de zeventig weken van Daniel – vers 26
26-09-2026 - Geplaatst door Andre PietMaarn
De Messias die zou komen wordt bepaald niet door zijn volk verwelkomt. Integendeel, Hij wordt uitgeroeid zonder te hebben wat Hem als vorst toekomt: heerschappij. Om die reden wordt het volk van deze komende vorst verantwoordelijk gehouden voor de verwoesting van stad en heiligdom. En tot de voleinding aan toe is verwoesting vastbesloten en zal oorlog het dominante decor van de stad zijn.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Het Afsnijden van de Messias Na de 62 Weken ↑ hoofdstukken
Wij hebben nog wel een aantal verzen te gaan, en wel heel belangwekkende verzen voor het verstaan van het geheel. We houden ons bezig met Daniël 9 vers 26, en dat gaat over na de tweeënzestig weken. Als er staat 'na de tweeënzestig weken', dan staat er eigenlijk 'na de zeven en tweeënzestig weken'. Zo begint vers 26 namelijk ook. Zojuist, in de vorige studie, heeft Gerard al naar voren gebracht dat die zeven en tweeënzestig weken te maken hebben met de herbouw van de stad Jeruzalem, en vervolgens nog tweeënzestig weken tot aan Messias, de Vorst. Dat is zojuist ook door Gerard getoond: die tweeënzestig weken eindigen op het moment dat de Messias zich aandient en zijn publieke optreden aanvangt. Vandaar dus ook de prediking van Jezus vanaf dat moment: de tijd is vervuld. Dat was het goede bericht in die dagen.
Dan pak ik nu de draad op. We waren al in vers 25 en na de tweeënzestig weken — deze onderverdeling hadden we al gezien — gaat het over wat er na die tweeënzestig weken gaat plaatsvinden. En dan weet je één ding: dat moet iets te maken hebben met de Messias, want die tweeënzestig weken eindigden bij de komst of de presentatie van de Messias. Dat was precies wat er ook benoemd was: na de tweeënzestig weken wordt Messias afgesneden. Dit is het woord dat gebruikt wordt in Daniël 9, zonder bepaald lidwoord, maar in het Nederlands heb je dat nu eenmaal nodig: na die tweeënzestig weken wordt de Messias afgesneden.
Dat het iets met de Messias te maken moet hebben, hadden we eigenlijk al in vers 24 gezien. Want die zeventig weken hadden als grote Messiaanse doelen: de verzoening van de zonden, het afsluiten van het boek van de zonden, maar ook de zalving van een allerheiligdom. Kortom, alles heeft te maken met wat in die zeventig weken zou plaatsvinden, met de Messias en dat wat hij tot stand zou brengen. Maar let hier op de formulering: na de tweeënzestig weken wordt Messias afgesneden. Hier wordt heel uitdrukkelijk in de Hebreeuwse Bijbel al aangekondigd, niet alleen dat de Messias zou komen, maar ook wanneer hij zou komen. Dan begrijp je precies waar Gerard het zojuist over had: dat de boodschap van Jezus klonk, juist nadat hij officieel gedoopt was en God zijn goedkeuring aan hem gegeven had: de tijd is daarmee vervuld. Vandaar ook dat na die tweeënzestig weken de Messias wordt afgesneden.
Eerst even dit: in vers 25 heette hij nog 'Messias, Vorst'. En nu, in vers 26, na de tweeënzestig weken, wordt die Messias afgesneden. Dat is wat er letterlijk staat. In de NBG-vertaling staat 'uitgeroeid', en in de Statenvertaling trouwens ook. Dat is inderdaad hier de gedachte. In het Hebreeuws is de manier van formuleren anders, in feite ook breder; het hoeft niet per se uitgeroeid te zijn, maar dat is dikwijls wel de gedachte. Niet alleen hier, maar ook elders, zoals in Jesaja 53 waar we het al eerder over hadden. Daar wordt ook de Messias aangekondigd, wie hij zou zijn, wat het volk met hem zou doen, en hoe God juist via hem zijn zegen zou gaan aanbieden en realiseren. Er staat in Jesaja 53 over die Knecht die zou komen: hij is afgesneden uit het land der levenden, en om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest. Die laatste zin hebben we vanmorgen al eventjes voorbij horen komen. Maar hier staat: hij is afgesneden uit het land der levenden. Dat betekent natuurlijk dat wanneer je uit het land der levenden afgesneden bent, je niet meer leeft. Vandaar dus de gedachte: hij wordt uitgeroeid, of hij wordt afgesneden — dat wil zeggen: hij ondergaat de dood, hij wordt gedood. De Statenvertaling en de NBG-vertaling mogen dan wat vrij vertaald zijn, ze geven wel perfect de gedachte weer van wat er met hem gebeurt.
Na die tweeënzestig weken wordt de Messias afgesneden, en dan staat er iets heel eigenaardigs. De vertalingen zijn hier ook wat divers over, maar letterlijk staat er: 'en hij zal niet hebben'. De Messias, Vorst, wordt afgesneden en hij heeft niet. Wat heeft hij niet? Als een vorst niet heeft, wat heeft hij dan niet? Dan heeft hij geen koninkrijk, geen daadwerkelijk koningschap; dat is wat hem ontbreekt. Er zijn andere vertalingen die zeggen: 'terwijl er niets tegen hem is'. Het Hebreeuws is heel beknopt: hij heeft niet, of eventueel: er is niets tegen hem. Zo geven heel wat vertalingen het weer, wat in de praktijk ook waar is. Maar de letterlijke weergave is eigenlijk nog preciezer als u het mij vraagt: de Messias wordt afgesneden en hij heeft niet. Wat wordt een vorst immers geacht te hebben? Heerschappij, koningschap. Maar dat heeft hij niet, en dat is wat hier expliciet bij gezegd wordt.
Er wordt overigens niet gezegd dat dit allemaal in de zeventigste week is. Eigenaardig genoeg wordt er gezegd dat die tweeënzestig weken eindigen bij de komst van de Messias, maar de formulering is breder, namelijk: na de tweeënzestig weken wordt de Messias afgesneden en hij zal niet hebben, en de stad en het heiligdom zal het volk van de komende vorst verwoesten. Wanneer? Het enige wat ik met precisie weet te zeggen door de tekst gewoon te volgen, is: na de tweeënzestig weken. Of dat in de zeventigste week is of in welke week daarna ook, dat wordt hier niet gezegd. Maar het is in ieder geval na de tweeënzestig weken. Dit is ook met grote nauwkeurigheid vervuld: dat na de tweeënzestig weken inderdaad de Messias afgesneden werd, en dat hij geen koningschap had.
Vervolgens: wat er zou gebeuren met de stad en het heiligdom. U moet zich realiseren dat Daniël deze profetie krijgt terwijl de stad in puin ligt en de tempel verwoest is. Juist op dit moment kreeg Daniël te horen dat het woord was uitgegaan om de stad, Jeruzalem, te herbouwen. En nu krijgt hij vervolgens een profetie over zeventig jaarweken, een periode van bijna vijfhonderd jaar. En dan wordt gezegd dat na die tweeënzestig weken een Messias zal worden uitgeroeid of afgesneden terwijl hij niet heeft, en dat de stad en het heiligdom verwoest zullen worden door het volk van de komende vorst. Dan gebeurt het dus weer! Dat wat zojuist herbouwd en afgerond zou zijn, wordt opnieuw verwoest: de stad en het heiligdom. En nu komt de grote vraag: wie verwoest nou de stad en het heiligdom? Gewoon heel nauwkeurig lezen: het antwoord is het volk van de komende vorst. Dat is wat hier staat, dus daar hoeven we verder niet over te redeneren. Maar dan komen we bij een volgende vraag.
De Komende Vorst en de Oorzaak van de Verwoesting ↑ hoofdstukken
Wie is die komende vorst dan? Dat is de volgende vraag. Letterlijk staat er in het Hebreeuws – u ziet dat hier ook weer in de interlineair – 'vorst' of 'bewindvoerder', namelijk 'de komende'. Het is bepaald: het volk van de komende vorst zal stad en heiligdom verwoesten. Ja, letterlijk dus: de vorst, de komende, heel specifiek.
En dan is er weer een volgende vraag: maar welke vorst zou dan komen? Want het wordt heel specifiek bepaald. Over welke vorst ging het eigenlijk? Kijk, dan moet je ook in het specifieke verband kijken. Het gaat immers niet zomaar over een vorst, maar over de... Sorry, ik moet die kant op; de geest van de wijze keert zich naar rechts, toch?
Over welke vorst gaat het in dit gedeelte? Namelijk over 'Messias, vorst'. Dat was het voorgaande vers: "tot op Messias, vorst". Dat is dus een andere omschrijving of aanduiding van de Messias, namelijk dat Hij vorst is. Daar werd Hij genoemd en hier wordt Hij opnieuw genoemd. Hier heet Hij dus 'de komende vorst'. Niet zomaar een vorst, maar dé komende.
Dit is trouwens een heel cruciaal punt. We hebben in vers 24 nu al diverse dingen genoemd die heel cruciaal zijn: de doelstelling, het gezicht en profetie verzegelen, en ook het startpunt van de zeventig weken. Dat zijn dingen die je echt moet weten. Maar in dit geval wordt ook die Messias aangekondigd, heel specifiek wanneer Hij Zich zou presenteren. Maar ook dat als Hij afgesneden zou worden – uitgeroeid, zo u wilt – daarna ook de stad en het heiligdom verwoest zouden worden door een volk van de vorst, de komende vorst.
Die identificatie van die vorst is echt heel cruciaal. Dat zullen we vooral zien omdat we hem in vers 27 opnieuw tegenkomen, of in ieder geval: daar wordt weer naar verwezen. Want daar zal Gerard straks wat over zeggen, over 'hij'. Ik bedoel niet de hei met 'e-i', maar de hij met 'i-j'. "Hij zal..." Wie is 'hij' dan? Nou, dat is die komende vorst, want dat is mannelijk. Dat is waar naar verwezen wordt. Die komende vorst moeten we nu dus echt identificeren en dat is een heel specifiek, markant en belangwekkend punt waar we nu aangeland zijn. Want er staat niet zomaar een vorst, nee: een vorst, namelijk de komende die zou komen. Dat is heel specifiek en dat verwijst naar de Messias.
Maar nu komt het probleem – nou ja, eigenlijk hier nog niet het probleem. Laten we het even stapsgewijs neerzetten. Als de komende vorst nou de Messias is, wie is dan Zijn volk? Eigenlijk is die vraag ook niet zo moeilijk: het volk van de Messias. En welk volk is dat? Nou, hetzelfde als Daniëls volk: uw volk, het Joodse volk.
Maar dan kom je bij het grote punt: verwoest Israël dan, of het Joodse volk dan de stad en het heiligdom? Dat is in feite de grote vraag. Meestal wordt er immers gezegd: "Nou ja, de Messias is gekomen, Hij had niet, en vervolgens zijn de stad en het heiligdom verwoest. Het volk van de komende vorst, dat zijn de Romeinen, en de komende vorst zou dan een Romeinse vorst moeten zijn." Maar als we de komende vorst identificeren als een specifieke vorst – de vorst namelijk die zou komen, bepaald – ja, dan is dat dus de Messias. En de vraag dringt zich dan op: kun je zeggen dat Israël of het Joodse volk de stad en het heiligdom heeft verwoest?
De tekst dient zich zo aan, maar de vraagstelling is serieus: kun je dat zo zeggen? Laten we eens terugbladeren. In Daniël 9 lees je in vers 11 dat Daniël in zijn gebed bekent: "Ja, geheel Israël heeft uw wet overtreden en is afgeweken door niet te luisteren naar uw stem," zegt Daniël tegen God. "Daarom is over ons uitgestort de met een eed bekrachtigde vloek, welke geschreven staat in de wet van Mozes." Waarom was de vloek over het volk en trouwens ook over de stad uitgestort? Dat was vanwege het feit dat het volk niet heeft geluisterd naar Gods stem.
De Babyloniërs, Nebukadnezar, hadden stad en tempel verwoest, maar de reden van de verwoesting, de oorzaak van de verwoesting, was gelegen in het feit dat het volk bij herhaling, met opzet en bij voortduring niet heeft geluisterd naar hun God. Daardoor is de stad verwoest en is de met een eed bekrachtigde vloek over Israël uitgestort. Hier staat iets heel belangwekkends.
En als je trouwens nog even verder leest in vers 16: "Here, mogen naar al uw gerechtigheid uw toorn en uw grimmigheid..." – die zich ook heel zichtbaar had gemanifesteerd in alle ellende die de stad en de tempel was overkomen, en trouwens, het hele volk was gedeporteerd – "...zich toch afwenden van uw stad Jeruzalem, uw heilige berg; want om onze zonden en om de ongerechtigheden van onze vaderen zijn Jeruzalem en uw volk tot een smaad geworden voor allen om ons heen." Waarom en hoe is de stad verwoest en een smaad geworden? Wel, dat is vanwege de zonde van het volk! Dat was de reden dat de stad en de tempel verwoest waren en tot een smaad werden voor alle omliggende volkeren. Daarmee is gezegd dat in feite Israël zelf de reden was van de verwoesting van Jeruzalem. Ook al was het instrument een ander volk – God gebruikt andere volkeren om over Zijn volk Zijn oordeel of Zijn gericht te voltrekken, dat is instrumenteel, het instrument – de reden is het niet luisteren van het volk naar de Tora van God.
Hetzelfde zie je in het Nieuwe Testament. Het wordt in feite nog specifieker, want aan het einde van Mattheüs 23 lees je een striemende rede waarin de Heer een zevenvoudig 'wee' heeft uitgesproken over de schriftgeleerden. En dan eindigt Hij met deze woorden: "Jeruzalem, Jeruzalem" – Daniëls heilige stad – "dat de profeten doodt en stenigt wie tot u gezonden zijn! Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." En dan staat er vervolgens: "Zie, uw huis..." De Heer had net de tempel verlaten, of Hij zou de tempel verlaten – kijkt u het maar even na – maar in ieder geval krijg je hierna Mattheüs 24. Dan gaat de Heer de stad uit en gaat Hij op de Olijfberg zitten, en daar spreekt Hij de beroemde rede uit in Mattheüs 24 over wat er allemaal zou gaan plaatsvinden in de dagen van de toekomst.
Nog even bij dit punt: Jeruzalem wordt aangeklaagd dat het de profeten doodt, en het zou nog maar een paar dagen duren of ook de Messias zou worden afgesneden. Ja, letterlijk, dat was in die week. En waarom? "Jullie hebben niet gewild," en dan wordt gezegd: "Zie, uw huis wordt aan u woest gelaten." Maar daar hebben we het precies over! Jeruzalem en de tempel zouden verwoest worden, stad en heiligdom zouden worden verwoest. Hoe dan wel en waarom dan wel? Wel, dat is vanwege het volk van de vorst die komen zou: zij hebben niet geluisterd, zij hebben het niet gewild.
Als u zegt: "Ja, maar dat was toch door God beschikt en het was toch naar Zijn bepaalde raad en voorkennis?", ja, maar dat geldt voor alles. Hier is de gedachte vanuit het menselijk perspectief bezien: Israël heeft niet gewild en dat is de reden dat de tempel woest gelaten zou worden. En precies veertig jaar later – we zullen het er straks nog over hebben – is dit oordeel voltrokken. De Messias diende Zich aan precies na de 62 weken en Hij werd afgesneden uit het land der levenden.
En nog weer veertig jaar later werden de stad, de tempel en het heiligdom verwoest. Door inderdaad het volk van de vorst, de komende vorst. Dat wil zeggen: zij waren de reden dat de tempel verwoest werd.
Nog eentje: Lucas 19, dan gaat het heel concreet ook over die periode, over wat er vervuld is in het jaar 70. Dan zegt de Heer al: er zullen dagen over u, Jeruzalem, komen waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen, u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen. En zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten. En waarom? Omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt dat God naar u omzag.
Waardoor werden stad en tempel verwoest, of waarom werden stad en tempel verwoest? Dat was vanwege het feit dat het volk niet heeft opgemerkt de tijd dat God naar hen omzag. Trouwens, nu ineens denk ik eraan: de tijd dat God naar hen omzag, dat was in de tijd dat de Messias zich had aangediend, precies op de bestemde tijd. Daarom, ze hebben het niet opgemerkt. U zegt: maar dat was voorzegd. Ja, het is ook voorzegd. Maar het is ook voorzegd dat dit de reden is van de verwoesting van stad en heiligdom. Dat is vanwege het volk van de vorst die komen zou, de komende vorst. En in feite hebben ze die vorst inderdaad, de Messiasvorst, vermoord. Ze hebben de tijd die hiermee ook in vervulling ging niet opgemerkt. En dat was de reden waarom de stad en het heiligdom werden verwoest.
Met andere woorden: het instrument van de verwoesting mogen dan de Romeinse legers zijn geweest, de oorzaak van de verwoesting was Israël.
Dus even voor de goede orde: en de stad en het heiligdom zal het volk van de komende vorst verwoesten. Dat is dus vervuld in de tijd dat de Romeinen dat hebben gedaan. Maar de reden dat de Romeinen dat hebben gedaan, dat was vanwege het feit dat het volk de vorst die komen zou niet heeft gekend en erkend. Daarom is dat gebeurd en daardoor zijn de stad en het heiligdom ook verwoest.
Zijn Einde in de Overstroming ↑ hoofdstukken
En dan vervolgens: "en zijn einde is in de overstroming". Dit is misschien een beetje lastig, want wie is nu "zijn"? Is zijn einde nu die vorst? Dat zou kunnen, dat is mannelijk enkelvoud. Maar het gaat hier over het volk. Ook dat is namelijk in het Hebreeuws in dit geval mannelijk enkelvoud. U zegt wellicht: "Maar volk is toch vrouwelijk, het is toch een moedervolk?" Ja, maar in het Hebreeuws is volk 'am, en dat is een mannelijk woord. Bovendien is dat hier grammaticaal gezien ook het onderwerp van de voorgaande handeling: het volk van de komende vorst zou de stad en het heiligdom verwoesten. En zijn einde – namelijk het einde van het volk – is in de overstroming.
Dat behoeft misschien ook nog even toelichting, want het gaat hier niet over een overstroming van water of van de zee. Nee, het is een beeld dat juist in Daniël vaker wordt gebezigd, namelijk als een metafoor voor legers die binnentrekken en de hele boel meesleuren. Kijkt u het maar na in Daniël 11 vers 22 en 40; daar wordt het ook weer de overstroming genoemd, en daar wordt het beschreven en ook verklaard waar het over gaat.
Met andere woorden: als de stad en het heiligdom verwoest zouden worden vanwege het volk van de komende vorst, dan zou dat volk vervolgens omkomen in de overstroming. Dat wil zeggen: de legers die de stad en het heiligdom daadwerkelijk zouden verwoesten, die zouden binnentrekken en het volk zou als natie omkomen. In het jaar 70 werd Jeruzalem verwoest en er werd geen steen meer op de andere gelaten. Het volk kwam als natie om in een overweldigende militaire macht. Er heeft toen een gigantische slachting plaatsgevonden; volgens de geschiedschrijving van Flavius Josephus zijn er toen alleen al in Jeruzalem en omgeving meer dan een miljoen doden gevallen.
En dan staat er nog bij: en zijn einde... Dat wil zeggen dat Israël, het Joodse volk, zou eindigen in de overstroming. "Zijn einde" is dus ook het einde van Israëls nationale bestaan. Het is niet alleen de stad en het heiligdom dat verwoest wordt, maar ook Israël als natie beëindigt haar bestaan. Het volk van de komende vorst verwoest, en zijn einde – namelijk van het volk – is in de overstroming. En tot het einde toe is er oorlog.
Tot het Einde Toe Oorlog en Verwoestingen ↑ hoofdstukken
Er wordt dus gesproken over zijn einde, en tot het einde is er oorlog. Die manier van formuleren zagen we ook al in de voorgaande verzen. In Daniël 8 lees je dit bijvoorbeeld ook, waar tegen Daniël gezegd wordt: "hij zeide tot mij: Versta, mensenkind, dat het gezicht doelt op de tijd van het einde" (Daniël 8:17). En als je dan nog even doorleest in vers 19: "want het doelt op het tijdstip van het einde." Dat visioen dat hij had gezien, doelt op het tijdstip van het einde. Ja, en dan gaat het echt over de eindtijd. Het wordt letterlijk ook zo genoemd in Daniël 11 vers 40 en Daniël 12 vers 4: de tijd van het einde, de eindtijd – de tijd vlak voordat het Messiaanse koninkrijk zou aanbreken.
Met andere woorden: tot aan het einde toe wordt het hele decor getekend door oorlog. Vanaf het moment dat de stad en het heiligdom verwoest worden, eindigt hun nationale bestaan. Ze eindigen in de overstroming; ze verdwijnen als natie in de diaspora, en tot het einde toe, tot de eindtijd aan toe, zou er oorlog zijn. Ik zou zeggen: dit is in feite de beschrijving van de afgelopen tweeduizend jaar. En als ik dan ook het laatste er nog even bij betrek: vastbesloten verwoestingen achter elkaar.
Jeruzalem mag dan volgens de betekenis van haar naam een vesting van vrede zijn – er zijn verschillende verklaringen, maar dat laatste betekent vrede – er is geen stad die zo vaak verwoest is en die tot op de dag van vandaag zozeer gekarakteriseerd wordt door oorlog als juist Jeruzalem. Het is een buitengewoon actuele uitspraak, want juist in de laatste eeuw is dat heel duidelijk en evident gebleken. Het dient zich vrijwel dagelijks in het nieuws aan. Als je kijkt naar Jeruzalem en de reden van al die toestanden daar in het Midden-Oosten, en je brengt het uiteindelijk allemaal terug naar de eigenlijke oorzaak, dan heeft dat alles te maken met die stad die God Zich verkoren heeft.
Er wordt hier in Daniël 9 dus voorzegd dat na de 62 weken de Messias zal worden uitgeroeid, afgesneden, zonder dat Hij heeft. Vervolgens zouden ook de stad en het heiligdom worden verwoest – trouwens ook om die reden, omdat ze de komende Vorst niet hebben erkend. Vervolgens zou het nationale bestaan van Israël eindigen in de diaspora, in de overstroming, en tot het einde aan toe zou er oorlog zijn: vastbesloten verwoestingen. 'Vastbesloten' wil zeggen – we zullen het in het laatste vers ook nog een keertje tegenkomen – dat het vastgesteld is, het is onontkoombaar. Het is dus niet toevallig: het is vastbesloten, dit is het lot van de stad tot aan het einde toe. Dit reikt ver voorbij de zeventig weken: tot het einde toe is er oorlog, vastbesloten verwoestingen. De verwoesting van stad en heiligdom wordt dus voortgezet tot de tijd van het einde.
Wat we in Daniël 9 vers 26 zien, is de beschrijving van wat er zou plaatsvinden na de 62 weken: de Messias die afgesneden wordt, en de dingen die ik vervolgens zo vers voor vers en regel voor regel heb laten zien. Dan blijft er nog één ding over: wat wordt er nu specifiek gezegd over die laatste week? Weliswaar ging het eerste deel van vers 26 sowieso over die week – het is immers een aaneengesloten periode; ik weet dat het omstreden is wat ik nu zeg, maar het is een eenheid – en de Messias werd afgesneden. Maar er is nog één vers, en dat is vers 27. Daarin wordt specifiek gesproken over die ene week en ook hoe die verdeeld zal zijn.
En de aardigheid is – ik heb het voorafgaand aan de spreekbeurt en de studies al gezegd: we blijven in stijl! Er volgt nu namelijk nog één Bijbelstudie, maar dan in twee delen. Dat is geheel conform de zeventigste week, want dat is namelijk ook weer een week verdeeld in twee gelijke delen. Daar gaan we het in de volgende studie over hebben. Ik stel voor dat we eerst nu weer even twintig minuten gaan pauzeren.
UltimateGoodNews