op welke dag komt de Heer? (2) – ten derde dage
04-04-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 4 april (1e paasdag) te Urk
In deze studie zoomen we in op de waarheid van nieuw leven op “de derde dag”. Dat is bepaald geen nieuwtestamentische uitvinding. integendeel zelfs. En wat blijkt? Israël volgt hetzelfde tijdpad naar leven voorbij de dood, als haar Messias. Jazeker, op de derde dag..!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Het Evangelie: Opgewekt op de Derde Dag Naar de Schriften
- De Derde Dag als Watermerk in het Oude Testament
- Voorbeeld 1: Jona als Type van de Messias Én van Israël
- Voorbeeld 2: Koningin Esther Ontvangt de Gouden Scepter
- Voorbeeld 3: Jozua en de Doortocht Door de Doodsjordaan
- Conclusie: de Naderende Derde Dag en Leven uit de Doden
Het Evangelie: Opgewekt op de Derde Dag Naar de Schriften ↑ hoofdstukken
Een hele goede middag ook van mijn kant, vrienden. Wat goed om elkaar hier weer te treffen op deze eerste paasdag. De broeder wees er zojuist al op dat het voor ons altijd Pasen is, en dat is niet zomaar een frase; dat is werkelijk zo. We hebben een levende Heer. Maar als de wereld ons de gelegenheid geeft om juist aan dit geweldige feit nog wat extra aandacht te besteden, dan laten we dat zeker niet ongebruikt. Dus het loutere feit dat de kerkelijke kalender er daarnaast mag zijn, dat doet niet ter zake. Hij is werkelijk opgestaan!
Het onderwerp van de vorige keer, het eerste deel in de serie 'Op welke dag komt de Heer?', sluit prachtig aan bij deze datum. Ik wil vandaag dan ook vooral de aandacht vragen voor dit gegeven: opstanding ten derde dage. Dat heeft alles te maken met dat overkoepelende thema: op welke dag komt de Heer?
Laten we eerst naar 1Korinthe 15 gaan. Dat is de schriftplaats waar ik in de eerste plaats aan refereer. Paulus schrijft dit aan de Korinthiërs naar aanleiding van wat alarmerende berichten die hij vanuit Korinthe had ontvangen over mensen die twijfels hadden over de opstanding van doden. Ik ben erg blij dat die twijfels er toen waren, want het is de aanleiding geworden voor een geweldig magistraal hoofdstuk over dit onderwerp. Paulus gaat, om het zo te zeggen, vol op het orgel. Voluit vertelt hij over het historische feit van de opstanding, maar ook over de geweldige impact die dit alles heeft voor de hele schepping en voor de hele mensheid. Christus is opgewekt als eersteling en ook als garantie dat het hele mensdom, ieder in zijn eigen rangorde, zal volgen.
Hij schrijft in vers 3 van 1Korinthe 15: "Want ik leverde aan jullie in de eerste plaats over hetgeen ik ook ontving, namelijk dat Christus stierf ten behoeve van onze zonden naar de Schriften. En dat Hij werd begraven en werd opgewekt op de derde dag naar de Schriften." Met name voor dit laatste, dat Hij werd opgewekt op de derde dag, wil ik de aandacht vragen. Alles in het Evangelie — dat is de grote inhoud ervan — is de opgewekte Christus. Christus stierf. Waarom? Om opgewekt te kunnen worden uit de doden. Waarom werd Hij begraven? Om op te staan uit het graf. Dat is de inhoud. Paulus zegt ook in negatieve zin dat als je dat niet hebt, onze prediking en ons geloof ijdel zijn; leeg dus. Positief gezegd: wat is de inhoud van de prediking en ons geloof anders dan de Christus die naar de Schriften is opgewekt?
Het woordje 'naar' is in het Grieks 'kata'. Dat betekent hetzelfde als ons woordje 'naar', oftewel: in overeenstemming met. In overeenstemming met de Schriften. Dat zou in theorie twee dingen kunnen betekenen: dat het in de Schriften is voorzegd, maar het kan ook betekenen dat het in lijn is met de Schriften, met alles wat daar staat opgetekend. Ook in typen en in beelden is het er helemaal mee in lijn en in overeenstemming. Het is, en dat is wat ik vanmiddag wil laten zien, als een watermerk in heel de Schrift terug te vinden. In al de Schriften. Met 'de Schriften' doelt Paulus uiteraard op de Hebreeuwse Bijbel, wat wij het Oude Testament noemen.
Christus stierf, Hij werd begraven, Hij werd opgewekt. Dat is letterlijk het ABC van het Evangelie in de eerste plaats. Paulus zegt: "In de eerste plaats heb ik jullie dat overgeleverd." Het leven van de Heer Jezus hier op aarde... ik zeg niet dat Paulus daar niet over gesproken heeft, maar in de eerste plaats heeft hij gesproken over het feit dat Christus stierf, werd begraven en opgewekt is. In feite is het leven van Jezus voor Paulus — en dan bedoel ik niet geringschattend — secundair. Het komt pas in de tweede plaats. Vandaar ook dat hij, typisch voor Paulus, altijd spreekt over 'Christus Jezus'. Christus, de opgewekte, staat voorop. En wie is dat? Dat is de Jezus die hier op aarde wandelde. En dat naar de Schriften...
De Derde Dag als Watermerk in het Oude Testament ↑ hoofdstukken
Als je nagaat in de Hebreeuwse Bijbel, in het Oude Testament, waar de derde dag allemaal wel niet genoemd wordt, dan is dat echt een heel lange lijst. Dat is ook de reden waarom ik zeg: het is als het ware een watermerk. Je ziet het overal in terug. Laat ik eens een paar voorbeelden geven, waarbij ik overigens niet eens volledig ben.
Het begint eigenlijk al op de eerste bladzijde, want het was op de derde dag dat het land verrees — wat een mooi woord in dit verband — uit de doodswateren. Dat waren de wateren die de hele aarde bedekten. Het land verrees uit de wateren en voor het eerst wordt op de derde dag, in Genesis 1, melding gemaakt van leven. Dat zet echt de toon. Op de derde dag kreeg Abraham zijn enige zoon weer terug als uit de doden; lees het maar na in Genesis 22. Op de derde dag werd iemand die verontreinigd was door aanraking met de dood, ontzondigd. U vindt dat terug in Numeri 19 en ook in Leviticus. Op de derde dag — zo lees je in Exodus 19, en wellicht dat we later in deze serie daar nog op terugkomen — zag heel Israël dat JAHWEH neerdaalde. Dat was onder luid bazuingeschal en dat was op de derde dag. Op de derde dag trok Israël als volk door de Jordaan; ik kom daar straks uitgebreider op terug.
Op de derde dag lag Dagon gevallen en onthand voor de ark. Kijk het maar na. In dit laatste geval staat er ineens niet expliciet bij dat het de derde dag was, maar er wordt gezegd dat de ark in de tempel van Dagon werd geplaatst en de volgende dag gebeurde er dit: hij was gevallen, maar werd weer gerestaureerd en op zijn plek gezet. En toen de derde dag, de daaropvolgende dag, was hij echt van zijn sokkel gevallen en ook werkelijk, letterlijk en figuurlijk onthand. Toen was hij niet meer te repareren ook en trokken ze de definitieve conclusie. Dat was de derde dag.
Op de derde dag ging de doodzieke koning Hizkia hersteld, gezond en wel naar de tempel. Op de derde dag werd koningin Ester de gouden scepter aangereikt; ook daar kom ik straks nog op terug. Op de derde dag werd Jona uit de vis bevrijd en kwam hij aan land. Dat is waar ik de vorige keer mee geëindigd ben, maar eigenlijk is het waar we de hele studie over hebben gehad. Op de derde dag zou Israël als natie herleven en zou de Heer ook tot hen terugkeren. Dat vinden we in Hosea 6, een vers dat ik nog even voor het voetlicht wil brengen. Hij zal ons, zo hebben we gelezen in vers 2, levend maken na twee dagen; in de derde dag zal Hij ons oprichten en wij zullen leven voor zijn aangezicht.
Dus Israël als natie herleeft op de derde dag. Oftewel, dat zal zijn na twee dagen en we hebben gezien — en dat sluit ook weer aan bij wat zojuist werd voorgelezen uit 2 Petrus 3 — dat de Heer zo rekent: dat is na twee millennia. Dat is precies ook de link tussen het onderwerp en het overkoepelende thema van deze serie: op welke dag keert de Heer terug voor Israël? Dat zal zijn na twee dagen, op de derde dag.
Ik heb het Nieuwe Testament er nog niet eens bij genoemd, maar daar zou je ook nog een lijstje kunnen maken van de rollen die de derde dag speelt. Het lijstje van zojuist uit het Oude Testament is overigens ook niet compleet. Ik bedoel ermee te zeggen dat wanneer Paulus zegt dat Christus werd opgewekt op de derde dag naar de Schriften, die derde dag daarmee ook gemarkeerd is als een heel bijzondere dag die alles te maken heeft met opstanding en met nieuw leven.
Het eigenaardige is dat Christus werd opgewekt ten derde dage, maar dat Israël datzelfde tijdpad volgt en ook opgewekt zal worden op de derde dag, na twee dagen. Er blijkt dus een heel grote parallel te bestaan tussen enerzijds de Messias en anderzijds Zijn volk. Het is eigenlijk ook zo dat via de Messias het leven aan de wereld gepresenteerd zal worden. De Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek — en dan bedoel ik dat in het enkelvoud, de persoon Christus Jezus — werd opgewekt op de derde dag. Maar het koninklijk-priesterlijke volk, dat als aardse natie ook die koninklijke en priesterlijke bestemming heeft, wordt ook opgewekt. In feite is dat koninklijk-priesterlijke volk ook Messiaans. Wat de Christus, de Messias overkomt, overkomt het volk dus evengoed. Je zou kunnen zeggen in tweede zin, secundair, maar niettemin is het wel degelijk dat gezalfde volk. Ook zij zijn gezalfd om een koninklijke en priesterlijke functie voor de hele wereld te vervullen. Daar gaan we het later in de serie ook nog over hebben. Vandaag wil ik echter de focus leggen en de schijnwerpers richten op dat grote onderwerp: opgewekt op de derde dag, en dan niet alleen voor de Messias, maar ook voor dat Messiaanse volk.
Voorbeeld 1: Jona als Type van de Messias Én van Israël ↑ hoofdstukken
Ik wil daar een drietal voorbeelden van geven die ik er uitlicht; een paar heb ik al even kortweg genoemd. Jona 1 is het voorbeeld dat zich misschien wel als eerste aandient. Want dan staat er dit, in Jona 1 vers 17 — dat is geloof ik het einde van het hoofdstuk: "En JAHWEH beschikte een grote vis om Jona in te slokken en Jona was in het ingewand van de vis drie dagen en drie nachten."
Het grote wonder is — we kennen het allemaal — al was het maar vanwege het 'jonassen'. Dan was het van: één, twee, drie... dat is toch jonassen? En dan bij de derde, ja, dan ga je eruit. Zo was het bij Jona ook: drie dagen en drie nachten. Ik herinner me dat het alweer een paar jaar geleden is dat we het hier op deze plaats ook daarover hebben gehad. Een hele middag hebben we het toen gehad over die uitdrukking 'drie dagen en drie nachten'. De Heer Jezus zegt namelijk in Matthäus 12 dat zoals Jona drie dagen en drie nachten in het ingewand van de vis was, zo de Zoon van de mens, de Ben-Adam, drie dagen en drie nachten in het hart van het land, Jeruzalem, zal zijn. En wel net zoals Jona ook als dood. Waarbij ik dan even voorbijga aan de vraag of Jona letterlijk dood was of niet; hij bad in ieder geval vanuit het dodenrijk, dat lees je wel. Hij was toen onder het aardoppervlak, onder de aarde. Jona is dus een type van Christus.
We hebben toen ook gezien dat Christus ook daadwerkelijk op de derde dag, maar ook na drie nachten, wel degelijk in het graf heeft gelegen. Dat is een wat problematisch gegeven als je het houdt op Goede Vrijdag, maar dat is een kwestie waar nogal wat aan vastzit qua datering. Maar als we ervan uitgaan dat Hij stierf op de 14e Nisan, de 14e Aviv — de dag dat het Pascha geslacht werd — en vervolgens drie nachten in het graf lag en bij de aanvang van de derde dag opstond uit de doden, vroeg in de morgen... Dat was dus de 17e en dat was inderdaad de dag van de Eerstelingsschoof. Dat was per definitie op een zondag, dus de Heer Jezus is op een donderdag gestorven. En als u zegt: daar wil ik wat over zeggen of daar ben ik het niet mee eens, dan is dat prima. We gaan het daar nu toch verder even niet over hebben.
De kwestie is heel boeiend, maar het gaat er nu vooral om dat Jona een type is van Christus. Maar — en dat is wat ik u nu wil laten zien — Jona is ook een type van het volk Israël. Ga maar na: Jona was ongehoorzaam aan zijn missie. Dat is eigenlijk wat Jona 1 ook beschrijft. Hij vluchtte voor God, maar uiteindelijk, als God voor jou iets bestemd heeft, hoe dan ook, dan weet God je toch echt wel te vinden. Ook al ga jij de andere kant op, dan pakt Hij je gewoon bij de kladde. Dat is God. Ik vind het ook zo mooi als Jona dan 'uit de kast komt', als ik het zo mag zeggen, daar op het schip. Hij moet uiteindelijk toch kleur bekennen, hij ontkomt daar niet aan en zegt: "Ik ben een profeet van de God van hemel en aarde."
Hoe dan ook, dan wordt hij dus inderdaad in het water 'gejonast'. Gedurende die tijd verblijft hij daar drie etmalen. Hoe was het ook alweer? Je hebt daar zo'n mooie Latijnse uitdrukking voor: pars pro toto, een deel telt voor het geheel. Dat wil zeggen: drie etmalen, en bij de aanvang eigenlijk van het derde etmaal, of in ieder geval in het begin van de dag, stond hij op uit de doden.
Dat geldt voor Israël dus ook. Deze uitdrukking, drie dagen en drie nachten, staat voor de tijd dat de Heer Jezus in het graf lag, maar ook voor Israël. Want ook Israël verdwijnt in de volkerenzee. De zee is een type van de volkerenwereld, wat helemaal niet zo gek is, want dat vind je wel vaker. Zo staat het in Openbaring 17 ook: de zee die jij zag, dat zijn de natiën. Wij spreken ook niet voor niets over de volkerenzee. Daar verblijft Jona gedurende twee dagen en wat gebeurt er dan daarna? Wel, vervolgens wordt hij aan land gespuugd. Je dacht misschien dat zijn rol voorbij was, maar wat gebeurt er? Als door een godswonder — mensen geloven dat soms niet van Jona, maar ik heb er niet de minste moeite mee. Niet dat het wonder niet groot zou zijn, het is een geweldig groot wonder, maar als je de God van hemel en aarde kent, dacht je nou werkelijk dat Hij niet in staat zou zijn om iemand die gedurende die tijd in een grote vis heeft gezeten weer aan land te spugen? En dat hij alsnog zijn functie, zijn rol en zijn roeping gaat vervullen?
Zo zal het ook gaan met Israël. Na twee dagen, op de derde dag, zal Israël weer aan land komen uit de volkerenzee. Ze zullen hun bestemming vinden, aan land komen en alsnog hun rol voor de wereld gaan vervullen, profetisch. Ze zullen het kanaal worden waardoor Gods woord zal worden verbreid voor de hele wereld. Hoe dat dan verder ook vervuld wordt in Jona 3, dat is nog weer een verhaal apart. Het gaat erom dat Jona dus wel degelijk én een type is van de Messias, maar ook van het Messiaanse volk dat momenteel in de volkerenzee verblijft. Die tijd is bijna ten einde en de derde dag gaat binnenkort aanbreken.
Dan zal Jona alsnog als een vredesduif — want Jona betekent 'duif' — alsnog zijn boodschap overbrengen. Wat doet een duif trouwens? Een boodschap overbrengen, toch? Daar zijn ze speciaal voor opgeleid, zal ik maar zeggen. En dan zal inderdaad Jona met die olijftak — nu gooi ik de dingen door elkaar, maar ik doe het expres — met die olijftak als embleem van nieuw leven zijn functie, zijn rol en zijn roeping in de wereld vervullen. Dus dat is de eerste: Jona als type van de Messias, maar ook van het volk Israël. Goed, dat is het eerste.
Voorbeeld 2: Koningin Esther Ontvangt de Gouden Scepter ↑ hoofdstukken
Dan heb ik er nog één en dat is Esther hoofdstuk 5. We kennen de geschiedenis enigszins, mag ik aannemen, maar van Esther lees je in dat hoofdstuk in het eerste vers – laten we het gewoon eens even lezen om vervolgens uiteen te zetten hoe Esther hier ook wel degelijk een uitbeelding is, vooral ook van het volk Israël: "Op de derde dag nu", staat daar, "hulde Esther zich in een koninklijk gewaad en ging staan in de binnenste voorhof van het paleis van de koning tegenover de koningszaal, terwijl de koning gezeten was op zijn koninklijke troon in de koningszaal tegenover de ingang van de zaal. En toen de koning koningin Esther in de voorhof zag staan, verkreeg zij genade in zijn ogen."
Ik heb het expres even zo weergegeven zoals het correct in de Statenvertaling staat: zij verkreeg of ontving genade in zijn ogen. En de koning reikte – prachtig beeld – de gouden scepter toe die hij in zijn hand had. En Esther kwam daarop nader en raakte de spits van de scepter aan. Want de verhoudingen waren zodanig dat zij hiermee haar leven in de waagschaal stelde. In feite kreeg zij op deze derde dag het leven, want eigenlijk waagde zij zich op het domein van de dood. Esther kwam daarop nader en raakte de spits van de scepter aan en daarop zei de koning tot haar: "Wat hebt u, koningin Esther, en wat is uw wens? Al was het de helft van het koninkrijk, het zal u gegeven worden."
De geschiedenis gaat door uiteraard, want Esther is een uitgebreid boek, dat ga ik u nu niet allemaal vertellen. Maar wat ik u eigenlijk wil vertellen, geheel in lijn met wat ik zojuist zei over Jona, is dat Esther als koningin een type is van het volk Israël. Ga maar even na: op de derde dag staat Esther op. Ze verkrijgt genade in de ogen van de koning. Ik hoop dat u nu gewoon meeneemt wat we tot dusver al hebben gezien over wat er met Israël zal gebeuren: op de derde dag krijgt zij als natie het leven, zal ze genade vinden in de ogen van de koning en krijgt ze ook de gouden scepter aangereikt.
Die vind ik ook prachtig. Ik had het net over een olijftakje als een embleem van leven, leven dat sterker is dan de dood. Dat geldt voor goud ook. Goud is een embleem van onvergankelijkheid. Goud is dat metaal dat niet roest. In het midden van alle metalen is het, met zilver, een edelmetaal. En wat betekent dat? Het roest niet, het is niet vergankelijk. Dat is ook één van de redenen waarom het zo waardevol is; het staat voor onvergankelijkheid.
En die scepter staat voor... Trouwens, een scepter is gewoon een staf. Een staf in het algemeen spreekt van opstanding. De staf waardoor je opstaat, een staf die tot bloei komt, een staf waarmee je de Jordaan doorwaadt of een staf die je vertroost: "Al ga je door een dal van schaduwen van dood, dan is het uw stok en uw staf die mij vertroosten." Een staf die amandelbloesem voortbrengt; er zijn zoveel staven in de Bijbel te vinden. Maar in dit geval is dit een koninklijke staf. Een heel bijzondere staf, maar ook een embleem van opstanding en het feit dat hij van goud is, onderstreept dat. Het heeft vooral te maken met koninklijke heerschappij. Deze gouden scepter van de koning is een embleem van onvergankelijke heerschappij over de wereld. Deze man was trouwens ook een wereldheerser van het Medo-Perzische Rijk.
Esther krijgt de scepter aangereikt, wat niet alleen genade is waardoor ze bleef leven op de derde dag, maar ze krijgt feitelijk ook de heerschappij. Want de koning zegt al: "Vraag maar, je krijgt alles." Dat is precies wat er staat: "Al was het de helft van het koninkrijk." Wat ze feitelijk krijgt, wat de koning zegt, is: "Wat je ook vraagt, al is het de helft van mijn koninkrijk, dan gaan we gewoon samen heersen. Ik geef je alles." Zo krijgt ze daadwerkelijk de functie van koningin. Zoals de koning en het volk daar zijn, zo zal Israël op de derde dag de gouden scepter aangereikt krijgen en heerschappij ontvangen. Het wordt een koninklijke natie, bestemd voor de wereldheerschappij, en samen met de Koning zal ze inderdaad heersen. Een geweldig beeld.
Het feit dat dit op de derde dag is, vormt het grote omslagpunt in het hele boek Esther. De derde dag. Het is in overeenstemming met wat Paulus zegt: "Christus werd opgewekt op de derde dag naar de Schriften." Nou, dat kunnen we inmiddels toch wel onderstrepen. Blader maar eens door de Bijbel; je vindt iedere keer, zelfs als het niet eens expliciet genoemd wordt, de derde dag terug. En ja, hier ook: het is Esther die op de derde dag deze scepter krijgt aangereikt.
Voorbeeld 3: Jozua en de Doortocht Door de Doodsjordaan ↑ hoofdstukken
Nou, het derde voorbeeld – en ook de laatste die ik wil geven – gaat over nieuw leven; een nieuw leven voor Israël als volk. Daar vind ik dit eigenlijk wel het voorbeeld bij uitstek. In Jozua 1, u weet het hè? Je had eerst Mozes en na Mozes krijg je Jozua. Trouwens, ik vind het eigenlijk ook wel apart – en ik improviseer hier een beetje, want hier zit heel veel aan vast – dat het leven van Mozes is onderverdeeld in drie keer veertig jaar. Hij heeft in totaal honderdtwintig jaar geleefd. Dat is trouwens ook de periode van Adam tot aan het Messiaanse Rijk: honderdtwintig Sabbatsjaren, ook weer onderverdeeld in drie keer veertig. Ga maar na bij Mozes: hij was veertig jaar toen hij geroepen werd en tachtig toen hij het volk uitleidde. Zijn leven is echt onderverdeeld in drie keer veertig, en dat valt samen met de onderverdeling van de wereldgeschiedenis in honderdtwintig cycli van jubeljaren. Die zijn ook weer onderverdeeld in drie gelijke delen: van Adam tot Abraham, van Abraham tot Christus en van Christus tot aan het Messiaanse Rijk. Dat zijn honderdtwintig cycli en na Mozes krijg je dan Jozua, die het volk in de rust brengt.
Hoe zei de schrijver van de Hebreeënbrief – Paulus, als u het mij vraagt – dat ook alweer? Jozua heeft hen niet in de rust gebracht. Nee, wie doet dat dan wel? Dat doet de ware Jozua. Wil de ware Jozua opstaan? Dat gaat Hij doen, dat zullen we straks nog lezen. Na Mozes, die trouwens een uitbeelding is van het oude verbond, krijg je dus Jozua. Wat krijg je na het oude verbond? Dan krijg je Jozua, die vervult wat Mozes niet meer kon en mocht. En wat dacht u? Jozua betekent Jezus; het is zelfs dezelfde naam. De ene vorm is Hebreeuws en de andere is Grieks, maar voor de rest is het volstrekt identiek.
Maar laat ik eerst even lezen. Meteen in het begin van het boek beval Jozua de opzieners van het volk: "Ga midden door de legerplaats en beveel het volk aldus: Maak proviant, teerkost gereed, want binnen drie dagen zullen jullie de Jordaan hier overtrekken om bezit te gaan nemen van het land." Binnen drie dagen, dat wil gewoon zeggen: op de derde dag. En op de derde dag gaan jullie door de Jordaan trekken.
Je hoeft niet eens heel veel kaas gegeten te hebben van typologie en de diepere betekenissen van de Bijbel om te weten dat de Jordaan iets met de dood te maken heeft. Er zijn zoveel liederen en beelden waarin we dat tot uitdrukking brengen: de 'doodsjordaan'. Om in het beloofde land terecht te komen, moet je eerst door de Jordaan. Waarom denkt u dat Johannes de Doper doopte in de Jordaan? Om daarin in het water onder te gaan en daaruit op te staan. Maak trouwens maar eens een studie over wat er in de Jordaan allemaal ondergaat en weer opkomt. Er zijn heel veel voorbeelden. Denk aan Elia die met zijn mantel op de Jordaan sloeg en erdoorheen ging. En Elisa die een bijl uit de Jordaan haalde; die kwam weer boven water. Er komt heel wat boven water in de Jordaan! Of denk aan Naäman; die kwam ook uit de Jordaan en als een jonggeboren baby – zo staat het er toch – kwam hij er herboren uit.
De Jordaan spreekt inderdaad van de dood. In de Jordaan gaan is een beeld van sterven, en als je aan de andere kant uit de Jordaan komt of opstaat, is dat opstanding, nieuw leven. Jozua zegt dus: "Binnen drie dagen zullen jullie de Jordaan hier overtrekken om bezit te gaan nemen van het land." Dat is bij Gilgal, zo zou die plaats later gaan heten. In hoofdstuk 2 passeren we de geschiedenis van Rachab en dan komen we in Jozua 3. In vers 1 staat: "Toen stond Jozua des morgens vroeg op." Dat vind ik heel fraai. Je vindt het trouwens vaker in de Bijbel dat iemand des morgens vroeg opstaat, maar als dit er over Jozua staat, dan is het helemaal helder. Dan weten we meteen waar we het over hebben, want deze Jozua is, zoals ik al zei, Jehoshua. In het Grieks zeg je Isous, in het Engels Jesus en in het Nederlands Jezus. De uitspraak verschilt, maar het gaat over exact dezelfde naam: Jehoshua of Jozua. "JAHWEH redt", dat is wat de naam betekent. Ik vind dat geweldig; alleen al in die naam is uitgedrukt wie God is. JAHWEH redt, zonder kleine lettertjes of voorwaarden. Hij redt.
Jozua stond des morgens vroeg op, net als die andere 'Jozua' waar we het eerder over hadden, die des morgens vroeg bij het aanbreken van de dag opstond uit de doden. De steen werd weggewenteld en dat is de grote ommekeer, de revolutie in de wereldgeschiedenis. Hij werd opgewekt; Hij was dood en God wekte Hem op uit de doden als Eersteling, des morgens vroeg. Vers 1 zegt dus: "Toen stond Jozua des morgens vroeg op en hij en al de Israëlieten braken op van Sittim en kwamen tot aan de Jordaan, waar zij overnachtten voordat zij overtrokken."
Na verloop van drie dagen – de drie dagen waar we in hoofdstuk 1:11 ook al over lazen – gingen de opzieners de legerplaats door en zij gaven het volk dit bevel: "Zodra gij de ark van het verbond van JAHWEH, uw God, ziet en de Levitische priesters die haar dragen, dan zult ook gij van uw plaats opbreken en achter haar aan trekken." Kijk, eerst dit: de ark. De ark van het verbond is het grote centrum van de hele Israëlitische eredienst. Het was het attribuut dat zich bevond in het Heilige der Heiligen, met dat verzoendeksel waar eens per jaar het bloed op gesprenkeld werd.
De ark was een houten kist. Hout spreekt van vergankelijkheid, van dat wat uit de aarde voortkomt. Maar de kist was overtrokken met goud. Hier krijg je weer hetzelfde verhaal als wat ik net vertelde over goud. De Heer Jezus was als het hout: Hij stierf. Maar Hij werd vervolgens op de derde dag, des morgens vroeg, overtrokken met goud, met onvergankelijkheid. Hij is verrezen uit de dood. Dat is die ark. Er was trouwens een kroon van goud om dat deksel heen. Als u meer over de details wilt weten, zou u Hebreeën 9 eens moeten nakijken, want daar wordt gezegd wat er nog meer in de ark was.
Er was bijvoorbeeld een gouden kruik. Een kruik is normaal een beeld van vergankelijkheid, maar nu was het een gouden kruik gevuld met manna, het levende brood. Ook was het verbonden met de staf waar ik het net al over had, die gebloeid had waardoor de ware hogepriester werd aangewezen: Aäron. Wie was Israëls hogepriester? God zegt: "Ik ga het je aanwijzen door middel van de staf die bloeit." En hoe bloeide die staf? Met amandelbloesem. De amandelboom is de boom die in Israël als eerste tot bloei komt, waarmee de lente aanvangt. 'Amandel' betekent letterlijk ook 'waken'.
Om ontwaken. Nog eventjes voor de fijnproevers. Tegen Jeremia zegt de Heer in Jeremia 1: "Wat ziet gij daar?" En dan zegt hij: "Ik zie een amandeltwijgje." En er staat pal achter dat Yahweh tegen Jeremia zegt... Dat begrijp je eigenlijk niet als je dat met Nederlandse oren beluistert, dan versta je het niet. Maar dan zegt de Heer: "Jij ziet een amandeltwijgje? Zo waak ik over mijn woord." Dat ontgaat je omdat je het woordje niet herkent, maar amandelbloesem in het Hebreeuws is gewoon waken, ontwaken. Ook weer nieuw leven.
Nou ja, dat is de ark. Ik geef toe dat het misschien wat chaotisch is. Het zijn allemaal attributen, allemaal facetten van die houten kist, maar overtrokken met goud. Het is een beeld van de opgewekte Christus op wie de verzoening tot stand gebracht is, et cetera, et cetera. En waar hoort hij? In het allerheiligste, in het heiligdom, de plaats waar God woont.
Oké, die ark, daarover hebben we het. Het is de ark van het verbond. Oh ja, dat moet ik er ook nog bij zeggen, want waarom werd het zo genoemd? Omdat daar die stenen tafelen werden bewaard. Het tweede stel trouwens, want dat eerste stel werd kapotgegooid en dat tweede stel bleef wel heel. Waarom? Omdat ze in de ark bewaard werden. In zijn binnenste droeg hij de wet en vervulde hij ook de wet.
En zij gaven, die priesters, het volk dit bevel: "Zodra gij de ark van het verbond van Yahweh, uw God, ziet en de Levitische priesters die haar dragen..." Dus die ark werd gedragen en dan zult gij ook van uw plaats opbreken en achter haar aan trekken. Eerst gaat de ark door de Jordaan. De ark die een type is van Christus, dat is de eerste. Nou, als je eenmaal weet dat de ark – dat kan ook niet missen – een type is van de Messias, dan gaat hij als eerste door de Jordaan en vervolgens volgt het volk die ark.
"Er zij echter tussen u en haar een afstand van ongeveer tweeduizend ellen lengte. Kom niet dicht bij haar, opdat gij de weg moogt weten waarlangs gij gaan zult." Dat laatste klinkt wat cryptisch, maar in ieder geval is het idee: let goed op het traject dat je volgt, maar ook op de afstand. Eerst gaat die ark, maar jullie gaan wel achter die ark aan, maar niet pal daarachteraan. Daar is een afstand. Dus Israël gaat net zoals de ark door de Jordaan, de weg van dood en opstanding, maar niet direct, maar op afstand.
En die afstand die is ongeveer... Als je nu een NBG vertaalt... nee, niet een NBG, welke was het? Het zou kunnen zijn dat het ook nu in de NBV zo staat, maar het was in de Groot Nieuws Bijbel geloof ik, of diverse moderne vertalingen: "van ongeveer een kilometer". Dan word je geholpen als lezer, want ja, weten wij veel wat een el is. Dan kun je ellenlang... ja, dat weten we niet. En dus hebben ze het ons makkelijk gemaakt met een kilometer. De ellende is alleen dat dan de hele clou van het verhaal je ontgaat.
Het punt is: Israël volgt de ark, het allerheiligste, op de weg door de Jordaan, maar op een afstand. En die afstand wordt gedefinieerd als 2000 el, die trouwens voor Israël heel bekend werd. Want later werd dat gewoon een sabbatsreis genoemd. Het was ook de afstand tussen de Olijfberg en Jeruzalem. Tussen de plaats waar Jezus wegging, de Olijfberg, en de plaats waar hij straks als koning zal regeren. Die afstand is 2000 el, een sabbatsreis. De afstand tussen de eerste en tweede komst van Christus is een sabbatsreis: 2000 ellen.
U zegt: "Ongeveer"? Ja inderdaad, ongeveer. Nou, daar gaan we het later nog over hebben in hoeverre... wat de les van dat ongeveer dan is. Is het dan toch niet precies 2000? Dat laat ik nu eventjes zitten. Nu is het genoeg dat die afstand in ieder geval zo wordt benoemd. 2000 ellen, dat is de afstand.
En daar staat er al bij: "want langs die weg zijn jullie noch gisteren noch eergisteren getrokken." Dat is wel grappig, want het vindt plaats op de derde dag, had de Heer gezegd tegen Jozua. "Op de derde dag, binnen drie dagen." En op die weg zijn jullie gisteren noch eergisteren – dus de twee voorafgaande dagen – niet gegaan. Dat is gisteren en eergisteren, hè? Er zijn twee dagen voorbijgegaan, maar die weg zijn jullie toen niet gegaan. Maar op de derde dag gaan jullie die weg door de Jordaan, de ark achterna, alleen op afstand.
Die ark was veel eerder, maar jullie volgen die ark wel. Zodat je ook hier weer ziet dat de weg die het volk Israël gaat ook Messiaans van aard is, en dat verklaart ook waarom ook Israël, net als de Messias, opstaat en nieuw leven ontvangt op de derde dag. Na twee dagen.
Conclusie: de Naderende Derde Dag en Leven uit de Doden ↑ hoofdstukken
En ja, ik vind de timing steeds mooier worden om zo'n serie als deze te houden. Honderd jaar geleden zou je deze Bijbelstudie ook gehouden kunnen hebben, maar het wordt steeds mooier als je eenmaal ziet van welke afstand we al gekomen zijn. Die 2000 jaren, die twee millennia – of hoe je het ook maar formuleren wilt – dat pad is bijna afgelegd.
Nu zijn wij in anno 2021 hier bij elkaar en we kijken in de wereld rond. Niet te lang, want dan word je gek, toch? Maar ik vind het zo geweldig boeiend en spannend om vandaag terug te denken aan de grootste revolutie die ooit in de wereldgeschiedenis heeft plaatsgevonden: namelijk dat Christus opgewekt werd uit de doden. Want Hij is de garantie; dit is absoluut overtreffend.
Ik vind het dan ook zo geweldig dat Israël exact dezelfde weg gaat, maar dan op een ander niveau. Dan praten we niet over dagen van uren of van twee etmalen, maar dan spreken we in termen van millennia, van 2000 jaar. Het is dezelfde gedachte, en die gedachte wordt op allerlei wijzen in de Schrift aan ons aangereikt.
Wat we nu feitelijk gedaan hebben, in onderscheid met de vorige keer toen we het over Hosea 6 hadden waar dat gewoon heel expliciet genoemd wordt – wanneer Israël zal herleven – zijn de beelden die we nu hebben bekeken. Beelden van Esther die op de derde dag de scepter krijgt aangereikt. Of van een Jona die in ongehoorzaamheid in de zee terechtkomt, maar op de derde dag alsnog als een 'duif' de boodschap van vrede gaat uitbrengen en uitdragen in de wereld. Of wat dacht je van het volk Israël dat op de derde dag door de Jordaan gaat, achter de ark aan, achter de Messias aan, nadat zij twee dagen lang dit traject hebben volbracht?
Ik vind het geweldig en adembenemend. Het geeft zo aan hoe bijzonder de tijd is waar wij in leven. Dat je ogen opengegaan zijn voor zulke goddelijke waarheden is werkelijk licht in de duisternis; het werpt licht op het tijdsframe waar wij ons momenteel in bevinden.
Laat me afsluiten met deze woorden. Het kan zijn dat ik het de vorige keer al even gememoreerd heb, maar ik kan het niet nalaten om het nu via deze aanvliegroute nog eens te vertellen. Romeinen 11 vers 15, waar Paulus ook spreekt over de weg die God gaat met Israël en hoe Gods weg in de zee is. Het staat er, hè? Gods weg in de zee is onnaspeurlijk, zo staat er in de Psalmen. Dat wil zeggen: die weg is niet te traceren.
Paulus zegt in Romeinen 11 dat Zijn wegen ondoorgrondelijk zijn en niet na te speuren. Dat is nu ook het geval, want Gods weg met Israël gaat door de zee. In deze periode waarin Israël terzijde gesteld is, hebben zij de Messias verworpen en nu staan ze aan de zijkant. Maar indien hun verwerping – en Paulus is daar het embleem van – de verzoening der wereld is... Dat is wat Paulus uitbazuinde: Israël verwerpt de Messias en nu gaat de boodschap van de verzoening der wereld via de apostel Paulus naar buiten. Een woord dat hij mocht prediken en dat wordt uitgedragen.
Dat woord, de verzoening der wereld, dat is overtreffend. Het gaat over de Redder der wereld, over Yahweh die redt. Punt. Uitroepteken. Dat is de mededeling, dat is het bericht, dat is het Evangelie! Dat is deze tijd, dat is vandaag de tegenwoordige tijd. Maar dan: wat zal de aanneming dan anders wezen dan leven uit de doden? Of leven vanuit doden: opstanding!
Dat is die weg door de Jordaan: herleving. En dat is wat Israël wacht. De twee dagen zijn bijna voorbij, de derde dag breekt aan. De 2000 ellen zijn bijna afgelegd en dan krijgen we dit: hun aanneming. Dat betekent dat zij de Messias aannemen en Hem herkennen als de Messias. Maar ook zij worden aangenomen en weer in hun functie gesteld. Zij zullen inderdaad dat koninklijk-priesterlijke volk worden. Wat zal dat anders wezen dan leven vanuit de doden? Dan breekt Pasen aan voor deze hele wereld.
Dat is toch geweldig. Dat is de toekomst die God zo gemarkeerd heeft. Zullen we het daarbij laten voor vanmiddag?
UltimateGoodNews