GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Het Teken Van Jona, De Profeet

06-03-2016 - Geplaatst door Andre Piet
6 maart 2016, Urk

In Matteüs 12 wordt door de godsdienstige leiders aan Jezus de vraag gesteld of Hij een teken wil laten zien. Jezus reageert daarop niet al te complimenteus en zegt aan, dat dit geslacht slechts één teken te zien zal krijgen. Het teken van Jona, de profeet. Zoals Jona eens in de buik van het zeemonster, zo zal de Zoon des Mensen drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zijn. Waarop doelde Jezus met deze termijn? En wat is “het hart der aarde”? De stad Ninevé bekeerde zich in Jona’s dagen, maar wat zou er met Jezus’ generatie gebeuren?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie staat het teken van Jona centraal, dat werd gegeven aan een onwillig en overspelig geslacht. Zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis verbleef, zo lag de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van het land. Dit verblijf in het graf was het enige en definitieve teken dat aan die generatie werd getoond. Waar de stad Nineve zich in veertig dagen bekeerde na de prediking van Jona, wees het Israël van Jezus' dagen de boodschap af. Precies veertig jaar na dit teken werd Jeruzalem vervolgens verwoest, wat mede wordt bevestigd door Joodse bronnen. Uiteindelijk onderstreept de boodschap dat Hij die meer is dan Jona, nieuw leven uit de dood brengt.

“Niet Jezus' opstanding was het teken, maar Zijn verblijf in het graf van drie dagen en drie nachten. Dat teken heeft dit geslacht gekregen.”

Introductie op Matthéüs 12 en de Historische Context ↑ hoofdstukken

Goedemiddag vrienden. De vorige keer hebben we met elkaar nagedacht over een gedeelte uit 1 Korinthe 1, dat ging over de roeping, over dat begrip. Vanmiddag wil ik u meenemen naar Matteüs 12. We gaan het hebben... Ik dacht: kom, ik ben op Urk, laten we het eens hebben over vis, over grote vis.

Het teken van Jona, de profeet. Die uitdrukking komt daar in Matteüs 12 direct voor. Trouwens ook nog een keertje in Matteüs 16, waarover straks nog even meer. Maar we zullen ons vanmiddag trouwens beperken tot slechts een aantal verzen, een klein aantal verzen. En het is wel de moeite waard – had ik dat op voorhand even gezegd mogen hebben – het is echt de moeite waard, zo is mij gebleken, om ons heel specifiek eens te richten op deze korte passage en op dat wat de Heer daarin naar voren brengt. Al was het trouwens ook maar vanwege de vragen die het gedeelte oproept, en die verdienen denk ik ook echt serieuze aandacht en ook een serieus antwoord. Nou, daar komen we vanzelf wel over te spreken.

We beginnen dan voor het gemak bij vers 38. Dan lees je de directe aanleiding tot het onderwerp. In vers 38 van Matteüs 12 lees je: "Toen antwoordden Hem enigen van de schriftgeleerden en Farizeeën..."

U ziet, we hebben nu een mooi scherm. Daar ben ik erg blij mee trouwens, want het is een aanzienlijk duidelijker, grootser, mooier wit scherm, ook zodat het goed zichtbaar is voor iedereen, en voor de video ook nog eens. Maar dat wilde ik er nog even bij gezegd hebben: de interlineair komt op deze manier ook goed uit de verf, zodat je ook echt met maximale precisie tot de grondtekst kunt naderen, zodat je ook ziet, woord voor woord, hoe het er staat.

Om even, voor degenen die het niet weten: de bovenste regel, dat had u wel begrepen, is de Griekse tekst – het origineel, zoals dat in de handschriften staat. Zelfs het lettertype dateert nog echt uit het begin van onze jaartelling. Daaronder staat die groene tekst, daar moet u vooral op letten, omdat dat namelijk de weergave is die, zoals dat heet, concordant is: zo woord-voor-woord en letterlijk mogelijk. En daaronder staat die grijze regel, dat is dan de wijze waarop de NBG dat heeft weergegeven. De tekst die u hier ziet, is ook inderdaad die van de NBG: "Toen antwoordden Hem enigen van de schriftgeleerden en Farizeeën."

En dat woordje "toen", dus op dat moment, verwijst ons naar het voorgaande en dat woord koppelt deze passage aan dat wat er zojuist had plaatsgevonden. Nu moet u weten dat het voorgaande in Matteüs 12 trouwens bij een heel andere gelegenheid plaatsvond – dat is alweer een heel tijdje terug, toen hebben we het daar eens een keertje uitgebreider over gehad: over de lastering van de Heilige Geest, waarvoor geen vergeving is, noch in deze, noch in de toekomende aion. U weet het, dat staat in Matteüs 12; over die geschiedenis hebben we het toentertijd gehad. Maar dat is dus historisch gezien wat daar direct aan voorafgaat.

En dan lees je namelijk dat de Heer iemand had genezen; dat was op een sabbat. Dat staat in – nou, ik blader nu eventjes – Matteüs 12. Het was een genezing op de sabbat en daar wordt iemand op een wonderlijke wijze weer gezond gemaakt. Dat riep veel verzet op van de godsdienstige leiding. Ook in dat verband lees je over schriftgeleerden en Farizeeën, zij die de godsdienstige orthodoxie, zeg maar, representeerden. Zij waren verbolgen over het feit dat Jezus dat deed op een sabbat. En als er dan vervolgens ook nog eens gesproken wordt over het feit dat er demonen uitgedreven worden, dan wordt de toonzetting heel erg fel en gemeen.

Want dan zeggen zij, en beschuldigen zij Jezus van het feit, dat Hij demonen zou uitdrijven door de overste van de demonen, namelijk Beëlzebul. En de Heer zegt daarvan: "Dat is dan nog een lastering van de Zoon des mensen" – want dat zou nog tot daaraan toe zijn, ik zeg het nu even in mijn eigen woorden – "maar," zo zegt Hij, "dat is niets minder dan een lastering van de Geest. Daarvoor is geen vergeving, noch in deze aion, noch in de toekomende."

Mensen zeggen dan van: "Ja, daar is nooit meer vergeving voor tot in eeuwigheid." Nou, dat staat er niet. Daar hebben we het toentertijd ook over gehad, dus dat hoef ik niet nog eens een keertje dunnetjes over te doen. Maar het wordt wel buitengewoon serieus genomen en het is ook een buitengewoon kwalijke lastering. Geen lastering zozeer van de Zoon des mensen, zoals gezegd, maar het was een lastering van de Heilige Geest.

Nou, in die context, als dat zo besproken is – en er zijn, dat moet ik er ook bij zeggen, over en weer harde woorden gevallen, niet alleen wat zij dan over Jezus zeggen, maar wat de Heer dan ook aan het adres van deze godsdienstige leiders zegt, want Hij noemt hen in vers 34 zelfs "adderengebroed". Nou, dat liegt er toch ook niet om! Dat geeft dus de sfeer aan die er toen was. De godsdienstige leiding aan de ene kant, en aan de andere kant Jezus die Zijn woord spreekt, maar Zijn woord ook kracht bijzet. Of moet ik zeggen: God zet Zijn woord kracht bij door genezingen, et cetera, en ook door demonen die worden uitgedreven. Nou, het is bij die gelegenheid – dat is wat hier naar voren gebracht wordt – het is bij die gelegenheid dat die schriftgeleerden en Farizeeën Hem antwoorden en dan zeggen zij:

Een Hypocriet Verzoek van een Boosaardig en Overspelig Geslacht ↑ hoofdstukken

"Meester, wij zouden wel een teken van U willen zien." Als je even goed beseft wat er zojuist niet alleen heeft plaatsgevonden, maar wat er in het voorgaande allemaal al is gebeurd en wat de Heer aan wondertekenen verricht heeft, dan is dit natuurlijk een zeer hypocriet verzoek. Ik kan het niet anders noemen. Trouwens, het is de Heer zelf die dat dan ook zo aan de kaak stelt.

Kijk, op zich... Ik heb wel eens gedacht van het verzoek of de vraag om een teken, dat dat op zichzelf hypocriet of ongelovig zou zijn. Dat kun je volgens mij niet hardmaken. We lezen bij meerdere gelegenheden, ook al in het Oude Testament, dat er een teken gevraagd wordt. De eerste geschiedenis die mij dan zo voor de geest komt, is de geschiedenis van Gideon die een teken vraagt – en zelfs nog een dubbelteken. U weet wel, van dat wollen vlies – een prachtige typologie enzovoort zit erachter. Maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat erom dat er een teken gevraagd wordt en de Heer honoreert dat door dat teken ook te geven, en dat bij die gelegenheid zelfs te herhalen op een omgekeerde manier.

Kijk, je kunt dus niet zeggen dat het verzoek om een teken op zich hypocriet is. Maar in dit geval wel, want ze hadden tot dusver namelijk niets anders dan tekenen gezien. Dus als zij nu vragen: "Wij zouden wel een teken van U willen zien?", dan zeggen ze feitelijk: "Tot dusver hebben we nog helemaal niets van U gezien. En dat wat we gezien hebben, dat voldoet niet aan onze criteria." Dus ja, eigenlijk, als dit hier zo staat, dan wordt de geschiedenis die ik zojuist al even geschilderd heb van het voorgaande, gewoon voortgezet. Dat blijkt dan ook wel, want als de Heer daarop antwoordt – Jezus dus, Hij antwoordde hun en zeide – dan zegt Hij: "Het is een boos, een boosaardig..." Dat zegt dus iets over de motieven; het is niet zuiver. Het is onzuiver, het is boosaardig en bovendien: het is een boos en overspelig geslacht.

Of eigenlijk ons woordje 'generatie' – je herkent het er nog in. Dat komt eigenlijk ook uit het Grieks, en dat is wat hier dan eigenlijk staat. Het begrip is breder dan alleen maar een generatie; het kan ook nog wel een 'soort' betekenen. Maar we zullen straks ook zien dat het vooral ook de gedachte van een generatie heeft. Daarom – en trouwens, die betekenis heeft het bij ons ook primair: dit geslacht. Het ene geslacht komt, het andere geslacht gaat. Dan hebben we het over de wisseling van de generaties. Wel, ik kom daar wat uitgebreider op terug, want dat is nog van belang voor de uitleg van de volgende verzen. Maar eerst nu even dit.

Hij antwoordde en zei: "Een boosaardige en overspelige generatie verlangt een teken." Dat wil zeggen, daarmee kwalificeert Hij hen. Degenen die dit nu zeggen – het feit dat jullie dit nu zo vragen, geeft aan dat jullie boosaardig zijn. Dat is één ding. En bovendien: het is overspelig. En overspelig wil zeggen: ja, hoererend. Jullie lonken naar een ander dan de enige Man met wie jullie getrouwd zijn. Dat is eigenlijk wat overspel is. Jullie zijn getrouwd, maar jullie als de echtgenote gaan in zee met andere mannen, met een andere man. Dat is taal die we natuurlijk heel goed herkennen uit het Oude Testament. Het zijn de profeten die heel dikwijls over dat soort metaforen spreken.

Het hele idee daarbij is dat het oude verbond het karakter had van een huwelijksverbond. Het oude verbond is nu eenmaal: God was met Zijn volk getrouwd. Hij was de Man en het volk was Zijn vrouw – Israël de vrouw. Nou, ik geloof trouwens dat dat – maar dat is natuurlijk een item op zich – in het Nieuwe Testament ook helemaal niet verandert. De vrouw, de bruid, is Israël. Ook als we het hebben over het nieuwe verbond, gaat het niet over de gemeente. Dat is nooit... Nou, 'de vrouw' zou je nog enigszins kunnen verdedigen, maar die is niet de bruid. Want – daar heb ik het nu verder even niet over – het gaat me nu even om het feit dat de Heer hen aan de kaak stelt als een overspelig geslacht dat een teken verlangt.

Kijk, het is boos en overspelig als je, zoals zij, geen teken wilt aannemen. Ze verzoeken een teken, maar dat is alleen maar eerlijk als je ook bereid bent, als het teken plaatsvindt, je daardoor te laten overtuigen. Nou, dat is wat zij niet deden en vandaar deze etiketten: 'boos' en 'overspelig'.

En nu nog even deze term. Daarvoor wil ik u graag even meenemen helemaal naar het begin van de Bijbel, naar de eerste boeken, naar het boek Numeri. Want daar lezen we over die metafoor van overspel. Ik zei al: Israël is het volk waarmee God getrouwd was. Zij waren de echtgenote. Het land wordt ook beschreven als de echtelijke woning. En het is ook zo dat als Israël overspelig blijft doen en andere goden achterna loopt... Afgoderij had voor Israël het karakter van hoererij; ze waren immers getrouwd met God. Wel, dat betekent dus dat als ze andere goden achterna liepen, dat hoererij was. Maar daarmee zijn afgoderij en hoererij dus feitelijk synonieme begrippen. Afgoderij is hoererij voor Israël, omdat zij getrouwd waren met de Heer. Dat was het idee. Maar nu neem ik u even mee naar Numeri 13.

De Parallel met Numeri 14: Veertig Jaar in de Woestijn ↑ hoofdstukken

Ja, want het overspelige geslacht... Zo wordt namelijk ook de generatie genoemd die omkwam in de woestijn. Oh, ik zei nummer 13, ik bedoel nummer 14. Daar leest u dit, daar staat dit geschreven. Dit is net nadat de twaalf verspieders in het land waren geweest gedurende veertig dagen. En dan komen zij weer terug bij het volk, en dan zijn het slechts Jozua en Kaleb die het volk erop wijzen van: "Ja, God heeft dit land beloofd, en Hij zal dat ook aan jullie geven." Het zijn de tien verspieders die een heel ander advies geven, maar dat neemt God buitengewoon hoog op. Want om die reden zou het volk, in plaats van het land in te gaan, nog eens veertig jaar in de woestijn blijven rondzwerven.

En nu haak ik aan bij vers 33, daar staat: "Uw zonen zullen veertig jaar lang in de woestijn rondzwerven en uw overspelig gedrag boeten, totdat uw lijken alle in de woestijn liggen." Ziet u? Het wordt aangemerkt als overspelig gedrag. Ze luisterden niet naar hun Man—dat was het idee—en ze lieten zich eigenlijk inpakken door andere goden.

Nou, dan lees ik even verder, want dit is meteen ook een opstapje naar waar we het later nog over zullen gaan hebben. Ik noem nu alleen even het fenomeen, want wat hier dan gezegd wordt, is dit. Want waarom veertig jaar? Nou, dan staat er in vers 34: "...overeenkomstig het aantal dagen gedurende welke gij het land verspied hebt, veertig dagen, zult gij uw ongerechtigheden veertig jaar lang boeten, voor elke dag een jaar." Veertig dagen waren de verspieders in het beloofde land geweest. Veertig jaar, voor elke dag een jaar, zal het volk verblijven in de woestijn totdat ze allemaal zijn omgekomen in de woestijn en totdat hun lijken alle in de woestijn liggen, "...opdat gij weet wat het betekent als Ik Mij afkeer." Dat zou Israël dus daadwerkelijk ook aan den lijve gaan ondervinden.

Hier dus. En dan wordt er trouwens ook over gesproken in de Psalmen—dat lees je later—en in de Hebreeënbrief wordt het ook aangehaald, namelijk dat Israël, die generatie, inderdaad wordt aangeduid als "dit geslacht". Dat wil zeggen: gedurende deze veertig jaren zullen jullie verblijven in de woestijn en pas daarna zal de intocht plaatsvinden in het beloofde land, via de Jordaan en achter Jozua aan. Ook dat zit natuurlijk boordevol typologie.

Ik geloof trouwens dat ook deze veertig dagen weer een type zijn, maar dat zeg ik eventjes voor degenen die dat thuis nog eens een keertje willen nakijken. Ik geloof dat die veertig dagen ook een type zijn van de veertig dagen die de Heer verbleven heeft na Zijn opstanding tot aan Zijn hemelvaart, waarna je een periode van ongeloof van Israël kreeg van veertig jaren tot aan de verwoesting van Jeruzalem. Maar daar kom ik straks nog even op terug. Ook daar kom ik nog op terug. Dus ik parkeer nu alvast een heleboel naar wat we aan het eind pas zullen zien, want er zijn eerst nog een paar andere hobbels te nemen. In ieder geval worden hier die veertig jaren verklaard.

Goed, we gaan weer even terug naar Matteüs 12. Hij antwoordde hun en zeide: "Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken." Nou, die konden deze schriftgeleerden en Farizeeën in hun zak steken, want daarmee waren zij aangemerkt. En zou de Heer dat honoreren? Nee... nou ja, dat zeg ik niet helemaal juist. Hij zou het honoreren, maar ze zouden in de toekomst—het gaat over de toekomende tijd, er staat "het zal"—geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Er zou één teken gegeven worden in de toekomst.

Kijk, de Heer deed hier op aarde vele tekenen. Je leest in het Johannesevangelie zelfs—zo sluit Johannes zijn evangelie ook af—dat hij zegt dat Jezus nog vele andere tekenen gedaan heeft. Johannes beschrijft er slechts zeven, maar Hij heeft nog vele andere tekenen gedaan. "Maar indien ze allemaal opgetekend zouden zijn, dan zou de wereld de boeken niet kunnen bevatten." Zo drukt Johannes zich daarover uit. Met andere woorden, dat is zo'n giga-groot aantal dat de Heer allemaal gedaan heeft, maar dan gaat het over Zijn verblijf hier op aarde. Uiteindelijk zou er voor dit geslacht één teken overblijven. Dat is wat er staat: "Het zal geen teken ontvangen dan dit ene teken." Wat ons natuurlijk nu erg nieuwsgierig maakt: wat is dat teken dan? Dat is het laatste, het definitieve teken dat dit geslacht, dat boos en overspelig is, zal krijgen. Geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Ja, het teken van Jona, de profeet. En daarmee is iets gezegd—ja, iets?—daarmee is eigenlijk alles gezegd over wat dat teken is.

Jona Zélf Is het Teken ↑ hoofdstukken

Kijk, Jona zelf is namelijk het teken. Het teken van Jona wil niet zeggen het teken dat hij deed, want Jona deed helemaal geen tekenen. Hij heeft gesproken, daar was hij ook een profeet voor, en eigenlijk was zijn hele leven ook profetisch. Ik kom daar straks nog op terug. Hij is sowieso een type van de Heer Jezus Christus, dat staat in dit gedeelte expliciet. Hij is bovendien ook nog een type van het volk van Israël, dat begraven is onder de volkeren, maar uiteindelijk wegloopt voor haar hemelse opdrachtgever en uiteindelijk toch in haar bediening geplaatst zal worden. Na twee dagen, jazeker, en dan alsnog de wereld zal gaan beëvangeliseren. Daarmee is Jona zelf een teken. Het teken van Jona, de profeet, dat is dus niet het teken dat hij deed, maar het teken dat hij is.

In Lukas 11 vers 30 wordt... dat is het parallelle gedeelte. Ik verwijs er nu eventjes naar zonder er verder naartoe te gaan; ik heb er geen diaatje van. Maar het is zo dat daar ook gesproken wordt dat Jona voor de Ninevieten – zo heetten die inwoners van Nineve dus, hè – een teken is geworden. Hij werd een teken. Dus daarmee is gezegd wat aan hem gebeurde. Hij, doordat er iets met hem plaatsvond, werd een teken. Dat is volstrekt helder.

Overigens, en ik heb er al eventjes op gezinspeeld bij de aanvang, maar als hier gesproken wordt over het teken van Jona de profeet dat dit geslacht zou krijgen – als enig teken dat hen uiteindelijk zou overblijven – dat wordt niet alleen hier in Matteüs 12 gezegd, maar ook veel later nog. Nou ja, dan zijn we inderdaad toch... Ik zit dat nu eventjes uit het hoofd te berekenen, maar dit was volgens mij bij een latere gelegenheid, na de verheerlijking op de berg. Dat is niet zo gek ver voor Jezus' overlevering en Zijn sterven. Heeft Hij ditzelfde woord ook uitgesproken? Dus dit is nogal wat.

Het is één teken dat het volk, dit geslacht, zou overblijven. Dat is één ding, maar bovendien: het wordt ook herhaald. Daarmee wordt dus de importantie ervan onderstreept. In Matteüs 16 staat namelijk exact hetzelfde; vrijwel gelijkluidende woorden: "Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, en het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona." Dan lees je in dat verband: Hij verliet hen en ging heen. Dus ja, hier staan dezelfde woorden; dit wordt herhaald.

Maar goed, dat behoeft tekst en uitleg. Want vervolgens staat er in vers 40 van Matteüs 12 – dus voor de goede orde – dat dit geslacht geen teken zal ontvangen dan het teken van Jona de profeet. Hoezo? Nou, daar gaat de Heer dat uitleggen.

In de Schoot van het Zeemonster: Wedergeboorte en Opstanding ↑ hoofdstukken

Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was... Ja, zo wordt dat hier genoemd: in de buikholte. Het is trouwens interessant – ik heb dat eens nagekeken – maar dit woord 'buikholte' (ik bedoel het Griekse woord) wordt op andere plaatsen vertaald met 'moederschoot'. Bij buikholte denken wij misschien alleen aan de maag, maar het Bijbelse woord is veel breder. Het heeft namelijk ook net zo goed de betekenis van de moederschoot, dus de holte in de buik. Wij spreken ook wel over 'een kind in de buik hebben'. In dat verband wordt ditzelfde woord gebruikt.

En als je er trouwens zo over nadenkt in verband met Jona, dan was het dus feitelijk zo dat Jona in de buikholte was, maar je zou het net zo goed kunnen vertalen met 'in de moederschoot' van de grote vis. Zodat hij eigenlijk wedergeboren werd. Toch? Hij was geboren, en nu werd hij weer geboren. En feitelijk is die wedergeboorte niets anders dan opstanding. Feitelijk zijn dat ook synonieme begrippen: je ontvangt nieuw leven. Trouwens, als ik me niet vergis – ja, ik weet het wel zeker – in Jona 3 wordt dat ook zo genoemd.

Hier wordt trouwens gesproken over het zeemonster. Dat is geen zoölogische definitie, maar het is gewoon een monster van een zeebeest geweest, een gigantisch, monsterachtig ding. En wat voor vissen er geweest zijn, dat weten de kinderliedjes natuurlijk allemaal wel. Het was een walvis, en ik heb me laten vertellen... Maar nu bevind ik mij op zeer glibberig terrein, want ik bevind mij hier natuurlijk tussen allemaal visdeskundigen. En ik weet niet zoveel van vis, behalve dan dat ik het erg lekker vind. Maar het enige wat de Bijbel erover zegt, is dat het een grote vis was. Andere mensen hebben dat weer geprobeerd te verkleinen en zeiden: 'Ja, weet je hoe dat ook kan? Dat kwam namelijk omdat Jona behoort tot de kleine profeten, dus vandaar dat hij in die vis paste.' Dan moet ik het wel goed zeggen natuurlijk! Maar goed, moet ik dat nog uitleggen? Dat dat toch heel ergens anders over ging? Dat Jona een kleine profeet was, heeft niets met zijn fysieke grootte of zijn lichaamslengte te maken, maar met de omvang van het boek dat hij heeft achtergelaten. Dat is betrekkelijk klein. Je hebt grote profeten zoals Jesaja, Ezechiël en Jeremia, en je hebt kleine profeten. Jona is ook zo'n kleine profeet; slechts vier hoofdstukjes heeft hij ons achtergelaten, vandaar. Maar goed, dat even terzijde, want dat lijkt me verder niet zo heel erg ter zake te doen.

'Gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was.' Drie dagen en drie nachten, dat is rechtstreeks overgenomen en geciteerd uit Jona. In Jona 1 en 2 lees je dit. Laten we er even naartoe gaan. De Here refereert hier... Ja, ik bedoel, Hij spreekt tot Zijn volk. Hij spreekt meer specifiek zelfs tot de schriftgeleerden en Farizeeën, die natuurlijk deze geschiedenissen door en door kenden. Trouwens, deze geschiedenis is zo bekend. Een kind begrijpt en kent de geschiedenis van Jona en zingt daarover, nietwaar? Nou, afijn.

Naar Jona 1 wilde ik u even meenemen. Want daar lees je dus: 'En de HERE beschikte een grote vis.' Ongeacht van welk soort dat dan ook geweest mag zijn; daar mogen andere mensen zich mee bezighouden en over stoeien, dat doet er niet toe. Het was een grote vis. En er staat bij: 'de HERE'. De HERE beschikte. Hij beschikt alle dingen. Hij beschikte een grote vis. Later in de geschiedenis lees je: 'Hij beschikte een worm.' Een wormpje! Er staat exact hetzelfde woord. Want de HERE beschikt alle dingen. Ja, Hij is God, en niets is voor Hem te klein, niets is voor Hem te groot. Hij plaatst de dingen en geeft er betekenis aan. De HERE beschikte dus een grote vis. Waarom? Om Jona in te slokken. 'En Jona was in het ingewand van de vis drie dagen en drie nachten.' Dus daaraan is dat ontleend, zo staat het er.

En dan lees je in het volgende hoofdstuk, Jona 2 vers 1: 'En Jona bad tot de HERE, zijn God, uit het ingewand van de vis.' Ja, hoe dat verblijf van drie dagen en drie nachten eruitgezien heeft en hoe hij dat beleefde, dat weet ik niet. In ieder geval hebben sommigen – en ik vind dat helemaal niet zo'n gekke gedachte, ik opper het zomaar even – zelfs gezegd dat Jona is gestorven in die vis. Niet meteen natuurlijk, want anders kun je niet bidden. Maar hij is gestorven en vervolgens levend eruit gekomen. En typologisch klopt dat, want ik zei eigenlijk al dat toen hij uit de vis gespuugd werd, dat inderdaad nieuw leven voor hem was: opstanding. Nou goed, ik blijf daarvan af.

Het is in ieder geval zo dat zijn verblijf in de zee, in die grote vis, in ieder geval een type is van de dood. Dat is één ding dat zeker is. Maar in elk geval dit: Jona bad tot de HERE, zijn God, vanuit het ingewand van de vis en hij zei: 'Ik riep uit mijn nood tot de HERE.' Nu kun je je voorstellen hoe het is als je in zo'n vis zit, na alles trouwens wat er al gebeurd was. Ik bedoel, het was eigenlijk alsof hij een zeemansgraf had gekregen, met dat verschil dat hij er niet dood, maar levend in was geworpen. En hij riep: 'Ik riep uit mijn nood tot de HERE en Hij antwoordde mij. Uit de schoot van het dodenrijk schreeuwde ik, Gij hoordet mijn stem.'

Hier wordt weer dat woord 'schoot' gebruikt. De moederschoot dus; de buikholte, de moederschoot. 'Uit de schoot van het dodenrijk.' Kijk, eigenlijk was hij begraven. Niet onder het aardoppervlak, maar onder de zeespiegel. Daar was hij begraven, vandaar dat hij vanuit het dodenrijk riep. Je leest eigenlijk in de Bijbel – dat is wel interessant – over het dodenrijk, of de Hades, in het Grieks. Hier in het Hebreeuws staat er 'Sjeol'. Dat is de plaats van de dood, het graf. En dat bevindt zich gewoon onder de aarde of, als je je onder de zeespiegel bevindt, onder water. Dan bevind je je in het dodenrijk. In een spelonk bevind je je dus ook in het dodenrijk. Daar zijn wel interessante aanwijzingen voor in de Bijbel. Dat zegt dus nog niet eens zozeer iets over de toestand waarin je je bevindt, maar veel meer over de plek waar je bent: onder de aarde of, in dit geval, onder de zeespiegel.

'Vanuit de schoot van het dodenrijk schreeuwde ik en Gij hoorde mijn stem.' Ja, want God had een plan met Jona. En dat het allemaal zo gelopen was... dan kun je natuurlijk zeggen: 'Ja, dat was de ongehoorzaamheid van Jona.' Jawel, maar God had een plan. En door de ongehoorzaamheid heen – we hebben dat al zo vaak gezien – door de ongehoorzaamheid van de mens heen gaat God gewoon Zijn weg. En dan blijkt het nog perfect te kloppen ook. De HERE heeft, ja, zoals geschreven staat in Spreuken: 'De HERE heeft alles gemaakt voor Zijn doel, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.' Nu was Jona geen goddeloze, dat weet ik ook wel, maar hij was wel voor God weggelopen om zich aan zijn missie te onttrekken.

'En Gij hadt mij geworpen in de diepte, in het hart der zee.' Houd die uitdrukking even vast, want we zullen die straks in soortgelijke vorm weer tegenkomen. 'In het hart der zee', dat wil zeggen: in het midden van de zee. Want daar bevonden ze zich, midden op zee, en daar is hij in de diepte geworpen. Maar uiteindelijk bevond hij zich wel in het dodenrijk, maar dat was een schoot. En die formulering alleen al – ik realiseer me dat terwijl ik erover spreek – is eigenlijk al zo'n hoopgevend woord. Hij bevond zich in de moederschoot. Er is leven. Ja, er is leven na de dood. Het was niet hopeloos. Hij bad tot zijn God.

Maar het gaat me nu even vooral natuurlijk om deze uitdrukking. Drie dagen en drie nachten heeft dit geduurd. En toen lees je dat de HERE er een keer in bracht, en toen is Jona op het land gespuugd door diezelfde vis. Afijn, die geschiedenis kent u.

Nu is het even genoeg om erop te wijzen. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buikholte van het zeemonster was, zo zal – dat wil zeggen: zoals Jona begraven was in het midden der zee – zo, dat wil zeggen: op dezelfde wijze. Jona is dus een type. En hij is een type van wie dan? Nou, dat staat er dan vervolgens.

De Ben-adam in het Hart van het Land ↑ hoofdstukken

Zo zal de Zoon des mensen... Of eigenlijk staat er 'des mensen'. Dat klinkt in onze oren misschien als meervoud, maar in het Grieks staat er gewoon 'zoon van de mens'. Dat is in het Hebraeus weer zo'n Hebraeuwse uitdrukking die ontleend is aan de Hebraeuwse Bijbel. En dan is het de Ben-Adam. Ik vind dat veel mooier. De zoon van de mens: het is niet zomaar de mens in het algemeen, maar het verwijst naar iemand. De Ben-Adam, dat is een prachtige Messiaanse titel. Zoals we vele Messiaanse titels hebben, is deze Messiaanse titel ook zo mensheid-omspannend.

Het Nieuwe Testament vangt aan met het geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van Abraham, de zoon van David. Maar zowel de term zoon van David als zoon van Abraham verwijst naar zijn Israëlitische oorsprong en naar zijn Davidisch koningschap. Maar de zoon van Adam, de Ben-Adam, wil zeggen: Hij is de erfgenaam van Adam. Alles wat Adam kreeg, dat wordt overgeërfd naar de uiteindelijke zoon van Adam, de Ben-Adam.

En die uitdrukking, u vindt hem onder andere in Psalm 8. Maar ik vind hem heel mooi. Want daar lees je... weet u, Psalm 8? Dat is die psalm waarin gesproken wordt over de Ben-Adam. U moet dat dan wel – dat moet ik er wel bij zeggen – in de Statenvertaling lezen. Als je de NBG-vertaling leest, dan raak je echt meteen de draad kwijt. En ik weet dat met stelligheid, omdat vervolgens deze psalm wordt aangehaald in de Hebreeënbrief. En de Hebreeënbrief leest het precies zoals de Statenvertaling het ook vertaalt in Psalm 8. Ik ga dit nu even niet uitleggen, maar u bent in ieder geval alvast gewaarschuwd: lees het zoals het in de Statenvertaling staat.

En dan staat er over die Ben-Adam... Wat is er nou zo bijzonder aan de Ben-Adam? Wel, in Psalm 8 vers 5 en 6 wordt die uitdrukking gebezigd van hem die eerst een korte tijd beneden de engelen gesteld is. En de Hebreeënbriefschrijver licht dat dan toe en hij zegt: 'Ja, vanwege het lijden des doods.' Engelen sterven namelijk niet. En de tijd dat hij dood was – drie dagen en drie nachten – was hij beneden de engelen gesteld. Maar daarbij blijft het niet. Integendeel, hij is een korte tijd beneden de engelen gesteld om vervolgens met eer en heerlijkheid van Godswege gekroond te worden. Dat is de Ben-Adam.

Vergis je niet, als je het hebt over de Ben-Adam, dan is dat niet zomaar een nieuwtestamentische uitdrukking. Het komt uit het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel, en verwijst naar de grote erfgenaam die, als ik het zo mag zeggen, de klus zal klaren die ooit aan Adam gegeven werd. Maar u weet het: Adam was de ontslagen tuinman, en de Ben-Adam is de ware tuinman. Dat dacht Maria ook, dat hij de tuinman was, toch? Het was ook zo. Hij is de echte tuinman, de echte Adam, de ware Adam, de Ben-Adam. En hij is nu, nadat hij een korte tijd beneden de engelen is gesteld, met eer en heerlijkheid gekroond. Dat is waar die term, die uitdrukking, die Messiaanse titel – de Ben-Adam – aan refereert. Het is zoveel zeggender, als u het mij vraagt, dan alleen maar de zoon van de mens of de Zoon des mensen. Het is de zoon van dé mens, namelijk die ene: Adam ook.

Goed. Gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Ben-Adam in het hart der aarde zijn. Het hart der aarde... Ik heb heel vaak gedacht dat dit betekent dat hij onder de aarde zou zijn, maar strikt genomen klopt dat ook niet. Ik bedoel: Jezus is niet in die zin begraven. Hij was in een... hoe staat het er? In een grot, in een graf. Ik zoek even het woord dat in dat verband gebruikt wordt. Ja, het was een nieuw graf, maar wordt er in dit verband ook gesproken over een grot? Nee. Uitgehouwen uit de rots... Ja, zo was het! Het was uitgehouwen uit de rotsen. In feite krijg je dan het idee van een spelonk. Maar goed, ik zou dat straks even na moeten kijken, maar in ieder geval was het uitgehouwen uit de rotsen. Uit de rotsen, en dan...

Deze uitdrukking, dat de Zoon des mensen, de Ben-Adam, zou verblijven in het hart der aarde... Het hart is in de Bijbel – trouwens bij ons ook – gewoon het midden. Als je in het hart van de stad bent, dan ben je in het centrum, in het midden. Dat is het hart. Het hart is in de eerste plaats niet die holle spier. Zoals de buik in de Bijbel niet alleen maar de maag is, maar veel omvattender, zo is het ook met het hart. Het is niet alleen maar die spier die zo klopt, maar het is het centrum. Vandaar ook dat het hart geassocieerd wordt met gedachten: de overleggingen des harten. Het hart is eigenlijk de binnenkant van de mens, en vandaar dus het centrum. Het hart der aarde...

Die uitdrukking 'de aarde'... Dat kan in de Bijbel gewoon het droge betekenen. Zo was het toch? God noemde het droge 'aarde'. De aarde is dus in de Bijbel geen planeet – met excuses aan Hal Lindsey, wiens boek dan een misplaatste titel heeft: 'De planeet die aarde heette'... Want in de Bijbel is de aarde gewoon het droge. God noemde het droge 'aarde', land, en de wateren noemde Hij 'zeeën'. Dat was dus de goddelijke definitie van den beginne. Maar de uitdrukking 'de aarde', zowel in het Hebraeus als in het Grieks, duidt op het droge in het algemeen, of meer specifiek op een stuk grond, een stuk aarde – gewoon dus in de zin van 'het land'.

Als je bijvoorbeeld kijkt naar het Hebreeuwse woord 'ha-aretz'; dat betekent 'de aarde'. Maar datzelfde woord 'ha-aretz' wordt misschien wel voor de helft van de keren dat het voorkomt in de Hebreeuwse Bijbel vertaald met 'het land'. Als je tegen een Jood zegt: 'Ik ga reizen naar Israël', dan zal hij zeggen: 'Je gaat naar Haaretz, het land.' Dus kijk, dat is soms nog een lastig punt voor de vertalers. Want je krijgt bijvoorbeeld in Openbaring 1 te lezen: 'Dat aller oog Hem zal zien en alle stammen der aarde over Hem rouw zullen klagen.' Zo staat er dan in de meeste vertalingen. Maar als u een Telosvertaling hebt – dat weet ik toevallig uit mijn hoofd – dan staat er: 'en alle stammen van het land zullen over Hem rouwklagen'. De aarde en het land is gewoon exact hetzelfde. Dat is namelijk de gedachte.

Zo zal, op dezelfde wijze, de Ben-Adam in het midden van het land zijn. En wat is het midden der aarde, of wat is het midden van het land? Nou, als je het midden der aarde groots opvat, dan kom je echt in Judea uit: het land van Judea. Of nog specifieker: dan is dat Jeruzalem. Het midden van de aarde is feitelijk... trouwens, ik moet er ineens aan denken dat daarvan ook gezegd wordt van het land van Israël, Haaretz, dat het ook wel de navel der aarde heet. In Ezechiël lees je dat. Feitelijk ook de voedingsbron. Nou, hoe dan ook, het is het midden. De Heer, de Ben-Adam, zou verblijven in het midden van het land.

Jeruzalem, dat weten we. En dan staat erbij: 'drie dagen en drie nachten'. Eerst wordt dat gezegd over Jona. Wel, exact hetzelfde zou zich herhalen, maar nu in verband met de Ben-Adam. Jona was begraven in het hart der zee, in het midden van de zee, en de Ben-Adam zou begraven zijn in het hart van het land – in het centrum, in het midden van het land, gedurende diezelfde termijn. En dan hebben we het over de tijd dat Jezus in het graf lag. Dit is het teken dat dit geslacht zou krijgen. Het enige teken dat hen over zou blijven, dat zou dat teken zijn van de Ben-Adam die in het midden van het land drie dagen en drie nachten zou verblijven. En nou moet ik er wel eventjes een waarschuwing bij geven, voordat ik dit nu ga uitleggen, want dit is een wespennest.

De Chronologie: Drie Nachten in het Graf Vanaf Donderdag ↑ hoofdstukken

Ik weet niet of u zich ooit wel eens bezig heeft gehouden met de kwestie van hoe dat precies zit met het verblijf van de Heer in het graf, wanneer Hij is gestorven. Want het aantal antwoorden daarop is nogal divers. Sommigen zeggen woensdag, verreweg de meesten zeggen vrijdag: de Heer stierf op Goede Vrijdag. Ik ga het nu allemaal niet uitleggen, dat zou een beetje te ver voeren. Maar wat ik nu dus ga vertellen - en ik zal het enigszins toelichten, want daar ontkom ik nu niet aan - is dat de Heer stierf op donderdag.

In dit geval kan ik dat ook meteen wel duidelijk maken. Er staat namelijk... Kijk, de dag van de week dat het een donderdag was, wordt niet met naam genoemd in de Bijbel. Sowieso kent de Bijbel die namen die wij aan de weekdagen geven niet. Maar ik weet wel: dat was de 14e Nisan. Dat was de dag van het paasga, de dag dat het lam geslacht moest worden. En dat was... ja, goddelijk design! Wanneer zou ons paasga nou geslacht zijn? Op de datum die God al vijftien eeuwen daarvoor gefixeerd had: gewoon de 14e Nisan. Dat was het moment. Hij stierf overigens in de middag, tijdens het avondoffer. Net op het moment dat al die lammeren daar geslacht werden, toen stierf de Heer. Dat was trouwens ook het moment dat de voorhang van de tempel - dat gigantische gordijn dat voor het heiligdom hing, 25 meter hoog - scheurde. In ieder geval, dat was het moment dat Hij stierf.

Dan krijg je vervolgens een nacht: de eerste nacht dat Hij in het graf lag. De dag daarop, dat was Zijn eerste dag in het graf. Kijk, Hij stierf, maar u weet dat voordat Hij begraven was, het inmiddels al avond was geworden. Het was een heel haastig gebeuren. Waarom? Er brak namelijk een jaarsabbat aan. De 14e Nisan is namelijk de dag van het Pascha, en u leest in Leviticus 23 dat de 15e Nisan een dag was, een datum waarop geen enkele slaafse arbeid verricht mocht worden. Het was dus in de praktijk een Sabbat, ongeacht op welke dag van de week dat viel. Het was de 15e Nisan, en de 15e Nisan was in de praktijk dus een jaarlijks terugkerende Sabbat, een jaarsabbat. Dat was Zijn eerste dag in het graf.

Dan volgde de nacht van vrijdag op zaterdag, en de 16e Nisan was Zijn tweede dag in het graf. En dit was dus weer een Sabbat, alleen was dit gewoon de gewone wekelijkse Sabbat. Ik zei al: het is een heel uitgebreid onderwerp en dat weet ik heel goed. Dus ik ga mijn nek nu ook niet uitsteken om alle aspecten hiervan te bespreken. Maar één ding is in dit verband wel boeiend om te noemen: dat de Bijbel ook spreekt over de sabbaten die er vielen. In Matteüs 28 (de meeste vertalingen hebben het wegvertaald en spreken over het enkelvoud) wordt er namelijk gesproken over de sabbaten die volgden. En dat is dan niet zo moeilijk, want de 15e Nisan was een Sabbat, en de dag die daarop volgde was wederom een Sabbat, maar dan de wekelijkse gewone Sabbat.

Dan kreeg je vervolgens nog een derde nacht: de nacht van zaterdag op zondag. En dan vervolgens de dag, dat is de 17e Nisan. Over die datum hebben we het ook wel eens een keer gehad, zo is in de loop der tijd toch al het een en ander hiervan besproken. Dat was de dag dat Hij - goddank, we hebben er zojuist over gezongen - vroeg in de morgen opstond en de steen van het graf weggewenteld werd. Dit was de derde dag dat Hij in het graf was. Het was niet de derde dag dat Hij dood was - ja, sorry. Kijk, Hij stierf op donderdag. Dat was Zijn eerste dag in de dood, maar vrijdag was de eerste dag dat Hij in het graf was. Vandaar ook dat je verschillende uitdrukkingen tegenkomt: Hij is opgestaan 'op de derde dag' of 'ten derden dage', maar er staat ook 'na drie dagen'. Hoe kan dat? Nou, dat komt omdat je verschillende dingen telt. Als je de tijd telt dat Hij dood was vanaf donderdag: dan was donderdag de eerste dag, vrijdag de tweede dag, zaterdag de derde dag, en dan stond Hij dus op na drie dagen. Maar als het gaat om Zijn verblijf in het graf, moet je het zo tellen: drie nachten.

Kijk, daar kom je trouwens met de gewone telling niet aan. En ik weet dat daar ook weer ingenieuze andere oplossingen voor bedacht zijn. Als je er per se onderuit wilt, dan kun je eronderuit. Maar het loutere feit is dat er traditioneel over gezegd wordt dat Jezus twee nachten in het graf heeft gelegen. Want als Hij op Goede Vrijdag stierf en opstond op zondagochtend, dan heeft Hij slechts twee nachten in het graf gelegen, nietwaar? Maar wat was het teken? Nou, dat ene teken van Jona. Over Jona de profeet lees je niet alleen over drie dagen, maar ook over three nachten. Hoe kom je aan die drie nachten? Wel, de simpelste oplossing is deze: dat zijn gewoon drie nachten. En ja, dan kom je natuurlijk nog op een ander prachtig verhaal, maar daar gaan we het nu maar niet over hebben.

Maar ik kan het niet nalaten om er toch even op te wijzen hoe betekenisvol deze dagen natuurlijk zijn. De 14e Nisan was de dag van het paasga. Daarna lag Hij in het graf; Hij heeft de Sabbat gehouden en gerust in het graf, twee sabbaten achtereen. En vervolgens stond Hij op de derde dag op. Na drie nachten verrees Hij uit het graf, en wat dacht u? Dit was de dag van de eerstelingsschoof! In Leviticus 23 leest u al dat de dag na de wekelijkse Sabbat - er wordt geen datum voor genoemd - de dag was dat de eerstelingsschoof van de gersteoogst voor de HEER bewogen zou worden. En ja, dat is zo geweldig. De eersteling van de oogst werd aan God aangeboden; of eigenlijk staat het er nog anders: hij werd bewogen voor het aangezicht van Yahweh. De Eersteling uit het graf werd dus opgewekt op de dag van de eerstelingsschoof. En dat was uitgerekend ook de dag dat de Eersteling het graf definitief leeg achterliet als een garantie voor heel de mensheid. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus alle mensen levend gemaakt worden. Oké, niet allemaal tegelijk, ieder in zijn eigen rangorde, maar dat is toch geweldig? De Eersteling stond op op die dag! Dus dat is alvast... Ja, dat geloof ik ook, maar vindt u het goed als we dat eventjes een andere keer bespreken? Want ik zie nu al dat ik in tijdnood kom - maar dat is altijd zo als ik dit er ook nog bij ga betrekken. Maar het is wel heel mooi hoor!

Goed, tot zover dus wat betreft die termijn van drie dagen en drie nachten. Ja, daar moet ik nog wel iets bij zeggen. Want let op: het teken dat dit geslacht zou krijgen, is niet de opstanding. Dat staat er ook niet. Er staat: 'Zo zal de Zoon des mensen in het hart van het land zijn, drie dagen en drie nachten.' Niet Jezus' opstanding was het teken, maar Zijn verblijf in het graf van drie dagen en drie nachten. Dat teken heeft dit geslacht gekregen. En daarna was het graf leeg. Dat is niet alleen maar de claim van de twaalf apostelen en van het evangelie. Het graf was leeg - nee, dat wisten ze allemaal, ook de tegenstanders. Daarom was er de Joodse autoriteiten ook alles aan gelegen om een ander verhaal in de wereld te verspreiden (wat hen overigens erg goed gelukt is), namelijk dat Jezus' lichaam gestolen zou zijn. Want één ding was onmiskenbaar, vriend en vijand wisten dat: het graf is leeg! Hij was begraven, er was een steen voor gewenteld - een gigantische steen - die bovendien keizerlijk verzegeld was. En vervolgens, drie dagen en drie nachten later, is Hij verrezen uit het graf. Maar dat teken hebben zij niet gezien; het enige wat ze gezien hebben is dat Hij drie dagen en drie nachten in het graf is verbleven. Dat is het teken dat aan hen gegeven is, en dat was voor iedereen duidelijk: het graf was na die drie dagen en drie nachten leeg.

Drie dagen en drie nachten leeg. Dus hoe lang heeft de Heer in het graf verbleven? Drie dagen, drie nachten. Iedereen wist dat. Ook dit geslacht zal... De Joodse autoriteiten wisten dat. Iedereen wist dat. De verklaring waarom dat graf leeg was... Ja, de simpelste verklaring is natuurlijk gewoon dat wat Hij hier ook van tevoren had aangekondigd. Nou ja, dat is zo overduidelijk. Namelijk: Hij leeft! Dat is de clou. Daar gaat het hele evangelie over. Neem dat weg en je houdt niks over. Dat is het: Hij leeft en daarom is het graf leeg.

Maar dat het graf leeg was, ja, dat wist iedereen. Daar konden ze niet onderuit. Het is ook nooit ontkend. Integendeel: de leugen die verspreid werd, was juist gebaseerd op of bedoeld als een verklaring van het lege graf.

Dan heb ik er nog wel eentje. Want één ding is zeker: men – en dan bedoel ik dit geslacht – heeft Jezus niet meer gezien. Heel uitdrukkelijk niet. De Heer is verschenen aan velen, zelfs een keer aan vijfhonderd broeders tegelijk, maar altijd aan Zijn getuigen. Nooit meer aan het volk. Petrus zegt het in het huis van Cornelius ook: Hij is verschenen, niet aan het hele volk, maar aan de getuigen die Hij tevoren had aangewezen. In Handelingen 10 leest u dat. Niet aan het volk. De Heer gaat wel een keer verschijnen aan het volk, maar dat duurt nog even. Toen niet.

En dat had de Heer ook van tevoren gezegd in Johannes 14. Dan lees je ook dat de Heer zegt – dat zegt Hij in de opperzaal: "Ik zal jullie niet als wezen achterlaten." En Hij zegt: "Ik kom tot u. Ik ga weg." Trouwens, bij meerdere gelegenheden – met name in Johannes zeven en acht lees je dat – zegt Hij: "Ik ga weg." Dan wordt er hevig gespeculeerd waar Hij dan op zou doelen. Sommigen hebben zelfs gedacht dat Hij zelfmoord zou plegen. Maar de Heer zegt tegen Zijn discipelen: "Ik kom tot u." Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer. Dit zegt Hij in de nacht dat Hij overgeleverd werd. Nog een korte tijd, nog één dag, en de wereld ziet Mij niet meer. Het laatste wat de wereld van Hem gezien heeft, is een graf. En in dat graf heeft Hij drie dagen en drie nachten verbleven, en daarna was het graf leeg. Dat is het teken dat dit geslacht heeft gekregen.

Maar goed, de Heer zegt tegen de Zijnen: "Nog een korte tijd..." De wereld – ook de godsdienstige wereld weer, gewoon de wereld in het algemeen – ziet Mij niet meer. "Maar gij ziet Mij." I'll be back. Ik kom terug, Ik kom tot u. "Maar gij ziet Mij, want Ik leef." En "Ik leef" in de zin van: Ik zal leven. Ik word levend gemaakt en gij zult leven. Dat is de hoop die we hebben. Dat is de hoop die ook doet leven.

Goed. Dus dat even: dat was het enige teken dat dit geslacht mee zou krijgen. Nu moet ik snel doorgaan, want we hebben nog een vers te gaan. Het is maar goed dat we vanavond een hele korte passage bespreken. Er staat... De Heer gaat hier nog even op door: Jona. Want dan zegt Hij in vers 41 dit:

De Mannen van Ninevé in het Oordeel ↑ hoofdstukken

Hij zegt: de mannen van Nineve, ze zullen in het oordeel, in de beoordeling opstaan. Nou, dat duidt op het moment dat ooit zal aanbreken na de duizend jaar; in Openbaring 20 wordt dat beschreven. De grote witte troon, en daar zullen de doden worden opgewekt. Dat is de algemene opstanding. Er vindt weliswaar een opstanding daarvoor plaats van de rechtvaardigen, maar op dit moment staat de rest van de doden op en zij worden gericht. Alles wordt openbaar, en dat is eigenlijk ook wat dat oordeel is. Er zal verdrukking en benauwdheid komen over elke levende ziel, zo lees je. Maar waarin bestaat dat? Wel, de waarheid zal aan het licht komen; alles zal openbaar worden. Over confronterend gesproken!

De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan – dat is wat de Heer zegt – met dit geslacht, net zo goed als jullie. Ze zullen opstaan bij die gelegenheid, tegelijkertijd dus met de mensen van deze generatie. Het gaat er nu even niet om wanneer dat zal zijn, maar ze zullen dat doen en ze zullen het veroordelen. Dat betekent niet dat zij de rechter zullen zijn; integendeel, zij worden zelf ook beoordeeld. Maar het feit dat die mannen van Nineve zich bekeerd hebben – ooit – dat is een groot verschil. En het feit dat zij zich bekeerd hebben op het woord dat tot hen gekomen is, dat is een veroordeling van dit geslacht. Want nu stond er iemand die heel wat meer is dan Jona, en zij weigerden.

En die mannen van Nineve zullen straks opstaan, en het loutere feit dat zij zich ooit hebben bekeerd, dat is een veroordeling. Zelfs als ze helemaal niets zeggen, dan is dat al een veroordeling van de onbekeerlijkheid van dit geslacht, van die generatie. Want, zegt de Heer, zij hebben zich bekeerd; met andere woorden: jullie niet. En dat zou trouwens ook niet gebeuren.

Zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona. Laten we even naar Jona 3 toegaan. Daar lees je namelijk nog dit. Dit is dus na het teken dat heeft plaatsgevonden, het teken van Jona in de buik van het zeemonster. En dan lees je dat Jona alsnog zijn missie gaat vervullen. Dat staat in vers 3 van Jona 3: 'En Jona begon de stad in te gaan, een dagreis.' En hij predikte en zei: 'Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd.' En dan staat erbij: 'En de mannen van Nineve geloofden God.'

Hoe dat zo'n indruk gemaakt heeft, dat is trouwens nog een heel verhaal apart. En waarom Jona's woord zo enorm insloeg als een bom in die gigantische stad – vergis u niet, de hoofdstad van het wereldrijk in die dagen. Dat woord van Jona, die Hebreeuwse profeet, dat sloeg in als een bom. En hoe dat zo gekomen is... Hebben deze Nineviten iets aan Jona gezien? Aan wat er met hem gebeurd was? Heeft hij het verteld? Nou ja, ik noem het zomaar eventjes, ik werp de vragen op. Ik heb daar wel een persoonlijk idee over, maar het voert nu te ver om dat te gaan toelichten. Ik kan het ook niet strikt genomen bewijzen. Maar kijk, één ding is zeker: die Nineviten hebben zich bekeerd.

Kijk, men zegt altijd van: 'Ja, Jona heeft iets aangekondigd, maar het is niet gebeurd.' Nou, het is inderdaad niet gebeurd wat Jona zelf ook dacht. Dat klopt. Maar ik durf te beweren dat wat Jona geprofeteerd heeft, wél is vervuld: de stad is ondersteboven gekeerd. Nineve was ondersteboven van Jona's boodschap, of niet soms? Ja, dat is trouwens... Kijk, wij spreken over bekering. Maar bekering is eigenlijk gewoon... dat kan omdraaien zijn. Dan is het horizontaal, dan verticaal, en dan ben je omgekeerd. Dan ben je ondersteboven. Maar als je ondersteboven bent, dan ben je toch echt bekeerd hoor! Dan ben je omgekeerd namelijk; dan is het ondersteboven en het bovenste onder. De stad werd dus in die zin wel degelijk inderdaad omgekeerd. Zij hebben geloof gehecht; zij geloofden God en ze riepen zelfs een vasten uit. Nou ja, het wordt nog vervolgd, maar dat is wat er gebeurde.

Kijk, en nou ga ik de vergelijking even maken. Je hebt Jona's prediking: veertig dagen. En vervolgens was de stad na veertig dagen ondersteboven – nou ja, in de positieve zin van het woord dan. En dat was trouwens voor Jona niet zo positief, maar daar gaat Jona 4 dan weer over. Want positief en negatief is eigenlijk heel betrekkelijk. Want Jona had het positief gevonden als de stad daadwerkelijk gewoon ook echt onder de grond was verdwenen. Dus ja, het hangt er maar vanaf. Maar God heeft zich erbarmd over deze stad.

Het gaat me even om de vergelijking; dat is wat Hij namelijk zegt. Jona heeft gepredikt: 'Nog veertig dagen', of: 'in veertig dagen wordt de stad ondersteboven gekeerd.' En nu dit: de vergelijking die de Heer maakte met het teken van Jona, de profeet. Dat slaat op het verblijf van de Ben Adam in het graf: drie dagen en drie nachten. Dat is het teken van Jona. Dan volgt een periode van veertig jaren.

Veertig Jaren Na het Teken: de Verwoesting van Jeruzalem in 70 Ad ↑ hoofdstukken

Kijk, de Heer stierf en stond op in het jaar dertig. Dat is trouwens ook een onderwerp apart. Maar lees even met me mee, denk even met me mee wat er gebeurt. Want de parallellie, het parallelisme, ligt er zo dik bovenop. Want vervolgens krijg je dus een periode van veertig jaren. Die veertig dagen die Jona predikte staan eigenlijk voor veertig jaar. Voor elke dag een jaar. En een geslacht in de Bijbel is veertig jaren. Dit geslacht zal niet komen in het beloofde land, had de Heer gezegd. En dat wil zeggen: veertig jaren gaan er overheen. Een geslacht is veertig jaren.

Nou, je hebt het teken van Jona, de profeet. Dan volgt een periode van veertig jaren. Het is trouwens heel opmerkelijk hoe vaak in het Nieuwe Testament er wel niet gerefereerd wordt aan de woestijnreis van Israël, die veertig jaren. Maar die veertig jaren zijn zoveelzeggend. Ook met name in de Hebreeënbrief. De Hebreeënbrief die ook gaat over de toekomstige verwoesting, de nabije verwoesting van de stad Jeruzalem.

Want wat gebeurt er vervolgens? En dat is de grote tegenstelling. Kijk, Nineve is in veertig dagen daadwerkelijk bekeerd. Zij hebben God geloofd. Maar wat gebeurde er met dit geslacht in Jezus' dagen? Het teken van Jona, de profeet, hebben ze gezien. Er volgde een periode van veertig jaren en wat gebeurde er exact veertig jaar later, in het jaar 70? Jeruzalem werd compleet met de grond gelijkgemaakt. En ook dat was wat de Heer gedurende zijn laatste jaar op aarde, voorafgaand aan zijn sterven, heeft aangekondigd en voorzegd dat er zou gebeuren. En het is ook daadwerkelijk letterlijk zo vervuld. Dus het teken van Jona... En wat er aan de ene kant met Nineve gebeurde: zij geloofden. Vandaar ook dat als zij straks zullen opstaan, dat een veroordeling is van de reactie van Jeruzalem.

Want de Heer heeft daar begraven gelegen, in het hart van het land, eigenlijk in het epicentrum, zeg maar, van de toekomstige verwoesting. Hier lag Hij begraven. Dit was de ground zero, zoals de Amerikanen dat zouden zeggen. Dit was het centrum. Daar lag Hij, daar heeft God het teken gesteld: drie dagen en drie nachten.

En er volgt een periode van veertig jaar, en wat gebeurt er? De hele stad is ondersteboven gekeerd, maar dan in de negatieve zin, en de hele stad is inderdaad verwoest. En weet u wat nog? Daar wil ik ook nog graag even op gewezen hebben.

De Talmoed Bevestigt Vier Goddelijke Voortekenen van de Verwoesting ↑ hoofdstukken

En dat is iets wat niet alleen in de Schrift staat, maar we hebben ook de Joodse geschriften. De Talmoed zal uit hun eigen geschriften bevestigen wat ik hier nu vertel. Want volgens de Talmoed—en je hebt er trouwens twee: de Jeruzalemse Talmoed en de Babylonische Talmoed, en in beide wordt hier getuigenis van afgelegd—vonden er gedurende de veertig jaar (dat getal wordt diverse keren genoemd) voorafgaand aan de verwoesting van Jeruzalem in 70 AD, toen de Romeinen de stad innamen en helemaal platwalsten, Jeruzalem en de hele tempel... Er bleef geen steen op de andere.

Gedurende de veertig jaar die daaraan voorafgingen... Nou, als de verwoesting plaatsvond in het jaar 70, dan moet je dus veertig jaar teruggaan en kom je in het jaar 30 AD uit. Vanaf dat jaar hebben er vier voortekenen plaatsgevonden. Dat noemen ze een omen, oftewel een voorteken. In de Talmoed wordt er meerdere keren gerefereerd aan deze vier voortekenen die consequent plaatsvonden. Ik noem ze even alle vier.

Ten eerste: de westelijke lamp van de Menora die daar in het heiligdom stond, die ging elke nacht uit. Dus in het jaar 70 werd Jeruzalem verwoest, en gedurende de veertig jaren die daaraan voorafgingen—volgens de Joodse autoriteiten zelf dus, dit is niet eens iets wat u uit de Bijbel weet, maar de Joden hebben hier zelf getuigenis van afgelegd—ging de westelijke lamp, wat de belangrijkste lamp van de Menora was, elke nacht uit. Terwijl dat nu juist geacht werd de lamp te zijn die altijd moest branden. Er was ook een groot reservoir voor olie, maar de lamp bleef niet branden; het licht ging uit. Dat is natuurlijk ook typologisch wat ik nu zeg: het licht ging uit.

Er gebeurde nog iets; er worden vier dingen genoemd. Het tweede: het lot voor JAHWEH. Op Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, werd er een lot geworpen over twee bokken. U weet wel, de zondebok en de bok die geslacht moest worden. En dan lees je dat het ene lot voor de Here was, voor JAHWEH. En dat lot behoorde dan in de rechterhand van de hogepriester te vallen. Het lot voor JAHWEH zou dan in de rechterhand van de hogepriester geopend moeten worden. Maar dat gebeurde niet. Veertig jaar lang kwam dat lot in de linkerhand van de hogepriester terecht. En dat was, hoe noemen ze dat, verbijsterend. Trouwens, statistisch gezien natuurlijk ook zo goed als onmogelijk. Maar het gebeurde. Veertig jaar lang kwam dat lot iedere keer in de linkerhand, terwijl het lot voor de Here was en dus in de rechterhand van de hogepriester had moeten komen. Heeft de Here de hogepriester soms afgeschreven? Was er misschien een andere hogepriester? Hoezo het licht uit?

Ik moet erbij zeggen: wat gebeurde er trouwens echt, waar de Bijbel van getuigt? In de tempel werd het gordijn, het voorhangsel van de tempel, gescheurd. Dat was een goddelijke handeling, want het scheurde van boven naar beneden. Niet door een aardbeving, maar van boven naar beneden. Vanaf dat moment ging het niet meer goed met de tempel, en zelfs de Joodse autoriteiten en hun eigen geschriften bevestigen dit.

Er was nog een teken. Er was namelijk een karmozijn-rood draad dat aan de tempel hing, en op Jom Kipoer kleurde dat altijd wit. Dat het wit ging kleuren, was een goddelijk wonder. Maar gedurende de veertig jaren die aan de verwoesting van de tempel en Jeruzalem voorafgingen, is dat niet meer gebeurd. Werden die offers die daar gebracht waren soms niet langer geaccepteerd, of waren ze niet goed meer of zo? Of waren ze simpelweg niet meer nodig?

En dan had je er nog één. De grote deuren van de tempel, die noemen ze de Hekel. Als u trouwens hier meer over wilt weten, dan kan ik u van harte een boek aanbevelen. Het is niet in het Nederlands: 'Restoring the Original Bible' van E.L. Martin. Dr. Martin heeft dit uitgebreid beschreven. Een geweldig boek! Ook over de wijze waarop de Bijbelse canon tot stand is gekomen; echt fantastisch vind ik het, het geeft antwoord op zoveel vragen. Maar hij beschrijft dit dus ook heel uitgebreid, en hij geeft daar ook alle bronnen bij van waar dat allemaal terug te vinden is. Wat hij onder andere beschrijft, is dat de grote deuren van de tempel—die ze de Hekel noemen, dat is het Hebreeuwse woord—elke avond werden gesloten. Maar wat gebeurde er? Als ze 's morgens kwamen, waren die gigantische deuren gewoon spontaan weer geopend. De deur, de weg naar het heiligdom was open. Spontaan! De mensen hadden iedere keer die deuren dichtgedaan, maar nee, open gingen ze. En dat ging zo consequent dat de toenmalige hogepriester uitriep: 'Moet deze tempel dan verwoest worden?' En dat was eigenlijk ook een aankondiging. Ja, inderdaad, men wist: dat gaat gebeuren. En dat heeft natuurlijk ook plaatsgevonden.

Maar die veertig jaren, dat is toch bijzonder? Het teken van Jona! Dan volgt er een periode van veertig jaar, en de stad waar de Heer begraven lag—drie dagen en drie nachten—is daarna helemaal met de grond gelijk gemaakt. Ondersteboven gekeerd.

En nu moet ik echt gaan afsluiten, met dat laatste wat ik nog even genoemd wil hebben. De mannen van Nineve zullen straks in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen. Want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona, en zie, meer dan Jona is hier. Dat is wat de Heer zegt.

Meer Dan Jona: de Boodschap van de Vredesduif en Nieuw Leven ↑ hoofdstukken

Meer dan Jona is hier; Hij staat in jullie midden. Een vers later zegt Hij nog: "Meer dan Salomo is hier." Want Jona – laat ik u dat wel duidelijk maken – Jona betekent trouwens het Hebreeuwse woord voor duif. En Jona, die heeft een boodschap. Dat weet u, hè? Een duif, die brengt een boodschap over; die heeft post bij zich.

En wat is de boodschap van de vredesduif? Hij brengt vrede, maar weet u wat hij uiteindelijk brengt? Nieuw leven. Die olijftak. Wat is de boodschap van die duif? Er is nieuw leven, er is leven uit de dood. Voorbij het watergraf, voorbij het graf. Daar is nieuw leven, en dat is het getuigenis van Jona... en het is het getuigenis van Hem die meer is dan Jona.

Is dat niet schitterend? Zoals dat allemaal perfect bevestigd is. Nou, dat zijn van die dingen die ik graag vanmiddag eens met u wilde delen. En bij deze dan... Ik stel voor dat we met elkaar nog een lied gaan zingen.

🎧 Het Teken Van Jona, De Profeet
Delen: