GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de zalving te Bethanië

28-03-2021 - Geplaatst door Andre Piet
samenkomst gehouden op zondag 28 maart 2021 in Bethuizen

Zes dagen vóór het Pascha arriveert Jezus in Bethanië, waar hij kort tevoren zijn vriend Lazarus uit de doden had opgewekt. En dan is het Maria, Lazarus zuster, die Jezus’ voeten met zeer kostbare olie zalft als voorschot op Jezus’ begrafenis. Deze gebeurtenis in Bethanië en Judas’ reactie daarop, blijkt een treffend ‘plaatje’ van de tegenwoordige tijd…

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

De studie behandelt de zalving in Bethanië en contrasteert deze met een eerdere gebeurtenis in Lukas om de unieke profetische betekenis in Johannes te benadrukken. Het huis in Bethanië, de opgewekte Lazarus en de kostbare nardusolie typeren de huidige tijd en het opstandingsleven dat voortkomt uit Christus' dood. Terwijl Judas, als type van het Joodse volk, een stervende Messias afwijst, toont Maria juist diep geestelijk inzicht in Zijn naderende begrafenis. De geschiedenis illustreert hoe in het verborgene het ware leven uit de dood wordt gevierd.

“Het huis en de maaltijd daar in Bethanië spreken van de huidige tijd, waarin de Opgewekte en de Gezalfde is.”

Context en Vergelijk: Twee Verschillende Zalvingen ↑ hoofdstukken

Ik wees er zojuist op dat het vandaag op de Hebreeuwse kalender 15 Nisan is, 15 Aviv, de eerste dag van het feest van Pesach. Dat betekent dat het gisteren 14 Nisan was, de dag waarop het Pascha geslacht wordt — of geacht wordt geslacht te worden, zo moet ik het eigenlijk zeggen. Op de kerkelijke kalender is het vandaag Palmzondag. Dat is de zondag die voorafgaat aan de kruisiging van de Heer Jezus. En de geschiedenis die we vandaag onder ogen hebben, gaat over een gebeurtenis die een aantal dagen daarvoor heeft plaatsgevonden.

De zalving te Bethanië. De vorige keer heb ik u meegenomen naar Johannes 11, naar het complot in het Sanhedrin aan het slot van dat hoofdstuk. Daar lees je dat, naar aanleiding van de geschiedenis van de opwekking van Lazarus, het Sanhedrin zich beraadt om Jezus vóór het feest uit de weg te ruimen. En dan lees je in Johannes 12 deze geschiedenis: de zalving te Bethanië.

Deze geschiedenis wordt niet alleen hier verhaald, maar ook in Matteüs 26 en in Marcus 14. In het Lukas-evangelie ontbreekt zij, maar daar moet ik direct bij zeggen dat we in Lukas wel een andere geschiedenis van een zalving vinden die er erg sterk op lijkt. Dat vind je in Lukas 7, vers 36 tot 50. Het is goed om dat even in gedachte te nemen; als u die geschiedenissen met elkaar gaat vergelijken, stuit u op zowel overeenkomsten als verschillen.

Even voor de goede orde: het feit dat de geschiedenis van Johannes 12 ook in Marcus en Matteüs wordt aangetroffen, betekent niet dat het gewoon een herhaling is. Elk van de evangelisten heeft een bepaald gezichtspunt van waaruit zij de geschiedenis plaatsen en beschrijven. Ze vullen elkaar ook aan in allerlei details, waar we wellicht nog over te spreken komen.

Nu even over die andere zalving, die bij een veel eerdere gelegenheid heeft plaatsgevonden. Ik zal eerst een aantal overeenkomsten op een rijtje zetten. In beide gevallen vond de zalving plaats in het huis van een Simon. In beide gevallen wordt Jezus gezalfd door een vrouw en in beide gevallen is er sprake van een albasten kruik met olie. Jezus' voeten worden ingesmeerd met zalf en er ontstaat commotie over de daad die deze vrouw verricht.

Je zou dus zeggen: "O, dat moet dan dezelfde geschiedenis zijn." Maar dat blijkt bij nader inzien toch niet het geval te zijn. Laten we ze eens tegenover elkaar zetten. Wat je ziet in de geschiedenis van Lukas 7 aan de ene kant en die beschreven in Johannes 12, Marcus en Matteüs aan de andere kant, is dat de zalving in Lukas plaatsvond in Galilea, terwijl deze in Bethanië — vlak bij Jeruzalem in Judea — plaatsvond. In Lukas 7 is de vrouw anoniem, terwijl ze hier wel degelijk een naam heeft: Maria. Nu geef ik toe dat dit op zichzelf geen al te sterk argument is, want het feit dat Lukas de naam niet vermeldt, wil niet zeggen dat ze geen naam had. Maar goed, het is wel een verschil; in Matteüs, Marcus en Johannes wordt de naam uitdrukkelijk wel genoemd.

Wat wel een kenmerkend verschil is, is het motief van de vrouw. In Lukas 7 stond de vrouw bekend als een zondares en zij deed dit vanuit dat besef, terwijl het motief van Maria heel anders was, namelijk de aanstaande begrafenis van Jezus. Een ander verschil is dat in Lukas 7 de gastheer, Simon, moppert over de daad. In Johannes 12 is dat niet het geval; daar is het Judas die over de zalving klaagt.

En daar komt bij — en misschien is dat nog wel het belangrijkste — dat de aanklacht in Lukas 7 niet gaat over geldverspilling, maar over het feit dat Jezus gezalfd wordt door een zondares. De gastheer is verontwaardigd over een vrouw met zo’n slechte reputatie. In Johannes 12 is de aanklacht juist dat dit pure geldverspilling is. Zo zie je dat het echt over verschillende geschiedenissen moet gaan. Om het scherp te stellen: er is sprake van twee zalvingen bij twee verschillende gelegenheden. De context verschilt, hoewel er inderdaad ook opmerkelijke overeenkomsten zijn.

Het Verborgen Karakter van Jezus' Bediening in Johannes ↑ hoofdstukken

Laten we naar Johannes 12 gaan. De vorige keer behandelden we het slot van Johannes 11, en nu is het tijd voor Johannes 12. Misschien is het goed om vooraf op te merken dat Johannes zijn evangelie op een laat tijdstip heeft opgetekend en dat hij vooral wijst op allerlei tekenen die Jezus heeft verricht, maar dan met een heel diepe betekenis. De wonderen die Jezus doet, zijn stuk voor stuk tekenen met een diepere laag.

Wat blijkt is dat – en we hebben destijds in Bodegraven een hele lange serie over het Johannes-evangelie gegeven, beginnend bij hoofdstuk 1 tot en met hoofdstuk 21, want zoveel hoofdstukken telt Johannes – we iedere keer weer opnieuw zagen dat Johannes erop wijst dat er zoveel elementen zijn in Jezus’ bediening op aarde die in het verborgene al uitwezen dat Jezus Zich zou verbergen. Pas later, op een later tijdstip of op de derde dag, zou Hij Zich aan Israël vertonen.

In eerste instantie was de verwachting van het publiek natuurlijk dat Jezus Christus als de Opgewekte in die dagen, in die generatie, zou terugkeren en Zijn Koninkrijk zou vestigen. Johannes komt er op een gegeven ogenblik achter, mede door de bediening van de apostel Paulus, dat dit nog wel even zou duren vanwege Israëls afwijzing. Israël heeft de Messias niet alleen verworpen in Zijn kruisiging, maar daarna ook als de Opgewekte. Daarmee werd het Koninkrijk niet in die dagen openbaar, maar veel later.

Johannes tekent zijn evangelie juist op om aan te wijzen dat er al in het verborgene, in Jezus’ leven en in dat wat hij beschrijft, zaken aanwezig waren die daarop wezen. Hij was een intieme; hij noemt zichzelf niet bij naam, maar altijd 'de discipel die Jezus liefhad'. Hij wijst erop dat er zoveel dingen in het leven van de Heer Jezus zijn gebeurd die aantoonden dat Hij Zich eerst zou verbergen en pas later zou openbaren. Dat wijst in feite op het interval van deze tijd. Johannes benadrukt dat: ja, pas later.

Het wordt hem in herinnering gebracht wat er toen inmiddels plaatsvond, namelijk dat Israël de boodschap afwees en dat er zoveel elementen waren in Jezus’ bediening die dat al aangaven; het waren hints. Daar maakt hij ons opmerkzaam op. We hebben dat de vorige keer bijvoorbeeld gezien toen Jezus naar Efraïm ging. We zagen toen: 'O ja, Hij verborg Zich.' Ik heb er toen al op gewezen, maar in elk hoofdstuk is het raak en vind je dat fenomeen terug. Ik kom daar straks nog op terug, maar eerst even dit.

De Typologie van Bethanië en de Opgewekte Lazarus ↑ hoofdstukken

Jezus kwam, zo staat er, zes dagen vóór het Pascha. Van het Pascha weten we dat de veertiende Nisan de dag is, ook wel Aviv genoemd. U vindt dat in Leviticus 23; God had dat zo bepaald. Het feest van de Ongezuurde Broden begon een dag later, op vijftien Nisan – de datum van vandaag, overigens. Maar als Jezus dus zes dagen daarvoor arriveert... laat ik het u even laten zien. Kijk, op donderdag de veertiende Nisan was het Pascha; toen is Hij gestorven. Inderdaad, op een 'Goede Donderdag'. Als u dan even terugrekent, was de dertiende dus woensdag, de twaalfde dinsdag, de elfde maandag en de tiende Nisan zondag. Jazeker. En dat was een uiterst opmerkelijke datum: de dag van de intocht – of eigenlijk was het geen intocht, maar een optocht naar Jeruzalem. De dag daarvoor was 9 Nisan, vijf dagen voor het Pascha, wat de sabbat was. En de dag dáárvoor, op vrijdag, arriveerde Hij in Bethanië, zes dagen voor het Pascha.

Er staat: "Jezus dan kwam zes dagen vóór het Pascha in Bethanië, waar ook Lazarus was, die Jezus opwekte vanuit de doden." Het is heel opmerkelijk dat dit in deze geschiedenis zo benadrukt wordt; we zullen dat straks nog duidelijker zien. Bethanië is een eigenaardige naam. Het is opgebouwd uit twee woorden. Hoewel de betekenis soms omstreden wordt genoemd, betekent 'Beth' in het Hebreeuws simpelweg 'huis'. En 'ani' is de eerste persoon: 'ik' of 'mij'. Vandaar dat Bethanië eigenlijk zoiets betekent als 'mijn huis', of 'het huis, dat ben ik'. Dat zou de gedachte kunnen zijn. Het is ook de plaats vanwaar Jezus ooit ten hemel voer; althans, bij Bethanië was dat. Het lag aan de andere kant van de Olijfberg. Als u Jeruzalem voor u ziet – en ik weet dat een aantal van u daar weleens is geweest – dan weet u dat de Olijfberg ten oosten van de stad ligt. Als u vanuit Jeruzalem de Olijfberg opgaat, komt u boven en vindt u net over de top Bethfagé. Loopt u dan nog even door, dan komt u in Bethanië, een klein dorpje.

Dat was de plek waar Jezus heel dikwijls vertoefde, mede omdat daar Zijn vrienden woonden: Lazarus en zijn beide zussen, Maria en Martha. Uit Lukas 24 weten we dat dit vanaf de Olijfberg ook de plek was vanwaar de Heer ten hemel voer. Opmerkelijk genoeg wijst Lukas daar in Handelingen 1 ook op, wanneer hij de hemelvaart van de Heer Jezus nogmaals verhaalt als inleiding op zijn tweede boek. Hij zegt daar dat deze plek een sabbatsreis van Jeruzalem verwijderd was. Dat vind ik een prachtig detail, want een sabbatsreis is 2000 el. De Olijfberg staat voor de plaats waar Jezus ten hemel voer – overigens ook de plaats waar Hij naar mijn overtuiging stierf en opstond – maar vanwaar Hij dus ook opvoer. Jeruzalem is de stad van de Grote Koning. Hoe groot is nu de afstand tussen het moment dat Hij ten hemel voert en het moment dat Hij zal arriveren in Jeruzalem om daar de Grote Koning te zijn? Daar zit de afstand tussen van een sabbatsreis. De afstand tot die 'Sabbat' is 2000 el. Dat vind ik veelzeggend. Er zit weer dat 'gat' in, die verborgenheid.

Er is nog iets moois, want in Zacharia 14 staat over de Olijfberg dat deze "vóór Jeruzalem" ligt. Dat kun je geografisch zien, en dat is ook zo, maar dat 'vóór' kun je ook tijdrekenkundig benaderen. De Olijfberg typeert dan de huidige positie van Christus. Hij voer ten hemel en daar is Hij nu. Maar dat gaat vooraf aan Jeruzalem, aan het moment dat Hij straks de heerschappij op Zich zal nemen. De Olijfberg ligt in die zin 'vóór' Jeruzalem. Ik was van plan om vanmorgen juist die kant van de geschiedenis te belichten; u hebt het al in de gaten. Het gaat om het grote motief waarom Johannes deze dingen optekende en de diepere zin ervan. Afijn, de Heer Jezus was dus in Bethanië, waar ook Lazarus was, die Jezus opwekte vanuit de doden. Hij was daar dus in 'het huis', en dat huis was het huis van de opgewekte.

Hij heette Lazarus, en u vraagt zich wellicht af: wie of wat is Lazarus? In onze taal heeft die naam een specifieke betekenis gekregen: iemand die hulpbehoevend is, die letterlijk 'lazarus' in de goot ligt en niets meer kan. Maar de naam komt van Eleazar, een Hebreeuwse naam die betekent: "God is mijn hulp". Deze Eleazar was de zoon van Aäron, oftewel de tweede hogepriester van Israël. We hebben het eerste hogepriesterschap, het Aäronitische, maar de hogepriester die daarna komt – de opgewekte – dáár gaat het om. Hij is een beeld van de tweede, de definitieve Hogepriester. Want God neemt het eerste weg om het tweede te stellen.

De Maaltijd: Martha's Bediening en het Horen van het Woord ↑ hoofdstukken

Goed, daar was Lazarus, die Jezus opwekte vanuit de doden. Zij maakten daar voor Hem een avondmaaltijd. Dat 'daar' slaat overigens niet op het huis van Maria en Martha, maar op Bethanië, het dorp. We weten dat uit Matteüs en Marcus; het was namelijk in het huis van Simon de melaatse. Niet dat hij nog melaats was, mag ik aannemen, maar hij was ooit melaats en had die bijnaam gekregen. Zo zie je ook hoe de evangeliën elkaar in informatie aanvullen. Johannes vermeldt dit niet, maar uit Matteüs en Marcus weten we dit.

Afijn, zij maakten daar in Bethanië voor Hem een avondmaaltijd. Dat was in de avond van de achtste of de negende Nisan — dat weet ik niet precies. Misschien was het eigenlijk al de tiende Nisan, op een sabbatavond, dat weet ik niet. Maar in ieder geval, daar wordt een avondmaaltijd bereid en Martha bediende. Ik heb mijn schoonmoeder zojuist in de auto al eventjes gewaarschuwd dat ik haar naam zou noemen. En Martha bediende. Dat is heel karakteristiek voor wat we van Martha weten, de zus van Maria.

Want in het Lucas-evangelie lees je ook over een veel eerdere gelegenheid dat de Heer Jezus daar op bezoek is met al Zijn leerlingen. Daar lees je de bekende geschiedenis dat Martha de benen uit haar lijf loopt om het gezelschap te bedienen. Op een gegeven moment neemt ze het Maria kwalijk dat zij maar zat te luisteren naar wat de Heer Jezus te vertellen had. Ze berispt Jezus eigenlijk ook en zegt: "Zegt U er nou niets van dat ze mij maar laat werken?" En dan krijg je die beroemde woorden: "Martha, Martha, je maakt je bezorgd over vele dingen, maar slechts één ding is nodig en Maria heeft het goede deel gekozen." Dat werken komt allemaal een andere keer; het goede deel is het Woord tot je nemen.

Het mooie is: daar kun je van alles van vinden. Je zou naar de mens gesproken kunnen zeggen: "Ja hallo, maar dat gezelschap wil eten; dat staat nog niet op tafel en dat brengen de kaboutertjes ook niet." Het is allemaal waar, en toch is het niet waar. Het gaat maar om één ding. Ik weet dat het me vaak kwalijk wordt genomen en men zegt dat het ongenuanceerd is. In feite is het ook ongenuanceerd, maar het is wel de belangrijkste waarheid die er is. Er is maar één ding dat werkelijk ter zake doet, en dat is het luisteren naar Zijn woorden. Al het andere komt vanzelf.

Dat is maar 'makkelijk', dat bedoel ik. Dus waarom niet, als het zo makkelijk is? Als men dat bezwaar uit, denk ik: je zegt wel dat het makkelijk is, maar blijkbaar vinden ze het helemaal niet zo makkelijk. Want waarom zou je het anders als bezwaar uiten? Ik vind dat bizar. Als je een stofzuiger koopt, zeg je toch ook niet: "Nee, die neem ik niet, want dat is te makkelijk"? Die logica ontgaat mij altijd. Ik vind het namelijk de grootste aanbeveling die er bestaat: als iets makkelijk is. Daarom ben ik ook zo gecharmeerd: het evangelie is een goed bericht omdat het wijst op wie Hij is en op Zijn Woord. Dat is het enige wat werkelijk ter zake doet.

Afijn, Martha bediende. Dat moet ik er even bij zeggen: dat wordt hier trouwens helemaal niet als een negatieve kwalificatie bedoeld. Er staat niet: "Néé, Martha bediende weer." Maar het is wel typerend voor Martha zoals we haar kennen. En dan staat er nog bij — voor de tweede keer wordt zijn naam genoemd: Lazarus was één van hen die samen met Hem aan tafel lagen. Aanliggen aan tafel, zo ging dat. Dat was ook maar makkelijk: aanliggen. In ieder geval was het heel relaxed en een beeld van gemeenschap. Maar het is ook typologisch: de opgewekte was daar aan tafel. Hij die uit de dood was opgestaan, was daar aan tafel op de Olijfberg. Ik hoop dat u vanmorgen net zo dubbelzinnig denkt als ik, want dan zitten we helemaal op één lijn. Dat zijn van die dingen waardoor je getriggerd wordt.

Maria's Nardusolie: een Beeld van Sterven en Opstandingsleven ↑ hoofdstukken

Lazarus was een van hen die samen met Jezus aan tafel lagen. Maria nam toen een pond echte, kostbare zalfolie van nardus. Het is opmerkelijk als je dit naleest in Marcus 14 vers 3; daar staat nog bij dat zij de albasten kruik brak. In Johannes wordt niet expliciet vermeld dat het om een albasten kruik ging, maar wel dat zij deze brak en de mirre over Zijn hoofd goot. Zij heeft de olie inderdaad over Zijn hoofd gegoten, waardoor het vervolgens op Zijn voeten terechtkwam. Johannes vermeldt dat hoofd dan weer niet, maar benadrukt de handeling van Maria bij Zijn voeten.

Over die zalfolie valt nog iets opmerkelijks te zeggen. In het Grieks is het woord voor mirre etymologisch verwant aan het Hebreeuwse 'Mara'. Dat is een vrij bekende term die 'bitter' betekent. Je zou dat eens na moeten vragen aan Naomi, die na haar omzwervingen in het land van Moab terugkwam. Toen de mensen vroegen: "Hé, is dat niet Naomi?", antwoordde zij: "Noem mij alsjeblieft geen Naomi (wat 'liefelijk' betekent), noem mij Mara, want de Almachtige heeft mij veel droevenis en bitterheid aangedaan."

Mara was ook de eerste plaats waar Israël in de woestijn arriveerde. Eindelijk kwamen ze bij water, maar toen ze ervan dronken, gingen ze er bijna aan dood omdat het zo bitter was. Daarom noemden ze die plaats ook Mara. Maar u weet wat er gebeurde: er werd hout in het water gegooid en vervolgens werd het water levend. Het bittere water werd door dat hout geneeskrachtig. De naam Maria heeft overigens ook met die stam van Mara te maken, dus dat valt in deze geschiedenis helemaal samen.

Mirre werd voor allerlei doeleinden gebruikt: cosmetisch, medicinaal en zelfs als smaakstof. We kennen het vooral van de magiërs uit het oosten, die goud, wierook en mirre brachten. In de Bijbel wordt het echter vooral genoemd in de context van balseming. Later in het evangelie van Johannes lees je ook dat mirre te pas kwam bij de balseming van Jezus' lichaam, toen Nicodemus en Jozef van Arimathea daar kwamen.

Die balseming is een belangrijk symbool; het tekent de waardering die er is voor het lichaam. Dat was eigenlijk een heel on-Grieks concept. Voor een Griek is het lichaam immers niets anders dan een kerker waarin de ziel gevangen zit; als de mens sterft, wordt de ziel bevrijd. In de Bijbel is dat totaal niet het geval. Dit is weliswaar een sterfelijk en vergankelijk lichaam, maar God gaat het lichaam na de dood opwekken en levend maken. Dat betekent dat dit lichaam, ook als het een gestorven lichaam is, een geweldige waarde heeft omdat God er een toekomst aan verleent. Hij verlost het lichaam. Dat is ook onze hoop: de verlossing van het lichaam. Dat betekent niet dat we van ons lichaam verlost worden, maar dat ons lichaam verlost wordt. De balseming symboliseert die waarde; daar zit de gedachte van de opstanding al in verborgen.

Maria zalfde de voeten van Jezus. Ze brak de kruik. Ik stel me dat zo voor: de kruik was integraal afgesloten, er zat geen deksel op, dus de kruik moest gebroken worden om de inhoud te kunnen gebruiken. Als je daarover doordenkt: de kruik, een aarden vat, is in de Bijbel een type van het menselijk lichaam. Paulus zegt: "Wij hebben deze schat in aarden vaten." Dat Maria de kruik brak, is een beeld van het sterven. In Prediker vind je dat ook terug: de kruik wordt gebroken wanneer de mens sterft. Jezus' lichaam zou een week later, op de vijftiende Nisan — als we ervan uitgaan dat dit op een zaterdagavond was — in het graf liggen. Maria zalfde de voeten van de Heer Jezus; zij wist dat Hij zou sterven. Eerst is er dat breken, en dan vervolgens is daar die zalfolie.

Olie is in het algemeen een beeld van leven; het komt voort uit een boom die altijd maar leeft. De zalving is in de Bijbel echter specifiek een beeld van de opwekking. Wanneer is Jezus de Christus geworden? Er zijn twee antwoorden te geven. Hij werd gezalfd met heilige geest toen Hij opstond uit de Jordaan, maar later lees je ook dat Hij de Gezalfde werd doordat Hij opstond uit de dood. Hij ontving onvergankelijk leven en zo werd Hij de Mashiach of de Christus. De ene term is Hebreeuws en de andere is Grieks, maar beide betekenen 'de Gezalfde'. Maria maakte Jezus hier symbolisch tot de Gezalfde: de kruik breekt en vervolgens wordt Hij gezalfd. Dood en opstanding.

Zij zalfde de voeten van Jezus en droogde ze met haar haren. Probeer je voor te stellen hoe dat is overgekomen in dat gezelschap. En dan staat er nog bij: "het woonhuis werd vervuld van de geur van de zalfolie." Dat is ook waar als we de lijn doortrekken naar de parallel tussen het huis waar de Heer toen was op de Olijfberg en het huis waar de Heer nu is. Hij zal straks in Jeruzalem de Koning zijn, maar nu is Hij de Afwezige, de Verborgene. Niettemin heeft Hij een huis; er wordt een huis gebouwd waar gemeenschap is, waar men aan tafel zit en de dingen deelt. Dat huis is vervuld van de lieflijke geur van leven dat voortkomt uit Zijn dood.

Dat is wat die zalfolie is: het spreekt van opstandingsleven. Het hele huis waar de Heer vertoeft, waar ook de opgewekte Lazarus aan tafel zat, is gevuld met de geur van de zalfolie. Je ziet het niet, maar je neemt het wel waar. Dat geldt ook voor de dingen van het Woord. Je ziet het niet met je ogen, maar je neemt het wel waar. Wij zeggen dan meestal dat je daar een oor voor moet hebben, maar je moet er ook een neus voor hebben. En bovendien moet iemand je neus daarvoor openen, zodat je die geur van leven uit de dood werkelijk ruikt.

Judas Iskariot als Type van de Joodse Natie ↑ hoofdstukken

Maar dan staat er: Judas Iskariot. Er zijn er twee, maar deze Iskariot is de beroemde — of laat ik zeggen: de beruchte. Kijk, Judas is de Griekse vorm. Als je het op z’n Hebreeuws zegt, dan zeg je gewoon Juda of Jehuda. Maar hij is een type van het Joodse volk. Dat is feitelijk een open deur intrappen, want 'Jood' is gewoon 'Jehuda'. Ja, dat komt van het woord Jehuda of Juda, zodat Judas een type is van Juda, oftewel van het Joodse volk. Dat zie je ook hier heel sterk.

Maar eerst nog even dit: Judas Iskariot, één van Zijn leerlingen, die op het punt stond Hem over te leveren. Deze gebeurtenis blijkt ook de trigger te zijn voor hem om Jezus te gaan overleveren. Daar moet ik wel iets bij zeggen, want er doet meestal een verhaal de ronde dat Bijbels echt niet hard te maken is, namelijk dat Judas Jezus zou haten en dat hij zou willen dat Jezus zou moeten sterven. Dat was juist niet de gedachte. Het wordt vaak verteld: nee, Judas — of Juda — wilde inderdaad Jezus gaan overleveren, maar dat was vanwege zijn ongeduld en ook zijn frustratie dat Jezus Zich niet presenteerde als de Messias. Hij wilde gewoon dat Jezus er eindelijk openlijk voor uitkwam dat Hij de Christus en de Koning is, en dat Hij Zich zo zou presenteren. Maar dat deed Jezus maar niet. Hij heeft Jezus willen overleveren; hij heeft uit de school geklapt.

Kijk, als iemand bijvoorbeeld de boodschap vertelde — zoals Petrus die zei: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God" — dan lees je later dat Jezus Zijn leerlingen ten strengste verbood om dat te gaan vertellen. Hij wilde niet hebben dat dat op dat moment al gezegd zou worden. Dan lees je ook: "Eerst zal Ik sterven." Maar dat kwartje viel niet. Niemand van Zijn discipelen — of misschien Johannes een beetje — heeft echt begrepen dat Hij zou sterven. Hoewel Jezus voorafgaand aan Zijn sterven er verschillende keren op gewezen heeft dat het zou gebeuren en zelfs hoe, en dat Hij overgeleverd zou worden en dat de overpriesters Hem zouden doden. En als Hij daarop wees, dan wees Hij er ook altijd op dat Hij drie dagen later zou worden opgewekt. Dan moet je nagaan: dat hoor je dan allemaal, maar ja, je kunt het horen, maar dat wil niet zeggen dat het binnenkomt. Net zo goed als wanneer je neus niet open is als je verkouden bent bijvoorbeeld; dan ruik je niets. Dat is het: het kwam niet binnen.

Maar Judas wilde Jezus forceren om Zich eindelijk te presenteren als de Messias. Dan was hij trouwens ook meteen de minister van Financiën; dat was dan ook meteen geregeld, want hij beheerde de kas. En echt waar, dat was de gedachte. In feite zouden de discipelen zulke functies vervullen en Jezus zou de Koning zijn. Er was een grote ergernis dat Jezus Zich niet zo presenteerde. Vandaar dus ook dat hij een paar dagen voor het Pascha naar de overpriesters is gegaan en heeft gezegd: "Hij heeft beweerd dat Hij de Zoon is van de levende God, de Christus. Ik heb het zelf gehoord." Nou, met die wetenschap konden ze Jezus arresteren.

En toen vervolgens bleek — eventjes nog één opmerking, want anders ben ik bang dat ik maar de helft van het verhaal vertel. Maar toen Judas op een gegeven ogenblik in de nacht dat Jezus werd overgeleverd opmerkte dat Jezus ook toen nog steeds, nadat Hij voor de rechter en het Sanhedrin en Pilatus had gestaan, Zich nog steeds niet presenteerde als de Koning, toen merkte hij dus dat zijn hele opzet totaal mislukt was. Toen benam hij zich van het leven. Dat was niet omdat hij wilde dat Jezus stierf; hij wilde dat juist niet. Toen hij merkte dat Jezus niet de macht greep of Zich presenteerde als de Koning, maar Zich gewillig als een lam ter slachting liet leiden, toen was hij zo verontwaardigd. Je zou dus kunnen zeggen dat hij eigenlijk begaan was met Jezus. Ja, dat was hij ook.

Maar zoals de Here Jezus eerder ook al tegen Petrus zei, toen Petrus zei: "Nee, dat zal U geenszins overkomen." Toen zei Hij: "Ga weg achter Mij, satan, tegenstander! Want je bent bedacht op de dingen van de mensen en niet die van God." En dat was het punt bij Juda. In feite is Juda, Judas, ook daarin een type van het Joodse volk. Want die wil wel, die heeft een hart voor de Messias, maar gelooft per se niet in een Messias die sterft. Daar kunnen ze niets mee; daar kunnen ze niks mee.

Maar goed, Judas stond op het punt Hem over te leveren. Hij zei: "Waarom is deze zalfolie niet verhandeld voor driehonderd denaren en gegeven aan de armen?" Heeft hij dat overdreven? Maar als het inderdaad driehonderd denaren was, dan was dat heel wat hoor. Want weet je wat een denaar is? Ja, dat is een Romeinse munt, maar dat was een dagloon. Je leest dat in Matteüs 20 vers 2. Een denaar was een dagloon, dus 300 denaren waren 300 dagen werken. Dat was een jaarsalaris. Dat was pakweg 25 tot 30 duizend euro in onze dagen omgerekend. Dan heb je dus een kruikje albasten olie dat zo liederlijk duur was, zo kostbaar: 25, 30 duizend euro. En dat wordt over Jezus uitgegoten. In dit geval wordt alleen de zalving van de voeten beschreven.

Judas is zwaar verontwaardigd. Hij zei: "Had dit niet verhandeld kunnen worden voor driehonderd denaren en gegeven aan de armen?" Maar dat laatste motief was niet juist. Want, wat ik zojuist zei: hij wilde dat Jezus Zich zou ontpoppen, Zich zou bekendmaken en Zich zou presenteren als de Messias. Ja, maar hoe zit het dan met die armen? Nou, hier staat er dan nog bij — dat schrijft Johannes eigenlijk als commentaar: "Hij zei dit echter niet omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en het geldkistje had en de inkomsten droeg." Nu moet ik daar nog even iets bij zeggen, want in de NBG-vertaling wordt het zwarter gemaakt. Ik bedoel, ik wil dit niet mooi praten, maar daar wordt het zwarter gemaakt. Want daar staat — kijk maar — dat hij de inkomsten "wegnam", zo staat er in de NBG-vertaling. Dat staat er niet. Er staat dat hij de inkomsten "droeg".

En het idee is niet zozeer dat hij de inkomsten wegnam voor eigen pleziertjes. Nee, hij droeg de inkomsten en hij potte de inkomsten op. Maar dan steel je feitelijk van de armen, want het was namelijk bedoeld — of een deel daarvan — om aan de armen te geven. Judas zat als een goede penningmeester op het geld en gaf het niet uit. Maar ook dat wordt hier diefstal genoemd, want je onthoudt namelijk datgene wat de armen toekwam en waarvoor het ook gegeven was. Dus dat idee van "wegnemen", dat is wat de vertalers ervan gemaakt hebben, maar dat staat er niet. Dit was in ieder geval — en dat is wat Johannes ook aanwijst — wat Judas hier zei, niet vanwege zijn bekommernis om de armen. Absoluut niet. Wat er wel achter zit, is dat hij in de gaten had dat dit voor Jezus' begrafenis was. Kijk, er staat in vers 7 dan vervolgens:

Maria's Geestelijk Inzicht in de Aanstaande Begrafenis ↑ hoofdstukken

Jezus dan zei: "Laat haar begaan." Overigens lees je in Matthäus en Marcus ook dat Judas met zijn aanklacht en met zijn verontwaardiging niet alleen staat, maar dat een aantal van de discipelen daarmee instemden. Niet allemaal, maar sommigen, geloof ik dat je dan leest. Dus een aantal waren het eigenlijk wel met Judas eens dat dit toch wel heel verkwistend was. En voordat je nou hard valt over wat Judas zei... probeer je even voor te stellen dat iemand voor zo'n vermogen inderdaad dit aan Jezus deed. En Jezus weet het, waardeert het zo enorm. Hij zegt: "Laat haar. Want tot de dag van mijn begrafenis zou zij dit bewaren." Zo staat het er letterlijk in.

Ja, uiteraard kon ze het nu niet meer bij de begrafenis gebruiken, want nu was het gebruikt. Daarom staat er ook: zij zou dit bewaren tot de dag van mijn begrafenis. Maar ze heeft het nu al gedaan, eigenlijk een week eerder. En Maria heeft dus beseft – die had dus al deze olie, deze kostbare nardusolie – dat ze dit al gekocht had voor de dag van de begraving en ze doet het nu al. Dat komt ook omdat zij al het besef had dat dit met Jezus zou gebeuren. Dat weten we ook uit de evangelieën van Matthäus en Marcus. Verreweg de meesten niet. Dat Jezus een week later in het graf zou liggen en inmiddels gekruisigd zou zijn, dat hadden ze niet in de gaten. Maar Maria heeft het begrepen. Daarom lees je in het evangelie van Matthäus ook dat als het evangelie in de wereld gepredikt zou worden, dat altijd ook dit voorval daar herinnerd zou worden. Want dit was zo bijzonder wat Maria deed; het getuigde van haar inzicht.

Wat zij heeft verstaan van Jezus’ eigen woorden... want ik geloof niet dat dit alleen maar een kwestie was van: Maria woonde daar vlak bij Jeruzalem en die las de kranten en wist wel van: "O, de ontwikkelingen zijn zo, dat kan nooit goed aflopen met Jezus." Er gonsten heel veel geruchten. Er waren ook velen van de scharen die dachten dat Jezus zich inderdaad zou gaan presenteren, een dag later, op de tiende Nisan dan, misschien dezelfde datum nog. Dus op zondagochtend of zondagmiddag, Palmpasen, zou Jezus die optocht maken naar Jeruzalem. En dan roepen ze allemaal: "Hosanna! Gezegend is de Koning! De Koning van Sion!" En dan denken ze echt dat Hij de Koning is. En hoe was het ook alweer? De schare die "Hosanna" roept... een paar dagen later roepen ze: "Kruisig Hem." In ieder geval, dat kan zomaar veranderen.

Maar Maria heeft begrepen wat Jezus gezegd heeft. Die heeft dus echt naar Hem geluisterd. En nu komt toch opnieuw weer even naar voren wat ik eerder vertelde over Maria die zat aan Jezus’ voeten. Dat is dezelfde Maria. En die heeft dingen gehoord die de anderen – nota bene degenen die altijd met Jezus optrokken – niet hebben begrepen. Maar Maria heeft zo goed geluisterd. Ik bedoel dat niet eens als een prestatie, maar gewoon als een vaststelling. Ze heeft zoveel begrepen van wie Jezus was en wat er zou gebeuren, maar ook waarom. Want Jezus heeft daarover gesproken. Maar ja, als je oren dicht zitten en je door vooroordelen wordt verhinderd om iets te zien, dan kun je het niet zien. Echt niet.

Nou, daar zullen we ook maar verder geen voorbeelden van geven, maar het is zo frappant. Het is zo frappant dat als je een bepaald oordeel hebt of een bepaald inzicht hebt, dan kun je iets niet zien. Ik heb ooit een bijbelstudie gegeven onder de titel 'Verblind door één woord'. Toen ging het erover dat als jij denkt dat aion eeuwigheid is... als je dat denkt, dan zeg je: "Ja, dat is een verkeerd inzicht, dat is foutief, dat is niet correct." Ja, nou, het is veel erger. Het zorgt ervoor dat je het evangelie niet eens kunt verstaan. Het evangelie, de boodschap van de Redder van alle mensen... die kun je niet verstaan als je denkt dat aion eeuwigheid is. Want dan is er een eindeloze straf, een oordeel in eeuwigheid en zo. Nou, dan kun je dus niet verstaan dat Hij de Redder is van alle mensen. Dus één zo'n ding kan je verhinderen om iets überhaupt te zien.

En ja, dat inzicht moet dus doorbreken. Je ogen moeten daarvoor geopend worden. Je leest ook in 2 Korinther 4 dat de god van deze aion de ogen en de harten verblindt van de mensheid, ook de religieuze wereld, zodat ze het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het Beeld Gods is, niet ontwaren. Ze kunnen het niet zien. Ze kunnen het gewoon niet zien. Het is onvoldoende om te zeggen dat hun motieven niet goed zijn. Ze kunnen het niet zien. En dan blijkt er toch ook wel degelijk weer waar te zijn: God moet je ook je ogen openen. Als Hij je ogen niet opent, dan blijven ze gewoon stikdicht.

Jezus dan zei: "Laat haar begaan." Want het was niet alleen haar inzicht, maar daarmee ook haar waardering. Het feit dat zij bereid is een jaarloon zo te spenderen – in de ogen van vele omstanders te verspillen – getuigt juist van de waardering die zij had voor deze Jezus. Zij heeft Hem begrepen en verstaan. En ze had Hem lief. En ze waardeerde dit naar waarde. Ik vind het geweldig. En Jezus laat zich daar ook zo lovend over uit, want ja, gewoon als mens is dit zo'n eenzame weg voor Jezus geweest. Zoveel onbegrip, juist ook van Zijn intimi. En dan heb ik het nog niet eens alleen over Judas, dat één van je vrienden dit dan doet. Het is eenzaam als je die weg moet gaan en niemand begrijpt je.

"Laat haar begaan, want tot de dag van mijn begrafenis zou zij dit bewaren. Want de armen hebben jullie altijd bij jullie." Dat is een citaat trouwens uit Deuteronomium 15. Daar had God al gezegd: voorwaar, armen zullen er altijd onder jullie zijn. En dat heeft ook een bedoeling. Want daarmee geeft God je de gelegenheid om mild te geven met een blijmoedig hart, zegt later Paulus. Dat is eigenlijk ook het enige echte motief. Dat je geeft, niet zo van: ik moet iets kwijt. Weet je wat Judas eigenlijk had? Ja, je moet iets geven. Nee, God heeft de blijmoedige gever lief. Je geeft het gewoon royaal. En weet je waarom? In geloof kun je ook royaal geven. Weet u waarom? God is een God van overvloed. Sommige mensen denken dat als je geeft, dat je armer wordt. Dat is niet waar. Van geven word je rijker. Delen is vermenigvuldigen. Dat is Bijbelse wiskunde.

Nou, ik kan het ook wel heel eenvoudig samenvatten. Als je een appel deelt, dan heb je ineens twee stukken appel in ieder geval. Vier of acht, nou ja, enzovoort. Maar wat ik bedoel te zeggen is: delen, dat is vermenigvuldigen. En goed, de Heer zegt: "De armen die hebben jullie altijd bij jullie, maar mij hebben jullie niet altijd." En ook hier zie je weer: Jezus zou sowieso binnen een week sterven. Maar binnen vijftig dagen zou Hij hier in diezelfde locatie, daar bij Bethanië, vertrekken. Hij zegt: zij heeft dit gedaan met het oog op wat er gaat komen. Nou, ik denk dat het tijd wordt om het eens samen te vatten.

Samenvatting: het Huis te Bethanië als Beeld van de Huidige Tijd ↑ hoofdstukken

Vooral ook de diepere betekenis is van belang. Ik hoop inmiddels zo tussen de regels door ook wat gezegd te hebben over hoe geweldig het is om naar het Woord te luisteren en de diepere zin te verstaan, zoals Maria dat heeft beleefd en gedemonstreerd. Dat is geweldig hoor, daar moet je niets van afdoen. Maar de reden waarom Johannes deze dingen heeft genoteerd, is omdat er een diepere zin in deze geschiedenis gelegen is. Het huis en de maaltijd daar in Bethanië spreken van de huidige tijd, waarin de Opgewekte en de Gezalfde is. Lazarus was daar, die Jezus uit de doden had opgewekt, en daar was de Gezalfde. Ja, daar gaat deze hele geschiedenis over.

Het huis bevond zich op die plaats die een sabbatsreis van Jeruzalem verwijderd is. Daarom spreekt het inderdaad van de huidige tijd. Jeruzalem is de stad van de grote Koning, maar nu zitten we nog in de Olijfberg-fase, nog vóór Jeruzalem zeg maar. Maar daar, in dat huis, ruikt men de kostbare geur van het leven dat voortkomt uit zijn dood. In feite is dat wat er nu gebeurt. Kijk wat God in deze tweeduizend jaar doet: Hij verzamelt zich een volk in het verborgene. Dat is niet demonstratief of groots; we halen de kranten niet en dat is ook helemaal de bedoeling niet. Maar in het verborgene doet Hij zijn werk. Daar is een huis, een geestelijk huis ook, en daar wordt zijn Woord vernomen. Daar is Hij de Gezalfde. Maar bovenal ruikt men daar de geur van het leven dat voortkomt uit zijn dood.

Er komt een moment dat iedereen zal weten dat Jezus Christus Heer is. Men zal het niet alleen weten, maar ook erkennen, met de tong belijden en de knieën daarvoor buigen. Maar er is nu een klein gezelschap, een 'uitroepsel' van mensen die dat nu al weten. Is dat een verdienste? Nee, God heeft je ogen daarvoor geopend. Je mag in dat huis verkeren, je bent bij elkaar en je ruikt die geur van dat leven dat sterker is dan de dood. Dan weet je dingen die de wereld niet weet. Die geur op te snuiven, dat te proeven, te vernemen of te horen, maar ook de kostbaarheid daarvan te beleven; dat is een geweldig voorrecht in dat huis.

Kenmerkend in dat huis is ook de afwijzing van Juda. Het gaat om die hele tijdspanne tussen de Olijfberg en Jeruzalem, tussen de eerste en de tweede komst. Waardoor is deze tijd gekomen? Je kunt zeggen dat God dat zo in zijn voornemen gepland heeft, en dat is ook zo, maar naar de mens gesproken is het veroorzaakt door de afwijzing van Juda. Door hun val is het heil, de boodschap van redding, naar de natiën gegaan. Dat is het interval, het intermezzo dat we vandaag beleven.

Wat in deze dagen kenmerkend is, is dat we te maken hebben met een Heer die de Opgewekte is, de Afwezige ook die vertrokken is. Maar Hij is ook de Gezalfde. Tegelijkertijd is er een volk, het Joodse volk, dat Hem niet kent en niet erkent. Ze kunnen niet uit de voeten met een Messias die gestorven is, een gekruisigde Christus. Ook dat hoort erbij. Welnu, dat is waar dat huis en wat daar plaatsvond in Johannes 12 van spreekt. Het wijst op de verborgenheden, de geheimen van de tijd waarin wij nu leven. Wij zijn hier nu zo bij elkaar en we memoreren dat. We denken aan die vrouw, aan Maria die dat ooit gedaan heeft, en we herkennen daarin ook — ik zeg dat heel bescheiden — onszelf. In die zin mogen wij, net als zij, luisteren naar zijn Woord en naar waarde schatten wie Hij is, wat Hij gedaan heeft en wat zijn Woord allemaal inhoudt. Daar wilde ik het vanmorgen graag bij laten.

🎧 de zalving te Bethanië
Delen: