Apollos, een kennismaking
13-08-2023 - Geplaatst door Andre Piet13 augustus 2023, Benthuizen
We komen ‘m voor het eerst (en het meest uitgebreid) tegen in Handelingen 18. Apollos, een Jood uit Alexandrië en “machtig in de Schriften”. Wie was hij? Wat deed hij? En wat valt er van hem allemaal te leren?
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- De Voorgeschiedenis en Historische Context van Paulus' Reis
- De Introductie van Apollos: een Geleerde Jood uit Alexandrië
- Machtig in de Schriften en Onderricht in de Weg van de Heer
- Vrijmoedig Optreden en Goddelijke Bijscholing Door Priscilla en Aquila
- Het Vertrek Naar Achaïe: Vruchtbaar Werk Louter uit Genade
- Geen Partijzucht, maar Dienaren als Kanalen: God Geeft de Wasdom
- De Grote Les van Apollos: Niet Uitgaan Boven Hetgeen Geschreven Staat
De Voorgeschiedenis en Historische Context van Paulus' Reis ↑ hoofdstukken
Dankjewel Art! Dat was een hele mooie start. En een mooi einddoel, hè? God verkondigt van den beginne reeds de afloop. Geweldig. Dan heb je rust. Ik ga jullie vanmorgen eens kennis laten maken. Het zal voor velen inderdaad een kennismaking zijn, want ik heb al eventjes vooronderzoek gedaan en toen is mij gebleken dat de kennis over deze persoon maar heel minimaal blijkt te zijn. Dus het lijkt me helemaal geen overbodige luxe om eens over deze Apollos te spreken.
Voordat we naar Handelingen 18 toegaan — want dat is de passage die ik met name wil bespreken — wil ik eerst eventjes kort de context en de voorgeschiedenis geven. Kijk, het verhaal is dit: u vindt het in Handelingen 18. We praten over het jaar 51, plus minus 52 van onze jaartelling. Dat weten we nogal nauwkeurig. Ik heb nog niet zo lang geleden over de chronologie van het Nieuwe Testament een korte serie gegeven en toen heb ik dat ook aangetoond. Maar in ieder geval, zo rond het jaar 51 lees je dat Paulus vertrekt vanuit Athene naar Korinthe. Dat staat in Handelingen 18 vers 1.
Om het eventjes wat visueler te maken: hier zie je Athene en dan vertrekt Paulus een kilometer of tachtig westwaarts en komt hij in Korinthe aan. Ook dat is een havenstad aan de Golf van Korinthe. In hoofdstuk 17, u weet wel, was Paulus in Athene. Toen heeft hij die beroemde rede, die toespraak gehouden op de Areopagus. Vervolgens is hij vertrokken naar Korinthe.
Wanneer hij daar in Korinthe aankomt, treft hij Priscilla — voor sommigen een niet geheel onbekende naam — en Aquila. Altijd in deze volgorde, wat eigenaardig is. Priscilla is de vrouw en haar echtgenoot heet Aquila, maar hij speelt kennelijk altijd een beetje een rol op de achtergrond. Zij kwamen uit Italië, lees je. Zij zijn ook tentenmaker, net als Paulus, en zij delen met hem de boodschap van de opgestane Messias. Paulus werkt met hen samen en zij blijven dan anderhalf jaar in Korinthe. Dat is op zich wel eigenaardig, want Paulus had het plan om naar Rome toe te gaan. Maar hij had juist vernomen dat de Joden daar allemaal verdreven waren. Wat de aanleiding daarvan was, doet nu even niet ter zake, maar in ieder geval blijft Paulus in Korinthe. Dat was voor een periode van één jaar en zes maanden.
Daarna vertrekken zij samen, dat wil zeggen Paulus met Priscilla en Aquila, naar Efeze. Om het ook wat concreter te maken: hier ligt Korinthe en via de Griekse eilanden komt hij dan op het Turkse vasteland aan, aan de kust nabij Efeze. Vervolgens lees je dat Paulus alleen verder trekt. Dat is heel boeiend als je een kaartje erbij hebt, want dan kun je het je allemaal nog wat beter voorstellen. Je leest dat hij vanuit Efeze verder gaat en Priscilla en Aquila daar achterlaat. Hij vertrekt naar Caesarea, dat in het land van Israël ligt, en wellicht ook nog naar Jeruzalem, maar dat is wat omstreden. Vanuit Caesarea of eventueel Jeruzalem gaat hij naar Antiochië en dan via Galatië en de landstreek Frygië reist hij weer richting Efeze.
Het is in deze tijd — ook dat zal ik straks nog laten zien — dat terwijl Paulus in deze streken bivakkeert en weer richting Efeze gaat, de geschiedenis plaatsvindt waar we het vanmorgen over gaan hebben: namelijk dat Apollos daar in Efeze is gearriveerd.
De Introductie van Apollos: een Geleerde Jood uit Alexandrië ↑ hoofdstukken
Laten we meteen maar eens naar Handelingen 18 gaan. Daar lees je over een zekere Jood, Apollos genaamd. Dat is wel aardig, want wij kennen de naam Apollos vooral van het NASA-project. Dat heeft dezelfde oorsprong; de naam komt uit de Griekse mythologie. Apollos was volgens de verhalen de zoon van Zeus – of Jupiter, zoals hij ook wel wordt genoemd. Hij was de tweelingbroer van Artemis. Artemis kennen wij meestal onder de naam Diana, en de aardigheid is dat we haar ook tegenkomen in Handelingen 19 als Paulus in Efeze is. Efeze was immers de stad van Artemis. Maar in ieder geval was die Artemis volgens de legende de tweeling van Apollos.
De aardigheid is dat de naam zelf eigenlijk helemaal niet zo'n aanbeveling is, want deze is afgeleid van een Grieks werkwoord dat 'verloren gaan' betekent. We komen het heel vaak tegen in het Nieuwe Testament als werkwoord of als zelfstandig naamwoord: de Verderver. Ja, waarom je dan een Apollo-project zo noemt? Maar goed, hij heette in ieder geval Apollos en nu weten we waar die naam vandaan komt.
Laten we de tekst vers voor vers volgen, eigenlijk zinsdeel voor zinsdeel, om het beeld wat scherper te stellen. Hij was een Alexandrijn van afkomst, wat wil zeggen dat hij uit Alexandrië kwam. Alexandrië ligt aan de westkant van de Nijldelta in Egypte en de stad is genoemd naar Alexander de Grote, de Macedoniër. We hadden het zojuist voor de samenkomst nog even over Macedonië, maar aan deze grote Alexander is de stadsnaam dus ontleend. Die stad was een wereldstad, maar had ook een hele grote Joodse gemeenschap. In de hele diaspora was er geen stad waar zoveel Joden verbleven als juist in Alexandrië; ik heb zelfs begrepen dat één op de drie Alexandrijnen van Joodse origine was.
Er is nog iets anders waarom Alexandrië bekend is geworden: omdat daar de Septuagint, afgekort als LXX, tot stand kwam. Dat betekent simpelweg 'de zeventig'. Wat die Septuagint is, is eigenlijk heel logisch. Er was een grote Joodse gemeenschap in het buitenland, maar velen van hen waren niet meer vertrouwd met de Hebreeuwse taal. Er was dus een sterke behoefte aan een Griekse vertaling van de toenmalige Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament. Zo is daar een vertaling tot stand gekomen die wij nu de Septuagint noemen. De aardigheid is dat wanneer je in het Nieuwe Testament citaten uit het Oude Testament leest, dit per definitie citaten uit de Septuagint zijn. Ons Nieuwe Testament is immers ook in het Grieks geschreven. Als je dan citeert uit de Hebreeuwse Bijbel, kun je wel in het Hebreeuws gaan spreken, maar dat werkt niet; dat is niet te begrijpen. Dus werd er geciteerd uit de Griekse vertaling, de Septuagint dus.
Uit die stad kwam deze Apollos vandaan. Je leest over hem dat hij een Alexandrijn was, een geleerd man. Dat is een beetje omstreden, want andere vertalingen, zoals de Statenvertaling, zeggen dat hij welsprekend was. Het Grieks gebruikt het woordje logios en dat betekent dat hij vertrouwd was met het woord. Dat kun je opvatten als iemand die erg belezen was, gevormd door woorden, maar je kunt het ook zien als iemand die machtig was om de dingen naar voren te brengen. Het wordt dus verschillend uitgelegd. Hij was in ieder geval een heel geleerd man, wat we straks ook nog wel zullen zien, en vermoedelijk ook welsprekend. Het is dus niet zo gek dat de vertalers hier kennelijk in dubio staan; ik denk dat beide begrippen op hem van toepassing zijn.
Hij arriveerde in Efeze, kennelijk vanuit Alexandrië, en hij was 'machtig in de Schriften'. In het Grieks staat daar het woordje dunatos, waar ons woord 'dynamiek' en ook 'dynamiet' vandaan komt. Het betekent machtig of vermogend. Een vertaling zegt dat hij doorkneed was in de Schriften. Hij kende de Schriften kennelijk op zijn duimpje, hij wist waar de dingen stonden en hij kende de verbanden. Hij wist donders goed waar hij het over had als hij de Schriften opende.
Machtig in de Schriften en Onderricht in de Weg van de Heer ↑ hoofdstukken
Hij was machtig in de Schriften en dan lees je over hem, die Apollos: hij was onderricht. Er staat hier trouwens een Grieks woordje waarvan ons woord 'catechese' is afgeleid. Hij was onderricht in de weg van de Heer. Die uitdrukking moeten we even goed begrijpen, want doordat het zo geformuleerd werd — hij was onderricht in de weg van de Heer — raakt dat aan een manier van zeggen die heel bekend is in het boek Handelingen. Het is namelijk ontleend aan de bediening van Johannes de Doper.
Johannes de Doper begon ooit kort voor het publieke optreden van Jezus en van hem lees je, onder andere in Marcus, dat zijn optreden wordt geïntroduceerd als de vervulling van wat er in Jesaja al staat. Namelijk dat er iemand zou komen die in de woestijn de weg des Heren, of de weg van Yahweh, zou bereiden of voorbereiden. Eigenlijk klaarmaken. Daarom wordt hij ook wel de wegbereider des Heren genoemd. Het is in feite ontleend aan de profetie dat voordat de Messias zou komen, hij als een Elia zou verschijnen. Er is heel veel verwantschap tussen Elia en Johannes de Doper. Hij zou de weg voorbereiden, zoals dat al in Jesaja was voorzegd, en Johannes is daarvan de vervulling.
In het boek Handelingen wordt heel dikwijls gesproken over 'de weg'. 'De weg' is dan een andere term voor de Christus. In feite zijn dat synonieme begrippen, wat niet zo gek is, want de Messias heeft Zichzelf inderdaad gepresenteerd als de weg, de waarheid en het leven. Ook die term 'de weg' heeft daar alles mee te maken. Laat ik een paar voorbeelden geven om het concreter te maken. Je leest in Handelingen 9 over Saulus van Tarsus dat hij overal op zoek ging. Hij was dé vervolger van de ekklesia en als hij mannen en vrouwen zou vinden die 'van de weg' waren, dan zou hij hen gevankelijk naar Jeruzalem brengen. Mannen en vrouwen die van de weg waren. Het klinkt haast alsof ze van het padje af waren, maar nee, ze waren mensen van de weg. Zo benoemden zij zichzelf kennelijk.
Later in Handelingen 19, wat plaatsvindt in Efeze, lees je dat er omstreeks dat tijdstip geen geringe opschudding ontstond inzake 'de weg'. Eigenlijk zou dat tussen aanhalingstekens geplaatst moeten worden; zo werd dat genoemd: de weg. En dan gaat het over de Messias. Wanneer Paulus voor Felix, de stadhouder, verschijnt in Handelingen 24, dan zegt hij: "Maar dit erken ik voor u, Felix, dat ik naar die weg, die zij — de tegenstanders — een secte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer." Dat is trouwens interessant, want men noemde de mensen van de weg een secte, maar zijzelf afficheerden zich als mensen van 'de weg'. Dat wil zeggen: van de weg die ooit is aangekondigd door de profeet Jesaja en die weg is bereid door Johannes de Doper. De weg die zij een secte noemen, maar waarin ik de God der vaderen vereer, gelovende al hetgeen in de wet en de profeten geschreven staat. In de profeten wordt dit voorzegd en vandaar dat wij van de weg zijn. En dan lees je over die stadhouder Felix even later in datzelfde hoofdstuk dat hij zeer goed van de weg op de hoogte was en hun zaak verdaagde. Er zijn nog meer voorbeelden, maar mijn punt is hiermee wel gemaakt: als het in Handelingen over 'de weg' gaat, dan gaat het over de Messias die is aangekondigd en wiens pad is bereid door Johannes de Doper.
Deze Apollos kwam dus uit Alexandrië en hij was onderricht in de weg van de Heer; hij was op de hoogte van de doop van Johannes. Ik zeg dat expliciet zo, omdat het later zo wordt bevestigd. Er staat bij: "en vurig in de geest sprak en onderwees hij nauwkeurig." Dat vind ik een hele mooie, maar ook zeldzame combinatie: vurig van geest — wij zouden zeggen geestdriftig of 'begeistert' — maar ook nauwkeurig, met precisie. Hij was doorkneed en machtig in de Schriften en hij onderwees ook. Hij had geleerd hoe hij de dingen geweldig onder woorden kon brengen. Het is heel interessant dat er voor vurig letterlijk het Griekse woord zeo staat, wat 'kokend' betekent. Dat vind ik prachtig. Van de Laodiceërs wordt gezegd dat ze koud noch heet waren, maar bij Apollos kookte het vanbinnen. Het is een mooi beeld om aan te geven dat het bij deze man bruisend was. Dat krijg je als het kookt: dan gaat het bruisen. Hij was vurig én nauwkeurig. Exact en zorgvuldig. Hij combineerde dat met enthousiasme. Vaak gaat enthousiasme ten koste van de nauwkeurigheid. Je bent dan zo verrukt over de dingen die je te vertellen hebt, dat de accuratesse er soms een klein beetje aan moet geloven. Maar bij hem lees je over deze combinatie: hij was vurig in de geest en hij sprak en onderwees nauwkeurig de dingen omtrent Jezus.
Dat wil zeggen: de dingen die in Jezus vervuld zouden worden. Ik zeg dat expres zo, want hij was namelijk nog niet 'geüpdatet'. Er staat immers bij: "alleen op de hoogte zijnde van de doop van Johannes." Hij leerde nauwkeurig over de weg, want daar was hij in onderwezen, en hij gaf dat met grote kracht, geestdrift en precisie door. Maar er zaten hiaten in zijn onderwijs. Dat was geen verwijt, hij wist het gewoon niet beter. Hij was nog onkundig over bepaalde dingen en was slechts op de hoogte van de doop van Johannes.
Wat ik al over Johannes zei: hij was de wegbereider. Hij heeft ook altijd gezegd: "Het gaat niet om mij, ik wijs slechts de weg. Ik doop jullie in water." Dat wordt wel zeven of acht keer herhaald in het Nieuwe Testament. Johannes zei altijd: "Ik doop jullie in water, maar Hij die na mij komt, die zal jullie dopen in geest en in vuur." De doop waarmee hij het Joodse volk doopte, was slechts een beeld van de echte doop die na hem zou komen. Trouwens, ik vind het heel apart dat de christelijke doop dus juist geen waterdoop is. de doop van Johannes was een waterdoop, maar dat was een beeld van Hem die zou komen en die zou dopen in het echte: in geest en vuur.
Johannes wees vooruit. Je leest in het Johannes-evangelie dat hij op een gegeven ogenblik midden in de schare wijst en zegt: "Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt." Jezus was zijn achterneef. Je leest dat Maria, de moeder van Jezus, een nicht was van Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper. Het was dus familie. De één kwam uit de stam van Juda en de ander uit de stam van Levi, wat een heel interessante koninklijke en priesterlijke lijn oplevert. In ieder geval komt Jezus op een gegeven ogenblik ook naar Johannes om gedoopt te worden. Johannes wil daar eerst van afzien en zegt: "Dat is een omkering van zaken," maar Jezus staat erop dat Hij door Johannes gedoopt wordt. Johannes heeft echter de hele tijd gewezen op Hem die zou komen en hij heeft ook op de Naam gewezen.
Vrijmoedig Optreden en Goddelijke Bijscholing Door Priscilla en Aquila ↑ hoofdstukken
In Handelingen 18 vers 26 lezen we dat deze Apollos vrijmoedig begon op te treden. Je ziet het haast voor je hoe dat van hem gezegd wordt. In het Grieks staat daar een prachtig woord voor vrijmoedigheid: parrhesia. Dat woord heeft te maken met 'alles' (pan) en 'spreken' of 'stromen' (rhesia). Letterlijk betekent vrijmoedigheid dus 'alles zeggen'. Dat vind ik heel leuk, want zo gebruiken wij het eigenlijk ook: iemand die vrijmoedig is, is niet terughoudend, maar die meldt gewoon alles wat hij te vertellen heeft. Dat is vrijmoedigheid. Hoe was het ook alweer, Art, wat je zei over de Zuiderkapel? Er waren daar predikanten die vrij waren om te zeggen wat ze te melden hadden. Als je in een systeem zit, moet je soms op eieren lopen, maar dan ben je dus niet vrijmoedig. Vrijmoedig ben je wanneer je gewoon meldt wat je te melden hebt. Apollos was dus niet alleen goed op de hoogte, hij was nauwkeurig, geestdriftig, geleerd en welsprekend, maar hij was ook vrijmoedig. Het is een geweldig getuigenis dat Lucas hier in een paar regels over deze Apollos optekent.
Ik heb hier nog een subtiele verrassing bij, want ik heb er bij andere gelegenheden weleens op gewezen dat het Grieks een werkwoordsvorm kent die wij niet kennen: de medialis, de middenvorm. Als wij een werkwoord gebruiken, dan is dat ofwel actief, ofwel passief; je eet of je wordt gegeten. Maar het Grieks heeft dus die middenvorm die zowel activiteit als passiviteit uitdrukt. Dit 'vrijmoedig zijn' staat in de medialis. Dat wil zeggen dat het én passief én actief is. Persoonlijk vind ik dat prachtig, want het geeft aan dat die vrijmoedigheid hem overkwam. Als je geestdriftig bent, doe je dat dan zelf? Nee, je bent 'begeisterd', om het zo maar te zeggen. Dat is passief; het overkomt je. Je bent gepakt en gegrepen door iets, en dat wil je vertellen. Het overkomt je, maar het máákt je tegelijkertijd actief, waardoor je gaat bruisen en gaat spreken. Is dat vrijmoedig optreden nou passief of is het actief? Wij kunnen dat in onze taal niet zo uitdrukken, maar het Grieks kan dat keurig vangen in die medialis. Hij werd vrijmoedig gemáákt, maar hij was daardoor zelf ook actief vrijmoedig. Begrijpt u? Ik ga het nu verder niet toelichten, want er zijn veel meer voorbeelden van, maar hij begon dus zeer vrijmoedig op te treden in de synagoge. U moet zich realiseren dat er daar in Efeze op dat moment nog helemaal geen ekklesia van gelovigen was; dat lees je pas later in Handelingen 19. In dit stadium trad hij als Jood op in de synagoge.
En dan lees je: "En toen Priscilla en Aquila hem hoorden..." Ik vertelde het u al: Paulus was met Priscilla en Aquila naar Efeze gegaan. Vervolgens was Paulus verdergegaan naar Caesarea en had hij nog een hele reis gemaakt, maar Priscilla en Aquila waren nog steeds in Efeze. Zij maken kennis met deze Apollos en zij horen hem spreken. Ze zullen ongetwijfeld onder de indruk zijn geweest van wat hij naar voren bracht. Toen zij hem hoorden, vernamen ze natuurlijk dat die man zeer nauwkeurig sprak en dat hij zeer geestdriftig was, maar ongetwijfeld hebben ze ook gemerkt dat hij van een aantal dingen kennelijk nog niet wist. En dan lees je dat Priscilla en Aquila hem hoorden en hem tot zich namen. Ze hebben hem gewoon even apart genomen, want ze wilden hem graag dingen vertellen die deze Apollos nog niet wist.
Het is trouwens even geheel terzijde: in het boek Handelingen heet zij altijd Priscilla, maar als Paulus hen in zijn brieven benoemt, dan is het altijd Prisca en Aquila. Kennelijk was Prisca een koosnaampje. Lucas noemde haar voluit Priscilla, terwijl Paulus haar altijd Prisca noemde. Dat is maar een klein detail, maar het is wel interessant. Toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem dus tot zich en zetten hem de weg van God nauwkeuriger uiteen. Dat uiteenzetten wil zeggen dat ze hem tekst en uitleg hebben gegeven; ze hebben hem nader op de hoogte gesteld en geüpdatet. Het was wel nauwkeurig wat hij zei, maar het was nog niet compleet of volledig. En Priscilla en Aquila doen dat dan; zij zetten hem de weg van God uiteen. Heb je het weer: 'de weg van God'. Hij was wel deels op de hoogte van de weg, maar kende nog niet de hele weg, om het zo maar te zeggen.
Zij zetten hem de weg van God dus nauwkeuriger uiteen. Apollos was al nauwkeurig — hier wordt hetzelfde werkwoord gebruikt — maar dan in de overtreffende trap. Apollos was nauwkeurig, maar Priscilla en Aquila zetten hem de weg van God nauwkeuriger uiteen. En kennelijk heeft Apollos dat, leergierig als hij was, met vreugde in zich opgenomen. Dat weten we zeker, want dat blijkt uit het vervolg: het klopte allemaal. Het is prachtig zoals dit getekend wordt. Daar in de synagoge vernemen Priscilla en Aquila dus van deze Apollos, maar vervolgens wordt hij door hen volledig bijgepraat.
Het Vertrek Naar Achaïe: Vruchtbaar Werk Louter uit Genade ↑ hoofdstukken
En dan lees je in vers 27: "En toen hij zich beraadde door te gaan naar Achaïe." Hij wilde dus niet in Efeze blijven, maar hij wilde vertrekken naar Achaïe. Daar zal ik u nog wel even wat over vertellen, want dat is mooi. Op een kaartje of een PowerPoint kun je het goed zien: Achaïe is wat wij dan noemen de Peloponnesos. Dat is dat schiereiland van Griekenland. Het noordelijke deel daarvan heet Achaïe. Je komt die naam heel dikwijls tegen in Handelingen, maar ook in de brieven van Paulus. De hoofdstad daarvan is Korinthe. Paulus – of liever deze Apollos – was dus in Efeze en hij wilde naar Achaïe toe, precies de plek waar Priscilla en Aquila vandaan kwamen.
Wanneer hij zich dan beraadt, dus overweegt om daar naartoe te gaan, dan moedigden de broeders hem aan. Kennelijk was daar in Korinthe behoefte aan zijn komst; ik weet niet precies wat de reden was, maar de broeders stimuleerden hem en ze schreven aan de leerlingen daar in Achaïe om hem te verwelkomen, om de deur voor hem open te zetten en hem vriendelijk te ontvangen. Een aanbevelingsbrief dus, die deze Apollos meekreeg als hij richting Korinthe gaat.
En wat staat er nog bij? "Toen hij daar aankwam, droeg hij heel veel bij aan hen die geloofden door de genade." In Efeze had hij zich al bewezen en zijn kwaliteiten getoond, en ook daar had hij al veel betekenis gehad. Maar nu komt hij in Achaïe aan, in Korinthe dus, en hij draagt heel veel bij. "Hij bracht veel toe", zegt de Statenvertaling. De NBG-vertaling zegt: "Hij was van veel nut". Hij droeg veel bij aan hen die geloofden, en dat staat er in het Grieks heel eigenaardig: "door de genade". De uitleggers zijn het er niet helemaal over eens waar dat "door de genade" op slaat. Slaat dat nu op het feit dat híj door de genade veel bijdroeg? Of slaat dat op degenen die "geloofden door de genade"? Zij geloofden, waarom? Omdat zij door genade mochten geloven. Wat is het nou? Is het het een of het ander? Wat zegt u? Ik denk dat het antwoord C is: namelijk beiden.
Beiden is waar. Natuurlijk was het de genade van God die Apollos in staat stelde om veel bij te dragen en om van veel nut te zijn daar in Korinthe. Jazeker. Maar degenen die daar al geloofden, hoe kwam het dat ze daar geloofden? Ja, God had hen door Zijn woord overtuigd. Het overkomt je; je komt niet tot geloof, het geloof komt tot jou. Dat is een gave van God. Dus ik vind het een hele mooie toevoeging. Het is genade als je het mag zien. Ik had daar onlangs nog heel wat gesprekken over, want u weet hoe dat gaat in de christelijke wereld: men spreekt altijd van de vrije wil en dat het jouw keuze is. Nee, nee. Als je ogen opengaan voor het evangelie, als je het mag horen en mag verstaan, wanneer het kwartje valt, dan is dat louter genade. Er is geen enkele eigen roem bij.
Ik zeg erbij wat Paulus in de Korinthebrief al schrijft: "Het is uit Hem dat jullie in Christus Jezus zijn." Het is uit Gód. Die ons van God geworden is: wijsheid, rechtvaardigheid, verlossing, enzovoort. Maar het is uit Hem dat jullie in Christus Jezus zijn. Dat wil zeggen: God heeft jullie daar geplaatst. Hij heeft je ogen, je hart en je oren daarvoor geopend. Het is allemaal genade. Niks eigen bedrijf, niks eigen werken. Vergeet het maar. En weet u wat ik het geweldige daarvan vind? Ten eerste dat God alle eer krijgt, en ten tweede dat als het inderdaad van Hem afhangt dat mijn ogen geopend worden, dan hangt het dus ook van Hem af dat alle andere ogen geopend worden. En als Hij het timet om ons vandaag uit te roepen, dan ligt het ook in Zijn vermogen om anderen op een ander tijdstip daartoe te brengen. Dat maakt het evangelie tot zo'n geweldig goed bericht; het is een mededeling. God is overal, Hij roept nu mensen uit en straks opent Hij álle ogen, zodat allen zullen zien en allen ook zullen getuigen. Dan opent Hij ook nog eens een keer hun mond. Ja, dat overkomt je dan.
Er staat in vers 28 nog bij: "Want energiek" – of in de NBG-vertaling: "onvermoeid" – "weerlegde hij grondig de Joden publiekelijk." Waaruit wel weer blijkt dat deze man verbaal ook heel sterk was. Hij wist niet alleen waar hij het over had, hij was machtig in de Schriften, maar hij sprak het publiek daar in de synagoge toe. Hij kreeg kennelijk nogal wat tegenargumenten te horen, want er staat: energiek, krachtig, haast bruisend weerlegde hij hen grondig. Dat "grondig weerleggen" wil zeggen dat hij met argumenten overduidelijk aantoonde dat het niet waar was wat men tegen hem inbracht. Hij vertelde iets, kreeg vervolgens een heleboel mitsen en maren te horen van "nee, dat kan helemaal niet" of "kijk eens naar dit argument", en vervolgens weerlegde hij dat heel grondig.
Hoe deed hij dat dan? Wel, door aan te tonen, letterlijk staat er een Grieks woord dat "laten zien" betekent. Dat is ook wat bij ons "aantonen" betekent: je toont iets aan, je laat iets zien. Hoe dan wel? Door de Schriften waarin hij zo machtig was en die hij zo goed kende. Hij wist alles in de Schriften, in de Wet en de Profeten; alles in die Hebreeuwse Bijbel dat spreekt van Hem die gekomen is. Eerst was hij daar nog maar spaarzaam van op de hoogte vanwege zijn gebrekkige informatie, maar toen hij vervolgens door Priscilla en Aquila nauwkeuriger op de hoogte werd gesteld, nou, toen wist hij het helemaal! Hij was buitengewoon bekwaam om dit te doen. En reken maar dat er ook in de Joodse wereld heel veel know-how was en dat zij allerlei bezwaren hadden tegen de messiaanse claims van Jezus de Messias. Maar deze Apollos, hij lustte ze bij wijze van spreken rauw; hij heeft ze grondig weerlegd en vanuit de Schriften laten zien: hier staat het, daar staat het. Hij heeft dat allemaal kunnen aantonen en zo in feite de mond gestopt van alle tegenspraak. Wat een krachtig woord moet er uit zijn mond geklonken hebben. Dat is geweldig. Je zou bij wijze van spreken een video willen hebben met geluidsopnames – met ondertiteling graag – van hoe hij dat daar in Korinthe voor dat publiek heeft gedaan.
En dan lees je nog iets dat bevestigt waar ik het over heb, inmiddels in het volgende hoofdstuk, Handelingen 19. Daar staat bij: "En het geschiedde, terwijl Apollos in Korinthe was, dat Paulus doorreisde door de bovenste delen van het land en afdaalde naar Efeze." Wat we zojuist hebben gelezen over Apollos, dat was allemaal in de tijd dat Paulus doorreisde door de bovenste delen van het land, dat wil zeggen door Frygië en Galatië. In die tijd heeft dat dus plaatsgevonden. Het is ook in die tijd dat Paulus, ietsje later moet ik erbij zeggen, de eerste Korinthebrief schrijft. We weten exact wanneer Paulus dat gedaan heeft; we kunnen dat zo plotten in het boek Handelingen. In Handelingen 19 vers 21 lees je weliswaar niet direct dat hij toen de Korinthebrief schreef, maar uit de beschrijving die we daar vinden, kunnen we precies ontlenen dat hij op dat moment die brief heeft geschreven.
Want dat blijkt namelijk als je het vergelijkt met de Korinthebrief. Kijk het maar eens na in Handelingen 19-21; dat is inmiddels dus krap een jaar later. Maar je kunt je voorstellen: terwijl Paulus dan later weer is gearriveerd in Efeze en de Korinthebrief schrijft, refereert hij aan het feit dat Apollos daar in Korinthe actief was.
Nou, dat is precies niet alleen wat we in de Korinthebrief lezen, maar dat is ook wat Handelingen zegt. Dus het klopt precies. Paulus heeft ooit het woord gebracht daar in Korinthe en Paulus is er weggegaan. Later is Apollos daar gekomen en die heeft het werk van Paulus eigenlijk voortgezet. De naam van Apollos komen we daarom vooral in Handelingen tegen, maar met name juist in de eerste Korinthebrief. Ik wil een paar voorbeelden geven en daarmee wil ik dan ook afsluiten.
Geen Partijzucht, maar Dienaren als Kanalen: God Geeft de Wasdom ↑ hoofdstukken
In 1 Korinthe 1 vers 1... Paulus was het een en ander ter oren gekomen. Kijk, wij zijn geheiligd — dat schrijft Paulus ook in de Korinthebrief — geheiligd in Christus Jezus, volmaakt gerechtvaardigd. Maar niks menselijks was hen vreemd. Want wat gebeurde er? Paulus had zijn hielen nog niet gelicht of Apollos was daar gekomen. En er waren ook wel scheurtjes ontstaan, om het even zachtjes te zeggen, daar in die ecclesia, want er was wat partijzucht.
Paulus schrijft dan in 1 Korinthe 1 vers 12: "Maar dit zeg ik, dat ieder van jullie zegt: Ik ben van Paulus; maar ik ben van Apollos; maar ik ben van Kefas; maar ik ben van Christus." Zelfs van Christus hadden ze dus een partijleider gemaakt, zeg maar. En Paulus vraagt dan: "Is Christus soms gedeeld dan?" Dit is iets wat je zo vaak vindt: dat een menselijke arbeider op een voetstuk gezet wordt en dan krijg je rivaliteiten. "Die is beter", of "Zij hebben meer licht." Ik kan me heel goed voorstellen dat ze zeiden: "Die Apollos, die heeft veel meer in zijn mars, joh. Die is welbespraakt en kan heel goede dingen naar voren brengen." Paulus was als spreker zwak. Hij had bepaald geen minderwaardigheidscomplex, want hij wist dat hij geroepen was, dus hij sprak ook met betoon van geest en kracht, zegt hij. Maar als spreker was hij minder geslaagd. Op grond van zulke dingen kunnen zomaar partijschappen ontstaan: de voorkeur voor de een of de ander. En Paulus zegt: "Wat is dat kleinzielig." Ook vleselijk. Heel vleselijk om zulke onderscheidingen te maken.
Hij borduurt er in hoofdstuk 3 nog even op voort en zegt in vers 5 van dat hoofdstuk: "Wat is dan Apollos?" Je zou haast zeggen dat dit denigrerend is naar Apollos toe, maar zo bedoelt hij het niet. Hij vraagt: "Maar wat is hij nou?" En dat geldt ook voor hemzelf: "Wat is nu Paulus?" Hij zegt: "Ze zijn dienaren door wie jullie geloven." God heeft hen gebruikt als kanaal door wie zij geloven, en wel zoals de Heer aan eenieder geeft. Dit bevestigt precies waar we het net over hadden: de Heer geeft geloof en God gebruikt daarvoor kanalen. Hij zet daar een mens voor in: een Paulus, een Apollos. Maar wat is dat? Dat zijn alleen maar instrumenten. God doet het werk en Hij gebruikt daarvoor instrumenten, maar het is Zijn werk. En dan worden ook zulke arbeiders gewoon op hun plek gezet. Maar dat geldt ook voor de hoorders; dat je je daar niet achter moet gaan verschuilen, of zeker niet die dienaren van het Woord tegen elkaar gaan uitspelen. Ik denk dat dit toen waar was en dat het gewoon waar blijft.
Paulus illustreert dan precies historisch, ook vanuit het boek Handelingen, hoe het is gegaan. Hij zegt: "Ik heb geplant." In Handelingen 18 zien we hoe via hem het Woord in Korinthe terechtkwam en de ecclesia ontstond. Vervolgens is hij weggegaan en toen kwam er een ander: toen kwam Apollos en die heeft begoten. "Ik heb het stekje mogen planten en vervolgens kwam Apollos en die heeft water gegeven." Maar — en daar gaat het om — God gaf de wasdom. Hij doet groeien. Niet iemand die een stekje plant of degene die water geeft, want het echte wonder is natuurlijk dat het daardoor gaat groeien. Maar dat doet geen mens hoor, kan ik u vertellen. Dat geldt al voor het simpele plantje, maar dat geldt ook voor het geestelijke. Dat doet echt geen mens.
Daarom zegt hij ook even later in 1 Korinthe 3: "Daarom, laat niemand roemen in mensen." Want, zegt hij, het is allemaal van jullie. Ga dus niet bepaalde dienaren die God toevallig inzet op een voetstuk plaatsen. Het zijn slechts instrumenten. "Laat niemand van jullie roemen in mensen. Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Kefas (dat is Petrus dus), hetzij wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige dingen, hetzij aanstaande dingen: alles is van jullie." Denk groots! Ik bedoel, we hebben alles in Hem. Ga niet zo kleinzielig zitten doen over een mensje dat gebruikt wordt. De één formuleert de dingen wat anders, de ander heeft misschien een andere opinie over zus of zo. So what? Gebruik zelf je verstand; alles is het uwe. Denk maar na! Wees je bewust dat je alles in Hem hebt, en ook die instrumenten die God dan inzet: prima, ook dat is van jullie. Net zo goed als leven, dood, tegenwoordige dingen en aanstaande dingen. Kijk, dan ben je echt op de hoogte als je zo in die positie staat.
En dan heb ik er nog eentje, dat is het laatste...
De Grote Les van Apollos: Niet Uitgaan Boven Hetgeen Geschreven Staat ↑ hoofdstukken
1 Korinthe 4. Dit is trouwens niet de laatste keer dat Apollos vermeld wordt in de Korinthebrief, maar we moeten het even beperkt houden. Dit gedeelte is wel heel mooi, daarom sluit ik er ook mee af.
Dan staat er: "In deze dingen nu, broeders," zo schrijft Paulus aan de Korintiërs, "geef ik een ander aanzien aan mijzelf en Apollos om jullie." Dat wil zeggen: ik zet de dingen gewoon in perspectief, opdat jullie in ons — Paulus zegt: Apollos en mij — zouden leren niet te gaan boven hetgeen geschreven staat. Opdat de één niet boven de ander opgeblazen zou worden tegen de ander.
Het gaat slechts om één ding en dat is: wat staat er geschreven? Niet om opinies, niet om de wijze waarop dat vertolkt wordt, hoe eloquent dat ook allemaal mag zijn of mag klinken. Nee, het gaat om wat er staat geschreven en om daar niet boven te gaan. Dat is het enige wat telt. En het gaat niet via welk kanaal God dat tot je heeft laten komen; zie daaraan voorbij.
Dat wat er staat geschreven, dat was nu precies — en dan zijn we weer helemaal terug bij af — dat was juist ook de kwaliteit van Apollos. Wat is zo groots aan deze man? Niet dat hij zo'n hoog IQ had hoor, dat had hij wel, en niet alleen dat hij zo welsprekend was. Oké, dat is een geweldige gave, maar wat zo geweldig is: hij kende de Schriften en hij had één verlangen, en dat is door te geven wat er staat geschreven. Nauwkeurig, en liefst nog nauwkeuriger. En dat is wat telt; dat is de grote waarde van het Woord.
En die les van Apollos, die zouden we allemaal moeten leren. Zullen we het daarbij laten voor vanmorgen?
UltimateGoodNews