GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de twee getuigen (3, slot)

02-01-2022 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 2 januari 2022 te Urk

Gedurende bijna 1260 dagen zijn de twee getuigen in Jeruzalem onaantastbaar. Ondanks dat “het beest dat uit de afgrond opkomt” hen de oorlog aandoet. Ten slotte worden ze toch gedood en gedurende drie en halve dag blijven hun lijken als een overwinningstroffee op het plein in de stad liggen. Heel de wereld aanschouwt het en viert feest omdat deze lastposten eindelijk geliquideerd zijn. Todat er plotseling leven in hen komt en zij op hun voeten gaan staan. Ze stijgen op ten hemel en verdwijnen ten aanschouwen van iedereen in “de nevel”. In datzelfde uur vindt een grote aardbeving plaats in Jeruzalem en zevenduizend mensen van naam komen om. De rest die overleeft roept de naam van God aan en ontkomt uit de stad. Dit is het beroemde moment dat de Heer aan het einde van Israëls grote verdrukking zijn voeten zal zetten op de Olijfberg.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie bespreekt het optreden en de bediening van de twee getuigen in Jeruzalem gedurende een periode van 1260 dagen, zoals beschreven in Openbaring 11. Ze treden met goddelijke autoriteit op, maar worden aan het einde van hun getuigenis gedood door het beest dat uit de afgrond opkomt. Na drieënhalve dag wekt God hen tot leven, waarna zij in een wolk publiekelijk opvaren naar de hemel. Deze gebeurtenis valt samen met de verschijning van de Messias op de Olijfberg en een enorme aardbeving waarbij de berg splijt. Dit creëert een vluchtweg voor het overblijfsel in Jeruzalem, dat als reactie de naam van de God van de hemel zal aanroepen.

“Dat betekent dat profetieën in de Schrift elkáár uitleggen. De ene profetie wordt door de andere verklaard.”

Introductie: Terugblik op de Tempel, Voorhof en 1260 Dagen ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede middag, beste vrienden. Ik sluit me van harte aan bij de woorden die Matanja zojuist sprak over de verwachtingen die we hebben. Niet zozeer van het komende jaar, als wel van Hem die het jaar, de hele wereld en alle tijden in de hand heeft. Dat geldt ook voor 2022 en daar moeten we het van hebben.

Ik ga vanmiddag met jullie weer verder met het onderwerp waar we inmiddels al een tweetal keren over hebben nagedacht. Het kan wonderlijk gaan; in Openbaring 11 vindt u deze geschiedenis, of eigenlijk moet ik zeggen deze profetie, deze vooruitgeschreven geschiedenis over de twee getuigen. Dat zijn, als ik me niet vergis, maar dertien verzen. Dat is dus een betrekkelijk kort gedeelte, maar er zit zoveel in. Vandaar dat ik niet te veel zeg als ik stel dat het noodzakelijk is om daar diverse bijeenkomsten aan te wijden, zodat allerlei details ons niet zouden ontgaan.

Dit is dus deel 3 en dit wordt trouwens wel het slotdeel. Wellicht is het nuttig, al was het maar voor degenen die hier nu voor het eerst zijn en bovendien omdat het alweer enige tijd geleden is dat we dit besproken hebben, om de geheugens even op te frissen en het gedeelte in zijn totaliteit nog even te lezen. Daarna haak ik aan bij vers 11 voor het vervolg. Misschien is het ook goed om bij een paar dingen nog even de puntjes op de i te zetten.

Johannes vangt aan met te schrijven: "En er werd mij een meetriet gegeven, lijkend op een staf, zeggende: Kom overeind en meet de tempel van God en het altaar en degenen die daarin aanbidden. En werp de hof die buiten de tempel is, eruit. Die zou je niet meten, want deze werd gegeven aan de natiën. En zij, de natiën, zullen de heilige stad vertreden tweeënveertig maanden." Ik heb er al twee keer op gewezen, en ik doe het nog een keer, dat hier een onderscheid gemaakt wordt tussen de tempel – het eigenlijke tempelhuis – en het gebied van het altaar, de mensen die daar in de voorhof aanbidden en de hof die daar buiten ligt.

Ik heb toen ook betoogd dat de hof dit gebied is wat de Arabieren Haram al-Sharif noemen, die plaats op het grote terrein waar vroeger de burcht van Antonia heeft gelegen. Wat ik zeg is tamelijk omstreden, dat geef ik toe, en toch worden we juist in dit gedeelte van Openbaring heel sterk bepaald bij dit gegeven. In elk geval gaat het niet alleen om de tempel die er weer gaat komen – ik zou zeggen binnenkort, want de termijn is bezig te verstrijken – maar die tempel die er gaat komen, die ligt naast wat wij dan noemen de Tempelberg. Dat is een heel eigenaardig fenomeen. Als hier de Olijfberg ligt, dan heb je links daarvan de plek waar het tempelhuis met het altaar komt en naast dit gebied ligt de hof. En dit is gegeven aan de natiën; trouwens, dat gebied is ook nu al, of nu nog steeds, van de natiën en geen Joods gebied.

Oké, dat is een van de dingen waar ik op gewezen heb. Er staat dan: "En Ik zal geven aan de twee getuigen van Mij, en zij zullen profeteren 1260 dagen, omhuld in zakken." Dat laatste heeft te maken met een embleem van rouw, het verdriet en de omstandigheden waarin dat plaatsvindt; in zak en as, zoals wij die uitdrukking ook kennen. Overigens komen we die termijn die hier genoemd wordt nog een aantal keren tegen en ik denk dat het handig is om het even te visualiseren. Kijk, je hebt dat gebied van 1260 dagen en die periode wordt ook anders geformuleerd, namelijk als 42 maanden. Dat blijkt hetzelfde te zijn; afgerond in ieder geval 42 hele maanden en 1260 dagen. Het ene wordt benoemd bij de zon – de dag wordt geregeerd door de zon, zoals de maan heerst over de duisternis – en daar zijn de maanden aan ontleend. Afijn, beide perioden worden zo in de Openbaring genoemd.

Voorafgaand aan de 1260 dagen, dat is trouwens Openbaring 12, lees je nog dat de mannelijke zoon wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Zo. En dat vindt vóór die periode plaats. Die mannelijke zoon, daar hebben we het vaker over gehad, dat is Christus, maar dan inclusief Zijn lichaam. Die wordt weggerukt; Paulus gebruikt diezelfde uitdrukking ook in de Thessalonicenzenbrief. Die periode breekt aan op het moment dat er op het tempelplein, op dat gebied, een afgodsbeeld, een gruwel wordt geplaatst. Dat wordt genoemd de gruwel van verwoesting en die wordt geplaatst op het tempelplein. Vanaf dan gaat die periode aanvangen.

Dat is trouwens ook de periode waarin die twee getuigen optreden. Zo wordt dat in vers 3 dus genoemd, ik las dat zojuist voor: "En zij zullen profeteren 1260 dagen, omhuld in zakken." Die periode vangt dus aan wanneer zij beginnen te profeteren. Dat doen ze juist omdat de eredienst, de offerdienst, wordt gestaakt en er een afgodsbeeld wordt neergezet. Even voor de goede orde: dit veronderstelt dus dat er in de nabije toekomst inderdaad weer een tempel gaat komen, een Joodse tempel met een Joodse eredienst en offerdienst. Dat zal voor enige tijd functioneren, maar het wordt plotsklaps beëindigd en dan komt daar een afgodsbeeld.

Dat is die afschuwelijke periode van 42 maanden. De uitdrukking 'maanden' houdt verband met de duisternis en de 'dagen' houden verband met het licht. Vandaar ook dat de twee getuigen profeteren. Dit is ook de termijn dat Israëlieten – die net hieraan voorafgaand, voordat het afgodsbeeld neergezet is, vluchten naar de woestijn – daar gedurende deze periode van 1260 dagen bewaard worden. Ze hebben daar een onderduikadres; er staat ook al dat er voor haar een plaats is gereserveerd, alwaar ze ook door hen worden onderhouden en gevoed gedurende die tijd. Degenen die in die 1260 dagen gevlucht zijn naar de woestijn, die hebben daar een veilig onderkomen.

Het is ook de periode dat Jeruzalem vertreden is door de natiën. We komen die termijn ook nog een keertje tegen in hoofdstuk 13 vers 5, waar staat dat het beest, de leider van die tien-staten-federatie die in het Midden-Oosten gaat ontstaan, de heerschappij zal hebben in Jeruzalem. In die tijd, dat zijn die 42 maanden. Dit is de duistere kant van diezelfde periode, zoals de 1260 dagen de lichte kant vormen waarin God Zijn licht laat schijnen en Zijn werkzaamheid toont. Over die periode hebben we het dus; het is de grote verdrukking voor Israël. Oké, we gaan weer even verder lezen.

Twee Olijfbomen en Kandelaren: de Autoriteit van de Getuigen ↑ hoofdstukken

Met wat we al besproken hebben, gaat het over die twee getuigen. Dat zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren die in het zicht van de Heer van de aarde staan. Wanneer Johannes dit zegt, refereert hij aan Zacharia 4, waar we inderdaad lezen over olijfbomen en kandelaren. Johannes zegt eigenlijk dat de twee getuigen waar hij het nu over heeft, dezelfde zijn als waarover Zacharia in zijn dagen profeteerde. Die twee getuigen worden door Zacharia uitgebeeld als olijfbomen en als kandelaren. Het ene staat voor leven en het andere staat voor licht; dat lijkt mij niet zo moeilijk. Het zijn trouwens ook de olijfbomen die ervoor zorgen dat de kandelaren kunnen branden en licht kunnen geven.

Zij staan in het zicht van de Heer van de aarde; zo wordt het ook in Zacharia gezegd. Ze staan voor Hem – dat is eigenlijk heel mooi – ze staan voor de Heer van de ganse aarde. Dat wil zeggen dat ze daar een uitbeelding van zijn; ze representeren Hem. Zoals wanneer je een embleem ziet en zegt: dat staat ergens voor. Je ziet die gele 'M' en je weet: dat staat voor McDonald's. Welnu, die twee getuigen – die twee olijfbomen en die twee kandelaren – staan voor de Heer van de ganse aarde. Vergeet dat niet.

Indien iemand hen, die twee getuigen dus, wil beschadigen, dan komt er vuur uit hun mond en dat vreet hun vijanden op. Ik heb er de vorige keer ook op gewezen dat dit woorden zijn die we bij de profeten vinden. Tegen Jeremia wordt gezegd: "Ik maak mijn woorden in uw mond tot vuur." Verterend dus. Ze zijn onaantastbaar. Iedereen die hen wil beschadigen, krijgt daarmee te maken, terwijl zij zich nota bene bevinden in het hol van de leeuw. Want u moet zich realiseren: op dat tempelplein, waar zojuist de eredienst is beëindigd en waar een afgodsbeeld is neergezet, is een hele cultus in werking getreden om voor dat beeld te gaan buigen. Openbaring 13 gaat daarover. Degenen die daar niet aan meedoen, krijgen geen teken op hun rechterhand of op hun voorhoofd. Daardoor zijn ze volledig uitgesloten van het hele economische systeem; ze kunnen niet kopen of verkopen. Dat is wat daar beschreven wordt, en daarom is het ook zo'n grote verdrukking. Wie niet meedoet aan die cultus, kan geen kant op. Maar die twee getuigen zelf zijn onaantastbaar. Tenminste, gedurende die 1260 dagen zijn ze in ieder geval onschendbaar.

Dezen hebben de autoriteit om de hemel te sluiten, opdat er geen regen zal vallen in de dagen van hun profetie. Gedurende die 1260 dagen, drieënhalf jaar, profeteren zij en hebben zij de autoriteit om het niet te laten regenen. Dat is een enorme volmacht die direct doet denken aan Elia, die ooit ook sprak over de hemel die gesloten zou worden. Het opmerkelijke is dat die termijn exact dezelfde was: ook drie jaar en zes maanden. Dat eindigde met die geweldige manifestatie op de berg Karmel, waar Elia bewees dat JAHWEH werkelijk God is. Dat is het einde van die 1260 dagen, waar trouwens veel profetische betekenis aan gekoppeld is, maar daar gaan we het nu niet over hebben.

Die twee getuigen hebben dus de autoriteit om de hemel te sluiten, opdat er geen regen zal vallen in de dagen van hun profetie. Daarnaast hebben zij autoriteit over de wateren om ze in bloed te veranderen en om het land te slaan met allerlei plagen, zo vaak als zij willen. Je zou kunnen zeggen: dat zijn mannetjesputters. Maar nee, daar gaat het niet om; het zijn mensen die de autoriteit van God hebben. Zij representeren de Heer van de ganse aarde. En ze zijn onaantastbaar zolang God zegt: "Blijf van hen af." Dan kun je wel in het hol van de leeuw zijn, maar dan ben je net zo veilig als degenen die gevlucht zijn naar de woestijn en daar een onderkomen hebben gevonden. Die zijn trouwens ook onaantastbaar en onbereikbaar voor de vijand, en dat geldt dus ook voor deze twee getuigen.

Dit doet natuurlijk weer denken aan Mozes, die ooit de Nijl – en trouwens al het water in Egypte – door zijn woord in bloed deed veranderen, zodat alle vissen stierven en er een geweldige stank in het land ontstond. Dat laat zich raden; daar hebben we het de vorige keer ook over gehad. De twee getuigen worden niet bij naam genoemd; namen hebben ze niet. Ze profeteren, het zijn getuigen, en ze doen denken aan Mozes en Elia, of Elia en Mozes zo u wilt. Ze treden op in de geest en de kracht van Elia en Mozes. Zij vertegenwoordigen de hele Tenach, de Hebreeuwse Bijbel: Mozes en de profeten. Dat zijn deze twee getuigen. Wie het persoonlijk zijn, wordt verder niet vermeld; alleen hun optreden wordt gekarakteriseerd door de bediening van Elia en Mozes.

Het Beest uit de Afgrond Maakt een Eind aan Hun Getuigenis ↑ hoofdstukken

En er staat nog bij: "en wanneer zij hun getuigenis aan het volbrengen zijn". Zo staat dat er letterlijk. Ik heb dat de vorige keer al wat nader toegelicht: ze zijn hun getuigenis aan het volbrengen. Dat is dus in de laatste fase van de 1260 dagen. Dan zal het beest dat opkomt vanuit de afgrond hen oorlog aandoen, en het zal hen overwinnen en hen doden. Toch nog, maar wel aan het einde van de termijn. Die termijn was op voorhand al vastgesteld.

Dat beest dat opkomt, dat is de leider van die tien-statenbond. Nummer zes, ja, nummer zes... en ook nummer acht, daar hebben we het wel eens over gehad. In ieder geval is hij de leider van die tien-statenbond, die trouwens ook nog een vertegenwoordiger heeft in het land. Die wordt dan genoemd "het beest uit het land". Je hebt het beest uit de zee – ik hoop niet dat ik het nu te ingewikkeld maak – maar je hebt dus die tien-statenbond daar in het Midden-Oosten, en die heeft een leider. Daar hebben we het over. Een leider die trouwens vermoord is en herleeft. Dat is ook het begin van die cultus die daar een rol speelt.

Maar hij heeft een representant in het land, en die wordt genoemd "het beest uit het land", of uit de aarde. Meestal wordt hij aangeduid als de valse profeet. Dat zijn er dus ook twee. In feite zou je kunnen zeggen dat het beest en de valse profeet de twee diabolische, duivelse tegenhangers zijn van de twee getuigen. Die valse profeet heeft trouwens ook nogal wat weg van Elia; kijk het maar eens na in Openbaring 13. Dat zijn van die contrasten die misschien niet op het eerste gezicht zo opvallen, maar die zich duidelijk aftekenen wanneer je wat meer onder de oppervlakte kijkt.

Hoe dan ook, aan het einde van hun getuigenis zal het beest dat uit de afgrond opkomt hen doden. Misschien nog één ding voordat ik daarover verder ga: hij komt uit de afgrond op. Dat betekent dat dit beest namelijk vermoord wordt. Die leider van die tien-statenbond wordt vermoord; hij krijgt een dodelijke wond. Maar dan lees je dat hij herstelt, hij herleeft. En op het moment dat hij herleeft, komt er een andere geest in hem. Die geest komt niet van boven, maar die komt van onder, uit de afgrond. Hij is ronduit bezeten wanneer hij herleeft, en dat zal de start zijn van een hele cultus. Je leest in Openbaring 13 dat de wereld achter hem aanloopt, en die valse profeet zal dat allemaal juist begeleiden en promoten in het gebied van Israël. Ik neem aan dat hij een religieus, godsdienstig én politiek leider zal zijn van het land.

Goed, het beest dat opkomt vanuit de afgrond zal hen uiteindelijk de oorlog aandoen, hen overwinnen en hen doden. Hun lijk zal liggen op het plein van de grote stad, die op geestelijke wijze wordt genoemd Sodom en Egypte. Aha! Maar wat is het dan écht? Dat is de vraag die je daar zou stellen. Welnu, het is de stad waar ook hun Heer werd gekruisigd. Dat is een perfecte geografische aanduiding. Dit is net zoveel waard, of net zo duidelijk, alsof er gestaan had: "het was namelijk in Jeruzalem". Het is de plaats waar de Heer gekruisigd is. Daar zal hun lijk liggen. Die locatie lag al zo voor de hand, want zo werd het hoofdstuk al geïntroduceerd, maar hier wordt het nog eens expliciet gezegd. Het is Jeruzalem.

En degenen vanuit de volkeren, stammen, talen en natiën bekijken dat lijk drieënhalve dag. Ze zullen niet toelaten dat hun lijken in een graftombe worden geplaatst. Eerst even dit: zij die uit de volkeren, de stammen, talen en natiën komen... dit is dus een globaal gebeuren. Het vindt weliswaar plaats in Jeruzalem, maar het wordt internationaal over de hele wereld bekeken. Ik heb de vorige keer al gezegd: toen Johannes dit optekende, zou je de vraag kunnen stellen wat dit voor rare praat was. Dat kan toch helemaal niet? Nee, toen kon je nog niet "ver zien". Niet omdat je geen verrekijker had – dat weet ik niet, maar ik denk het niet – maar in ieder geval: "televisie" betekent eigenlijk ook "ver-kijken". Dat kun je met televisie, en dan nog live en direct ook.

Tegenwoordig vinden wij dit de normaalste zaak van de wereld. Wat we hier doen, kun je overal wereldwijd bekijken. Maar dit in Openbaring is iets groots, hoor. De kijkcijfers zullen hoog liggen. Reken maar, want je praat over een gebied waar alle ogen op gericht zijn. Eindelijk zullen die twee getuigen, die zo'n reputatie hadden opgebouwd van onaantastbaarheid, het veld ruimen. Daar komt het op neer. En dat wordt wereldwijd gezien. Ze zullen niet toelaten dat hun lijken in een graftombe worden geplaatst. Nee, omdat dit gewoon een bewijs van overwinning is voor het beest, en aan de andere kant een bewijs van de nederlaag van die twee grote lastposten.

Dat betekent trouwens ook dat het bereik van die twee getuigen niet alleen in de stad, maar wereldwijd is. Denk daar eens over na. Ik ben dat zelf ook aan het overwegen, omdat ik denk dat er nog meer lijntjes liggen naar andere provinciën. Het betekent dat die twee getuigen een impact hebben op de mensen in het land, maar ook daarbuiten. Wat zij vertellen, wordt overal gezien en gehoord. Ik denk ook – maar ik geef dit alleen ter overweging mee – dat er in die dagen ook elders getuigenissen ontstaan, gewoon in het buitenland. Denk aan de zeven ecclésia's in Klein-Azië bijvoorbeeld.

En er staat nog iets bij. De vorige keer was het 5 december toen ik hier sprak, en toen wees ik er al even op dat het iets weg had van Sinterklaas. Er staat namelijk: "en degenen die op de aarde wonen, verheugen zich over hen en zij zijn vrolijk; en ze zenden elkaar naderingsgeschenken". Waarom? Omdat deze twee profeten degenen die op de aarde wonen kwellen. Dat is wat ze gedaan hebben. Het zijn twee "kwelgeesten" in de perceptie en beleving van de mensen in de wereld.

Wereldwijd, maar zeker in het land, zijn ze buitengewoon impopulair. Ze hebben een goddelijke boodschap, een groot bereik en een enorme impact. Er zullen velen zijn – wat heet veel, verhoudingsgewijs – er zal een hele groep zijn die op hun roep acht zal geven en geloof zal hechten aan hun woord. Maar het grote geheel is misleid door die andere wonderdoeners. Dit is trouwens ook iets om je te realiseren: van die twee getuigen zeg je toch dat het onmiskenbaar van God is? Jawel, maar de wereld neemt ook de wondertekenen waar van bijvoorbeeld die valse profeet. En het feit dat het beest zelf herleeft; hij was dodelijk gewond, was zelfs gestorven, en niettemin herleeft hij.

De verwarring zal groot zijn, de misleiding enorm. Ik heb het er vaak over hoe de misleiding in onze dagen al zo massaal en massief is. Het wordt steeds erger, maar – en dit zeg ik ter bemoediging – dit is nog maar "peanuts" vergeleken met wat er gaat komen. Dus maak je borst maar nat. Dit is ook het meest karakteristieke van de eindtijd, van de laatste fase van deze aion: de leugen. Lees ook wat er staat over die "mens der wetteloosheid", dat God een geest van dwaling zal zenden, zodat men in het algemeen de leugen zal geloven. Dan vergt het echt heel veel moed om tegen de stroom in te zwemmen. Maar dat is de enige manier om bij de bron te komen, toch? Goed.

Geest van Leven: de Publieke Opstanding Na Drieënhalve Dag ↑ hoofdstukken

En na de drieënhalve dag... Aha! Na drie dagen dus kwam geest van leven vanuit God in hen. Dat is trouwens opmerkelijk zoals dat er staat, want dat kan namelijk ook anders. Dat beest, dat ook herleefde, dat kwam uit de afgrond. Maar dezen staan op uit de dood, uit de doodstoestand. En na drie dagen... ja, na drieënhalve dag, maar dat is ook na drie dagen. Dat is ook precies de termijn die genoemd wordt in verband met de Heer Jezus. Hij stond op op de derde dag, namelijk dat Hij in het graf was, en na drie dagen was na zijn sterven. Dat is een tellingskwestie; Hij werd namelijk tegen de avond begraven, aan het einde van de dag. Dat ga ik nu niet toelichten, maar in ieder geval na drie dagen staan zij ook op, evenals hun Heer. Maar er is een groot verschil.

Nog even over die termijn trouwens, want het is inderdaad zo dat zij 1260 dagen profeteren. En het zijn de laatste dagen van hun profeteren, die drieënhalve dag. Ik denk namelijk — misschien dat ik er straks nog op terugkom — dat die drieënhalve dag niet pas na die 1260 dagen komt, maar dat deze drieënhalve dag dat zij als lijk op het plein van Jeruzalem liggen, inclusief die 1260 dagen is. Ik ga er geen ruzie over maken, maar wat ik uit de tekst opmaak, heeft te maken met die 1260ste dag. Maar in ieder geval: de laatste dagen van hun profeteren spreken ze niet. Nee, logisch, ze zijn dan dood. Ze liggen daar pontificaal op dat plein en alle camera's van alle journaals en dergelijke zijn daarop gericht. Maar ik zal u vertellen: juist die laatste drieënhalve dag dat zij de nederlaag hebben geleden, wordt juist de grootste demonstratie van Godspraak.

Dit is wel degelijk inclusief; dat 1260 dagen profeteren is inclusief de periode dat zij als lijk op het plein liggen en de 1260ste dag dat zij opstaan uit de doden. Want er kwam geest van leven... moet je voorstellen: en zij stonden op hun voeten en grote vrees viel op degenen die hen aanschouwden. Kijk, dit is dus wel een ander verhaal dan de opstanding van de Heer Jezus, ook na drie dagen in datzelfde Jeruzalem. Maar dat was een verborgen gebeuren; dat heeft nooit iemand gezien. De Heer had dat ook gezegd, net een paar dagen voor zijn sterven: ze zullen Hem niet meer zien. Nou ja, een aantal van jullie nog, een paar honderd aan wie Hij is verschenen. Maar dit is publiek. Hun doodstoestand was publiek, iedereen kon dat zien, maar ook dat zij nu opstaan op hun voeten. En grote vrees viel op degenen die hen aanschouwden. En zij, de twee getuigen, zij hoorden een megastem. Iedere keer dat woord 'groot', dat is het woordje 'mega'. Wij horen tegenwoordig de laatste maand niet altijd over 'omikron', want je hebt een omega, maar je hebt ook een omikron. Een grote O en je hebt een kleine O. De megastem.

Opgevaren in de Nevel: Samenval met de Verschijning van de Messias ↑ hoofdstukken

Zij hoorden een grote stem vanuit de hemel tot hen zeggen: "Ga hierheen omhoog." En zij gingen omhoog tot in de hemel, in de wolk. Kijk, we praten nu dus over het einde van die periode van 1260 dagen, of de 42 maanden zo u wilt. Waar het nu om gaat, is van groot belang om dit te verstaan: dit moment, dit uur zelf, valt samen met de verschijning van de Messias in de wolk — of op de wolken — op de Olijfberg.

Want u weet, de Heer verliet ooit vanaf de Olijfberg dit toneel. Een wolk onttrok Hem aan de ogen van degenen die dat gezien hebben. Het eerstvolgende wat er plaatsvond, is dat er toen ook weer twee getuigen waren trouwens: mannen in witte klederen die daar stonden en zeiden: "Deze Jezus, die jullie zojuist hebben zien heengaan, die zal op dezelfde wijze weer terugkeren." Ook weer op dezelfde locatie; Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. De profeet Zacharia had er al van gezegd dat wanneer dat gaat gebeuren, wanneer Zijn voeten gaan staan op de Olijfberg, de berg in twee helften zal splijten. Er ontstaat dan een vluchtweg, maar bij die gelegenheid zal Hij komen.

Inderdaad, dat wordt zo vaak vermeld. Na de verdrukking van die dagen, zegt Mattheüs 24, zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven. Dan zal de Ben Adam verschijnen op de wolken, of in de wolken. Allerlei termen worden daarvoor gebruikt; Daniël spreekt erover, Zacharia spreekt erover, en nog heel wat meer schriftplaatsen.

Overigens, weet u wat leuk is? Dat was een nieuwe ontdekking, 'vers van de pers' dit weekend denk ik. Ik had me nooit gerealiseerd dat het Griekse woord voor wolk nephelé is. Van dat woord komt ons woordje 'nevel' direct vandaan. Ik heb het in het etymologisch woordenboek nagekeken: ons woord nevel is rechtstreeks te herleiden tot het Griekse nephelé. En wat is nevel? Dat is mist, een sluier, een waas. Eigenlijk is dat ook wel eigenaardig: op het moment dat je denkt aan de verschijning van de Heer, zoals Hij ooit onttrokken werd aan het oog, verdween Hij in de mist, in de nevel. Want wat is een wolk? Dat is gewoon nevel. Dat kan atmosferisch zijn, bestaande uit waterdruppels, maar in feite kan een beeld ook beneveld zijn; je kunt op allerlei manieren beneveld raken, waardoor je het allemaal erg vage ziet.

Dat is eigenlijk wat er plaatsvond op het moment dat de Heer vertrok: Hij werd langzaam aan het oog onttrokken. Hij ging 'in de nevelen', maar zo zal Zijn verschijning ook weer zijn. Je kunt daar interessante verhalen over houden, over meerdere dimensies en dat wanneer Hij verschijnt, Hij langzaam uit de nevel tevoorschijn komt. Zoiets zal het zijn. Ik weet ook niet precies hoe ik het me moet voorstellen, maar dit woordje nevel maakte het voor mij wel duidelijk, juist omdat het dat mistige karakter heeft. Hij komt dus inderdaad uit de nevelen tevoorschijn, of met de nevelen, of op de nevelen — dat maakt allemaal niet uit — maar in ieder geval zal zo Zijn verschijning zijn. Hij komt vanuit wat sommigen een andere dimensie noemen; dat maakt me niet uit, maar uit de nevels zal Hij inderdaad verschijnen.

Waarom zeg ik dat nu? Wel, die twee getuigen hebben daar na drieënhalve dag demonstratief op dat plein gelegen en dan komt er geest van leven in hen. Ze staan op hun voeten. Over spektakel gesproken! Men was inmiddels al wel heel wat gewend, en dit is geen Victor Mids-gebeuren of iets van Mindfck*. Nee, echt niet, dit zijn geen illusionaire dingen; dit is echt wat er plaatsvindt. En vervolgens gingen ze omhoog tot in de hemel, in de nevel. Ze verdwenen uit het zicht, dat is het idee.

Hun vijanden aanschouwden hen, dat wil zeggen: totdat ze natuurlijk in de wolken, in de mist verdwenen waren. Die zagen dat dus. Ik ga ervan uit dat de camera's die daar zijn hun werk zullen doen, zodat de vijandige wereld in het algemeen — volkeren, talen en natiën — dat allemaal gewoon zal zien. Het is een publiekelijk gebeuren. En in dat uur geschiedde een grote aardbeving. De gebeurtenissen stapelen zich op: drieënhalve dag hebben ze daar als lijk op het plein gelegen, ze staan op, en vervolgens varen zij ten hemel en verdwijnen in de nevel.

De Grote Aardbeving en het Oordeel over de Zevenduizend ↑ hoofdstukken

En dan, in datzelfde uur, geschiedt er een grote aardbeving. Weer een 'mega' aardbeving, zie je? Seismos, dat is trouwens Grieks – denk aan seismologie. Een grote aardbeving, maar dat fenomeen kennen wij. En weet u, je ziet ook hier weer het fenomeen hoe alles in de profetie met elkaar verband houdt. Petrus zegt dat geen profetie der Schrift een eigen uitlegging heeft. Dat betekent dat profetieën in de Schrift elkáár uitleggen. De ene profetie wordt door de andere verklaard. Dat is net als met een puzzel: het ene stukje completeert het andere stukje, en weer een ander stukje completeert het nog meer, totdat het geheel er is.

Dominee Boersma – ik heb zijn boek nog in de kast staan – schreef ooit in de jaren zeventig een boek onder de titel 'De Bijbel is geen puzzelboek'. Ik moet daar hartelijk om lachen, want als er één metafoor is die recht doet aan wat de Schrift is, dan is het wel die van een puzzel. Mensen denken vaak dat het maar 66 losse boeken zijn – nou, die 66 ben ik sowieso al vergeten, het zijn er 70 – maar bovendien is het een goddelijk geheel en het past ook allemaal. Het een verklaart het ander. Het loutere feit dat al die stukjes juist passen en één geheel vormen, is een bewijs van de ene Auteur, van de ene Creator, de ene Bron. Hij heeft het geregisseerd, bedacht en gemaakt. Dat betekent dus dat de Bijbel geen verzameling losse documenten is; het is een complete verzameling en de ene profetie legt de andere uit.

Hier wordt gesproken over een wolk waarin de twee getuigen op die 1260ste dag verdwijnen. Tegelijkertijd vindt er in dat uur een mega-aardbeving plaats. Al deze gebeurtenissen passen exact bij wat we ook elders lezen over het einde van de grote verdrukking, namelijk dat de zon en de maan verduisterd zullen worden. De Olijfberg zal bij die gelegenheid scheuren, en ik kan u vertellen: als de Olijfberg scheurt, heb je echt een flinke aardbeving in Jeruzalem. Dat is wat een aardbeving is. Als je leest in Zacharia 14, dan wordt daar ook over gesproken; het wordt vergeleken met de aardbeving in de dagen van Ussia, toen het volk ook vluchtte.

Er geschiedde dus een grote aardbeving. Dit valt ook weer samen met wat we in Openbaring 6 vinden bij het zesde zegel. In Openbaring 7 lezen we over de 144.000 uit de twaalf stammen die worden verzameld en hoe Israël wordt hersteld, maar vlak daaraan voorafgaand, vlak voor het goddelijke herstel van Israël en de selectie van die 144.000 jonge mannen, wordt het zesde zegel geopend. Dan staat er in Openbaring 6: "En ik nam waar toen hij het zesde zegel opende een grote aardbeving." Dat is precies dezelfde uitdrukking als in verband met Openbaring 11:13. De zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. Ook hier heb je weer hetzelfde verhaal: een grote aardbeving waarbij de zon en de maan worden verduisterd; zij geven hun glans niet meer. Dat is trouwens waar ook Zacharia over spreekt: ten tijde van de avond zal er licht zijn.

Er is dus een grote aardbeving en het tiende deel van de stad Jeruzalem – de oude stad vooral, denk ik – stortte in. En er werden, zo staat er nog bij, heel eigenaardig... In de Statenvertaling wordt dit correct weergegeven: er werden zevenduizend 'namen van mensen' gedood in de aardbeving. Dat is een formulering die bevreemdend is: "namen van mensen gedood". In de NBG-vertaling staat dat er zevenduizend personen werden gedood. Ik heb het vlak voordat ik hiernaartoe kwam nog even nagekeken in de kanttekeningen en daar staat: "namen van mensen" betekent gewoon mensen van naam. Het gaat dus om personen in de zin van persoonlijkheden, personalities zoals ze dat in het Engels zeggen. Het zijn niet zomaar zevenduizend mensen die werden gedood, nee, zevenduizend 'namen'. Mensen met een reputatie, zoals wij dat in Nederland zouden zeggen.

Als u mij vraagt wie dat zijn – en dit is uitleg – dan zijn het mensen van naam, de elites van de Verenigde Naties. Want vergis u niet, bij die gelegenheid aan het einde van die 1260 dagen zijn de volkeren verzameld in Jeruzalem. Dat staat niet in Openbaring 11, maar dat lees ik in Zacharia 14: dat de volkeren verzameld worden tegen Jeruzalem. De stad wordt ingenomen en bezet. Dat betekent dat de legers van de Verenigde Naties, echt alle volkeren, ter strijde zijn getrokken tegen de stad. Daar zijn natuurlijk ook representanten bij, de elites van de Verenigde Naties – ik zet het met een vraagteken erbij – die zijn opgetrokken naar Jeruzalem. In ieder geval werden zevenduizend 'namen van mensen' gedood in de aardbeving. Je zou zelfs kunnen opperen dat er misschien nog veel meer mensen omkomen, maar dat er in ieder geval zevenduizend mensen van naam werden gedood in die aardbeving.

Ontkoming in Jeruzalem: het Overblijfsel Roept Gods Naam aan ↑ hoofdstukken

De overigen, dat wil zeggen degenen die blijven en niet gedood werden, werden zeer bevreesd. "De overige" is trouwens een bekend Bijbels fenomeen en het wordt heel vaak genoemd, met name in de Hebreeuwse Bijbel. De rest, het overblijfsel; het overblijfsel is dat wat overblijft, het residu, de rest, de resterende, degenen die ontkomen zijn. U begrijpt: degenen die overblijven, dat zijn zij die niet omgekomen zijn, en zij worden zeer bevreesd.

Ik zal u vertellen wat er nog meer gaat gebeuren. Ze zijn zo zeer bevreesd dat ze uit de stad vluchten. Dat kan, want er ontstaat namelijk juist op dat moment een vluchtweg. Dat lees je ook in Zacharië 14; vooral dat hoofdstuk zou u echt eens na moeten lezen, want daar zie je al die stukjes bij elkaar komen. In Zacharië 14 lees je dat als de Heer Zijn voet zal zetten op de Olijfberg, de berg zal splijten en er ter plekke een vluchtweg gecreëerd zal worden. Men zal dus ontkomen uit Jeruzalem. Vergeef me dat dit heel sciencefiction-achtig overkomt, maar zo wordt het beschreven: er ontstaat een vluchtweg en men zal vluchten naar de woestijn. Er wordt daar een plaats genoemd, Asal – we gaan daar nu verder niet op in, maar het betekent zoiets als een gereserveerde plaats. Ik denk dat het naar diezelfde plek is waar gedurende die 1260 dagen al een onderduikadres was, waar men voorheen niet heen kon vluchten.

Hoe dan ook, de overigen werden zeer bevreesd en zij gaven heerlijkheid aan de God van de hemel. Dat betekent dat degenen die dit overleven en de vluchtweg kiezen, heerlijkheid gaven aan de God van de hemel. Het einde van de 1260 dagen valt dus samen met de opstanding van die twee getuigen, het feit dat zij in de wolken gaan en de aardbeving die plaatsvindt. Het overblijfsel in Jeruzalem zal de Naam van de Heer aanroepen, want dat is wat er gebeurt: zij gaven heerlijkheid aan de God van de hemel.

Joël schrijft daar bijvoorbeeld ook over. Ga even met me mee naar Joël 2 vers 31. Daar staat opnieuw ditzelfde fenomeen beschreven: "De zon wordt gekeerd tot duisternis en de maan tot bloed." Dan weet u al: dat moet te maken hebben met de komst van de Ben Adam, voordat de grote en gevreesde dag van JAHWEH komt. Die dag begint juist bij die gelegenheid. En het zal zijn dat ieder die de Naam van JAHWEH aanroept, ontsnapt – zo staat er letterlijk. Als u een goede vertaling heeft, staat er niet "behouden wordt", maar "ontsnapt". Dat staat er trouwens ook in het vervolg: "Want in het gebergte van Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn." Aha, dus in Jeruzalem, ter gelegenheid van het moment dat de zon en de maan geen glans meer geven, zal er ontkoming zijn voor degenen die de Naam van JAHWEH aanroepen, zoals JAHWEH zegt. Tot de ontkomenen behoren zij die JAHWEH roept, want daar hangt alles uiteraard vanaf.

Ook Joël spreekt dus over deze zelfde gebeurtenis. Het is niet alleen Openbaring 11 en Zacharië 14, maar ook Mattheüs 24; er is zoveel profetie en al die stukjes passen in elkaar. We zijn nu aan het einde van die beschrijving, dus om nog even kort samen te vatten wat er gebeurt aan het einde van die 1260 dagen (oftewel de 42 maanden): de twee getuigen staan op op die 1260ste dag en zij varen ten hemel in de wolk, in de nevel. Er vindt een grote aardbeving plaats en dat wat resteert, het overblijfsel van Jeruzalem, bekeert zich door de Naam aan te roepen.

Ik wijs er trouwens op – dat lees je ook in Zacharië 14 en Zacharië 13 – dat wanneer de volkeren zich keren tegen Jeruzalem, zij de Naam zullen aanroepen. Iets wat een Jood tot op de dag van vandaag niet zal doen; hij weigert dat, ik denk uit een soort valse eerbied. Maar niettemin is dat het motief. Er komt echter een moment dat de nood zo groot zal zijn dat men de Naam wel gaat aanroepen. Dat zal het moment zijn dat Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. Dan zullen ze Hem ook zien – dat is dan weer Zacharië 12 – en dan zullen ze Mij zien die zij doorstoken hebben. Ze zullen een rouwklacht over Hem aanheffen. Al die dingen worden beschreven; dat is wat er allemaal aan het einde van die periode zal plaatsvinden.

Conclusie: Gods Woord als Kompas op de Drempel van de Derde Dag ↑ hoofdstukken

Die periode van 1260 dagen valt dus samen met het splijten van de Olijfberg, de verduistering van zon en maan en de vlucht naar de woestijn. Het is werkelijk buitengewoon bijzonder wat Johannes optekent in dertien verzen over die twee getuigen. Hun optreden vindt plaats in de meest donkere periode van Israëls volksbestaan, een tijd die nog moet komen. Terwijl ik het zeg, bedenk ik dat het onvoorstelbaar is: de meest duistere periode in Israëls volksbestaan gaat nog komen. Op het moment dat Jeruzalem helemaal platgewalst wordt door de volkeren, wordt er een vluchtweg gecreëerd omdat de Naam wordt aangeroepen. Ja, dat zal de grote ommekeer zijn.

Ik wilde nog iets zeggen, maar dat ben ik even kwijt. Maar wat er dan gaat plaatsvinden, is onvoorstelbaar. Toch zal God dan blijken inderdaad degene te zijn die doet wat Hij tevoren zegt. Dit staat al zoveel duizenden jaren opgetekend. Zo zal het gaan, zo is het voorzegd. Ook al kunnen we ons niet voorstellen dat het zo zal gebeuren – hoe is dat nou mogelijk? – zo is het beschreven. Je kunt er feilloos op vertrouwen, zoals we zojuist zongen in dat lied: dit is ons richtsnoer, dit is een kompas. Daar kun je gewoon feilloos op varen. Hij heeft het gesproken en de termijn is bijna voltooid.

En dat terwijl 2022 net is begonnen. De mijlpaal van 2030 is hoe dan ook een mijlpaal, want dan zijn de twee millennia voorbij. Die twee dagen... Ja, de derde dag gaat eraan komen, mensen. Wees wakker! Wees wakker en wees je ervan bewust. De misleiding gaat alleen maar toenemen, maar juist dan is het zo belangrijk dat we het heilige Woord van God hebben. Het staat geschreven om onderzocht te worden en om daarin opgebouwd te worden. Op die basis ben je trouwens ook onaantastbaar; als je dat kent, ken je de rust, de geweldige hoop en de verwachting die dat met zich meebrengt.

We hebben ons hier nu in een drietal studies mee beziggehouden. Het is zo intrigerend, en zo is er nog zoveel meer intrigerend aan de Schriften. Dus ook in 2022 gaan we, zolang God het geeft, verder met het onderzoeken van de Schriften. Want daar kom je nooit bedrogen in uit.

🎧 de twee getuigen (3, slot)
Delen: