de gelukkige God (3) Maarn 2018
27-05-2018 - Geplaatst door Andre Pietderde toespraak gehouden tijdens het GB-weekend 2018 in Maarn
Het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige GOD was aan Paulus toevertrouwd. Het is boeiend te zien hoe vaak Paulus verwijst naar wat hem is toevertrouwd en wat zijn missie is. Wat zou hij wereldkundig maken?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Het Goede Bericht Toevertrouwd aan Paulus
- Bidden en Danken voor de Overheid in Alle Eerbied
- Gods Verlangen en Doel: de Redding van Álle Mensen
- De Absolute Fundamentele Waarheid: Er Is Één God
- Christus Jezus als Enige Middelaar en Losprijs voor Allen
- Paulus Aangesteld als Heraut en Leraar van de Natiën
- Gods Voornemen en Genade Vóór de Aionische Tijden
- De Dood Tenietgedaan: het Ware Evangelie van Leven
Het Goede Bericht Toevertrouwd aan Paulus ↑ hoofdstukken
De derde studie inmiddels. We zijn halverwege de serie over de Gelukkige God. U ziet, we gaan ons vanavond eens bezighouden met het feit dat die boodschap, dat bericht, specifiek ook aan Paulus werd toevertrouwd naar zijn eigen zeggen. Want wat schreef hij ook alweer in – nou, dat is de uitvalsbasis van dit weekend – 1 Timotheüs 1 vers 11. Het moet niet moeilijk zijn om dat te onthouden, waar het dit weekend over gaat.
Ik begin even te lezen bij wat er staat in vers 10: "en al wat anders". Kijken we naar alles dan? Ja. De opname staat wel aan, maar mijn microfoontje had ik niet op. Goed dat je daar even op wijst. Ja, voor degenen die het beluisteren via het internet is dat wel zo handig. Hoewel de geluidsweergave hier erg mooi is, moet ik zeggen.
Maar goed, waar hadden we het over? Oh ja, 1 Timotheüs 1, dat is het. En dan begin ik even te lezen, midden in de zin: "en al wat anders" – al het andere waar we het vanmorgen over gehad hebben – "de gezonde leer tegenstaat". De gezonde leer die in overeenstemming is met het evangelie, of het goede bericht van de heerlijkheid, en wel van de gelukkige God waarvan Paulus zegt: "dat mij werd toevertrouwd".
Gisteren hebben we het gehad over het goede bericht van de heerlijkheid, vooral ook in verband met Christus als het icoon van God. Vanmorgen hebben we het gehad over de gezonde leer: hoezo gezonde leer? En hoezo is die gezonde leer in overeenstemming met dat bericht, dat goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God? Dat was het onderwerp van vanmorgen.
Nu vanavond gaan we het hebben over het feit dat dit goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God – dat wil zeggen de God die realiseert wat Hij voornemens is, dat wat Hij ook daadwerkelijk gaat volbrengen en daarom ook gelukkig is – dat bericht werd, zegt Paulus, aan mij toevertrouwd. Hij wijst daar heel vaak op in zijn brieven: aan dat wat aan hem is bekendgemaakt. Niet alleen over het feit dat hij specifiek als laatste trouwens van alle apostelen geroepen werd op de weg naar Damaskus, maar ook hoe hem vervolgens ook het evangelie is geleerd. Ik geloof dat ik er gisteravond nog even aan gerefereerd heb, zoals hij dat in de Galatenbrief ook zegt. En we zullen dat ook vanavond weer gaan zien.
Waartoe werd hij dan ook gesteld? Namelijk om wat dan naar voren te brengen? Eigenlijk hebben we dat nu al een aantal keren ook bezien, maar vanavond gaan we speciaal inzoomen op dat gegeven: het feit dat het aan Paulus werd toevertrouwd. We blijven vanavond eigenlijk zo'n beetje de hele tijd bij de brieven die hij schreef aan Timotheüs. Hij schreef twee persoonlijke brieven aan zijn jongere medewerker, Timotheüs.
We blijven zelfs in dezelfde brief, in 1 Timotheüs 2. Daar gaan we naartoe. We lazen dus uit 1 Timotheüs 1 en nu skippen we een aantal verzen. Dan begin ik even voor het verband, voordat ik uiteindelijk in vers 6 en 7 arriveer. Zeg ik dat goed? Nou, meer speciaal in vers 7 arriveer. Want dan maakt Paulus inderdaad dat speciale punt over het feit dat het aan hem daartoe werd toevertrouwd en wat hij dan ook daarmee zal doen. Maar eerst beginnen we maar gewoon bij vers 1 te lezen.
Bidden en Danken voor de Overheid in Alle Eerbied ↑ hoofdstukken
Hij zegt dan, hij roept dan op – zo schrijft hij aan Timotheüs: "Eerste van alles te doen smeekbeden, gebeden, voorbeden, dankzeggingen ten behoeve van alle mensen." Hoezo alle mensen? Wel, dat gaat hij straks ook verklaren. Maar ook waarom dat gebed voor hen zou zijn, en zonder uitzondering. Dat wil zeggen: zonder enig onderscheid daarin te maken.
En dan zegt hij trouwens – dat is vers 2 – wat hij als eerste noemt: ten behoeve van koningen en allen die in superioriteit zijn. Hoe zegt de NBG-vertaling dat? "De hooggeplaatsten". Ik weet dat veel mensen daar misschien heel veel moeite mee hebben. Vanmorgen hadden we het al even over mensen die als slaaf gesteld zijn, wat we vandaag niet meer als maatschappelijk verschijnsel hier kennen. Maar je zal maar als slaaf gesteld zijn; wat moet je dan met je superieuren? Paulus predikt geen revolutie, integendeel. En dat zien we eigenlijk ook als het gaat om de politieke setting, want daarover heeft hij het dan: ten behoeve van koningen en allen die in superioriteit zijn. Hooggeplaatsten die boven ons geplaatst zijn, de overheden, de machten.
Zouden wij daar onze stem tegen laten horen? Jawel, maar naar God toe. Om voor hen te bidden en niet in het minst ook om voor hen te danken. Nogmaals, het motief komt later. Maar eerst zegt hij nog: "...opdat wij stil en rustig ons leven zullen doorbrengen in alle eerbied." Dat is het woord waar we het vanmorgen ook al even over hebben gehad, waar we op ingezoomd hebben: wat dat is. De eerbied namelijk naar God toe. De godsvrucht, daar heeft het ook alles mee te maken. In de NBG-vertaling wordt dit ook zo vertaald: "in alle godsvrucht". Dat wil zeggen: de eerbied voor God. De leer waar we het vanmorgen ook over hadden, dat is de leer van de godsvrucht. Dat wil zeggen de vreze voor God, het ontzag voor die grote God. En waarom Hij zo ontzagwekkend is? Waar het om gaat, is dat we zouden leven in eerbied naar Hem en dan ook in eerbaarheid. Dat wil zeggen: op een eerbare wijze. Dat hoort erbij, dat past bij die eerbied.
Maar dan ook even dit: "stil en rustig". Dat wil zeggen: zich schikkend in de situatie waarin we geplaatst zijn en de overheden en de koningen niet rebellerend tegemoet treden. Niet je stem naar hen toe verheffen. Voor zover we onze stem al verheffen, dan is het ten behoeve van hen, namelijk naar God toe. Wij zouden in dit leven, als het gaat om het politieke en maatschappelijke leven, ons rustig schikken en ook degenen erkennen die God boven ons geplaatst heeft.
Ik moet zeggen dat ik dat trouwens ook al een goede tijding vind: dat we ons daar dus ook helemaal niet druk over hoeven te maken. We mogen voor de mensen die over ons regeren bidden en danken. We zijn zo enorm bevoorrecht dat we in een vrij land mogen leven waar we ook zulke samenkomsten kunnen houden. Ik weet dat het een mode is in Nederland om altijd maar te mopperen en te zeuren over wat er gaande is en dat de overheden het allemaal zo slecht doen. Nou, ik denk wel eens: kijk eens even over de grens. Er zijn weinig landen waar het zo goed toeven is als hier. Er zijn zoveel redenen om God daar inderdaad voor te danken. Reden te meer om stil en rustig, in dankbaarheid, ons leven door te brengen in alle eerbied en eerbaarheid. Maar dit is eigenlijk niet het hoofdonderwerp; dit is nog maar de inleiding, want het gaat erom hoe Paulus dit vervolgens motiveert.
Gods Verlangen en Doel: de Redding van Álle Mensen ↑ hoofdstukken
Want we moeten natuurlijk naar onze onderwerpen. Hij zegt dan: dit is voortreffelijk, of dit is ideaal, of dit is mooi. Het is goed in de kwalitatieve zin van het woord; dat is eigenlijk de betekenis van het woord dat hij hier gebruikt. Voortreffelijk en welkom. Op een gegeven moment staat er 'aangenaam', maar de gedachte blijft natuurlijk dezelfde. Voor wie? Wel, voor God, onze Redder.
Want waar hadden we het vanmorgen over? Over de gezonde leer. En wat was die leer? Dat was de leer van God, onze Redder. De leer van God, onze Redder, versier in alles. Want de genade van God is verschenen, of verschijnt tijdloos – gewoon het feit wordt gesteld: de genade van God verschijnt. Redding voor alle mensen, dat was het. Dat was die leer.
Hier zegt Paulus dat weer: dit is voortreffelijk en welkom voor God, onze Redder. Nadat hij eerst opriep om te bidden en te danken voor alle mensen, zegt hij dat dit goed, voortreffelijk en welkom is voor God, onze Redder. Die wil, onze Redder, die wil dat alle mensen gered worden en tot besef van waarheid komen.
Wat wil God? En hoezo bidden en danken voor alle mensen? Wel, God is onze Redder, en dat is iets wat we gemeenschappelijk hebben met alle mensen. Alle mensen kunnen zeggen: God is onze Redder. Hoezo is God onze Redder? Vanmorgen hebben we dat ook al gelezen, achterin de brief in 1 Timotheüs 4, waar inderdaad staat dat God de Redder is van alle mensen. Dus als hier staat 'God onze Redder', dan gaat het inderdaad over de Redder van alle mensen. Waarom? Wel, God wil dat alle mensen gered worden.
Dat zou het einde van alle tegenspraak moeten zijn. Ik weet dat mensen het in de christelijke traditie meestal omgekeerd gebruiken. Het is populair om te zeggen: 'Ja, God wil dat wel, maar...' Het klinkt nog net niet als: 'Ja, God kan zoveel willen', maar dat scheelt niet veel. Er zijn eigenlijk twee standaardreacties op dit gegeven, dat is wel leuk tussendoor. Ik ben zelf reformatorisch grootgebracht en dan heb je de kanttekeningen van de Statenvertaling. Dat is heel opmerkelijk. Als je 1 Timotheüs 2 vers 4 raadpleegt, wat zeggen de kanttekenaars van de Statenvertaling dan? 'God wil dat alle mensen gered worden', dat zijn niet alle mensen, maar dat zijn allerlei mensen. Alle soorten van mensen. Kijk het maar na, dat verzin ik niet. Ik kan het niet letterlijk zo reproduceren, maar woorden van deze strekking vind je daar. Want hoe verdedigen zij dat? 'Als God zou willen dat alle mensen gered worden,' zeggen de kanttekenaars, 'ja, dan worden alle mensen ook gered. God is immers soeverein. Als Hij dat wilde, dan gebeurt dat.' En ik denk: amen!
Maar wij zeggen dan: 'Ja, maar als dat zo is, dan kan allen niet werkelijk allen zijn.' Dan moeten we de tekst een aanslag opleggen of in ieder geval in betekenis gaan reduceren; reductie plegen op de tekst. Daarnaast heb je een hele andere groep: de Arminianen. Dat is eigenlijk wat verreweg de meeste protestantse christenen in ons land tegenwoordig zijn. Ook degenen die van calvinistische huize zijn, zijn feitelijk Arminianen. Want die zeggen: 'Ja, God wil wel dat alle mensen gered worden, maar daar is dan ook nog de mens. De mens moet ook willen.' God wil het wel, dus aan Hem ligt het niet, maar als de mens het niet wil... En dan komt de leer van de vrije wil om de hoek. De mens heeft een keuze en uiteindelijk is dat allesbepalend. Dat is heel sneu voor God. Als dat namelijk zo is, dan is God afhankelijk van de mens en van Zijn eigen schepselen. Een bizarre gedachte.
Maar dat betekent dan ook dat God nooit een gelukkige God kan zijn. Dat wil zeggen: als Hij wil dat alle mensen gered worden en niet alle mensen worden gered, dan is Hij dus ongelukkig. De geliefde schepselen die Hij het beste toewenst, maar Hij kan dat niet realiseren? Nou, dan is Hij dus sneu, dat is zielig. Dan heb je geen goed bericht. Dat is niet het goede bericht van de gelukkige God. Nee, het verhaal is gewoon: God is onze Redder. En waarom is Hij onze Redder? Wel, Hij wil dat alle mensen gered worden. Dat is het.
Er staat bij: 'tot besef van waarheid komen'. Welke waarheid? Het meest eenvoudige antwoord op deze vraag is wat hier in dit vers staat: dat God wil dat alle mensen gered worden. Alle mensen zouden dat moeten beseffen. Ik zal u straks ook laten zien dat Paulus daarvoor een heraut was. Dat was de boodschap die hij vervolgens wereldkundig ging maken. Alle mensen moeten weten: er is een God, en God wil dat alle mensen gered worden. Elk mens moet dat weten, want dit is de waarheid. Vergis je niet.
De Absolute Fundamentele Waarheid: Er Is Één God ↑ hoofdstukken
Want er staat: er is één God. Ik zei net dat God wil dat alle mensen gered worden, en dat is waarom ik het nu even wat preciezer zeg. Ik zei zojuist: er is een God. Ja, dat is een onbepaald lidwoord, een God. Maar het is niet alleen maar een God; er is één God. Dat is een bepaald telwoord: één God. En dat 'want er is één God', dat klinkt zo majestueus. Het brengt ons trouwens ook iedere keer weer direct, linksom of rechtsom, bij de waarheid en het grote thema van dit weekend, namelijk de gelukkige God.
Er is één God. Dat is trouwens ook logisch, want als je namelijk meer goden zou hebben, dan zou God geen God meer zijn. Ik zeg wel eens: er is of één God, of er is geen God. Want stel je voor dat er twee goden zouden zijn. Een kenmerk van God is dat Hij almachtig is. Maar stel je voor dat er twee almachtig zijn, dan zou de tweede God ongedaan kunnen maken wat de eerste God wil. Maar dan is Hij niet meer almachtig. Het feit dat Hij God is en doet wat Hem voor ogen staat en wat Hij wil – Zijn almacht – veronderstelt ook dat er maar één kan zijn. Hij is God.
Want er is één God. Eigenlijk is dit de meest basale Bijbelse waarheid. Dat verzin ik niet, dat werd al tegen Israël gezegd en elke Jood neemt dat ook dagelijks op de lippen: het Sjema. 'Hoor Israël, de Heere is onze God, de Heere is één!' Of: 'Yahweh, onze God, Hashem is één.' Er is maar één God. Eigenlijk is dat ook de enige geloofsbelijdenis, het enige dogma zo u wilt, dat zij hebben. En als een schriftgeleerde bij de Heere Jezus komt en vraagt wat het grootste gebod is, dan geeft de Heere Jezus daar een antwoord – ik lees het na in Marcus 12: 'Hoor Israël, de Heere is onze God, de Heere is één!' En dan: 'Gij zult de Heere uw God liefhebben.' Als je eenmaal weet dat er één God is, dan is dat zo’n enorme krachtbron. Ook om Hem lief te hebben met heel je hart, met heel je ziel, met al je kracht en met al je verstand, en daarmee ook de naaste als jezelf. Dat vloeit eigenlijk allemaal uit elkaar voort.
Er is één God en dat woordje 'God' is Theos. Dat is in het Grieks eigenlijk afgeleid van een werkwoord dat 'stellen' of 'plaatsen' betekent. God is – als je het woord neemt in de betekenis zoals het zich in het Grieks aandient – de Plaatsers. Wie of wat is God? Laat ik eens een ander antwoord geven op de vraag wat het woord 'God' betekent: Wel, degene die alles plaatst, die alles een plek geeft. Er is niets wat plaatsvindt zonder dat Hij het een plaats geeft. Geweldige gedachte. Waarom gebeuren dingen? Waarom vindt iets plaats? Hij geeft het een plek. Er is één God en omdat er maar één God is, geeft Hij ook alles een plek.
En als er maar één God is en die ene God wil dat alle mensen gered worden, nou, dan gebeurt dat, want er kan niets Hem daarvan weerhouden. Ja, tenzij je het Arminianisme volgt. Arminianisme, dat wil zeggen de leer dat de mens een vrije wil heeft. Dat komt er eigenlijk op neer dat we in een gigantisch pantheon terechtkomen, een veelgodendom. Want eigenlijk is de hele mensheid dan één grote verzameling van allemaal goden die de wil van God kunnen dwarsbomen. God wil dat alle mensen gered worden, maar als de mens het niet wil, dan gebeurt er niets. Nou, dan ben je feitelijk als mens met een vrije wil in staat God te dwarsbomen, maar dan heb je niet meer één God. Zie je hoe problematisch dat is?
Nee, de waarheid is: God wil dat alle mensen gered worden en tot besef komen. Niet alleen tot erkenning, maar tot besef: epignosis, dat was het woord. Tot besef en erkentenis, maar vooral ook het realiseren van de waarheid. Deze geweldige waarheid van wie God is: want er is één God. Er is geen waarheid die zo simpel is als deze. Iedere keer is het antwoord op de vraag 'waarom?': 'Ja, omdat er één God is.' Welke filosofische vraag je ook voorlegt, uiteindelijk kom je bij deze waarheid uit. Ja mensen, er is één God. En omdat er maar één God is die alles beschikt en die een plan heeft, en Hij wil dat alle mensen gered worden, worden alle mensen ook gered. Want waarom? Hij wil dat, en Zijn wil zal geschieden. Hij heeft het eerste woord en het laatste woord. Hij is de Beschikker. Geweldig. Paulus zegt: er is één God. En dat zou in feite antwoord moeten geven op die grote vraag of dat wat God wil ook echt gebeurt. Natuurlijk, want er is maar één God. Dus het antwoord vind je eigenlijk al meteen in vers 5, voor zover het je op een andere manier al zou ontgaan. Want er is één God en, zegt hij, nog zoiets.
Christus Jezus als Enige Middelaar en Losprijs voor Allen ↑ hoofdstukken
Want er is één God en één middelaar van God en mensen. Een middelaar, dat is degene die tussen God en mensen in staat. Dat wil zeggen – God, daar hebben we het gisteren ook over gehad – Christus Jezus, de mens Christus Jezus, Hij is Gods icoon. Hoe kennen wij God, de Onzienlijke? Wel, doordat Hij Zich zichtbaar maakt, Zich uitbeeldt in Hem. God komt naar ons toe in en door en via Hem. Omgekeerd trouwens ook, want de mensheid komt tot God via Hem. Er is geen andere weg. Dus Hij is met recht de middelaar. Zo uniek als God is, zo uniek is ook de middelaar.
Christus Jezus is niet de ene God. Nee, ik weet het, er is heel veel theologie; sterker nog, daar zijn alle dogma's van uitgegaan en mee begonnen, met Nicaea en met de leer van de drie-eenheid, waar geen mens een touw aan vast kan knopen. Dat meen ik echt zo. Vraag het ook maar eens aan theologen hoe dat dan zit, en dan zeggen ze allemaal: "Dat is een mysterie." En dan vraag je: "Ja, maar waar staat het in de Bijbel?" Dan zeggen ze: "Nee, het staat niet in de Bijbel, dat hebben we zelf geconcludeerd." Kortom, zij hebben zelf de mist opgetrokken, terwijl de Schrift volstrekt helder is. Er is één God. Simpel. Één God. En er is ook één middelaar.
Het unieke van Zijn positie en van Zijn rol, als ik het zo mag zeggen, is dat Hij als enige de middelaar is van God en mensen. En wie is Hij dan? De mens Christus Jezus. Dat is trouwens de typische benadering zoals Paulus Hem altijd noemt. U vindt die term een stuk of honderd keer in de brieven, en altijd bij Paulus. Zoals Paulus Hem ook kende als Christus: de opgestane, de verheerlijkte, Degene die hier op aarde de mens Jezus was. Maar hij kende Hem in de eerste plaats als de verheerlijkte, als de Christus. Vandaar ook die volgorde. En dan zegt hij er nog iets bij over die mens Christus Jezus, die de ene middelaar is van God en mensen en die Zichzelf geeft tot een losprijs ten behoeve van allen.
Die ene middelaar die God gegeven heeft, of wie daar is tussen God en mensen, Hij betaalde een prijs. Hij betaalde niet een prijs om de schuld te betalen aan God. Ik weet dat ook dat een theologische gedachte is, om de schuld te betalen aan God. Nee, de gedachte is niet dat Hij betaalde... Wel, Hij betaalde wel een prijs, maar dat was niet een schuld aan God, maar dat was er om ons te verlossen. In feite betaal je een losprijs niet aan degene die je verlost, maar aan degene van wie je verlost moet worden. Nee, die ga ik nu niet uitleggen, want dat zou te ver voeren, maar denk er maar eens over na. Een losprijs.
Het gaat mij nu vooral eventjes niet zozeer om het feit dat Hij een prijs betaalt om ons te verlossen. De mensheid is gevangen in de macht van de dood en van de zonde, en Hij heeft de prijs betaald. Hij stierf de dood, ja, de dood van het kruis. En voor wie betaalde Hij die prijs? Wel, zegt Paulus: ten behoeve van allen. God wil dat alle mensen gered worden, en er is ook maar één God, maar ook één middelaar. En die ene middelaar gaf Zichzelf tot een losprijs om allen te verlossen. Ten behoeve van wie? Nou, voor allen. Ziet u ook de logica? Iedere keer weer die nadruk op dat universele. Er is één God, dat is uniek, maar omdat Hij één God is, is het ook universeel en alomvattend wat Hij wil, maar ook wat Hij realiseert, in dit geval ook middels de middelaar Christus Jezus.
Dus Hij gaf Zichzelf ten behoeve van allen. Alleen al die gedachte dat er ooit in deze wereld een prijs betaald werd en dat daarmee alle mensen gekocht en betaald werden... Ik moet dan altijd denken aan waar ik mee groot geworden ben, met Zondag 1. Misschien wat overdreven, maar ik hoorde het altijd: "Wat is uw enige troost in leven en in sterven?" Dan is het antwoord in de Heidelberger Catechismus: "Dat ik niet van mijzelf ben, maar dat ik het eigendom ben van Hem." Weet u wat nou zo geweldig is? Die waarheid dat ik het eigendom ben van Hem, die geldt voor elk menskind. We zijn sowieso Zijn creatie. We zijn van Hem, maar elk mens is ook gekocht en betaald. Elk menskind. God wil daarom dat alle mensen gered worden. En als Hij dan een middelaar geeft, wat doet Die dan? Nou, precies dat realiseren: Die gaf Zichzelf tot een losprijs.
Dat een mens verlost moet worden, lijkt me toch een duidelijke zaak. We leven allemaal, hoe dan ook en hoe zonnig het hier ook is en hoe vrolijk we het ook allemaal kunnen hebben, in een vergankelijke wereld die onderhevig is niet alleen maar aan de dood en de vergankelijkheid, maar ook nog eens een keer aan de zonde. En daarvan wordt een mens verlost. Oké, ieder op zijn tijd, maar niettemin staat dat feit: Hij gaf Zichzelf ten behoeve van allen.
En dan staat erbij: "het getuigenis bij gelegenheden". Dat betekent in dit geval, als u mij vraagt, ook gewoon dat die allen hiervan bij gelegenheid ook zullen getuigen. Alle mensen zullen bij gelegenheid inderdaad getuigen van de losprijs die voor hen is betaald. Elke knie gaat buigen en elke tong zal belijden: "Jezus, Hij is Heer!" Waarom? Hij betaalde de losprijs. Het getuigenis bij gelegenheden, daarin ligt ook al besloten: wel, het is succesvol werk. De middelaar, dat is die gelukkige man waar we het gisteravond over hadden, die al wat hij onderneemt... En als Hij Zichzelf gaf tot een losprijs voor allen, wel, lukt Hem dat ook? Wordt Zijn missie volbracht? Of is het zoals het in het christelijke jargon wordt gepresenteerd? Dat geeft ook het armentierige er meteen aan, namelijk van: "Ja, het is ooit fout gegaan en God probeert nog te redden wat er te redden valt." Maar dat is niet de gelukkige God. Dat is niet de ene God.
Ik denk ook dat er een relatie zit in het feit dat men al vroeg in de kerkgeschiedenis gemorreld heeft aan die fundamentele waarheid van de ene God. Dat betekende ook dat men tegelijkertijd ging morrelen, om niet te zeggen tegenspreken – want dat is het eigenlijk – aan die universaliteit van Gods wil, namelijk dat alle mensen gered worden en komen tot besef van die waarheid. Nou, en dan zegt Paulus...
Paulus Aangesteld als Heraut en Leraar van de Natiën ↑ hoofdstukken
En nu zijn we eindelijk bij vers 7 aangekomen, want de vraag was: wat is dat goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God dat aan Paulus was toevertrouwd? Daarop zoomen we nu in. Paulus zegt, nadat hij verteld heeft over die ene God en wat Hij wil, en over die ene Middelaar en wat Hij gedaan heeft – namelijk Zichzelf geven tot een losprijs voor allen – nu: "waarin ik werd gesteld".
Heb je weer dat woord: waarin ik werd geplaatst. Hier wordt eigenlijk het werkwoord gebruikt waar het woord 'God' van afgeleid is, namelijk 'plaatsen'. Hij zegt: ik werd daarin neergezet. "Waarin ik werd gesteld," en dan zegt hij: als heraut. Wat doet een heraut? Hij kondigt af en maakt het nieuws bekend. Dit is precies wat Paulus wereldkundig moest maken. Waarom? Wel, er is één God die wil dat alle mensen gered worden en komen tot besef van de waarheid. Paulus zegt: ik ben daartoe gesteld. Dat moet dus verteld worden. Hoe zouden mensen tot besef van de waarheid komen als ze het niet te horen krijgen? Paulus zegt: ik ben gesteld om dat als heraut af te kondigen en te vertellen. Iedereen moet weten: er is één God en Hij wil dat alle mensen gered worden. Door de Middelaar realiseert Hij dat ook, want Hij gaf Zich tot een losprijs voor allen.
Hij zegt: "en ik werd gesteld als heraut en als afgevaardigde". Dat wil zeggen dat hij officieel ook de apostel is. Eigenlijk staat hier 'apostel', maar apostel betekent iemand die afgevaardigd wordt. Hij is officieel afgevaardigd door Christus Jezus Zelf, door Hem geroepen. Paulus is de laatste apostel. Hij zegt: ik ben een heraut, ik ben speciaal afgevaardigd. En dan benadrukt hij nog eens hoe menens dit voor hem is en dat hier geen letter aan te veel of te weinig is. Hij zegt: "waarheid spreek ik, ik lieg niet. Ik ben een leraar van de natiën, in geloof en waarheid."
Nu dus de vraag: wat is nu dat goede bericht van de gelukkige God dat aan Paulus was toevertrouwd? Hier zegt hij het weer. Eigenlijk legt hij het hier in dit tweede hoofdstuk nog specifieker en meer in detail uit waarom God de gelukkige God is. Wel, Hij wil dat alle mensen gered worden en Hij doet dat ook. Paulus zegt: ik ben gesteld om dat uit te bazuinen, iedereen moet het weten. Hij is daartoe speciaal afgevaardigd als een leraar van de natiën.
Mooi hè? Ik vind het zo, sinds ik ook die – nu ga ik het even theologisch zeggen, ik zal dat niet te vaak doen – hermeneutische sleutel heb gevonden. Hermeneutiek, kent u dat woord? Even tussendoor, dan leert u ook nog eens wat op dat gebied. Hermeneutiek is de leer van de uitlegkunde: hoe leg je de Bijbel uit? Dat is een speciaal vak en dat begrijp ik heel goed. Maar het mooie is dat we dat niet hoeven te verzinnen, want de Schrift legt zichzelf uit. Hoe kunnen we de Bijbel verstaan? Mensen zeggen: "Ja, de Bijbel is een moeilijk boek." En dan zeg ik: "Ja, en daar hebben we dus een leraar voor nodig." Wij zijn mensen die niet uit het volk van Israël voortkomen, wij zijn mensen uit de natiën. God maakt vandaag een omweg en Israël staat tijdelijk terzijde, maar nu gaat het naar de natiën toe.
Hoe zit de vork aan de steel? Hoe verstaan we nu die Bijbel? Mensen vragen: "Waar begin ik nu in de Bijbel?" Dan zeg ik: begin gewoon bij onze schoolmeester, bij onze leraar. De leraar van de natiën. Hij zegt: ik ben daartoe gesteld om dat te zijn. Niet alleen maar om het als heraut aan te kondigen, maar ook om het te onderwijzen. Wie te onderwijzen? De natiën. Iedereen uit de natiën moet het weten. Paulus zegt: ik mag de waarheid vertellen die Israël trouwens al weet – van de ene God bedoel ik dan. In Israël hoef je niet te vertellen dat er één God is, dat weten ze maar al te goed. Van christenen zeggen de meeste orthodoxe Joden dat het eigenlijk verkapte polytheïsten zijn, een verkapt meergodendom. Dat zeggen moslims trouwens ook. Ze zeggen: "Jullie zeggen wel monotheïsten te zijn, maar in werkelijkheid hebben jullie meer goden." Dan zeggen wij: "Nee, nee, nee." En dan denk je: "Ja, jawel." De moslims hebben heel wat beter begrepen dat er één God is dan de christenen. Laat ik het dan zo zeggen; zo, heb ik dat ook eens gezegd.
Paulus is een leraar van de natiën. Hoe zouden we de Schrift kunnen verstaan? Je moet bij hem wezen. Dat is de wijze waarop we ook geïntroduceerd worden in die enorme bibliotheek van zeventig boeken. Die laten zich verstaan als je gewoon bij Paulus begint. Bij hem moet je wezen. Waarom? Omdat hij van Godswege gesteld is tot leraar van de natiën, in geloof en waarheid. Nu neem ik u nog even naar een andere Schriftplaats mee.
Gods Voornemen en Genade Vóór de Aionische Tijden ↑ hoofdstukken
En dat is 2 Timotheüs 1. Daar zegt hij namelijk ook weer waartoe hij werd gesteld en de boodschap die hem was toevertrouwd. U ziet, we zijn deze dagen heel erg met de persoonlijke brieven van Paulus bezig: de brief aan Timotheüs en ook de brief aan Titus. Ik neem u mee naar 2 Timotheüs 1 en ik begin te lezen in vers 8. Dat zijn prachtige woorden. Dit is trouwens zijn laatste brief; men noemt het ook wel Paulus' geestelijk testament. Hij schrijft dit aan Timotheüs vlak voor zijn executie. In het laatste hoofdstuk schrijft hij dat zijn executie voor de deur staat. De hele Schrift is van grote waarde, maar je luistert toch altijd in het bijzonder naar iemands laatste woorden. Als je nog maar heel weinig tijd hebt, wat spreek je dan uit? Nou, datgene wat je nog gezegd wilt hebben en wat je speciaal benadrukt wilt zien.
Paulus zegt dan dit tegen Timotheüs: "Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer, noch voor de gevangene van Hem" – ik dus, zegt hij, want Paulus was die gevangene. Hij zegt: "Maar lijd samen kwaad in het goede bericht naar vermogen van God." Dat wil zeggen: God geeft je daarvoor ook de kracht, het vermogen om inderdaad daarvoor te lijden. Kijk, je zou zeggen: om een goed bericht te delen is toch prachtig? Wat is er mooier dan het vertellen van een blijde tijding? In de praktijk is het echter een echte strijd. Waarom? Omdat het wordt bestreden. Paulus wist er alles van, want hij was een gevangene omdat hij dat goede bericht vertelde. Maar dat wordt niet in dank afgenomen, zoals de waarheid trouwens nooit in deze boze aion in dank wordt afgenomen. Het wordt onderdrukt; dat is het lot van de waarheid.
Dit woord 'getuigenis' is overigens waar ons woord 'martelaar' van afgeleid is: marturion. Ons woord martelaar betekent eigenlijk gewoon iemand die getuigt. Het is heel geestig hoe dat werkt. Een martelaar is strikt genomen feitelijk een getuige, maar bij ons heeft het de betekenis gekregen van iemand die voor een getuigenis omgebracht wordt. Daarin ligt eigenlijk al besloten: als je van de waarheid spreekt, weet dan wat je lot is. Als je het getuigenis doorgeeft, dan word je een martelaar. Paulus was dat ook inderdaad. Het is eigenaardig hoe dat zo met woorden kan werken, maar voor het getuigen van de waarheid moet je de moed hebben.
Hij zegt dus: "Schaam je niet voor het getuigenis van onze Heer, noch voor de gevangene van Hem, maar lijd samen kwaad in het goede bericht naar vermogen van God." Want Hij geeft jou daarvoor ook de kracht. Hij geeft dat getuigenis en reken maar dat je ook inderdaad de kracht krijgt die je nodig hebt. Vanmorgen hadden we hier aan tafel nog een gesprek met mensen die hier wel van weten, maar er liever niet over spreken omdat ze anders broodeloos worden, er problemen door ondervinden of dat soort dingen. Ik ken die verhalen genoeg. Maar dacht u nou echt dat God u niet de kracht geeft die nodig is als u uitkomt voor Zijn woord? Echt wel, en daar komt u ook nooit bedrogen mee uit. Wees u daarvan bewust: Paulus zegt dat u zich daarvoor niet moet schamen en dat Hij u ook daarvoor dat vermogen geeft.
En dan even verder, want er staat: "God die ons redt." In de meeste vertalingen wordt dit weergegeven in de voltooid tegenwoordige tijd: "die ons gered heeft". Maar er staat hier eigenlijk een aorist, een tijdloze vorm. Het feit wordt gesteld: God die ons redt en roept in een heilige roeping. Dat wil zeggen: in een roeping waarin Hij mensen apart stelt. Als Hij roept, dan word je dus een aparteling. Dat is wat wij hier allemaal met elkaar zijn. En ja, als je dan al die apartelingen bij elkaar zet, is dat ook wel weer apart.
Hij redt en roept in een heilige roeping en hij zegt er dan ook bij: "Niet naar onze werken." Daar wist Paulus trouwens alles van. Hij redt en roept, en dat is niet op grond van jouw verdiensten. Dat je het zo goed gedaan hebt, heeft er niets mee te maken. Hij verklaart dat ook, want dan zegt hij: "Maar naar Zijn eigen voornemen en genade." Dus Hij redt en roept niet omdat wij iets hebben gedaan of omdat we iets verdienen. Waarom dan wel? Omdat God een voornemen had. Voordat wij geroepen werden, had God ons al op het oog: "Jou moet Ik hebben, jou ga Ik gebruiken, jou roep Ik en jou red Ik op Mijn tijd." Het is naar Zijn eigen voornemen, en bovendien is het genade. Het is gratis, om niets; je kunt er niets voor doen. Dat onderstreept nogmaals dat het niet naar onze werken is. Het wordt aan ons gegeven in Christus Jezus; in Hem ligt het allemaal verankerd. Dat moet inmiddels toch duidelijk zijn.
Dan staat er nog iets bij: "Vóór eeuwige tijden," of eigenlijk: "Vóór aionische tijden." Wat een prachtig woord is dat. Als ergens uit blijkt dat een aion niet een eindeloze eeuwigheid is – zoals de vertalers er meestal van maken – dan is het wel in zo'n woord. De tijden van de aionen, de aionische tijden, hebben een aanvang. Voordat die wereldtijdperken, voordat die aionen gingen lopen, had God al een voornemen en toen was het allemaal al in kannen en kruiken. Daar word ik nou echt blij van. Waarom? Omdat het betekent dat Zijn redding en de roeping totaal losstaan van mijn leven en mijn werken. Het is niet omdat ik het verdien; Hij heeft een voornemen, een plan. En dat had Hij al vóórdat de aionen, de wereldtijdperken, begonnen te lopen.
Uit deze term blijkt trouwens niet alleen dat aionische tijden ooit een begin hebben gehad, maar het blijkt ook dat een aionische tijd weer opgevolgd wordt door een andere aionische tijd; een wereldtijdperk zo u wilt. God heeft een plan van aionen. Begrijpt u trouwens ook hoe fataal de vertaling 'eeuwig' is in de zin van eindeloos? Dan kan dat hele evangelie niet waar zijn. Want als 'eeuwig' eindeloos zou zijn, dan is een eeuwige straf en een eeuwig oordeel ook eindeloos, en dan is Hij niet de Redder van alle mensen. Maar dat is niet zo. God heeft een plan van aionen en voordat de aionen gingen lopen had Hij dat voornemen al. Paulus zegt dat die redding en die roeping toen al vastlagen, vóór de aionische tijden.
Ik zou daar meer over willen zeggen, maar ik wil naar vers 11 toe. Dan zegt hij nog dit: dat voornemen had Hij al vóór de aionische tijden, maar het wordt nu geopenbaard door de verschijning van onze Redder, namelijk Christus Jezus. God redt door Hem. God is de Redder en hoe doet Hij dat? Door Christus Jezus.
De Dood Tenietgedaan: het Ware Evangelie van Leven ↑ hoofdstukken
En dan zegt Paulus erbij: "...die de dood tenietdoet en leven en onvergankelijkheid aan het licht brengt." Hoe? Door het goede bericht, door het evangelie. Lees goed wat hier staat en laat deze machtige waarheid eens goed op u inwerken. Het gaat over onze Redder. En wat doet onze Redder? Wel, Hij doet de dood teniet. Door de dood teniet te doen, brengt Hij leven en onvergankelijkheid aan het licht.
De weergave dat dit al gebeurd zou zijn, klopt overigens niet. Paulus zegt in 1 Korinthiërs 15 dat Christus moet heersen totdat Hij de dood als laatste vijand teniet zal doen. De dood is weliswaar overwonnen, tweeduizend jaar geleden, toen Hij als Eersteling verrees, maar de dood moet nog tenietgedaan worden. Zolang er nog één sterveling is, of zolang er nog iemand in de dood is, is de dood niet tenietgedaan. En wat doet God door Zijn Zoon, de Eersteling? Hij doet de dood teniet. Weet u hoe? Door alle mensen levend te maken. Hij geeft het leven dat Hij tweeduizend jaar geleden aan het licht bracht: onvergankelijkheid, echt leven. Dat krijgen alle mensen. En als alle mensen levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer. Ook dit, beste mensen, is zo simpel en zo eenvoudig: Hij doet de dood teniet.
Dat betekent overigens nog iets. Het goede bericht, het evangelie, brengt aan het licht dat de dood tenietgedaan wordt. Ik durf zelfs nog een stap verder te gaan: als de dood niet tenietgedaan wordt – oftewel: als niet álle mensen worden levend gemaakt – dan is dat simpelweg geen evangelie. Het evangelie is nu juist evangelie omdat de dood tenietgedaan wordt. Het is dan ook vreselijk als er vanaf de kansels wordt verteld: "God wil jou wel redden, maar als jij dat niet wilt, dan rest jou..." Ik gebruik de termen die men daarvoor bezigt: "...dan eindig je in de nimmer eindigende dood, de eindeloze verdoemenis", of woorden van gelijke strekking.
Laat ik u dit zeggen: op het moment dat u een boodschap hoort waarin gesproken wordt over een nimmer eindigende dood, of de "eeuwige dood" in de zin van eindeloosheid, dan heeft u niet te maken met het evangelie zoals Paulus dat vertelde. Waarom niet? Omdat het evangelie juist aan het licht brengt dat de dood tenietgedaan wordt. Het brengt leven en onvergankelijkheid aan het licht. Als de dood tenietgedaan wordt, blijft er alleen maar leven over. Zo scherp is het en zo machtig is het ook.
In 2 Timotheüs 1 vers 11 zegt Paulus: "...waartoe ik werd geplaatst als heraut en afgevaardigde en leraar van natiën." Dit had hij te vertellen: één God, één Middelaar, alle mensen moeten gered worden. Hij is een Redder van alle mensen. En wie is Christus Jezus? Hij is Degene die de dood tenietdoet. Het is weliswaar de laatste vijand en het duurt nog even voordat de dood tenietgedaan wordt – er gaan nog aionen volgen voordat de dood uiteindelijk tenietgedaan wordt en God alles in allen zal worden – maar het feit staat vast: dat is het evangelie. Paulus zegt: "Dat goede bericht, de blijde tijding, het evangelie; waartoe ik werd geplaatst." Deze boodschap had hij te melden en hij had ook niets anders.
Feitelijk is het een soort 'mission statement', zoals dat in het bedrijfsleven genoemd wordt. Of in een 'elevator pitch', in een paar zinnen: wat heb je nou te melden? Dat er één God is, één Middelaar, en dat Hij gelukkig is. Je kunt het op allerlei manieren vertellen, maar iedere keer is de clou van de boodschap dat Hij gelukkig is en dat Hij dit ook daadwerkelijk tot stand brengt. Dat is wat dit bericht zo eindeloos goed maakt. Daartoe werd Paulus aangesteld en afgevaardigd, en dat onderwees hij aan de natiën, opdat mensen zouden komen tot besef van de waarheid. Dat is wat God wil. Geweldig toch?
UltimateGoodNews