GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Psalm 94: vaardig in het recht (2)

23-07-2023 - Geplaatst door Andre Piet
23 juli 2023, Den Haag

In dit tweede deel vervolgen we de bespreking van Psalm 94 vanaf vers 12. Het zal ons bevestigen in wat we eerder vaststelden, namelijk dat deze psalm profetisch is en verwijst naar de tijd dat God in lichtglans zal verschijnen en aan Zijn volk en aan de natiën recht zal doen. Hoe pijnlijk en hard dat proces ook moge zijn, het is Gods liefde die zowel recht zet alsook terechtbrengt.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt het tweede deel van Psalm 94 en belicht Gods belofte om recht en gerechtigheid op aarde te vestigen. De spreker legt uit dat Gods tuchtiging voortkomt uit liefde en bedoeld is om de mens liefdevol te begeleiden, met de Thora als richtinggevende vingerwijzing. Profetisch gezien wijst de psalm naar een toekomstige tijd van grote benauwdheid, waarin de getrouwen een veilige schuilplaats zullen vinden in de woestijn. Uiteindelijk zal God ingrijpen om publiekelijk onrecht te vergelden, de goddelozen met hun eigen wetteloosheid te confronteren en zowel op nationaal als individueel niveau alles definitief recht te zetten.

“Laat het maar aan Hem over om recht te doen. Of het nu in het grote geheel is, over Israël en de natiën, of individueel: Hij zet alles recht.”

Introductie en Profetische Context van Psalm 94 ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen allemaal weer. Hier, vrienden in Den Haag, en wederom mag ik hier dus weer staan. Het was niet moeilijk voor mij om te bedenken waar ik het over zou gaan hebben, want vorige week waren we gebleven ergens halverwege Psalm 94. Twee keer achter elkaar hier spreken heeft het grote voordeel dat je dan wat dieper in kan gaan op een psalm als deze.

Psalm 94 heb ik als titel wederom meegegeven: 'Vaardig in het recht'. Ik heb daar de vorige keren ook al wat aantekeningen bij gemaakt, bij de misverstanden die heel vaak bestaan over dat begrip rechtvaardigheid en gerechtigheid. En aanverwante woorden, zoals vergelding en wraak, die dikwijls heel erg negatief worden ingevuld, maar vanuit de Bijbel juist een hele positieve betekenis hebben. God doet recht en Hij zet de dingen recht. Dat blijkt ook heel sterk als we deze 94e psalm bezien.

Laat ik nog even een paar highlights naar voren brengen van wat we tot dusver hebben gezien. Ik heb bijvoorbeeld opgemerkt dat dit de vijfde psalm is in het vierde boek der psalmen. Er zijn in totaal dus een vijftal boeken van de psalmen. De psalmen zijn dus niet één boek, maar vijf boeken, en dit is de vijfde psalm in het vierde boek. En dat is op een hele bijzondere wijze gestructureerd. Dat wil zeggen, die boeken corresponderen ook weer met de vijf boeken van Mozes, de Pentateuch, want penta betekent ook vijf. En al die boeken corresponderen ook qua inhoud met elkaar.

Dit vierde boek heeft vooral ook te maken met de wijze waarop God in gaat grijpen in deze wereld. Dat zie je in al deze psalmen terug: hoe Hij recht gaat brengen en gerechtigheid gaat volvoeren in Israël, maar via Israël ook over de hele volkerenwereld. Het is daarmee dus ook een profetische psalm. Het gaat, en dat blijkt eigenlijk al vanaf het allereerste begin, afgezien van de hele context van al die psalmen die hieraan voorafgaan maar ook nog hierop volgen, over de dag dat God in lichtglans zal verschijnen. Waarom? Wel, om de boel, ik zeg het eventjes plat, maar om alles in deze wereld te gaan richten. Dat wil zeggen, daar zit dus ook weer dat woordje 'recht' in: om alles recht te gaan zetten.

En ja, ik weet niet hoe u dat hebt, maar ik denk dan bij mezelf: als God alles in deze wereld recht gaat zetten, openbaar publiek, gewoon onder de natiën, dan moet er nog heel wat gaan gebeuren. Reken maar dat dat ook een enorme, pijnlijke, harde en gevoelige ingreep zal zijn. Heel veel in de Bijbel gaat juist ook over die grote transitie, als ik het zo mag zeggen, van deze boze aion, dit boze wereldtijdperk waarvan we momenteel de nadagen beleven, en de nieuwe, komende aion die gaat aanbreken. De overgang van het een in het ander, dat verloopt niet rustig, kan ik u verzekeren. En God gaat dan dus recht doen.

Nog even over de structuur van deze psalm. Het kent zes strofen, waarvan drie gebeden en die worden elk dan opgevolgd door drie toespraken. Dat is een groot woord, maar in ieder geval wordt dan niet God aangesproken in het gebed, maar wordt het volk aangesproken. Dat ziet er dan zo uit, ik heb dit plaatje ook de vorige keer laten zien. Je ziet dus heel duidelijk de wijze waarop dat is opgebouwd. Eigenlijk hebben we nog maar een derde van de psalm besproken, dus ga er maar even voor zitten. Ik werd daarvoor al even aangesproken, dat ik vorige week, wat is het, een klein uur hier heb gesproken geloof ik. Dus, nee hoor, zo erg ga ik het ook weer niet maken.

Maar we hebben de eerste elf verzen besproken. Dat zijn twee strofen, dus een derde van de psalm in die zin, maar in werkelijkheid is het een groter deel van de psalm. Laten we eerst nog even lezen wat we tot dusver hebben besproken. Gewoon vers voor vers. Ik lees het gewoon voor:

"God van wraken, JAHWEH, God van wraken, verschijn blinkend! Verhef U, Richter der aarde! Verhef U; breng vergelding terug over de arroganten. Hoe lang zullen de goddelozen, o JAHWEH, hoe lang zullen de goddelozen juichen? Zij smalen en spreken brutaal, alle verrichters van wetteloosheid beroemen zich. Uw volk, o JAHWEH, vertreden zij en Uw lotsdeel vernederen ze. Weduwe en vreemdeling doden zij, en zij vermoorden wezen. En zij zeggen: JAHWEH ziet het niet, en Jakobs God begrijpt het niet. Begrijp, redelozen onder het volk! En dwazen! Wanneer zullen jullie verstandig worden? Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? Zou Hij, Die het oog formeert, niet zien? Zou Hij, Die natiën disciplineert, niet corrigeren, Hij, Die de mens kennis onderwijst? JAHWEH kent de plannen van de mens: ijdelheid zijn ze."

Nou, en daar zijn we de vorige keer mee geëindigd en daarmee eindigt eigenlijk ook dat tweede deel van de psalm. Je ziet, hier wordt in feite in dat tweede gedeelte een antwoord weer gegeven op het gebed wat eerst was uitgesproken. Eerst wordt dan de vraag gesteld van hoe lang zullen die goddelozen nog juichen en die arroganten en die hoogmoedigen het volk nog vertreden? En dan wordt vervolgens het volk, en vooral de redelozen onder hen, aangesproken. Hij zegt: denk je nou werkelijk dat Hij, die zelf niet alleen hemel en aarde, maar daarmee ook alles en ook het oog en het oor heeft geformeerd, dat aan Hem de dingen zouden ontgaan? Dat is toch dwaasheid?

De mens wordt neergezet met al zijn plannenmakerijen en met al zijn concepten en met al zijn idealen. En God zegt gewoon: het is ijdelheid. Het betekent helemaal niks. Hij blaast en het is weg. Hierin klinkt ook de echo van zoveel andere Bijbelwoorden. Ik denk dan aan het boek Jesaja, waar we lezen over dat volkeren zijn geacht als een druppel aan de emmer en natiën als een stofje aan de weegschaal. Het is volstrekt ridicuul, het is volstrekt nietszeggend ten opzichte van de grote, almachtige God. En daarmee wordt de mens ook op zijn plaats gezet. Laten we dan verder lezen bij vers 12.

Vers 12: Tuchtiging als Leiding en Onderwijzing uit de Thora ↑ hoofdstukken

"Gelukkig de held, o JAHWEH..." Ik heb ten overvloede al opgemerkt — maar dat had u bij het voorlezen natuurlijk ook al gemerkt — dat dit niet conform de Statenvertaling of de NBG-vertaling is. Het wijkt soms wat af in woordkeuze. Het is een wat letterlijke weergave die aansluit op de interlineair die u hieronder ziet, dus zo dicht mogelijk bij het origineel.

"Gelukkig de held, o JAHWEH." Er wordt hier iemand, of een soort mensen, gelukkig gesproken. De Statenvertaling, en trouwens ook de NBG-vertaling, geeft hier gewoon: "gelukkig de man". In het Hebreeuws staat hier het woordje geber, en dat betekent meester. Het wordt ook heel vaak vertaald met een strijdbare man. Als ze het idiomatisch in het Nederlands zouden weergeven, dan is het dus niet zomaar iemand van het mannelijke geslacht, maar een strijdbare man. Zoals wij dan zeggen: een baas, een vent, een kerel. Dus echt een mannelijke man, om zo te zeggen.

En hoezo dan? Wel: "Gelukkig de held, o JAHWEH, die U disciplineert." In de NBG-vertaling wordt dit vertaald met "die U kastijdt", en de Statenvertaling spreekt van "tuchtigen". Ook die woorden worden, net zoals die eerdere termen waar ik al even op doelde, heel vaak negatief bezien. Dat geldt voor kastijden en tuchtigen, maar de Bijbel doet daar niet aan mee. Integendeel. Als het bijvoorbeeld gaat om vaderschap, dan lees je dat een vader die zijn kind liefheeft, het juist kastijdt. Dat staat niet tegenover de liefde, maar is er een uiting van.

En dat is van belang, want ik wil u op een merkwaardigheid wijzen. Het is niet zo erg bekend, en juist daarom attendeer ik u erop. Hier staat in het Hebreeuws een woord dat verwant is aan een ander Hebreeuws woord. Ik heb expres de Strong-nummers erbij vermeld — dat zijn de codes waarmee je dingen gemakkelijk kunt terugvinden — voor degenen die het willen onderzoeken. Het is verwant met een woord dat als zelfstandig naamwoord een koord, een touw of een pees aanduidt.

Het idee bij dat disciplineren, tuchtigen of kastijden — de precieze term maakt me niet zoveel uit — is dus niet zozeer, of niet alleen maar, dat er hard wordt ingegrepen. Er wordt iemand begeleid. Dat beeld van een koord of een touw geeft aan dat als iemand is vastgebonden en aangelijnd, hij op het rechte pad wordt gehouden. Zoals je dat met honden doet, die heb je ook aan een lijntje. Dat doe je niet om de hond te pesten, maar juist om hem te behoeden en om de boel te beteugelen. Bij een paard doe je dat inderdaad ook, en zo wordt het gedisciplineerd. Dan moet je weleens trekken. Dat is eigenlijk een veel mooier beeld. Bij de dressuur van paarden speelt een koord of een touw een grote rol. Dat is juist bedoeld om het dier op het rechte pad te houden en het te kunnen besturen.

Dat heb je nodig in de opvoeding, het is heel elementair. Dan moet er soms inderdaad hard ingegrepen worden. De aardigheid is dat de Bijbel daar juist heel positief over spreekt. Degene die weigert om soms hard in te grijpen, toont daarmee geen bewijs van liefde; dat is slapheid en in feite zelfs liefdeloos. Want als je de ander werkelijk liefhebt, bijvoorbeeld je kind, dan stel je je juist wel zo op. Ik vind het dus van belang om dat hier te benadrukken. Dat disciplineren, kastijden en tuchtigen maakt deel uit van de opvoeding, en laat zien hoe God de dingen op het rechte pad brengt.

Er wordt hier bovendien bijgezegd: "en die U vanuit de Torah onderwijst". JAHWEH is degene die onderwijst. De aardigheid is dat het woordje Torah ook weer verwant is aan een ander Hebreeuws woord, en dat heeft te maken met iets aanwijzen. Vandaar de betekenis van een vingerwijzing. Op de afbeelding op de dia ziet u wat de Joden een jad noemen. Een jad betekent eigenlijk gewoon hand, maar met dat handje wijzen ze de regel of de tekst aan die ze lezen. En dat is ook het idee van wat de Torah is: een aanwijzing. De Torah is dus geen wet in de zin van een last die wordt opgelegd. In de Hebreeuwse betekenis van het woord is het juist een vingerwijzing van de weg die gegaan moet worden. Het wijst ook op wie God is, en wat Hij bij machte is te doen.

Als je door Hem, door God, wordt onderwezen vanuit Zijn woord, vanuit de Schriften, vanuit wat geschreven staat — juist daardoor word je met recht een vent. Daardoor word je gedisciplineerd en daardoor wordt een mens opgevoed. Zijn woord brengt je zo op het rechte pad. Gelukkig degene die dat zo ondergaat.

Vers 13-15: Rust in de Tijd van Benauwdheid en Terugkeer van het Recht ↑ hoofdstukken

En dan vers 13: "Om hem rust te geven vanaf de kwade dagen; totdat de kuil voor de goddeloze gegraven wordt." Ik moet er weer even op wijzen en dat is van groot belang. Kijk, je kunt bepaalde algemene lijnen en conclusies trekken over de inhoud van deze psalm. Hoe God opereert, wat recht en gerechtigheid is, en wat van belang is bij opvoeding. Maar hou vooral in gedachte dat deze psalm profetisch is en gaat over de dag dat God de dingen naar recht gaat zetten, als Hij zal verschijnen.

Dat heeft dus heel concreet te maken met gebeurtenissen die in de nabije toekomst daadwerkelijk waar zullen worden. Als hier gesproken wordt over 'om hem rust te geven vanaf de kwade dagen', dan is 'hem' degene die God disciplineert en die vanuit de Torah wordt onderwezen. Wel, die ontvangt rust. Wanneer dan? Vanaf die kwade dagen. En dat is profetisch gezien de tijd die elders in de Bijbel genoemd wordt: de tijd van Jakobs benauwdheid. Daarin zal het volk in die periode een enorm grote verdrukking ondergaan en benauwd zijn, maar in die kwade dagen zal er toch rust zijn.

Dat gaat ook over die tijd dat we zullen zien dat een overblijfsel van het volk bewaard zal worden op een hele specifieke plaats in de woestijn. Ik kom daar straks nog even op terug. Je leest daarover in de teksten die ik hier ook noem en waarnaar ik verwijs. Je leest in Jeremia 30 dat er een tijd van Jakobs benauwdheid zal komen. Maar ook dan in het 31e hoofdstuk staat dat het volk van de ontkomenen genade zal vinden in de woestijn. Over die tijd hebben we het vooral. In die kwade dagen zullen zij die onderwezen worden vanuit de Schriften een veilig onderkomen hebben daar in de woestijn.

Gedurende die kwade dagen, totdat de kuil voor de goddeloze gegraven wordt. Met andere woorden: God gaat recht doen. En met al die onrechtplegers en al het onrecht dat men ondergaat, in die enorme benauwdheid die men zal beleven in het land: reken maar dat God de goddeloze weet te vinden. De kuil voor de goddeloze zal gegraven worden. Wij gebruiken vaak eenzelfde soort uitdrukking: de goddeloze zal het onderspit delven. Maar het onderspit delven betekent eigenlijk precies dat: er wordt een kuil voor hem gegraven. Hij gaat dus een etage lager.

Want JAHWEH zal Zijn volk niet begeven en Hij zal Zijn lotsdeel niet verlaten. Kijk, als God straks gaat ingrijpen, dan doet Hij dat ook om Zijn volk. De belofte die Hij aan hen heeft gegeven, daar gaat Hij recht aan doen. Dat is ook zo mooi: Hij doet recht aan Zijn eigen woord. En dus verlaat Hij Zijn volk niet. Dat lotsdeel, die erfenis die zij krijgen, is dat stuk land dat veel groter is dan de huidige grenzen van de Joodse staat. Echt veel groter! Sterker nog, die grenzen lopen, zoals we weten, van rivier tot rivier: van de Nijl tot aan de Eufraat. Dat zal het deel zijn dat aan het volk gegeven wordt. God heeft dat in ieder geval op het oog. Hij zal dat niet begeven, ook al lijkt het soms wel zo.

God gaat wreken. Dat wil zeggen: Hij gaat het recht herstellen. Ik heb de vorige keer al verteld hoe dat zit in het Hebreeuws. Je leest in de Bijbel bijvoorbeeld wat Paulus in de Romeinenbrief zegt tegen de ecclesia in Rome. Hij zegt: "Geliefden, wreekt uzelf niet." Wraak komt ons niet toe als je onrecht lijdt. Ja, er is een instelling in de Bijbel die God heeft ingezet als toornende wreekster, die geacht wordt om wraak te oefenen en recht te handhaven, en dat is de overheid. Dat staat trouwens in Romeinen 13. Maar dat geldt niet voor ons als gelovigen of voor de mensen in het algemeen om wraak te oefenen. Er staat: "Geliefden, wreekt uzelf niet," en er staat direct bij: "maar laat plaats voor de toorn." Want er staat geschreven: "Mij komt de wraak toe." Dat gaat over God Zelf: "Ik zal het vergelden."

Dat is een fikse troost. Niet alleen voor het volk waar Psalm 94 specifiek over gaat en over die tijd, maar in het algemeen. In het algemeen is het zo geweldig om eraan te denken dat daar waar onrecht plaatsvindt, maar ook daar waar je zelf onrecht ondergaat, je niet op je strepen hoeft te staan of zelf hoeft op te komen voor je rechten, of het de ander betaald hoeft te zetten. Want God zegt: "Mij komt het toe, Ik zal het vergelden en wel op Mijn tijd." Dat betekent dus dat je het kunt overgeven. Laat het maar aan God over. Op Zijn tijd zal het licht worden. Kijk, daar is die weer. Op Gods tijd zal Hij gaan wreken.

Dat gebeurt publiekelijk, in het openbaar, als het gaat over volkeren. Dan komt die tijd van wraak, de dag der wrake. Dat is de dag des Heeren, de dag van JAHWEH. Dan gaat Hij in deze wereld ingrijpen, maar ook individueel is dat zo. God gaat alles rechtzetten, alles. Ik bedoel, Hij gaat álles rechtzetten en laat dat dan maar gerust aan Hem over, hoe Hij dat gaat doen. Dat is de garantie die Hij geeft, want JAHWEH zal Zijn volk niet begeven, Hij zal Zijn lotsdeel niet verlaten. Want u weet toch: dat is een van de rode draden die door heel de Bijbel heen loopt. God verlaat nooit datgene waar Hij Zich om bekommert, namelijk het werk van Zijn handen. Hij laat dat niet los, en al helemaal niet het volk dat Hij speciaal heeft uitverkoren en dat lotsdeel waar Hij zo'n speciaal plan mee heeft.

Want de rechtspraak, staat er dan in vers 15, zal terugkeren tot rechtvaardigheid en alle oprechten van hart zullen het navolgen, of zullen zich daarbij aansluiten, zoals de NBG-vertaling zegt. Er komt dus een moment dat de rechtspraak zal terugkeren, wat veronderstelt dat de rechtspraak is verdwenen. Nou ja, laten we wel wezen, dat is nu zelfs al zo. Dat zal straks helemaal sterk het geval zijn, als het volk nergens meer veilig is. Het volk dat onderwezen wordt vanuit de Schriften, bedoel ik. Dan zal het recht echt struikelen. Maar laten we wel wezen, dat doet het ook al in deze aioon. In toenemende mate. Waar is het recht? Niet alleen op nationaal niveau, maar ook op internationaal niveau.

Dan kun je zeggen: "Ja, we hebben in Den Haag toch een internationaal gerechtshof en zo." Ja, maar laten we wel wezen: dat is voor het allergrootste gedeelte ook gekonkel en politiek en allerlei belangen. Maar dat er echt iemand is die boven de partijen staat en die daadwerkelijk recht zal doen... Je leest in Jesaja 2 ook dat, als het Messiaanse Rijk zal zijn aangebroken, God recht zal spreken over de natiën. Dat internationale gerechtshof zal zich dan niet in Den Haag bevinden, kan ik u verzekeren, maar in Jeruzalem! Want dáár gebeurt het. Dat is de grote hoofdstad waar internationaal de dingen geregeld worden. En dat zal gebeuren in gerechtigheid. Écht rechtvaardig.

Dat gaat dus daadwerkelijk gebeuren en u begrijpt wel: daar moet nog heel wat water door de Rijn stromen voordat het zover is. Maar de rechtspraak zal terugkeren en daadwerkelijk récht worden. Dat wil zeggen: dat wat nu onrecht is, zal gebogen worden tot recht. Hoe pijnlijk dat ook is. En alle oprechten van hart zullen zich daarbij aansluiten. Uiteraard, want als je hangt naar gerechtigheid, dan is dat toch waar je naar uitziet? Naar die tijd. Nou, die gaat komen. Don't worry. Nu geef ik als aantekening nog mee: inderdaad het landsbestuur, maar ook de rechtspraak is in toenemende mate van God los.

Als je het snel zegt, dan klinkt daarin door: goddeloos. Maar dat is eigenlijk wat goddeloos ook is: je bent van God los. En we raken ook helemaal van God los, en dat betekent ook dat je volledig gedesoriënteerd raakt. Je weet niet meer wat normaal is, wat de normen zijn, of wat recht is. En de grootste gekkigheid kun je dan verwachten.

Nee, ik ga geen voorbeelden geven. Maar laten we wel wezen: als je je enigszins bezighoudt met het nieuws – en dat komt hoe dan ook tot je –, dan stel je dag in dag uit vast hoezeer de wereld inderdaad donker wordt en van God los is geraakt. Het is bizar wat er allemaal gebeurt, dat je je afvraagt: hoe halen mensen het in hun hoofd?

De reden is: het heeft niets te maken met hun IQ. Het heeft te maken met het feit dat het donker is, omdat het licht van God en Zijn woord niet meer schijnt. En dan kun je dat allemaal verwachten.

Terug naar Psalm 94 vers 16.

Vers 16-18: de Almachtige als Toevlucht Tegen de Boosdoeners ↑ hoofdstukken

"Wie zal voor mij opstaan tegen de boosdoeners?" We zijn weer even terug in die concrete werkelijkheid waar deze psalm profetisch dus over gaat. En ja, als het dan gaat over die tijd vlak voordat God gaat ingrijpen, dan klinkt de vraag: wie zal voor mij opstaan? Wie zal het voor mij opnemen tegen de boosdoeners? Ook hier wil ik weer even op wijzen. Ik heb de vorige keer al even verteld dat het woord voor wraak 'naqam' is. En hier staat een woord dat daar weer direct mee te maken heeft, namelijk opstaan. Opstanding. Herstel daarmee ook.

En ja, dit gaat dus heel uitdrukkelijk over die tijd dat er in het land zelf geen plek meer veilig zal zijn voor de getrouwen. Degenen die onderwezen worden en zich laten leiden door de Schriften. En dit is een reactie daarop: "Indien Jahweh mij niet tot Hulp was, mijn ziel zou spoedig in de stilte verblijven." Ook hier gaat het weer concreet over die tijd dat het volk een schuilplaats zal hebben in de woestijn. Daar zullen ze bewaard worden. Hier, even voor de goede orde, als je daar niet zo vertrouwd mee bent... Maar het is van belang om een psalm als deze te begrijpen. Om dan ook het profetisch woord in zijn algemeenheid te kennen en te weten dat God gaat ingrijpen, maar dat Hij een geweldig plan heeft met Zijn volk en dat Hij het gaat terugbrengen naar het land, en over de omstandigheden waarin dat zal plaatsvinden. Een heel groot gedeelte van de Bijbel is juist gefocust op die tijd. En we worden eigenlijk dus ook geacht te weten wat daar staat geschreven, anders begrijp je dit niet en dat God daadwerkelijk ook een hulp zal zijn in die tijd en een schuilplaats die ze heel concreet gaan ondervinden.

Ik lees even verder in vers 18... of ik lees Psalm 121, ik verwijs eventjes naar een paar van die verzen waarin datzelfde naar voren gebracht wordt. Het is een lied; daar ga ik nu even aan voorbij, maar dan staat er, en u kent wellicht dit vers, ook hier gaat het weer concreet over die tijd: "Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal." Dus ik geloof niet, zoals de NBG-vertaling dit weergeeft, dat het een vertwijfelde vraag is: vanwaar komt mijn hulp vandaan? Nee, ik hef mijn ogen op naar de bergen, want vandaar zal mijn hulp komen! En dit gaat over die tijd. En wel, die hulp is van Jahweh, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Kun je je voorstellen als je je dat realiseert? Hij is God, Hij is erbij, dat betekent Zijn naam ook. Maar dat is, vergis je niet, het is Degene Die hemel en aarde, kortom het al, de schepping bedacht en gemaakt heeft. Over Hem hebben we het. Als die God, Die alles in Zijn hand heeft, jouw hulp is, wat kan je dan overkomen?

Dacht je nou werkelijk dat Hij jou vergeet? Of dat Hij dingen over het hoofd ziet? Of dat Hij dingen niet recht zal zetten? Hij is rechtvaardig! En daarom zal Hij ingrijpen en daarom zal Hij het recht herstellen. "Hij zal uw voet niet laten wankelen en uw Bewaarder zal niet sluimeren. Ziet, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren noch slapen." Dat wil zeggen, het hele idee wat we eerder in Psalm 94 hadden gelezen van: "Oh, Jahweh ziet het niet, het ontgaat Hem." Ja, dacht je dat nou werkelijk? Dacht je dat nou werkelijk? Hij is met recht Degene Wie niets ontgaat. Niets is te groot voor Hem, maar ook niets is te klein. En Hij slaapt niet, Hij sluimert niet en Hij zal straks...

Het is heel aardig om erop te wijzen dat in de psalmen nogal eens de woorden klinken van: "Sta op, o Jahweh!" Met eigenlijk de gedachte van: Hij grijpt niet in. Nee, maar Hij grijpt nú niet in. Maar Hij slaapt niet. En Hij sluimert ook niet. Het is niet zo dat Hij even een dutje aan het doen is, dat Hij er even niet is of dat Hij een andere kant op kijkt. Nee, Hij is erbij. En als Hij de dingen overgeeft en niet ingrijpt, dan heeft dat ook niet alleen een bedoeling, maar is het bovendien aan een termijn onderhevig. Daar hebben we het de vorige keer ook over gehad. Hoe lang? Nou, God heeft de dingen bepaald. Hij heeft een dag bepaald. En de tijd nu is nabij; de zesde, de zevende dag of, zo u wilt, de derde dag. God denkt groots en ook via Zijn tijdlijn gaat Hij ingrijpen, Hij zal opstaan. Oké, weer even terug naar vers 19 van Psalm 94.

Vers 19-21: Goddelijke Vertroosting als Ellende Wettelijk Gesanctioneerd Wordt ↑ hoofdstukken

"Als mijn gedachten in mijn binnenste worden vermenigvuldigd, dan verkwikken Uw vertroostingen mijn ziel." Het is echt typisch dat Hebreeuwse taaleigen. Die manier van uitdrukken kom je in de Psalmen zo vaak tegen. "Als mijn gedachten in mijn binnenste worden vermenigvuldigd", zo zeggen wij dat niet, maar het idee is dat op het moment dat je zóveel gaat denken, vooral vanwege alle dreigingen eromheen, dan worden de gedachten in je binnenste vermenigvuldigd. Je ziet dáár gevaar, je ziet dáár een dreiging en dáár gaat het niet goed. Wel, in dat geval, als het allemaal te veel wordt en de gedachten en alle indrukken zich vermenigvuldigen... Dan zegt de psalmist hier: "Dan zijn het Uw vertroostingen die mij verkwikken."

Die vertroostingen richten mij ook weer op en doen mij omhoog zien. Ja, ook je oog moet weer gericht worden. Want je ogen dwalen zo gemakkelijk af als er allerlei dreigingen zijn. Dan kijk je naar de mensen om je heen, of je kijkt op jezelf, of naar de omstandigheden. Dan is het zo essentieel dat je ogen weer op Hem gericht worden. En als dat het geval is, als je omhoog kijkt, dan zijn het Zijn woorden die je vertroosten en ook werkelijk weer verkwikken. Verkwikken betekent ook dat je weer de kracht krijgt om verder te gaan.

Dat is wat Zijn woord doet met een mens. Heel vaak wordt in zoveel predikingen de indruk gewekt dat het woord ons vertelt wat wíj moeten doen. Maar weet u wat echt de geweldige glorie van het woord is? Dat is dat het ons wijst op Hém, op wat Hij bij machte is te doen, in en door ons. En dat verkwikt. Op het moment dat er dingen van jezelf verwacht worden, dan denk je: ja, dat kan ik allemaal niet. Dat is mij te veel. "Ja", zegt God, "maar kijk naar Mij. Van Mij verwacht je never nooit te veel." En dat verkwikt, dat vertroost.

Dan een wat moeilijke zin in vers 20, maar als je de tekst wat nader beziet, dan wordt het vanzelf wel duidelijk. "Zou een zetel van onheil Uw partner zijn, die ellende sanctioneren bij inzetting?" Ik geef toe, het is een wat lastige zin. Maar het idee is dit: een zetel van onheil, dat is een plaats waar allerlei ellende wordt bekokstoofd. Een zetel is hier niet alleen maar een plaats waar je zit, maar ook een plaats waar geregeerd wordt. Dat is de ware betekenis van een zetel. En wat de psalmist hier zegt is: zou een zetel, een plaats waarin onheil bedisseld wordt, zou dat Gods partner zijn? Zou Hij daaraan deel hebben?

En dan dat volgende gedeelte, dat vind ik heel mooi: "die ellende sanctioneren bij inzetting". In de NBG-vertaling staat: "die onder schijn van recht onheil sticht". Het idee is: ellende sanctioneren bij inzetting. Het komt erop neer dat er plaatsen zijn waar geregeerd wordt en dáár wordt gesanctioneerd. Daar worden dingen goedgekeurd en daar worden dingen besloten. Er worden straffen ingesteld, sancties, en er worden dingen ingezet, er wordt geregeerd. Maar wat men in werkelijkheid doet... men regelt en sanctioneert ellende. En men zet dat zo in.

In feite, neem me niet kwalijk, is dat wat de politiek in het algemeen doet. Men sanctioneert... Ik geef toe, u zult misschien zeggen dat ik alles over één kam scheer. Nou, het zij zo, maar dat is wel wat er gebeurt: die ellende sanctioneren bij inzetting. Ze regelen gewoon allerlei onzalige gedachten. Het is dus niet alleen maar zo dat Gods woord genegeerd wordt. Nee, in plaats daarvan worden dingen die volstrekt tegen het woord ingaan, zodanig geregeld en daarmee ellendig gesanctioneerd. Dat wordt ingezet en zo wordt het dan wettelijk bepaald.

Ook nu zou ik natuurlijk weer in kunnen gaan op wat er allemaal gewoon in de actualiteit gebeurt. Hoeveel dingen er wel niet doorheen gesluist worden. En dan heb ik het niet alleen maar over Den Haag, omdat ik hier toevallig in Den Haag ben, maar gewoon in het algemeen. Ook in de wereldpolitiek. Er worden allerlei dingen geregeld. Wat dacht u van zo'n organisatie als de Verenigde Naties? Er worden allerlei dingen geregeld, maar er wordt ellende gesanctioneerd bij inzetting. Zo, geregeld. En er wordt wetgeving over gemaakt.

Dat geldt voor de meest fundamentele dingen, daar is men compleet van het woord afgeweken. Maar sterker nog, hun eigen onzalige ideeën hebben ze inmiddels zodanig bekrachtigd, dat als jij je nu nog aan het woord houdt en wél die weg wil gaan, dat je dan eigenlijk wordt buitengesloten. Dan is er geen plaats meer voor je. Ik geef toe, je zou daar natuurlijk allerlei voorbeelden van kunnen geven, maar ik doe het met opzet niet, juist omdat er hier in de Psalm ook niet specifiek voorbeelden worden gegeven. Hoewel, ik kom er straks nog eventjes op terug.

Dan nog één ding in vers 21: "Zij jagen op de ziel van de rechtvaardige." Jagen, dat wil zeggen: ze achtervolgen om te doden. De rechtvaardige, dat is in de Bijbel natuurlijk altijd... in feite is dat zelfs synoniem aan de 'tsadiq': degene die gelooft in Gods woord. Wel, op het moment dat die niet meer veilig is, dan wordt er op hem gejaagd en "zij veroordelen onschuldig bloed". Dit is trouwens een heel praktisch voorbeeld van het sanctioneren van ellende bij inzetting: er wordt onschuldig bloed veroordeeld.

En om even bij het perspectief van Psalm 94 te blijven, de dag van wraak; er zal daar een volk zijn dat moet vluchten naar de woestijn. Waarom? Omdat ze in het land niet meer veilig zijn en omdat men niet wil buigen voor dat beeld dat daar in Jeruzalem zal worden neergezet. Men zál wel moeten vluchten. Waarom? Omdat ze anders niet eens meer kunnen eten en drinken, kopen en verkopen. Met andere woorden: men is z'n leven niet eens meer veilig. Het is wettelijk zodanig geregeld dat degene die gelooft, de rechtvaardige, simpelweg niet meer kan leven en daarom gedoemd is om te vluchten.

Maar daar in de woestijn is een plek. Het is met opzet dat ik dat plaatje er op de dia bij gezet heb, dat is niet voor niks. Dit is namelijk een plekje in Jordanië en dat heet Petra, of in het Hebreeuws: Sela. Dat betekent 'de rots'. En ik geloof ook dat dat de plaats is waar straks dat volk, waar een overblijfsel van Israël, heen zal vluchten. Daar in de woestijn van Edom zullen zij daadwerkelijk een schuilplaats hebben. Ik vermoed dat het deze plaats zal zijn, maar men zal in ieder geval letterlijk een schuilplaats hebben.

We hebben daar zojuist nog over gezongen, vlak voordat we aan deze Bijbelstudie begonnen: "O Here, U bent mijn schuilplaats, mijn redder." Overdrachtelijk betekent dat, dat je bij Hem veilig bent. Maar straks zal het volk ook heel concreet en letterlijk in de woestijn een schuilplaats hebben. Ja, in de rots. En dat vind ik zo mooi.

Dat is precies wat God is. Hij is een toevlucht. Dáár zal men nog terecht kunnen, als de hele wereld onrechtmatig handelt en men nergens meer veilig is. Voor dat volk zal er een plek zijn waar men wel werkelijk veilig is. Je leest daarover in Openbaring 12 vers 6. Ik moet dat vers dan toch maar even voorlezen. Daar lees je — het is beeldspraak — over de vrouw, en dan gaat het over het volk van Israël: "...en de vrouw vluchtte de woestijn in". Dat is overigens vlak nadat de mannelijke zoon — en ik geloof dat dat de ekklesia is, de gemeente — weggerukt zal zijn tot God en Zijn troon.

En dan lees je: "...en de vrouw vluchtte de woestijn in, waar zij ook een plaats heeft, gereedgemaakt van Godswege, opdat zij haar daar zouden voeden twaalfhonderd zestig dagen." Dat is die periode van drieënhalf jaar. Dáár zal men een plek hebben, een toevlucht, een schuilplaats, en daar zullen ze gevoed en ook bewaard worden.

Vers 23: de Uiteindelijke Gerechtigheid: Yahweh Die Alles Rechtzet ↑ hoofdstukken

"En Hij zal hun", dit is het laatste vers van Psalm 94, "en Hij zal hun wetteloosheid op hen doen terugkeren." Die wetteloosheid, dat gaat dus over degenen die in deze psalm werden omschreven. Laten we ze nog eens op een rijtje zetten: het gaat over de arroganten en goddelozen. Over degenen die smalend en brutaal Gods volk en Zijn lotsdeel vertreden. Die weduwe en vreemdeling doden. Ik heb de versnummers er in de presentatie met opzet eventjes bij gezet. Maar het gaat ook over degenen die God wegredeneren en die ellende sanctioneren bij inzetting, waar we het zojuist over hadden, en die de rechtvaardigen achtervolgen.

Wel, over hen gaat het. Hij zal hun wetteloosheid op hen doen terugkeren. Het idee is: Hij zal hen confronteren met hun eigen wetteloosheid. Het hen laten vóélen. Dat is trouwens ook wat een rechtsgang in wezen is. Het idee van wraak is dat je de ander laat voelen wat hij of zij heeft aangedaan. Niet alleen individueel, maar ook collectief. Hij zal hun wetteloosheid op hen doen terugkeren, en ze zullen ermee worden geconfronteerd.

"En Hij," God, "zal hen in hun kwaad uitwissen. JAHWEH onze God zal hen uitwissen." Dit is het laatste deel van deze psalm, en je zou zeggen: dat is een duister einde. Maar houd even in gedachten wat gerechtigheid is. Het gaat hier ook over de openbare gerechtigheid die God gaat handhaven. Want God heeft daarin ook prioriteiten. Als die dag van wraak aanbreekt, gaat Hij straks eerst recht doen aan Israël en de volkeren, en trouwens ook in die volgorde. Dat zal zijn vóór de duizend jaren, voordat dat Messiaanse Rijk, die zevende dag voor deze wereld, gaat aanbreken.

Maar ook gedurende de duizend jaren zal Hij recht doen aan Israël. Hij zal Zijn plaats hebben in Jeruzalem en daar Zijn zetel hebben. Vanuit Jeruzalem zal de wet uitgaan. Hier klinkt dus een woord vanuit Jeruzalem. En Hij zal recht spreken tussen natiën. Dat is waar de profeten over spreken: Hij gaat recht doen aan Israël en de volkeren.

Maar Hij gaat ook nog iets anders doen. Dat is niet het directe onderwerp van Psalm 94, maar ik zal u vertellen, de Schrift spreekt daar op andere plaatsen ook over: Hij gaat óók recht doen aan elk individu. Dat is in tweede instantie het geval. Je leest daarover: ná de duizend jaren, nadat het Messiaanse Rijk hier op aarde zal zijn voltooid. Tenminste, die duizend jaren dan. Dan is er sprake van een Grote Witte Troon, en daar zullen de doden opstaan.

De boeken zullen geopend worden, en dan wordt er recht gedaan. Ik vind het zo geweldig dat de dood voor God geen verhindering is om aan elk onrecht een einde te maken en om al het onrecht ook recht te gaan zetten. De dood, ja, dat lijkt definitief, maar dat is bij God nooit het einde. Op Zijn tijd zal Hij de doden doen opstaan en dan zal Hij alsnog alles recht gaan zetten. Dan lees je die geweldig indrukwekkende passage aan het einde van Openbaring 20, waar staat dat de doden voor de troon staan.

Het is onvoorstelbaar, maar dan wordt er aan elk individu afzonderlijk recht gedaan. Dan zal alles duidelijk worden. Men kan zich nergens meer achter verschuilen; alles zal openbaar worden. Dat is toch geweldig? Dat God dan niet alleen recht zal zetten wat jij aan onrecht gedaan hebt, maar ook recht zal doen aan wat je aan onrecht hebt óndervonden. Er zal dan aan elk individu recht worden gedaan.

Voor de goede orde, en dat voert voor nu iets te ver: ik geloof dat wij als gelovigen, als Ecclesia, daar geen deel aan zullen hebben. Bij ons zal alles al veel eerder zijn rechtgezet. Maar in het algemeen geldt voor degenen die dan zullen opstaan: zij zullen worden berecht, maar ook gericht worden.

Aan wie is dat toevertrouwd? Hier staat het: aan JAHWEH, onze God. Hij zal dat gaan doen. JAHWEH, Zijn naam betekent: 'Ik ben Die Ik ben'. We hebben daar inmiddels drie dingen over vastgesteld: Hij doet recht aan Zijn woord. Hij doet recht aan elk creatuur. En Hij zet de dingen ook recht. Dus daar waar onrecht is, maakt Hij dat weer goed en zet Hij het recht, hoe pijnlijk dat misschien ook is. En ten slotte: Hij brengt ook weer terecht.

En dan zijn we weer terug bij af, want als titel hadden we boven deze psalm gezet: "God is vaardig in het recht". Laat het maar aan Hem over om recht te doen. Of het nu in het grote geheel is, over Israël en de natiën, of individueel: Hij zet alles recht.

Waarom? Wel, Hij is rechtvaardig. Zo'n God hebben wij. Dat is een geweldige troost en een geweldige hoop, dat je weet: Hij brengt alles dáár waar Hij het hebben wil. Linksom of rechtsom, maar Hij vervult Zijn belofte. Zullen we het daarbij laten voor vanmorgen?

🎧 Psalm 94: vaardig in het recht (2)
Delen: