Zegels En Bazuinen
13-09-2006 - Geplaatst door Andre Pietstudie gehouden op 13 september 2006 in Rijnsburg
Deze studie gaat voornamelijk over de opeenvolging van tijden en gelegenheden in het boek ‘Openbaring’. Hoe verhoudt zich dit met wat we elders bij de profeten lezen? In het bijzonder zal worden stil gestaan bij het zesde zegel, dat een scharnier-functie vervult in het eindtijdelijk gebeuren. Wat is het verschil tussen de zeven zegels en de zeven bazuinen? Wat zal plaatsvinden bij de zevende bazuin? En is dit dezelfde bazuin als “de laatste bazuin” in 1Kor.15? Enzovoort.
📝 Samenvatting & Transcriptie: Zegels en Bazuinen (deel 1)
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Introductie op de Ware Betekenis van Openbaring ↑ hoofdstukken
Dat is het thema voor deze avond: zegels en bazuinen. Dat gaat over het boek Openbaring. Degenen die vertrouwd zijn met het boek Openbaring, weten ongeveer wel wat daarmee bedoeld wordt. In hoofdstuk 6 worden de zegels beschreven, de opening van de zegels, en later in het boek wordt er melding gemaakt van bazuinen of trompetten. Het hangt er een klein beetje vanaf welke Bijbelvertaling u hebt waarop geblazen wordt. Dat klinkt allemaal wat mysterieus en cryptisch, en in zekere zin is het dat ook. En toch, de Schrift legt zichzelf uit. In dat vertrouwen zijn wij hier vanavond bijeen en heb ik deze Bijbelstudie en deze presentatie voorbereid.
Laten we maar meteen bij het begin beginnen. Openbaring gaat over de tijd waarin de Here Jezus Christus openbaar zal worden. Daarom heet het boek ook Openbaring. Het heet niet Openbaringen, zoals ik vanavond hier nog iemand hoorde zeggen. Het wordt wel zo genoemd, maar dat is ten onrechte. Als je eenmaal weet waarom het Openbaring heet, zal je nooit meer de fout maken om het anders te noemen. Want het zijn geen openbaringen over toekomstige dingen. Dat is op zich niet helemaal ten onrechte, daar gaat het niet om, maar dat is niet de reden van de titel van het boek.
De reden van de titel vinden we meteen in het eerste hoofdstuk, het eerste vers. Ik heb het u makkelijk gemaakt; u leest het vooral mee in uw eigen Bijbeltje, maar u kunt het ook gewoon meelezen vanaf het projectiescherm. Openbaring 1 vers 1, zo begint het boek dus: “De openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden.” Het woordje “weldra” is een beetje misleidend, want er staat letterlijk: “hetgeen met haast moet geschieden”. Dat wil zeggen: als het eenmaal gaat gebeuren, dan zal het snel gaan. Niet “het gaat gauw gebeuren”, maar áls het gaat gebeuren, dan zal het haastig verlopen. Het zal met haast geschieden, het zal voortsnellen. Dan maakt God er inderdaad haast mee. Dat is het idee.
Het gaat nu even om het eerste gedeelte, namelijk dat er staat: “de openbaring van Jezus Christus”. Daarmee is eigenlijk ook iets gezegd over het hele boek. Het is namelijk het boek waarin Jezus Christus openbaar wordt. Dat suggereert dat de Here Jezus Christus vandaag verborgen is, en dat is ook zo. Dat is een groot probleem voor ons natuurlijk: wij geloven in iemand die we nog nooit hebben gezien. Zo zegt Petrus dat trouwens ook ergens in zijn brieven. Hij zegt dat tegen degenen aan wie hij zich richt — voor hemzelf lag dat toevallig anders — maar hij zegt: “In Hem verheugt gij u, hoewel gij Hem nimmer gezien hebt, met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde.” Dat is ook zo; als je Hem werkelijk kent, dan heb je die vreugde.
Niettemin, de Here Jezus Christus is vandaag verborgen, al bijna tweeduizend jaar aan het oog onttrokken. Daarmee heb ik ongeveer ook gezegd — en dat is ook een beetje cryptisch — dat de tijd zo ongeveer ten einde loopt. Dat betekent namelijk dat de tijd gaat aanbreken dat Hij uit de verborgenheid zal treden en zal verschijnen, openbaar zal worden. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, kent u wellicht: apocalypse. Dat betekent letterlijk: apo (weg, vanaf of weghalen) en calypse (bedekking). Het is dus het wegnemen van de bedekking of, anders gezegd, de ontdekking; de onthulling. Jezus Christus zal onthuld worden. Terwijl Hij nu nog verborgen is, zal Hij straks openbaar worden bij meerdere gelegenheden. Niet op één moment, maar inderdaad bij meerdere gelegenheden. Het wordt ook Zijn parousia genoemd.
Volgens de algemene opinie is Openbaring een gesloten boek; een ongelooflijk complex boek waar men helemaal niets mee kan. Het is grappig dat men het een gesloten boek noemt, want het heet juist de Openbaring. Je zou dus zeggen dat als je het boek leest, datgene wat erin naar voren gebracht wordt, juist openbaar wordt. Maar laat ik even verder lezen wat er op deze dia staat: men kent de wederkomst niet. Traditioneel heeft men alleen weet van “de jongste dag”. Dat wil zeggen: de dag waarop hemel en aarde zullen verdwijnen, er een grote witte troon gezien wordt, de doden zullen worden opgewekt, de boeken opengaan en alles openbaar wordt wat er in de levens is gebeurd. Daar gaat het boek Openbaring trouwens ook over, maar men kent de échte wederkomst niet.
Ik weet wel, alle christenen kennen de term “wederkomst”, maar als je doorvraagt, blijkt de verrewegde meerderheid het te hebben over iets wat totaal niets met de wederkomst te maken heeft. Als je vraagt naar de wederkomst van Christus, zal men zeggen: dat is de dag dat de wereld vergaat en dat de grote witte troon of het oordeel over alle mensen zal plaatsvinden. Als men het zo formuleert, dan heeft men het helemaal niet over de wederkomst, maar over de jongste dag. Het boek Openbaring gaat over de tijd dat de Here Jezus Christus openbaar zal worden, en dat is de tijd die voorafgaat aan de duizend jaren. Maar daar kan men ook al niet mee overweg.
En degenen die er wél mee overweg kunnen — die geloven dat de Here Jezus Christus letterlijk hier in deze wereld, gewoon in dezelfde wereld waarin wij leven, zal regeren, dat Hij in Jeruzalem Zijn zetel zal hebben en dat Hij vanuit Jeruzalem Zijn Koninkrijk zal vestigen — dát gelooft men niet. En als je het wel gelooft, dan ben je een ketter. Dan weet u dat ook weer; aangenaam. Want dan ben je een chiliast, en dat is niet zo best; althans, in de officiële theologie heeft het geen plaats. Juist vandaag werd ik er in een artikel nog even op gewezen dat Calvijn over bijna alle Bijbelboeken heel veel heeft geschreven, behalve over het boek Openbaring, want daar wist hij geen raad mee. We nemen het die man niet kwalijk, daar gaat het niet om, maar het is wel illustratief voor de wijze waarop tegen het boek wordt aangekeken of hoe het wordt afgedaan. Het is het sluitstuk van de Bijbel, maar men weet er geen raad mee.
Openbaring als Sluitstuk van de Hebreeuwse Profetie ↑ hoofdstukken
Ja, ik zei het al: Openbaring is het sluitstuk van de profetie. Dat is echt heel frappant als je het Bijbelboek leest. En zeker als je een Bijbel hebt met schriftverwijzingen, dan wemelt het ervan. Dat komt omdat er telkens gerefereerd wordt aan met name het Oude Testament, aan de Hebreeuwse profeten. Dat gebeurt honderden keren. Ik heb me niet gewaagd aan een telling, maar honderden keren kan ik zo op voorhand zeggen; misschien zelfs wel duizenden keren, maar dat weet ik niet zeker. Maar voor die tweeëntwintig hoofdstukken is dat toch echt verbazend veel. Je leest bijna geen vers of het is een verwijzing naar, of het refereert aan dat wat we elders in de Schrift vinden.
Dat is meteen ook een heel belangrijk element. Want dat betekent namelijk dat het boek Openbaring gebouwd is op al het voorgaande. Het is een sluitstuk. Ik heb op de dia expres een plaatje van een piramide gezet om daarmee aan te geven dat het als het ware de topsteen is. Het is het sluitstuk, maar dat sluitstuk is gebaseerd op al die lagen die daaronder liggen. Dus als je het grondvlak niet kent, dan kun je met die top ook helemaal niks. Het is gebaseerd op dat wat de Hebreeuwse profeten hebben gesproken.
De Hebreeuwse profeten hebben gesproken over de Zoon van David die zou komen, de Messias, en die Zijn Koninkrijk zal vestigen in deze wereld. Hij zou Israël herstellen en Koning worden over Israël en over de hele volkerenwereld. Daar spreken de Hebreeuwse profeten over: over Israël dat weer een koninkrijk zal worden. Een koninkrijk zoals dat in Exodus 19 genoemd wordt: een koninkrijk van koningen en priesters. Het volk dat een kopfunctie zal hebben – geen staartfunctie, maar een hoofdrol zal spelen in de volkerenwereld.
Het rijk waar we op wachten, waar de profeten van spreken, dat is een Israëlitisch wereldrijk. Nadat we een Babylonisch, een Perzisch, een Medo-Perzisch, een Grieks en een Romeins rijk hebben gehad – en zoveel rijken meer – is het uiteindelijke rijk wat zal baanbreken in de wereld een Israëlitisch koninkrijk. Hierbij zal Israël aan het hoofd van de volkeren staan. Van Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem, zo staat er in Jesaja.
Het wemelt hiervan in de voorzeggingen van de profeten en daarop is het boek Openbaring gebaseerd. Met andere woorden: je kunt wel nagaan dat wanneer je dat niet kent of erkent, of als je niet gelooft in een herstel van Israël omdat je leeft in de illusie dat ‘de kerk’ – wat dat dan ook zijn moge – de plaats van Israël heeft ingenomen en dat Israël heeft afgedaan, ja, dan vang je helemaal niets aan met het boek Openbaring. Maar ook helemaal niets met de hele profetie. Dat kun je dan niet verstaan.
Dus het is buitengewoon belangrijk om inderdaad al de profeten te geloven, zoals de Heer Jezus dat ooit al zei tegen de Emmaüsgangers. Maar het gaat niet alleen om geloven, het gaat ook om kennen. Het boek Openbaring veronderstelt dat je weet hebt van dat wat de profeten te zeggen hebben. Als je het niet weet, dan begrijp je Openbaring ook niet. Het is daar namelijk op voortgebouwd.
Als je het zo uitlegt, dan begrijp je ook heel goed waarom kennis van al het voorgaande noodzakelijk is. Dat is heel logisch als je een boek leest. Dan word je geacht niet in het laatste hoofdstuk te beginnen, maar bij het begin. Dan kom je vanzelf in het laatste hoofdstuk en dan begrijp je dat laatste hoofdstuk ook. Maar je moet natuurlijk niet van achteren naar voren beginnen, dat is niet zo handig.
De Zeventig Jaarweken van Daniël ↑ hoofdstukken
Veel verwijzingen vinden we naar de laatste halve jaarweek van Daniël, zoals beschreven in Daniël 9. Het zou voor sommige mensen een beetje lastig kunnen worden, maar het is inmiddels twee jaar geleden dat we hier een studiedag hebben gehouden over de zeventig jaarweken van Daniël. Ik ga er vanavond min of meer gemakshalver van uit – niet dat u daarbij was, maar dat u een klein beetje weet waar het over gaat. Zo niet, dan kan ik u daar wel wat over vertellen, hoewel ik niet al te veel in details kan treden. Dan zie je weer dat als het boek Openbaring refereert aan Daniël, je geacht wordt Daniël te kennen.
Om eventjes te lezen wat ik hier aangeef: er vinden vele verwijzingen plaats naar een periode die al genoemd wordt in Daniël 9. Er wordt bijvoorbeeld in hoofdstuk 11 en 12 gesproken over 1260 dagen. De vrouw die een mannelijke zoon had gebaard hebben we trouwens vorig seizoen, of het seizoen daaraan voorafgaand, een keertje een avond aan gewijd. Die vrouw brengt een mannelijke zoon voort en die zoon wordt dan weggerukt tot God en Zijn troon. Er staat dat zij vlucht naar de woestijn, waar ze een onderduikadres heeft, en daar wordt ze 1260 dagen bewaard en geherbergd. Je leest ook over 42 maanden in hoofdstuk 13, over dat beest dat zal regeren en een schrikbewind zal voeren, 42 maanden lang. En dan vind je ook in hoofdstuk 12 nog: tijd, tijden en een halve tijd. Voor de rekenaars onder u: die hebben natuurlijk al lang gezien dat dit drie keer hetzelfde is. Dat is namelijk gewoon een halve jaarweek.
Met een jaarweek bedoel ik een zevental jaren; dit is Bijbels spraakgebruik. Als Daniël 9 spreekt over het feit dat er zeventig jaarweken zijn aangekondigd, dan gaat het over 70 keer 7 jaren, oftewel 490 jaren. Die laatste jaarweek, daar gaat het in het boek Openbaring om. Dat wil zeggen, voor een belangrijk deel wordt daarnaar verwezen, en met name naar die laatste helft van die laatste jaarweek. Een jaarweek duurt zeven jaar en dus duurt de helft drieënhalf jaar. Oftewel 1260 dagen, oftewel 42 maanden, oftewel een tijd (een jaar), tijden (twee jaren) en een half jaar. Er is geloof ik nog ergens een verwijzing naar die drieënhalf jaar, maar daar kom ik op dit moment even niet op; in ieder geval vinden we die niet in het boek Openbaring.
Die zeventig weken in het boek Daniël eindigen in de vestiging van het Koninkrijk over Israël en Jeruzalem. Ik heb er een vette streep onder gezet, zowel onder Israël als onder Jeruzalem, om daarmee aan te geven dat heel duidelijk wordt aangegeven over wie dat Koninkrijk gevestigd zal worden. Niet over de overige volkeren en ook niet over andere steden; nee, het gaat over Jeruzalem en Israël. Die zeventig jaarweken houden verband met Israël. Het belang daarvan hoop ik straks aan te geven, maar ik wijs nu alvast even op het feit aan zich. Het plaatje dat u ziet is een afbeelding van Jeruzalem, genomen vanaf de Olijfberg, maar dat had u waarschijnlijk zelf ook al gezien.
Ik zal even aangeven dat het waar is wat ik zojuist zei: die zeventig jaarweken eindigen uiteindelijk in het vrederijk, in de vestiging van het Koninkrijk over Israël en over Jeruzalem. Dat staat in Daniël 9 vers 24. In vogelvlucht moet ik deze dingen aanstippen, zodat het weer helder voor de geest staat waar het eigenlijk over gaat. In Daniël 9 vers 24 staat dit: “Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad.” Het volk is het Joodse volk, het volk van Daniël, en de heilige stad van Daniël is Jeruzalem. U weet dat Daniël bij gelegenheid werd opgepakt omdat hij drie maal daags bad met zijn aangezicht naar Jeruzalem, de heilige stad waarvan de tempel toentertijd verwoest was.
Zeventig weken zijn dus bepaald over dit volk en deze stad om een zevental dingen te bereiken: de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen (of beter gezegd: te bedekken), eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven. Dit zijn de kenmerken waar die zeventig weken uiteindelijk in resulteren. Ik ga er nu aan voorbij dat er een gat in zit. Die eerste 69 jaarweken zijn voorbij en hebben letterlijk en exact hun vervulling gevonden; we hebben dat op die studiedag heel nauwkeurig bezien. Ze zijn geëindigd rond de tijd dat de Heer Jezus optrad, begon op te treden, stierf, werd gekruisigd en opstond uit de doden. Toen eindigde die 69ste week.
Dan krijg je een heel gat, een periode die niet meegeteld wordt, een hiaat. Dat vind je heel vaak bij de profetieën: een verborgen tijd. Misschien zegt u dat wat: de verborgen tijd. Uiteindelijk breekt nog die 70ste week aan en daarover gaat het boek Openbaring voor een groot deel. Die zeventig weken resulteren dus in de tijd dat de overtreding zal zijn voleindigd en de zonde zal zijn afgesloten voor het volk en voor de heilige stad. De ongerechtigheid zal zijn bedekt en er wordt een eeuwige gerechtigheid gebracht voor de hele aion die gaat komen. Wat in gezichten gezien was en waar de profeten over spraken, zal dan werkelijkheid worden en het Allerheiligst zal gezalfd worden. Op die laatste term ga ik nu niet in, want daar zit nogal wat meer aan vast, maar één ding is duidelijk: aan het einde van die 70ste week zal het Koninkrijk van God gevestigd zijn over de heilige stad. Die laatste jaarweek is dus tot op de dag van vandaag nog toekomstmuziek.
De eerste helft van die jaarweek die nog gaat komen, zal gekenmerkt worden door vrede – nou ja, schijnvrede. De tweede helft, het zijn twee gelijke helften van drieënhalf jaar, zal gekenmerkt worden door grote verdrukking over “uw volk en uw heilige stad”. Ook dat zal ik even laten zien. In datzelfde hoofdstuk, Daniël 9, lezen we dat er een vorst zal komen en dat hij een verbond voor velen zwaar zal maken, een week lang. Dat wil zeggen: een jaarweek lang, zeven jaar. In de helft van die week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden. Tussen twee haakjes: dat betekent dus dat de offerdienst weer op het tempelplein in de heilige stad hersteld zal gaan worden. Daar heeft het nu nog niets van weg, dat weet ik wel, maar het zal gaan gebeuren. De Schrift is daar absoluut duidelijk over. Ik zeg niet eens dat er weer helemaal een Joodse tempel zal komen, dat is nog maar de vraag, maar in elk geval zal de offerdienst weer hersteld worden op het tempelplein. Hoe ik dat zo zeker weet? Wel, dat is nogal simpel: in de helft van die jaarweek die nog gaat komen, wordt de offerdienst ineens drastisch gestopt door die vorst die het verbond gaat schenden. Wat daar de ins en outs van zijn, doet nu even niet ter zake; het gaat erom dat hij het verbond zal schenden.
En dan wordt er gezegd dat hij de offerdienst zal staken met harde hand. Hij zal zichzelf trouwens ook nog in de tempel zetten en dan zal hij zich een afgodsbeeld maken. Dat is precies wat je hier leest, want let maar op: er staat dat hij in de helft van de week slachtoffer en spijsoffer zal doen ophouden. En op een vleugel van gruwelen – een gruwel is in de Bijbel gewoon afgoderij, een afgodsbeeld dus – zal een verwoester komen, en wel tot de voleinding aan toe. Dat wil zeggen: tot de voleinding van die zeventig weken.
Die laatste helft van de week zal afschuwelijk zijn. Niet alleen omdat de offerdienst gestaakt zal worden die zojuist was begonnen, maar bovendien omdat daarvoor in de plaats de gruwel komt. Die gruwel zal een gigantische verwoesting met zich mee gaan brengen, trouwens niet alleen over de stad, maar ook nog over het hele land. Afschuwelijk zal dat zijn. Dat is die laatste halve jaarweek, dus die laatste drieënhalf jaar, oftewel die 1260 dagen, oftewel de 42 maanden, of de tijd, tijden en een halve tijd waar de profeten van spreken.
De Gruwel Der Verwoesting in de Tweede Bergrede ↑ hoofdstukken
En nu hebben we het over Daniël 9, maar ik zal u vertellen dat de Heer Jezus in zijn tweede bergrede nadrukkelijk ook naar dit gedeelte in Daniël verwees. Toen Hij gezeten was op de Olijfberg, kwamen de discipelen bij Hem en wezen Hem op die prachtige tempel die ze daar voor hun ogen zagen staan. En dan steekt de Heer Jezus van wal en zegt Hij: “Er zal geen steen op de andere gelaten worden en die tempel zal verwoest worden.” Hij verwijst daarbij naar de tijd van het einde.
We moeten eens opletten wat Hij zegt in Matteüs 24. Dat is de tweede bergrede. Ik noem het graag de tweede bergrede, omdat die benaming meteen ook een link legt naar de eerste bergrede, de rede die we vinden in Matteüs 5, 6 en 7. Ik geloof dat die eerste bergrede alles te maken heeft met die tweede bergrede. Er zijn heel veel mensen die denken dat de bergrede van de Heer Jezus een soort politiek programma voor deze tijd is, maar dat geloof ik niet. Ik denk dat die eerste bergrede te maken heeft met de vestiging van het Koninkrijk, waarover de Heer Jezus in die tweede bergrede ook spreekt. Maar dat even terzijde.
In Matteüs 24 zegt de Heer Jezus, terwijl Hij midden in zijn betoog is: “Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.” Hij verwijst dus uitdrukkelijk naar de profeet Daniël, die inderdaad over die gruwel der verwoesting had gesproken. Op de heilige plaats, op het tempelplein in Jeruzalem, zal niet alleen de offerdienst met harde hand gestaakt worden, maar bovendien zal er een afgoderij van start gaan die een enorme verwoesting met zich mee zal brengen.
De Heer Jezus zegt: “Als je dat ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laat dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.” Daar is enorme haast bij geboden, want de Heer Jezus zegt er nog bij: “Als je je kleed op het land hebt liggen, ga dan niet terug om het alsnog even op te halen.” Je moet maken dat je wegkomt. Vlucht naar de bergen, vlucht naar de woestijn. En waar je dan precies moet wezen? Er is een onderduikadres, een plaats door God bereid in de woestijn. We hebben daar in een eerdere Bijbelavond al eens op gewezen: over die stad Petra die helemaal klaar ligt en die dan als onderduikadres zal fungeren voor degenen die inderdaad acht geven op de profetieën en zullen vluchten naar de bergen.
Even later staat er in datzelfde gedeelte: “Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.” Dat is niet niks. Het is afschuwelijk wat er dan zal gaan plaatsvinden.
De Zeven Zegels en de Eigendomsakte van de Aarde ↑ hoofdstukken
We gaan nu naar het boek Openbaring. In Openbaring is sprake van respectievelijk zeven zegels; in de hoofdstukken zes tot en met acht kun je daar inderdaad over lezen. Maar er is ook sprake van zeven bazuinen. Zeven is een getal dat in het boek Openbaring ongelooflijk vaak voorkomt. Dat begint al in hoofdstuk 2 en 3 met de zeven gemeenten en de zeven brieven. Later in het boek heb je overigens ook nog de zeven schalen. Vanavond hebben we het over de zeven zegels en de zeven bazuinen. Het ligt voor de hand, maar je leest het ook uitdrukkelijk: de reeks van zegels wordt opgevolgd door de reeks van bazuinen. Eerst heb je de zegels, de beschrijving van die zegels of het openen van de zegels, en vervolgens klinken er een zevental bazuinen.
Die zeven zegels houden verband met de opening van de boekrol. Er worden zelfs een tweetal hoofdstukken aan gewijd wanneer Johannes een blik vergund wordt achter de coulissen in de hemelse gewesten. Hij ziet daar Hem op de troon, die hemel en aarde geschapen heeft. Dan lees je ook dat hij een Lam ziet, staande als geslacht. Er is sprake van een boekrol, een verzegelde boekrol. Dat wil zeggen: een boekrol die van binnen en van buiten beschreven blijkt te zijn, maar die niet geopend kan worden omdat deze zevenvoudig verzegeld is.
Wat er in werkelijkheid precies in staat is onbekend, maar de achtergrond hiervan is gebaseerd op wat we vinden in de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament. Daar vinden we ook beschreven — u kunt dat nalezen, bijvoorbeeld in Jeremia 32 — dat een eigendomsakte ook gewoon een boekrol was. Het verzegelde deel was bestemd voor de losser. Ik geef toe, dat wordt misschien wat ingewikkeld, maar het was een wetgeving onder Israël dat als een stuk eigendom verloren was gegaan, omdat het bijvoorbeeld niet meer in de familie bleef of verkocht moest worden vanwege armoede, het door de naaste bloedverwant kon worden gekocht. Dat werd de losser genoemd: de naaste bloedverwant die de prijs betaalde. Als ik het zo zeg, gaan er volgens mij wel verschillende belletjes rinkelen en lampjes branden.
De geschiedenis van Boaz… we gaan het er de volgende zondagen ongetwijfeld nog over hebben, want het boekje Ruth gaat juist over dat hele fenomeen van een losser: iemand die een stuk eigendom weer terugkoopt en terugbrengt in de familie. Het boek Openbaring verwijst daar ook naar. Dan klinkt de vraag: “Wie is waardig de boekrol te openen?” Want u moet het zo zien: in het boek Openbaring is het ook het geval dat deze aarde ‘vervreemd gebied’ is. Deze aarde is onder vreemde heerschappij terechtgekomen en moet weer teruggekocht en terugverworven worden. Dat zal inderdaad gebeuren door Hem die de naaste bloedverwant is en die waardig is en in staat is om het weer terug te kopen en te verwerven. Dan klinkt de vraag in Openbaring 4 en 5: “Wie is waardig die boekrol te openen?” Die eigendomsakte; van wie is nu het land van God?
We pakken de draad weer op waar we voor de pauze gebleven waren. Om er weer helemaal in te raken, lezen we wat er in Matteüs 24 staat, want dat bevestigt exact wat we zojuist hebben gezien. Mocht het nog niet helemaal duidelijk zijn waar ik precies naartoe wil — dat kreeg ik in de pauze al te horen — in de loop van het betoog hoop ik dat zo op te bouwen en u ook duidelijk te maken. In Matteüs 24 staat in vers 29 — de derde keer trouwens dat ik naar dit hoofdstuk verwijs: “Want na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven. En de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.”
En dan zal het teken van de Zoon des Mensen verschijnen aan de hemel. Dan zullen alle stammen der aarde — daar verwees ik net naar; als u een Telos-vertaling hebt, ziet u staan: “alle stammen van het land”, en dat is correct. Dan zullen alle stammen van het land — want we worden hier verplaatst naar het Midden-Oosten, maar meer specifiek naar het Joodse land, naar het land van Judea en daar waar de stammen van Israël horen — zich op de borst slaan. Trouwens, dat is ook een verwijzing naar de profetie van Zacharia waar de Heer Jezus hier op wijst. Ze zullen zich op de borst slaan; ze zullen de Zoon des Mensen zien. De Ben-Adam, de erfgenaam van Adam, degene die inderdaad waardig is de boekrol te nemen en het eigendomsrecht op deze wereld en deze aarde te claimen. Dat is wat deze term betekent. “Zoon des Mensen” is veel te vaag. Het is gewoon de Ben-Adam, de erfgenaam van Adam.
Ze zullen de erfgenaam van Adam zien komen op de wolken des hemels met grote macht en heerlijkheid. Hier wordt Hij openbaar, Hij die tot op de dag van vandaag verborgen is. En Hij zal zijn engelen, zijn boodschappers, uitzenden met luid bazuingeschal, en ze zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken. Zijn uitverkorenen… het is door alle verwarring handig om eraan te herinneren dat het hier uiteraard gaat over het uitverkoren volk. Dat wil zeggen: over het volk van Israël, over de stammen van Israël. Ze zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemel tot het andere.
Leert dan van de vijgeboom deze les: wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, dan weet u daaraan dat de zomer nabij is. Zo moet ook u, wanneer u dit alles ziet, weten dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat dit alles geschiedt. Tot zover deze voorlopige samenvattingen.
📝 Samenvatting & Transcriptie: Zegels en Bazuinen (deel 2)
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
De Verzameling van Israël en de 144.000 Verzegelden ↑ hoofdstukken
Tekenen aan de zon en de maan. We hebben het nu gezien in Openbaring 6, we hebben het gezien in Joël 2 en we hebben het gezien in Matteüs 24. Straks komt er nog een passage bij in Jesaja 13, en er zijn er trouwens nog meer. Maar bij twee of drie getuigen staat een zaak vast, dus daarom houd ik het hier maar even bij. Tekenen aan zon en maan na Israëls verdrukking. Dat lazen we zojuist, hè? Heel uitdrukkelijk: na de verdrukking van die dagen. Het zal zijn voor het aanbreken van de Dag van toorn. En voor de slimmeren onder u: zij kunnen hieruit opmaken dat de Dag van toorn dus aanvangt na de grote verdrukking van die dagen.
De Zoon des mensen, de Ben-Adam, verschijnt aan Israël en Israël wordt dan verzameld. Dat lazen we al in Joël. Daar staat: ‘Te dien tijde zal Ik een keer brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem.’ Dat lazen we in Joël 2. In Matteüs 24 lazen we dat als de tekenen aan de zon, de maan en de sterren verschijnen en de Zoon des mensen verschijnt, de stammen van het land Hem zullen zien en over Hem zullen weklagen. Dan staat er dat onder luid bazuingeschal de boodschappers uitgezonden zullen worden en het uitverkoren volk verzameld zal worden van alle uithoeken van de aarde en van de wereld, van het ene uiterste van de hemel tot het andere. Israël wordt verzameld.
Ik breng u nog even in herinnering wat we lezen in Openbaring 6. Daar hadden we het over het zesde zegel, waarin Hij openbaar wordt die op de troon zit. Wat krijg je na Openbaring 6? Dan krijg je Openbaring 7. Kijk het maar na, ik heb er niet eens een dia van gemaakt, maar in Openbaring 7 krijg je eerst de beschrijving van de 144.000. U weet, dat zijn de Jehova’s getuigen, hè? Oh, dat dénken ze. Het is altijd heel grappig als je een Jehova’s getuige aan de deur krijgt en dit ter sprake komt, want het speelt een grote rol in hun hele visie. Zij zeggen: ‘Ja, maar wij nemen de Bijbel heel letterlijk, dus 144.000 is 144.000.’ Als er in datzelfde hoofdstuk gesproken wordt over de grote schare die niemand tellen kan, nemen ze dat ook letterlijk en dan is het onredelijk om te zeggen dat dit hetzelfde is als die 144.000. Dat laatste is de kerkelijke verklaring. En ik geef u op een briefje: als je een Jehova’s getuige in debat brengt met een traditioneel christen, een gewone kerkganger, dan wint de getuige het absoluut op punten. Zelfs als je een ontwikkeld theoloog bent, heb je daar niet van terug. Het is een ijzeren logica. Zij zeggen: ‘Hoor eens even, de grote schare die niemand tellen kan, kan natuurlijk nooit hetzelfde zijn als die 144.000, want dat aantal is juist wel geteld.’
Maar nu moet je, als je het echt letterlijk neemt, tegen diezelfde Jehova’s getuige zeggen — als hij bijvoorbeeld claimt tot de 144.000 te behoren, wat overigens niet zo vaak gebeurt omdat het aantal relatief niet zo groot is — ‘Van welke stam bent u?’ Daarop bestaat natuurlijk geen antwoord. Ik heb die vraag vaak genoeg gesteld en het is altijd heel leuk om de deceptie te zien. Dan zeggen ze: ‘Ja, maar dat moet je figuurlijk nemen.’ Moet u nagaan. Lees het eens na in Openbaring 7, want daar wordt gesproken over 144.000. Zelfs in onze ogen staat het er wel erg breedsprakig: 12.000 uit de stam van Levi, 12.000 uit de stam van Juda, 12.000 uit de stam… en dat twaalf keer. U weet: twaalf keer 12.000 is 144.000.
Het gaat over Israël, over de stammen van het land. Hoe dat precies in zijn werk zal gaan, weet ik ook niet. Ik weet alleen wel dat het uitverkoren volk verzameld zal worden. Bij die gelegenheid zal er een gigantisch grote schare uit de volkeren in het land verzameld worden. Die grote schare is naar mijn inziens net zo goed Israël, verzameld uit de volkeren der aarde. Dat is overigens weer een ander onderwerp. Maar uit die grote schare wordt een selectie gemaakt: 12.000 uit elke stam. Celibatairen, ‘maagden’ staat er, mannen. Er wordt een duidelijk profiel van die mensen gegeven. Zij zullen verzegeld worden, zodat zij geen hinder ondervinden van de plagen die de aarde alsnog zullen treffen. Want die 144.000 zullen ook uitgaan naar het buitenland en inderdaad het evangelie van het Koninkrijk aan de hele wereld prediken. Dan zal de grote opdracht in no time vervuld worden. Waar de kerk al tweeduizend jaar over aan het tobben is, zal dan gebeuren. Aan het einde van die tijd zullen alle volken tot discipelen gemaakt zijn. Inderdaad niet zonder slag of stoot, maar het gaat gebeuren.
144.000 die verzegeld zullen worden. U zegt misschien: ‘Ja, maar de Heere Jezus is dan toch teruggekomen? Hoezo moeten ze dan nog verzegeld worden?’ Jawel, maar het Vrederijk is begonnen voor Israël. De troon wordt inmiddels gevestigd in Jeruzalem en Israël wordt hersteld, maar dan gaat de Dag van toorn beginnen over de volkeren die zich hebben vergrepen aan Gods oogappel. Dan gaat een dag van wraak van start. Begrijp me goed, die dag van wraak klinkt heel hard, en dat is het ook wel, maar uiteindelijk is het liefde. Dat wil ik heel duidelijk onderstrepen. Wat er gebeurt, is dat de wereld gewoon gereinigd wordt; het heeft herstel op het oog. Dat betekent het woord wraak in de Bijbel trouwens ook: het heeft altijd te maken met herstel, het herstel van de verhoudingen. Dat is wraak. Dat moet je weten, daar moet je Hebreeuws voor denken.
Dit is wat we tot dusver hebben gezien. Wat ik deze avond ook wil aangeven — en mocht ik het straks niet meer zeggen, dan heb ik het bij deze gelegenheid in ieder geval naar voren gebracht — is dat het niet klopt wat je vaak bij schrijvers over de profetie leest. Mensen als Hal Lindsey en Tim LaHaye, u weet wel, van de films over de laatste bazuin en Left Behind. Veel van dat soort schrijvers persen dat hele eindtijdgebeuren in die laatste drieënhalf jaar, in de jaarweek. Dat is naar mijn mening een grote vergissing, want het grootste gedeelte van het boek Openbaring en van de gerichten die dan plaatsvinden, vindt niet plaats in die drieënhalf jaar, maar juist daarna, als de Heer inmiddels Zijn voet gezet heeft op de Olijfberg en Zijn troon heeft gevestigd in Jeruzalem.
De Dag Des Heren als Wereldwijde Loutering ↑ hoofdstukken
Ook Jesaja spreekt van het aanbreken van die Dag des Heren. Ik zal het u voorlezen uit Jesaja 13. Het wordt in zekere zin eentonig, maar ik hoop dat het u inmiddels dan wel absoluut duidelijk wordt. Want ik probeer u niets wijs te maken. Ik ga ervan uit dat u volwassen bent; u moet gewoon denken wat u wilt denken. Ik zeg helemaal niet hoe de dingen zijn. Ook al sta ik hier misschien wel heel zelfverzekerd te oreren, daar moet u zich niets van aantrekken. U moet gewoon kijken naar wat er nou eigenlijk staat. Ik reik het u aan en de rest is aan u. U moet het gewoon checken of het klopt.
Jesaja 13 zegt: “Zie, de Dag des Heren komt meedogenloos met verbolgenheid en brandende toorn.” Ja, dat is geen taal van verzoening, dat geef ik toe. En toch staat het er niet mee in strijd. Want u weet het — dat is de wijsheid uit het boek Prediker — er is een tijd van kussen en er is een tijd om je van het kussen te onthouden. Er is een tijd van vrede en er is een tijd van oorlog. Er is een tijd van zwijgen en er is een tijd van… Ja, ik word nu afgeleid door iets waarvan ik maar niet zal zeggen wat het is. De schuldige is mijn vrouw. Dus als u wilt weten hoe het zit, dan moet u het straks maar aan mevrouw vragen. Nee, ik ga het niet uitleggen, dat voert te ver. Maar er staat: er is een tijd van vrede en er is een tijd van oorlog. Er is een tijd van opbouw en er is een tijd van afbraak. Er is een tijd van vrede, maar er is inderdaad ook een tijd van toorn. Nou, die tijd is hier aangebroken en dat is allemaal ook met het oog op het volgende.
“Zie, de Dag des Heren komt meedogenloos met verbolgenheid en brandende toorn om de aarde tot een woestenij te maken.” Oké, let erop: het zou hier ook heel goed kunnen — ik doe er geen beslissende uitspraak over — om hier te vertalen: “om het land tot een woestenij te maken en haar zondaars van haar te verdelgen.” Want de sterren en de sterrenbeelden des hemels doen hun licht niet stralen. De zon is bij haar opgang verduisterd — daar heb je het weer — en de maan laat haar licht niet schijnen. Het is exact hetzelfde: de Dag des Heren komt en wat gebeurt er? De zon wordt bij die gelegenheid verduisterd en de maan geeft haar licht niet, of zal als een rode bal te zien zijn. In ieder geval zijn er hele duidelijke tekenen aan de hemel; de sterrenbeelden worden niet gezien. Ook in het boek Zacharia wordt daar melding van gemaakt.
In vers 11 staat in het vervolg: “Dan zal Ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid.” God gaat hier dus inderdaad de rekening leggen bij de natiën die zich aan Zijn oogappel hebben vergrepen. Ik zeg het expres op deze manier, omdat dat refereert aan wat we bij de profeten lezen. In Joël wordt dat zo gezegd. Weliswaar worden die volkeren eerst door de Heer in het land gebracht, maar als het volk Hem aanroept — dat wil zeggen: de Heer zal worden aangeroepen — dan zal vervolgens de Heer Zijn wraak tonen aan de volkerenwereld. Goed: “Ik zal de trots van de overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed van de geweldenaars vernederen.” Dat wil zeggen dat er een tijd komt dat er gewoon gerechtigheid zal komen in deze wereld. In een wereld waar de leugen regeert, met de trots en de hoogmoed van de mens die denkt het allemaal zelf te kunnen doen en God gewoon wegwimpelt, daar laat God niet met Zich spotten. Er komt een dag dat de Heer Zichzelf zal manifesteren en zeggen: “Dit ben Ik.” Zo zal het gaan. Dan zal Hij recht gaan doen en zal de hoogmoed van de geweldenaars worden vernederd. Dat vind je ook echt bevestigd in het boek Openbaring.
“Ik zal de stervelingen zeldzamer maken dan gelouterd goud.” Dat wil zeggen dat de wereldbevolking bij die gelegenheid wordt gedecimeerd. Kijk het maar na in het boek Openbaring. Je leest op een gegeven ogenblik over een derde van de volkeren die zullen omkomen — nee, eerst een vierde en dan een derde. De Bijbel zegt dat wanneer de Dag des Heren aanbreekt in deze wereld — we moeten ons dat heel concreet voorstellen — er inderdaad zovelen het leven zullen laten. Zoals het hier staat: “Ik zal de stervelingen zeldzamer maken dan gelouterd goud.” Dan zie je trouwens ook het positieve effect, want het is een loutering; al het schuim wordt weggedaan. Na het zesde zegel — we zijn weer terug in het boek Openbaring — krijg je een korte pauze. Dat is trouwens het zevende zegel. U kunt het nalezen in Openbaring 8 vers 1; daar staat dat het zevende zegel werd geopend en zie, daar was een half uur stilte in de hemel. Een korte pauze, maar die pauze wordt dan vervolgens…
UltimateGoodNews