de gelukkige God (2) Maarn 2018
27-05-2018 - Geplaatst door Andre Piettweede toespraak gehouden tijdens het GB-weekend 2018 in Maarn
Over “de gezonde leer” die in overeenstemming is met het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige GOD. Hoezo gezond? En wat is die leer?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Gezonde Leer en de Gelukkige God
- 1 Timotheüs 1: Waarschuwing Tegen een Andere Leer
- Het Einddoel van de Opdracht: Liefde en een Zuiver Hart
- Het Wettige Gebruik van de Wet
- Voor Wie de Wet Is Gesteld: Overtreders en Goddelozen
- De Betekenis van 'gezond': een Vitale en Krachtige Leer
- Titus 2: de Leer van God Onze Redder Versieren
- De Kern: Gods Genade Is Reddend voor Alle Mensen
- 1 Timotheüs 4: het Betrouwbare Woord en Onze Hoop
- Beveel en Leer Deze Dingen: het Abc van het Evangelie
Introductie: de Gezonde Leer en de Gelukkige God ↑ hoofdstukken
Wij gaan deze ochtend verder met onze serie over dit prachtige thema: de Gelukkige God. We hebben daar inmiddels al een bijeenkomst aan gewijd en daarbij ook vastgesteld wat dat betekent. Alle vijf bijeenkomsten hebben dit als centraal thema; iedere keer zal dat doorklinken dat we een God hebben die gelukkig is. Paulus noemt dat ook een goed bericht, een evangelie van heerlijkheid, want wie God is, is gelukkig. Alles wat Hij voornemens is, dat realiseert Hij. Dat is wat het betekent dat Hij de gelukkige God is.
Daar zit nogal wat aan vast. Vanochtend gaan we ons bezighouden met de gezonde leer. Waarom? Wel, het weekendthema is wat we vinden in 1 Timotheüs 1 vers 10 en vooral vers 11: "En al wat anders de gezonde leer tegenstaat". Dit is midden in een zin dat Paulus dat zo zegt: "En al wat anders de gezonde leer tegenstaat, in overeenstemming met het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God, dat mij werd toevertrouwd."
In de eerste bijeenkomst hielden we ons bezig met deze woorden: het goede bericht van de heerlijkheid. Dat is een uitdrukking die we ook elders vinden en juist daar zijn we ook naartoe gegaan. Want dan gaat het over dat goede bericht van de heerlijkheid van Christus, die Gods beeld, Gods icoon is. Gisteravond was het onderwerp vooral hoe Christus, als het embleem of het icoon van God, degene is die Gods voornemen volledig gaat volbrengen en realiseren. Dat hebben we gedaan aan de hand van met name Psalm 1 en Jesaja 53, waar dat zo naar voren gebracht wordt.
Nu gaan we het in deze bijeenkomst hebben over de gezonde leer, die immers in overeenstemming is met het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God. Op de een of andere manier, dat is wat Paulus hier zegt, loopt die gezonde leer daarmee parallel; dat is daarmee in overeenstemming. In die gezonde leer moet dus ook doorklinken dat God de Gelukkige is. Dat is het evangelie dat Paulus is toevertrouwd. Dat is trouwens het onderwerp van deze avond, dan zullen we ons daar speciaal op richten.
In de vierde bijeenkomst zoomen we echt volledig in op de gelukkige God en waarom dat zo is. Dan beperken we ons echt tot dat onderwerp en zullen we trouwens ook een vraag onder ogen zien waar namelijk altijd het grootste bezwaar tegen ingebracht wordt: hoe kan God gelukkig zijn? Kijk eens om je heen. En dan bedoel ik niet: kijk eens om je heen naar die prachtige natuur, zoals we vandaag natuurlijk al verschillende keren gememoreerd hebben, maar als je gewoon wat verder in de wereld kijkt naar al het leed, alle moeite en alle toestanden: hoe kan zo’n God, met dat in gedachten, gelukkig zijn? Dat is de vraag van morgen.
De vijfde bijeenkomst is een soort appendix, dan zullen we ons bezighouden met de gelukkige mens. Hoe dit alles een mens gelukkig maakt en wat dat vervolgens uitwerkt. Vijf bijeenkomsten, en ze lijken mij allemaal erg gelukkig uitgekozen. Nu gaan we ons dus bezighouden met de gezonde leer, want dat is waar Paulus het over had.
1 Timotheüs 1: Waarschuwing Tegen een Andere Leer ↑ hoofdstukken
Laten we eens dat voorgaande, dus wat direct aan vers 10 voorafgaat, met elkaar lezen. Want als Paulus die gezonde leer ter sprake brengt, dan refereert hij aan de dingen die hij daarvoor had geschreven. Ik stel voor dat we de draad oppakken na de aanhef en de groet in vers 1 en 2. Dan zegt hij dit tegen Timotheüs.
Een aantal dingen zullen we heel snel bezien, omdat dat ons anders te ver van ons onderwerp zou afbrengen, maar we lezen het om toch even de context en het hele verband te zien. We beginnen te lezen in vers 3, waar Paulus aan Timotheüs schrijft. Het is een persoonlijke brief en wij kijken als het ware over Timotheüs' schouder heen. Dit is wat hij optekent.
"Blijf," zegt hij tegen hem, "in Efeze, zoals ik je opriep toen ik naar Macedonië ging." Daar zouden we natuurlijk een heel verhaal kunnen houden over hoe dat precies zat, waar Paulus zich bevond, waar hij naartoe ging en wat het tijdsraamwerk was. Dat doen we niet; we lezen gewoon even de mededeling sec. Dan zegt hij waarom, en dat is nu wel van belang. Waarom moet Timotheüs daar blijven? Wel, om aan sommigen op te dragen geen andere leer te onderwijzen.
U kent wellicht de uitdrukking die in de christelijke wereld nog wel eens wordt gebezigd: "Het gaat niet om de leer, het gaat om de Heer." Ik denk wel te begrijpen wat men ermee bedoelt, maar de uitdrukking deugt van geen kant. Ik zou zelfs zeggen: wie zoiets serieus meent, die verkondigt echt een andere leer. De leer is juist buitengewoon belangrijk. Nu begrijp ik ook wel de aversie die veel mensen hebben tegen leer, maar weet u hoe dat komt? Omdat er zoveel ongezonde leer bestaat. Dat maakt dat mensen een allergie hebben ontwikkeld voor alles wat leerstellig is. Van het woord alleen al krijgen mensen soms uitslag. Dat is wellicht overdreven, maar het scheelt niet veel.
Laten we het dan voorzichtiger zeggen. Paulus benadrukt dat hij in Efeze was geweest en dat Timotheüs daar moet blijven om vast te houden aan wat hij heeft onderwezen: geen andere leer onderwijzen en ook geen aandacht geven aan mythen. "Verdichtsels" staat er geloof ik, of "fabels" in de NBG-vertaling, maar hier staat gewoon het Griekse woord voor mythe. Ons woord mythe is een Grieks woord. Eén ding is duidelijk: het is een bedenksel van mensen. Al is het inderdaad soms knap bedacht, het blijft een mythe. Paulus suggereert dat die andere leer zich kennelijk wel bezighoudt met mythen en eindeloze geslachtsregisters.
Voor sommige mensen, en dat was voor deze leraren kennelijk ook het geval, was afstamming via geslachtsregisters van belang in verband met de vraag waarop je aanspraak kon maken. De Bijbelse beloften zijn immers gegeven aan Israël; ben jij wel een Israëliet? Ik ken trouwens vandaag de dag ook mensen die er grote waarde aan hechten dat wij op een of andere manier afstammen van Israël, bijvoorbeeld van de tien stammen. Dan is het van belang dat je je geslachtsregisters kent. Paulus zegt: doe dat nu niet. Afstamming speelt geen enkele rol in de huidige tijd. Geslachtsregisters en genealogieën hadden hun plaats in Israël, in de Tenach. God gaf instructies voor de Levieten, en dan is het van belang dat je een Leviet bent en dat je geslachtslijn klopt. Dat is duidelijk. God heeft woorden en beloften gegeven aangaande de stammen, en als het daarom gaat, is afstamming van belang. Maar nu gaat het naar de natiën en ongeacht je afkomst maken geslachtsregisters totaal geen verschil.
Paulus zegt dat we geen aandacht moeten geven aan mythen of eindeloze geslachtsregisters, die veeleer problemen verschaffen dan Gods beheer, die in het geloof is. Het gaat om dat wat God beheert, wat God in beheer geeft en wat een mens gelooft. Het blijkt iedere keer weer dat ongezonde leer, een andere leer, altijd uitwerkt in de praktijk. Wat je overtuiging is en wat je gedachtegang is, heeft een uitwerking op je levensstijl. Dat is onvermijdelijk. Vandaar dat het ook in dat opzicht belangrijk is om gezonde leer te hebben. Dat werkt namelijk uit in je denkwijze, in je spreken, in je gedragingen, maar ook in de keuzes die je maakt; kortom, in je hele leven. Die mythen en geslachtsregisters leiden alleen maar tot problemen en gedoe; ze zijn daarom ook eindeloos. Het staat zo haaks op dat wat God in beheer geeft: gewoon geloven wat Hij zegt. Daar heb je helemaal geen ingewikkelde menselijke verhalen en genealogieën voor nodig.
Het Einddoel van de Opdracht: Liefde en een Zuiver Hart ↑ hoofdstukken
En dan zegt Paulus: het einddoel nu van de opdracht die hij geeft. Niet van alle vermaning, zoals de NBG dat geeft, maar er staat gewoon: het einddoel van de opdracht, namelijk deze opdracht die ik je geef. Het einddoel daarvan is liefde uit een rein, zuiver hart. Dus onvermengd; dat is wat rein en zuiver is. En een goed geweten en ongeveinsd geloof. Dat "ongeveinsd" is wel een leuk woord. Dat betekent: niet hypocriet.
Weet u wat het leuke is van het woord hypocriet? Dat kwam eigenlijk uit de Griekse cultuurwereld. Een hypocriet, dat was een toneelspeler. In feite had dat woord hypocriet oorspronkelijk niet eens een specifiek negatieve lading; het was gewoon toneelspel. Maar voor een heleboel mensen is het hele leven één groot toneelspel. Juist in de religieuze wereld is er heel veel toneelspel. Men doet zich op een bepaalde manier voor, maar dat is gewoon een masker. Maar dat is dus geveinsd. Je doet alsof, maar op dat moment raak je ook je goede geweten kwijt, want je bent namelijk niet meer eerlijk. En als een goed geweten ergens mee te maken heeft, dan heeft het wel te maken met dat je gewoon eerlijk bent en dat je de waarheid recht doet. Daarmee is je hart dan ook zuiver. Wel, dat alles is het einddoel van de opdracht, zegt Paulus.
Maar hij stelt dan vast – en dat is precies de reden waarom hij Timotheüs gelast daar in Efeze te blijven en geen andere leer te brengen – dat sommigen hiervan zijn afgeweken. Zij zijn afgekeerd tot zinloos gepraat; volkomen leeg, "ijdel gepraat" zegt de NBG-vertaling. Een hoop gedoe, een hoop gepraat, een hoop woorden, maar het zijn alleen maar woorden; het heeft totaal geen inhoud.
Zij willen – we krijgen het nu wat meer in beeld, want over welke mensen heeft hij het? Timotheüs wist dat natuurlijk. Wij wonen niet in Efeze en wij leven niet in de eerste eeuw; wij kennen de situatie van Timotheüs niet direct, dus je moet het helemaal afleiden uit wat er in zo’n brief wordt opgetekend. We hebben inmiddels al een beetje een idee gekregen van wat voor type mensen dat waren, wat ze deden en leerden en wat ze belangrijk vonden. Ook waar het op uitdraaide en wat het opleverde, namelijk problemen, gedoe en een onzuiver geweten, et cetera. Maar hier wordt Paulus nog wat specifieker. Zij willen – dat is hun intentie – leraren van de wet zijn, zonder te verstaan wat zij zeggen of waarover zij zo stellig zijn.
Paulus wist wel waar hij het over had, want als er één iemand was die zelf bekend was met de wet en daar jarenlang een stipte navolger van was geweest, dan was hij het wel. Hij is degene die gezegd heeft: ik heb het verder gebracht in het jodendom dan vele van mijn tijdgenoten. Dus hij wist wat de wet was en wat de wet leerde, en hij was zelf daarin ook opgeleid. Maar hij zegt van die mensen daar in Efeze: ze willen leraren van de wet zijn.
Dat is trouwens wat we heel goed kennen uit Paulus' brieven. In feite richt Paulus zich in de brief aan de Galaten tot de slachtoffers van hen die leraren van de wet zijn. Paulus had daar in Galatië het Evangelie gebracht. Nu waren er mensen gekomen – dat hoeven niet per se Joodse mensen geweest te zijn, maar ook mensen uit de natiën die waren gejudaïseerd – die dachten: "Ja, die wet is erg belangrijk en wij moeten ons voegen naar die gebruiken en gewoonten, de sabbat en koosjer eten." Noem maar op. Iedere keer weer komen dat soort gedachten op.
Feitelijk is de hele christelijke historie, als je de kerkgeschiedenis nagaat, niks anders dan een opeenstapeling van praktijken van judaïseren: het afkijken van Israël. Dat had ook te maken met de gedachte: wij zijn Israël, we zijn in de plaats van Israël gekomen en wij spelen de rol van Israël. "Hé, dat is hypocriet," zegt u. Wij spelen de rol van Israël en dus nemen we dat allemaal over. Dat kan niet, want dan krijg je op een gegeven moment een rollenspel en dan val je door de mand. Het wordt helemaal link bij een rollenspel. Kijk, bij gewoon toneelspel is het allemaal nog onschuldig, want je weet dat er een rol wordt gespeeld. Maar er zijn mensen die hun hele leven een rol spelen. Of je denkt dat die rol die je speelt, jouw identiteit is. Maar dan loop je dus eigenlijk gewoon met een valse identiteit te koketteren; dan doe je alsof je iemand bent terwijl je een ander bent.
In ieder geval, ik bedoel de hele kerkelijke praktijk van alle riten en gewoonten: de sabbat werd dan de zondag. Denk ook aan alle verkleedpartijen als we het over toneelspel hebben: andere kleding, priesterschap en ambten. Allemaal afgekeken dagenfeesten, hoogtijden, noem maar op. Het is allemaal afgekeken van dat judaïsme. Nou, die leer, die opvatting zoals Paulus dat uitgebreid weerlegt in de Galatenbrief, speelde daar ook in Efeze op, zoals dat iedere keer weer het geval is. Paulus pakt de kern aan. Dat wil zeggen: hij is daar zeer duidelijk in dat dit een "andere leer" is. Hij zegt: zij willen leraren van de wet zijn, maar ze verstaan niet wat zij zeggen of waarover zij zo stellig zijn. We moeten dus doorgaan.
Het Wettige Gebruik van de Wet ↑ hoofdstukken
Want hij zegt: "Wij weten echter dat de wet voortreffelijk is." Zeker, zij is namelijk van God gegeven. God heeft ooit die woorden aan Mozes gegeven – we hebben daar gisteren ook nog even bij stilgestaan. Maar dat geldt indien iemand haar op wettige wijze gebruikt. Dat lijkt mij duidelijk. Die wet gaf God aan Israël, aan het volk dat Hij uit Egypte geleid had. Daaraan gaf Hij die wet. Als je dat buiten die context plaatst, dan ben je onwettig bezig.
Paulus zegt erbij: "Dit wetende, dat de wet niet wordt gesteld voor de rechtvaardige." Dat zou zomaar een uitspraak uit de Galatenbrief geweest kunnen zijn. Want dat is wat Paulus onderwijst in heel zijn evangelie – de Romeinenbrief en met name de Galatenbrief – waarin hij naar voren brengt: wat is een rechtvaardige voor God? Dat is iemand die gelooft. Dat is niet zomaar een administratieve handeling van God, in de zin van: "O, jij onderschrijft een leerstelling en nu reken Ik jou tot een rechtvaardige." Nee, het is veel dieper: het is iemand die God vertrouwt. Want dat is wat geloven is.
God beloofde. De eerste van wie je dit leest, is Abraham. God belooft hem iets – u kent de geschiedenis. Wanneer hij zich er in de nacht bewust van is dat hij kinderloos is en zijn vrouw onvruchtbaar, wordt hij erop gewezen: "Zo zal jouw nageslacht zijn, zoals de sterren aan de hemel." En dan lees je: "En Abraham geloofde God." Hij beaamde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Abraham was op dat moment rechtvaardig, omdat hij vertrouwde op wat God zei. Er werd niets van hem gevraagd, er werd niets opgedragen, hij hoefde niets te doen en er was geen enkele voorwaarde gesteld. Niets. God beloofde en Abraham vertrouwde. Dat is rechtvaardigheid.
Eigenlijk ben je dan precies daar gekomen waar God een mens hebben wil, namelijk dat je Hem restloos vertrouwt. Een rechtvaardige in de Bijbel is per definitie hetzelfde als een gelovige. Zo rekent God, als ik het dan toch even administratief mag uitdrukken. De wet wordt niet gesteld voor de rechtvaardige. In feite blijkt dat ook wel uit de wijze waarop dat in de wetten altijd geformuleerd wordt. "Gij zult niet echtbreken" – tegen wie zeg je dat? Als je het als een wet of een commando opvat, dan betekent dat dat het wordt gezegd tegen mensen die in ieder geval de neiging hebben om echt te breken, nietwaar? Om maar wat te noemen.
Wetende dat de wet niet wordt gesteld voor de rechtvaardige, maar voor... en dan gaat Paulus een hele categorie noemen die ik tamelijk vermoeiend vind – ik denk Paulus zelf ook – maar hij doet het om zijn punt te maken. Trouwens, het is wel opvallend hoe hij daarbij de lijn volgt van de Tien Woorden. Oneerbiedigen, dat is dan het verticale vlak, en dan – kijk maar na – de vader- en moedermishandelaars en de doodslagers. Dat is precies ook de lijn van de Tien Woorden zoals je die vindt in Exodus 20; kijk dat maar eens een keertje na. Laten we in ieder geval een paar dingen eruit lichten die misschien niet zo onmiddellijk duidelijk zijn.
Voor Wie de Wet Is Gesteld: Overtreders en Goddelozen ↑ hoofdstukken
Voor wie is die wet dan gesteld? Wel, Paulus zegt: voor wettelozen en niet-ondergeschikten. Een wetteloze, dat is iemand die geen norm heeft. Dat is wat 'wet' en 'nomos' eigenlijk ook is; ons woord 'norm' komt daar ook vandaan. Oftewel, als je geen normen hebt die aangeleverd worden, dan betekent het dus dat je jezelf als norm stelt. Er is maar één norm en dat is wat ik vind, meen, voel en doe. Dan ben jij zelf de norm, maar dan ben je dus wetteloos, normloos. En ook niet-ondergeschikt, want je laat je niet gezeggen.
Die wet werd dus gesteld voor oneerbiedigen en zondaars. Dat woord 'oneerbiedigen' wil ik er even uitlichten, want dat is het Griekse woord a-sebeia. Dat betekent letterlijk: zonder verering. In de NBG-vertaling wordt het weergegeven met 'goddelozen'. Het idee is dat ze oneerbiedig zijn, dat is de letterlijke betekenis. Maar dit woord kent een tegenstelling: eu-sebeia, en dat is 'goede verering'. Dat woord komen we heel vaak tegen in het Nieuwe Testament, alleen wordt het bijna stelselmatig vertaald met 'godsvrucht'. Dat is een lastig woord in het Nederlands, want we denken bij godsvrucht meteen aan fruit ofzo, maar etymologisch schijnt het afgeleid te zijn van het Duitse Furcht, wat 'vrezen' betekent. 'Godsvrezen' komt dus dichterbij.
Later in dezezelfde brief gebruikt Paulus dat ook, in 1 Timotheüs 6. Dat is leuk: de slang bijt in zijn staart, want waar de brief mee begon, daar eindigt hij ook weer mee. In 1 Timotheüs 6 zegt hij: "Indien iemand een andere leer onderwijst en niet toetreedt met de gezonde woorden..." Hier hebben we een variant; we hadden de gezonde leer en hier hebben we de gezonde woorden. Hij zegt dat dit de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus zijn. Meestal zegt men dan dat dit de woorden zijn die de Heer Jezus hier op aarde heeft gesproken en die we in de evangeliën vinden. Dan zeg ik: ja, dat waren de woorden van Jezus, maar vergis u niet: als Paulus hierover spreekt, dan heeft hij het ook over de dingen die hijzelf naar voren heeft gebracht.
Sterker nog, hij zegt zelf dat het evangelie dat hij onderwijst en predikt niet van hemzelf is, maar dat hij dit heeft ontvangen door openbaring van Jezus Christus. Jezus Christus heeft zich persoonlijk aan hem geopenbaard en hem onderwezen. Met andere woorden: hij heeft de woorden van onze Heer Jezus Christus van bovenuit de hemel ontvangen. Meestal is de gedachte dat Paulus eenmalig gegrepen is op de weg naar Damascus en dat de Heer toen aan hem verschenen is. Nee, de Heer had gezegd: "We spreken elkaar nog." Hij zei: "Ik zal je opnieuw weer openbaren." Paulus is naar Arabië gegaan, waar ooit ook de berg Sinaï lag. Daar is hij door de Heer onderwezen en hij heeft de woorden van onze Heer Jezus Christus hoogstpersoonlijk gehoord. Denk hier dus niet per definitie alleen aan de woorden die de Heer Jezus op aarde sprak. We denken in het bijzonder, zelfs in de eerste plaats, aan de woorden van de verheerlijkte Heer die Hij aan Paulus heeft bekendgemaakt. Eigenlijk is dat meer een onderwerp voor vanavond, maar dit was dan een aanzetje.
Het gaat mij namelijk om de laatste regel in deze zin, want die gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus zijn in overeenstemming met de leer van eerbied. Of, zoals de NBG zegt: "de leer der godsvrucht". Het is eerbied voor God. De gezonde leer en de gezonde woorden leiden tot eerbied voor God. Dat is heel karakteristiek voor gezonde woorden: dat het eerbied oproept, genereert, voortbrengt en onderwijst. Het is de voedingsbodem daarvoor. Eerbied ontstaat niet zomaar; dat kun je niet op commando opleggen, want dan krijg je weer toneelspel en een schijn van godsvrucht. Nee, echte eerbied voor God moet gevoed worden door het feit dat God groot wordt, waardoor je ontzag voor Hem krijgt en inziet dat Hij werkelijk God is. Dat is waar we het dit weekend over hebben: dat Hij de gelukkige God is. Gezonde woorden en gezonde leer leiden tot eerbied voor God. Daaraan kun je gezonde leer ook herkennen. Wat is gezonde leer? Dat is een leer waarin God grootgemaakt en verheerlijkt wordt, waarin Zijn glorie uitgestald wordt en waarbij je zegt: "Wauw, wat geweldig, wat groot! Hoe onvoorstelbaar rijk en heerlijk is Hij." Als onderwijs daar niet toe leidt, dan zouden alle lampjes moeten gaan branden en moeten er waarschuwingen klinken, want dan deugt het niet.
We gaan even verder, want we waren nog steeds in die vermoeiende lijst. Maar goed, we zijn nog vroeg in de morgen, dus we schrikken daar niet voor terug. Voor wettelozen, niet-ondergeschikten, oneerbiedigen en zondaars. Zondaars, nou, we weten wat dat is. En voor onrechtschapenen. Ja, wat is dat? De NBG zegt "onverlaten" of "onheiligen". "Heilig" betekent eigenlijk "gewijd", en de tegenstelling "onheilig" betekent "niet gewijd". Dat is profaan, banaal of alledaags. In feite, als je God leert kennen, dan wordt het hele leven heilig. Hij is immers de Schepper van alle aspecten van het leven. Heel de schepping, waar ik ook kijk of wat ik ook meemaak, alles herinnert mij aan de grote God. Dat maakt het hele leven heilig. Er bestaan geen terreinen waar God buiten staat; dat bestaat helemaal niet. Hij is de Schepper van alles en alle dingen zijn uit Hem voortgekomen. Op het moment dat dat kwartje gaat vallen, wordt het leven en het hele bestaan geheiligd.
We gaan verder in het lijstje: vader- en moedermishandelaars. Dat staat wel heel erg haaks op het hebben van eerbied voor vader en moeder. En voor doodslagers en hoereerders. Ja, wat zijn dat? De Bijbelse definitie is van belang, want ik denk dat we inmiddels in een tijd zijn aangeland waarin dat soort lijnen totaal niet vanzelfsprekend meer zijn. Hier staat het Griekse woordje pornos. Dat kennen we allemaal, want daar komt het woord "porno" vandaan. Maar dat zijn hier geen afbeeldingen of iets wat je ziet. De pornos is in dit geval een aanduiding van een persoon: iemand die seksuele gemeenschap heeft met iemand die niet zijn vrouw is. Dat heet hoererij. Het is dus niet per definitie alleen iemand die naar een prostituee gaat; het begrip is breder. Het is iemand die gemeenschap heeft met een vrouw die niet de zijne is. Ik heb hier de tekst erbij geschreven; je kunt dat daar nalezen, dan zie je dat gewoon heel duidelijk beschreven.
Dan deze, die ligt misschien wel heel erg gevoelig in deze tijd. Ik bedoel niet specifiek in deze groep, maar in het algemeen. Voor "mannenliggers" — ik heb het expres zo weergegeven omdat dit de meest letterlijke weergave is. Hier staat in het Grieks het woord arseno-koitēs. Dit arseno betekent "mannelijk" en het tweede deel van het woord betekent eigenlijk "liggen". Het betekent dus gewoon letterlijk een man die ligt met een man. In dat koites herkennen wij trouwens ons woord "coïtus" nog: seksuele gemeenschap. Dat is waar Paulus het hier over heeft. Paulus kende dat woord ook vanuit de Hebreeuwse Bijbel, of eigenlijk vanuit de Griekse vertaling, de Septuagint. Dit woord wordt ook gebezigd in Leviticus 18, waar het letterlijk inderdaad ook gaat over mensen die seksuele gemeenschap...
Mannen die seksuele gemeenschap hebben met een andere man; vandaar ook dat er hier in de interlineair gekozen wordt voor de weergave 'homoseksuelen'. Maar daar gaat het in feite niet over. Dat vind ik erg belangrijk om erbij te zeggen. Het gaat daar niet om een neiging; de Schrift spreekt geen woord over homofilie, nooit. Mensen voelen zich daar schuldig om omdat ze bepaalde neigingen bij zichzelf herkennen en denken... De Schrift zegt er geen woord over. Waar de Schrift wat over zegt, is over mannen die bij mannen liggen, seksuele gemeenschap hebben.
Ja, ik weet het. Vijftig jaar geleden zou dit zo probleemloos gewoon gezegd kunnen worden, bij wijze van spreken ook voor de radio en tv, want iedereen was het daar volkomen mee eens. En als je het nu zegt, dan... Als je het een beetje provocerend zegt, dan kan het gebeuren dat je zelfs voor de rechter gedaagd wordt. Want dan ben je een 'homofoop', en dat is ook alweer zo'n akelig woord omdat niet duidelijk is waar het precies over gaat.
Hoe dan ook, in de Schrift is het nu eenmaal zo dat God de Ontwerper is. Hij heeft de seksualiteit gecreëerd: mannelijk, vrouwelijk, en dat past in elkaar, dat hoort bij elkaar. En als u het van een bioloog niet wilt geloven — dat ben ik trouwens niet — dan zou u het aan een elektricien moeten vragen. Die weet ook dat dat zo hoort. Maar goed, laten we het even bij deze uitweiding houden.
Vervolgens: voor hoereerders, mannenliggers, voor mensenhandelaars. Ja, die had je toen ook al. Ik kan me voorstellen dat u precies het tegenovergestelde dacht: ja, die had je toen nog. Maar ik denk eigenlijk: die had je toen ook al. Nou, daar moet u maar eens over nadenken. Leugenaars? Ja, die had je toen ook al. Wat is dat voor iemand? Dat is iemand die niet de waarheid spreekt. Dat is heel belastend voor je geweten, en ook lastig trouwens voor je herinnering, want dan weet je het net niet meer. Dan heb ik het niet meer geweten. Er is zo'n uitspraak dat veel mensen hun goede geweten danken aan hun slechte geheugen. Dat kan ook; dan zeg je: "Ja, ik heb het niet geweten."
Leugenaars en meineedplegers; dat is in feite nog een graadje erger. Dat is ook liegen, maar dat is dan zelfs officieel liegen. Je hebt een eed uitgesproken en die breek je in het publiek. Dan ben je rijp voor rechtsvervolging. Meineedplegers. Het staat zo haaks op het feit dat Paulus dit als laatste noemt. Dat heeft natuurlijk ook te maken met die Tien Woorden en de lijn van het vals getuigenis spreken. Dat volgt op het laatst, maar inhoudelijk staat dat ook het meest haaks op de gezonde leer. De gezonde leer wordt namelijk gekenmerkt door waarheid: de feiten, dat wat waarachtig is, wat eerlijk is, wat solide is en wat betrouwbaar is.
We hadden het gisteren nog over de god van deze aion. Het meest karakteristieke van dit wereldtijdperk, deze boze aion, is dat de waarheid ten onder gehouden wordt. Dat wil zeggen: de waarheid wordt verdraaid. In het beste geval heb je dan een halve waarheid, maar dat is, zoals we al memoreerden, nog erger dan een hele leugen. In ieder geval is het niet waarachtig meer. Dat is deze aion; de leugen regeert.
Dat is trouwens ook precies de reden waarom wij met zo'n geweldige, solide boodschap zitten die niet alleen rijk, gezond, heerlijk en gelukkig makend is, maar ook nog eens waarachtig is — de bonnetjes liggen erbij, het is een woord dat zichzelf bewijst — en dat het toch nauwelijks gehoor vindt in deze wereld. Eigenlijk onvoorstelbaar. Ik zal eerlijk bekennen: ik denk het zo vaak. Dat wat wij weten en mogen uitdragen is zo geweldig en waardevol, maar het is ook de waarheid. Het bewijst zichzelf ook. En dan denk je: waarom ziet niet iedereen dit? Ik weet het antwoord inmiddels wel hoor, maar de verbazing grijpt me vrijwel dagelijks of wekelijks aan. Hoe is het mogelijk dat niet meer mensen dit zien? Nou, dat heeft dus alles te maken met deze aion, en natuurlijk ook met Gods plan. Daar zitten nogal wat kanten aan. Maar nu komen we uiteindelijk bij ons punt.
De Betekenis van 'gezond': een Vitale en Krachtige Leer ↑ hoofdstukken
Paulus had een hele lijst opgenoemd van leugenaars, meineedplegers en al wat anders de gezonde leer tegenstaat. Al die zaken die hij noemde, zijn uitwerkingen van wat ongezond is; van ongezonde leer, een andere leer. Aangezien er maar één leer — dé leer — gezond is, is al het andere ongezond, en dat is wat het uitwerkt.
Het is goed om even te memoreren wat het woord 'gezond' precies betekent. Het betekent dat iets krachtig is, en daarmee ook vitaal en energiek. Dat is gezond. Ik kan daar een mooi voorbeeld van geven uit mijn eigen praktijk. De meesten van u weten dat ik naast het Bijbelstudiewerk nog andere dingen doe. Zo geef ik les aan anderstaligen, aan buitenlanders die de Nederlandse taal leren. Een vaste rubriek in mijn lessen is die van de antoniemen, de tegenstellingen.
Ik zet dan een woord in een PowerPoint-presentatie, bijvoorbeeld 'zomer'. Aan de andere kant moet dan het tegenovergestelde ingevuld worden: 'winter'. Of 'dag' en 'nacht'. Zo gaan we door honderden van die antoniemen heen. Dat is heel erg leuk, omdat je op deze manier een taal leert begrijpen door het contrast te verstaan. Als je eenmaal weet wat de tegenstelling is, begrijp je de echte betekenis van het woord beter. Daar gaan we morgen trouwens nog dieper op in: hoe wij het goede leren kennen juist door het kwade. Maar daarover morgen meer. Zo werkt het nu eenmaal: je leert de dingen kennen door contrast.
Kijk bijvoorbeeld naar wat 'gezond' is in Lucas 7. Daar wordt gesproken over de genezing van een slaaf. Er staat dat zij de slaaf vonden die ziek was, maar letterlijk staat er: die zwak was. En ze vonden hem nu gezond. De tegenstelling van gezond is hier dus zwak. Maar dan weet je ook meteen wat gezond wél is. Gezond is sterk, vitaal, krachtig en energiek.
Het herinnert mij aan een boek dat ik twintig jaar geleden eens heb aangeschaft, getiteld Vitaliteit. Het hele boek gaat over gezondheid. De inleiding was geschreven door een arts die onderwees dat gezondheid inderdaad vitaliteit is. Zijn definitie van ziek zijn was in feite een gebrek aan energie. Nu zitten er medici in ons gezelschap, dus ik ga mijn nek niet te ver uitsteken, maar dit is wat deze arts naar voren bracht: ziekte is feitelijk altijd een gebrek aan kracht en energie, waardoor het lichaam niet langer in staat is om vitaal te blijven.
Terug naar de gezonde leer: die is vitaal en krachtig. Dat vind ik mooi. Het is in overeenstemming met het evangelie, met het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God. Het is onderwijs dat gezond is, en dat is ook weer zoiets dat gelukkig en blij maakt en je kracht geeft. Als er iets is wat we in deze wereld nodig hebben, dan is het wel kracht om staande te blijven. Er komt immers zoveel op ons af. Om even in de terminologie te blijven: er zijn zoveel ziekten, bacteriën en ongein waardoor je gemakkelijk geïnfecteerd raakt. Dan is het essentieel dat je weerstand hebt, oftewel dat je vitaal en krachtig bent.
Dat is fysiek waar, maar het is bovenal geestelijk waar. Ik geloof trouwens zelfs dat er een connectie is en dat geestelijke vitaliteit een gezond effect heeft op het lichaam. Ik zeg niet dat er een één-op-één relatie is, begrijp me goed, maar het is wel degelijk gezondmakend. Het is heel gezond voor je lichaam om gezond te denken. Gezonde leer is in overeenstemming met het goede bericht van de heerlijkheid van de gelukkige God, waarvan Paulus zegt dat het hem werd toevertrouwd.
Paulus noemt hier de dingen die de gezonde leer tegenstaan; hij benadert het hier negatief. Wat hij zojuist naar voren had gebracht, is precies het tegenovergestelde en de tegenstelling van de gezonde leer. In de Titusbrief brengt hij de gezonde leer ook ter sprake, maar daar doet hij het juist positief. Hij zegt tegen Titus dat hij alles moet onderwijzen wat de gezonde leer betaamt, of wat ermee strookt. Dat is de positieve benadering.
Als u dat leest in Titus 2, dan ziet u dat hij vervolgens verschillende groepen instrueert: de oudere mannen, de oudere vrouwen, de jongere vrouwen en de jongere mannen. Hij leert hen alles wat de gezonde leer betaamt, wat betekent dat er overeenstemming moet zijn met die leer. De vijfde categorie die hij aanspreekt, zijn de slaven. Ik kom daar morgenmiddag nog even op terug, maar ik wil nu alvast dit voorzetje geven. Paulus zegt daar wat de gezonde leer betaamt en hij noemt dat 'de leer van God'. Laten we daar in Titus 2 eens naartoe gaan, want u wilt weten: wat is nu precies die gezonde leer? We weten inmiddels dat ze gezond en vitaal is, en we weten ook waartegenover ze staat.
Titus 2: de Leer van God Onze Redder Versieren ↑ hoofdstukken
Maar wat is nou dat gezonde onderwijs? We weten het inmiddels al: het is in overeenstemming met het evangelie dat aan Paulus werd toevertrouwd, het evangelie van de gelukkige God. Maar is er nog wat meer over te zeggen? Jazeker, we kunnen nog wat specifieker worden. Het mooie van deze serie en van wat we dit weekend bespreken, is dat we uiteindelijk in al die bijeenkomsten tot één conclusie komen. Linksom of rechtsom, het kan je niet ontgaan. Mocht je een bijeenkomst missen of mocht er eentje zijn die je minder aanspreekt, geen probleem, want in alle bijeenkomsten vertel ik uiteindelijk hetzelfde: God is de gelukkige. En dat is ook precies de strekking van de gezonde leer.
In Titus 2 spreekt Paulus de slaven aan, een fenomeen dat wij in onze maatschappij niet meer in die vorm kennen. Wij hebben werknemers, al zult u zeggen dat die in de praktijk soms nauwelijks van slaven verschillen. Toch is er een wezenlijk verschil: een slaaf is een lijfeigene, gewoon het eigendom van zijn heer, en niet iemand die zich parttime verhuurt voor een bepaalde klus. Je kon het als slaaf treffen met een goede heer, maar het kon ook zijn dat je het niet trof. Paulus zegt tegen die slaven echter niet dat ze zich revolutionair moeten opstellen omdat het een onrechtvaardige of maatschappelijk onacceptabele instelling zou zijn. Hij roept niet op tot verweer of opstand. Niets van dat al. Hij zegt: voeg je maar gewoon, jij staat nu eenmaal in die positie.
En dan zegt hij iets wat ik eruit wil lichten, want die gezonde leer is zo mooi. Hij zegt dat zij de leer van God onze Redder zullen versieren in alles. Direct daarvoor lees je dat ze niets mogen ontvreemden van hun heer. Dat zijn gedachten die zomaar kunnen opkomen. Stel dat jouw heer jou heel onbillijk benadert en je bent op een gegeven moment in de gelegenheid om iets van hem te jatten. Hij heeft het toch niet in de gaten, of hij behandelt mij onbillijk, dus waarom zou ik niet wat van hem terugpakken? Zo'n redenering is heel gemakkelijk. Maar Paulus zegt: niets ontvreemden. Hij zegt dat ze het hem in alles naar de zin moeten maken. Hij gaat daar heel ver in: zich onderschikkend in alles, het hun naar de zin maken zonder tegenspraak — dus ook niet mokkend — en zonder oneerlijkheid, maar goede trouw bewijzen.
Waarom zegt Paulus dit? Om de leer van God onze Redder in alles te versieren. Het mooie is dat die leer geweldig is, maar waar het in het leven om gaat, is dat je de slingers eromheen hangt. Versieren, prachtig! Laat in je leven zien hoe geweldig die leer is. In het begin hadden we het er al even over: het gaat niet om de leer, maar om de Heer. Als je daar echt over doordenkt, is dat onzinnig, hoe begrijpelijk het soms ook klinkt. Want hier blijkt juist dat het in ons gedrag gaat om de leer van God onze Redder.
Ik heb het meer dan eens gehoord: het gaat in de leer altijd om ons gedrag. Men zegt dat elke leerstelligheid eigenlijk maar één doel dient, namelijk om ons gedrag op een of andere manier te sturen, zodat je bepaalde dingen gaat doen of juist laat. Maar Paulus keert het om. Hij zegt dat het in die leer niet om ons gedrag gaat. Dat is heel belangrijk: het gaat in de leer van God niet om ons gedrag of om wat wij doen. Het is precies omgekeerd: het gaat in ons gedrag om de leer van God onze Redder. Ons leven heeft eigenlijk maar één doel, en dat is de grote uitdaging: om het onderwijs dat God Redder is, te versieren.
Die slaven stonden in een positie waarin ze een geweldige gelegenheid hadden om dat te laten zien. Ze konden hun heer tonen hoe geweldig de kracht en het vermogen is van wat Gods genade kan uitwerken. Als je in hele makkelijke omstandigheden verkeert, is dat feitelijk moeilijker duidelijk te maken. Maar juist wanneer je in de positie van een slaaf staat en met onrecht te maken krijgt, ben je in de gelegenheid om de leer dat God Redder is te versieren en mooi te maken. Of liever gezegd: om te demonstreren dat die leer zo mooi is. Want die leer maak je uiteraard niet zelf mooi, je versiert hem alleen. Dat is een verschil. Die leer is van zichzelf al geweldig! De gezonde leer is dus de leer dat God Redder is. En dan gaat Paulus verklaren wat die leer van God onze Redder precies inhoudt, met een heel bekend vers. Want hoezo is Hij dan Redder?
De Kern: Gods Genade Is Reddend voor Alle Mensen ↑ hoofdstukken
De genade van God is verschenen, reddend voor alle mensen. De genade van God is verschenen, dubbele punt: redding voor alle mensen. Dat is de leer van God onze Redder. Dat is gezonde leer: de genade van God.
In die context begrijp je ook meteen waarom die slaven in die gelegenheid waren. Het geldt natuurlijk voor de mens in het algemeen, maar hier wordt het specifiek tegen die slaven gezegd. Die heer van jou, wie hij ook is... Ineens breekt het licht door: die heer van jou is een mens, en God is zijn Redder. Hij weet dat misschien niet en hij wil er wellicht ook niks van weten. Er wordt ook niet eens tegen die slaven gezegd dat ze het moeten vertellen, want ja, de slaaf staat in een positie waarin hij feitelijk niks te vertellen heeft. Maar hij kan wel in zijn leven, gewoon door zijn gedrag en door bepaalde negatieve dingen niet te doen, maar vooral door zich te schikken en het de ander naar de zin te maken — wat positief is — laten zien, versieren, hoe geweldig het is dat je mag weten dat God de Redder is van alle mensen. Dus ook van hem.
Dat kunnen we tegen iedereen vertellen. De gezonde leer is het onderwijs dat God de Redder is van alle mensen. Met wie je ook te maken krijgt, je kunt het altijd vertellen. En als men het niet wil horen, dan blijft het desondanks de waarheid, want het is namelijk een bericht, een mededeling. Je kunt het geloven of je kunt het niet geloven, maar je kunt er niks aan doen; het is namelijk gewoon een mededeling. 'Take it or leave it', zeggen we dan. Of liever: 'take it and believe it'. Dat is de waarheid: Hij is de Redder van alle mensen. Kijk, dat is die gezonde leer.
En wat die leer inderdaad doet? Wel, die leer voedt ons op. Ik kom daar morgenmiddag nog even op terug, maar letterlijk staat daar trouwens het woordje 'pedagogiek'. Het onderwijst, het disciplineert en het traint ons ook. Het feit dat God de Redder is van elk mens vormt je. Oké, er is verschil: er zijn voorlopers, er zijn eerstelingen en er zijn mensen die later komen, maar het feit staat; dat is de mededeling. Dat dwingt je ook om op een heel andere manier tegen andere mensen aan te kijken en dus ook met hen om te gaan.
Dan zie je hoe vormend gedachten zijn. Een leer is nooit zonder consequentie. Stel je voor dat je de leer hebt van de eindeloze helstraf. Dat is de orthodoxe theologie, toch? Eventjes kort door de bocht: alle niet-christenen zijn eindeloos verdoemd. Daar heb je verschillende varianten in; daar kun je over praten en sommige mensen stellen zich dat zus voor en zo voor. Maar het idee is dat je een tweedeling hebt in de mensheid: mensen die geloven gaan naar de kerk en die zijn dan bestemd voor de hemel, en de anderen zijn verloren en dat komt nooit meer goed. Als je dat idee hebt, denk je dan werkelijk dat zo'n idee geen invloed heeft op de manier waarop je kijkt en denkt? Dat beïnvloedt niet alleen je persoonlijk geluk, maar het beïnvloedt ook de wijze waarop je met die andere mensen omgaat. Als God zo naar die andere mensen kijkt... nou ja, dan begrijp ik trouwens ook heel goed dat je zo'n gruwelijk godsbeeld krijgt. Ik durf echt te zeggen: de leer van de eindeloze helstraf is gruwelijk. Ik durf zelfs te zeggen dat er geen leer zo afschuwelijk en gruwelijk is als de leer van de eindeloze helstraf. Want dat maakt God namelijk tot — erger nog — tot een monster. Dan zijn mensen hopeloos verloren, schepselen van Zijn hand. Afschuwelijk. Dat heeft natuurlijk consequenties, en dat is ongezond.
Laten we het hier weer even positief benaderen. De genade van God is verschenen, reddend voor alle mensen, en het voedt ons op. Ja, degenen die het niet accepteren, die voedt het natuurlijk nog niet op. Ook voor hen is het de waarheid, maar het doet hen op dit moment nog helemaal niets. Nou, waar het nog meer toe leidt, dat zullen we morgen bezien. Eerst nog even deze vaststelling. Wat is de leer van God onze Redder wel? Dat de genade van God is verschenen, reddend voor alle mensen.
Dan ga ik nu naar nog een schriftgedeelte. Degenen die een paar maanden geleden naar Garderen zijn geweest, staat dit ongetwijfeld nog heel erg voor de geest, want toen hebben we daar een hele conferentie aan gewijd. Ik ga er nu even kort op in, maar omdat ik antwoord wil geven op de vraag: wat is gezonde leer? Wat moet er geleerd worden? Wat is het onderwijs dat Paulus bedoelt als hij zegt: 'geen andere leer'? We zagen dat nu in de Titusbrief en we gaan nu weer even terug naar die brief waar we mee begonnen, namelijk 1 Timotheüs. Daar zegt hij in 1 Timotheüs 4 dit.
1 Timotheüs 4: het Betrouwbare Woord en Onze Hoop ↑ hoofdstukken
En daar begint hij met deze vaststelling: "Betrouwbaar is het woord en alle verwelkoming waardig." Hij zegt dat vaker trouwens, en het is altijd de inleiding tot een heel belangrijke waarheid die hij vervolgens naar voren gaat brengen. In hoofdstuk 1 staat in vers 15 exact hetzelfde: "Het woord is betrouwbaar en alle verwelkoming waardig." Want ook daar staat dat Christus Jezus in de wereld kwam om zondaren te redden, waarvan Paulus zegt: "waarvan ik de eerste ben." Hij vraagt zich af wat dat betrouwbare woord is. Wel, dat Christus Jezus in de wereld kwam. Met het oog waarop? Wat was Zijn missie? Om zondaren te redden. En aangezien ik de eerste van de zondaren ben, is er hoop voor mij. Maar dat betekent dus hoop voor álle zondaren.
De grote vraag die je zou kunnen stellen is: dat was de missie van Christus, dat was het oogmerk, maar gaat Hij dat ook bereiken? Eigenlijk is de boodschap van dit hele weekend dat dit niet alleen maar Zijn missie of Zijn oogmerk is waarvoor Hij kwam, maar dat Hij dit ook daadwerkelijk bereikt. Dat maakt Hem ook — en nu grijp ik weer terug op gisteren — de gelukkige Man. Aan al wat Hij onderneemt, dat gelukt Hem. Hij is daarin succesvol. Dat is het echte succes-evangelie wat hier dit weekend wordt uitgedragen: Hij is voorspoedig in Zijn oogmerk en in Zijn handelen.
Betrouwbaar is het woord en alle verwelkoming waardig. En Paulus zegt: "Want hiertoe zwoegen wij en strijden wij." Werelddelen bezocht hij en stad en land reisde hij af. Hij heeft er schipbreuken voor geleden; dat is met recht zwoegen. Dat label geeft hij er zelf aan als hij in detail beschrijft wat hij allemaal daarvoor heeft gedaan en ondernomen. Dan zeggen wij: "Ja inderdaad, dat is wel zwoegen." Dan hebben wij het vandaag maar luxe, denk ik. Dat geldt trouwens ook voor dat laatste: dat strijden. Natuurlijk is het nog steeds zo dat de boodschap, het evangelie en de waarheid van de gezonde leer worden tegengestaan, weggedrukt, bestreden en tot ketterij verklaard. Maar een paar eeuwen geleden was het nog zo dat letterlijk je kop eraf ging. Dat gebeurt trouwens in andere delen van de wereld nog steeds, maar hier hebben wij zo’n ongekende luxe.
We zeggen wel eens dat we leven in een tijd van tolerantie waarin alles maar moet kunnen. Dat is waar, maar ik moet u zeggen dat we daar toch ook maar mooi van profiteren. Die tolerantie betekent namelijk dat we vandaag, zoals ik het nu vertel, de gezonde leer over God onze Redder en de genade van God die redding brengt voor alle mensen, vrijuit kunnen verkondigen. Als je dat vertelt, kunnen mensen hun tanden knarsen, maar je belandt er hier niet voor in de bak. Ze kunnen je hooguit uit het kerkverband zetten. Maar goed, dan denk ik: daar ben je dan ook weer goedkoop vanaf, hè? Ik bedoel, wat zegt dat? Dan sta ik buiten het verband en ben ik ineens vrij. Dat is geweldig! Maar het levert strijd op, dat is gewoon duidelijk.
Laten we ons beperken tot de vraag: wat is nu die leer? Hij noemt het het betrouwbare woord, dat alle verwelkoming waardig is. Paulus zette zich daarvoor in, hij zwoegde en hij streed omdat hij werd bestreden. Alleen een goed bericht vertellen is nog geen strijd; een strijd wordt het op het moment dat het goede bericht dat je vertelt, bestreden wordt. Dan heb je ineens ongewild te maken met een strijd. En waartoe dan? Wel, omdat we onze hoop hebben gevestigd op de levende God. Een God die leeft. We zullen vanavond ook zien dat Hij de dood tenietdoet. Maar let op, wat doet die levende God? Wie is Hij nu? Wel, er staat: "Hij is de Redder van alle mensen." Dus wat in Titus 2 staat — redding voor alle mensen — is niet alleen maar een aanbod, het is een vaststelling.
Trouwens, let op, want ik zei al dat het wordt bestreden. De strijd waar we nu in staan heeft vooral te maken met het feit dat men de inhoud altijd probeert weg te moffelen of te verdraaien. Dat doet men heel sympathiek, bijvoorbeeld in de bijbelvertalingen. Moet u eens opletten. Er staat hier: "de levende God, Hij is de Redder van alle mensen." Er staat gewoon een tweede naamval, een genitief: van alle mensen. Wat heeft de NBG-vertaling hiervan gemaakt? Die heeft ervan gemaakt: "voor alle mensen". Dat wil zeggen dat men het tot een aanbod maakt. Maar er is een heel groot verschil. Is een cadeau voor jou, of is het iets wat van jou is? Het ene is een aanbod, het andere is een vaststelling van iets dat bij jou hoort. Hij is de Redder van alle mensen, niet slechts voor alle mensen. Oftewel: Hij redt alle mensen. Dat betekent niet dat Hij alle mensen al gered heeft, maar Hij redt ze wel allemaal. Dat was de hoop die Paulus had gevestigd op de levende God. Daartoe zwoegde hij en daartoe streed hij. Dat is dat betrouwbare woord en dat is alle verwelkoming waardig, ook als het bestreden wordt.
De waarheid is: Hij is de Redder van alle mensen en vooral van gelovigen. Dat is precies waar we het eerder over hadden. Als je vandaag dit al mag kennen, als je ogen ervoor geopend zijn en de bedekking is weggenomen, als Hij jou daarvan overtuigd heeft, dan geloof je erin en vertrouw je erop. Hoe komt dat? Is dat een prestatie? Ik vind het altijd mooi om te zeggen: "Ik ben overtuigd." Let op die woorden. Als je zegt dat je overtuigd bent, dan is dat de lijdende vorm. Dat wil zeggen dat die overtuiging tot mij kwam en mij heeft overrompeld. Nu bén ik overtuigd. Je kunt niet zeggen: "Jij moet overtuigd zijn." Dat kan niet op commando. Ik kan niet op commando geloven dat Sinterklaas bestaat; ik kan hooguit toneelspelen en doen alsof. Maar overtuiging en geloof doe je met een hart, en God overtuigt. Hij opent ogen.
Daarom vind ik het zo logisch, ook al wordt het vaak bestreden. God geeft geloof; Hij heeft mij ervan overtuigd. En als Hij mij kan overtuigen, dan kan Hij ook de anderen overtuigen. Hij heeft mijn hart daarvoor geopend en ik prijs mezelf gelukkig dat ik tot die categorie mag horen, tot de eerstelingen, de eerste vrucht. En Paulus zegt ervan — en dat is echt het laatste waarmee ik moet afsluiten...
Beveel en Leer Deze Dingen: het Abc van het Evangelie ↑ hoofdstukken
Hij zegt — en daar gaat het nu even om: "Beveel en leer deze dingen." Dit is dus niet vrijblijvend. Als hij in 1 Timotheüs 1 zegt dat Timotheüs in Efeze moet blijven om geen andere leer te onderwijzen, dan zegt hij daarmee dus: wat moeten ze dan leren? Wel, déze dingen. Dat waarvan Paulus zegt: dat is mijn missie, dat is waar ik op doelde, dat is het betrouwbare woord. Dit zou verteld worden. Dit is de gezonde leer.
Sommige mensen zeggen: "Ja, maar dat is moeilijk." Nou, dat is helemaal niet moeilijk. Ik weet dat er mensen zijn die zeggen: "Ja, dat God de Redder is van alle mensen, dat is hoger onderwijs." Dan denk ik: hoger onderwijs? Daar begint het juist mee! Het is simpel. Een klein kind van drie begrijpt dit al: Hij is de Redder van alle mensen. Weet je waarom het zo simpel is? Omdat het namelijk niemand uitsluit. Op het moment dat je specificaties gaat krijgen, ja, dan wordt het... nou, dan kun je zeggen: oké, dat moet je bijgebracht worden. Maar dit is zo ABC: Hij is de Redder van alle mensen.
Paulus zegt: "Beveel en leer deze dingen." Uiteindelijk is dat ook wat bevestigt dat het inderdaad gezonde leer is. Waarom? Omdat het goede verering opwekt, de godsvrucht. God wordt daardoor zo groot. Hij doet Zijn Naam en Zijn titel — God: Plaatser, Beschikker — eer aan. Hij is gelukkig, en dat wat Hem voor ogen staat, dat realiseert Hij ook. En daar wilde ik het graag bij laten, want ik zie dat het inmiddels tien voor twaalf is.
UltimateGoodNews