Vragen en Antwoorden: Pasen
29-03-2021 - Geplaatst door Andre Pietinterview in Rijnsburg
Een vraaggesprek van Wolter Brakshoofden met de beheerder van GoedBericht.nl.. In dit gesprek aandacht voor o.a. de volgende vragen en onderwerpen:
0:30 inleiding
1:10 was Adams ongehoorzaamheid een verrassing voor God?
4:40 ‘de moeder belofte’?
7:30 het Evangelie in de sterren
9:40 hoe wist de Heer dat hij zou sterven en opstaan?
13:40 voorbeelden van voorzeggingen en typen
16:48 waarom is het sterven van de Heer de basis van het Evangelie?
19:12 wat betekent het dat Christus stierf voor onze zonden?
19:58 droeg Jezus plaatsvervangend de straf voor onze zonden?
21:07 hoezo “om onze overtredingen werd hij doorboord”?
24:36 hoe moeten we 1 Petr.2 vers 24 lezen (“die onze zonden op het hout droeg”)?
27:10 was Jezus’ sterven het offer?
28:41 wat is “de losprijs” en aan wie werd deze betaald?
31:35 all inclusive!
32:30 hoezo “voor Joden een aanstoot en voor de heidenen een dwaasheid?”
34:18 een ‘onsterfelijke ziel’?
35:18 Redder van iedereen!
37:44 “gepredikt aan de geesten in de gevangenis?” (1Petrus 3:19)
40:51 wat is ‘dood’?
42:49 goede vrijdag? twee nachten in het graf?
46:19 Waarom mocht Maria Jezus niet aanraken direct na de opstanding?
48:08 de opstanding van Christus als eersteling
49:17 “ieder in zijn eigen rangorde”
49:58 het teniet doen van de dood = de levendmaking van allen!
https://evangelieomniet.nl/de-zeventig-boeken/de-zeventig-boeken-2
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: Gods Plan en de Zondeval
- De Belofte in Genesis en de Sterrenhemel
- Hoe Wist Jezus Wat Hem te Doen Stond?
- De Betekenis van Zijn Sterven en de Losprijs voor Allen
- De Gekruisigde Christus: een Dwaasheid en een Aanstoot
- De Betekenis van de Dood en Geesten in de Gevangenis
- Drie Dagen en Drie Nachten in het Graf
- De Dood Tenietgedaan: het Ultieme Evangelie
Inleiding: Gods Plan en de Zondeval ↑ hoofdstukken
U bent van harte welkom vandaag. We willen een vraag-en-antwoordsessie doen waarin het thema Pasen centraal staat, en dankjewel dat we dat hier mochten doen. Hartelijk welkom in dit huis! Ik stel voor dat we snel gaan beginnen, want het belangrijkste is dat we Gods woorden openen en ons laten verwonderen over wat Hij ons allemaal te vertellen heeft. Dus André, als je er klaar voor bent... Ik ben geheel gereed. Ik ga jou bestoken met allerlei vragen die je van tevoren hebt opgesteld. Ik ben erg benieuwd wat we zo allemaal ter sprake gaan brengen.
Ons thema is Pasen, dat zei ik al, en Pasen is als het ware het kantelpunt in de geschiedenis voor de mensheid. De Heer is gestorven aan het vloekhout, was een aantal dagen in het graf — drie dagen in het graf — en God de Vader heeft Hem opgewekt. En dat veranderde alles voor de mensen. Daarom wil ik beginnen met een soort algemene vraag ter inleiding van het thema. In Romeinen 5 vers 18 lezen we dat door één daad van overtreding — het gaat hier om Adam — voor alle mensen tot veroordeling is gekomen. En dat het ook zo door één geloofsdaad van gerechtigheid — het gaat hier om onze Heer — voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven is gekomen.
Nou, mijn vraag, een inleidende vraag, gaat over die ene daad van Adam en Eva. Had God, toen Adam en Eva van de vrucht aten waardoor de zonde de mensenwereld binnenkwam, dat voorzien? Of was die gebeurtenis een verrassing en moest God overgaan op een plan B? Laat ik het even anders vragen: paste de keuze die Adam en Eva maakten om van de vrucht te eten voor kennis van goed en kwaad precies in het plan van God, en was de oplossing er al voordat alles geschapen werd?
Ja, dat is wel een hele boeiende vraag en ik denk dat het voor heel veel mensen geldt. Voor veel christenen is de gedachte: ja Tom, het is mij ook destijds zo verteld. Ton, ooit in de Hof van Eden is er iets misgegaan en dat was helemaal niet de bedoeling. En daardoor moest God inderdaad — men formuleert het misschien anders — op plan B overschakelen. Maar die gedachte, als je daar even over doordenkt, brengt een godsbeeld met zich mee dat volkomen naast dat van de Bijbel ligt. Want ja, God is dan geen God meer die alwetend is, maar een God die zich laat verrassen en dus niet van tevoren wist hoe dat zou gaan. Dat is dus een duidelijke aantasting van Zijn alwetendheid. Dan is Hij niet werkelijk God en heeft Hij niet de regie in handen. En ja, als je daarover doordenkt dat Hij niet de regie in handen heeft en dat er allerlei dingen mis kunnen gaan... tja, dat is niet erg veelbelovend voor de toekomst, zal ik maar zeggen.
Nee, precies. Ik stel die vraag ook om in ieder geval vast te stellen dat ook op dit moment de dingen die er gebeuren volkomen in Gods hand zijn. Eigenlijk gaan we daar op voorhand van uit als je de Bijbel kent en je God kent. Hij is een Vader, maar Hij is ook werkelijk God, en bij Hem gaat er gewoon nooit iets mis. Er zijn zo enorm veel getuigen in de Schrift die dat zo naar voren brengen — zoveel teksten, zoveel personen die dat allemaal naar voren brengen. En ja, dat is een rotsgrond. Als je dat niet weet, dan zijn we gewoon met recht aan de goden overgeleverd. Ja.
De Belofte in Genesis en de Sterrenhemel ↑ hoofdstukken
Ik wil toch nog heel eventjes bij Adam en Eva blijven, want in Genesis 3 vers 14 lezen we iets heel interessants. Daar staat dit: "Daarop zei de HEERE God tot de slang: omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, zolang gij leeft." En dan gaat het me in het bijzonder om vers 15: "En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de hiel vermorzelen."
Het is opvallend dat direct nadat Adam en Eva van de boom gegeten hadden, God hier eigenlijk al een belofte uitspreekt. Als je het heel strikt bekijkt, is dit niet zozeer een belofte aan de mens, want hier wordt de slang aangesproken. Men noemt deze tekst altijd de 'moederbelofte', maar dat is meer een theologische aanduiding. Men spreekt ook wel van het 'proto-evangelie', het eerste evangelie. Dat klopt in zoverre dat de overwinning op de slang hier wordt aangezegd. Direct terwijl de slang wordt aangesproken, wordt zijn nederlaag verkondigd, en dat is natuurlijk een belofte voor de mensheid. Maar strikt genomen wordt tegen de slang gezegd: "Je zult het onderspit delven, jouw kop zal vermorzeld worden."
Hoewel de weg daarnaartoe er één zal zijn van schijnbare overwinning voor de slang, want hij zou de hiel van het zaad van de vrouw vermorzelen. Dat betekent dat het beloofde zaad, die ene die zou gaan komen — en dat is in feite al een aanduiding, een aanwijzing voor de Messias — in Zijn weg, in Zijn wandel, aangevallen zou worden. Hij zou een dodelijk slachtoffer worden, maar juist door dat dodelijk slachtoffer zou de kop van de slang worden vermorzeld. Dus het idee is: het zaad van de vrouw zou komen, Hij zou ogenschijnlijk overwonnen worden, maar juist dat zou de fatale slag toebrengen aan de slang.
Ik vind het trouwens geweldig hoe deze aanzegging — ik noem het even belofte in navolging van wat men altijd zegt — de basis vormt van de hele Bijbelse waarheid. Maar ook daarbuiten: de hele sterrenwereld getuigt daarvan. Het is fenomenaal hoe deze aanzegging onder de volkeren heeft voortgeleefd en hoe God dat aan de sterrenhemel, in al die tekens, decanen en sterrenbeelden, heeft gedemonstreerd. Want daar zie je de vrouw en het zaad van de vrouw. Daar zie je de slang, de slangenhouder en het slachtoffer. Eigenlijk is de hele boodschap die we in Genesis 3 vers 15 vinden, aan de sterrenhemel terug te zien. Je kunt het daar ter illustratie vinden. Dus elke nacht staat dit evangelie aan de hemel. Dat is toch geweldig?
Zo had ik het eigenlijk nooit bekeken, maar het is een prachtig onderwerp. Misschien moeten we daar een andere keer eens wat dieper op ingaan. De sterrenhemel en hoe dat verhaal daar verteld wordt, is fascinerend. Ik zeg het nu natuurlijk een beetje kort door de bocht, want er is veel meer te vertellen over hoe dat nou aan de sterrenhemel te zien is en wat de oorsprong is van die sterrenbeelden. Maar wat zo frappant is, is dat je aan de sterrenhemel juist deze thema's van het zaad van de vrouw, de slang en de kopvermorseling allemaal terugvindt. Het is heel merkwaardig, bizar haast. Aan de andere kant is dit het begin van de mensheid, dus het is eigenlijk ook wel logisch dat God dit aan de volkerenwereld en aan het nageslacht van het eerste mensenpaar bekend heeft gemaakt. Het is inderdaad heel bijzonder.
Hoe Wist Jezus Wat Hem te Doen Stond? ↑ hoofdstukken
Laten we een stap maken in de tijd, naar het moment dat de Heer hier op aarde rondliep in Palestina. Hoe wist de Heer dat Hij zou sterven, in het graf zou zijn en dat God de Vader Hem zou opwekken? Sprak Hij daar ook echt met de Vader over? Hadden zij gesprekken, of gebruikte Hij de Schriften en maakte de geest van God Hem duidelijk wat daar stond?
Ja, dat is een hele goede vraag: hoe Jezus van Nazareth – laten we Hem zo noemen in Zijn aardse verschijning – wist wat Hem te doen stond. Hij is opgegroeid als jongen en groeide op in wijsheid en inzicht; dat lees je ook. Als twaalfjarige jongen was Hij al zo intensief bezig met de Schriften dat zelfs de schriftgeleerden in Jeruzalem versteld stonden van Zijn kennis van zaken, maar ook van Zijn inzichten en de verbanden die Hij zag. Toen was Hij nog maar een kind van twaalf jaar. We lezen in de Bijbel nergens dat Jezus onderwezen is door directe communicatie met de hemel, in de zin zoals je dat zojuist suggereerde: dat God Hem door middel van dromen of direct spreken heeft onderwezen. Natuurlijk hoor je bij enkele gelegenheden een stem uit de hemel klinken, zoals bij de doop van Jezus en later bij de verheerlijking op de berg, maar voor het overige lezen we dat niet.
In Hebreeën 10 wordt de Messias geciteerd uit de Psalmen: "Zie, hier ben Ik, o God, om Uw wil te doen. In de rol van het boek – dat wil zeggen in de boekenrol – staat over Mij geschreven." Hij heeft Zichzelf herkend in de boekenrollen van de Hebreeuwse profeten en in dat wat er geschreven stond. Daar is Hij zo enorm intensief mee bezig geweest en Hij heeft daar zo'n geweldig inzicht in gehad. Hij wist wie Hij was en Hij wist: "Ik ben voorzegd." Hij had een fenomenale kennis, maar vooral ook inzicht en wijsheid in die Schriften. Het Woord is voor Hem de leidraad geweest. Eigenlijk is dat de enige aanwijzing die de Bijbel zelf aanreikt voor Jezus’ kennis van zaken en waarom Hij wist wat Hem te doen stond: Zijn diepe inzicht in de Schrift.
Dat betekent eigenlijk ook dat de Schriften voor ons vandaag de dag voldoende zijn om inzicht en wijsheid te ontvangen. Uiteraard moet dat je gegeven worden, maar het komt via de Schrift tot ons; daar ben ik diep van overtuigd. In die zin is de Heer voor ons ook een geweldig voorbeeld van geloof: geloof in dat wat er staat geschreven. Want dat Woord was voor Hem de leidraad, en voor ons is dat niet anders. Wat hebben wij immers anders dan dat? Het is meer dan genoeg. Buiten de Schriften om is er geen godspraak of direct onderwijs. Hoe zouden we Zijn wil anders weten dan door dat wat geschreven staat? En dan bedoel ik ook echt het origineel natuurlijk, niet de vertalingen die tot ons gekomen zijn, want die zijn feilbaar. Maar dat is een ander verhaal.
Zou je misschien wat voorbeelden kunnen geven uit de Schriften, uit wat wij het Oude Testament noemen, waarin de Heer gelezen heeft en dacht: "Hé, dit gaat over Mij, dit is Mijn missie en de weg die Ik moet gaan"? Dat mogen profetieën zijn of geschiedenissen, want eigenlijk spreekt elke bladzijde over Hem.
Ja, dat kan niet missen, want de Schrift is het die van Hem getuigenis geeft. Hij zegt het zelf ook: "Mozes heeft over Mij geschreven." Vanaf de eerste bladzijde tot de laatste is dat zo. Er zijn natuurlijk passages die eruit springen omdat ze zo expliciet zijn. Bekend is Jesaja 53, die heel duidelijk spreekt over Zijn verschijning als het Lam van God, de Man van smarten die de weg ging en Zichzelf liet slachten als een lam ter slachting. Maar het gaat ook over Zijn opstanding. Denk aan Psalm 22 of Psalm 16. Er zijn heel veel Schriftgedeelten die eruit springen, maar eigenlijk is het in elk hoofdstuk en op elke bladzijde raak, of het nu direct is of indirect via allerlei illustraties.
Denk bijvoorbeeld aan het offer dat Abraham bracht en wat daar gebeurde met zijn zoon Isaak. Het feit dat hij Isaak überhaupt kreeg, was in wezen al een illustratie van het beloofde zaad van Abraham; uit een verstorven lichaam kwam toch nieuw leven voort. Toen Abraham zijn zoon moest offeren, ging hij naar het gebergte van Moria, de plek waar later de tempel zou komen te staan. Daar heeft hij zijn zoon geofferd, maar op de derde dag kreeg hij hem bij wijze van spreken uit de doden terug. De zoon van Abraham is bij uitstek een aanduiding van de Messias. Zo begint ook het Mattheüs-evangelie: "Het geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham." Als je dat relaas leest over wat er gebeurde met Isaak... dat soort geschiedenissen zijn er zo veel. Het is te veel om op te noemen, daar kunnen we beter niet aan beginnen. Laten we het hierbij houden, want de volheid ervan is overweldigend. Dit waren de inleidende vragen.
De Betekenis van Zijn Sterven en de Losprijs voor Allen ↑ hoofdstukken
Ik wil nu overgaan naar het sterven, de dood en de opstanding van de Heer. Daar heb ik een aantal vragen over opgeschreven, en de eerste is deze: waarom is het sterven van de Heer de basis van het Evangelie? En waarom zouden we het sterven altijd in combinatie met de opstanding bedenken? Waarom is dat zo?
Het is opvallend dat er van oudsher in de christelijke theologie en onder christenen een enorme focus is op het sterven van Jezus. Op zichzelf genomen kan daar natuurlijk niets mis mee zijn, maar zonder de connectie met de opstanding mis je de clue. Hij stierf juist om te kunnen opstaan; Hij stierf om de dood te overwinnen. Dat is de basis. Het is trouwens ook opmerkelijk dat de Heer Jezus precies wist wat Hem te doen stond. Als je leest dat Hij naar Jeruzalem gaat, dan waarschuwt Hij al en voorzegt Hij wat er gaat gebeuren. Iedere keer als Hij spreekt over het feit dat Hij zou sterven en dat de overpriesters — Zijn volksgenoten — Hem zouden overleveren, doet Hij dat altijd in combinatie met de belofte dat Hij ten derde dage zou opstaan uit de doden. Jezus sprak dus altijd met twee woorden: Hij zou sterven, jawel, maar Hij zou daarna opstaan uit de doden. Dat is nu juist waar het eigenlijk allemaal om gaat. Want zou Hij niet opgewekt zijn, dan is onze prediking zonder inhoud en is ook jullie geloof zonder inhoud, zoals Paulus aan de Korinthiërs schrijft. We hebben een opgewekte Christus. Wat daar zo geweldig aan is? Hij stierf, jawel, en kwam in het graf terecht, maar dat was de inleiding. Het gaat om Zijn opstanding. We hebben een levende Heer.
In 1 Korinthe 15 vers 3 staat dat Christus stierf ten behoeve van onze zonden. Wat betekent dat precies? Ik had het zojuist even over de christelijke theologie; dit is ook zo’n term die altijd op een bepaalde manier wordt opgevat. Als je in een setting bent grootgebracht met de christelijke leer over het sterven van Jezus, dan wordt er vaak verondersteld dat Hij moest sterven 'om onze zonden'. Dat wordt eigenlijk niet ter discussie gesteld. De meeste mensen binnen de orthodoxie gaan ervan uit dat Jezus stierf om de straf die God had uitgesproken over de zonde te dragen, plaatsvervangend voor ons. Men zegt dan: Jezus stierf omdat God rechtvaardig is en Hij de zonden moest straffen, en Jezus heeft Gods oordeel daarover gedragen. Maar het gekke is: dat staat er helemaal niet. Hij stierf om onze zonden, maar niet om de straf op onze zonden te dragen. Dat staat nergens in de Bijbel. Hij stierf om ons van onze zonden te bevrijden. Dat doet Hij door nieuw leven aan het licht te brengen. Hier zie je weer wat net al ter sprake kwam: Hij stierf om op te kunnen staan uit de doden. Door op te staan uit de doden bracht Hij nieuw leven aan het licht, en dat is een leven dat de zonde achter zich heeft. Hij stierf dus om onze zonde, om ons van onze zonde te bevrijden.
Dan wil ik toch nog een vraag stellen die je vaak tegenkomt vanuit Jesaja 53. Daar staat in vers 5: "Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden." Kun je die tekst toelichten in verband met wat je net hebt gezegd? Ja, want dit wordt inderdaad nogal eens tegen de visie die ik net schetste ingebracht. Op zich snijdt de tegenwerping hout in die zin dat men het vaak zo uitlegt: om de straf op onze overtredingen te dragen, werd Hij doorboord. Maar ook dat staat er niet. Er staat: "om onze overtredingen werd Hij doorboord." Dat wil zeggen: het waren de overtredingen van ons — in dat geval specifiek Israël, waar het in Jesaja 53 over gaat. Het waren de overtredingen van Israël; denk aan het Sanhedrin dat het recht met voeten trad en Hem op misdadige wijze aan het kruis bracht. Om hún overtredingen kwam Hij aan het kruis terecht en werd Hij doorboord. Zij hebben Hem overgeleverd aan Pilatus en gevraagd of Hij ter dood gebracht zou worden. De straf die zíj uitspraken, was op Hem. Men denkt altijd dat het de straf was die God op Jezus legde, maar nee, het was de straf die mensen uitspraken — in het bijzonder Pilatus die de doodstraf voltrok — en die straf was op Hem. In het vers daarvoor lees je trouwens dat Israël straks tot de erkenning zal komen en zal zeggen: "Wij hielden Hem voor een door God geplaagde." Maar zij zaten ernaast. Het idee is dus juist niet dat Hij door God gestraft is; dat dáchten ze slechts, en daarom hebben ze Hem ook verloren. Het is zo geframe'd dat men het bijna niet anders meer kan uitleggen. Wat ik mooi vind, is de context die je nu meegeeft: lees een aantal verzen ervoor, want dan wordt het woordje 'maar' in "maar om onze overtredingen" duidelijk. Het gaat om het volk en degenen die Hem dit hebben aangedaan.
In die zin wordt ook vaak 1 Petrus 2 vers 24 aangehaald. Ik begin even bij vers 23: "Die, als Hij gescholden werd, niet terugschold, en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt; Die zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven." Dit is ook een tekst die men graag naar voren brengt om te bewijzen dat God toornig was en dat Zijn toorn gestild moest worden op de Zoon in plaats van op ons, dus plaatsvervangend. Kun je daar iets over zeggen? In het algemeen geldt ook daarvoor weer dat er staat: "Hij heeft onze zonden gedragen." Men denkt dan meteen weer dat Hij de straf op onze zonden droeg, maar dat staat er niet. Hij droeg onze zonden in de zin van: Hij verdroeg onze zonden. Het waren de zonden van het volk — specifiek Israël, maar in feite ook de wereld en de Romeinen die daarin betrokken werden — die Hem aan het kruis brachten. Die zonden droeg en verdroeg Hij. Dat is heel wat anders dan het dragen van de straf van God om onze zonde. Men denkt er allerlei dingen bij die er simpelweg niet staan en die de tekst eigenlijk alleen maar onduidelijker maken. Het hele idee van een God die de zonde móést straffen omdat Hij anders niet zou kunnen vergeven, is totaal geen Bijbelse gedachte. Trouwens, als dat zo zou zijn, hoeft God ook niets meer te vergeven. Het idee is altijd: Hij moest straffen, anders kan God niet vergeven. Maar als God 'genoegdoening' vond — zoals men dat noemt — in het feit dat Jezus stierf en daarmee onze zonden plaatsvervangend werden gestraft, dan hoefde Hij niets meer te vergeven. Dan was alles immers al voldaan.
Vergeving wordt dan ook een heel leeg begrip. Het heeft ook alles te maken, denk ik, met de Bijbelse gedachte van de slachting. Ik weet niet of jij dat nog ter sprake wilde brengen, maar over de offerdienst: het slachten en het offer daarna. Men denkt bij het offer van de Heer Jezus altijd aan Zijn sterven, maar ook dat is niet juist. Zijn offer is wat er plaatsvond na de slachting. Een dier werd geslacht en vervolgens werd het geofferd.
De slachting spreekt van de Heer Jezus die geslacht is, precies ook op de dag dat het Paaslam geslacht werd. En daarna werd Hij geofferd, steeg Hij op, verrees Hij voor God tot een liefdelijke reuk. Dat offer spreekt van Zijn opstanding. Dus ook daarin zie je weer: dat offer spreekt van de opstanding, daar gaat het allemaal om. In feite was de slachting niet waar het om ging. Dat was noodzakelijk om een dier te kunnen offeren, maar het is geen eindpunt en zelfs niet het hoogtepunt. Het hoogtepunt is juist dat Hij verhoogd werd en zo verrees voor God. Dan krijg je toch een compleet ander beeld. Dan gaat het niet meer om sterven en dood, maar juist over de overwinning op de dood. Kijk, en dat is een Evangelie.
Daar gaat mijn volgende vraag ook over, want we lezen in de Schrift, in 1 Timoteüs 2 vers 6, dat Hij Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Dat hoor je maar heel weinig in de prediking. Voor allen, bedoel je? Ja, voor allen. Maar wat is een losprijs en aan wie werd die dan betaald? Kun je daar iets over zeggen?
Het wordt een beetje eentonig; het lijkt erop alsof wij de theologie aan het bashen zijn. Maar het komt er toch iedere keer weer op neer dat als je Bijbelse thema's aansnijdt, je iedere keer aanloopt tegen allerlei zwaar theologische, orthodoxe vooroordelen die de meeste mensen geadopteerd hebben en die als vanzelfsprekend worden aangenomen. Maar hier zie je ook weer: men denkt meestal in termen van schuldbetaling. De mens heeft een schuld, wij konden het niet betalen, Jezus kwam en Hij heeft onze schuld betaald. Dat vind je niet in de Bijbel. Het wordt wel een betaling genoemd, maar dan een losprijs. Maar dat is een totaal ander idee.
Een losprijs wordt betaald aan degene die gevangen houdt. Ik bedoel, denk bijvoorbeeld aan een slaaf of een gevangene die kan worden vrijgekocht. Dan wordt er een losprijs betaald. Iemand die wordt gekidnapt of die gevangen wordt gehouden – maar dat gold ook voor slaven – die konden worden vrijgekocht. En dan werd er een prijs betaald aan degene die vasthield. Welnu, de mensheid als geheel zit vast aan en is een slaaf van de zonde en de dood. We zijn doelmissers, we zijn stervelingen. En Jezus Christus betaalde de prijs. Hij stierf namelijk, en dat was de prijs om los te kopen.
Daar komen we weer bij de opstanding uit. Want wat is nu de loskoping? Dat Hij opgewekt werd uit de doden en zo leven kon geven. Dat is onze bevrijding en zo worden wij ook van onze zonden verlost. Het is een hele logische gedachte, maar die losprijs staat eigenlijk haaks op het hele idee van schuldbetaling. En wat ik dan zo mooi vind, is dat heel veel mensen niet beseffen dat Hij die prijs voor allemaal betaalde. Ongeacht of je dat weet of dat je dat niet weet, of je het gelooft of niet gelooft. Of we nu spreken over onze buurman, buurvrouw of mensen op het werk: voor iedereen is die losprijs betaald. En dat vind ik zo geweldig.
Ja, dat is all-inclusive. En dat staat natuurlijk tegenover elke religie die denkt in termen van iets te kunnen verdienen bij God, of een plekje in de hemel ofzo. God heeft de hele schepping, de hele mensheid op het oog. Het is gewoon een feit, net zoals het een feit is dat wij allemaal als stervelingen en zondaren ter wereld kwamen. Daar hebben we ook niet voor gekozen. Het is ook geen keuze van een mens om bevrijd te worden; God heeft dat zo bepaald. Je begon er al mee: Romeinen 5 vers 18. Door één daad werden alle mensen zondaren en stervelingen, en door één daad komen alle mensen tot rechtvaardiging van het leven. Niet allemaal tegelijk, maar tenslotte worden we ook niet allemaal tegelijk geboren. Zo is dat.
De Gekruisigde Christus: een Dwaasheid en een Aanstoot ↑ hoofdstukken
Waarom is de gekruisigde Christus voor Joden een aanstoot en voor de heidenen een dwaasheid? We lezen dat in 1 Korinthe 1 vers 23. Ik heb er vroeger eigenlijk nooit zo bij stilgestaan, dus ik zou het wel mooi vinden als je daar nog iets over kunt vertellen.
Ja, de gekruisigde Christus. Dat is Hij die aan het kruis stierf; die in zwakheid stierf, maar in kracht werd opgewekt. Het is opmerkelijk dat Paulus dat zo formuleert. Voor de natiën — later zegt hij ook voor de Grieken — is het een dwaasheid. Voor Joden is het een aanstoot, een valstrik of een aanleiding tot vallen. Je ziet dat eigenlijk ook wel geïllustreerd in de geschiedenis, in het boek Handelingen, waar het Evangelie via Paulus terechtkwam bij de natiën. Maar ook als hij in de synagoge kwam, bij de religieuze orthodoxie, dan struikelde men daarover. Dat riep enorm veel haat op.
Bij de Grieken, als hij bijvoorbeeld in Athene is — de plek waar wijsheid en filosofie heersen — daar was zijn boodschap van een mens, een lijk dat weer levend werd, voor hen een dwaasheid. Ik zeg het nu even expres zo, maar dat was voor de Grieken absurd. Er was tegen Paulus niet zozeer verzet in de zin dat ze hem ter dood wilden hebben; hij was in hun ogen gewoon een dwaas, een soort 'doodsgek'. Iemand die de gedachte heeft dat een dode opstaat... Kijk, de Grieken gingen uit van een onsterfelijke ziel. Als een mens sterft, dan raakt hij alleen maar zijn omhulsel, de kerker van het lichaam, kwijt. Dan was hij eigenlijk pas echt bevrijd en de ziel leefde voort. Maar Paulus zegt: nee, een mens sterft en dan is hij een dode, maar God gaat de doden levend maken. En dat is inmiddels een historisch feit. Maar toen hij daarmee in de wereld kwam bij de natiën en de Grieken, was dat voor hen louter dwaasheid.
Maar bij de Joden, als hij de consequenties vertelde over de Één die stierf en werd opgewekt voor allen, riep dat enorm veel haat op. Want dat staat haaks op waar we het net over hadden: op de mens die wil verdienen. Er valt namelijk niets te verdienen. God heeft alles al geregeld. De mededeling is simpel: Hij is de Schepper van deze wereld en Hij is de Redder van deze wereld, van alle mensen, wie het ook zijn. Daar kun je niets aan doen en daar kun je niets aan afdoen. Het is een boodschap die je mag geloven, maar ook als je hem niet gelooft, blijft het waar. Uiteindelijk gaat iedereen eraan geloven, zeker weten.
Dat is nogal een enorme luxe als je in zo'n boodschap staat. Ik bedoel, wij hoeven dit ook niet te 'verkopen'. Het is een feit. Het is geweldig als God je ogen daarvoor opent, als het kwartje valt en de consequenties doorzien worden. Dat geeft zo'n enorme vreugde, hoop en uitzicht. Daarom vertel je het ook graag; het is een geweldig bericht. Dat maakt het ook heel relaxed. Ik weet van wie dan ook, ook als mensen nu heel erg 'wijs' zijn, dan zeg ik eigenlijk altijd: mensen geloven het nog niet, want er komt een moment dat ze het zullen geloven en dat God hun ogen opent. Als Hij mijn ogen kan openen en die van jou, zou Hij dan niet de ogen van die anderen kunnen openen? Als Hij de ogen van Paulus kon openen, die er totaal niets van wilde weten... Later zegt Paulus tegen Timotheüs in een brief: Zijn genade heeft mij overweldigd. Dan valt er niets meer te kiezen. Dat is wat de oude gereformeerden vroeger noemden: Gods onwederstandelijke genade. Dat wil zeggen: het is niet te weerstaan.
En zo is het maar net. Dat geeft inderdaad zo'n vreugde en rust. Het is een feit en dat is dus ook iets waar je op kunt staan. Het is een rots die niet wankelt. Het heeft ook niets te maken met mijn emotie; als ik het even niet zie, dan is het niet minder waard. Dat is de vrede die het geeft. En dat is ook waarom we het aan elkaar vertellen natuurlijk. We bemoedigen elkaar daarmee om daarin vastgesteld te worden. Prachtig.
De Betekenis van de Dood en Geesten in de Gevangenis ↑ hoofdstukken
De Heer was natuurlijk drie dagen en drie nachten in het graf. We weten vanuit de Schrift dat de dood een terugkeer is; de dood wordt beschreven als een slaap. We weten in ieder geval dat de dood geen andere vorm van leven is. Ik noem even een paar teksten: Prediker 9 vers 5 — de doden weten niets — Psalm 6 vers 6 en Jesaja 38 vers 18.
In 1 Petrus 3 vers 19 vertelt Petrus ons iets belangrijks, maar ik begin even in vers 18: "Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven, als Rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen; Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de Geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest zijn." Dan gaat het over de dagen van Noach. Als we die tekst zo lezen, dan zien we dat Hij levend is gemaakt naar de Geest en dat dit de verkondiging is geweest, onder andere ook naar die geesten in de gevangenis.
Ik ben het daar volledig mee eens, al is daar nog wel heel wat meer over te melden. Je komt dan uit bij de vraag: wie zijn die geesten in de gevangenis? Het voert te ver om daar nu heel diep op in te gaan, maar het staat er feitelijk wel bij: dat zijn zij die ooit in de dagen van Noach leefden. Dan gaat het vooral over die zonen Gods die zich vermengden met de dochters van de mensen. Zij zijn omgekomen in de zondvloed, maar zij waren dus eigenlijk geesten. Christus is heengegaan en opgestaan, en als de Opgewekte was dat op zichzelf al een verkondiging aan die geesten die daar gevangen zijn.
Het is dus niet zo dat er sprake is van een verbale verkondiging van het hele evangelie. Zoals de hemelen Gods eer vertellen, zo is het opstaan van de Heer de verkondiging. De Vader wekt de Zoon op; dat is de boodschap die daarvan uitgaat. Het is dus niet wat er dikwijls van gemaakt wordt: dat Jezus stierf en in de dagen dat Hij nog in het graf lag, al in de geest — want dat is wat men er vaak van maakt — vóór Zijn opstanding al heengegaan zou zijn om te verkondigen aan die geesten in de gevangenis. Dat staat er niet en dat idee is uiteindelijk gewoon aan de dikke duim ontsproten.
Dat kon alleen maar zo gebeuren doordat men geen zicht heeft op wat de dood werkelijk is. Men gaat er altijd van uit — en ik noemde zojuist al die dwaasheid van de Grieken — dat de ziel onsterfelijk is. In feite is dat een gedachtegang die algemeen in religieuze kringen leeft: een mens sterft niet echt, de dood wordt ontkend. Maar dat doet de Bijbel niet. Toen Jezus in het graf lag, was Hij dood. Hij was écht dood. Op de derde dag wekte God Hem op, en als God Hem niet had opgewekt, was Hij nog steeds dood geweest.
Dat grote contrast tussen dood en opstanding — het besef dat dood ook werkelijk dood is — geeft juist die enorme kracht aan de verkondiging van de opstanding en de opgewekte Christus. Want als de dood een andere vorm van leven is, wat is er dan nog zo bijzonder aan de opstanding? Dan is er helemaal geen sprake van een groot contrast; dat zou feitelijk suiker op de honing zijn. Dat is echter wel wat een heleboel mensen denken. Mensen sterven en dan zeggen we: "Ja, maar ze waren gelovig en nu leven ze voort en juichen ze voor Gods troon." En als ze dan ook nog een keer moeten opstaan, denk je: "Hoezo? Als ze daar nu al zijn, wat betekent de opstanding dan nog?" In feite is dat een ontkenning van de enorme betekenis van de opstanding. Het wordt iets zinloos in de beleving van veel christenen. De opstanding betekent eigenlijk niets bijzonders meer omdat men dat idee heeft van een onsterfelijke ziel. Dat is een heel verhaal natuurlijk, maar dat zijn de wezenlijke overwegingen.
Drie Dagen en Drie Nachten in het Graf ↑ hoofdstukken
Als je vasthoudt aan de traditionele visie waarin de Heer op Goede Vrijdag is gestorven, Stille Zaterdag in het graf was en op zondag opstond, dan kom je maar tot twee nachten. Terwijl de Heer toch — dat lezen we in Mattheüs 12 vers 40 — drie dagen en drie nachten in het graf zou zijn. Kan je daar iets over zeggen?
Hier hebben we weer zo’n kwestie waar het Bijbelse getuigenis echt duidelijk botst met dat wat klassiek en traditioneel gedacht wordt. Je hebt het idee bij Pasen van Goede Vrijdag en Stille Zaterdag, maar dat botst inderdaad met de gedachte dat de Heer drie nachten in het graf was. Dat is trouwens heel wat om te doen, hoor, want ik wil niet de indruk wekken dat alle vragen daarover eventjes in één of twee minuten opgelost kunnen worden. De kwestie is misschien complexer dan je op het eerste gezicht zou denken, maar dat neemt niet weg dat de Bijbel er toch echt duidelijk over is. Als je het mij vraagt, heeft de Heer ook naar eigen zeggen drie nachten in het graf vertoefd.
Hij werd op de dag van Pascha geslacht — en ook wat ik nu zeg is trouwens omstreden. Maar ja, ons Pascha is geslacht, en precies op de dag die God daar al vijftienhonderd jaar daarvoor had gefixeerd, namelijk op de 14e Nisan, de 14e Aviv. Vervolgens kreeg je de 15e Nisan, de 15e Aviv. De vijftiende was altijd een dag waarop niet gearbeid mocht worden; dat lees je ook al in Leviticus 23. In de praktijk was dat dus een Sabbat. Maar daarna kreeg je nog een Sabbat. Je leest in de Evangeliën dat de Heer Jezus opstond na de Sabbaten, meervoud. Dat wordt meestal wat wegvertaald, maar er staat echt: na de Sabbaten.
Hij heeft dus twee Sabbaten in het graf vertoefd en dat is heel goed te verklaren. Hij stierf op donderdag, de dag erop was het de 15e Nisan en dat was een jaarlijkse Sabbat. Daarop volgde de wekelijkse Sabbat, de zaterdag, en dat was dag twee in het graf. Vervolgens werd Hij op de zondag daarop, daags na de wekelijkse Sabbat, vroeg in de ochtend op de derde dag door God opgewekt uit de doden. Dat is dus op de derde dag, maar na drie nachten. Het was dus niet op vrijdag, maar op donderdag dat Hij stierf.
Is dat nu het allerbelangrijkste, op wat voor dag Hij stierf? Nee. Maar ik vind het wel van belang dat Hij stierf op de veertiende. Ik vind trouwens ook van belang dat Hij opgewekt werd op de dag van de eerstelingsschoof. Dat is ook weer zo eigenaardig, want Hij stierf op de dag van het Pascha, maar Hij werd opgewekt als eersteling op de dag van de eerstelingsschoof. Dat moest altijd de dag na de wekelijkse Sabbat zijn; dat lees je al in Leviticus 23. En ja, toen was Hij de eersteling uit de doden.
Dat is mooi dat je dat nu benoemt. Ik heb vragen geschrapt — ja, dat wist jij niet — onder andere over waarom Maria Hem niet mocht aanraken. Maar dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat Hij Zich moest tonen aan God de Vader. Amen! Beeldend wordt dat volgens mij uitgebeeld in die eerstelingsschoof. Er komen heel wat kwesties ter sprake in zo’n gesprek waarin je vragen over en weer voorlegt. Inderdaad, je leest dat de Heer Jezus dat zegt wanneer Hij als eerste Maria vroeg in de ochtend treft. Zij denkt dat het de tuinman is, dan noemt Hij haar naam en zij valt neer. Dan lees je: "Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader."
Later in de ochtend lees je dat die andere dames, de vriendinnen van Maria, Hem wel vastgrijpen. Inmiddels was de Heer Jezus al ten hemel gevaren. Als de eersteling is Hij voor het aangezicht van de HEER — zo staat dat in Leviticus 23 — als eerstelingsschoof bewogen. Hij moest eerst naar Zijn Vader toe en daarom mocht Hij in eerste instantie nog niet vastgegrepen worden.
Ik heb nog zoveel vragen geschrapt, want ik had ook een vraag over waarom Hij Zich niet gewoon aan iedereen heeft getoond, maar alleen aan enkelingen en later aan vijfhonderd tegelijk. Misschien moeten we dat laten liggen, tenzij je zegt: "Ik heb nog genoeg vragen hoor!" Even kijken... oké.
De Dood Tenietgedaan: het Ultieme Evangelie ↑ hoofdstukken
Waarom is de opstanding van de Heer onze zekerheid—sterker nog: de zekerheid voor iedereen—dat uiteindelijk iedereen leven zal ontvangen? Ik weet niet of je begrijpt wat ik bedoel? Nou, ik zit even te denken wat jij daarmee beoogt. In het algemeen vermenigvuldigen de gedachten zich wanneer je alleen al denkt aan het gegeven: waarom moest Hij sterven? Eigenlijk kwam dat via verschillende aanvliegroutes in dit gesprek al aan de orde, maar Hij stierf om te kunnen opstaan uit de doden. En waarom moest Hij opstaan uit de doden? Nou, omdat Hij de eersteling was, en de eersteling is de garantie. De rest zou nog volgen. Daar ging het mij om: de rest zou volgen.
Dan komen we weer terug op Adam. Nu niet via Romeinen 5, maar via 1 Korintiërs 15. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen levend worden gemaakt. En het staat erbij: ieder in zijn eigen rangorde. Christus als eersteling; ook op de dag van de eerstelingsgarf werd Hij opgewekt, en de rest volgt ook. De volgende rangorde, de volgende afdeling, is die van hen die van Christus zijn in Zijn parousia, dat is Zijn toekomst. Dus er is nu nog maar één die onsterfelijkheid heeft, en dat is Christus. Hij is opgewekt uit de doden en de volgende afdeling is die van hen die van Christus zijn. Uiteindelijk moeten alle mensen levend worden gemaakt, want uiteindelijk doet Hij de dood teniet. Hoe doet Hij dat? Door hen allen levend te maken.
Dat vind ik zo geweldig. Het tenietdoen van de dood is een positieve daad. Je zou zeggen van niet: 'het tenietdoen van de dood'. Je zou zeggen: de dood doet het teniet. Ja, maar nu doet Hij de dood teniet. Dat betekent dat twee keer negatief in dit geval positief is. Want allen die dan nog dood zijn, worden levend gemaakt. Je leest in 1 Korintiërs 15 dat Hij moet heersen totdat... en de laatste vijand die Hij dan tenietdoet, dat is de dood. Dus aan het einde van Zijn heerschappij zal Hij allen levend maken. En als allen levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer. Dat is ook het einde van Zijn heerschappij. Dan lees je ook dat Zijn missie echt vervuld is. Hij zal dan een volmaakt koninkrijk overdragen aan Zijn God en Vader. Dan wordt God alles in allen en dan ontbreekt er niemand meer, want dan zijn allen levend gemaakt. Dan is ook alles rechtgezet wat er nog rechtgezet moest worden. Dat is volmaakt. Dan breekt er echt een hele nieuwe fase aan, als ik het zo mag zeggen, want dan wordt God alles in allen.
Je hebt hiermee eigenlijk de vraag beantwoord die ik nog had staan: wat betekent het dat de dood verzwolgen is in de overwinning? Dat staat in vers 54. Dus zonder dat je het wist, heb je nu al het antwoord gegeven. Dat is met recht: verzwolgen in de overwinning. Hoe wordt de dood tenietgedaan? Doordat deze verzwolgen wordt in de overwinning. Doordat alle doden levend worden gemaakt, is er geen dood meer. Wat een uitkomst van al Gods wegen. Dat is de ultieme prediking, de ultieme boodschap: de dood is overwonnen—dat is verleden tijd—maar de dood wordt ook tenietgedaan. Allen worden levend gemaakt. Dat is het Evangelie.
Er staat ook in 2 Timotheüs 1 dat Paulus zegt dat het Evangelie de boodschap is dat Christus Jezus onvergankelijk leven aan het licht brengt en de dood tenietdoet. Ook hierbij kom je weer in 'clash' met wat traditioneel gepredikt wordt, want daarin wordt de dood nooit tenietgedaan. In de traditionele theologie spreekt en waarschuwt men van de kansel altijd voor de 'eeuwige dood', de nimmer eindigende dood. Nou, dat is een regelrechte aantasting van het Evangelie. Want er bestaat niet zoiets als een nimmer eindigende dood. De boodschap is juist dat de dood wordt tenietgedaan. Dan is er geen dood meer. Dat laat zich ook verstaan, want dat is echt Evangelie. Het is namelijk geen aanbod, het is een mededeling.
Daar wil ik dan mee eindigen. Ik had nog wel wat vragen staan, maar dat komt misschien een volgende keer. We zien het nog wel. De vorige keer dat we gesprekken hadden op deze locatie was in november. Het is inmiddels maart en wellicht dat er nog een keertje een vervolg ontrolt. We zullen het zien. André, hartelijk dank voor alle bemoedigende woorden en voor de geweldige boodschap die je elke week weer brengt. Voor het goede bericht dat we hier mogen horen en waar wij geweldig blij van worden. Dankjewel!
Het was mij een groot genoegen, Wolter, om je hier te ontvangen en deze dingen met elkaar te bespreken. Ik wil alleen maar een doorgeefluik zijn van dat wat er geschreven staat, want ik hoef het niet mooier te maken. Het is al geweldig! Ja inderdaad, daar sluit ik me helemaal bij aan. Top, dankjewel!
UltimateGoodNews