GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de twee getuigen (2)

05-12-2021 - Geplaatst door Andre Piet
studie gegeven op zondag 5 december 2021 te Urk

In Openbaring 11 worden twee getuigen beschreven die zullen optreden gedurende 1260 dagen op het tempelplein in Jeruzalem. Het is de tijd dat Jeruzalem door de natiën vertreden zal worden en zij in het hol van de leeuw hun getuigenis afleggen. En hoe! Wie zijn zij? Wat doen ze? Waar spreken ze van? Wat kenmerkt hun optreden? Wanneer en hoe begint hun optreden? En wanneer en hoe eindigt hun optreden? Zouden ze nu al ergens rondlopen…?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt het optreden van de twee getuigen uit Openbaring 11 tijdens een toekomstige verdrukking van drieënhalf jaar in Jeruzalem. In deze periode zullen zij met grote volmacht profeteren, onkwetsbaar voor hun vijanden, en plagen uitvoeren zoals het sluiten van de hemel en het veranderen van water in bloed. Aan het einde van hun getuigenis worden zij overwonnen en gedood door het beest uit de afgrond. Hun lichamen zullen drieënhalve dag op het plein van de stad liggen, wat zal leiden tot een wereldwijde viering. Uiteindelijk illustreert hun optreden dat God in de donkerste tijden Zijn licht laat schijnen en de volledige controle behoudt.

“Ik vind het een geweldige gedachte dat in de donkerste periode en bovendien op de zwartste plaats op aarde – daar in Jeruzalem, waar net een afschuwelijke afgoderij van start is gegaan – dat uitgerekend op die plek God Zijn licht laat schijnen.”

Inleiding en Recapitulatie van de Tijdlijn ↑ hoofdstukken

Een hele goede middag allemaal, vrienden! Dat had ik niet verwacht, dat er nog zoveel mensen zouden zijn, want er waren wat afmeldingen. Op deze dag, de 5e december, dacht ik dat er wel meer mensen zouden zijn die redenen hadden om thuis te blijven. Maar zie daar: u hebt het goede deel gekozen. Of mag ik dat niet zo formuleren? In elk geval, wij gaan weer verder met het onderwerp waar we de vorige keer ook al over hebben gesproken. Dit is deel 2 en het gaat over de twee getuigen, de twee getuigen namelijk die genoemd worden in hoofdstuk 11 van de Openbaring.

Dat is een heel bijzonder gedeelte, ook de wijze waarop dat beschreven wordt. We hebben slechts een drie- of viertal verzen daaruit besproken en ik stel voor dat we, voordat we nu weer verdergaan bij vers 5, eerst nog eventjes kortweg zullen recapituleren wat we hebben gelezen. Ik doe dat met een paar korte toelichtingen, zodat ook degenen die de vorige keer hier niet bij waren of de studie niet hebben teruggeluisterd, in elk geval een indruk hebben van waar het over ging. Zo is het ook weer wat makkelijker om aan te haken.

U weet, Johannes werd — dat is even de basis van deze bespreking — verplaatst in de dag van de Heer; zo lezen we in dit boek aan het begin al. Hij heeft, zo formuleer ik het graag, een tijdreis gemaakt en hij heeft dingen gezien die tot op de dag van vandaag nog steeds toekomstig zijn en die allemaal te maken hebben met de openbaring van Jezus Christus. Zoals Hij vandaag verborgen is, onttrokken aan het oog, zo zal Hij straks worden onthuld: de apokalyps. Daar gaat dit boek over en dat is niet maar één moment; dat is in feite een hele periode die daarin wordt beschreven. Over de indeling van het boek heb ik de vorige keer wel wat gezegd, dat wil ik nu even laten voor wat het is.

Eén periode wordt heel in het bijzonder benoemd in dit boek en dat is de periode van drieënhalf jaar. Als ik het zo formuleer, is dat niet de wijze waarop het in de Openbaring genoemd wordt, maar het is wel een periode die daar exact mee overeenkomt: namelijk of 1260 dagen, of die van 42 maanden, of — en dat is een wat Hebreeuwse manier van zeggen die trouwens ook uit het boek Daniël komt — een tijd, twee tijden en een halve tijd. Dan gaat het over tijden van jaren, dus drieënhalf jaar. Ook dat wordt in de Openbaring genoemd. In die drieënhalf jaar gaat er nogal wat gebeuren. Dat is wat elders de grote verdrukking wordt genoemd die over Israël zal komen. Het bepaalt ons ook in het bijzonder bij de gebeurtenissen die in en rond Jeruzalem zullen plaatsvinden. Dat is waar hoofdstuk 11 van Openbaring over spreekt in verband met die twee getuigen.

Het Meten van de Toekomstige Tempel en de Hof ↑ hoofdstukken

En dan zegt Johannes: "En er werd mij een meetriet gegeven, lijkend op een staf," zeggende: "Kom overeind, meet de tempel van God en het altaar en degenen die daarin aanbidden." Dat wil zeggen dat hij de tempel, het eigenlijke tempelhuis, zou gaan meten. En ook het altaar, dat wil zeggen het gebied eromheen, en degenen die daarin aanbidden. Het altaar staat in de voorhof van de tempel en hij moest dus zowel het tempelhuis zelf – het Heilige en het Heilige der Heiligen – als de voorhof daarbuiten opmeten. Dat zijn degenen die daar in het gebied van het altaar aanbidden.

Vervolgens wordt er iets bijgezegd wat ik nu alleen even noem zonder het nader toe te lichten, maar het is heel apart hoe het geformuleerd wordt. Terwijl hij de tempel inclusief de voorhof zou moeten meten, wordt er gezegd: "En werp de hof die buiten de tempel is, er buiten. Die zou je niet meten. Want deze werd gegeven aan de natiën en zij zullen de heilige stad vertreden 42 maanden." Ik ben daar wel eens uitgebreider op ingegaan, maar dat betekent dus dat dit een gebied is buiten het eigenlijke tempelterrein. Ik heb u laten zien dat dit het gebied moet zijn van de hof, eigenlijk het grootste plein wat er vandaag in Jeruzalem is ten zuiden van de tempel, wat de Arabieren de Haram al-Sharif noemen.

Als je dit als beeld voor je ziet, met de Olijfberg aan de oostkant van Jeruzalem, dan heb je daar de hof en daarnaast het tempelhuis met het altaar en de voorhof. Dit geeft aan dat de tempel die in de toekomst weer in Jeruzalem gaat komen – en alles ligt al helemaal klaar, het is eigenlijk wachten op het politieke groene licht om daar inderdaad weer zoiets te bouwen – volgens de Openbaring op een plek zal zijn buiten het huidige zogenoemde tempelplein. Het staat namelijk nog steeds ter discussie of dit inderdaad precies de plek is geweest waar de tempel heeft gestaan. Ik wil daar nu niet al te uitgebreid over spreken, maar er zijn goede redenen om aan te nemen dat de tempel daar pal naast heeft gelegen. Wat wij de Klaagmuur noemen, wat geacht wordt een deel van de tempel te zijn dat niet is verwoest, is in werkelijkheid waarschijnlijk een overblijfsel van de Burg van Antonia. Dan krijg je toch een heel ander verhaal, en dan klopt het trouwens ook helemaal dat er inderdaad geen enkele steen op de andere van de tempel is gebleven.

Kortom, ook voor de tempels in het verleden – de tempel van Salomo, maar ook die van Herodes – en de toekomstige tempel zijn er goede redenen om aan te nemen dat ze pal buiten het huidige bekende gebied van de Haram al-Sharif liggen, de plek waar de Rotskoepel staat en daarnaast die zilveren koepel. Dat betekent trouwens ook, en dat is een heel interessant gegeven, dat als daar straks weer een tempeldienst komt, dit helemaal niet hoeft te betekenen dat het heiligdom van de moslims eerst weg zou moeten, zoals dikwijls door uitleggers is gesuggereerd. Dat kan keurig en mooi naast elkaar bestaan. De hof die aan de natiën werd gegeven, ligt simpelweg naast de tempel.

Dat is een heel boeiend gegeven. Je kunt je voorstellen, zonder daar nu al te diep op in te gaan, dat dit bij een toekomstige vredesregeling natuurlijk een enorme eye-opener zal zijn: dat men inderdaad hier de tempel gaat bouwen en dat het andere gewoon verder kan gaan; de moslims houden hun eigen heiligdom. Tot op de dag van vandaag is dit gebied overigens geen Joods bezit, maar is het aan de natiën gegeven. Dat blijft ook zo in die 42 maanden waarin zij de Heilige Stad zullen vertreden. Dat "vertreden" klinkt niet aardig, en dat is het ook niet. Want het betekent namelijk ook dat die periode begint met het oprichten van een gruwel. Het idee is: er komt een tempeldienst en de offerdienst wordt hersteld, maar deze wordt abrupt afgebroken en dan zal er een gruwel worden opgericht.

Ook daar spreekt de Openbaring over. Een enorm beeld zal er worden neergezet en daar zal een cultus worden afgedwongen waar iedereen voor moet buigen. En als je dat niet doet, dan krijg je geen merkteken op de rechterhand of het voorhoofd, zodat je uitgesloten bent van het economisch verkeer en niet kunt kopen of verkopen. Het zijn formuleringen waarvan je zou zeggen: heeft Johannes dat recentelijk opgeschreven? Nee hoor, dat staat er al tweeduizend jaar. Maar je zou zweren dat het de taal is van een observator die niet wist hoe hij dat moest benoemen omdat hij de technologie van toen nog niet kende, maar die precies die dingen observeert die het modernste van het modernste zijn. En zo zal dat dan daadwerkelijk ook gaan.

De Donkerste Bladzijde en het Optreden van de Getuigen ↑ hoofdstukken

Het is een vreselijke periode. We praten echt over de donkerste bladzijde in de hele wereldgeschiedenis als we het hebben over de twee getuigen en hun actieve optreden. Dat durf ik zo te zeggen, want als Daniël daarover spreekt, zegt hij ook dat het een tijd van zodanige benauwdheid is als er nooit geweest is en ook nooit meer zal zijn. En de Heer Jezus gebruikt in de rede op de Olijfberg — de tweede bergrede, zeg maar — woorden van gelijke strekking. Vandaar ook met recht: het is niet zomaar verdrukking, maar het is dé grote verdrukking bij uitstek.

Nou, ik lees even verder. Ze zijn gekleed in zakken en as, zoals wij die uitdrukking nog steeds kennen. En waarom in rouw? Wel, dat is duidelijk als je weet in wat voor donkere periode zij optreden. Maar in die tijd — ik zei al dat deze periode een grote rol speelt — is het heel boeiend. Ik vind het van belang om dat even te onderstrepen. Voorafgaand aan deze 1260 dagen wordt de mannelijke zoon weggerukt. Dat staat niet in hoofdstuk 11, maar dat staat in hoofdstuk 12; dat is hierna dus. Even kort door de bocht: die mannelijke zoon, dat is Christus. Maar dan zegt u: "Maar Christus is toch al lang ten hemel gevaren?" Jazeker, maar Zijn lichaam niet. Hoofd en lichaam worden weggerukt tot God en zullen hun plaats innemen bij God en Zijn troon. Dat zal gebeuren vóór de 1260 dagen.

Want je leest dat als die mannelijke zoon weggerukt is, de vrouw vervolgens vlucht naar de woestijn, waar zij een plaats heeft die door God bereid is. Een onderduikadres waar ze gedurende 1260 dagen wordt verzorgd; dat wordt ook zo genoemd. Ik heb er de vorige keer ook al op gewezen dat als het gaat over de goddelijke activiteit, de tijd gemeten wordt in dagen. Maar als er gesproken wordt over de duisternis en het beest, dan wordt de tijd gemeten in maanden. Dat wil zeggen de maan — als we die voor de aardigheid de nachtvorst noemen — de vorst van de duisternis, hij die heerst over de nacht. De dag, de zon, is tot heerschappij over de dag en de maan is gegeven tot heerschappij over de nacht. En als het gaat over het beest en de vertreding van de stad, dan wordt die identieke periode aangeduid in termen van maanden: 42 stuks. Maar dat is dus ook weer drieënhalf jaar.

In die tijd vlucht er een overblijfsel naar de woestijn. Ja, dat weten wij ook als je Schrift met Schrift vergelijkt: dat als die gruwel, dat afgodsbeeld, neergezet wordt op het tempelplein, men — zij die in Judea zijn, in het Joodse land — moet maken dat ze wegkomen. Zelfs als ze nog iets uit huis willen meenemen, dan zegt de Heer Jezus ook: "Doe dat niet." Want dan is er zoveel haast geboden. Dat wil zeggen dat je aan het begin van die periode nog kunt vluchten, maar daarna niet meer. En ja, dat betekent dus dat er in die tijd een gevlucht overblijfsel is, maar het begint ook met twee getuigen die optreden.

Ik ga ervan uit dat die twee getuigen geen deel uitmaken van die mannelijke zoon. Die mannelijke zoon wordt weggerukt en vervolgens zou je zeggen: "Dan is er geen gelovige meer op aarde." Jawel, God gaat dan meteen weer twee mensen roepen: twee getuigen. Hij zal Zich bekendmaken wie het zijn — nou ja, daar hebben we het zo meteen nog over — maar in elk geval zijn het twee mannen. De Heer zal hen roepen om Zijn woord te profeteren en van Hem te getuigen: "Twee getuigen van Mij." Zij zullen van Hem gaan getuigen. Hoe zij precies geroepen worden, wordt niet gezegd; er wordt alleen gezegd dat zij van Godswege zullen profeteren.

Het eerste wat je mag aannemen, is dat op het moment dat zij beginnen met hun optreden — dat valt dus samen, het begin van hun profeteren valt samen met het afgodsbeeld dat daar neergezet wordt — zij uiteraard zullen zeggen: "Maak dat je wegkomt!" Degenen die dan nog in de gelegenheid zijn, zullen dat doen. Zij, die twee getuigen, hebben een andere taak, namelijk om op die plek in Jeruzalem gedurende die periode te profeteren. De vrouw, zij die gevlucht zijn naar de woestijn, wordt daar veilig bewaard en heeft daar een onderduikadres; ze hebben daar ook eten en drinken genoeg. Ze zijn daar onaantastbaar. Dat moet ik trouwens zeggen: dat geldt eigenlijk ook voor die twee getuigen. Want die twee getuigen kunnen daar in het hol van de leeuw profeteren. Het wordt hen zeer zwaar gemaakt, maar ze zijn onaantastbaar. Daar ga ik het straks ook nog wel over hebben.

Maar dus, dat betekent dat deze twee getuigen in Jeruzalem zullen profeteren tijdens de grote verdrukking, pal na de wegrukking, en dat valt dus samen met het oprichten van dat afgodsbeeld in Jeruzalem, terwijl ook de tempeldienst gestaakt zal worden. Ja, nou ja, ik realiseer me dat ik zo in mijn eigen woorden een heel scenario schilder zoals zich dat aandient vanuit het profetische woord. En als je de stukjes bij elkaar legt, dan ontwaar je dat perspectief. Maar ik realiseer me ook dat als je hier niet zo erg mee vertrouwd bent, het misschien wat complex is. Maar het valt wel mee hoor. En de volgende keer zal ik er nog wat schemaatjes bij plaatsen. Dat wordt door sommige mensen gewaardeerd. Als je een beetje denkt in beelden, dan kan dat heel behulpzaam zijn. Nou ja, in ieder geval.

Twee Olijfbomen en Kandelaren in het Zicht van de Aarde ↑ hoofdstukken

De twee getuigen zullen duizend tweehonderd zestig dagen profeteren, omhuld in zakken. "Deze zijn de twee olijfbomen..." In zijn gebed verwees iemand zojuist al eventjes naar deze tekst: deze zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren die in het zicht van de Heer van de aarde staan. Hoezo olijfbomen en de twee kandelaren? Wel, het punt is dat zij worden genoemd in Zacharia 4. Dus met andere woorden: als Johannes hier in hoofdstuk 11 van de Openbaring spreekt over deze twee getuigen, dan zegt hij: "Ja, maar ik bedenk deze personages niet zelf." Zij zijn immers al eeuwen eerder door Zacharia vermeld, namelijk in Zacharia 4. Er wordt daar gesproken over de twee olijfbomen en de twee kandelaren, en dat blijkt alles met elkaar te maken te hebben. Want die olijfbomen produceren olie – leven – maar daarmee dus ook licht voor de kandelaren.

Ik vind het een geweldige gedachte dat in de donkerste periode en bovendien op de zwartste plaats op aarde – daar in Jeruzalem, waar net een afschuwelijke afgoderij van start is gegaan – dat uitgerekend op die plek God Zijn licht laat schijnen. De twee kandelaren geven leven. Er is dus altijd een getuigenis van Hem en Zijn woord schijnt daar, ook in die duisternis, hoe zwaar het ook is. Maar zij staan in het zicht van de Heer van de aarde. Zij staan ook voor Hem. Dat wil zeggen: zij staan model voor Hem en ze zijn een type van de Heer Zelf. Ze spreken ook namens Hem, want dat is wat profeteren betekent vanuit het Hebreeuws: je bent de mond van God.

Nou, we zijn bij vers 4 gebleven en vanaf dit vers gaan we nu de draad weer oppakken bij vers 5. Ik kan u nu al verklappen dat we niet eens het hele gedeelte gaan afronden; dat gaan we de volgende keer doen. Er is namelijk zoveel over te melden als je dit zinsdeel voor zinsdeel bespreekt en ik vond het eigenlijk gewoon zonde om dat nu allemaal in één keer te proppen. Dan zou je teveel van wat echt van belang is moeten droppen en eraan voorbijgaan. En ja, dat zou je jezelf niet moeten aandoen. Afijn, hier pakken we de draad op.

Het Verterende Vuur van het Profetische Woord ↑ hoofdstukken

In vers 5 staat: "En indien iemand hen" – die twee getuigen – "wil beschadigen..." En ik kan u vertellen: die zijn er, dat zal ook wel blijken. Maar indien iemand hen wil beschadigen, dan komt er vuur uit hun mond en het eet hun vijanden op. Dat is een formulering die we vaker tegenkomen in het Oude Testament. Ik heb er eentje, een heel mooi voorbeeld: Jeremia 5. Daar staat: "Daarom, zo zegt JAHWEH, de God van de legerscharen, omdat u dit woord..."

En dat is uiteraard beeldspraak, maar het geeft precies aan wat dat woord is. Dat woord is met recht een vurig woord. Ja, dat kun je op verschillende manieren opvatten: namelijk, het geeft licht, maar vooral is hier de gedachte ook dat het verteert. En dat is vooral het punt: indien iemand hen wil beschadigen, nou, dan komt er vuur uit hun mond. Hun woord is vuur. Je zou zelfs kunnen verdedigen dat dat letterlijk kan, maar ik denk dat dat hier niet de gedachte is, want het woord wordt inderdaad met heel veel dingen vergeleken, maar onder andere ook met vuur. En het eet hun vijanden op, het ver-eet. "Het verslindt", zegt de NBG-vertaling. En eigenlijk, "het ver-eet", daar komt ons woord vreten vandaan. Dat betekent gewoon: het verteert. Verteren, vertreden en vereten. Nou ja, puzzel de letters een beetje door elkaar en je krijgt dit soort woorden.

Maar dat betekent: wat zij daar doen, het zijn echt profeten van God. Hen wordt een tijdspanne gegeven, drieënhalf jaar, 1260 dagen, en in die tijd kan niemand hen beschadigen. Ook al willen ze dat, en de formulering suggereert dat ze er zijn. En als je even de hele context in aanmerking neemt, dan is dat zo klaar als een klontje. Maar dat blijkt dus onmogelijk te zijn. Dat is in feite... ik had het net over dat overblijfsel dat nog in de gelegenheid is geweest om tijdig de vlucht te nemen naar de woestijn, waar ze een onderduikadres heeft. Als u mij vraagt wat er aldaar bij Petra of Bozra is... In elk geval, daar in de woestijn is een plaats van God bereid. Ja, maar daar is die club, die groep mensen – ik weet niet hoe groot dat is – maar in ieder geval degenen die daar het onderduikadres hebben gevonden, zijn onaantastbaar. Ook daar lees je dat die draak probeert hen te bereiken, maar het blijkt niet te lukken. Dat kan niet.

En in feite is dat met deze twee getuigen ook het geval. Niet omdat ze gevlucht zijn, integendeel: ze bevinden zich op de meest gevaarlijke plek. Maar deze twee zijn onaantastbaar, en zelfs zodanig dat het niet alleen is dat zij onaantastbaar zijn, maar degenen die hen wat willen aandoen, die worden zelf aangetast, die worden verslonden of verteerd. En "indien iemand hen wil beschadigen" – zo'n woord wordt herhaald – "dan moet hij zó gedood worden." Dat wil zeggen: op die wijze. Namelijk door hun woord. Door het vurig woord uit hun mond. En eigenlijk zou ik het Woord dan met een hoofdletter moeten zetten natuurlijk, want het gaat over Gods Woord.

Dezen, die twee getuigen, die hebben de autoriteit, exousia, dat is volmacht, om de hemel te sluiten. Kijk, het is heel opmerkelijk, maar die twee getuigen... ze profeteren, ze getuigen uiteraard, maar wie zij zijn wordt niet vermeld. Hun naam wordt evenmin verteld. Het enige wat hen specifiek aanduidt, is dat zij een bepaalde autoriteit hebben en ja, dat wat zij vermogen te doen en de volmacht die zij hebben ontvangen. Ja, dat herinnert aan de autoriteit van... Nou, laten we het maar eens lezen. Het is niet zo moeilijk. In de eerste plaat zit.

Optreden in de Geest en Kracht van Elia en Mozes ↑ hoofdstukken

Dezen hebben de autoriteit om de hemel te sluiten, opdat geen regen zal regenen in de dagen van hun profetie. De dagen van hun profetie bedragen 1260 dagen. Wij kennen een profeet die inderdaad diezelfde volmacht had: Elia. U leest dat in 1 Koningen 17 en ook in Jakobus 5. Er wordt nog wel eens over gesproken of dit Elia en Mozes in persoon zijn, maar dat wordt niet vermeld. Ik denk ook niet dat er een goede of doorslaggevende reden is om dat aan te nemen. Wat wel duidelijk is, is dat zij optreden in de geest en de kracht van Elia. Daar kennen we nog iemand van, namelijk Johannes de Doper. Van hem leest u ook dat hij optrad in de geest en de kracht van Elia. Zijn hele verschijning herinnerde direct aan de Tisbiet Elia, vanwege zijn mantel van kameelhaar. Hij at sprinkhanen en wilde honing; dat was het.

Zijn hele optreden herinnert aan Johannes de Doper destijds, van wie de Here Jezus zei: "Als jullie het willen aannemen, dan is hij de Elia die komen zou." Daar zit nog veel meer aan vast, maar daar ga ik het nu niet over hebben. Moet u nagaan, dan spreek je drie keer over elf verzen en heb je nog niet eens de tijd om zulke dingen volledig uit te diepen. In elk geval treden zij op in de geest en de kracht van Elia, net als ooit Johannes de Doper. Want wat leest u van de Tisbiet Elia, die uit Tisbe in Gilead kwam? Hij zei tot Achab: "Zo waar JAHWEH, de God van Israël, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord."

Elia zegt dit, maar het zijn woorden van God zelf. En inderdaad: drieënhalf jaar lang was er geen regen of dauw. U kunt zich voorstellen dat daar een enorme hongersnood door ontstond. Daar spreekt Openbaring trouwens ook over in die periode. Je zou het zo kunnen opvatten dat ze slechts de autoriteit hebben, maar dat wil nog niet zeggen dat ze die ook daadwerkelijk aanwenden. Maar zij zullen dit ook daadwerkelijk doen; zij hebben de volmacht gekregen om dat te doen. Er staat ook bij: "gedurende de dagen van hun profetie". Drieënhalf jaar lang, net als ooit Elia, doen zij de hemel sluiten. In Jakobus 5, die zich richt tot de twaalf stammen van Israël, staat dat Elia slechts een mens was zoals wij, maar hij bad een gebed zodat het niet regenen zou gedurende drie jaar en zes maanden. Hoe markant is die tijdsperiode?

Wanneer in de nabije toekomst in Jeruzalem de tempeldienst wordt gestaakt en er een afgodsbeeld wordt neergezet, zullen er per direct twee getuigen van Godswege gaan spreken. Zij legitimeren zich doordat hun woord zo krachtig is dat ze onaantastbaar zijn voor mensen die hen willen beschadigen. Bovendien zijn ze in staat om gedurende de tijd dat zij profeteren, te zorgen dat het niet regent. Op voorhand zullen ze dat ook aankondigen: het zal niet regenen. Zij hebben die volmacht gekregen en het gebeurt ook niet. Reken maar dat dit een enorme indruk zal maken, hoezeer ze ook vijandig bejegend zullen worden. Populair zullen ze niet zijn, dat kan ik u vertellen, maar dat zullen we nog wel zien.

Dit aspect is Eliaans van karakter; het herinnert aan Elia. Maar er is nog iets waar deze twee getuigen aan herinneren, namelijk aan Mozes. Er staat immers bij dat zij autoriteit en volmacht hebben over de wateren om ze in bloed te veranderen. Dit is heel duidelijk wat ooit Mozes deed, nota bene in het hol van de leeuw, in vijandig gebied. In Exodus 7 leest u dat. Deze twee namen, Mozes en Elia, spelen in de eindtijd een grote rol. U leest in Malachi 4 dat God Elia zal zenden voordat de dag van de Here zal aanbreken. Dat wil zeggen: iemand in de geest en kracht van Elia, die ook zal herinneren aan Mozes. Daar sluit onze Hebreeuwse Bijbel mee af, althans in onze canon.

Het Oude Testament wordt vaak aangeduid als de Wet en de Profeten. De Wet, dat is Mozes. Als je één iemand moet noemen die staat voor de Wet, dan is het Mozes. Zijn boeken worden ook gewoon "Mozes" genoemd. En wie zijn de profeten? De belangrijkste profeet is Elia. Zo kom je weer bij die twee getuigen uit. Als zij straks in Jeruzalem optreden, hebben zij de autoriteit van de Hebreeuwse Bijbel, van Mozes en de profeten. Alles wat zij doen en de volmacht die zij bezitten, herinnert aan hen.

In Exodus 7 leest u daarover. Mozes en Aäron deden zoals JAHWEH geboden had. Hij hief de staf op en sloeg het water in de Nijl voor de ogen van de Farao en zijn dienaren. Al het water in de Nijl werd in bloed veranderd. De vis in de Nijl stierf, zodat de Nijl stonk en de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken. Er was bloed in het hele land Egypte. Dit is de taal van de observatie, hele letterlijke taal. Dat was 3500 jaar geleden. Trouwens, ook toen waren er twee getuigen: Mozes en Aäron. Zij deden dit en het water veranderde in bloed.

Wij kennen ook Iemand die water in wijn verandert. Was dat niet het eerste teken? Ineens schiet het me weer te binnen, want dat is het prachtige contrast tussen het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond. Het eerste teken dat Mozes deed, was water in bloed veranderen. Het eerste teken van de Here Jezus in Johannes 2 was dat water in wijn veranderd werd. Hoeveel zegt dat over dood en leven? Maar terug naar deze geschiedenis: water in bloed veranderen is wat deze twee getuigen daadwerkelijk zullen doen; zij hebben de autoriteit daartoe. Het zijn tijden waarin de hemel gesloten is; er valt geen water, en het water dat er is, wordt veranderd in bloed. U kunt zich de stank en de sterfte voorstellen, waardoor er niet van gedronken kan worden.

Er zullen in die tijd ongetwijfeld conferenties worden gehouden over de natuur en over het klimaat. Als je in het boek Openbaring leest wat er allemaal van Godswege gaat plaatsvinden, dan ga je meewarig lachen over alles wat de mens plant en wat hij meent te kunnen tegenhouden. Het is werkelijk lachwekkend. Ik houd ervan om daaraan te denken, want wij hebben zo'n grote God. Men wil de planeet redden, maar men gaat voorbij aan Degene die de Redder der wereld is. Hij deinst er op Zijn tijd niet voor terug om, al is het maar voor een korte periode, de aarde te verderven. Dat gebeurt dan onder hevig protest van klimaatconferenties, want het gaat volstrekt in tegen alle akkoorden die de Verenigde Naties gezamenlijk hebben gesloten. Ja, daar houd ik van, van die spirit. Daar houden wij van. Goed, zij hebben de

Zij hebben autoriteit over de wateren om ze in bloed te veranderen en om het land te slaan. Over dat 'land' of de 'aarde' hebben we het al vaker gehad; dat zijn identieke begrippen in het Hebraeus en in het Grieks.

Het gaat om het slaan van het land, zo vaak als zij willen, waarbij ik even helemaal open laat of dit specifiek het land Israël is of het land in het algemeen – en dat wil zeggen: het droge. Beide kan, en dat laat ik dus ook maar gewoon in het midden, zoals de tekst daar verder ook niets over zegt. En wanneer

Het Beest uit de Afgrond Overwint de Getuigen ↑ hoofdstukken

We gaan naar vers 7: "En wanneer zij hun getuigenis – die twee dus – aan het volbrengen zijn." Let even op de formulering, want als u nu meeleest in de NBG of de Statenvertaling, dan staat er in de voltooid tegenwoordige tijd: "en wanneer zij zullen voleindigd hebben". Maar dat staat er niet; het staat in de tegenwoordige tijd. Ik zie dat in deze interlineair met dat verticale streepje, en dat betekent eigenlijk: zij zijn aan het ten einde brengen, of ze zijn aan het voleindigen of volbrengen. Er staat dus niet dat ze het al volbracht hebben. Dat vind ik van belang, want het komt hierop neer: de laatste fase van die 1260 dagen is nu ingegaan. Ik geloof namelijk dat wat er nu gaat gebeuren, niet precies op de 1260ste dag plaatsvindt, maar net een paar dagen daarvoor. Om precies te zijn: drieënhalve dag.

"En wanneer zij hun getuigenis aan het volbrengen zijn" – ze zijn dus bezig die 1260 dagen te voltooien, dat is gewoon wat er staat – "dan zal het beest, het beest dat opkomt vanuit de afgrond, hen oorlog aandoen." Nu loopt Johannes al even vooruit op wat hij nog gaat beschrijven. Dit is de eerste keer in het boek Openbaring dat het beest genoemd wordt, en wel het beest dat uit de afgrond komt. Pas in hoofdstuk 13 komt dit aan de orde en gaat hij dat beschrijven, eerst aan de hand van een beest dat uit de zee komt. In hoofdstuk 17 wordt het nog nader beschreven. Het komt erop neer dat je leest van dat beest dat het tien horens heeft: tien koningen. Het is een federatie van landen, een statenbond. En het heeft een aantal kopstukken. Vijf kopstukken verdwijnen en dan krijgen we het zesde kopstuk, maar die is ook de achtste. Nou, dat is heel eenvoudig als je eenmaal begrijpt hoe het zit.

Dat zesde kopstuk van die federatie wordt namelijk dodelijk verwond; hij wordt vermoord. Maar hij herleeft, zo lees je later. Hij wordt dus vermoord. Die federatie heeft een kopstuk en die wordt omgebracht, en vervolgens wordt hij vervangen door iemand die dan leiding gaat geven aan die federatie. Dat is die zevende, maar die is er maar voor een korte tijd. Waarom zo kort? Wel, dat zesde kopstuk, dat dodelijk verwond was, herstelt of herleeft. Zodat die nummer zes tevens de achtste is, want op het moment dat hij herleeft, gaat die zevende weer weg. En de hele aarde, alle volkeren en stammen, staan met verbazing te kijken. Waarschijnlijk is die zesde sowieso al een apart figuur geweest. Maar hij herleeft. Hoe kan hij herleven? Nou, dat komt omdat er een geest uit de afgrond in hem komt; hij is gewoon bezeten.

Maar wat een figuur zal hij zijn! Hij herleeft, kunt u zich dat voorstellen? Als ik aan zoiets denk, aan een machtig staatshoofd dat vermoord wordt, dan denk je aan Kennedy. Dat was in 1963; het was niet voor mijn tijd, maar in ieder geval voor mijn bewuste tijd. Maar stelt u zich eens voor dat zo iemand van die allure en die status na zijn moord herleeft. De hele wereld gaat daar dan achteraan. Dat zal trouwens aan het begin van die 1260 dagen zijn, maar in ieder geval: dat beest dat opkomt vanuit de afgrond, zal hen de oorlog aandoen. Hij gaat de stad 42 maanden vertreden, maar gedurende de tijd dat die twee getuigen profeteren, zijn ze onaantastbaar.

Maar hij, dat beest uit de afgrond, gaat hen de oorlog aandoen. Dat zal gedurende de hele periode van hun profeteren in Jeruzalem onmogelijk zijn, want ze zijn onaantastbaar voor wie hen ook maar wil beschadigen. Ik denk dat dat beest daar zeker eentje van is. Want die twee getuigen worden als lastposten gezien; zij zijn een doorn in het oog van dat beest. Nota bene op de plek waar een afgodsbeeld van hem staat, profeteren die twee getuigen en zijn ze onaantastbaar. Totdat... want dat beest komt uit de afgrond en gaat hen de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen. Uiteraard pas aan het einde van die periode van 1260 dagen, maar het zal hen overwinnen en hen doden.

Die twee getuigen sterven dus; ze worden omgebracht. En dat is eindelijk, na drieënhalf jaar, een overwinning voor dat beest. Drieënhalf jaar lang heeft hij met lede ogen moeten aanzien dat, met alle macht die hij uitoefent, die twee getuigen toch niet aan te tasten of te beschadigen zijn. En dan zal hij hen toch overwinnen. Dat zal echt spectaculair zijn. Hij zal hen overwinnen. En dan lees je: "en het lijk van hen..." Heel eigenaardig. Je zou zeggen: de lijken van hen, maar er staat: "het lijk van hen".

Nu ga ik iets zeggen dat misschien wel speculatief is – ik ben daar niet helemaal zeker van en ik waarschuw u – maar ik leg een link. Ik draag iets voor ter overweging, namelijk dat dit het lijk is waar de Heer Jezus het over had in de tweede bergrede. Want dan zegt Hij: "waar het lijk zou zijn..." In de Statenvertaling staat geloof ik: "waar het aas is". In Matthäus 24 staat hetzelfde woord als wat in Openbaring 11 gebruikt wordt. Daar staat: "en waar het lijk zou zijn, daar zullen de adelaars verzameld worden." En dan vervolgens: "onmiddellijk echter na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden."

Qua tijdsetting komt dit exact overeen met het moment dat die twee getuigen daar dood op het plein liggen. En als zij daar liggen, dan zullen de adelaars verzameld worden – en ook de aasgieren, zal ik maar zeggen, die daarop af zullen komen. De volkeren zullen optrekken naar Jeruzalem, maar dat wordt hier niet beschreven. Wat hier wel beschreven wordt, is dat ze aan het einde van die periode worden gedood door dat beest dat uit de afgrond was gekomen. En het lijk van hen zal liggen op het plein van de grote stad. Nee, dat is niet Den Haag, daar heb je ook het plein. Maar het woord plein is heel grappig; in het Grieks staat er "plateia". Ons woord plateau – dat eigenlijk Frans is – maar ook "plat" en het Engelse "place", is daar etymologisch allemaal van afgeleid. Ik denk dat het hier inderdaad gaat over het plein van de grote stad, namelijk wat wij dan noemen het tempelplein. Dat wat ik eerder aanduidde als, of wat Johannes eerder aanduidde als "de hof", die omheinde plaats. Het plein van de grote stad. Want daar zal het lijk van hen liggen.

De Grote Stad Waar Ook Hun Heer Gekruisigd Werd ↑ hoofdstukken

Die grote stad, want ja, ik zei zo gekscherend: dat is niet Den Haag. Dat weet ik heel zeker welke stad het wel is. Want let op, geestelijk wordt ze genoemd die stad, die grote stad: Sodom en Egypte. Het is niet letterlijk Sodom. Het feit dat ze geestelijk zo worden aangeduid, dat is geen aanbeveling voor deze grote stad; dat mag duidelijk zijn. Sodom was de stad waar ooit Lot uit moest wegvluchten en Egypte was het land waar het volk Israël ooit het vege lijf moest zien te redden en ook uit moest wegvluchten.

Nou, dat is Jeruzalem. Zeker op dat tijdstip. Ik zal u vertellen: in die laatste dagen van die 1260 dagen moet iedereen die dan nog in Jeruzalem is, uit de stad vluchten. Daar gaan we het trouwens de volgende keer vooral over hebben, maar hier wordt die grote stad in ieder geval op deze wijze aangeduid. We weten dus: geestelijk is het Sodom en Egypte, maar wat is het concreet, geografisch? Nou, dat is waar ook de Heer van hen werd gekruisigd.

Hoe duidelijk wil je het hebben? Ik vind dat nou vermakelijk. Ik stak net een beetje de draak met alle politieke agenda’s van klimaatconferenties en dergelijke, maar ik moet u zeggen: als je wilt lachen, dan moet je... Ik geef toe, dat klinkt behoorlijk dédain in de oren, maar als je bijvoorbeeld verklaringen leest over dit vers en ziet hoe theologen moeite doen om te ontkennen dat het hier over letterlijk Jeruzalem gaat, dan denk je: ja, die doen moeite om dit vers te verklaren. Maar wat is dit voor een onzin om dit te verklaren? Dit is de verklaring! Ja, ze wordt ook geestelijk aangeduid, dus niet letterlijk, maar het wordt ook concreet geografisch aangewezen. Het is de stad waar ook de Heer van hen — van die twee getuigen dus — werd gekruisigd. Nou, daar kon maar één stad voor in aanmerking komen en dat is Jeruzalem. Ook al is Hij uiteindelijk buiten de poorten gekruisigd, het is dé stad: Jeruzalem. Daar gaat dit gebeuren. De grote stad is dus gewoon volstrekt helder; er is geen enkele twijfel over de locatie. Onder bijbelgelovigen dan.

Dit geeft trouwens ook wel aan: 'de Heer van hen'. Dat betekent dus dat deze twee getuigen inderdaad getuigen van de Gekruisigde als hun Heer. Als dit gewoon stervelingen zijn — en het zijn stervelingen, want ze worden gedood — dan ga ik ervan uit (we hebben het daar eerder al over gehad) dat die twee millennia op hun eind lopen. Je mag dus aannemen dat die twee getuigen al ergens hier rondlopen, of in Jeruzalem of waar dan ook, alleen ze kennen de Heer nu nog niet. Want als zij de Heer wel zouden kennen, dan zouden ze ook met de wegrukking meegaan. Maar na de wegrukking zal de Heer Zich aan hen bekendmaken als hun Heer.

Ik vind het vrij logisch dat er misschien twee autoriteiten binnen de Joodse wereld zullen zijn die geroepen worden van Godswege. En als zij gaan spreken over de Messias — dus niet heidenen, want daar nemen ze het echt niet van aan, die hebben er geen verstand van — maar gewoon mensen uit de Joodse wereld die zullen zeggen: "Jezus is de Messias. Die hier gekruisigd is in deze stad, dat is onze Heer." Als zij daarvan getuigen, reken maar dat hun woord een enorme kracht zal hebben, zeker met het gezag en de volmacht die zij krijgen. Er zal meteen gehoor aan gegeven worden als zij beginnen te getuigen en te profeteren. Men zal vluchten naar de woestijn, en degenen die niet op tijd zijn, die zullen tot geloof komen door hun getuigenis.

Maar ja, velen in die periode zullen omkomen. Vele gelovigen bedoel ik, die niet buigen voor het beest en voor het beeld. Deze twee getuigen komen niet om gedurende de periode dat ze van Godswege optreden, maar uiteindelijk toch ook wel. Dat is wat hier staat. In ieder geval zullen hun lijken daar in die stad liggen, op het plein van de stad waar ook de Heer van hen werd gekruisigd.

Een Internationaal Schouwspel en Geschenken op Aarde ↑ hoofdstukken

En degenen vanuit de volkeren en stammen en talen en natiën bekijken het lijk. Dit vind ik nou weer zo’n aardig voorbeeld van hoe je je dat moet kunnen voorstellen. Door Johannes genoteerd in de eerste eeuw, maar die wel in onze eeuw, als ik het zo mag zeggen, eens een kijkje heeft genomen. De mensen uit de wereld, uit de volkeren, de stammen en talen en natiën, die bekijken dat lijk. Hoe kunnen ze dat nou zien? Iemand uit de eerste eeuw zou dat kunnen zeggen, of eigenlijk tot het begin van de vorige eeuw: hoe kan dat nou? Hoe kunnen zij daar nu, als dat lijk daar gedurende een paar dagen ligt, hoe kan de hele wereld dat nou zien? Voor ons is dat volstrekt vanzelfsprekend. Maar kijk, dit is gewoon een internationaal schouwspel. Zo staat het er. Reken maar ook dat dit 'breaking news' zal zijn hoor, op tv en internet. Want eindelijk zijn die twee lastposten omgebracht. Het beest heeft toch gewonnen.

Dat gaat natuurlijk gevierd worden. Want er staat bij dat hun lijk daar drieënhalve dag gaat liggen. Eerst drieënhalf jaar en nu drieënhalve dag; voor elk jaar één dag. Wat daar nog meer achter zit weet ik niet, maar in ieder geval ligt hun lijk daar voor elk jaar van hun getuigenis één dag. Misschien dat ik de volgende keer er nog even wat dieper op inga, maar ik laat het hier even bij die drieënhalve dag. En men zal niet toelaten dat hun lijken — hier trouwens wel een meervoud — worden geplaatst in een graftombe. Zij, dat zijn dus degenen uit de volkeren. En waarom? Als deze twee mannen zo’n doorn in het oog geweest zijn en ze konden maar niet uit de weg geruimd worden, en ze hebben zoveel ellende teweeggebracht... Dat is trouwens ook een reden voor hun impopulariteit. Uiteraard, want zij zullen de macht hebben om het niet te doen regenen en water in bloed te veranderen. Nou, daar word je niet populair van hoor, als iedereen honger heeft.

Probeer je een klein beetje te verplaatsen in hoe dat sentiment zal zijn. In ieder geval, als ze dan eindelijk toch overwonnen zijn, dan zal men niet toelaten dat hun lijken worden begraven. Ze krijgen geen nette begrafenis. Die lijken die daar liggen zijn een overwinningstrofee en daarom: laat maar liggen. Het feit dat men niet zal toelaten dat ze begraven worden, betekent kennelijk dat er een verzoek is om hun lichamen te begraven, maar dat wordt niet gehonoreerd.

En degenen die op de aarde wonen, of op het land... Ik zeg maar weer: wereldwijd of in Israël? Voor beide is wat te zeggen, want het is inderdaad een internationaal schouwspel. Dat liet ik net zien: volkeren, talen, natiën. Maar het vindt daar plaats in het land Israël, dus ik laat dit in het midden. En degenen die op de aarde of op het land wonen, verheugen zich over hen. Ze zijn vrolijk en ze zenden elkaar naderingsgeschenken. Weet u wat? Ik denk dat het 5 december zal zijn. Eindelijk zijn we er helemaal vanaf. Gedichtje erbij... Het demonstreert het sentiment dat daar zal zijn. Internationaal is men vrolijk en blij omdat we eindelijk van deze twee figuren verlost zijn, en men geeft elkaar cadeaus om dit heuglijke feit. Omdat deze twee profeten... Ze zullen zo impopulair zijn wereldwijd. Hun lijken worden internationaal gezien en drieënhalve dag mogen ze niet begraven worden, en men zal uit de volkeren elkaar geschenken sturen. Dus ik neem aan dat die twee getuigen en de impact van hun getuigenis ver de landsgrenzen zal overtreffen. Zij worden namelijk beschouwd als degenen die hen die op de aarde of op het land wonen, kwellen. Dat is wat ze doen.

Dit is eigenlijk een cliffhanger, want dit krijgt natuurlijk een vervolg. Drieënhalve dag liggen hun lijken op dat plein, en dan... Nou, als u wilt weten hoe het zit, kijk er gewoon naar. Zo’n grote klus is dat niet, want er zijn nog maar een paar verzen. Maar u hebt wel in de gaten dat als je dit gewoon aandachtig tot je neemt en schrift met schrift vergelijkt, je zoveel te weten komt. Het is ook zo boeiend. Ik denk: wat een geweldige tijd leven we. Ik weet het, door velen wordt het ook anders beleefd. Die zeggen dat alles wat zich voltrekt dystopische trekken van controle krijgt. Het wordt er niet leuker en gezelliger op op aarde. Nee, dat is de ene kant. Maar als je het nou eventjes van bovenaf bekijkt, vanuit Hij die in de hemel zetelt: Hij heeft gewoon de controle. Absoluut!

En als je het vanuit dat perspectief bekijkt, dan kunnen wij elkaar ook geschenken geven om de vreugde die we hebben omdat wij nu aan het einde van deze periode leven. De openbaring van Jezus Christus is aanstaande. Het is toch geweldig dat dit binnen afzienbare tijd allemaal gaat afwikkelen? Dus ik zou zeggen: lieve mensen, gelukkig gewenst, gefeliciteerd met het feit dat Hij komt. Hij wordt openbaar en wat gaan we allemaal nog aan grootse en rijke dingen beleven? Hoeveel zwarte bladzijden er ook nog volgen, want ik doe daar niks van af. Ik hoop dat ik dat ook wel duidelijk ga maken. Dit is vreselijk, die tijd. En tegelijkertijd schijnt het licht van de kandelaar en de olijfboom. En dat geldt voor ons ook. Dit heten donkere tijden te zijn in meer dan één opzicht, maar het licht schijnt. En dat lijkt mij een hele mooie overweging zo op 5 december. Terwijl de dagen nu wel heel erg kort gaan worden en het steeds donkerder wordt, schijnt het licht van het profetisch woord. Ik zie dat ik precies een uur heb gesproken en daar wil ik het dan ook maar bij laten. De volgende keer gaan wij verder, en dat is dan inmiddels, Deo Volente uiteraard, zondag 2 januari 2022. Nog weer een jaartje dichterbij.

🎧 de twee getuigen (2)
Delen: