GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Wonderen & Tekenen

08-11-2006 - Geplaatst door Andre Piet
studie gehouden op 8 november 2006 in Rijnsburg

In de tijd van Jezus en de apostelen vonden vele, onmiskenbare wonderen en tekenen plaats. Men sprak in nooit geleerde, vreemde talen. Men profeteerde. Zieken werden de handen opgelegd en ze genazen. Zelfs doden werden opgewekt. Waarom toen wel en nu niet meer? That’s the question… Wat te denken van zoveel charismatisch spectakel dat zich in onze dagen aandient? Is dit echt of namaak?
Wat is het geheim van een solide, Bijbels antwoord op deze, voor velen, prangende vragen?

📝 Samenvatting & Transcriptie: Wonderen & Tekenen (deel 1)

Samenvatting van deze toespraak

André Piet onderzoekt de hedendaagse roep om wonderen en tekenen in charismatische kringen. Aan de hand van de Schrift laat hij zien dat wonderen in de Bijbelse geschiedenis geconcentreerd waren in drie specifieke perioden (Mozes/Jozua, Elia/Elisa, en Jezus/apostelen). De wonderen van Jezus waren betekenisvolle 'tekenen' die wezen op het aanbreken van het Messiaanse Koninkrijk voor Israël.

“De wonderen die de Heer Jezus deed, waren altijd tekenend. Dat wil zeggen dat ze een betekenis hebben; ze worden niet voor niets 'tekenen' genoemd.”

De Actuele Roep Om Wonderen en Tekenen ↑ hoofdstukken

Het thema voor deze avond is wonderen en tekenen. Ik weet niet wat u met dit onderwerp heeft, maar ik kan me haast niet voorstellen dat niet iedereen hier in deze zaal wel iets met het onderwerp heeft. In elk geval zult u er vragen over hebben, of wordt u in een ander opzicht geconfronteerd met allerlei beweringen daaromtrent. Als u geen onbekende bent in ‘kerkelijk Jeruzalem’, zoals dat heet, dan weet u hoezeer dit thema hoog op de agenda staat. Het staat genoteerd bij vele christelijke organisaties, en ik moet zeggen dat dit zelfs in toenemende mate het geval is. Niet alleen in wat voorheen de evangelische wereld genoemd werd, maar ook in de kerkelijke wereld, zelfs tot in de Rooms-Katholieke Kerk aan toe, is dit een thema dat zich enorm sterk opdringt; een thema dat bovendien zwaar beladen is.

De charismatische beweging – want dat is de beweging die zich hier met name mee bezighoudt, en ik weet heel goed dat daar verschillende soorten, maten en richtingen in zijn – is de overkoepelende naam voor de beweging die vandaag de dag promoot dat er wonderen en tekenen zouden moeten zijn en dat dit nagestreefd moet worden. Op allerlei wijzen worden we daarmee geconfronteerd. Er wordt geadverteerd en er wordt reclame gemaakt. Hier ziet u een bord in het Engels, kennelijk in Amerika of Engeland – het zal wel Amerika zijn, want het staat er zo sensationeel: ‘Miracles happen every day at Winners Chapel, Living Faith Church.’ Nou, daar moet u dus wezen. Trouwens, dat miracles happen every day, dat geloof ik onmiddellijk. Dat is ook zo. Er zijn zoveel wonderen en als je je ogen niet in je zak hebt, dan zie je gewoon elke dag wonderen. Sommige dingen zijn zelfs een wonder boven wonder, laten we wel wezen. Maar hier wordt met een ‘wonder’ een speciaal soort wonder bedoeld, namelijk het bovennatuurlijke, of hoe je het ook wilt formuleren: de sensatie. Met name genezingen, profetie en het spreken in vreemde talen – tongentaal noemen zij dat.

Denk maar aan deze naam: T.B. Joshua. Een man in Lagos, in Nigeria, waar de laatste jaren heel veel om te doen is geweest, en nog steeds. Een man die tienduizenden mensen van over de hele wereld aantrekt. Er zijn mensen die vanuit Nederland vertrekken richting Lagos, naar The Synagogue, Church Of All Nations. Ik geloof dat het zo heet; ja, ik weet het haast wel zeker. De Synagoge van alle Naties, want zo heet die kerk van hem. Daar gaan ze naartoe om massale bijeenkomsten te bezoeken en genezing te ontvangen. Want hij is ’the prophet’, de profeet T.B. Joshua. Hij wordt vereerd en niet voor niets Joshua genoemd, want hij is voor hen eigenlijk gewoon Jezus. Want daar komt het op neer. Zo presenteert hij zich ook, of in ieder geval: hij maakt heel veel vergelijkingen tussen wie Jezus was en wie hij is. Hij wordt op een enorm voetstuk geplaatst.

Ik kan nog wel even doorgaan hoor. Je hebt ook de bekende Duitse Reinhard Bonnke, die overal in de wereld, maar met name in Afrika, de belangstelling trekt. Ook in Azië houdt hij geweldige massabijeenkomsten in tenten. In een tent waar geloof ik wel honderdduizend mensen in kunnen; ik meen dat hij de grootste tent ooit heeft laten maken. Die tenten zijn iedere keer weer gevuld en daarin wordt de sensatie gepredikt van wonderen en tekenen.

Wat dacht u van deze naam: Benny Hinn? Niet te verwarren met Benny Hill, want dat was een komiek. Deze ook trouwens, maar hij afficheert zich niet zo. Sorry dat ik een beetje oneerbiedig doe; dat mag ik misschien helemaal niet doen tegenover deze eerbiedwaardige mensen. Ik wil vanavond helemaal niet veroordelend zijn, begrijp me goed. Maar het neemt niet weg dat ik nou niet al te veel respect heb, en ik doe er in ieder geval niet aan mee om hen op een voetstuk te plaatsen. Laat ik dat op zijn minst mogen zeggen. Dat gebeurt overigens wel allerwege, want dit zijn enorme wonderdoeners en mensen gaan daarop af. Deze man, Benny Hinn, heeft in de Engelstalige wereld zijn dagelijkse – of in ieder geval wekelijkse – shows op de televisie. Hij haalt hoge kijkcijfers, natuurlijk doordat hij het spektakel zo op de voorgrond plaatst.

Om wat dichter bij huis te blijven: we hebben ook nog de wonderteken-bijeenkomsten in Leiderdorp, in de Levensstroom-gemeente onder leiding van Jan Zijlstra. Hij is een leerling van Johan Maasbach; uit die kerk komt hij. Ook hij trekt in Nederland bijzonder veel aandacht. Ik heb hier ook nog een afbeelding van een gemeente in Aalsmeer, die mij erg bekend voorkomt omdat ik zelf uit Aalsmeer afkomstig ben. In de jaren dat ik zelf nog jong was, in mijn tiener- en twintigerjaren, ontstond die gemeente vanuit een Hervormde Kerk. Het werd eerst gestart als koffiebar, maar later werden dat echt compleet charismatische bijeenkomsten. Inmiddels heeft deze gemeente, de LEG – de Levend Evangelie Gemeente – een nationale en, naar ik heb begrepen, zelfs internationale uitstraling.

Enzovoort, enzovoort. Ik bedoel met deze inleiding, die voor sommigen misschien wat badinerend is – wat ik me wel kan voorstellen, maar ik word straks serieuzer – aan te geven hoe actueel dit thema is. Ook al heeft u zelf geen vragen over dit onderwerp vanuit de Schrift, dan wordt u er wel mee geconfronteerd via het nieuws, de krant, de radio of televisie. Of door vrienden en bekenden die u attenderen op zulke bijeenkomsten en op dergelijke ‘wonderteken-bedieningen’.

De Bijbelse Vraagstelling Rondom Wondertekenen ↑ hoofdstukken

Dat alles roept de vraag op: wat zegt de Schrift over deze dingen? En welke betekenis hebben wondertekenen in de Bijbel? Want ik wil u vertellen dat ik het vanavond eigenlijk helemaal niet over de charismatische beweging ga hebben. Ik heb het even als opstapje gebruikt om aan te geven hoe actueel het thema is, maar voor de rest laten we het onderwerp gewoon weer terzijde.

Deze avond beoogt echt een Bijbelstudie te zijn en dan moet ik er nog even als excuus vooraf bij zeggen dat het bepaald geen uitputtende studie is en zelfs geen alomvattende studie. Dat wil zeggen: geen alomvattende studie, want het is niet zo dat ik het onderwerp van alle kanten probeer te benaderen en u een totaalbeeld daarvan wil geven. Het is in wezen een Bijbelstudie waarbij met name de aandacht gevraagd wordt voor wondertekenen en in welk perspectief ze gezien moeten worden. Dat wil zeggen: bij welke gelegenheden vinden ze zoal in de Bijbel plaats? Zit daar een structuur in? Zit daar een zodanig idee achter dat je kunt zeggen: wondertekenen hebben die en die betekenis.

Dat zijn de vragen die ik vanavond onder de aandacht wil brengen. Buitengewoon actueel en ook buitengewoon belangrijk. Om nog even één ding te noemen over wat ik zojuist al even aangaf over de charismatische beweging: er komen vragen zoals deze naar voren. Als God in de dagen van het Nieuwe Testament — in de dagen van de Evangeliën, toen de Heer Jezus hier rondwandelde, maar ook daarna in het boek Handelingen — als Hij toen die wondertekenen kon doen en ze ook massaal gebeurden (lees je Bijbeltje maar), waarom dan vandaag niet meer? Is Gods hand soms te kort geworden? Kan Hij het nu niet meer? En is het geen ongeloof wanneer we zeggen: “Ja, dat was voor toen en nu niet meer”?

Of, zoals men ook vaak graag naar voren brengt — een enorme drogreden, moet ik zeggen — men citeert dan Hebreeën 13 vers 8: “Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in alle aionen.” Ik zeg het meteen maar even goed, want zo staat het er terecht. Maar dat maakt voor mij geen verschil, of zoals u in de NBG-vertaling leest: “Jezus Christus is gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid dezelfde.” Nou, als Hij gisteren, dat wil zeggen in de dagen van het Nieuwe Testament, kon genezen en zulke geweldige wondertekenen kon verrichten, waarom vandaag dan niet, als Hij gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid dezelfde is?

Ik zei al: het is een drogreden, want het feit dat iemand dezelfde is — gisteren, heden en in de toekomst — wil nog niet zeggen dat Hij altijd hetzelfde doet en op dezelfde wijze handelt. Er is immers, lees het maar eens na in Prediker 3, voor alles een bestemde tijd. Er is een tijd van oorlog en er is een tijd van vrede; er is een tijd van zwijgen en een tijd van spreken. Er is een tijd van ziekte en er is een tijd van gezondheid, et cetera. Het feit dat Jezus Christus dezelfde is, wil nog niet zeggen dat Hij altijd hetzelfde doet en Zich op dezelfde wijze presenteert.

Hij is vandaag de Verborgene, straks niet meer. Vandaag heerst Hij in genade, straks zal Hij heersen met een ijzeren scepter vanuit Jeruzalem. Dat is heel anders. Is Hij dan niet dezelfde? Jawel, maar Hij handelt nog niet altijd hetzelfde. Kijk, dat zijn twee totaal verschillende dingen en laat u wat dat betreft niet op het verkeerde been zetten, want dat kan wel eens heel fataal uitpakken.

Drie Unieke Perioden van Wonderen in de Bijbel ↑ hoofdstukken

Laat ik eerst eens beginnen met een vaststelling, een opmerkelijke vaststelling in verband met het onderwerp dat ik vanavond behandel. Er zijn in de Schrift drie perioden aanwijsbaar waarin er bijzonder veel wondertekenen plaatsvinden. Dat wil zeggen: waarin vooral wondertekenen plaatsvinden door de handen van mensen. Voordat ik die perioden noem, wil ik eerst uw aandacht vragen voor het gegeven dat in verreweg de meeste Bijbelse tijden wondertekenen helemaal niet plaatsvonden.

Wanneer ik spreek over wondertekenen, dan bedoel ik vanavond meestal specifiek de wondertekenen door de handen van personen. Zo niet, dan meld ik dat er expliciet bij. Van Abraham lezen we natuurlijk dat hij op een wonderbaarlijke manier nageslacht heeft voortgebracht op zijn honderdjarige leeftijd – we hebben daar in de vorige Bijbelstudie nog aandacht aan besteed. Dat was inderdaad een wonder, maar het was niet een wonder dat Abraham zelf verrichtte of dat door zijn hand geschiedde. Bovendien werd het in de omliggende wereld waarschijnlijk niet eens zo opgemerkt, omdat in die dagen de vruchtbaarheidsleeftijden heel anders lagen; lees dat maar na in het boek Genesis. Dus ondanks het feit dat het een wonder was, was het geen wonderteken zoals Mozes dat verrichtte, die een staf op de grond wierp die een levende slang werd, en wanneer hij hem weer oppakte, was het weer een staf. Dat zijn wondertekenen van een heel andere orde.

In verreweg de meeste Bijbelse tijden vonden er geen wondertekenen plaats; dat moet u goed tot u laten doordringen. Niet bij Noach, niet door de hand van Abraham, Izaäk, Jakob of Jozef. Ook niet in de tijd van David en van Salomo. Evenmin in de tijden van Ezechiël, van Jeremia of van Zacharia. Ga het maar na: in al die tijden van deze grote godsmannen lees je niet dat zij wondertekenen verrichtten. Helemaal niet. Zelfs niet bij Johannes de Doper, wat een heel opmerkelijke zaak is. Dat lezen we zelfs expliciet over deze man in Johannes 10 vers 41. Een van de laatste verzen van dat hoofdstuk vermeldt dat velen tot de Heer Jezus kwamen en zeiden: “Johannes deed wel geen enkel teken, maar al wat Johannes van Deze zeide, was waar.” Het gaat me nu even niet om het verband, maar om de mededeling die zij doen: dat Johannes geen enkel teken deed. Dit in tegenstelling tot de Heer Jezus, die vele wondertekenen, krachten en wonderen verrichtte.

Als je een tijdbalk van de Bijbelse lijn zou neerzetten, dan zou je moeten vaststellen dat er slechts in een paar periodes mannen optreden die van Godswege wonderen en tekenen verrichten. In de tijd van het Oude Testament zijn er twee periodes aanwijsbaar, en buiten die periodes niet. Dat is toch heel eigenaardig? Daar wil ik om te beginnen uw aandacht voor vragen. Laat dit goed tot u doordringen; we komen daar straks via een andere route op terug.

Die drie bijzondere tijden van wondertekenen zijn als volgt. Allereerst de tijd van Mozes en zijn opvolger Jozua. In die tijd lezen we van vele wondertekenen. Denk aan de verrichtingen die Mozes deed aan het hof van de Farao en in het land Egypte; die zijn natuurlijk alom bekend. Maar ook daarna in de woestijn heeft Mozes vele wonderen verricht. Ook zijn opvolger Jozua heeft wondertekenen verricht. Het eerste dat me te binnen schiet is de omsingeling van Jericho. Hoewel het een wonderteken van een iets andere categorie is, noem ik het toch: het dertien keer om de stad heen lopen, waarna de muren vielen. Ja, u hebt zich misschien nooit gerealiseerd dat ze er dertien keer omheen gelopen hebben? Ik zie aan uw gezichten: dertien keer? Jazeker, zes dagen lang moesten ze er in totaal zes keer omheen lopen, elke dag één keer, en op die zevende dag liepen ze zeven keer. Tel het dan maar op.

Een andere periode waarin die wondertekenen heel duidelijk op de voorgrond treden, is in de tijd van Elia en van zijn opvolger Elisa. Ook zij verrichtten er vele, waarbij het zo is dat Elisa zelfs het dubbele aantal wondertekenen verrichtte in vergelijking met zijn voorganger. Waar Elia bijvoorbeeld één iemand uit de doden opwekte, wekte Elisa er twee uit de doden op. Waarbij die tweede overigens weer een verhaal apart was, maar dat doet nu niet ter zake. Ik wijs er alvast op en straks wordt u wellicht ook duidelijk waarom dat zo was. Laten we hopen dat ik het straks niet vergeet te zeggen.

De Typologische Parallel Tussen Mozes en Elia ↑ hoofdstukken

Voordat we die derde periode ingaan, wil ik eerst nog eens wijzen op de parallel tussen deze drie tijden. Ik wil daar toch nog een paar opmerkingen over maken. Mozes en Elia staan voor de wet en de profeten. Mozes is uiteraard de representant van de wet, de vijf boeken van Mozes. Elia is de vertegenwoordiger bij uitstek van de profeten. Zo heb je eigenlijk het hele Oude Testament gerepresenteerd in deze twee markante figuren die op de voorgrond treden. Het Oude Testament wordt immers ‘de Wet en de Profeten’ genoemd. En wie zijn de vertegenwoordigers daarvan? Dat zijn Mozes en Elia. Zoals Jozua de opvolger is van Mozes, zo is Elisa de opvolger van Elia.

Elisa kreeg ooit de mantel van Elia en een dubbel deel van diens geest. Dat is een eigenaardige wijze waarop dat geformuleerd wordt, maar u kunt dat in de tekst van 2 Koningen 2 nalezen. Hij kreeg de mantel van Elia, wat wil zeggen dat hij de rol van Elia overnam. Maar hij kreeg wel een dubbel deel van diens geest, en dat werpt natuurlijk ook weer licht op het feit dat hij juist ook een dubbel aantal wondertekenen verrichtte in vergelijking met zijn voorganger Elia.

Dan nog iets eigenaardigs over Mozes, waar ik even een vette streep onder wil zetten: de loopbaan van Mozes eindigde bij de Jordaan, evenals die van Elia. Nog een parallel: beiden werden daarna niet meer gevonden, hoewel er driftig naar hen gezocht is. Mozes is gestorven op de berg Nebo in het Overjordaanse; hij heeft nog mogen schouwen over het beloofde land, maar hij heeft het, zoals bekend, zelf niet meer mogen binnentrekken. Daar bij de Jordaan heeft hij zijn einde gevonden. Ook van Elia lezen we dat hij bij de Jordaan inderdaad ten hemel voer.

Bij die gelegenheid begon vervolgens ook de loopbaan van hun beider opvolgers, respectievelijk Jozua en Elisa. Zij begonnen daar logischerwijs hun carrière. De loopbaan van Mozes eindigde bij de Jordaan en die van Jozua begon bij de Jordaan. De loopbaan van Elia eindigde bij de Jordaan en die van Elisa begon daar. Waarom wijs ik hier nu op? Is dit een interessant uitstapje? In zekere zin is dit inderdaad een uitstapje, want het heeft niet direct veel met het onderwerp te maken. Maar ik wil wijzen op de eigenaardigheid van die drie periodes van wondertekenen en op de overeenkomst daarin.

Om het compleet te maken: de tijd van Mozes en Jozua en de tijd van Elia en Elisa verwijzen profetisch naar de Koning en het Koninkrijk. Op alle mogelijke manieren, moet ik zeggen. Ze verwijzen naar de tijd van de evangeliën en wat daarop volgde: de periode van Handelingen. Zoals u weet, gaat het boek Handelingen eigenlijk ook over wat de Heer Jezus gedaan heeft. Lees het maar na in Handelingen hoofdstuk 1. Daar schrijft Lucas: ‘Mijn eerste boek, Theofilus, heb ik geschreven over wat Jezus begonnen is te doen.’ Met andere woorden: het boek Handelingen gaat over wat Hij vervolgens heeft gedaan door de handen van de apostelen. De evangeliën beschrijven de Heer Jezus in Zijn rondwandelingen op aarde, en het boek Handelingen beschrijft wat de Heer Jezus vervolgens heeft gedaan door de handen van Zijn apostelen nadat Hij inmiddels vertrokken en verdwenen was.

Wat daartussen zit, is dood en opstanding. U begrijpt dat dood en opstanding juist ook gedemonstreerd, geïllustreerd en getekend worden door de Jordaan. De Jordaan is bij uitstek een beeld van de dood, en de doortocht door de Jordaan is daarmee een beeld van het gaan door de doodsjordaan; een beeld van sterven en opstanding. Ik geef toe, je moet er even goed bij blijven om de linken op te pakken, maar ik hoop dat het duidelijk is dat bij Mozes en Jozua en bij Elia en Elisa de rivier de Jordaan een centrale rol speelt. Letterlijk staat de rivier tussen hen beiden in: tussen Mozes en Jozua, en tussen Elia en Elisa. Maar ook in beeld staat het tussen de Heer Jezus en dat wat daarop volgde in het boek Handelingen: dood en opstanding. Dat is waar de Jordaan een uitbeelding van is.

Het heeft misschien niet direct te maken met de vraag naar de wonderen en tekenen zelf, maar het laat wel de structuur zien van die verschillende perioden. Ik hoop tenminste dat het u duidelijk is. En als het niet duidelijk is: laat dit dan even rusten. Het was het moeilijkste gedeelte van de avond, dus wees getroost. We gaan nu wat concreter worden.

De Aangekondigde Messias in Jesaja 61 ↑ hoofdstukken

Van de Messias lezen we natuurlijk in het Nieuwe Testament dat hij geweldige wonderen en tekenen verrichtte. Het waren zijn geloofsbrieven; ze bewezen dat hij de Messias was. Maar hoezo bewezen ze dat hij de Messias was? Wel, de Messias, de Gezalfde, was aangekondigd. Al vele duizenden jaren lang was in de Schriften de komst van de Messias aangekondigd, geprofeteerd en voorzegd op alle mogelijke manieren. Er werd aangegeven waar hij geboren zou worden, hoe dat zou gaan en uit welke telg hij zou voortkomen. Alles is met precisie voorzegd, en zelfs het tijdstip van zijn komst was aangekondigd. Maar van hem wordt tevens gezegd dat hij zich inderdaad zou bewijzen en zich manifest zou maken door geweldige wondertekenen van Godswege te verrichten.

Ik zal er één noemen. In het boek Jesaja vind je er meer, bijvoorbeeld in Jesaja 49, maar ik noem nu expliciet die uit Jesaja 61. Ik noem deze omdat hij later in het Nieuwe Testament ook weer wordt aangehaald. In Jesaja 61 vers 1 staat: “De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft.” Eventjes pauze. “Mij gezalfd heeft”, dat betekent in het Hebreeuws gewoon dat Hij mij tot Mashiach heeft gemaakt. Als ik het in het Grieks zeg, dan zeg ik dat Hij mij tot Christus heeft gemaakt. Want zowel het woord Messias als het woord Christus betekent ‘Gezalfde’. Het ene is afgeleid uit het Hebreeuws en het andere uit het Grieks. Het gaat hier dus over de Gezalfde, over de Messias.

Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap, een goede tijding — of zoals ik zelf graag zeg: een goed bericht — te brengen. Punt, dat zeg ik er altijd maar bij. Een blijde boodschap om te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden de gebrokenen van hart. Om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen de opening van de gevangenis. Om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag van de wraak van onze God, om alle treurenden te troosten.

Let er even op hoe dat zich hier verhoudt. Ik heb er bij de Bijbelstudies wel eens vaker op gewezen, maar ik kan niet nalaten om het nog een keertje te doen. Er staat: “een jaar van het welbehagen des Heren” en “een dag van wraak”. Wraak en toorn duren in verhouding met Gods welbehagen en met het bewijs van zijn liefde altijd maar kort. In dit geval is het een verhouding van 1 op 365. Prachtig, dat zou me zomaar nog ontgaan. Om alle treurenden te troosten.

Waarom trouwens? Want wij denken bij wraak vaak aan dingen waar je niet aan zou moeten denken als je bijbels en Hebreeuws denkt. Het woord wraak is namelijk niets anders dan rechtsherstel. Daar waar onrecht gepleegd is, daar wordt het recht hersteld. Dat is wat wraak is. En daarin worden de treurenden ook getroost; het recht zal weer zegevieren en dat wat krom is, zal weer recht gemaakt worden. Dat is inderdaad troost.

Als je dan nog even verder leest in Jesaja 61, dan weet je ook meteen waarover het gaat. Het gaat hier over het volk van Israël, want daar gaat het in de eerste instantie altijd over, zeker in de Hebreeuwse Bijbel. “Zij zullen de oude puinhopen weer gaan herbouwen en het verwoeste uit vroege tijd doen herrijzen.” Lees het maar na verderop in Jesaja 61. Dan zie je dat het gaat over het Messiaanse Rijk, waarbij het verwoeste land van Israël, dat tot een puinhoop zal zijn geworden, zal worden hersteld en herbouwd. Het zal weer een lustoord worden, gelijk de hof van Eden, staat er elders in de Bijbel. De steden zullen herbouwd worden, Jeruzalem zal een vesting van vrede worden en vanuit Jeruzalem zal het woord des Heren uitgaan. Dat laatste staat niet in Jesaja 61, maar in Jesaja 2 en Jesaja 11. Het woord des Heren zal uitgaan uit Jeruzalem en de Messias zal daar zijn zetel hebben, in die stad. Moet je nagaan: er is geen stad die al zo vaak verwoest is als de stad Jeruzalem en waar zoveel oorlog om is geweest. Maar de stad zal één keer haar naam eer aandoen. Het zal namelijk een vesting van vrede worden, want dat is wat Jeruzalem ook betekent: stad van vrede. Of zoals anderen zeggen: Yireh Shalom, er zal voorzien worden in vrede.

Het gaat hier dus over de Messias die deze dingen zou gaan doen. Dat dit ook inderdaad wondertekenen insluit, wordt bewezen als we lezen hoe dat vervuld is. En dat is geen uitleg van André Piet, maar dat is de uitleg van de Heer Jezus zelf, ooit gedaan in de synagoge van Nazareth. Het was een hele korte uitleg, moet ik erbij zeggen, lees het maar eens na in Lucas 4. De Heer Jezus is daar, inmiddels een man van dertig, in zijn vaderstad Nazareth. Daar komt hij in de synagoge op de sabbat. Dan lees je dat hij opstaat en hem het boek van de profeet Jesaja ter hand werd gesteld. Toen hij het boek geopend had, vond hij de plaats waar geschreven is wat we nu kennen als Jesaja 61. Het was een rol, en dit gedeelte zat helemaal aan het eind, dus hij moest de rol helemaal uitrollen. Tenminste, ik denk dat het zo gegaan is; dat is mijn uitleg.

In elk geval citeert hij wat ik zojuist heb voorgelezen, alleen las ik het net direct uit Jesaja 61 en nu lees ik het zoals het geciteerd wordt in Lucas 4. De Heer Jezus staat daar dus in die synagoge in Nazareth, hij pakt die boekrol en leest Jesaja 61: “De Geest des Heren is op mij. Daarom dat hij mij gezalfd heeft” — tot de Gezalfde gemaakt heeft, de Mashiach — “om aan armen het evangelie te brengen. Hij heeft mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen, en aan blinden het gezicht en om verbrokenen heen te zenden in vrijheid.”

Let op wat hier staat: “aan blinden het gezicht geven.” Dat is een enorm wonder dat letterlijk te nemen is, maar het is evenzo goed figuurlijk op te vatten. Dat vinden we vaker in de Bijbel. “I once was lost”, zegt die Engelse hymne Amazing Grace, “was blind but now I see.” Inderdaad, God heeft de ogen van mijn hart geopend en ik hoop dat u dat ook kunt zeggen. Maar dan heb je het over de ogen van het hart en niet meer over de fysieke ogen. Ik hoop echter dat u ook begrijpt dat deze ogen een beeld zijn van de ogen van het hart, van waar het echt om gaat. Als de Heer Jezus de ogen van iemand opent, dan is dat niet zomaar een cadeautje omdat die persoon een handicap heeft. Zo kun je het opvatten, maar als je het alleen zo opvat, dan is dat echt gebrekkig en kortzichtig. Dan ben je eigenlijk op een bepaalde manier zelf ook blind. De echte betekenis is dat de Heer Jezus de ogen van het hart opent.

Enfin, dat is wat hij zou doen: aan armen het evangelie brengen, aan de gevangenen loslating verkondigen, blinden het gezicht geven en verbrokenen heen zenden in vrijheid. “Om te verkondigen het aangename jaar des Heren.” Punt. We hebben het zojuist in Jesaja 61 gelezen, toch? Maar daar staat: “om te verkondigen het aangename jaar des Heren en een dag van de wraak.”

De Heer Jezus eindigt midden in de zin, want daarna sloot Hij het boek. Dus midden in de zin sluit Hij het boek. Dat is opmerkelijk hoor! Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en Hij ging zitten. En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht.

En Hij begon tot hen te zeggen – dat is trouwens ook het enige wat we aan uitleg van Hem vinden: “Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld.” Zijn uitleg. Meer niet. Heel demonstratief heeft Hij midden in de zin de rol – nou ja, in onze taal het boek – gesloten of de rol weer dichtgedaan.

En vervolgens zeggen ze allemaal: “Wat is dat?” Hij zit daar en de Heer Jezus merkt dat Hij nu Zijn commentaar moet geven, en Hij spreekt slechts één zin uit. Dat is een hele korte, maar ook krachtige Bijbelstudie geweest. Stel je voor dat ik dat vanavond nou zo kort gedaan had! Hij zegt: “Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld. Het Koninkrijk is nabijgekomen.”

Het Evangelie van het Koninkrijk en Genezing ↑ hoofdstukken

We zien dat in Matteüs 4. “Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen…” Dit is het begin van zijn loopbaan, ongeveer in dezelfde tijd dat Hij in de synagoge van Nazareth was. Hij begon te prediken: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”

Let op: het is niet het koninkrijk in de hemelen, maar het koninkrijk van de hemelen. Dat wil zeggen: het is een koninkrijk dat hemels is qua oorsprong. Het is het koninkrijk op aarde, maar een koninkrijk dat vanuit de hemelingen geregeerd zal worden. De prediking van de Heer Jezus was kort en krachtig: “Bekeert u.” Dat betekent letterlijk: keer je om. Want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

Dat was overigens niet voorwaardelijk; het Koninkrijk kwam hoe dan ook, ongeacht of ze zich bekeerden. De vraag was alleen: zou het Koninkrijk ook daadwerkelijk openbaar worden als zij zich zouden bekeren? Laat ik het nog even scherper zeggen: het Koninkrijk zou openbaar worden als zij zich bekeerden, maar ook al zou Israël zich niet bekeren, dan zou het Koninkrijk toch komen – maar dan eerst in een verborgen gestalte. Ik laat dat nu even rusten, misschien dat ik daar straks nog op terugkom.

Ik wijs nu op wat we verder lezen in Matteüs 4:23: “En Hij trok rond in geheel Galilea en Hij leerde in hun synagogen – Israël dus – en Hij verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en Hij genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk.” Onder het volk Israël, welteverstaan.

Let er goed op hoe die twee aan elkaar gelinkt worden. Het evangelie van het Koninkrijk – hoezo het evangelie? Wat was de blijde tijding aangaande het Koninkrijk? Wel, het Koninkrijk was nabij! De Koning was nabij! En Hij zou Koning worden juist door zijn dood en opstanding. In zijn opstanding zou Hij als Koning inderdaad manifest worden. Hij is de Gezalfde juist doordat Hij de Geest ontving in zijn opstanding uit de dood. Dat was het evangelie van het Koninkrijk.

In dat verband lezen we dat Hij alle ziekten genas. Let wel: alle ziekten! Laat u wat dat betreft niet misleiden. Vandaag de dag wordt er zo vaak verteld dat je naar een of ander spektakelevenement moet gaan als je een ziekte hebt. Vervolgens kom je weer ziek terug, of nog zieker, omdat je al je hoop erop gevestigd had. Dan heb je bovenop je kwaal ook nog de frustratie dat je niet genezen bent, terwijl je zoveel verwachting had. Ik zal u vertellen: dat maakt pas echt ziek. Die frustratie. Dat staat ook in de Spreuken: “Een langdurig hopen maakt het hart ziek.” Als je al je hoop ergens op vestigt en je komt zo zwaar teleurgesteld terug, dan ben je in een ander opzicht nog zieker.

Want wat gebeurt er als je dan ook nog eens te horen krijgt dat je niet genezen bent omdat je niet goed genoeg geloofde? Nou, gefeliciteerd met zo’n mededeling. Eerst de frustratie dat je niet genezen bent en dan krijg je vervolgens te horen dat je geloof tekortschiet. Je gaat met een schuldgevoel en doodziek weer naar huis. Veel zieker, daar ben ik van overtuigd, dan toen je kwam.

Jezus genas echter alle ziekten; je leest in de evangeliën nooit over een mislukking. Nooit! Ja, er was een keer een uitzondering, maar toen lag het niet aan de patiënt, maar aan de ‘genezer’. Lees maar dat de discipelen – terwijl de Heer Jezus op de berg was, waar overigens weer ontzettend veel typologie aan vastzit – beneden aan het tobben waren. Ze probeerden een maanzieke te genezen, maar dat konden ze niet. De Heer Jezus zei toen niet dat het aan die man lag. Nee, Hij zei dat het aan de discipelen lag. Zíj geloofden niet goed. Het is precies omgekeerd aan wat ons vandaag de dag altijd op de mouw gespeld wordt.

Goed, nu zeg ik toch weer even iets over die charismatische beweging; ik kan het blijkbaar niet nalaten. Maar het contrast springt werkelijk van het scherm af: Hij genas alle ziekten en alle kwaal onder het volk. Je leest dat heel vaak: ieder die tot Hem kwam, genas Hij. In Matteüs 9:35 staat: “Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en Hij verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal.” Dat is exact hetzelfde verhaal.

In Lukas 10 wordt bij de uitzending van de zeventig gezegd: “Genees de zieken die er zijn en zeg tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.” Dat is het Koninkrijk waarover Jesaja 61 ook sprak. Dat Messiaanse rijk dat zou gaan aanbreken als Israël hersteld zou worden. Als Israël zich zou bekeren en het Messiaanse Koninkrijk openbaar zou worden, in dat verband wordt er gesproken over die genezingen van zieken.

In Lukas 4 zegt de Heer Jezus: “Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden.” Dat was zijn missie. Zijn missie lag overigens niet in het buitenland. Elders zegt de Heer Jezus – in Matteüs 15: “Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Dat was zijn missie, niet daarbuiten.

Als u dat niet wilt geloven, kan ik u nog een voorbeeld geven. Want er staat exact hetzelfde in verband met de twaalf. Waarom twaalf? Hebt u daar wel eens bij stilgestaan? Uiteraard omdat het getal twaalf staat voor de stammen van Israël. De twaalf apostelen representeren de twaalf stammen – op welke manier precies doet nu even niet ter zake, maar ze zijn eraan gelinkt.

“Deze twaalf,” staat er in Matteüs 10, “heeft Jezus uitgezonden.” Ik verwarde dit zonet even met de uitzending van de zeventig, maar hier gaat het uitdrukkelijk over de twaalf. Later lees je over de uitzending van de zeventig – het getal van de volkeren overigens – maar hier zijn het de twaalf. Jezus gebood hun: “Wijkt niet af op een weg naar heidenen en gaat geen stad van Samaritanen binnen. Begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis van Israël. Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Genees zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft demonen uit.”

Ziet u hoe dat allemaal aan elkaar gekoppeld wordt? De prediking van het Koninkrijk aan Israël, omdat het Koninkrijk nabijgekomen is. In dat verband wordt gezegd: genees zieken, wek doden op, reinig melaatsen, drijf demonen uit. Het kan niet missen: het staat volledig in het kader van het herstel van het Koninkrijk dat nabijgekomen is en dat als evangelie aan Israël gepredikt wordt.

De Wonderen van Jezus als Betekenisvolle Tekenen ↑ hoofdstukken

De wonderen die de Heer Jezus deed, waren altijd tekenend. Dat wil zeggen dat ze een betekenis hebben; ze worden niet voor niets ’tekenen’ genoemd. Het waren geen trucs of goocheltrucs. Het waren geen kunstwerken op zich, nee, het had een betekenis.

In alle opzichten, ook qua tijdstip waarop wondertekenen plaatsvonden, is dat zo. Je moet maar eens opletten hoe daar de nadruk op wordt gelegd: het was op een sabbat, of het was op de derde dag, of het was het zevende uur. Nu vraagt u zich natuurlijk af wat ik daarmee bedoel. Wat is er bijzonder aan de sabbat, aan de derde dag of aan het zevende uur? Dat ga ik nu nog niet vertellen, maar ik kan u wel verklappen: het is allemaal tekenend, heel typerend.

Om één ding te noemen: het zevende uur heeft in wezen dezelfde associatie als de zevende dag, oftewel de zaterdag. Het verwijst naar dat Koninkrijk, naar dat Messiaanse rijk dat zal aanbreken. Die laatste dag waarop God zal kunnen rusten in Zijn schepping — de zevende dag van duizend jaar voor deze wereld. Afijn, het gaat me nu even niet om de betekenis op zich; ik wil alleen maar zeggen dat het tijdstip tekenend is.

Dat geldt ook voor de plaats. De wonderen die de Heer Jezus deed, waren tekenend qua tijdstip, maar ook qua plaats. Het was in de synagoge, op een bruiloft, of bij het badwater Siloam — waarvan nog uitdrukkelijk vermeld wordt dat Siloam ‘Gezondene’ betekent. Lees het maar na in Johannes 9, geloof ik. Of het was bij een graf.

Ook de werkwijze waarop de Heer Jezus Zijn wondertekenen verrichtte, was tekenend. Denk bijvoorbeeld aan die vrouw die de zoom van Zijn kleed aanraakte — Zijn gebedskwast. Het was een vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen leed, en de Heer Jezus was op weg naar het dochtertje van Jaïrus. En hoe oud was zij ook alweer? Ook twaalf jaar. Dat heeft verder geen betekenis hoor, het is allemaal toevallig… ja.

Of denk aan het smeren van modder op de ogen in de geschiedenis van de blindgeborene. Of wanneer Hij hoort dat Zijn goede vriend Lazarus is overleden en de Heer Jezus vervolgens nog een paar dagen blijft wachten. Daarna gaat Hij alsnog naar Lazarus, die dan al blijkt te zijn overleden. Het bleek allemaal ‘design’ te zijn; het was allemaal met opzet.

Ik zie trouwens dat het inmiddels negen uur is; de tijd gaat vanavond onwijs hard. Ik kan wel merken dat de klok een paar weken geleden verzet is. We gaan daar straks mee verder en ik hoop dat ik alles een beetje op tijd kan afronden. We drinken eerst een kopje koffie. Aan het eind van de avond hoop ik ook aan het eind van mijn presentatie te zijn, maar ik ben bang dat het vanavond echt niet gaat lukken. Ik wil er echter niet doorheen ‘jazzen’, want dat zou zonde zijn. Hoe ik het wel ga doen, weet ik nog niet, maar laat ik in ieder geval de tijd optimaal benutten. We gaan verder met de Handelingenperiode.

📝 Samenvatting & Transcriptie: Wonderen & Tekenen (deel 2)

Samenvatting van deze toespraak

In het tweede deel volgt André Piet de lijn door het boek Handelingen tot aan Handelingen 28 in Rome. Zolang het Koninkrijksaanbod aan Israël openstond, bleven apostolische tekenen actief. Toen Israël in Handelingen 28 definitief verstokt bleek, viel de deur in het slot en brak de huidige verborgen bedeling van genade aan, waarin niet uiterlijke wonderen heersen, maar de volmaakte openbaring van Gods Woord.

“De wonderen die de Heer Jezus deed, waren altijd tekenend. Dat wil zeggen dat ze een betekenis hebben; ze worden niet voor niets 'tekenen' genoemd.”

De Handelingenperiode: Herstel voor Israël? ↑ hoofdstukken

Laten we eerst eens lezen hoe dat was. In Handelingen 1 lezen we dat terwijl de Heer Jezus nog op aarde is – het is na Zijn dood en opstanding, ‘voorbij de Jordaan’ als u begrijpt wat ik bedoel – maar Hij was nog niet verdwenen. Dat zou trouwens wel bij deze gelegenheid gaan gebeuren. Dan staat er dat Zijn discipelen tot Hem komen. Zij die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem: “Heer, herstelt Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël?”

En Hij zei tot hen: “Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft. Maar gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt en gij zult Mijn getuigen zijn te Jeruzalem, in geheel Judea, Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.” Of eventueel: het uiterste van het land. Want aarde en land is in de Bijbel gewoon hetzelfde woord.

Even twee dingen voordat ik verder lees. Deze vraag is eigenlijk de vraag die je ook boven het boek Handelingen zou kunnen zetten: “Heer, herstelt Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël?” En de Heer Jezus geeft geen direct antwoord op die vraag. Hij zegt domweg dat het hen niet toekomt de tijden en gelegenheden te weten. Aan het eind van het boek Handelingen weten we het antwoord, en dan is het antwoord: nee. Maar hier zegt de Heer Jezus dat het niet hun zaak is te weten de tijden of gelegenheden; God heeft Zelf de beschikking daarvoor aan Zich gehouden.

Hij zegt: “Maar gij zult kracht ontvangen.” ‘Gij zult’, dat betekent gewoon: jullie zullen. Wanneer de Heilige Geest over u komt… Ja, ik zeg dit even voor de experts: ‘gij zult’ betekent ‘jullie zullen’. Want een heleboel mensen denken meteen: “Oh, nou moeten we weer wat.” “Gij zult de Heere God liefhebben.” Dat betekent: jullie zullen de Heere God liefhebben. Het is een belofte. “Gij zult kracht ontvangen” wil niet zeggen: “Oh, je moet kracht ontvangen.” Nee, natuurlijk niet. Je bent lijdend voorwerp daarin, je ondergaat het. Het is een belofte: gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt.

Ze hadden de Heilige Geest overigens al ontvangen op de dag van de opstanding. Lees maar na in Johannes 20. Alleen nu zou de Heilige Geest over hen komen. Dat is als een zichtbare manifestatie. Dat lezen we inderdaad: tien dagen later, op de Pinksterdag, kwam de Heilige Geest over hen en iedereen zag het ook. Dat verschil kan ik nu verder niet uitwerken, maar ik wil er alleen even op wijzen dat het hier staat: de Heilige Geest zou over hen komen. En ze zouden Zijn getuigen zijn te Jeruzalem – om te beginnen in Jeruzalem, zoals in Lukas 24 al staat – te beginnen in Jeruzalem en geheel Judea, Samaria en uiteindelijk tot aan het uiterste van de aarde.

De Verlamde Man bij de Schone Poort als Teken ↑ hoofdstukken

En dan het eerste wonderteken dat wordt beschreven in het boek Handelingen, dat vinden we in Handelingen 3. En dat is dan ook meteen weer zo tekenend. Laat ik het gewoon eens even zo zeggen: een man van ruim veertig jaar… die man was ruim veertig jaar, hij was vanaf de moederschoot verlamd, lezen we. Een ruim veertig jaar verlamde man, gelegen voor de Schone Poort, wordt genezen in de naam van Jezus Christus. En dansend en springend gaat hij de tempel binnen. Dit is even mijn samenvatting, maar lees het maar na in de eerste verzen van Handelingen 3. Dan kun je het allemaal zo vinden.

Dat is zo tekenend. Een verlamde man staat voor Israël. Ik ga het straks ook laten zien, want als Petrus vervolgens daar op het tempelplein bij deze gelegenheid ook verantwoording gaat afleggen van wat er nou eigenlijk gebeurd is, dan zegt hij ook inderdaad dat het een teken was. Maar die verlamde man was inderdaad een teken van het volk van Israël, dat ook verlamd was, dat ook niet in staat was te wandelen in Gods wegen. En dan lees je ook: hij lag daar bij de Schone Poort. Dat is een geweldig uitzicht. Nou, dat is precies ook zo met het volk Israël. Het volk Israël daar in het boek Handelingen is inderdaad een verlamd volk. Ongelovig nog steeds, ze kennen de Messias niet. Verlamd, niet in staat werkelijk om Gods weg te bewandelen.

Maar ze liggen daar bij de Schone Poort. Een geweldig uitzicht, want het Koninkrijk staat op het punt aan te breken. En de oproep is: geloof in Hem. En dat is precies wat die man ook doet bij die Schone Poort. Hij kijkt op, hij kijkt op in verwachting naar Petrus en Johannes die daar voorbijgaan. Die zeggen dan: “Zilver en goud hebben we niet, maar wat we hebben, dat geven we je; in de naam van Jezus Christus: sta op!” En hij staat op. En dan moet hij eerst een tijdje gaan revalideren, weet u wel? Denken wij dan, want zo gaat dat vaak in charismatische toestanden. Dan zeggen ze van: “Nou, ik ben wel genezen. Nou ja, nog niet direct hoor, het ging allemaal nog niet zo goed. En ik moet eerst even revalideren. En dan moet ik over een half jaar nog eens voor controle naar de dokter. En dan mag ik misschien…” Ik heb dit soort verhalen al zo vaak gehoord over dat soort merkwaardige genezingen. Het staat in zo’n schreeuwend contrast met hoe je dat in de Bijbel leest. Hij was verlamd vanaf de moederschoot, had dus nog nooit gelopen, en wat doet die man? Hij wordt opgericht en hij springt en hij danst. Dat is gewoon nieuw leven, dat is echt een Godswonder. Dat is een wonder boven wonder, dat kan niet missen. En hij wandelt zo de tempel binnen.

Wat ik wil zeggen: deze man wordt hier ten voorbeeld gesteld aan het volk van Israël. Ook gelegen bij de Schone Poort, de poort met dat geweldige uitzicht. Ze waren verlamd, maar als ze op zouden zien naar boven en tot de naam van Jezus Christus, dan zouden ze inderdaad ook opgericht worden, hersteld worden en nieuw leven ontvangen. En zouden ze zo het Messiaanse Koninkrijk binnenwandelen; echt waar, binnenhuppelen, zeg het maar rustig zo. Want wat zal hun aanneming… een citaat uit de Romeinenbrief: “Wat zal hun aanneming anders wezen dan een leven uit de doden?”

En dat dit inderdaad het idee is dat dit getekend wordt, dat dit gedemonstreerd wordt, blijkt wel. Want Petrus gaat vervolgens op een verhoging staan, of hij staat op te midden van die menigte die daar te hoop loopt. Want ja, ze kenden die man allemaal, want die lag daar dagelijks bij die poort. En dat was zo evident als het maar kan: hij was genezen, een Godswonder! En dan gaat Petrus zich verantwoorden. Hij legt uit waarom dat nou zo gebeurd is. En dan staat er in vers 16: “En op het geloof in zijn naam, heeft zijn naam – dat wil zeggen de naam van Jezus Christus – deze, die gij ziet en kent, sterk gemaakt. En het geloof door Hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven in uw aller tegenwoordigheid.” Ze konden het allemaal zien en er was geen twijfel over mogelijk. Ze konden het allemaal vaststellen. Een andere verklaring was er gewoon niet te geven. Dit was een Godswonder.

“En nu broeders,” vervolgt Petrus dan, “ik weet dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten.” Ziet u hoe hij meteen overspringt van het geval van die man die genezen is op wat er met dat volk Israël was plaatsgevonden? Ze waren een verlamd volk. Maar, zegt Petrus tegen hen, jullie hebben uit onkunde gehandeld. Jullie hebben uit onkunde de Messias gekruisigd. Jullie wisten niet beter, gelijk ook uw oversten. “Maar,” zegt Petrus dan, “zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, namelijk dat zijn Christus moest lijden.” En dan komt het, let op wat hier staat: “Kom dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht van de Heere. En Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende. Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten van oudsher.”

Eén ding waar ik u nu even heel sterk op wil attenderen, is wat Petrus hier zegt. Als Israël tot bekering zou komen, dan zouden zij inderdaad ingevoerd worden in tijden van verademing. Er staat gewoon zwart-op-wit dat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht van de Heere en dat Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zou zenden. Dat wil zeggen: zoals die man die daar verlamd lag aan de Schone Poort opzag naar boven en zo die tempel kon binnenhuppelen en springen, wel, zo zou het Israël ook vergaan. Als ze op zouden zien naar boven, als ze zouden komen tot bekering, tot inzicht van wie Hij was en tot erkenning van de Messias, wel, wat er dan zou gebeuren: dan zouden er ook tijden van verademing komen. En dan zou de Christus, de Messias, die voor hen in de eerste plaats bestemd was, terugkeren naar deze aarde en zijn Koninkrijk gaan vestigen hier op aarde. In de eerste plaats voor Israël en vervolgens voor alle volken. Dat zou er gaan gebeuren als Israël zich zou bekeren.

Daarom werd die man genezen: om dat te demonstreren, om dat te illustreren. In die dagen stond er één vraag centraal – en vergeet dat nooit als u het boek Handelingen leest. Het gaat om één grote vraag en dat is: “Heere, herstelt Gij in deze tijd het Koninkrijk voor Israël?” En daarom werd er gepredikt in Jeruzalem, daarom werd er gepredikt aan het volk van Israël: “Kom tot bekering, want als jullie komen tot bekering, dan zal het Messiaanse Rijk ter plekke aan gaan breken en dan zal de Messias terugkeren naar deze aarde.” Dat zou gaan gebeuren. Oftewel: dan zullen jullie net als die verlamde man zo opspringen en zo door de Schone Poort het Messiaanse Rijk binnentreden. Ziet u wat er op het spel stond in het boek Handelingen? Zo bijzonder! Het gaat over die tijd en over het Koninkrijk dat toen zou aanbreken.

Nou, dan kun je in het boek Handelingen vervolgens lezen… Ik heb er maar één pagina aan gewijd, maar ik ga er gewoon gemakshalve van uit dat u weet dat het in het boek Handelingen telkens genoemd wordt. Zo vaak… Ik heb het een aantal keren niet eens verteld, ik veronderstel het gewoon als bekend. Er staat in Handelingen 2 vers 43: “Er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.”

Let daar ook op: het wordt telkens weer wonderen en tekenen genoemd. De wonderen waren namelijk tekenend; ze hadden een betekenis. En waar ze naar verwezen, dat weet u hopelijk inmiddels ook wel een beetje.

Als je nog wat verder leest: “En Stephanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk.” En zo gaat het maar verder en verder. Ik heb niet eens de moeite genomen om al die plaatsen te vermelden waar dat genoemd wordt.

Nou, ik ga met zevenmijlslaarzen door het boek Handelingen om u even een totaalblik over het boek te geven.

Israël Wijst de Opgestane Messias Af ↑ hoofdstukken

De clue van het boek Handelingen, of een van de clues, is dat het Koninkrijk wordt gepredikt aan Israël, maar dat Israël tegelijkertijd de boodschap afwijst. In de Evangeliën lezen we ook dat Israël de Messias, Jezus, heeft verworpen en Hem heeft laten kruisigen. Maar nu, in het boek Handelingen, is Hij inmiddels opgestaan uit de doden en verwerpen ze Hem opnieuw. En inmiddels wisten zij dat Hij de Messias was.

Dus Israël wijst de boodschap af. Dat had ook weer zijn redenen, maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat me nu alleen om de vaststelling. Israël wijst het Evangelie van de opgestane Messias af. Opnieuw dus. Niet alleen door Hem te verwerpen, maar door nu de boodschap te verwerpen dat Hij de Messias is: de Gezalfde, de Opgestane en de Verheerlijkte.

Officieel vind je dat beschreven in Handelingen 7, toen de Hoge Raad, het Sanhedrin van Jeruzalem – eigenlijk de regering van Jeruzalem – Stefanus stenigde. Bij een andere gelegenheid zijn we daar wel eens wat dieper op ingegaan, herinner ik me. Maar ik wijs er nu even op dat ook hierin alles weer heel tekenend is, want Stefanus betekent ‘kroon’. Ja, ze verwerpen de Koning, de Gekroonde. Daar staat Stefanus ook voor.

En eigenaardig genoeg – of zal ik in dit verband zeggen: betekenend genoeg – is het dat juist bij deze gelegenheid de latere Paulus (hier was het nog Saulus natuurlijk) in the picture komt. Ja, hier was hij degene die op de jassen lette. Hoe noemden we het de vorige keer ook alweer? Ah ja, hij was de ‘jasbeschermer’. We hadden er nog een woordgrapje over: hij zat in de ‘mantelzorg’, was het niet, Kobi? Aan hem waren de mantels toevertrouwd van het Sanhedrin, van de leidslieden van het volk. En het was Saulus die daarop lette.

Daar zit ook nog weer van alles aan vast, maar daar ga ik nu allemaal even aan voorbij. Dat is namelijk heel erg mooi hoor; alles daarin is tekenend. Maar het is hier dat Paulus dus al in the picture komt. Paulus, de apostel wiens hele evangelieprediking gebaseerd is op juist de afwijzing door Israël. Daarom was hij ook de apostel der heidenen.

En ja, als je het op deze manier doet, gaat het heel snel: we komen bij Handelingen 28 als slot. Dat vind ik wel erg leuk. Dat is ook een woordspeling, want Handelingen 28 is het laatste hoofdstuk van Handelingen, maar het is ook met recht een ‘slot’, want de deur gaat daar dicht en valt ook in het slot. Godzijdank is daar Iemand die een sleutel heeft en die de sleutel maken kan. Ja, dat is trouwens een Bijbels liedje hoor. Maar Hij kan de sleutel maken en Hij zal inderdaad de deur die op slot is te zijner tijd weer openen. Dat wel.

Handelingen 28: de Deur Valt in het Slot ↑ hoofdstukken

Maar in Handelingen 28 viel de deur in het slot. Daar lees je dat het definitief is – tussen aanhalingstekens, maar voorlopig definitief – dat Israël inderdaad niet luistert naar de boodschap en inderdaad het evangelie afwijst. Ik zal het voorlezen in Handelingen 28; dat zijn de laatste verzen van het boek Handelingen.

Paulus had een afspraak gemaakt met de Joodse leidslieden in Rome. Een hele dag hebben ze daar bijbelstudie gedaan en Paulus heeft hun allerlei dingen op het hart gebonden. Maar hij stuitte daar op zoveel weerstand, zoals dat wel vaker gaat met bijbelstudies. En zonder het eens geworden te zijn, gingen zij uiteen nadat Paulus dit ene woord gesproken had: “Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken.”

Hij citeert hier niet Jesaja 61, maar Jesaja 6, zeggende: “Ga heen tot dit volk – Israël dus – en zeg: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken. Want het hart van dit volk is vet geworden.” Dat wil zeggen: ze hadden alles al, of ze meenden alles al te hebben, en dus konden ze er niets meer bij hebben. Dat is het idee. Een verzadigd mens, staat er ergens in Spreuken, vertreedt honingzeem. Dat was wat hier ook aan de hand was.

“Hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij toegesloten.” En dan staat erbij: “opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan, en zij zich bekeren en Ik hen zou genezen.” Want dat is waar het toch allemaal om ging in het boek Handelingen: het herstel van het koninkrijk voor Israël. Hier aan het einde van het boek Handelingen wordt vastgesteld dat dit slot niet zal gebeuren. Ze geloven het niet; hun oren zijn dicht, hun ogen zijn toegesloten en ze kunnen zich nu niet meer bekeren, zodat Ik hen zou genezen en herstellen.

In Handelingen 1 was het nog de vraag: “Heere, herstelt Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël?” In onze dagen, in onze generatie, aan het einde van het boek Handelingen – een aantal decennia later – stelt Paulus heel expliciet vast: dit is tevens de afsluiting van het boek Handelingen. Daarmee is eigenlijk het antwoord gegeven op de grote vraag van het begin: Israël wordt niet hersteld.

Dan zegt Paulus nog in Handelingen 28:28: “Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden werd; die zullen dan ook horen.” Let er trouwens even op dat er staat ‘horen’, want vanaf dit ogenblik is het geen zien meer, maar horen. Tot die tijd was er inderdaad een massale hoeveelheid tekenen die gezien werden. Dat was sensationeel; er werd zoveel waargenomen met de zintuigen, met de ogen: zichtbare tekenen. Aan dat alles zou een einde gebracht worden en Paulus zegt: “zij zullen horen.” Het gaat niet meer om zien, maar om horen.

Vervolgens lees je nog dat Paulus de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning bleef. Hij ontving allen die tot hem kwamen. Waarom nou die twee jaar? Het kan niet missen: het is ook nog een verborgen heenwijzing naar de tijd van de verborgenheid. De tijd waarin het koninkrijk verborgen zou zijn. Want na de twee krijg je de drie, en na de twee dagen van duizend jaar zou inderdaad het koninkrijk alsnog gevestigd worden en zou de deur geopend worden. Ik geef toe, wat ik nu zeg kan ik nu allemaal niet toelichten, maar ik wijs er even op dat hij de volle termijn van twee jaar verbleef en dat was echt niet voor niets. Ik ben blij dat wij nu, anno 2006, bijna aan het einde van die volle termijn leven.

Er staat hier ook bij dat het koninkrijk dan zichtbaar zou worden. Nee, de essentie van het koninkrijk in onze dagen is juist dat het verborgen is. Inderdaad, de Heere Jezus zit op de troon, maar het is de troon van genade. En waar genade heerst, daar wordt niet ingegrepen. Dat is precies wat er vandaag gebeurt. Onrecht kan allemaal geschieden; er wordt niet ingegrepen. God heerst vandaag in genade, Hij zwijgt. Hij verbergt Zich. Mensen zeggen: “Waar is Hij? En wat zie je nou van Zijn koninkrijk?” Helemaal niets! Dat is juist karakteristiek voor Zijn koninkrijk.

Maar gelukkig hebben we dan nog de christelijke politiek, die dat koninkrijk dan toch nog een klein beetje zichtbaar probeert te maken. Met excuses voor de mensen die ik nu misschien een klein beetje op de tenen sta… ja, daar moet ik dan altijd aan denken. Ik vind de pogingen die mensen doen om het alsnog weer zichtbaar te maken altijd een beetje zielig. Neem me niet kwalijk. Of je nu denkt in charismatische termen of meer in politiek activisme, het is allemaal zo schril, zo armetierig en ook zo nep. Ik vind het allemaal nep. Of ik nu naar charismatische bijeenkomsten ga – je ziet dat het nep is. Je wordt daar gewoon beduveld.

Ze zeggen dat er geweldige wondertekenen plaatsvinden, maar ik kan u vertellen: er zit een wereld van verschil tussen wat daar plaatsvindt en wat we zojuist gelezen hebben in de evangeliën en het boek Handelingen. Een wereld van verschil, het is niet te vergelijken. Het geldt trouwens ook voor het koninkrijk dat straks zichtbaar gaat worden, wanneer de Heere Jezus Zijn koninkrijk gaat vestigen. Dat heeft niks met christelijke politiek te maken, hoor, dat kan ik u ook verklappen.

En weet u wat het meest verstandige is? Om net als Paulus hier te doen: blijf maar gewoon op je stekje, in je eigen gehuurde woning, en doe wat hij deed. Vertel maar gewoon vrijmoedig wie de Heere Jezus Christus is en verwacht helemaal niets. Het gaat er nu ook niet om dat we uit zouden gaan om alle volkeren tot Zijn discipelen te maken, maar ontvang iedereen die geïnteresseerd is. Dat deed Paulus ook. Paulus kon trouwens niet zo gek veel meer, maar hij ontving allen hartelijk in zijn huis en hij vertelde ze van de geheimen van de Schrift, onderricht gevende aangaande de Heere Jezus Christus. Ik kon het niet laten om daar toch ook nog even op te wijzen.

Het Volmaakte: Geloof, Hoop en de Blijvende Liefde ↑ hoofdstukken

1 Korinthe 13. Zo blijven dan geloof, hoop en liefde. Want de vraag dringt zich natuurlijk op: als er zoveel verdwijnt, als al die dingen die we in het boek Handelingen tegenkomen verdwenen zijn, wat moeten wij dan in onze dagen? Dan is daar een prachtig hoofdstuk, 1 Korinthe 13, en daar wordt ons de weg gewezen. Paulus zegt het ook aan het einde van hoofdstuk 12: “Ik wijs je een weg die nog veel hoger voert.” Zo veel hoger voert dan alle wondertekenen, profetieën en het spreken in tongen. Trouwens, in Korinthe was het nog echt, hoor, al konden ze het destijds niet altijd naar waarde schatten. Maar daar was het tenminste nog echt. Dat kun je van vandaag niet meer zeggen.

In 1 Korinthe 13 vers 8 schrijft Paulus: “De liefde vergaat nimmermeer.” Maar profetieën – en Paulus kondigt dat alvast aan, want die Korinthiërs gaven daar juist zo hoog over op – en gaven van kennis, waarbij ze ter plekke dingen bekendmaakten, en het spreken in vreemde talen die je nog nooit geleerd had; zij gaven daar hoog over op, maar Paulus zegt: “Ik wijs je een weg die hoger voert.” Want ze zullen te zijner tijd verdwijnen. De gaven van profetieën zullen afgedaan hebben, de gaven van tongen zullen verstommen en de gaven van kennis zullen afgedaan hebben. Want onvolkomen, letterlijk staat er zoiets als stuksgewijs of fragmentarisch, is ons kennen en fragmentarisch is ons profeteren. Het is een stukje hier en een stukje daar. Zo was het in die dagen. De profetie werd door de één uitgesproken en een ander ding werd door een ander bekendgemaakt. Het was allemaal fragmentarisch.

Doch, zegt Paulus, als het volmaakte komt, dan zal het onvolkomene, dat fragmentarische, afgedaan hebben. Waarbij natuurlijk de grote vraag is: wat is dat volmaakte? Dat wordt trouwens ook wel vertaald met “het volwassene”. Dat is van belang, want dan begrijp je ook de beeldspraak die Paulus vervolgens gebruikt. Wat bedoelt hij met het volmaakte? Ik zal u eens wijzen op een prachtige schriftplaats in de brief aan de Colossensen. Paulus is daar inmiddels aan het einde van het boek, dus na Handelingen 28. Hij schrijft vanuit de gevangenis in Rome een brief aan de gemeente van Colossa. Moet je eens opletten wat hij in die brieven vanuit de gevangenis bekendmaakt. Het zijn zulke geweldige dingen; zaken die hij tevoren alleen nog maar in het kort had vermeld, maar nu kan hij het luid en duidelijk vertellen.

In Colossensen 1 vers 25 zegt hij dat hij dienaar van de Ecclesia – het uitroepsel in onze dagen – is geworden, krachtens de bedeling, de huishouding die hem door God is toevertrouwd om onder u het Woord van God te completeren. Te vervullen, staat er in de Statenvertaling, of te voleindigen, af te ronden, te voltooien. Het gaat om het geheimenis dat aeonen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard is aan Zijn heiligen. Hun heeft God willen bekendmaken – namelijk die heiligen, die apartgestelden, want dat is wat het woord betekent – hoe rijk de heerlijkheid is van dit geheimenis, deze verborgenheid onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid. Hem verkondigen wij om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn.

Let even op. Het woord dat hier gebruikt wordt, “volmaakt”, is exact hetzelfde als wat in 1 Korinthe 13 vers 10 wordt gebruikt. Men zegt vaak: “Dat volmaakte, dat is pas straks in de hemel.” Forget it. Dat is niet zo. Paulus heeft het hier over de bediening die hem is toevertrouwd en dat hij nu vanuit de gevangenis het Woord van God mag afronden en compleet mag maken. De verborgenheid die aan hem was geopenbaard, mag hij nu bekendmaken. Hij zegt dat we Hem verkondigen om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn, want die kennis is nu afgerond. Het is niet meer fragmentarisch: hier wat, daar wat, hier mondeling iets en daar een stukje schrift. Nee, hij zou het Woord van God compleet maken. We hebben daar ooit eens een bijbelstudie over gehouden, dat Paulus de eindredacteur is geweest van de nieuwtestamentische canon. Hij heeft al die geschriften verzameld; dat is weer een onderwerp apart, maar die Schrift heeft hij compleet gemaakt, afgerond en volmaakt, zodat we een volmaakte kennis hebben in die heilige Schriften.

Paulus schrijft nog twee verzen verder dat zij, om in Christus volmaakt te zijn, in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht en zij het geheimenis van God mogen kennen. Hier staat het woordje “epignosis”: ten volle kennen, realiseren, beseffen. Namelijk Christus, want Hij is eigenlijk het geheimenis. Hij is degene die vandaag verborgen is en wij zijn in Hem en met Hem verborgen. Alles is trouwens vandaag verborgen en niet zichtbaar. Het gaat niet om het oog, het gaat om het horen. Christus, in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn.

Als we weer teruggaan naar 1 Korinthe 13 – eigenlijk moet ik het afronden omdat ik vecht met de tijd – dan vervolgt Paulus daar zijn betoog. We stelden zojuist de vraag wat er met het volmaakte wordt bedoeld, en in Colossensen 1 geeft Paulus daar antwoord op. Hij zegt in 1 Korinthe 13: “Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk is.” Want nu zien wij nog door een spiegel in raadselen, maar straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen en fragmentarisch, maar dan zal ik ten volle kennen. Hier gebruikt hij ook weer dat woordje epignosis, hetzelfde woord als in Colossensen: zoals ik zelf gekend ben.

Paulus verwijst hier dus naar de tijd van de volwassenheid, naar het volmaakte. Dat zou komen als de kennis volkomen zou zijn. Wanneer het volmaakte is gekomen, als het Woord van God compleet is en het geheimenis volkomen bekend is gemaakt, dan is de kennis niet meer fragmentarisch, maar dan kennen we het allemaal ten volle omdat het allemaal geopenbaard is in de Schrift. Dan is de kinderlijke fase, zoals we die nog kennen in de tijd van het Nieuwe Testament waarbij de kennis nog fragmentarisch was, voorbij. De tijd van de volwassenheid als gemeente, als collectief, is dan aangebroken.

En dan zegt Paulus: “Zo blijven dan geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.” Ik hoop dat u begrijpt wat hij hier in 1 Korinthe 13 naar voren brengt. Ik zal het eventjes systematisch zeggen, maar voordat ik dat doe, wil ik nog op iets anders wijzen. Want dat ben ik nog vergeten. Hij zegt: “Zo blijven dan geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.” Maar één ding moet ik u wel vertellen: van geloof en hoop weten we dat ze uiteindelijk ook niet zullen blijven. Dat is wat ik bedoel met het citaat uit 2 Korinthe 5; dat is een van de vele voorbeelden. Paulus zegt daar: “Wij wandelen nu in geloof, niet in aanschouwen.” Als de Heer straks komt en we bij Hem zullen zijn en Hij geopenbaard zal zijn in heerlijkheid, dan wandelen we niet meer in geloof. Nee, want dan aanschouwen we het.

Dan is het geloof verwisseld voor het aanschouwen. Dus als Paulus zegt in 1 Korinthe 13: “Zo blijven dan geloof, hoop en liefde”, dan doelt hij niet op de eeuwigheid. Nee, want dan is er geen geloven meer. Want straks, als wij geopenbaard zullen worden met Hem in heerlijkheid, dan zullen wij zien en dan wandelen we inderdaad in aanschouwen. Gewoon letterlijk.

Dat geldt voor de hoop ook. Kijk, nu verwachten wij. Straks is die verwachting verwisseld door werkelijkheid. Is de verwachting gerealiseerd? Paulus schrijft in Romeinen 8 vers 24: “Want in die hoop, in die verwachting” – ik vind dat een mooi woord hoor, verwachting. Hoop, dat klinkt altijd nog een beetje alsof het in de lucht hangt. “Ik hoop het.” Nou, dan weet je, als je hoopt… er wordt zoveel gehoopt, maar wat koop je ervoor? We hebben verwachting. Maar goed, want in die verwachting zijn wij behouden. Maar verwachting, die hoop die gezien wordt, dat is geen hoop. Want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet?

Hoop of verwachting heeft altijd te maken met de toekomst. Maar als die toekomst eenmaal werkelijkheid zal zijn, dan is dit geen hoop meer. Nee, dan is de hoop inmiddels vervuld. Met andere woorden, als Paulus zegt in 1 Korinthe 13: “Zo blijven dan geloof, hoop en liefde”, dan doelt hij juist op deze tijd. Kijk, en hij had het over dingen die zouden hebben afgedaan. En dan zal ik het eventjes systematisch laten zien.

Kijk, hij had het over profetieën, talen en kennisgaven. Nou, die zijn inmiddels verstomd. Die verstomden en die hebben afgedaan. Paulus had het ook zo gezegd. Kijk, die verdwijnen. Geloof, hoop en liefde, die blijven. Dat is in onze dagen het geval. En als straks het geloof verwisseld zal worden in aanschouwen, de hoop vervuld zal worden en gezien zal worden en dus geen hoop meer is, dan blijft er één ding over: de liefde. Die vergaat nooit. Geloof verdwijnt, uiteindelijk verdwijnt geloof. Dat geldt voor hoop ook. Maar de liefde vergaat niet meer. En daarom schrijft Paulus dus ook: “Zo blijven dan geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.” Want die blijft namelijk letterlijk altijd.

Kijk, waar Paulus in 1 Korinthe 13 op wijst is dat er een tijd zou komen dat de tongen, die vreemde talen, en die profetieën en die gaven van kennis zouden hebben afgedaan. En hij bereidt hen daar al op voor. Hij zegt van: dit heeft allemaal nog te maken met de kinderlijke fase. Als straks de gemeente volwassen zal zijn geworden, dan zullen we het volmaakte kennen. Het complete Woord van God. Niet meer fragmentarisch, maar het geheel zal geopenbaard zijn. Zwart op wit zal het staan geschreven. En dan kennen we inderdaad van aangezicht tot aangezicht. Dat is het volmaakte.

En in die tijd wel, dan zal inderdaad het onvolkomene hebben afgedaan. Maar niet getreurd, integendeel, want waar het dan op aan zal komen is geloof, hoop en liefde. Dat is in onze tijd het geval. Eigenlijk sinds de completering van het Nieuwe Testament, sinds het volmaakte gerealiseerd is, is dat waar het om gaat. Zo blijven dan. Het andere heeft inmiddels afgedaan.

Een heleboel mensen proberen dat vandaag, en dat is juist zo actueel. We moeten nagaan hoe men verkeerd georiënteerd is. Toen was men tenminste nog gericht op het conserveren van dingen die echt waren, en Paulus bereidt hen erop voor dat het eenmaal zou hebben afgedaan. En inmiddels heeft het al lang en breed afgedaan. En weet je wat ze vandaag proberen? Om het allemaal, dat wat ooit echt was, weer te gaan restaureren en het is allemaal nep. Het is namaak. Het gaat om geloof, hoop en liefde.

De Komende Bedrieglijke Wonderen van de Tegenstander ↑ hoofdstukken

En hoe je je daarbij ook enorm kunt vergissen. Wel, we lezen in de Bijbel ook – en dat is trouwens helemaal niet meer het onderwerp van vanavond, maar we lezen ook – dat er binnenkort valse profeten zullen opkomen. We lezen in 2 Thessalonicenzen 2 – ik heb het niet eens afgedrukt – dat de komst van de wetteloze aanstaande is. Dan gaat het over die man die ook helemaal nep zal zijn: de antichrist. Dat wil zeggen: degene die in de plaats van Christus, als Christus zal zijn. Die zich zal presenteren als de Messias, die zich in Jeruzalem zal vestigen en net echt zal lijken. Hij zal ook het Messiaanse koninkrijk in het Midden-Oosten gaan proclameren. Het zal net echt zijn.

En weet u wat er staat in 2 Thessalonicenzen 2? Ik had het toch even afgedrukt moeten hebben, maar goed. In 2 Thessalonicenzen 2 vers 9, geloof ik dat het is, daar staat dat de komst van die wetteloze – let erop, hij gaat straks komen – naar de werking van de Satan is. Van de tegenstander dus. Met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen. En met allerlei verlokkende ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat ze de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben. Dus de waarheid wordt aan de kant geschoven, gewoon de waarheid van de Schrift. En dat is waar men vervolgens achterna gaat lopen.

Je ziet het vandaag gewoon voor je ogen al gebeuren. De hele christenheid wordt daarvoor al helemaal klaargemasseerd. De waarheid wordt aan de kant geschoven. Gewoon de Schriften, dat wat zwart op wit staat geschreven, dat wordt niet meer gehoord. En vervolgens gaat men helemaal blindelings achter die geweldige wonderdoeners aan. Het is een spektakel, enzovoort. Krachten, wonderen en tekenen; exact hetzelfde als wat je ook leest dat de Heer Jezus deed: krachten, tekenen en wonderen. En van de apostelen lees je het ook. En het gaat weer komen. Let op.

Maar het komt wel uit de koker van de Satan en daarom ben ik er bepaald niet gerust op – maar dat was u allang duidelijk – over wat er zo plaatsvindt in die hele charismatische beweging. Want het is inderdaad nep, het is misleidend en het is niet gebaseerd op wat er in de Schrift staat. Straks gaat er trouwens ook nog wat anders gebeuren, want dan gaan Mozes en Elia komen. Ja, hoezo Mozes en Elia? Nou, dat is u natuurlijk inmiddels allang duidelijk. Die zullen gaan prediken in Jeruzalem. Ik had er nog wat over willen zeggen, maar het is tien uur en ik ben blij dat ik het toch nog heb kunnen afronden, al heb ik deze vraag niet meer kunnen beantwoorden. Volgende keer. Oké. Goed, ik hoop dat u een en ander duidelijker is geworden.

🎧 Wonderen & Tekenen (deel 1)


Powered by RedCircle

Powered by RedCircle

Delen: