Paulus, drievoudig uniek!
04-07-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondagochtend 4 juli 2021in 'de Schaapspoort' in Epe
In Galaten 1 spreekt Paulus over het unieke van zijn apostelschap, Evangelie en bediening. Drie keer doet dat d.m.v. een dubbele ontkenning (“niet” en “ook niet”) om vervolgens te zeggen hoe het wel zit (“… maar…”).
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en het Thema 'paulus, Drievoudig Uniek'
- De Betekenis van de Naam Paulus: de Onderbreking
- Drievoudig Uniek (deel 1): Paulus als Apostel
- Drievoudig Uniek (deel 2): het Evangelie van Paulus
- Drievoudig Uniek (deel 3): de Bediening van Paulus
- Conclusie: het Perspectief voor Deze Tussentijd
- Vragen uit de Zaal (q&a)
- Afsluitend Dankgebed
Introductie en het Thema 'paulus, Drievoudig Uniek' ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen allemaal. Wat aangenaam om kennis te maken met jullie hier. Het staat nog steeds, hoor. Om kennis met elkaar te maken hier; wij hebben inderdaad, zoals zojuist al gememoreerd, al een hele reis erop zitten. Er zijn er trouwens meerdere hier in dit gezelschap die een flinke afstand hebben overbrugd. Ik moet u zeggen, ik vind het een groot voorrecht om met jullie het Woord te delen.
Het thema dat ik vanmorgen graag in jullie midden wil neerleggen is – u ziet het hier achter mij geprojecteerd – 'Paulus, drievoudig uniek!'. Ik wil jullie graag meenemen naar een drietal passages in één Bijbelhoofdstuk, namelijk in Galaten 1, waar Paulus zich voorstelt. Ik ben gewoon om dat allemaal te projecteren, dus u kunt het meelezen in uw Bijbel; dat is altijd wel handig. Maar voordat ik daar nog wat meer over zeg, wil ik eerst nog even inzoomen op die naam Paulus.
De Betekenis van de Naam Paulus: de Onderbreking ↑ hoofdstukken
Ik denk dat een heleboel van jullie zich nauwelijks bewust zijn van wat er in die naam alleen al besloten ligt. Natuurlijk kennen we Paulus vanuit zijn brieven en vanwege het grote aandeel dat hij heeft gehad in het tot stand komen van het Nieuwe Testament. Een veertiental brieven zijn van zijn hand. Maar die naam Paulus komen we voor het eerst tegen in Handelingen 13 vers 9. Dat is heel apart, want tot die tijd, vanaf zijn roeping, was hij nog Saulus. Dat lees je al in Handelingen 9, na de steniging van Stephanus. Toen kwamen we voor het eerst de naam van Saulus tegen, die aardsvijand van de naam van Jezus. Al die tijd blijft hij Saulus heten en pas in Handelingen 13, als Paulus gaat reizen en naar de natiën toe gaat — naar de heidenen, zo u wilt — dan pas lees je die naamsverandering. Dan staat er in vers 9 van dat hoofdstuk 13: "Saulus, genaamd Paulus..." Vanaf dat moment wordt zijn naam consequent Paulus.
De eigenaardigheid is dat dit juist gebeurt op het moment dat Saulus in aanraking is met een landvoogd op het eiland Cyprus. Hoe heet die man? Sergius Paulus. Paulus wil het woord tot hem richten, maar hij wordt tegengehouden door een Joodse tovenaar, een valse profeet. Paulus wilde graag het woord delen met die landvoogd, maar hij wordt gedwarsboomd. Dan is het Paulus die het woord voert en tegen die Jood zegt — en dat zijn geen aardige woorden die hij tot hem spreekt: "Je zult blind zijn en je zult stoppen om nog langer zo met je valse profetie bezig te zijn." Ter plekke wordt hij ook daadwerkelijk blind. Je ziet dat ook op het plaatje: Paulus die hem zo aanspreekt, de man op de troon is Sergius Paulus, en die valse profeet wordt aangesproken en er wordt gezegd: "Jij zult stoppen en je zult blind zijn." Hij wordt ook daadwerkelijk blind gemaakt, overigens voor een tijd, want hij zou later weer ziende worden. Maar voor een tijd wordt hij blind.
Paulus zegt dan: "Houd je niet op met deze valse profetie uit te spreken?" Hij gebruikt daar een specifiek werkwoord en daar wil ik naartoe. Hij gebruikt het Griekse werkwoord pau, wat wij eigenlijk allemaal wel kennen van ons woord 'pauze'. Een pauze wil zeggen: een onderbreking. Je stopt met iets, al of niet tijdelijk. Bij ons is een pauze vooral tijdelijk, want daarna hervat je het weer. Dat is ook hier heel veelzeggend. Wat Paulus eigenlijk doet, is zeggen dat het woord nu naar de natiën toe gaat, en die Jood wordt tijdelijk blind gemaakt. Dat is veelzeggend, want dat is feitelijk de uitbeelding van de naam van Paulus.
Als ik het in een schemaatje neerzet, komt het hierop neer: tot Handelingen 13 ging het woord direct via de twaalf apostelen naar Israël toe. En dan krijg je Paulus. Die naam heeft alles te maken met het feit dat de prediking van het Evangelie nu even niet naar Israël gaat als natie. Israël wordt tijdelijk terzijde gesteld. Dan is er de boodschap van de apostel Paulus, en in de toekomst pakt God de draad weer op met dat volk. De naam Paulus heeft dus alles te maken met die onderbreking waar wij nu nog steeds in zitten, inmiddels al 2000 jaar. Het woord gaat naar de natiën en Israël als volk staat tijdelijk terzijde. De naam Paulus staat daar model voor. Die hele geschiedenis in Handelingen 13 is illustratief; het geeft precies aan waar het om gaat, namelijk dat wij in een onderbreking leven. Alles in deze tegenwoordige tijd draait om de boodschap die aan Paulus is toevertrouwd.
Dat wil ik graag laten zien aan de hand van wat we lezen in Galaten 1. Ik doe dat op een wat eigenaardige manier, want daar wordt gesproken over Paulus als apostel, even later over zijn Evangelie — hij noemt het ook zo: "mijn Evangelie" — en weer even later over de bediening die hem is toevertrouwd. We gaan het dus hebben over Paulus als apostel, over zijn Evangelie en over zijn bediening. Paulus brengt dat op een hele aparte manier ter sprake in deze passages, want hij gebruikt telkens een ontkenning, een dubbele ontkenning, om vervolgens te zeggen wat het wel is. Ik weet niet hoe u dat ervaart, maar in het algemeen leer je iets pas echt goed kennen door het contrast.
Ik heb lange tijd Nederlandse les gegeven aan buitenlanders. Ik ruimde in de les altijd een gedeelte in voor antoniemen, oftewel tegenstellingen. Ik gebruikte een woord en dan moest een van de cursisten het tegendeel zeggen. Ja / Nee. Licht / Donker. Je leert een woord vaak kennen door het contrast. Dat is wat Paulus in Galaten 1 ook doet. Als hij het heeft over zijn apostelschap, zijn Evangelie en zijn bediening, zegt hij wat het niet is, en wat het ook niet is, om vervolgens te laten zien wat het wel is. Daardoor leer je werkelijk de betekenis van iets kennen. Dat is heel frappant. Laat ik beginnen bij het eerste.
Drievoudig Uniek (deel 1): Paulus als Apostel ↑ hoofdstukken
Paulus als apostel. We beginnen eigenlijk meteen bij het begin, want in de Galatenbrief — Paulus schrijft aan de Galaten, aan de natiën buiten het land — stelt Paulus zich direct voor. Hij steekt eigenlijk meteen van wal, want hij heeft iets heel belangrijks in deze brief te melden. Hij zegt dit, en de tekst komt misschien niet helemaal woordelijk overeen met uw SW-vertaling of Statenvertaling; dat komt omdat het een letterlijke weergave is. Zojuist werd in de zangleiding ook al een paar keer gerefereerd aan de grondtekst. En ja, weet u, God heeft Zijn woord niet in het Nederlands gegeven. Nee, Hij heeft dat ooit laten optekenen in het Hebreeuws en in het Grieks. Dat is de grondtekst, en daar moet je eigenlijk naar terug als je wilt weten wat er precies staat. Dan moet je weten, niet wat de vertaling zegt, maar wat het origineel zegt.
In vers 1 zegt hij dit, als hij zich voorstelt: "Paulus". Dan weet je meteen over wie we het hebben. Wij plaatsen de afzender meestal aan het einde van de brief, maar dat is eigenlijk een absurde gewoonte. Het eerste wat je wilt weten als je een brief krijgt, is immers: van wie is die? Dus dan kijk je eerst achter in de brief om te zien van wie je hem hebt gekregen. Maar in de Bijbel is het zo dat de afzender zich — heel logisch — meteen voorstelt. Na een korte onderbreking zegt hij: "Ik ben een apostel." Dat is eigenlijk een Grieks woord en het betekent gewoon een afgevaardigde. Paulus zegt: "Paulus, apostel, niet van mensen, ook niet door een mens hier op aarde, maar door Jezus Christus en God de Vader, die Hem — namelijk Jezus Christus — opwekte vanuit de doden." Hier zie je meteen in dit vers geïllustreerd wat ik zojuist bedoelde met die dubbele ontkenning: niet dit, ook niet dat, maar dát.
Laten we daar eens even iets meer bij stilstaan. Paulus stelt zich voor als een afgevaardigde, maar hij zegt: "Niet van mensen." U moet weten, Paulus werd ooit geroepen op de weg naar Damascus. Dat was buiten het land Israël. Alleen de locatie is al veelzeggend: wáár hij geroepen werd. Maar ook wannéér hij geroepen werd. Want het was op een heel laat tijdstip. De Heer Jezus was allang en breed van het aardse toneel verdwenen; Hij was vanaf de Olijfberg ten hemel gevaren en er lagen jaren tussen. In die tijd ging de boodschap nog via de twaalf naar Israël toe. Je leest dat uiteindelijk het evangelie van de opgestane Christus ook door het volk en door de regering van het volk, het Sanhedrin, wordt afgewezen. Dan wordt Stefanus gestenigd, officieel door het volk; dat is de afwijzing door het volk Israël van het evangelie. Na de steniging van Stefanus wordt Paulus pas geroepen.
Hij is van een heel andere categorie dan de twaalf. De twaalf — Jacobus, Petrus, Johannes en al die anderen — hebben hier op aarde hun opleiding genoten van de Heer Jezus. Jarenlang zijn ze met Hem opgetrokken en ze hebben dat allemaal meegemaakt. Bij Paulus was dat een totaal ander verhaal. Sterker nog, Paulus moest niets van Hem hebben. Pas op het moment dat Israël het evangelie al had afgewezen, werd hij geroepen, en dan ook nog buiten het land. Zowel het tijdstip als de locatie is veelzeggend. Een vijand — "Saul, Saul, wat vervolg je Mij?" — wordt geroepen vanuit de hemel. Hij was geen apostel die geroepen was door de Heer Jezus hier op aarde vanuit een vissersboot, zoals Petrus, Jacobus en Johannes. Nee, hij werd geroepen vanuit de hemel door een hemelse Heer. Een licht omstraalde hem, zo fel dat hij zelfs dagenlang blind was.
Ziet u hoe totaal anders de roeping van deze Paulus is? Hij hoort niet bij de twaalf. Hij zegt ook: "Ik ben een apostel, niet van mensen." Hij benadrukt dat het niet een mens is die hem heeft afgevaardigd, ook niet door een mens. Dat zullen we straks ook zien: hij is niet geroepen door die collega-apostelen in Jeruzalem. Eigenlijk heeft hij daar niets mee te maken; hij is onafhankelijk van hen geroepen en afgevaardigd. "Niet van mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus zelf, vanuit de hemel." Paulus was een vijand — ik moet uitkijken met dat gesloten gesprek natuurlijk, dus ik laat er niet te veel op leunen — maar hij zocht Jezus van Nazareth niet. Ja, hij zocht Jezus van Nazareth om Hem te vervolgen. Iedereen die met Hem geassocieerd werd, tot zelfs in de buitenlandse steden, moest het ontgelden. Hij was nu op weg naar Damascus, als een vijand.
Later zegt hij in de Timotheüsbrief dat de genade hem heeft overweldigd. Heeft Saulus voor Jezus gekozen? Nee, de Heer Jezus Christus koos voor hem en hij werd overweldigd. Hij kon niet eens anders meer. Kijk, dat is genade. Een vijand werd van het ene op het andere moment verzoend; een vijand werd een liefhebber. Dat is die enorme, radicale omkeer die in zijn leven werd gebracht door Jezus Christus. "Door Hem ben ik geroepen," zegt hij, "en daarmee ook door God de Vader, die Jezus Christus opwekte uit de dood." We hebben er zojuist over gezongen: Hij is opgestaan uit de doden. Maar waarom is Hij opgestaan? Omdat Hij door Zijn God en Vader werd opgewekt uit de doden. Dat wil zeggen: alle doden bleven achter en tussen die doden werd Hij opgewekt. Paulus zegt hiermee: "Alsjeblieft, wil je weten wie ik ben? Lees gewoon hoofdstuk 1 vers 1." Paulus, een afgevaardigde, niet van mensen en ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en van God de Vader die Hem opwekte vanuit de dood. Om het eventjes schematisch voor te stellen en dat tabelletje er weer bij te halen: Paulus is een apostel, niet van mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus. Dat is het eerste punt als we het hebben over Paulus als apostel.
Drievoudig Uniek (deel 2): het Evangelie van Paulus ↑ hoofdstukken
We slaan even een paar verzen over en komen uit bij vers 11. Daar lezen we het volgende, en dan krijg je weer dezelfde structuur te zien. Lees maar met me mee. "Want," zegt hij, "ik maak jullie bekend, broeders, dat het evangelie dat door mij geëvangeliseerd wordt, niet is naar de mens." Een goed bericht, een blijde tijding. Het woord "geëvangeliseerd" is eigenlijk een Grieks woord; een blijde boodschap wordt als blijde boodschap doorgegeven. En dat evangelie dat door mij verteld wordt, daarover zegt hij: dat is niet naar de mens. Een mens heeft dat niet bedacht. Het is niet in lijn met wat een mens zou bedenken.
Het is wel voor de mens, alsjeblieft. Een geweldige boodschap van de genade Gods die reddend is verschenen voor alle mensen. Ik bedoel: zelfs een vijand is voor God geen probleem om te redden hoor. Want Hij maakt van vijanden vrienden en liefhebbers. Kijk, dat is genade. En dat is niet naar de mens. Want u weet het, dat is typerend voor menselijke godsdienst en religie: wij moeten iets doen, wij moeten iets werken, wij moeten iets verdienen, wij moeten kiezen. Nee, dat is allemaal naar de mens. In feite wordt daarmee de mens op een voetstuk gezet: wat jíj doet. Paulus' boodschap was niet in lijn daarmee. Het is niet naar de mens.
Hij zegt dan in vers 12: "want van een mens ontving ik het ook niet." Waarom is het niet naar de mens? Wel, hij zegt: ik heb het ook niet van een mens gekregen. Het is ook niet zomaar van een menselijk iemand hier op aarde; het heeft een totaal andere oorsprong, een totaal andere origine. "Want van een mens ontving ik het ook niet, noch werd het mij onderwezen," maar, zegt hij, door onthulling van Jezus Christus.
En hier dus weer: niet, ook niet, maar wat dan wel? Kijk, Paulus werd geroepen vanuit de hemel. Ik sprak er zojuist al even over. Maar dat niet alleen. Hij zegt: ik ontving het niet alleen niet van een mens, ik heb het ook niet onderwezen gekregen door een mens. En dat is eigenaardig. Het wordt vaak zo voorgesteld: oké, Paulus werd geroepen vanuit de hemel en vervolgens zal hij door anderen op de hoogte gebracht en onderwezen zijn over hoe het nou precies zit met Jezus. Nee, zegt hij. "Want van een mens ontving ik het ook niet, noch werd het mij onderwezen."
Hoe dan wel? Hoe werd Paulus nou onderwezen? Hoe werd hij bekend en onderlegd? Hoe kreeg hij al zijn informatie? Hoe wist hij dat alles? Nou, zegt hij: door onthulling van Jezus Christus. De apokalypsis, de onthulling. Jezus Christus heeft Zich aan mij bekendgemaakt. En dat is niet zo heel erg bekend, maar je kunt het nalezen. Ik ga dat nu niet nazoeken, maar ik geef de schriftplaats ter vermelding: Handelingen 26. Dat is heel apart. Als Paulus daar voor koning Agrippa staat, zegt hij: "De Heer, Jezus Christus, is aan mij verschenen." Maar dat niet alleen. Toen Hij aan Saulus verscheen, zei Hij: "Ik ga ook nog aan jou verschijnen." "Ik ben aan jou verschenen en Ik zal ook nog aan jou verschijnen." Je hoort dus nog van Me, bij wijze van spreken. Ik maak je nog meer bekend.
Dat betekent dus dat Saulus van Tarsus geroepen werd door Jezus Christus vanuit de hemel, buiten het land, na de twaalf en na de steniging van Stefanus. Hij werd geroepen, maar hij werd vervolgens ook ingeleid en bekendgemaakt met, en onderwezen door, Jezus Christus Zelf. We zullen dat straks ook zien bij de volgende afdeling, bij zijn bediening. Paulus is later naar Arabië gegaan. Meteen. Dat lees je; ik ga straks het bonnetje er ook bij leveren. Hij is naar Arabië gegaan. Weet u dat Arabië nog maar één keer meer in het Nieuwe Testament genoemd wordt? In dezezelfde brief trouwens. Weet u wat er in Arabië gebeurd is? Daar heeft ooit Mozes de wet gekregen. De Sinaï. Er staat in Galaten 4: de berg Sinaï, die in Arabië is. Aha! Dus daar waar ooit God verscheen en de wet gaf via Mozes, daar is Paulus onderwezen door Jezus Christus Zelf. Door onthulling van Jezus Christus. Op diezelfde locatie waar ooit de wet gegeven werd, daar ging de Heer Jezus Christus Zelf Saulus onderwijzen over de genade en alles wat hij te melden had.
Ziet u trouwens ook dat Paulus' boodschap logischerwijs anders is? Je kunt zeggen: "Ja, maar het is toch allemaal hetzelfde evangelie wat de twaalf brachten – Jakobus, Petrus, Johannes – en wat Paulus bracht?" Nee, echt niet. Ja, het heeft dezelfde basis. Absoluut. Weet u wat er centraal staat in elke boodschap, of je het nou over Jakobus, Petrus, Johannes of Paulus hebt? Ze predikten allemaal de opgewekte Christus. Jezus Christus die door God is opgewekt uit de doden. Dat is de basis. Maar Paulus wist meer. Paulus werd later geroepen vanuit de hemel, nadat Israël terzijde was gesteld. Kijk, dat zijn allemaal dingen waar de twaalf nog niet van op de hoogte waren en die ze ook nog niet mochten weten.
Paulus zegt – ook daar heb ik geen dia van, maar lees het maar na in Galaten 2 vers 7 – en als ik u een aanbeveling mag doen: lees het in de Statenvertaling, want daar staat het correct. Of in de Telosvertaling. Er staat: aan Paulus is het evangelie van de voorhuid gegeven, van de onbesnedenen. Zoals aan Petrus het evangelie van de besnijdenis is gegeven. Het evangelie van Israël, dat is aan de twaalf gegeven. En aan Paulus is het evangelie van de natiën gegeven. Kijk, dat is zo'n groot verschil. Dus Paulus wist meer; zijn perspectief is een andere. Bij Paulus overtreft ook de genade die alles overweldigde. Hij was zelf de belichaming daarvan, van de genade Gods.
Waarom moest Paulus speciaal onderwijs krijgen? Nou, gewoon omdat hij hele speciale dingen te melden had. Anders had hij net zo goed meteen naar Jeruzalem kunnen gaan en zeggen: "Nou, vertel me maar hoe de vork in de steel zit, Petrus of Jakobus." Nee, zo is het niet gegaan. Jezus heeft gezegd: "Ik heb jou hele bijzondere dingen te melden die jij straks onder de natiën mag brengen en wat de twaalf niet wisten." Een update, om het even in computertermen te zeggen. Een nieuwe versie. Want inmiddels is de situatie weer veranderd: Israël is nu tijdelijk terzijde gesteld. En nu moet jij, Paulus, dit weten. Je moet het eerst zelf weten om het te kunnen doorvertellen natuurlijk. Nou, daar heb je onderwijs voor nodig. En Paulus was uitgekozen om dat te gaan vertellen. Maar daarvoor moest hij eerst worden onderwezen.
Dus, een tweede samenvatting, of even dat tabelletje weer. Ook nu, als het gaat over zijn evangelie – de boodschap die hij mag brengen – noemt hij het een paar keer in zijn brieven: "mijn evangelie". Waarom mijn evangelie? Ja, dat was het evangelie dat aan hem door onthulling was toevertrouwd en bekendgemaakt. En dat was van hetzelfde soort... Natuurlijk is er uiteindelijk maar één soort evangelie. Maar het evangelie dat aan Abraham verteld werd, dat was toch echt wat anders dan dat van Petrus. Ik bedoel, er zijn zoveel goede berichten in de Bijbel, zoveel evangeliums. Het heeft allemaal één oorsprong en één onderwerp, dat is waar. Maar toch is er verschil. Het evangelie waarvan Paulus zei "mijn evangelie", dat was niet naar de mens. Hij had het ook niet van een mens ontvangen of geleerd. Nee, door openbaring van Jezus Christus.
Drievoudig Uniek (deel 3): de Bediening van Paulus ↑ hoofdstukken
Nou, en dan gaan we het nog hebben over Paulus' bediening; hoe hij evangeliseerde. We gaan nu naar vers 15. Paulus vertelt nog eens even kort hoe het allemaal zo gekomen is, hoe hij geroepen werd en waarom. Hij had zojuist in de voorgaande verzen verteld hoe hij ooit een kampioen was binnen het jodendom. Hij zei: "In het jodendom heb ik het verder gebracht dan vele van mijn tijdgenoten." Hij was een 'rising star' binnen die Joodse wereld, een kampioen in de orthodoxie. Hij zat aan de voeten van Gamaliël en had de beste opleiding genoten. Dat was de reden dat hij in dat jodendom zo was ingeleid, maar niemand had het zover geschopt als hij.
En dan verwijst hij: "Maar toen het God behaagde, die mij afzonderde vanuit de schoot van mijn moeder en roept door zijn genade..." Kijk, weet u, 'alles is genade' kan soms een beetje een holle frase zijn. Als wij als gelovigen bij elkaar zijn, dan zeggen we: "Natuurlijk, alles is genade." Dat zijn van die uitdrukkingen die een beetje platgetreden paden kunnen worden. Nee, je moet goed beseffen wat het is. Genade wil zeggen dat het 'om niet' is, dat er dus geen enkele prestatie of verdienste van jou bij zit. Totaal niet.
Kijk, Saulus was al afgezonderd vanaf de schoot van zijn moeder. Wist hij veel? Als je in de schoot van je moeder bent, en ook als je er net uit bent gekomen, dan weet je nog helemaal niks. Nee, Saulus wist dat niet, maar God wel. En God had hem afgezonderd. Dat behaagde God; zo wilde God dat graag. Hij vraagt niet: "Vind jij dat goed?" De meeste dingen in het leven gaan trouwens zo. De belangrijkste zaken in het leven worden niet aan jou gevraagd: of je geboren wordt, ja of nee; of je een jongetje of een meisje bent. Tegenwoordig wordt het wel gevraagd, maar goed... Maar al die dingen, of je gezond bent, in welk huis of in welke tijd je geboren wordt, of je ouders rijk zijn; al die dingen die feitelijk bepalend zijn voor je levensloop, worden niet aan je gevraagd. Nee, God zet je daar gewoon in.
En God maakt geen fouten hoor. Hij plaatst de dingen. Het woord God betekent eigenlijk ook 'Theos', en dat betekent 'Plaatser'. Hij zet de dingen; Hij zet de een hier en de ander daar. Het is de een nu en de ander straks. En wie doet dat? Er is maar één Beschikker. Nou, Paulus zegt: "God heeft mij al vanaf de schoot van mijn moeder gewoon afgezonderd, en Hij roept mij door Zijn genade." Gewoon puur om niet.
Saulus was dan weliswaar een vijand van het evangelie; er was in de hele wereld niemand die er zo'n hartgrondige hekel aan had en dat ook bewees. Hij was de verzetsleider tegen die sector van de Nazareners, zoals dat in het Nieuwe Testament genoemd wordt. En juist met hém moest God vereniging hebben. Verdiende hij het? Zocht hij het? Nee, juist niet. Juist daarom is hij zo'n toonbeeld van genade. Hij zocht het niet, hij verdiende het niet. Hij zegt ook later: "Ik ben het niet waard om een apostel te wezen." Nog later zegt hij: "Ik ben de geringste van de heiligen." En nog weer later zegt hij zelfs: "Ik ben de eerste van de zondaren." Waarom? Omdat God Zijn genade in hem wilde demonstreren; dat hij totaal niets, en ik bedoel daarmee niets, met al zijn horen en weten, had in te brengen. Niets. God riep, en Hij roept door genade. Feitelijk is daarmee ook gezegd wat hij te melden had, namelijk de genade. Niet als een mooi wandtegeltje of een mooie term, maar gewoon precies wat het betekent: om niet.
En Hij roept door Zijn genade, en dan staat er nog bij in vers 16: "Om zijn Zoon in mij te onthullen." Wat God wilde, daartoe was hij al vanaf de schoot van zijn moeder afgezonderd. Hij zegt: "Opdat zijn Zoon in mij onthuld zou worden en opdat ik Hem zou evangeliseren te midden van de natiën, te midden van de volkerenwereld." In feite was wat Paulus deed het werk van een afgevaardigde; hij sprak namens Jezus Christus. Dus als Paulus daar te midden van de natiën het evangelie neerlegde en verkondigde, was dat feitelijk Jezus Christus. Gods Zoon werd in hem onthuld. Als Paulus sprak, was het eigenlijk Gods Zoon die daar onder de natiën sprak. Dat is een afgevaardigde representant; hij sprak namens Jezus Christus.
Nou, God had behagen om Zijn Zoon in mij te onthullen, opdat ik Hem zou evangeliseren te midden van de natiën. En toen ik geroepen werd, zegt hij, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed. Dat zou je wel verwachten. Je zou denken: als hij nu wordt geconfronteerd met de opgewekte Christus, wat zou hij dan doen? "Oh, als het zo ligt, dan ga ik me maar vervoegen bij hen die al vóór mij apostelen waren." Nee, zegt hij, "ik ben geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed." Hij zegt ook: "Ik ging niet op tot Jeruzalem naar hen die vóór mij apostelen waren." De twaalf dus, daar in Jeruzalem. Woonden daar de twaalf niet? Waren zij daar niet actief? Waren zij niet aangesteld door Jezus? Jawel. Maar Paulus zegt: "Ik ben geen ogenblik te rade gegaan bij vlees en bloed. Ik ben ook niet naar de gezagsinstanties gegaan om me daar aan te melden, zo van: vinden jullie het goed dat ik nu ook bij het gezelschap kom?" Nee, niets daarvan. Hij staat er helemaal los van. "Ik ben geroepen door Hem, dus ik ben geen ogenblik te rade gegaan om advies in te winnen of om erkenning te krijgen." Niets. "Als Hij mij roept..." dat is eigenlijk wat hij zegt, "Hij riep mij en dus ben ik een afgevaardigde om naar de natiën te gaan." En als zij daarmee instemmen... later lees je inderdaad dat hij veel later naar Jeruzalem gaat en dan geven ze hem de rechterhand der gemeenschap. Jakobus, Petrus en Johannes; lees het maar na in Galaten 2 vers 9. Dan krijgt hij de rechterhand der gemeenschap en dan zeggen ze: "Ja, het is waar." Maar daar was hij niet van afhankelijk. Hij was onafhankelijk. Waarom? Hij was door Jezus Christus zelf geroepen.
Hij ging dus niet op naar Jeruzalem, naar hen die vóór hem apostelen waren. "Maar," zegt hij, en daar doelde ik zojuist op, "ik vertrok naar Arabië en vandaar keerde ik weer terug naar Damascus." Als je het boek Handelingen leest, dan lees je over dat hele bezoek aan Arabië niets. Maar hij is daar mogelijk zelfs een paar jaar geweest. Pas drie jaar later gaat hij namelijk naar Jeruzalem toe. Maar goed, hoe lang hij daar ook geweest is, hij ging naar Arabië. Waarom? Om onderwijs te krijgen. Op diezelfde locatie waar ooit Mozes onderwezen werd, onderricht werd en de wet kreeg om aan Israël te geven, daar is Saulus van Tarsus, Paulus, onderwezen door Jezus Christus zelf. Paulus heeft daar dingen te horen gekregen en is geïnformeerd over zaken waar de twaalf geen weet van hadden. Weet u wat de twaalf dachten? Die dachten echt dat in hun tijd het Koninkrijk openbaar zou worden. Zij brachten het evangelie van de opgestane Messias; ze gingen uit, want Israël moest geloven en bekeerd worden. Je leest het ook in Handelingen: als Israël die boodschap toen zou hebben aanvaard, dan zou de Messias teruggekeerd zijn en het Koninkrijk hier op aarde zijn aangebroken. Dat was het perspectief. Dat dachten zij en daartoe waren ze ook geroepen. Het waren er niet voor niets twaalf.
Waar moesten ze naartoe? Nou, eerst naar Israël. Israël moest geloven, maar dat gebeurde niet. En toen kreeg je een heel andere, nieuwe situatie en daar heeft Paulus alles mee te maken. Nu is het allemaal verborgen; het Koninkrijk wordt niet openbaar, het Koninkrijk is nu verborgen en er is niks te zien. Nee, wel te horen, maar niks te zien.
Ja, daar denken een heleboel christenen anders over. Die hebben die geweldige boodschap van Paulus nog niet in de gaten en denken nog steeds dat het Koninkrijk nu openbaar gaat worden met zichtbare tekenen. Zij verkijken zich daarop. Nee, nu even niet. Er was voorheen veel te zien en straks is er ook weer heel veel te zien op het moment dat God de draad met Israël weer oppakt. Dan wordt het weer anders, maar bij Paulus is het: horen.
Nou, dan krijgen we dus nog een keer de tabelletjes, zodat ik het helemaal compleet kan invullen. Dit geldt dus ook als het gaat om zijn bediening, om dat wat hij bracht. Hij is niet te rade gegaan bij vlees en bloed. Hij zegt: ik ben niet naar Jeruzalem gegaan, maar ik vertrok naar Arabië. Oftewel: Jezus Christus heeft Zich daar aan mij onthuld; Hij heeft mij onderwezen en ingelicht.
En nu nog één schema. Kijk, ik liet het in het begin al even zien en eigenlijk eindig ik daar ook weer mee.
Conclusie: het Perspectief voor Deze Tussentijd ↑ hoofdstukken
Wij leven vandaag in de tussentijd. Het is heel apart: als je het boek Handelingen leest, zou je denken dat de twaalf het evangelie prediken en dat het koninkrijk openbaar wordt. Maar er komt als het ware een kink in de kabel. Of is het dat ook weer niet? Het werd niet geloofd.
En hoe zit het dan? Laat God nu de draad met Israël los? Is dat voorbij? Nee, het is niet voorbij! God laat nooit varen de werken van Zijn handen. Hij pakt die draad weer op, maar dat wordt nu onderbroken. Paulus spreekt daarover in zijn brieven. Hij zegt: door hun val, door de val van Israël, is het heil nu naar de natiën gegaan. Dat is nu; dat is de tegenwoordige tijd.
Als je wilt weten hoe het zit in de tegenwoordige tijd en wat Gods boodschap voor nu is – en laat ik dit even zeggen voordat ik misverstaan word: heel de Schrift is voor ons. Alles, van Genesis tot Openbaring. De boodschap van Jakobus, Petrus en Johannes, en ook de boodschap van de Heer Jezus hier op aarde in de evangeliën; dat kunnen we allemaal tot ons nemen en dat is buitengewoon belangrijk. "Al de Schrift is van God gegeven en nuttig", zegt Paulus. Jazeker, maar niet alles is voor ons en speciaal aan ons gericht. Wat is speciaal voor ons, aan ons, in deze tijd, in deze tussentijd waarin Israël tijdelijk terzijde staat? In deze pauze, in deze onderbreking, dan moet je bij Paulus wezen.
Dat is iets wat zo fundamenteel is om deze tijd te verstaan: wat God doet, wat Hij voornemens is en wat de boodschap is die vandaag mag klinken. Dat vind je inderdaad bij die man die geroepen werd buiten het land, op weg naar Damascus. Door een vijand. Iemand die geen opleiding hier op aarde had genoten van de Heer Jezus, maar die vanuit de hemel geroepen en onderwezen werd.
Die boodschap mag klinken. Een boodschap van genade voor iedereen, wie je ook bent. Heel de mensheid is in die genade begrepen; niemand is uitgezonderd. Is dat een goed bericht of is dat geen goed bericht? Hij houdt van jou, Hij houdt van mij, Hij houdt van al die miljarden mensen. Hij is mijn Redder. Niet omdat ik geloof, nee: Hij is mijn Redder en dáárom geloof ik. En Hij is de Redder, zegt Paulus in 1 Timotheüs 4 vers 10: Hij is de Redder van alle mensen, speciaal van hen die geloven. Dat is de genade van God. En dat is groots, dat is heerlijk en dat mag klinken. Ik ben ontzettend blij dat ik dat vanmorgen even naar voren mocht brengen hier op deze plaats in Epe.
Vragen uit de Zaal (q&a) ↑ hoofdstukken
Zijn er misschien nog mensen die zeggen: "André, jij zegt dit nu wel zo, maar ik heb toch nog een vraagje of iets te melden?" Nou, steek van wal! Precies!
Dat is een hele goede, ik vind het een perfecte vraag. Eigenlijk geeft dit mij de gelegenheid om nog even de puntjes op de i te zetten, voordat ik daarin misverstaan word. Want inderdaad, de twaalf zouden alle volkeren tot discipelen maken. Daartoe waren ze ook gezonden en jij haalt nu Handelingen 1 aan: te beginnen in Jeruzalem, Judea, Samaria, tot aan het uiteinde van de aarde. Jazeker, ze mochten beginnen, maar eerst Israël.
Maar Petrus ging toch ook naar buiten? Ja, dat is heel boeiend. Want Petrus heeft inderdaad de deur geopend naar de natiën. Maar voor de rest lezen we nooit meer dat hij daarna nog naar de natiën is gegaan. Er is eigenlijk maar één die echt door die deuren heen gegaan is. Petrus heeft de deur geopend en het is Paulus die vervolgens door die deur, door de poort naar Caesarea — dat was ook een poort trouwens, een haven — naar de natiën is gegaan.
Kijk, het punt is: de boodschap was dat Israël tot bekering moest komen. Als Israël tot bekering zou komen, dan zou het evangelie vervolgens vanuit Israël naar alle natiën gaan. Dus de natiën waren zeker in de picture, maar Israël eerst. Petrus zegt in het huis van Cornelius, nadat hij die deur geopend heeft naar de natiën: "Ons is gezegd..." Ik heb niet eens een Bijbeltje bij me, schandalig! Misschien kan ik het eventjes laten zien. Er staat alles in... en nou maar hopen dat het dezelfde Bijbel is als die van mij.
Het is een mooi exemplaar zeg, met al die aantekeningen! Ja, de connectie is er helemaal. Kijk, er staat: Als Petrus in het huis van Cornelius is, dan spreekt hij over de Heer Jezus. "Deze heeft God opgewekt op de derde dag en heeft gegeven dat Hij zou verschijnen, niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die door God tevoren verkozen waren." Dus de Heer Jezus is niet verschenen aan heel Israël, maar aan specifieke getuigen. En dan staat er in vers 42: "En Hij heeft ons bevolen tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij degene is die door God aangesteld is tot een Rechter over levenden en doden," enzovoort. Dus eerst dat volk, en daarna zouden de volkeren aan de beurt komen.
Maar wat gebeurt er? Het volk wijst het af, officieel zelfs. Als het Sanhedrin Stefanus stenigt, dan hebben ze niet alleen de Heer Jezus ooit gekruisigd, maar later ook het getuigenis van de opgestane Heer officieel afgewezen. En dan wordt Saulus eigenlijk ten tonele gevoerd. Hij gaat dan inderdaad door hun val naar de natiën. Dus als ik het mag samenvatten, komt het erop neer: de twaalf hadden het perspectief dat Israël tot geloof zou komen en dat het door hun geloof en herstel vervolgens naar de natiën zou gaan. Bij Paulus is het precies omgekeerd: juist doordat Israël het afwees, ging het naar de natiën. En dan krijg je een heel andere situatie. Er is natuurlijk veel meer over te melden, maar misschien zijn er nog meer vragen of opmerkingen.
Dat was heel helder, ik had het nooit zo gehoord. Nou, dat doet mij goed. Dan ben ik toch niet voor niets gekomen! Ik hoop en vind het prachtig dat het zo aansluit, maar ook dat het belang hiervan gezien wordt. Hoe enorm fundamenteel dit is. Want hoe lees je de Bijbel eigenlijk? Mensen zeggen vaak: "De Bijbel is zo moeilijk, waar begin ik en wat is er nou voor mij?" Nou, heel simpel: begin bij Paulus. Hij zegt immers: "Ik ben de leraar van de natiën." Als je wilt weten hoe wij uit de natiën — de niet-Joden — de Schrift moeten verstaan, dan moet je bij Paulus wezen. Bij hem moet je zijn als je wilt weten hoe de Schrift verstaan moet worden. Daar moet je beginnen, en van daaruit kom je zeker ook bij de rest van de Schriften terecht.
Het gaat ook helemaal niet om Paulus zelf. Paulus zegt: "Het ben ik niet, maar Hij." Maar dat is nu juist het punt. Het behaagde God om Zijn Zoon in hem te onthullen. Hij is een ambassadeur; wat hij zegt, is namens Jezus Christus. Hij is onderwezen door Jezus Christus. Dus alles wat hij vertelt, is in wezen — ook al schreef Paulus de brieven — wat Jezus Christus via Paulus doorgeeft. Dat is niet om de anderen, zoals Jakobus, Petrus en Johannes, te diskwalificeren, integendeel. Maar het is wel om het verschil en het onderscheid te zien. Dat is zeer elementair.
Paulus zegt toch ook dat als je tot geloof komt, je zinnen gezet moeten zijn op de dingen die boven zijn, waar Christus is? Ja, precies! Dat is ook een verschil in perspectief. De twaalf hadden vooral hun oog op de Heer Jezus Christus die weer terug zou komen op aarde, in Jeruzalem. Maar waar hebben wij nu mee te maken? Met een Christus die we nooit hebben gezien. Waar is Hij dan? Hij is daarboven, verborgen. En dat Hij verborgen is, is typerend voor deze tijd. Hij is nu de Verborgene. Het gaat binnenkort openbaar worden, maar nu nog steeds is Hij verborgen. En daarom, omdat Hij verborgen is, zoeken we ook de dingen die boven zijn. Het ligt niet op straat en het is niet zomaar te zien; je zoekt het. En waar vind je het? Gewoon in het Woord, maar in onze dagen in het bijzonder in zijn brieven. Het is geen "luchtfietsen" wat we hier doen, het is niet zomaar een aardig theologisch puntje. Soms wordt er gedaan alsof het een louter academische kwestie is — wat vaak "onbelangrijk" betekent — maar dit is niet academisch. Dit is fundamenteel om de waarheid van de Schrift te verstaan.
Is het ook een zaak dat je geestelijke ogen hiervoor geopend moeten worden? Want in de omgeving waar wij wonen, leren ze ons dit vaak anders. Ze hebben het inderdaad vaak anders gehoord. Dat is het traditionele denken. Maar hier heb je echt geopende ogen voor nodig om dit te zien. Absoluut. En wie opent de ogen? Dat is de Heer. Het feit dat je mag geloven, is al een geschenk. Soms wordt er heel godsdienstig of evangelisch gezegd: "Kies voor Jezus", maar als je leest over Paulus in Filippi, dan was daar een vrouw, een purperverkoopster die Lydia heette. En dan staat er: "En de Heere opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen Paulus te vertellen had." Zo staat het er, zoek het maar eens na in Handelingen 16 vers 14.
Mijn ouders zeiden ook altijd dat er een tekst is die zegt dat de vrouw moet zwijgen... Als je het niet erg vindt, laten we die kwestie van het zwijgen van de vrouw even terzijde laten. Niet om het te omzeilen, maar om nu bij de kern te blijven. Ik vind het alleen vreemd, want we zijn hier met zoveel vrouwen en we willen toch ook het goede voorbeeld volgen. Wat u zei over dat God het hart opent, dat spreekt me aan. Want het is niet ons eigen "zelf-bouwen", het is God die het doet. Er zijn mensen die er niet aan willen, maar het gaat om wat God bewerkt.
Jazeker, dat is precies wat er gebeurt als de boodschap wordt gebracht. Dat zie je altijd: je brengt het Woord en er zijn mensen die zeggen: "Wauw, geweldig, wat heerlijk!" Hoe komt dat? Is dat omdat die mensen van zichzelf zo goed zijn? Nee, helemaal niet; de Heere opent het hart, en daardoor schenken ze er aandacht aan. En er zijn mensen die het niet geloven, prima, dan ga je weer verder. Weet je waarom je dat zo gemakkelijk kunt doen? Als de Heer mijn ogen kan openen, en die van Paulus — de grootste vijand — dan kan Hij ook de ogen van een ander openen. En sterker nog...
Dat gaat Hij ook doen, want er komt een moment – maar dat is nog een andere kwestie – er komt een moment dat elke knie gaat buigen en elke tong van harte zal belijden: Jezus is Heer, tot eer van God de Vader. En daar ontbreekt helemaal niemand: niet in de hemel, niet op de aarde en niet onder de aarde. Kijk het maar na in Filippenzen 2.
Kijk, dat is genade. Maar niet allemaal tegelijk. Vandaag zijn het gewoon eerstelingen: hier een, daar een, daar een. En hoe komt het dat de ene het wel gelooft en de andere niet? Ja, dat weet ik niet; de Heer opent het hart. Het is een lot uit de loterij, als ik het zo mag zeggen, als je dat nu al mag zien. Maar prijs God: Hij gaat alle ogen op Zijn tijd, op Zijn wijze openen. Zullen we het daarbij laten?
Afsluitend Dankgebed ↑ hoofdstukken
Zullen we met elkaar nog onze hemelse Vader danken?
Machtig God en Vader, we danken U voor het geweldige voorrecht dat U ons zo’n blijde tijding hebt bekendgemaakt. We danken U dat wij in deze tussentijd mogen leven. U hebt nog zoveel op het programma staan en U gaat nog zoveel doen via Uw volk Israël. U hebt daar geweldige plannen mee, ook voor deze aarde, en U gaat het ook vervullen. Het lijkt soms alsof U het losgelaten hebt, maar het is slechts tijdelijk.
Wij mogen vandaag in deze tussentijd, in deze pauze leven en ons oor richten op dat geweldige woord van hem die U Zelf geroepen en onderwezen hebt. U hebt zo’n geweldig goed bericht, een blijde tijding bekendgemaakt, die hij mocht verkondigen en onderwijzen onder de natiën.
Heer, we prijzen onszelf gelukkig dat we zo’n rijkdom mogen bezitten, daarop mogen staan en daaruit mogen leven. We danken U dat U ook onze ogen daarvoor opent, op Uw tijd en op Uw wijze. Heer, we danken U uit de grond van ons hart dat U de God en Vader bent die ooit Jezus Christus uit de doden opwekte.
Het is werkelijk waarheid dat de dood uiteindelijk tenietgedaan wordt. En dan is er geen dood meer en dan leven allen, en dan zullen allen blij getuigen van wie U bent. Wat een toekomst, wat een – wat zeg ik – alomvattend plan bent U aan het uitwerken. Wat een geluk, wat een rijkdom.
We danken U, Vader, voor dit samenzijn, voor deze ontmoeting. We danken U voor het feit dat U ook in ons leven elke dag zorgt en geeft wat we nodig hebben. Van U kunnen we nooit te groot of te rijk denken. We danken U in de naam van Uw Zoon, Christus Jezus, de Redder van deze wereld. Amen.
UltimateGoodNews