GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

op welke dag komt de Heer? (5) als een dief…

04-07-2021 - Geplaatst door Andre Piet
toespraak gehouden op zondagmiddag 4 juli 2021 te Urk

In deze laatste studie van de serie willen we ingaan op bezwaren en vragen. Hoe kunnen we zo zeker dat de Heer op de derde dag zal terugkeren, als Jezus zelf zei dat niemand van die dag weet? Zelfs hijzelf wist het niet! En worden we ook niet gewaarschuwd dat de Heer zal komen als een dief in de nacht? Of zit de vork misschien toch net even anders in de steel…?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De komst van de Heer als een dief in de nacht geldt alleen voor degenen die in duisternis leven, maar gelovigen zijn zonen van het licht en behoren niet verrast te worden. Door de Schriften te bestuderen, kunnen zij nuchter en waakzaam blijven te midden van toenemende misleiding in de wereld. Voordat de grote verdrukking voor Israël losbarst, zal er eerst een misleidende periode van vrede en veiligheid in het Midden-Oosten aanbreken. Gelovigen hoeven de komende toorn echter niet te vrezen, omdat zij voortijdig zullen worden weggerukt om de Heer tegemoet te gaan. Deze reddende verwachting fungeert als een geestelijk harnas van geloof, hoop en liefde.

“Maar jullie, broeders, zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen.”

Introductie en Terugblik op de Voorgaande Studies ↑ hoofdstukken

Vanmiddag gaan we verder met onze serie over de vraag op welke dag de Heer komt. Het is inmiddels de vijfde keer en waarschijnlijk ook de laatste keer dat we over dit specifieke thema spreken. Deze keer is de ondertitel: 'Als een dief in de nacht'. Daarbij wil ik met name ingaan op vragen, aanmerkingen of tegenwerpingen op dat wat tot dusver naar voren is gebracht. Ik vind dat we die serieus moeten nemen, nietwaar?

Laat ik voor het gemak eerst even terugblikken. Dat lijkt mij handig voor iedereen. In een serie als deze bespreken we dit thema al gedurende vijf maanden met elkaar. Voor deegenen die hier nu voor het eerst zijn en de eerdere studies nog niet hebben gehoord, is het misschien wat lastig. Ik kan immers moeilijk alles recapituleren – zoals dat zo deftig heet – wat ik tot dusver heb gezegd. Maar goed, laat ik toch proberen een idee te geven van het geheel.

In de eerste studie hebben we stilgestaan bij Hosea 6. Eigenlijk is dat de basis van deze hele serie, omdat we daar een expliciete profetie vinden waarin Yahweh Zelf spreekt over wanneer Hij Zijn volk zal herstellen en wanneer Hij tot hen zal terugkeren. Hij zou weggaan naar Zijn plaats, maar ook weer terugkeren wanneer Israël zich schuldig zou voelen en in grote benauwdheid zou komen. Dan zou de Heer tot hen komen. Er wordt daar ook een termijn genoemd, namelijk dat het zou zijn na twee dagen, oftewel op de derde dag. Dat is wat daar wordt gezegd.

De taal is weliswaar cryptisch, maar niettemin heel duidelijk: de Heer zal terugkeren tot Zijn volk Israël na twee dagen, op de derde dag. We hebben bij die gelegenheid meteen gezien hoe de Heer rekent. Petrus schrijft in zijn brief over het uitblijven van de terugkeer van de Heer, iets wat men in de eerste eeuw al in hun eigen tijd verwachtte. Hij zegt dan: "Eén ding mag jullie niet ontgaan, en dat is dat voor de Heer één dag is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag." Hij herhaalt het; hij spreekt twee keer over een dag en twee keer over duizend jaren. Dat moet genoeg zijn. Trouwens, hij refereert daarbij ook aan een psalmwoord, namelijk Psalm 90. Het gaat dus niet alleen om het feit dat de Heer terugkeert, maar ook wanneer en onder welke omstandigheden Hij dat doet.

Dat was de eerste studie. De tweede studie was op eerste paasdag. Dat viel mooi samen, want we hielden toen een studie over de 'derde dag' in het algemeen en hoe vaak we die term in de Schrift tegenkomen. Niet alleen dat de Here Jezus Christus opstond ten derden dage, maar we zien dat dit thema enorm vaak terugkeert. Eigenlijk wordt dit al voorafgaand aan het Nieuwe Testament dikwijls genoemd in de Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament. Denk aan Abraham die op de derde dag zijn ogen opsloeg en Isaak als het ware uit de dood terugontving, of de derde dag waarop de Heer neerdaalde op de berg Sinaï. Nou ja, voorbeelden te over. Uiteraard mocht Jona niet ontbreken, die op de derde dag uit de wateren tevoorschijn kwam en op het land gespuugd werd, zoals dat daar beschreven wordt. In ieder geval: de derde dag. Dat is allemaal heel profetisch.

Het is niet alleen een aankondiging van de Messias die op de derde dag zou opstaan, maar meer nog van het volk Israël dat op de derde dag als uit de dood zou herrijzen, een nieuw leven zou ontvangen en dat de Heer tot hen zou terugkeren. Vele malen komen we dat tegen. Het is in hoge mate profetisch en spreekt van de tijd die nu bijna ten einde is. De Heer is bijna 2000 jaar geleden – op tien jaar na, in het jaar 30 – ten hemel gevaren. Laten we daar gemakshalve even van uitgaan. Als je de mijlpaal 2000 jaar later neerzet, kom je uit in 2030. Waarmee ik overigens niet wil zeggen – maar daarover straks meer – dat dit per se de datum of het jaar moet zijn. Maar in ieder geval is dan de mijlpaal bereikt; er zijn dan twee millennia voorbij en dat is buitengewoon veelzeggend.

In de derde studie hebben we ons beziggehouden met de zevende dag. Wonderlijk genoeg blijkt die zevende dag overeen te komen met de derde dag; het hangt er maar net vanaf vanaf welk moment je begint te rekenen. Als je kijkt naar de zevende dag, gerekend vanaf Adam, dan zijn er inmiddels bijna zes dagen van duizend jaar voorbijgegaan. Even voor het gemak: van Adam tot Abraham is 2000 jaar, van Abraham tot Christus is 2000 jaar en van Christus tot nu is ook weer bijna 2000 jaar. Er zijn dus bijna zes dagen van duizend jaar voorbij, en dat betekent dat de zevende dag, de sabbat – de grote sabbatdag waarin de Heer zal rusten in en van Zijn schepping – gaat aanbreken. Die grote sabbat blijkt dus overeen te komen met de derde dag, namelijk de derde dag sinds het heengaan van de Heer vanaf de Olijfberg, 2000 jaar geleden. Die vallen dus samen. Op allerlei verschillende manieren zien we dat bevestigd in de Schrift.

Dat was studie 3. In studie 4, de vorige keer, hielden we ons bezig met de vraag wat dit in de praktijk betekent. Wanneer is dat precies? We hebben toen verschillende scenario's voor het voetlicht gebracht: wat betekent 'na twee dagen'? Is dat precies na twee dagen, of is het ongeveer? Er zijn verschillende scenario's denkbaar. Maar één ding is daarbij wel duidelijk geworden: het is enorm veelzeggend dat die twee millennia bijna ten einde zijn. Ongeacht de vraag of het inderdaad precies in 2030 is dat de Heer zal terugkeren voor Zijn volk Israël – wat heel goed zou kunnen, daar is veel voor te zeggen – hebben we ook andere mogelijkheden overwogen. We leggen ons nergens op vast, maar het is wel goed om zeer alert en wakker te zijn. Dat brengt ons als vanzelf bij deze laatste studie.

Bij een andere gelegenheid beloof ik nog eens terug te komen op een andere vraag. Je zou kunnen zeggen dat dit studie 6 zou kunnen worden, maar dat weet ik nog niet zeker. Het is een vraag die de vorige keer ook al even de aandacht trok: klopt onze jaarrekening eigenlijk wel? Is het inderdaad nu 2021, of ligt dat toch anders? Die vraag skip ik nu even met opzet, maar bij een andere gelegenheid komen we daar wellicht op terug. Dat betekent dat we in deze vijfde studie aandacht gaan geven aan iets wat ik de eerste keer al heb toegezegd: hoe zit het met de gangbare tegenwerpingen die worden ingebracht tegen de studies die ik hierover heb gegeven? Laten we ons goed realiseren dat wanneer je in de christelijke wereld in het algemeen zegt dat we nu in 2021 leven – het gaat zo snel dat ik zelf zelfs even moest nadenken of het nog 2020 was, ik ben niet altijd even goed bij de tijd – en je brengt dit soort dingen naar voren, men vaak zegt: "Dat mag je nooit zeggen."

Want de Heer heeft toch gezegd dat hij komt als een dief in de nacht? Dat weet je nou helemaal niet. En denk jij nou te weten wanneer de Heer komt, terwijl Hij ooit zelf op aarde verklaarde: van die dag weet niemand, zelfs de zonen des mensen in de hemel niet, maar de Vader alleen.

Dus wat zitten jullie hier nou uren of maanden lang studies te houden over dit onderwerp? Je had kunnen zeggen: had je eigenlijk niet met die bezwaren moeten beginnen? Nee, ik heb ze expres eventjes bewaard voor het laatst.

Ja, dus deze tegenwerping – of tegenwerping eigenlijk, ik wil alle credits geven want het is namelijk een Bijbels bezwaar. Als je zegt dat de Heer komt op de derde dag, maar de Heer had toch gezegd: van die dag weet niemand... en waar zegt Hij dat dan?

Mattheüs 24: "die Dag en Dat Uur Weet Niemand" in Context ↑ hoofdstukken

In Matteüs 24 – dat is de bekendste versie; je zou hem ook uit Marcus en Lukas kunnen ontlenen, maar Matteüs 24 is veruit de bekendste en het is afdoende om het daaruit te bespreken. Laten we eens naar die verzen gaan. Ik begin te lezen in vers 34, waar de Heer Jezus spreekt. De weergave is wat letterlijk. U weet het hè? Dit was de rede die de Heer Jezus gehouden heeft op de Olijfberg, enkele dagen voordat Hij gekruisigd zou worden en zou opstaan – trouwens, als u het mij vraagt, ook op de Olijfberg. Hij houdt een rede over de voleinding van deze aion. De discipelen komen bij Hem en wijzen op de geweldige gebouwen van de tempel. Je hebt daar zo'n zicht op de stad Jeruzalem. Ze vragen: "Vertel ons, wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van deze eeuw, van deze aion?"

Er zijn hier al drieëndertig verzen aan voorafgegaan, maar daar gaan we nu natuurlijk niet allemaal doorheen. Het gaat even om dat specifieke punt. Hij zegt dan: "Amen, of voorwaar, Ik zeg tot jullie dat deze generatie geenzins zou voorbijgaan totdat al deze dingen geschieden." Nu moet ik eerst iets toelichten, want waar heeft Hij het over? Heeft Hij het over de generatie waarin Hij zich bevond, of heeft Hij het over de generatie die zal meemaken waar Hij het zojuist over had? Dat laatste zien mensen doorgaans vrij duidelijk als we even terugkijken. De Heer Jezus heeft het over de generatie die het uitbotten van de vijgeboom zal meemaken.

Kijk maar met me mee, want in de voorgaande verzen lees ik vanaf vers 31: "En Hij" – namelijk de Ben Adam, de Zoon des mensen bij Zijn terugkeer – "zal Zijn boodschappers afvaardigen met groot bazuingeschal en ze zullen Zijn uitverkorenen" – dat wil zeggen het uitverkoren volk – "bijeenvergaderen vanuit de vier winden, vanaf de uiteinden van de hemel tot aan de andere uiteinden van hen." Het gaat hier inderdaad over de bijeenverzameling van het uitverkoren volk, wat in de woorden van de profeten ook was aangekondigd. Denk aan Ezechiël, maar ook al in Deuteronomium, dat de Heer ooit Zijn volk uit alle natiën zou verzamelen ter voorbereiding van Zijn terugkeer.

In vers 30 staat beschreven dat het teken van de Zoon des mensen aan de hemel zal verschijnen. Dit gaat echt over Zijn zichtbare terugkeer hier op aarde, in ieder geval voor Zijn volk Israël. Dan zal het volk Israël vanuit alle natiën worden verzameld en ze zullen Hem zien. Het gaat over Zijn zichtbare terugkeer daar bij Jeruzalem, op dezelfde locatie; Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt. Het loutere feit dat de Heer Jezus deze rede houdt op de Olijfberg is op zichzelf al geladen met profetische betekenis.

Als Hij spreekt over dat herstel van Israël, zegt Hij: "Leert echter van de vijgeboom de gelijkenis. Wanneer ook maar haar takken sappig zacht worden en de bladeren uitspruiten, dan weten jullie dat de zomer nabij is." De vijgeboom in het algemeen – dat geldt trouwens voor de olijfboom ook, in een iets andere zin – is een type van Israël als natie. Er zijn heel wat voorbeelden van te geven, maar die vijgeboom zal gaan uitbotten. Het wordt een levende natie; dat is die bijeenverzameling van Israël. Israël zal nieuw leven ontvangen. Dat is ook die opstanding uit de doden, dat is het uitbotten. Als dat gebeurt, dan is Israël hersteld. Dat wil nog niet zeggen dat alle volken er meteen al onderworpen zijn en dat het Messiaanse Rijk wereldwijd zal aanbreken. Nee, dat zal wel in die generatie plaatsvinden, maar daar gaat nog tijd overheen. Eerst komt de Heer terug voor Israël. Wat ik nu zeg is voor velen verschrikkelijk onbekend, maar het is toch elementair. In ieder geval zal Israël worden hersteld, de Heer zal Zijn plaats innemen in Jeruzalem, Zijn koninkrijk vestigen en dat vervolgens wereldwijd uitbreiden. Vanaf Zijn troon gaat Hij Zijn koninkrijk vestigen en dat zal allemaal binnen een generatie gaan plaatsvinden.

Dus als de vijgeboom uitspruit, dan weten jullie dat de zomer – het Messiaanse Rijk dat wereldwijd zal aanvangen, die zevende dag – nabij is. "Zo ook, wanneer jullie al deze dingen vernemen, dan weten jullie dat het nabij is, voor de deur." Dan weten we dat die generatie geenzins voorbij zal gaan. De Heer zegt er nog bij: "De hemel en de aarde zullen voorbijgaan" – deze huidige hemel en aarde, want er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde – "maar Mijn woorden zullen geenzins voorbijgaan. Aangaande echter die dag en dat uur..." Ja, welke dag? Hij had het over die dag dat de zomer aanbreekt. Je weet één ding: als de vijgeboom uitbot, is de zomer nabij. Wanneer? Nabij. Maar hoe nabij? Wanneer precies, op welke dag en welk uur? Dat weet niemand.

Ik moet er even bij zeggen: de Heer zegt dus niet dat het nooit iemand kan weten. Dat is iets heel anders. Hij zegt dat niemand het op dit moment weet. Er komt een moment dat deze dingen zich gaan uitrollen en dat de kennis daarover vermeerderd zal worden. Dat is vrij logisch. Je leest in Handelingen 1 – trouwens ook weer op de Olijfberg, vlak voordat de Heer ten hemel vaart – dat Zijn discipelen bij Hem kwamen en vroegen: "Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?" Die verwachting was er en men dacht ook dat het in die generatie allemaal zou gaan plaatsvinden. Het was in feite ook de prediking: als jullie tot bekering komen, dan zal de Messias terugkeren en Zijn koninkrijk vestigen. Maar zou het ook daadwerkelijk gaan gebeuren? "Herstelt U het koninkrijk in deze tijd?" De Heer geeft dan een ontwijkend antwoord: "Het is niet aan u de tijden en gelegenheden te weten die de Vader aan Zich voorbehouden heeft." Hij zegt: "Ga erop uit, jullie zullen Mijn getuigen zijn in Jeruzalem, Judea, Samaria en tot aan het uiterste van het land." In het begin van de Handelingentijd wisten ze het dus niet. De vraag was: "Herstelt U het in deze tijd?" en de Heer zegt: "Dat komt u niet toe te weten."

Later, helemaal aan het einde van het boek Handelingen, toen wisten ze het wel: het was namelijk niet in die tijd. Je leest daar dat Israël uitdrukkelijk niet tot bekering komt. Paulus sluit het boek Handelingen officieel af met de vaststelling tegenover de Joodse leiders dat God hen ogen heeft gegeven om niet te zien, oren om niet te horen en dat hun hart is verhard. Dat is de situatie. Het antwoord is dus eigenlijk: in deze tijd zal het koninkrijk niet worden hersteld. Wat aan het begin nog onbekend was en wat ze ook niet mochten weten, is pakweg dertig of veertig jaar later wel bekend, namelijk: niet in die tijd. Bepaalde dingen die in aanvang onbekend waren, werden in de loop der tijd vanzelf duidelijker doordat de informatie toenam. De situatie wijzigde zich doordat Israël opnieuw het evangelie en de opgestane Messias afwees.

Dus wat ik eigenlijk hiermee wil zeggen is: je moet hier niet meer inlezen, niet minder, maar ook niet meer inlezen dan er staat. De Heer zegt: aangaande die dag en het uur weet niemand. Op dat moment kon de Heer hier geen informatie over verstrekken. Hij zegt ook: de boodschappers van de hemelen. Dat wil zeggen: de engelen in de hemel. Die weten dat niet. En ook de Zoon niet; Hijzelf wist het niet.

Dit is een groot probleem voor mensen in verband met de leer van de drie-eenheid. Want hoe kan dat nou, dat de Zoon dat niet weet? Maar goed, ik heb nog nooit het begrip drie-eenheid in de Bijbel gelezen, dus ik heb dat probleem niet. Moet u me maar niet kwalijk nemen. In ieder geval, de Zoon zegt: "Ik weet het ook niet." Ook de Zoon weet dat niet.

Er staat ook niet dat de Zoon het niet zal weten. Nee, Hij weet dat gewoon in de tegenwoordige tijd niet. Hij zegt: "...maar de Vader alleen." Dat was toen de situatie. Dat verzin ik niet; het is gewoon wat er staat. Nou, dat is één ding. Nee, we bladeren niet door, want het is gewoon hetzelfde hoofdstuk.

De Noodzaak van Kennis Om te Kunnen Waken ↑ hoofdstukken

Een paar verzen later kom je in vers 42. Die moeten we er ook even bij betrekken, want dan zegt de Heer: 'Waakt dan, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.' Ook hier weer: jullie weten dat niet. Niet: 'jullie kunnen dat niet weten' of 'jullie zullen dat niet weten'. Nee, jullie weten dat nu niet. En daarom zegt Hij ook: 'waakt'.

Dan komen we bij het boeiende vers 43. Hij zegt dan: 'Weet dit, dat indien de huiseigenaar had geweten in welke nachtwake de dief komt, hij zou waken.' In het Bijbelse spraakgebruik is een nacht verdeeld in vier nachtwaken; vier keer drie uur eigenlijk. Al die nachtwaken bij elkaar is twaalf uur. Als ik me niet vergis: van zes tot negen, van negen tot twaalf (de tweede nachtwake), van twaalf tot drie (de derde nachtwake) en van drie tot zes is de vierde en dus laatste nachtwake. Het is dus gewoon een cluster van uren.

Nou zegt Hij dit: 'Indien de huiseigenaar had geweten in welke nachtwake de dief komt, ja, dan zou hij waken.' Kijk, stel je voor: jij weet dat er een dief gaat komen. Er gaat een dief komen en die komt in de derde nachtwake, tussen twaalf en drie. Wat doe je dan? Kijk, als je niet weet in welke nachtwake hij komt, moet je toch een keer slapen, hè? Maar als je weet dat hij in die derde nachtwake komt – ik noem maar wat – als je weet in welke nachtwake, ja, dan blijf je wakker. Waarom staat dat erachter? 'Dan zou hij nooit toelaten het huis van hem te doorgraven.' Zo staat het er letterlijk; gewoon alles uitpluizen en de kostbare dingen eruit halen. Als je zou weten in welke nacht hij kwam, dan zou je waken.

Met andere woorden, dat is eigenlijk wat Hij zegt: degene die het weet, waakt. Als de huiseigenaar zou weten in welke nachtwake de dief komt, dan zou hij waken. Met andere woorden: je moet eerst weten voordat je kunt waken. Om alert te kunnen zijn, is daar kennis voor nodig.

En dan lees ik verder in vers 44: 'Daarom ook jullie, wordt gereed.' Ik zeg er even bij: er staat niet wat in de meeste vertalingen staat, 'weest gereed', maar 'wórdt gereed'. Dat wil zeggen: de situatie is het nog niet, maar je maakt je gereed. Of: wordt gereed. 'Want in een uur dat het jullie niet toeschijnt' – ook hier weer, ik heb er tegenwoordig een verticaal streepje bij gezet – 'komt de Zoon van de mens', de Ben Adam.

Hij zegt dus: je moet weten en alleen dan kun je waakzaam zijn. En waakzaamheid heeft te maken met onderzoek doen, alert zijn, bestuderen, je ogen openhouden: wat is er gaande? Dat is iedere keer, juist als het gaat over de terugkomst van de Heer, telkens de boodschap: wees wakker. En dat zal straks ook zo zijn, na de wegrukking van de Ecclesia en in de grote verdrukking. Dan zal men onderzoek doen naar de Schriften en men kan dan ook gaan tellen. Echt letterlijk gaan tellen. Men weet bijvoorbeeld dat het vanaf het moment dat een afgodsbeeld op het tempelplein in Jeruzalem wordt neergezet, 1260 dagen duurt. Dan kun je gewoon aftellen. Dan weten ze: zolang gaat het nog duren. Ja, dan moet je natuurlijk wel weten wat de Schrift zegt en alert zijn. Trouwens, die wetenschap máákt je ook alert. Als je het weet. Als je het niet weet, dool je maar wat in het rond en zie je niks. En dan zeg je: 'Het kan nog wel duizend jaar duren of zoiets.' Ja, en dan word je misleid.

Trouwens, dat is ook een van de dingen die opvallen. Het eerste wat de Heer Jezus zegt als de vraag gesteld wordt door de discipelen van: 'Hoe is dat dan, en wat is het teken, en hoe zit dat met de voleinding van de aion?', dan zegt Hij: 'Wordt niet misleid.' Misleiding is het meest karakteristieke en misschien wel het gevaarlijkste gevaar naarmate de aion op zijn einde loopt. Misleiding is natuurlijk altijd mogelijk geweest. De god van deze aion doet vanaf het begin niet anders dan misleiden en hij heeft buitengewoon veel succes. Maar het einde van die aion staat helemaal in het teken van de vraag: wat is waarheid?

Er is geen vraag die moeilijker is, problematischer, of meer hobbels heeft dan juist die vraag. En ik zou zeggen: wees wakker. Je ziet het gewoon voor je ogen voltrekken. Het is nooit zo moeilijk geweest als nu, dankzij de gigantische hoeveelheden informatie die op je afkomen. Zoek het maar uit: wat is waar en wat is niet waar? Wat is fake news en wat klopt? Maar dat geldt ook voor de dingen van de Schrift. Niet alleen als het gaat over de informatievoorziening vanuit de wereld en de media – dat is ook al een buitengewoon moeizaam verhaal. Maar in ieder geval: word gereed. Wees gereed. Want juist als het je niet toeschijnt, dan zal het ook gebeuren. Dus het is juist dan zaak om op de hoogte te zijn en gereed en waakzaam te wezen.

Goed. Nou, dat waren een aantal passages die heel dikwijls genoemd worden in de trant van: 'Je weet het niet, je kúnt het niet weten.' Dat staat echter niet in Matteüs 24. Dat is de samenvatting van wat ik tot dusver heb gezegd. Er staat niet die tegenwerping van 'je kunt het niet weten'. Nee, je leest trouwens ook in Daniël 12 – kijk er maar eens na – dat in de tijd van het einde velen onderzoek zullen doen en dat de kennis, juist ook aangaande het profetisch woord, zal toenemen. Zodat men inderdaad weet.

Er vinden updates plaats en naarmate de tijd voortschrijdt, worden dingen bekend. Zoals dat in het boek Handelingen ook het geval was. Dingen aan het einde van Handelingen waren helder, die aan het begin nog niet helder waren. Dat is logisch; achteraf weet ik ook altijd veel meer dan vooraf. Voortschrijdend inzicht. Hoe zei iemand dat ook alweer? Voorspellen is heel erg lastig, vooral als het over de toekomst gaat. Maar wat het weer gisteren was, dat kan ik heel goed zeggen. Morgen wordt een probleem.

Thessalonicenzen 5: de Dag Des Heeren en Zijn Presentie (parousia) ↑ hoofdstukken

En nu komen we bij nog een andere passage, en dat is 1 Thessalonicenzen 5. Dat is echt een gedeelte wat voor ons, denk ik, ook erg van belang is: dat wat Paulus daarover zegt. We zijn immers erg op Paulus georiënteerd, en met goede reden, lijkt mij. Paulus had zojuist in het voorafgaande hoofdstuk gesproken over de terugkeer van de Heer, de parousia. Hij legde uit dat de levenden de doden zeker niet zouden voorafgaan, maar dat de doden zouden worden opgewekt en de levenden tezamen met hen in wolken de Heer tegemoet zouden gaan. Nadat hij die dingen naar voren heeft gebracht, zegt hij in hoofdstuk 5 vers 1: "Maar omtrent de tijden en de gelegenheden, broeders, is het niet nodig dat jullie geschreven wordt."

Het gaat hier om de tijden en gelegenheden in verband met de parousia van Christus, Zijn aanwezigheid. Meestal wordt dat woord vertaald met Zijn 'komst', maar eigenlijk is het Zijn aanwezigheid; parousia betekent presentie. Paulus zegt dat het niet nodig is om over die tijden te schrijven — niet alleen over wanneer, maar ook hoe, dus bij welke gelegenheid dat zal zijn. Waarom is dat niet nodig? Want jullie weten zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht.

Aha, daar hebben we die uitspraak. Meestal zegt men dan direct: "Zie je wel, dat kun je niet weten, want Hij komt als een dief in de nacht." Nou, dan heb ik een heel eenvoudig antwoord voor u, en daarvoor hoeft u deze Bijbelstudie niet eens te volgen: lees gewoon even twee, drie of vier verzen door en het probleem is als sneeuw voor de zon verdwenen. Nu kunt u zeggen: "Oké André, we gaan nu weer," maar ik wil toch graag nog een paar dingetjes ter toelichting zeggen.

Eerst even dit: Paulus zegt tegen de Thessalonicenzen dat zij het zelf nauwkeurig weten. Die dag van de Heer is de tijd dat Hij present zal zijn; de dag die aanvangt bij de parousia van Christus. Wanneer begint die dag? Ja, dat is in zekere zin een lastige, want je kunt daar niet één enkel tijdstip aan koppelen. Voor de één komt die dag namelijk eerder dan voor de ander. Voor de Ekklesia begint die parousia al bij de wegrukking. Dan zal Hij present zijn. Maar voor Israël begint het pas na de verdrukking, wat in ieder geval drieënhalf jaar later is.

Dat wat ik nu zeg, is in feite helemaal niet zo gek, want we kennen allemaal het fenomeen: wanneer wordt het dag? In Nederland wordt het eerder dag dan in de Verenigde Staten, en dat scheelt pakweg acht of negen uur. Op het moment dat het licht wordt, dat de zon verschijnt, dan wordt het dag. Zo is het ook hier: de zon zal eerder voor ons verschijnen. De Zon zal eerder voor ons verschijnen, en daarna pas enige tijd later voor Israël en trouwens nog weer later feitelijk voor de volkeren.

Je kunt dus niet één tijdstip daaraan koppelen. Je kunt zeggen: die dag komt als de Zon verschijnt. Maar dat zal voor de ene groep eerder zijn dan voor de andere. Je hebt daar verschillende tijdstippen, verschillende piketpaaltjes die je neer kunt zetten. Die Thessalonicenzen wisten hoe dat zat. In ieder geval wisten ze ook dat Hij zo zou komen als een dief in de nacht.

Vrede en Veiligheid: de Inleiding tot de Grote Verdrukking ↑ hoofdstukken

Want terwijl zij zeggen: "Vrede en zekerheid". Want voordat er verdrukking gaat komen, zal er eerst een periode zijn van vrede en zekerheid. Hoe zegt de MBG-vertaling dat? "Vrede en rust". En wat zegt de Statenvertaling? "Vrede en geen gevaar", of "veiligheid". Nou ja, het zijn allemaal associaties die dicht bij elkaar liggen. Zekerheid, dan is er veiligheid, dan is er geen gevaar. Maar in ieder geval een periode van vrede.

Inderdaad, en ook dat weten we vanuit de rest van het profetisch woord. Dat is volledig conform. Eerst krijgen we namelijk, voordat dat hele eschaton zich afrolt – die boekrol van die zegels die geopend worden – het eerste zegel dat geopend wordt. Dat is dat daar een wit paard verschijnt. En hij die erop zit, heeft de boog en aan hem werd een lauwerkrans gegeven. En hij kwam uit, overwinnende om te overwinnen. Je zou zweren dat het de Messias is, want die komt namelijk ook op een wit paard; dat is Openbaring 19. En deze ruiter komt ook met vrede. Hoe weet je dat? Staat dat erbij? Als je een vers later leest, dan staat er van dat tweede paard – dat zwarte paard en de ruiter daarop – die neemt de vrede van de aarde weg. Aha! Dan weten we meteen wat dat witte paard doet, of de ruiter op dat witte paard: die brengt vrede aan.

Het eerste wat er gaat gebeuren voordat de grote verdrukking daar gaat aanbreken voor Israël, en dat daar een afgodsbeeld op het tempelplein gezet wordt – wat feitelijk de inleiding is voor de grote verdrukking – is een periode van vrede. Vrede, geen gevaar. We hebben het daar eigenlijk al verschillende keren ook bij andere gelegenheden over gehad. Namelijk dat er ook weer een tempel gebouwd zal worden op het tempelplein in Jeruzalem, wellicht naast het huidige islamitische heiligdom. In ieder geval komt daar weer een Joodse eredienst en er zal vrede ontstaan in het Midden-Oosten; er zal een alliantie van tien staten komen. Kortom, dat is allemaal wat nog gaat gebeuren.

Dat tekent zich nu nog niet af. U zegt: "Ja, maar er waren vorig jaar toch al de Abraham-akkoorden en de gelederen in het Midden-Oosten gaan zich sluiten?" Ja, daar zijn wel tekenen van. Maar er moet toch nog wel wat gebeuren. Ik vind dit zo spannend om dat vandaag allemaal zo mee te maken en om net in het licht daarvan de krant te lezen. Wanneer komt die ruiter op het witte paard? Wie is dat? Of is het een beweging, of is het een ontwikkeling? Maar in ieder geval is één ding zeker: vrede. Zodat iedereen zal roepen: "Vrede, dit is het! Geen gevaar, zekerheid!" Dat zullen zij zeggen.

Op het moment dat iedereen zegt, of men zal zeggen: "Vrede, zekerheid", dan overkomt hen een plotselinge ondergang. Ja, dat is het begin van Israëls grote verdrukking en de stopzetting van de offerdiensten waar ik het over had. Er gaat dus een tempel komen waarin de dagelijkse offers gebracht worden, maar die eredienst wordt radicaal in één keer gestaakt en op de plek van de heilige plaats zal een afgodsbeeld geplaatst worden. Een gruwel dus. Dat wordt in Daniël 12, in Matteüs 24, in Openbaring 13 en 2 Thessalonika 2 genoemd. Dat is één van de markante dingen die we in de profetie tegenkomen. Een plotseling verderf, zoals de barenswee de zwangere vrouw overvalt; en zij zullen niet ontsnappen.

Zonen van het Licht: Waarom de Dag Ons Niet als een Dief Overvalt ↑ hoofdstukken

Vers 4 is heel boeiend natuurlijk in verband met deze serie en eigenlijk vooral met dit onderwerp. Je zou kunnen zeggen dat 1 Thessalonika 5 vers 4 eigenlijk het antwoord is op de tegenwerping die in het algemeen tegen het onderwijs van de afgelopen serie in te brengen is. En dat is dit: "Maar," zegt Paulus, "jullie broeders zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen." Dus iedereen die zegt: "Dat kun je niet weten, want die dag zal komen als een dief," dan weet je één ding: dan leef je kennelijk in het duister. Want júllie weten het niet.

Paulus zegt: als iedereen zal zeggen "vrede" — en ik zei al, ook in verband met die tempeldienst die er weer gaat komen — dan hebben we het dus nog niet eens over de chronologie, over op welk tijdstip in dit decennium of in verband met die tweeduizend jaar. Ik heb het nu puur over de context waarin het plaats gaat vinden. Namelijk dat er een vrede in het Midden-Oosten komt en dat daar dus ook weer een tempeldienst in Jeruzalem komt. Wat trouwens al vrede veronderstelt, want de Arabische wereld zou het op dit moment absoluut niet toestaan. Dus ja, dan moet er een vredesakkoord gaan komen. Dan gaat het.

En als dat er zal zijn, dan weten wij — als je tenminste in het licht wandelt, bij het licht van de Schrift — dan weet je: nou, als iedereen dan zegt "vrede", dan zal hen plotseling de ondergang overkomen zoals de barenswee de zwangere vrouw. En ze zullen het niet snappen. Maar jullie, broeders, zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen. Dat argument wat men gebruikt — dat je het niet weet omdat het komt als een dief in de nacht — komt daarmee dus gewoon volstrekt te vervallen. Wij worden juist niet geacht dat die dag ons zou overvallen als een dief. Tenminste, als je leeft in het licht en niet in de duisternis. Want, zegt Paulus in vers 5: "Jullie zijn allen zonen van het licht, jullie zijn zonen van de dag." Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis.

Dat is heel uitgebreid gezegd: wij horen bij het één, niet bij het ander. Licht, dat is eigenlijk wat een gelovige is. Een gelovige is iemand die het Woord kent, tot wie het Woord is gekomen. Het Woord is toch licht en dat verlicht je; het doet je ook stralen trouwens. Waarom? Dit is licht en daardoor ga je in Uw licht zien. Wij zien ook het licht en dan ga je de dingen herkennen. Als je in het donker loopt, zie je niks en dan struikel je ook over dingen. Dat hoort allemaal bij de duisternis; dat is blindheid. Dat is ook duisternis feitelijk, toch? Goed, we hebben hoop. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis.

En Paulus zegt dan... ja, daar hoort bij: als dat zo is, laten we dan ook niet dutten of sluimeren zoals de overigen, maar wakker en nuchter zijn. Je niet laten bedwelmen. Dat is nuchter, toch? Nuchter wil zeggen dat je bij zinnen bent. Dat je helder kunt denken, dat je je niet laat benevelen door alle valse informatie, maar ook niet door allerlei gevoelsargumenten zoals de Bijbel dikwijls voorgelezen wordt vanaf de kansel of vanuit wat voor medium daarvoor gebruikt wordt. In ieder geval wordt de Bijbel er dan bij gehaald, met de haren erbij gesleept. Er wordt een tekst genoemd, maar dat wordt niet... ja, ik maakte van de week weer zo'n bizar voorbeeld daarvan mee. Dan wordt er door een predikant de Bijbel aangehaald en dan denk je: het is volstrekt uit zijn verband gerukt, maar het bekt wel lekker natuurlijk. Hij laat het wel op dit Woord spreken. Ja, het ging nergens over.

En dat is net zoiets als een tekst noemen van: "Jonge, er komt dus een dief in de nacht." Sorry, maar dan weet je dus domweg niet waar het over gaat. Iemand die zoiets zegt, die heeft er echt geen bal van begrepen. Ja, en als je nuchter bent, dan wilt u ook weten: waar staat dat dan? Ik wil eventjes de bonnetjes. Ik wil het wel goed weten, want je wordt toch misleid waar je bij staat. Dus: waar staat dat gezegd? Die kritische zin is zo belangrijk. Ik geloof dat je dat niet kunt overaccentueren in onze dagen. En ik bedoel die kritische zin dus naar iedereen toe, inclusief mezelf. Ik zeg niet: "Je moet naar iedereen kritisch luisteren behalve naar mij," maar naar mij nog kritischer. Want weet je wat het punt is? Als het waar is, dan zal het vanzelf blijken. De waarheid hoef je ook nooit te verdedigen; de waarheid blijkt vanzelf. Bewijs brengt de waarheid aan het licht. En daarom is die kritische zin zo belangrijk: klopt het?

Eigenlijk is er maar één ding interessant en dat is: is het waar? En de waarheid, dat is trouwens ook licht. Het licht der waarheid. De waarheid maakt vrij. Het gaat om de waarheid. De waarheid heeft ook kracht; op de waarheid kun je ook staan. De waarheid is ook iets waar er maar één van is. Van leugens, u weet het, daar zijn er vele van. Ik geef altijd het voorbeeld van een rekensom: twee keer twee is... en dan is er één waar antwoord. En hoeveel leugenachtige antwoorden zijn ervan? Oneindig. Maar er is maar één waar antwoord. Er is maar één waarheid.

De waarheid maakt ook één. Want als iedereen bij die waarheid is, dan ben je één. Dat is logisch; waarheid maakt inderdaad één. Dat is niet een menselijk fabrikaat of fabricatie — hoe wil je dat zeggen? — een organisatie die wij maken: wat vertegenwoordigt ons dan en dan zijn we één? Nee, het is gewoon het Woord. Het Woord is waar en in dat Woord vind je elkaar. Ja, of niet? Nou, dan ben je dus niet één. En daar gaat het om: je met recht te laten voorlichten door het Woord. Of staat het er?

Waakzaam en Nuchter Blijven te Midden van Misleiding ↑ hoofdstukken

Laten we niet duttend sluimeren zoals de overigen, maar wakker zijn. Alert en nuchter. Je niet laten bedwelmen. En die nuchterheid heeft ook inderdaad te maken met de hypes en de waan van de dag. En dat geldt in de christelijke wereld, en dat geldt trouwens weer in de hele wereld. Het zijn allemaal hypes, maar het bedwelmt je. Je bent dan in feite niet meer nuchter bij zinnen.

En als je nu gewoon... wat heel raadzaam kan zijn, dat is gewoon een praktische tip: gewoon de tv... Ik bedoel, ik heb het niet eens over voetbal of zo. Nee, ik heb het dan vooral over het nieuws en alle actualiteiten. Die kun je het beste uitzetten. Dat is mijn ervaring, voor wat het waard is. Want je wordt misleid. We worden echt zo gigantisch misleid en als je daar niet te veel last van wilt hebben, dan moet je je daardoor dus ook niet teveel op het verkeerde been laten zetten. Wees wakker en nuchter, waarmee ik overigens natuurlijk niet pleit dat je als een zombie onder een steen moet leven. Maar kom op mensen, je wordt toch beduveld. Ja, dat is het woord waar je bij staat. Het is niet te geloven. Ik vind het echt waar, dat is mijn persoonlijke beleving: het wordt met de dag erger. Je wordt er echt... ben ik nou gek of...?

En ik heb dat... dit is niet een nieuwe ervaring, maar vooral sinds dit decennium is ingeluid, vorig jaar, die laatste tien jaar. Maar sinds 2020: de ene dwaasheid en het bizarre wordt op het andere gestapeld. En je wordt compleet, echt helemaal misleid. Het is echt helemaal van de zotte. Het wordt nog gekker, dus u bent gewaarschuwd door Luc. Maar ik wil graag het onderstrepen: het wordt nog gekker. Ja, als je zegt van: 'Wat erg hè', dan zeg je van: 'Nou, don't worry, het wordt nog veel erger.'

Ja, hier kun je ook... kijk, dat is ook nuchterder. Kijk, is dit dramatisch? Ja, zo kun je het benaderen. Maar je kunt natuurlijk ook zeggen: het is gewoon lachwekkend. Wij zouden daar gewoon ook inderdaad boven staan en ons daardoor ook weer niet... Dit hoort er dus bij. Het feit dat dit gaande is, is een bevestiging van wat er staat geschreven. Dus ja, ik zou zeggen: een reden dus om je daarin te verblijden.

Nou goed, hoe dan ook, wees wakker, word wakker en nuchter. Want zij die dutten, dutten des nachts en zij die zich bedrinken zijn des nachts dronken. Doorgaans hè, er zijn uitzonderingen ook, maar dat zijn echt praktijken die vooral bij de duisternis en de nacht horen. Nou, wij echter zijn van de dag, zodat we nuchter zouden zijn.

Aantrekkend, mooi, het borstharnas van geloof. Mooie militaire termen, want het is namelijk ook een strijd waar je in bent betrokken. Het is echt, het is oorlog. Dat zou je niet zeggen, maar het is echt oorlog. En wat heb je dan nodig in die oorlog, een geestelijke oorlog? Dat is gewoon een borstharnas. En dat uiteraard vooral je vitale delen, het hart in het bijzonder, beschermt. Namelijk: geloof. En wat is geloven? Niet wat een of andere gevierde voorganger zegt. Nee, wat er staat geschreven. Dat is geloven. Wat God gezegd heeft. Dat is een borstharnas. Het bewaart je hart met recht. Het bewaart je hart, het borstharnas van geloof.

En trouwens ook liefde, want in dat woord komen we in aanraking met de liefde Gods. Waar Luc zojuist over zei, over die peilloze liefde van God. Nou ja, kijk, dat is wat een mens beschermt. Wat je er doorheen trekt. Je weet: het gaat zoals het gaat, zoals het is voorzegd. En het is niet vreemd. Zo moet het gaan. En God heeft alles perfect in handen. Er gaat niks mis. Dat denken we wel, maar er gaat niks mis. Nou, dat is die wetenschap. En er gaat niet alleen maar niks mis: Hij brengt alles tot een fantastisch einde voor elk schepsel. Puur om niet. Nou, is dat goed nieuws of niet? Kijk, dat is de liefde. Dat is een borstharnas van geloof en liefde.

En van een hoop-helm. Sorry, dat is een beetje een rare vertaling misschien, maar zo zegt Paulus het echt. Een helm. Een hoop-helm van redding. Wat is de naam van die helm? Dat bewaart je hoofd, je denken, namelijk: hoop. Verwachting namelijk.

De Helm van de Hoop: Geëvacueerd voor de Komende Toorn ↑ hoofdstukken

En dat is een verwachting van het denken. Want, zo zegt Paulus erbij: hoezo redding? Wel, dat is wat wij verwachten. En dat wordt juist nu steeds actueler. Want hij zegt daarbij: "Want God stelt ons niet tot toorn, maar tot verkrijging van redding door onze Heer Jezus Christus." Waar heeft hij het hier over? Wel, over het feit dat wij straks beveiligd worden voor de toorn. De Heer zal terugkomen.

Laat ik het eerst maar even lezen. Dit staat in 1 Thessalonika 5, maar Paulus was de brief al begonnen in hoofdstuk 1 vers 10. Daar had hij gezegd dat wij Zijn Zoon verwachten vanuit de hemelen. Dat is wat we doen: wij verwachten de Zoon vanuit de hemelen. En wie is dat dan wel? Wel, Hij die God ooit opwekte vanuit de doden. Dus Hij die straks terugkeert uit de hemelen, Hem verwachten wij. Dat is Jezus, die ons bergt vanuit de komende toorn.

Er gaat dus iets vooraf aan de toorn die gaat komen. Voordat die toorn losbreekt, komt Hij om ons daaruit te bergen, om ons in veiligheid te brengen, om ons te evacueren. Want dat is wat er gebeurt: wij gaan de Heer tegemoet, we worden weggerukt. Paulus zegt het in 1 Thessalonika 4: we worden weggerukt, de Heer tegemoet. Dat is ook die mannelijke zoon in Openbaring 12 die weggerukt wordt voordat die vrouw vlucht naar de woestijn voor 1260 dagen. Goed, niet iedereen pakt dit misschien direct op, maar houd het even in gedachten. Het is dezelfde wegrukking.

In ieder geval: Hij komt en Hij gaat ons bergen vanuit de komende toorn. Paulus zegt: "God stelt ons niet tot toorn." Want vanaf het begin van de grote verdrukking gaat de toorn van God zich openbaren. Eerst ook al via de prediking van die twee getuigen, die de hemel kunnen afsluiten en water in bloed kunnen veranderen. Dat gebeurt allemaal in die tijd. Trouwens, ook de satan zal dan zijn toorn openbaren. Zo staat het er letterlijk. Als hij uit de hemel geknikkerd is, dan staat er dat hij weet dat hij weinig tijd heeft, en in grote woede ontsteekt hij dan tegen die vrouw en haar zaad.

Juist omdat God die tijd mag bepalen, zegt Hij: "God stelt ons niet tot toorn." Dat wil zeggen: wij gaan dat niet meemaken, want wij bevinden ons inmiddels op een hoger niveau. Wij die mogen geloven vandaag, wij wier ogen geopend zijn voor Zijn liefde en voor Zijn Woord. Hij heeft ons bestemd voor de troon. Daarom stelt God ons niet tot toorn, maar tot verkrijging van redding door onze Heer Jezus Christus. Hij is het die stierf ten behoeve van ons, opdat wij — hetzij wij zouden waken, hetzij wij sluimeren — tegelijkertijd samen met Hem zouden leven.

Want ook als u Hem mag kennen en u zou onverhoopt slapen of sluimeren, dan bent u er toch bij hoor. Dat vind ik zo prachtig. Het is niet zo van: "Dan mis ik de trein." Deze gebeurtenis mist u niet. Nee, hetzij we waken, hetzij we sluimeren, we zullen tegelijkertijd met Hem leven. Mensen, wat een dag zal dat zijn! En dan bedoel ik niet alleen die wegrukking zelf, maar vooral ook dat we in onze bediening geplaatst worden. We krijgen een plek daar bij de troon. Dat is toch geweldig, dat je zo’n uitzicht mag hebben?

Paulus zegt daarom ook, juist vanwege die verwachting: "Bemoedigt elkaar en bouwt elkaar op." En hij zegt tegen de Thessalonikers: "Zoals jullie ook doen." Want dit is de verwachting, eigenlijk al tweeduizend jaar lang. En wanneer wordt die actueel? Wel, in de generatie waarin de levenden inderdaad veranderd worden in een punt des tijds en samen met de ontslapen gelovigen de Heer tegemoet gaan. Die gebeurtenis staat binnen niet al te lange tijd te gebeuren.

En we weten ook wanneer dat gaat gebeuren. Paulus zegt voor degenen die waken: het komt niet als een dief in de nacht. Het komt er eigenlijk op neer dat wij weten: als iedereen gaat zeggen "vrede en zekerheid", dan gaan wij aftellen. Dan weten we dat het niet lang meer gaat duren. Of we de exacte termijn daarvan weten, is nog een vraag apart. Laat ik het zo zeggen: op dit moment weet ik dat niet, maar misschien weet u er wel meer over. Sommigen zeggen dat het om drieënhalf jaar gaat, maar dat is weer een verhaal apart. In ieder geval weten we dan: nu duurt het niet lang meer.

Daarom zijn wij alert. We lezen de Schriften en we weten dat die derde dag gaat komen. We weten ook wat er de afgelopen eeuw allemaal in het Midden-Oosten is gebeurd. Alle staten zijn er weer; alle stukken zijn op het schaakbord neergezet. Er is weer een Joodse staat, Jeruzalem is weer de hoofdstad van Israël en er is een Palestijnse staat. Alles is in gereedheid gebracht. Het is nu nog wachten op een tempeldienst en een vrede daar in het midden. Dat gaat komen, die tienstatenbond. Dat gaat gebeuren.

Dus: oogjes open, snaveltjes toe... maar het is wel belangrijk: wij luisteren naar de Schrift en we weten dat die dingen gaan komen. Ik heb het volgens mij al eens eerder gezegd, maar ik kan het niet nalaten om het te herhalen: Gefeliciteerd! Gefeliciteerd dat u, dat jij in deze tijd mag leven met dit geweldige uitzicht, en dat dit alles zich zo spoedig gaat voltrekken. Dat wilde ik vanmiddag heel graag met jullie delen.

🎧 op welke dag komt de Heer? (5) als een dief…
Delen: