GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Sabbat & Zondag

30-11-2014 - Geplaatst door Andre Piet
Presentatie gehouden op 30 november in Zoetermeer.

Ìn vele kerken worden ze wekelijks voorgelezen, “de tien woorden” uit Exodus 20. Daarin staat o.a.:
“Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen…”.
Het is uit dit gebod dat men de zondagsheiliging heeft afgeleid. Achter die conclusie gaan echter enkele doorzichtige drogredenen schuil. Want aan wie zijn “de tien woorden” gericht? En is de sabbat hetzelfde als de zondag? Is de sabbat bestemd voor alle volken of een juist een speciaal teken voor één volk? Onderwees Paulus aan de natiën het onderhouden van de sabbat of de zondag? Wat heeft de sabbat te maken met het komende Millennium? Enzovoort.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie behandelt de theologische verwarring rondom het vieren van de sabbat en de zondag. Er wordt aangetoond dat de sabbat in de wet expliciet als teken aan het volk Israël is gegeven en niet aan de kerk. Profetisch verwijst de sabbat als zevende dag naar het toekomstige duizendjarige vrederijk, waarin Israël hersteld zal zijn en de wereld rust ontvangt. Gelovigen uit de natiën staan echter niet onder de wet, maar onder de genade. Vanuit de brieven van Paulus wordt benadrukt dat zij vrij zijn van het houden van speciale dagen, omdat deze rituelen slechts een schaduw zijn van de werkelijkheid in Christus.

“God gaf het teken van de Sabbat aan het volk van Israël, niet aan de natiën.”

Inleiding: de Theologische Verwarring Tussen Sabbat en Zondag ↑ hoofdstukken

Ook van mijn kant een hele goede morgen en heel hartelijk dank, Ton, voor wat je ons vanmorgen weer geleerd hebt en waarmee je ons begroet hebt: met genade en zulke prachtige dingen. Mooi, geweldig om dat te overwegen. En ik ga inderdaad, zoals aangekondigd – maar u had ook niet anders verwacht – met u de Bijbel openen. En wel over een onderwerp waar ik de laatste tijd nogal wat vragen over heb gekregen. Ik zat zo eens in mijn archief op de website te kijken en toen zag ik dat ik eigenlijk nog nooit specifiek aan dit onderwerp een spreekbeurt of een zondag heb gewijd. Dus in die leemte wil ik graag een keertje voorzien. Dat gaat over de Sabbat, zoals u hier ziet, en de zondag. Eigenlijk vooral over dat eerste: de Sabbat. Het vieren van de Sabbat. Waarom vieren jullie geen Sabbat?

Ik weet niet waar uw wortels liggen of wat uw achtergrond is, maar ikzelf ben reformatorisch groot geworden. Daar was 'zondagsheiliging' een heel vanzelfsprekend begrip. De zondag zou geheiligd worden, en daarmee bedoelde men – en bedoelt men nog steeds – dat de zondag een apart gezette dag is, een dag die speciaal aan de Here gewijd is, waarop men geen arbeid dient te verrichten. Ik herinner mij dat ik als kleine jongen daar al mijn vragen over had. De dominee had het dan over de Sabbat, maar hij bedoelde de zondag. Dat vond ik al heel vreemd. Maar goed, ik stelde daar kritische vragen over en ik kreeg naar mijn mening geen echt goede antwoorden daarop. Want zo eigenwijs was ik dan ook wel weer.

Ik kom nu rechtstreeks uit Katwijk – daar wonen wij, gemeente Katwijk moet ik erbij zeggen – en daar is de zondagsheiliging nog steeds merkbaar. Ga daar maar eens een keertje op een zondag kijken. Dan zie je gewoon op de tijden in de ochtend, zo rond een uur of tien, maar in de middag ook weer om een uur of vier, vijf of zes, mensen allemaal ter kerke gaan. Zwart gekleed. Die dag is een heel speciale dag. Maar waaraan is dat ontleend? Waarop is dat gebaseerd? Waarom vieren jullie eigenlijk die zondag? Dat staat toch in de Bijbel? En als je dan vraagt: 'Waar staat dat dan?', dan is dat natuurlijk ontleend aan wat met een duur woord de 'decaloog' heet, maar beter bekend is als de 'tien woorden': de tien geboden.

Die worden in vrijwel alle kerken zondag in, zondag uit voorgelezen. De tien geboden. Welk nummer dat ene gebod heeft, hangt er een klein beetje vanaf in welke traditie je groot geworden bent. De Joodse telling is weer anders dan die van de protestanten, en die is weer anders dan die van de Rooms-Katholieken. Dat doet er nu even niet toe, maar een van die geboden is: 'Gedenk de Sabbatdag'. We zullen daar vanzelf op komen. Naar aanleiding van die voorlezing wordt er dikwijls naderhand ook gezongen: Gezang 1 uit de bundel 'Enige Gezangen'. Ik zie sommige mensen al een beetje herkenbaar en instemmend knikken van: 'Ja, dat kennen we inderdaad wel.'

Daar staat een couplet in, couplet 5: 'Gedenkt en viert' – dat wordt al gezongen – 'met vee en magen'. U ziet, dat is oud-Nederlands, want zo zeg je dat tegenwoordig niet meer, in 2014. Maar goed, als je daar even doorheen prikt, ben je ook over dat bezwaar heen gestapt. 'Gedenkt en viert, met vee en magen, den Sabbat na zesdaagse vlijt; God schiep 't heelal in zoveel dagen' – dat is trouwens nog een verhaal apart – 'en heeft de Sabbat zich gewijd.' En dan een paar coupletten verder, in het slotcouplet: 'Och, of wij Uw geboon volbrachten! Gena, o hoogste Majesteit!' Ik lees het nu voor, maar ik zou het zo kunnen zingen. Ik kan echter niet zo goed zingen als Ton, dus ik zal het u besparen. 'Gena, o hoogste Majesteit! Gun door 't geloof in Christus krachten om die te doen uit dankbaarheid.'

De tien geboden hebben binnen de christelijke traditie de reputatie een regel van dankbaarheid te zijn: 'de regel der dankbaarheid'. Waaraan zou een gelovige, waaraan zou een christen zich spiegelen? Dat is een aardig woord in dit verband: een spiegel. Waaraan zou hij dat doen? Wel, aan de wet; de wet van de tien geboden. En hoe vanzelfsprekend dit voor de meerderheid van de mensen ook mag zijn, als je de Bijbel opendoet en gewoon eerlijk kijkt – en dus even niet denkt vanuit dat wat men allemaal meent te weten...

De Tien Woorden en de Heiliging van de Zevende Dag ↑ hoofdstukken

Wanneer je gewoon even een kritische vraag stelt: Waarop is het nou gebaseerd? Ja, op de Tien Geboden. Maar zijn die Tien Geboden gegeven aan ons, aan de kerk? Ja, natuurlijk, is dan de gedachte. Maar laten we eerst eens even naar die Tien Geboden toe gaan. De uitdrukking 'de Tien Geboden' vind je trouwens niet in de Bijbel; dat heet in de Bijbel bij herhaling 'de Tien Woorden'. En die vind je twee keer in de Bijbel. De bekendste versie is die van Exodus 20.

En daar lees je... Het heet ook wel de twee stenen tafelen. Het was de tekst die opgeschreven was op de stenen tafelen; ook alweer een heel bijzonder verhaal. Maar die vangen dan aan met deze woorden. Toen sprak God tot het volk Israël – let op. Het volk Israël, dat zojuist op een wonderbaarlijke wijze getrokken was uit Egypte, komt dan aan bij de berg Sinaï; in de derde maand, lees je. En dan worden tot dat volk deze woorden gericht: "Toen sprak God al deze woorden: Ik ben de HERE, uw God." Dus degene die hier aan het woord is, stelt zich meteen voor en spreekt vervolgens hen aan tot wie deze woorden gericht zijn: "Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis – de slavernij namelijk – geleid heb."

Met andere woorden, de identiteit van degene die hier spreekt is daarmee vastgesteld. Hij is het die dat verlossingswerk deed, die hen uit de slavernij bracht. En vervolgens wordt ook de identiteit vastgesteld van hen die aangesproken worden: namelijk het volk dat daar in Egypte gevangen zat en in slavernij was, en daar nu uit bevrijd was.

Nou, en dan lees je een heel aantal woorden waar ik nu even aan voorbijga. En dan vervolgens staat daar in vers 8 – nogmaals, hier worden dus heel uitdrukkelijk de Israëlieten aangesproken: "Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt." Heiligen is gewoon het begrip dat letterlijk 'apart gezet' betekent. Het staat apart en in de praktijk ook boven al het andere, boven het profane en het alledaagse. Het is dus een apart gezette dag. Zes dagen zullen jullie arbeiden. U ziet trouwens in de interlineair dat het woord eigenlijk 'dienstwerk' betekent. Zes dagen zullen jullie dus dienstwerk doen, en dienstwerk is werk dat je doet in dienst van. Dat kan dus altijd, zes dagen lang.

Maar de zevende dag, dat is de sabbatdag. Zes dagen zullen jullie dienstwerk doen en al jullie werk doen. Werk betekent in de Bijbel: iets doen voor geld. Trouwens, bij ons ook; werken is verdienen. Het betekent eigenlijk niet zozeer activiteit. Ik denk wel eens voor een hele categorie mensen – ik weet niet helemaal of het correct is wat ik nu ga zeggen, of het politiek correct is, maar in ieder geval klopt het wel denk ik – dat een heleboel mensen actiever zijn in hun vrije tijd dan tijdens hun werk. En toch heet het ene werk en het andere is geen werk.

Je wordt betaald voor de dingen die je doet; dat is wat werk is. Je zit bijvoorbeeld achter de computer of je zit de hele dag koffie te drinken terwijl je hypotheken uitlegt, ik noem maar wat, en dan kom je 's avonds thuis en werk je je helemaal in het zweet in het sportcentrum of ga je vijftien kilometer hardlopen. Het eerste is werk, het tweede is vrije tijd. Wat is het verschil? Nou, het ene doe je voor geld, om te verdienen namelijk, en het andere doe je gewoon uit vrije beweging, zonder dat iemand je daartoe verbindt. Je wilt het gewoon graag, om welke reden dan ook. Daar heb ik soms ook zo mijn vraagtekens bij, maar goed... dan krijg ik weer ruzie met mijn vrouw. Maar de zevende dag...

Het Principiële Verschil Tussen de Zevende en de Achtste Dag ↑ hoofdstukken

Let op, de zevende dag gaat over de zevende dag van de week, niet over de eerste dag. Het is eigenaardig; ik had het zojuist over de kritische vragen die ik ooit als kind aan mijn ouders stelde. Ik weet ook dat dit op jeugdverenigingen ter sprake kwam. Die koppeling van sabbat en zondag – dat wordt namelijk de wet. De Tien Woorden worden elke zondag voorgelezen en men heeft het over de sabbatdag, maar men bedoelt niet de sabbatdag, men bedoelt de zondag. Dat is iets waar men altijd met het grootste gemak overheen stapt. Dat vind ik heel vreemd, want die zevende dag speelt juist in de argumentatie en de motivatie van dit woord een heel grote rol. Het is niet zomaar de eerste, de derde of de vijfde dag; nee, het is de zevende dag om een heel specifieke reden. Dat kan dus nooit de zondag zijn, want de zondag is heel uitdrukkelijk de eerste dag van de week, na de sabbat.

Dat weet men trouwens ook heel goed. Gisteren was het zaterdag – wij noemen dat zaterdag – maar in de Bijbelse terminologie is dat de zevende dag, de sabbat. Gisteren was de dag dat de Joden sabbat vierden en naar de synagoge gingen. Dat is de sabbat. Vandaag is de dag daarna, dus het is de achtste dag, of eigenlijk de eerste dag van een nieuwe reeks, de eerste dag van de week. Dat is de dag die men koppelt – mijns inziens volkomen terecht, maar dat is waar we het een aantal maanden geleden nog over gehad hebben – aan de dag van de eerstelingsgarve. Ja broeder Frederiks, ik weet dat u er anders over denkt, maar dat maakt even niet uit. Het gaat erom dat de eerste dag de dag is van de eerstelingsgarve, de dag dat Hij opstond uit de doden. Dat was heel uitdrukkelijk een dag daarna, niet op de sabbat. Dat wordt in de kerkelijke traditie inderdaad ook zo geleerd.

Maar hoe kun je vervolgens deze woorden voorlezen, zeggen dat men deze woorden zou eerbiedigen en vervolgens niet de zevende dag houden, maar de dag daarna? Sorry, maar als je vindt dat deze woorden van kracht zijn en op jou van toepassing, dan dien je niet de zondag te vieren, maar de sabbat, de zevende dag en niet de eerste dag. Anders zit je een handje te lichten met de wet. Zo staat het geschreven. Maar weet u, het is niet eens het grootste probleem. Eigenlijk gaan sommige mensen nu al rusten. Als we het er toch over hebben: de eerste dag van de week is namelijk geen rustdag. Integendeel, het is juist de eerste dag van weer nieuwe activiteit.

Ik wil het vanmorgen eigenlijk niet zozeer hebben over die zondag, of de eerste dag van de week en de dag van de opstanding. Ik wil u vooral meenemen naar wat de Schrift zegt over de sabbat. Over die dag daarna, vandaag dus, de dag van het nieuwe leven, een nieuwe reeks, een nieuwe cyclus: de achtste dag. Eigenlijk ook een dag die verwijst naar de nieuwe schepping. Daar zit ook heel veel Bijbelse symboliek in verscholen. Wat dacht u bijvoorbeeld van de besnijdenis die plaatsvindt op de achtste dag? Dat heeft te maken met een nieuwe schepping; daar heeft het getal acht alles mee te maken. Maar dat is typologie, dat wil ik nu, hoe boeiend ook, even parkeren. We concentreren ons nu even puur op die sabbat, de zevende dag, heel uitdrukkelijk. Dus: zes dagen arbeiden en de zevende dag is de sabbat.

Misschien dat het straks nog even ter sprake komt, maar ik kan er nu alvast op wijzen: het woord shabbat, zoals het in het Hebreeuws luidt, betekent eigenlijk staken of ophouden. Vandaar ook dat het de betekenis heeft gekregen van rusten. Maar het idee is niet zozeer dat je op je luie rug ligt; het punt is dat je je arbeid staakt, je dienstwerk en het verdienen. Dat is het. Het is dus een dag van rust, geen arbeid. Dat is wat hier gezegd wordt: de zevende dag is de sabbat van Yahweh, uw God. Dan zult gij geen werk doen. Geen werk, dat is doen voor geld. Gij niet, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee. Kortom, het is niet alleen persoonlijk. Gij zult geen werk doen, maar ook jouw familie niet, jouw zoon niet, jouw dochter niet. De hele familie, ook maatschappelijk dus, jouw bedrijf.

U begrijpt meteen als ik dit zo voorlees aan de hand van Exodus 20, hoe dat idee van zondagsheiliging, vooral in een land als het onze dat erg door het calvinisme is gestempeld, allerlei vormen heeft gekregen. In een plaats als Katwijk zie je dat natuurlijk met name in zulke bolwerken, of in Spakenburg en op Urk. Maar ook in het algemeen op de Veluwe. In zulke plaatsen waar dit type christendom erg dominant is, wordt dat inderdaad zo gepraktiseerd. Het eigenaardige is dat wat men leest en voorhoudt over de sabbat, wordt getransporteerd naar de zondag, naar een andere dag. Ik daag u uit om dat eens na te gaan als iemand u daarover aanspreekt – misschien denkt u er zelf wel zo over – en gewoon de vraag te stellen: hoe komt het dat men de woorden die gaan over de sabbat toepast op de zondag? Wat is het recht ervan? Wat rechtvaardigt dat verplaatsen?

Meestal zegt men: "In plaats van de sabbat is de zondag gekomen." Dat is dan een soort van plaatsvervangende dag. Maar dan moet u door blijven vragen, hoor. Geen kritiek leveren, gewoon doorvragen: "Waar staat dat?" Ik wil daar de volgende keer, over twee weken, nog wat dieper op ingaan. Dan gaat het er specifiek over dat wij als gelovigen nu niet onder de wet, maar onder de genade leven, en wat dat in de praktijk betekent. Dat is buitengewoon belangrijk. Maar men zegt dus: "In plaats van de sabbat is de zondag gekomen." Het ligt helemaal in dezelfde lijn als wanneer men zegt: "In plaats van de besnijdenis is de doop gekomen." Moet je ook eens doorvragen: "Waar staat dat?" Ik geef u deze verzekering: u wordt vervolgens getrakteerd op een redenering, niet op een Schriftplaats. Die bestaan er namelijk niet. Er is werkelijk geen Schriftplaats waarin gezegd wordt dat de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Dat hele verhaal rammelt aan alle kanten. Maar het gaat mij erom dat het een redenering is, geen verwijzing naar de Schrift.

Hetzelfde kun je zeggen over de zondag die de plaats zou hebben ingenomen van de sabbat. Dat staat niet alleen nergens, het gaat zelfs tegen alle logica in. Maar het meest belangrijke in dit verband is dat we natuurlijk sowieso in de gaten zouden moeten hebben tegen wie deze woorden gesproken zijn. Aan wie is dit gericht? Men denkt dan: "A, dit is gesproken tot de kerk, dat zijn wij," en vervolgens: "De sabbat is de zondag geworden." Dat zijn al twee ontoelaadbare redeneringen. Het resultaat van die redenering, die heel onlogisch en bovenal onbijbels is, is dat men de zondag heiligt. Je hebt een vereniging ter bevordering van de zondagsrust en de zondagsheiliging, met het idee dat je op zondag niet zou werken.

Daarbij vind je nog iets eigenaardigs, misschien wat zijdelings: het idee is dan niet dat de dag gevierd wordt van avond tot avond, zoals de sabbat, maar men viert het van twaalf uur 's nachts tot twaalf uur 's nachts. Voor twaalven moet je binnen zijn, want dan begint de zondag, en dat houdt dan weer op om twaalf uur 's nachts. Dat is een tijdrekening en een dagindeling die je in de Bijbel absoluut niet terugvindt. Dat is het volgende manco. We zullen maar niet op alle slakken een korreltje zout gaan leggen.

...want dan gaat deze hele zondag daarin op. Maar goed, dan die zevende dag: dat is de Sabbat van de HEERE, uw God. Dat wordt tegen deze Israëlieten gezegd: "Dan zult gij geen werk doen; gij niet, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee." Dat wil zeggen: ook je vee laat je daar niet voor je werken, noch de vreemdeling die in uw steden woont.

Uw steden. Van wie? Van Nederland? Nee, natuurlijk niet. Het gaat over Israël. Maar op basis daarvan... het is dus nationale wetgeving. Dit gold voor Israël, dat volk dat uitgeleid was, dat vervolgens veertig jaar daar in die woestijn reist en dan in het land komt en daar ook hun steden en hun erfdeel krijgt toebedeeld. En welke vreemdeling daar dan ook zou zijn, ook hij zou delen in die rust.

Waarbij ik trouwens wil aantekenen – het is misschien niet zozeer het accent van deze morgen – maar dit was ook een zegen. Zoals het hier ook staat: dan hoef je geen werk te doen. Daar ben je van ontheven. In het midden van die hele cyclus van dagen waarin er zoveel moet, is dit een dag dat je even niets moet. Meestal is daar een verbodsdag van gemaakt, van: je mag niet. Het idee is juist: dan ben je ontheven van werk. Als je het accent goed legt, dan wordt het ook een zegen.

Maar let op, ook nog even de motivatie. Dit was trouwens ook de reden om nog eventjes op die Sabbat en zondag terug te komen. Dit was ook de reden dat er bijvoorbeeld staat over die vreemdeling die in uw steden woont; die is daar net zo goed aan onderworpen. Dat is ook het motief waarom men dan... Neem bijvoorbeeld een partij als de SGP, die nog heel sterk vanuit dit stramien denkt. Ook degenen die niet tot het volk behoren, de niet-christenen, de vreemdelingen, die mogen niet naar het zwembad en ook niet naar het restaurant. Want ook de vreemdeling in onze steden zou geen arbeid verrichten. Daaraan is het gekoppeld.

Men denkt dat dit tot de kerk gezegd is. Men denkt dat het over de zondag gaat. Maar ik zeg u: het wordt gezegd tegen de Israëlieten en het gaat over de Sabbat. En dan zal ik u nog wat vertellen. Dit wordt tegen Israël gezegd, en in al die duizenden jaren daarvoor, van Adam tot aan Mozes, lees je nergens dat iemand de Sabbat gehouden heeft. Ik kom er nog even op terug, maar houd het wel even vast.

Dit is trouwens nog een motivatie, want er staat: "In zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt", letterlijk "gedaan". Bij een andere gelegenheid, dat is alweer een paar jaar geleden, hebben we het gehad over Genesis 1 en over die dagen. En hoe God in zes dagen inderdaad het boek Genesis 1 – want dat is een boek – gemaakt heeft. Het verwijst naar Genesis 1, naar de dagen van Genesis 1, en hoe God dat boek van de schepping ook in zes dagen aan Adam heeft bekendgemaakt.

Letterlijk staat hier niet het woordje "gemaakt", maar "gedaan". "Zes dagen zult gij al uw werk doen." Ditzelfde woord "doen" wordt hier dan vertaald met "gemaakt". Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gedaan, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte – letterlijk dus: staakte. Hier staat een woord dat dan weer verwant is aan dat woord voor Sabbat en dat te maken heeft met staken, stoppen. Hij staakte, Hij stopte op de zevende dag.

Trouwens, dat woord "zeven" heeft ook weer heel veel verwantschap met "Sabbat". Dezelfde woorden, althans dezelfde letters zitten daarin: zeven, Sabbat. In het Nederlands komt dat niet erg uit de verf, maar in het Hebreeuws zie je dat ogenblikkelijk. Zodat de motivatie van deze zevende dag tegen Israël wordt gezegd. Voor Israël wordt deze dag geheiligd, maar het gaat dus terug op Genesis 1, over de HEERE Die de hemel en aarde in zes dagen gedaan heeft – wat dat dan ook even mag betekenen trouwens.

En dan staat er vervolgens: "Daarom zegende de HEERE de Sabbatdag en heiligde die." Hij zette die dag apart. Ik ga weer even verder, want dit was Exodus 20, het bekendste deel. Dit is het argument waaraan de zondagsheiliging gekoppeld is. Maar in ieder geval is het hét document bij uitstek waarin staat geschreven hoe God aan Israël de Sabbat geeft. Later, in datzelfde Bijbelboek, wordt daar weer op teruggegrepen en dan lees je...

De Sabbat als een Exclusief Teken voor het Volk Israël ↑ hoofdstukken

En de HERE zeide... jawel, Hij sprak tot Mozes: "Gij dan, spreek tot de Israëlieten." Ik heb het met kapitaalletters vetgedrukt, zodat de adressering even heel duidelijk is. Dat is namelijk van groot belang, dat zullen we nu vanzelf ook zien. "Spreek tot de Israëlieten: maar Mijn sabbatten zult gij onderhouden." Eigenlijk staat er gewoon "zult gij". "Zult gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u" – dat wil zeggen: de Israëlieten. Staat het hier duidelijk? Hier wordt gesproken over de sabbat, en dat is een apart gezette dag. Maar voor wie is dat nou een teken? Wel, het is een teken van Gods wegen tussen Hem en Zijn volk, de Israëlieten, het volk dat Hij Zelf apart gezet heeft. Ik bedoel dat ook gewoon heel fysiek. Hij had hen uit Egypteland geleid en dat volk was nu daar apart gezet van de volkeren. En ook van dat volk wordt gezegd: dat volk ga Ik maken; te midden van alle natiën wereldwijd ga Ik het maken tot een koninkrijk van priesters. En die functie zullen ze te zijner tijd ook inderdaad daadwerkelijk gaan vervullen. Maar dan praten we over de toekomst, daar kom ik ook nog even over te spreken.

Maar hier zie je dus heel duidelijk: de sabbat is een teken tussen God en de Israëlieten. Dat apart gezette volk. Niet een teken dat Hij geeft aan... Hij gaf dit teken niet ooit aan Adam, zodat het vervolgens altijd vanaf het begin van de schepping gevierd zou worden voor alle volkeren. Nee, het is een teken dat Hij pas 2500 jaar later aan één specifiek volk geeft, dat een teken was tussen Hem, de HERE, en dat volk. Hoe duidelijk wil je het hebben als je de dingen zo op je in laat werken? Ja, dit is duidelijk, nietwaar? En die sabbat, die zevende dag, is een teken tussen de HERE en dat volk. Van geslacht tot geslacht. Eigenlijk staat er: "voor jullie geslachten", voor jullie families. Dit kan betekenen gewoon tot in de generaties, dat je het dus als een tijdlijn ziet, maar het kan ook gewoon betekenen dat je het gelijktijdig ziet. Dat wil zeggen: aan dit volk en al jullie geslachten, al jullie families. Nou ja, die geef ik even ter overweging mee. "Zodat jullie weten dat Ik Yahweh ben die u heilig." Dat was even "apart stel".

En dan nog even later in datzelfde hoofdstuk, in vers 16: "De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, en door de sabbat te vieren zij en hun nageslacht voor hun geslachten, als een altoosdurend..." In de Concordant Version geeft dat weer: een aeonisch verbond. U ziet het, een verbond "le olaam" of voor de eeuw. Ja, want als je dat nog even doorleest, dan kom je in vers 17 inmiddels uit van Exodus 31: "Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos." En hier zie je weer datzelfde woordje olaam, waar we in een heel ander verband natuurlijk ook wel vaak op ingegaan zijn in deze samenkomsten, omdat dit woord natuurlijk, en de weergave daarvan, ook nogal wat consequenties heeft voor het verstaan van de Schrift. Maar hier wordt dus gesproken over de olaam, "le olaam", dat wil zeggen: voor de aeon, voor de eeuw. Het idee is niets van eeuwigheid. Olaam is trouwens – dat is misschien wel aardig om in dit verband er even op te wijzen – afgeleid van een Hebreeuws werkwoord dat "verbergen" betekent. En het idee is daarbij dat het een tijd is met een verborgen einde. Niet eindeloos, maar met een einde dat niet gezien wordt. Dat is de Hebreeuwse gedachte bij dat woordje olaam. Het is dus afgeleid van een werkwoord dat met verbergen te maken heeft.

En nou wil ik er nog even iets heel belangrijks bij zeggen. Dit is iets wat ook weer verband houdt met die olaam, die aeon die gaat komen. De Bijbel spreekt over de tegenwoordige aeon, maar ook over de toekomende aeon. En die toekomende aeon, dat is die aeon waarin Christus de heerschappij op Zich zal nemen, maar het is ook de aeon waarin Israël hersteld zal zijn en hersteld zal worden. Het volk wordt teruggebracht naar het land en dan zal het volk eindelijk, na duizenden jaren, tot zijn bestemming komen. En dat is het prachtige: dat tijdvak is profetisch juist de vervulling van die zevende dag. Dat zal ik u laten zien.

In het Millennium – dat moet ik trouwens eventjes toelichten, nou ja, u weet inmiddels natuurlijk wel wat een millennium betekent, millennium betekent gewoon duizend, het komt van een Latijns woord dat duizend betekent – maar in het Millennium, in Bijbels opzicht, verwijst dat naar de duizend jaren. Ja, we halen zo, als je het hebt over zo'n onderwerp en je gaat het toelichten, dan komt er nogal wat bij kijken en je haalt ook heel wat overhoop. Want als ik het heb over het duizendjarig rijk: "Oh, dat is dat rijk waar wij vandaag in leven, toch?" Ja, dat is wat men zegt. Dat duizendjarig rijk duurt nu al, zegt men dus, pakweg ruim 2000 jaar. Je zit nou onzin te praten. Dat zit ik ook, maar dat is precies de onzin die ons altijd verkocht is, mij tenminste. Wij leven nu al sinds de eerste komst van Christus tot de wederkomst, dat is het duizendjarig rijk. Hoe lang duurde de Tachtigjarige Oorlog? Ja precies, 68 jaar, want er was twaalf jaar vredesbestand; zo was het. Nou ja, even alle gekheid op een stokje.

De duizend jaar – laat ik nou eventjes de traditie helemaal buiten beschouwing laten – Bijbels gezien komt daar straks die aeon als Christus terugkeert. Het volk wordt gebracht in het land, hersteld, het vrederijk zal beginnen. Vanuit Jeruzalem zal het Koninkrijk gebouwd worden. Dat is die nieuwe aeon. En in die aeon zal satan, de tegenstander, gebonden zijn. Duizend jaren lang zal hij niet in staat zijn het volk te verleiden. Dat is het Millennium. Kijk het maar na in Openbaring 20, dan komt het iedere keer weer terug: de duizend jaren. Dat is het Millennium.

Het Millennium: de Zevende Dag als het Komende Vrederijk ↑ hoofdstukken

En in dat millennium zal Israël inderdaad wederom de sabbat vieren. Maar dat is niet zo gek. Dat die sabbat in de toekomst weer gevierd gaat worden, wereldwijd zelfs, dat kun je in deze schriftplaatsen terugvinden. Het voert te ver om dat nu allemaal toe te lichten, maar in een van de laatste verzen van het boek Jesaja zie je dat gewoon zo terug: de sabbat zal gevierd worden. Maar dat is niet zo vreemd, want de sabbat verwijst weliswaar terug naar Genesis 1, maar bovenal naar die rust die God heeft weggelegd voor Zijn volk, voor de volkeren en voor deze wereld.

Ik zal het u laten zien. Want wat is nu voor de Heer een millennium? Dat is nog een ander verhaal, maar het is niet zo moeilijk hoor. Petrus zegt dat dit ene ons niet mag ontgaan: dat voor de Heer één dag is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag. Dat heeft men vaak heel zwaar vergeestelijkt, maar neem dat nou eens even zoals het er staat. Dat betekent dus – laten we de Bijbelse tijdbalk erbij halen – dat de periode van Adam tot Abraham 2000 jaar beslaat. Kijk het maar na. Het gaat me nu even niet om een jaar nauwkeurig, maar in het leven van Abraham, gerekend vanaf Adam, is dat een periode van 2000 jaar.

Dan krijg je vervolgens weer een periode van 2000 jaar, van Abraham tot Christus. Overigens weten we dat gedurende deze hele tijd, maar ook nog tot ongeveer dit tijdstip, de sabbat nooit is gevierd. Toen was Israël überhaupt nog niet eens een volk. Israël werd pas een apart gezet volk toen ze uitgeleid werden uit Egypte, en pas op dat moment geeft God dat teken van de sabbat aan specifiek dat volk. Gedurende al die ongeveer 2500 jaar lezen we nooit over de sabbat. Noach heeft de sabbat niet gehouden, Abraham heeft de sabbat niet gehouden; je leest dat domweg helemaal nergens. Je kunt het wel beweren, maar het staat nergens. Die sabbat gaat pas een rol spelen als God de Israëlieten uitleidt en hun dat teken geeft.

Dat betekent dus, als je even Bijbels rekent tot aan Christus, dat de periode van Adam tot Hem een tijdperk is van 4000 jaar. Voor de Heer zijn dat vier dagen. Inmiddels zijn we weer bijna 2000 jaar verder. U zegt misschien dat dit eigenlijk pas rond 2030 is, maar we nemen het nu even niet op het decennium nauwkeurig. Het betekent echter wel dat er sinds Adam bijna een periode van 6000 jaren voorbij is. Bijbels gezien zeg je dus dat er inmiddels bijna zes dagen voor de Heer voorbij zijn. Zes millennia. Zes dagen waarin de mens getobd en gearbeid heeft.

En weet u wat het geweldige is? Wij leven nu eigenlijk op dat kruispunt. De zevende dag is in aantocht. Ja, je kunt ook zeggen dat vanaf Christus gerekend de derde dag in aantocht is; dat is ook Bijbels veelzeggend. Maar nu even vanuit die sabbatsgedachte: zes dagen van duizend jaar zijn inmiddels gepasseerd en dat betekent dat het nu tijd wordt voor de sabbat. En die gaat dan ook komen. Over die duizend jaren spreekt het boek Openbaring, en het hoeft dan ook niet te verbazen dat deze periode de sabbatsrust genoemd wordt. In de Hebreeënbrief vind je dat, en profetisch vind je het ook in de Psalmen terug. De sabbatsrust. Dat is de dag dat de Heer zal rusten in Zijn schepping, maar ook dat de schepping, de mensheid en Israël de sabbatsrust zullen genieten. Een geweldige periode. Na zes dagen van arbeid zegt de Heer: "En nu is het over. Stoppen! Nu is het Mijn dag."

En dit is die sabbat, die grote wereldsabbat. Dit is ook de periode waarin het Koninkrijk gestalte vindt. Maar laat ik u dit zeggen: dat Koninkrijk dat straks gestalte krijgt, is niets anders dan een Israëlietisch wereldrijk. Dat kan ik heel makkelijk aantonen, want wat gebeurt er? God gaat dat volk Israël verzamelen, Hij brengt het in het land, en vanuit het centrum van dat land, vanuit Jeruzalem, zal de Koning gaan heersen over de volkeren. Dat wil zeggen dat de volkeren onder leiding staan van de stad Jeruzalem, vanuit Israël. Dus dat rijk dat gaat komen, zal geen Babels rijk zijn of een Medo-Perzisch rijk. Nee, het is een Israëlietisch rijk.

God had de sabbat gegeven als speciaal teken voor de aion aan dat volk. En wat gebeurt er als die aion, dé aion, gaat komen? Wanneer het millennium gaat aanbreken, dan is dat met recht ook de zevende dag. Dat is de dag van Israël, waarop Israël tot zijn bestemming komt en ook de hele wereld in de zegen van Israël zal delen. Dan gaat de sabbat weer terecht gevierd worden. Waarom? Omdat de sabbat zijn vervulling dan juist ook krijgt in die rust. Ik vind het geweldig om eraan te denken dat God na 6000 jaren ook via tijdschema’s werkt; Hij heeft het allemaal al vastgelegd in Zijn Woord. Na zes dagen van arbeid van de mens is het Mijn rust. En die gaat aanbreken: dat Messiaanse Koninkrijk. Dus als wij het over dit onderwerp hebben anno 2014, dan zeg ik: dit is zeer ter zake en heel actueel, want deze periode is aanstaande. Nu moet ik nog snel even naar Romeinen 14 en naar andere passages, maar dat moet ik dan maar even snel doen.

De Gelovige uit de Natiën en de Vrijheid in Romeinen 14 ↑ hoofdstukken

Kijk, eigenlijk is de clue van wat ik verteld heb simpel. In die zin: God gaf het teken van de Sabbat aan het volk van Israël, niet aan de natiën. Dus nu even de vraag: wat hebben wij met de Sabbat van doen? Antwoord: niets. Nee, niks. Gewoon puur Bijbels gezien hebben wij, de gelovigen uit de natiën, niets met de Sabbat van God. En met de zondag dan? Nou, al helemaal niet, want dat is helemaal een verzinsel – tenminste, dat wat men eraan koppelt. Ik heb het niet over de betekenis van deze dag, namelijk de dag dat Christus opstond, maar niet als een dag van rust, want dat vind je echt helemaal nergens. Helemaal nergens.

U ziet hoe in de loop der tijden, en tot op de dag van vandaag, er ideeën binnengeslopen zijn die zo dominant zijn geworden. Ik had gisteren nog een gesprek met iemand die daar ook over sprak, en hoe dat in Katwijk ook een grote rol speelt. Hoe de zondagsheiliging eigenlijk het kenmerk van een christen was en is, nog steeds. Hoe ver ben je dan verwijderd van de simpele Bijbelse boodschap?

Wat Paulus dan als de apostel en leermeester van de natiën vertelt, is inderdaad dat gelovigen vrij zijn. Ik wil het de volgende keer nog wat uitgebreider en specifieker hebben over het feit dat we niet onder de wet maar onder de genade staan, en wat de betekenis daarvan is. Maar het betekent dus ook specifiek als het gaat over dagen: daar hebben we helemaal geen boodschap aan. In Romeinen 14 komt dat aan de orde, want er zijn mensen die een bepaalde dag in ere houden. Prima, dat is wat hij zegt. Als mensen een bepaalde dag voor de Heer in ere houden: prima. Maar het wordt heel tricky wanneer dat opgelegd gaat worden aan anderen.

Laten we even lezen: "Wie bent u, dat gij eens anders knecht oordeelt?" Dat wil zeggen: als u Hem kent, dan bent u van Hem. Dan staat u in dienst van Hem, en wie ben ik dan om u te gaan vertellen wat u moet doen? Of om u te oordelen, te beoordelen en helemaal te veroordelen op grond van bepaalde praktijken van u? Wie ben je? Of hij staat of valt – ook al valt hij – daar gaat zijn eigen Heer aan. Denk erom: maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem vast te doen staan.

Dat vind ik op zich natuurlijk al geweldig. Ik ben van Hem, u bent van Hem. Ik hoop tenminste dat u dat ook zo echt inderdaad erkent en zegt: dat is mijn leven. Hij is het die mij voelt, Hij zet mij apart, inderdaad: Hij heiligt. Maar Hij is het ook die Zijn werk aan mij doet en Hij doet mij staan. En Hij doet mij ook vallen, eventueel om een les te leren, maar dat gaat Hem aan. Dat is toch geweldig? Als je ook die ruimte elkaar gunt, alsjeblieft mensen. Sta in die vrijheid, maar gun elkaar ook die vrijheid.

Daar heeft de apostel het over: "Deze immers stelt de ene dag boven de andere." Letterlijk staat er: oordeelt een dag naast een dag. Die dag is dan een hele speciale. "En de andere stelt ze alle gelijk." Je oordeelt elke dag. Trouwens, het woord 'gelijk' staat er eigenlijk niet; dat vind ik wel bijzonder. Het idee is dus niet zozeer dat de één de ene dag boven de ander stelt en de ander ze allemaal gelijk acht. Nee, die acht álle dagen. De ene zegt bijvoorbeeld: de zondag of de Sabbat is een hele bijzondere dag, dat is de dag voor de Heer. Paulus spreekt in dit verband van Romeinen 14 over zwak en sterk. Degene die een dag apart stelt, dat is prima, maar hij noemt het wel zwak – een zwak idee. Dan ben je nog zwak in je perceptie en in je beleving van de dingen. Dat is niet veroordelend, maar gewoon een vaststelling. Degene die sterk is... het idee is niet zozeer dat hij alle dagen gelijk acht, nee, hij acht alle dagen. Alle dagen zijn van Hem. Elke dag is het Sabbat, elke dag is het zondag, elke dag is het feest. Elke dag is van Hem en aan Hem gewijd. Dat is sterk.

En Paulus zegt er dan bij: "Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd." Dat wil zeggen: in zijn eigen denken, in zijn eigen beoordeling van die dingen, wees daarin verzekerd. Wat je doet, doe dat van harte, maar ga elkaar niet de les lezen. Wie aan een bepaalde dag – of letterlijk: aan de dag – hecht... nou ja, als ik het eventjes vanuit Joods perspectief bekijk (en daarover gaat het in deze context ook), dan is de dag toch bij uitstek de Sabbat. Wie aan de dag hecht, die doet het om de Heer. Prima. Als je die Joodse achtergrond hebt en daarin groot geworden bent, wat is daar mis mee? Of, om het nog wat breder te trekken: als je de zondag kent van huis uit en je hecht daaraan: prima, doe het om de Heer.

En wie eet? Dan gaat het specifieker over bepaalde dingen wel of niet eten. Ik noem maar wat: dat je geen karbonade eet vanwege je achtergrond, vanwege het varkensvlees. Die doet het om de Heer, want hij dankt God. Als je God daarin dankt, wat kan er dan mis mee zijn? Ongeacht wat je doet: of je nu een Sabbat houdt of een zondag, of voor mijn part de vrijdag, wat moslims doen. Als je het allemaal heel syncretistisch oppakt en zegt dat we het combineren, dan heb je drie dagen achter elkaar vrij: de vrijdag, de zaterdag en de zondag. Maar goed, je dankt Hem, dan is die dag daarmee aan Hem gewijd. Maar ga alsjeblieft niet vertellen aan een ander waarin hij hoort deze dag ook te vieren.

En als je het niet viert? Nou, was dat nog niet zo lang geleden hoor. In Urk ging dat echt zo eraan toe: dat als je Urk binnen fietste op een zondag, je banden werden doorgeregen van de palingmessen. Want de vreemdeling in uw steden zou zich daar net zo goed aan moeten houden. Ik geef toe, dit zijn extreme voorbeelden, maar het gaat even om het gedachtegoed, de motivatie en het denken wat daaraan ten grondslag ligt.

Het is mij vaak al opgevallen dat als je zegt dat alle dagen voor jou gelijk zijn – en dat meen ik echt, al sinds jaar en dag is er voor mij geen enkel verschil tussen de Sabbat of de zondag, alle dagen zijn van Hem – men dat vaak opvat als: "Jij bent een aardig pad kwijt." Hij kan nooit serieus zijn, hij kan nooit gelovig zijn, want hij houdt de zondag niet en hij gedenkt de Sabbatdag niet. Ik moet er altijd een beetje om lachen. Inmiddels wel. Ik bedoel, ik wil iedereen serieus nemen, maar als je de dingen echt vanuit Bijbels perspectief ziet, dan moet het toch helder zijn.

En de apostel van de natiën, wat dacht je wat? Ik kom de laatste tijd steeds meer in aanraking met mensen die zeggen: "Nee, die zondag is helemaal fout, het hoort een Sabbat te zijn." Zij denken dat gelovigen uit de natiën nu de Sabbat moeten gaan onderhouden, en ze verdedigen dat met veel verve. "Je leeft niet echt rechtvaardig als je op de Sabbat werkt of als je de Sabbat niet gedenkt." Dat is een gedachte die steeds meer veld wint. Maar als dat zo zou zijn, wat zou de apostel van de natiën dan in zijn brieven gezegd hebben? Als dat inderdaad van groot belang zou zijn, dan had hij, die onder de natiën arbeidde, in zijn brieven gezegd: "Mensen, denk erom, jullie zijn dat helemaal niet gewend, maar jullie hebben wel de Sabbat te onderhouden." Doet hij dat? Die mensen moeten ook niet zoveel van Paulus hebben hoor. Ze stellen alles in het werk om Paulus te minimaliseren. Paulus moet je volgens hen vooral lezen in het licht van Jakobus en van Petrus. Maar neem het gewoon zoals het er staat.

Nou, de laatste apostelen richten zich trouwens heel specifiek tot Israël, tot de besnijdenis. Paulus spreekt daar nooit over in zijn brieven; sterker nog, als het ter sprake komt, dan slaat hij een compleet andere toon aan, namelijk dat die dingen totaal geen issues zijn in de gemeente, in de ecclesia, die God zich vandaag onder de natiën verzamelt.

Vandaag maakt Hij trouwens überhaupt geen verschil tussen Israël en de natiën. Dat speelt geen rol. En dat geldt identito voor koosjer eten en al dat soort triviale zaken. Wie niet eet, die laat het na om de Heer, en ook hij dankt God.

Nou, ik wil tenslotte nog één vers, één passage daarover lezen. Ik geef toe, ik ben niet erg compleet vandaag, maar de tijd gaat verder.

Kolossenzen 2: de Sabbat als Schaduw van de Werkelijkheid in Christus ↑ hoofdstukken

Kolossenzen 2 is een prachtig gedeelte waarin Paulus uiteenzet wie de gelovige is in Christus: volmaakt en in vrijheid gesteld. Zoals God ons ziet, zo plaatst Hij ons ook in die vrijheid. Mensen, laat je niet opnieuw een slavenjuk opleggen van: "Dat mag wel en dat mag niet." In vers 16 zegt Paulus: "Laat dan niemand u blijven oordelen", nadat hij zojuist heeft uiteengezet dat wij vrij zijn en ook niet onder de wet staan. Dat is het onderwerp dat ik, zoals ik zojuist al even aangaf, over twee weken graag eens wat meer in het algemeen wil uiteenzetten. Want het is zo geweldig; het is niet alleen negatief in de zin van "niet onder de wet", maar wat betekent het nou om te leven onder de genade? Dat is pas echt geweldig en laten we ons dat vooral heel goed bewust zijn.

De consequentie daarvan is dat, als dat zo is, niemand u mag blijven oordelen in zaken van eten en drinken. Vooral in de context van die tijd was dit actueel; we moeten niet vergeten dat in de gemeenschappen van toen de Joden een substantieel aandeel hadden. Mensen met een Joodse achtergrond namen hun gewoonten mee. Paulus zegt: laat niemand je oordelen in zaken van eten en drinken of op het stuk van een feestdag, dat wil zeggen van de hoogtijden. Denk aan Kippoer, Pinksteren of het Loofhuttenfeest, waarvan trouwens sommigen ook vandaag de dag zeggen dat we die zouden moeten vieren en onderhouden. Laat niemand je daarover oordelen. Een nieuwe maan of sabbat? Kijk, nu zijn we weer echt bij het onderwerp.

Paulus spreekt nooit over het vieren van de sabbat of dat dit gedaan zou moeten worden. Ondanks het feit dat hijzelf als Jood op de sabbat naar de synagoge ging en voor de Joden een Jood was – dat was zijn achtergrond en dat is allemaal waar – zegt hij nergens in zijn brieven dat de gelovigen dat in het algemeen zouden moeten doen. Integendeel, ze zijn daarin vrij. Als het onderwerp ter sprake komt, is het juist om te benadrukken: laat je niet onder een juk leggen. Je bent vrij en laat je dus ook niet oordelen, laat staan veroordelen. Dat is wat er in het geding is. Laat niemand je oordelen in zaken van een sabbat of sabbatten, want sabbatten heb je ook nog weer in soorten en maten, maar daar gaan we nu aan voorbij.

Het zijn dingen die een schaduw zijn. In de grondtekst staat het woordje "slechts" er eigenlijk niet; er staat dat deze dingen een schaduw zijn. Ton had het zojuist eventjes over schaduwen. En wat gebeurt er met een schaduw? Die verdwijnt inderdaad en maakt plaats voor licht. Hier in Kolossenzen is er een wat ander verband. De gedachte is dat al die gebruiken en rituelen die God aan Zijn volk had gegeven, een schaduw waren van hetgeen komen moest, van hetgeen komen zou. Het was dus met recht een voorafschaduwing. Ook de sabbat is een schaduw. Feitelijk is een schaduw in zichzelf duisternis; de contouren verwijzen naar het licht, maar in zichzelf is een schaduw donker, een vorm van duisternis.

Paulus zegt dat al die dingen – eten, drinken, een deel van een feestdag, de nieuwe maan en de sabbat – een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is. Letterlijk staat er: "het lichaam is van de Christus". Hier staat niet "werkelijkheid", er staat "lichaam": het lichaam van de Christus. Dat wil zeggen, let op: alles wat God in de wet gegeven had, is een schaduw. Dat is een beeld dat dikwijls in de brieven gebruikt wordt. Ook de offerdienst was een schaduw, een voorafschaduwing van dat wat zou komen. Inmiddels is de Christus gekomen, en Hij en zij die van Hem zijn, vormen samen Zijn lichaam. Daarop slaan al die zaken die God ooit had gegeven.

De sabbat verwijst naar Christus, naar de rust die Hij zal geven. Dat is ook profetisch bedoeld. Die nieuwe dag die straks gaat aanbreken, de zevende dag, dat is profetisch; het spreekt van Christus en van ons die in Christus Zijn lichaam zijn. De kern van de gedachte is dit: wij als gelovigen in Christus zijn het onderwerp van die schaduwen. Wij zijn, als deeluitmakend van de Christus (om Bijbeltaal te gebruiken), het onderwerp van die schaduwen. Alles wat God in het Oude Testament over die dingen zei en als schaduw gaf, zou verwijzen naar Hem die zou komen en naar Zijn lichaam. Wij zijn het onderwerp. Het spreekt van de Christus en het lichaam van de Christus. Hoe dwaas is het daarom dat, wanneer je het onderwerp bent van die rituelen en van die sabbat, je je dan toch weer zou laten onderwerpen aan diezelfde rituelen? Wij zijn het onderwerp; wij laten ons niet onderwerpen door die dingen.

Dat is wat Paulus zegt: het is een schaduw. Het zijn de geweldige dingen die Paulus daarover vertelt. Met andere woorden, dat is de werkelijkheid. Zo mogen we leven. Ik heb u zo met wat overwegingen en schriftverwijzingen wegwijs willen maken in wat de Schrift over de sabbat en over de zondag zegt. Ik hoop dat u dit kritisch leest, beluistert en meeleest. Ga het na, neem het niet zomaar van mij aan, maar check of het klopt. Laat u echter ook niets wijsmaken door mensen die u iets menen te moeten opleggen, want dat is volkomen buiten de orde. We zijn vrij. Over dat thema wil ik graag bij een latere gelegenheid nog eens nader ingaan. Zullen we het hierbij laten voor vanmorgen?

🎧 Sabbat & Zondag
Delen: