ont-mantelingen
05-11-2023 - Geplaatst door Andre Piet5 november 2023, Urk
In nogal wat geschiedenissen in de Schrift lezen we over het uitdoen of het afnemen van iemands mantel of overkleed. Of over het scheuren ervan. Bekend is het verhaal van de veelkleurig rok die van Jozef werd afgenomen en gedompeld werd in bloed. Of wat dacht u van koning Saul die de zoom van Samuëls kleed per ongeluk afscheurde? Zoals later David dat met opzet zou doen met Sauls mantel. Of wat dacht u van Jonathan die zijn mantel aan David gaf? Of Elia die zijn mantel achterliet aan Elisa? Of van de leden van het Sanhedrin die hun mantels aflegden en bij Saulus neerlegden? Enzovoort. Wat hebben deze geschiedenissen ons te vertellen?
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Inleiding: de Letterlijke Betekenis van Ontmantelen
- De Mantel als Symbool van Status en Heerlijkheid
- De Eerste Ontmanteling: Menselijke Vijgenbladeren Vervangen Door Gods Vellen
- De Ontmanteling van Jozef: het Pronkgewaad Gedompeld in Bloed
- Ontmantelingen Rondom het Koningschap: Saul, Samuel, Jonathan en David
- De Overdracht van Elia's Mantel aan Elisa bij de Jordaan
- De Ontmanteling van Jezus: het Naadloze Onderkleed Naar de Natiën
- De Ontmanteling van het Sanhedrin aan de Voeten van Mantelzorger Saulus
Inleiding: de Letterlijke Betekenis van Ontmantelen ↑ hoofdstukken
We gaan het hebben over — en dat is wat vreemd gespeld, maar dat is wel met opzet — 'ont-mantelingen' in een nogal letterlijke zin des woords. Er zullen allerlei Bijbelplaatsen langskomen en passages te zien zijn waarin geschiedenissen centraal staan, en dan zullen we vooral ook vanmiddag bepaald worden bij de typologische betekenis: de diepere zin achter dat wat er als geschiedenis of verhaal beschreven wordt.
'Ont-mantelingen', laat ik eerst even dat woord wat analyseren. Want als we het hebben over ontmantelen, de etymologie — om meteen een heel duur woord te gebruiken, dat wil zeggen: etymologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de afleiding, de herleiding van een woord — dan vind ik dat altijd erg boeiend. Er valt vaak ook heel veel licht op de betekenis van een woord. In dit geval, ontmantelen, kijk het maar na: dat is afgeleid van — je zou het niet raden — maar van 'mantel'. En een mantel heeft een wat bredere betekenis in onze origine dan alleen maar de betekenis die wij er doorgaans aan geven. Het is de omhulling; het kan ook een 'devesting' zijn, dat wil zeggen van een stad, de ommuring. Het kan ook een korst zijn. Zo gebruiken wij het trouwens ook nog: de schoorsteenmantel, dat is de versiering of de omlijsting van de schoorsteen. Of men spreekt over de aardmantel, die staat dan tegenover de aardkern. De mantel is daarmee dus feitelijk de buitenkant.
En ja, ontmantelen betekent dus gewoon, als je de letterlijke betekenis daarvan neemt: de mantel uitdoen. Of eventueel, als het gedaan wordt door een ander, dan is het de mantel afnemen. Als we de woordenboeken erbij opslaan en kijken naar de betekenis van ontmantelen — want dat moet ik er dan even bij zeggen — dan is dat zoals wij het vanmiddag gaan bespreken: letterlijk ontmantelen. We zullen ons namelijk bezighouden met geschiedenissen waarbij de mantel wordt uitgedaan dan wel afgenomen, of waarbij de mantel wordt gegeven aan een ander. Maar die betekenis heeft het niet in het woordenboek. Het is niet zo dat als u ergens naartoe gaat en u mag bij de kapstokken uw jas afgeven, dat er dan wordt gezegd: daar wordt u ontmanteld. Strikt genomen is het dat dus wel, maar doorgaans is dit de primaire betekenis die men aan ontmantelen toekent, namelijk het slopen oftewel het slechten van een vestingwerk. Dus ook een stad kan ontmanteld worden, dat wil zeggen: als de ommuring wordt weggenomen, de vesting dus.
Een andere daaraan gekoppelde betekenis is die van het uit elkaar halen of verwijderen van belangrijke onderdelen. Ik lees nu gewoon voor uit het woordenboek: in feite het buiten bedrijf stellen van iets. We spreken daar ook wel over demonteren of ontwapenen; bijvoorbeeld kernwapens ontmantelen, dat wil zeggen ze onklaar maken. Feitelijk heeft het daar ook nog de gedachte van afpellen, maar dat is ook logisch: de schil wordt eraf genomen, of het doppen. En hoe vindt u deze: aardappels jassen? Dan neem je de mantel weg, en wij noemen dat dan 'jassen'. Maar dan zijn we weer terug bij dit: de mantel of het overkleed wordt uitgedaan. Dat vond ik wel frappant.
Dit heeft nog niks met Bijbelstudie te maken, dat realiseer ik me ook wel, maar ik houd ervan om even goed te weten waar we het over hebben. Ook als het gaat over de besloten vereniging, Nederlands onder elkaar... ja, niet alleen maar Urkers... nee, nee. We zijn in Urk, maar jullie zijn hier wel een minderheid. Dat geeft niks. Je moet goed om je heen kijken. Als je wat jonger bent, dan heb jij ook meer... maar goed, niet hier en dan. Jij wist zeker dat ik dit ging doen? Je hebt er niet groot over, het lijkt wel of er heel goed over nagedacht is: een hul. Een hul, jazeker. Ik vind het wel mooi.
Oké, we gaan dan naar ontmantelen in de Schrift, in de letterlijke zin dus van het woord. Niet zozeer trouwens over het scheuren van de mantel — die wil ik wel even genoemd hebben, want dat vind je namelijk ook weleens een keer in de Bijbel. Feitelijk is het zo dat als de mantel of het overkleed wordt gescheurd... Ik moet er trouwens even bij zeggen dat de mantel bij ons, zeker met deze weersomstandigheden, vooral de functie heeft van bescherming tegen de kou. Die functie zie je logischerwijs veel minder in de Bijbel. Je komt het volgens mij wel een keer tegen, maar die is trouwens omstreden, als Paulus zegt: "Neem mijn mantel mee." En dat was ook inderdaad tegen de winter, maar of het dan inderdaad daarover gaat, dat parkeren we eventjes. Maar in ieder geval heeft het die functie daar niet zozeer. Een mantel is dan gewoon — en dat gebruik ik dan eventjes allemaal bij elkaar — het overkleed, de buitenkant zeg maar van het gewaad.
Ik zal er een paar van die voorbeelden van geven waarbij je dat vindt, waarbij het scheuren van de mantel eigenlijk ook een vorm van ontmantelen is, want je neemt daarmee toch de functie van de mantel weg. Bijvoorbeeld koning David, die zijn kleren of zijn kleding — zijn overkleed, afhankelijk van de vertaling die je dan hebt — scheurde toen hij hoorde dat zijn zoon Amnon zijn halfzus Tamar had verkracht. En in 1 Koningen 21 lees je dat koning Achab zijn kleren scheurt toen hij een profetie hoorde over de rampspoed die eraan zou komen. En het bekendste lijkt mij is die we in Mattheüs 26 aantreffen, waarbij de hogepriester — Kajafas was het in dit geval — in verontwaardiging, of gespeelde verontwaardiging, dat weet ik niet helemaal, maar in ieder geval verontwaardigd zijn bovenkleding scheurt nadat hij de claim van Jezus had gehoord dat Hij de Zoon van God is. En ja, daar hebben we het over de kleding van de hogepriester; dat is nog weer een kledingstuk bij uitstek.
Nou, ik wil ook dat... Wij gaan het dus niet zozeer hebben over mantels in het algemeen en ook niet over het scheuren van de mantel. We zoomen wat in en beperken ons nu tot het afnemen van de mantel, of zo u wilt het overkleed, en het overdragen van de mantel en het overkleed. Dan moet je ook, als we daarop inzoomen...
De Mantel als Symbool van Status en Heerlijkheid ↑ hoofdstukken
Om te weten waar een mantel in het algemeen, of het overkleed, voor staat — waar het symbool voor staat en waar het een type van is — dat is niet zo heel moeilijk. In feite weten we ook in het alledaagse spraakgebruik wel wat de gedachte daarvan is. Een mantel of het overkleed staat voor iemands identiteit, voor een functie (dan spreken we meestal van een uniform) en voor een status; dat is heel logisch. Trouwens, in het algemeen zeggen we al: kleren maken de man. Vroeger begreep ik die uitdrukking nooit. Het heeft lang geduurd voordat bij mij het kwartje viel. Sommige mensen zijn niet zo snel van begrip, hè? Ik dacht: moeten mannen dan kleren maken? Kunnen vrouwen dat dan niet? Volgens mij kunnen vrouwen dat eigenlijk veel beter. Maar de gedachte is een heel andere: de kleding maakt iets af. Het geeft expressie aan wie je bent of wat je bent. In feite heeft de mantel of het overkleed daarmee de betekenis van heerlijkheid, van de glorie die men draagt. Letterlijk: een manteldrager. In dit geval is het de heerlijkheid waarmee je je manifesteert.
Dat zie je natuurlijk heel duidelijk als het gaat om de echte grote functies in de Bijbel. Neem die van een koning; hoe vaak lees je niet dat zij, met name de koningen, in purper gekleed waren. Of neem de priesters. Ik had het er zojuist al even over: Kajafas. Priesters in het algemeen waren in linnen gekleed, maar de hogepriester had een heel speciaal gewaad. Daaraan werd de heerlijkheid van zijn functie en van zijn persoon gedemonstreerd in alle onderdelen: het hoofddeksel wat hij droeg — nou ja, meer dan een hoofddeksel alleen — maar ook de efod en de stenen, et cetera. Het hemelblauwe gewaad dat hij droeg, alles gaf uitdrukking aan zijn positie. Wat dacht u van de zomen en de belletjes aan zijn zomen? Alles gaf uitdrukking aan de heerlijkheid van zo'n priester, namelijk de hoogste: de hogepriester.
Ook de profeten hadden speciale mantels. Van één profeet weten we het helemaal — we komen er straks nog op terug — en dat is Elia, die een kameelharen mantel had. Toen kwam er later nog iemand die zich ook zo zou manifesteren, en dat was Johannes de Doper. Toen iedereen Johannes de Doper in dat tenue zag optreden — we zouden nu zeggen dresscode, maar dat is weer wat anders — deed hij direct denken aan Elia, die ooit nog eens een keer zou komen, is het niet?
Tot zover wat opmerkingen vooraf over de mantel van een profeet. Wat we vanmiddag gaan doen is bepaald niet compleet, dat pretendeer ik helemaal niet, integendeel zelfs, maar we willen een aantal belangrijke passages bezien waarin gesproken wordt over het afnemen of het afdoen van de mantel.
De Eerste Ontmanteling: Menselijke Vijgenbladeren Vervangen Door Gods Vellen ↑ hoofdstukken
Bij de eerste ontmanteling moet ik eerlijk gezegd een beetje twijfelen, want strikt genomen zou je kunnen verdedigen dat het niet echt een ontmanteling is. In deze geschiedenis is er immers juist sprake van dat er een mantel of een overkleed gegeven wordt. Maar laten we eens naar Genesis 3 gaan, dan zijn we echt in het begin van de Bijbel. Daar lees je dat nadat het eerste mensenpaar van de verboden vrucht had gegeten, zij zich bedekten uit schaamte. Ineens werden zij gewaar dat zij naakt waren en zij bedekten zich met de beruchte vijgenbladeren.
Verderop in de geschiedenis lees je: "En Yahweh God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen", namelijk van dierenhuiden, "en bekleedde hen daarmee." Ik ga het toch verdedigen dat dit een ontmanteling is. In feite werd daarmee de kleding die men droeg, het plantaardige overkleed, vervangen. Zij werden ontmanteld van de vijgenbladeren, die zelfgemaakte schorten.
Dit is zo illustratief, typologisch zo u wilt. Ze hadden zichzelf schorten gemaakt van vijgenbladeren; dat was allemaal buitenkant, maar ze hadden het zelf gemaakt. Veel later in de geschiedenis kom je in de evangeliën tegen dat de Heer Jezus bij de Olijfberg naar een vijgenboom gaat. Hij wil daar vruchten van plukken, maar er staat bij dat het niet de tijd van de vijgen was. Heel eigenaardig, maar de boom had wel veel blad en vertoonde veel uiterlijk vertoon. Dan lees je dat de Heer Zijn vloek daarover uitspreekt.
Ook hier is sprake van typologie: je begrijpt die geschiedenis uitsluitend wanneer je de typologische strekking verstaat. Die vijgenboom staat voor de Joodse natie: wel veel uiterlijk vertoon, maar vrucht droeg het niet. De Heer zegt dan – in de vertalingen staat het vaak zo – dat er aan de boom "geen vrucht meer zal groeien in eeuwigheid". Streep dat alsjeblieft door in uw vertaling, want dat staat er niet. Er staat: "aan u groeie geen vrucht meer tot in de aion." Er groeit wel weer vrucht, maar pas in de volgende aion; dan zal Israël als natie ook daadwerkelijk vrucht gaan dragen. Maar tot die tijd is het alleen maar uiterlijk en meer niet.
Die vijgenbladeren staan voor dat wat een mens fabriceert om zijn gebrek en zijn naaktheid voor God te bedekken. Hij maakt er maar wat van, maar het is niet wat God voornemens is en wat God bedoelt. Als je het op de keeper beschouwt, staat alles voor wat de mens voor zichzelf fabriceert: eigen werken om zich voor God te manifesteren. God neemt dat af. Hij ontmantelt dat en geeft daar iets anders voor in de plaats. Er wordt een dier geslacht. Wanneer je leest dat Hij de mens bekleedde met vellen, dan gaat het om de huid van een onschuldig gestorven dier. Een dier dat gedood is; dat is de gedachte.
Wij zeggen wel eens dat je "in de huid van iemand moet kruipen" en dan bedoelen we empathie of inlevingsvermogen. Maar wat God hier zegt is: de vijgenbladeren, jullie eigen zelfgemaakte schorten, die moeten uit. Ik geef er iets anders voor in de plaats, namelijk een dier dat eerst gestorven is, en in de huid daarvan kruip je. Dat is het idee.
Het eerste mensenpaar krijgt daarmee feitelijk een mantel die profetisch spreekt van Hem die ooit stierf. Alleen in de huid van Hem die onschuldig stierf, kan een mens bestaan. In feite zet God daarmee een dikke streep door alles wat de mens bedenkt en zelf maakt. Hij zegt: niet wat jullie maken, maar wat Ik doe. Via de weg van de dood geef Ik jullie leven, en daarin kan een mens bestaan. Daar zit een hele diepe boodschap achter als God dit aan het eerste mensenpaar geeft.
Dan gaan we veel verder bladeren in het boek Genesis. Je komt meer mantels tegen; we zouden stil kunnen staan bij Ezau en Jakob, waar Jakob zich ook een mantel omdoet om op Ezau te lijken – wat overigens een slecht plan was. Maar uiteindelijk komen we uit bij Genesis 37.
De Ontmanteling van Jozef: het Pronkgewaad Gedompeld in Bloed ↑ hoofdstukken
De ontmanteling van Jozef is misschien wel een van de allerbekendste geschiedenissen. U weet het: Jakob – of eigenlijk Israël, want zo heette hij sinds die ervaring bij de Jabbok, bij die omkering werd Jakob Israël – had Jozef lief boven al zijn zonen. Omdat hij hem een zoon van de ouderdom was, maakte hij voor hem een pronkgewaad. Jozef was de elfde zoon en toch was hij ook de eerstgeborene, namelijk de eerstgeborene van Rachel. We kunnen daar natuurlijk allerlei morele etiketten aan toekennen en zeggen dat het niet goed was, dat Jakob zijn zoon Jozef voortrok en dat dit pedagogisch onverantwoord was. Heel veel mensen lezen de Bijbel op die manier. De aardigheid is, en ik heb daar eigenlijk wel schik in, dat de Bijbel volledig voorbijgaat aan dat soort oordelen. Wij willen meteen pedagogische lessen trekken, maar daar gaat het niet om. Het gaat niet in de eerste plaats om wat wij er opvoedkundig van kunnen leren. Trouwens, als het er echt om gaat, leer je er vooral van hoe het niet moet. Kijk maar eens in de geschiedenis van Jozef of van Jakob; dan denk ik niet: 'Goh, zo ga ik het ook doen als vader.' Maar daar gaat het ook niet om. Waarop gewezen wordt, is Jozef. Letterlijk. Op die ene daar in het huis van Jakob die de eerstgeborene is en die geliefd werd boven allen.
Hij was een eerstgeborene en hij wordt ook tot eerstgeborene gesteld. Je kunt natuurlijk verdedigen dat hij van Rachel was en dat zij de tweede vrouw was, maar dat is nu juist het fenomeen dat je overal in Genesis aantreft: dat het eerstgeboorterecht altijd naar de tweede gaat. Dat is per definitie zo. Ga maar na in de hele geschiedenis; alle geslachten die beginnen bij Abraham, in de geschiedenis van Jakob, in de volgende generatie van Jozef en trouwens ook de generatie daarna. Ik hoef alleen maar te wijzen naar de zonen van Jozef; ook daar draait God de rollen om en gaat het eerstgeboorterecht naar de tweede. Maar waar het nu even om gaat, is die zoon van zijn ouderdom. Er staat: 'en hij maakte hem een pronkgewaad'. De Statenvertaling noemt het een 'veelvervige rok'. Je moet daarbij altijd denken aan Larry Norman of Dolly Parton, 'The Coat of Many Colors'. Dat is een mooi nummer en een prachtig embleem natuurlijk: de eerstgeboren zoon, de geliefde van zijn vader in het huis Israëls, die dit pronkgewaad kreeg.
Ik sla nu een aantal verzen over en kom bij vers 23. Jozef gaat op zoek naar zijn broers. Ik ga er gemakshalve vanuit dat u de geschiedenis kent; dit is natuurlijk ABC-stof uit de zondagsschoolverhalen. U komt hier op Bijbelstudie, dus de meesten van u kennen dat wel. Ik hoop trouwens dat u nu net zo dubbelzinnig luistert als ik spreek: Jozef als type, de geliefde van de vader die het eerstgeboorterecht krijgt toegekend, gaat op zoek naar zijn broers. Zodra Jozef bij zijn broeders gekomen was, trokken zij Jozef zijn kleed uit; het pronkgewaad dat hij droeg. Hier wordt Jozef dus ontmanteld. Zijn heerlijkheid wordt hier afgelegd. Ze namen hem en wierpen hem in de put. De put was leeg, er stond geen water in. Dit is de vernedering. Jozef wordt afgewezen en feitelijk vermoord door zijn broers. Ik zeg het expres zo, omdat dat in ieder geval de boodschap is die ervan uitgaat. Dat blijkt wel uit vers 31: 'Toen namen zij Jozefs kleed, slachtten een geitenbok en doopten het kleed in het bloed.'
De heerlijkheid, die mantel van de eerstgeborene van de vader, wordt gedoopt in bloed. In het Engels zeggen ze: 'connect the dots', of kleur het plaatje nu zelf verder in. Het dient zich zo gemakkelijk aan wat hier gebeurt met Jozef. Hij wordt verworpen en de boodschap die wordt uitgedragen, is dat hij vermoord is. Hij is gedood en zijn kleed is gedoopt in bloed. Hoe veelzeggend is dat? Dat is precies wat de ware Jozef ook is overkomen. Ze hebben Hem verworpen, Zijn broeders hebben Hem verworpen en Hij is in de diepte gegaan. De put is in feite een beeld van het graf, want dat is wat het is onder de aarde: een beeld van het graf. En Zijn kleed is gedoopt in bloed.
Vervolgens lieten ze het pronkgewaad naar hun vader brengen met de boodschap: 'Dit hebben wij gevonden; zie toch of dit kleed van uw zoon is of niet.' Het is natuurlijk één en al leugen en bedrog wat hier plaatsvindt. Jakob herkende het en zei: 'Het is het kleed van mijn zoon; een wild dier heeft hem verslonden, Jozef is stellig verscheurd.' En Jakob scheurde zijn mantel, deed een rouwgewaad om zijn heupen en treurde lange tijd over zijn zoon. Ook hier zie je weer dat de mantel wordt gescheurd; Jakob legt hiermee zijn eigen heerlijkheid af en daar komt een rouwgewaad voor in de plaats, een beeld van de dood. Kleding hoort immers niet alleen bij identiteit en bij een bepaalde positie of functie, maar het is vaak ook een dresscode. Als je naar een bruiloft gaat, draagt de bruid een bruidsjurk en de gasten een bruiloftskleed; dat is zelfs een bekende gelijkenis in de Bijbel. En als je naar een begrafenis gaat, ga je ook stemmig gekleed. Tegenwoordig zijn er veel feestjes met een bepaalde dresscode waarbij je je uitzinnig moet uitdossen; daar heb ik een grote hekel aan, daar ben ik nooit zo van. Maar het idee is: Jozef wordt doodgewaand.
Dat speelt natuurlijk nog jarenlang door terwijl Jozef inmiddels in Egypte is. Juist vanmorgen heb ik daar in Epe ook over mogen spreken. Het is een schitterende geschiedenis die je haast één op één kunt leggen naast dat wat de ware Jozef is overkomen. Wanneer Jozef zich later in Egypte bekendmaakt aan zijn broeders, zegt hij: 'Jullie hebben mij niet hierheen gebracht.' Naar de mens gesproken was dat wel zo, maar hij zegt: 'God heeft mij hiernaartoe gestuurd.' Hij vergeet de menselijke kant van het verhaal niet – die was wel waar – maar het wordt overruleerd door de hand van God. Hadden zij schuld? Jazeker, maar Jozef spreekt daar niet over. Hij zegt: 'God heeft mij naar Egypte gestuurd om jullie in leven te houden, om een overblijfsel in leven te houden.' Dat was de goddelijke gang van zaken. Maar om bij de mantel te blijven: die was met Jozef. Zijn mantel wordt afgelegd, zijn heerlijkheid wordt hem afgenomen en gedompeld in bloed. Dat staat voor de ware Jozef.
Ontmantelingen Rondom het Koningschap: Saul, Samuel, Jonathan en David ↑ hoofdstukken
Dan gaan we verder naar een andere geschiedenis in 1 Samuël 15: de ontmanteling van Samuël. Laten we een paar verzen uit dat hoofdstuk lezen. Er staat dat toen Samuël zich omkeerde en wilde weggaan — dat is midden in de geschiedenis, dus ik moet het even toelichten. Er was een offerplechtigheid geweest en Samuël wilde weer vertrekken. Dan staat er: "en Saul greep de slip van zijn mantel". De slip, andere vertalingen zeggen de vleugel. Meestal wordt het vertaald met vleugel; het Hebreeuwse woord betekent 'het uiterste'. Andere vertalingen spreken weer over de zoom van zijn kleed, de zoom van zijn mantel. Maar dat is ook het uiterste. De rand, de buitenkant, is ook een vleugel. En dat wordt wel vaker genoemd in de Bijbel: de zoom van het kleed. Ik had het eerder al over de zoom van de hogepriesterlijke mantel.
Saul greep de slip van zijn mantel en scheurde deze af. Ik weet niet precies hoe je dat voor je moet zien, maar de boodschap is helder. Daarop zei Samuël tot hem: "Yahweh heeft heden het koningschap over Israël van u afgescheurd". Met andere woorden: die mantel van Samuël — of de slip daarvan die afscheurt — spreekt van jouw koningschap, Saul. Dat is wat Samuël hier zegt. God heeft heden het koningschap over Israël van u afgescheurd en Hij heeft het gegeven aan uw naaste, die beter is dan gij. Wat hier staat, is dat die mantel spreekt van het koningschap van Saul. Een mantel spreekt van heerlijkheid, in dit geval van de heerlijkheid van de koning, want de koning heeft zijn speciale mantel. En die zal worden gegeven aan zijn naaste.
Pas in het volgende hoofdstuk, 1 Samuël 16, worden we gewaar wie dat was. Achteraf weten wij dat natuurlijk allemaal: dat is David. Overigens denk ik dat de gedachte veel positiever is dan dikwijls gelezen wordt. Wat Samuël tegen Saul zegt is: er is iemand die jou na staat — want dat is wat een naaste is, iemand die heel dichtbij je staat — en die kan waartoe jij niet in staat bent gebleken. Het idee is dus niet dat Samuël zegt: "jij kon het niet en hij is beter dan jij", nee, het gaat erom dat er iemand is die wél in staat is waartoe jij niet in staat bleek. En dat is trouwens ook de definitieve koningslijn. Uiteindelijk gaat het niet naar de eerste koning, maar naar het tweede koningschap. De tweede dynastie is de definitieve. Want het koningschap van David is blijvend; God heeft dat zelfs gezworen. Hij heeft Zijn eed verbonden aan het huis, de dynastie van David. Dat wordt eigenlijk tegen Saul gezegd: de heerlijkheid van zijn koningschap wordt afgenomen en het wordt nu gegeven aan degene aan wie het definitief toekomt.
We bladeren nog even verder. Dit was 1 Samuël 15, we gaan nu een paar hoofdstukken verder naar 1 Samuël 18. Daar komen we weer een mantel tegen. Je leest daar over de diepe gehechtheid die er was tussen Jonatan en David. Jonatan was de zoon van Saul, maar hij had David lief als zichzelf. Dat staat in vers 3: "Jonatan sloot een verbond met David, omdat hij hem liefhad als zichzelf". Dat was allemaal heel heikel, want het hoofdstuk hiervoor beschrijft de geschiedenis van David en Goliath in 1 Samuël 17. Daarvoor lees je ook over de jaloezie die bij Saul speelde. David speelde muziek — geen muziek van Larry, dat zal niet — maar hij speelde liefdelijke muziek, een beeld van God natuurlijk. Saul voelde wel aan dat deze David degene zou zijn bij wie het koningschap terecht zou komen, maar dat kon hij niet verkroppen.
Jonatan heeft het echter begrepen. Hij heeft het écht begrepen, dat blijkt ook. Want er staat: "Jonatan trok de mantel uit die hij droeg en hij gaf die aan David". En niet alleen dat, ook zijn wapenrok, zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel. Wat daarmee in feite gezegd wordt, is dat David in die tijd weliswaar al gezalfd was om koning te zijn — hij was bestemd om koning te zijn — maar hij was het nog niet. Ondertussen draagt hij echter al wel de heerlijkheid van de kroonprins. Want dat was Jonatan. Jonatan was de zoon van de koning en daarmee de kroonprins. Maar wat Jonatan doet, is erkennen: "mijn heerlijkheid geef ik aan jou". Dat is in feite een daad van geloof geweest. Jonatan heeft geweten wat God aan David had toegezegd. Hij heeft dat niet alleen geweten, hij heeft het erkend. Door demonstratief zijn mantel en toebehoren aan David te geven, zegt hij: "je zit nog niet op de troon" — dat zou trouwens nog een hele tijd duren — "maar aan jou komt de heerlijkheid van het koningschap toe".
Niet de natuurlijke lijn, niet dat wat het volk verkoos. Want u weet hoe dat met Saul was: het volk wilde zo graag een koning net als de andere volkeren. Het motief deugde al niet en God zei: "dan krijgen jullie een koning naar jullie hart". Maar de tweede koning is de definitieve, dat was een koning naar Gods hart. Jonatan heeft dat erkend. Door zijn mantel uit te trekken en over te dragen aan David, erkende hij de heerlijkheid van het koningschap: "het komt bij jou terecht, David". Ook hier zie je heel duidelijk hoe dat typologisch werkt. De heerlijkheid van het koningschap wordt erkend, ook als we er nog helemaal niets van zien. Ik heb het nu over de Zoon van David: Hij is gesteld tot koning, maar er wordt nog niets van gezien. Hij zit nog niet daar in Jeruzalem; Hij is verborgen. Net als Jozef wordt Hij ook doodgewaand. Men denkt dat het laatste wat van Hem gezien is, een graf was. Oké, het was leeg, maar niettemin: Hij wordt doodgewaand. En toch is Hij de Koning. Op Gods tijd zal dat ook blijken.
Dan gaan we nog een paar hoofdstukken verder naar 1 Samuël 24, de geschiedenis van Saul. Daar hadden we het eigenlijk al even over, maar nu kijken we naar een ander aspect. De mannen van David zeggen tegen hem: "Dit is de dag waarvan Yahweh tot u gezegd heeft: zie, Ik geef uw vijand in uw macht; doe met hem wat gij wilt". Dit is een heel eind verder in de geschiedenis. David stond op en sneed ongemerkt de slip van Sauls mantel af. Later lees je dat David dit de volgende dag demonstratief aan koning Saul toont. Hij zegt: "Kijk, dit heb ik in mijn hand. Ik heb je leven gespaard. Het koningschap eis ik niet zelf op en ik neem het ook niet van jou af. Op Gods tijd krijg ik dat". Maar wat hiermee ook gezegd wordt, is dat de slip van Sauls mantel wordt afgenomen. Sauls heerlijkheid als Israëls koning zou toekomen aan David. In dit hele boek heb ik nu een paar geschiedenissen genoemd over mantels die afgenomen worden of slips van mantels die afscheuren. Iedere keer in dit boek is de gedachte dezelfde: de overdracht van heerlijkheid.
De Overdracht van Elia's Mantel aan Elisa bij de Jordaan ↑ hoofdstukken
We gaan nu naar een ander Bijbelboek. Ik zou nog naar 1 Koningen 19 kunnen gaan, waar Elia zijn mantel al toewerpt aan Elisa. Dat staat daar echt zo. Maar die laat ik even voor wat het is en ik ga nu meteen naar 2 Koningen 2. Dit is eigenlijk het slot van de geschiedenis van Elia. Zijn carrière, zijn loopbaan om het zo te zeggen, eindigt bij de Jordaan. In vers 8 lezen we: "Daarop nam Elia zijn mantel, wond hem samen en sloeg op het water; en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, van hier naar daar, zodat zij beiden door het droge overstaken."
Dit is iets wat we een aantal keren meer lezen in de Bijbel. Ook over de Jordaan, al is natuurlijk vooral de doortocht door de Rode Zee bekend; toen ging het via de staf van Mozes. Maar in dit geval splijt de Jordaan zich en gaan zij daar droog doorheen. Dat lees je dus ook in de geschiedenis van de doortocht door de Jordaan door het volk op de derde dag, zoals je in Jozua 3 kunt lezen. De Jordaan is in het algemeen een type; dat is bekende typologie. Meestal is typologie volstrekt onbekend, en dat is eigenlijk ook nog een beetje zoals het hoort, want het betreft waarheden die onder de oppervlakte liggen. Maar het gaat erom dat van de dingen die je ziet, een taal uitgaat. Daar is een diepere zin in gelegen. Als Israël door de Jordaan gaat, dan is dat een beeld van de dood. Door de Jordaan trekken is een beeld van, zoals wij dat ook wel noemen, de 'doodsjordaan'. Door de dood kom je aan in het beloofde land en in het nieuwe leven.
Ik wees er al even op: die mantel had hij al eerder toegeworpen aan Elisa; voor de liefhebbers heb ik het hoofdstuk er even bij vermeld waar dat te vinden is. In de geschiedenis van Elia vind je de mantel wel vaker terug, maar hier wordt hij genomen en dient hij ook om de Jordaan te doen splijten. Verderop in het hoofdstuk staat dat Elisa de mantel van Elia opraapte. Dat was nadat Elia inderdaad was opgenomen. Elisa ziet dat gebeuren; hij ziet ook dat Elia zijn mantel achterlaat. Die ligt daar bij wijze van spreken voor de voeten van Elisa. Als Elia dan opgestegen is — ik moet nu weer aan een liedje denken, 'a child train going like Elijah', we zullen vanmiddag wel in de popsferen zijn — dan gaat hij zo ten hemel. Daarop raapte Elisa de mantel van Elia op die van hem afgevallen was, hij keerde terug en ging aan de oever van de Jordaan staan.
Ik heb er soms een beetje moeite mee om dit in goede orde kort te vertellen, maar het idee is: we staan hier bij de Jordaan en dat is de plek waar de bediening van Elia eindigt, maar waar die van Elisa begint. Als je weet dat de Jordaan een uitbeelding is van de dood, maar vooral van de opstanding daaruit, dan begrijp je de strekking. Als de Jordaan een beeld is van de dood en je gaat er doorheen, dan passeer je de dood. Ik heb hier al eens eerder gesproken over de oversteekplaatsen bij de Jordaan, weet u dat nog? Je vindt daar zo vaak dingen die gebeuren als men de Jordaan passeert. Denk aan het wachtwoord 'Sjibbolet' dat ze moesten uitspreken, maar ook aan dingen die uit de Jordaan opkomen. De bijl bijvoorbeeld, in de geschiedenis van Elisa. Die twee namen haal je gemakkelijk door elkaar, maar dat komt omdat de mantel van de één op de ander is overgegaan; vandaar dat die twee alles met elkaar te maken hebben. Alleen de namen al lijken erg op elkaar: Elia en Elisa. Trouwens, er was ook nog Naaman die uit de Jordaan kwam. Hij ging er ziek in en kwam er als herboren uit, als een jongeling. Dood, begraven en opstanding.
Het is dan ook niet vreemd dat later Johannes de Doper, die als het ware de mantel van Elia droeg, ook bij de Jordaan doopte. Waarom? Precies vanwege die boodschap waar we het nu over hebben. In ieder geval spreekt de Jordaan van de dood, maar meer nog van de opstanding uit de dood; van de weg die God baant door de dood heen, namelijk in de opstanding. Elia's bediening eindigt bij de Jordaan en Elisa's bediening begint daar. Wat ik er eigenlijk mee wil zeggen, is dat Elia staat voor Jezus — en daarmee bedoel ik Degene die hier geboren werd, de naam Jezus kreeg en ooit stierf. Maar bij wie kwam Zijn mantel terecht? Bij Hem die drie dagen later werd opgewekt uit de doden. Bij de Jordaan kwam de mantel van Jezus — als u begrijpt wat ik bedoel — terecht bij de Christus, de Opgewekte.
De eigenaardigheid is ook dat je leest dat Elisa een dubbel deel van de geest van Elia kreeg. Dat zie je ook geïllustreerd in dit fenomeen: in de geschiedenis van Elia lees je over acht wondertekenen, maar in de geschiedenis van Elisa lees je het precieze dubbele: twee keer acht. Waarbij ik trouwens aanteken dat het getal acht in de Bijbel ook weer een uitbeelding is van een nieuw begin. Logisch, na zeven is de volheid bereikt, en dat betekent dus dat de acht spreekt van overvloed of van weer een nieuwe reeks. Zoals vandaag de achtste dag is; de eerste dag van een nieuwe reeks. Hoe dan ook, Elisa spreekt daarmee dus van Hem die opgestaan is uit de doden. Bij de dood begint de Christus, als u begrijpt wat ik bedoel. Dat wil zeggen: Hij werd opgewekt uit de doden en dat is Elisa. Maar tot aan Zijn sterven was Hij Jezus, de naam die Zijn ouders Hem gaven. Dus ook hier zien we weer die ontmanteling, maar eigenlijk ook de overdracht van de mantel van Elia die bij Elisa terechtkomt.
De Ontmanteling van Jezus: het Naadloze Onderkleed Naar de Natiën ↑ hoofdstukken
Dan komen we nu bij een andere geschiedenis, ditmaal in het Nieuwe Testament. We zijn weer bij Johannes, maar in dit geval is het niet Johannes de Doper, maar Johannes, een van de twaalf die het Evangelie heeft opgetekend. Je leest in de andere evangeliën trouwens ook dat de klederen van Jezus daar bij het kruis worden afgenomen. Eerder lees je ook nog dat Hem een koningsmantel werd gegeven toen Hij geslagen en gemarteld werd, maar dat was pure spotternij. Dat was niet zozeer een ontmanteling, maar hier in Johannes 19 is dat wel het geval.
In Johannes 19 lezen we: "Toen dan de soldaten Jezus kruisigden, namen zij zijn kleding en zij maakten vier delen, voor iedere soldaat een deel." Hoe zij die verdeling precies maakten, wordt wel geopperd: het opperkleed, de hoofddoek, de gordel en de sandalen; dat zijn dan vier delen. In ieder geval maakten zij vier delen, voor iedere soldaat een deel. En dan was er het onderkleed. Het onderkleed nu was zonder naad, van bovenaf in zijn geheel geweven. Dat het van bovenaf was, spreekt uiteraard van Zijn heerlijkheid. De heerlijkheid die de Heer droeg, was van boven geweven. Hij was ook uit één stuk, of zoals we een mooi woord hebben: integra. Dat wil zeggen dat het één is, dat het geïntegreerd is. Alles was één in Zijn bestaan. Zijn woord was Zijn werk; Hij deed wat Hij zei en Hij zei wat Hij deed. Dat was één.
Zijn kleding wordt dus afgenomen door die vier soldaten en verdeeld in vier delen. Maar over het onderkleed zeiden zij tot elkaar: "Laten wij dit niet scheuren, maar omloten van wie het zal zijn." Dit gebeurde opdat het Schriftwoord vervuld zou worden. Dat staat er als een lijst omheen. Er wordt geciteerd uit Psalm 22: "Zij verdelen mijn kleding voor zichzelf en over mijn klederen wierpen zij het lot." Psalm 22 is natuurlijk een Messiaanse psalm die spreekt over het lijden dat over de Christus zou komen. Het begint met de woorden: "Mijn God, mijn God, waartoe hebt Gij mij verlaten?" De omstanders steken hun tong uit; in alle opzichten is het daar beschreven. We hebben die psalm hier jaren geleden in een paar studies besproken. We hebben in de loop der tijd al aardig wat Schriftgedeelten mogen overdenken, maar dit was dus voorzegd. Zo zou het gaan.
Kijk waar het hier eigenlijk over gaat. Jezus' heerlijkheid, Zijn kleding in het algemeen, komt van Godswege bij die soldaten terecht. Dat gebeurt via loting, en dat vind ik mooi. Want wat is loting eigenlijk? Ik heb het dan niet over de gedachten die mensen bij een loterij hebben, maar over het principe dat je het aan God overlaat. Dat is in de Bijbel de betekenis. Zelfs bij een wereldse loterij is het idee dat de mens er geen invloed op heeft. Op het moment dat er bij een loterij gemanipuleerd wordt, is het immers geen eerlijke loting meer. Het hele idee is: wij trekken onze handen er vanaf, wij hebben hier geen invloed op, en wij weten: God bepaalt de uitslag. Dat staat ook letterlijk zo in Spreuken, in een prachtige tekst: "Het lot wordt in de schoot geworpen, maar de beschikking ervan is van de Heer." Zo is Hij. De uitkomst of het beleid daarvan is van de Heer. Van wie anders?
God bepaalt dan de keuze. Loting is, als je het zo bekijkt, een geweldig systeem. Ik zou haast politieke statements gaan maken – het is vandaag 22 november en er zijn verkiezingen – maar ik pleit voor loting. Ze hebben dat in Den Haag nog niet helemaal begrepen, maar het zou een hoop ellende kunnen schelen. We laten de keuze gewoon aan God. Hij mag kiezen, dit zijn de kandidaten. Zo deden de apostelen dat ooit trouwens ook. Er waren twee kandidaten en ze vroegen zich af wie ze moesten kiezen. Ze zeiden: "Heer, wij loten, dan is het aan U om de keuze te maken." Ik vind het geweldig.
Dit zeg ik even ter overdenking, maar waar het natuurlijk om gaat, is dat het kleed van Jezus, Zijn heerlijkheid, van Godswege via loting bij 'de vier' terechtkomt. Die 'vier' moet je ook begrijpen, want dat is een geweldige symboliek in de Bijbel. Om het simpel te houden: de Bijbel spreekt over de vier hoeken der aarde en de vier windstreken: noord, zuid, oost en west. Die vier spreekt van wereldwijd, in alle richtingen, en in feite daarmee ook van de natiën. Trouwens, die soldaten waren Romeinen; het kwam bij de Romeinen terecht, bij de vier. De heerlijkheid van Hem die daar hing, komt dan – en dat is een verborgen aanwijzing – bij de natiën terecht. Op goddelijke wijze is dat zo beschikt.
De Ontmanteling van het Sanhedrin aan de Voeten van Mantelzorger Saulus ↑ hoofdstukken
Dan heb ik er nog één, de achtste ontmanteling. Die vinden we in Handelingen 7 en daar eindig ik dan maar mee: de ontmanteling van het Sanhedrin. Hoe vindt u die? We lezen daar over Stefanus. Zijn naam betekent trouwens kroon of krans. Hij houdt een vlammende rede, mag ik wel zeggen, en hij spreekt van de opgestane Heer. Zo eindigt trouwens zijn spreken: hij ziet Hem staan — opgestaan namelijk — aan de rechterhand van God. Het Sanhedrin neemt echter afstand van hem. Nou, dat is eigenlijk eufemistisch uitgedrukt; het is in feite veel steviger.
Wat het Sanhedrin ruim drieënhalf jaar eerder had gedaan door Jezus te kruisigen, herhaalden ze nu. Ze kruisigden Jezus opnieuw. Herkent u deze uitspraak? Zo staat het in Hebreeën 6 ook: de Zoon van God opnieuw kruisigen. In feite deden ze dat. Ze bevestigden dat de kruisiging van Jezus juist was, namelijk door nu zij hoorden en vernamen, en ook bewezen kregen dat de Jezus die zij hadden kruisigd was opgestaan uit de doden, ook dat getuigenis af te wijzen.
In eerste instantie was nog gezegd... Afgelopen zondag en donderdag in Nunspeet ben ik wat dieper op dat hele fenomeen ingegaan, maar Israël heeft toen ook afstand genomen en het evangelie verworpen. Namelijk het evangelie van de opgewekte Christus. In onkunde hadden ze hun Heer gekruisigd en nu doen ze dit heel bewust. Dat leidt tot die steniging van Stefanus. Ze kunnen het niet meer aan; je leest dat ze knarsten met hun tanden, wat in de Bijbel altijd een beeld van toorn is.
In vers 58 van Handelingen 7 staat dat de leden van het Sanhedrin hem de stad uit wierpen. Net als de Heer Jezus heeft Stefanus buiten de poort geleden. En zij stenigden hem. Het is haast een soort foto die hier wordt geschetst. Want in feite zou je kunnen zeggen: wat doet het er nou toe waar ze hun jassen gingen neerleggen bij die gelegenheid? Maar het wordt er wel bij vermeld en dat is juist zo veelzeggend. De getuigen — die leden van het Sanhedrin die dit doen — legden hun mantels af. Over ontmanteling gesproken!
Ze legden hun mantels af aan de voeten van een jongeman, genaamd Saulus. Dat is de eerste keer dat hij hier sowieso aan de orde komt en genoemd wordt. Een jonge kerel van wie we later weten dat hij aan de voeten van Gamaliël zat. Je leest trouwens nog — dat heb ik er nu niet bij vermeld, maar als je even doorleest staat het er — dat Saulus instemde met wat Stefanus werd aangedaan. Maar ondertussen is dit wel een heel veelzeggend statement. Aan de ene kant legt het Sanhedrin, de leiders van het volk, hun heerlijkheid af. We houden gewoon even vast aan de rode draad van de typologie: de mantel als uitbeelding van heerlijkheid. De heerlijkheid van het Sanhedrin, van hun heerschappij, wordt afgelegd.
Hun heerlijkheid wordt afgelegd en bij wie komt het terecht? Bij de voeten van die jongeman, Saulus genaamd. Saulus zou geroepen worden en nota bene: dit is iemand die dus helemaal niet de Messias zocht, integendeel. Het loutere feit dat hij hier aan de orde gesteld wordt en zijn naam genoemd wordt, is juist om daarmee aan te geven dat hij instemde met deze daad. Maar uitgerekend hém moest de Heer hebben. Via hem — Saulus die later de bijnaam Paulus krijgt wanneer hij naar de natiën gaat — wordt de heerlijkheid van het Joodse volk als het ware gedeponeerd bij de bewaarplaats. Hij krijgt de mantels van die leiders; Saulus wordt dus feitelijk 'mantelzorger'. Heeft u er zo al eens tegenaan gekeken? Nee, hij mag de mantels bewaren van deze lieden.
In feite gaan hier vensters open. Want wanneer Paulus hier later op wijst in de hoofdstukken 9 tot en met 11 van de Romeinenbrief, dan zegt hij dat hun verwerping de rijkdom voor de natiën betekent. Als er toch ergens de verwerping van het Joodse volk blijkt, dat zij vijanden zijn van het evangelie, dan is het wel daar waar Saulus nota bene hoogstpersoonlijk ooggetuige van is geweest: toen Stefanus gestenigd werd. Maar hun verwerping, zegt Paulus, dat is de rijkdom voor de natiën. De heerlijkheid die eigenlijk aan het Joodse volk was voortbestemd — zij zouden de eersten zijn — gaat een andere weg. Zij verwerpen het en dan komt de heerlijkheid die bestemd was voor het volk bij de natiën terecht. Niet bij de eerste, maar bij de tweede.
Nu is de cirkel weer rond, want dat is precies waar het eigenlijk in de Schrift over gaat. In het boek Genesis al, en je zou denken dat als de Messias komt de heerlijkheid naar het volk Israël gaat. Dat was ook inderdaad de boodschap: kom tot berouw en bekering, opdat de tijden van verademing aan mogen breken en de Jezus, de Christus, gezonden zal worden. Die boodschap wordt verworpen en wat gebeurt er? De heerlijkheid gaat naar een volk uit de natiën dat er weer helemaal niet naar zocht, maar het wel vindt. En daar zijn wij. Zo zijn die mantels, die heerlijkheid, dat wat eigenlijk bestemd was voor het volk, bij de natiën terechtgekomen. Bij 'de vier'.
U zegt nu natuurlijk: "André, je gaat nu dingen door elkaar halen." Ja, maar dat doe ik expres. Om te laten zien dat al die geschiedenissen gewoon met elkaar samenhangen en in feite dezelfde boodschap uitdragen. Dus hoe veelzijdig het ook is, in feite is het dan toch weer simpel. Nou, u ziet het, ik heb geen dia's meer. Ik stel voor dat we het hierbij laten.
UltimateGoodNews