GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

vergezichten in het boek Ruth 3

26-11-2006 - Geplaatst door Andre Piet
vier studies gehouden op 26 november 2006 in het NH-hotel te Zoetermeer

De ontmoeting van Ruth bij de dorsvloer (de tempel van Jeruzalem is gebouwd op een dorsvloer 2 Kr.3:1) spreekt van de komst van de Losser tot Sion (Js.59:20). Dat zal ook in het donker plaatsvinden (de zon verduisterd Mt.24:29; er zal geen licht zijn Zc.14:6). Verder is de dorsvloer ook nog een beeld van de plaats waar het oordeel zal worden uitgeoefend (Mt.3:12). Israël zal vragen of de vermogende Man van Bethlehem haar (Ver-) losser wil zijn. Hij zal haar Zijn liefde verklaren. De sluier, de bedekking over Israël zal worden weggenomen en in de plaats daarvan zal ‘Brood des levens’ komen. In overvloed!

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In hoofdstuk 3 van Ruth bereikt het verhaal een hoogtepunt op de dorsvloer, waar Boaz optreedt als de losser. Boaz is hierin een profetisch type van Jezus Christus, Die Zijn volk vrijkoopt. Het dorsen en wannen beeldt Gods tegenwoordige werk uit waarbij Hij de gelovigen door Zijn Woord omhoog richt, terwijl de Geest het kaf laat wegwaaien. Profetisch verwijst de dorsvloer tevens naar de berg Sion, waar in de toekomst de bedekking van Israëls hart zal worden weggenomen. De gelovige mag nu al rusten in het vertrouwen dat de ware Losser Zijn verlossingswerk gegarandeerd tot een goed einde zal brengen.

“De hele Bijbelse boodschap gaat er puur om dat God alles voor Zijn eigen rekening neemt, zodat ook alle eer aan Hem is.”

Terugblik op het Boek Ruth: van Moab Naar Bethlehem ↑ hoofdstukken

Het is allemaal erg logisch en vanmorgen wordt het dan hoofdstuk 3. Ik weet dat niet iedereen de vorige keren hier was, en mocht u hier wel geweest zijn, dan kan het ook helemaal geen kwaad om even te recapituleren — zoals dat met een deftig woord heet — wat we de vorige keer naar voren hebben gebracht. Even kort aangeven waar het ook alweer om ging in het boek Ruth.

In hoofdstuk 1 lezen we over een Joods gezin uit Bethlehem: Elimelech, Naomi en hun twee zonen, Machlon en Kiljon. Zij wonen in Bethlehem en door armoede gedreven moeten ze hun bezittingen verkopen. Dat staat niet letterlijk zo in hoofdstuk 1, maar uit de rest blijkt dat. Zij vertrekken door de hongersnood en de armoede naar het buitenland, naar Moab, naar het over-Jordaanse. Maar daar zit het allemaal niet erg mee, zacht gezegd, want het komt er gewoon op neer dat de familie zo’n beetje helemaal uitsterft. Eerst is het Elimelech die overlijdt en vervolgens al gauw ook Machlon en Kiljon, die daar trouwens inmiddels twee vrouwen hadden ontmoet en met hen getrouwd waren: Ruth en Orpa.

Het is deze eerste, Ruth, die een grote rol gaat spelen in dit boek. Sterker nog, dit boek is naar haar vernoemd, deze Moabitische vrouw. Kortom, Naomi is overgebleven met haar twee schoondochters en zij besluit op een gegeven ogenblik weer terug te keren naar haar eigen land, naar Bethlehem. Dan gaan haar beide schoondochters mee, Ruth en Orpa. Maar Naomi dringt er erg op aan dat ze toch maar weer gewoon terug zouden gaan naar hun eigen moedervolk en hun eigen vaderland. Orpa gaat uiteindelijk inderdaad, na aandringen, terug naar Moab. Maar het is Ruth die gedenkwaardige woorden uitspreekt als ze zegt: “Uw God is mijn God, uw volk is mijn volk en waar u zal sterven, daar zal ik sterven.” Ruth gaat mee en ze is vastbesloten.

Dan komen ze aan in het plaatsje Bethlehem. Aan het einde van hoofdstuk 1 staat dat het het begin van de gersteoogst was. We hebben er toen al op gewezen — en ik heb dat de vorige keer ook gedaan en bouw daar nu op voort — dat het begin van de gersteoogst verwijst naar de dag van de opstanding van de Heer Jezus Christus. De Heer Jezus Christus stond namelijk op op de dag van de Eerstelingsgarven. Daarom is die aanwijzing zo belangrijk: het officiële begin van de gersteoogst is de dag van de Eerstelingsgarven. Zo heet dat op de Hebreeuwse, de Joodse kalender; het is een feestdag tijdens Pesach. En het is op die dag heel uitdrukkelijk geweest dat de Heer Jezus Christus is opgestaan uit de doden.

Prompt daarop komen we in aanraking met Boaz, die de feitelijke hoofdrolspeler is in dit boek. Boaz is een geweldig type van de Heer Jezus Christus. Ga maar na: hij is de man uit Bethlehem. We lezen in Ruth 2 dat hij een vermogend man was. Dat wil zeggen dat hij in staat was, ik zeg het nu maar even met andere woorden, om een grote prijs te betalen. Welnu, dat speelt inderdaad een grote rol in de rest van het boek. Hij is in staat om een losser te zijn, dat wil zeggen: om vrij te kopen. Ook daar komen we nog wel op terug.

Deze Boaz was een rijke boer en toevallig komt Ruth in aanraking met hem doordat ze gaat arenlezen. Omdat er weer wat voedsel te vinden is, gaat ze achter de arbeiders van Boaz aan. Terwijl de gersteoogst wordt binnengehaald, leest Ruth datgene op wat de arbeiders laten liggen. Aan het einde van de dag gaat ze met een hele grote hoeveelheid koren terug naar Naomi, bij wie ze inwoont. Het was heel toevallig dat ze op het terrein van Boaz terechtkwam. Zo staat het er ook: “Bijgeval kwam ze op het veld van Boaz.” We weten natuurlijk — ook daar hebben we de vorige keer over nagedacht — dat het niet echt toeval was. Het is maar hoe je het zegt: God deed het zo “toevallig”.

De rest van hoofdstuk 2 gaat daarover. Boaz is buitengewoon goed voor Ruth. Hij heeft over haar vernomen en geeft zelfs de instructie aan zijn arbeiders: “Laat nou expres gewoon wat liggen, zodat ze absoluut niet met lege handen thuis zal komen.” Dat was hoofdstuk 2, en dan zijn we vandaag aangekomen bij hoofdstuk 3.

Aankomst bij Ruth 3: de Gebeurtenissen op de Dorstvloer ↑ hoofdstukken

Het derde hoofdstuk is eigenlijk het cruciale hoofdstuk in dit boek. Het boekje telt maar vier hoofdstukken; als je je best doet, dan heb je het in pakweg een kwartier gelezen. Het is een kort gedeelte, maar een schitterende roman. In hoofdstuk drie bereikt het verhaal eigenlijk zijn hoogtepunt: de geschiedenis van de dorsvloer. Boaz gaat in de nacht naar de dorsvloer en Naomi was daarvan op de hoogte gekomen. Dan geeft Naomi de instructie, of de tip aan Ruth: “Ga nu ook naar de dorsvloer toe. Laat niets van je merken, maar als die man vrolijk is geworden – hij heeft zijn werk gedaan, hij heeft gegeten en gedronken – dan maak je je daar bekend.”

Dan moet het hoge woord eruit komen en dat is de vraag: “Wilt u mijn losser zijn?” Dat wil zeggen: wilt u dat al het verloren gegane familiebezit – misschien landerijen, ik weet het niet precies, stukken land die ze ooit hadden moeten verkopen – wilt u dat terugkopen? Want dat is wat een losser is: iemand die vrijkoopt, een naaste bloedverwant die weer vrijkoopt. Welnu, zo gaat het dan ook allemaal. We hebben het zojuist gelezen. Dat is een hele romantische gebeurtenis natuurlijk en ook heel spannend voor Ruth, want het was een avontuurlijk gebeuren om je als vrouw in de nacht naar een man te begeven. Dat zou het publiek niet moeten weten. Stel je voor dat Boaz afwijzend was geweest, dan was daar schande van gesproken. Maar het pakte allemaal geweldig goed uit en daarvan hebben we ook gelezen.

Uiteindelijk eindigt het hoofdstuk met de vermelding dat Naomi zegt, als Ruth weer thuisgekomen is: “Die man zal niet rusten voordat hij de zaak tot een goed einde gebracht heeft.” En inderdaad, de volgende dag lezen we dat Boaz alles gaat regelen in de poort.

We hebben deze studiebijeenkomsten – want het zijn toch wel studiebijeenkomsten – waarin we ingaan op de diepere lagen in dit boek. We hebben vooral stilgestaan bij de profetische perspectieven. Je kunt het boek gewoon lezen als historie of zelfs als een roman, want dat is het ook. Maar wat het werkelijk is, is profetie. In alle opzichten verwijst het naar die andere Man van Bethlehem, die andere vermogende Man van Bethlehem, die Bloedverwant. Hij is Degene die het volk van Israël, het Joodse volk dat uiteindelijk na al die omzwervingen, ellende en armoede weer terugkeert naar het land, zal ontmoeten. Daar zullen zij uiteindelijk de ware Boaz ontmoeten, inderdaad op de dorsvloer. We komen er straks op terug, maar ik wil nu eerst even naar de details.

De Ware Losser Werd Bloed en Vlees (hebreeën 2) ↑ hoofdstukken

We beginnen maar eens even in vers 1 van Ruth 3 te lezen. Daar staat: “Naomi, de schoonmoeder van Ruth, zeide tot haar: Mijn dochter, zou ik voor u geen rust zoeken, opdat het u welga? Welnu, is Boaz niet onze bloedverwant, bij wiens arbeidsters gij geweest zijt?” Dat is een heel elementair punt: dat Boaz inderdaad een bloedverwant was. Ruth kwam toevallig op het terrein van Boaz terecht, op zijn veld, en Naomi wijst er vervolgens op dat Boaz familie is. Hij was niet het allernaaste familielid – er was namelijk nog iemand nader dan Boaz, daar kom ik nog op terug – maar het was buitengewoon belangrijk dat Boaz een bloedverwant was. Als hij zou optreden als losser, dan moest hij immers ook een bloedverwant zijn.

Wanneer we dat profetisch doortrekken, wordt de reden meteen duidelijk. Waarom moest een losser een bloedverwant zijn? Als we eenmaal vastgesteld hebben dat Boaz inderdaad een type is, een vooruitwijzing, een schaduw of een beeld van die andere Man van Bethlehem, dan zien we dat van Hem ook staat geschreven dat Hij een bloedverwant was. We lezen in Hebreeën 2:14 over de Ware Boaz: “Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen.” Hebreeën is een brief die geschreven is aan – ja, het zal u verbazen – de Hebreeën, oftewel aan Joden. Dat moet u zich ook even realiseren. Er staat: “Daar nu de kinderen…”, en dat gaat hier speciaal over de kinderen Israëls, maar wat mij betreft mag u ook gewoon zeggen: de mensenkinderen, alle kinderen van Adam. Wij hebben deel aan bloed en vlees; we zijn gewoon vlees, vergankelijke stervelingen.

De Ware Boaz heeft op gelijke wijze aan dat bloed en vlees deel gekregen. Hij is ook mens geworden, een sterveling geworden, opdat Hij door Zijn dood hem die de macht van de dood had, de duivel, de tegenstander, zou onttronen. Ik benadruk hier “de macht van de dood”. In veel vertalingen staat dat hij de macht over de dood had, maar dat is feitelijk onjuist; in de grondtekst staat letterlijk “de macht van de dood”. Waarom is dat van belang? De Heer Jezus Christus kreeg deel aan bloed en vlees opdat Hij op die manier ook zou kunnen sterven, om door Zijn dood degene die de macht van de dood had, te kunnen onttronen.

Om nog iets duidelijk te maken: wat is het verschil tussen iemand die de macht van de dood heeft en iemand die de macht over de dood heeft? De duivel heeft de macht van de dood; dat wil zeggen dat hij kan doodmaken. Dat is zelfs zijn beroep; in het Johannes-evangelie wordt hij de mensenmoorder van den beginne genoemd. Dat is wat hij doet: vermoorden, doodmaken. Hij heeft de macht van de dood, maar hij heeft geen macht over de dood. Je hebt pas macht over de dood wanneer je in staat bent om leven te maken, om uit de dood te roepen en wanneer je sterker bent dan de dood. Welnu, dat is de Heer Jezus Christus. De duivel had de macht van de dood, en die macht zie je uitgewerkt in deze hele vergankelijke wereld. Elk mens, elk schepsel zelfs, is vergankelijk en gaat ten onder. Het kan kort duren of het kan lang duren, maar we gaan allemaal dood; we zijn onderworpen aan die wetmatigheid.

De Heer Jezus Christus werd mens, bloed en vlees, om te kunnen sterven. En waarom moest Hij nou sterven? Daar zijn hele theologieën en dogmatieken op gebaseerd die het erg moeilijk hebben gemaakt door te zeggen dat Jezus Christus moest sterven omdat God Zijn toorn moest stillen en dergelijke. Maar deze verklaringen vind je niet in de Schrift. De verklaring waarom de Heer Jezus Christus moest sterven is heel simpel. Vergeet dat alsjeblieft nooit meer, want het is zo duidelijk en het werpt meteen zoveel licht op het evangelie. De Heer Jezus Christus moest sterven om te kunnen opstaan uit de dood. Dát is de reden. Als Hij niet was gestorven, had Hij ook niet kunnen opstaan uit de dood. En om die opstanding uit de doden, daar gaat het allemaal om. Zodat Hij door Zijn dood hem die de macht van de dood had, de duivel, zou onttronen. Door de dood heen onttroonde Hij hem die de macht van de dood had. Dat is de reden waarom Hij aan bloed en vlees deelgenomen heeft en waarom Hij mens geworden is, onze Bloedverwant. Daarom is Hij in staat om te lossen. Te verlossen, want lossen en verlossen is in de Bijbel exact hetzelfde. Goed.

De Praktijk en Betekenis van Dorsen en Wannen ↑ hoofdstukken

We gaan even verder, want in vers 2 staat nog iets heel moois. Daar zegt Naomi tegen Rut, doelend op Boaz: “Zie, hij gaat vannacht op de dorstvloer gerst wannen.” Nu weet ik niet hoe landbouwkundig u onderlegd bent, maar daar moeten we toch even wat nader op ingaan: op die dorstvloer en op wat dorsen en wannen precies is.

Laten we eerst eens kijken naar wat daar op zo’n dorstvloer gebeurt. In de eerste plaats is dat het dorsen. Wel, wat is dorsen? Dat is overigens wat anders dan dorsten, want dat heeft met drinken te maken. Maar dorsen is het graan uit de aren slaan. Tegenwoordig gaat dat al sinds tientallen jaren allemaal machinaal, wat het minder problematisch maakt, hoewel het nog steeds arbeidsintensief is. Vroeger ging dat echter allemaal met de hand, met een dorslede of met de handvlegel. Ik heb hier nog een oud plaatje waarop te zien is hoe op de dorstvloer het graan uit de aren wordt geslagen. Het is een buitengewoon vermoeiende bezigheid. Dat is wat er feitelijk gebeurt: de graankorrel wordt na de oogst uit de aren geslagen. Het wordt allemaal op een hoop gegooid en vervolgens wordt dat graan uit de aar geslagen.

Daarna vindt het wannen plaats. Wat is wannen? Zoals gezegd ging dat vroeger met de hand. Tegenwoordig gebeurt dat uiteraard machinaal met ventilators. Ik weet eigenlijk niet eens precies hoe dat tegenwoordig gaat, want zo landbouwkundig ben ik ook weer niet onderlegd, maar ik weet wel dat wannen in de basis het omhoog gooien van het graan is. Nadat het gedorst is, wordt het graan omhoog gegooid, zodat de wind het kaf doet wegwaaien.

En wat is kaf? Kaf is niets anders dan de schil om de graankorrel; het is de buitenkant. Wij noemen dat ook wel de kaft. Een boek heeft immers ook een kaft. Je hoort orthodoxe mensen wel eens zeggen — en daar moet je altijd een beetje mee uitkijken — dat zij de Bijbel geloven “van kaf tot kaft”. Van de ene buitenkant tot de andere buitenkant dus. Meestal zeggen ze dat omdat ze niet weten wat er tussen die kaften staat. Dan kun je het gemakkelijk zeggen, maar het is een risico, want je kunt erop aangesproken worden: “O ja? Geloof je dat dan ook?” Dan wordt het vaak wel wat moeilijker. Maar goed, over dat kaf: het is dus de buitenkant, de schil om de graankorrel.

Ik heb hier een afbeelding, waarschijnlijk uit het Midden-Oosten, waar dat wannen plaatsvindt. Over dat kaf en de wind vinden we in de Bijbel trouwens heel vaak vermeldingen. In Psalm 1 vers 4 staat een heel bekende tekst. Ik zou hem zelfs kunnen zingen, maar dat zal ik u besparen: “Niet alzo de goddelozen: die toch zijn als kaf dat de wind verstrooit.” Ik heb een korte bloemlezing willen geven van dergelijke vermeldingen, want het is mij opgevallen hoe vaak kaf in de concordantie wordt gebruikt in verband met de wind. Dat is vele malen.

Naast Psalm 1 zien we in Jesaja 13 vers 24: “Ja, Ik zal hen verstrooien als kaf, wegstuivend in de woestijnwind.” En in Daniël 2 vers 35 staat: “Zij werden gelijk kaf op een dorsvloer in de zomer en de wind voerde ze mee.” Hosea 13 vers 3 zegt: “Daarom zullen zij worden als een morgenwolk, als dauw die in de vroegte vergaat, en als kaf dat van de dorstvloer wegstuift.”

Waarom ging dat nu zo? Je zou de vraag kunnen stellen: “Als je dat omhoog gooit, waait die korrel dan niet mee?” Nee, dat is juist het punt. Die korrel heeft zodanig gewicht dat hij weer naar beneden valt. Het moet natuurlijk niet al te hard waaien, maar dat is het idee: de korrel valt weer naar beneden omdat hij gewicht en volume heeft. Het is het lichte kaf, dat eigenlijk niets voorstelt — gewoon de buitenkant, de schil — dat wegwaait. Dat is wat wannen is.

Dat proces vond plaats op die dorstvloer en dat is wat Boaz daar zou gaan doen. Opvallend is dat dit niet door de arbeiders gedaan werd; de eigenaar deed dit zelf. Hij liet het niet doen, hij deed het zelf. En wat ik u nu eigenlijk wil zeggen — want ik wil u niet alleen wat feitjes doorgeven over hoe dat in de oudheid ging — is waar dit feitelijk van spreekt. Want…

Wannen als Beeld van Heiliging Door Zijn Woord ↑ hoofdstukken

Wannen is een beeld van het werk dat Christus tegenwoordig doet. Ik vind het heel frappant: het is hier in de nacht en het is aan de vooravond van Israëls verlossing. Als je vraagt waar Christus vandaag mee bezig is in deze tussentijd, aan de vooravond van Israëls verlossing, dan is mijn antwoord vanuit het boek Ruth: Hij is bezig te wannen.

Moet je maar eens opletten, want wat is het eigenlijk? Wat Hij doet is: Hij gooit ons omhoog nadat we geoogst zijn als eerstelingen. We zijn een volk van eerstelingen. Nadat we geoogst zijn, worden we op één hoop gegooid. We horen bij elkaar, dat is ook nog een punt. Maar waar het om gaat is dat Hij ons omhoog gooit; Hij richt ons omhoog, want dat is wat wannen simpelweg is. We lezen verschillende keren in de Bijbel: “De wan is in Zijn hand.” Een wan is een soort stok of een hooivorkachtig ding waarmee het graan omhoog werd gegooid. Dat is wat er voortdurend gebeurde, en dat is precies wat de Heer Jezus vandaag aan ons doet. Hij schudt ons wel eens een keertje flink, waardoor we genoodzaakt zijn om ons omhoog te richten. Dat is waar Hij mee bezig is: Hij richt ons door Zijn Woord omhoog.

Hij gooit ons voortdurend omhoog en richt ons naar de dingen die boven zijn, waar Hij Zelf is. Hij richt ons op de waarheden die te maken hebben met Hem, die daar gezeten is boven alle overheid en macht. Hij richt ons omhoog en vervolgens waait het kaf — de buitenkant, het vlees, alles wat niet deugt en weg kan — vanzelf weg. Ik wil daar toch even iets over vertellen, want een heleboel mensen maken zich over dat kaf heel erg druk. Veel prediking is daarop gericht. Je zou de kerken en gemeentes eens langs moeten gaan. Ik bedoel dat helemaal niet veroordelend, ik wil alleen iets vaststellen: heel veel prediking, en religie in het algemeen, is bezig met de vraag hoe we het kaf in ons leven kunnen verwijderen. Men leert dat we daar ons best voor moeten doen, dat we het moeten proberen, en als het niet lukt, dat we het nog een keertje moeten proberen op een andere manier. Men is maar bezig met dat kaf.

Het wordt mij trouwens ook wel eens verweten: “Jij hebt het zo weinig over het wegdoen van de zonde in je leven en je spreekt daar zo weinig concreet over.” Weet u, ik geloof in een heel andere methode. Ik geloof in Zijn methode, in wat Híj doet. Heiliging en redding zijn niet ons werk, dat is Zijn werk. Niet voor 50%, ook niet voor 99%, maar voor de volle 100%. Een heleboel mensen zijn nog wel bereid dat voor de redding te geloven — uiteindelijk niet echt, maar ze zeggen van wel. Maar bij heiliging zeggen ze: “Ja, maar als we dan gered zijn, dan moeten we vervolgens toch weer aan het werk.” Dat staat zo haaks op de Bijbelse boodschap. De hele Bijbelse boodschap gaat er puur om dat God alles voor Zijn eigen rekening neemt, zodat ook alle eer aan Hem is. Hij is het die ons heiligt.

Hoe heiligt Hij ons? Hoe wijdt Hij ons toe en brengt Hij ons tot Hem? Dat doet Hij door Zijn Woord. Dat geldt zelfs voor het gemeenteleven. Afgelopen woensdagavond hadden we een Bijbelstudie in huis — sommige aanwezigen zijn hier nu ook — en toen hadden we het over 1 Korinthe 5, over de tucht in de gemeente. Hoe werkt dat nou? Dat wordt vaak zo gelezen alsof wij ons bezig moeten houden met mensen die niet deugen, wie dat dan ook zijn, en die wij dan zouden moeten uitsluiten. Maar het werkt heel anders. God is het Zelf die door Zijn Woord ons leven en Zijn gemeente reinigt. Naarmate dat Woord een plaats krijgt in ons leven, richt Hij ons op naar Hem. Dat blijft per definitie zo, want je kunt dan opzien naar wat Hij doet, in plaats van naar wat wij doen.

En hoe zit het dan met dat kaf? Nou, ik zou zeggen: laat maar waaien! Dat is de enige oplossing die ik daarvoor heb en het is de goddelijke oplossing. Het is namelijk precies wat Hij doet: Hij werpt ons omhoog, Hij richt ons op Hem en het kaf in het leven waait als vanzelf weg. Dat is de werking van Zijn Geest. Zoals u weet, zijn wind en geest in de Bijbel exact hetzelfde. In het Hebreeuws en het Grieks is het hetzelfde woord: ruach of pneuma betekent zowel geest als wind. Als u dat niet wilt geloven, moet u dat nog maar eens in Johannes 3 nalezen, waar de Heere Jezus over de Geest spreekt aan de hand van de wind. De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je ziet hem niet. Dat is precies de werking van de Geest in ons leven: Hij waait dat kaf weg.

Daarom is het evangelie ook werkelijk een evangelie. Het is de blijde boodschap dat Hij alles, maar dan ook werkelijk alles, voor Zijn rekening neemt. Daar wijst het Woord ons op. Het Woord richt ons omhoog; je wordt goed gericht en de wind — Zijn Geest — doet de rest. Dat is Zijn tegenwoordige werk aan de vooravond van Israëls verlossing. Het is vandaag nog steeds nacht, maar de dag gaat aanbreken. Zodra het dag is, treedt de uiteindelijke verlossing in werking. Maar ook dat is wat de waarde Boaz helemaal voor Zijn rekening neemt.

Dorstvloeren in de Bijbel en Hun Profetische Betekenis ↑ hoofdstukken

Dan wil ik nog wat vertellen over dorsvloeren in de Bijbel, want je komt ze nogal eens tegen. Ik ben absoluut niet compleet, maar ik wil een paar bekende dorsvloeren noemen. Nou ja, bekend… ik weet zeker dat er hier heel wat zijn die niet alle dorsvloeren kennen die ik nu noem. Maar deze wel; deze zullen de meesten wel kennen: de dorsvloer van Gideon. U kent toch dat verhaal, dat hij Gods wil wilde weten over hoe Israël verlost zou moeten worden? Ja, dat was het onderwerp. En dan lees je dat hij een schaapsvel op de dorsvloer neerlegde. Dat doet hij twee keer. Eerst is dat schaapsvel bevochtigd en het land niet. Later is ook het land bevochtigd; dat wil zeggen dat het onder de dauw terechtgekomen is.

Dauw is trouwens een beeld van leven, want het is juist de dauw die de grond vruchtbaar maakt. Eerst is dat schaapsvel dus bedauwd en later ook het land. Waar doet u dat aan denken? Waar denkt u bij een schaapsvel aan? Als u een schaapsvel ziet, dan weet ik één ding zeker: er is een schaap gestorven. Dat kan niet anders. Ik dacht eventjes: begrijpt u dat maar. Dan is er sprake van een geslacht lam, of laat ik het zo zeggen: een geslacht schaap. En uiteraard spreekt dat van Hem, van het Lam dat geslacht is.

Maar wie is als eerste bedauwd? Wie ontving als eerste het leven? Wel, dat is inderdaad het Lam dat geslacht is. Maar Hij is een Eersteling; later zal ook het land volgen. Dat mag u van mij opvatten als Israël, maar u mag het van mij nog breder opvatten: de hele aarde. Het Hebreeuwse woord voor land, ‘erets’, betekent land, maar het betekent ook gewoon aarde. Dus het maakt me even niks uit hoe u het opvat, maar eerst is het Lam dat geslacht is degene die het leven ontvangt, en vervolgens de rest. Hij is de Eersteling, dan volgt de rest. Ja, dat is die dorsvloer van Gideon.

Dan heb je nog de dorsvloer van Nakon. Die is niet zo bekend, maar ik wil daar graag bij een latere gelegenheid over spreken, want we gaan gewoon voort, zo de Heere wil natuurlijk, met deze bijbelstudiebijeenkomsten op de laatste zondag van de maand. Maar daar wil ik graag nog eens een keertje over spreken, want het is een schitterende geschiedenis. De dorsvloer van Nakon. Dan lees je dat David de ark weer terugbrengt. Nou ja, niet terugbrengt, hij brengt de ark naar Sion. Daar hoort de ark ook; dat is zijn definitieve rustplaats. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot, want die weg wordt onderbroken. Zo wordt die plaats dan trouwens ook genoemd: Perez. Een onderbreking.

Maar dan dreigt die ark te vallen. Kent u de geschiedenis? Er worden runderen voor de wagen gespannen en die ark wordt op een wagen geplaatst. Op een gegeven ogenblik struikelen die runderen en dan dreigt die ark te vallen. Dan is het Uzza die uit voorzorg, dacht hij, zijn hand uitstrekt om die ark te redden. Nou, dat had hij niet moeten doen; in ieder geval kostte het hem ter plekke zijn leven. Hoe dan ook, dat was allemaal bij de dorsvloer van Nakon. En ik zal u vertellen — ik verklap nog niet precies waar dat allemaal over gaat — maar het heeft in elk geval ook te maken met het werk van God dat onderbroken is. Over die struikeling, ook van Israël, et cetera.

Er was ook een dorsvloer waar ik verder niet op in wil gaan, maar ik wil nog wel iets anders zeggen. Dit is een hele belangrijke, deze moet u echt onthouden: de dorsvloer van Arauna. Dat is misschien de allerbekendste, of in elk geval zou het de bekendste moeten zijn, want het is namelijk heel elementair. De dorsvloer van Arauna was de dorsvloer die ooit gekocht is door David en waar later de tempel kwam te staan. Trouwens, het plaatje dat u ziet… Nou ja, dat ziet u allemaal, het zit helemaal onderaan de dia. Volgende keer moeten we het scherm iets hoger opstellen. Maar in ieder geval, dat is een dorsvloer in het Midden-Oosten zoals die ook in de oudheid werd gebouwd.

Goed, die dorsvloer van Arauna. Je leest in 2 Kronieken 3 het volgende: “Toen begon Salomo met de bouw van de tempel.” Salomo was, even tussen haakjes, de achterachterkleinzoon van Boaz. En een achter-achter-achter-achter-achterkleinzoon, en nog wat verder, was inderdaad de Heere Jezus Christus. En als u dat niet geloven wilt: het staat allemaal keurig vermeld in Matteüs 1. Daar vinden we al die namen.

Terug naar 2 Kronieken 3 vers 1: “Toen begon Salomo met de bouw van de tempel van de HEERE te Jeruzalem op de berg Moria.” Dat is dezelfde plaats waar ooit Abraham zijn zoon geofferd had op die derde dag, weet u wel? Genesis 22. Ja, daar werd dus de tempel gebouwd, maar let even op wat er nog meer staat: “Toen begon Salomo met de bouw van de tempel te Jeruzalem op de berg Moria… waar de HEERE aan zijn vader David verschenen was, op de plaats die David daarvoor had bestemd, op de dorsvloer van de Jebusiet Ornan” — of Arauna wordt hij ook genoemd. Dus de tempel wordt geplaatst en gebouwd op een dorsvloer. En dat is van groot belang, dat zullen we vanzelf nog wel zien.

Eerst nog een andere tekst. Daar lezen we dat Johannes de Doper in het Evangelie ook een uitspraak doet over een dorsvloer. Hij verwijst naar Hem, naar zijn neef die een half jaar jonger was. “Hij die na mij komt,” zei Johannes de Doper, “Hij die na mij komt is sterker dan ik. Die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. De wan is in Zijn hand.” Daar heb je het: de wan om te wannen, om het kaf van het koren te scheiden. Het is eigenlijk gewoon schiften. Ja, ik kan nog wat anders zeggen: als je gewand bent, ben je dus eigenlijk geschift. Bent u al geschift? Zo zie je maar weer dat een scheldwoord uiteindelijk een compliment kan zijn.

“De wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren.” Dat gaat over wat Hij in de toekomst gaat doen. Als Hij zal komen en met de Heilige Geest en vuur zal optreden, dan gaat het over de dag van de toekomst waarin de Heere orde op zaken zal stellen in deze wereld. “De wan is in Zijn hand, Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren en Zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.” Ja, dat heeft te maken met wat er in de toekomst gaat gebeuren op de dorsvloer.

De Dorstvloer als Type van de Berg Sion (micha 4) ↑ hoofdstukken

En dan zal ik u vertellen wat de dorstvloer is. De dorstvloer staat gewoon voor de tempel. Meer algemeen staat het voor de stad Jeruzalem, voor Sion, laat ik het zo zeggen. En ik zal het u laten zien in Micha 4. Ik zie dat het voor het eerst niet helemaal goed vermeld staat op het scherm; daar moeten we even wat aan doen, een technisch probleempje. Maar ik zal het u nu goed voorlezen. U moet het in uw eigen bijbeltje maar even checken. Daar staat in Micha 4 vers 10: “Daar zult gij bevrijd worden; daar zal de HEERE u verlossen uit de macht van uw vijanden.” Het woordje ‘goel’ wordt hier genoemd.

Hier is een profetie, een voorzegging die God geeft aan Zijn volk Israël en die gaat over Sion. God zegt daar dat de HEERE hen daar zal verlossen. Dat wil zeggen dat Hij als Goel, als de Vrijkoper, de Losser, zal optreden uit de macht van hun vijanden. In vers 11 staat: “Wel zijn nu vele volkeren tegen u vergaderd, die zeggen: Zij worde ontwijd, en mogen onze ogen zich aan Sion verlustigen!” Dit gaat over de toekomst. In de Bijbel lezen we dat straks alle volkeren tegen Jeruzalem ten strijde zullen trekken. Ze zullen Jeruzalem onder de voet willen lopen en vertreden. Dat zal ook gebeuren, ware het niet dat de Losser dan zal optreden. Als de nood het hoogst is, zal Hij verschijnen.

Dat blijkt ook wel, want in vers 12 staat vervolgens: “Maar zij kennen de gedachten des HEEREN niet en zij verstaan Zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorstvloer.” Dat is bijzonder. Die volkeren trekken ten strijde tegen Sion. Dat is op zichzelf afschuwelijk, een complete wereldoorlog. De volkeren zullen zich in Jeruzalem verzamelen om het onder de voet te lopen en ze denken zelf dat dit volledig hun eigen initiatief is. Maar wat er in werkelijkheid plaatsvindt, is dat de HEERE hen verzamelt als schoven op de dorstvloer, daar in Sion. Daar bij die berg van Arouna, de dorstvloer van Arouna, daar zal Hij hen verzamelen. En dan gaat Hij hen dorsen: het kaf van het koren scheiden. Inderdaad, daar vindt een schifting plaats.

Dan staat er: “Sta op en dors, gij dochter Sions!” Want Sion wordt daar ook zelf in betrokken. “Want Ik zal uw hoorn van ijzer maken en uw hoeven van koper, en gij zult vele volkeren verbrijzelen.” Dan zullen de rollen compleet worden omgekeerd, zodra de Losser zal gaan optreden en zich zal inzetten voor de zaak van de dochter Sions. Of zal ik het anders zeggen: voor Ruth. Dat is natuurlijk waar het boek Ruth ook van spreekt.

Eigenlijk zou ik even door moeten lezen in Micha, want dit zijn de laatste verzen van Micha 4. Er wordt gesproken over verlossen, over de Goel, over het verzamelen van de volkeren op de dorstvloer en over de dochter Sions. Pal daarop, aan het begin van Micha 5, staat: “En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël, wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.” De vertalingen zeggen ‘der eeuwigheid’, maar het is gewoon ‘de eeuw’. Ziet u de link? Het gaat over de Goel, het gaat over de dorstvloer, het gaat over de dochter Sions en vervolgens wordt er verwezen naar Hem die geboren zou worden in de velden van Efrata.

Dit is een voorzegging. Honderden jaren tevoren is dit door de profeet Micha, of bij monde van de profeet Micha — maar het is door de HEERE Zelf gesproken — voorzegd hoe dat zou gaan. De Messias zou komen, de Gezalfde. En waar zou Hij ter wereld komen? Wel, in de velden van Efrata. Precies de locatie was voorzegd. En zelfs de wijze waarop, dat vinden we in andere profetieën. Zelfs het tijdstip was al voorzegd. Alles is nauwkeurig door God vastgesteld in Zijn programma. Het staat zwart op wit in de Schriften en de Heere Jezus voldeed, toen Hij kwam, helemaal aan de profielschets die van Hem gegeven was. Het stond allemaal geschreven en Hij was het.

Hij is dus de ware Goel. Vandaag is het begin van de gersteoogst inmiddels geweest. Hij is opgestaan uit de doden en het is momenteel nacht. Nog steeds is Hij niet opgetreden als de Goel; dat gaat nog komen. Maar vandaag is het inderdaad nacht. Ten opzichte van deze wereld is Hij in rust, Hij slaapt. Maar ten opzichte van ons ‘want’ Hij ons: Hij gooit ons op naar boven. Goed, dat is die dorstvloer.

Ruth aan de Voeten van de Losser in de Nacht ↑ hoofdstukken

Dan ga ik even verder in de geschiedenis, want we hebben nog wat te gaan. Het is trouwens niet zo dat ik een vers-voor-versbehandeling doe. Dat kan uiteraard niet, maar ik wil wel wat highlights in het hoofdstuk aanstippen.

Er staat in vers 8: “Het gebeurde nu te middernacht, dat de man wakker schrok en om zich heen greep en zie, daar lag een vrouw aan zijn voeteneind.” Ja, dan schrik je natuurlijk. Een vrouw bovendien; ze had zich gebaad, ze was gezalfd, op haar paasbest – ja, ze lag daar zo aan zijn voet. Keurig natuurlijk allemaal, zo hoort het. Je zou daar een hele mooie moralistische prediking aan vast kunnen knopen, maar dat doe ik dus niet.

Hij vroeg: “Wie zijt gij?” Het was donker natuurlijk, en ze antwoordde: “Ik ben Ruth, uw dienstmaagd. Spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.” Spreid uw vleugel over mij uit – dat kun je op verschillende manieren opvatten, maar het betekent: ontferm u over mij. Een vleugel is er ook ter bescherming. “Gij zijt de losser.”

Wel, een paar verzen later is het Boaz die antwoordt: “Nu dan, mijn dochter, wees niet bevreesd. Alles wat gij zegt, dat zal ik voor u doen.” Eigenlijk had ze helemaal niet zoveel gezegd; ze had alleen maar gezegd: “U bent de losser. Als er iemand is die de lossing moet volbrengen, dan bent u het.” Boaz zegt daarop: “Alles wat gij zegt, dat zal ik voor u doen.”

“Nu dan, weliswaar ben ik losser, maar er is iemand…” Je hebt een ‘los’, een ‘losser’ en een ‘lost’ – maar zo is het niet hoor. Ik ken iemand die dat zo opvatte: weliswaar ben ik losser, maar er is nóg een losser. De overtreffende trap van ‘losser’ is niet ‘lost’, maar een losse deur, zeg maar. Nee, er is nog een losser nader dan ik. Kijk, Boaz was een naast familielid, maar niet het meest naaste familielid. Hoe het precies gezeten heeft, weet ik niet. Het zou kunnen zijn dat Boaz een neef was van Elimelech – ik noem maar wat – maar dat Elimelech ook nog een broer had, een jongere broer bijvoorbeeld, die ook als losser zou kunnen optreden als nog nadere bloedverwand. Dus dat moest eerst geregeld worden.

Waar dat een beeld van is… De volgende keer kom ik daar wat uitgebreider over te spreken, maar ik moet het toch even aanstippen. We hadden in hoofdstuk 2 ook al een korte verwijzing daarnaar gelezen en hier vinden we het weer: eerst moest dit opgelost worden. Ja, opgelost inderdaad. Het was namelijk zo dat deze man – in hoofdstuk 4 vinden we nog iets meer over hem vermeld – zich nog eerder als losser zou presenteren, als Goël. Ik heb zelf niet zoveel moeite om dat in te vullen als je het in het profetische perspectief plaatst. Het spreekt van hem die eerst in zijn eigen naam zal komen en die zich zal voordoen en presenteren als de Goël, maar het niet zal zijn, want hij zal hen niet kunnen lossen. Dat lezen we ook echt in het volgende hoofdstuk. Dat is waar het profetisch van spreekt. Het spreekt van hem die straks in de nabije toekomst zal gaan optreden in het land Israël en zich zal voordoen als de Messias: “Ik ben het, ik ben de aangekondigde, ik ben de Goël.” Hij zal zich eerder en nader zo presenteren, maar hij zal niet in staat zijn. Integendeel, hij zal gewoon een valse verschijning zijn.

En dan vervolgens, als dat opgelost is, als hij zijn schoen heeft uitgetrokken – ik beloof u, de volgende keer kom ik daarop terug – als hij zijn schoenen zal hebben uitgetrokken, dan zal de rol worden opgenomen door de ware Verlosser. De ware man van Bethlehem, de vermogende man die in staat zal zijn dat te doen. En dan verlost hij niet alleen het land, maar dan neemt hij ook nog eens Ruth tot bruid. Eigenlijk is het ook Ruth die zich hier al zo presenteert. Ze stelt zich hier echt kandidaat: “Alsjeblieft.” Ze noemt het niet met zoveel woorden, maar dat is toch wel de gedachte die hierin meespreekt.

De Weggenomen Bedekking en de Zes Maten Gerst ↑ hoofdstukken

Dan lezen we in Ruth 3 vers 15 nog iets heel opmerkelijks. Ik vind dat altijd erg mooi, want je moet goed lezen wat daar staat. Ruth krijgt van Boaz de instructie: “Blijf nu nog hier tot de morgen.” Maar vlak voordat het licht wordt, moet ze weer naar huis gaan. Hij stuurt haar echter niet met lege handen weg, integendeel. Hij zegt tegen haar: “Geef de omslagdoek die gij draagt en houd hem op.” Ik weet niet hoe u dat leest, maar in het Nederlands is dit een beetje een vreemde zin. Zo van: doe de omslagdoek af en houd hem op. Wat moet je nu doen? U had natuurlijk allang begrepen hoe het werkelijk zit: “Geef de omslagdoek die gij draagt en houdt hem op” betekent uiteraard dat zij hem inderdaad moet afdoen en zodanig moet ophouden dat hij hem kan vullen. Zij hield hem op en hierop mat hij zes maten gerst en legde die daarin. Een overvloed aan gerst! Nog net geen zeven, want de zeven spreekt van de volmaaktheid en de rust – dat komt pas in hoofdstuk vier. Het is hier “bijna zeven”, maar hij legde er zes maten gerst in. Ik heb u al gezegd: gerst spreekt van nieuw leven.

Als je eenmaal weet dat Ruth een beeld is van de dochter Sions, dan is het niet zo moeilijk om ook die omslagdoek uit te leggen. Sterker nog, het is Paulus die in 2 Korinthe 3 ingaat op die bedekking die tot op de dag van vandaag op Israël ligt. Hij bespreekt daar het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond en zegt in vers 14: “Tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het Oude Verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt.” Ja, tot heden toe ligt er telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt – in de synagoge dus – een bedekking over hun hart. “Doch”, zo staat het in de Statenvertaling helemaal correct (de NBG-vertaling is hier niet goed), “doch wanneer het – namelijk dat Joodse volk dat nu nog een bedekking op het hart heeft – wanneer het tot de Heere bekeerd zal zijn…” Niet “zich tot de Heere zal bekeren”, zo staat het er niet, maar “tot de Heere bekeerd zal zijn”. Zo wordt de bedekking weggenomen; dan gaat de omslagdoek af.

Ik vind het toch wel heel frappant dat er ook in letterlijk opzicht een bedekking ligt bij de voorlezing van het Oude Verbond. Ik had hier een prachtig plaatje bij van een orthodoxe Joodse man met die tevelien om zijn armen en de tora op zijn voorhoofd. Hij draagt daarbij ook zo’n omslagdoek, zo’n doek. Het staat me nu even niet voor de geest hoe dat ook alweer heet, zo’n doek. Kan iemand mij daarbij helpen? Nee? Nou, het doet er nu even niet toe. In ieder geval, het zou “tevila” kunnen zijn, ik weet het niet precies en we gaan geen onjuiste informatie geven. Zelfs als je nu bij de Klaagmuur in Jeruzalem komt, dan mag je daar als man wel komen, ook als heidense man, maar je moet wel een bedekking op het hoofd doen. Dat stelt misschien niet zo heel veel voor, maar het idee is een bedekking: zo’n kippa of keppeltje. Maar die echte orthodoxe Joden zijn inderdaad bedekt. Dat is illustratief voor de bedekking die over de voorlezing van het Oude Verbond ligt.

Het Joodse volk heeft de reputatie de Schriften zo goed te kennen, en oppervlakkig gesproken is dat ook zo. Maar waar het werkelijk over gaat en over wíe het werkelijk gaat, ontgaat hen tot op de dag van vandaag. Ze lezen met het Pinksterfeest altijd het boek Ruth voor, maar dat het boek Ruth van begin tot eind spreekt van de Man van Bethlehem die tweeduizend jaar geleden kwam, en die bij het begin van de gersteoogst nieuw leven aan het licht bracht en de doden deed opstaan, dat weten ze nog steeds niet. Terwijl het hele Oude Verbond daarover gaat! En over wat Gód doet. Nog steeds denken zij dat “gij zult” betekent dat je iets móét, terwijl het een belofte is die je mag geloven. “Gij zult”: het is een voorzegging.

Kijk, als straks de Losser zal gaan optreden, als Israël straks in aanraking zal komen met Hem daar bij de dorsvloer in Jeruzalem, wanneer alle volkeren daar verzameld worden, dan zal het Joodse volk inderdaad de Losser aanroepen en dan zal Hij verschijnen. Dan zal de bedekking worden weggenomen. Dan zullen ze zien waar het Oude Verbond van de eerste bladzijde tot de laatste bladzijde werkelijk over gaat: over het nieuwe leven dat Hij geeft en over het feit dat Hij in genade alles voor Zijn eigen rekening neemt. Dan wordt de bedekking weggenomen en wat krijgen ze ervoor in de plaats? Nieuw leven, gerst, een volheid, meer dan genoeg. Het is een schitterend beeld dat je in Ruth 3 ziet: zij doet die omslagdoek af, de bedekking wordt weggenomen en er komt nieuw leven voor in de plaats. In overvloed. Schitterend!

Stil Afwachten: de Losser Brengt Alles tot een Goed Einde ↑ hoofdstukken

Ja, dan lees je tenslotte nog, dat is het laatste waar ik op wil wijzen. Dat moet ook wel, want de tijd verstrijkt natuurlijk. Dan lees je in vers 16 van Ruth 3: “Toen zij bij haar schoonmoeder gekomen was, zeide deze: Hoe is het, mijn dochter?” Eigenlijk staat er: “Wie bent gij, mijn dochter?” En zij vertelde haar alles wat de man haar gedaan had en zei: “Deze zes maten gerst heeft hij mij gegeven; want, zeide hij, gij moet niet met lege handen bij uw schoonmoeder komen.” Ze kwam dus met een gigantische hoeveelheid gerst.

Toen zeide Naomi: “Blijf stil afwachten.” Ik vond dat zo leuk, maar weet u wat er echt staat in de grondtekst? Het staat er veel korter: “Zit.” Wat je ook tegen je honden zegt: “Zit!” Dat is wat Naomi zegt. Van de week had ik het er met mijn jongens nog even over, toen ging het over dat lied: “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.” Maar op school zingen ze een andere versie. Dat is niet “Stil maar, wacht maar”, want “alles wordt nieuw”, dat doet Híj namelijk; het is een voorzegging, een belofte waar je gewoon in mag geloven. Nee, op school hadden ze het anders geleerd, namelijk: “Bid maar, werk maar, alles wordt nieuw.” Kent u die versie? Daar zit toch het idee achter van: als je nou maar bidt en als je nou maar werkt, dan wordt alles wel nieuw.

Ik hou van de versie van Naomi: “Stil maar. Zit. Rusten.” Een heleboel mensen geloven dat niet. Die geloven niet dat de Heer alles voor Zijn rekening neemt, en die willen aan het werk gezet worden. Ook in verband met de grote wereldproblematiek willen ze dan de handen uit de mouwen steken en zeggen: “Nu moeten we het gaan maken. Het heeft al zo lang geduurd, al tweeduizend jaar.” Nou, dan zou ik zeggen dat dat des te meer reden is om juist te gaan zitten, want dat betekent dat de tijd nu echt nabij is. Bovendien heb ik altijd wel medelijden met mensen die het zo benaderen, die altijd maar aan het werk gezet worden; dat is een last. Het is bovendien erg frustrerend, want het breekt je bij de handen af. Een mens kan helemaal niks. Uiteindelijk, als het er echt op toekomt, als het gaat om wereldverbetering of het verwijderen van het kaf uit je leven, dan lukt je dat allemaal niet.

Ik zeg dat je het veel beter kunt doen: omhoog kijken. Dan heb ik nog een goede tip: ga maar lekker zitten. Rusten, inderdaad, en verwacht het van Hem. Zie op naar boven en verwacht het van Hem. Ik vind het zo prachtig dat Naomi nog zegt: “Zit, mijn dochter, totdat gij verneemt hoe de zaak uitvalt; want die man zal niet rusten, voordat hij vandaag deze zaak tot een einde heeft gebracht.” Zij kende Boaz kennelijk toch wel. Zij wist: die Boaz is een figuur die doet wat hij zegt en die zal niet rusten voordat hij alles tot een goed einde heeft gebracht.

Als u het mij vraagt, vind ik dit misschien wel het allermooiste wat er van Boaz gezegd wordt. Weet u waarom? Omdat het spreekt van die andere vermogende man van Bethlehem. Hij zal niet rusten voordat Hij de zaak allemaal… en dat gaat over Gods grote plan. Hij zal niet rusten voordat Hij alles tot een goed einde heeft gebracht. En dat gaat Hij ook doen. Het gaat Hem gelukken. Daarom is Hij ook die gelukkige man uit Psalm 1: “Welzalig de man, welgelukzalig de man die niet wandelt…” “Al wat hij onderneemt,” staat er dan nog, “al wat hij onderneemt, gelukt hem.” Ja, daarom is Hij zo gelukkig. En dat is deze Boaz ook; het gaat hem gelukken. Alles waarvoor Hij ooit in deze wereld kwam, gaat Hij voltooien en tot een goed einde brengen. Zoals Jesaja 53 zegt: “tot verzadiging toe.” Hij gaat alles tot een goed einde brengen en het zal inderdaad volkomen en af zijn.

Hij kwam ooit op aarde tot redding van de wereld. Johannes 3 vers 16 is erg bekend, maar Johannes 3 vers 17 niet, gek genoeg. Daar staat: “God heeft zijn Zoon gezonden, opdat de wereld behouden zou worden door hem.” Precies. Wel, Hij zal niet rusten voordat Hij dat alles tot een goed einde zal hebben gebracht. En zo is dat. Daar spreken wij van en daar zingen we van. Ik stel voor dat we daarvan nu ook een lied zingen. André, zou jij misschien weer plaats willen nemen achter het toetsenbord? Wij hebben een machtige Heiland die nimmer de Zijne vergeet. Laat ons van Zijn goedheid niet zwijgen, opdat eenieder het weet. Want we kunnen gewoon rusten, we kunnen zitten, we kunnen het van Hem verwachten en vervolgens iedereen maar wijzen op Hem, want dat is het allerbeste wat je dan kunt doen.

🎧 Vergezichten In Het Boek Ruth (deel 3)


Powered by RedCircle

Delen: