GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

ruiters op een wit paard (1)

09-01-2022 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 9 januari 2021 in Rotterdag (Gezonde Woorden)

In twee passages in het boek ‘Openbaring’ is sprake van een ruiter op een wit paard. De eerste keer bij de opening van de boekrol (het eerste zegel), in Openbaring 6. De tweede keer, vlak voorafgaand aan de definitieve, wereldwijde overwinning van Jezus Christus in Openbaring 19. Twee keer een ruiter op een wit paard – maar zoek de verschillen…! In een tweetal achtereenvolgende studies gaan we dat grondig doen.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie wordt het thema van de ruiter op het witte paard uit het boek Openbaring onderzocht. Er wordt een scherp contrast getekend tussen de ruiter uit hoofdstuk zes en de Ruiter uit hoofdstuk negentien. De ruiter uit hoofdstuk zes brengt een misleidende en kortstondige vrede in het Midden-Oosten, wat tevens de opmaat vormt voor de grote verdrukking. De werkelijke vrede wordt pas later gesticht door de ware Koning der koningen. Het kennen van de Bijbelse waarheid is essentieel om deze komende wereldwijde misleiding te kunnen doorzien.

“In feite begint de beschrijving van alles wat er op aarde gaat gebeuren met de ruiter op het witte paard.”

Introductie en Wereldse Symboliek van het Witte Paard ↑ hoofdstukken

Een hele goedemorgen allemaal, vrienden. Ik wil jullie een heel goed nieuwjaar wensen; dat kan nog net en dat doe ik dan bij deze ook graag. We zien uit naar alles wat God nog te geven heeft, en dat is heel veel. Hartelijk dank ook, Gerard, voor deze introductie. Gelukkig heb je niet al het gras voor mijn voeten weggemaaid.

We gaan nu een miniserie doen, twee keer achter elkaar over dit thema: 'Ruiters op een wit paard'. Ik heb even gedacht: is dat niet een beetje krap? Want er is zoveel over te melden. Maar goed, daar staat dan weer tegenover dat Gerard inmiddels al het een en ander heeft gezegd. Ja, ruiters op een wit paard. Laat ik eerst ter introductie — dat is wat luchtig — nog eens wat algemeens zeggen over dit onderwerp. Ik heb me even laten helpen door Wikipedia. Ik tikte 'het witte paard' in en daar stond vooral veel over de symboliek. Daarover hebben we het met name vandaag, maar de volgende keer ook.

De eerste die we allemaal kennen, is natuurlijk het paard van de Sint. Het is een heel mooi paard, al is het wellicht een beetje laat om het daar begin januari nog over te hebben. Traditioneel rijdt Sinterklaas op een schimmel, wat de Nederlandse benaming is voor een wit paard. Nu ben ik geen echte dierenliefhebber of kenner, maar ik vernam iets wat ik absoluut niet wist: er worden geen witte paarden geboren. Een wit paard is meestal bruin als het nog een veulentje is, en wordt in de loop der tijd wit of witachtig. Wist u dat? Hij 'beschimmelt' eigenlijk; daar komt het een beetje op neer. Dat is de negatieve manier van formuleren, maar traditioneel is dat wat er gebeurt.

Dat is dus de ruiter op het witte paard die iedereen wel kent. Er is trouwens nog een aardig weetje dat ik me niet zozeer had gerealiseerd: de beroemde eenhoorn, de unicorn, is ook een wit paard. Ik herinner me dat Art daar al eens eerder op heeft gewezen. Dat is deze dus op de afbeelding — het is geen foto, maar een artistieke weergave van hoe hij geacht wordt eruit te hebben gezien. Daar is veel over te vertellen; de eenhoorn komt overigens diverse keren voor in de Bijbel.

Dan was er nog een Romeinse schrijver, Tacitus, een bekende auteur uit die tijd. Hij schreef dat de Germanen witte paarden als heilig zagen. Die Germanen waren dus niet zo dom. Vaak wordt er gezegd dat ze destijds helemaal niets wisten, maar ze realiseerden zich net zo goed als wij dat bijvoorbeeld een groene boom in de winter betekenis heeft. Of het midwinterfeest; dat heeft betekenis. Zo wisten ze ook iets van witte paarden. Dat is kennis — net zoiets als waar Gerard het in de inleiding al over had betreffende de sterrenbeelden — die al millennia lang circuleert in de wereld en in allerlei culturen is terug te vinden.

Een ander interessant weetje dat ik aantrof, was dat Napoleon waarschijnlijk ook wel wat kaas had gegeten — schimmelkaas dan — van de Bijbelse symboliek. Hij had namelijk ook een schimmel, een Arabische schimmel. Dit vormt de opstap naar de eigenlijke bespreking. Wikipedia vermeldde over de symboliek dat het witte paard in de Apocalyps, het boek Openbaring, het rijdier is van de overwinnaar. En waarachtig, dat klopt. Aan die beschrijving ga ik niets afdoen; we zullen dat vanzelf gaan zien. Het sluit ook aan bij wat Gerard zojuist zei over paarden in het algemeen, zeker in contrast met de ezel die juist met vernedering te maken heeft. Een paard heeft juist te maken met verhoging, met overwinning en met strijd. Want zonder strijd is er geen overwinning, zo is het toch? In ieder geval klopt die symboliek volledig.

Drie Vermeldingen van Ruiters op Witte Paarden in Openbaring ↑ hoofdstukken

In het boek Openbaring is er drie keer sprake van berijders op een wit paard. Het gekke is trouwens dat als je in de concordantie zoekt op het woordje 'ruiter', je dat niet één keer in het Nieuwe Testament zult aantreffen. In de titel zit dus een onbijbels element, of in ieder geval is er een onbijbels woord gebruikt. Beter gezegd: in het boek Openbaring, en in het Nieuwe Testament in het algemeen, is er nooit sprake van een 'ruiter', wel van iemand die op een paard zit. En als u zegt: "Ja, maar dat is toch een ruiter?", dan klopt dat natuurlijk, maar het woord zelf wordt niet gebruikt. Zo bedoel ik het.

Maar niettemin is er in het boek Openbaring drie keer sprake van iemand, of van meerdere personen, die op een wit paard zitten. Laten we dat ter introductie eens even bezien. We zullen ons dit keer vooral bezighouden, of vrijwel uitsluitend, met de eerste vermelding in hoofdstuk 6 vers 2. Volgende week – Deo Volente uiteraard – gaan we het hebben over de eigenlijke, de definitieve en de blijvende berijder op het witte paard. Maar eerst hoofdstuk 6 vers 2.

"En ik nam waar," zegt Johannes, "en let op: een wit paard. En die daarop zat had een boog en aan hem werd gegeven een lauwerkrans en hij ging uit, overwinnend en om te overwinnen." Dat is de eerste keer.

De tweede keer is vele hoofdstukken verder, in hoofdstuk 19 vers 11. Johannes tekent dit op: "En ik nam waar: de hemel geopend. En let op: een wit paard. En hij die daarop zat wordt genoemd geloofwaardig en waarachtig." Zojuist heeft Gerard dit al voorgelezen. Dit is een wat andere weergave, maar het komt op hetzelfde neer: "En hij die daarop zat wordt genoemd geloofwaardig en waarachtig, en in rechtvaardigheid oordeelt hij en voert hij oorlog."

Dan hebben we nog een vermelding, een paar verzen later in vers 14 van datzelfde hoofdstuk 19: "En de legers die in de hemel zijn, volgden hem" – dat wil zeggen: de ruiter uit vers 11 – "op witte paarden, gekleed in wit en rein fijn linnen." Dat zijn de drie teksten waar we het over gaan hebben. Zoals gezegd focussen we ons dit keer op die eerste vermelding en volgende week op de vermeldingen in hoofdstuk 19.

Eerst nog even een schot voor de boeg, een introductie; een eerste toelichting op de gegevens in hoofdstuk 19. Want voordat ik wat ga zeggen over hoofdstuk 6, wil ik toch een paar dingen scherpstellen. Ik sluit ook helemaal aan bij wat Gerard er al over vermeldde. De ruiter op het witte paard in Openbaring 19 is onbetwist de Messias zelf, die de eindstrijd in de vlakte van Megiddo over de volkeren zal aanvoeren. Dat is beter bekend als Harmageddon – een naam die is afgeleid van Har Megiddo. Dat is die grote vlakte in het noorden van Israël; Openbaring 16 spreekt daarover. Die ruiter op het witte paard in hoofdstuk 19 is de Koning der koningen en de Heer der heren, die de eindstrijd zal aanvoeren en beslissen.

De ruiters op witte paarden die in vers 14 genoemd worden, volgen Hem. Dat zijn hemelse legers; je weet meteen dat dit van boven komt. Dat wordt in hoofdstuk 6 uitdrukkelijk niet vermeld. Zij begeleiden de ruiter op het witte paard. Misschien dat ik volgende week nog wat zal zeggen over deze legers en over de identificatie van wie zij precies zijn, maar dat zullen we dan wel zien.

De eindstrijd in hoofdstuk 19, die daar beslist zal worden, gaat direct vooraf aan de duizend jaren. Dat vindt u in Openbaring 20. De duizend jaren die daar beschreven worden, volgen op deze gebeurtenis. Pal daaraan voorafgaand vinden we die eindstrijd en de ruiter op het witte paard, die weliswaar komt om oorlog te voeren, maar die daardoor juist de vrede gaat vestigen: de Koning der koningen en de Heer der heren. De timing is volstrekt helder.

De Enorme Contrasten Tussen de Ruiters uit Openbaring 6 en 19 ↑ hoofdstukken

Het lijkt me een heel goede zaak om ze eens echt tegenover elkaar te zetten en het grote verschil te contrasteren. Want kijk, in beide gevallen is er sprake van iemand die op een wit paard zit; dat is de overeenkomst. Maar de verschillen zijn enorm groot. Hoewel ik erbij moet zeggen dat dit in veel verklaringen niet goed uit de verf komt. Er zijn er namelijk — en het is zelfs een heel bekende uitleg — die zeggen dat de ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6 dezelfde is als die in hoofdstuk 19. Maar goed, daar zal ik het straks nog wel over hebben. Dat kan echt niet, want we praten over twee totaal verschillende categorieën. Ik heb een viertal grote verschillen waarbij je eigenlijk in één oogopslag ziet dat die ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6 een totaal andere is dan de ruiter die we in hoofdstuk 19 aantreffen.

Het eerste punt is dit: de ruiter in hoofdstuk 6 representeert de eerste mijlpaal op weg naar het Messiaanse Rijk. Dat is volstrekt helder. In hoofdstuk 6 begint feitelijk de echte beschrijving van de afwikkeling van het boek Openbaring. Dat is een aardig woord in dit verband. Eerst worden we meegenomen in visioenen in de hemel, waar aan Degene die daar op de troon zit — een Lammetje — een boekrol wordt gegeven. Ik kom daar straks nog op terug. Vervolgens wordt die boekrol geopend en bij het eerste zegel vindt de introductie of het opdraven van de ruiter op het witte paard plaats. In feite begint de beschrijving van alles wat er op aarde gaat gebeuren met de ruiter op het witte paard. Het is echt het startschot; de ruiter representeert de eerste mijlpaal op weg naar het Messiaanse Rijk.

In hoofdstuk 19 representeert de ruiter juist de laatste mijlpaal op weg naar het Messiaanse Rijk. Want als die ruiter eenmaal gekomen zal zijn en gedaan heeft wat hij geacht wordt te doen, dan breekt de vrede op aarde aan. Oorlog breekt uit en de vrede breekt aan, zo zou je het kunnen zeggen, onder de volkeren. Dan wordt satan gebonden, zodat hij niet langer in de gelegenheid is om de volkeren nog te verleiden. Wat een tijd zal dat zijn: geen misleiding meer onder de natiën. Want als er iets is wat de diabolos doet, dan is het misleiden. Als hij dus gebonden wordt — en hij wordt heel goed gebonden, kan ik u vertellen, want hij wordt in een put gegooid die wordt afgegrendeld en de afgrendeling wordt vervolgens ook nog eens een keer verzegeld — dan kan hij geen kant meer op, duizend jaar lang. Het is niet zozeer het duizendjarig vrederijk, maar het is een duizendjarige binding van satan. Daarna wordt hij weer voor een korte tijd losgelaten, maar dat is een ander verhaal. In ieder geval representeert de ruiter in hoofdstuk 19 de laatste mijlpaal op weg naar het Messiaanse Rijk.

Verschil nummer twee: in Openbaring 6 begint die ruiter op het witte paard met vrede, maar hij wordt vervolgens opgevolgd door oorlog. Ik kom daar straks ook op terug, maar ik noem het nu om het contrast te tekenen. In hoofdstuk 19 is het precies omgekeerd, want daar komt de ruiter op het witte paard om oorlog te voeren, maar hij vestigt juist daardoor vrede. Dat is het verschil.

Verschil nummer drie hangt daar direct mee samen. Die ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6 brengt een kortstondige vrede en daarmee ook een valse vrede. Daarentegen brengt de ruiter in hoofdstuk 19 werkelijke vrede die waarachtig is. Hij is ook 'Waarachtig', zo heet hij, en die vrede is blijvend van aard.

Aansluitend hierop is er nog een vierde verschil. De ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6 is de eerste in een onheilspellende reeks. Nu lijkt die op het witte paard op het eerste gezicht nog niet onheilspellend, maar vergis u niet: dat is juist de misleiding die hij met zich meebrengt. Hij is de eerste in een onheilspellende reeks, want hij wordt vervolgens opgevolgd door een rood, een zwart en een groen paard. Witte paarden kennen we wel, ook al komen ze niet zo vaak voor, en zwarte paarden kennen we ook wel, maar een rood en een groen paard hebt u nog nooit gezien. Johannes zag ze echter wel. Het is inderdaad symboliek, maar ik zal u vertellen dat het heel onheilspellend is. Om een voorbeeld te geven: bij het tweede paard, dat rode paard, staat er gewoon bij dat hij oorlog brengt. Door hem wordt de vrede op de aarde weggenomen, zodat je meteen ook weet dat die eerste ruiter op het witte paard de vrede bracht.

Oké, dus in hoofdstuk 6 is die ruiter op het witte paard de eerste in een onheilspellende reeks. De ruiter op het witte paard in hoofdstuk 19 is daarentegen de eerste die gevolgd wordt — niet door een rood, groen of zwart paard, nee — door allemaal andere witte paarden. En dat is juist een heel groot verschil, want deze ruiters, met de Ruiter met een hoofdletter, de Koning der koningen en de Heer der heren en zijn gevolg, gaan vrede op aarde brengen onder de natiën. Dat dus eventjes ter introductie. We hebben nu de drie vermeldingen gezien waarin in het boek Openbaring sprake is van ruiters op een wit paard. We hebben ze ook verdeeld in twee categorieën: die in hoofdstuk 6 en die in hoofdstuk 19. Er zit ook een behoorlijke tijd tussen beide. Hoeveel precies, daar gaan we het wellicht de volgende keer over hebben, maar in ieder geval kunnen we ze nu met recht plaatsen. Niet alleen in het boek Openbaring, maar ook in de tijd. En we zien vooral ook het verschil.

Focus op Openbaring 6: het Lam, de Zegels en de Boekrol ↑ hoofdstukken

De overeenkomst is helder, maar het gaat vooral ook om het verschil. Nou, laten we ons dit keer eens bezighouden met die ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6. Want dat is wel heel boeiend, moet ik u zeggen, juist ook omdat het heel actueel is. Het eerste wat we mogen verwachten in de hele afwikkeling van wat door Johannes in de Apocalyps beschreven wordt – wat we allemaal nog gaan meemaken op aarde – begint met de ruiter op het witte paard. Laten we daar eens over nadenken.

Dan beginnen we bij vers 1 van hoofdstuk 6 en dan zegt Johannes dit: "En ik nam waar". En toen het Lammetje... dat vindt u niet in de meeste vertalingen, maar het staat echt in het Grieks. Het Grieks kent het woord voor lam, maar een 'lammetje' benadrukt vooral de kleinheid ervan. Als een lam al zwak, klein en heel kwetsbaar is, dan wordt dat zo aangeduid om juist die kwetsbaarheid te accentueren. Johannes neemt het Lammetje waar dat hij trouwens al eerder had gezien in het voorgaande hoofdstuk, in hoofdstuk 5. Van dat Lammetje wordt gezegd... sterker nog, als Johannes dat Lammetje ziet, dan is hem eerst een leeuw aangekondigd: de Leeuw van Juda. Maar als hij daar nog een keer kijkt, dan ziet hij dat die Leeuw van Juda het Lammetje was, staande als geslacht. U zegt: dat kan toch niet? Nee, maar in de symboliek wel. In de symboliek kun je groene paarden hebben en rode paarden, en dan kan een lammetje gewoon ook een leeuw zijn.

In dit geval is dat ook onmiskenbaar, want hij ziet de Leeuw van Juda. De leeuw is de koning der dieren. Juda is de stam onder de twaalf aan wie de scepter zou worden toevertrouwd. Daar hebben we trouwens de vorige keer op deze locatie over mogen spreken: over de Koning uit het huis van David. Hij komt uit de stam van Juda en aan Hem komt definitief de scepter toe; dat was al door Jakob ooit voorzegd op zijn sterfbed. De Leeuw van Juda is dus inderdaad de Koning der koningen en de Heer der heren. Maar wie is dat dan? Als Hij nader geïdentificeerd wordt, dan blijkt dat degene te zijn die als een Lammetje kwam en geslacht werd, maar niettemin staat. En dat kan maar één ding betekenen: als een Lammetje geslacht is en toch staat, dan is Hij opgestaan.

Dat is precies wat het is. Hij ziet een Lammetje, staande als geslacht. Hij ziet dat het geslacht is, maar het staat. Het leeft namelijk, maar het heeft de tekenen nog van zijn slachting. Zo zal Hij straks ook verschijnen: niet met de open wonden in handen en voeten, maar wel met de tekenen in zijn handen en voeten. Nog steeds als de doorstokene, 'the victim'. Hij was het slachtoffer, maar Hij is opgestaan, Hij is verrezen. Over Hem hebben we het. In hoofdstuk 5 wordt er dan ook nog bij vermeld dat als Johannes dat Lammetje ziet – de Leeuw van Juda dus – aan dat Lammetje de boekrol wordt gegeven. Daar moet ik even één ding over vermelden. De boekrol met die zeven zegels, wat is dat? Ik ga dat nu niet uitgebreid bewijzen, want dat zou echt te veel tijd vergen, maar als je daar onderzoek naar doet, zie je dat die boekrol de eigendomsakte is, namelijk van het Land.

Als ik zeg 'het Land', dan kun je land in het algemeen bedoelen, al het droge, maar hier gaat het specifiek om het Land, namelijk het land Israël. In heel hoofdstuk 6 gaat het bij de opening van die zegels voortdurend om het land van Israël. Het begint bij Israël. Eerst moet het Land worden vrijgekocht of in ieder geval in bezit worden genomen. De boekrol is een prachtig, maar ook aangrijpend gegeven. Als je dat in hoofdstuk 5 goed op je in laat werken, dan staat er dat niemand waardig was om de boekrol te openen. Dat wil zeggen: om de eigendomsrechten op het Land te claimen. Niemand was daartoe in staat en dan lees je ook dat Johannes weent omdat niemand waardig was. Maar zie, daar is er Eén die in aanmerking komt om de boekrol, de eigendomsakte, te openen.

Op het moment dat die eenmaal geopend is, is de facto ook het Land in zijn bezit. Dat wil zeggen: Hij heeft het Land gekocht, Hij heeft de boekrol gekregen. Officieel is Hij de eigenaar, maar het is dan nog niet in bezit genomen. Dat is het Bijbelse gebruik dat je ook in Jeremia terugvindt: de eigenaar die een stuk land heeft teruggekocht, de bloedverwant, de goël, krijgt die boekrol. Maar die is verzegeld. Op het moment dat de zegels worden verwijderd en de rol wordt geopend, is hij de facto de eigenaar en kan hij het in bezit nemen en daarover heersen. Dus als de boekrol eenmaal geopend is, dan is de Eigenaar, het Lammetje, de Leeuw van Juda, daadwerkelijk de Koning in Israël. Het Land is dan daadwerkelijk van Hem.

Er staat: "toen het Lammetje één uit de zeven zegels opende". Want die eigendomsakte is verzegeld met zeven zegels en iedere keer als er een zegel geopend wordt, kan die boekrol weer wat verder open. Het is dus niet zo dat ze alle zeven geopend moeten zijn en dat hij dan pas open kan; nee, hij wordt iedere keer een stukje meer geopend. In feite zijn die zegels dus obstakels. Die obstakels moeten worden weggenomen en op het moment dat al die zegels zijn verwijderd en geopend, dan is de boekrol geopend en is degene die de boekrol heeft – de Eigenaar dus – daadwerkelijk de bezitter van het Land. De facto. Hij heeft het al gekregen, officieel is Hij degene die het gekocht heeft, maar als Hij het geopend heeft, dan is Hij daadwerkelijk ook de rechtmatige eigenaar.

Dat zie je ook: in hoofdstuk 6 worden de zegels geopend, zes stuks, en dan in hoofdstuk 7 wordt het zevende zegel geopend. Wat zie je dan? Bij het zesde zegel wordt beschreven dat de zon en de maan hun glans niet meer geven; dat is het moment dat de Heer zal komen op de Olijfberg. Bij het zevende zegel lees je dan dat Israël uit alle volkeren verzameld is, een grote schare die niemand tellen kan. Vervolgens worden er 144.000 uit hen verzameld, uit alle twaalf stammen, om het evangelie van het Koninkrijk in de wereld te gaan brengen. Dus als de zeven zegels eenmaal geopend zijn, dan is Israël daadwerkelijk hersteld. Het Land is in bezit gekomen van de Koning der koningen. De volken nog niet, want dat is nog een verhaal apart; dat krijg je met de zeven bazuinen die daarna nog geblazen moeten worden.

Dat is wat in het vervolg van het boek Openbaring beschreven wordt. Maar ik bedoel dit te zeggen: eerst het Land. Eerst moet het Land in bezit worden genomen en dat is waar de opening van die zegels voor dient. Dat betekent dus dat als het eerste zegel geopend wordt, het eerste obstakel op weg naar de inbezitname van het Land wordt weggenomen. Johannes tekent nog aan: "En ik nam waar toen het Lammetje één uit de zeven zegels opende en ik één uit de vier levende wezens hoorde zeggen..." Nou ja, ik zou kunnen zeggen: vergeet dat even, maar...

Even voor de goede orde: die vier levende wezens representeren in beeld en symboliek ook weer de bezielde schepping. En als u dat niet geloven wilt, dan moet u dat maar eens een keertje nakijken in overzicht 9 van Genesis. Genoeg daarover.

Eén uit de vier levende wezens hoorde ik zeggen, als het geluid van een donderslag: "Kom!" Ik zal u dit vertellen: er wordt vier keer gezegd... want als in een arena worden de vier ruiters achtereenvolgend opgeroepen om op te draven. Dit is de officiële start van de hele afwikkeling van het boek Openbaring. In dit geval is het woordje 'afwikkeling' nog dubbelzinniger, want het is ook het begin van de afwikkeling van de boekenrol. Hier begint het. De paarden gaan opdraven, want na dit witte paard krijgt u het rode, en dan het zwarte en dan het groene paard. Oké.

En dan staat er dit: "En ik nam waar." Weer Johannes. Wat hij doet, is optekenen; het is allemaal observatie en heel veel symboliek die hij bij gelegenheid verklaart. Maar hij neemt waar, visionair: "En ik nam waar." En neem waar, of: "Let op!" Want dat is heel vaak wat er staat: "En neem waar." Wij zouden zeggen: "Let op! Een wit paard." Haha, daar hebben we hem.

En die op hem zat, had een boog. Nu koppelen we weer even terug naar de intro van Gerard. Een paard heeft te maken met verhoging. Een paard wordt ingezet voor de strijd; zo staat het in de Psalmen. De teksten die ik hier aanhaal: het paard wordt opgetuigd voor de strijd en ter overwinning, om te overwinnen. Dat doe je niet met een ezel; nee, dat doe je met een paard. Vandaar ook die combinatie van paarden en strijdwagens; dat vindt u heel vaak. De eerste keer dat paarden in dat verband worden genoemd, is al in Exodus, in verband met de legers van de farao.

Oké, dat is een paard. Een wit paard. Ja, wit is een heel reine kleur. Dat is natuurlijk een groot contrast met dat zwarte, en met dat groene en dat rode. Maar dit... en dat is nu precies waarom...

De Misleidende Gelijkenis van de Eerste Ruiter met de Messias ↑ hoofdstukken

Wat zo opvallend is aan deze ruiter op het witte paard, degene die op dat witte paard zit, is dat het direct doet denken aan de Messias. En dat is zo’n verbazingwekkende gelijkenis, dat de meeste traditionele verklaarders zeggen: "Ja, dat is de Messias." Dan denk je: nou, dan hebben zelfs de Bijbelverklarders op het verkeerde paard gewed! Maar het is niet zo. Hij lijkt erop, hij doet er direct aan denken. Dus let op: het eerste wat we gaan meemaken in de afwikkeling van het hele boek Openbaring hier op aarde, is iets wat als twee druppels water lijkt op de komst en de verschijning van de Messias. Het is haast niet van echt te onderscheiden.

Nu kennen we het wel: als je de waarheid kent, dan herken je de leugen. Maar in eerste instantie heeft dit de schijn van de Messias. Hij wordt namelijk op dezelfde wijze genoemd: iemand die op een wit paard zat. Daar houdt de vergelijking ongeveer ook mee op, maar op het eerste gezicht, als je niet let op de timing, de context en wat ze uiteindelijk teweegbrengen, dan zou je zeggen dat ze identiek zijn.

Wat deze ruiter doet, is vrede brengen. Het is ook een wit paard, wat natuurlijk een kleur van reinheid is; een heel positieve kleur. We weten ook dat hij vrede brengt, hoewel het hier niet zozeer expliciet vermeld wordt, maar impliciet wel. Wat bedoel ik daarmee? Kijk vervolgens bij het rode paard in vers 4. Daar staat: "En ik zag een rood paard en degene die daarop zat werd gegeven de vrede van de aarde — van het land — weg te nemen." Aha, er was dus vrede gebracht en dat tweede paard neemt die vrede weg. Dat is in feite het begin van de grote verdrukking, opgevolgd door een zwart paard en een groen paard. Dat is allemaal vreselijk en onheilspellend en het zal zijn beslag krijgen gedurende 42 maanden. Dat is dan weer Openbaring 11, 12 en 13, waar die termijn ook echt wordt genoemd.

Maar eerst deze ruiter. Het eerste wat er komt is iemand... en dat is trouwens nog even een interessant punt waar ik op moet inzoomen. Er staat: "En neem waar, een wit paard. En die op hem zat had een boog." Zij die menen dat dit identiek is aan de Messias, zeggen: "Deze ruiter op het witte paard, dat is het Lammetje." Nee, het Lammetje opent de boekrol! En bij het eerste zegel komt er een ruiter op een wit paard opdraven. Als je het betoog tot dusver hebt gevolgd, dan was dat sowieso al duidelijk, maar kijk maar gewoon in deze context van deze paar verzen; dan zie je dat die ruiter nooit identiek kan zijn aan dat Lammetje. Dat is één ding.

Maar er zit nog een vraagstuk aan vast waar ik geen definitieve uitspraak over durf te doen. Misschien dat ik naderhand aangesproken word en iemand zegt: "Ik kan je uit de droom helpen." Ik aarzel namelijk bij de vraag of degene die daarop zit daadwerkelijk één persoon is, of dat het een personificatie is. U weet wat een personificatie is? Dat is een literair stijlfiguur waarbij een abstract idee als persoon wordt neergezet. We kennen dat allemaal, er zijn zoveel voorbeelden van. Je spreekt dan bijvoorbeeld van "vadertje staat". Dan personificeer je de staat. Of je spreekt van "vrouwe Justitia". Justitia, het recht in het algemeen, wordt gepersonificeerd en voorgesteld als een persoon. Het is geen persoon, maar zo wordt het voorgesteld, en dat noemen we personificatie. Dat zie je in de Bijbel trouwens ook.

En dat is helemaal niet zo’n gekke gedachte op zich. Want als je dat vergelijkt met die andere ruiters die na deze komen opdraven op het rode, zwarte en groene paard — de volgorde ken ik inmiddels — dan doen die ook niet direct denken aan personen. Dat zijn personificaties die de oorlog en de pest brengen. Het wordt vrij algemeen aangenomen dat die andere ruiters inderdaad personificaties zijn. Het hoeft dus niet noodzakelijk iemand te zijn; het zou kunnen staan voor een ontwikkeling. Zoals dat rode paard en degene die erop zit de vrede van het land wegneemt: dat staat voor de ontwikkeling of de mijlpaal dat er oorlog komt. Dat hoeft niet noodzakelijk één persoon te zijn.

Maar daar staat wel iets tegenover, en dat is dat de ruiter op het witte paard in hoofdstuk 19 vers 11 wel echt één iemand is, namelijk de Koning der koningen en de Heer der heren. Snapt u mijn twijfel? Het zou kunnen dat het een personificatie is en dat die ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6 een ontwikkeling is die vrede in het land brengt. Of staat het ook daadwerkelijk voor één iemand die dat doet? Misschien hoef ik niet eens te kiezen en kan het beide zijn. Ik houd het in het midden. Misschien dat we straks in de bespreking naderhand nog wat meer zullen zien. Je kunt ook zeggen: we wachten wel af, maar houd rekening met beide opties. Zolang ik hier verder geen uitsluitsel over heb, weet ik het niet zeker, maar één ding is in ieder geval duidelijk: ook als het niet per se één iemand is die die vrede in het land gaat brengen, dan nog wordt er in ieder geval vrede gebracht in het land. Dat is waar die ruiter op het witte paard voor staat, ongeacht of het inderdaad een specifiek personage is die dat gaat doen. Oké, genoeg.

De Eigenaardigheid van de Boog en de Lauwerkrans (corona) ↑ hoofdstukken

Johannes zegt dus: let op, een wit paard, en die op hem zat had een boog. Dat is heel eigenaardig. Hij had een boog, en wat de rest betreft: dat is het. Want er is geen sprake van pijlen en er is ook geen sprake van strijd. Hij heeft alleen een boog. Dus op de een of andere manier ziet dat er heldhaftig uit, misschien zelfs agressief of militant; hij zou strijd kunnen gaan leveren, of in ieder geval doet hij alsof, zo presenteert hij zich. Maar van strijd is geen sprake. Dat is ook vrij logisch, want wat hij juist brengt is vrede, zodat de vrede in het vervolg kan worden weggenomen van het land. Hij had dus een boog en hij komt inderdaad zo naar voren.

En dan nog iets: aan hem werd gegeven een lauwerkrans, en er ging uit, overwinnend en om te overwinnen. Hier staat in het Grieks het woordje stephanos, wat we natuurlijk direct herkennen omdat we een Bijbelse figuur kennen die zo heette: Stefanus. Maar dat betekent inderdaad een lauwerkrans, maar dan in de zin van een bekroning. Het is niet zozeer een koninklijke kroon – dat heeft weer een andere naam – maar echt een bekroning, zoals iemand die een prestatie heeft geleverd. Met name bijvoorbeeld in de sport wordt iemand gelauwerd; dat is deze terminologie. Zo iemand wordt gelauwerd, hij heeft een prestatie geleverd en krijgt een lauwerkrans om. Dat is een kroon op het hoofd. Tegenwoordig in de Olympische Spelen is die kroon vergroot en dan hang je hem over je nek, maar in alle gevallen word je alleen gelauwerd als je een prestatie hebt geleverd.

Dat is dus wel een heel eigenaardig ding. En als ik eerlijk mag zijn, neig ik ernaar om inderdaad aan iemand te denken. Want ja, je lauwert iemand, niet iets abstracts; daar kan ik me niet zo heel veel bij voorstellen. Dus dat suggereert dat het inderdaad iemand is die gelauwerd wordt, bekroond omdat hij iets gepresteerd heeft. Ja, wat heeft hij gepresteerd? Dat staat er niet, hè. Ik kan het niet nalaten om ook even de Latijnse vertaling te tonen: de Vulgata. Want kijk, de Bijbel is geschreven in het Grieks, maar er was nog een wereldtaal, het Latijn in die dagen. We hebben ook een Bijbelvertaling in het Latijn, een beroemde, de Vulgata. Mijn Latijn is nooit echt goed geweest, ik denk dat Petra beter Latijn kent dan ik. Nee, geen visserslatijn, maar waarom ik dat zeg, is omdat in het Latijn hier het woordje corona gebruikt wordt. Dit is de tweede keer dat de term valt, want Gerard had het ook al even over corona, maar dan als een sterrenbeeld daar aan de noordelijke hemel. Maar hier in de Latijnse tekst is ook sprake van corona. En ja, ik wil niet speculeren, maar ik doe het wel natuurlijk nu. Dat is heel suggestief, hè?

Nou, laat ik het zo zeggen – want ik speculeer natuurlijk nu, maar dan weet u meteen dat ik speculeer en dat u het niet al te serieus moet nemen, of in ieder geval onder een groot voorbehoud of met een slag om de arm, zeggen we dan: zou het, als inderdaad de afwikkeling van het hele boek Openbaring zich binnen afzienbare tijd gaat voltrekken en het eerste wat we gaan meemaken is iets of iemand die vrede in het land Israël gaat brengen, zou het dan zo zijn dat dit begint met het feit dat hij kennelijk een prestatie levert en daarom bekroond wordt? Zou dat iets met corona te maken kunnen hebben? Nogmaals, het is een suggestie, het is speculatief, dat weet ik, maar in het hele grote plaatje van de actualiteit moet ik u zeggen dat het mij op zich helemaal niet zou verbazen dat daar inderdaad een oplossing gaat komen, dat er een prestatie geleverd gaat worden in het land. U zegt: ja, de afgelopen jaren speelde Israël sowieso al de grote rol als het gaat om de hele corona. Nou vind ik dat niet echt een succes, moet ik zeggen, maar er kan een andere wind gaan waaien en er kan een ander paard op gaan draven. Verkijk u er niet op.

Dat is wat we nu zien; ik hoor heel veel gelovigen vaak zeggen dat wat er nu gebeurt alleen maar verder gaat. Ik wil helemaal niet de indruk wekken dat dit niks voorstelt of dat de controlemaatschappij niet steeds erger en vreselijker gaat worden. Jawel, maar er komt eerst nog een moment: een vrede. Wauw! De vrede in het land. En ja, de hele mineur die er nu wereldwijd is – het is depressief, ook alles wat het financieel en economisch brengt, het is in zware mineur – als dat nog even doorgaat, en daar ziet het nog wel even naar uit, en dat er dan iemand opstaat of een ontwikkeling komt (ik houd beide opties nog open) die dit allemaal overwint en dat allemaal achter zich laat... Er kan inderdaad een heel andere wind gaan waaien. Ik bedoel, dat zijn van die overwegingen die heel plausibel worden op het moment dat je ervan uitgaat dat dit zich binnen afzienbare tijd gaat afwikkelen.

Dus ja, heeft die ruiter op het witte paard die gelauwerd wordt, die een corona op zijn hoofd krijgt – of krijgt hij hem opgelegd? Nee, dat staat er niet in, er staat: aan hem werd een lauwerkrans gegeven – heeft dat iets te maken met een topprestatie die hij geleverd heeft doordat... nou ja, vul het maar in! Dus nee, ik beweer niets, ik zeg alleen: houd er rekening mee, houd je ogen open. Oké, aan hem werd dus een lauwerkrans gegeven, die stephanos of corona, en hij ging uit. Nou, dat zeg je tegenwoordig ook al heel wat als je 'uitgaat'. Oh, is dat de overwinning, dat je weer uit kan? Nee, dat is gekke praat. Hij ging uit, maar let op hoe hij uitging: overwinnend en om te overwinnen. Het is eerst al: hij wordt gelauwerd, er is een prestatie geleverd, en nu vervolgens overwint hij; overwinnend en om te overwinnen. Het is van triomf op triomf. Er ontstaat, dat is wat hier gesuggereerd wordt met die ruiter op het witte paard, een euforische stemming. De hele afwikkeling hier op aarde begint met een euforische stemming.

En daarom denk ik, en zeg ik ook, dat wat we nu in de wereld meemaken en in het Midden-Oosten, wat eigenlijk allemaal heel erg depressief en zwartgallig is, dat dat nog even gaat veranderen. Verkijk je er niet op, want het is vals, maar er gaat een heel andere wind waaien. Dat is wat ik juist ook bedoelde met dat extrapoleren: we hebben dit nu de laatste jaren gezien en het gaat alleen maar erger worden. Maar er gaat eerst nog een keer komen. En met in gedachten ook wel, dat moet ik er ook bij zeggen, dat dit zich vooral, eerst en vooral, concentreert tot het land; dat wel. Dus over Israël. Ja, aan hem werd gegeven een lauwerkrans en hij ging uit, overwinnend en om te overwinnen.

De Komst van een Kortstondige Vrede voor de Grote Verdrukking ↑ hoofdstukken

Het wordt tijd om eens wat dingen nog wat concreter te maken en ook Bijbelse zaken op een rijtje te zetten. Want eerst moet ik nog even benadrukken: deze ruiter op het witte paard brengt vrede, ja, maar het is tijdelijk. Want het volgende paard dat opdraaft, neemt de vrede alweer weg. Het zal dus euforisch zijn, dat is waar, maar het is van korte duur. Hoe lang? Dat is de vraag; dat wordt niet beantwoord. Moeten we denken aan een paar jaar of zo? Ja, daar denk ik dan aan, maar het wordt niet beschreven. Laten we dat nog eens even wat Bijbelser concretiseren.

Er zal in eerste instantie een vrede tot stand komen. Let wel: voorafgaand aan de grote verdrukking van Israël. Maar die begint bij het tweede paard, en het derde, het vierde en het vijfde zegel. Bij het zesde zegel is de grote verdrukking aan het einde, want dat is de verduistering van de zon en de maan; het moment dat de Heer zal verschijnen op de Olijfberg aan Israël. Het herstel van Israël. Oké, dan is het koninkrijk in het land gevestigd.

Maar voorafgaand aan de grote verdrukking die over Israël gaat komen in een periode van tweeënveertig maanden, krijgen we eerst een vrede. Paulus schrijft erover – volgens mij heeft Gerard daar nog niet zo lang geleden ook over gesproken, ja, dat weet ik wel zeker – over dat men zal zeggen... Paulus spreekt dan ook over de wegrukking in 1 Thessalonicenzen 4, en daar zegt hij dat het niet nodig is om jullie nog verder te schrijven over de tijden en gelegenheden, want jullie weten allemaal wel dat als men zou zeggen: "Vrede, geen gevaar, veiligheid, zekerheid..." Zo was het: vrede, zekerheid. Men zal roepen: "Vrede!" En dan staat er... ja, dat lijkt dus maar zo. Iedereen zal het zeggen, dus er is een euforische stemming.

Daar heb je het weer: het begint met een hele euforische stemming van: "Wauw, geweldig, vrede!" Is dit het? Ik weet haast zeker – en dan ga ik iets heel onaardigs zeggen – in de kerken gaan ze zeggen (ik scheer ze over één kam, dat is waar): "Dit is het! Dit is de Messias die gaat komen en het Messiaanse rijk dat beloofd is." Ik hoor het ze nu al zeggen vanaf de kansel. Men zal het zeggen. Maar ja, als je je bril niet op hebt en je ziet het op het eerste gezicht, dan zou je denken: "Goh, dat is hetzelfde." En daarbij moet je het toch niet zo letterlijk nemen, weet je wel? Dan zeg je: "Het zal wel zo bedoeld zijn." Maar dit is hoe het bedoeld is: dit is het.

Vandaar ook dat een van de meest karakteristieke dingen in die eindtijd de misleiding is. Ik heb daar al heel vaak de nadruk op gelegd: het meest karakteristieke, zeker in de aanvang, is de misleiding. En wat heb je nodig als je je bevindt in een omgeving waar misleiding mainstream en dominant is, waar je gewoon – sorry dat ik het zeg – dag in dag uit bedonderd wordt? Dan heb je een fundament nodig, zodat je daar ook niet meer van opkijkt. Je weet op voorhand al: ik word misleid. Daarom is het zo belangrijk dat je de waarheid kent. Want ik blijf hem mooi vinden, hij is zo kort en krachtig: als je de waarheid kent, herken je de leugen.

Dat vind ik trouwens ook een grote bemoediging, want dan hoef je je helemaal niet te verdiepen in de leugen. Mensen zeggen wel: "Je moet de leugen kennen om te zien dat het een leugen is." Onzin! Je hoeft helemaal niet de leugen te kennen; je hoeft alleen maar de waarheid te kennen. Dan zie je meteen in één oogopslag dat iets een leugen is als je het toetst. Dat vind ik een bemoediging op zich, want dan kun je gewoon positief in het leven staan. Je houdt je bezig met de waarheid. We hoeven ons ook niet meer te verbazen over die leugen, want we wisten al dat die zou komen. Je zou je juist moeten verbazen als het anders was. Dat is gewoon wat het is.

Daar hoef je ook niet moeilijk over te doen. Je hoeft niet naar het Malieveld of zo, of petities te gaan ondertekenen. Je wist dat het zou komen, en dat scheelt een heleboel. Dan heb je trouwens vrede in je hart, terwijl men zegt: "Vrede!" Daar hoeven we inderdaad niet meer voor... ja, je kunt dat wel zeggen, maar goed, dat horen ze toch niet. Want iedereen zegt: "Ah, dat is het, vrede!" Er zal een vrede tot stand komen. Dat is de eerste: 1 Thessalonicenzen 5. En terwijl zij zeggen: "Vrede, vrede!", dan zal een plotseling verderf hen overkomen. Dat is dus de start van die grote verdrukking.

Dat zal trouwens ook het moment zijn dat de wegrukking plaatsvindt. Maar je weet: de wegrukking gaat plaatsvinden terwijl iedereen zal zeggen dat dit vrede is. Geen gevaar, een euforische stemming. En als iedereen dat zal zeggen, dan gaan wij aftellen. Want het is niet alleen een kwestie van chronologie of een jaartal – ook daar moet je het nodige voorbehoud bij hebben, denk ik. Dat klinkt misschien vreemd uit mijn mond, maar ik denk het echt. Het gaat erom dat je scherp bent. Kijk om je heen als men zal zeggen: "Vrede!" daar in het Midden-Oosten en daar in Jeruzalem. Dan weten wij: het aftellen is begonnen. Oké. Er komt namelijk ook weer... want dat is een van de karakteristieke dingen van die vrede...

Een Toekomstige Vredesregeling en Tempeldienst in Jeruzalem ↑ hoofdstukken

Er zal een tempeldienst en offerdienst in Jeruzalem van start gaan. Nou, daar zijn nogal wat schriftplaatsen die daarover gaan. Eigenlijk niet zozeer dat hij van start gaat, al wel dat hij er zal zijn. Maar aangezien die er nu nog niet is en er straks wel zal zijn, moet hij dus eerst van start gaan. Ja toch? En die gaat er komen. Want het begin van de grote verdrukking wordt ingeluid doordat de offerdienst wordt gestaakt. Plotsklaps. Wat de aanleiding is, doet nu even niet ter zake, maar de offerdienst in Jeruzalem zal worden gestaakt. Met het staken van die offerdienst wordt de tempeldienst abrupt beëindigd en dan wordt er een afgodsbeeld, een gruwel, opgericht op dat tempelplein. Dus de reguliere offerdienst wordt vervangen door een afgodsbeeld dat daar neergezet wordt, en daarmee begint de grote verdrukking.

Maar dat betekent dat er voorafgaand dus weer een tempeldienst zou moeten zijn en een offerdienst. Want wil een offerdienst gestaakt kunnen worden, dan moet er eerst een offerdienst zijn. Die is er nu niet, dus dan gaat hij komen. Dat is niet zo moeilijk. En als u vraagt: "Zie je daar dan al iets van?", dan zeg ik: "Nee, ik zie er nog niets van, maar het gaat dus komen." Ik weet wel één ding, en dat is dat alles al klaar ligt. Dus ik maak me sterk dat als eenmaal het politieke groene vinkje daarvoor gezet wordt, nou, dan is die er heel gauw hoor. We hoeven daar niet over te speculeren, maar in feite is al het materiaal er al. Sterker nog, zelfs de rode vaars die geofferd moet worden is er al. En de priesterorders en gewoon alles wat er moet zijn; het hele tempelinstituut is er al. Het probleem is de politiek en de vraag waar die tempel precies komt te staan. Ik denk dat daar ook nog wel het een en ander over onthuld gaat worden. We leven in zo'n boeiende tijd.

Maar goed, dat gaat er dus komen en dan zal daar in Jeruzalem een tempeldienst van start gaan. Als u mij vraagt waar, dan is dat pal naast dat huidige wat het Tempelplein genoemd wordt, aan de zuidkant. Ja precies, de Stad van David. In ieder geval gaat die offerdienst weer van start. U begrijpt trouwens dat als dat gebeurt, dat heel spectaculair is. Ik bedoel, het was al spectaculair toen een paar jaar geleden Trump de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv verplaatste naar Jeruzalem. Dat was trouwens al een beetje een hint, waarschijnlijk ook in het akkoordje met zijn schoonzoon. Zo van: "Jongens, die Joden willen heel graag een tempel daar neerzetten, maar nu kan dat nog niet." Dus dat zou heel spectaculair zijn als er inderdaad een regeling komt, een vredesregeling voor Jeruzalem waarbij de Joden dat krijgen. Heel spectaculair. Dat gaat er hoe dan ook komen.

Dan heb ik nog iets. Ik weet niet hoelang ik eigenlijk al spreek, maar ik ben er nu vrij gauw doorheen. Ik hoef nog maar twee punten. Alleen over die punten is nogal veel te vertellen. Er gaat in Jeruzalem een regeling komen waarin er in ieder geval weer een tempel gaat functioneren. Eerst wordt de tempel gebouwd en dan gaat de offerdienst functioneren.

Een Tienstatenbond in het Midden-oosten en Handelscentrum Babylon ↑ hoofdstukken

Dat is op zichzelf al heel spectaculair, maar dat niet alleen: er komt ook een federatie in het Midden-Oosten van in ieder geval tien koningen. De gelederen worden gesloten en daar zal Israël trouwens ook een grote rol in spelen. Ik bedoel het Joodse volk, want dat laatste rijk bestaat uit twee elementen: uit pottenbakkersleem – dat is trouwens het huis van Israël – en uit ijzer, maar dat voegt niet samen. Maar in ieder geval is dat het laatste wereldrijk met die tien tenen, weet u wel.

Ja, ik zeg nu 'weet u wel', maar ik kan me voorstellen dat sommige mensen die hier zijn, zeker als je deze dingen nooit gehoord hebt, denken: goh, waar heeft die gast het over? Daar heb ik nog nooit van gehoord, daar heb ik onze dominee nooit over horen spreken. Nee, dat zou weleens kunnen kloppen. Maar de Bijbel spreekt dus over tien koningen in die eindfase. Er gaat nog het een en ander aan vooraf, maar in ieder geval komt er een federatie. Alleen dat al betekent dat er een vrede in het Midden-Oosten komt. Want alleen al het feit dat er een federatie in het Midden-Oosten is, dat de landen het op één akkoord gooien waardoor er een rijk ontstaat, is op zich wel spectaculair. Nu kunnen ze namelijk maar één ding en dat is bonje maken en strijd voeren.

Er komt zo'n federatie en die is nu nog niet aan de orde. Die vrede in het Midden-Oosten met die federatie is in feite ook al vrede, toch? Op het moment dat daar een rijk ontstaat en conflicterende partijen een akkoord gaan sluiten. De Abraham Akkoorden bijvoorbeeld; als u mij vraagt – maar dat is speculatie – is dat gewoon een voortzetting van wat er nu al gaande is. Het nadeel van wat ik nu zeg is eigenlijk dat je voor elk punt afzonderlijk weer een studie zou moeten geven om alle bewijzen erbij te leggen, maar het gaat mij nu vooral over het punt dat alles begint met vrede in het land. Hoezo vrede in het land? Wel, er komt een tempel in dienst en er komt op veel bredere schaal nog een hele federatie.

En dan nog iets, en dit is mijn laatste punt: Joodse investeerders. Wij hebben het over handel. Ik heb daar een studie over gegeven, het is zo boeiend, over Zacharia 5, over die vrouw in de efa die dan verplaatst wordt. De symbolen van handel en commercie, die vrouw, wordt verplaatst naar het land van Sinia – dat is gewoon waar Babel gebouwd is – en daar krijgt ze een huis. Het hele idee is dat er gewoon een heel financieel handelscentrum komt, een wereldhandelscentrum daar in Babel, in het huidige Hilla. Dat stelt nu nog eigenlijk geen bal voor, maar op het moment dat daar zo'n wereldhandelscentrum komt, dan krijgt zo'n stad een heel andere betekenis. Niet alleen daar in Irak aan de Eufraat, maar gewoon wereldwijd, want het verhaal is dat die stad Babylon de hoofdstad wordt van die federatie waar ik het over heb. Hoe weet je dat? Nou, dat staat in de Openbaring wel over, want die vrouw, die hoer, die zit op dat beest met die zeven koppen en tien hoorns. Zij zit daarop, dus dat is de hoofdstad. Er wordt ook gezegd dat die vrouw Babylon is, de grote stad.

Wat er gebeurt in die eerste fase, is dat Babylon een soort verlengstuk wordt van Jeruzalem. Als u vraagt: hoe dan? Hoe komt daar een Joodse enclave, zeg maar een partnerstad daar aan de Eufraat in die vruchtbare vallei van het Tweestroomland? Die stad gaat opbloeien. Maar wat zal de aanleiding zijn? Dat weet ik niet. Heeft dat iets te maken met de dollar die valt, dat het grote geld vanuit New York daar naartoe gaat? Wat zal de aanleiding zijn? Heeft dat iets te maken met wat er nu allemaal speelt of met een collapse van het financiële systeem? Daar kun je van alles over denken en daar heb ik ook helemaal geen bezwaar tegen.

Maar weet wel – dat is altijd erg belangrijk – dat je het verschil ziet tussen mogelijke ontwikkelingen en suggesties of speculaties. Prima, dat is geen punt, als je het maar goed kunt onderscheiden van wat de Bijbel zegt. De Bijbel zegt: er komt daar in het Midden-Oosten een federatie van tien landen, tien koningen, een rijk. Dat zal geregeerd worden en de hoofdstad zal Babylon zijn, die stad daar aan de Eufraat in het land van Sinia. Dat zal financieel-economisch gedreven zijn; investeerders gaan zich daar vestigen. Hoe? Weet ik niet. Wat zal de aanleiding zijn? Weet ik niet. Kun je erover speculeren? Ja, dat vind ik ook heel boeiend, maar zo zal het gaan.

En daarmee hebben we ook wel, denk ik, als we het hebben over die ruiter op het witte paard – en dat is het laatste wat ik erover wil zeggen – de kern te pakken. Het eerste wat we gaan meemaken is vrede daar in het land, een tempeldienst, en op bredere schaal een federatie waarbij ook op een of andere manier het grote geld naar de vlakte van Sinia gaat, het Tweestroomland. Dat zal vooral een Joodse aangelegenheid zijn en dat betekent trouwens ook dat Babylon en Jeruzalem partnersteden worden. Vandaar ook dat het beest uit de zee hand in hand gaat met dat beest uit het land. Het ene staat voor Babylon, het beest uit de zee, en het andere, het beest uit het land, staat voor Jeruzalem. Die twee, het beest uit de zee en het beest uit het land, zijn twee handen op één buik. Partnersteden. Eigenlijk is Babylon niks anders dan een vestiging, een dependance van Jeruzalem. Vandaar ook de dominantie van het Joodse land Israël in heel het Midden-Oosten; dat is echt verbazingwekkend wat Israël allemaal nog in het Midden-Oosten gaat betekenen.

Kortom, de ruiter op het witte paard is zeer actueel. We hebben het er nog weleens over in de wandelgangen, want we weten dat dit het eerste is waar we nu op moeten letten. Hoe lang het nog gaat duren? Weet ik niet. Het is het eerste wat we kunnen verwachten. Want als iedereen gaat zeggen 'vrede', dan weten wij dat de dag gaat aanbreken. Daar wilde ik het graag bij laten en volgende week, Deo Volente, ijs en weder dienende zoals ze dat zeggen, gaan we spreken over de blijvende ruiter op het witte paard.

🎧 ruiters op een wit paard (1)
Delen: