GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

verwarring rond ‘left behind’

29-10-2023 - Geplaatst door Andre Piet
29 oktober 2023, Benthuizen

Een belangrijk motief in veel eindtijd-boeken en -films is de passage in Matteüs 24 waarin Jezus de dagen van zijn parousia vergelijkt met de dagen van Noach. Twee mensen liggen in een bed of zijn op het veld, de één wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten (Eng. left behind). Deze voorstelling wordt gekoppeld aan – en gelijk gesteld met ‘de wegrukking’ waarover Paulus spreekt in 1Thessalonika 4. Die associatie is heel begrijpelijk, maar dat maakt het misverstand er niet minder om. In deze studie willen we de verschillen tussen beiden gebeurtenissen en tijdstippen op een rijtje zetten.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de theologische verwarring rondom het begrip 'left behind' (achtergelaten) in relatie tot de eindtijd. Vanuit een gedetailleerde exegese van Matteüs 24 wordt aangetoond dat het 'achtergelaten worden' in deze context niet verwijst naar de wegrukking, maar naar de oordelen bij de voleinding van de aeon. Bij de wegrukking, voorafgaand aan de grote verdrukking, worden de gelovigen geëvacueerd, terwijl in Matteüs 24 na de verdrukking juist de ongelovigen in het oordeel worden weggenomen. De mensen die in die laatste situatie 'achterblijven', zijn de rechtvaardigen die in leven blijven om het komende Koninkrijk op aarde te bevolken.

“Hier in Matteüs daarentegen worden de ongelovigen weggenomen en worden de gelovigen met rust gelaten. Die blijven achter, *left behind*.”

Het Belang van het Onderscheiden van de Tijden ↑ hoofdstukken

Het is een God Die alles beschikt en de tijden in Zijn hand heeft. Het gebeurt weleens dat er hier kritische opmerkingen worden gemaakt over wat kerkvaders naar voren hebben gebracht, maar er is een uitspraak van Augustinus – toch niet één van de onbekendste, zal ik maar zeggen – die ooit heeft gezegd (en ik zeg het hem duizendmaal na): "Onderscheid de tijden en de Schrift is met zichzelf in harmonie."

Dat is zo waar. Als je de dingen weet te onderscheiden zoals God ze in de tijd geplaatst heeft, dan is er geen conflict. Omgekeerd werkt het ook zo: als je de dingen door elkaar haalt, krijg je per definitie verwarring. Wanneer je twee verschillende gebeurtenissen gelijktijdig laat plaatsvinden terwijl ze feitelijk apart staan, dan ontstaat er chaos en begrijp je de dingen niet meer. Over zo’n verwarring wil ik het vanmorgen graag eens hebben.

De Verwarring Rond de Term 'left Behind' ↑ hoofdstukken

Er is een verwarring rond wat ik noem 'left behind'. Eigenlijk moet ik erbij zeggen dat de onderwerpen die ik de laatste weken op diverse locaties heb besproken – vorige week bijvoorbeeld nog in Alblasserdam – hier eigenlijk ook al over gingen. Het begon feitelijk een maand geleden bij de Bijbelstudiedag die we mochten hebben in Maren, en dat ging over de wegrukking. Dat roept soms vragen of kritiek op. Wat doe je dan? Dan ga je de Schriften openen en probeer je daar duidelijkheid over te verkrijgen. Vandaar ook dat de onderwerpen die ik de laatste tijd heb besproken met name gaan over die wegrukking en wat er vervolgens gebeurt op aarde met degenen die zijn achtergebleven.

Er zit een verhaal achter dat begrip 'left behind'. Voor de goede orde: dat is een Engels begrip voor 'achtergelaten'. In het christelijk jargon, met name in de Engelstalige wereld, staat deze term gewoonlijk voor degenen die achterblijven en die de Heer niet tegemoet zullen gaan in de lucht. Als ik het zo zeg, dan doel ik uiteraard op dat waar Paulus over schrijft in 1 Thessalonicenzen 4. Hij houdt de gelovigen daar de verwachting voor dat de overleden gelovigen, op het moment dat de bazuin klinkt, zullen worden opgewekt. Samen met degenen die op dat moment nog in leven zijn op aarde, zullen zij de Heer tegemoet gaan in de lucht; zij worden weggerukt. Dat is de term die daar wordt gebruikt.

In verband met degenen die daaraan geen deel zullen hebben, spreekt men dan van 'left behind'. Dat is goed te verdedigen en nogal logisch, want dat zijn immers de achterblijvers. Dit is de laatste decennia een heel dankbaar thema gebleken. Ik heb daar de vorige keer in Alblasserdam ook op gewezen. Ik zeg het er even bij omdat een aantal mensen die daar waren, hier nu ook weer zitten; ik excuseer me dus even voor de doublure.

De laatste tientallen jaren zijn er nogal wat boeken over verschenen: romans, maar ook films. In mijn geheugen gegrift staat de film die in 1972 uitkwam: Thief in the Night, met een prachtig nummer van Larry Norman. Hij zingt in dat nummer over die passage in Matteüs 24 – daarover straks meer. Maar er is ook een bekende boekenserie, die ook in het Nederlands is vertaald, en een film die daarop is gebaseerd: Left Behind, zoals u hier ziet. Dat gaat allemaal over die gebeurtenis. Er is ook heel veel bij gefantaseerd, moet ik er meteen bij zeggen. Heel veel, werkelijk heel erg veel. Ik wou bijna zeggen: bijna alles, maar nee, dat is ook weer niet waar. Maar goed, het gaat in ieder geval over het thema dat Paulus belicht in 1 Thessalonicenzen 4. Het leent zich natuurlijk ook wel voor een mooie film, dat kan ik niet ontkennen.

Het is nogal wat, wat daar in 1 Thessalonicenzen 4 wordt beschreven. Een prachtig thema voor een roman of een film. Maar waar het om gaat, is dat men zich in die films, boeken en onderzoeken heel vaak beroept op bepaalde teksten. Ook in de songs – en daar doelde ik zojuist al op bij de titelsong van Thief in the Night – wordt altijd dat gedeelte aangehaald uit Matteüs 24, vers 39 tot 41. Daarover wil ik het hebben. Het zijn deze woorden die in Matteüs 24 genoteerd staan: "Dan zullen er twee in het veld zijn; de één zal aangenomen worden en de ander achtergelaten worden. Twee vrouwen zullen aan het malen zijn..." – dan moet ik altijd een beetje lachen, maar goed, nu heb ik u natuurlijk meteen op die gedachte gebracht. Nee, we gaan niet discrimineren, maar goed: "Twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen; de één zal aangenomen worden en de ander achtergelaten worden."

Dat gedeelte betrekt men in die songs, films en boeken altijd op het moment van de wegrukking waar Paulus over schrijft in 1 Thessalonicenzen 4, maar ook in 1 Korintiërs 15 en op andere plaatsen. Wat ik vanmorgen wil doen, is laten zien dat het beroep op die passage volkomen onterecht is. Die passage heeft zeker een duidelijke betekenis, daar niet van, maar door haar te verwarren met de gebeurtenis die Paulus beschrijft in 1 Thessalonicenzen 4, ontstaat er grote verwarring. Ik vind het van belang dat als je werkelijk de Schrift wilt verstaan, je de dingen op hun plaats laat en dat respecteert. Vandaar ook die uitspraak van Augustinus: "Onderscheid de tijden." Ga niet alles door elkaar gooien, want dan krijg je verwarring.

Kijk, van datgene wat hier in dit gedeelte in Matteüs 24 beschreven wordt, zou je op zich zeggen: "Hé, maar dat is precies wat je mag verwachten op het moment dat die wegrukking plaatsvindt." Want de één gaat mee, wordt aangenomen, en de ander blijft achter. Dat is waar. En toch – en dat is wat ik wil laten zien – gaat het over een heel andere gebeurtenis, op een heel ander tijdstip en zelfs met een totaal andere bedoeling. Het lijkt me van belang om dat eens even goed te onderstrepen.

Context van Matthëus 24 en de Vragen van de Discipelen ↑ hoofdstukken

Laten we eerst een stapje terug doen om wat in het algemeen te vertellen over Matteüs 24. Dat is het hoofdstuk waar in mijn Bijbel boven staat: 'Rede over de laatste dingen'. De Heer Jezus was in Jeruzalem, een paar dagen voordat Hij overgeleverd zou worden om gekruisigd te worden. Hij trok zich terug op de Olijfberg en vanaf die plek zagen de discipelen de gebouwen van de tempel liggen. Wanneer zij Hem daarop wijzen, zegt de Heer Jezus dat er een moment zal komen dat er geen steen op de andere zal blijven staan; het zal allemaal verwoest worden.

Vervolgens komen de discipelen bij Hem met hun vragen. In Matteüs 24 beantwoordt de Heer drie vragen die zij stellen in vers 3. De eerste vraag is: wanneer zullen deze dingen gebeuren? Dit heeft specifiek betrekking op de verwoesting van de tempel. Het is van belang om te zien dat deze vraag in hetzelfde hoofdstuk wordt beantwoord, namelijk vanaf vers 4 tot en met 14. Dat is het algemene antwoord op het 'wanneer'. Daarbij worden overigens geen data gegeven, maar er worden omstandigheden geschilderd. Wanneer deze dingen gebeuren, volgt er dit en dan dat. Je kunt over het 'wanneer' spreken zonder een datum of jaartal te noemen; door simpelweg de volgorde van de gebeurtenissen te vertellen, heb je de vraag beantwoord.

De tweede vraag die zij stellen is: wat is het teken van uw parousia? Ik moet dit woord misschien nu al even toelichten, want niet iedereen zal dat begrip meteen oppakken. Parousia is een Grieks woord dat in onze NBG-vertaling meestal wordt weergegeven met 'komst'. Het is echter wat onduidelijk als je het op die manier vertaalt, maar ik beloof dat ik daar straks nog even op terugkom. Dat is dus de vraag die zij stellen: wat is het teken van uw parousia? Die vraag wordt vervolgens beantwoord in de verzen 15 tot en met 31.

Dan hebben ze nog een derde vraag, eigenlijk drie vragen verpakt in één zin: wat is het teken van de voleinding van de aeon? In veel vertalingen wordt gesproken over de voleinding van de 'wereld'. In andere gevallen vertaalt men het met 'eeuwigheid', maar dat kan natuurlijk niet, want de eeuwigheid wordt geacht juist niet voleindigd te worden; die is immers eindeloos. Daar is veel mee geknoeid, vandaar dat we er het veiligste aan doen om gewoon het Bijbelse woord te gebruiken: een wereldtijd, een eeuw of een aeon. De discipelen vragen wanneer deze wereldtijd wordt voleindigd, met daarbij de gedachte: wanneer begint de volgende aeon? Dat is de toekomende aeon. De Joden spreken daarover als de Olam Ha-Ba'a, oftewel de wereldtijd die gaat komen, waarin de Messias zal zitten. Die volgende aeon kan echter pas komen als deze huidige aeon beëindigd is. Wat kenmerkt nu precies die tijd van het einde van de aeon? Dat is de vraag die vervolgens wordt beantwoord vanaf vers 32 tot en met het einde van het hoofdstuk. Eigenlijk loopt dat antwoord nog door in hoofdstuk 25, maar we beperken ons nu even tot het 24e hoofdstuk.

Dit is dus de achtergrond van Matteüs 24. Deze rede is feitelijk een tweede bergrede; de rede die de Heer hield als een lang antwoord op de vragen die zijn discipelen Hem stelden daar vanaf de Olijfberg. Ik wil het nu een beetje makkelijk gaan maken.

De Mijlpalen en Tijdlijn van de Grote Verdrukking ↑ hoofdstukken

Want ja, we kunnen natuurlijk onmogelijk in dit uur zomaar eventjes dat hele hoofdstuk behandelen. Maar ik wil wel een paar mijlpalen die Matteüs 24 beschrijft even plotten, zodat u ook een beetje een tijdlijn voor u ziet van wat er gaande is en wat er gebeurt, maar ook de perioden die tussen die mijlpalen liggen.

Het begint bij de eerste, echte specifieke gebeurtenis: dat er een gruwel, een afgodsbeeld, zal worden geplaatst op de heilige plaats in Jeruzalem. De Heer Jezus en zijn discipelen bevonden zich in dit geval op de Olijfberg en ze keken daar op de heilige plaats. Ik moet er trouwens aan denken, even tussendoor, dat er momenteel zoveel te doen is in het nieuws. Het eerste wat je nu hoort of leest gaat over het Midden-Oosten, meer specifiek over Israël en de Gazastrook. Hoe is die ellende van deze maand allemaal begonnen? Dat was op 7 oktober met de 'Al-Aqsa Storm'. Al-Aqsa is de naam van de moskee die daar nu nog op de heilige plaats staat. Waarmee ik eigenlijk wil zeggen: alles draait om Israël, om Jeruzalem, en nog specifieker om de heilige plaats. Alles in de wereld en in het nieuws gaat daar feitelijk ook om; dat conflict en die strijd daarover.

Maar de Bijbel leert dat er een afgodsbeeld zal worden geplaatst en de Heer Jezus verwijst dan ook naar de profeet Daniël. Hij zegt: 'Als je dat nou leest in Daniël, let dan goed op.' Wat Daniël beschrijft is dat er op de heilige plaats dan ook weer een tempeldienst zal zijn. Dat is dus het eerste wat we verwachten. Voordat dat afgodsbeeld daar op een tempelplein neergezet kan worden, zal eerst de offerdienst gestaakt worden. Maar van die offerdienst is momenteel nog helemaal geen sprake. Dat is onze geloofslogica: die offerdienst moet er eerst weer komen, dus moet er gewoon een tempel komen. Dat is precies ook wat de Joden graag willen en waarvoor ze alles in het werk hebben gesteld. Hoe dan ook, die offerdienst zal worden gestaakt en dan zal er een afgodsbeeld geplaatst worden. Eigenlijk begint het hele verhaal met deze gebeurtenis.

De Heer Jezus beschrijft ook dat er een grote verdrukking zal zijn, zoals er nog nooit eerder is geweest in de wereldgeschiedenis. Hij voegt eraan toe dat die er ook nooit meer wezen zal. Dat is echt afschuwelijk; het is de grote verdrukking voor Israël. Wie dan in het land zijn, in Judea, die moeten vluchten. De volgende mijlpaal over deze periode is ook heel duidelijk in tijd gemarkeerd. Art heeft de termijn al benoemd, namelijk 42 maanden, drieënhalf jaar. Zolang zal die periode duren. Aan het einde van die grote verdrukking zal de Messias verschijnen. De Joden verwachten de Messias, wij verwachten Hem terug, en tot hun verrassing zal blijken dat die twee — de Christus en de Messias — identiek zijn. De Messias zal verschijnen en Hij zal zijn uitverkoren volk vanaf de hele wereld verzamelen. Dat is het moment van de verschijning op de Olijfberg.

De Heer Jezus gebruikt daarvoor een vergelijking. Hij zegt: 'Let op, want dat is het moment dat de vijgenboom gaat uitbotten.' De vijgenboom is een beeld van Israël als natie. Dan zal Israël worden hersteld en ook weer van Godswege in het land worden gebracht. Dan is het geen eigen werk meer, maar dan brengt God hen in het land. Maar dan zal er ook een selectie uit het volk worden genomen, uit die grote scharen: uit elke stam twaalfduizend. Zij zullen het evangelie van het Koninkrijk wereldwijd gaan prediken in die tijd. Over deze tijdspanne wordt heel duidelijk gesproken, over de andere weer niet; daar kom ik straks nog even op terug.

Als uiteindelijk het evangelie overal gepredikt is en de Heer ook zijn gerichten naar de volkeren zal hebben gestuurd — want dat zal allemaal in deze periode plaatsvinden — dan zal uiteindelijk deze aeon voleindigd zijn. Dat wil zeggen dat de zomer aanbreekt. De Heer Jezus zegt: 'Je weet dat als de vijgenboom gaat uitbotten, dat de zomer nabij is.' Dat is de tijd waarin Israël hersteld wordt en waarin God de confrontatie aangaat met de volkeren; de dag van toorn voor de volkeren. Maar het evangelie van het Koninkrijk zal ook gepredikt worden. Die 144.000 worden trouwens beveiligd, zodat ze niet getroffen zullen worden. Ze zullen verzegeld en onaantastbaar zijn voor de gerichten die dan over de aarde gaan.

Om het nog even compleet te maken: als ik dit synchroniseer met de tijdlijn van het boek Openbaring, dan zie je dat dit de periode is van de zegels twee tot en met zes. Daarbij valt het zesde zegel samen met het moment dat de Messias verschijnt. Ja, met zo'n kaartje kun je natuurlijk al een heel seizoen Bijbelstudie geven! Maar dat zesde zegel betekent in Openbaring dat de zon en de maan verduisterd worden en de sterren hun glans niet meer geven. Dat is precies het moment dat de Heer zal verschijnen voor zijn volk. Vervolgens krijg je de periode van de bazuinen, één tot en met zeven. Bij de zevende bazuin is het Koninkrijk wereldwijd gevestigd. Hier bij het zesde zegel komt de Heer terug voor Israël en wordt Israël onderworpen aan het Koninkrijk, maar vervolgens zal ook de hele wereld worden onderworpen aan de Koning der koningen. Aan het einde daarvan, bij die zevende bazuin, is dit wereldtijdperk, deze aeon, voleindigd. Dan breekt de zomer aan, wat in Openbaring de duizend jaren wordt genoemd, oftewel de zevende dag.

Het sluit allemaal mooi aan, Art, zonder dat we dat allemaal zo gepland hadden. Ik zeg dit expres even zo om enigszins klaarheid te scheppen voor de beelddenkers onder ons; dit zijn de dingen zoals ze worden beschreven. Nu gaan we naar de passage zelf toe, naar Matteüs 24.

De Tekenen aan de Hemel en de Verschijning van de Ben Adam ↑ hoofdstukken

We gaan naar vers 29. Dat is wat de Heer Jezus vertelt over wat er gaat gebeuren als de verdrukking over Israël ten einde zal zijn. Er staat: "Terstond na de verdrukking van die dagen." Dat is dus die grote verdrukking. De zon zal verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven. Dit is heel opmerkelijk. Dit fenomeen, waarbij de zon verduisterd wordt en de maan haar glans niet geeft en de sterren verbleken of van de hemel vallen – al die astronomische tekenen die hier worden beschreven – vind je niet alleen in Matteüs 24, maar ook in Joël en in diverse andere profeten. Sefanja en Jesaja noemen het ook. Het markeert een specifiek moment. In de Openbaring wordt dit genoemd bij het zesde zegel, waar ik het net over had. Als dat gebeurt, zullen de sterren van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. Zulke indrukwekkende fenomenen aan de hemel en in de atmosfeer zullen dan plaatsvinden.

En dan staat er: "En dan zal het teken van de Ben Adam verschijnen aan de hemel." Ik zei u al, dit is een NBG-vertaling, maar af en toe corrigeer ik iets of verander ik iets. Hier staat in het Hebreeuws, wat in de Nederlandse vertaling meestal de 'Zoon des mensen' is, de Ben Adam. Ik hou daarvan. Waarom? Omdat het zoveel duidelijkheid geeft. Wie is die Zoon des mensen? Dat is de Zoon van de mens, van Adam; de Erfgenaam. Wat Adam heeft gekregen en waar hij hopeloos in faalde, dat zal zijn Zoon, de Echte, de Ware, gaan doen. Wil de ware Zoon opstaan? Nou, Hij is opgestaan en dat is dus de Ben Adam.

Dan zal het teken van de Ben Adam verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen van het land zich op de borst slaan. Als u een NBG-vertaling hebt, staat hier 'de stammen van de aarde', maar het zijn natuurlijk de stammen van het land. Je spreekt over de volkeren van de aarde en de stammen van het land; het gaat hier over Israël. Zij zullen zich op de borst slaan, wat een teken van rouw is. Ze zullen heftig treuren. Dit is trouwens ook weer iets waar heel vaak over gesproken wordt. Want als Hij zal verschijnen, zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg. Men zal de Naam hebben aangeroepen en dan zal Hij verschijnen. Die Olijfberg scheurt dan in tweeën.

Ook in Zacharia wordt er gezegd: "Zij zullen zien wie zij doorstoken hebben en over hem een rouwklacht aanheffen." Het is dat dramatische moment, te vergelijken met het moment dat Jozef zich bekendmaakt: "Ik ben Jozef, die jullie verkocht hebben." Daar zullen ze verschrikt staan. De geschiedenis herhaalt zich dan feitelijk. Ik geef hier een aantal schriftplaatsen weer waar dat ook allemaal staat, zodat degenen die dat nog eens willen natrekken, daarmee geholpen zijn. Uiteraard kunnen we dat nu vanmorgen niet allemaal uitputtend doen. Maar op het moment na de verdrukking komen dus die tekenen aan de hemel, verschijnt de Ben Adam en zullen al de stammen van het land – of wat daarvan overgebleven is, het overblijfsel – zich op de borst slaan.

Zij zullen de Ben Adam zien komen op de wolken des hemels met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal. Het zou zomaar eens kunnen – ik zeg het even voor de vuist weg – dat dat ook op een hoogtijddag van het bazuingeschal zal zijn. In dat geval is het 1 Tisjri, want zo heet die dag namelijk: de dag van het bazuingeschal. Ik geef het u ter overweging. Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en ze zullen Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemel tot het andere. Met andere woorden: noord, zuid, oost en west. Alle leden van het uitverkoren volk zullen worden verzameld en teruggebracht naar het land. Eigenlijk moet ik zeggen: naar de woestijn. Ze zullen in de woestijn verzameld worden en vervolgens zal daar een selectie plaatsvinden, waarna ze zullen optrekken naar het land.

Excuus dat ik deze details erbij geef, maar ook die vind je allemaal weer terug in de Schrift. De Schrift spreekt hier heel veel over. Wat de Heer Jezus in dit deel van het antwoord doet, is voortdurend refereren aan wat de profeten hier overal al over hadden gezegd. Notabene Mozes had het al gezegd in Deuteronomium 30: "Jullie gaan het land in, maar jullie zullen ook weer verdreven en verstrooid worden onder alle volkeren." En dan staat er in Deuteronomium 30: "Al waren u verdreven aan het einde van de hemel, de HEERE, uw God, zal u vandaar bijeenbrengen en vandaar halen en u brengen naar het land."

Dat gaat gebeuren. Het hele uitverkoren volk zal dan worden verzameld. Of wat dacht u van Ezechiël 37, waar gezegd wordt: "Zo zegt de Heere HEERE: Kom van de vier windstreken, o geest, en blaas in deze gedoden." Er zijn heel veel passages bij de profeten die over deze gebeurtenis spreken. De Messias zal komen en dan zal Hij Zijn volk terugverzamelen en in het land brengen. Zijn Koninkrijk zal Hij definitief vestigen op de enige ware locatie: Jeruzalem, Sion.

De Les van de Vijgenboom en de Naderende Zomer ↑ hoofdstukken

En dan staat er: leer van de vijgeboom deze les. De vijgeboom, ik gaf het al even aan, is het beeld dat de Heer Jezus met name in Matteüs 24 gebruikt. Maar het is in de Bijbel een vaker terugkerend thema; we hebben hier een jaar of drie, vier geleden eens een speciale bijeenkomst over gehad waarin we de betekenis van de vijgeboom nader hebben bezien. In de evangeliën is er nogal wat om te doen. Zo is er die vijgeboom die plotseling verdorde omdat hij geen vrucht toonde, terwijl erachter staat dat het ook nog niet de tijd was. Heel eigenaardig. In een andere gelijkenis lees je dat de Heer Jezus zegt: "Drie jaar lang heb ik vrucht gezocht bij deze vijgeboom die in een wijngaard stond." Maar omdat er geen vrucht kwam, zou hij omgehakt worden.

Om een lang verhaal kort te maken: de vijgeboom is het beeld van Israël. Wat er gebeurt, is dat wanneer het volk verzameld is en tot erkenning gekomen zal zijn van de Ben Adam, hun eigen Messias, dát het moment is dat de vijgeboom gaat uitbotten. De natie is dan al herleefd als een daadwerkelijke natie. Er is sprake van lente, van nieuw leven, en vanaf dan is dat aan de orde. Hal Lindsey zei destijds dat de vijgeboom is uitgebot in 1948, maar daar klopt niets van. Hooguit kun je zeggen dat er sindsdien weer een vijgeboom staat, maar uitgebot is hij nog niet. Daarvoor is er nog geen geestelijk leven. De les van de vijgeboom is juist dit: wanneer zij tot erkenning van de Messias gekomen zijn en wanneer het volk verzameld is, dán komt er daadwerkelijk leven en geest in hen.

Hoe dan ook, leer van de vijgeboom deze les: wanneer zijn hout reeds week wordt – dat is in de lente – en zijn bladeren doet uitspruiten, dan weet je, daar hoef je niet eens een bloemist of een tuinder voor te zijn, dat de zomer nabij is. Als dat gaat gebeuren, die zomer, dan is dat precies de tijd van de voleinding van de aeon. Of eigenlijk, als ik zeg de voleinding van deze aeon, dan valt dat samen met het begin van de toekomende aeon. Dit wereldtijdperk is dan bij het aanbreken van de zomer voorbij en de toekomende aeon gaat beginnen. Dat wil zeggen dat het Koninkrijk dan wereldwijd gevestigd wordt, niet alleen in Israël.

Nog even voor alle duidelijkheid: op het moment dat de Heer zal verschijnen voor Zijn volk Israël, is alleen Israël nog maar onderworpen aan de Koning. Daarna moet de wereld nog gewonnen worden. Meestal wordt in de uitleg van de profetie die hele periode wegverklaard, maar het is buitengewoon belangrijk om juist dat te zien. Als die vijgeboom uitbot, dan is de zomer nog niet begonnen, maar deze is dan wel aanstaande. Dus als Israël hersteld wordt en de Messias verschenen is onder Zijn volk, dan zullen de duizend jaren aanstaande zijn.

Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet – namelijk wat zojuist is beschreven – weten dat het nabij is, voor de deur. Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat dit alles geschiedt. Hierbij moet je je goed realiseren dat het gaat om het geslacht dat het uitbotten van die vijgeboom zal zien. Wanneer gij dit alles ziet, dan zal dát geslacht ook het aanbreken van de zomer meemaken. Men heeft vaak gezegd dat Jezus het mis had, omdat Hij zei dat alles in deze generatie zou gebeuren, wat overigens niet helemaal onwaar is omdat destijds de tempel inderdaad verwoest werd. Maar dat is eigenlijk een type van wat nog gaat komen. De geschiedenis herhaalt zich dikwijls; nooit identiek, maar zoals het wel eens wordt gezegd: de geschiedenis herhaalt zich nooit exact, maar het rijmt wel dikwijls.

En dan zegt de Heer Jezus: de hemel en de aarde zullen voorbijgaan, dat is waar, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Toch, van die dag en die ure weet niemand. Het aanbreken van de zomer, het moment dat de vijgeboom uitbot, dan weet je dat het nabij is. Je weet misschien niet de exacte dag, maar je weet wel dat het aanstaande is. De Heer Jezus zegt: van die dag en die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen. Dat is een groot probleem voor velen in de leer van de drie-eenheid: hoe kan de Zoon het niet weten als Hij God is? Voor de meesten hier zal het hopelijk geen probleem zijn, maar het kan problematisch gevonden worden. Trouwens, er staat niet dat niemand het kán weten. Er staat: van die dag en ure wéét niemand. Op dit moment dus.

Het boek Daniël geeft juist aan dat als de tijd van het einde nabij is, men onderzoek zal doen en de kennis zal vermeerderen. Degenen die waakzaam zijn, de verstandigen, de mashkilim – voor sommigen een bekende term – die zullen het weten. Menno Kalmann schreef hier ooit een roman over, over de mashkilim. De verstandigen zullen onderzoek doen en zij zullen het dan weten, maar tot die tijd zal het nog onbekend zijn. Hoe dan ook, van die dag en die ure, het aanbreken van die zomer en het einde van de aeon, dat weet op dit moment niemand, zegt de Heer Jezus, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.

U zit nu misschien te denken: wanneer kom je nu eens een keer bij je punt? Nou, bij mij moet je altijd even geduld hebben. Ik geef graag de context, anders val je er op een moment middenin en raak je de draad kwijt. Dat kan nu eigenlijk niet meer missen, want let op, we komen er nu echt aan.

De Parousia en de Vergelijking met de Dagen van Noach ↑ hoofdstukken

Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de parousia van de Ben Adam zijn. Ik beloofde al dat ik even terug zou komen op dat woordje parousia. Het wordt in de NBG-vertaling meestal vertaald met 'komst' en in de Statenvertaling met 'toekomst'. Die laatste weergave is eigenlijk wat beter, omdat daarmee al wordt aangegeven dat het een periode betreft. Maar letterlijk betekent parousia aanwezigheid of presentie. De termen parousia en presentie komen qua klank ook erg overeen; het zijn bijna dezelfde woorden.

Parousia betekent dus presentie. Het Grieks kent trouwens ook een tegenovergesteld woord, zoals wij 'aanwezigheid' en 'afwezigheid' hebben. In het Grieks is dat parousia tegenover apousia. Het aardige is dat in Filippenzen 2 vers 12 beide woorden in één zin worden gebruikt door Paulus. Hij zegt daar: "Ik ben blij dat jullie altijd aan mij denken, niet alleen in mijn parousia, maar ook bij mijn apousia." Dat wil zeggen: als ik niet bij jullie ben. Daarom schreef hij hen op dat moment een brief.

In ieder geval betekent parousia dus aanwezigheid. Is dat hetzelfde als komst? In een bepaald verband wel. Ik bedoel dit helemaal niet als een frontale aanval op de vertaling, maar ik wil alleen zeggen dat het een weergave is die je op het verkeerde been kan zetten. In het Nederlands ben je bij 'komst' namelijk geneigd om vooral aan één moment te denken: de aankomst. Terwijl dat in het Grieks niet de gedachte is. De parousia is niet alleen het moment dat de Heer arriveert of aankomt; nee, het is Zijn aanwezigheid. Wat is het verschil? Het ene is een moment, terwijl we in het andere geval praten over een periode van Zijn presentie.

Alle experts van het Grieks zullen u vertellen dat het woordje parousia ook buiten de Bijbel werd gebruikt. Het was de term die men gebruikte als een koning of een hooggeplaatst persoon een bezoek bracht aan een land of een stad. Dat was de parousia: de visite, het bezoek. Het betrof dus niet alleen het moment van aankomst, maar de hele periode van aanwezigheid. Waarom is dat van belang? Omdat de parousia niet slechts één moment is, maar een periode van Zijn presentie. Waarbij je trouwens ook de vraag moet stellen: present voor wie? Ik ben nu hier present, maar elders ben ik absent. Het is dus heel relatief. Als ik ergens present ben, ben ik op datzelfde moment elders afwezig. Dat geldt ook voor de parousia van de Heer. Voor ons als gelovigen die zullen worden weggerukt — ik ga er even gemakkelijk vanuit dat we daar allemaal deel van uitmaken — is Hij op dat moment aanwezig, terwijl Hij dat voor de rest van de wereld nog niet is. Is Zijn presentie dan al begonnen? Ja, voor ons zeker wel. De term is in zekere zin natuurlijk heel relatief: voor wie present en vanaf wanneer?

Hier zie je ook heel duidelijk dat de parousia van de Heer inderdaad een periode betreft, want het wordt vergeleken met de dagen van Noach. Dat is een hele lange tijd geweest. We hebben het bij de dagen van Noach nu niet over zijn hele leven, want dat besloeg honderden jaren. Laten we het beperken tot het moment dat hij die ark bouwde en een prediker van de gerechtigheid was. De dagen van Noach. Zoals het was in die dagen, zo zal ook de parousia, de presentie, de aanwezigheid of tegenwoordigheid van de Ben Adam zijn.

Want zoals zij in die dagen vóór de zondvloed waren: etende, drinkende, huwende en ten huwelijk gevende... Men heeft daar vaak de nadruk op gelegd dat het fout was wat ze deden, maar daar gaat het hier juist niet om. Het punt is dat ze gewoon hun leven leefden. Dat is wat mensen doen: eten, drinken en huwelijken sluiten. Dat ging zo door tot op de dag waarop Noach in de ark ging. Eigenlijk was er ook toen nog niets aan de hand, want zij bemerkten niets totdat de zondvloed kwam en hen allen — let op — wegnam. Zo zal ook de parousia van de Ben Adam zijn.

Het wordt dus vergeleken met de dagen van de zondvloed. Waarom? Omdat er een moment kwam dat de familie van Noach inmiddels in veiligheid was gebracht in de ark, terwijl de anderen, de achterblijvers, werden weggenomen door de zondvloed en omkwamen in die vloed. De Heer zegt: zo zal ook de parousia van de Ben Adam zijn. Wat gebeurde er dus? Evenals in de dagen van Noach werden de ongelovigen weggenomen. En nu komen we bij de passage waar het vaak om draait.

De Ware Betekenis: Ongelovigen Weggenomen, Gelovigen Achtergelaten ↑ hoofdstukken

Waar we het over hadden: dan zullen er twee in het veld zijn. De tijd wordt hier heel uitdrukkelijk gespecificeerd. Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de parousia van de Ben Adam. Dat zal plaatsvinden na de verdrukking van Israël en na de bijeenverzameling van Israël, na het uitbotten van die vijgenboom; dan zullen er twee in het veld zijn. Eén zal genomen worden. Ik heb het hier in de tekst weer even gecursiveerd. Letterlijk staat er een woord dat ‘terzijde nemen’ betekent. Dat kan positief zijn; aannemen is immers positief. Als je ergens wordt aangenomen, dan mag je meedoen, nietwaar? Daarom is de vertaling ook zo suggestief. Er staat: de één zal aangenomen worden. De gewone lezer denkt nu: ‘Oh, dat is mooi, degene die aangenomen wordt, die treft het.’ Maar dat hoeft helemaal niet. Het woord wordt namelijk ook gebruikt voor arresteren of meenemen. In dit geval wordt de vergelijking gemaakt met de dagen van Noach, waarin de ongelovigen werden weggenomen. Eén zal worden genomen en de ander zal worden gelaten: achtergelaten, left behind, zoals dat in de Engelse vertalingen uiteraard staat.

In het Grieks staat hier een woord dat letterlijk ‘aflaten’ betekent. Meestal wordt dit Griekse woord vertaald met ‘vergeven’, maar de betekenis is eigenlijk: aflaten, met rust laten. ‘Laat af, laat het liggen.’ Dat is feitelijk ook wat vergeving is: met rust gelaten worden. Dat doet me ineens ook denken aan Tetzel. Nu begrijp ik die term ook: de aflaat. Je kon indertijd een aflaat kopen, wat feitelijk betekende dat je vergeving kocht. Een aflaat zorgde ervoor dat er van je ‘afgelaten’ werd, zodat je met rust gelaten werd.

De één zal dus worden genomen, zoals in de dagen van Noach: weggenomen worden. En de ander zal worden gelaten: achtergelaten met rust. U begrijpt wel dat dit iets heel anders is dan de gebeurtenissen die Paulus beschrijft in 1 Thessalonicenzen 4. Dáár worden de gelovigen opgenomen, geëvacueerd en in veiligheid gebracht, terwijl de ongelovigen achterblijven. Hier in Matteüs daarentegen worden de ongelovigen weggenomen en worden de gelovigen met rust gelaten. Die blijven achter, left behind.

Er wordt nog een voorbeeld gegeven: twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen. Eén zal genomen worden – hier worden dezelfde termen gebruikt – en één zal achtergelaten worden. Met andere woorden: de onrechtvaardigen zullen bij die gelegenheid omkomen, zoals in de dagen van Noach, en de rechtvaardigen blijven achter. De procedure aan het einde van de aeon is dus inderdaad dat de gelovigen met rust gelaten worden en achterblijven. De rest komt om. Als u gewoon even terugleest in de Matteüs-beschrijving, dan ziet u dit patroon bevestigd.

Bevestiging uit de Gelijkenissen van de Tarwe en het Sleepnet ↑ hoofdstukken

In Mattheüs 13 vind je die gelijkenissen ook terug, bijvoorbeeld de gelijkenis van de tarwe en het onkruid. Laten we daar even naartoe gaan, want daar wordt namelijk een tweetal keren over de voleinding van de aeon gesproken. Dat is van belang, want daar hebben we het nu namelijk over. In Mattheüs 13 val ik even midden in de gelijkenis: de gelijkenis van de tarwe en de dolik – dat onkruid dat op tarwe lijkt. De Heer zegt dan dat de oogst de voleinding is. Hij gebruikt beeldspraak: de engelen zijn de maaiers. De oogst is de voleinding van de aeon en de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding van de aeon.

De Ben Adam zal Zijn engelen uitzenden en zij zullen uit Zijn Koninkrijk alles verzamelen wat tot zonde verleidt en hen die de ongerechtigheid bedrijven. En zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Misschien zegt u: "Maar wij weten toch dat het uiteindelijk allemaal goed komt?" Jazeker, maar we hebben het nu over dat specifieke moment, over het einde van de aeon. Ook hier geldt weer dat je de dingen niet door elkaar moet halen. Alles op Gods tijd. En dan staat erbij: "Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader."

Wat gebeurt er dus bij het einde van de aeon? Dan wordt alles wat niet deugt – het onkruid en alle elementen die er niet thuishoren – verzameld en uit het Koninkrijk weggeworpen. Wat achterblijft, dat zijn de rechtvaardigen. Zij zullen op aarde stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader. Want het einde van de aeon is het begin van het Koninkrijk van God, ofwel het Koninkrijk van de Vader dat dan wereldwijd gevestigd wordt. Zij zullen die aeon ingaan en dat gaan beleven, terwijl de ongelovigen inmiddels zijn verdwenen.

Even later volgt er nog een gelijkenis: de gelijkenis van het sleepnet. Daarin zie je precies dezelfde procedure. Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een sleepnet dat in de zee is neergelaten. Dat is overigens een beeld van de volkeren, waaruit van alles bijeengebracht wordt. Wanneer het net vol is, haalt men het op de oever. Dat is een beeld van Israël: de oever, de zandstrook, het zand dat is aangespoeld door de zee. Wanneer het vol is, haalt men het op de oever, men zet zich neer en verzamelt het goede in vaten, maar het ondeugdelijke werpt men weg.

Zo zal het gaan bij de voleinding van de aeon. Dus voordat de Heer Jezus op de Olijfberg over deze dingen sprak, had Hij al veel eerder – bij het Meer van Gennesaret – in gelijkenissen over deze dingen gesproken. Hij sprak in beeldspraak en legde het destijds alleen uit aan Zijn discipelen; de schare begreep er dus niets van, wat overigens ook de bedoeling was.

Affijn, zo zal het gaan bij de voleinding van de aeon: de engelen zullen uitgaan om de bozen uit het midden van de rechtvaardigen af te zonderen en zij zullen hen in de vurige oven werpen. Daar zal het geween zijn. Met andere woorden: de bozen worden uit het midden verwijderd. En wie blijven er achter? De rechtvaardigen. Zij zijn dus 'left behind'. Zie je dat dit iets heel anders is dan wat er meestal over Mattheüs 24 verteld wordt? Het is van groot belang om die zaken goed uit elkaar te houden. Laten we het nog even goed op een rijtje zetten.

Schematisch Contrast: de Wegrukking Versus het Einde van de Aion ↑ hoofdstukken

Ik zal de verschillen schematisch even uiteenzetten. Aan de linkerkant hebben we de wegrukking uit 1 Thessalonicenzen 4 en aan de andere kant het einde van de aeon. De wegrukking vindt plaats bij het begin van Christus' parousia. Het einde van de aeon vindt daarentegen plaats aan het einde van Christus' parousia. De wegrukking is vóór de verdrukking; de gebeurtenissen bij de voleinding van de aeon zijn daarentegen aan het einde van de verdrukking, of liever gezegd: na de verdrukking.

Hier worden — en dat is natuurlijk het grootste verschil — de gelovigen weggenomen. Bij de voleinding van de aeon worden juist de ongelovigen weggenomen. Dat is nogal een groot verschil, nietwaar? Dus niet alleen qua tijdstip, maar ook de gebeurtenissen zelf zijn heel anders. Er zijn overeenkomsten, jazeker, en daarom kun je het ook zo gemakkelijk verwarren, maar het gaat echt over totaal andere zaken.

Wat ook heel boeiend is: bij de wegrukking vindt de vestiging van het Koninkrijk plaats in de hemel. Vergis u niet: als die wegrukking plaatsvindt — de mannelijke zoon in Openbaring 12 wordt weggerukt tot God en zijn troon — wat vindt er dan plaats? Een reiniging van de hemel. Er is oorlog, en alle elementen die daar niet thuishoren, Satan en zijn hele leger en consortium, worden uit de hemel geduveld — ja, die term houden we erin — ze worden uit de hemel geworpen. Dat betekent dat vanaf het moment dat de mannelijke zoon is weggerukt en op de troon komt, de hemel het domein is van het daadwerkelijk gevestigde Koninkrijk in de hemel.

Aan het einde van de dagen, aan het einde van de aeon, vindt de vestiging plaats van het Koninkrijk op de aarde. Dus op het moment van de wegrukking is het Koninkrijk gevestigd in de hemel en is de hemel gezuiverd. Aan het einde van de aeon is de aarde gezuiverd; dan worden de ongelovigen en alles wat daar niet in thuishoort weggenomen. Zij zullen die komende aeon niet meemaken. Dat betekent dat wat betreft 'left behind': waarover hebben we het dan? We hebben het aan de ene kant over de gebeurtenis die het meest aanstaande is, namelijk de wegrukking die wij verwachten. Dat is onze persoonlijke verwachting. Maar vergis u niet: eigenlijk zijn de mensen die straks de toekomende aeon gaan meemaken, allemaal mensen die 'left behind' zijn. Ik vind het belangrijk om dat te zien. God gaat de draad weer opnemen. Het is niet zo dat alles verloren is voor iedereen die niet meegaat met de wegrukking. Helemaal niet, integendeel. Degenen die het Koninkrijk straks op aarde zullen bevolken, dat zijn allemaal mensen die niet zijn meegegaan met de wegrukking waar u en ik naar uitkijken. Gods plan is zoveel groter; Hij heeft zoveel meer relaties, connecties en plannen met allerlei groepen. Ik vind het geweldig om daaraan te denken.

Zij die weggenomen worden — voor de duidelijkheid: die sterven dus. De mensen die feitelijk geen tarwe blijken te zijn, die zullen net als in de dagen van Noach omkomen. De grote vraag is trouwens wat er precies gaat gebeuren. Nee, ik denk niet dat het specifiek hetzelfde is als Gehenna. Laten we dat detail, hoe zij precies worden weggenomen en wat er gebeurt, eventjes laten voor wat het is. Ook Openbaring 19 spreekt daarover, maar dat parkeren we nu even.

Ik wil nog één ding doen en dat is terugkomen op het plaatje van Matteüs 24 om het grote tijdsverschil te laten zien. Voordat die gruwel van verwoesting zal worden geplaatst op het tempelplein, vóór die grote verdrukking, vindt de wegrukking plaats. Terwijl de gebeurtenis waar we het over hebben in Matteüs 24 vers 40 en 41, pas plaatsvindt na die tijd, bij de voleinding van de aeon. We praten dus over werkelijk heel verschillende gebeurtenissen. De enige overeenkomst is dat er in beide gevallen mensen worden weggenomen en meegenomen, maar daar houdt het ongeveer ook mee op.

Dat wilde ik vanmorgen graag duidelijk maken en ik hoop dat de Schrift u daarin helderder is geworden. Ik geef u meteen eventjes een disclaimer. Normaal zeg je die aan het begin, maar nu wil ik de disclaimer nog aan het eind zetten: ik heb u doorgegeven wat ik zelf in de Schrift heb ontdekt, en u bent degene om te checken of deze dingen ook zo zijn. Het is geheel uw eigen verantwoordelijkheid wat u hier verder mee doet, maar ik ben blij dat ik deze dingen zo heb mogen uiteenzetten.

Zullen we nog een lied zingen? Wat vindt u van deze: 'Al zou de vijgenboom niet bloeien'? Dat is in feite het lied dat we nu gaan zingen, ontleend aan Habakuk, het laatste hoofdstuk van Habakuk. Het gaat over de tijd dat de vijgenboom niet bloeit en er geen opbrengst aan de wijnstok is en de kudde is verdreven. Dat is in feite ook van toepassing op deze tijd. Een heel toepasselijke liedkeuze. Ton?

🎧 verwarring rond 'left behind'
Delen: