vóór of dóór onze zonden?
05-11-2023 - Geplaatst door Andre Piet5 november 2023, Epe
Eén van de bekendste uitdrukkingen in het christelijk jargon, is dat “Christus stierf voor onze zonden”. Een frase die trouwens direct ontleend is aan 1Korinthe 15 vers 3. Maar wat betekent die frase eigenlijk? Is het niet veel duidelijker dat Christus stierf door en vanwege onze zonden? En is dat ook niet de gedachte in Jesaja 53 waar Paulus in dat verband naar verwijst? Het waren Israëls dwalingen en zonden die Jezus aan het kruis brachten. Tegelijkertijd echter was deze dood ook noodzakelijk om ons te verlossen van de zonde(n). Want zonder dood, geen opstanding en dus ook geen onvergankelijk leven…
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie en Thema: Vóór of Dóór Onze Zonden?
- Traditionele Theologie en het Misverstand van Gods Straf
- Het Fundament in 1 Korinthe 15: Gestorven Naar de Schriften
- Jesaja 53: Doorboord en Verbrijzeld Door Ónze Overtredingen
- De Prediking in Handelingen: Menselijk Onrecht Versus Gods Opwekkingskracht
- Hebreeën 13: de Ware Betekenis van het Offer en de Opstanding
- Korinthe 5 en Romeinen 4: tot Zonde Gemaakt voor Onze Rechtvaardiging
Introductie en Thema: Vóór of Dóór Onze Zonden? ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen allemaal, vrienden hier in Epe. Het is mijn genoegen om hier weer in jullie midden te mogen zijn. Dank voor de uitnodiging. Het heeft mij vanmorgen op een tamelijk lange reis weer prachtige momenten opgeleverd, want weliswaar is het een triest jaargetijde dat we ingaan, maar God troost ons wel met geweldige kleuren hoor, als u zo door de Veluwe rijdt en al die herfsttinten ziet. Prachtig! Dus ja, u hebt mij daarop allemaal getrakteerd door alleen maar mij op deze dag uit te nodigen.
Wat ik vanmorgen graag wil doen met jullie is bepalen bij het onderwerp wat ik hierachter geprojecteerd heb: Vóór of dóór onze zonden? Dat moet ik natuurlijk even toelichten, want weliswaar is het thema waaraan gerefereerd wordt heel bekend. We zullen straks de tekst ook als eerste gaan bezien, namelijk die uitdrukking die Paulus gebruikt in de brief aan de Korinthiërs, dat Christus stierf voor onze zonden. Dat is wel een van de bekendste frasen en uitdrukkingen die we als gelovigen onder elkaar, maar ook in de christenheid in het algemeen gebruiken.
Hij stierf voor onze zonden, en daar zit de suggestie in alsof het allemaal een hele bekende stof is. Maar wat blijkt bij navraag? Dat er heel veel verwarring over bestaat. En er zijn ook heel veel dissonanten in. Daar wil ik vanmorgen graag eens op wijzen, zodat we dit scherp voor de geest gaan krijgen. Want wat is namelijk het verhaal? Dat er in de eeuwen die aan de onze zijn voorafgegaan nogal wat scheefgroei is geweest. En dat is een eufemisme; dat is zacht uitgedrukt.
Traditionele Theologie en het Misverstand van Gods Straf ↑ hoofdstukken
Er zijn heel veel theologieën en om te beginnen wil ik u bepalen bij de Heidelbergse Catechismus. Ik neem aan dat die redelijk bekend zal zijn als ik daarnaar verwijs, want onder alle Calvinistische kerken is dat het leerboek bij uitstek. De catechismus telt 52 zondagen en in vraag 40 luidt de vraag: "Waarom heeft Christus zich tot in de dood moeten vernederen?" Dat is een goede vraag. Waar het dan om gaat is uiteraard het antwoord, want de catechismus is een leerboek dat vragen en antwoorden geeft. Het antwoord luidt als volgt — het is wat oud-Nederlands geformuleerd, maar mijns inziens toch vrij helder: "Daarom dat vanwege de gerechtigheid en waarheid Gods niet anders voor onze zonden kon betaald worden dan door de dood van de Zoon Gods." Met andere woorden: de Heer moest sterven omdat dat een betaling was voor onze zonden.
Dat lijkt heel erg vanzelfsprekend en het klinkt ook Bijbels, maar laten we, voordat ik daarop inga, nog even wat andere bronnen raadplegen. Ik heb hier een plaatje waarbij ik de tekst heb overgenomen van de website van de Evangelische Omroep. Daar wordt op diezelfde vraag ingegaan en dan wordt er dit gezegd: "Omdat Hij — en dan gaat het over Jezus — geen straf voor zonde verdiende, kon Hij die straf in de plaats van anderen vrijwillig op zich nemen. In Zijn dood aan het kruis heeft Hij dus plaatsvervangend onze straf gedragen. Dit betekent dat de straf voor onze zonden al is betaald." Hierbij is het idee dus dat Jezus stierf en dat dit een schuldbetaling van Jezus aan God was. Wij konden de schuld niet betalen, maar Hij kon dat wel. Dat is de betekenis dan van het kruis: Hij moest sterven, God moest de straf eisen.
Zonder dat ik het nu zelf al uitleg, geef ik nog een verklaring van Josh McDowell. Dat is een apologeet — de man leeft nog als ik me niet vergis, een Amerikaan. Hij heeft een prachtig boek geschreven: More Than A Carpenter, in het Nederlands vertaald als Meer dan een Timmerman. Maar ik moet erbij zeggen: daar zit ook wel nogal wat ruis in, om het zo te zeggen; allerlei valse theologieën. Ik zal daar een voorbeeld van geven. Hij zegt in dat boek: "Toen Hij, Jezus, naar het kruis ging, bijna tweeduizend jaar geleden, stortte een heilige, rechtvaardige God Zijn toorn uit over Zijn Zoon. En toen Jezus zei: 'Het is volbracht' — daar verwees Herman zojuist al naar, naar die tekst in Johannes 19 — was Gods rechtvaardige aard tevredengesteld." En dan lees je nog even verder: "Je zou kunnen zeggen dat God op dat moment verlof kreeg om de mensheid met liefde te behandelen zonder een zondig mens te hoeven verdelgen."
Het idee is dus: God is rechtvaardig en Hij eist betaling. Wij konden daaraan niet voldoen, en toen is Jezus voor ons in de bres gesprongen, plaatsvervangend. Hij heeft toen de straf die wij hadden verdiend gedragen. Eigenlijk hebben we dat zojuist ook gezongen. Ja, dat is een beetje de... Neem me niet kwalijk, ik wil geen... het is misschien een beetje wrang om kritiek te leveren op de liederen, maar het dringt zo door tot in de vezels van allerlei tekstliederen. Waarvan akte. Weet wat je zingt, hè? Dat bedoel ik er eigenlijk mee te zeggen, dus begrijp me goed.
Maar het idee is dus inderdaad: wij verdienen de straf, wij konden dat niet dragen, en Hij deed dat voor ons. Dat zou dan Gods liefde zijn: Hij heeft voorzien in Jezus, die als een bliksemafleider de straf heeft gedragen die eigenlijk ons had moeten treffen. Dat wordt dan genoemd het plaatsvervangend lijden van Jezus. Zo wordt het kruis van Golgotha altijd uitgelegd. Jezus stierf voor onze zonde; wat betekent dat? Wel, in plaats van dat wij de straf hebben gekregen, heeft Hij de straf voor onze zonden gedragen. Dat is de betekenis die eigenlijk automatisch meekomt in ons denken wanneer die uitdrukking gebezigd wordt.
En ik ga u vanmorgen vertellen — hou u vast, want het is precies andersom — dat het maar de vraag is of dat zo is. Ik wil niet alleen maar een bewering doen, want daar schiet u niets mee op. Ik wil u gewoon vanuit de Schrift laten zien wat de betekenis is van die term. Dat is niet alleen om een punt te bewijzen, maar ik wil u daarmee ook laten zien hoeveel mooier en geweldiger het is. Want eigenlijk is dit een heel verschrikkelijk beeld. Alleen al als je die laatste zin neemt: God kreeg verlof. Alsof God ons niet zomaar kon vergeven, maar er eerst een schuld betaald moest worden. Feitelijk — sorry dat ik het zeg, maar het moet gezegd worden — is er dan geen sprake meer van vergeving. Want als de straf gedragen is, als de schuld betaald is, wat moet God ons dan nog vergeven? Als u mij geld schuldig bent en een ander betaalt voor u, dan hoef ik u toch niets meer te vergeven? Dan is aan de schuld voldaan. Dus in feite wordt het hele begrip 'vergeving van God' hiermee leeggemaakt. Oké.
Het Fundament in 1 Korinthe 15: Gestorven Naar de Schriften ↑ hoofdstukken
Laten we eerst eens naar het schriftgedeelte in 1 Korinthe 15 gaan. Ik ga een heel aantal plaatsen noemen, want u bent natuurlijk niet zomaar tevreden. U zegt: "André, als je iets beweert, prima, maar dan wel de bonnetjes erbij." En dat is de juiste instelling. Check dus of het waar is wat ik zeg.
In 1 Korinthe 15 zegt Paulus dit in vers 3 – ik lees in principe uit de NBG en verduidelijk zo af en toe met een kleine correctie, wat ik dan aangeef met cursief gedrukte tekst. Daar staat: "Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb." Vervolgens gaat hij een drietal dingen noemen die als het ware het ABC vormen van de boodschap die hij daar onder de Korinthiërs heeft gebracht. Er zijn natuurlijk een heleboel dingen te vertellen en hij bracht de rijkdom van de Schriften tot zijn publiek; hij was een heraut, een leermeester en had ontzettend veel te melden. Maar het begon allemaal met een drietal dingen: een A, B en C.
Dan zegt hij: "Christus is gestorven voor onze zonden." In het Grieks worden hier overigens verschillende voorzetsels gebruikt. Er wordt een voorzetsel gebruikt dat "over" betekent, wat idiomatisch meestal "vanwege", "om" of "ten behoeve van" betekent. Dat blijkt als je een concordantie pakt en kijkt naar hoe dat woord meestal vertaald wordt. Dat hangt er een beetje vanaf hoe dat in het Nederlands het beste overkomt. Maar dat is één ding: Hij stierf vanwege, voor, om of ten behoeve van onze zonden, naar de Schriften.
Ik heb dat "naar de Schriften" onderstreept. Waarom? Omdat we dat ook inderdaad na willen gaan. Hij doelt hier namelijk met name op een passage in Jesaja 53. Als u een Bijbel met kanttekeningen of schriftverwijzingen hebt waarin in de kantlijn verwijzingen staan, dan zult u waarschijnlijk ook zien dat daar verwezen wordt naar Jesaja 53. Daar gaan we straks ook naartoe, maar eerst nog even dit: Hij stierf voor onze zonden, dat is één. En dat is naar de Schriften, wat wil zeggen: in overeenstemming met wat in de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament, de Tenach, al stond geschreven. Het is dus niet alleen maar zo dat Hij stierf voor onze zonden, maar dat was ook de vervulling van wat voorzegd was. Het stond al genoteerd, het stond al in het script en Paulus verwijst naar de Schriften. Het móést zo gebeuren; het is de vervulling daarvan.
Als ik u er bijvoorbeeld op wijs dat de Heer Jezus stierf op de dag van het Pascha, dan is alleen dat gegeven al een bewijs van wat ik nu zeg of van wat Paulus hier stelt. Namelijk: Hij stierf naar de Schriften. Hij stierf op die dag dat God al vijftien eeuwen tevoren had bepaald: op die dag zal het Pascha worden geslacht. En Hij is het ware Pascha, zo zegt Paulus trouwens in deze zelfde brief.
Oké, Hij stierf voor onze zonden naar de Schriften, Hij is begraven – dat is het tweede – en ten derden dage opgewekt. Vandaar dus dat ABC. Dat is de vloer, de bodem waar Paulus begon met zijn evangelie. Hij had een heleboel te vertellen, maar daar begon het: ten derden dage opgewekt. Als je de rest van het hoofdstuk leest, zie je dat het daar allemaal om gaat. Christus kon immers alleen maar opgewekt worden uit de doden als Hij ook daadwerkelijk stierf. Het bewijs dat Hij gestorven is, is het feit dat Hij begraven is. En op de derde dag – ook dat was overigens voorzegd – werd Hij van Godswege opgewekt. Ook dat was in overeenstemming met de Schriften. Sla het maar na; dat gaan we vanmorgen overigens niet doen. Maar we focussen nu even op die passage: Hij is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften.
Jesaja 53: Doorboord en Verbrijzeld Door Ónze Overtredingen ↑ hoofdstukken
Nou, en dan gaan we inderdaad naar Jesaja 53 toe. Dat is misschien wel de bekendste passage in het hele Oude Testament waarin gesproken wordt over de Messias die zou komen en die verworpen zou worden door zijn volk. Hij zou als een lam ter slachting geleid worden; ook dat staat in Jesaja 53. Als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zodat Hij zijn mond niet opende. Een geweldige profetische voorzegging vinden we daar in Jesaja 53. Maar daar vinden we ook die verwijzing naar: Hij stierf vanwege onze zonde. Waarbij 'onze' trouwens heel specifiek in de eerste plaats verwijst naar het volk dat Hem verwierp.
Laten we daar eens naartoe gaan. In Jesaja 53 staat in vers 4... u ziet het, ik begin in vers 4, dus er gaan al een aantal verzen aan vooraf. Het is de profetie aangaande de Knecht des Heren; zo staat het waarschijnlijk ook boven uw NBG-vertaling. En dan staat er in vers 4: "Nochtans, onze ziekten heeft Hij op zich genomen." Deze tekst wordt trouwens ook weer aangehaald in Mattheüs, waarin we lezen dat de Heer Jezus in het land zijn bediening had. Hij sprak het woord, predikte de boodschap van het koninkrijk dat nabijgekomen was, maar dan lees je ook dat Hij allen genas die tot Hem kwamen met ziekten en kwalen. Dat was opdat vervuld zou worden hetgeen geprofeteerd was door Jesaja, daar waar staat: "Nochtans, onze ziekten heeft Hij op zich genomen." Dat is dus ook letterlijk vervuld toen Hij zijn bediening hier op aarde had.
"En onze smarten gedragen; wij echter hielden Hem voor een geplaagde." In feite is wat hier staat een belijdenis van het volk over hoe zij Hem hebben bejegend, maar ook hoe zij Hem hebben gezien. In hun perceptie was Hij een van God geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Zo heeft het volk, en vooral ook haar leiders, Hem bejegend. Ondanks zijn prediking die zo Schriftuurlijk was en volledig in overeenstemming met de Schriften. Maar ja, het paste niet in hun traditie en hun theologie. Waar heb ik dat vaker gehoord, denk ik dan. Het paste niet en daarom hebben ze Hem verworpen. Men dacht ook dat Hij een geslagene was. Zeker toen Hij daadwerkelijk naar het kruis ging, lees je dat er spottend over Hem werd gezegd: "Anderen heeft Hij verlost, zichzelf verlossen kan Hij niet."
In feite beschouwden zij het noodlot dat Hem trof aan het kruis als een bewijs dat God niet met Hem was; dat Hij een geplaagde, een verdrukte en een door God geslagene was. Want ja, Hij claimde – of alles in zijn prediking wees daarop – dat Hij de Messias was. Maar een Messias aan het kruis paste sowieso niet in de hele verwachting die het Joodse volk had van de Messias. Tot op de dag van vandaag trouwens, want men kent het idee niet van een Messias die verworpen wordt. Men verwacht een Messias die regeert in Jeruzalem, over het volk, die het huis van David weer zal herstellen en de hele wereld zal onderwerpen. Maar een Messias die verworpen wordt? Jesaja 53 spreekt er echter al over; het voorzegt al dat het zo zou gaan. En het loutere feit dat ze dat niet zien, is ook een vervulling van de profetie. Wonderlijk, hè?
Let even op de tegenstelling die ik hier in kapitaalletters weergeef: "WIJ echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. MAAR..." – nu komt het – "om ONZE OVERTREDINGEN werd Hij doorboord, om ONZE ONGERECHTIGHEDEN verbrijzeld." Het loutere feit dat Hij verbrijzeld en doorboord werd, was niet omdat Hij door God geplaagd of gestraft was. Ik zei net wat onaardige dingen over de Joodse theologie, maar nu ga ik iets heel onaardigs zeggen over de christelijke theologie. Want wat zegt men vaak? Waarom hing Jezus daar aan het kruis? Omdat Hij een door God geplaagde was. Weliswaar plaatsvervangend, maar dan toch. Waarom stierf Hij? Wel, het volk zal straks tot erkenning komen: Hij was niet door God geplaagd en Hij was niet door God verdrukt. Nee, het waren ónze overtredingen die Hem aan het kruis brachten en waardoor Hij doorboord werd.
Het was immers één groot schijnproces. Alles wat voorafging aan de kruisiging van de Heer Jezus, hoe Hij veroordeeld werd... het recht struikelde. Het was allemaal onoprechtheid, leugen en bedrog die Hem aan het kruis brachten. Daardoor werd Hij doorboord, letterlijk ook in handen en voeten, en daardoor werd Hij verbrijzeld. Hoe kwam dat? Het was onrechtvaardigheid wat Hem daar trof. Het waren pure overtredingen van het recht waardoor Hij daar hing tussen hemel en aarde als een doorboorde en verbrijzelde. Het was niet omdat God Hem plaagde en strafte. Nee: onze ongerechtigheden.
"De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem." Hoe wordt dit altijd uitgelegd? Altijd hoor je: God strafte Hem, en omdat God Hem strafte met de straf die ons moest treffen, bracht Hij ons de vrede. Dan heb je wel de goede zin geciteerd, maar van de gedachte erachter begrijp je geen bal – sorry dat ik het zeg. Het is niet de straf van God; het is de straf die ménsen Hem oplegden. De doodstraf die werd uitgesproken. Het volk dat Hem overleverde om te worden gekruisigd. Het volk deed dat, en Pilatus en de zijnen stemden ermee in. Zij hebben Hem inderdaad gekruisigd. Zo trof Hem de doodstraf. Maar straks zal het volk massaal tot erkenning komen en zeggen: "Ja, wij dachten dat God Hem sloeg, maar in werkelijkheid waren het onze overtredingen die Hem daar brachten. Ons volk heeft dat gedaan. En de straf die wij Hem oplegden, die heeft ons uiteindelijk vrede gebracht."
Ik moet daarbij meteen denken aan de prachtige typologie in de geschiedenis van Jozef. Jozef werd verworpen door zijn broers; het is eigenlijk bijna een één-op-één parallel. De broeders, het huis van Jakob, verwierpen hem. Dat was onrecht. Deze jonge man werd verworpen en in de put geworpen, maar het was puur onrecht en hun overtredingen die hem daar brachten. Vervolgens vertelden ze met leugen en bedrog een verhaal aan hun vader. Maar – en dat moet ik erbij zeggen – het móést gebeuren. Want via die route kwam Jozef in Egypte, waar jaren later de hongersnood zou uitbreken. Toen kwamen de broeders naar Egypte en incognito herkenden ze hem nog niet, maar hij hield hen in leven. En als Jozef zich later bekendmaakt aan zijn broers en zij terugschrikken, wat zegt hij dan? Hij zegt niet: "Jullie hebben mij hier gebracht", maar: "God heeft mij hierheen gestuurd om jullie in het leven te houden." Het waren dus hun overtredingen en de straf die zij hem oplegden, maar het bracht hen vrede.
Wat ooit het huis van Jakob overkwam in verband met Jozef, die ze jarenlang dood waanden – zoals ze de Messias nu nog steeds dood wanen – zo zullen ze straks tot erkenning komen van wie Hij werkelijk was. De straf die zij Hem hebben opgelegd was niet omdat God Hem plaagde en verdrukte; zij deden dat onrechtmatig. Maar uiteindelijk zal juist dat hun leven en geluk en herstel brengen. Het moest zo gebeuren. Zien jullie dat het een heel ander verhaal is? Ik wil jullie laten zien dat dit ook de prediking is in het hele boek Handelingen. Als Paulus dit bijvoorbeeld zegt als het ABC van het evangelie dat hij uitdraagt, dan zegt hij: "Ja, dat is wat ik vertel."
Hij zegt – maar dat zeggen mijn collega-apostelen ook hoor – hij zegt: "Of ik het nu ben of zij, zo prediken wij." Kijk maar naar 1 Korinthe 15 vers... wat is het? Nou ja, vers 11 of 12 of zoiets. Maar hij zegt daarmee dat deze basis identiek is; ook de twaalf predikten dat.
Natuurlijk had Paulus heel bijzondere dingen te melden – dat weet u in dit gezelschap inmiddels wel hè – heel bijzondere dingen als het gaat om de basis van het evangelie: Christus stierf voor onze zonden, Hij werd begraven en Hij werd opgewekt op de derde dag naar de Schriften.
Dat is de basis en het getuigenis van het hele Nieuwe Testament, zonder uitzondering. Ik ga het u laten zien, want in een heleboel passages in Handelingen vind je dat terug. Ik ga u een heel aantal passages noemen, gewoon om de bewering die ik doe ook onder bewijs te stellen. Het is echt zo. Het is niet alleen heel logisch, maar de Schrift zegt het eigenlijk van A tot Z. Altijd worden we daar weer bij bepaald. Oké.
De Prediking in Handelingen: Menselijk Onrecht Versus Gods Opwekkingskracht ↑ hoofdstukken
We gaan naar Handelingen 2, de Pinksterdag. Ook dat was naar de Schriften, want dat was vijftig dagen na die dag dat Jezus als Eerstelingschoof werd opgewekt. Want ik zei net: Hij stierf op de dag van het Pascha naar de Schriften, maar toen Hij op de derde dag werd opgewekt, was dat ook een hoogtijdag van Israël, namelijk de dag van de Eerstelingschoof. En vijftig dagen later was het Pinksterfeest. En wat gebeurde er toen? Nou, dat is precies wat je in Handelingen 2 leest. Dat is het Wekenfeest of Sjavuot, maar in feite praten we dan over een Bijbelse hoogtijdag waar de Tenach al melding van maakt.
Petrus staat op naar aanleiding van die wonderlijke gebeurtenissen die daar plaatsvonden en een grote menigte dromt samen met de vraag: "Wat is hier in hemelsnaam aan de hand?" In hemelsnaam... want het kwam rechtstreeks van boven. Eerst wordt er natuurlijk nog die verdachtmaking geuit: "Die mensen zijn dronken" of iets dergelijks. Maar al die buitenlanders die daar verzameld waren, hoorden hen spreken in hun eigen taal. Dan denk je even dat je zelf niet bij zinnen bent omdat zij het niet zouden zijn. Dat is een insinuatie die daar wordt uitgesproken. Maar goed, Petrus houdt dan een verhaal, heel nuchter, en wat hij doet is voortdurend de Schriften aanhalen.
Handelingen 2 vers 22: "Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus de Nazarener, de man uit Nazareth, een man u van Godswege aangewezen..." Hoezo van Godswege? Nou, dat staat erbij: "Door krachten, wonderen en tekenen die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet." Ik bedoel, Petrus vertelde hier iets wat zij allemaal hadden gezien en wat iedereen ook kon weten. Men kon het niet rijmen met de theologie en dat was genoeg reden voor de theologen en de leiders van het volk om Hem te verwerpen. Maar niettemin: de observatie van die krachten, tekenen en wonderen die Hij in jullie midden overvloedig heeft gedaan, die kunnen jullie niet ontkennen. Jullie weten het allemaal, dus dat is geen nieuws. Hij constateert het gewoon: "...die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet."
"Deze," let op, "naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood." Eerst even dat 'gij', hè? "Hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld." Dat wil zeggen: jullie, mannen van Israël, hebben Hem overgeleverd aan Pilatus. Want zij hadden zelf niet het recht om iemand de doodstraf op te leggen. Hoe dan ook, zij hebben Hem dus door wetteloze mensen — dat betekent hier ook mensen die de Wet niet hebben, de Romeinen; God had immers Zijn Wet aan Israël toevertrouwd — aan het kruis genageld, op instigatie en initiatief van het volk, en daarmee ook gedood. Maar dat hebben jullie gedaan naar de bepaalde raad en voorkennis van God.
Dat laatste betekent: God wist dat van tevoren. Natuurlijk denken u en ik dan: God is alwetend, dus Hij weet alles. Hij verkondigt van den beginne de afloop. God staat nooit voor verrassingen. Nooit staat God voor verrassingen. En Hij heeft ook een sterke hand; een lied zegt het ook: "een sterke hand die nooit heeft misgetast". Hij is de Almachtige, Hij is de Allerhoogste, maar ook de Alwetende. Het feit dat dit gebeurde, dat Hij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis is genageld, doorboord en gedood, dat wist God allemaal. Maar het is niet alleen dat. God had het ook voorzegd, het was naar de Schriften. En er staat ook nog bij: "naar de bepaalde raad". Het móést ook zo gebeuren.
Precies wat Jozef ook al duizenden jaren eerder had gezegd: "Jullie denken dat jullie dit hebben gedaan, hè? Dat jullie mij verkochten?" Nee, dat mag dan misschien wel waar zijn, maar het is de lagere waarheid. De echte waarheid is dat God mij hierheen gestuurd heeft om jullie in het leven te houden. Dus Jezus stierf, en dat is naar de Schriften. God wist dat van tevoren, maar Hij had het ook als bedoeling dat het zou gebeuren. Begrijp me goed: het grootste kwaad dat ooit in de wereldgeschiedenis heeft plaatsgevonden — namelijk Jezus de Messias die aan het kruis genageld werd — ik weet geen groter kwaad, geen groter onrecht. Ik bedoel, God geeft het Beste en wat doet de mens? Ze nagelen Hem aan het kruis. Het grootste kwaad ooit, maar het moest gebeuren. Het is in overeenstemming met de bepaalde raad van God.
En dat bepaalt ons trouwens ook bij de geweldige waarheid dat ook kwaad — sterker nog, het ergste kwaad dat je maar kunt bedenken — in overeenstemming is met de bedoeling van God. En dan vraagt Paulus in Romeinen 9: "Maar wie heeft dan Zijn bedoeling weerstaan?" En het antwoord is: niemand. Dat kan niet. Nooit. Wat een God hebben we, hè? Een God die dus alles beschikt, dus ook dit grote kwaad.
Maar laten we even verder lezen. "Gij hebt Hem door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood. God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, nadien het niet mogelijk was dat Hij door hem werd vastgehouden." Zien jullie hier een tegenstelling? Jullie hebben Hem gedood, maar God heeft iets gedaan wat jullie niet konden, namelijk opwekken uit de doden. En wel op de derde dag, zoals was voorzegd. Niet alleen wist God dat van tevoren, Hij had het ook voorzegd. Dus God heeft Hem opgewekt. Het ene is iets wat de mens heeft gedaan — oké, naar de bepaalde raad en voorkennis van God — maar dat is wat de mens deed. Wat is Gods aandeel? Dat God degene die de mensen aan het kruis hebben genageld, heeft opgewekt uit de doden. Dat is Handelingen 2.
Dan gaan we naar Handelingen 3. Dat is ook trouwens weer Petrus die aan het woord is, naar aanleiding van die wonderbare genezing van die man die verlamd was vanaf de geboorte en die ineens opspringt en zo de tempel in huppelt. Ook daar dromt een hele mensenmenigte samen en Petrus gaat weer tekst en uitleg geven over wat hier aan de hand is. Het gaat mij nu even om één ding daaruit. Hij spreekt de mannen van Israël aan en zegt: "De Leidsman ten leven hebt gij gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn." Het enige waar het volk getuige van was, was van een leeg graf. Dat kon ook niemand ontkennen, dat is ook nooit ontkend. Maar zij waren geen getuigen van het feit dat Hij daadwerkelijk opgestaan was. Er zijn echter honderden getuigen en Petrus zegt: "Dat is wat ons getoond is."
Handelingen 4. Waarom ik dit ook doe? Niet alleen om iets onder bewijs te stellen, maar om ook te laten zien dat dit de clou is van de boodschap die telkens klinkt. Het is echt het ABC. Daarom vind ik het ook uitermate belangrijk om dit scherp voor de geest te hebben en dat je goed begrijpt waar het over gaat. Je moet niet allerlei dissonanten aanbrengen zoals: "God straft Hem" of "God moest Hem die straf opleggen". Niks daarvan! Mensen hebben dat gedaan. Het waren overtreders en onrecht die Hem aan het kruis brachten en het was God die Hem opwekte uit de doden. Je moet wel goed de verhoudingen blijven zien.
Wat een mens doet, dat is wat een mens doet. Een mens kan moorden. Maar wat geen mens kan, dat is een man die drie dagen in het graf ligt, dood, uit de doden opwekken — eens voor altijd en daarmee de dood achter zich laten.
In Handelingen 4 is Petrus opnieuw aan het woord. Hij staat daar met Johannes voor het Sanhedrin en dan staat er: "Dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn" — zij worden hier geadresseerd — "dat door de naam van Jezus Christus, de Nazarener" (Yeshua Hamashiach, als ik dat op z’n Joods zou zeggen, want Hebreeuws is namelijk: de van Godswege Gezalfde, Yahweh is redder, Jezus Christus de Nazarener), "die jullie hebben gekruisigd, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat." Het is nog een staartje van het hoofdstuk daarvoor, want Petrus gaat hier teksten uitleggen aan het Sanhedrin naar aanleiding van hetzelfde wonder. Maar ziet u ook hier weer: "Jullie hebben Hem gekruisigd, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden." Dat zijn de verhoudingen. Laten we wel lezen: dit is geen hogere wiskunde, dit is simpel. Dit is wat mensen deden enerzijds en wat God gedaan heeft anderzijds. Heel simpel.
Weet je waardoor de dingen ingewikkeld gemaakt worden? Door Nicaea. Het zijn gewoon menselijke bedenksels, die theologie die de dingen dan gaat verklaren in termen van Romeins recht. God kan niet zomaar vergeven en moet eerst straffen, er moet eerst een schuld betaald worden. We dénken dat we bijbels denken; het enige wat klopt is dat we refereren aan bijbelwoorden, maar die trekken we uit hun verband en we geven er een betekenis aan die ze totaal niet hebben. "Dat Hij stierf voor onze zonden" — dan zeggen we: "Ja, vanwege onze zonden", en dan denken we: "Oh ja, dat is natuurlijk om de straf op onze zonden te dragen." Dat staat er helemaal niet! Dat verzinnen we, dat projecteren we erin. En daarmee krijgen we een heel troebel en vaag beeld, een karikatuur van God die niet kan vergeven zonder dat er eerst aan Zijn recht is voldaan. Dat is een heel Romeins rechtsidee. Maar het is in ieder geval niet van ons.
In Handelingen 5 lezen we: "De God van onze vaderen" — ook hier wordt uiteraard het volk van Israël aangesproken — "heeft Jezus opgewekt." En wie is dat dan? "Die gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht." Hier exact hetzelfde verhaal: jullie overtredingen brachten Hem aan het kruis, maar God heeft Hem opgewekt.
Ik sla nu een paar hoofdstukken over, niet omdat daar niks ligt, want het is eigenlijk overal hetzelfde verhaal, maar ik moet me een beetje beperken. In Handelingen 10 is Petrus inmiddels in het huis van Cornelius in Caesarea, aan de kust. Petrus geeft daar opnieuw tekst en uitleg als woordvoerder en hij zegt: "En wij zijn getuigen van al hetgeen Hij gedaan heeft in het land van de Joden zowel als in Jeruzalem; en zij hebben Hem gedood door Hem te hangen aan een hout." Wie hebben dat gedaan? Zij. Was het naar de bepaalde raad en voorkennis van God? Jazeker, maar zij hebben dat gedaan. Dat is de boodschap die telkens terugkeert; het is in feite gewoon een observatie. "Zij hebben Hem gedood door Hem te hangen aan een hout. Hem heeft God ten derden dage opgewekt en Hij heeft gegeven dat Hij verscheen." Het gaat mij nu om dit punt, om die tegenstelling: jullie of zij hebben Hem aan het kruis genageld, maar God heeft Hem opgewekt ten derden dage, zoals was voorzien. Menselijk aandeel versus Goddelijk aandeel.
Nog een schriftplaats: Handelingen 13. Dat is wel aardig, want dan zijn we inmiddels bij Paulus gearriveerd. Paulus is in het buitenland, in dit geval in Antiochië, en hij gaat eerst naar een synagoge. Daar vertelt hij ook weer het ABC. Logisch! Als je iets moet uitdragen en je hebt veel te onderwijzen, dan begin je bij het begin: de feiten, de meest fundamentele feiten. Dat doet Paulus, net als Petrus eerder. Hij vertelt een stukje geschiedenis, geeft context en dan zegt hij: "En hoewel zij geen grond voor de doodstraf konden vinden..." Ze zochten die wel; als je Marcus of Lucas leest, dan zie je inderdaad dat ze alles in het werk stelden om getuigen te vinden, maar er was niemand die kon getuigen. En áls er wel getuigen waren, dan spraken ze elkaar tegen. Ze konden dus geen grond vinden om Hem ter dood te brengen, totdat de hogepriester zijn kleed scheurde — maar dat is een verhaal apart. Paulus zegt hier: "Hoewel zij geen grond voor de doodstraf konden vinden, hebben zij Pilatus gevraagd Hem ter dood te brengen."
Uiteindelijk zijn het de Joden geweest. Dat klinkt haast antisemitisch, maar zo is het uiteraard niet bedoeld. Het is het volk zelf; die rol heeft trouwens een hele foute plek gekregen in de theologie, het idee van de "Joden als Godsmoordenaars". Daar gaat het nu niet om, maar het zijn hier Joden die dit zeggen: ons volk heeft Hem aan het kruis genageld. En feitelijk hebben ze Pilatus gevraagd om dat te doen. Pilatus, u weet het, waste zijn handen in onschuld: "Ik doe dit nu, ik legitimeer het, ik geef mijn handtekening, maar ik trek me er helemaal van af, don’t blame me." Dus in feite is Jezus door de heidense overmacht, de Romeinen, daadwerkelijk gekruisigd. Wie hebben Hem aan het kruis gebracht? De Joden, maar net zo goed de wereld. Als je inzoomt, weet je precies hoe het gegaan is, maar ik wil ermee zeggen: niemand is hiervan vrij te pleiten. Daarom: om onze zonden — gewoon die van de wereld in het algemeen — is Hij gekruisigd. Onze zonden, onze overtreding.
"Hoewel zij geen grond vonden voor de doodstraf, hebben zij Pilatus gevraagd Hem ter dood te brengen. En toen zij alles volbracht hadden wat van Hem geschreven stond..." Die tekst "Het is volbracht" refereert daar ook aan: alles is volbracht wat van Hem geschreven stond. De Heer Jezus wist dat: het is volbracht. Alles wat moest gebeuren, is gebeurd. En toen kon Hij Zijn hoofd buigen, de laatste adem uitblazen en Zijn geest aan God overgeven. Het eerstvolgende bewuste moment voor Hem was drie dagen later, toen Hij 's morgens vroeg, als een nieuwe opgang, opgewekt werd door Zijn God. De steen werd weggewend tot een nieuw leven. Toen zij alles volbracht hadden wat van Hem geschreven stond, namen zij Hem van het hout af en legden Hem in een graf.
Hebreeën 13: de Ware Betekenis van het Offer en de Opstanding ↑ hoofdstukken
We verlaten nu het historisch terrein van Handelingen en komen bij de brief aan de Hebreeën. Hebreeërs, dat is het Joodse volk. Aan het einde van de brief staat iets bijzonders. Ik denk dat Paulus hem geschreven heeft, maar dat doet voor de zaak verder niet ter zake. Daar schrijft hij dit: "De God nu van de vrede, die onze Heer Jezus, de grote herder der schapen, door bloed van een eeuwig verbond omhoog bracht uit de doden." Ik heb de woorden "omhoog bracht" schuin gedrukt om aan te geven dat dit iets anders is dan wat er in de NBG-vertaling staat. De NBG-vertaling zegt dat Hij Hem heeft "teruggebracht" uit de doden. Nu vind ik dat helemaal geen doodzonde, zo bedoel ik het niet, maar als je hier letterlijk naar het voorzetsel kijkt, dan staat er "omhoog". Dat is een opwaartse beweging: God heeft Hem omhoog gebracht uit de doden.
Waarom zeg ik dat nu? Omdat diezelfde term, datzelfde werkwoord "omhoog brengen", ook gebruikt wordt in verband met de offerdienst. Ik geef de tekst uit Handelingen 7:41 erbij, want daar gaat het juist over een offerande. Wat gebeurt er namelijk met een offerande? Eerst wordt een dier geslacht. Maar weet u, het slachten zelf is nog geen offer. Ook dat is iets wat in talloze liedjes vaak abusievelijk gezongen wordt: dat de Heer Jezus aan het kruis het offer bracht. Dat is niet waar. Aan het kruis werd Hij geslacht.
Een dier wordt eerst geslacht en vervolgens kwam het op het altaar, werd het verhoogd en steeg het op. Dat was voor God de lievelijke reuk. Het offer is dus niet het kruis; het offer is Zijn opstanding. Toen Hij door het bloed van een eeuwig verbond — dat wil zeggen: via de weg van Zijn sterven — werd opgewekt, is het Lam dat geslacht was vervolgens omhoog gebracht uit de doden als een offerande. Toen steeg Hij omhoog. Er zijn kinderen die dat heel goed zingen: "Hij steeg uit 't graf door Vaders kracht, want wie is God bekleed met macht?" Dat is het: een opstijging. Dat Hij vervolgens ook ten hemel voer is natuurlijk helemaal een opstijging, maar u begrijpt het: vanuit de doden, vanuit het graf, werd Hij omhoog gebracht uit de doden.
Heb je daar wel eens bij stilgestaan? Een onberispelijk offerdier werd geslacht. Eigenlijk is het slachten van een dier dat onberispelijk is een zonde, toch? God had de zonde echter al ingecalculeerd, zelfs in de wetgeving. Er moest een dier worden geslacht dat onberispelijk was: jong, vitaal, zonder enig mankement. Dat dat dier gedood moest worden, was in feite een zonde. Dat is precies de clou, want het was een profetie van hoe het zou gaan. Er zou Iemand komen die onberispelijk was, aan wie niets te beschuldigen viel, en Hij zou worden geslacht door de priesters.
En zo is het daadwerkelijk gegaan. Door de leidslieden en de priesters van het volk is Hij geslacht, maar God heeft Hem vervolgens opgewekt uit de dood en dat is het offer. Dat is voor God een lievelijke reuk. Dat begrijp ik, en dat begrijpt u ook. Het slachten van het dier is zonde, maar het opstijgen vanaf het altaar is de lievelijke reuk. En dan heb ik trouwens nog iets.
Korinthe 5 en Romeinen 4: tot Zonde Gemaakt voor Onze Rechtvaardiging ↑ hoofdstukken
We komen nu bij het laatste vers van 2 Korinthe 5. Daar staat: Hem die geen zonde gekend heeft... Nou ja, dat is waar we het zojuist over hadden. Hij is het lam dat onberispelijk was, dat volledig voldeed aan de eigenschappen die God had gesteld aan een offerdier. Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt. Nu moet ik u daar nog iets over vertellen: hier staat in het Grieks een woord 'tot zonde gemaakt' dat men ook had kunnen vertalen met 'een zondoffer'. Je kunt het op een uitgebreide manier doen of een beetje kort door de bocht gaan, maar het idee is simpel: het woord voor zonde in de Bijbel is exact hetzelfde woord als het woord voor zondoffer. Vertaaltechnisch is dat soms lastig, want soms weten vertalers niet goed hoe ze het moeten weergeven. Maar dat demonstreert precies mijn punt: een zondoffer, een dier dat geslacht wordt, dat is juist zonde. Een onberispelijk dier dat geslacht wordt, is zonde.
En wat heeft God gedaan? God heeft Christus overgegeven aan Zijn vijanden om Hem als een misdadiger ter dood te brengen. God heeft Hem, zegt Romeinen 8, voor ons allen overgegeven, ook aan Zijn vijanden. Het was naar de bepaalde raad en zo moest het gebeuren, maar het volk heeft Hem als misdadiger ter dood gebracht, aan het kruis genageld en gedood. Zo is Hij tot zonde gemaakt. Dan staat erbij: opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem. En dat spreekt van Zijn opwekking uit de doden. Hij werd tot zonde gemaakt aan het kruis; als een misdadiger stierf Hij daar. Maar waarom was dat? Omdat Hij zou kunnen worden opgewekt uit de doden en dat God daarmee ook laat zien dat Hij werkelijk genadig is en verzoend.
Weet u, het grootste kwaad dat de mens doet, verhindert God niet om aan de wereld een leven te geven. Het was niet God die Hem daar strafte. Hoe meer ik er nu aan denk terwijl ik hierover spreek: wat een afschuwelijke karikatuur hebben we daarvan gemaakt. De gedachte dat Gods toorn gestild moest worden en dat Jezus daar de straf droeg... Nee, de mens deed Hem dat aan. Het moest zo gaan omdat God juist daardoor inderdaad Zijn genade zou bewijzen, namelijk door Hem, Christus, op te wekken uit de doden. Opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem, dat wil zeggen: in dat nieuwe leven. In dat nieuwe leven dat God aan deze hele mensheid uiteindelijk gaat geven, ieder in zijn eigen rangorde. Daar worden we volmaakt. Dan krijgen we het leven dat Hij aan het licht bracht op die derde dag. En daarin zijn wij rechtvaardig, volmaakt en onberispelijk. Geweldig, hè?
En dan heb ik er nog één, de laatste. We lazen hier over Hem die geen zonde gekend heeft en voor ons tot zonde is gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem. Dan kom ik bij de elfde vindplaats: Romeinen 4. Dat vind je ook weer in het laatste vers van het hoofdstuk. Het gaat daar over de Heer Jezus, die is overgeleverd vanwege onze overtredingen. Hier staat trouwens weer een ander voorzetsel. Ik zei al: huper en dia. We gaan het niet ingewikkelder maken dan het is, maar de ideeën zijn natuurlijk exact hetzelfde. Hij werd overgeleverd door — dat is wat dia ook letterlijk betekent — door en vanwege onze overtredingen. Dat heb ik hoop ik vanmorgen wel duidelijk gemaakt. Hij werd overgeleverd vanwege onze overtredingen en opgewekt vanwege onze rechtvaardiging. Dat wil zeggen: God wekte Hem op. Uiteraard, dat is wat God deed. En waarom? Om ons te rechtvaardigen.
En dan gaat Romeinen 5 verder. Want dit is het laatste vers van Romeinen 4 en vervolgens gaat Paulus in Romeinen 5 vertellen hoe ver dat strekt. Hij zegt: door één mens is er zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en de dood is doorgegaan tot alle mensen en alle mensen zijn stervelingen en zondaren. Maar zoals door één daad heel de wereld veroordeeld is om zondaar en sterveling te zijn, zo wordt ook door één daad heel de mensheid gerechtvaardigd. Oké, niet allemaal tegelijk, maar het feit staat. Wat een evangelie, hè? Overgeleverd vanwege onze overtredingen, vanwege onze zonden, maar God heeft Hem opgewekt tot leven voor de wereld.
UltimateGoodNews