het lege graf & de getuigen
11-04-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 11 april 2021 in Benthuizen
Het geschiedkundige feit van de opstanding van Jezus Christus is de basis van het ‘Nieuwe Testament’. Alles wat daarin staat geschreven, staat of valt met het echt gebeurd zijn (dus de historiciteit) van de opwekking uit de doden van Jezus Christus. Het graf waarin hij lag, was leeg. Daar was vriend en vijand het over eens. Maar wat is de verklaring van dat feit?
Daar is de beschuldiging van de Joodse Raad dat Jezus’ volgelingen diens lichaam zouden hebben gestolen. Daar staat tegenover het unanieme getuigenis van de velen die Jezus Christus na zijn begrafenis, in levende lijve zeggen te hebben gezien. Al deze getuigen waren bereid voor hun claim zelfs de marteldood te sterven en velen van hebben dat ook daadwerkelijk gedaan. Met onverdachte getuigen onder hen, zoals aartsvijand Saulus van Tarsus…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: het Fundament van het Evangelie
- Feit 1: het Graf Was Onmiskenbaar Leeg
- Feit 2: Vele Ooggetuigen van de Opgewekte Christus
- Feit 3: een Unaniem en Eenstemmig Getuigenis
- Feit 4: Ultieme Getuigen, Bereid Om te Sterven
- Feit 5: Onverdachte Getuigen, met Saulus als Exponent
- Afsluiting: Word Standvastig, Onverzettelijk in de Heer
Introductie: het Fundament van het Evangelie ↑ hoofdstukken
Ik wil u voor vanmorgen meenemen, zo op deze zondag na Pasen en trouwens ook een zondag vlak na het Joodse Pesach, om ons te bepalen bij het onderwerp: het lege graf en de getuigen. Het is een onderwerp dat mij al vele jaren enorm intrigeert, maar juist de laatste weken ben ik er nog weer in het bijzonder bij bepaald.
Om een introductie te geven met een prachtig verhaal: ik heb afgelopen week via internet het boek besteld dat u hier afgebeeld ziet: Who Moved the Stone? van Frank Morrison. Dat is een pseudoniem voor een Engelse journalist die in 1930 dit boek geschreven heeft. Het is een heel apart verhaal, want het eerste hoofdstuk heeft de titel die u hierboven ook ziet staan: The book that refused to be written — het boek dat weigerde geschreven te worden. Wat was namelijk het geval? Deze Frank Morrison wilde een boek schrijven over de laatste zeven dagen van Jezus’ leven. Hij had een vrijzinnig theologische insteek en wilde een boek schrijven over hoe gammel de evangeliën eigenlijk zouden zijn en hoe de dood van Jezus eigenlijk het einde betekende. Maar terwijl hij bezig was met het schrijven van het boek, keerde zijn perspectief totaal. Hij werd zo overdonderd door de argumenten die hij zelf aanleverde, dat zijn hele stellingname en zijn uitgangspunt volledig werden vernietigd. Met zijn oorspronkelijke benadering kon hij niet meer uit de voeten en uiteindelijk bleef hij bij deze vraag steken: Who moved the stone? Wie bewoog nu eigenlijk de steen die voor het graf van Jezus was gewenteld?
In feite is dat waar we het vanmorgen over gaan hebben. Laat ik eerst een paar verzen lezen uit het monumentale hoofdstuk over de opstanding bij uitstek: 1 Korinthe 15. Dat hoofdstuk is eigenlijk het einde, maar ook het hoogtepunt van de brief die Paulus aan de Korinthiërs schreef. Daar schrijft hij dit: "Ik maak jullie bekend, broeders, het evangelie, het goede bericht dat ik aan jullie evangeliseer." Zo staat het er eigenlijk letterlijk. "Dat jullie ook ontvingen en waarin jullie ook staan." Zo begint hij. In de loop van dit hoofdstuk blijkt dat ze daarin stonden, maar niet standvastig, want ze werden heen en weer bewogen door andersluidende beweringen. De vraag was: zou er wel een opstanding van doden zijn? Er waren er die daar twijfels over hadden. Vandaar: "waarin jullie ook staan". Maar dan zegt hij vervolgens in vers 3: "Want ik leverde aan jullie in de eerste plaats over hetgeen ik ook ontving, namelijk dat Christus stierf ten behoeve van onze zonden, naar de Schriften."
Overigens was dat op de dag voor het Joodse Pesachfeest, op de dag van het paaslam, de dag dat het lam geslacht werd en daarna het feest begon. Vlak voor het feest moest Jezus uit de weg geruimd worden. We hebben dat de vorige keren trouwens ook besproken, maar in ieder geval stierf Hij dus eigenlijk al op een buitengewoon gedenkwaardige dag. Al was het alleen om die reden: de datum dat Hij stierf was naar de Schriften. Op welke dag zou het paaslam anders geslacht worden dan op de veertiende? Vervolgens staat er dat Hij werd begraven en werd opgewekt op de derde dag, naar de Schriften. En Hij werd gezien door... nou ja, enzovoort. Daar komen we straks nog over te spreken.
Dit ABC van het evangelie, zoals Paulus dat aan de Korinthiërs vertelde, was: Christus stierf, Christus werd begraven en Hij werd opgewekt op de derde dag. Dat wil zeggen: allemaal in overeenstemming met de Schriften, de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament. Let er dan ook op dat hij zegt: "Ik leverde aan jullie in de eerste plaats over." Hij begon dus bij dit ABC: het sterven, de begrafenis en de opstanding van Christus. In feite draait het om de opstanding van Christus, maar Hij kon slechts opstaan doordat Hij stierf en begraven was. Het evangelie begint hier. Paulus begon dus niet bij Bethlehem en hij heeft ook niet in de eerste plaats gesproken over Jezus’ leven hier op aarde. Daar zal hij ongetwijfeld over gesproken hebben, maar hij begon met de dood en de opstanding van Christus. "In de eerste plaats heb ik dat aan jullie zo overgeleverd."
Dat is dus het bericht. Kijk, als we het hebben over het evangelie, dan praten we niet over een morele boodschap over wat een mens moet doen om beter te leven, of eventueel om in de hemel te komen. Nee, het is een bericht, een mededeling van een geschiedkundig, historisch feit: Jezus stierf. Dat is op zich niet spectaculair, hoewel de datum en de hele omstandigheden dat uiteraard wel zijn. Hij werd begraven, maar waar het om gaat is dat Hij op de derde dag, zoals voorzegd, werd opgewekt uit de doden. Dat is het feit en dat is waar het allemaal om gaat; dat is het bericht.
Waarom is het een goed bericht? Wel, in de eerste plaats omdat daarmee bewezen is dat de dood overwonnen is, of in ieder geval dat God sterker is dan de dood. Bovendien is Hij de eersteling uit de doden, en dat betekent dat de rest moet volgen. Dat betekent dus dat de overwinning op de dood, toen in het jaar 30 daar in Jeruzalem, een belofte is voor elke sterveling. Dat is trouwens wat in 1 Korinthe 15 ook gezegd wordt in vers 22: "Want zoals in Adam allen sterven" — dat wil zeggen: stervende zijn, allen stervelingen zijn — "zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden." Dat is de belofte die daarin besloten ligt. Vandaar ook dat het evangelie staat of valt met dit getuigenis, met de opstanding van Jezus Christus.
Ik wil vanmorgen een handvol feiten, een vijftal onmiskenbare feiten daarvoor aandraagen, waardoor het inderdaad absoluut vaststaat en solide is dat Hij inderdaad opgewekt werd naar de Schriften. Waarom wij daarvan overtuigd zijn? Wij vertrouwen erop. Kijk, wij zijn geen ooggetuigen, dat begrijp ik, maar ons vertrouwen is gebaseerd op getuigenis en op volstrekt historische feiten. Het feit dat u weet dat ooit Willem van Oranje heeft geleefd, ondanks het feit dat u hem nooit gezien of ontmoet hebt... Er zijn zoveel historische feiten; sterker nog, het overgrote deel van de historie kennen we zo. Hoe weten we dat? Op basis van getuigen. Dat is vastgelegd in documenten en als dat vast en solide is, dan spreken we over een historisch feit. Ik ga u vanmorgen vertellen: het meest solide historische gegeven ooit in de wereldgeschiedenis — en dat is geen bewering die ik alleen zelf doe, er zijn grote juristen, rechters en historici geweest die dit inderdaad hebben verklaard — is de opstanding van Jezus Christus. We hebben het dus niet over een religie, een filosofie of over een moraal; we hebben het gewoon over historie. In feite gaat het ook over juridische zaken: het is gewoon bewezen.
Feit 1: het Graf Was Onmiskenbaar Leeg ↑ hoofdstukken
Het eerste feit is dit: het graf was leeg. Dat is heel opmerkelijk. Het graf waarin Jezus na zijn sterven was gelegd, was op de derde dag daarna leeg. En dat is een gegeven dat nooit is betwist. Ook de vijand, de tegenstanders die niets moesten hebben van het getuigenis van Jezus, hebben nooit in twijfel getrokken dat het graf leeg was. Als ze dat wel hadden kunnen doen, hadden ze dat natuurlijk direct aangegrepen, want dan hadden ze het hele getuigenis van de discipelen meteen in de kiem kunnen smoren.
Maar dit is een gegeven. Hoe is dat gegaan? Ik neem u even mee naar Matteüs 28, want daar lees je hoe dat alternatief wordt verklaard. We hebben het over de getuigen; ik had het zojuist over wat Paulus schreef, namelijk het evangelie dat Christus op de derde dag na zijn begrafenis is opgewekt uit de doden. Maar wat is nu het alternatieve verhaal? Wat heeft men daarover verteld? Dan moeten we in Matteüs 28 zijn en daar lees ik vanaf vers 11 dat enigen van de wachtpost – dat wil zeggen van die Romeinse soldaten die een dag na Jezus' sterven bij het graf gestationeerd waren, ook op aanvraag van de Joodse raad trouwens – in de stad kwamen. Er was daar een Romeinse wacht bij dat graf gestationeerd; over het aantal lopen de meningen uiteen, maar er was in ieder geval een Romeinse wacht.
Die soldaten kwamen in de stad om aan de oversten van de priesters te berichten wat er geschied was. Dan praat je meteen over het hoogste gezag in het Sanhedrin, een Caiaphas, Annas of wie dat dan ook geweest mogen zijn. Er staat dat zij vergaderden met de oudsten en beraadslaagden. Zij namen een aanzienlijke hoeveelheid zilverstukken en gaven die aan de soldaten, terwijl ze zeiden: "Zeg dat zijn discipelen vannacht kwamen en hem hebben gestolen terwijl wij sliepen." Dat was wat hen werd geïnstrueerd: het lichaam van Jezus is door de discipelen gestolen. Dat verklaart waarom het graf leeg is. In vers 14 staat nog: "En indien de gouverneur, de stadhouder, dit zou horen..." Want ja, die zou dat ongetwijfeld spoedig ter ore komen. "Wij als overpriesters zullen hem overreden en wij zullen maken dat jullie zonder zorg zijn." Het was natuurlijk in feite een blamage voor de Romeinse wacht dat zij waren weggevlucht.
Zij ontvingen de zilverstukken; voor geld is alles te koop. In feite is dit, over complottheorieën gesproken, geld dat hen is toegestopt. Hoe was het ook alweer? Geld dat stom is, maakt recht wat krom is. Zij ontvingen de zilverstukken en deden zoals ze onderwezen werden. En dit woord is ruchtbaar geworden bij de Joden tot op de dag van vandaag. Matteüs tekent dit op, zo'n tien of twintig jaar na deze geschiedenis, en hij zegt dat dit tot op de dag van vandaag het mainstream verhaal is: het lichaam is gestolen, en wel door degenen die daar echt belang bij hadden, namelijk de discipelen zelf.
Wat hiermee dus is bewezen en aangegeven, is dat het graf leeg was. Dat was een onmiskenbaar, onloochenbaar gegeven dat nooit is betwijfeld. Zelfs de direct betrokkenen die van het getuigenis van Jezus niets moesten hebben, hebben nooit ontkend dat het graf inderdaad leeg was. Het graf waar Jezus in gelegd was, was overigens het graf van Jozef van Arimathea, die notabene zelf een vooraanstaande positie binnen het Sanhedrin had. Over de locatie kon dus geen twijfel bestaan. Bovendien was er een zware steen voor gewenteld die ook nog verzegeld was, en er was de Romeinse wacht waar ik het zojuist over had. Eén ding is duidelijk: het graf was leeg.
Maar dat veronderstelt, als vriend en vijand het daarover eens waren, twee opties. Of Jezus' discipelen spraken de waarheid, namelijk: de Heer is opgestaan, het graf is leeg omdat Hij is opgewekt uit de doden en Hij is gezien. Of het verhaal van het Sanhedrin is waar, wat de geaccepteerde verklaring is geworden binnen de hele Joodse wereld, namelijk dat het gestolen is. Maar in dat geval zijn de discipelen van Jezus dus dieven en bovendien leugenaars, oftewel fraudeurs. Meer smaken zijn er niet.
Het modern-theologische verhaal waar ik zojuist op zinspeelde in verband met Frank Morison – die het eigenlijk de wind uit de zeilen neemt – is een verklaring die ook in de christelijke wereld door velen wordt hooggehouden. Zij zeggen: "Ja, dit Nieuwe Testament is een geweldige, vooraanstaande morele boodschap waar we een les uit kunnen trekken, maar het is natuurlijk niet echt gebeurd." Dat is volstrekte larikoek. Het is of een leugen, pure fraude – en dan hebben Jezus' discipelen dus én het lichaam gestolen én valselijk verklaard dat zij getuigen zijn geweest van de Opgestane – maar dat is dan absoluut een leugen. Het is niet alleen dat ze in een leugen geloven – er zijn veel mensen die in een leugen geloven omdat ze denken dat het de waarheid is – maar in dit geval zou het gaan om pure, bewuste leugens. Zij wisten in dat geval dat het inderdaad niet waar was. Dat maakt dat dit boek óf de waarheid is, óf pure fraude en een grove leugen. Ik zeg het expres zo zwart-wit, omdat het zo zwart-wit is. Al die mooie verklaringen dat het een moreel hoogstaande boodschap is maar niet echt gebeurd, is gewoon... ik wilde een ander woord gebruiken, maar laten we het houden op larikoek.
Dat is ook wat Paulus zei, de bekendste getuige waar ik op het laatste punt nog op terugkom. Hij zegt in 1 Korinthe 15: "Indien Christus niet is opgewekt, zonder inhoud is ook onze heraut-boodschap." Onze prediking dus. Ik heb op zich geen moeite met dat woord, maar het heeft een beetje de associatie van een preek. Maar dat is niet het woord keruso; dat heeft te maken met iets wat je heraut, wat je vertelt, een mededeling. Een heraut is iemand die een boodschap doorgeeft van: "Dit of dat is gebeurd." Zoals wanneer er wordt aangekondigd dat een koning is overleden. Paulus zei: "Indien Christus niet is opgewekt, is onze heraut-boodschap zonder inhoud en is ook jullie geloof zonder inhoud." Draai het nu eens om: wat is de inhoud van de heraut-boodschap en van jullie geloof? Het antwoord is: de opgewekte Christus. Dat is de inhoud.
Maar dat niet alleen. Hij zegt: "Dan worden wij" – en dan sluit hij zichzelf en al die andere getuigen erbij in, de twaalf in het bijzonder en vele anderen – "ook valse getuigen van God bevonden, omdat wij tegen God in getuigen dat Hij de Christus opwekte, die Hij niet heeft opgewekt, wanneer dus namelijk geen doden worden opgewekt."
Het idee is dus dat Paulus ingaat op de bewering die daar in Korinthe rondzong: "Nee, er is geen opstanding van doden." Hij zegt: als dat zo is, dan is Christus dus ook niet opgewekt. Dan is onze boodschap zonder inhoud, en zonder inhoud is ook jullie geloof. En het is nog erger, zegt hij: dan ben ik, maar met mij vele anderen, al mijn collega-apostelen en nog vele anderen, valse getuigen. Dus geen fantasten of mensen die een foute mening verkondigden; nee, valse getuigen.
Dat is trouwens een heel groot kwaad, want u weet hoe het gaat in de rechtbank: dat je onder ede verklaart de waarheid, niets dan de waarheid en de volle waarheid te spreken. Het begrip getuige is een juridisch begrip. Kijk, wij zijn in die zin geen getuigen. Je kunt wel zeggen: "Ik getuig nu van Jezus Christus," maar in de juridische zin is een getuige een ooggetuige, iemand die het gezien heeft. Nou, hij zegt: dan zijn wij valse getuigen. Geen fantasten, nee: valse getuigen, leugenaars, fraudeurs, oplichters. Dat zijn we dan.
En bovendien, want we hebben getuigd dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Nee, let op, dat is altijd het getuigenis: God heeft Hem uit de doden opgewekt. Niet: Hij stond op uit eigen kracht. Als dat zo zou zijn, volgens die hele leer van de drie-eenheid, dan is Jezus trouwens niet eens echt gestorven. Want ja, hoe kan God sterven? En had die God dan niet een Ander nodig om opgewekt te worden? Nee, Hij werd opgewekt.
Wij hebben tegen God in getuigd dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, terwijl Hij Hem niet uit de doden heeft opgewekt. Dan zijn wij valse getuigen. Dus niet alleen de inhoud, ons evangelie, onze boodschap en ons geloof is inhoudloos; het is zelfs vals en frauduleus. Dat heeft het Sanhedrin heel goed begrepen. En dat is het verhaal dat in de Joodse wereld tot op de dag van vandaag eigenlijk nog steeds de ronde doet.
Maar ook Paulus zelf erkent dat. Hij zegt: het is het een of het ander, meer smaken zijn er niet. Maar het graf was leeg. En daar ging het nou maar even om, hè? Het graf was leeg.
Feit 2: Vele Ooggetuigen van de Opgewekte Christus ↑ hoofdstukken
Punt twee: er zijn vele getuigen van de opgewekte Christus. Dat is belangrijk, want we zitten vanmorgen heel erg in de juridische sfeer; niet alleen de historische, maar vooral ook de juridische. De termen die voorbij komen, die liggen in die sfeer. Bij een rechtbank is het zo dat, wil een zaak juridisch vaststaan, er minimaal twee of drie getuigen nodig zijn. Dat was in de Bijbel ook al zo: een zaak zal vaststaan met twee of drie getuigen. Vandaar ook dat ze in de rechtbank zeggen: één getuige is geen getuige. Dan moeten er minimaal twee zijn, of drie. Dat is een minimum.
Nu gaan we het hebben over de opgewekte Christus. Hoeveel getuigen zijn daarvan? Hij is niet verschenen aan het hele volk, zegt Petrus in Handelingen 10. Nee, dat gaat trouwens ook nog gebeuren – alles op zijn tijd – maar Hij is verschenen aan vele getuigen. Ik ga weer terug naar 1 Korinthe 15. Dat is een fameus hoofdstuk in verband met dit onderwerp en dan lees ik weer even vers 4. Paulus doet inderdaad moeite om zijn punt te maken. Dit is waar alles op draait; dat is eigenlijk de kern, de nucleus waar alles omheen cirkelt: de opstanding van Christus. Hij zegt dat het niet alleen maar 'naar de Schriften' is voorzegd, maar Hij werd begraven en werd opgewekt op de derde dag, naar de Schriften. Ik zei net al: Hij stierf op de dag dat het Paaslam geslacht werd, maar Hij stond op daags na de Sabbat, op de dag van de eerstelingenschoof. Hoe helder wil je het hebben? Naar de Schriften alleen al.
En dan: Hij werd gezien door Kefas. Ik moet erbij zeggen dat Paulus hier alleen maar mannen noemt. Dat is een wat akelige en netelige kwestie, want in feite waren de eerste getuigen geen mannen, dat waren dames. Dus Maria Magdalena en in tweede instantie haar vriendinnen en kompanen, andere vrouwen, ook nog diverse Maria’s trouwens. Pas in later instantie ook mannen. Dat de vrouwen hier niet worden genoemd en vermoedelijk heeft dat er ook mee te maken – en excuus dat ik dat zo zeg – dat het destijds afgedaan zou kunnen worden als emotionele vrouwenpraat. Ik zou niet weten waarom Paulus dat anders op deze manier zo naar voren brengt. Hoe dan ook, het maakte het punt alleen maar sterker.
Hij noemt deze getuigen waarschijnlijk ook... Trouwens, dat was op de dag van de opstanding zelf. U weet van die geschiedenis van de Emmaüsgangers. Dat zij tegen de avond weer op weg zijn naar een klein vlekje in de Statenvertaling: Emmaüs. En zij zeggen: "Nu hebben ook nog enige vrouwen uit ons midden ons ontsteld met de gedachte dat het graf leeg was en dat zij Hem hebben gezien." Maar ze nemen het niet al te serieus. Ze waren dus nog niet op de hoogte van de andere getuigen, maar alleen maar van wat de dames hadden verteld, en zij namen het al niet al te serieus.
In ieder geval even dit punt: Hij werd gezien door Kefas, Petrus. Daar zong Ton zojuist over; de Heer heeft hem persoonlijk ontmoet en ongetwijfeld is toen ook alles rechtgezet. Nou ja, niet in het midden van de twaalf, want dat zou later nog weer gebeuren dat Hij die vraag stelde: "Heb jij Mij lief, meer dan dezen?" Dat is wat hij had gezegd, dus dat moest ook nog even rechtgezet worden. In ieder geval: hij is gezien door Kefas en daarna door de twaalf. Over de volgorde van die gebeurtenissen hebben we het ooit eens een keertje gehad; een buitengewoon boeiend verhaal.
Daarna... Het waren er elf, maar ze worden genoemd 'de twaalf'. Dat is net zoiets als wanneer je een elftal ziet spelen terwijl er al iemand een rode kaart heeft gekregen; dan is het nog steeds 'het elftal', terwijl het er tien zijn. Judas was er niet meer bij, maar het was nog steeds 'de twaalf'. Dat is eigenlijk meer een technische term voor de club zelf: de twaalf.
Vervolgens – ik moet doorgaan want ik heb nog veel dia's – werd Hij gezien door meer dan vijfhonderd broeders tegelijk. Die vind ik helemaal spectaculair: vijfhonderd broeders tegelijk! Paulus noteert dit ergens rond het jaar 53 van onze jaartelling en hij zegt: "Van wie de meerderheid op dit moment nog over is, nog in leven is." Maar, zegt hij, sommigen zijn ontslapen. Dus als je ze alle vijfhonderd of meer dan vijfhonderd wil nagaan, dat gaat niet meer, maar naar de meerderheid kun je gewoon nog vragen. Die hebben Hem allemaal in levende lijve gezien. Dat is nogal wat.
Vervolgens werd Hij gezien door Jakobus en daarna door alle apostelen. Die club was eigenlijk veel groter, want 'de twaalf' was de beperkte kring van intimi, maar eigenlijk waren er nog meer. Uiteindelijk waren er nog tweeënzeventig andere apostelen, afgevaardigden, gevolmachtigden. Alle apostelen. En dan zegt hij: "Ten laatste van allen, als aan de misgeborene, werd hij ook gezien door mij." Ook daar kom ik straks nog even op terug.
Ik bedoel dit te zeggen: één ding is toch wel duidelijk? Er zijn niet twee of drie, er zijn vele, vele getuigen. Je leest ook in Handelingen dat Hij gedurende de veertig dagen na Zijn opstanding bij vele gelegenheden is verschenen. Bij vele gelegenheden, en we zien hier ook: niet alleen bij vele gelegenheden, maar ook aan heel veel personen. En één keer zelfs aan een hele grote groep van vijfhonderd broeders tegelijk. Zie dat maar eens te verzinnen. Nou, daar kom ik op een ander punt terecht.
Feit 3: een Unaniem en Eenstemmig Getuigenis ↑ hoofdstukken
De getuigen zijn ook unaniem. Unaniem wil zeggen: eenstemmig. Ze spreken elkaar niet tegen, maar bevestigen elkaar. Ook dat is natuurlijk, als je het hebt over het getuigenis in een rechtbank, buitengewoon belangrijk. Het gaat er niet alleen om dat er getuigen zijn – en hoe meer getuigen, hoe beter – maar ook dat het getuigenis eenstemmig is en dat ze hetzelfde verklaren. Voor een solide getuigenis dienen de getuigen unaniem te zijn en elkaar daadwerkelijk te bevestigen. En ook dat is een heel bijzonder argument in dezen.
Want stel je voor dat één van de betrokkenen... Even terug naar die groep van meer dan vijfhonderd broeders aan wie Hij tegelijkertijd verscheen. Stel je voor dat daar een aantal mensen zouden zeggen: "Ja, zij zeggen wel dat Hij verschenen is en ik was er zelf bij bij die gelegenheid, maar dat is helemaal niet waar hoor." Dan heb je een probleem, want dan is het getuigenis niet meer unaniem.
Laten we het hebben over de twaalf. Ik neem u mee naar Handelingen 2. Dat is vijftig dagen na de opstanding. Dat was trouwens ook weer een Joodse feestdag: Pinksteren, het Wekenfeest. Zeven weken van weken, negenenveertig dagen na de opstanding. Na de dag van de eerstelingsschoof kreeg je weer een oogstfeest, de tarweoogst, en dat is Pinksteren of het Wekenfeest. Bij die gelegenheid zijn er velen in Jeruzalem. En dan lees je ook over die bange discipelen, die in eerste instantie volstrekt van het padje waren. Die waren compleet omgedraaid, als een blad aan de boom. Wat is er in hemelsnaam met die mensen gebeurd?
Moet je opletten wat er gebeurde op die Pinksterdag, vijftig dagen later. Lucas verhaalt dat daar dat talenwonder plaatsvindt. Er waren vele talen vertegenwoordigd door de pelgrims in de stad en ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. Dat was het talenwonder. Dan lees je dat de critici, de sceptici, schertsend zeggen: "Zij zijn barstensvol zoete wijn!" Petrus echter zei, staande samen met de elf – er waren er trouwens veel meer, want je leest een paar verzen eerder dat ze met honderdtwintig man bij elkaar waren, we praten dus niet zomaar over een klein clubje mensen – Petrus verhief zijn stem en verwoordde tot hen: "Mannen, Joden, en allen die hier in Jeruzalem wonen, laat dit jullie bekend zijn en neem mijn uitspraken ter ore."
Ik sla nu een heleboel verzen over waarin hij gaat vertellen wat er is gebeurd. Hij zegt dat wat hier is gebeurd zo groot is, maar ook volkomen in overeenstemming met wat is voorzegd. Hij doet niet anders dan in zijn toespraak gewoon de Schriften aanhalen. Dan zegt hij in vers 32 – en dat is om mijn punt te maken dat het om unanieme getuigen gaat: "Deze Jezus deed God opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn." Ze kenden Hem allemaal; Hij was in de stad het onderwerp van gesprek geweest. Alles wat er gebeurd was en hoe Hij uiteindelijk, net op de dag van het pascha, ter dood was gebracht.
Dan zegt hij: "Deze Jezus deed God opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn." Wij kunnen het allemaal bevestigen. Er is niemand in dit gezelschap, zegt hij eigenlijk – en dan spreek ik in de eerste plaats namens de twaalf, maar ongetwijfeld ook namens de honderdtwintig – die dit ontkent. Wij allen getuigen hiervan. Oftewel: dat wat ik zeg, kunnen al die anderen gewoon bevestigen. Hij is vele malen, op vele wijzen en aan velen verschenen en wij zeggen allemaal exact hetzelfde.
Daar waren mensen bij, daar waren vrouwen bij die misschien geëmotioneerd waren, enzovoort. Maar er was ook een criticus bij, een cynicus of een scepticus: Tomas. Het is vandaag de zondag na Pasen, en dat was precies de periode nadat Jezus aan Tomas verscheen. Hij was er die eerste zondag namelijk niet bij en een week later is hij er wel bij. Als de kerkenkalender zou kloppen, dan zou het vandaag zijn. Tomas had gezegd: "Als ik niet de tekenen zie in Zijn handen en in Zijn zijde, als ik dat zelf niet met eigen ogen zie en met mijn handen daarin kan steken, dan zal ik niet overtuigd zijn." Dat is een wetenschappelijke houding: kritisch zijn. "Het is een mooi verhaal, maar ik geloof er geen barst van; ik moet het zelf met eigen ogen zien."
Op dat moment, acht dagen later, verschijnt Jezus inderdaad. Tomas hoeft dat onderzoek niet eens meer te doen, want hij is meteen helemaal overrompeld. Hij gaat op zijn knieën en zegt: "Mijn Heer en mijn God." Dat dus. Ook zulke mensen zaten erbij. Natuurlijk kun je bij een groot gezelschap mensen altijd beweren dat bepaalde karakters suggestiegevoelig zijn en gemakkelijk worden meegesleept in een bepaald narratief. Dat is allemaal waar. Maar hoe groter dat gezelschap is, hoe moeilijker zo'n soort verklaring wordt. Zeker als we het hebben over vele gelegenheden en vele getuigen. En vele typen mensen dus ook.
Goed. We hebben gezien: het graf was leeg. Er waren vele getuigen van de opgewekte Christus. Hun getuigenis was unaniem, eenstemmig en elkaar bevestigend.
Feit 4: Ultieme Getuigen, Bereid Om te Sterven ↑ hoofdstukken
En nu ga ik u ook vertellen: het waren ultieme getuigen. En daarmee bedoel ik dit: een ultieme getuige is hij of zij die bereid is daarvoor alles op te geven en zelfs daarvoor te sterven. Kijk, je kunt altijd zeggen dat iemand bereid is voor een leugen te sterven als je daar bepaalde winst van hebt. Of nee, sterven lijkt me helemaal te sterk voor zoiets. Maar in feite is het wat die soldaten deden: zij kregen geld om een leugen te vertellen. Dat maakt heel veel goed. Je kunt een leugen vertellen als je op de een of andere wijze daar beter van wordt, als het jou bijvoorbeeld roem oplevert, geld of andere voordelen. Dan kun je zeggen: het is voordelig om een leugen te vertellen, ook al weet je dat het een leugen is. Dat noemen ze secundaire winsten. Dan mag het misschien niet waar zijn, maar je hebt daar op de een of andere manier voordeel van.
Maar om daarvoor te sterven... Je kan misschien wel sterven voor een leugen omdat je dénkt dat het de waarheid is, maar je sterft niet voor iets waarvan je wéét dat het een leugen is. Dat doet geen mens. Maar dat is nu juist zo bijzonder van dit gezelschap waar we het nu over hebben. Want het is zo ontzettend sterk dat van de getuigen, voor zover wij iets weten over hun levenseinde – van een groot deel weten we dat natuurlijk niet – maar voor zover we iets weten, trouwens ook uit de ongewijde geschiedenis, zij allemaal niet alleen maar een miskend leven hebben gehad waarbij hun reputatie te grabbel gegooid werd, maar ook dat ze vervolgd zijn. Dat weten we trouwens ook. Want deze groep was in de Joodse wereld een sekte. Ze werden vervolgd, zwaar vervolgd. Dat ben je bereid te ondergaan als je in ieder geval gelooft dat het de waarheid is.
Maar het bijzondere is: de meesten zijn inderdaad om dit getuigenis gestorven. De marteldood zelfs, en dan niet zomaar de elektrische stoel, nee, echt een afschuwelijke marteldood. Ik bedoel niet te zeggen dat een elektrische stoel geen afschuwelijke dood is, maar ik hoop daar nooit uit ervaring over te kunnen spreken – trouwens, dat kan niemand. Maar goed, even terug naar het onderwerp. Ultieme getuigen zijn... Kijk, ik ga weer terug naar 1 Korinthe 15. Paulus zegt dan: "Indien wij alleen in dit leven in Christus onze hoop hebben gevestigd, dan zijn wij..." – en met 'wij' bedoelt hij de getuigen: Paulus, de twaalf en al die apostelen – "...dan zijn wij beklagenswaardiger dan alle mensen." Eerder in deze brief had hij het ook al gezegd: we zijn het uitvaagsel van de wereld. We worden achtervolgd, we hebben geen geld, we zijn nergens veilig. En uiteindelijk zijn velen – hijzelf ook – de marteldood gestorven. Dat weten we, want in zijn laatste brief zegt hij dat het moment van zijn verscheiden voor de deur staat en dat hij als een plengoffer wordt uitgegoten. Hij wist dat.
En waarom zei hij dat met zoveel rust en met zoveel kracht? Hij is de hele wereld afgegaan. Van Paulus weten we toevallig heel veel; hij is de apostel van de natiën. Maar bij al die andere apostelen was het exact hetzelfde. Met zoveel kracht en optimisme hebben zij dat verteld en waren ze bereid daarvoor hun leven te geven. Dat is wat ik noem een ultieme getuige. Niet alleen maar iemand die, zonder dat het hem iets kost, zegt: "Zo is het gegaan." Nee, iemand die bereid is daarvoor zijn leven te geven, dan ben je een ultieme getuige. Het is ook het bewijs voor elke rechter: als iemand dat er voor over heeft, dan moet het een betrouwbare getuige zijn. En dat was er niet één; dat zijn er velen, éénstemmig en unaniem.
Hij zegt: "Wij zijn beklagenswaardiger dan alle andere mensen. Het levert ons naar de mens gesproken geen enkel voordeel op. Waarom zijn wij ook elk uur in gevaar?" Hij zegt: "Ik sterf dagelijks." En dan: "Indien ik naar de mens vocht tegen wilde dieren in Efeze..." Want vanuit Efeze schreef hij dit. Nou, in Efeze heeft hij ook wat voor zijn kiezen gekregen hoor. Hij zegt: "Ik heb tegen beesten gevochten, maar wat baat het mij indien doden niet worden opgewekt?" Paulus is eigenlijk obstinaat vanwege die opvatting die daar in Korinthe rondzong. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat je zo'n krankzinnige opvatting rondstrooit?
Hij onderbouwt zijn verhaal. Hij zegt: "Als er geen opstanding van de doden is, en Christus dus ook niet is opgewekt, dan ben ik inderdaad een valse getuige en ben ik beklagenswaardiger dan wie dan ook van de mensen." Hij zegt: "Indien doden niet worden opgewekt, nou, laten we dan eten en drinken en vrolijk zijn." Dat laatste staat er niet bij, maar ik vind: als dit leven zinloos is en dit alles is, dan is er weinig reden meer om vrolijk te zijn. Maar goed, laten we er dan uithalen wat erin zit. Laten we dan eten en drinken, want morgen gaan we toch dood. Nee, kijk, dit is de taal van een ultieme getuige. Iemand die daar volstrekt en volkomen voor gaat en die daar inderdaad zijn kop voor overgeeft. Dat is zekerheid. Dat is ook een bewijs van betrouwbaarheid.
Feit 5: Onverdachte Getuigen, met Saulus als Exponent ↑ hoofdstukken
Nou, en nou kom ik bij mijn vijfde punt: onverdachte getuigen. Ik noemde zojuist de naam van Thomas al als een scepticus. Kijk, als iemand die heel gevoelig is voor suggestie meegaat in een bepaald verhaal, dan kun je zeggen: "Ja oké, die hoorde bij de club en die zegt dat nu en die gaat daarin mee." Maar er zitten mensen bij van wie je het juist niet verwacht: onverdachte getuigen. Er zouden er meer te noemen zijn, maar laat ik me gewoon even beperken tot Saulus van Tarsus zelf, want hij is wat dat betreft het ultieme onverdachte voorbeeld.
Laat ik u dit zeggen, even het cv van Saulus van Tarsus: hij was hoog opgeleid, hij heeft aan de voeten van Gamaliel gezeten. Hij was een 'rising star' in de Joodse wereld, zoals hij in Galaten 1 ook zegt. Niet onder die exacte formulering, maar goed, hij zegt: "Ik heb het verder gebracht dan velen van mijn tijdgenoten in het jodendom." Hij was een buitengewoon geleerde jongeman. Maar er was niemand in de hele Joodse wereld die zo mordicus tegen die sekte van Jezus aanstond. Niemand. Hij was dé vervolger, leest u maar. Het was zelfs zo dat hij alles in het werk heeft gesteld om die sekte uit te roeien. Toen zijn taak bijna vervuld was in het land, is hij naar de hogepriester, naar het Sanhedrin gegaan om met brieven zijn werk voort te zetten in de synagogen in het buitenland. En zo ging hij naar Damaskus, met die dreiging van moord en dood tegen dat getuigenis, tegen die sekte van de Nazareners.
Iemand die zo vijandig is, zo geleerd is, die ook zo goed wist waar hij het over had... en wat lees je dan? Laten we hem zelf aan het woord laten over wat er gebeurd is. Hij zegt: "Maar ten laatste..." Ik heb zojuist het rijtje al genoemd van aan wie Jezus is verschenen gedurende de veertig dagen. Paulus is een verhaal apart, want hij valt niet in die range van de veertig dagen waarin Jezus aan de getuigen verschenen is. Nee, daarna, ruim drieënhalf jaar later, is Christus vanuit de hemel aan hem verschenen. Ten laatste van allen. Daarna zijn er dus geen getuigen meer. Daarom zijn wij ook geen getuigen; wij geloven dit en vertrouwen hierop omdat het een solide getuigenis is. Maar het laatst van allen... Alle mensen die zeggen: "Jezus Christus is aan mij verschenen," dat is dus niet zo. Het laatst van allen is Hij aan Saulus verschenen, als aan een misgeborene. Te vroeg of te laat geboren? Dat blijf ik altijd een vraag vinden, voor beide is wat te zeggen, maar daar gaat het me nu even niet om.
Hij is het laatst van allen, als aan een misgeborene werd Hij gezien ook door mij. Ook door mij. En dan zegt hij: "Want ik ben de minste van de apostelen. Ik ben niet toereikend," of zoals een vertaling zegt, "ik ben zelfs niet waard een apostel genoemd te worden. Waarom? Ik heb de ekklesia van God vervolgd, daarom." Dat getuigenis dat de absolute waarheid was, zegt hij inmiddels, heb ik vervolgd als geen ander. Een geleerd man die er niets van moest hebben, die zo in die wereld zat en die zelfs naar het buitenland ging om de ekklesia daar te vervolgen. En hij is midden op de dag overrompeld. In Handelingen lezen we tot drie keer toe het verslag van wat er toen gebeurd is. Daar werd die aartsvijand overtuigd. Het was altijd al iemand die volledig ging voor zijn overtuiging. Je kunt Saulus van Tarsus van alles verwijten, maar niet dat hij een halfzacht mannetje was of dat hij slap was. Hij ging er volledig voor. Dat was ook al zo toen hij in het jodendom er niets van moest hebben; toen vervolgde hij de gemeente.
Hij zei: "Maar ik ben niet waard een apostel te heten, een afgevaardigde. Ik heb de ekklesia van God vervolgd." Bovendien is Christus buiten het land aan hem verschenen. Eigenlijk was de locatie al bepalend voor wat hij zou worden: hij zou de apostel van de natiën worden. Dat is een heel apart verhaal van Saulus. En ook een bewijs van genade. Ik lees verder: "Maar door Gods genade ben ik wat ik ben." Ik vind dat altijd zo'n mooie uitspraak, want dan ben je onaantastbaar, hè? Door Gods genade ben ik wat ik ben. Hij schaamt zich kapot voor het feit dat hij de gemeente van God vervolgd heeft. Hij pocht niet op het feit dat hij zo energiek was en zo'n zeloot; hij vindt het vreselijk dat hij dat gedaan heeft. "Dat ik nu een getuige ben, een apostel nota bene, daarvoor ben ik de minste. In dat opzicht ben ik absoluut de minste, zelfs niet eens toereikend om een apostel te heten." Al had hij trouwens nooit een opleiding van Jezus genoten. Hij zegt: "Misschien heb ik Jezus ooit wel gezien, waarschijnlijk wel." In 2 Korinthe 5 zegt hij: "Al hebben wij Hem naar het vlees gekend, thans niet meer." Maar ik bedoel dit te zeggen: Gods genade is aan hem verschenen. Door Gods genade ben ik wat ik ben. Anders is het niet.
Een verblindend licht is aan hem verschenen. Hij zegt: "Ik heb Christus, onze Heer, gezien." Hij is drie dagen blind geweest en zo kwam hij Damaskus uit. Hij zegt: "Het is Gods genade geweest en Zijn genade aan mij is niet voor niks geweest. Meer dan zij allen..." Al die andere voorgangers, al die getuigen die hij tot dusver had genoemd: Kefas, de twaalf, Jakobus en die vijfhonderd... "Meer dan zij allen heb ik gezwoegd." Hij haast zich er meteen bij en zegt: "Echter niet ik, maar de genade van God die met mij is." Dat is wat er met hem gebeurd is. Kijk, we hebben het hier niet over een verhaaltje. Het gaat om een bericht over wat de levende Christus kan doen in iemands leven: een totale omkering. Er is nooit aan hem gevraagd: "Wil jij dit voor mij?" Helemaal niets. Hij heeft de levende Christus, de opgewekte Christus gezien, en dat heeft hem compleet veranderd. Hij was de laatste getuige in die rij: "Het laatste is Hij aan mij verschenen en ik heb zelfs meer dan zij allen gezwoegd."
Dit is een onverdachte getuige. Iemand van wie je... Dat zeggen we wel eens van iemand die een positief verhaal over iets vertelt: "Ja oké, die behoort bij de kring, het is logisch dat hij daar positief over spreekt." Maar het wordt een onverdachte getuige als iemand uit de kring van de vijand komt. Als iemand uit een vijandige omgeving gaat zeggen: "Het is onmiskenbaar." Dat is een onverdachte getuige, iemand van wie je het totaal niet verwacht. Daar is Saulus van Tarsus de exponent van. Want hij hoorde niet alleen bij het vijandige kamp, hij was de meest vijandige en trouwens ook nog zo'niet de meest geleerde in die hele sfeer. Als hij nu zegt: "Hij is aan mij verschenen," en we zien wat dat in zijn leven heeft uitgewerkt, dan ben je een onverdacht getuige. Een ultieme getuige.
Laat ik ze nog even op een rijtje zetten, deze handvol feiten: 1. Het graf was leeg. 2. Er waren vele getuigen. 3. De getuigen waren unaniem. 4. De getuigen waren stuk voor stuk ook ultiem; zij waren bereid voor hun getuigenis te sterven en sterker nog, de meesten zijn er ook daadwerkelijk voor gestorven. 5. En dan hebben we nog de onverdachte getuigen; ik heb deze factor expres voor het laatst bewaard. Hoe geweldig!
Dit zijn vijf absolute feiten. Wanneer we zeggen: "Christus is opgewekt naar de Schriften," dan hebben we het over een historisch feit.
Afsluiting: Word Standvastig, Onverzettelijk in de Heer ↑ hoofdstukken
Ik wil afsluiten met deze woorden die u vindt in 1 Korinthe 15, de wijze waarop Paulus dit hoofdstuk afsluit. Nadat hij dit allemaal naar voren heeft gebracht en ook over de impact gesproken heeft, legt hij uit waarom het zo geweldig is dat Christus is opgewekt als eersteling en dat iedereen in zijn eigen rangorde zal worden opgewekt. Hij benadrukt wat er zo bijzonder is aan dat lichaam van de opstanding; dat is niet zomaar een terugkeer naar het oude leven, want daar schiet je niet veel mee op. Ook dat fenomeen kent de Bijbel: een Lazarus of dat dochtertje van Jaïrus stonden ook op, maar zij keerden terug naar het oude leven. Vervolgens werden ze ook weer ziek en uiteindelijk stierven ze ook weer. Je zou zelfs kunnen verdedigen in hoeverre dat nou zo’n voorrecht is.
Nee, deze opstanding noemt Paulus een levendmaking. En wat is het verschil? Wel, deze heeft de dood definitief achter zich en het is onvergankelijk. Hij heeft het over de aard van dat lichaam: het is onvergankelijk, het is in heerlijkheid en het is in kracht. Onvoorstelbaar, dat is het leven dat God bestemd heeft voor de hele mensheid. De eersteling is er al en de rest gaat komen, iedereen in zijn eigen rangorde. Nog even geduld, want Paulus zegt dat hij als laatste aan hem is verschenen. Maar hij zegt ook dat de dood is overwonnen en teniet wordt gedaan. De dood is de laatste vijand, die pas aan het einde van Christus' heerschappij, als Hij alle vijanden zal hebben onderworpen, teniet wordt gedaan. En hoe doet Hij dat? Door allen levend te maken. En als allen levend zijn gemaakt, dan is er dus geen dood meer. Dat is de clou van het verhaal.
Zodan, dat is Paulus' conclusie: "Zodan, mijn broeders, geliefden, wordt standvastig." Helaas staat dat in de meeste vertalingen niet zo, maar er staat: "Wordt standvastig." Dat waren ze dus blijkbaar nog niet helemaal. Ze stonden wel, maar ze wankelden een beetje. Waarom vertel ik deze dingen ook? Gewoon, om standvaster te worden. Mocht je hieraan twijfelen: dit is wat het is. En sta daarop. Ik vind dat eigenlijk wel een mooie metafoor in dit verband, want we hebben het over opstanding. Wat moet je daarmee? Nou, daar moet je niks mee; het doet wat met jou. Het gaat er niet om wat wij ermee doen – dat is meestal het verhaal, dat is moralisme: "Wat doe je ermee?"
Ik vertel u dit de hele morgen, en dat is in principe mijn insteek: de boodschap in het evangelie gaat nooit over wat wij doen. Nee, het Woord verandert ons. Vraag het Saulus van Tarsus maar na. Dat verandert je; dat is de kracht van dat levende Woord. En als je daarop staat, dan zal het zijn kracht bewijzen. Word standvastig. Hij zegt: "onverzettelijk, onwankelbaar". Letterlijk staat er zoiets als: niet van je plaats te brengen. Dat is wat standvastig is. Onverzettelijk. Blijf daarop staan. En het geweldige is dat als je op dat fundament staat, weet je wat er dan gebeurt? Dan ben je altijd overvloedig in het werk van de Heer.
Wat is de connectie tussen die twee? Wel, als je staat op dat getuigenis en daarbij blijft – dit is de waarheid – en je er niet van laat afbrengen, weet je wat er dan gebeurt? Dan gaat de Heer Zijn werk aan jou doen. Want het is niet het werk voor de Heer, maar het werk van de Heer. Dat is een groot verschil. Het werk voor de Heer, dat is het werk wat ik doe voor Hem. Het werk van de Heer is het werk dat Hij doet. En hoe word je overvloedig in het werk van de Heer? Daar waar je standvastig, onverzettelijk en onwankelbaar staat in dat getuigenis, daar kan Hij overvloedig Zijn werk doen. En dan zal Hij dat ook doen; daar hoef je je dus helemaal geen zorgen over te maken. Dat vind ik ook het geweldige: dat is allemaal Zijn werk.
Maar dit is dat fundament. Wetende dat jullie moeite niet vergeefs is in de Heer. Dat wilde ik graag weten en vertellen aan de hand van deze handvol feiten, dit vijftal onweerlegbare punten. Ik kan niet anders dan herhalen: word standvastig en onverzettelijk daarin. Wat een geweldig feit is dat.
Amen
UltimateGoodNews