GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

vanaf de moederschoot

01-05-2022 - Geplaatst door Andre Piet
1 mei 2022, Urk

Paulus schrijft in Galaten 1:15 dat God hem reeds vanaf de moederschoot had afgezonderd opdat Paulus Gods Zoon onder de natiën zou evangeliseren. De woorden herinneren direct aan wat we ook van Jeremia lezen. Maar bovenal refereert Paulus aan wat we lezen over “de Knecht van JAHWEH” in Jesaja 49. Want hoe en in wie werd deze Knecht tot een licht van de natiën?

Correctie:
De verwoesting van Jeruzalem was niet in 3500 AH maar zeventig jaar eerder. Dus in 3430 AH.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

God heeft een soeverein plan met elk mensenleven dat al vanaf de moederschoot vaststaat, onafhankelijk van menselijke keuzes. Dit goddelijke principe wordt helder geïllustreerd in de roeping van Bijbelse figuren zoals Jeremia en Paulus, die beiden al voor hun geboorte werden afgezonderd. Ook voor de Messias gold dat Zijn taak en naam al vanaf de moederschoot waren bepaald. Hoewel de Messias in eerste instantie door Israël werd afgewezen en nu in het verborgene bij God verblijft, is Zijn missie allerminst mislukt. Via de bediening van de apostel Paulus wordt Christus nu onthuld als een licht voor de natiën, zodat Zijn redding de einden van de aarde bereikt.

“Vanaf de moederschoot werkt God Zijn plan uit met ons leven.”

Introductie: Gods Plan Staat Vast Vanaf de Moederschoot ↑ hoofdstukken

Hartelijk dank voor deze introductie, Jan, en een hele goede middag allemaal. Ik ben blij dat we weer in de gelegenheid zijn om in alle rust – en dat op de Dag van de Arbeid – bij elkaar te komen rondom het Woord dat inderdaad rust geeft.

Jan gaf het zojuist in de inleiding ook al even aan. Feitelijk is dat precies wat de titel aangeeft: dat God een plan heeft en dat dit helemaal losstaat van menselijke activiteiten of menselijke keuzes. Vanaf de moederschoot werkt God Zijn plan uit met ons leven. Het is zelfs nog sterker, maar dat is dan meer collectief: dat Hij reeds vóór de nederwerping van de wereld dat plan al had. Dat staat vast.

Nu denkt u wellicht dat ik eigenlijk alles daarover al gezegd heb, maar dat is niet het geval; ik begin pas. Deze uitdrukking 'vanaf de moederschoot' (ik heb het later op de website nog aangepast, maar de gedachte blijft uiteraard dezelfde) zal de basis zijn voor een bespreking van vooral een drietal schriftplaatsen waarin we die uitdrukking tegenkomen. Het gaat dan over een drietal mensen die bij naam worden genoemd, van wie heel uitdrukkelijk wordt gezegd dat God hen reeds van voor, vanaf of vanuit de moederschoot had geheiligd of afgezonderd.

Ik moet er trouwens bij zeggen dat, hoewel deze drie schriftplaatsen wellicht de bekendste en de meest belangwekkende zijn, de lijst niet compleet is. Je vindt het bij meer mensen terug, die ik verder niet zal noemen, behalve dan nu even als een 'slag om de arm' of de melding dat ik dus niet compleet ben. Van Simson lees je namelijk ook dat hij vanaf de moederschoot reeds was afgezonderd om een Nazireeër Gods te zijn. In het algemeen wordt er bijvoorbeeld gesproken over de eerstgeborenen die ook vanaf de moederschoot reeds waren afgezonderd om voor God bestemd te zijn; alles wat de baarmoeder opent, zoals de Statenvertaling dat zo mooi zegt.

Je leest het trouwens ook – en ik weet niet of ik hem helemaal mee mag tellen omdat het hier niet zozeer gaat over een individu als wel over een volk – over Israël. In Jesaja 46 vers 3 lees je dat God hen reeds droeg vanaf de moederschoot. Dat is een beetje vreemd om je voor te stellen. Want oké, een individueel mens kun je herleiden tot de moederschoot – we zijn immers allemaal, met uitzondering van Adam en Eva, voortgekomen uit de moederschoot – maar kun je dat van een volk ook zeggen? Ik denk het wel. Want ook Israël als volk is ooit ontstaan, en wel vanuit Egypte.

In feite vind je dat ook terug in de trouwakte, de Tien Woorden. Dat is waar God een verbond aangaat, een huwelijksverbond met Israël, en waarin de echtelieden eigenlijk ook worden voorgesteld: "Ik ben JAHWEH, uw God, die u uit het land Egypte geleid heeft." Daarbij vervult Egypte in feite een moederlijke functie. Dat wil zeggen: Egypte was zwanger en het was een hele zware bevalling trouwens. Ja, nogal een zware bevalling. En toen braken de wateren – ook aardig, nietwaar? Jazeker. En toen ging Israël...

De Eerste Schriftplaats: de Roeping van Paulus in Galaten 1 ↑ hoofdstukken

Ik zei al: de lijst is niet volledig en nu is die nog steeds niet volledig. Maar laten we ons nu toch eens richten op de drie voornaamste schriftplaatsen. Mijn uitgangspunt is Galaten 1. Is dat toevallig? Nou, niet echt. Ik ben momenteel bezig met – op mijn website heb ik zo’n rubriek, het dagboek – waarbij ik vers voor vers of zinsdeel voor zinsdeel door de Romeinenbrief ging. Daar heb ik een paar jaar over gedaan, daarvoor heb ik de Efezenbrief behandeld en nu ben ik dan bezig met het begin van de Galatenbrief.

Ik ga er vers voor vers doorheen en ik was juist aangekomen bij vers 15 van dat hoofdstuk, waar Paulus spreekt over wie hij was. Laat ik dan aanhaken vanaf het dertiende vers van Galaten 1. Hij schrijft aan de Galaten een heftige brief, moet ik erbij zeggen, maar de heftigheid die zag je eigenlijk al daarvoor. Nu gaat hij uitleg geven waarom het evangelie dat hij van Godswege heeft ontvangen, niet is naar de mens. Hij zegt: ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd.

Dan gaat hij dat uitleggen en begint hij in vers 13 met zijn toelichting: "Want jullie hoorden van mijn gedrag vroeger in het Jodendom." Dat wil zeggen: de Galaten wisten daar dus van. Het is eigenlijk opmerkelijk dat overal waar Paulus komt, hij vertelt wie hij is, maar ook het bijzondere van zijn missie. Dat is inderdaad nogal opvallend: hoe hij van Godswege is geroepen. Hij zegt: "Jullie hoorden van mijn gedrag vroeger in het Jodendom dat ik de ekklesia van God buitensporig vervolgde en haar te gronde richtte." Andere vertalingen zeggen 'verwoestte'. Er was niemand die zozeer een vervolger was van de ekklesia.

Je kunt zeggen dat heel het officiële Jodendom, het Sanhedrin, zich heftig verzette tegen die beweging, de sekte van de Nazarenen, zoals ze dat noemden. Hoewel Paulus trouwens geen deel uitmaakte van het Sanhedrin, was hij er wel nauw bij betrokken. Denk aan de steniging van Stefanus, toen het hele Sanhedrin daarbij betrokken was. Saulus was degene – het is de eerste keer dat zijn naam vermeld wordt – die dat supportte. Hij was de 'jasbeschermer', zeg ik altijd, of de 'mantelzorger' kun je ook zeggen, want hij verzamelde de mantels en hij moedigde het Sanhedrin aan om dat vooral te doen. Hij supportte dat.

Je leest dat hij op een gegeven ogenblik de ekklesia in Jeruzalem verwoestte; hij was daar zeer actief in. Hij gaat naar de hogepriesters toe en vraagt om officiële toestemming, de papieren, om vervolgens zijn arbeid – de vervolging van die ekklesia – tot in de buitenlandse steden aan toe voort te zetten. Niet alleen daar in het land van Israël, maar nu ook over de landsgrenzen heen, naar Damascus. Het was dus niet op initiatief van de hogepriester of het Sanhedrin; nee, het was op Paulus' eigen initiatief en hij kreeg daarvoor toestemming. Dat wil zeggen dat deze Saulus van Tarsus inderdaad de 'kampioenvervolger' was.

Dan staat er in vers 14: "en ik vorderde in het Jodendom boven vele leeftijdgenoten in mijn soort." Ik denk dat hij daarbij doelt op het feit dat hij een zoon van een Farizeeër was. Als Farizeeër zat hij aan de voeten van Gamaliël, dé leraar bij uitstek in die dagen. Hij vorderde, hij passeerde vele van zijn medestudenten – zoals dat tegenwoordig heet – in de yeshiva's, de leerscholen. Hij bracht het veel verder. Het was een extremist, een terrorist feitelijk ook, maar hij was buitengewoon begaafd. Hij was niet zomaar aan een leraar verbonden; nee, hij zat aan de voeten van Gamaliël en hij passeerde vele van zijn tijdgenoten. Hij was extreem gewelddadig, maar ook extreem in zijn godsdienstig fanatisme en zijn begaafdheid. Want ja, het was een buitengewoon begaafde student.

Hij was een ijveraar, des te meer ijveraar dan vele van zijn leeftijdgenoten. Hij was de ijveraar van zijn vaderlijke overleveringen, de tradities die later de Talmoed zijn gaan heten. Dat was Saulus. Waarom zegt hij dat? Wel, dat is de achtergrond van zijn verhaal, want in vers 15 gaat hij verder: "Maar toen het God behaagde, die mij afzonderde vanuit de schoot van mijn moeder en roept door zijn genade..." Zo staat het er letterlijk. Dus vanaf het moment dat hij uit de schoot van zijn moeder kwam, had God hem al meteen afgezonderd. Wat hier zo opvallend aan is, is dat hij niet werd afgezonderd vanaf het moment van zijn roeping. Dat zou je verwachten.

God is al die tijd die weg van gewelddadigheid meegegaan. Paulus was de eerste der zondaren, zegt hij later zelf. Al die jaren – en hoe oud hij precies was toen hij geroepen werd, weet ik niet, misschien begin dertig, maar daar blijf ik vanaf – al die jaren voordat hij geroepen werd, was hij al van Godswege afgezonderd. Want hij moest inderdaad een Jood zijn uit de stam van Benjamin, dat lees je ook. Hij moest trouwens ook een Griek wezen en hij moest ook een Romein zijn; hij was een Romein van geboorte. Had hij daar zelf een aandeel in of heeft hij daarvoor gekozen? Nee. Vanaf zijn geboorte was dat al zo voorbestemd. En in feite, laten we wel wezen.

Voorgestudeerd in de Wieg: Gods Soevereiniteit in Onze Levensweg ↑ hoofdstukken

Als het gaat om de belangrijkste dingen in ons leven – voor u en mij net zo – dan zijn dat de zaken die het meest bepalend zijn voor je levensweg. En juist daarop heb je niet de minste invloed op. Denk daar eens over na. Over het loutere feit of je geboren wordt, wordt je niets gevraagd. In welke tijd je geboren wordt, wordt je niets gevraagd. In wat voor gezin je geboren wordt, wordt je niets gevraagd. Of je knap bent of lelijk, of je intelligent bent of minder intelligent. Of je in een rijke omgeving of in een heel arme omgeving opgroeit, in welk werelddeel... In feite zijn al die zaken bepalend voor de loop van je leven, maar je hebt er niet de geringste invloed op. Nee, zo word je in de wieg gelegd.

Dat zal voor een groot gedeelte je leven gaan stempelen. De omgeving waarin je geplaatst bent, de tijd waarin dat gebeurt, het land en de mensen door wie je onderwezen wordt; al die dingen zullen je leven bepalen. In het Engels zeggen ze: dat is nature (je DNA) en nurture (je omgeving). Geen mens heeft zichzelf gemaakt; zo word je in de wieg gelegd. Dat besef maakt een mens heel klein. We denken vaak heel wat van onszelf en praten graag over de vrije wil. Maar die vrije wil waarvan we denken dat ze vrij is, en waarin we menen onze eigen keuzes te maken... in werkelijkheid ben je je er niet van bewust hoe je op alle mogelijke manieren al, ik gebruik het woord nogmaals, "voorgestudeerd" bent. Je bent je er niet van bewust, en het feit dat je er geen weet van hebt, geeft ons de illusie van vrijheid, van een vrije keuze en de gedachte dat we niet beïnvloed zijn. Maar geloof me: echt niet. Je bent wel degelijk beïnvloed, alleen je hebt er geen weet van. Je ervaart het misschien niet zo.

Dat is misschien maar goed ook, maar het is aan de andere kant juist heel goed om je er wél van bewust te zijn dat er Eén is die jou gemaakt heeft en jou geplaatst heeft op die tijd en op die plaats, in die specifieke omgeving. Dat is de kern. Het behaagde God. Het behaagde niet Saulus; die was immers de grootste vijand van de ekklesia en van de naam van Jezus. Als je het hebt over de wil van God, die Zijn Zoon op het oog heeft, en de wil van Saulus, dan stonden die haaks op elkaar.

Maar toen het God behaagde, die mij afzonderde vanuit de schoot van mijn moeder en roept door Zijn genade om Zijn Zoon in mij te onthullen, opdat ik Hem zou evangeliseren onder de natiën... zo staat het er letterlijk. Het gaat erom dat God Saulus al had afgezonderd vanaf de schoot van zijn moeder. Hij roept door Zijn genade, om niet, om Zijn Zoon in hem te onthullen. De rest van de toespraak ga ik dat verder toelichten, want dit voorzetsel komt vreemd over. Je zou namelijk verwachten dat hier zou staan: om Zijn Zoon aan mij te onthullen. Dat zou perfect zinnig zijn en heel goed te verklaren. Want hoe ging het ook alweer op de weg naar Damaskus? Midden op de dag omstraalde een hemels licht hem en hij hoorde die stem uit de hemel: "Wie bent u?" "Ik ben Jezus die jij vervolgt." De Zoon van God werd daar aan Saulus onthuld. Dat is waar, maar zo staat het hier niet.

Er staat hier: "om Zijn Zoon in mij te onthullen". Hoezo? Wel, opdat ik Hem, de Zoon, zou evangeliseren onder de natiën. Dus wat hier staat is: in Saulus wordt Gods Zoon onthuld en geëvangeliseerd aan de natiën. Houd me even vast; dit is wat er staat. Ik heb dat in allerlei verklaringen nagekeken en die proberen dat woordje "in" vaak gewoon weg te verklaren; het zal wel "aan" betekenen, zeggen ze dan. Maar dan had het er wel gewoon gestaan. Je struikelt over het voorzetsel en je zou kunnen denken dat het geen betekenis heeft, maar ik ga u vertellen: het heeft juist heel veel betekenis. Om dat toe te lichten, neem ik u mee.

De Tweede Schriftplaats: de Parallellen met de Profeet Jeremia ↑ hoofdstukken

Zowaar, dat is inderdaad eerst naar Jeremia 1. Gisteren sprak ik Jan even en toen ging het over deze schriftplaats. Dit schriftgedeelte zou je heel goed ter introductie kunnen voorlezen. Dat heeft hij gedaan en ik haak nu aan bij vers 4 van Jeremia 1. Het boek Jeremia is heel uitgebreid; het heeft wel vijftig hoofdstukken, wat is het, een of vijftig? In hoofdstuk 1 begint het uiteraard met zijn roeping en dat staat in vers 4: "En het woord van Yahweh kwam tot mij." In de eerste drie verzen wordt hij geïntroduceerd: wie hij was, in welke tijd hij optrad en waar hij woonde.

Het gaat dus over Jeremia. Misschien zegt u: we weten allemaal wat Jeremia is of wat het werkwoord 'jeremiëren' betekent. Ja, dat is klagen, maar dat heeft niets te maken met de betekenis van zijn naam. Als Jeremia wordt afgebeeld, is het eerste wat mij te binnen schiet dat schilderij van Rembrandt. Heel beroemd, waar Jeremia weent en klaagt. De Klaagliederen zijn ook van Jeremia en daarin klaagt hij over de verwoesting van Jeruzalem, die hij al veertig jaar tevoren had aangekondigd. Hij heeft trouwens ook nog gezegd – daar hebben we het bij een andere gelegenheid over gehad – dat Jeruzalem gedurende zeventig jaren verwoest zou zijn en daarna hersteld zou worden. Hij heeft dus niet alleen gezegd dat het zou gebeuren, maar ook wanneer en hoe lang. Jezus heeft er nog bij geprofeteerd door wie het dan vervolgens weer hersteld zou worden, maar dat was al ver daarvoor. Het is wonderlijk hoor, er is er maar één die bij machte is de toekomst te voorzeggen. Ik vind dat geweldig; daarmee bewijst de Bijbel zichzelf.

Maar Jeremia betekent: Yahweh verhoogt. Dus ondanks de diepte en de tragiek in zijn leven – want het is niet leuk om een bediening te krijgen om veertig jaar lang te gaan prediken dat Jeruzalem, de hoofdstad waar hij vlakbij woonde, verwoest zou worden – bleef dat zijn naam. Het werd hem ook niet in dank afgenomen; integendeel, hij kwam ook echt in de put. Dan is het heel erg mooi als je Jeremia heet: Yahweh verhoogt. Toen ik in de put zat... u kent dat opwekkingsliedje toch? "Toen ik in de put zat, trok Hij mij eruit." Dat wist Jozef trouwens ook. Het is eigenlijk een algemene Bijbelse waarheid en dat is goed nieuws voor iedereen die in de put zit: Hij, Yahweh, verhoogt.

Hij woonde in Anatot, een van de steden van de priesters in het gebied van Benjamin. Wie kwam er ook uit die stam? Ik zeg trouwens niet dat Jeremia uit die stam kwam, maar hij woonde wel in het gebied van Benjamin. Dat is de eerste opmerkelijke overeenkomst met Saulus: uit de stam van Benjamin. Anatot ligt pal tegen Jeruzalem aan, vlakbij de hoofdstad en de tempel. Jeremia's bediening vond plaats in die veertig jaren vóór de verwoesting van Jeruzalem. Ik zeg het zo, omdat het letterlijk ook zo is. Het is niet 'om en nabij'. Veertig jaar voor de verwoesting van Jeruzalem begint Jeremia's bediening. En ook daarin lijkt hij op wat we weten van Saulus. Mijn hart haalt ze soms bijna door elkaar; ze zijn niet identiek, maar ze vertonen wel opmerkelijke overeenkomsten. Ik wil het straks ook nog in een plaatje laten zien.

Dan staat er: "Het woord van Yahweh kwam tot mij." We weten nu over wie we het hebben en wat zei Hij dan? "Voordat Ik jou vormde in de buik – van je moeder dus – kende Ik jou." Zoals in de introductie ook is gezegd: we hebben een God die de Creator is, maar Hij heeft ook een geweldig plan. Alleen al om dat te weten, dat er een God is die alles in Zijn hand heeft, die alles bedacht en gemaakt heeft, en die dus ook logischerwijs een plan heeft. Alleen als je dat weet, dan heb je een God, dan heb je ook werkelijk rust, vrede en hoop. Dit is alles.

Dat wordt tegen Jeremia gezegd. Trouwens, heel opmerkelijk: dit woord 'vormen' wordt later in Jeremia 18 ook weer gebruikt. Dan moet Jeremia naar de pottenbakker gaan en beschrijven wat daar allemaal plaatsvond. Er wordt gezegd: zoals de klei in de hand van de pottenbakker, zo zijn jullie, huis van Israël, in Mijn hand. Dat woord voor 'vormen' wordt dus gebruikt voor het werk van de pottenbakker. Dan weten we meteen ook wat we zijn. Mensen vragen wel eens: wat is nu de mens? Nou ja, de mens is heel klein, klei in de hand van de pottenbakker. En Hij vormt en doet dat allemaal. Hij excuseert Zich niet en vraagt niet aan de klei: "Wat wil je, wat zal Ik eens van je maken?" Nee, Hij maakt vaten ter ere en Hij maakt vaten ten onere. Ook die vaten ten onere passen weer helemaal geweldig in het plan en uiteindelijk bestemt Hij alles voor de heerlijkheid. Maar Hij gaat Zijn weg. Dat is dus over die God die wij dienen.

"Voordat Ik jou vormde in de buik, kende Ik jou, en voordat je voortkwam uit de baarmoeder, heiligde Ik jou." Dat wil zeggen: Ik stelde jou apart. "Ik stelde je tot een profeet voor de natiën." Dat wordt later in dit hoofdstuk trouwens nog veel uitgebreider beschreven, want Jeremia's bediening is niet alleen gericht op Israël, op Juda en op Jeruzalem. Nee, juist ook voor de natiën. Kijk maar in het hele boek hoe hij zich inderdaad ook richt tot Babel en alle omliggende landen en volkeren. Hij speelde daarin een geweldige rol.

Er is veel over te vertellen, maar dat doe ik nu niet. Weet u trouwens dat Jeremia mogelijk ook een psalm heeft geschreven? Ik kan het strikt genomen niet bewijzen, dus dat is de disclaimer, maar ik denk aan Psalm 119. U zegt: lees hem eens voor? Nou, nu even niet. Als het Psalm 117 was geweest, had ik gezegd: oké, doen we even. Maar Psalm 119 is net even te lang. Kijk maar eens naar wat we weten van de schrijver van Psalm 119; er is er één die perfect voldoet aan Jeremia. De schrijver van Psalm 119 zat ook in de put, om maar een puntje te noemen.

Maar hij wordt gesteld tot een profeet voor de natiën. Ik had het net over Benjamin; uit dat gebied kwam hij. Hij is afgezonderd vanaf de moederschoot. Deze parallel ligt echt voor het oprapen. Hij wordt vanaf de baarmoeder gesteld om een profeet te zijn voor de natiën. Wat lazen we net over Paulus? Dat was ruim vijfhonderd jaar later, maar in feite is het dezelfde structuur, dezelfde gedachtengang. Evenals Paulus is Jeremia bestemd om de boodschap uit te spreken voor de natiën. Je krijgt dus deze gedachte: de bediening van Jeremia duurde veertig jaar en eindigde bij de verwoesting van de stad Jeruzalem in het jaar 3500 Anno Hominis – dat wil zeggen: in het jaar van de mens, gerekend vanaf Adam. Aan de andere kant heb je de bediening van de apostel Paulus, die ook plaatsvond in de veertig jaren voorafgaand aan de verwoesting van Jeruzalem. Dat is een verwoesting van pakweg vijfhonderd jaar later, in het jaar 70 van onze jaartelling. Dus dit is AH en dit is AD – nee, nu denkt u weer dat ik reclame maak, maar dat bedoel ik niet – Anno Domini, onze jaartelling.

Uiteraard die veertig jaren. Dat zijn die veertig jaren gerekend vanaf het kruis; het jaar dat de Heer Jezus gekruist werd, opstond en ten hemel voer in het jaar 30. Veertig jaar later werd Jeruzalem verwoest. In die tijd vond de bediening van apostel Paulus plaats en ook de struikeling van Israël, waarbij het heil naar de natiën ging.

Maar dat loopt feitelijk synchroon of parallel, zo u wilt, met de bediening van Jeremia. Het is niet één op één hetzelfde, maar niettemin herken je de lijnen en de patronen direct. Zodat inderdaad dat wat van Saulus gezegd wordt, je ook zo terugziet bij Jeremia. Goed, dan gaan we nu naar Jesaja toe.

De Derde Schriftplaats: de Messias in Jesaja 49 ↑ hoofdstukken

In Jesaja 49 – en in mijn Bijbeltje staat er dan boven: 'de tweede profetie aangaande de Knecht des HEEREN' – daar gaan we nu naar kijken. Want in Jesaja, u weet het, zijn er verschillende profetieën in de hoofdstukken 42, 49 en 53 aangaande de Knecht of Dienaar van JAHWEH. En dit is de tweede en hij is geweldig mooi. Ook hier vind je weer die uitdrukking 'vanaf de moederschoot'.

Jesaja 49 begint met dit: "Hoort kustlanden naar mij en attentie volkeren daar in de verte!" Die 'mij', dat moet duidelijk zijn en dat blijkt vervolgens ook uit de rest van deze beschrijving: dan hebben we het over de Knecht van JAHWEH, oftewel de Messias. Jesaja voorzegt de komst van de Messias, wie Hij ook zou zijn. Jesaja 53 kennen we allemaal, of in ieder geval, die is heel bekend en beroemd. In het jodendom is het juist erg onbekend, want men heeft Jesaja 53 in de hele voorlezing van de Tenach eigenlijk terzijde geschoven, omdat men er niet mee uit de voeten kan. De aardigheid is dat men dat doet in overeenstemming met de profetie.

Maar goed, Jesaja 49 is ook geweldig frappant. "Hoort kustlanden naar mij en attentie volkeren in de verte! JAHWEH heeft mij van moederslijf aan geroepen en vanaf de moederschoot heeft Hij mijn naam vermeld." De Messias wordt hier zelfsprekend ingevoerd, zoals Jesaja ook soms God zelfsprekend invoert. Zoals: "Ik ben het die het licht formeer en de duisternis schep, het goede en het kwade. Ik, de HEERE, doe al deze dingen." Dan wordt God zelfsprekend ingevoerd. Hier is het de Messias die sprekend wordt ingevoerd en in feite daarmee dus ook voor zijn geboorte al spreekt, gewoon omdat dat voorzegd is. En dat is wat Jesaja hier doet.

"JAHWEH heeft mij van moederslijf aan geroepen en vanaf de moederschoot heeft Hij mijn naam vermeld." We weten dat dit inderdaad precies zo gegaan is, want toen zijn geboorte werd aangekondigd – je leest dat in Lukas 1 en Mattheüs 1, bij het 21e vers – werd gezegd dat Hij zou heten: JAHWEH is Redder. Yeshua, Jehoshua. Dat was zelfs al voordat Maria zwanger werd aangekondigd. Dus inderdaad: vanaf de moederschoot heeft Hij mijn naam vermeld.

"En Hij heeft mijn mond gesteld als een scherp zwaard." Dat is een eigenschap van het Woord van God die vaak een beetje wordt weggemoffeld en waar men niet zo blij mee is. Want kijk, dat het Woord van God verbindt en vrede aankondigt, ja, maar het Woord van God is ook een scherp zwaard. Het is tweesnijdend; het scheidt ziel en geest. Wij zeggen heel graag: "Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet", maar het is ook omgekeerd: als God iets scheidt en uit elkaar houdt, dan zou de mens dat niet vervolgens op zijn beurt gaan samenvoegen. De Messias zegt hier al tevoren: "Hij heeft mijn mond gesteld als een scherp zwaard."

En moet je eens opletten: "In de schaduw van zijn hand heeft Hij mij bedekt." Later wordt er trouwens ook in de Psalmen gesproken over de schaduw van zijn hand, ik weet even niet precies waar. "En Hij heeft mij tot een zuivere pijl gesteld, in zijn pijlkoker heeft Hij mij verborgen." In de schaduw, ongezien, heeft Hij mij bedekt en verborgen. Dat is wat hier gezegd wordt over de Messias. Let er wel op: dit wordt uitgesproken door de Messias die spreekt tot de landen in de verte en de kustlanden. Hij zegt: "Dit ben ik. Ik ben van tevoren aangekondigd, ik ben vanaf de moederschoot hiertoe gesteld. En dat wat uit mijn mond voortkomt is scherp. Maar God heeft mij bedekt en verborgen."

Als u zich nu afvraagt waar dit van spreekt, dan zou mijn antwoord zijn: het kan ook niet anders dan de tegenwoordige positie. Christus is gesteld aan Gods rechterhand en daar is Hij verborgen, inderdaad bedekt in de schaduw. Hij is verhoogd en vervolgens gaat nu zijn Woord uit. Dat scherpe Woord gaat uit naar de kustlanden, naar de hele wereld. Dit spreekt van zijn huidige positie en dat blijkt ook uit het vervolg.

"En Hij zei tot mij: u bent mijn dienaar." Of: "u bent mijn knecht", dat is mij om het even. Dit is trouwens wel een beetje een lastig taalkundig dingetje, want dit heeft te maken met interpunctie. In de meeste vertalingen wordt dit gelezen als: "Mijn knecht bent u, Israël, in u toon Ik mijn schoonheid." Dan is die Dienaar, die Knecht, Israël. Dat is heel vreemd. In de tekst zou je dat inderdaad zo kunnen lezen, maar u weet: in de grondtekst staan er geen punten, komma's of leestekens. Die kennen wij in onze taal en die zijn in een vertaling noodzakelijk, maar in het Hebreeuws staan ze niet. In het Grieks evenmin. Je kunt ook niet zien of het het begin van de zin is. Ik wil niet zeggen dat het ingewikkeld is, maar in ieder geval die interpunctie – die leestekens – die kent het Hebreeuws dus niet.

De vraag is dan: is het "u bent mijn dienaar, Israël"? Dan zou hier eigenlijk een komma moeten staan. Of Hij zegt tot mij: "u bent mijn dienaar." Ik heb hier een punt gezet en dan vervolgens: "Israël, in u toon Ik mijn schoonheid." Dus dan is de Knecht niet Israël, nee, de Messias wordt hier aangesproken als de Knecht en dan wordt er gezegd tegen Israël: "In u toon Ik mijn schoonheid." Kijk, deze interpunctie die meestal gelezen wordt, ook in de Statenvertaling en de NBG-vertaling en de meeste andere, past helemaal niet in het verband. Waarom? Omdat de Dienaar arbeidt in Israël. Ik zal het straks laten zien in het volgende vers, dan wordt het heel uitdrukkelijk gezegd. Sterker nog, dan wordt gezegd dat die Dienaar wordt geconfronteerd met ongeloof en dat Israël niet luistert. Dus hoezo, als je hier leest dat die Knecht Israël zou zijn, dan begrijp je deze hele context niet meer. Nee, de Knecht wordt hier aangesproken en waar arbeidt Hij? In Israël. En daar wordt zijn schoonheid getoond. Hoe wordt dat van Israël gezegd? Johannes 1: "Het Woord is vlees geworden en Hij heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader." Waar is dat gebeurd? In Israël.

Dus hier wordt de Messias aangesproken. Waar was Hij dan actief en waar werd de schoonheid van de Messias getoond? In Israël. En dan staat er: "En ik," dat is nog steeds die Knecht, "voor niks heb ik gearbeid. Ik heb mijn energie gesloopt en zinloos uitgeput." In de NBG-vertaling staat: "Toch, ik zeide: tevergeefs heb ik mij afgemat en vruchteloos mijn kracht verbruikt." Dat wil zeggen: alles ingezet en niet met het gewenste resultaat. Tevergeefs, zinloos uitgeput. Maar dat is geen taal van ongeloof, het is de taal van – in zekere zin – teleurstelling. Maar let op: "Maar zeker, mijn oordeel is bij JAHWEH en mijn arbeidsloon bij mijn God." Dat wil zeggen: de Messias stelt aan de ene kant vast dat Hij tevergeefs heeft gearbeid onder Israël, maar niettemin is zijn oordeel – het oordeel over Hem en over wie Hij is – bij zijn God.

Dat is aan God, en Hij geeft mij mijn arbeidsloon. Dus dat mag dan tevergeefs lijken en zinloos, maar in werkelijkheid is Hij zich ervan bewust: mijn arbeidsloon is bij mijn God. En dit spreekt opnieuw van het feit dat Hij wordt afgewezen door het volk, maar aan de andere kant verheerlijkt door God.

God heeft Hem verhoogd aan Zijn rechterhand. Daar is Hij nu verborgen. Hij is gekroond met eer en heerlijkheid, maar niettemin was dat nadat Hij onder Israël gearbeid heeft en alleen maar stuitte op een volk dat zich verzette. En uiteindelijk, nou, we weten hoe het met de Messias is gegaan. Hij kwam tot de zijnen en de zijnen hebben Hem niet aangenomen en ze hebben Hem aan het kruis geslagen. Nou, dat is wat hier gezegd wordt.

Israëls Afwijzing en Christus' Huidige Verborgenheid ↑ hoofdstukken

En nu zegt JAHWEH, die mij van moederslijf aanvormde tot Zijn knecht of tot Zijn dienaar, om Jakob tot Hem terug te doen keren, terwijl Israël zich niet laat verzorgen. Ik moet nu aan heel veel Schriftplaatsen denken, want er schieten me er zo een paar te binnen. Maar misschien wel de meest sterke en frappante is die u leest — dat zijn trouwens de laatste woorden die de Heer Jezus in het publiek heeft uitgesproken in Zijn bediening — namelijk in Matthäus 23. In het slot van Matthäus 23 spreekt Hij die snoeiharde rede over "mijn mond tot een scherp zwaard gesteld". Snoeihard: "Jullie witgepleisterde graven, huichelaars." Dat Hij echt zo spreekt en hoe ze het woord van God hebben verkracht ter wille van hun overleveringen. Diezelfde week wordt Hij nog gekruisigd. En dat Hij dan uiteindelijk eindigt — je hoort de tranen in Zijn stem: "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie tot u gezonden zijn. Hoe dikwijls heb ik u willen verzamelen, of willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder de vleugels, en jullie hebben niet gewild."

Dat is wat Hij zegt. "Ik heb jullie willen vergaderen." Daar kwam Hij voor. Hij kwam tot de Zijne. Hij zei immers, toen iemand uit de natiën tot Hem kwam voor genezing — u weet het, die vrouw die daar in Cana, in Sidon — dan lees je dat Hij zegt: "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël." Om het huis van Jakob te verzamelen. En dan staat er: "Ik ben van moederslijf aan gevormd tot Zijn knecht." Waarom? Om Jakob tot Hem terug te doen keren. Dit is trouwens vertaalkundig nog wel een lastig vers, dat blijkt uit verschillende vertalingen, maar ik laat dat nu even voor wat het is. Er staat dit: dit was Zijn missie, om Jakob tot Hem terug te doen keren. Maar Israël laat zich niet verzamelen. Dat is trouwens ook wat de Heer Jezus in Matthäus 23 zegt: "Hoe dikwijls heb ik u willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens, en jullie hebben niet gewild." En dan zegt Hij: "Jullie zullen Mij niet meer zien vanaf nu, totdat..." Want je zou natuurlijk zeggen: laat God dat dan alsnog varen? Zegt Hij: "Nou, het is niet gelukt, nu ga ik maar over tot iets anders"? Nee, Hij zegt: "Jullie zullen Mij niet meer zien totdat jullie zullen zeggen: gezegend Hij die komt in de naam van JAHWEH."

Er komt dus een moment dat Jeruzalem de Heer zal aanroepen en dan zeggen: "Gezegend Hij die komt." Dan zal de Messias inderdaad tot hen komen. Maar al die tijd, waar is Hij dan? Verborgen, bedekt in de schaduw aan Gods rechterhand. Je zou dus zeggen: Zijn taak is mislukt, want die was om Jakob tot hen terug te doen keren, maar Israël laat zich niet verzamelen. Vandaar ook dat Hij zegt: tevergeefs. Maar goed: "Ook mijn arbeidsloon is bij mijn God." En dat leest Hij nu verder. Hij zegt er ook hierbij: "Ik word verheerlijkt in de ogen van JAHWEH en mijn God is mijn sterkte." Dus hier wordt het gezegd: Jakob moest ik tot God laten terugkeren, maar Israël laat zich niet verzamelen. "Maar," zegt Hij, "ik word verheerlijkt in de ogen van JAHWEH en mijn God is mijn sterkte." Ziet u hier weer die twee sporen? Aan de ene kant Israëls afwijzing, en aan de andere kant: Hij wordt verhoogd en verheerlijkt bij God, al is het in het verborgene. Waarmee je dus ziet dat niet alleen Jesaja 53 perfect spreekt over de afwijzing van hun Messias, maar Jesaja 49 net zo.

In Jesaja 49 vers 6 staat: "En Hij zei tot mij" — God spreekt dus tot de Messias, de ik-figuur hier — "Het is te gering dat u Mij tot een dienaar zou zijn om de stammen van Jakob op te richten en de bewaarden van Israël te doen terugkeren." Het is te gering om dat alleen maar te doen. En dan: "Ik stel u tot een licht voor de natiën, opdat mijn redding zal zijn tot aan het einde van de aarde." Lees dit gewoon zoals het zich aandient. Dan staat hier dus: Israël luistert niet, laat zich niet vergaderen en de missie van de Messias blijkt in aanvang dus tevergeefs. Maar Hij zegt: "Mijn loon is bij God. Hij verheerlijkt mij en Hij verbergt mij in de schaduw van Zijn hand." En nu zegt God ook nog eens tot Hem: "Het is te gering om dat te doen en de bewaarden van Israël te doen terugkeren." Nu, in deze tijd gebeurt dat niet. "Ik stel u tot een licht voor de natiën, opdat mijn redding zal zijn tot aan het einde der aarde."

De Messias herstelt Israël nu niet — dat is wat er staat — maar Hij wordt gesteld tot een licht voor de natiën. Dit spreekt tegelijkertijd — u zegt misschien cryptisch, maar achteraf is dit volstrekt helder — over Israëls ongeloof. De Messias, die tevergeefs heeft gearbeid, wordt bij God verhoogd in heerlijkheid, in het verborgene. Dat is Zijn tegenwoordige positie. Vervolgens wordt Hij gesteld tot een licht voor de natiën en Zijn redding — dat is wat de naam van Jezus ook inhoudt — gaat naar de einden der aarde. Dat wil zeggen: gewoon naar de kustlanden. Want u weet wat de Bijbel onder 'land' of 'aarde' verstaat: God noemde het droge 'aarde' en dat betekent dus dat de aarde eindigt waar de zee begint. De einden der aarde zijn dus in feite synoniem met de kustlanden. En dat gaat dus helemaal naar de kustlanden. Zo is het ook gegaan. Het is naar het westen, maar in feite vervolgens naar alle kustlanden gegaan. Hier wordt dan gezegd: de Messias wordt gesteld tot een licht voor de natiën. In feite is dat precies wat de huidige werkelijkheid ook is. Dat staat dus al in Jesaja 49.

Wat ik nu ga vertellen is de klap op de vuurpijl. Wat we nu gezien hebben is: Israël wijst de boodschap af, de Messias wordt verhoogd aan Gods rechterhand en vervolgens wordt Hij gesteld tot een licht voor de natiën. Het woord gaat naar de kustlanden daartoe — overal, niet naar Israël maar naar de natiën. Dat spreekt van de tegenwoordige tijd. Dat dit zo is, ga ik nu bewijzen. Het ligt voor de hand als je Jesaja 49 leest, maar dat is in feite de situatie in onze dagen. Dat wordt in het verborgene al aangegeven. Nu neem ik u mee naar Handelingen 13.

De Ontknoping: Handelingen 13 en het Licht voor de Natiën ↑ hoofdstukken

Handelingen 13. Daar lees je dat Paulus in Antiochië is, in het Antiochië in Pisidië om precies te zijn. Daar komt hij in de synagoge en gaat daar spreken. U kent de procedure hoe dat gaat in het boek Handelingen: het Woord gaat uit, komt in de synagoge terecht, eerst tot de Jood en vervolgens wordt het afgewezen. Het is eigenlijk de standaard, een telkens terugkerend refrein. Dat zie je hier dus ook.

Paulus en zijn medewerker Barnabas zeiden daar vrijmoedig: "Het was noodzakelijk dat eerst tot jullie het Woord van God gesproken zou worden." Zo moest dat gaan. Maar omdat jullie het verstoten en jullie jezelf het aeonische leven — het leven van de toekomende eeuw — niet waardig oordelen: zie, wij keren ons tot de natiën. De Jood wijst het af, zowel binnen als buiten de landsgrenzen, en zo moest het ook gaan.

Paulus zegt vervolgens: "Zie, wij keren ons tot de natiën." Dat wekte trouwens heel veel naijver en jaloezie op. Dat wordt vaak positief opgevat, in de zin dat het heil naar de natiën gaat om hen tot naijver op te wekken zodat Israël het ook graag wil, maar die naijver is echt negatief. Het idee is: de boodschap aangaande de Messias is bij Israël neergelegd en zij wijzen het af. Wat gebeurt er vervolgens? Het gaat naar de natiën en die horen het. Dat riep altijd naijver en jaloezie op: moet je nagaan, de boodschap van de Messias passeert de synagoge en komt bij de natiën die het wél willen horen. Dat komt niet goed over, kan ik u vertellen. Dat zie je dan ook in Handelingen 13.

Waar het me nu om gaat, is dat Paulus zegt: "Wij keren ons tot de natiën." Want, zegt hij, zo heeft de Heer ons geïnstrueerd — of 'geboden', zoals de NBG-vertaling zegt, maar dat is om het even. Hoezo gaan wij nu naar de natiën? Wel, zegt Paulus, zo heeft de Heer ons geïnstrueerd. En wat doet hij vervolgens? Hij gaat Jesaja 49 vers 6 aanhalen, het vers waar we het net over hadden. Wat staat er in Jesaja 49 vers 6? "Ik heb u gesteld tot een licht der natiën, om tot redding te zijn tot het uiterste van de aarde." Wat dacht je wat!

Hier wordt dus door Paulus gezegd: wij gaan naar de natiën, want de Heer heeft ons geïnstrueerd. We hadden echter eerder gezien dat het in Jesaja 49 gaat over de Knecht van JAHWEH, over de Messias. Het is de Messias die gesteld wordt tot een licht voor de natiën. En hier staat vervolgens dat dit vervuld wordt in Paulus. Toch? Hier wordt gezegd dat via Paulus de Messias gesteld wordt tot een licht voor de natiën en tot redding tot het uiterste van de aarde.

Waarmee gezegd is: Christus wordt aan de natiën onthuld in en via Paulus. Hebt u hem? Dit is heel belangrijk, want dit zegt zoveel over de enorme impact van de roeping van Paulus. Paulus is degene die het licht van de Messias, van Christus Zelf, gaat verspreiden onder de natiën. En nu zijn we weer even terug bij het begin, want uiteindelijk bijt de slang in zijn staart.

Conclusie: Christus Onthuld Ín de Apostel Paulus ↑ hoofdstukken

We zijn weer terug bij het begin. Hoe lazen we het ook alweer in Galaten 1, waar Paulus zegt dat hij vanaf de moederschoot is afgezonderd, opdat God Zijn Zoon in hem zou openbaren, opdat hij Hem zou onthullen en evangeliseren onder de natiën? In Paulus onthult Christus zich dus aan de natiën en komt het Evangelie onder de volkeren terecht. Paulus is niets minder dan een afgevaardigde van Christus. Maar weet u wat het hele idee is bij afvaardiging? De een spreekt namens de ander. Je vaardigt iemand af en je geeft daarmee iemand feitelijk de credentials; je zegt: jij bent nu degene die namens mij spreekt. Als Paulus dus naar de natiën gaat om het licht van het Evangelie te verspreiden, dan is dat Christus zelf.

Dat betekent dat zijn woord, dat hij ook heeft vastgelegd, niet alleen bestaat uit wat hij toen mondeling heeft uitgesproken. Nee, hij is bij uitstek degene geweest die brieven heeft geschreven en hij heeft het opgetekend. Gedurende de hele tijd dat Israël terzijde staat — en dat is tijdelijk — gaat het licht naar de natiën via het woord en in de persoon van de apostel Paulus. Dit betekent dat we over de bediening van de apostel Paulus in onze dagen nooit te gering kunnen denken. Wie Paulus verwerpt, verwerpt Christus. Absoluut! Daarom zegt hij ook in Galaten 1: indien iemand jullie een Evangelie verkondigt dat afwijkt van wat ik jullie heb verteld — hij zegt zelfs: of ik het nu zelf zou doen of dat het een engel uit de hemel zou zijn — anathema. Dat is een vloek. Er is in onze dagen voor de natiën slechts één Evangelie en dat is het Evangelie dat hij uitdraagt.

Dit betekent dat Paulus niet zomaar iemand is die je op één lijn kunt stellen met de twaalf. Nee, het is juist via hem en ín hem dat het licht naar de natiën gaat. Als je in de duisternis wandelt en je wilt een licht opsteken, dan moet je bij Paulus wezen. Heb je vragen? Dan moet je bij Paulus wezen. Hij is de apostel en de leermeester van de natiën. Dat is zo geweldig. Het mooie is dat als je Paulus volgt, het niet zo is dat de rest van de Bijbel niet meer belangrijk is. Integendeel, Paulus zegt juist dat al de Schrift van God gegeven is. Maar als je onderwezen wilt worden in de Schrift, dan moet je bij Paulus beginnen en via hem komen we in heel de Schrift terecht. Het is dus geen veronachtzaming van de rest van de Bijbel, maar we gaan eerst in de klas zitten bij onze leraar en leermeester van de natiën, Paulus.

Dat is wat ik vanmiddag heel graag eens wilde onderstrepen: dat Paulus daar inderdaad vanaf de moederschoot al voor was afgezonderd. Het is ook een grote eer. Ze zeggen wel eens tegen mij: "Je bent een Paulus-mannetje." Maar dan zeg ik: "Nee, ik ben geen Paulus-mannetje, ik ben een Christus-mannetje." Precies, ja. Absoluut, geweldig. En daarom zegt hij ook: wees mijn navolgers, gelijkerwijs ik van Christus een navolger ben. Dus als je hem navolgt, dan volg je Christus na. Het lijkt mij een mooi punt om een punt te zetten.

🎧 vanaf de moederschoot
Delen: