GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de zeventig weken van Daniel – vers 24

26-09-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Maarn

De zeventig weken worden onderverdeeld in diverse perioden, maar toch is het uitdrukkelijk een aaneengesloten periode. De termijn die wordt gesteld wordt zowel in tijd, alsook in ruimte en adressering paal en perk gesteld. De jaarweken leiden met een zesvoudige doelstelling onmiskenbaar naar de komst van de Messias, maar daamee is het Messiaanse rijk nog niet aangebroken…

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt Daniël 9 vers 24, waarin een afgebakende periode van zeventig jaarweken is bepaald over Daniëls volk en Jeruzalem. De profetie bevat een zestal doelstellingen: het beëindigen van de overtreding, het verzegelen van de zonde, verzoening over de ongerechtigheid, het brengen van gerechtigheid van de aionen, het verzegelen van gezicht en profeet, en de zalving van de Allerheiligste. Al deze doelstellingen zijn gefundeerd in en tot stand gebracht door de Messias, Jezus Christus, via Zijn dood en opstanding. Tegelijkertijd brengt de verzegeling van gezicht en profeet met zich mee dat er voor het volk een tijd van verblinding heerst totdat de uiteindelijke volle realisatie aanbreekt.

“De zeventig weken leiden inderdaad tot de komst van de Messias, Die verzoening zal doen, een verzegeling zal bewerkstelligen, de overtreding zal beëindigen en gerechtigheid van de aionen zal brengen.”

Inleiding en de Afbakening van de Zeventig Weken ↑ hoofdstukken

Laten wij van start gaan met deze tweede studie, want het gaat anders allemaal van mijn spreektijd af. En ik heb een heleboel diaatjes ook, dus ook ik heb de tijd hard nodig en ik hoop het net zo keurig getimed te doen als Gerard zojuist. Ja, we hebben het eigenlijk de hele dag over timing, maar zoals hij dat doet, ja, dat is mij niet gegeven – dat is dan een excuus, zeg maar – maar we gaan eens bezig.

Nou, dat was een heel nuttige inleiding die Gerard zojuist heeft gegeven als frame, als raamwerk, waardoor we nu alsnog specifiek kunnen gaan ingaan op de profetie van de zeventig weken of de zeventig jaarweken – ik gebruik het zo door elkaar, maar inmiddels weet u waarom dat zo is. En we gaan ons nu specifiek met één vers bezighouden, namelijk het 24e vers, waarin gezegd wordt dat zeventig weken bepaald worden.

Nou ja, dat zeg ik eigenlijk al niet goed, maar eerst even dit. Eigenlijk is dit al een beetje dubbelop, want zojuist heeft Gerard al opgemerkt dat eigenlijk niet zozeer het woordje 'weken' gebruikt wordt, maar het woordje 'zevens'. Maar zo groot is het verschil nou ook weer niet, want een week is nu eenmaal per definitie een zevental en uiteraard gaat het hier dus niet om cycli van zeven dagen, maar van zeven jaren. Dankjewel Gerard dat je dit al helemaal keurig uiteengezet hebt.

En dan staat er: zeventig weken. Want nu wordt er tekst en uitleg gegeven door de boodschapper Gabriël wat die zeventig weken dan betekenen en wanneer ze ingaan. Dat is trouwens het volgende vers, waar Gerard in de volgende studie over zal spreken. Maar eerst wordt er dit gezegd: zeventig weken wordt bepaald, of afgescheiden, of afgegrensd. U ziet in de titel, of bovenin geschreven, dat deze vertaling is naar ISA, de Interlinear Scripture Analyzer. Dat is allemaal werk dat Menno Heiman heeft ingevoerd; met dankbaarheid maken we daar gebruik van in de interlineair. Dat is echt zo geweldig. Het is dus niet de NBG-vertaling die nu richtlijn is, maar daar waar het afwijkt zal dat worden toegelicht.

Dus afgescheiden, afgegrensd, maar dat is eigenlijk ook wat 'bepaald' is. Bepalen wil eigenlijk zeggen dat er palen worden neergezet: landpalen, grenspalen. En dat is in feite al iets wat aangeeft dat het afgegrensd is. Denk hierbij aan onze term 'paal en perk stellen'. Dat wil zeggen: iets is bepaald, afgegrensd en daarmee ook beperkt. En het is dus een hele specifieke termijn die nu niet alleen afgesloten wordt, de zeventig jaren van verwoesting van Jeruzalem. Dat is wel apart, hè? Ik moest eraan denken toen Gerard dat zo allemaal uiteenzette. Hoe bijzonder is het dat Daniël net in het jaar dat de zeventig jaren voltooid zijn, dat hij dan opmerkt – dat had hij ongetwijfeld al eerder berekend, ga ik vanuit – maar dat hij vaststelt: ja, de termijn die ooit door Jeremia al zeventig jaar of nog meer daarvoor is neergezet, die is nu vervuld. God heeft dat zo gezegd en de termijn is nu afgesloten, afgelopen. Dus hij verwachtte: nu gaan er dingen gebeuren. En waarachtig, zijn gebed is nog niet voltooid en de boodschapper kwam naar hem toe om hem te melden: nou, er is een woord uitgegaan. Ook daar gaat Gerard straks over spreken. Maar het gaat om een termijn die dus afgelopen is, waarna er vervolgens een nieuwe termijn, niet van zeventig jaren maar van zeventig jaarweken, van start gaat. En dat is bepaald, met recht dus. Een termijn wil eigenlijk ook al zeggen dat het een begin heeft en een einde. Dat zijn eigenlijk de palen, de grenspalen van de tijd.

En dan staat er nog iets: 'wordt bepaald'. Want je zou eigenlijk zeggen: dat is grammaticaal niet helemaal correct Nederlands, want zeventig weken, dat is meervoud, dus 'worden bepaald'. Ja, dat mag grammaticaal dan correct zijn, maar het is niet wat er staat. In het Hebreeuws staat hier namelijk een enkelvoud, niet 'zeventig weken worden bepaald'. In de NBG-vertaling staat ook: 'zeventig weken zijn bepaald'. Staat er niet. Ik zou zeggen: dat is wel goed Nederlands, oké, maar in het Hebreeuws staat er een enkelvoud: 'zeventig weken...'. Je ziet het hier ook in die interlineair: 'wordt afgescheiden', 'wordt bepaald', enkelvoud. Waarmee gezegd is dat die zeventig weken weliswaar een meervoud is, maar het vormt een eenheid. Vandaar dus dat werkwoord in het enkelvoud. En ook al wordt de termijn onderverdeeld – want dat zullen we ook nog zien in de navolgende verzen, dat mag waar wezen: zeven weken, 62 weken en dan nog een week – het blijft één geheel. Dat is van belang, dat zullen we vanzelf zien.

Bepaald over Uw Volk en Uw Heilige Stad ↑ hoofdstukken

Wat we nog wel zien, is een eenheid. Die zeventig weken worden bepaald over uw volk – Daniëls volk, dus het Joodse volk – en uw heilige stad. Nou, dat hoeft niet toegelicht te worden: dat is de stad Jeruzalem. Die stad lag al zeventig jaar verwoest erbij; er was geen tempel meer, de stad was verwoest. En die termijn die nu geprofeteerd wordt, gaat specifiek over het Joodse volk en uw heilige stad.

Dus niet alleen de tijd is afgebakend, namelijk zeventig weken, maar ook de adressering en de reikwijdte van die zeventig weken is afgegrensd en bepaald. Het gaat niet over de hele wereld, het is niet universeel, nee. Die zeventig weken worden bepaald over uw volk en uw heilige stad. Het gaat specifiek over het Joodse volk en specifiek over de stad Jeruzalem, uw heilige stad: de stad als een heilige plek, een door God apart gezette positie.

En laat ik dan wat zeggen over het navolgende, want dat heeft een speciale grammaticale structuur. Gerard heeft het ons makkelijk gemaakt door de rekensommen niet als hogere wiskunde neer te zetten, maar als simpele tafels die je op de lagere school leert, van 7 x 7 is 49. Maar sommige mensen beginnen meteen te steigeren als je het woordje grammatica noemt: "O, ik was zo slecht in taal!" Maar dan toch even dit: er wordt in het navolgende zes keer een doelstelling genoemd, met – dat wil zeggen – het woordje 'tot' of ergens naartoe, het Hebreeuwse voorzetsel le. Dat is één ding en dat geeft aan dat het een specifieke doelstelling heeft. Die zeventig weken zijn bepaald in tijd, in ruimte, maar ook in doelstelling.

En dan volgt het hele werkwoord, de infinitief. Infinitief is trouwens wel grappig, bedenk ik me nu ineens: fini betekent eind. Dat is ook weer bepaald natuurlijk, maar dit is in-finitief: het is onbepaald, dus niet gekoppeld aan een bepaalde persoonsvorm. Dan krijg je dus dat er zes keer gesproken wordt over: tot beëindigen... Van wat? Daar hebben we het straks over. Maar het gaat er even om: iedere keer wordt er gesproken over zes keer 'tot' en dan vervolgens een werkwoord. Het hele werkwoord wordt gebruikt: tot beëindigen, en tot verzegelen, en tot verzoening doen, en tot het brengen van puntje, puntje, puntje, en tot verzegelen – de tweede keer trouwens – en dan tot zalven. Zalving, maar het staat er eigenlijk als werkwoord, het hele werkwoord: tot zalven.

Dus iedere keer hebben die zeventig weken een specifieke doelstelling, tot dat oogmerk, en dat wordt op zes verschillende wijzen gedefinieerd. Weer dat woordje fini, hè. Zo wordt het dus omlijnd. En laten we die zes keren eens nader bezien, want dat is buitengewoon belangrijk. Vers 24 vormt namelijk de basis van de eigenlijke profetie: waar gaan die zeventig weken eigenlijk over en waar leiden ze toe? Wat is het oogmerk ervan? Tot wat dan wel? Nou, en dan worden er zes dingen genoemd. De eerste:

De Eerste Drie Doelen: Beëindiging en Verzoening van de Zonde ↑ hoofdstukken

Zeventig weken worden bepaald over uw volk en uw heilige stad tot beëindiging van de overtreding. Laat ik meteen de link leggen naar hoe dit zijn vervulling krijgt, zal krijgen of inmiddels al heeft gekregen. Er staat in Jesaja 53 — u kent dat hoofdstuk wellicht — die beroemde, bekende profetie over de knecht van Yahweh. De dienaar van Yahweh die zou komen en verworpen zou worden door zijn volk. U weet wel: als een lam dat ter slachting geleid wordt, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. En dan staat er: "en vanwege de overtreding van mijn volk was de plaag op hem." De overtreding, trouwens in het enkelvoud: de overtreding van mijn volk — Daniëls volk, of in dit geval Jesaja's volk. De plaag was op hem; hier gaat het uiteraard over de Messias. Er was een plaag op hem, en waarom? Wel, vanwege de overtreding van het volk. En wat Daniël hier te horen krijgt van de boodschapper, is dat die zeventig weken ergens naartoe leiden, namelijk dat de overtreding zal worden beëindigd.

Laat ik u dat meteen maar verklappen — in de loop van de studie zal dat vanzelf nog wel duidelijk worden. Het is uiteraard de Heer Jezus Christus in wie dit alles vervuld wordt. Ik loop nu een beetje vooruit, maar in de loop van de dag zal dat onmiskenbaar worden, want deze hele profetie gaat juist ook over de Messias. Die zou na de tweeënzestig weken — nogmaals, ik loop vooruit — verschijnen en inderdaad ook afgesneden worden. En zijn slachtoffer bracht de beëindiging van de overtreding tot stand. Ik zeg niet dat de beëindiging van de overtreding nu al helemaal gerealiseerd is, maar door zijn slachtoffer is het daadwerkelijk tot stand gebracht. Je leest in Hebreeën 9 vers 15, waar ik hier naar verwijs, dat er staat dat hij stierf en opstond tot verlossing van de overtredingen. Juist de Hebreeënbrief gaat in belangrijke mate over dat thema: de betekenis van de dood van de Heer Jezus Christus. Daar zullen we deze dag vaker op gewezen worden. En dat is inderdaad waarom: omdat de overtreding zou worden beëindigd. De totstandbrenging daarvan zal plaatsvinden in die zeventig weken.

Dat was de eerste doelstelling: tot beëindiging van de overtreding. Vervolgens: "tot verzegeling van de zonde." We zullen zien dat de eerste drie oogmerken en doelstellingen eigenlijk allemaal met elkaar samenhangen; het zijn parallelismen. Het is niet drie keer een herhaling van hetzelfde, maar de drie zinnen die gebruikt worden hangen met elkaar samen en hebben in feite hetzelfde onderwerp. De beëindiging van de overtreding en die zeventig weken leiden ook tot verzegeling van de zonden. Het is een beetje een handschriftelijke kwestie, want varianten zeggen: "om de zonde af te sluiten." Maar zo indrukwekkend vind ik dat verschil niet, want verzegelen is iets afsluiten, toch? Als iets verzegeld wordt, wordt het afgesloten, en in dit geval zijn het de zonden die worden gesloten.

Laat ik het in de sfeer van een boek noemen: een boek wordt verzegeld, toegesloten. Ik kom daar straks nog op terug. In dit geval wordt het zondenboek — als ik deze metafoor mag gebruiken, maar die ligt er heel dik bovenop — gesloten. Hoe helder wil je het hebben? Christus stierf voor de zonde, eens voor altijd. En dan lees ik nu weer even mee in de Hebreeënbrief, die ik nu aanhaal: "Voorts staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen die nimmer de zonde kunnen wegnemen. Deze echter" — en dan gaat het over de Heer Jezus Christus — "is na één offer voor de zonde te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God", waar hij nu is. Hij heeft één keer het offer voor de zonde gebracht en daarmee is het zondenboek gesloten, eens voor altijd.

Dan een derde oogmerk, dat ook weer begint met 'tot': "tot verzoening doen over de ongerechtigheid." Ik heb even geaarzeld of ik hier het woordje 'verzoenen' zou gebruiken, want in het Nederlands is dat erg lastig als je het hebt over verzoening doen over de ongerechtigheid. Je leest in 1 Johannes over de Heer Jezus Christus — Johannes, die overigens een apostel van de besnijdenis is, zegt: "Hij is een verzoening voor onze zonden." Voor ónze zonden, dat wil zeggen ook specifiek voor Israël, en niet alleen voor de onze, staat erbij, maar voor de gehele wereld. Ook dat is waar. Maar hij is een verzoening voor onze zonden.

Wat ik eigenlijk ook nog even wilde zeggen over dat woord 'verzoenen': er staat hier een woord afgeleid van Kipoer. U kent dat wel; als ik Kipoer zeg, weet u dat dit herinnert aan een dag bij ons, vijf dagen geleden. Vandaag is het een Joodse hoogtijdag: vandaag is Sukkot begonnen, de 15e van de maand Tishri. Gisteravond reed ik naar Aalsmeer; het was heel apart, want ik had juist van mijn zus te horen gekregen dat mijn vader was overleden, dus ik ben direct met mijn vrouw naar Aalsmeer toegegaan. Aan de horizon stond een grote volle maan. Dat betekent altijd — dat weet ik — dat het halverwege de Joodse maand is. Die stond daar prachtig aan de hemel, en voor mij was dat ook een mooi teken. Vandaag is het dus 15 Tishri, de inleiding tot een feest van zeven dagen: het Loofhuttenfeest.

Maar goed, vijf dagen geleden was het 10 Tishri en dat was Yom Kippur. Maar dat woordje Kipoer heeft niets te maken met hoe Paulus over verzoenen spreekt. Dat is een heel ander begrip, want daar gaat het over vijanden die verzoend worden; er is sprake van conflict, van vijandschap of vervreemding. Vijanden worden verzoend, dat wil zeggen dat er vrede gemaakt wordt. Maar hier gaat het niet over vijanden die verzoend worden; hier gaat het over de ongerechtigheid die verzoend wordt. Daar wordt verzoening over gedaan, maar dan in de zin van beschutting bieden. Dat is het Hebreeuwse woord kipoer. De eerste keer dat dat specifieke woord in de Bijbel voorkomt — dat vind ik altijd apart — gaat het over de ark van Noach die bepekt wordt, met pek ingesmeerd. Dat was gewoon de beschutting van de ark. Dus met de uitdrukking 'verzoening doen' heb ik geen moeite, maar je moet wel weten waar het over gaat. Vooral voor Nederlanders is dat heel lastig, omdat dat twee begrippen zijn die elkaar heel dicht naderen. Waarvan akte.

In ieder geval zouden die zeventig weken leiden tot beëindiging van de overtreding, tot verzegeling van de zonde en tot beschutting doen over de ongerechtigheid. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn als je enigszins vertrouwd bent met de boodschap die in het Nieuwe Testament klinkt: namelijk Hij die is aangekondigd en ook getimed — niet alleen dát hij zou komen, maar ook waar, uit welk geslacht, en wanneer hij zou komen. Wel, hij is gekomen, hij is geslacht, de Messias is afgesneden — daar gaan we het nog over hebben — en hij heeft verzoening gedaan over de ongerechtigheid. Daarmee is de overtreding beëindigd en zijn de zonden verzegeld. Dat is alles tot stand gebracht en de ongerechtigheid beschut of, zo u wilt, er is verzoening over gedaan. En nu worden er nog een drietal andere dingen genoemd; het zestal is immers onderverdeeld in twee keer drie.

Gerechtigheid Der Aionen en het Verzegelde Boek ↑ hoofdstukken

En dan: tot het brengen van gerechtigheid der aionen, of der eeuwen. Zo vind je het wellicht niet direct in de gangbare vertalingen, maar in de Griekse vertaling wordt hier uitdrukkelijk gesproken over aionen. In het Hebreeuws staat olamim, maar dat mag u weer vergeten. Waar het hier om gaat, is dat gerechtigheid gebracht zal worden. Dus even voor de goede orde: er zijn zeventig weken bepaald over uw volk en over uw heilige stad. En wat zal dat brengen? Een drietal dingen hebben we al genoemd, maar het leidt er ook toe dat er gerechtigheid gebracht zal worden van de aionen. En welke aionen zijn dat? De toekomende aionen! Die zullen juist gekenmerkt worden door rechtvaardigheid. God zal recht doen aan Zijn woord en recht doen in deze wereld — en voor uw volk en uw heilige stad, want daar gaat het natuurlijk specifiek over.

Ik hoef u toch niet uit te leggen dat dit in de Messias tot stand gebracht is. In Romeinen 4 vers 25 lees je: Hij werd overgeleverd om onze overtredingen — ja, om de overtreding af te sluiten, de zonden te verzegelen en verzoening te doen over de ongerechtigheid — en opgewekt om onze rechtvaardiging. Ik noem dit omdat die zeventig weken er ook toe leiden dat gerechtigheid en rechtvaardigheid aan het licht komen en tot stand gebracht worden. Dan denk ik in de eerste plaats aan Zijn opstanding uit de doden. God doet recht aan Zijn woord, en dat is tevens de garantie voor de rechtvaardigheid in de komende aionen. Linksom of rechtsom, hoe je dit ook aanvliegt, je komt op hetzelfde uit; het maakt eigenlijk niet zoveel uit. Het kan niet missen: die zeventig weken zouden ertoe leiden dat Hij komt Die gerechtigheid van de aionen zal aanbrengen. Dat is immers het woord dat gebruikt wordt: 'tot brengen'. Zo moet je het lezen — zoals Gerrit al zei, van rechts naar links: tot het brengen van rechtvaardigheid van aionen.

Daar moeten we heel speciaal aandacht aan geven, want ik denk dat dit zeer misverstaan wordt: die zeventig weken leiden namelijk nog tot iets anders, namelijk tot de verzegeling van gezicht en profeet. Dit woord 'verzegelen' staat er eigenlijk als een werkwoord: niet 'verzegeling', maar 'tot het verzegelen'. U ziet het hier ook weer in de interlineair: tot verzegeling of tot het verzegelen van gezicht en profeet. Dat woord kwamen we zojuist ook al tegen bij de verzegeling van de zonden, en toen had ik het er al over dat iets daarmee wordt afgesloten. Ditzelfde specifieke woord voor verzegelen komen we in Daniël nog twee keer tegen, en wel in Daniël 12. Schrift met Schrift vergelijken!

Wat staat daar dan? Laten we er naartoe gaan. In Daniël 12 vers 4 staat dit: "Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen en verzegel het boek tot de eindtijd." Daniël 12 is het laatste hoofdstuk van dat Bijbelboek, en tegen Daniël wordt gezegd dat de woorden die hij heeft mogen noteren, vernemen, horen en optekenen, verborgen worden. Het woord tegen Daniël luidde: houd de woorden verborgen en verzegel het boek tot de eindtijd. Hier zie je precies die metafoor: het verzegelen van een boek. Verzegel het boek tot de eindtijd — dat betekent dat verzegelen eigenlijk hetzelfde is als het verborgen houden oftewel het toesluiten ervan. En in vers 9 staat dit nog een keer. De boodschapper die tegen Daniël spreekt, zegt: "Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd." Dat wil zeggen dat de profetie die in Daniël wordt opgetekend — specifiek van dat hoofdstuk, maar eigenlijk van het hele boek — verborgen blijft. Ga er dus maar van uit, Daniël: dat wat jij hebt vernomen en opgetekend, zal niet verstaan worden; het wordt verzegeld tot de eindtijd.

Ook hier weer: verborgen is hetzelfde als verzegeld, en dat tot de tijd van het einde. Pas in de tijd van het einde zal alsnog opening van zaken worden gegeven. Die verzegeling heeft dus een 'totdat'. En dan zullen de verstandigen, de maschilim — nietwaar Menno? Dat boek over de maschilim had hier ook nog kunnen liggen — het verstaan. De verstandigen zullen het dan verstaan. In ieder geval blijft het verzegeld tot de eindtijd. Dat is opmerkelijk, nietwaar?

Dat betekent dus: wanneer tot Daniël gezegd wordt dat die zeventig weken leiden tot verzegeling van gezicht en profeet... De NBG-vertaling zegt: 'tot bezegelen', maar dat staat er niet. Er staat een woordje 'verzegelen'. En wat is de betekenis van dat verzegelen? Dat is toesluiten, zodat het verborgen blijft. Dat is heel belangrijk, want het is een van de zes oogmerken van die zeventig weken: niet alleen verzoening doen en het boek van de zonden afsluiten en het brengen van gerechtigheid der aionen, maar ook dat voor uw volk en de heilige stad gezicht — visioen — en profeet verzegeld worden.

En wat dat betekent? Laten we nog even doorlezen en Jesaja 29 opslaan. Daar staat in vers 10: "Want Jahweh heeft een geest van diepe slaap over u uitgestort en Hij heeft uw ogen — de profeten — toegesloten en uw hoofden — de zieners — omhuld." Wat bedoelt hij daarmee? De profeten zijn toegesloten en de zieners, die gezichten zien, zijn omhuld. Met andere woorden: ze slapen, maar ze zien het niet, want die ogen (de profeten) zijn toegesloten en de hoofden (de zieners) zijn omhuld. En dan staat er in het vervolg, in vers 11: "Zo werd het gezicht van dit alles voor u als de woorden van een verzegeld boek, dat men aan iemand geeft die lezen kan, terwijl men zegt: Lees dit eens; maar hij antwoordt: Ik kan het niet, want het is verzegeld." Kijk, dat is de betekenis die deze verzegeling heeft! Als een boek verzegeld wordt, dan betekent dat dat de inhoud ervan verborgen wordt gehouden en toegesloten wordt; men zal het niet verstaan, ook Gods wegen niet.

Jahweh Zelf geeft een geest van diepe slaap. Als u een kenner van de Schrift bent, dan weet u trouwens dat vers 10 wordt aangehaald door Paulus in de Romeinenbrief. Dat gaat over de tegenwoordige tijd: Israël verstaat de Schrift niet. U weet, er is geen volk waarvan we weten dat het zoveel kennis van de Schrift heeft als juist het Joodse volk; die reputatie hebben ze. En toch is volgens de Bijbel het boek verzegeld. Tot op de dag van vandaag, zegt Paulus in 2 Korinthe 3, ligt er een bedekking op hun hart. En die bedekking wil gewoon zeggen: ze zijn niet in staat om te zien wat daaronder ligt. Alleen als de bedekking weggenomen wordt — oftewel als men het ont-dekt, neem die woorden even heel letterlijk — dan wordt het anders.

Maar nu is het boek verzegeld. Laten we met deze kennis van zaken weer even teruggaan naar Daniël 9. De zeventig weken leiden inderdaad tot de komst van de Messias, Die verzoening zal doen, een verzegeling zal bewerkstelligen, de overtreding zal beëindigen en gerechtigheid van de aionen zal brengen. Maar met de komst van de Messias breekt er voor het volk en de heilige stad tevens een tijd van verblinding aan, zodat men gezicht en profeet niet zal kunnen verstaan. Dat is dus één van de doelstellingen van deze hele profetie. Dat is buitengewoon belangrijk voor het verstaan van het geheel, en vandaar ook dat ik het zo sterk benadruk. En tenslotte wordt er nog gesproken over de zesde en laatste doelstelling...

De Zalving van de Allerheiligste en de Vervulling in Christus ↑ hoofdstukken

"Tot zalving van heiligheid der heiligheden." In de NBG-vertaling staat: "tot het zalven van iets allerheiligst". In de praktijk is dat ongeveer hetzelfde, want "heiligheid der heiligheden" is een bekende Hebreeuwse superlatief, net zoals Koning der koningen (de allerhoogste Koning), de Heer der heren of de hemel der hemelen enzovoort. "Het heilige der heiligen" komt er hier het dichtst bij: het allerheiligste dus. Dat klopt wel; het is meer interpretatie, maar niettemin klopt het wel.

En dan staat er: "tot zalving van heiligheid der heiligheden". Zalving, dat is het woord Mashiach. Degenen die de Hebreeuwse letters een beetje kennen, zien dat hier ook direct in besloten liggen: Mashiach. En wat wordt er dan gezalfd? Het allerheiligste.

Ik neem u even mee naar Handelingen 10. Daar lees je dat Petrus in het huis van Cornelius spreekt over Jezus van Nazareth. Zijn blik gaat terug in de geschiedenis naar hoe ooit Zijn openbare optreden begon, en daar staat hoe God Hem zalfde met heilige geest en met kracht. Dat gaat over het moment dat Jezus gedoopt werd in de Jordaan. Toen Hij opstond uit het water, uit de doodsjordaan, kwam de heilige geest op Hem in de gedaante van een duif. Dat heet al een zalving. Hij ontving toen de heilige geest, maar dat was een type van wat er werkelijk zou gebeuren toen Hij daadwerkelijk uit de doden zou opstaan.

Want dat lees je in Handelingen 2. Diezelfde Petrus zegt op een veel eerder tijdstip tegen zijn volksgenoten op het tempelplein, als conclusie van wat hij naar voren heeft gebracht: "Dus moet ook het ganse huis van Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en tot Christus gemaakt heeft." Wie is dat? "Deze Jezus, die gij gekruisigd hebt." Jullie hebben Jezus gekruisigd, en dan zegt Petrus ook dat dit gebeurde naar de bepaalde raad en voorkennis van God. God wist het niet alleen van tevoren, het móest ook zo gebeuren. En God heeft die Jezus, die zij hebben miskend en gekruisigd, tot Heer — tot Kurios — maar ook tot Christus gemaakt. Als ik het op z'n Hebreeuws zou zeggen: tot Mashiach, ons woord Messias. In feite zijn dat allemaal dezelfde begrippen: Mashiach is Hebreeuws, Christos is Grieks, maar in het Nederlands betekent het gewoon "gezalfd". Je zou er eigenlijk voor kunnen pleiten om altijd te spreken over "gezalfd", want dat is wat het is.

Hij is de Gezalfde, en God heeft Hem tot Christus gemaakt toen Hij Hem opwekte uit de doden. Dat wil zeggen: Hij kreeg de Geest. En wat gebeurt er als je de Geest krijgt? Als je de geest geeft, dan sterf je, zeg ik dan altijd hè. Maar als je de Geest krijgt, dan ontvang je het leven. Welnu, Hij ontving leven: onvergankelijk leven. Dat staat ook in hoofdstuk 2 vers 33: dat Hij de heilige geest als eerste ontving. Onvergankelijk leven! En wat in type al drieënhalf jaar eerder was gebeurd — namelijk toen Hij opstond uit het water en de heilige geest in de gedaante van een duif op Hem neerdaalde — dat werd nu vervuld toen Hij uit het graf verrees. Waarom? Omdat God Hem de Geest had gegeven, met allemaal hoofdletters. Die deed Hem opstaan, zodat Hij met recht de Allerheiligste werd. Hij werd de Gezalfde: de Allerheiligste werd gezalfd.

We zullen zien dat dit helemaal klopt. En dat die termijn ook klopte, daar zullen we het nog over hebben. Maar dat is wat Daniël te horen krijgt: die zeventig weken zullen culmineren, ze zullen eindigen in het feit dat de heiligheid der heiligheden zal worden gezalfd.

We hebben dus gezien: zeventig weken. Daarmee wil ik dan ook afsluiten. De zeventig weken zijn bepaald met het oog op: het beëindigen van de overtreding, het verzegelen van de zonden, verzoening doen over de ongerechtigheid, het brengen van gerechtigheid der aeonen, de verzegeling van gezicht en profeet, en tot zalving van heiligheid der heiligheden. En dat alles is tot stand gebracht in de Messias. We zullen zien dat dit inderdaad perfect in lijn is met wat de Schrift zegt.

Ik vind het trouwens apart dat hier een zestal genoemd wordt. Het is tot stand gebracht: de realisatie, de vervulling van het afschaffen van de zonde en van het verzoening doen. Maar de uiteindelijke realisatie, de volle vervulling ervan, dat wacht nog; vandaar ook het zestal. Dat is ook weer de symboliek, want je zou je de vraag kunnen stellen: hoezo zes? De basis is gelegd, het is tot stand gebracht, maar de volle vervulling zal komen — ik zal het u maar verklappen — als de Messias terugkeert.

🎧 de zeventig weken van Daniel - vers 24
Delen: