GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de Vredevorst op Davids troon

26-12-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 26 december 2021 te Rotterdam (Gezonde Woorden)

De Hebreeuwse profeten laten er geen misverstand over bestaan dat de komende Messias zou zitten op de troon van David. Ook de engel Gabriël bevestigt dit aan de maagd Maria. Uiteraard betekent dit dat de Messias noodzakelijk een afstammeling is van David. Maar hoe zit dat met die troon? Is de troon van David per definitie verbonden aan de stad Jeruzalem? Hoever reikt de jurisdictie van deze troon? En wat betekent het dat deze troon nog steeds “van David” is? Welke beloften en voorzeggingen m.b.t. de vacante troon van David, wachten tot op vandaag nog op hun vervulling? En wanneer zal dat worden gerealiseerd?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Het Evangelie is de blijde boodschap dat de belofte over een nakomeling uit het huis van David onherroepelijk vervuld zal worden. Hoewel het Kind is geboren en als Zoon uit de doden is opgewekt, moet Hij Zijn heerschappij nog op Zich nemen. In de toekomst zal deze verborgen Zoon van David terugkeren om de vervallen troon in Jeruzalem wereldwijd te herstellen. Deze universele en rechtvaardige heerschappij is volstrekt zeker, omdat zij uitsluitend door de ijver van Yahweh tot stand wordt gebracht.

“Het Evangelie is echter gewoon dit: dit is de voorzegging, zo zal het gaan, punt.”

Inleiding: het Evangelie als Goed Bericht van de Belofte ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen allemaal. Hartelijk dank voor deze introductie, Gerard. Mooi dat je me geïntroduceerd hebt en gewaarschuwd hebt voor valse profeten die uitgegaan zijn. De hint was duidelijk, dankjewel. Overigens heb je ook in een ander opzicht al een aardige brug geslagen, want je verwees meteen al naar de woorden die we vinden in Jesaja 9. Dat is inderdaad de schriftplaats waar ik als eerste naartoe wil gaan.

Het gaat vanmorgen over de Vredevorst op Davids troon. Hoe vindt u dat plaatje? De koning der dieren, de Leeuw van Juda. Er zijn nog wel wat meer associaties bij die daar zo vredig ligt, maar wee je gebeente als je hem tegenspreekt. Zo zal het straks ook gaan.

Eventjes een paar inleidende opmerkingen. Het Evangelie – dat is zojuist ook al gezegd – is wat het woord namelijk betekent: het goede bericht of de blijde tijding van de vervulling van de belofte. Ik zal dat straks ook laten zien aan de hand van woorden die we vinden in Romeinen. In feite is het zo dat wanneer het Evangelie verkondigd wordt – je ziet dat zo dikwijls in Handelingen – dat het altijd een goed bericht genoemd wordt. Dat komt omdat de luisteraars, en dan gaat het vooral over de Joodse luisteraars, maar het is breder, in ieder geval de luisteraars die op de hoogte waren van de beloften die geschreven staan in het profetisch woord, in de Schriften dus, werden geconfronteerd met de boodschap: die belofte die ooit, zoveel eeuwen geleden, gedaan is, of gedaan zijn, die is inmiddels vervuld. Dat is een goed bericht.

Wat is die belofte dan? Daar is heel veel over te zeggen, want die belofte is zeer rijk geschakeerd. Je zou ook kunnen zeggen dat er een veelheid aan beloften is, maar in de hele Bijbelse boodschap staat één ding heel centraal: het feit dat er ooit iemand zou zijn uit het huis van David of uit de stam van Juda. Veel eerder was het al gezegd: de scepter zal van Juda niet wijken. Aan die stam zou dus de koningsheerschappij worden toegekend. Later bleek dat dit uit het huis van David zou zijn; uit het huis van David zou iemand geboren worden, een zoon, een erfgenaam, die ook in de stad van David, namelijk Jeruzalem – ook dat zal ik straks laten zien – koning zal zijn en over het huis van Jakob en alle natiën zal regeren.

Die belofte is vervuld. Dat wil zeggen: Degene die zou komen, is gekomen. Dat is precies waar Gerard zojuist ook al op wees; in Jesaja 9 wordt de geboorte van dat kind en de zoon die gegeven zou worden, zo aangekondigd. Maar dat wat Hij zou gaan doen, wacht tot op de dag van vandaag nog op zijn vervulling, namelijk dat Hij zal zitten op de troon van Zijn vader David. Ik wil in deze studie een vijftal schriftplaatsen de revue laten passeren waarin dat vanuit allerlei facetten wordt belicht, en ik begin dus, zoals gezegd, met Jesaja 9.

Jesaja 9: Kind Geboren, Zoon Gegeven, Heerschappij Verwacht ↑ hoofdstukken

Ja, die woorden die juist rond deze tijd altijd zo dikwijls klinken. Omdat, ja waarom? Nou, omdat deze tijd, 25 december, geacht wordt de verjaardag te zijn van Jezus van Nazareth. Ik doe niet eens de moeite om dat nu te gaan weerleggen; dat is mijn punt trouwens ook helemaal niet. Ik ga er gewoon vanuit dat we allemaal weten dat dat in ieder geval niet klopt. Hoe mooi overigens de gedachte ook is dat juist in deze tijd rond de zonnewende het licht weer krachtiger wordt en het leven gaat overwinnen. Dat is een schitterende beeldspraak, een geweldige typologie, dat is wel waar, maar het zegt niets over het tijdstip van Jezus' geboorte. Hoe dan ook, het is wel een aardige aanleiding, aangezien men deze woorden juist rond deze tijd altijd citeert, bijvoorbeeld uit Jesaja 9, om dat eens eventjes wat scherper te stellen.

Want daar staat: "een kind is ons geboren". Dat "want" refereert uiteraard aan het voorgaande; het is, zoals dat zo netjes heet, een redengevend voegwoord. Dat wil zeggen dat het verklaart wat in het voorgaande gezegd was. Het is een Messiaanse profetie en daar staat: "een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouder." Je zou het zo kunnen lezen, en ik denk ook dat dat onvermijdelijk is, dat dit eigenlijk drie grote stappen zijn in de hele geschiedenis van dat kind dat geboren zou worden. Waarvan trouwens het tijdstip en de locatie van zijn geboorte al waren aangegeven; typologisch sowieso, maar ook de locatie dat de Messias geboren zou worden in de velden van Evrata. Ook dat was al door de profeten, in dit geval Micha, voorzegd.

Dat kind werd geboren in Bethlehem. Later — je zou kunnen zeggen dat hij toen ook al de Zoon was, dat was tegen Maria al gezegd: "dat kind wat uit jou geboren zal worden, die zal Zoon van de Allerhoogste genaamd worden." Waarom? Omdat God zelf de Allerhoogste is die hem in de maagd Maria verwekt heeft. Volstrekt uniek, vandaar ook de eniggeboren Zoon van God. Maar daar komt wel wat bij, namelijk dat die Zoon die gegeven werd, definitief plaatsvond in zijn opstanding. Ik heb de teksten erbij genoemd waarin dat inderdaad zo gezegd wordt. Als er bijvoorbeeld in de Psalm al staat: "Mijn Zoon ben jij, Ik heb je heden verwekt", dan blijkt dat "heden" te slaan op de dag van de opstanding. Ik heb de teksten erbij vermeld, dus als je het wilt checken: het staat er gewoon heel expliciet. Het is ook logisch, want toen werd de Zoon wederom verwekt door God. Eerst verwekt in de maagd Maria en definitief verwekt uit de doden. Dat was dat "heden", die dag van de opstanding.

Zodat het kind dat geboren werd verwijst naar het voorjaar, de lammerentijd, waarin het kind geboren werd en het Lam Gods in het huis van Israël zijn intrede deed. De Zoon werd definitief gegeven in zijn opstanding en vervolgens de heerschappij die op zijn schouder rust, dat is nog weer een hele stap verder. Dat zal plaatsvinden in zijn wederkomst, als hij de heerschappij inderdaad op zich zal nemen. Dat is nog steeds toekomstig. In feite is dat aan de hand van de geschiedenis van David ook heel goed en mooi te illustreren. Want hoe was het ook alweer? David werd gezalfd tot koning, maar het zou nog een hele tijd duren alvorens hij daadwerkelijk op zijn troon terecht zou komen. In die tussentijd zou hij nog verworpen worden en uiteindelijk zou hij dan koning zijn in Jeruzalem, eerst nog in Hebron.

Ik bedoel dit te zeggen: als hier staat "een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouders", dan gaan we eigenlijk met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van dat kind: eerst het kind, toen de Zoon en daarna de Koning. En dan staat er nog bij: "en men noemt zijn naam Wonderbaar, Raadsman, Held van God". Ja, dat staat er in El Gibor. "Sterke God" zegt de vertaling, maar eigenlijk is het de Held van God. En Vader van de toekomst, Vader der eeuwigheid — het hangt een beetje af van welke vertaling je gebruikt. Eigenlijk is het trouwens niet de eeuwigheid, maar de Vader van de toekomst. Dat wil zeggen: bij hem begint de toekomst en hij is de oorsprong daarvan, de vader. En hij is ook de Vredevorst. Dat woord is even weggevallen, maar het is inderdaad de overste van de vrede, de Sar Shalom. En dat betekent de Vredevorst. Dat verklaart ook meteen de titel van deze toespraak, namelijk: De Vredevorst op de troon van David.

Ik ga aan deze namen even voorbij, want in feite zou hij Jezus heten: "Jahweh is redder". Maar hij blijkt dus vele namen te hebben. Men noemt zijn naam op al de onderscheiden manieren, omdat al deze namen iets uitdrukken van wie hij daadwerkelijk is. En dan vers 7. U ziet het, ik heb hier een wat eigenwijze vertaling. Met eigenwijs bedoel ik afwijkend of onderscheidend van wat gangbaar is. Als ik het heel ondeugend zeg, dan komt het er eigenlijk op neer dat die andere vertalingen eigenwijs zijn. Nee, eigenwijs is niet het juiste woord, maar in ieder geval is dit een aardig voorbeeld: "Groot zal de heerschappij zijn." Als u dat in de commentaren naleest over wat hier letterlijk staat, dan zult u terugvinden dat er eigenlijk zoiets staat als: "Toenemend zal zijn heerschappij zijn." Zodanig toenemen dat het steeds groter wordt, steeds meer wordt; dat is het grondwoord.

Dat toenemend, dat is eigenlijk een geweldige gedachte. Dat wil zeggen: hij vestigt zijn heerschappij, maar hij breidt haar ook uit. Dat zien we trouwens ook in de geschiedenis van David zelf. Zijn heerschappij begon ooit eerst in Hebron over de twee stammen, toen vervolgens over de twaalf stammen, en vervolgens breidde hij zijn heerschappij nog aanzienlijk uit. En trouwens, zijn zoon, de zoon van David — en dat zeg ik expres nu even dubbelzinnig — die breidde het nog weer veel grootser uit, zodat hij regeerde van de rivier tot de rivier. Dat is precies ook wat met de Zoon van David zal gebeuren, de echte, definitieve Zoon. Hij zal zijn heerschappij uitbreiden.

Ik moet altijd denken aan dat lied, ik weet toevallig zelfs het nummer: 181 uit de Opwekkingsbundel. Nou zeg ik: ik wéét het... "Vanaf de troon", zo gaat het, "Vanaf zijn troon". Ik denk dat de meeste mensen die dat lied zingen en die woorden in hun mond nemen, geen idee hebben van wat ze zingen. Maar vanaf zijn troon vestigt de Zoon zijn heerschappij en breidt hij dat dus ook uit. "Toenemend zal zijn heerschappij zijn en eindeloos de vrede." Dat eindeloos kun je op twee manieren opvatten: kwalitatief en kwantitatief. Als ik zeg: "mijn vakantie was eindeloos", dan bedoel je dat doorgaans kwalitatief. Namelijk: in waardering is er geen begrenzing aan. Eindeloos, het was eindeloos. Dan is het kwalitatief. Maar het is ook kwantitatief, en dan kun je het trouwens ook weer in tweeën splitsen, namelijk in ruimte en in tijd. "Eindeloos zal de vrede zijn", dat wil zeggen in ruimte, zonder begrenzing. Hij zal vrede vestigen en die zal eindeloos zijn. Geweldig, zo groots! Maar ook eindeloos in de zin van zonder begrenzing in ruimte: het is niet zo dat het beperkt zal zijn tot de landsgrenzen van Israël. Nee, zonder grenzen, wereldwijd, dat is de gedachte. Grenzeloos.

Maar ook trouwens in tijd. Dat wil zeggen: er komt geen einde aan. Het is eindeloos of onophoudelijk. Dus ja, het is maar hoe je het hebben wilt. Als er staat 'eindeloos de vrede', dan roept dat ook eindeloze gedachten op. Je kunt alle kanten uit, en de aardigheid is: welke kant je ook uitgaat, het is allemaal waar. Kwalitatief, kwantitatief, in ruimte en in tijd. Zo zal de vrede zijn die Hij gaat aanbrengen.

Wij kennen die Vredevorst inmiddels, maar die Vredevorst... ja, de heerschappij komt op Zijn schouder. Er komt een dag dat Hij — hoe staat het er ook alweer? Dat is trouwens ook Psalm 2 — dat God tegen Hem zegt: "Vraag van Mij en Ik zal Je de heerschappij geven." En dan neemt Hij inderdaad vanaf dan daadwerkelijk en concreet de heerschappij op Zich in deze wereld. Niet ergens op een mystieke wijze. Het gaat hier niet over de troon van God in de hemel, zoals dat meestal wordt opgevat.

Maar er staat hier: "Toenemend zal zijn heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk." De aardigheid is, en ik vind het vooral opvallend, dat het iedere keer "Davids troon" en "Davids koninkrijk" wordt genoemd. Dus ja, over wie gaat het eigenlijk? Het is wel aardig om daar toch even op in te zoomen.

De Blijvende Dynastie: de Werkelijke Betekenis van Davids Troon ↑ hoofdstukken

Want de kwestie komt nogal eens een keer ter sprake; ik krijg er vaker vragen over: hoe zit dat nou met die David? Kijk, als er staat ‘de troon van David’, dan betekent dat gewoon dat die troon David toebehoort. Aan zijn huis, aan die familie. Het huis van David is gewoon de familie van David en het is eigenlijk ook zijn dynastie, zo noemen we dat dan. Dat is gewoon de koningsheerschappij die aan een bepaalde familie gegeven wordt. Wij hebben dat fenomeen ook: een koningshuis dat al vele eeuwen lang een troonpretendent voortbrengt. En iedere keer wordt dat stokje, om zo te zeggen, overgenomen door een telg uit die familie. Dat heet een dynastie en die troon is een Davidische troon. Zoals eigenlijk de troon in ons landje te herleiden is tot Willem van Oranje; daar is het allemaal begonnen, hij is de oorsprong van die troon. Aan hem is dat ooit toegekomen en vervolgens is dat doorgegaan. Nou ja, over Willem van Oranje zullen we het verder maar niet hebben, maar het gaat even om het idee van een dynastie, dat wij natuurlijk maar al te goed kennen.

In feite is het zo — en ik vind het van belang om daar eventjes goed een streep onder te zetten — dat iedere regerend vorst op die troon de vader representeert. Dat wil zeggen: in dit geval David. Het blijft de troon van David. Je zou zeggen: als binnenkort de Zoon van David op die troon gaat zitten, dan is er inmiddels pakweg 3000 jaar voorbijgegaan sinds David ooit als eerste op die troon zat. Maar David is de oorsprong van dat koningshuis. Je had eerst nog een ander koningshuis, dat van Saul, maar dat heeft maar kort geduurd. En na David kreeg je trouwens ook nog weer een splitsing en kreeg je van de tien stammen een heel ander koningshuis, diverse trouwens. Maar in Juda, in Jeruzalem, is er maar één koningshuis geweest en dat is David. Elke vorst op die troon, elke koning op die troon, zat op de troon van David. Dus David stierf, maar degene die hem vervolgens opvolgde representeert nog steeds David, of speelt de rol, of heeft de rol van David. Het blijft Davids troon.

En dat is een heel interessant fenomeen, want wat je namelijk in de profetie ziet — en daar zijn heel wat voorbeelden van, minstens vijf — is dat als er gesproken wordt over de Koning die in de toekomst zal komen, de Zoon van David, Hij bij herhaling ‘David’ genoemd wordt. Waaruit sommige mensen dan hebben afgeleid dat uiteindelijk David zelf weer zal heersen in Jeruzalem. Dat is ook zo, maar ‘David’ is dan niet slechts een persoonsnaam; het is de representant van een dynastie. Het is Davidisch van karakter, het is zijn huis, zijn troon.

Ik heb hier een voorbeeld in Hosea 3, een prachtig stukje geschiedenis en een prachtige profetie over wat er zou gebeuren. Je leest over de Israëlieten die ‘vele dagen’, staat er dan, zonder koning en zonder vorst zouden zijn. Dat is trouwens een beschrijving van de huidige tijd. En dan staat er vervolgens in vers 5: "Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren — omkeren — en JAHWEH hun God zoeken, en David hun koning." Waarom zouden ze David hun koning zoeken? Wel, die Davidische koning zijn ze al zo lang kwijt. In feite is het zo dat ze sinds de terugkeer uit de ballingschap geen koning meer hebben gehad. Vóór die tijd zijn daar een twintigtal koningen geweest die allemaal in Jeruzalem uit het huis van David geregeerd hebben. Twintig koningen, en daarna is het over. Is die hele stamboom afgehouwen? Ja, die beeldspraak zou u moeten kennen, want dat is ook Davidisch. Dat is wat Jesaja zegt: er zal een rijsje, een scheut voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï. Isaï is de vader van David, één geslacht terug. Maar in ieder geval: die stamboom zou afgehouwen worden, maar niettemin zou er weer nieuwe hoop komen, een nieuwe scheut in die stamboom. Dat wil zeggen: het zou eigenlijk vele eeuwen troosteloos zijn, om niet te zeggen vele millennia zelfs, maar hoe dan ook: uiteindelijk komt daar weer een Davidische vorst uit die dynastie.

In feite heeft Israël, als je de twaalf stammen neemt, vele dynastieën gekend. Zoals gezegd had de kant van de tien stammen het huis van Jerobeam, noem maar op; allerlei tronen en allerlei dynastieën hebben ze gekend. Maar uiteindelijk — en dat is de profetie — komt er opnieuw weer een Vorst uit het huis van David en Hij gaat zitten op de troon van David. En omdat het de troon van David is, wie zit er dan op de troon van David? Nou, de vraag stellen is haar beantwoorden: het is de troon van David, dus wie erop zit is David. Ongeacht of dat hijzelf is, ooit de eerste, of een van zijn nakomelingen, zijn nazaten; dan nog vervult hij de rol van David. Dat is het punt: het is Davidisch. Hoe dan ook, er komt een moment dat de Israëlieten zich zullen bekeren en JAHWEH hun God zullen zoeken, en David hun koning, en bevende komen tot God en tot Zijn heil. "Shua" staat er trouwens, Yeshua! In de dagen van de toekomst, zo profeteert Hosea. Dus we hebben één rechtmatige troon in Jeruzalem, en dat is die van David. Dat wordt heel wat keren in de profetie genoemd; ik heb alle voorkomens hier vermeld, het zijn er vijf. En daar wordt inderdaad die Telg ‘David’ genoemd.

Waarna er natuurlijk nog een andere vraag te stellen is — ik ga er nu niet te diep op in — maar er zullen straks ook weer vele andere vorsten zijn. Er is een Koning, maar er zijn ook vele vorsten in Israël. Dat is misschien een beetje lastig op te vatten, maar je hebt aan de ene kant het woordje ‘koning’ en je hebt ook ‘vorst’. Een koning is een vorst, maar een vorst hoeft niet altijd een koning te zijn. Een vorst is eigenlijk een vooraanstaand iemand, iemand die vooraan staat, de ‘first’. Het idee is dat er straks vele — laat ik het anders zeggen — je leest van de twaalf apostelen dat zij zullen zitten op de tronen van de stammen Israëls. Zij krijgen ook een vooraanstaande, een vorstelijke functie. Eerlijk gezegd denk ik ook dat de figuur van David straks, en nu heb ik het over zijn persoon, ook zo’n vorst zal zijn. Maar de Zoon van David, Hij is de Koning. Nou, misschien dat ik daar bij een andere gelegenheid nog eens een keertje wat dieper op inga, maar in ieder geval staat die troon van David vast.

Een Rechtvaardige Monarchie Gevestigd Door de Ijver van Yahweh ↑ hoofdstukken

Laten we nog even inzoomen op de Davidische troon. We gaan weer even terug naar Jesaja 9, want daar staat: "Toenemend zal zijn heerschappij zijn en eindeloos de vrede" — dat is dus toekomstig — "op de troon van David en over zijn koninkrijk, om haar te vestigen en te ondersteunen in recht en rechtspleging." Dat wil zeggen dat die troon gekenmerkt zal worden door recht en rechtspleging; hij zal daarop gebouwd zijn en daardoor worden getypeerd.

Daar kan ik nu zo naar verlangen, naar zo'n vorstenhuis. Dit zal trouwens geen democratie zijn. Het is daar inderdaad een absolute monarchie, maar wel één die zo rechtvaardig is. Sommige mensen denken dat als iets maar democratisch is, het automatisch goed is. Daar geloof ik helemaal geen bal van. Trouwens, ik zie om me heen dat het ook niet waar is. Alsof de meerderheid altijd maar het goede doet. De Bijbel zegt: "Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen." Je zou het zelfs zo kunnen lezen dat áls het de meerderheid is, het dan wel kwaad zal zijn. Nou, dat klopt aardig als je er zo naar kijkt. In ieder geval zal die toekomstige heerschappij en de leiding niet democratisch zijn, maar rechtvaardig. En trouwens ook in vrijheid, want dat heeft alles met elkaar te maken; dat is wat recht is.

Er staat nog bij: "In recht en rechtspleging, van nu aan tot aan de aeon." Want het gaat hier natuurlijk over die toekomende aeon. En dan staat er: "De ijver van JAHWEH der legermachten zal dit doen." In de gangbare vertalingen staat vaak "der heerscharen", maar u weet wat een heerschaar is: het is gewoon een legermacht. En dan ook nog in het meervoud. Het is in feite een militaire term. De heerschappij die straks gevestigd zal worden, wordt gerealiseerd door JAHWEH der legermachten. Zijn ijver zal dit gaan realiseren en bewerken.

Ik vind dat een geweldige gedachte in vers 6. Dat heeft een beetje te maken met de Engelse en Nederlandse vertalingen; ik dacht aan de Statenvertaling, want daar is het ook vers 6. Het verschil in versnummering tussen de NBG en de Statenvertaling is geen probleem, maar we moeten wel een beetje uitkijken. Zoals we ook even moeten uitkijken met de camera; u weet hoe 'dik' ik ben, dus ik ben het er niet mee eens hoe die nu staat! Maar mensen, het is toch een geweldige gedachte op zich. Dat is voor mij, als ik het persoonlijk mag zeggen, het Evangelie. Het eist niet iets van de mens in de zin van: "jij moet". Het Evangelie wordt tegenwoordig vaak gemoraliseerd — ik generaliseer, maar het klopt aardig. Het is dan altijd een boodschap van wat we moeten doen, dat we lief en aardig moeten zijn, en als we dat dan allemaal samen doen... U weet het, het staat overal op de borden: "Als we het samen doen, dan komen we er wel uit." Maar dan hangt het altijd van de mens af. Het Evangelie is echter gewoon dit: dit is de voorzegging, zo zal het gaan, punt. Eigenlijk: punt, uitroepteken! Zo zal het gaan.

Hoe je dat zo zeker weet? Wel, God Zelf staat daarvoor garant. Hij zegt: "Mijn ijver zorgt ervoor dat het zo zal gaan." En dan heb je rust. Je kunt dan wel zeggen: "Dat is makkelijk, dan kun je zomaar achterover gaan zitten." Maar dat is precies waarom het een Evangelie is: je kúnt gewoon achterover gaan zitten, en dan heb je rust en vrede. Dan heb je de ander ook wat te vertellen, want dit bericht verdrijft de duisternis. Mensen die dit niet begrijpen, zeggen vaak: "Dat kan niet waar zijn, want het is te makkelijk." Maar het is juist waar ómdat Hij het doet. Daarom is het waar. Als het van ons af zou hangen, dan kon je het eigenlijk al bij voorbaat op je buik schrijven; dan gebeurt het niet. Het is zo solide: de ijver van JAHWEH der legermachten zal dit doen. Goed, ik heb nog een tweetal, nee, zelfs een viertal schriftplaatsen.

Lukas 1: de Zoon van de Allerhoogste op de Troon in Jeruzalem ↑ hoofdstukken

In het volgende gedeelte, Lukas 1, gaan we even terug naar de geschiedenis. Nou ja, we waren in Jesaja en nu gaan we zeven eeuwen verder; we komen aan rond het begin van onze jaartelling. Daar verschijnt een boodschapper onder de naam Gabriel. 'God is...', dat is trouwens hetzelfde als El Ghibor waar ik het net over had. 'Ghibor' heeft te maken met de held van God. Deze boodschapper verschijnt aan Maria, die jonge vrouw, en dan staat er letterlijk vertaald – en let op wat er tegen haar wordt gezegd: "Je zult bevrucht worden in de buik."

Sorry, zo zeggen we dat normaal gesproken niet in het gewone Nederlands, maar kijk het maar na, zo staat het er wel. Dat is de Griekse wijze van formulering, of een zogenaamd Hebraïsme. Het betekent gewoon wat er in de gangbare vertalingen staat: "Je zult zwanger worden." Maar dit is wat het feitelijk is: "Je zult bevrucht worden in de buik en een zoon voortbrengen, en je zult hem noemen bij de naam Jezus." Yeshua. Yahweh redt. Want u weet het: de ijver van Yahweh. En Hij heet ook zo, want Hij representeert die God. Dat werd trouwens tegen Maria gezegd, maar het werd ook tegen Jozef gezegd. Ook tegen hem werd gezegd: "Je zult Hem die naam geven."

"Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en de Heer God zal aan Hem de troon van Zijn vader David geven." Dat wordt daar voorzegd. Er komt dus een tijd dat dit kind dat negen maanden later geboren zou worden, daadwerkelijk Koning zal zijn. En wel op de troon van zijn vader David. Dat is tot op de dag van vandaag niet vervuld en wacht dus nog steeds op zijn vervulling.

Als u aan een Jood vraagt waarom hij niet gelooft dat Jezus de Messias is, dan zal hij meestal dit antwoord geven: "Nou, de Messias is degene die zal zitten op de troon van David. Kijk om je heen, is daar iemand die daar zit? Is daar een gegadigde?" Dan zeg ik: ja, die gegadigde is er wel, maar Hij zit nog niet op die troon. Dat wacht nog. Er zijn trouwens prachtige Bijbelse typologieën waarin je dat ook geïllustreerd ziet. Ik denk dan bijvoorbeeld heel kort aan de geschiedenis van Joas.

De Verborgen Koning: de Typologie van Joas ↑ hoofdstukken

Weet je wel, dan is het hele huis van David uitgeroeid, want het was echt een crisistijd. Men dacht zelfs dat er in die dagen, onder koningin Atalia, geen enkele nakomeling van het huis van David meer over was. Maar wat bleek? Er was een ventje dat was ontkomen: Joas. In de tempel was hij bewaard, dat kleine kind. En toen hij eenmaal zeven jaar oud was, werd hij door zijn oom aangesteld. Het is een heel verhaal apart, maar zijn oom zei: "Dit is de zoon van David." En inderdaad, dat is waar; hij kreeg eerst assistentie van zijn oom enzovoorts, maar in ieder geval werd hij vanaf toen, de zevende, de koning. Hij werd alsnog gekozen, terwijl men dacht dat er van het hele huis van David niets meer over was. De zoon van David was er wel, alleen hij was verborgen in het huis van God.

Kleur het plaatje zelf maar verder in, want waar is nu de zoon van David verborgen? Waar dan? Nou, in het huis van God. Bij het beddengoed was hij trouwens – hoe staat dat? Bij de bedden – in rust dus ook nog. Wacht maar, stil maar, er komt een tijd, precies op het moment als hij zeven jaar oud is – dat bedenk je toch niet? Maar in ieder geval, dan zal hij alsnog de troon bestijgen. En zo zal het dus ook met deze gaan: Hij is nu verborgen. En dat is precies zoals het was aangekondigd. Dus het klopt allemaal.

En Hij zal zitten op de troon van zijn vader David. Ik moet erbij zeggen: die troon staat maar op één plaats, en namelijk in de stad van David. Ik heb het opgezocht en geteld aan de hand van de concordantie: het staat daar zelfs vijfenveertig keer. De stad van David, en dat is Sion, Mijn stad. Waar hoort de troon van David te staan? Wel, er komt één stad in aanmerking. Dat is niet New York, dat is niet Den Haag of Brussel of Babel. Nee, dat is Jeruzalem. Dáár staat de troon van David.

Weet je, dat vind ik nou wel weer aardig: Joden weten dat. Ik bedoel, een orthodoxe Jood die weet: de Messias komt en daar zal Hij zitten, op de troon van vader David in Jeruzalem. Dat weet hij. Maar welke christenen weten dat nog, of geloven dat nog? Nee, letterlijk op deze aarde, in de stad Jeruzalem, daar in het Midden-Oosten.

Ik moet er één aantekening bij maken, voor de volledigheid: er zijn twee uitzonderingen waarbij ook Bethlehem de stad van David genoemd wordt. Dat is in Lukas 2, twee keer. Maar dat is op zich niet zo gek hoor. Normaal gesproken is de stad van David namelijk de plaats waar hij koning was. Maar waar is David ooit geboren? Waar was hij ooit herder? Wel, in Bethlehem, het Broodhuis. Goed, dat even voor de volledigheid.

Er wordt trouwens nog bij gezegd, en dat wordt tegen Maria gericht: "De Heer God zal Hem de troon van zijn vader David geven." En Hij zal koning zijn over het huis van Jakob. Ook dat is weer volstrekt helder: de familie wordt aangeduid, compleet voor de twaalf stammen. En dan staat er nog: Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in de aeonen. Niet "tot in eeuwigheid" of "tot in alle eeuwigheden", nee: tot in de aeonen. Dat wil zeggen de toekomende aeonen, maar ook daarna nog. Dan zal Hij koning zijn en aan Zijn koninkrijk zal geen einde zijn. Nee, je leest wel dat Hij het koninkrijk uiteindelijk zal overdragen aan Zijn God en Vader, maar dat is wat anders. Hij zal afstand doen van de troon, maar aan Zijn koninkrijk zal geen einde zijn. Het zal namelijk worden teruggegeven aan God de Vader, die het Hem trouwens ooit heeft toevertrouwd.

Romeinen 1: de Erfgenaam uit het Zaad van David en de Spruit uit Nazareth ↑ hoofdstukken

De derde schriftplaats is Romeinen 1. Ik ga even snel door het begin heen, maar om de zin compleet te maken, moet ik het er toch even bij vermelden. Paulus begint met een brief. Gerard heeft alweer een tijdje terug hierover gesproken op deze locatie, dus ik hoef er niet al te veel over te zeggen, maar Paulus introduceert zichzelf altijd. Paulus, slaaf van Christus Jezus, geroepen, afgevaardigd – of eventueel een geroepen afgevaardigde – afgezonderd voor het Evangelie van God.

Wat is dat Evangelie van God? Wel, daar staat bij dat Hij dit tevoren beloofde door Zijn profeten in heilige schriften. Dit is precies wat ik bij de aanvang al even bedoelde. Hoezo Evangelie? Wel, er is een belofte in de heilige schriften gegeven; er is geprofeteerd, dat wil zeggen voorzegd door velen, Zijn profeten. Tevoren is het beloofd, vastgelegd, gedocumenteerd en geboekstaafd in de heilige schriften, die hele bibliotheek. Inmiddels is de verkondiging daar: die belofte is vervuld.

Dan staat er ook bij waar dat over gaat. Waar gaat het Evangelie over? Niet over wat wij moeten doen, maar het gaat over de Zoon. Het gaat over Gods Zoon, aangaande Zijn Zoon. Dat is hier de Zoon van God, maar er staat bij: die ontsproot vanuit zaad van David naar het vlees. Want oké, het is God die Hem verwekt heeft, maar dat betekent trouwens – en dat is heel aardig – dat ook Maria dus van Davidische huize was. Dat is heel boeiend. Ik ga het nu niet volledig uitleggen, maar je kunt het zowel aan de hand van het register in Matthäus als in Lukas zien. Als je het vergelijkt, dan blijkt dat zowel Jozef uit het huis van David kwam – daar wordt het heel expliciet van gezegd – maar ook Maria kwam uit het huis van David.

Vandaar ook dat er in het Grieks gewoon staat: uit spermatos. Ja, dat klinkt misschien wat vreemd, maar dat is gewoon het woord sperma. Dat wil zeggen: Hij is uit het sperma van David. Dat betekent trouwens, even voor de goede orde, dat dit over Maria moet gaan. Want weliswaar is de Heer Jezus de wettige zoon van Jozef, dat klopt, maar als dit alleen over Jozef zou gaan, dan is de Heer Jezus niet uit het sperma van David. Nee, dat kan alleen via de lijn van Maria zijn. Maria is inderdaad uit het zaad van David en uit haar kwam de Heer Jezus Christus voort. Dat betekent dus dat ook Maria uit die lijn komt, via een andere tak in de familie; ze zijn allemaal te traceren, want de registers beschrijven dat.

Daarom woonden ze in Nazareth – dat is een heel boeiend verhaal. Nazareth was een stadje, Natser, en weet u wat dat betekent? Dat betekent 'spruit'. En hoezo spruit? Wel, het was een klein, piepklein plaatsje hoor, maar daar woonden allemaal nakomelingen van het huis van David. Jozef en Maria woonden daar beiden; ze waren allebei uit de familie van David. Nu heb ik nog niet verklaard waarom dat 'spruit' heet, maar u had het al even over Jesaja en over die stambomen. Over die afgehouwen tronk van Isaï, waar een spruit zou voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï. Om een lang verhaal kort te maken: het deel dat overgebleven is van de familie is zich gaan vestigen in Nazareth, en ze hebben die stad ook inderdaad om die reden zo genoemd, omdat daar de profetie in lag.

Als u zegt dat u dit een vergezocht verhaal vindt, dan moet u kijken aan het einde van Matthäus 1, want daar lees je: zij vestigden zich in Nazareth, want, staat er, het was geschreven in de profeten dat Hij een Nazarener zou zijn. Hoezo? Als je dan kijkt waar dat staat: de plaatsnaam wordt niet genoemd, maar er wordt wel gezegd dat Hij een Natser zou zijn. Natser, dat wil zeggen: de spruit uit het huis van David.

Terwijl ik het nu zeg, denk ik: waarom heb je dat nou verteld, André? Want ik roep nu waarschijnlijk meer vragen op dan dat ik beantwoord. Maar ik hoop wel u even getriggerd te hebben met deze kwestie, want dit is een heel boeiend gegeven. Op mijn website heb ik hier ook wat meer over uitgeweid en ben ik erop ingegaan. Ik geef toe, het is misschien een wat uitgebreid verhaal, maar onthoud dit: Nazareth heeft te maken met Natser en dat is die spruit uit het boek Jesaja. In ieder geval komt Hij naar het vlees uit het huis van David, uit het zaad van David.

Maar Hij werd bepaald Zoon van God te zijn in kracht, naar geest van heiligheid vanuit opstanding van doden. Jezus Christus, onze Heer, betekent dat Hij naar het vlees weliswaar uit het zaad van David is, maar naar de geest Zoon van God is, verwekt door God in dubbele zin. Namelijk zoals gezegd verwekt uit Maria, maar ook verwekt uit de doden. Trouwens, Hij heeft dat ook bewezen door doden te doen opstaan. Nou, dan laat ik het hier even bij.

Timotheüs 2: de Opgewekte Zoon van David en het Ongebonden Woord ↑ hoofdstukken

Dan gaan we naar de vierde schriftplaats: 2 Timotheüs 2. Daar zijn we inmiddels beland in het geestelijk testament van Paulus, dat wil zeggen de laatste brief die hij geschreven heeft vlak voor zijn verscheiden, vlak voor zijn overlijden. Nou, vlak voor zijn executie moet ik eigenlijk zeggen. Hij bindt zijn geestelijke kind — zo noemt hij hem ook, een erfgenaam — nog een aantal dingen op het hart. Het zijn zijn laatste woorden.

In vers 8 van 2 Timotheüs 2 staat dan dit: "Herinner je Jezus Christus." Breng Hem terug in je gedachten. "Gedenk Jezus Christus", staat er in de herinnering. En dan staan er precies die twee punten bij waar ik het eigenlijk de hele tijd over heb, namelijk: Jezus Christus, opgewekt vanuit doden én vanuit zaad van David. Paulus voegt daaraan toe: "naar mijn evangelie." Het evangelie dat Paulus verkondigde, gaat dus over Hem die opgewekt werd uit de doden. Terwijl de doden allemaal achterbleven, is Hij daaruit opgewekt; dat is wat de term 'de eersteling' betekent: opgewekt vanuit de doden.

En Hij is ook vanuit zaad van David. Hij komt voort uit het zaad, het spermatos van David. Dat betekent dat Hij de erfgenaam is. Hij komt uit die Davidische dynastie en dat is ook bij Paulus het hele verhaal. Als wij zeggen dat wij geloven in de predikatie van Jezus Christus, dan hebben we het over Yeshua, die de Christus, de Mashiach is. Hoezo? Wel, Hij is door God opgewekt. En wie is Hij dan wel? Hij is de Zoon van David, uit het huis van David, en Hij beantwoordt exact aan het profiel dat de profeten al van Hem hebben geschetst.

Daarvan zegt Paulus: dat is naar mijn evangelie. En ook dat die opgewekte Zoon van David momenteel verborgen is en de heerschappij nog niet uitoefent. Dat is ook in overeenstemming met de profetie: dat Hij vandaag eigenlijk de Priester is in het heiligdom. Paulus zegt: "waarin ik kwaad lijd en zelfs boeien draag als een misdadiger." Maar, zegt hij erbij, "het woord van God is niet geboeid." Wel boeiend trouwens, maar niet geboeid.

Paulus zegt: "ik ben geboeid." Daaraan weet je ook meteen dat die Zoon van David nog geen heerschappij voert, want als de heerschappij op Zijn schouder rust, dan zijn er geen mensen meer die geboeid, gevangen of onvrij zijn omdat ze voor Hem uitkomen. Dat is logisch. Wij leven in de tussentijd waarin de Zoon van David nog verworpen is, maar het woord van God is niet geboeid.

Ik vind dat geweldig. Mensen kunnen van alles opleggen en allerlei beperkingen aanbrengen. "Dat mag niet, je moet niet bij elkaar komen, je moet je mond houden, anders bannen we jou van ons forum of kanaal" — weet ik veel hoe dat allemaal heet. Dat kunnen ze allemaal doen en ze kunnen je in de gevangenis gooien, dat kan ook, maar het woord van God is niet geboeid. Dat gaat toch echt wel door en dat is een geweldige gedachte. Het Woord doet altijd zijn werk, linksom of rechtsom. Het woord van God is niet geboeid; ook dat vind ik een fikse troost.

Dit is trouwens ook geen oproep of een morele boodschap in de zin van: "laten we ervoor zorgen dat het woord van God niet geboeid is." Nee, het woord van God ís niet geboeid, punt. Daarom vind ik het ook zo heerlijk om het gewoon door te geven en erover te vertellen, want dit Woord doet altijd zijn werk.

Oké, de laatste schriftplaats.

Handelingen 15: de Vervallen Tent van David Wereldwijd Hersteld ↑ hoofdstukken

We zijn nu aanbeland bij het vijfde punt, ergens halverwege het boek Handelingen, in het jaar 49 van onze jaartelling. Het gaat hier over de apostelvergadering, die vooral draait om de kwestie rondom Paulus en hoe het nu precies zit met het Evangelie dat naar de natiën is gegaan. We weten dat er al heel wat mensen het woord hebben gevoerd: Paulus zelf, maar ook Barnabas en Simeon Petrus. Dan staat er in vers 13: "Nadat zij echter zwegen..." Zij, dat zijn de voorgaande sprekers die hun woord hadden gedaan. Nadat zij echter zwegen, antwoordde Jakobus. Dat is de broer van de Heer, die in feite ook degene was die in Jeruzalem de leiding had. Dat was eigenlijk heel logisch, want zijn Broer was afwezig; Die was immers bij God in de hemel. En wie zou dan in Jeruzalem de leiding waarnemen? Gewoon, Zijn oudste broer naar het vlees: Jakobus. Dat is overigens dezelfde die ook de brief heeft geschreven aan de twaalf stammen.

Nadat zij echter zwegen, antwoordde Jakobus: "Mannenbroeders, hoort mij! Simeon" — en het gaat hier over Simeon Petrus; zo heet Petrus ook — "ontvouwde hoe God eerst omzag om vanuit de natiën een volk voor Zijn naam te nemen." Petrus is eigenlijk de eerste geweest die naar de natiën ging, oftewel de deur heeft opengezet voor Cornelius, wat in Handelingen 15 wordt herhaald. En dan zegt Jakobus dat God in de eerste plaats vanuit de natiën een volk voor Zijn naam gaat aannemen. Ik vind het heel bijzonder dat juist Jakobus dit zo zegt en dat zelfs Petrus hier het initiatief toegegeven heeft: hoe God eerst omzag om vanuit de natiën een volk voor Zijn naam aan te nemen. Dat is wat in de tegenwoordige tijd, tot op de dag van vandaag, plaatsvindt.

Jakobus vervolgt dan in vers 15: "En hiermee stemmen overeen de woorden van de profeten, zoals staat geschreven." Vervolgens haalt hij één van de profeten aan, namelijk Amos 9:11 en verder. Dat is makkelijk te onthouden. In Amos 9, vanaf vers 11, volgt het citaat. En dan zegt hij: "Daarna zal Ik wederkeren en weer opbouwen de vervallen tent van David." Als je Amos 9:11 nakijkt, zie je dat het woordje 'daarna' er niet letterlijk staat, maar Jakobus zegt: "Kijk, wat in Amos geschreven staat, dat zal daarna zijn." Eerst verzamelt God Zich uit de natiën een volk voor Zijn naam — een onderbreking, een break of pauze in Gods weg — en hoe zit het dan met die profetieën over het huis van David en de heerschappij die in Jeruzalem zal worden uitgeoefend? Wel, zegt Jakobus, dit komt helemaal overeen met de profeten, want daarna zal de Heer wederkeren. Dus eerst een volk uit de natiën en daarna de wederkomst.

De Heer zal wederkeren en de vervallen tent van David weer opbouwen. Met andere woorden: wanneer gaat het huis van David, dat inmiddels een vervallen tent is, hersteld worden? Die hele troon is vakant; hij staat al pakweg 25 eeuwen leeg. De dynastie is onderbroken, er is geen regerend vorst. Je zou kunnen zeggen: er is wel een Vorst, maar geen regerend Vorst. Bovendien is die "tent van David" ook de stad van David, de plaats waar hij vertoeft en verblijft. Dat betreft dus zijn troon, zijn dynastie en ik denk zelfs uitgebreid de hele stad van David die helemaal afgebroken is. Die wordt weer opgebouwd. "Ik zal weer opbouwen", want die stad is al eens afgebroken. De "vervallen tent van David" — er blijft niets van over dan alleen een vervallen hut, zegt de NBG-vertaling. Het stelt niks voor. Wat is er historisch gezien nog over van het huis van David? Dat staat alleen nog in de geschiedkundige boeken; er is verder niets van overgebleven. Maar het gaat weer opgebouwd worden.

Eerst, zeg ik, en daarna zal Ik wederkeren en weer opbouwen de vervallen tent van David. We weten dus wanneer dat zal zijn: als God eenmaal een volk uit de natiën verzameld heeft, zal Hij daarna terugkeren en dat gaan doen. "En wat daarvan geslecht is" — afgebroken of gedemonteerd, die hele stad die straks in de toekomst ook nog weer compleet verwoest zal worden — "die vervallen tent van David en wat daarvan is geslecht, zal Ik weer opbouwen en Ik zal haar weer oprichten." Let op: iedere keer staat er "Ik zal". Dat wordt hersteld. Je mag zeggen dat het er nu allemaal hopeloos uitziet en dat we er niets van zien, maar ook dat is in overeenstemming met de profetie. Het loutere feit dat we nu niets zien, is een bevestiging van de profetie, want anders zou het niet matchen.

Het is dus niet alleen bepaald waar het zal zijn, maar ook wanneer: nadat het volk uit de natiën zal zijn verzameld. En er staat nog bij: "Ik zal dat opbouwen, Ik zal dat weer oprichten, opdat ook het overgebleven deel van de mensen de Heer zouden zoeken, en alle natiën." De hele wereld dus. Dat is precies wat ik bij de aanvang bedoelde: toenemend zal Zijn heerschappij zijn. De troon van David zal eenmaal de dynastie zijn, niet alleen van de twee stammen of van de twaalf stammen, nee, van heel de wereld. Hij gaat de hele wereld beheersen en dat betekent dat we een Israëlitische, Davidische monarchie mogen verwachten die wereldwijd gaat. Dat gaat dus gerealiseerd worden. Alle natiën! Jeruzalem zal de hoofdstad worden van de hele wereld. Zoals dat in Jesaja 2 prachtig in de profetie staat: "Want uit Sion zal de wet uitgaan naar alle natiën en JAHWEHS woord uit Jeruzalem."

"Alle natiën waarop Mijn naam is uitgeroepen, zegt de Heer die deze dingen doet, en ze zijn bekend vanaf de aeon." In feite zijn we nu weer helemaal terug bij af, want hier staat: "zegt de Heer die deze dingen doet." Oftewel, wat we in Jesaja 9 al vaststelden: de ijver van JAHWEH van de legermachten zal dit doen. De Heer die deze dingen doet, gaat dit dus allemaal realiseren. Het is absoluut gegarandeerd, dat is het profetische woord. Dat is het licht in de duisternis. In de wereld mag het dan een puinhoop zijn en je kunt zeggen: "Ik vind dat het recht struikelt op de straten, wordt dat nog eens een keer wat?" Welnu, in deze aeon niet. Maar wacht maar op die Zoon van David, die nu nog verborgen is. Hij is er, wij kennen Hem. Hij komt en dan zal Hij wederkeren. Dan zal alles worden hersteld en opgebouwd, en er zal wereldwijd een Koninkrijk gevestigd worden. Dat tart ons voorstellingsvermogen, maar wat een tijd zal dat zijn! Dat is die zevende dag, de Shabbat die God gereserveerd heeft voor deze wereld.

🎧 de Vredevorst op Davids troon
Delen: