GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de wet & het nieuwe verbond (1)

25-04-2021 - Geplaatst door Andre Piet
samenkomst gehouden op zondag 25 april 2021 in Benthuizen

Paulus begint in Romeinen 7 zijn uiteenzetting over de wet met het voorbeeld van een gehuwde vrouw die door de dood van haar man geen echtgenote meer is. De vergelijking van Israëls verbondsrelatie met die van een huwelijk tussen man en vrouw, is voor die wet kent niet vreemd. De situatie sinds het sterven van Christus is dat het oude verbond officieel beëindigd is. De consequenties van dit feit zijn verstrekkend…!
Dit is de eerste studie in een serie over Romeinen 7.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de overgang van het oude naar het nieuwe verbond aan de hand van de huwelijksmetafoor in Romeinen 7. Waar de wet onder het oude verbond de zondige hartstochten juist prikkelde, bevrijdt de dood van Christus de gelovige van deze wet. Net zoals een vrouw na het sterven van haar man vrij is, brengt de opstanding van Christus een nieuw leven voort. In dit nieuwe verbond ligt de verantwoordelijkheid volledig bij God, die Zijn wet in de harten schrijft door de Geest.

“Maar niemand wordt meer beheerst door zonde dan degene die probeert het niet te doen.”

Inleiding op Romeinen 7: de Wet en de Zonde ↑ hoofdstukken

In het gebed gaf ik het al even aan dat we ons vanmorgen ook gaan bezighouden met dat wat de apostel Paulus ooit heeft mogen onderwijzen. In dit geval – en dat is trouwens niet alleen in deze bijeenkomst het geval, maar ook in de nakomende – zullen we ons bezighouden met één specifieke brief en één hoofdstuk daaruit, namelijk Romeinen 7. Ik heb het deze titel meegegeven, niet direct ontleend aan de termen die Paulus daar in Romeinen 7 bezigt, maar hij refereert er wel duidelijk aan.

U ziet, het is nummer 1. Dat betekent dus dat we er meer gaan volgen. Of dat er twee of drie of misschien zelfs nog meer zijn, daar blijf ik van af. Dat is voor mij ook nog even een verrassing. Maar in ieder geval gaan we ons vanmorgen bezighouden met de eerste zes verzen van dat hoofdstuk: de wet en het nieuwe verbond.

Ik kan ter inleiding natuurlijk diverse dingen daarover zeggen. Bijvoorbeeld dat aan Romeinen 7 zes hoofdstukken voorafgegaan zijn, maar dat is niet echt nieuws natuurlijk. Maar ik zal u wel dit vertellen, dat is misschien wel goed om je van tevoren te realiseren: als Paulus vanaf hoofdstuk 7 vers 1 gaat schrijven, dan geeft hij daarbij toelichting op wat hij al eerder had aangestipt, en met name in hoofdstuk 6 vers 14. Daar lees je deze woorden, nogal explosief, zeker als je het ziet in het licht van wat traditioneel hierover geleerd wordt, ook in de theologie en vanaf de preekstoel. Want wat hij hier zegt is: als je onder de wet bent, dan is daarvan de consequentie dat zonde jullie heer zal zijn. Hij zegt het hier negatief: "Zonde zal jullie heer niet zijn, want jullie zijn niet onder de wet." Met andere woorden: als je onder de wet bent, dan word je beheerst door zonde.

In feite is dat het onderwerp van Romeinen 7. Vooral dat gedeelte waar we het vanaf de volgende keer over gaan hebben. Het komt nu al wel ter sprake, maar het gaat helemaal het onderwerp worden vanaf vers 7 van Romeinen 7. Dan zul je zien hoe Paulus dat ook heel krachtig beschrijft, maar ook nogal dramatisch. Hoe iemand onder de wet leeft, probeert vroom te leven voor God, zijn best doet, maar tot de ontdekking komt dat hoe meer hij probeert het goede te doen, hoe meer hij in een negatieve spiraal komt en des te negatiever is de uitkomst. Uiteindelijk eindigt Romeinen 7 dan ook met: "Ik ellendig mens." Daar is het hoofdstuk vooral ook bekend om. "Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?"

Hoe komt het nou dat hij die strijd zo beschrijft? In feite is dat hier al aangestipt: als je onder de wet bent, dan word je beheerst door de zonde. Dat kan niet anders. Als je probeert de wet te houden – en Paulus gaat in Romeinen 7 ook een heel concreet voorbeeld geven, namelijk het gebod "je zult niet begeren" – als je denkt dat je dat moet gaan doen en dat je daarmee aan het werk gezet wordt, dat jij vervulling moet geven aan die woorden, wat er dan in de praktijk gaat gebeuren is dat je des te meer gericht bent op de zonde. Je wilt de zonde voorkomen. Maar niemand wordt meer beheerst door zonde dan degene die probeert het niet te doen. Dat is in een notendop eigenlijk Romeinen 7.

Maar, en het zal u niet verbazen, Paulus beschrijft dit juist omdat hij een geweldig antwoord op die strijd, op dat conflict heeft. Dat is een antwoord dat verreweg de meeste mensen ontgaat. En dan bedoel ik ook in de officiële uitleg. Die denken dat de strijd in Romeinen 7 – dat van "ik ellendig mens, ik probeer het wel maar het lukt me niet" – dat dat eigenlijk het zalige christelijke leven is of zo. Het normale christelijke leven. Zo gaat dat nu eenmaal; tot je laatste snik is het de bedoeling dat je zo in dat conflict, in die strijd staat. Nou, dan ontgaat je toch het een en ander. Het lijkt mij in ieder geval reden genoeg om daar eens uitgebreid, en ook gewoon met precisie, kennis van te nemen. Wat zegt en wat leert de apostel hier?

Goed, dat was eigenlijk al de conclusie in hoofdstuk 6 vers 14. Vanaf hoofdstuk 7 vers 1 gaat hij dat toelichten. Laten we dan maar gewoon de koe bij de horens vatten en beginnen bij vers 1. Dan zullen we vanzelf wel zien wat we allemaal tegenkomen.

Paulus zegt dan dit: "Of weten jullie niet, broeders?" Dat is typisch Paulus. Hij zegt het heel vaak: "Weten jullie dat dan niet?", waarmee hij eigenlijk een appèl doet op het onderwijs dat hij al eerder had gegeven. Zo van: ik heb jullie eerder verteld dat, en is het jullie ontgaan misschien of is het kwartje niet helemaal gevallen? Vaak is het ook een aanleiding om nog eens de puntjes op de i te zetten en te zeggen: zo was het toch? Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik heb heel dikwijls dat zelfs dingen die ik zelf heb onderwezen – niet alleen onderwezen heb gekregen, maar ook dingen die ik zelf heb onderwezen – dat je ze na verloop van tijd toch weer vergeten bent. Je wist het wel, maar omdat je er niet aan herinnerd wordt, gaat het weer gemakkelijk in de vergetelheid.

Ik heb het ooit zelfs verteld dat ik een Bijbelstudie over een onderwerp had gegeven en later heb ik daar weer over gesproken. Toen heb ik gezegd: ik heb u hier nog nooit een studie over gegeven. Ik was het ook inderdaad volledig vergeten. Later was er iemand anders die mij op de website wees en ik dacht: daar heb je al een keertje over gesproken. Ik was het echt helemaal vergeten. Dat kan gebeuren. Nou weet ik dat mijn huisgenoten al meteen weer een andere opmerking hebben en die zeggen: "U vergeet van alles." Maar goed, daar zullen we het verder even niet over hebben. Dit is wel iets heel menselijks. Maar nu nog iets.

Tot Wie Spreekt Paulus over de Wet? ↑ hoofdstukken

Hij zegt: "Ik spreek tot degenen die de wet kennen." Dit is een belangrijk punt waarmee hij aangeeft dat wat hij nu gaat vertellen, specifiek bedoeld is voor zijn Joodse lezers. Die kenden de wet; die waren daar immers mee groot geworden. Hij spreekt niet tot degenen die niet onder de wet zijn, want in de Bijbel is het zo dat Israël als volk onder de wet staat – stond, moet ik correct zeggen. Aan Israël is de wet ooit gegeven, niet aan de natiën. Dus dit is heel specifiek voor het volk van Israël.

Dit is trouwens ook weer – ik zeg het eigenlijk min of meer als vanzelfsprekend – maar in het algemeen is dit in de kerkelijke, christelijke wereld nou niet bepaald gemeengoed. Men zegt vaak: "De wet is eigenlijk voor alle mensen," en de wet wordt ook elke week voorgelezen in de kerk, want dat zouden de leefregels zijn die gelden voor alle mensen. Nou, ik zal u dit vertellen: dat wat er in de Tien Geboden staat – of in de Tien Woorden op de stenen tafelen – dat was een woord dat God gaf aan Zijn volk, aan Israël. Niet aan Adam, maar 2500 jaar later. En dan niet aan de hele mensheid, maar aan één volk dat Hij uit Egypte had geleid. Zo begint het ook: "...die u uit het land van Egypte geleid hebt." Dus dan weet je ook meteen aan wie die stenen tafelen gegeven werden. Hoe duidelijk kun en wil je het hebben, denk ik dan.

Maar goed, dat is in feite de adressering. Dat betekent dus ook dat als ik nu dit vertel... Ik ben zelf uit de natiën en de meesten van u zijn dat ook. We hebben ook niet die Joodse achtergrond. Dan zou je kunnen zeggen: wat hebben wij met dat onderwijs te maken? Want wij zijn dan niet mensen die van huis uit de wet kennen; wij zijn niet Joods van origine. Maar dan moet ik er toch bij zeggen dat ook dit wel degelijk... Paulus schrijft dit aan de gelovigen in Rome, ook aan degenen uit de natiën. Dus wel degelijk aan zijn hele lezerspubliek, maar specifiek zou dit voor hen ook bekende stof moeten en kunnen zijn. "Ik spreek tot degenen die de wet kennen," die worden hier geadresseerd.

En dan zegt hij dit: dat de wet heer is van de mens. Of dat de wet heerschappij voert over de mens, zegt de NBG-vertaling dan, zolang hij leeft. Weten jullie dat dan niet? Eigenlijk is dit natuurlijk nogal een open deur intrappen, zou je zeggen. En toch is het met reden dat Paulus dit nog eens eventjes onderstreept. Waarom? Nou, dat blijkt uit het navolgende. Maar kijk, in het algemeen is dit een open deur intrappen: de wet voert heerschappij over levende mensen, is heer van een mens of beheerst een mens zolang die leeft. Als je dood bent, dan kan er niks meer tegen je gezegd worden. Ik bedoel, een dode kan niet door het rode stoplicht rijden. En als hij het wel zou doen – ook bizar natuurlijk wat ik nou zeg – dan kan hij ook niet bekeurd worden. Dus ja, dat bedoel ik. Dat is een open deur intrappen, ja. De wet voert heerschappij over de mens zolang hij leeft. Maar ik moet erbij zeggen: dit is juist onderwijs dat hij geeft aan degenen die de wet kennen. En nu komt het. Want, zegt hij...

De Illustratie van de Gehuwde Vrouw ↑ hoofdstukken

De gehuwde vrouw is wettig aan de levende man gebonden. Ik moet dat even goed neerleggen. De gehuwde vrouw – en nu ga ik iets zeggen wat voor de feministen onder ons, voor zover aanwezig, even moeilijk en zwaar te verteren is, evenals voor iedereen die genderneutraal georiënteerd is – maar het woord 'gehuwde vrouw' is in het Grieks hypandros. Andros heeft ook met mijn eigen naam te maken: mannelijk. Andros betekent man of mannelijk en hypandros betekent eigenlijk 'onder-man'. Een gehuwde vrouw staat onder de man.

Ik mocht gisteren nog een huwelijksdienst leiden en daar heb ik dit fenomeen ook besproken. Je ziet daar een bepaald beeld – ik weet niet of het plaatje helemaal uit de verf komt – maar wat doet de vader van de bruid? Hij geeft de bruid aan de bruidegom. In feite is dat precies de transactie die plaatsvindt bij een huwelijk. De bruid was van de ouders en stond onder de verantwoordelijkheid van de ouders, in het bijzonder de vader, die het hoofd is van het huis. Ik vind het allemaal heel logisch en vanzelfsprekend, maar je moet het tegenwoordig eigenlijk niet meer hardop zeggen. Dat doe ik dus nog wel. En dan zeg je: "Ja, maar dan moet je het in ieder geval niet op internet zetten." Nou, dat doe ik dus ook. We bekijken wel wat voor gevolgen dit heeft.

Het idee is simpel: de bruid stond onder de verantwoordelijkheid, maar ook onder de zorg van de vader. De vader was verantwoordelijk voor zijn dochter. Dat is wat er bij een bruiloft idealiter gebeurt: de vader van de bruid overhandigt of draagt zijn dochter over aan een andere man. De gedachte daarachter is: "Ik heb al die tijd voor deze dochter gezorgd en ben verantwoordelijk voor haar geweest. Denk erom dat jij nu goed voor haar zorgt, want jij bent nu verantwoordelijk voor haar welbevinden, zoals ik dat tot dusver was." De verantwoordelijkheid gaat van de vader over naar de man, de echtgenoot. Dat is het idee van een gehuwde vrouw; ze is 'onder de man'. Dat is wat een huwelijk in essentie is. Het heeft niets met een boterbriefje te maken, maar met de vader die de zorg overdraagt aan de echtgenoot.

Die gehuwde vrouw is wettig aan de levende man gebonden. Dat is uiteraard ook wat bij het huwelijk wordt uitgesproken: trouw tot de dood scheiding maakt. Ik weet eigenlijk niet of dat officieel in het gemeentehuis nu nog wordt voorgelezen, want dat is tegenwoordig ook allemaal erg veranderlijk, maar dat is in ieder geval het hele idee. De gehuwde vrouw is wettig aan de levende man gebonden. In het geval echter dat de man sterft, is zij ontslagen van de wet van de man. De dood maakt scheiding. Op het moment dat de echtgenoot sterft, is het huwelijk ten einde. Dan is die vrouw dus ook ontslagen van de wet van de man.

Paulus formuleert dit met opzet zo: 'de wet van de man'. Hij spreekt immers tot degenen die de wet kennen. Het punt is dat het oude verbond vergeleken wordt met een huwelijksrelatie. Dat zie je in talloze Schriftplaatsen terug, inclusief de termen die daarbij worden gebruikt. Israël was getrouwd met de Heer. Als Israël andere goden achterna liep, werd dat vergeleken met overspel of echtbreuk. Ze was immers getrouwd met dé Man, haar Heer, haar God. Wanneer zij andere goden achterna loopt, is dat feitelijk overspel.

Bij de berg Sinaï vond de bruiloft plaats; daar werd het verbond gesloten. Ze was vervolgens op weg naar de echtelijke woning: het land Kanaän. In al die beeldspraak zegt de Heer bijvoorbeeld bij monde van Jeremia op een gegeven ogenblik: "Wat doet mijn geliefde eigenlijk in mijn huis? Wegwezen!" Dat is wanneer zij zich afgeeft met andere mannen, oftewel andere goden. Dan stuurt Hij haar inderdaad het huis uit. Het oude verbond was een huwelijksrelatie en daar wil ik op inzoomen. U zag het al op de eerste dia: de wet en het nieuwe verbond. Waar het om gaat, is het verschil tussen het oude en het nieuwe verbond.

Het Oude en het Nieuwe Verbond ↑ hoofdstukken

De termen 'oude verbond' en 'nieuwe verbond' zijn niet zomaar ontleend aan het Nieuwe Testament, maar aan woorden die we al aantreffen in de Hebreeuwse Bijbel. Jeremia is de eerste, en eigenlijk ook de enige, die het op die wijze formuleert: het oude verbond wordt beëindigd en vervangen door een nieuw verbond. Ik ga met u naar Jeremia 31 vers 31 – makkelijk te onthouden. Daar staat: "Zie, de dagen komen, zegt JAHWEH, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten." Dus niet met een deel van dat huis, nee, met heel het huis van de twaalf stammen, inclusief Juda. God gaat een nieuw verbond sluiten met hetzelfde volk als waarmee Hij het oude verbond sloot. Dit is theologisch explosief, want in de gangbare theologie wordt vaak geleerd dat God een verbond sloot met Israël onder het oude verbond, maar dat Hij het nieuwe verbond sluit met de kerk. Dat kunt u wel shaken, want dat is niet zo. Het nieuwe verbond sluit Hij met hetzelfde volk als waarmee Hij het oude verbond ooit sloot: met het huis van Israël en het huis van Juda, kortom alle twaalf stammen, de tien en de twee.

In vers 32 staat erbij: "Niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen sloot ten dage dat Ik hen bij de hand nam om hen te doen uitgaan uit het land Egypte." Dat was het begin van het oude verbond. U begrijpt dat als je spreekt van een oud verbond, dit suggereert dat er ook een nieuw verbond is. Dat verbond dat bij de berg Sinaï gesloten werd toen ze uit het land Egypte geleid waren, was dus een tijdelijk verbond. Het loutere feit dat er een nieuw verbond aangekondigd wordt, geeft aan dat het oude verbond inmiddels beëindigd zal zijn. God heeft een toekomst en een plan met Zijn volk, met de twaalf stammen. Wat was er mis met het oude verbond? Er staat: "Mijn verbond dat zij teniet deden." Ze hielden zich er niet aan. Zo gaat dat ook in een huwelijk: het moet van twee kanten komen. Bij dit oude verbond kwam het maar van één kant.

Er wordt hier gezegd: "ten dage dat Ik hen bij de hand nam om hen te doen uitgaan uit het land Egypte... Mijn verbond dat zij teniet deden, hoewel Ik hen getrouwd had." Dat is eigenlijk de reden waarom ik dit aanhaal: het oude verbond is een huwelijksverbond. Er staat: "hoewel Ik hen getrouwd had," en Ik dus ook verantwoordelijk voor hen was. Dat zegt JAHWEH. Deze waarheid loopt als een rode draad door de hele Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament. De termen Oud Testament en Nieuw Testament zijn trouwens ook ontleend aan deze zelfde schriftplaats. Als u een Statenvertaling hebt, dan wordt het woordje verbond in het Nieuwe Testament vaak vertaald met 'testament'. Dat is een heel ongelukkige vertaalfout, want een verbond is geen testament. Een verbond wordt gesloten tussen twee partners, terwijl een testament in feite een eenzijdige wilsbeschikking is. Een testament suggereert ook dat je het alleen opmaakt omdat je gaat overlijden, maar dat is hier niet het idee. Het gaat om een verbond, niet om een testament. In Jeremia 31 leest u dus al dat God een nieuw verbond zou sluiten en dat het oude verbond het karakter van een huwelijk had.

We gaan weer terug naar Romeinen 7. Daar staat: "dus dan zal zij bij het leven van de man als echtbreekster betiteld worden, indien zij van een andere man wordt." Kortom, als die gehuwde vrouw zich afgeeft met een andere man terwijl haar eigen man nog leeft, dan heet ze een echtbreekster. Zo zal ze dan betiteld worden. "Maar," staat er, "indien de man sterft, is zij vrij van de wet." Het hele idee is dit: Paulus spreekt tot degenen die de wet kennen. Je wordt geacht deze hele gedachte van het huwelijk en de wet – de man en de vrouw – te kennen. Je wordt ook geacht te weten dat wanneer hij het heeft over de vrouw, dit over Israël gaat, en als het gaat over de man, we het hebben over de Heer.

Nu moet ik erbij zeggen: degene die de Heer representeert, Zijn icoon, zo heet Christus. Gods icoon, Gods beeld. Is Hij God? In beeldspraak wel. Dat is trouwens ook theologisch explosief. Hij beeldt God uit. Net zoals wanneer je een beeld van Abraham Kuyper ziet, dan zeg je: "Dat is Abraham Kuyper." Een ander kan zeggen: "Nee, dat is niet Abraham Kuyper, dat is een beeld van Abraham Kuyper." Maar dat is beeldspraak; zo gebruiken we dat. Ik laat een foto zien en zeg: "Kijk, dat is mijn vrouw." Dan zegt iemand: "Nee, dat is niet je vrouw, je vrouw zit daar." Maar dat zijn heel normale stijlfiguren die we altijd bezigen en niemand valt daarover. De Heer Jezus Christus is het beeld van God. Er is maar één God, maar Hij is het beeld en Hij vertegenwoordigt ook God.

Het was de Heer Zelf die ooit een verbond sloot met Zijn volk in de dagen van de uittocht, van de Exodus. Toen begon dat oude verbond en toen de Messias kwam, kwam Hij als vertegenwoordiging van de Heer Zelf. God zond Zijn Zoon, eigenlijk ook Zijn erfgenaam, en Hij stierf. "Indien de man sterft, is zij vrij van de wet." Laat ik de zin in zijn geheel lezen: "zodat zij geen echtbreekster is als zij van een andere man wordt." Met andere woorden: als de man nog leeft, is zij een echtbreekster als die vrouw het eigendom wordt van een andere man. Dat is overspel. Maar als de man gestorven is, dan is het huwelijk ten einde en kan ze inderdaad van een andere man worden. Dat is het hele idee. Begrijp me goed, dit zijn vanzelfsprekendheden; dingen die men geacht wordt te weten, zeker zij die onder de wet zijn. Het is geen ethiek; ik spreek hiermee geen oordelen uit over wat een mens moet doen. Dat is hier het punt niet. Paulus' insteek is hier niet om onderwijs te geven over het huwelijk; hij veronderstelt deze dingen als bekend. Nu is het natuurlijk een hele goede vraag: wie is die andere man? We gaan doorlezen: "Zo dan, mijn broeders..."

Gedood voor de Wet Door het Lichaam van Christus ↑ hoofdstukken

Ook jullie werden gedood voor de wet. En daar staat een zaakje bij: hoe dan wel? Nou, door het lichaam van Christus. Nu wordt het plaatje compleet, want wat hij nu zegt, is dat het huwelijksverbond werd beëindigd. Hoe dan wel? Wel, de Heer – namelijk Zijn representant, Zijn vertegenwoordiger – stierf bij de dood van Christus. Er staat bij: jullie werden gedood voor de wet door het lichaam van Christus. Normaal gesproken is deze term vooral gereserveerd voor de Ecclesia, maar hier gaat het over het fysieke lichaam. De Heer stierf aan het kruis en door Zijn dood werd inderdaad het verbond beëindigd.

En jullie – nu komt het – de Man stierf. Jazeker, de Heer stierf. Maar, en nu komt het, hij zegt ook: jullie werden gedood. Dat is een wat vreemd verhaal. Je hebt de man en je hebt de vrouw; je hebt de Heer en je hebt het volk. Daar werd een verbond gesloten. De Man stierf en dus is het verbond beëindigd. Maar Paulus zegt ook: ook jullie werden gedood voor de wet. Daar zou je over kunnen struikelen. Hoezo? Als de man sterft, dan sterft de vrouw toch niet? Jawel! Vroeger gebruikten we dat meestal met een knipoog over een bruiloft en dan zeiden we: ja, wanneer de man trouwt, dan is dat in feite de begrafenis van de vrijgezel. Op het moment dat de man zijn jawoord geeft, dan is de vrijgezel niet meer; dat is in feite het einde van de vrijgezel. Dat geldt in feite ook hiervoor. De Man stierf, maar dat betekent dus ook het einde van de vrouw, namelijk als echtgenote. Zij is niet langer de echtgenote meer. Op het moment dat de Man sterft, is de echtgenote geen echtgenote meer. En dan zegt hij: ook jullie werden daarmee gedood. Dus de Man stierf, de Heer stierf, de Heer van het verbond stierf. Maar daardoor is ook de vrouw overleden, of althans: zij is niet langer meer de vrouw. Dat is de gedachte: ook jullie werden gedood voor de wet door het lichaam van Christus.

Om het even schematisch voor te stellen: ooit in het jaar 2500 – en dat bedoel ik letterlijk, gerekend vanaf Adam – werd bij de Sinaï de wet gegeven. Dat was de aanvang van het oude verbond. En 1500 jaar later kom je uit in het jaar 4000 Anno Hominis, wat 'het jaar van de mens' betekent. Toen werd het oude verbond beëindigd. Eigenlijk gebeurde dat al drieënhalf jaar eerder, maar in ieder geval in die laatste zeven jaar van die periode werd het oude verbond beëindigd. Die periode heeft in zijn totaliteit 1500 jaar geduurd: 500 jaar van de Sinaï tot Salomo, 500 jaar van Salomo tot Kores en nog weer 500 jaar tot aan de dood van Christus en de steniging van Stephanus. Dit is het idee van het oude verbond: hier begon het, daar eindigde het. Dat was het einde van het oude verbond.

U weet wellicht dat de Heer, toen Hij met de discipelen in de opperzaal was, in de nacht dat Hij werd overgeleverd, nog met hen de maaltijd heeft gehouden. Toen zei Hij ook: 'Dit is het bloed van Mijn verbond.' In Mattheüs lees je dat Hij sprak over het nieuwe verbond. Op het moment dat je spreekt over een nieuw verbond, heb je het oude eigenlijk voor verouderd verklaard, toch? Toen Jeremia als eerste sprak van een nieuw verbond, was daarmee het bestaande verbond al verouderd. De Hebreeënbrief zegt daarbij ook: 'Wat verouderd is, is nabij de verdwijning.' Dat moet u niet al te persoonlijk opvatten, van: 'O, ik verouder, dus ik ben nabij de verdwijning', maar in feite is het wel zo. Toen de Heer stierf, was het oude verbond in feite voorbij, al heeft het in de bediening nog veertig jaar geduurd voordat de tempeldienst in Jeruzalem met geweld werd beëindigd.

Zo dan, mijn broeders, ook jullie werden gedood voor de wet door het lichaam van Christus om van een ander te worden, namelijk van Degene die uit de doden opgewekt wordt. Misschien is het goed om die opmerking er even bij te maken. Ik kan me voorstellen, zeker als je hier voor het eerst bent en je de brieven van Paulus niet zo goed kent, dat zijn onderwijs heel diepgravend is. Romeinen 7 hoort daarbij. Hij gaat uit van een bepaalde kennis en spreekt tot degenen die de wet kennen. Zij zouden dit soort gedachtegangen die hij nu onderwijst, moeten kennen. Als u zegt: 'Ja, maar ik snap dat allemaal niet', dan heb ik daar volledig begrip voor. Maar goed, we volgen gewoon de apostel Paulus zoals hij dat hier uiteenzet.

Hij zegt dus: de Man stierf. Maar dat betekent dus dat de vrouw, Israël, nu ineens vrij is om van een ander te worden. En die 'ander' is er ook, en Die heeft ook niet lang op Zich laten wachten. Want de Man stierf en drie dagen later werd die Man opgewekt. In feite is dat een ander. U zegt: 'Ja, maar dat is toch Dezelfde?' Ja, het is ook weer Dezelfde, maar nu in een hele nieuwe conditie, in een hele nieuwe toestand. Want het is eigenlijk heel vreemd zoals Paulus het zegt: jullie werden gedood voor de wet door het lichaam van Christus om van een ander te worden, namelijk voor Degene die uit de doden opgewekt wordt. Dan zou je kunnen zeggen: dat is toch hetzelfde als de Christus die stierf? Ja, dat is ook zo, maar met dit verschil: de ene was in oudheid en de andere is nieuw. Letterlijk ook nieuw. Die kan ook niet meer sterven; Hij heeft de dood achter Zich gelaten. Hij is opgewekt en dat is werkelijk een totaal nieuwe status.

Opstandingsleven in Christus ↑ hoofdstukken

Nieuw leven, houd dit vast: nieuw leven. En Paulus zegt er ook bij: als dat het geval is, sinds de opstanding van Christus, sinds Hij uit de doden opgewekt is en er nieuw leven is, is Israël dan officieel vrij van de wet? Het oude verbond is beëindigd. Let wel, niet de wet is beëindigd. Die wet is er nog wel, alleen de relatie die zij regelt, die is ten einde. De man stierf en daarmee is het huwelijk ten einde. En de vrouw is ook niet meer de vrouw van de man, namelijk de echtgenote. Dus de relatie is voorbij.

Nou, en dat betekent in feite – en daar moet u even goed over nadenken – dat het jodendom dat oude verbond conserveert, bewaart. Conservatief betekent eigenlijk gewoon 'bewaren'. Het is een, zoals het moeilijke woord luidt: anachronisme. Dat wil zeggen dat het eigenlijk uit de tijd is. Het oude verbond is beëindigd, dus een religie als het jodendom, die dat oude verbond nog steeds bestendigt, doet alsof de Messias niet gekomen is. Dat gelooft het jodendom trouwens ook niet; ze zeggen dat die Messias nog helemaal niet gekomen is. Nou, die is wel gekomen. Sterker nog: Hij is gestorven en Hij is opgewekt. Opgewekt, en dat is de actuele situatie. De Messias leeft!

Israël is vrij van de wet. En u zegt: wij als gelovigen uit de natiën? Ja, wij waren sowieso nooit onder de wet. Maar voor hen die onder de wet waren, voor wie die stenen tafelen en al die bepalingen van Mozes gegeven waren, is die relatie oud en beëindigd. En dat betekent dat er een hele nieuwe situatie ontstaan is, want nu is er Iemand die uit de doden is opgewekt. Hij leeft! En dat betekent ook dat Israël vrij is om het eigendom van een ander te worden. Om van een Ander te worden, namelijk van Degene die uit de doden opgewekt is, opdat we vrucht zouden dragen voor God in dat nieuwe leven.

Inderdaad, we spraken van vrucht. Want u weet het: als de dood voorbij is, als de dood achter je ligt, dan is wat er resteert nieuw leven! Dat moesten die druiven zo mooi illustreren. U weet hoe dat gaat met druiven, toch? Ze worden geplukt en vervolgens worden ze geperst. En vervolgens komt dat spul in de kelder. Na verloop van tijd komt het uit de kelder en dan is het ineens geestrijk vocht geworden waar je vrolijk van wordt. Dat is heel eigenaardig, hè? Het gaat als druivensap de kelder in en dan komt het, als uit het graf van onder de aarde, weer tevoorschijn en dan is het geestrijk vocht geworden. Dat spreekt van nieuw leven. Ja, daar word je blij van. Van die dingen zijn dit soort emblemen en symbolen een beeld.

Omdat we vrucht zouden dragen. En ik zal u dit vertellen: op het moment dat een mens bevrijd is van de last van de wet en van wat hij moet doen, dan ben je vrij. En weet u wat het geweldige is? Als je Hém kent die nieuw leven heeft en je leeft in datzelfde leven, voorbij het graf, en je weet ook dat Hij het gaat doen... ja, dan ga je vrucht dragen. Waarom? Omdat het niet meer van jou afhangt. Eigenlijk loop ik nu een beetje voor de muziek uit, want dit is precies wat Paulus gaat onderwijzen.

Laten we nog even verder gaan naar vers 5: "Toen wij in het vlees waren." Dat betekent: in tegenstelling tot nu dus. Nu zijn we niet meer in het vlees, want wij leven nu een nieuw leven. Dat is geen theorie, dat is gewoon een feit. God ziet ons aan in Christus die opgewekt is uit de dood. De zonde is voorbij en er is nieuw leven. Kijk, als u zegt: "Ja, maar zo reken ik niet", dan is dat uw probleem. Zó kijkt God. Als je wilt weten wie je bent, dan moet je gewoon kijken hoe God de dingen beoordeelt. En God zegt: "Jij bent volmaakt." Niet: "Doe je best om volmaakt te worden", nee: "Je bent het." Als ik in de spiegel kijk of als ik aan andere mensen vraag hoe zij over me denken... het enige wat relevant is, is: hoe kijkt God naar jou?

Dat was trouwens al Romeinen 5 en Romeinen 6. Wij zijn één plant geworden met Hem die uit de doden opgewekt is. De zonde ligt achter ons en Hij vervult Zijn wil in ons. Dat is nieuw leven. En ik weet wat de reactie is van de mensen, zeker van godsdienstige mensen die hun hele leven tobben tegen de zonde. De strijd tegen de zonde... ik heb het vaak genoeg gehoord in allerlei formulieren: dat we ons hele leven zouden strijden tegen de zonden. Wat nooit lukt! Het is een hopeloze strijd. Nou ja, dat is waar de rest van Romeinen 7 over gaat. "Maar we zijn er wel toe geroepen", zegt men dan. Nee, er is nieuw leven en je bent volmaakt. Het eerste waar het om gaat, is dat je weet wie je bent. En als je wilt weten wie je bent, dan moet je het niet aan je buurman vragen of in de spiegel kijken, maar dan moet je vragen: "Hoe denkt God over mij?" En God zegt: "Zo ben je." Dat is je identiteit, en leef daaruit.

En als mensen zeggen: "Ja, maar dat is wel erg makkelijk", dan zeg ik: dat bedoel ik! Het is daarom ook gewoon een gift. Ga daarop staan. Dat is in feite het hele onderwijs van de Romeinenbrief. Nou, niet alleen van de Romeinen, ook van de Korinthiërs. Daar gaat het om, daar staan wij op. Zo rekent God. En dan sta je 's morgens op... leuk hè? Dan sta je 's morgens op en dan moet je wel met het goede been naar bed stappen. Daarmee bedoel ik – volgens mij is dat de achtergrond van die uitspraak, ik weet het niet zeker hoor, maar het zou wel mooi zijn – als je met het goede been naar bed stapt, dat is het rechterbeen, dan heeft dat voorrang. En dan ga je staan op deze bodem, elke dag weer opnieuw. Dat is opstandingsleven. Hij is uit de doden opgewekt, Hij is mijn leven. Oké, "toen wij in het vlees waren..."

De Wet Prikkelt de Zondige Hartstochten ↑ hoofdstukken

Werkten de hartstochten van de zonden – dat betekent gewoon de zondige hartstochten – die door de wet zijn in onze leden. Lees wat hier staat. Ik weet dat mensen zeggen van: "Ja, maar als jij niet onder de wet blijft, dan blijf je maar zonde doen." Paulus zegt: het is precies omgekeerd. Weet u, als je onder de wet leeft, dan worden de zondige hartstochten juist geprikkeld. Zo staat het in de MBG-vertaling trouwens ook: de hartstochten van de zonden die door de wet geprikkeld worden in onze leden, die door de wet zijn.

En natuurlijk komt dan de vraag: is die wet dan zondig? Dat staat er voor de volgende keer; nee, dat is het punt niet in de wet, maar dat is de wijze waarop de mens de wet leest. Die zondige hartstochten worden door de wet geprikkeld, want ik zei u al: degene die onder de wet is, die wordt beheerst door de zonde. Ik herhaal: niemand wordt meer beheerst door de zonde dan degene die daar altijd tegen moet strijden. "Je mag niet begeren" – waar denk je dat dit op uitloopt?

Ja, we kennen allemaal het psychologische fenomeen van: "Denk niet aan blauw." Om die zin überhaupt zelfs te begrijpen, moet je eerst aan blauw denken. Mensen die zeggen: "Nou, dat mag ik niet," en dus proberen ze het. Hoe meer ernst je daarmee maakt, hoe meer je ook beseft: het werkt juist contraproductief, zoals dat met een mooi woord heet. Dat werkt precies de andere kant op. Juist daardoor word ik beheerst door de zonde. En Paulus zegt het ook: die zondige hartstochten die door de wet zijn in onze leden, die worden daardoor geprikkeld. Ja, en dat betekent in de praktijk vrucht dragen voor de dood. Want ik zei al, dat is contraproductief. In feite leeft een mens daar ook niet, want je bent altijd aan het vechten.

Het is hopeloos. Want dat zegt men ook, vanuit het algemeen wordt er gezegd: "Ja, we moeten strijden tegen de zonde." En als je dan de vraag stelt: "Maar lukt dat?" Nee, dat lukt niet, want elke dag falen we. Maar waarom moet je dat dan toch nog doen? "Om te ontdekken dat je faalt." Nou, dat hoef ik niet te ontdekken als ik dat op voorhand al weet. Ja, ik moet zeggen: ik snap de logica daar ook niet van. Waarom moet ik in een strijd strijden waarvan op voorhand vaststaat dat ik die niet kan winnen? Als God dat dan van tevoren ook zegt.

Ja, u zegt van: "Ja, maar jij snijdt de bocht af." Ja natuurlijk, maar dat is toch zo? Je snijdt de bocht af. Als God dat van tevoren nou zegt; Hij verwacht daar niks van, van jouw activiteiten en van jouw vrome prestaties. Nou, weet u wat het is? Het is gewoon vrucht dragen voor de dood. Je leeft dan niet echt. Het is ook hopeloos. Trouwens, hopeloos is voor mij hetzelfde als inderdaad niet leven. Want hoop doet leven, toch? En als ik iets moet doen waarvan op voorhand vaststaat dat het niet lukt, dat is dus hopeloos, hè? Of heeft u een ander woord daarvoor? Ik vind dat echt hopeloos, hoor. Nou, dan leef je niet dus. En dan draag je wel vrucht, maar wel hele wrange vruchten, hoor. Voor de dood dus, ja, inderdaad.

Maar nu werden wij... en Paulus spreekt tot degenen – ik herhaal het – hij spreekt tot degenen die de wet kenden. Hij spreekt tot het volk, tot in feite de vrouwen die in een verbondsrelatie met de Heer stonden. Maar nu werden wij ontslagen van de wet, ontheven. Ja, waarom? Waarin wij stervende werden vastgehouden. Dat oude verbond, wat niet erg succesvol was. Ja, waarom zou God anders een nieuw verbond aankondigen? Kennelijk omdat het oude niet voldoet.

Maar hij zegt: wij werden ontslagen van de wet. Nogmaals, gelovigen uit de natiën stonden nooit onder de wet, maar zij die onder het oude verbond waren, die zijn nu dus ook ontslagen van de wet. Waarom? Ja, de man stierf en de vrouw is niet meer de vrouw van de man. Oké.

Ontslagen van de Wet: Geest Versus Letter ↑ hoofdstukken

Wij zijn daar dus van ontslagen. Nogmaals: niet de wet is beëindigd, maar ze is niet meer van toepassing op die relatie. Het is de bedoeling dat we slaaf zouden dienen in nieuwheid van Geest en niet in oudheid van letter. Waar hebben we het hier over? Dit is precies de terminologie die gebezigd wordt voor het oude verbond en het nieuwe verbond. Want het nieuwe verbond slaat op de Geest en de oudheid van de letter slaat op het oude verbond. Gelooft u het niet? We gaan even naar 2 Korinthe 3. Daar staat dit. Paulus schrijft daar – in mijn Bijbeltje staat er boven: 'Het oude en het nieuwe verbond' – en ik val midden in de zin in vers 3 van hoofdstuk 3: "...door onze bediening geschreven, niet met inkt, maar met de Geest van de levende God, niet in tafelen van steen" – dus de stenen tafelen die God ooit via Mozes aan Israël gaf – "niet in tafelen van steen, maar in tafelen van vlezen harten." In het hart dus.

Niet in steen, maar echt in levend materiaal. Een nieuw verbond. Niet van de letter – aha, dus het oude verbond heeft te maken met de letter – maar van de Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Ik weet dat mensen die de Bijbel niet kennen, dit geheid fout citeren. Hoe vaak heb ik het niet gehoord? Kent u dat? Mensen die zeggen: "We zijn bezig met de Schrift", en dan hebben ze de klok horen luiden maar weten ze niet waar de klepel hangt. Dan zeggen ze: "Oh, maar die Bijbel joh, de letter doodt toch?" Dan weten ze niet waar het over gaat. Het gaat hier namelijk niet over de woorden van de Schrift. De woorden van de Schrift zijn juist leven; het Woord is levend.

De letter slaat op de stenen. Er staat trouwens ook bij: "Indien echter de bediening van de dood, gebeiteld in stenen..." Ze kwam weliswaar in heerlijkheid, maar was voorbijgaand. Paulus zegt: het was een bediening van de dood. Het oude verbond was een bediening van de dood en ook een bediening van veroordeling. Dat zijn trouwens de dingen die hij in de navolgende verzen ook zegt. Zo krijg je dit verhaal: het oude verbond en het nieuwe verbond. Het ene heet de letter, het andere heet de Geest. Het ene is gebeiteld in stenen – stenen tafelen, tabletten, 'tablets' – en het andere is geschreven in harten.

Niet op stenen tafelen die op de mens gelegd worden, zo van: "Nou, dat mag jij gaan doen." En u weet hoe het ging op de dag dat die stenen tafelen aan de mens gegeven werden. Wat gebeurde er toen? Ze werden gebroken. Dat is eigenlijk illustratief voor het hele oude verbond: op het moment dat het op de mens gelegd wordt met de boodschap "dat moeten jullie gaan doen", zit de frustratie er op voorhand al in gebakken.

Toen gaf God een nieuwe stenen tafel en die werd bewaard in de ark. Daar waren ze veilig; dat is trouwens het beeld van het nieuwe verbond. Maar goed, het nieuwe verbond wordt geschreven in harten. Het oude verbond doodt, het nieuwe verbond heeft te maken met leven. En niet alleen maar leven, het maakt ook levend en het zorgt ervoor dat je leeft.

Kijk, nu ga ik nog even terug – en dat is het laatste – naar Jeremia 31, de laatste schriftplaats. Ik had het al eerder over Jeremia 31 en toen citeerde ik uit vers 31 en 32 dat God een nieuw verbond aankondigt. Wat is nu het karakteristieke van het nieuwe verbond? Dat moet u weten. Ik heb het eigenlijk al door laten schemeren, maar nu ga ik het ook echt expliciet laten zien. "Dit is het verbond dat Ik zal sluiten met het huis van Israël na deze dagen" – de laatste dagen, in de dagen van de Messias. Dat klinkt dubbelzinnig en dat is het ook, want er zit nog een heel interval tussen van verborgenheid. Maar goed: "Ik zal mijn wet in hun binnenste geven en op hun hart zal Ik die schrijven."

De Essentie van het Nieuwe Verbond: God Zal het Doen ↑ hoofdstukken

Ik zal hen tot God zijn en zij zullen mij tot volk zijn. U ziet wat ik iedere keer vetgedrukt heb en met kapitaalletters heb geschreven en afgebeeld: "Ik zal". In dit geval gaat het om Israël. Want zoals ik al zei, wordt het nieuwe verbond met hetzelfde volk gesloten als het oude verbond. Het oude verbond is ten einde en het nieuwe verbond moet nog gesloten worden, maar de essentie, de basis ervan, ligt er al.

En wat is de essentie van het nieuwe verbond? Dat er niets meer verwacht wordt van Israël, of van de mens in het algemeen. God zegt: "Ik beloof". En als God zegt: "Ik beloof dat Ik dit ga doen", bij wie ligt dan de verantwoordelijkheid? Een belofte maakt schuld. Als God zegt dat Hij het gaat doen, wie moet er dan doen? Nou, dat is het nieuwe verbond. Er wordt niets geëist. Daarom is dat nieuwe verbond ook een onvergankelijk verbond. Dat oude verbond ging immers mis omdat het aan de mens toevertrouwd werd, en u weet wat er gebeurt als je iets aan de mens toevertrouwt: dan gaat het geheid verkeerd.

Daarom ben ik zo blij met dit goede bericht. God zegt eigenlijk: "Ik verwacht helemaal niets meer van dat zooitje ongeregeld" — om het zo maar even te zeggen. "Nee, ik verwacht daar helemaal niets van, maar jullie hoeven ook helemaal niets te doen. Ik ga het doen. Ik zal." Zo stond het er toch: "Ik zal dat verbond sluiten en Ik zal mijn wet in hun binnenste geven." Het wordt niet meer van buitenaf opgelegd, zoals onder de wet. Nee, het wordt in de harten geschreven, zodat God Zichzelf daar verantwoordelijk voor stelt. "Ik zorg ervoor dat jullie de wet van harte gaan doen." Alsjeblieft, dat is het nieuwe verbond.

De essentie is dat God zegt: "Ik zal dat, Ik beloof het". En: "Jullie zullen". Dat betekent tussen twee haakjes ook dat de wet daarmee eigenlijk vervuld wordt. Want als er staat: "Gij zult de Heer, uw God, liefhebben", dan is dat in feite een aankondiging. Jullie zúllen de Heer, je God, liefhebben. Het is niet: "Je moet". Zo wordt het oude verbond in de kerken altijd gepredikt: "Je moet de Heer, je God, liefhebben; jij moet dat gaan doen, ga je best maar doen."

Nee, dat is net zoiets als wanneer God tegen Abraham zegt: "Gij zult een vader van vele volkeren worden". Dat was geen opdracht; niemand die dat op eigen kracht haalt. Dat was een belofte: "Jij zult een vader van vele volkeren worden". En jij kunt dat niet? Geen probleem, Ik doe het, want Ik verwek leven uit de dood. Zie je dat? De impotentie, het onvermogen van de mens wordt volledig gepasseerd. God zegt: "Ik sta er garant voor, Ik doe het, Ik vervul het."

Dat betekent dus dat we het niet van het oude verbond hebben te verwachten, maar van het nieuwe verbond. En dan zegt Paulus in vers 7: "Wat zullen we dan zeggen? Is de wet soms zonde?" Eigenlijk heb ik het antwoord al gegeven, maar hij gaat het nu nader toelichten. Nee, volstrekt niet! Maar kijk, dat is nou het onderwerp voor de volgende keer. Dat is de cliffhanger, zeg maar. Daar gaan we het dan echt over hebben.

Over hoe dat met het oude verbond werkelijk mis kan gaan en hoe dat dan werkt... Nou, daar moeten we het nog maar eens over hebben. Maar in feite is dit de clou. Ik hoop dat dit goed overgekomen is. Inderdaad, het nieuwe verbond is niet voor ons, zoals het oude verbond trouwens ook niet voor ons was — ik bedoel: voor niet-Israël. Maar ik moet er wel bij zeggen dat we met de geest van dat nieuwe verbond alles te maken hebben. Het nieuwe verbond is voor Israël; dat moet je niet afpakken, dat is diefstal. Maar de geest van dat nieuwe verbond werkt nu ook al, en die schrijft trouwens ook in ons hart. Niet de wet, maar Christus. De volgende keer gaan wij dus verder met Romeinen 7 vers 7 en het navolgende. Daar is nog zoveel meer over te melden.

🎧 de wet & het nieuwe verbond (1)
Delen: