GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

onsterfelijk & onvergankelijk

18-04-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondag 18 april 2021 te Rotterdam (Gezonde Woorden)

Onsterfelijkheid en onvergankelijkheid zijn beide eigenschappen die we in deze schepping niet kennen. Niets is hier blijvend… Dat behoort ook tot het ontwerp van de Schepper, die zelf “de onvergankelijke GOD” is. Onvergankelijkheid is weggelegd voor de nieuwe schepping. Onsterfelijkheid is in de Schrift ook meer dan ‘niet kunnen sterven’. Het is een overwinning op de dood! En de garantie daarvan is er in hem die tot dusver als enige onsterfelijkheid heeft. De eersteling uit de doden…!

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In de huidige schepping, die door God aan de ijdelheid is onderworpen, bestaan onsterfelijkheid en onvergankelijkheid nog niet in absolute zin. We kennen op aarde slechts schaduwen van deze begrippen, zoals de olijfboom of edelmetalen. Op dit moment is Christus Jezus de enige die onsterfelijkheid bezit, omdat Hij uit de dood is opgewekt en daarmee de dood teniet heeft gedaan. Het goede bericht is echter dat God een hoopvolle verwachting heeft voor Zijn hele maaksel. Uiteindelijk zal de gehele schepping bevrijd worden van de slavernij der vergankelijkheid en zal de dood volledig worden verzwolgen in overwinning.

“Elke boodschap die niet vertelt dat de dood tenietgedaan wordt, maar vertelt dat er een nimmer eindigende dood is, is geen evangelie.”

Inleiding: de Begrippen Onsterfelijk en Onvergankelijk ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen ook van mijn kant, vrienden. Wat bijzonder om hier nu eens te zijn. Dat geldt niet zozeer de locatie, want die is mij wel bekend, maar dit keer op een hoger niveau. Ik bedoel gewoon letterlijk, hè? De derde etage. Wat wil je nog meer? En niemand zit er in het raamkozijn, dus dat is wel aardig veilig, geloof ik. Over cryptische opmerkingen gesproken: nou, als u wilt weten hoe dat zit, zou u dat verhaal in Handelingen 20 eens moeten lezen over iemand die op de derde etage ook naar de woorden van Paulus zat te luisteren en op een gegeven ogenblik lag hij daar te luisteren. Maar goed.

Ik wilde jullie vanmorgen meenemen naar dit onderwerp waaraan ik als titel heb gegeven: onsterfelijk en onvergankelijk. Laten we eerst eens wat inzoomen op de woorden an sich. Beide woorden beginnen met 'on-'. Ik vind het wel aardig als je dat vergelijkt met het Engels, want 'on' heeft eigenlijk de betekenis van het Engelse 'no', maar dan omgekeerd. Het is een ontkenning en betekent gewoon 'niet' of 'geen'. Er zijn zoveel, vooral bijvoeglijke naamwoorden die met 'on-' beginnen, en het is altijd een ontkenning, de afwezigheid van iets, of het niet meer aanwezig zijn van iets.

Dat kan ook, en daar wil ik het straks inderdaad over hebben. Feitelijk is het zo dat zulke woorden die met 'on-' beginnen, bestaan bij de gratie van dat wat erop volgt; dus bij de gratie van wat ontkend wordt, maar daarmee ook verondersteld wordt. Ik bedoel, als ik zeg 'onsterfelijk', dan betekent dat dat je geacht wordt te weten wat sterfelijk is. Anders weet je niet wat onsterfelijk zou kunnen betekenen. Ik moet erbij zeggen over beide begrippen waar ik wat meer op wil inzoomen vanmorgen — onsterfelijkheid en onvergankelijkheid — dat we beide begrippen in onze huidige schepping in het algemeen niet kennen. We zingen het weleens — nou ja, wie zingt dat? — maar in ieder geval is er een bekend lied: "Niets is hier blijvend". En dat is een waarheid als een koe, iedereen weet het: alles vergaat nu eenmaal. Rozen verwelken, schepen vergaan en wat volgt? Ik ken daar ook nog een variant op: "koop dus geen bloemen en vlieg voortaan". Maar die bedoelde ik eigenlijk niet.

Typen van Onvergankelijkheid: de Olijfboom, Zilver en Goud ↑ hoofdstukken

Maar ja, niets is hier blijvend. Wat we in deze schepping wel kennen, zijn typen van onvergankelijkheid en onsterfelijkheid. Om met die eerste term te beginnen, onsterfelijkheid: op het plaatje ziet u een duif met een olijftakje in de snavel. Als u enigszins Bijbels onderlegd bent en goed hebt opgelet op de zondagsschool, dan weet u wel waar dat over gaat. Zo'n boom als u hier ziet, ergens in het Midden-Oosten, is een type van onsterfelijkheid.

Ik heb ze in Spanje gezien, maar destijds ook in Israël. Bij uitstek natuurlijk op de berg die ons daarin de weg zou moeten wijzen: de Olijfberg. Daar staan zulke oude knarren van echt duizenden jaren oud. In principe is het zo dat zulke bomen, als je ze niet omhakt, gewoon blijven leven. Vandaar dat de olijfboom een embleem is van onsterfelijkheid. Dat heeft niet alleen te maken met de vitaliteit van wat de boom produceert, al heeft olijfolie die reputatie natuurlijk ook. Waar wordt het allemaal niet voor gebruikt? Als er wonden zijn, wordt iemand gezalfd met olie, en olijfolie speelt in zoveel andere opzichten een rol. Denk bijvoorbeeld aan de functie in het heiligdom, waar het werd gebruikt voor de lampen. Olie in de lampen — en dan hebben we het echt over olijfolie — zorgt voor licht.

Deze bomen blijven dus bestaan. Ze zijn niet écht onsterfelijk, maar het heeft er wel veel van weg. Men spreekt bij zulke bomen — want er zijn er meer — over bomen die zichzelf regenereren. De term die men daar officieel voor bezigt, is heel typerend. Re-generatie betekent letterlijk: 're' is her of weder, en 'generatie' heeft te maken met verwekken of geboren doen worden. Re-generatie is dus eigenlijk niets anders dan wedergeboorte; een type van nieuw leven en onsterfelijkheid.

Trouwens, die olijftak in de snavel van de duif was ook een boodschap van leven. Nadat de mensenwereld helemaal vernietigd en omgekomen was — met uitzondering van Noach en de zijnen — was daar dat teken van leven na de dood. De boodschap die deze duif meegaf, was onvergankelijk leven; leven dat sterker is dan de dood. Dat was het embleem. Dus inderdaad, onsterfelijkheid kennen wij hier op aarde niet, niettemin kennen we er wel een type van, maar meer dan dat is het ook niet.

Om bij die andere term stil te staan: we kennen ook typen van onvergankelijkheid, en dan denk ik met name aan zilver en goud. Waarom dat typen zijn, is niet zo moeilijk: het zijn edelmetalen. Het zijn metalen die niet roesten, zoals ijzer en verreweg de meeste metalen dat wel doen. Ze kunnen zich niet verbinden met zuurstof, oftewel ze blijven gewoon goed en blijven bestaan. Vandaar dat het typen van onvergankelijkheid zijn.

Aan de andere kant moet ik zeggen: ook weer niet. Als Bijbelkenner zou u meteen kunnen zeggen dat mijn bewering dat het een type van onvergankelijkheid is, niet klopt. Want zegt Petrus juist niet dat zilver en goud vergankelijk zijn? Dat klopt, en ik neem u meteen maar even mee. Nu ondergraaf ik dus eigenlijk mijn eigen verhaal: zilver en goud hebben weliswaar de reputatie een beeld te zijn van onvergankelijkheid, en toch is dat heel relatief en betrekkelijk.

Vrijgekocht Door het Onvergankelijke Bloed van Christus ↑ hoofdstukken

Petrus zegt, en ik val midden in de zin in vers 18 van het eerste hoofdstuk: "wetende dat jullie niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, bent vrijgekocht." Het mag dan de naam hebben van onvergankelijkheid, maar het is het natuurlijk niet echt. Hier op aarde en in deze schepping is niets in de absolute zin onvergankelijk. Petrus zegt daar: "we zijn niet vrijgekocht met vergankelijke dingen, zilver of goud, uit jullie ijdele wandel die van de vaderen is overgeleverd." Hij spreekt hier tot de besnijdenis; Petrus was een apostel van de besnijdenis, van Israël. Hij zegt: "jullie zijn daar niet van vrijgekocht met behulp van of door middel van zilver en goud, maar met het kostbare bloed van Christus." Daarmee weet je eigenlijk meteen dat als zilver en goud verwijzen naar vergankelijkheid, dat kostbare bloed van Christus verband houdt met en verwijst naar onvergankelijkheid. Waarom is het bloed kostbaar? Omdat het namelijk onvergankelijk is.

Dan weet je ook meteen dat het bloed van Christus niet alleen maar spreekt van sterven. Natuurlijk veronderstelt het de dood, maar het gaat er juist om dat het bloed van Christus datgene is wat overbleef na zijn dood. Eigenlijk vervult het dan pas zijn functie. Want bloed, kijk het maar na; de besnijdenis, Israël, was daar zo goed van op de hoogte. Een dier werd geslacht, dat bloed vloeide dan. Was dat de betekenis die het had in de offerdienst? Nee, dan begon het pas. De functie van het bloed in de offerdienst, in de hele tabernakel, kreeg het pas nadat het dier was geslacht. Vervolgens kwam het in het heiligdom of op het altaar. Er zijn heel wat plekken, maar ik noem nu de belangrijkste zaken. Dat spreekt gewoon van Hem die leeft, van Hem die voorbestaat, van dat wat overblijft na de slachting.

Nu is Hij in het heiligdom, of Hij is de Verhoogde op het altaar, want dat is een verhoging. Hoe dan ook, dat kostbare bloed van Christus spreekt van de dood en de opstanding. Ik zou ook gewoon kunnen zeggen: van de opstanding van Christus, want als ik opstanding zeg, veronderstelt dat de dood. Er bestaat nu eenmaal geen opstanding zonder dat er eerst een dood aan voorafgegaan is. Dus het kostbare bloed – hoezo kostbaar? Wel, het is onvergankelijk. Hoezo onvergankelijk? Omdat het te maken heeft met de slachting, maar vooral met dat wat daarvan overblijft en wat daarna komt. Het spreekt dus van het Lam dat geslacht is, maar dat inmiddels staat, opgestaan is, opgewekt is en leeft.

Zilver en goud zijn weliswaar onvergankelijk, maar dat is tussen aanhalingstekens en heel relatief besproken; in de absolute zin zijn ze dat niet. We praten vanmorgen over onsterfelijkheid en onvergankelijkheid, en beide begrippen kennen we hier niet. We praten dus eigenlijk over iets dat gedefinieerd wordt in het negatieve. Dat is net zoiets als wanneer je zegt: "Wie bent u?" en ik antwoord: "Nou, ik ben niet Rob Breuren." Dan weet je wie ik niet ben, maar dan weet je nog niet wie ik wel ben. Het wordt anders wanneer er specifiek naar mij gezocht wordt: "Bent u Rob Breuren?" "Nee, ik ben niet Rob Breuren." Oké, dan weet je genoeg, zoiets. Als er maar twee opties zijn en ik zeg: "Ik ben niet vrouwelijk," dan weet u genoeg, dan ben ik kennelijk mannelijk. Maar als er natuurlijk vele opties zijn...

Wat ik hiermee wil zeggen is dit: als we spreken over onvergankelijkheid en onsterfelijkheid, dan hebben we het over iets wat we hier niet kennen. Dat maakt het heel moeilijk, want alles is hier sterfelijk en alles is hier vergankelijk. Je zegt dus eigenlijk wat het niet is. Dat geldt trouwens voor heel veel dingen als we het hebben over de nieuwe schepping. Kijk maar na in Openbaring 21, daar staat: "er is geen moeite meer, geen dood, geen rouw." Er wordt eigenlijk niet zozeer gezegd wat er wel is, en als er wel iets gezegd wordt over wat er wel is, dan begrijpen we het vaak niet. Maar we begrijpen wel: "Oh, er is geen rouw, geen moeite." Ik ken overigens ook iemand die daar niet zo blij mee was, die heette namelijk Rouw. Ja, je zal maar Rouw heten en je leest dan: "er is geen rouw." Maar u begrijpt het; we praten over dingen die heel kenmerkend zijn voor deze wereld. We hebben het dus over die zaken die hier niet te vinden zijn.

De Koning Der Aeonen: de Onvergankelijke en Onzienlijke God ↑ hoofdstukken

Laten we eerst eens naar 1 Timotheüs 1 gaan. Ik wil u zo meenemen naar diverse schriftplaatsen. De onvergankelijke God, dat is meteen prachtig. 1 Timotheüs 1 vers 17 – Gerard noemde zojuist al een geweldige lofzang – is ook zo’n lofzang, een hele korte. Paulus onderbreekt hier eigenlijk min of meer zijn betoog en hij zegt dan: "De Koning van de aeonen nu..." De 'Koning der eeuwen', zegt de NBG en geloof ik ook de Statenvertaling. Hij is Degene die de aeonen, de wereldtijdperken, beheerst en daar Koning over is. Hij wijst het een plaats toe; er is er één die dat allemaal beheerst.

De Koning van de aeonen nu. En wie is dat? De Onvergankelijke. Daar hebben we het. De onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God zij eer en heerlijkheid tot in de aeonen van de aeonen. Dat zijn die overtreffende aeonen, zoals je ook het 'Heilige der heiligen' hebt, wat het overtreffende heiligdom is, of het 'Lied der liederen', dat overtreffende lied enzovoorts. Dat is zo’n bekende overtreffende trap. De aeonen van de aeonen zijn die tijdperken die nog gaan komen en die alles wat daaraan voorafgegaan is, zullen doen verbleken.

Deze God, die Koning van de aeonen aan wie straks ook eer en heerlijkheid gegeven zal worden in die aeonen die nog gaan komen en zo overtreffend zijn, is onzienlijk. Dat is een van de kenmerken van God: niemand heeft ooit God gezien. Voor zover Hij gezien wordt, dan is dat in Zijn uitbeelding, in Zijn icoon. Maar Hijzelf is de onzienlijke God. Hij is ook de enige God. Dat is heel treffend, want in het Grieks zie je hier 'monoo theoo'.

U herkent daarin ons woord monotheïsme. Dat betekent: de enige God. Er is maar één God, en die ene God is uniek. Hij is onzienlijk en Hij is ook de Onvergankelijke. Daarmee staat Hij volstrekt buiten en boven deze schepping, die juist wél vergankelijk is.

Dat is de onvergankelijke God. Onvergankelijkheid hoort dus bij de Godheid Zelf. Maar – en dat is wat ik straks wil laten zien – onvergankelijkheid heeft ook alles te maken met wat God heeft weggelegd voor deze schepping; voor de schepping in de volgende fase, 'schepping 2.0' zeg maar. En daar gaan we dan meteen maar naartoe.

Romeinen 8: de Schepping Door God aan de Ijdelheid Onderschikt ↑ hoofdstukken

Romeinen 8, en ik lees voor vanaf vers 20: "Want de schepping werd..." – en ook deze weergave is voor de volledigheid weer gebaseerd op de interlineair die u hieronder ziet. Het kan dus wat afwijken van de NBG of de Statenvertaling, welke u ook gebruikt, maar daar staat dit: "Want de schepping werd aan de ijdelheid onderschikt" (of onderworpen, zo u wilt).

Dat is een passieve vorm: ze werd aan de ijdelheid onderworpen. In de NBG-vertaling staat "de vruchteloosheid", maar letterlijk staat er gewoon het woordje "ijdelheid". Het is leeg. Er is een heel Bijbelboek dat daarover gaat en dat daarmee begint en eindigt, namelijk het boek Prediker: "IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid."

Prediker gaat beschrijven hoe alles een cyclische gang maakt. Het begint ergens en dan is het opgaan, blinken en verzinken, en dan gaat het weer helemaal opnieuw. Alles is de circle of life. Eigenlijk leidt dat nergens toe. Tenminste, in deze schepping gaat het niet van A naar B, in de zin dat je een stuk verderop bent; nee, het gaat steeds hetzelfde rondje. Dat is die ijdelheid. Je wordt geboren op een bepaalde dag en je sterft weer op een bepaalde dag. Dat is allemaal wat de Prediker beschrijft: ijdelheid.

De schepping werd daaraan onderschikt, en dan staat er: "maar niet vrijwillig, maar om Hem die haar daaraan onderschikt." Dit vind ik zo bijzonder. Waarom? Omdat hiermee gezegd wordt dat de schepping ijdel is, maar dat dit niet haar eigen keuze is. Dit staat trouwens lijnrecht tegenover het gangbare theologische idee dat deze schepping ijdel is omdat het schepsel daarvoor gekozen heeft. Daardoor zou het fout gegaan zijn. Nee, zegt Paulus, de schepping is inderdaad aan de ijdelheid onderworpen, onderschikt, maar dat is geen keuze van haarzelf. Het is niet vrijwillig; de schepping heeft daar niet voor gekozen, noch het schepsel in het algemeen, noch een specifiek schepsel.

Nee, ze is daaraan onderschikt om Hem die haar daaraan onderschikt. Dat gaat om één Iemand, mannelijk enkelvoud: God. Híj heeft de schepping daaraan onderschikt. Dat betekent dus dat deze schepping ijdel is by design. Dat is het ontwerp. Zo heeft God de schepping ontworpen: dat deze schepping in aanvang, in aanleg, ijdel is. Dat moet zo zijn.

Maar er staat meteen iets bij, want als ik hier een punt zou zetten, dan is dat niet erg hoopvol. Maar het loutere feit dat God dit gedaan heeft, betekent dat Hij daar een bedoeling mee heeft. Het loutere feit dat we de ijdelheid in deze wereld waarnemen en ervaren, ook aan den lijve – en die ijdelheid is geen leuk dingetje – heeft een doel. Je kunt erover filosoferen en dan is het allemaal nog wel te behappen, maar op het moment dat je je realiseert wat het allemaal werkelijk betekent: die moeitevolle gang die het schepsel in het algemeen, maar ook in het bijzonder ondergaat. Dat is een weg van moeite, van verdriet, van sterven, van ziekte, enzovoort. Het eindigt een keertje; het gaat een weg en dan: punt. De weg die het gaat naar het einde is er ook een van neergang, en dat maakt die ijdelheid heel tragisch.

Ja, maar er staat hier bij: "op hoop". In de NBG-vertaling staat er dan "in hope echter", maar er staat letterlijk "op hoop", op verwachting. Eigenlijk is de schepping "in verwachting". En hoe komt dat? Wel, zoals God de wereld aan de ijdelheid heeft onderworpen, zo heeft Hij die schepping ook hoop gegeven. Verwachting. De schepping is dus in verwachting.

Trouwens, dat was al eerder het onderwerp: de schepping is in barensnood. Dat betekent eigenlijk dat het vrouwelijke in feite ook een leegte is, maar een leegte die gevuld wordt met nieuw leven. En dat is de verwachting. De schepping is ijdel, leeg, jazeker, maar God vervult dat. In feite is de hele weg die je ziet in de levende schepping – namelijk van de seksualiteit en de voortplanting – niets anders dan de boodschap van opstanding, nieuw leven en verwachting. Dat is wat de schepping in het algemeen ondergaat. De schepping is in verwachting, in blijde verwachting. Waarom? Omdat de Schepper, de Man, de schepping, het Vrouwelijke, zwanger heeft gemaakt. Hij heeft Zijn zaad gegeven, Zijn Woord, nieuw leven door opstanding. Hij heeft haar zwanger gemaakt; ze is in leven door de Opgestane. Daarom is deze schepping inderdaad in verwachting, in blijde verwachting. Nou, en dan komt het.

Bevrijding van de Slavernij Der Vergankelijkheid ↑ hoofdstukken

Omdat ook de schepping zelf bevrijd zal worden van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Dat is een hele mond vol. Maar wat je hier ziet, is dat de schepping zelf bevrijd zal worden. Ze was, zo zagen we, aan de ijdelheid onderschikt van Gods wege. Dat is het ontwerp, maar ze zal daarvan bevrijd worden en dat is de hoop, de verwachting. Dit is dus een tijdelijke versie; het is een kwestie van wachten. Dat is trouwens altijd zo bij een verwachting: het duurt een bepaalde tijd. Het is mooi als je weet dat de moeite die er is, hoort bij die verwachting; daar is het naar uitkijken.

En de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van de vergankelijkheid. Eigenlijk is dit een andere term voor wat we al zagen, namelijk de ijdelheid waaraan de wereld onderschikt is gemaakt. Het is namelijk slavernij van de vergankelijkheid. Deze schepping is vergankelijk, alles vergaat, en dat is zelfs een slavernij. Het is daaraan onderschikt en er is geen ontkomen aan. Dat is wat een slaaf ook is: die heeft geen keus. In die positie bevindt hij zich, hij zit daarin gevangen. Die vergankelijkheid is een gevangenis en daar zit de schepping aan vast. Maar tijdelijk, in hoop en verwachting.

Dat is wat er gaat gebeuren: de schepping zelf, nu deze schepping, gaat bevrijd worden van de slavernij van de vergankelijkheid waar ze nu aan onderschikt is. Die ijdelheid. Het zal veranderen, de schepping wordt getransformeerd en vernieuwd. Ze zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Kijk, als de slavernij van de vergankelijkheid plaats moet maken voor de vrijheid van de heerlijkheid, dan staat slavernij tegenover vrijheid en vergankelijkheid tegenover heerlijkheid. Zodat je weet dat die heerlijkheid dus de onvergankelijkheid moet zijn. Dat is een kwestie van logica. Als zij bevrijd wordt van de slavernij van de vergankelijkheid en dat heet dan de vrijheid van de heerlijkheid, dan is de heerlijkheid die God voor deze schepping heeft weggelegd de heerlijkheid van Hemzelf, namelijk onvergankelijkheid.

Daar gaat het met deze schepping naartoe. De schepping in het algemeen, dat zijn de werken van Gods handen. Daarin mag rangorde zijn — eerste, tweede, derde — dat is allemaal tot uw dienst, maar God heeft de hele schepping daartoe gezet. Zoals de hele schepping onderworpen is aan de slavernij van de vergankelijkheid, zo is de hele schepping bestemd tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Dat wat door Hem verwekt wordt: nieuw leven, de kinderen van God. Dat is de geweldige boodschap die wij hebben. Het is in ieder geval het goede bericht, de blijde tijding voor wie dan ook.

Zo heeft God het ontworpen, niet vrijwillig. Dit heeft niets te maken met de keuze van de mens. Je krijgt soms het verhaal: "Ja, het is ooit misgegaan en daarom is de schepping aan de ijdelheid onderworpen, dat was de keuze van de mens." En men zegt ook: "Als je deel wilt hebben aan die heerlijkheid en die bevrijding, dan moet je daar ook wel voor kiezen." Nee, in beide gevallen is het geen keuze. Het is niet vrijwillig. Dit is "om Hem die haar daaraan onderworpen heeft". Dat is Zijn plan en Hij werkt dat uit. Wij nemen daar kennis van en een gelovige is iemand die daar amen op zegt.

Dat woord heeft kracht. Ik zei net al: in feite is deze hele schepping... God heeft Zijn zaad gegeven, dat wil zeggen Zijn Woord. En het Woord van God is levend en krachtig, het doet alles. Daarom vind ik het zo heerlijk om samen te zijn. Wat doen we hier nou eigenlijk? Misschien vragen andere mensen zich dat af. Als je een geheim kent, stel je die vraag niet meer. Maar ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: "Wat doen die gasten daar nou? Moet je in zo'n lokaal gaan zitten? Op zondagmorgen kun je eindelijk uitslapen en dan ga je daar zitten. Waarom eigenlijk?" Nou, eigenlijk maar om één ding: om dat Woord van de onvergankelijke God. Hij heeft wat te melden. Als je moeite hebt met de ijdelheid van deze schepping en de slavernij van de vergankelijkheid, dan is het heerlijk en krachtig — en het enige wat werkelijk ter zake doet — om kennis te nemen van het Woord van de Schepper. Want dat geeft hoop en verwachting.

Specifiek wat wij nodig hebben in deze wereld is hoop en verwachting. Maar dan niet als een soort peptalk: "Kom op jongens, zet hem op, je kan het wel! Even volhouden, nog even volhouden. 21... nee 28... nee, half twee. Hou vol jongens, nog even! Samen krijgen we het eronder!" Kijk, dat vind ik heerlijk: de Schepper heeft een planning. Dit is een verwachting en Hij heeft daar een routekaart voor. In tegenstelling tot wat mensen en politici doen, heeft Hij er zelfs tijdstippen en data aan verbonden. Dan gaat het gebeuren. Zo is trouwens alles in het leven; je weet gewoon ongeveer wanneer de dingen gaan gebeuren, wanneer de tulpen gaan bloeien, de hyacinten, et cetera. Goed, 1 Timotheüs 6.

1 Timotheüs 6: Christus Is Nu de Enige Die Onsterfelijkheid (athanasia) Heeft ↑ hoofdstukken

Ik ben daar de laatste tijd nog weleens mee bezig geweest en juist gisteren heb ik daar, in aanloop naar deze samenkomst, een kort blokje over geschreven. Het gaat over dit thema: Hij die alleen onsterfelijkheid heeft. Daar komt die term ‘onsterfelijkheid’ dus weer even op de proppen. Om overigens nog even het verschil aan te geven tussen onsterfelijkheid en onvergankelijkheid: die twee begrippen hebben natuurlijk heel veel met elkaar te maken en zijn vrijwel synoniem, maar ze zijn niet één op één hetzelfde. Onsterfelijkheid heeft te maken met leven. Neem bijvoorbeeld goud; dat is een type van onvergankelijkheid, niet van onsterfelijkheid. Van levenloze dingen zeg je sowieso niet dat ze onsterfelijk zijn, want ‘sterfelijk’ suggereert dat de optie om te sterven aanwezig moet zijn. Dat is bij goud of bij een auto niet het geval; we spreken niet van een auto die niet sterfelijk is. Hij is wel vergankelijk. De begrippen hebben dus met elkaar te maken, maar ze zijn niet identiek. Eigenlijk is onvergankelijkheid een breder begrip. Iets wat sterfelijk is, is wel vergankelijk, maar iets wat vergankelijk is, is niet altijd sterfelijk.

Die alleen onsterfelijkheid heeft. Ik ga er even snel doorheen omdat het me gaat om dat zestiende vers. Ik lees voor vanaf vers 14: "...tot aan de verschijning van onze Heer, Jezus Christus. Welke op eigen tijden..." Dat "welke" slaat op de verschijning. In het Nederlands of in het Engels zie je dat niet, maar in het Grieks zie je dat perfect. Dat "welke" is namelijk vrouwelijk, net als het woord verschijning. Het verwijst dus naar de verschijning en niet naar Jezus Christus, want dat is mannelijk. Het is heel mooi hoe specifiek het Grieks daarin is. De verschijning zal op haar eigen momenten — want er zijn diverse fases en momenten aan te wijzen — tonen wie de gelukkige en enige Machthebber is. En wie is dat? Dat is de Koning der koningen en de Heer der heren. Wie dat is? Wel, Openbaring 17 zegt het: dat is het Lam dat overwint. Hij is de Heer der heren; alle heren die er zijn, hebben één Heer en alle koningen die er zijn, hebben één Koning. Hij is de Koning der koningen, weer zo'n overtreffende trap waar ik het net ook over had. En wie is dat? Wel, dat is de Heer Jezus Christus die straks zal verschijnen. Hij is die Machthebber, de Koning der koningen en de Heer der heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont.

De reden waarom ik daar onlangs een specifieke Bijbelstudie over heb gegeven en gisteren nog een kort blogje aan heb gewijd, is omdat uitleggers meestal zeggen: "Ja, dit gaat over God." Maar nee, dit gaat niet over God de Vader. Hij is wel de bron van onsterfelijkheid, maar van God lezen we nooit dat Hij onsterfelijk is; wel dat Hij onvergankelijk is. "Die alleen onsterfelijkheid heeft", dat is onze Heer Jezus Christus. Wat Paulus daarmee zegt, is dat Hij, de Koning der koningen, het Lam dat overwonnen heeft, de enige is die op dit moment onsterfelijkheid heeft. Dat staat in de tegenwoordige tijd. Straks wordt het anders, want zoals Paulus zegt: "Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen levend gemaakt worden." Maar hij zegt erbij: "Ieder in zijn eigen rangorde." Christus als Eersteling in het verleden, daarna of vervolgens degenen die van Christus zijn in Zijn parousia, in Zijn verschijning. Dat is de tweede groep, de tweede rangorde, maar dat is nog toekomstig.

Dat betekent dat er op dit moment maar één iemand is die onsterfelijk is en dat verwijst naar de Heer Jezus Christus. Hij is namelijk levend gemaakt. Dit woord onsterfelijkheid is in het Grieks athanasia. Bij degenen die enigszins op de hoogte zijn van de kerkgeschiedenis gaat nu een belletje rinkelen. Was dat niet zo’n figuur in de vierde eeuw? Bij het Concilie van Nicaea, waar het ging over de leer van de Drie-eenheid, was er iemand die dat promootte: Athanasius. Hij zei dat je God de Vader hebt, God de Zoon en ook nog God de Heilige Geest; drie personen, maar één wezen. Athanasius bestreed Arius, die als ketter werd gezien. Wat was de ketterij van Arius? Wel, die zei: "Nee, Jezus Christus is niet God de Zoon, maar de Zoon van God." De visie van Arius werd veroordeeld. Het is bizar, want de Bijbel zegt dat er één God is, de Vader. Jezus Christus wordt in de Schrift nooit God de Zoon genoemd, maar altijd consequent de Zoon van God. Dat is logisch: als er maar één God de Vader is, dan moet de Zoon de Zoon van God zijn. Dat is precies zoals Hij tientallen keren genoemd wordt; nooit God de Zoon.

Maar goed, Athanasius vond van wel en vervolgens werd Arius als ketter veroordeeld. Zo ging dat. Sterker nog, iedereen die in de lijn van Arius meegaat, staat nu nog in alle officiële geloofsbelijdenissen van alle grote kerkelijke instituten als iemand die niet zalig kan worden. De man die de Drie-eenheid doordrukte, heette dus onsterfelijkheid: Athanasius. Maar hij zei in feite: "Jullie worden het niet." Hij heeft zichzelf onsterfelijk geacht, wat onsterfelijk belachelijk is. Als het niet zo triest was geweest, zou je zeggen dat het lachwekkend is hoe men de hele officiële orthodoxie belangrijker maakt dan het Bijbelse getuigenis. Ik weet dat dit live wordt uitgezonden en dat dit me nagedragen kan worden. Het is natuurlijk vreselijk arrogant om de hele officiële orthodoxie zo aan de kant te schuiven en te zeggen dat het onsterfelijk belachelijk is, maar ik zal u dit vertellen: het Bijbelse getuigenis is volstrekt eenstemmig en eenduidig in dezen. Eén God, de Vader, en Jezus Christus, de Zoon van God.

Inderdaad, Hij is nu de enige die onsterfelijkheid heeft. De volgende afdeling zijn zij die van Christus zijn in Zijn parousia. En daarna — maar dat is pas aan het einde van Christus' heerschappij — volgen alle resterende mensen. Iedereen. Maar op dit moment is Hij de enige die onsterfelijkheid heeft en die trouwens ook nu in een ontoegankelijk licht bewoont. Ook dat is weer tegenwoordige tijd. Paulus wist waar hij het over had, want hij was daar letterlijk ooggetuige van. Toen hij in aanraking kwam met dat licht, was hij meteen drie dagen blind; met recht ontoegankelijk. Het is een licht dat niemand van de mensen waarnam en ook niet kan waarnemen. Het is sterker dan het zonlicht, sterker dan de zon die schijnt in haar kracht. Wel, Hem zij eer! Hem, die Koning der koningen, zij eer en eeuwige, aeonische kracht. Amen. De Heer Jezus Christus is dus nu de enige, omdat Hij de Eersteling is. De rest gaat volgen, ieder in zijn eigen rangorde.

1 Korinthiërs 15: de Dood Tenietgedaan en Onsterfelijkheid Aangedaan ↑ hoofdstukken

Ik neem u nog naar een ander schriftgedeelte mee, en dat is 1 Korinthe 15. Dat is het hoofdstuk dat bij uitstek spreekt over deze termen. Het is zelfs het enige hoofdstuk waarbij de termen in dezelfde verzen worden gebezigd. Ik noem ze niet eens allemaal, want dat zou een beetje te ver voeren, maar ik begin bij vers 53. Paulus had net in het voorafgaande een geheim verklapt. Hij zegt: "Broeders, ik deel jullie een geheim mee, een verborgenheid, een mysterie. Niet allen zullen ontslapen, maar allen zullen veranderd worden, getransformeerd." Dat betekent dat er een categorie is die in leven zal zijn bij de Parousia. Zij zullen niet ontslapen, maar zij zullen in één ogenblik worden getransformeerd. Hoe boeiend die gebeurtenis op zichzelf ook is, ik laat dat nu even terzijde. Het gaat me erom in te zoomen op het vergankelijke, het onvergankelijke en het sterfelijke.

Paulus zegt: "Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen." Dat is in feite het hele principe van waar God naar op weg is. Deze vergankelijke schepping gaat onvergankelijkheid aandoen; ze wordt namelijk bevrijd van de vergankelijkheid. En dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. Hier zie je wat ik zojuist al even naar voren bracht: beide begrippen liggen heel erg dicht tegen elkaar aan. Ze zijn min of meer synoniem, of in ieder geval nauw verwant, hoewel ze niet helemaal identiek zijn als je er heel nauwkeurig naar kijkt. In ieder geval is dit sterfelijke inderdaad ook vergankelijk.

Dan komt vers 54: "Zodra nu dit vergankelijke onvergankelijkheid zal aandoen..." Ik moet erbij zeggen wat ik zojuist ook al even aanstipte: het gaat hier specifiek over dat moment dat de Heer zal verschijnen en de bazuin zal klinken, waarna wij veranderd zullen worden. Paulus heeft het hier over die generatie die aan den lijve de Parousia en de bazuin zal meemaken. Maar het principe als zodanig is universeel; het geldt voor de hele schepping. "Zodra nu dit vergankelijke onvergankelijkheid zal aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid zal aandoen..." Ziet u, onsterfelijkheid betekent niet slechts 'niet sterfelijk', maar het is vooral 'niet méér sterfelijk'. Het wás sterfelijk, maar het sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.

Vandaar dat je van God niet leest dat Hij onsterfelijk is. Hij is de onvergankelijke God, maar Hij is niet de onsterfelijke God. Er is er maar één die onsterfelijkheid heeft. Waarom? Wel, Hij is gestorven, Hij was dood, maar Hij is levend gemaakt. Athanasia betekent feitelijk dat de dood tenietgedaan is. Op het moment dat wij straks onvergankelijk gemaakt zullen worden — ik ga er voor het gemak even vanuit dat wij dit allemaal gaan meemaken en dat de bazuin zal klinken, alleen de gedachte al, wauw — dan kun je zeggen dat dit lichaam, deze vergankelijkheid, onvergankelijkheid heeft aangedaan. Dit sterfelijke is dan onsterfelijk geworden en heeft onsterfelijkheid aangedaan. De dood is dan tenietgedaan. Als ik het grafisch zou willen uitdrukken, dan zet je er gewoon een streep doorheen. Dit is onsterfelijk: niet meer sterfelijk. Het was sterfelijk en daar wordt nu een streep doorheen gehaald. Dat is wat onsterfelijkheid is. Het is dus van toepassing op hen die levend gemaakt zijn. Christus is de enige die op dit moment onsterfelijkheid heeft, maar straks gaan er meer volgen en uiteindelijk iedereen.

Ik vond daar in de Griekse taal nog meerdere voorbeelden van, waarbij woorden beginnen met een 'A'. Athanasia begint met die ontkenning. Zoals wij veel woorden hebben die beginnen met 'on-' of 'a-', betekent dit een ontkenning, maar ook dat men iets achter zich laat. Er zit bijvoorbeeld een heel mooi woord in het Grieks voor 'verschijnen' en 'verdwijnen'. Het werkwoord voor 'verdwijnen' betekent eigenlijk 'niet verschijnen'. Dat wil zeggen dat de verschijning ongedaan wordt gemaakt. Je was er, je was verschenen, maar dat wordt tenietgedaan; je verschijnt niet meer. Dat is wat verdwijnen is. Dat geldt dus ook voor die onsterfelijkheid: je was sterfelijk, maar door die sterfelijkheid wordt een streep gehaald. Eigenlijk is het een dubbele ontkenning.

Feitelijk is het zo dat in de dood het levende teniet wordt gedaan. Vergeef me dat ik een beetje filosofisch ben vanmorgen, maar kijk: wij zijn stervelingen en wat de dood doet, is het leven tenietdoen. Maar de boodschap van het evangelie is dat de dood tenietgedaan wordt. Dus dat wat tenietdoet, wordt zélf tenietgedaan. Dan komen we weer op die wiskundige formule: twee keer negatief is positief. Als je dat negatieve, de dood, tenietdoet — wat ook een negatieve handeling is — dan heb je LEVEN met allemaal hoofdletters. Dan ben je echt verder gekomen; het is niet cyclisch alsof je weer net zo leeft als ooit tevoren. Nee, nu heb je de dood achter je. Dat is het grote verschil met wat we nu hebben. Als stervelingen hebben we de dood nog voor ons, maar bij het onsterfelijke heb je de dood achter je. Dat betekent dat er alleen maar leven is. Als je de dood achter je hebt, ben je onvergankelijk en dus ook onsterfelijk. Dat is Athanasia.

Dan zal het woord geschieden dat geschreven is: "Verzwolgen werd de dood in overwinning." Kijk, dit is Athanasia. De dood is verzwolgen in de overwinning. In deze wereld verzwelgt de dood elk leven; dat is wat sterfelijkheid is. Maar straks wordt de dood verzwolgen, zodat er geen dood meer is. En hoe doet God dat? Door allen levend te maken. Als allen levend gemaakt zijn, dan is er geen dood meer. Zo is de dood tenietgedaan. De dood tenietdoen is feitelijk een heel positieve daad. Doordat God allen levend maakt, doet Hij op die wijze de dood teniet.

2 Timotheüs 1: het Evangelie Brengt Leven en Onvergankelijkheid aan het Licht ↑ hoofdstukken

Dan neem ik u ten slotte nog mee naar 2 Timotheüs 1, waar de term 'onvergankelijkheid' ook nog voorkomt. Zoals ik al eerder zei, ben ik vanmorgen niet compleet, maar we bladeren zo wat door het Nieuwe Testament waar deze termen gebezigd worden. En ik eindig met een hele mooie – voor zover de anderen al niet mooi waren. Ook nu val ik weer even midden in een nogal lange zin, daar is Paulus erg goed in. Hij zegt: "...die nu geopenbaard wordt door de verschijning van onze Redder, Christus Jezus."

Wat er nu geopenbaard wordt, gaat om de verschijning van onze Redder, Christus Jezus. En wie is dat? Dat is Hij die de dood tenietdoet. Ook hier staat dit trouwens in een aorist, en dat is gewoon een tijdloos feit. Het is niet zoals de NBG-vertaling heeft: "die de dood tenietgedaan hééft"; dat staat er niet. Het is de dood die tenietgedaan wordt. Dat is de laatste vijand die tenietgedaan wordt: de dood. En dat is het einde van Christus' heerschappij. Als dat gebeurd is, als allen levend gemaakt zijn, dan zal Hij het Koninkrijk overdragen aan Zijn God en Vader, die Hem alles heeft gegeven. En dan wordt God alles in allen.

Wie is Hij? Christus Jezus, die de dood tenietdoet. Dat is gewoon het feit dat gesteld wordt. Wanneer dat precies gebeurt, is hier niet het onderwerp; het gaat erom dat Hij het is die dat doet. Hij doet dat: Hij doet de dood teniet en brengt leven en onvergankelijkheid – oftewel onvergankelijk leven – aan het licht. Dat is athanasia, toch? Hij brengt leven en onvergankelijkheid aan het licht door het goede bericht, door het evangelie.

Dus wat doet het goede bericht? Wat wordt daar aan het licht gebracht? Wel: leven en onvergankelijkheid. Door wie? Door Christus Jezus, die de dood tenietdoet. Dat betekent trouwens ook – en nou word ik even scherp, voor zover ik dat net al niet was toen ik over Athanasius sprak – dat elke prediking waar de dood niet tenietgedaan wordt, geen 'goed bericht' is. Het verhaal dat vanaf kansels verteld wordt als waarschuwing: "Jij moet je bekeren. Het is ooit misgegaan door onze schuld, dat was een vrijwillige keuze. En als het goed wil komen, dan moet jij je bekeren, jij moet kiezen, jij moet wat gaan doen. Zo niet, dan wacht jou de nimmer eindigende dood." Men spreekt daarover als de 'eindeloze dood'. Maar dat hele concept, de hele gedachte van een dood die niet voorbijgaat en dus nimmer eindigend is, staat haaks op het evangelie.

Het evangelie brengt namelijk leven en onvergankelijkheid aan het licht. Het spreekt over Christus Jezus die een Redder is – dat is ook wat de naam Jezus betekent: "God is Redder" – en die de dood tenietdoet. Elke boodschap die niet vertelt dat de dood tenietgedaan wordt, maar vertelt dat er een nimmer eindigende dood is, is geen evangelie. Dat is scherp, maar ik moet er tevens bij zeggen dat ik ontzettend blij ben dat het zo is. Want dit is de boodschap van athanasia, van onsterfelijkheid voor iedereen. Of je dat nu leuk vindt of niet, of je daar nu voor kiest of het niet beaamt of zelfs bestrijdt: het maakt niet uit. Dit is Gods plan. Dit is het goede bericht, en dat is wat het goede bericht aan het licht brengt.

Paulus zegt er ook bij: "Waartoe ik werd geplaatst." Dat heeft te maken met het woordje God als "Plaatser". Paulus zegt: "Ik ben neergezet, geplaatst als een heraut." Als een afgevaardigde apostel en een leraar van de natiën. Dat is wie hij is. Hij werd neergezet om dat goede bericht te vertellen. Als een heraut, gewoon om dit wereldkundig te maken. Niet om dit te verkopen of om mensen hiervan te overtuigen, zo van: "Jij moet dit geloven, want anders..." Nee, een heraut doet gewoon een mededeling. Je vertelt het, en degene die zegt "doei", dat is wat de wereld zegt. De religie wordt boos; voor de een is het dwaasheid en voor de ander is het een struikelblok. Men struikelt daar echt over, het is een aanstoot. Maar hij is gewoon een heraut.

Paulus zegt: "Ik werd daartoe afgevaardigd." Hij is de laatste daarvan. We hebben het op schrift en daarin lezen we dit ook zo; daarom heeft dit autoriteit. Hij is van Godswege afgevaardigd om als Zijn vertegenwoordiger, Zijn representant, dit te vertellen en te onderwijzen. En dat is wat wij ook kunnen doen: we kunnen dit gewoon herhalen en onderwijzen. Paulus zegt: "Dat is mijn taak. Daartoe ben ik neergezet." En dat is het woord dat we hebben.

Er is in mijn beleving – sterker nog, ik durf het rustig objectiever te zeggen, niet alleen subjectief: er is geen betere, mooiere, rijkere of grotere boodschap dan dit. Ik kan zelf ook niets mooiers verzinnen. Zou je me in een kamer zetten met de opdracht: "Ga nu eens iets verzinnen, het allermooiste voor deze wereld", dan zou het mooiste wat ik zou kunnen bedenken zijn dat er voor deze hele schepping, voor ieder creatuur, onsterfelijkheid en onvergankelijkheid in heerlijkheid is weggelegd. Voor iedereen. Iets mooiers kan ik niet verzinnen. Welnu, dit is wat God bestemd heeft voor de hele schepping. Er zijn mensen die dit nu al weten. Het zijn enkelingen, maar toch, wat een geweldig voorrecht. Ik meen dat ik alle reden heb om te zeggen: gefeliciteerd als je dit hoort en als je het ook mag verstaan, en als het in je hart geland is. Want het is het allergrootste en rijkste wat er is. En daar wilde ik het graag bij laten.

🎧 onsterfelijk & onvergankelijk
Delen: