vergezichten in het boek Ruth 2
29-10-2006 - Geplaatst door Andre Pietvier studies gehouden op 29 oktober 2006 in het NH-hotel te Zoetermeer
De teruggekeerde familie gaat op zoek naar (genade-)brood, een beeld van ‘het Woord’. Daardoor komt het in aanraking met een vermogende Man uit Betlehem zonder zich aanvankelijk bewust te zijn van zijn identiteit als Losser. Hij vervuld al haar behoeften en al ‘lezende’ leert zij Hem beter kennen. Net als eens de zonen van Jakob brood zochten en Jozef vonden, zó zal het ook Ruth vergaan: ze leest aren en vindt Boaz. Trouwens, ook letterlijk zal Israël straks weer in de woestijn gevoed worden door de Heer Zelf.
De Geest der genade zal straks op de inwoners van Jeruzalem worden uitgegoten. Het is de tijd van Pinksteren…
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
Terugblik op het Eerste Hoofdstuk ↑ hoofdstukken
Ook van mijn kant een hele goede morgen toegewenst, beste vrienden, broeders en zusters. En inderdaad, we gaan gewoon verder met ons onderwerp waar we de vorige keer mee zijn begonnen: Vergezichten in het boek Ruth. Inmiddels zijn we bij het tweede deel aanbeland, wat ook direct het tweede hoofdstuk betreft. Ik zeg niet dat ik me daar helemaal consequent aan zal houden, maar in elk geval gaan we vanmorgen de draad oppakken bij het begin van hoofdstuk 2.
Ik weet dat er velen zijn die er de vorige keer niet waren. Om hen toch een klein beetje thuis te brengen in het onderwerp — en trouwens, het is voor ons allemaal goed om ons weer even te realiseren waar het ook alweer over ging — gaan we het verhaal in gedachten terughalen. In het eerste hoofdstuk hebben we gelezen dat Elimelech, zijn vrouw Naomi en hun beide zonen vanwege hongersnood uit Bethlehem wegtrokken naar het land van Moab. U ziet op het kaartje waar Bethlehem ligt. Zij vertrokken, gingen de Jordaan over en kwamen in het land van Moab terecht. Hier ziet u een plaatje van de velden van Moab in de vruchtbare tijd. Het is daar een stuk groener dan het er vaak uitziet in de woestijn van Judea. In die dagen was dat zeker het geval, want ze gingen natuurlijk niet voor niets juist daar naartoe.
De beide zonen van Elimelech en Naomi, Machlon en Chiljon, huwden daar Moabitische vrouwen. De ene heette Orpa en de andere heette Ruth. Maar het zat allemaal niet erg mee. Dat is een eufemisme, want het was eigenlijk kommer en kwel wat daar in het land van Moab gebeurde. Na verloop van tijd stierf vader Elimelech en binnen tien jaar stierven ook de zonen Machlon en Chiljon. Naomi bleef alleen over met haar beide schoondochters en zij besloot terug te keren naar Bethlehem. Ondanks aandringen van Naomi dat Ruth in Moab zou blijven, reisde Ruth toch mee met haar schoonmoeder naar het land van Juda. Daar sprak zij de inmiddels historische woorden uit, waar we de vorige keer bij stil hebben gestaan: “Waar gij zult heengaan, daar zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, daar zal ik vernachten. Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar gij zult sterven, daar zal ik sterven en daar zal ik begraven worden.” Prachtige woorden.
Moeder en schoondochter arriveerden in Bethlehem. Naomi was inmiddels een verbitterde vrouw geworden. Dat is vrij letterlijk, want toen zij daar in het Judese land aankwam en de mensen van vroeger die haar nog kenden vroegen: “Is dat niet Naomi?”, antwoordde zij: “Nee, noem mij niet Naomi, noem mij maar Mara.” Naomi betekent ‘liefelijk’, Mara betekent ‘bitter’, soms zelfs een vloek. Maar er is één lichtpuntje in het hoofdstuk en dat vinden we aan het eind. Daar staat namelijk: het was het begin van de gersteoogst.
Daar hebben we ook wat over naar voren gebracht. Wat blijkt namelijk? Het begin van de gersteoogst in de Bijbel verwijst naar de dag van de eerstelingsschoof, de dag dat officieel de gersteoogst aanving. En dat is exact de dag dat eeuwen later de Here Jezus Christus als Eersteling zou verrijzen uit de doden. Dat wil zeggen dat het begin van de gersteoogst direct verwijst naar de dag van de Eersteling. Het feit dat de Here Jezus Christus is opgestaan uit de doden is een garantie dat alle doden zullen volgen, dat Hij de dood compleet teniet zal doen en dat de oogst volledig zal zijn. Hij is de Eersteling en de garantie voor alles wat verder zal volgen.
Wat we ook gezien hebben — en daarmee sluit ik mijn terugblik af. Misschien willen die jongetjes daar achterin toch een klein beetje rustig zijn? Ja, want zometeen zal ik ze sowieso nog even voor het voetlicht plaatsen, dus we moeten de zaak toch wel een klein beetje volgen. Maar om de terugblik op het eerste hoofdstuk compleet te maken: het eerste hoofdstuk spreekt in profetisch opzicht over het Joodse volk dat verstrooid werd en buiten het land terechtkwam. Zoals Naomi met haar familie buiten de landsgrenzen terechtkwam, gedreven door ellende en hongersnood, zo is het Joodse volk ook in de diaspora terechtgekomen, verstrooid onder alle volkeren. Vervolgens hebben ze ongelooflijk veel meegemaakt, zoals Ruth en haar familie in het land van Moab. Dat spreekt van de ervaringen van het Joodse volk in het buitenland gedurende de afgelopen tweeduizend jaar, waarbij de laatste eeuw een absoluut dieptepunt is geweest. Het plaatje dat u ziet spreekt boekdelen: de Holocaust, de concentratiekampen en al die ellende.
Wat we ook zien in Ruth 1 is dat ze na al die ellende toch weer terugkeren naar het land der vaderen. Dat hebben we de vorige eeuw meegemaakt in 1948 met de oprichting van de Joodse staat. Maar, zo moet ik erbij zeggen: tot op heden zijn ze nog arm en nog steeds zonder Losser. Maar er is hoop, want er is iemand die zich kandidaat stelt als Losser. Hij is degene die garant staat voor die hoop, en daar wil ik vanmorgen uw aandacht voor vragen.
De Introductie van Boaz en de Twee Tempelpilaren ↑ hoofdstukken
Laten we dan meteen maar even bij vers 1 van Ruth 2 beginnen. Daar staat: “Naomi nu had een bloedverwand van haar manskant.” Een familielid? Een broer of een neef? We weten het niet. Maar het was in elk geval een bloedverwand van haar manskant. Een zeer vermogend man uit het geslacht van Elimelech, en die heette Boaz.
Van die Boaz lezen we het volgende, want we weten van hem dit: zijn naam betekent ‘in hem is kracht’. Die tweede lettergreep, -az, dat is het Hebreeuwse woord voor kracht, voor power. En als ik u vertel dat Boaz juist in het verhaal geïntroduceerd wordt direct na de vermelding van de gersteoogst — na de vermelding van het begin van de gersteoogst — en dat dit verwijst naar Hem die in kracht opstond uit de dood, dan is de link ook niet moeilijk te leggen. Boaz verwijst naar Hem die krachtig verrees uit de dood.
En wat dacht u: het is die man uit Bethlehem, de man uit het Broodhuis. De man ook uit de plaats waarvan de profeten zo vaak spreken. Het is de plaats waarvan de profeet Micha ook zegt: “En gij, Bethlehem-Efrata, al zijt gij klein onder de duizenden, uit u zal Mij voortkomen.” Dat wil zeggen dat zou de plaats zijn waar de Messias ooit geboren zou worden, vele eeuwen later. Het Broodhuis.
En dan is het een zeer vermogend man. Nou, ik ken ook zo iemand. Want de zeer vermogende man uit Bethlehem spreekt uiteraard van Hem die als eersteling verrees uit de doden en daarmee ook het levende brood is. Degene die zeer vermogend is, zeer rijk is, een overweldigende rijkdom heeft te geven. En trouwens, dat heeft Ruth ook aan den lijve ervaren.
Daar komt nog bij — en ik memoreerde het zojuist al eventjes — hij was een naast familielid. Dat wil zeggen, een naast familielid van Naomi. Daar wist Ruth op dit moment nog niets van, ook dat zal ik straks nog laten zien. Maar hij was een naast familielid, en dat betekent dat hij ook kandidaat-losser was. Wat dat is, wil ik straks ook al gaan aanstippen. Bij een latere gelegenheid wil ik dat nog wat uitgebreider uitleggen, want het heeft namelijk te maken met een Bijbelse regelgeving, met een Bijbelse wet waarbij gewezen wordt op de plichten van de naaste bloedverwant om de familie te redden. Ik kom daar straks op terug.
Maar dat is die Boaz. En dan wil ik er nog wel wat van vertellen hoor, want ja, ik kan het niet nalaten als vader van twee zonen. Die naam Boaz komt namelijk nog een keertje voor in de Bijbel. En wel bij de achterkleinzoon van Boaz. Salomo namelijk, die liet een tempel bouwen in Jeruzalem en voor die tempel, voor het heiligdom, daar waren twee pilaren opgesteld. De rechterpilaar heette Jachin en de linkerpilaar heette Boaz. En dan kom je die naam dus weer tegen. Ja, en ik zei al: dat doet mij denken aan deze twee jongetjes. Ze stonden daar heel erg stil en ik zou wensen dat ze nu ook heel erg stil… ja… en voor de rest, we drukken op de knop en dan zijn ze weer verdwenen, weet je wel.
Maar ik zal u vertellen: Boaz en Jachin, dat waren twee pilaren. De linkerpilaar, die heette Boaz, die stond naar het zuiden. De rechterpilaar stond uiteraard in het tegenovergestelde, namelijk naar het noorden toe. De beide pilaren spreken aan de ene kant van de eerste komst van Christus en aan de andere kant van de wederkomst van Christus. Dat is echt niet zo moeilijk hoor, want links in de Bijbel heeft altijd te maken met… Ik kan er niet al te diep op ingaan; op mijn website heb ik trouwens een uitgebreid artikel daarover staan, dus als u dat nog eens een keertje wilt lezen, moet u dat maar eens opzoeken.
Links in de Bijbel heeft altijd te maken met vernedering, met verlaten. Denk ook maar aan het Engelse woord voor links: left. En het Latijnse woord — ik heb het wel eens gehoord, maar ik zeg het onder voorbehoud — is meen ik sinister voor links. Maar links heeft inderdaad te maken met vernedering. Als je iemand links laat liggen, dan is dat niet positief. Links ook in de politieke zin heeft altijd te maken met zich bekommeren om de achtergestelde. Terwijl rechts altijd te maken heeft met voorrang, met een positie van eer. Die pilaar links, Boaz, heeft te maken met de eerste komst van Christus toen Hij kwam in vernedering, maar ook toen Hij opstond uit de doden vanuit de vernedering en krachtig bleek te zijn. Dat die rijkdom aan het licht bracht, dat grote vermogen zeg maar.
Vervolgens is het zo dat rechts, als Hij straks zal komen in Zijn wederkomst, Hij ook Zijn koninkrijk zal vestigen. Want ik zal u vertellen dat de naam Jachin betekent: “Hij zal vestigen”. Hij zal Zijn koninkrijk straks namelijk gaan vestigen in eer en heerlijkheid. En dan moet ik er ook nog bij zeggen dat het inderdaad niet alleen maar staat voor links en rechts, maar ook nog voor zuid en noord. Het zuiden heeft ook altijd te maken met vernedering. Je spreekt altijd over beneden in het zuiden en hoog in het noorden; dat heeft te maken met de verhoging.
En als u dat een beetje lastig vindt, moet u maar denken aan dat sterrenbeeld: het Zuiderkruis. Als je het zuidelijke halfrond hebt, dan heb je één sterrenbeeld dat er altijd heel erg uitspringt, en dat is het Zuiderkruis. Het zuiden heeft te maken met de vernedering, met het kruis. Daarentegen heb je ook nog een sterrenbeeld dat heet Noorderkroon. En dan heb je de connectie helemaal gelegd. Want het zuiden heeft te maken met de vernedering en het noorden heeft te maken met de kroon, met het koninkrijk en met de verhoging. En dat loopt dus parallel of het correspondeert met links en met rechts, met de eerste komst van Christus en de tweede komst van Christus. En dat waren die twee pilaren die aan weerszijden van de ingang van de tempel stonden.
Ja, en dan wil ik er ook nog eventjes op wijzen dat wat daar dus tussenin ligt, tussen die beide komsten, de priester betreft die in- en uitgaat in het heiligdom. Nou, dat is precies ook wat er tussen die twee pilaren plaatsvond. Tussen die twee pilaren ging de priester het heiligdom in, en hij kwam er ook weer uit. En dat heeft te maken met wat er gebeurde na Zijn vernedering. Nadat Hij opstond uit de dood, is Hij ingegaan in het hemels heiligdom en Hij zal straks weer naar de aarde terugkeren. Aarde, rood, vandaar de kleur van het pijltje. Hij zal straks uit het hemels heiligdom komen om Zijn koninkrijk te vestigen. Dat is ook Boaz, dat is ook Jachin. Zodat u maar ziet dat de naam Boaz ook nog elders in de Bijbel voorkomt. En ook in dat geval spreekt hij op een onmiskenbare wijze van die man die geweldig is van vermogen. Want de ware Boaz, de man uit Bethlehem… Als ik het zo zeg, dan is het ook niet moeilijk om de connectie te leggen.
Aren Oplezen en Leven van het Woord van God ↑ hoofdstukken
We gaan even verder. Want dan lezen we in Ruth 2, in het tweede vers, dat er staat: “En Ruth, de Moabietische, zeide tot Naomi: Laat mij toch in het veld gaan, en van de aren oplezen, achter dien, in wiens ogen ik genade zal vinden.” Ik heb het expres even voorgelezen uit de Statenvertaling, want dan staat het er nog wat sterker. “In wiens ogen ik genade zal vinden?” Ik kom daar straks nog even op terug.
Het punt is – en dat vind ik nou wel heel erg leuk – dat het woord “aren oplezen”, zeker in het Nederlands, zo grappig is. Want als je wilt weten wat aren en brood betekenen, dan word je eigenlijk al op het goede been gezet door dat woordje “oplezen”. Kijk, oplezen betekent in het Nederlands eigenlijk ook verzamelen. Iemand die leest, die verzamelt. Die verzamelt niet alleen letters, maar die verzamelt daarmee ook kennis. En het heeft te maken met “het woord” ook. Dat is precies waar aren van spreken. Brood of aren in het algemeen, of een graankorrel, het is een beeld van het Woord van God.
Ach, wat moet ik daarover zeggen? Ik bedoel, dat is toch vrij bekend. Je hoeft helemaal niet zoveel verstand te hebben van Bijbelse symboliek om dat toch wel te weten, dat brood en aren… want ja, per slot van rekening wordt daar brood van gemaakt. Brood spreekt van het Woord van God. De Heere Jezus zegt dat in de woestijn als Hij verzocht wordt door de Satan. Dan lees je dat Hij zegt: “Er staat geschreven.” Dat is trouwens iedere keer Zijn antwoord, hè? Iedere keer als Hij misleid dreigt te worden of in ieder geval wanneer Hem allerlei verzoeken gedaan worden, dan zegt Hij iedere keer – dat is Zijn antwoord: “Er staat geschreven.” Want dat is het enige solide antwoord. Er staat geschreven: “Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord dat de mond Gods uitgaat.”
Die link is zo leuk, want brood… ja, een mens leeft van brood. Een mens heeft brood nodig, zo zeggen we dat ook, want daar leeft een mens van. Ja, zegt de Heere, dat is wel zo, maar dat is zo omdat brood een beeld is van het Woord van God. En als het er nou helemaal om gaat: een mens leeft pas echt door het Woord van God. Van dat Woord leeft een mens inderdaad in geestelijke zin.
Ik wil u dan op nog een schriftplaats wijzen, Johannes 12 vers 24. Daar zegt de Heere Jezus… want u zegt: “Kijk, het Woord van God, dat is de Bijbel, dat zijn de Schriften.” Dat is wel zo, maar uiteindelijk en in diepste zin is het Iemand, namelijk Degene van wie het Woord spreekt en uit wie het Woord ook voortkomt. De Heere Jezus zegt in het Evangelie van Johannes, in hoofdstuk 12 vers 24: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.”
Ook daar zie je weer het universele principe, namelijk dat er leven voortkomt juist en alleen door de dood, en wel in een veel overvloediger zin. Dus de graankorrel valt in de aarde en sterft. En uiteraard is die graankorrel een beeld van Hem, die trouwens ook terecht “het Woord van God” heet.
Wat er dus gebeurt, is dat Ruth op zoek gaat. Want ze is weliswaar teruggekeerd in het land, maar ze gaat op zoek naar brood. Nog steeds is daar die vraag, is daar de nood. Nog steeds kent zij Boaz niet. Nog steeds kent zij de Losser niet. Nog steeds is ze daar arm en berooid, en niet alleen zij, maar ook haar schoonmoeder Naomi.
Waar dit een beeld van is – ik zal dat straks in de samenvatting nog wel even kort aanstippen – is dat deze Joodse familie spreekt van het volk van Israël. Zij zijn weliswaar teruggekeerd in het land, maar ze zullen gaan zoeken naar brood, naar echt leven. Dat zal trouwens straks ook letterlijk het geval zijn, want uit de Bijbel weten we dat Israël nog in een grote nood terecht zal komen, in een grote verdrukking. Om dan in leven gehouden te worden, om gered te worden, zal ze inderdaad moeten gaan zoeken naar Hem die de redding is. Naar brood inderdaad, naar het Woord van God. Goed, Ruth 2 vers 3.
De Regie van de Here: Toeval Is God Incognito ↑ hoofdstukken
Rut ging dan heen; ze kwam en las op in het veld achter de maaiers. Bijgeval — in andere vertalingen staat toevallig — trof zij het stuk land van Boaz, die uit het geslacht van Elimelech was. Rut wist dat niet; er was van haar kant helemaal geen opzet in het spel. Maar toevallig kwam zij daar op het veld van Boaz terecht. Sommige mensen vinden dat vreemd, want die denken: toeval bestaat niet. In absolute zin bestaat toeval inderdaad niet, maar in de Bijbel lezen we toch verschillende keren over toeval. Ja, echt toevallig. Je leest het trouwens ook in het Nieuwe Testament. Er zijn niet veel voorbeelden, maar een paar keer lees je inderdaad over ’toevallig’ of ‘bijgeval’. Zoals de geschiedenis dat er een priester afdaalde; bijgeval daalde een priester af van Jeruzalem naar Jericho en kwam langs die man die daar helemaal in elkaar geslagen was en in grote nood verkeerde. Ook bijgeval. Toevallig.
Je zou je natuurlijk de vraag kunnen stellen: bestaat toeval? Jazeker, toeval bestaat wel, mits je je realiseert dat er Iemand is die het je doet toevallen. Dan is er met het woord helemaal niets meer aan de hand. Zo staat er ergens in het boek Spreuken — ik heb het niet voor u afgebeeld, maar het staat er wel — dat het lot in de schoot wordt geworpen, maar dat elke beslissing daarvan van de Heere is. Kijk, een mens heeft geen invloed op het lot. En dan bedoel ik ook letterlijk het lot. Wanneer je een dobbelsteen gooit, heb je daar geen invloed op — tenminste, als je het eerlijk doet. Nee, daarom is het ook zo dat wanneer je dobbelt, je het eigenlijk overgeeft aan God. In de Bijbel gebeurt dat ook bij gewichtige gelegenheden: er wordt een lot geworpen. Je leest het in ieder geval bij de keuze van Matthias en… hoe heet die ander ook alweer? Help me even. Om het getal twaalf weer compleet te maken. Nou, in ieder geval… ik kom er nu even niet op, maar het werd Matthias, dat weet ik wel. Het idee daarbij is dat God het is die het lot stuurt. Uiteraard: God is het die het doet toevallen.
In de Bijbel zie je zo vaak dat het toeval zo’n beslissende rol speelt. Trouwens, dat is niet alleen in de Bijbel zo; gaat u het maar eens na in uw eigen leven. Hoe allerlei beslissende dingen in uw leven eigenlijk toevallig plaatsvonden. Toevallig ontmoette je haar. Het had geen minuut later moeten zijn, want anders had je haar niet ontmoet, was je niet met haar getrouwd en had je geen gezin kunnen vormen. Ik noem maar wat; van die dingen.
In de Bijbel zijn er natuurlijk van die hele frappante voorbeelden, en ik zal er twee geven. Bijgeval, toevallig. Toevallig ging juist een prinses baden toen een moeder haar kind in een biezenmandje in de Nijl had gelegd. U weet over wie ik het heb: over Mozes. En toevallig begon die baby net op dat moment te huilen. Het was de prinses die dat hoorde en die medelijden kreeg met dat jongetje. Maar het is beslissend voor de hele geschiedenis, want als die toevallige samenloop van omstandigheden toen niet had plaatsgevonden, was de geschiedenis heel anders gelopen. Het is precies zoals Ronald dat zojuist ook naar voren bracht: er is Eén iemand die de grote Regisseur is van het hele wereldgebeuren en van de hele geschiedenis. Daarom heet de geschiedenis in het Engels ook history: ‘His story’. Het is Zijn verhaal. Hij is Degene die het bedacht heeft en het allemaal regisseert.
En toevallig kon koning Ahasveros — u leest dat in Esther 6, de eerste verzen — een keer niet slapen. Toevallig besloot hij eens uit het archief te laten voorlezen. Ja, waarom daaruit? Uit de kronieken, lees je. Nou, dat is erg slaapverwekkend, en daarom deed hij dat wellicht ook. Je moet geen spannend boek gaan lezen wanneer je de slaap niet kunt vatten; dan moet je juist een heel saai boek gaan lezen. Dat deed hij dus ook: hij liet de kronieken voorlezen. En toevallig werd net die kroniek voorgelezen waarin de naam van Mordechai voorkwam. Want die had ooit nog eens een keertje iets goeds gedaan, maar dat was compleet in de vergetelheid geraakt. Juist dat bleek een beslissende wending te geven aan het boek Esther. Allemaal toeval. Maar het is God die het doet. Toevallig: God die het regisseert en God die het lot bestuurt.
Ik las ooit een poster van Visje die er zo uitzag: “Toeval is God incognito”. Incognito is misschien een moeilijk woord, maar het betekent onherkenbaar, verborgen. Als een filmster ergens incognito verschijnt, doet ze bijvoorbeeld een pruik op of maakt ze zich onherkenbaar, zodat ze er wel is maar niet wordt herkend. Welnu: toeval is God incognito. Je herkent Hem niet en je zegt: “Wat een toeval!”, maar in wezen is het natuurlijk God die het allemaal regisseert. En daar ben ik erg blij mee, want dat betekent namelijk dat alles in goede handen is. Het betekent dat er niets voor niets gebeurt. Er gebeurt nooit iets voor niets. Al hebben we er soms geen notie van, er is inderdaad niets wat zomaar plaatsvindt. Er is Iemand die het allemaal bedacht en geregisseerd heeft.
Genade Vinden op het Veld van Boaz ↑ hoofdstukken
Goed, we lezen verder en ik ga nu niet vers voor vers door hoofdstuk 2, dat begrijpt u ook wel. Maar dan lees je nog in vers 10, als Ruth inmiddels Boaz ontmoet heeft en van hem ook allerlei goeds krijgt. Want wat zegt zij? Toen viel zij op haar aangezicht – het gaat over Ruth dus – en zij boog zich ter aarde en ze zeide tot hem: “Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben?”
U moet zich realiseren: Ruth kwam daar dus door het bijgeval op het land van Boaz. En het is Boaz die dan ook zegt, als hij te horen krijgt wie dat is: laat haar maar gewoon rustig begaan en sterker nog, geef haar… Hij zegt dat als een commando aan zijn knechten: “Laat gewoon maar ook wat expres liggen zodat zij voldoende heeft. En als ze dorst heeft, dan mag ze gewoon water komen drinken en dan moeten jullie het voor haar opscheppen.” Dus Ruth was helemaal daarover verbijsterd dat dit haar zo ten deel viel. Ja, heb je het weer? Ten deel viel. Haar toe viel. Zij viel dus op haar aangezicht, ze boog zich ter aarde en ze zeide tot hem, tot Boaz: “Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen dat gij mij kent, dat ik een vreemde ben?” Ze kon daar ook helemaal geen aanspraak op maken. Zo’n allochtoon, ze was dus in feite rechteloos. Maar zij vindt genade in zijn ogen.
En juist de wijze waarop dat geformuleerd wordt – ook hier weer in de Statenvertaling – dat is precies zoals het ook in het Hebreeuws staat. De wijze waarop het geformuleerd wordt is zoveelzeggend. Dat wil zeggen, het laat ook zien dat er een dubbele laag in zit, dat er ook een diepere betekenis in zit, of zo u wilt, een hogere betekenis. Maar het spreekt uiteraard van wat er ook zal gaan gebeuren in de toekomst met het Joodse volk. Dan zal ze in aanraking komen al lezende; ze zal gaan zoeken, ze zal ook de Schriften gaan onderzoeken en ze zal terechtkomen op het veld van Boaz. Ze zal terechtkomen bij hem en ze zal genade vinden in zijn ogen. Bij de ware Boaz heb ik het uiteraard over.
Er staat een mooie tekst in Jeremia, ik zal hem eens laten zien: Jeremia 31 vers 2. En Jeremia 31, trouwens ook het voorgaande hoofdstuk, spreekt over de eindtijd, over Israël, over het Joodse volk dat weer teruggebracht is naar het land. Gewoon de situatie die wij momenteel al meemaken, nadat het duizenden jaren lang in de verstrooiing heeft geleefd. Heeft er min of meer het wonder plaatsgevonden dat ze weer teruggekeerd zijn naar het land. En daar zullen ze nog door een enorme verdrukking, door een moeilijke tijd, een dag van grote benauwdheid gaan. Dat lezen we in Jeremia 30 vers 6. Een dag van grote benauwdheid voor Jakob. Ja, maar en dan lees je ook dat ze gebracht zal worden. Een overblijfsel zal gebracht worden in de woestijn. En daarvan lezen we dit: “Zo zegt de Heer.” Het komt uit Zijn mond voort. Dat is brood hè? Het komt uit Zijn mond voort. “Het volk van de ontkomenden van het zwaard vond genade in de woestijn. Israël op weg naar zijn rust.”
Het staat in de verleden tijd, maar het gaat over de toekomst. Voor God maakt het namelijk geen enkel verschil. Het volk van de ontkomenden van het zwaard, dat wil zeggen zij die ontkomen zijn aan het zwaard en aan die grote verdrukking. In de Bijbel heet dat daarom ook een overblijfsel, een rest, dat wat overblijft. De ontkomenden van het zwaard zullen genade vinden in zijn ogen. Genade vinden in de ogen inderdaad van God, maar van God zoals Hij Zich uitdrukt: Gods Woord. Hij die de uitdrukking is van God, de Logos van God. Ze zullen genade vinden in Zijn ogen, zoals Ruth dat ook ooit ondervond. Ook hierin ziet u weer die profetische dimensie.
En dan staat er in Ruth 2 – en nou sla ik er weer een heel aantal verzen over – als Ruth inmiddels teruggekeerd is na een dag daar gewerkt te hebben op dat land van Boaz nadat ze aren gelezen heeft. En dan lees je dat Ruth enthousiast verslag doet van wat er gebeurd is die dag, en de man die ze daar ontmoet heeft en het feit dat ze zo’n enorme overvloed aan graan heeft meegenomen. En dan zegt ze… en dan antwoordt Naomi vervolgens ook enthousiast, terwijl inmiddels de verbittering is weggeëbd.
De Losser (goël) en de Losprijs voor Allen ↑ hoofdstukken
Verder zei Naomi tot haar: “Die man is aan ons verwant, hij is één van onze lossers.” Dat is een heel fundamenteel begrip in dit boek. Als je niet weet wat een losser is, dan begrijp je het boek Ruth niet. Want het boek en het hele verhaal is nu juist gebaseerd op dat begrip en op de wet die God ooit aan Zijn volk had gegeven over hoe dat moest gebeuren. Wat is eigenlijk een losser? Nou, dat zal ik u in het kort al even aanstippen bij een volgende studie, en waarschijnlijk de keer daarop zal ik dat nog uitgebreider doen, maar ik wil het nu alvast even verklappen. In Ruth 2 speelt het verder nog niet zo’n grote rol; het wordt ook niet uitgelegd — dat hoeft daar trouwens ook niet — maar die losser wordt al wel genoemd. Het Hebreeuwse woord daarvoor is een go’el. Als je een goede, korte definitie van een losser wilt geven: het is de naaste bloedverwant die in staat is zijn familie te redden. Dat is een go’el, dat is een losser. We komen dat vele malen tegen in de Bijbel.
Wat betekent dat: zijn familie redden? Nou, dat kan verschillende betekenissen hebben. Hij koopt bijvoorbeeld los uit slavernij. Stel je voor dat een familielid zo verarmd is dat hij zich als slaaf moet verkopen. Welnu, dan was het de plicht van de naaste bloedverwant om zijn familielid daaruit vrij te kopen. Los te kopen en de losprijs te betalen. Gaat er al een lichtje bij u branden? Want dat is namelijk een begrip dat ook in het Nieuwe Testament een grote rol speelt. De losprijs is niets anders dan een prijs die betaald wordt om iemand los te kopen, om iemand uit de slavernij te bevrijden.
Ik moet daarbij denken aan 1 Timotheüs 2 vers 6. Ik citeer eventjes vrij uit het voorgaande vers: er is één God, er is één middelaar, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Let op dat laatste, want dat wordt allerwegen ontkend, juist door hen die het zouden moeten vertellen. Want er is maar één categorie die dat zou moeten vertellen, en dat zijn zij die de Schriften kennen: gelovigen, christenen. Maar juist die hebben daar helaas zoveel moeite mee. Weet u wat Paulus zegt in 1 Timotheüs 2 vers 7? U kunt het gewoon nalezen — ik heb het nu niet afgebeeld — maar als je dat naleest in 1 Timotheüs, dan is dat zo prachtig. Daar zegt Paulus erachteraan: “En ik ben daartoe gesteld als een apostel en een leermeester van de heidenen in geloof en in waarheid.” Waarom was Paulus nu uitgezonden? Wat had hij te vertellen? Wat was zijn boodschap? Waarvan moest hij herauten? Hij heeft stad en land — wat zeg ik, hij heeft werelddelen — afgereisd en overal heeft hij verteld van die ene God en van die ene middelaar die er is: de mens Christus Jezus, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen.
Realiseert u zich alsjeblieft heel goed wat dat betekent. Dat betekent namelijk dat Hij degene is die de prijs heeft betaald voor allen. Ja, dat betekent dus ook dat iedereen gekocht en betaald is. Elk mens, wie je ook bent, of je het nu gelooft of niet, of je het nu weet of niet — dat maakt allemaal geen verschil. Elk mens is gekocht en betaald. Er is een dure prijs voor iedereen, voor elk schepsel betaald. Je bent Zijn eigendom. Oh, ik weet dat er talloze mensen zijn, talloze christenen, die zich dat altijd maar afvragen en hun hele leven tobben. Het wordt ook zo vanaf de kansels gepredikt, helaas. Ik wil helemaal niet lelijk doen, maar zo is dat nu eenmaal. Er wordt vanaf de kansel gepredikt dat je goed moet onderzoeken bij jezelf en dat je je de vraag moet stellen — zo wordt er geëvangeliseerd: “Ben je gekocht en betaald?”
Nou lieve mensen, dat is geen vraag. Het evangelie is juist een mededeling: je bént gekocht en betaald. De prijs is voor je betaald, je bent van Hem. Hij is je Heer en je Redder, daar is geen mis op; dat kun je aan iedereen vertellen. Het is dus ook niet waar wat allerwege verteld wordt: “Als je nu kiest voor Jezus, dan wordt Hij je Heer en Redder.” Dat lijkt op het evangelie, het is het bijna, maar daarom juist niet. Dat is echt nep hoor, dat is echt een nepevangelie. Want het evangelie is niet “kies voor Jezus en dan wordt Hij je Heer en Redder” of “kom tot geloof”. De Bijbel spreekt trouwens nooit over ’tot geloof komen’; je gelooft gewoon — dat zeg ik even tussendoor — je vertrouwt daarop. Maar het evangelie is niet de boodschap van: als je nu kiest voor Hem, dan wordt Hij je Heer en Redder. Nee, Hij ís jouw Heer en Redder, wie je ook bent. Er is ooit een dure prijs voor je betaald. Dat wil zeggen: Hij stierf voor jou. Waarom? Om jou het leven te kunnen geven, het leven dat Hij aan het licht bracht aan het begin van de gersteoogst, zal ik maar zeggen. Toen werd de prijs voor jou betaald en voor al die miljarden mensen die er nu leven, die geleefd hebben en die nog geboren moeten worden. De prijs is voor hen allen betaald.
Het evangelie is niet: “kom tot geloof en dan wordt Hij je Heer en Redder.” Nee, Hij ís je Heer en Redder, geloof dat! Zo simpel is dat. Het is een mededeling en die mededeling blijft waar, ook als je het niet accepteert of als je het niet weet. En dat is wel juist wat verteld moet worden. Weet u wat ik altijd zo vreemd vind? Ja, ik wijk een beetje af of ik wijd hier nu in ieder geval even expres over uit, maar ik kan het niet nalaten. Wat ik altijd zo frappant vind, is dat mensen dan zeggen: “Nou, als dat zo is, als iedereen nu al Zijn eigendom is, waarom zou je dan het evangelie nog moeten vertellen?” Dat is het meest dwaze wat ik ooit gehoord heb, want dat is nu juist het evangelie! Het evangelie is juist de mededeling: Hij is jouw Heer en Redder. En als je het anders vertelt, dan heb je niet eens een evangelie; dan heb je alleen een dreigement. Dan ligt bij de mens de ‘finishing touch’ en dan moeten mensen uiteindelijk gewoon zichzelf redden. Daar komt het op neer. God heeft het dan mogelijk gemaakt om gered te worden, maar uiteindelijk ben jij degene die zichzelf redt doordat jij actie onderneemt.
Ziet u hoe dat eigenlijk haaks op de waarheid staat? Dat is gewoon weer ‘werken’: de mens moet iets doen. Terwijl het evangelie is: God doet alles. Maar dan ook echt alles. Niet via een achterdeurtje waarbij de mens toch weer wat zou moeten doen. Nee, God doet alles. En Hij roept je, Hij maakt je ook bekend met de boodschap, en dan roept Hij je uit en verandert Hij je hart en opent Hij je ogen. Kortom, dan zegt u misschien: “Ja maar goed, wat heb ik daar dan nog aan gedaan?” Nou, helemaal niets! Waar is dan het roemen? Het is uitgesloten, zegt de Schrift. Het is uitgesloten, en ik ben daar erg blij mee hoor. Dit is echt het grote verschil tussen evangelie en religie. Ook christelijke religie, want ik zal u vertellen: het grootste gedeelte van wat zich aandient als evangelie, dat is geen evangelie. Het is een religie waarbij de mens iets moet doen aan zijn redding, waarbij hij moet kiezen. Nou, of daar nu het labeltje christendom aan hangt of islam of boeddhisme of weet ik veel wat… dat maakt geen enkel verschil. Ik wilde wat anders zeggen, maar ik kan het wel netjes verwoorden: het maakt helemaal geen verschil. Sterker nog, ik vind het eigenlijk erger wanneer daar een christelijk labeltje aan hangt. Dat is nog veel erger.
Want als je christelijk leest, dan zou je mogen verwachten dat je ook inderdaad gewezen wordt op Christus. Maar dat is juist niet zo. Dat is ernstig, maar het is echt zo. De Bijbelse boodschap echter – en laat ik het positief zeggen – is dat de losprijs is betaald voor allen. En dat zou verteld moeten worden. Wanneer je het weet, waarom zijn we dan geroepen? Om het inderdaad bekend te maken. Want hoe zouden mensen het weten als ze het niet te horen krijgen? Zo is het natuurlijk ook nog eens een keer.
Ik keer weer even terug naar waar ik het over had: wat nu een losser is en wat de losprijs inhoudt. Een losser is iemand die zijn familie redt, bijvoorbeeld uit de slavernij. Maar er zijn nog meer opties. Bijvoorbeeld iemand die land terugkoopt. Dat zal nog een grote rol gaan spelen in het boek Ruth. In de wetgeving in het boek Leviticus kunt u dat ook nalezen. Stel je voor dat iemand door allerlei omstandigheden zo verarmt dat hij zijn landerijen moet verkopen. Dan was het de plicht van het naaste familielid – of dat nu een broer was of wie dan ook – om, als hij daartoe in staat was, het land weer terug te kopen zodat het weer in de familie kwam. Dat was een heel sociale wetgeving. Dat was dus een losser: iemand die het land weer terugkocht en zo weer terugbracht in de familie.
Ik zal u vertellen dat in al die opzichten de Heer zelf, de Messias, de ware Boaz, inderdaad voldoet aan die criteria. Hij is degene die dat alles vervult. Want wat straks gaat gebeuren, is dat het land weer terug zal komen. Het land van Israël, het beloofde land, zal weer terugkomen bij de oorspronkelijke eigenaar.
Dat is wat een go’el dus doet: hij koopt los uit slavernij, hij koopt land terug en hij was trouwens ook een bloedwreker. Zo wordt dat woord go’el ook heel vaak vertaald, waarbij ‘wreker’ helemaal geen negatieve betekenis heeft. Integendeel, het heeft juist iets positiefs: het is iemand die het recht weer herstelt. Dat is wat een bloedwreker is. Wanneer er bijvoorbeeld sprake was van onrecht in de familie, dan moest niet de politie of de regering ingeschakeld worden, maar was het de taak van het naaste familielid om inderdaad het recht te herstellen. Dat is dus ook een go’el: degene die het recht herstelt. U begrijpt wel hoe al die drie kenmerken van wat een losser, een go’el, nu eigenlijk is, allemaal terugkomen en geconcentreerd worden in Hem, die inderdaad terecht de Go’el heet.
Het Profetisch Perspectief van Ruth 2 ↑ hoofdstukken
Tenslotte wil ik nog wat terugblikken op dat tweede hoofdstuk. Want wat ik heb gezegd over het eerste hoofdstuk, over de profetische betekenis van Ruth 1, kan ook worden gezegd van hoofdstuk 2 en, ik zal het u alvast verklappen, ook van Ruth 3 en 4. Het geheel is zo profetisch. Kijk, het is een verhaal van wat er ooit heeft plaatsgevonden; een geschiedenis, dus echt een waargebeurd verhaal. Het vertelt over de oorsprong van het koningshuis van David. Maar het blijkt in wezen – en dat is dat profetische perspectief waar Ronald het vanmorgen al eerder over had – van veel grootsere dingen te spreken.
Dat is juist het wonderlijke van de Schrift in het algemeen, maar dat geldt zeker voor zo’n geschiedenis. Het is schitterend om het te lezen en je begrijpt meteen: dit verhaal werpt licht op hoe ooit het koningshuis van David is ontstaan. Je ziet waar de wortels liggen. Maar uiteraard spreekt het van Hem die de Zoon van David is en die inderdaad een nakomeling is van Boaz. Het verhaal spreekt in de details inderdaad van de terugkeer van het Joodse volk. Laat ik het anders zeggen en mij beperken tot het tweede hoofdstuk. Het spreekt van een teruggekeerd Joods volk in het land Judea dat ‘brood nodig’ moet gaan zoeken. Ik heb deze woordspeling expres gemaakt, want daarin zit zowel het woordje ‘nood’ als het woordje ‘brood’. Zij hebben brood nodig.
Wat er gaat gebeuren met het Joodse volk in het land Israël waarnaar ze zijn teruggekeerd, is dat ze daar nog steeds arm en berooid zijn. Ze kennen de Losser nog niet. Ze zullen in de verdrukking komen en uiteindelijk schreeuwen om Hem die redding kan geven. En Hij zal ook redding geven; dat wil zeggen dat Hij ze brood zal geven om in leven te blijven. Hij zal ze inderdaad redden. Maar ze moeten gaan zoeken. We lezen in de Bijbel dat God Zijn Geest gaat uitstorten op alle inwoners van Jeruzalem en dat ze zullen gaan zoeken naar Hem. Het Joodse volk, althans het orthodoxe deel daarvan, is bezig met de Schriften. Ze onderzoeken die Schriften nog steeds met een bedekking op het aangezicht, letterlijk, maar ook met een bedekking op het hart. Maar ze zullen dan ook gaan vinden. Ze zullen namelijk terechtkomen op het veld van Boaz en gewezen worden op Hem van wie de Schrift nu eenmaal van het begin tot het eind spreekt.
Dat teruggekeerde Joodse volk zal straks dus ook moeten gaan zoeken. Dat proces is nu al in werking; het volk is immers teruggekeerd. Er zijn nu al bewegingen te midden van het jodendom waarbij de vraag wordt gesteld: “Wie is de Messias en wanneer zal Hij komen?” Men is op zoek naar de Messias. Iedereen voelt aan, zowel binnen het jodendom als daarbuiten – het leeft zelfs wereldwijd – dat er iets moet gaan gebeuren. We leven in een tijd waarin iedereen op zijn klompen aanvoelt dat er grote dingen aanstaande zijn. We leven in een scharniertijd. Er moet een ‘new age’ komen, een nieuw tijdperk. En inderdaad, dat gaat ook gebeuren. De twee dagen waarvan de Schriften spreken, de twee dagen van duizend jaar, lopen ten einde en de derde dag gaat aanbreken. Ik weet dat ik nu voor sommigen een beetje ‘abacadabra’ spreek, maar daar komen we nog wel eens een keertje over te spreken.
Het volk zal, zoals ik al aangaf, ‘al lezende’ – en ik bedoel dat uiteraard dubbelzinnig – terechtkomen bij de ware Boaz. Dat volk zal dan ook daadwerkelijk genade vinden in Zijn ogen en een overvloed van Hem ontvangen: brood, water, alles wat ze nodig hebben en zelfs nog veel meer. Want Ruth zal ook het land terugkrijgen en uiteindelijk zal ze met Boaz gaan trouwen. Maar daarmee loop ik een beetje vooruit op de hoofdstukken 3 en 4 en op het nieuwe verbond dat gaat aanbreken. U begrijpt dat ik de dingen nu een beetje door elkaar gebruik; typen en werkelijkheid hussel ik expres een beetje door elkaar, zodat u ze zelf ook kunt gaan linken.
Tenslotte zal dat volk gaan verstaan dat de vermogende man van Bethlehem haar Losser is. Dat was ook het geval bij Ruth. Zij kwam in aanraking met Boaz en leerde verstaan dat hij inderdaad de kandidaat-verlosser was. Dat had trouwens nog heel wat voeten in de aarde, want hij was slechts één van de lossers. Er was namelijk nog iemand die zich aandiende, maar dat was niet de ware. Ook daar gaan we nog over spreken. Zij zal uiteindelijk inderdaad in aanraking komen met de vermogende man van Bethlehem. Als ik het zo zeg, begrijpt u dat dit spreekt van de Heere Jezus Christus, Hij die is opgestaan uit de dood.
Ik vind het zo’n prachtig en geweldig voorrecht dat wij nu leven in de tijd tussen die twee pilaren. Wij leven eigenlijk in de tijd tussen de eerste en de tweede komst van Christus; tussen Boaz en Jachin. De Priester is ingegaan in het hemels heiligdom en Hij is verborgen. Trouwens, alles wat God vandaag doet is verborgen; niets is zichtbaar. Hij manifesteert Zich niet – wat Hem overigens hoogst kwalijk wordt genomen – maar Hij leeft in de verborgenheid. In die verborgenheid verzamelt Hij Zich ook vandaag een volk. Ik hoor bij dat volk en u hoort bij dat volk, mag ik aannemen. Wij kennen Hem. Wij weten nu al wie die vermogende man van Bethlehem is. Wij weten van de enorme prijs die Hij betaald heeft en wij kennen dat evangelie. Wij kennen Hem die Zich aandiende aan het begin van de gersteoogst: de opgestane, de verrezen Heer die nu in het hemelse heiligdom is. We wachten op het moment dat Hij – en dat zal binnenkort zijn – uit het heiligdom zal komen en Zijn koninkrijk zal vestigen. En daar wilde ik het voor deze morgen bij laten.
Powered by RedCircle
UltimateGoodNews