GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

ruiters op een wit paard (2)

16-01-2022 - Geplaatst door Andre Piet
zondag 16 januari 2022 in Rotterdam (Gezonde Woorden)

In twee passages in het boek ‘Openbaring’ is sprake van een ruiter op een wit paard. De eerste keer bij de opening van de boekrol (het eerste zegel), in Openbaring 6. De tweede keer, vlak voorafgaand aan de definitieve, wereldwijde overwinning van Jezus Christus in Openbaring 19. Twee keer een ruiter op een wit paard – maar zoek de verschillen…! In een tweetal achtereenvolgende studies gaan we dat grondig doen.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie vergelijkt de twee ruiters op een wit paard uit het boek Openbaring. Waar de eerste ruiter in hoofdstuk zes een bedrieglijke schijnvrede inleidt die uitmondt in de grote verdrukking, brengt de tweede ruiter uit hoofdstuk negentien ware gerechtigheid en vrede. Deze tweede ruiter is de ware Messias, het Woord van God, die vanuit de hemel komt om de natiën rechtvaardig te oordelen en met een ijzeren knots te hoeden. De studie toont aan dat God uiteindelijk een definitief einde zal maken aan alle menselijke opstand om Zijn eigen rijk van ware vrede te vestigen.

“Er staat nog heel veel op Gods programma, en succes is verzekerd. En u weet het: het begon met zwart, maar wit wint.”

De Twee Ruiters op het Witte Paard: Schijnvrede Versus Ware Vrede ↑ hoofdstukken

En wij gaan vanmorgen weer verder met ons onderwerp waar we de vorige week mee van start zijn gegaan: de ruiters op een wit paard. Daarvan zijn er maar liefst twee, vandaar ook dat we een tweetal bijeenkomsten rond dit thema hebben. Die ruiters op witte paarden komen we tegen in het boek De Openbaring. Laat ik eerst nog even recapituleren waar we het ook alweer over hadden, ook voor degenen die hier de vorige keer niet aanwezig waren. In het algemeen is het goed om even te herhalen waar de focus ligt.

Kijk, in twee hoofdstukken in De Openbaring is er sprake van een ruiter op een wit paard: in hoofdstuk 6 en in hoofdstuk 19. We hebben ze bij de introductie vorige week al even naast elkaar gezet. Ze worden heel dikwijls geïdentificeerd alsof zij dezelfde zijn, wat ook vrij logisch is. Want als er in één boek sprake is van een ruiter op een wit paard en later in datzelfde boek komen we weer zo’n ruiter tegen, dan zeg je: dat is natuurlijk dezelfde. Dat zou je zeggen, maar in werkelijkheid is die eerste verschijning met recht schijn.

Laat ik ze nog even contrasteren. De ruiter in hoofdstuk 6 wordt genoemd bij de opening van de boekrol, bij het eerste zegel. In feite is dat de eerste mijlpaal richting dat Messiaanse Rijk waar het boek Openbaring uiteindelijk op uitloopt: hoofdstuk 20, waarin de duizend jaren, het millennium, beschreven worden. Dat is de tijd waarin de tegenstander, de diabolos, Satan, gebonden is en niet langer in staat is om gedurende die termijn de volkeren te verleiden. Zesduizend jaar daarvoor – en wij zitten in de eindfase daarvan – is hij daar juist zeer succesvol in gebleken: in het verleiden en tegenstaan. Maar dan is het over en uit voor hem. Nou ja, ik zeg over en uit, in werkelijkheid krijgt hij aan het einde nog even een korte speelruimte, maar dat is eigenlijk alleen maar om definitief een einde te maken aan zijn carrière als tegenstander.

Hoofdstuk 6 is dus de eerste mijlpaal richting de duizend jaren. Daarentegen is de ruiter op het witte paard in hoofdstuk 19 de laatste mijlpaal vlak voorafgaand aan hoofdstuk 20. Als die ruiter eenmaal verschenen zal zijn en gedaan heeft wat Hij geacht wordt te doen, dan breken de duizend jaren aan. In hoofdstuk 6 gaat het om het eerste zegel; in hoofdstuk 19 is het de zevende en laatste schaal (of bazuin, dat loopt synchroon).

In hoofdstuk 6 begint het met vrede, maar die wordt vervolgens opgevolgd door oorlog. In hoofdstuk 19 begint de ruiter op het witte paard met oorlog, maar juist om vrede, werkelijke en blijvende vrede te vestigen. De ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6 is de eerste in een reeks van een viertal onheilspellende ruiters op paarden. Na het witte paard krijg je immers een rood paard, een zwart paard en een groen paard. Dat witte paard wordt geacht vrede te brengen; dat blijkt simpelweg uit de hele context. Van het tweede paard dat opvolgt, lees je immers dat het de vrede van de aarde weer wegneemt, wat veronderstelt dat dat eerste paard kennelijk de vrede introduceert.

Daarom is het ook een ruiter op een wit paard. Je hoeft niet eens zoveel 'sjoegen' te hebben van symboliek om te begrijpen dat een wit paard – even zonder de associatie met Sinterklaas – voor iets goeds moet staan. Bij een rood, zwart of groen paard denk je direct: nee, dat zal niet deugen. Dat klopt ook, want in die symboliek presenteert Johannes deze zaken. In hoofdstuk 6 is de ruiter de eerste in een reeks onheilspellende ruiters, terwijl de ruiter in hoofdstuk 19 de eerste is van een leger hemelse ruiters op witte paarden. Hij voert een hele reeks andere ruiters aan, maar dat is van een heel andere soort.

Er zit dus niet alleen een hele tijdsruimte tussen hoofdstuk 6 en hoofdstuk 19, maar ze zijn ook inhoudelijk wezenlijk verschillend. Schijnbaar is het hetzelfde. Ik zei het vorige week ook al en ik herhaal het omdat ik het van belang vind: zelfs uitleggers, die overigens meestal zeggen dat we de Openbaring niet begrijpen omdat het een mysterieus gesloten boek is (wat vreemd is voor een boek dat 'Openbaring' heet), komen vaak tot de conclusie dat het wel hetzelfde zal zijn. Oppervlakkig gezien wel, en dat is nu juist ook het hele punt waarom de ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6 wordt aangezien voor de ware vredebrenger. Hij heeft daar alle schijn van. Maar we kennen de uitdrukking: er wordt dan op het verkeerde paard gewed. Dat zal dan ook massaal gebeuren.

Vorige keer hebben we met name ingezoomd op die ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6. Het eerste wat we gaan meemaken op aarde als het gaat om de Openbaring, is de opening van het eerste zegel. Daar begint eigenlijk de hele afrol. Dat is een aardig woord in dit verband, omdat er inderdaad een boekrol wordt uitgerold. De hele toedracht die in de Openbaring beschreven wordt, begint bij de ruiter op het witte paard bij het eerste zegel. Dat betekent dat als de apocalyps van start gaat, dit wordt geïntroduceerd met een ruiter op een wit paard. Hij wordt beschreven als iemand die een boog heeft.

Dat heeft iets met strijd te maken, maar ik werd naderhand nog op iets anders gewezen wat ik de vorige keer niet heb verteld. Ik vind het altijd mooi als we het er met elkaar over hebben en we ons afvragen of het zus of zo zou kunnen zijn. Zo was er iemand die naar mij toekwam en zei: heb je gezien dat het Griekse woord voor boog 'toxon' is? Dat is het woord waar ons woord 'toxisch' (vergiftigd) van afgeleid is. Ik parkeer die gedachte nu even, maar ik vind het mooi om zulke dingen te delen. Vooral relevant is dat de boog een embleem van overwinning is. We kennen allemaal de overwinningsboog, de ereboog. Ze zijn duizenden jaren oud. Toen de veldheer Titus Jeruzalem verwoestte en vervolgens terugkeerde in Rome, is daar de Boog van Titus opgericht. Je kunt hem daar nu nog steeds bekijken als symbool voor de overwinning op Jeruzalem.

Je kunt naar Parijs gaan en daar de Arc de Triomphe zien. Dat betekent simpelweg de boog van de overwinning, de boog van de triomf. Er zijn heel veel bogen die overigens met name dateren uit de Romeinse tijd; de boog symboliseert inderdaad de overwinning. Er is geen sprake van pijlen of oorlog, maar hij heeft wel een boog. Hem wordt een lauwerkrans gegeven – stephanos in het Grieks – en ik heb er al op gewezen dat dit in het Latijn corona is.

Hem wordt dus een lauwerkrans gegeven en hij ging vervolgens overwinnend uit. En waarom ging hij overwinnend uit? Om te overwinnen. Wat is dan het sleutelwoord? Triomf, overwinning. De ruiter op het witte paard symboliseert inderdaad iets. Hij draaft als eerste op en waar is hij een embleem van? Ik heb daar de vorige keer al op gewezen. Ik heb het nog enigszins in het midden gelaten, hoewel ik een lichte voorkeur heb voor de gedachte dat het toch een persoon is. Maar in ieder geval, of het nu een fenomeen is van vrede dat ineens overwint en zich meester maakt – vooral daar in het land Israël, want daar gaat hoofdstuk 6 vooral over – dat is de clue van de ruiter op het witte paard.

Nog een laatste ding ter toelichting: deze ruiter op het witte paard staat voor de fase die voorafgaat aan de grote verdrukking. Die wordt namelijk vervolgens beschreven in de rest van hoofdstuk 6, bij het tweede, derde, vierde en vijfde zegel. Het eerste zegel gaat daaraan vooraf en wordt gekenmerkt door vrede en verlichting, waar wit trouwens sowieso al de kleur van is. Wit staat voor licht, zoals zwart voor duisternis staat. Dat contrast van verlichting en onthulling – houd dat even vast.

Ik heb er ook op gewezen dat er vrede gaat komen in het land en in het Midden-Oosten in het algemeen. Waaruit blijkt dat? Er komt daar in Jeruzalem weer een Joodse tempel. Dat is heel spectaculair. Eigenlijk is het wachten alleen nog op het politieke groene licht om die tempel daar daadwerkelijk neer te zetten. Alles ligt al klaar, inclusief alle benodigde attributen. De Joden staan te trappelen – niet alleen om te bidden, maar zij staan echt te trappelen om dat te realiseren.

Er komt dus een tempeldienst in Jeruzalem. En dat niet alleen, want ik zei al dat het het hele Midden-Oosten betreft; er ontstaat namelijk een federatie, een bondgenootschap van tien koningen. Dat is dat laatste rijk. Dat is waar de ruiter op het witte paard voor staat. Het eerste wat we mogen verwachten in verband met de Apocalyps en de dingen die op aarde gaan gebeuren, is vrede. Dat wil zeggen: schijnvrede. Want wanneer het na die fase ineens abrupt omslaat en iedereen zegt: "Vrede, zekerheid, geen gevaar", dan komt er plotseling verderf. Dan draait het hele rad van fortuin om, om even in de loterijsferen te blijven. Maar het begint dus met vrede: de schijnvrede van de ruiter op het witte paard.

De Chronologie van de Apocalyps: Zegels, Bazuinen en Schalen ↑ hoofdstukken

Nou wil ik ook nog even, want dat is nodig, die beide ruiters op het witte paard neerzetten in de chronologie van de Openbaring om enigszins zicht te hebben op wat er nou gaat gebeuren. Laten we het eens even kort op een rijtje zetten. Kijk, in de Openbaring heb je een boekrol, de eigendomsakte van het land. Ik heb dat de vorige keer al eventjes aangegeven. Die boekrol wordt geopend en dat zijn zeven zegels. Die zeven zegels gaan stuk voor stuk open en daarna krijg je nog, na de zeven zegels, zeven bazuinen. En die zeven bazuinen, daar later in de Openbaring – sorry, enkelvoud, het is dé Openbaring. Ja? Het is niet 'de Openbaringen', zo wordt het meestal genoemd, maar het is dé Openbaring namelijk van Jezus Christus. Ik vind dat een geweldige gedachte.

Maar goed, je hebt dus die zeven bazuinen, maar synchroon daarmee worden ze later in het boek beschreven als de zeven schalen. En dan zeg ik: nou wordt het een beetje ingewikkeld. Nou, juist niet, want die zeven bazuinen lopen volstrekt synchroon met die zeven schalen die leeggegoten worden in hoofdstuk 16. Dus dat is niet een nieuwe reeks; nee, het is gewoon een reeks die synchroon loopt. Dat blijkt gewoon uit de beschrijving van die zeven bazuinen. Oké, dus je hebt eigenlijk een zevental en dan krijg je weer een zevental. En het laatste zevental wordt beschreven als zeven bazuinen en in hoofdstuk 16 als zeven schalen. Dit is de chronologische reeks ook. Het begint dus met het eerste zegel: de ruiter op het witte paard. Daar begint het allemaal mee, dat is die schijnvrede. Dan krijg je vervolgens een viertal na dat eerste zegel. Na die schijnvrede krijg je de grote verdrukking die vooral voor Israël gaat. Want ik zei al: hoofdstuk 6 gaat over Israël. Dat het ook een uitstraling en een impact zal hebben in de omgeving en misschien zelfs wereldwijd, ja, dat kan, maar dat is niet zozeer het onderwerp van de Openbaring. Het concentreert zich op het land, want het is namelijk de opening van de boekrol, de eigendomsakte van het land van Israël. Het land Israël moet bevrijd worden en van daaruit komen de hele wereld en de volkeren daaromheen in the picture.

Dat zijn dus de zegels 2, 3, 4 en 5. Dan krijg je het, u raadt het al, zesde zegel. En dat is dus het einde van Israëls grote verdrukking. En wat is het meest karakteristieke daarvan? Dat is dat de Messias zal verschijnen op de Olijfberg. Dat is dus bij het zesde zegel. Dan wordt ook Jeruzalem verwoest, weten we, en bij die gelegenheid zal ook een overblijfsel vluchten naar de woestijn, wat nog daarover gebleven is. Maar in ieder geval dit, en dat is van belang bij dat zesde zegel: dat het inderdaad gaat over de verschijning van de Messias is sowieso al duidelijk omdat je daar leest over de zon en de maan die worden verduisterd en hun glans niet meer zullen geven. Dat is het moment bij uitstek dat je telkens weer terugkeert in de profetie. Na Israëls grote verdrukking zal de zon en de maan verduisterd worden en bij die gelegenheid zal de Zoon, de Ben Adam, verschijnen voor Zijn volk en alles wat daarmee samenhangt.

En dan na het zesde zegel? Als het zesde zegel dus geopend is en de Heer is verschenen, wat gebeurt er dan? Wel, dan wordt Israël verzameld. Trouwens in de woestijn, niet in het land. Eerst verzameld in de woestijn en dan vervolgens teruggebracht naar het land. Ik zeg nu een heleboel wat ik niet ga toelichten; dat kan ook helemaal niet natuurlijk, want anders kom je nooit bij hoofdstuk 19 uit. Maar ik zeg het alleen maar om even zicht te hebben op de reeks van gebeurtenissen, op de volgorde, om de logica daarvan te zien. Israël wordt verzameld en via de woestijn teruggebracht in het land. En dat is trouwens hoofdstuk 7. Het zevende zegel is hoofdstuk 7. Dan vind je dus grote scharen die niemand tellen kan, die uit alle volkeren worden verzameld en uiteindelijk in het land terechtkomen. En uit die twaalf stammen worden dan weer uit elke stam twaalfduizend jonge mannen geselecteerd en die moeten het evangelie van het koninkrijk wereldwijd gaan brengen. Dat zijn die beroemde vruchten, zo u wilt. 144.000, dat is het zevende zegel.

Breken we daarmee dan de duizend jaren aan? Nee, zeker niet. Dan begint het eigenlijk pas. Want nu, bij het zevende zegel, is Israël verzameld, de Heer is teruggekeerd en Hij heeft Zijn koningschap gevestigd in Jeruzalem. Maar nu gaan vervolgens alle volkeren onderworpen worden en dat zijn de zeven bazuinen. In de eerste tot en met de vijfde bazuin zijn dat allemaal gerichten en oordelen over de volkerenwereld. Dat is niet mis, kijk het maar eens na in hoofdstuk 8 en 9. De bazuinen die dan zullen klinken zijn eigenlijk aankondigingen van het koninkrijk dat gaat komen, maar eerst moet de volkerenwereld worden gecorrigeerd. Alles wordt gericht. Gericht betekent niks anders dan dat het rechtgezet wordt en ook weer terechtgebracht wordt, met harde hand overigens. En die boodschap zal gedurende die tijd door de 144.000 klinken in de hele wereld.

Nou, dan krijg je de zesde bazuin. U ziet het, dit is heel chronologisch allemaal. Dit is niet moeilijk, je moet het alleen even weten. Je krijgt de zegels, dan krijg je die bazuinen. En bij de zesde bazuin of zesde schaal – want ik zei al, dat loopt synchroon – dan krijg je dat de volkerenwereld zich eigenlijk als een soort wraakneming gaat verzamelen in het noorden van Israël, op die vlakte van Megiddo. Daar worden de volkeren verzameld en zij trekken op – let op – zij trekken op ten strijde tegen de Messias die daar inmiddels Koning is in Jeruzalem. Zij gaan een definitief einde maken, dat is hun oogmerk, aan Yahwehs Gezalfde, Zijn Messias, en de heerschappij die daar gevestigd is. Zij trekken dus op, de United Nations – wat een verspreking – de Verenigde Naties, alle volkeren tezamen trekken op naar Jeruzalem om die Koning daar af te zetten. Dat lees je allemaal bij die zesde schaal, een verzameling van de legers.

En dan krijg je, u raadt het al, de zevende bazuin. Dan zijn we waar we wezen moeten, want bij de zevende bazuin wordt de hoofdstad van de wereld, Babylon, verwoest. Ja, dat moet allemaal nog gaan gebeuren. Er is daar wel een stad, maar nog niet met die functie natuurlijk, bij lange na niet. Maar dat gaat de hoofdstad worden, het financieel-economisch centrum: Babylon zal verwoest worden. Dat is Openbaring 18 trouwens. En ook de definitieve oorlog nabij Harmagedon vindt dan plaats. Ik zeg nabij Harmagedon, want die volkeren verzamelen zich wel daar in die vlakte van Megiddo, maar uiteindelijk zal de eindstrijd in het zuiden van Israël plaatsvinden. Alle tegenstand op aarde wordt beëindigd. En u ziet het, dat is bij de zevende bazuin. En dat is precies het moment dat de Ruiter op het witte paard komt. De Ruiter op het witte paard, de echte, de definitieve, de tweede en daarmee ook de laatste. Dus hier in hoofdstuk 6 had je een ruiter op het witte paard, maar dat was geen vrede, en met de laatste in hoofdstuk 19 komt weer een Ruiter op het witte paard.

De Geopende Hemel en de Trouwe, Waarachtige Ruiter ↑ hoofdstukken

Maar in Openbaring 19, laten we daar nu eens nader kennis van nemen. Daar staat in vers 11, nadat overigens eerst in de voorgaande tien verzen de bruiloft van het Lam werd aangekondigd – het Lam, dat wil zeggen de Messias – dat de bruid zich gereed had gemaakt en er een bruiloft gevierd zou gaan worden. Dat is in feite de beschrijving van de duizend jaren van het Messiaanse Rijk, de volkeren die worden uitgenodigd; dat is het onderwerp van de eerste tien verzen van hoofdstuk 19.

Nu wordt er een ander visioen waargenomen, want Johannes ziet beelden die hij bij gelegenheid toelicht, of die elders worden toegelicht. Hij zegt: "de hemel geopend" en "let op, een wit paard". Maar die geopende hemel, ik wees er al even op, geeft aan dat deze Ruiter een hemelse oorsprong heeft; Hij is van hemelse origine. Dat is niet wat we vermeld vonden van de ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6. Nee, het wordt daar niet alleen niet vermeld, het is juist precies het omgekeerde. Dat het niet vermeld wordt, is veelzeggend; zwijgen kan immers veelzeggend zijn.

Hier wordt de hemel geopend en ziet hij een wit paard. Wit is trouwens een kleur... voor de kleurspecialisten die zeggen: "Dat klopt niet wat jij nu zegt, want wit is geen kleur, maar een samengestelde kleur." Goed, voor het gemak: wit is een kleur die in het boek Openbaring een heel grote rol speelt. Het wordt maar liefst zeventien keer genoemd in dit boek, dat Griekse woord leukos. Wij kennen dat trouwens ook van het woord 'leukemie', de witte bloedziekte, wat komt van dat Griekse woord leukos. Wit heeft alles te maken met licht en hier ook met een onthulling. Als dit geen onthulling is! Namelijk verlichting en onthulling voor de volkerenwereld.

Ik heb het al even aangestipt, maar ik zeg het even als een schot voor de boeg: als het gaat om de ruiter op het witte paard in hoofdstuk 6, die we binnenkort mogen gaan achterlaten, denk ik dat ook dat een tijd van verlichting gaat worden, in die zin dat er dingen aan het licht gaan komen. Maar goed, ik geef het u even ter overweging.

Een wit paard dus. Al eerder is er vorige week door Gerard gewezen op het contrast tussen een paard en een ezel, want dat wordt heel vaak zo neergezet. Een ezel staat voor vernedering. In Zacharia 9 staat dat zo mooi: "Zie, uw Koning komt tot u, rijdend op een ezelsveulen." Dat is trouwens ook wat vervuld is toen de Heer vanaf de Olijfberg op een ezelsveulen de stad binnenkwam. Hij huilde trouwens bij die gelegenheid. De massa riep "Hosanna", maar zij hadden geen idee wat er in die week zou gaan gebeuren. Diezelfde menigte, die in eerste instantie nog enthousiast was omdat het Koninkrijk openbaar zou worden, werd hevig teleurgesteld. Een aantal dagen later werd er massaal geroepen: "Kruisig Hem!" Zo snel kan dat allemaal omslaan.

Maar goed, Hij kwam op een ezel: nederig, een shofal koning. Ik geloof dat het Hebreeuws – ik moet het nog even nakijken – shofal is; het komt in ieder geval uit het Jiddisch en volgens mij betekent het ook inderdaad nederig. Een shofal koning dus: vernedering. Terwijl een ezel staat voor vernedering, staat een paard daarentegen voor verhoging, voor strijd en voor triomf. Een paard wordt opgetuigd voor de overwinning en voor de strijd, want zonder strijd is er geen overwinning. Dat is waar dat paard voor dient. In contrast met de ezel heeft het te maken met verhoging. De komst van de Messias in vernedering wordt gesymboliseerd door een ezel, en de komst van de Messias bij de tweede gelegenheid – dat wil zeggen, als Hij straks zal terugkeren – is niet op een ezel in vernedering, maar in verhoging. Daar heeft dat paard alles mee te maken.

Oké, dat is een wit paard. Hier zien we dus weer die Ruiter op het witte paard, maar nu de échte. Dat blijkt wel, want er staat: "En Hij die daarop zat..." Hier hebben we het dus specifiek over Iemand. Hij die daarop zit, wordt genoemd: Geloofwaardig en Waarachtig. Ik heb de neiging om dat te contrasteren met die eerste ruiter, want die was dat dus niet. Die had er wel de schijn van, ja, maar Deze die erop zit, wordt genoemd Geloofwaardig en Waarachtig, of Getrouw en Waarheidsgetrouw. Hij doet de waarheid recht en Hij is betrouwbaar; wat Hij zegt, gaat Hij doen. Dan gaat er een totaal andere wind waaien en krijg je rechtvaardigheid. Een heerschappij waar je zo naar kunt uitzien; een heerschappij waarin recht gedaan wordt, waar de waarheid inderdaad niet alleen zal klinken, maar ook zal geschieden. Men zal straks bij die eerste ruiter denken: "O, nu is het zover, nu komt de ruiter op het witte paard." Maar dat is dus te vroeg gejuicht. Straks, als déze Ruiter komt uit hoofdstuk 19, dan is Hij het die met recht Geloofwaardig en Waarachtig wordt genoemd.

Er staat nog bij: "In rechtvaardigheid oordeelt Hij en voert Hij oorlog." Hier zie je het: Hij gaat weliswaar vrede brengen, maar Hij voert oorlog en in rechtvaardigheid oordeelt Hij. Hij oordeelt, Hij richt, Hij spreekt uit en Hij veroordeelt ook, maar dat doet Hij rechtvaardig, naar het recht. Daar kan niemand bezwaar tegen maken, want het is gewoon recht. Zo zal Hij optreden: in rechtvaardigheid oordeelt Hij en voert Hij ook oorlog. Er zijn al zoveel oorlogen gevoerd, maar dat waren geen rechtvaardige oordelen of oorlogen. In de oorlogvoering spelen meestal heel andere belangen mee; dat is geen rechtvaardigheid, ook al wordt het vaak wel zo verkocht. Maar deze oorlog voert Hij écht in rechtvaardigheid.

U moet zich realiseren dat we het hier hebben over die zevende schaal en die zevende bazuin. Het is een heel concrete situatie, een oorlogssituatie ook. Want de volkeren zijn opgetrokken en hebben zich verzameld in die enorme vlakte van Megiddo, daar in Noord-Israël. Zij gaan de strijd aan met dat koninkrijk in het Midden-Oosten, namelijk met de Davidische Zoon, de Ben David. Het is een strijd tegen dat kleine koninkrijkje – want dat is in feite de situatie – en tegen Hem die daar de heerschappij op Zich genomen heeft in Jeruzalem. Hem willen ze van de troon hebben, dus zij komen daar om oorlog te voeren. En nu gaat Hij daarover oordelen, Zijn oordeel uitspreken en Hij voert oorlog. Het aardige is trouwens dat als je het hele vervolg leest – wat we nu niet gaan doen – er helemaal geen wapengekletter plaatsvindt. Let maar eens op hoe dat gaat.

Ogen als een Vuurvlam en een Verborgen Naam ↑ hoofdstukken

De ogen nu van hem waren als een vuurvlam. Dat is een vergelijking, een metafoor. Dat hadden we trouwens al eerder gelezen van deze persoon — we hebben het hier uiteraard over de Heer Jezus Christus — want in hoofdstuk 1 en 2 wordt dit ook al zo genoemd. Een vuurvlam wil zeggen dat het doordringt als vuur. Het verspreidt zich, maar bovendien ontziet het ook niets. Zijn ogen zijn als een vuurvlam: vurig. Hij ziet en doorziet ook dat alles. Maar het is ook vernietigend. Dus via welke route je het ook maar bespreekt: zijn ogen waren als een vuurvlam.

En op zijn hoofd waren vele diademen of kronen. Eigenlijk is een diadeem wat anders dan een kroon; het is een koninklijke hoofdversiering die wordt gebonden op het hoofd. Dat is ook wat het woord diadeem letterlijk betekent: doorbinden. Het wordt gewoon gebonden in het haar. In ieder geval is het koninklijk, vandaar ook de gedachte achter de vertaling van 'kronen', zoals de NBG en de Statenvertaling dat hebben. Dat klopt, dat is de gedachte; het is inderdaad koninklijk. Op zijn hoofd waren vele diademen.

En hij had — dit is met recht een beetje mysterieus — hij had een naam geschreven die niemand weet dan hijzelf. Later in dezezelfde passage komen we dat weer tegen, dat er een naam geschreven is. Als u het mij vraagt: hij had een naam geschreven, waarbij het trouwens een beetje in het midden wordt gelaten of hij zelf die naam geschreven heeft. Dat is mogelijk, en dat zou verklaren waarom niemand anders die naam verder weet, want hij had die naam en hij heeft die naam geschreven. Ik suggereer het hier, ik kan het niet direct bewijzen. Misschien krijg ik straks naderhand weer mensen die zeggen: "Ik kan het wel bewijzen," of juist niet. Ik houd me aanbevolen.

Maar in ieder geval denk ik dat het inderdaad die naam is die geschreven staat op zijn dij. Hoe kom je daar nou weer bij, op zijn dij? Nou, wacht maar even, daar komen we in vers 16 nog over te spreken. Hij had in ieder geval een naam geschreven die niemand weet dan hijzelf. Hij is zich dus bewust van zijn identiteit. Trouwens, dat is waar de naam ook voor staat: een naam is een uitbeelding van wie je bent en van je identiteit. Ja, bij ons vaak niet; wij vinden: een beestje moet een naampje hebben, weet je wel. Nee, in de Bijbel heeft een naam een betekenis en drukt het uit wie je bent. Hij had een naam geschreven die niemand weet dan hijzelf.

Het in Bloed Gedompelde Kleed: het Woord van God ↑ hoofdstukken

"En hij was omhuld met een kleed dat was ondergedompeld in bloed." Ik moet u zeggen, ik heb hier een jaar of wat geleden ook eerder dit gedeelte besproken, ook in Rotterdam trouwens. Even helemaal tussen de bedrijven door: aankomende donderdag ga ik die serie over de Openbaring weer voortzetten hier in de buurt, in gebouw De Aker. Maar dat even terzijde. De vorige keer dat ik hierover sprak, bracht ik dat kleed dat ondergedompeld was in bloed in verband met het feit dat hij bespat is met bloed vanwege de strijd, namelijk het bloed van de vijanden. Inmiddels denk ik daar anders over. Ja, dat kan gebeuren. Sommige mensen nemen je dat kwalijk als je een keertje iets gezegd hebt en later zegt dat het toch anders was. "Je zei dat toch?" Ja, en? Ik hoop tenminste dat het voortschrijdend inzicht is. En soms moet ik er ook nog bij zeggen: het kan soms een beetje arbitrair zijn, waardoor je uiteindelijk toch neigt naar het andere.

Wij hebben geen pauze — wel een pauze misschien, maar geen paus. Er is niemand die kan zeggen: zus of zo is het. Zodra een spreker dat claimt, dan moet je gauw wegwezen. Ik draag wat dingen aan en ik hoop dat u daar wat aan hebt. Ik geef de bonnetjes erbij en u controleert dat. "Ja, dit is bewijs, nu weet ik het." Oké, maar daarmee heeft u het wel zelf geleerd. Op het moment dat iemand zegt: "Zo moet jij dat ook vinden", dan zeg ik nee. Wat dat betreft ben ik echt een protestant hoor. Laat ons niks vertellen door een paus daar in Rome of zo. Vandaar dus dat mijn inzichten soms wijzigen.

"En hij was omhuld..." — daar gaat het hier even om — "hij was omhuld met een kleed dat was ondergedompeld in bloed." Ik dacht dus dat het hier ging over dat bloedbad wat wordt aangericht, maar dat vind ik bij nader inzien toch geen goede verklaring. Want die strijd moet namelijk nog plaatsvinden. Dus hoezo is hij dan al ondergedompeld in bloed? Daar komt trouwens bij dat het woordje 'ondergedompeld' letterlijk... in de MBG staat 'geverfd', maar dit is afgeleid van het woord voor dopen. Gedoopt in bloed. Eerlijk gezegd neig ik er nu naartoe dat deze ruiter op het witte paard een gewaad heeft dat gedompeld is in bloed en daarom ook gereinigd is.

U zegt: "Dat vind ik vreemd." Maar kijk eens in hoofdstuk 7 vers 14, daar lees je ook over die grote schare. Er staat dat zij witte gewaden hadden, gewassen in het bloed van het Lam. U zegt: "Dat is een merkwaardig wasmiddel." Ja, maar in de symboliek is dat juist veelzeggend. En ik denk ook hier in dit geval dat dit gewaad dat hij heeft, gedompeld is. In feite is dat dezelfde gedachte als wat je eerder in hoofdstuk 5 leest over dat Lammetje dat geslacht is, maar staat. Nu is Hij de Leeuw van Juda. Door dat proces — als een Lammetje werd hij geslacht, hij werd opgewekt in kracht — is hij nu de triomfator en de koning, de Leeuw uit de stam van Juda.

Nou, hier ook: over wie hebben we het? Degene die hier de oorlog voert, is degene die ooit zijn leven gaf, die geslacht werd. En zijn kleed was ondergedompeld in bloed en zijn naam is genoemd: het Woord van God. De Logos. En Johannes wist waar hij het over had, want het Johannes-evangelie begint er ook mee: "In den beginne was de Logos." Alle dingen zijn door dat Woord geworden. God sprak en het was er. En het Woord is vlees geworden. Oké, zijn naam is genoemd: het Woord van God. Hij is de expressie van God. Dat is wat Logos betekent: de uitdrukking van een gedachte.

De Hemelse Legers in Rijn en Fijn Linnen: Israël ↑ hoofdstukken

"En de legers die in de hemel zijn, die volgden hem op witte paarden." (Vers 14). Daar hebben we het nog eens. Ik heb er natuurlijk al een paar keer op gewezen: je hebt de ruiter op het witte paard, maar hier staat dat ook de legers die in de hemel zijn Hem volgden op witte paarden. En zij waren gekleed in wit en rein fijn linnen. Met name dat laatste is toch wel veelzeggend. Ik ga u vertellen dat dit niet anders kan dan verwijzen naar het volk Israël, en naar wat zij vanuit de hemel van Godswege ontvangen.

Ik zal het u uitleggen. De uitdrukking "gekleed in wit en rein fijn linnen" komt nog een paar keer voor in de Openbaring. In de eerste plaats is dat slechts een paar verzen eerder, in vers 8. Daar lees je dat het gaat over de bruid, die gekleed was in wit en rein fijn linnen. Dat is de eerste aanwijzing. Als ik nu een kerkelijk publiek zou hebben, zouden zij zeggen: "De bruid, dat is de kerk." Maar dat is hier niet het geval. Israël is de bruid; Jeruzalem is de bruid. Hoe weet je dat? Nou, kijk maar even verderop in het boek Openbaring: "Ik zag een nieuw Jeruzalem, als de bruid."

Je leest ook in Openbaring 4 over de 24 oudsten. Deze 24 eerstelingen zijn ook een verwijzing naar Israël in zijn dubbele functie. Israël is de twaalf, maar dan in zijn dubbele functie als koninklijk priesterschap – vandaar twee keer twaalf. Er is heel veel over te vertellen, maar dat doe ik nu niet. Waar het mij nu om gaat, is dat de 24 oudsten een uitbeelding van Israël zijn.

En dan heb ik ook nog de schare waar ik al eerder naar verwees, die uit alle volkeren verzameld wordt en in het land terechtkomt. Ook van hen lees je dat ze gekleed waren in wit en rein fijn linnen, of woorden van gelijke strekking. Ook dan gaat het over Israël. Zodat ik inderdaad denk dat de legers die hier genoemd worden, gewoon Israël zijn, bekrachtigd met hemelse kracht.

De volkeren verzamelen zich daar in Harmagedon; er wordt een oorlog georganiseerd. En wat zien we dan als reactie daarop? Wel, Hij gaat! De Ruiter op het witte paard gaat de volkeren oordelen en oorlog tegen hen voeren. En wie heeft Hij met Zich mee? Nou, dat koninkrijk wat Hij om Zich heen heeft en dat daar gevestigd is. Zodat dat leger hier, de legers, mijns inziens gewoon een uitbeelding zijn van Israël. Dat wordt zo duidelijk bevestigd door het fenomeen van hun expressie: dat wil zeggen, hoe ze gekleed zijn. Dat zegt iets over wie zij zijn.

Het Scherpe Zwaard uit Zijn Mond en de Ijzeren Knots ↑ hoofdstukken

En dan nu vers 15: "En uit zijn mond, de Ruiter op het witte paard, komt een scherp zwaard om de natiën te slaan." Hij draagt dus geen zwaard aan zijn zijde; nee, uit zijn mond komt een scherp zwaard. En wat komt er uit de mond? Ja, het woord natuurlijk, dat is wat de mond produceert. De mond kan consumeren, eten, maar als de mond iets voortbrengt, dan is dat spraak. Je zou kunnen zeggen: spraakwater. Je kunt met consumptie spreken, maar dat is ook water, wat trouwens ook een beeld is van het woord. Dus als er uit de mond iets komt, dan is dat het woord. Het Woord van God. Goddelijk woord.

Ik vertel u niets nieuws als ik zeg dat het Woord van God als een rots is, of als sneeuw. Het heeft heel veel gedaanten: het is als goud en honing. Maar het is ook een tweesnijdend scherp zwaard. "En uit zijn mond komt een scherp zwaard." Ik zal u vertellen wat ik zojuist ook bedoelde: er is geen wapengekletter. Die legers, die ruiters op de witte paarden, wat hebben zij? Hebben zij niets? Jawel, één ding: een zwaard. Het is het zwaard van de Ruiter en Zijn woord. Dat is nogal wat hoor.

Hoe is hij bewapend? Uit zijn mond komt een scherp zwaard om de natiën te slaan. Dat is het arsenaal waarvan hij zich bedient, waarmee hij trouwens ook daadwerkelijk doodt; dat lezen we in vers 21. "En hij zal hen, de natiën, hoeden met een ijzeren knots." Vergis u niet in wat hij gaat doen. Misschien is dat voor sommige mensen wat teleurstellend, maar hij gaat niet wereldwijd een democratie vestigen. Nee, hij gaat de natiën hoeden met een ijzeren knots. Ik zeg u dit: hij doet dat in rechtvaardigheid, zodat niemand daar ook maar iets op kan aanmerken. Het is inderdaad een heerschappij die gevestigd wordt. Hij zal hen hoeden met een ijzeren knots.

Dan weet u ook meteen over wie we het hebben, al wist u dat natuurlijk al. Dit is de mannelijke zoon uit hoofdstuk 12. Die mannelijke zoon die voortgebracht wordt als de Christus — inclusief trouwens, wij maken immers deel uit van het lichaam van de mannelijke zoon. Hij is het Hoofd, wij zijn de leden. Over deze mannelijke zoon staat een aanhaling uit de Psalmen: "Hij zal hen hoeden met een ijzeren knots" (Psalm 2:9).

De Bijbel is als een puzzel waarbij de stukjes precies in elkaar passen. In hoofdstuk 19 zie je die mannelijke zoon, wat weer verwijst naar hoofdstuk 12, maar ook weer naar de Psalmen. Als je vervolgens naar Psalm 2 kijkt, dan zie je inderdaad dat aan het begin van dat hoofdstuk de natiën zich verenigd hebben om ten strijde te trekken tegen JAHWEH en zijn Gezalfde, zijn Messias. Dat betekent dus dat ze optrekken richting Jeruzalem.

Het wordt vaak niet goed gerealiseerd, maar in dat verband lees je dat de natiën dat plan hebben gesmeed — een samenzwering van plotters. Ze hebben dat plan gesmeed om te strijden tegen deze Koning. En in datzelfde verband staat er dat Hij die in de hemel zetelt, lacht. Het is gewoon een grap. De natiën nemen het uiterst serieus; die denken dat dit het einde is van dat piepkleine koninkrijkje Israël. Maar niettemin — dit zijn wonderlijke dingen zoals de Bijbel ze beschrijft — de Heer die in de hemel troont, spot met hen.

En dan zegt Hij: "Ik toch heb mijn Koning gesteld en gezalfd op Zion." Wat verbeeld je je wel? Ik heb dat plan al duizenden jaren klaarliggen. Ik heb niet alleen de locatie bepaald, maar ook de timing en wie het zal zijn. Het is allemaal in kannen en kruiken; het is allemaal beschreven. "Ik heb dat gedaan, en wat verbeelden jullie je nu om daar iets tegenin te brengen?" Dan blijkt ook dat God boos wordt. U zegt misschien dat dit een metafoor is, maar het zal op dat moment ook daadwerkelijk blijken.

In het algemeen is het advies: God laat niet met zich spotten. Schuif nooit zomaar zijn woord terzijde, want dat komt je duur te staan. U zegt misschien dat dit dreigend klinkt, want dat woord is als een tweesnijdend scherp zwaard. Het is bloedlink om daar tegenin te gaan, want dat woord is gewoon de waarheid. En de waarheid, u weet het hè, die is hard. "Thank God," denk ik dan. Wees blij dat die waarheid hard is, want daarom is het ook recht. Daarom kun je erop staan en erop bouwen. Op de boterzachte toezeggingen van mensen en van de heersers van de wereld kun je geen staat maken, maar op dit woord wel.

"Hij zal hen hoeden met een ijzeren knots en hij treedt de perskuip van de wijn van de woede van de boosheid van God." Dit is nogal wat: de Almachtige, de Pantokrator. Wat Hij zich voorneemt, dat gebeurt. Er is niets en niemand die Hem daarin kan weerhouden. Hij is almachtig. Hij kan niet álles — Hij kan bijvoorbeeld niet liegen — maar wat Hij wil, dat gebeurt. Hij is de Almachtige, en dan staat er...

Het Treden van de Perskuip van Gods Toorn in Edom ↑ hoofdstukken

Hij treedt de perskuip. Dat is een uitdrukking die we trouwens heel vaak in de Bijbel vinden in het kader van het eindgericht. Dat wordt vergeleken met een perskuip. U weet hoe dat gaat in de zevende maand; dan worden op de Israëlische kalender de druiven geoogst. Dat is de oogstmaand bij uitstek. De druiven worden verzameld en komen allemaal in een perskuip terecht, die vervolgens wordt getreden.

Dit is van oudsher de methodiek. Dat er tegenwoordig allerlei moderne technieken voor zijn, doet niet ter zake; vanouds werd de perskuip getreden. Degene die dat deed, werd inderdaad bespat. Zo lees je ook dat wanneer de volkeren verzameld zijn – zij hebben zichzelf verzameld, maar in werkelijkheid zijn ze verzameld doordat God Zelf hen daar gebracht heeft – het is om de perskuip te treden. Hij vertreedt de natiën in Zijn toorn. Zo staat dat er: de perskuip van de wijn, van de woede, van de boosheid.

Dat is nu duidelijk: hier treedt een God op die niet met Zich laat spotten. Als de Almachtige zal Hij optreden, en deze Ruiter op het witte paard treedt de perskuip. Ik moet hier nog aan toevoegen dat die verzamelde volkeren in Harmagedon, die daar optrekken tegen de Messias, vertreden zullen worden in Edom. Dat ligt helemaal in het zuiden van Israël, bij Bozra.

Ik ga er nu niet naartoe, maar kijkt u het maar eens na in Jesaja 63. Daar wordt het werkelijk beschreven: "Wie is het die daar van Bozra komt? Van Edom?" Edom betekent trouwens 'rood'. Wie is het die daar van Edom komt met bloedbespatte klederen? Hij die de perskuip van de toorn van God heeft getreden. Ik kan het niet exact woordelijk aanhalen, maar kijk maar eens naar die eerste verzen van Jesaja 63. Daar treedt iemand op in triomf.

Ik geloof dus dat de verzameling van de volkeren in Harmagedon plaatsvindt, in het noorden, maar dat de strijd helemaal in het zuiden plaatsvindt. Dat is opmerkelijk, want kijkt u maar eens in hoofdstuk 14 vers 20 van Openbaring. Daar leest u ook over die perskuip en dat daar zelfs een heel bloedspoor getrokken wordt. Er staat bij: 1600 stadiën.

Weet u wat 1600 stadiën zijn? Ik heb het er even bij genomen: dat is 300 kilometer. Een stadion – waar ons woord 'stadion' vandaan komt – is 180 meter. Die 1600 is veertig in het kwadraat, in ieder geval. Maar het bijzondere van die lengte is dat het de afstand is van Noord- naar Zuid-Israël. Dat is 300 kilometer, oftewel 1600 stadiën. Ze verzamelen zich daar in het noorden en dan wordt de strijd geleverd, driehonderd kilometer lager. Er wordt een heel bloedspoor getrokken. Hoe ik me dat precies moet voorstellen, weet ik niet, maar er wordt gesproken over 1600 stadiën. Het is natuurlijk niet zomaar dat dit een perskuip genoemd wordt. Wij spreken dan over een bloedbad.

Ik kan me voorstellen dat u zegt: "Goh, heb je nu niets aardigers of vrolijkers om te vertellen?" Tja, ik vertel graag gewoon de waarheid. We hebben een goed bericht, ik hoop dat dat duidelijk is, maar niettemin gaat dit ook plaatsvinden. Trouwens, ik vind het ook een goed bericht: dat er een einde gemaakt wordt aan al die hoogmoed van de mens en een wereld die denkt het beter te weten. Daar wordt werkelijk compleet en definitief een eind aan gemaakt.

Koning Der Koningen en Heere Der Heren: de Definitieve Overwinning ↑ hoofdstukken

Oh ja, dan staat er nog dit bij: 'en hij heeft op zijn kleed en op zijn dij een naam geschreven'. Namelijk op zijn dij; 'en' heeft hier vaak die betekenis van 'namelijk'. Trouwens, de dij spreekt daarvan: dat is het bovenbeen, en dat is qua spier en bot het sterkste en zwaarste deel van de benen. Ik geloof dat Rob het daar niet mee eens is. Waar zit je, Rob? Oh ja, in Huijze Breuren wordt daar nu wat anders over gedacht, maar u weet het: dit is het zwaarste deel, maar het is daarom ook een embleem van kracht. De dijbeen. Dat lijkt me niet zo moeilijk.

En dat blijkt ook wel, want er staat een naam op hem geschreven, die geschreven naam is: Koning van koningen en Heer van heren. Dus van alle koningen is hij de Koning, en voor alle heren en heerschappijen die er mogen zijn, of lagere orders van macht en heerschappij, is hij de Heer. Superieur dus; hij staat boven dat alles. Koning van koningen en Heer van heren. Dat is wie Paulus ook noemt, en hij zegt van hem: 'Die alleen onsterfelijkheid heeft.' Hij is tot dusver de enige die onsterfelijk is, namelijk degene die de dood achter zich gelaten heeft. Dat is de Koning der koningen.

Dus over de identiteit van deze Ruiter op het witte paard hoeven we totaal geen vragen te hebben. Dat is volstrekt helder. En als u zegt: 'Hoe loopt dat nou af?', ja, daar volgen nog een heel aantal verzen en daar kom ik niet aan toe. Maar ik wil ze nog wel eventjes noemen. Ik sla nu een paar verzen over, maar dan staat er vervolgens in vers 19 van hoofdstuk 19: 'En ik nam het beest waar en de koningen van de aarde en hun legers, die verzameld zijn daar in Harmagedon om oorlog te voeren tegen hem die op het paard zit.' Ja, ik lees mee: 'tegen hem die op het paard zit en tegen zijn leger.'

En dan staat erbij: 'En het beest werd gegrepen.' Het beest uit de zee namelijk. 'En het beest uit de aarde, uit het land – de valse profeet is dat.' En ze werden gegrepen en levend werden zij beiden in het meer van het vuur geworpen dat brandt in zwavel. Als u mij vraagt wat dat is: dat is gewoon de Dode Zee. Dat is inderdaad in het zuiden van Israël, een zee die al veel eerder heeft gebrand omdat het omgeven is door zwavel. Nou, dat gaat straks weer gebeuren. Er gaat nog veel meer gebeuren, maar ik zie dat ik inmiddels bij een uur aangekomen ben, dus het wordt tijd om nu te stoppen.

En als u zegt: 'Ja, maar ik vind dit wel heel erg bloederig', ja, dat is ook zo. Weet u, er staat ook in Jesaja 63 over een dag... Maar kijk, God heeft een geweldig voornemen van welbehagen om ook hier op deze wereld een rijk te vestigen van vrede en rechtvaardigheid. Ja, het is een jaar van welbehagen, maar daaraan gaat vooraf een dag van wrake. Dat zijn de verhoudingen. Als je wilt weten hoe dat ligt tussen Gods wraak en Gods welbehagen, Gods toorn en zijn liefde: zulke dingen worden heel vaak gecontrasteerd. Hij is liefde, en hij treedt op. En zijn toorn is altijd relatief kort. Relatief kort. Het is daarom een 'dag' van wraak.

En weet u wat wraak betekent? Rechtzetting. Alles wordt rechtgezet en terechtgebracht. Nou, dat is wat de Ruiter op het witte paard gaat doen. Dus, dat is wat ik vanmorgen graag met jullie wilde delen. Er staat nog heel veel op Gods programma, en succes is verzekerd. En u weet het: het begon met zwart, maar wit wint. Geweldig. Ik stel voor dat we het daarbij laten.

🎧 ruiters op een wit paard (2)
Delen: