God als GOD verheerlijken en danken
11-07-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 11 juli 2021 in Benthuizen
Wat is onze ‘verantwoordelijkheid’ eigenlijk als God GOD is en Hij alles beschikt, zowel goed als kwaad? Romeinen 1 vers 21 geeft het antwoord!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Aanleiding: Gods Soevereiniteit en Menselijke Verantwoordelijkheid
- Verantwoordelijkheid: de 'ability To Response'
- Intelligentie in de Schepping: Romeinen 1 Vers 21
- God als God: Theos als de Absolute Plaatser
- De Fundamentele Waarheid: of Één God, of Geen God
- De Enige Logische Respons: Verheerlijken en Danken
- Danken in Alles: God Keert het Kwade Ten Goede
- Vereidelde Redeneringen en een Verduisterd Hart
- Een Verlicht Hart en Overzicht: het Begin van Wijsheid
Aanleiding: Gods Soevereiniteit en Menselijke Verantwoordelijkheid ↑ hoofdstukken
De titel van deze toespraak is direct ontleend aan het Bijbelwoord en we gaan hem straks uiteraard ook lezen. U vindt hem in Romeinen 1: 'God als God verheerlijken en danken'. Ik mag wel zeggen – en ik denk dat ik daarmee niet te veel zeg – dat dit bijbelvers, Romeinen 1 vers 21, voor mij een hele bijzondere betekenis heeft en eigenlijk als een rode draad door mijn leven loopt. Het is meteen een bruggetje naar de vorige keer toen we het over Rachab hadden, over rode draden. Maar goed, nu hebben we het over iets heel anders. Maar dan toch: die waarheid dat God werkelijk God is. Ik geloof namelijk dat er niets is wat grootser, heerlijker en ook belangwekkender is dan dat, en ik denk dat ik dat vanmorgen ook duidelijk kan maken.
Voordat ik daar wat meer over ga zeggen, wil ik eerst de directe aanleiding van deze bespreking geven. Elke dag plaats ik op mijn website een commentaar, een toelichting. De laatste vele maanden – misschien al een jaar, dat weet ik eigenlijk niet precies – bespreek ik in ieder geval elke dag een bijbelvers. Soms doe ik een paar dagen over één vers. Dit keer gaat het over de Romeinenbrief. Ooit ben ik begonnen met de Efezebrief en later de Korintiërsbrief; nu ben ik bezig met de Romeinenbrief.
Ik was aangekomen in Romeinen 9, en Romeinen 9 is dat hoofdstuk waar velen zo'n moeite mee hebben, omdat daarin – zoals dat dan deftig heet – de soevereiniteit van God belicht en verheerlijkt wordt. Namelijk dat God werkelijk degene is die alles in de hand heeft en met alles een bedoeling heeft. Hij is de grote Pottenbakker die vaten van eer maakt, maar ook vaten van oneer. Dan lees je dat daar een farao voorbijkomt en dat God al van tevoren had gezegd: "Die farao gaat niet luisteren." En tegen de tijd dat hij onder de druk wel gaat luisteren, gaat God zijn hart verharden. Kortom: hij was ingezet om ongehoorzaam te zijn, want God zou juist door een weerstrevende farao Zijn kracht gaan betonen en Zijn naam verheerlijken.
En dan lees je dat, als Paulus dat zo belicht, de vraag opkomt: "Ja, maar wat heeft Hij daar nog aan te merken? Want wie heeft Zijn bedoeling weerstaan?" Hoe kan God de farao vervolgens in de Rode Zee doen omkomen, samen met zijn legers, als God het allemaal al zo gepland heeft? Dan krijg je dat majestueuze antwoord van Paulus: "Jij, o mens..." – even in mijn eigen woorden – "wie denk je nou eigenlijk dat je bent?" Je bent namelijk klei in de hand van de Pottenbakker. Zo zegt hij het eigenlijk ook: "Zal ook het leem tot de pottenbakker zeggen: Waarom hebt u mij zo gemaakt?" Alsof de Pottenbakker zich moet verantwoorden tegenover het klei dat Hij maakt. Dat is toch bizar? De grote Schepper!
Maar toen kreeg ik van iemand die deze stukjes ook leest een vraag, en die luidde als volgt: "Als God nou werkelijk zo God is – en ik ga dat straks echt toelichten – en alles beschikt en met alles een bedoeling heeft, wat is dan nog onze verantwoordelijkheid?"
Verantwoordelijkheid: de 'ability To Response' ↑ hoofdstukken
Nou is dat een wat lastig begrip, verantwoordelijkheid. Want normaal gesproken, als je bijbelstudie doet en je wilt weten hoe het zit met een bepaald begrip, dan pak je een concordantie. Tegenwoordig gaat het makkelijker via het internet, maar het maakt niet uit, je pakt in ieder geval een concordantie. Je kijkt: waar komt dat woord voor? En wat blijkt? Dat woord ‘verantwoordelijkheid’ komt helemaal niet eens in de Bijbel voor. Dus ja, bijbelstudie doen over het begrip verantwoordelijkheid, dat valt al niet mee.
Is God verantwoordelijk voor de schepping? Je kunt het verdedigen. Maar ja, ik zei net: moet een pottenbakker zich verantwoorden naar de klei die hij maakt? Nee. Dus is een pottenbakker verantwoordelijk voor die klei? Dat kun je ook niet zeggen. Maar omgekeerd, is die klei verantwoordelijk ten opzichte van de pottenbakker? Dat is eigenlijk een bizarre gedachte.
Kortom, waar plaats je dat begrip? Je kunt het wel iets uitsplitsen, namelijk dat woord ‘verantwoordelijk’. In dat woord zit het woordje ‘antwoord’. Verantwoordelijk. Een antwoord geef je op een vraag. Nou hoeft het trouwens niet eens een vraag te zijn, het kan ook gewoon een respons zijn, een reactie. Eigenlijk betekent een antwoord een ‘anti-woord’. Een woord in plaats van dat wat... er wordt iets gezegd en jij geeft in plaats daarvan een reactie, een woord. Dat is eigenlijk wat een antwoord is.
Heel leuk is dat in het Engels: responsibility. Want daar zie je dat helemaal sterk. Dat is namelijk in feite de ‘ability to response’. Namelijk om een respons te geven, een reactie te geven. Je bent daartoe in staat om te reageren, een respons te geven. En als je het zo benadert... dat is nog geen bijbelstudie, maar dan pak je het begrip echt even heel letterlijk en zo denk je daarover na. Nou, ik houd ervan om taal echt serieus te nemen. Wat zeg je nou eigenlijk precies?
Maar in ieder geval, dan krijg je dus: wat is nou het antwoord of de respons als je het vermogen hebt om te responderen? Ik bedoel, een dier heeft dat niet. Kijk, als de boodschap tot jou komt: de waarheid is dat Hij God is. Hij is de beschikker. Hij is de pottenbakker. Wij zijn allemaal uit de klei getrokken, feitelijk. Dat is wat een mens is: uit de aarde genomen. Adam betekent eigenlijk ook: komend van Adama. Dat betekent: uit de aarde genomen. Hij is aards, hij is uit de klei getrokken, een stukje leem. Ja, wat geef je daarvoor terug? Nou ja, daar zullen we het maar niet over hebben, maar God geeft trouwens wel heel veel hoor! Maar in elk geval, dat is wat wij zijn.
En als dat stukje klei nu het vermogen heeft – en dat is wat een mens feitelijk is en dat onderscheidt hem ook precies van niet alleen het plantaardig leven, maar ook van het dierlijk leven – namelijk het vermogen om te denken over God. Ik bedoel ook dieren, zeker intelligente dieren zoals dolfijnen, honden enzovoort. Dat hoort bij de intelligentere soorten. Die kunnen soms verbazend goed dingen oplossen en dingen bedenken. Maar een hond zal niet nadenken over de zin van het bestaan. Dat doet hij niet. U zegt: dat weet jij niet, en daar hebt u dan ook wel weer een punt. Maar laten we daar dan even gemakshalve van uitgaan. Het besef: daar is iemand, wat is de zin daarvan? Maar in ieder geval wij hebben die ‘ability’ om daarop te reageren.
Nou, en dan komt de vraag: als God nou de grote beschikker is, de grote pottenbakker, de grote regisseur van alles – dat is de waarheid, dat is niet eens een vraag, dat is gewoon een mededeling die tot je komt – en je hebt het vermogen om dat te verstaan, te begrijpen en te doordenken, wat zou onze respons daar dan op zijn? Niet eens in de zin van dat jij daarop moet reageren als ware het een vraag. Nee, maar wat is de reactie, de respons op die waarheid? Op die mededeling die tot je komt?
Dit is dus de aanleiding; die vraag kreeg ik. En het antwoord op die vraag... nou ja, ‘het antwoord’ klinkt wel heel pretentieus. Misschien zijn er ook via andere routes heel goede antwoorden daarop te geven. Maar als u mij vraagt naar het beste antwoord wat ik daarop kan geven vanuit de Schrift...
Intelligentie in de Schepping: Romeinen 1 Vers 21 ↑ hoofdstukken
We gaan vandaag Romeinen 1 vers 21 bespreken. Laten we eerst even dat vers in zijn geheel lezen. Ik ga straks nog wat over de context vertellen, maar we beginnen bij het vers zelf om daar stukjes uit te knippen en onder de loep te leggen. We gaan inzoomen op wat daar nu eigenlijk staat: "Immers hoewel zij – en dan gaat het over de wereld, de heidenwereld, de mensheid in het algemeen – immers hoewel zij God kennen, verheerlijken of danken zij Hem niet als God, maar in hun redeneringen werden zij verijdeld en hun onintelligent hart wordt verduisterd." Dat is wat in Romeinen 1 vers 21 staat.
Wat is de inhoud van dit vers? Het is werkelijk gigantisch. Het is echt de moeite waard om daar eens heel goed over na te denken, zeker als de waarheid tot je komt. Het is belangrijk om dat te overwegen en te bedenken wat daar staat. Laten we bij het begin beginnen, bij het eerste deel van vers 21: "Immers, hoewel zij God kennen." Het is duidelijk dat dit vers midden uit een betoog is genomen en aansluit op het voorgaande. Daarom moeten we vers 20 er eigenlijk even bij lezen: "Want hetgeen van Hem – en dan gaat het over God – niet gezien kan worden vanaf de schepping van de wereld, namelijk Zijn onwaarneembaar vermogen en goddelijkheid, wordt in de creaties, in dat wat Hij voortgebracht en gecreëerd heeft, met verstand doorzien, zodat ze geen verontschuldiging hebben."
Met andere woorden, wat Paulus hier zegt – en we zien die waarheid in vele schriftplaatsen terug – is dat elk mens dat begiftigd is met verstand, van nature gewoon weet dat er een God is. Weliswaar kan God niet gezien worden, maar door Zijn creaties weet je dat Hij er moet zijn. Waarom? Omdat het met verstand wordt doorzien. Het heeft te maken met intelligentie. Die term komen we straks opnieuw tegen. Als je begiftigd bent met verstand, ben je ook in staat om intelligentie te herkennen. Ik zei al: dieren hebben dat vermogen niet. Wij als mensen hebben echter het vermogen om te zien. Je kijkt naar een blad dat daar ligt, of naar die bloem, of de dingen die we zojuist via de afbeeldingen zagen en die Ton even voor het voetlicht bracht. Dat geldt voor alles in de schepping. Kijk ernaar en je ziet de intelligentie; er is zo over nagedacht.
Het feit dat je intelligentie kunt opmerken in alles wat je ziet, dat ons verstand er gewoon bij stilstaat en dat je wel moet vaststellen: "Hier heeft een intelligentie over nagedacht waar ik met mijn pet totaal niet bij kan," dat herken je. Dat vermogen heb jij omdat je verstand hebt. Nogmaals, een plant kan dat niet en een dier kan dat ook niet onderkennen, maar wij hebben dat vermogen met ons verstand wel. Wij herkennen intelligentie in de schepping en in Gods creaties weten we: de Schepper zelf zien we niet. Zijn onwaarneembaar vermogen en Zijn goddelijkheid ontgaan ons, dat zijn eigenschappen die wij niet kunnen waarnemen. Maar dat Hij er moet zijn, dat wordt met verstand doorzien.
Het is net als wanneer je een horloge ziet; dan weet je dat daar echt over nagedacht is. Dat is slim. De meeste mensen – ik in elk geval niet – snappen niet precies hoe dat allemaal werkt, maar je weet dat erover nagedacht is. Je herkent de intelligentie daarin. Dat is dus ook wat Paulus zegt: elk mens weet dat God er is, omdat je intelligentie herkent. Vandaar ook dat de Bijbel ronduit zegt, en ik zeg daar duizendkommig amen op: "De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God." Want dan ontken je namelijk intelligentie. Dat is tegenwoordig de officiële leer. De mens weet dat er intelligentie is, maar vervolgens ga je naar de universiteit, of al veel eerder tijdens je opleiding, en dan wordt het je afgeleerd. Elk mens ziet het, maar dan zeggen ze: "Nee, dit is het product van toeval en tijd." In feite zijn dat de goden van de wereld: onpersoonlijke goden. Eigenlijk regeert het noodlot. Want als toeval regeert, betekent dat dat er geen idee en geen concept achter zit. Dat betekent gewoon "op hoop van zegen", of zelfs dat niet eens, want zegen veronderstelt ook alweer een God.
Begrijpt u? Het zou allemaal toeval zijn. En als je dat maar genoeg tijd geeft, dan zou het allemaal vanzelf ontstaan zijn, wat dwaas is. Ik kan er een heel lang verhaal over maken, maar dat is in feite wat het is. Het wordt met verstand doorzien in de creaties. Dat zegt Paulus, en dat is het uitgangspunt, de basis: hoewel zij God kennen, ze weten dat Hij er is. Ondanks dat ze Zijn goddelijkheid niet waarnemen en Zijn vermogen ook niet zien, weten ze dat Hij er is; dat wordt doorzien met verstand in de creaties, zodat iedereen dat weet. Dat is de basis waarop alles gebaseerd is.
"Immers, hoewel zij God kennen," en dan gaat Paulus verder over deze wereld. Ik moet daar eigenlijk nog bij zeggen dat je het zou moeten lezen vanaf vers 18, waar Paulus zegt dat de toorn van God zich openbaart over de hemel. Dat houdt in dat God in feite deze wereld nu ook loslaat; Hij doet er even helemaal niets mee. Vandaar ook dat de mensheid nu zegt: "Waar is God?" Welnu, God heeft de mensheid nu losgelaten en de mensen kunnen gewoon hun gang gaan. Er staat ook dat ze de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden. Men weet dingen, maar het mag niet gezegd worden. Dat is dus geen nieuw fenomeen. Als u zegt: "Ik vind het het laatste jaar wel heel erg geworden," dan ben ik dat helemaal met u eens. Dat is exact dezelfde ervaring die ik heb. Maar dat neemt niet weg dat het idee van de waarheid die ten onder wordt gehouden, vanaf het begin van deze aion al leidend is. De waarheid wordt ten onder gehouden. Dat is de situatie van de mensheid, generaliserend gesproken en in het algemeen. U zegt dat er uitzonderingen zijn, en dat is zo, maar in het algemeen is dit de beschrijving van deze aion en van de wereld. Men weet wel dat God er is, maar men doet alles eraan, men stelt alles in het werk om dat ten onder te houden. En daar staat het: "hoewel zij God kennen, verheerlijken of danken zij Hem niet als God."
God als God: Theos als de Absolute Plaatser ↑ hoofdstukken
Kijk, en eigenlijk is dat misschien wel de kern van de hele kwestie waar we het vanmorgen over hebben, en in feite ook van dit Bijbelvers: God als God. Ik wil dat op twee of drie verschillende manieren aanvliegen. Wat betekent dat nu, dat God God is? In de eerste plaats – en voor degenen die hier vaker komen, die hebben mij dit veel vaker horen zeggen, maar ik kan dit niet genoeg benadrukken – is de meest simpele manier om dit duidelijk te maken door te kijken naar wat Paulus hier zegt. Hij gebruikt daar het woordje theos. Dat woord theos komt eigenlijk van een werkwoord dat stellen, plaatsen of neerzetten betekent, zodat theos iemand is die plaatst; een Plaatser dus. Dat is wat het woord 'God' betekent.
Eigenlijk was dat altijd al het idee bij een godheid, ongeacht de cultuur. Ook de Grieken en de Romeinen hadden hun goden: Neptunus, Zeus, noem maar op. Wat deden die goden? Wel, zij hadden het vermogen om dingen te plaatsen en neer te zetten, maar ook om te beschikken en te beslissen. Trouwens, je hebt zelfs 'goden' op aarde; dat is ook Bijbels taalgebruik. Namelijk rechters en koningen, die worden bij gelegenheid ook goden genoemd. Oké, met een kleine letter dan. Paulus zegt ook dat er 'goden in menigte' zijn, alleen zegt hij er meteen achteraan: 'voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn'. Maar goed, dat is wat God eigenlijk betekent. Hem als God verheerlijken betekent dat Hij alles een plaats toewijst. Ja, en inderdaad: goed én kwaad.
Dan kom ik meteen op het tweede punt: God als God in de absolute zin. Want weet u wat het punt is? De goden die de wereld kent, zijn niet werkelijk goden in de absolute zin van het woord. Het is eigenlijk 'god' tussen aanhalingstekens, bij wijze van spreken. Want als God werkelijk God is, dan is Hij onbeperkt en ook absoluut. Dan is Hij alwetend. Een God die niet alles weet, is niet werkelijk God. Maar vergis u niet, de consequentie van dat feit is verstrekkend: als God God is, dan weet Hij alle dingen. Hoe vaak wordt dat ook niet beschreven en bezongen? Denk aan Psalm 139. Alle haren zijn geteld – ja, ook dat – maar er is niets wat Hem ontgaat. In ruimte weet Hij de dingen, maar ook in tijd; Hij verkondigt vanaf het begin de afloop. Alles.
Ik heb Tom daar ooit een prachtig lied over horen zingen: 'God vergist zich niet'. Ik vind dat zo geweldig. Als God inderdaad God is, dan kan Hij zich dus nooit vergissen. Vergissen is typisch een kenmerk van iemand die niet alles weet. Als je namelijk alles van tevoren weet, dan kun je je nooit vergissen, toch? Om te kunnen vergissen, moet je eerst gissen, maar als je alles weet, hoef je niet te gissen en kun je dus ook niet vergissen. God vergist zich nooit. Er gaat bij God nooit iets mis. Dat kan niet, want Hij weet namelijk alle dingen. Het is zo simpel. Een klein kind, waarbij de radertjes in het brein al een beetje beginnen te draaien, begrijpt dat meteen. Ik denk wel eens dat je het weer verleert op het moment dat je ouder wordt, naar school gaat en de wijsheid van deze wereld op de nek gezadeld krijgt. Maar u weet het: als God God is, dan vergist Hij zich nooit. Alleen dat al vind ik geweldig.
Mijn schoonvader noemde heel vaak Psalm 139. Dan zei hij: 'Daarboven staat geschreven' – dat is trouwens het opschrift dat de Bijbelvertalers er boven hebben gezet – 'Gods alwetendheid der vromen troost'. Ik zou het zelf misschien niet zo formuleren, maar het is wel waar. Dat is de troost: dat Hij alle dingen weet. Als Hij God is, dan weet Hij logischerwijs alle dingen. Maar dan is Hij ook almachtig. Dat betekent dat er voor Hem niets te groot of te wonderlijk is. Tom gaf net al een aantal toelichtingen. Moet je je voorstellen, dat staat in Job en trouwens ook in de Psalmen, over die grote monsters die inmiddels uitgestorven zijn: de dinosauriërs, de Behemot. In de grondtekst heette hij de Behemot, en de Leviathan. Als u het mij vraagt, waren dat gewoon die prehistorische monsters. Die waren trouwens nog een slag groter dan de blauwe vinvis hoor. Echt, dat was helemaal 'huge', geweldig.
Maar kijk, dan staat er over die Leviathan... het staat ergens in de Psalmen. Ik weet even niet het precieze woord dat ervoor gebruikt wordt, maar voor God zijn dat gewoon speeltjes. Zoals een klein kind speelt met een stukje speelgoed, een dier of een olifant. Zo'n Behemot, die nog veel groter is dan een blauwe vinvis, is voor God gewoon een speeltje. Als Zijn creaties al zo groot zijn, hoe groot moet de Creator dan wel niet zijn? Die logica, dat vind ik echt 'theologica', dat volgt daaruit. Als Hij dat maakt en bedenkt en daar zo Zijn weg mee gaat; als dat wat Hij maakt zo groot is, hoe groot moet Hij dan zelf niet zijn? Inderdaad, hoe staat het ook in de geschiedenis van Abraham: zou voor de Heer, zou voor Yahweh iets te wonderlijk zijn? Dat besef dat God God is, dat is waar het hier over gaat.
De Fundamentele Waarheid: of Één God, of Geen God ↑ hoofdstukken
Het is heel belangrijk. In feite wil God als God verheerlijken en danken eigenlijk niets anders zeggen dan: er is één God. En als ik het via die route bespreek, dan begrijpt u ook meteen waarom dit inderdaad het meest essentiële antwoord en de meest fundamentele waarheid van de hele Bijbel is. Vraag het een Jood en zeg: "Wat is het allerbelangrijkste? Wat zijn jullie dogma’s?" Een Jood zal altijd zeggen: "Wij hebben geen dogma’s." Nou ja, als je het per se zo wilt noemen, dan zal hij zeggen: "Shema Yisrael. Hoor Israël, de Heere onze God is één." Het is de eerste waarheid die een Joods jongetje of meisje op school en van de ouders leert: één God.
Waarom is dat zo belangrijk? Wel, dat is zo belangrijk omdat er óf één God is, óf er is geen God. Want op het moment dat er meerdere goden zijn – één, twee of drie... U zegt: "Zijn er dan mensen die dat denken?" Nou, laten we het daar nu even niet over hebben, maar het is wel zo hoor. Maar goed, op het moment dat er meerdere goden zijn – twee, drie of een heel pantheon, zoals de Grieken en de Romeinen die hadden en zoals je dat trouwens ook in het hindoeïsme hebt met een hele rits goden – op het moment dat er meer dan één is, is God geen God meer. Waarom niet? Dan moet Hij namelijk Zijn godheid, Zijn macht en Zijn vermogen delen met een ander. Dat kan ook een conflict geven. Dat is trouwens typisch voor die mythologie; daar zie je ook dat goden met elkaar gaan conflicteren. Je hebt altijd oorlog, want wat de één beslist, kan de ander weer ongedaan maken. Dan ben je slechts een speelbal. Dat betekent dus dat als je meerdere goden hebt, je feitelijk geen God hebt.
Vandaar ook dat Paulus in Efeze 2 vers 12, als hij het over de natiën heeft – de onbesneden wereld, zoals een Jood dat benoemt – zegt: "Zij zijn zonder God in de wereld." Dan zou je natuurlijk als criticaster kunnen zeggen: "Zonder God in de wereld? Hoezo zonder God? Ze hebben er juist heel veel!" Ja, daarom juist. Juist omdat ze er zoveel hebben. Zelfs al zouden het er maar twee zijn, dan heb je geen God. Het is óf één God, óf geen God. Want op het moment dat er meer dan één God is, moet de macht en de wetenschap gedeeld worden en kan er een conflict zijn, en dan zijn ze dus geen God meer. Zie je dat het niet zomaar een getalsmatige of numerieke kwestie is van één of twee? Nee, het is fundamenteel: of er is één God, of er is geen God.
Trouwens, om even terug te komen op waar ik het zojuist over had, over de filosofie die nu in de wereld heerst – dat we voortgekomen zijn uit tijd en toeval – feitelijk zijn dat ook goden. Dat hangt er een beetje vanaf hoe je het begrip "God" definieert, maar we praten dan toch over een voor velen abstract idee van datgene waar wij uit voortkomen en wat groter is dan wijzelf. Iedereen erkent wel: "Je hebt jezelf niet gemaakt." Oké, waar komen we dan uit voort? De heidenwereld, de religieuze wereld in het algemeen, zegt dan: "goden". Maar sinds de Verlichting – wat eigenlijk een verduistering was – zijn we zover dat men zegt: "Nee, er is geen God; door tijd en toeval zijn wij zo gekomen." Oké, dat zijn dan feitelijk onze persoonlijke goden, want daardoor zijn wij voortgebracht. Maar je hebt er helemaal niets aan. Je kunt ze niet aanspreken, ze kunnen niet troosten en ze lijden ook niet. Wat is het? Nou, het is hopeloos.
Het betekent namelijk ook: waarom zijn wij hier? Waarom zijn wij op aarde? Het was de meest fundamentele vraag die ik stelde: "Waarom ben ik hier in hemelsnaam? Wat is de zin van mijn bestaan?" En dan luidt de officiële filosofie: "Nou, er is helemaal geen zin, je bent hier zomaar." Ik heb het allerlei bekende Nederlanders horen zeggen, of het nu Midas Dekkers is of Maarten... hoe heet die Maarten? Die vrolijke man, weet u wel. Maarten van Rossem, ja. Of Robert Long hoorde ik het zeggen. Nee, hij zegt: "Dat leven heeft helemaal geen zin." Hij zegt: "Je moet er gewoon zin in hebben." Dat is het dan.
Maar dat betekent dus dat het bestaan zinloos is. Begrijpt u waarom het – en nu ben ik meteen aan het eind van het vers – waarom het dan donker in je hart wordt? Het is toch verschrikkelijk. Ze zeggen: "Het bestaan is zinloos, maak er maar wat van." En dan zeggen ze: "Je moet de slingers ophangen." Ja, is er een reden om slingers op te hangen? Eerst zeggen dat het bestaan zinloos is en dan zeggen dat je de slingers moet ophangen. Kijk, is dat een reden voor een feest? Ik dacht het niet.
Nee, weet u wat ik een reden vind voor een feest? Te weten dat ik een creatie ben, dat ik bedacht ben en dat er Iemand is die mij hier met een doel heeft gemaakt. Die mij liefheeft, niet om wat ik doe, maar omdat ik het werk van Zijn handen ben. Ik ben door Hemzelf gemaakt, door Hem die alles wel maakt, die Zich nooit vergist en wiens hand nooit mistast, en die altijd Zijn doel bereikt. Kijk, op het moment dat ik het zeg, word ik er blij van. Ik word er nog blijer van! Dit is zo geweldig, zo groot. Dit is een fundament onder je leven; zonder dat heb je geen leven. Dat is God als God, zoals Paulus erover spreekt: "Omdat zij God niet als God verheerlijken."
Nou, we gaan verder. Eerst even een slokje.
De Enige Logische Respons: Verheerlijken en Danken ↑ hoofdstukken
Dan staat er verder: "omdat zij God niet als God verheerlijken of danken". Kijk, het heeft in feite twee fases. Het begint met weten dat er een God is. Daar begon het vers trouwens ook mee: "Immers hoewel zij God kennen..." Ja, het begint met weten. Je moet eerst weten dat het zo is; je moet eerst weten dat er één God is. En dan vervolgens is de consequentie daarvan, de respons, het vermogen om dat te verwerken: wat is daar nou de consequentie van? Als er één God is, wat is dan het meest zinnige antwoord of de meest zinnige respons op die waarheid? Nou, dat is wat Paulus hier zegt: Hem verheerlijken of danken. Dat is wat de wereld in het algemeen niet doet, ook de godsdienstige wereld niet, want ze hebben weliswaar goden, maar geen God.
Trouwens, dat ben ik nog helemaal vergeten te zeggen – ik ga nu even terugbladeren – maar toen ik dat vers zojuist even langs liep, Efeze 2:12, daar staat in het Grieks het woordje waar ons woord atheïst of atheïsme van afgeleid is. Atheïsme betekent letterlijk 'zonder God'. Zodat feitelijk, en die is leuk, de religieuze polytheïsten atheïsten zijn. Ze hebben namelijk geen God en ze zijn zonder God in de wereld. Maar wat is de consequentie van de waarheid dat er een God is? Wel: Hem verheerlijken of danken.
Ook daar wil ik eerst even op inzoomen. Wat betekent dat nou? In de eerste plaats betekent verheerlijken: heerlijkheid in het licht stellen. Iets wat je verheerlijkt, daarvan belicht je de glorie. Er zijn allerlei synoniemen voor die je ook in de Bijbel herkent, zoals roemen. Als je iets verheerlijkt, dan roem je dat of dan eer je dat; dan geef je het de eer die het toekomt. Dat is wat verheerlijken is. Hem als God verheerlijken betekent dus Hem roemen en eren als de Plaatser van alles. Dat laatste is belangrijk, want als God God is, heeft Hij alles in de hand. Heeft Hij slechts een deel in de hand? Nee, als God God is, heeft Hij alles gemaakt, beschikt Hij alles, heeft Hij alles in de hand en dat betekent dat Hij ook alles een plek geeft. Alles wijst Hij een plaats toe.
Hem verheerlijken betekent dus niet alleen maar... het is geen concept, dat wil ik even heel goed benadrukken. "Ik weet dat God God is en dat is mijn filosofie." Dat is ook echt filosofie, dat is liefde voor wijsheid. Dat is de wijsheid waar het allemaal om gaat. Maar het is niet zo dat het alleen maar iets is wat ik theoretisch onderken. "Ik geloof dat God God is." Dat is niet wat in dit vers staat. Er staat: "Hoewel ze God niet als God verheerlijken en danken." Het is dus niet alleen maar zeggen: "Ik onderken of onderschrijf dat God God is." Nee, Hem verheerlijken wil zeggen dat je Hem daadwerkelijk de credits daarvoor geeft, dat je Hem daadwerkelijk vereert en roemt als de Plaatser. Dat is toch logisch? Over responsibility gesproken: als Hij God is, wat zou ik dan doen? De enige respons die zinvol is, is Hem inderdaad de eer geven dat Hij alles een plek geeft en dat Hij alles bedacht heeft.
Heel veel mensen hebben daar problemen mee. Ik kan het niet nalaten om het te zeggen: zij toppen dan met dingen die in hun leven gebeurd zijn en dan zeggen ze: "Je moet het een plekje geven." Moet u daar eens over nadenken: "Je moet het een plekje geven." Weet u, ik heb een veel mooiere route. Niet dat wij de dingen een plekje geven; begin nu eens met de erkenning dat God alles een plek geeft. En als er iets gebeurd is in je leven, ga er maar van uit dat Hij het een plek heeft gegeven. Niets wat plaatsvindt, vindt plaats zonder dat Hij het een plaats geeft. Het kan slechts plaatsvinden omdat Hij het een plaats geeft.
Dat is heel wat. Dus de dingen waar je zo'n moeite mee hebt, misschien in het verleden, waarvan je zegt: "Hoe heeft het zo kunnen gebeuren?" Ga er nou eens van uit dat Hij het heeft doen plaatsvinden. En als Hij dat heeft laten plaatsvinden, ga er dan ook van uit dat het niet voor niks is. Want God heeft alles gemaakt voor zijn doel. Kijk, dat is Hem verheerlijken: Hem de credits geven. Hij is degene die alles beschikt en alles een plaats geeft. En dat dus niet alleen maar theoretisch erkennen, maar Hem ook daadwerkelijk daarvoor de eer geven.
Dat is wat ons bestaan feitelijk inhoud geeft. Het hele boek Psalmen eindigt er ook mee: "Alles wat adem heeft..." Waarom zou je adem hebben? Nou, gewoon om JAHWEH te loven. Dat is de meest diepe betekenis van waarom je adem hebt: gewoon omdat je daarmee ook het vermogen hebt. Zeker als je een brein hebt, een verstand hebt en je weet: Hij is. Om Hem de eer te geven. Dat is wat ons onderscheidt van het gedierte des velds. We zeggen weleens: "De vogeltjes fluiten ter ere van Hem." Jazeker, dat doen ze ook. Alleen weten ze dat niet. Dat is op een gegeven moment geen punt, maar wij weten het wel. Als je het weet, dan heeft ons zingen of ons spreken zoveel meer diepgang. Inhoud met recht, want wij weten wat we zeggen. Tenminste, dat kan, hè? Dat is wat ons in ieder geval onderscheidt: Hem als God, als de Plaatser van alles, roemen.
Ik benadruk dit dus: het is meer dan alleen maar theoretisch zeggen dat het zo is. Want anders heb je in feite ook niet het rendement daarvan. Dat klinkt wat economisch, maar het is ook echt zo. Het is ongepast ten opzichte van Hem, maar het zal daardoor ook de impact in je leven verminderen. Het gaat erom dat je Hem daadwerkelijk dag in, dag uit verheerlijkt. Waarom mag ik vandaag opstaan? Nou, om Hem te verheerlijken. Hij is de Plaatser. Hij heeft mij een nacht gegeven. Goed of niet goed, maar ook als je niet goed slaapt, dan kun je Hem daar de eer voor geven, want er gebeurt niets voor niks. Zeg maar eens een keertje dat dit niet praktisch is of dat dit geen consequenties heeft voor alles in je leven.
Ik ga nu even door, want er staat: "verheerlijken of danken". Die twee liggen heel dicht bij elkaar. Verheerlijken heeft te maken met iemand eren om wie Hij is, namelijk God. Verheerlijken doe je om wie iemand is, danken doe je met het oog op wat je ontvangt. Je roemt iemand om wie iemand is en je dankt om wat je van die persoon ontvangt. Danken is – het is echt woordenboek Keukenbergh – erkentelijkheid betuigen voor een geschenk of een bewezen dienst. Je ontvangt iets en dan zeg je: "Dank u wel." Je kunt er geen aanspraak op maken: "Dank u wel." Of iemand heeft iets voor je gedaan, een bewezen dienst dus, en dan zeg je: "Dank u wel." Dat is de meest gepaste respons ten opzichte van iets wat je ontvangt. Het is toch niks nieuws, dat weten we allemaal? Je leert het je kinderen, toch? Iemand geeft aan je kind iets en een kind loopt weg. Dan zeg je: "Ah, ah, ah, loop even terug. Wat zeg je dan? Dank u wel." Dat leer je. Natuurlijk, dat is gewoon de gepaste respons. Je krijgt iets en dus zeg je: "Dank u wel."
Danken in Alles: God Keert het Kwade Ten Goede ↑ hoofdstukken
God verheerlijken en danken als God betekent dus Hem danken voor alles. Niet zoals Rob de Nijs dat zong in dat prachtige liedje van vroeger. Hij dacht als kind nog dat het goede van God kwam en het kwade van de duivel. Dat is een echt religieuze gedachte; in feite houd je er dan weer twee goden op na, namelijk een god van het goede en een god van het kwade. Maar er is maar één God en Hij plaatst en beschikt alles. Hij geeft alles: goed én kwaad.
Ik weet dat wat ik nu ga zeggen, in het verlengde van wat ik zojuist zei, heel dichtbij komt. Ik kan me ook voorstellen dat dit gevoelsmatig verzet oproept, want je zegt: "Pardon André, danken voor het kwaad? Weet je wel wat ik meegemaakt heb?" Mijn antwoord moet dan natuurlijk zijn: "Nee, dat weet ik niet." Er kunnen afschuwelijke dingen in je leven gebeuren en plaatsvinden. Maar hoe vindt het plaats? Stel vast dat er Eén is die het een plaats geeft.
Waarom? Kijk, ook die kwade dingen... Hoe kun je danken voor kwaad? Nou, dat kan op zich niet. Ik heb mensen dat wel horen zeggen, maar je dankt God niet voor een ziekte op zich. Je dankt God niet omdat je een verschrikkelijk slecht bericht hebt gehad of omdat je zojuist ontslagen bent, ik noem maar wat. Nou ja, tenzij je graag van die baan af wilde, maar u begrijpt wat ik bedoel. Ik kan altijd wel weer andere redenen bedenken, snapt u?
Nee, je dankt niet voor het kwaad aan zich, maar je dankt voor het kwaad omdat Hij het ten goede keert. Dan kun je danken in alles en ook voor het kwaad, omdat je weet dat wat ik nu meegemaakt heb of wat ik ontvangen heb, waar ik nu zo mee zit en wat ik als zo pijnlijk ervaar, weliswaar kwaad is — dat doet pijn — maar door Hem is gegeven. Het Hebreeuwse woord voor kwaad is ra. Dat heeft eigenlijk te maken met iets kapotmaken. Bijvoorbeeld een stuk aardewerk van een pottenbakker dat stuk wordt gemaakt; dat heet ra. Er kunnen zoveel dingen kapotgaan in je leven.
Maar weet u, er staat in Jesaja 45 — en ik heb al zoveel mensen gehoord die zich daar linksom of rechtsom onderuit proberen te praten en de waarheid teniet willen doen, maar het lukt niet — daar staat: "Ik formeer het licht en schep de duisternis; Ik maak de vrede en schep het kwaad; Ik, Yahweh, doe al deze dingen." God zegt zelf: goed en kwaad, licht en duisternis, het is in Mijn hand.
En als u zegt: "Ja, maar er is ook nog een tegenstander", wie denkt u dan dat die tegenstander gemaakt heeft? Denkt u dat die tegenstander ook maar iets verder of meer kan doen dan Hij toestaat? En nog even wat anders: hoe kon hij ooit een tegenstander worden? Even los van de vraag of hij gevallen is, want dat is nog weer een hele kwestie apart — waar ik overigens niet in geloof, maar daar gaat het nog niet eens om — denkt u werkelijk dat God zegt: "Goh, dat was een vergissing, een bedrijfsongeval, een fabricagefout of een maandagochtendproduct. Het was niet de bedoeling geweest, maar ja, het is zo"? Nee, natuurlijk niet! Als Hij God is, dan weet Hij wat Hij doet.
Toen Hij die creatie maakte... er staat van de slang dat hij het listigste was van het gedierte dat de Here God gemaakt had. Dat is nog een kwestie apart, maar die oude slang... de Heer heeft hem gemaakt. Natuurlijk, wie anders? Hij is de Schepper. En dacht u dat God een fout maakt? God maakt nooit een fout. Kijk naar het boek Job. Daar lees je dat Job zegt... het begint wanneer zijn vrouw hem zegt: "Zeg God vaarwel en sterf." En hij antwoordt: "Zouden we het goede van God aannemen en het kwade niet?" Sommige mensen zeggen: "Ja, maar Job wist toen nog niet zoveel." Ik denk dat de tekst die daarop volgt juist is opgeschreven voor dat soort theologische bezwaren, want daar staat pal achter: "In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet." Mensen kunnen dus wel zeggen dat Job dat zei omdat hij niet beter wist en dat hij er eigenlijk naast zat, maar nee: in dit alles zondigde Job niet met zijn lippen. Hij gaf God de eer.
Later ging Job nog door diepe wegen, zo kan dat gaan, maar uiteindelijk is God God en gaat Hij altijd Zijn weg. Dat is het geweldige: als je God verheerlijkt en dankt, dan betekent dat dat je Hem in alles de roem en eer geeft. Hij plaatst alles. Bij Hem gaat er nooit iets mis. Dat betekent ook dat alles wat in je leven gebeurt, in jouw persoonlijk leven en in het algemeen, door Hem een plaats krijgt. En weet je wat dan de enige gepaste reactie is? Dank Hem, ook voor dat kwaad. Juist! Want goede dingen begrijpen we allemaal. We weten allemaal dat als je gezond bent van lijf en leden, dat een geweldige zegen is, ook al kun je dat zomaar kwijt zijn.
Maar weet u wat het is? Ook ziekte kan een zegen worden. Weet u wanneer het een zegen wordt? Op het moment dat je God gaat danken. Trouwens, als je gezond bent en je dankt God niet, dan is het nog geen zegen. Want in de Bijbel worden de dingen dankzeggend gezegend. De zegen zit hem juist in de dankzegging. Op het moment dat je God gaat danken voor de dingen, dan wordt het een zegen. Het is net toverstof: je dankt God en uiteindelijk wordt het een zegen. Dat is de impact van God danken en verheerlijken als God.
Er staat aan het einde van het boek Genesis, bij de geschiedenis van Jozef, dat hij zegt: "Jullie hebben wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht." Kijk, dat is universeel in heel Gods handelen. Weet dus dat als je in de gevangenis zit zoals Jozef, als je onrecht ondergaat en vals wordt beschuldigd... nou ja, noem maar op! Jozef wist: God is de Bestekker. God keert dit allemaal ten goede. Wist hij veel hoe? Dat was ook zijn zaak niet, maar hij wist het en hij vertrouwde daarop. Aan het einde zegt hij: "Jullie hebben kwaad gedacht, maar God heeft het allemaal ten goede gekeerd."
Je leeft in een heel andere wereld als je zo tegen de dingen aankijkt. Dan zeg ik — en ik ben hierin niet origineel, trouwens dat oog ik ook helemaal niet, ik wil gewoon de waarheid spreken — er zijn geen minnen. De minnen die wij zien, zijn gewoon allemaal plussen die nog niet af zijn. Begrijpt u dat degene die zo in het leven staat, een totaal ander leven heeft? Dat is geen Ratelband en "positief denken". Nee, dat positieve denken is niet los verkrijgbaar; dat is de consequentie van God verheerlijken en danken. Als Hij namelijk de God is die van alle minnen plussen maakt en ik daar op voorhand al uit leef, dan heb ik inderdaad een plus-leven. Alleen maar plus. Dat is God verheerlijken en danken. Ik hoop dat u in ieder geval doorhebt dat dit geen theorie is, maar directe praktijk in je leven, elke dag.
Vereidelde Redeneringen en een Verduisterd Hart ↑ hoofdstukken
Ze hebben Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar in hun redeneringen – dat staat erbij, want het gaat hier nog steeds over de beschrijving van de wereld in het algemeen – werden zij verijdeld. 'Redenering' is de vertaling van het Griekse woord dat we allemaal wel kennen: dialogismos. Ons woord dialoog of dialogica komt daar vandaan. Een redenering is een gedachtegang die tot een conclusie leidt. Paulus zegt hier: omdat ze God niet verheerlijken als God, zijn hun redeneringen verijdeld. Verijdeld wil zeggen: ijdel, leeggemaakt, zinloos gemaakt. In andere vertalingen staat dat ze zinloos werden gemaakt of op niets zijn uitgelopen. Het is gewoon niente, het is niks, het is lucht. Er is een heel Bijbelboek over geschreven: IJdelheid der ijdelheden. In een wereld waarin men wel denkt en redeneert, maar God niet als God verheerlijkt of dankt, kan het niet anders dan dat die redeneringen worden verijdeld.
In de logica noemen ze dat het beginsel, de premisse of het axioma: het uitgangspunt waar je vanuit gaat. Als dat niet deugt, dan wordt de hele redenering ijdel. De redenering kan op zichzelf volkomen sluitend zijn, perfect en academisch verantwoord, maar als het startpunt niet valide is, dan kun je weer helemaal opnieuw beginnen. Het gaat dan simpelweg nergens over. Je weet hoe dat gaat met een som: je maakt aan het begin een foutje met één cijfer, en hoewel je de rest vervolgens perfect uitrekent, komt de som niet uit. Het slaat uiteindelijk nergens op. Waarom is de conclusie niet goed? Omdat het beginpunt niet deugde. Het startpunt was niet goed, en dat is precies het probleem. Als je God niet als God verheerlijkt, worden de redeneringen onvermijdelijk verijdeld.
Dat staat ook precies zo in de Psalmen en in het boek Spreuken: de vreze, ofwel het ontzag voor Jahweh, is het beginsel van wijsheid. Daar begint het. Wil je wijsheid? Dan moet je beginnen bij het begin, namelijk God als God verheerlijken en ontzag voor Hem hebben. Dat is pas effectief gebruikmaken van je verstand. Er staat nog bij: "en hun onintelligent hart werd verduisterd." Dat is dus niet onacademisch, hè? Ik zou zelfs zeggen: sterker nog. Ik wil niemand blameren of beledigen, maar eigenlijk toch ook weer wel. In die zin dat juist de wijsheid van de wereld voor God dwaasheid is. Dat waarvan de wereld zegt: "Dit is het summum van wijsheid, daarvoor moet je bij de universiteiten wezen," dat is waar de wijsheid verkocht wordt. Maar waarom zijn hun redeneringen ijdel en is hun hart uiteindelijk onverstandig? Omdat men zegt: we gaan uit van wat we zien, en alles wat we niet zien, dat betrekken we niet in ons oordeel. Men redeneert God weg. Of Hij er nu is of niet, men is in de praktijk atheïstisch. Dat betekent dat je uitgangspunt vals is, en daarmee kun je een IQ van 300 hebben, maar ben je in wezen onintelligent.
Aan de andere kant kun je op je boerenklompen rondlopen en totaal geen opleiding hebben genoten, maar als je God de eer geeft, dan ben je intelligent. Intelligent wil niet zeggen dat je veel verstand hebt, maar het betekent dat je het verstand dat je hebt gekregen, goed gebruikt. Dat is iets heel anders. De wijsheid van de wereld redeneert God officieel weg. Dat is geen belediging, dat is wat de wijzen van de wereld zelf ook toegeven: "Nee, daar beginnen we niet aan." En aangezien dat nu juist het beginsel van wijsheid is, is alles wat men uiteindelijk oplevert weliswaar academisch verantwoord, maar tegelijkertijd stupide en dom. Met meer achting kan ik het niet zeggen.
In 1 Korinthe 3 vers 20 staat zoiets prachtigs: "De Heer weet van de redeneringen van de wijzen dat ze ijdel zijn." Wij zouden misschien zeggen dat de redeneringen van domme mensen ijdel zijn, omdat zij niet zoveel kunnen, maar nee: de Heer weet dat juist de redeneringen van de wijzen ijdel zijn. Ik vind dat humor, ik zie daar de goddelijke ironie wel van in. De wereld blaast de dingen op en denkt dat het heel wat is, maar het slaat nergens op. Ik ga het nu niet over de actualiteit hebben, want breek me de bek niet open. De wereld in deze hele aion is al dwaas, maar zoals ik vorige week in Urk zei: de laatste tien jaar van deze aion wordt het helemaal een feestje. Maak je borst maar nat. Dat is de wereld: de Heer weet van de redeneringen van de wijzen dat ze ijdel zijn.
Er staat: "hun onintelligent hart werd verduisterd." De consequentie van het niet verheerlijken en danken van God is dat de redeneringen worden verijdeld en dat vervolgens het hart verduisterd wordt. Verduisterd is een heel trefzeker woord. Als het donker wordt, gebeurt er van alles, maar twee dingen in het bijzonder: het onderscheidingsvermogen verdwijnt. Je ziet de verschillen niet meer. Als het echt donker is, zie je geen hand voor ogen en zie je dus ook het verschil niet meer tussen rood en blauw. Als je even verder kijkt in Romeinen 1, dan zie je dat men zelfs het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk niet meer ziet. Men is zogenaamd zo intelligent, maar het meest opvallende feit in de hele levende natuur – het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk en de enorme impact die dat heeft – wordt gewoon weggeredeneerd. Dat is wat er gebeurt als het onderscheidingsvermogen verdwijnt bij een verduisterd hart.
Dat heeft ook een psychische consequentie. Als het donker wordt vanbinnen, dan zeggen we: het is zwart. Mensen zeggen: "Ik zie het niet meer zitten." Ook dat is een gevolg van de duisternis in het hart. Dan kun je natuurlijk allerlei therapieën gaan volgen, en ik wil dat helemaal niet negatief beoordelen, maar laten we het liever positief bekijken. Wat gebeurt er als we God wél als God verheerlijken en danken?
Een Verlicht Hart en Overzicht: het Begin van Wijsheid ↑ hoofdstukken
Eigenlijk is Romeinen 1 vers 21 negatief gesteld, als een beschrijving van de wereld die God niet als God verheerlijkt en dankt. Laten wij het echter positief afsluiten. En daarmee moet ik ook echt deze toespraak gaan afsluiten. Als je God wel als God verheerlijkt en dankt, wat gebeurt er dan? Dan worden je redeneringen, je gedachtengangen, ineens heel zinvol. Dan wordt je verstand ineens heel effectief gebruikt. De intelligentie, het vermogen om na te denken, krijgt dan ineens zin.
Dat hoort bij de gebruiksaanwijzing. Hoe gaat dat? Wanneer er een product wordt gemaakt, weet alleen degene die het product gemaakt heeft precies hoe het werkt en hoe het het beste gebruikt kan worden. Dan moet je de gebruiksaanwijzing goed lezen. Dat doen we meestal nooit, of in elk geval meestal niet, maar dat is wel wat zinvol is. De Schepper heeft ons het vermogen gegeven om te denken. Wat zou dan de respons moeten zijn? Hem als God verheerlijken en danken. Dan wordt je denken zinvol en effectief, en daarmee word je dus heel verstandig. Dan krijg je een intelligent hart en het wordt verlicht.
Als de negatieve zijde betekent dat je hart wordt verduisterd, dan betekent het dus dat wanneer je God wel als God verheerlijkt en dankt, je hart verlicht wordt. Oftewel: dan krijg je uitzicht. Vandaar ook dat er in het eerste plaatje dat open venster was; dan ga je de dingen zien. Dat is trouwens wat wijsheid betekent: dat je uitzicht krijgt en overzicht. Dan weet je waar het over gaat. Maar dan krijg je ook een geweldig uitzicht, want als God GOD is, dan gaat Hij ook alle dingen tot een goed einde brengen. Dat kan niet missen.
Dan zeggen mensen: "Oeh, maar dat is de leer van de alverzoening, dat is gevaarlijk." Nee, dat is gewoon de consequentie van het feit dat God God is. Want dan kan het niet anders dan dat Hij... Geloof je dat niet? Dat Hij alle dingen tot een goed einde brengt? Dat is de leer van 'eind goed, al goed'. Ja, natuurlijk! Hij is God! Als Hij God is, dan brengt Hij alles tot een goed einde, anders is Hij geen God. Ja, sorry, het is gewoon onlogisch.
Als je God als God verheerlijkt en dankt, dan wéét je dat gewoon. En als je dat niet weet, dan wordt het heel donker. Ik weet dat er mensen zijn bij wie het heel donker wordt in hun hart als ze dat niet zien. Dan begrijp je ook niet waar het kwaad vandaan komt. Want ja, als het ooit in het verleden mis kon gaan, wie geeft mij dan de garantie dat het straks niet weer misgaat? Er gaat bij God nooit wat mis. Hij werkt alles uit, op Zijn tijd en ook op Zijn wijze, en Hij brengt alles tot een perfect einde. Ja, dat is uitzicht!
En weet je wat? Dat is een aardig bijproduct: je gaat ervan stralen. Ook dat is niet los verkrijgbaar. Dat bereik je niet door een cursus te doen over hoe je vriendelijk moet leren lachen of dat soort onzin – sorry hoor. Er is maar één wijze, en dat is dat het licht in je hart komt. De consequentie daarvan is dat je gaat stralen. Natuurlijk, want je kent dan God! Nou, dat is waar Romeinen 1 vers 21 over gaat: Hem als God verheerlijken en danken. Ik stel voor dat we daar een lied over gaan zingen. En dat is dit lied. Ik stel voor dat we het eerst zingen en dat daarna nog even het collectiezakje rondgaat. Ton, is dat zo goed geregeld? Oké.
UltimateGoodNews