerd is. Het werk is nog bezig, daarom moet je nu nooit Gods werken voortijdig beoordelen. Hoe kan Hij liefde zijn? Kijk eens om je heen. Je mag Gods werk pas beoordelen als het af is. Elke kunstenaar zal dat ook beamen. Je gaat niet een boek beoordelen als je nog maar een paar bladzijden gelezen hebt, of als je een film nog maar halverwege ziet, zeg je ook niet: "Ik vind het geen goede film." Kijk hem eerst nou eens af.

Dat is geweldig zoals Paulus dat ook laat zien: er gaan nog aeonen volgen en uiteindelijk eindigt het in de hoogste aeon, de aeon van de aeonen. Dat is ook weer zo’n overtreffende trap. Je hebt de Koning der koningen; dat is de meest overtreffende Koning. Of je hebt de Heer der heren, of de God der goden, of het Heilige der Heiligen, of het Hooglied der liederen. Het is een typisch Hebreeuwse taalvorm. In het Nederlands hebben we de Tocht der Tochten. Van alle tochten is dat de meest overtreffende.

Paulus heeft het nu over de aeon van de aeonen. En dat is, denk ik, hetzelfde als wat hij in Efeze 1 vers 10 noemt: de volheid van de tijden. Als al de tijden hun vervulling gaan vinden en gecompleteerd worden, waarin alles gerealiseerd wordt. De hoogste, meest overtreffende aeon. En dan zegt Paulus: "tot in al de generaties". Waarmee strikt genomen gezegd is dat in de aeon van de aeonen de generaties nog doorgaan.

Eerlijk gezegd heb ik het donkerbruine vermoeden – ik zeg het met enige voorzichtigheid – maar je leest in Psalm 105 iets interessants. Mensen met een refo-achtergrond weten heel goed waar ik het nu over heb, want het wordt dan altijd bij de doop van zuigelingen zo benoemd en dan wordt het lied gezongen uit de berijming van Psalm 105 vers 5: "God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken." Ik ken hem al helemaal, het is alweer een poosje terug: "tot in het duizendste geslacht".

Dat gaat over het verbond dat God heeft gesloten met Abraham. Dat verbond zal Hij bevestigen – het was trouwens onvoorwaardelijk – en dat zal Hij bevestigen tot in een duizendste geslacht. Ga er nou even van uit dat een geslacht veertig jaar duurt. Je leest dat het geslacht in de woestijn veertig jaar in de woestijn moest blijven; die generatie mocht het beloofde land niet binnen. Een geslacht is veertig jaar.

Oké, dat betekent dus dat als je begint te rekenen van Abraham tot Christus, dat 2000 jaar is. Dat zijn dus 50 generaties. Vanaf Christus tot aan het begin van het millennium is het weer ongeveer 2000 jaar. Weer 50 generaties. Er zijn dus in 4000 jaar tijd nog maar 100 generaties voorbijgegaan sinds Abraham. Dat betekent dat er vanaf het einde van deze aeon, of het begin van het millennium, nog 900 generaties te gaan zijn alvorens God Zijn verbond kan bevestigen in het duizendste geslacht.

U zegt: "Ja, maar dat is poëzie." Oké, dan gaat het niet op. Maar als het letterlijk is, en ik denk dat er alle reden toe is om het inderdaad letterlijk te nemen, dan krijg je het millennium, wat 1000 jaar duurt – dat is wat millennium betekent – en dat zijn weer 25 generaties. Als er nu honderd generaties gepasseerd zijn, dan zijn er nog negenhonderd generaties te gaan. Dat zijn 36.000 jaren. Als je het millennium eraf trekt, kom je op 35.000 jaren. Dus die aeon is in die zin alleen al qua tijdslengte overtreffend.

Behalve de tijdslengte gaat het om wat God in die aeon gaat realiseren. Dat is ook de laatste aeon waarin Christus zal heersen. Dan wordt God ook alles in allen, want Hij doet de dood teniet. Dat zal allemaal gerealiseerd worden in die aeon der aeonen. Gods plan is, kort en goed – nou ja, kort... sorry, het is wel goed, niet kort, maar heel groots.

Hij gaat dat realiseren waar Paulus zijn knieën voor buigt: dat we dat samen met elkaar mogen vatten. Want dat is het allermooiste. Het is heerlijk om daar persoonlijk mee bezig te zijn en daarvan te genieten, maar het allermooiste is om die gemeenschappelijke rijkdom ook gemeenschappelijk te beleven. Dat je daarvoor de ogen verlicht krijgt en dat je dat gaat ervaren; een geweldige rijkdom. We kunnen elke dag steenrijk gaan leven. En als je nou zegt: "Ja, maar dat kan ik helemaal niet," geen probleem, dat is des te beter, want dan ben je afhankelijk van Hem en dan kijk je precies de goede kant op. Daar gaat het om. Dus nu zeg ik dan toch eindelijk: Amen.

🎧 epi-gnosis: kennen en kennen is twee (3)
Delen: