Rebekka Versierd (I)
21-02-2016 - Geplaatst door Andre PietPresentatie gehouden op 21 februari 2016 in Zoetermeer
Genesis 24 is een pracht verhaal over hoe de knecht van Abraham een vrouw zoekt en vindt voor Izaak, de zoon van zijn heer. Bijna negen en dertig eeuwen geleden speelde deze geschiedenis in wat tegenwoordig Irak heet. Een heel andere tijd, heel andere gewoonten en denkwereld dan die wij gewend zijn. We doen er goed aan om onze Westerse, 21-ste eeuwse bril af te zetten om een hoofdstuk als deze te verstaan. Dat geldt ook voor onze misplaatste arrogantie t.o.v een gearrangeerd huwelijk en de toenmalige man-vrouw verhoudingen.
In twee samenkomsten zullen we ons een en andermaal buigen over dit lange bijbelhoofdstuk. Wat heeft deze oude geschiedenis ons te zeggen? Meer dan alleen wijsheid over dating en het geheim van een duurzaam huwelijk. Het vertelt ons bovenal in type hoe voor de ware Izaak, een bruid wordt geworven. Om vanuit het buitenland gebracht te worden naar het Beloofde Land en haar Bruidegom te ontmoeten.
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie in een Oude Leefwereld
- De Context: Genesis 21 tot en met 23
- De Introductie van Genesis 24
- De Opdracht en Eedswering van de Knecht
- Het Geloofsvertrouwen van Abraham
- Het Vertrek Naar Mesopotamië
- Aankomst bij de Waterput
- Het Gebed van de Knecht
- De Verschijning van Rebekka
- Water Putten in Overvloed
- Rebekka Wordt Versierd
- De Ontmoeting met Laban
Introductie in een Oude Leefwereld ↑ hoofdstukken
Ik wil u vanmorgen, vrienden, eens meenemen naar een hele oude geschiedenis. Wat wij misschien zouden noemen een date, maar eigenlijk kun je het met die termen en dat wat je daaronder verstaat nauwelijks vangen. Ik heb het trouwens genoemd 'Rebekka versierd', en dat bedoel ik letterlijk en ik bedoel het ook figuurlijk. We zullen daar een tweetal keren over gaan spreken. Het leek mij wel mooi — omdat we vandaag een bijeenkomst hebben en volgende week hier op deze plaats weer — om een schriftgedeelte te nemen wat we dan in twee keer kunnen bespreken. Vandaar dat mijn keuze is gevallen op Genesis 24, want het hoofdstuk is erg lang: 67 verzen. Als ik me niet vergis is het zelfs het langste hoofdstuk van het boek Genesis. Dus dat hakken we ongeveer in tweeën. Ik weet niet precies hoe dat vanmorgen gaat lopen, maar zoals gezegd gaan we dan heel ver terug in de tijd.
Als ik zou moeten zeggen in welk jaar dat was: in onze jaartelling zal dat ongeveer 3900 jaar geleden zijn. Dat wil zeggen ongeveer 1900 voor Christus. Ik heb het wat preciezer bijbels berekend. Daar geef ik Bijbelstudies over op een andere plaats in Rotterdam, over de Bijbelse chronologie. Dat houdt me erg bezig en dan kom ik uit op het jaar 2137, gerekend vanaf Adam. Dus dat was ook in de 22e eeuw, maar dan gerekend vanaf Adam, dat Abraham leefde. Goed, nu heeft u in ieder geval een idee dat het toch wel heel erg lang geleden is. Wat heet? Dat is heel relatief, lang en kort. Maar in ieder geval zult u het wel met me eens zijn dat dit toch een eind terug in de tijd is.
U zult dan ook begrijpen dat de gebruiken en de gewoontes die er in die dagen waren, zo lang terug en dan niet hier in ons kikkerlandje — want dat was toen alleen nog maar moeras veronderstel ik — maar in Mesopotamië, daar in het Midden-Oosten, een totaal andere leefwereld vormden. Het valt niet eens mee als je dit leest om dan je westerse bril eventjes af te zetten en je te verplaatsen in dat klimaat en in die hele denkwereld. Een totaal andere. Wij spreken over een date. Nou, dat was dit feitelijk niet. De ouderen onder ons gebruiken dat woord date misschien ook helemaal niet, maar een romantische manier van hoe man en vrouw elkaar dan leren kennen en verliefd worden. Het is daar precies omgekeerd. Dat is heel grappig, daar gaan we het de volgende keer wel over hebben. Je leest op een gegeven ogenblik dat Rebekka bij Izaak terechtkomt en dan staat er: "Hij nam haar in de tent, zij werd hem tot vrouw en hij kreeg haar lief." Bij ons is het altijd zo: het begint met verliefdheid en dan trouwt men. Nee, zij kenden elkaar helemaal niet. Het was gearrangeerd.
Wij kijken daar ook weer naar met onze westerse ogen, met onze westerse bril. Van: "Oh, wat is dat uit de tijd en wat is dat dom." Nou ja, mijn kinderen zitten daar achterin en dat kan al een stevige discussie opleveren. Maar het hele idee van een gearrangeerd huwelijk... ik denk daar inmiddels heel anders over dan misschien wel de gemiddelde mens hier in de zaal. Zonder dat ik overigens een pleidooi voer; het gaat ook helemaal niet om ethiek. Maar de lacherigheid waarmee wij erover spreken, die is in mijn beleving inmiddels volkomen ten onrechte. Zo gek was dat niet. Ik denk dat wij zeggen: "Wij zijn veel verder vandaag." Ja, dan zeg ik: "Verder van wat? Van huis bedoelt u misschien?" Is dat een opgaande beweging in de termen van evolutie? Wordt het steeds beter, zoiets hogers, of is het juist een neergang? We raken steeds verder verwijderd van onze oorsprong. Het is maar hoe je het bekijkt.
Zet nu even alle brillen af, behalve deze dan. In die tijd zijn we. Ik had het eerst genoemd 'Izaak en Rebekka', maar eigenlijk speelt de figuur van Izaak in dat lange hoofdstuk van Genesis 24 nauwelijks een rol. Ja, hij is wel degene om wie het allemaal gaat, maar hij is niet handelend. Hij liet dat allemaal doen. Maar om nog eventjes een idee te hebben van de context: Genesis... ik heb u dat bij een heel andere gelegenheid jaren geleden al eens verteld. Het boek Genesis is eigenlijk een compilatie van allemaal documenten die de aartsvaders zelf op schrift hebben gesteld en die door Mozes later tot één boek zijn samengebracht en ook geredigeerd en bewerkt. Dat is wat wij Genesis noemen. Maar dit is geschreven door de aartsvaders, dus dit is al zeer oud. Dit zijn echt oude papieren.
De Context: Genesis 21 tot en met 23 ↑ hoofdstukken
Oké, de context. In Genesis 21 leest u de geschiedenis van de geboorte van Izaak. Dat was op zich al een wonder, want Abraham was inmiddels oud, maar dat was niet eens het grootste probleem. Hij was ook "verstorven", wat wil zeggen dat hij niet meer in staat was om nageslacht voort te brengen. Bovendien was zijn vrouw Sara ook al stokoud en was zij altijd onvruchtbaar geweest. Maar niettemin, God had Abram al de belofte gegeven toen hij zeventig jaar was: "Door jou en je zaad zal Ik heel de aardbodem en alle geslachten gaan zegenen." Dat wil zeggen dat Abraham een nageslacht zou krijgen als de sterren aan de hemel en als het zand aan de oever van de zee. Dat was hem beloofd, maar zij waren "verstorven" in Bijbelse termen; hun lichaam was niet in staat om leven voort te brengen. Maar dat is nu juist altijd de Bijbelse boodschap: wat de levende God doet, is leven voortbrengen uit de dood. Feitelijk waren Abraham en Sara daar monumenten van: hoe God inderdaad de dood trotseert en de mens doet lachen. Izaak betekent dan ook "lachen", Itschak. Prachtig. De mens loopt aan tegen zijn sterfelijkheid, tegen de vergankelijkheid en de dood, en wat God dan doet, is een blijde tijding geven en die ook bewijzen. Hij trotseert de dood en Hij brengt leven voort. Dat was de geboorte van Izaak in Genesis 21.
Dan krijg je in Genesis 22 "de binding van Izaak". Ik heb het maar even zo genoemd; dat is trouwens geen term van mezelf, maar zo noemen de rabbijnen deze geschiedenis altijd. Het offer van Izaak. U weet dat Abraham de opdracht kreeg om zijn zoon te offeren. Ja, dat is een wonderlijk verhaal, maar Abraham wist hoe het zat. Toen hij op weg ging, zei hij tegen zijn knechten: "Wij komen weer terug." Abraham heeft gerekend op de opstanding uit de doden; dat staat zwart op wit in Hebreeën 11. Izaak, de zoon van de belofte, wordt daar inderdaad op een altaar gebonden als brandoffer, maar Abraham krijgt hem als het ware terug uit de doden. Weet u op welke dag dat was? Het staat in Genesis 22: de derde dag. Kijk, dat zijn van die mooie Bijbelse hints; je weet meteen waar het over gaat. De zoon van de belofte, die sowieso al voortkwam uit de dood, werd inderdaad op die derde dag teruggegeven. Weet u trouwens waar hij geofferd werd? Dat was op het gebergte Moria, waar later het grote offer van de Zoon van Abraham, het beloofde Zaad, gebracht werd. Dat zijn geweldige structuren die je zo onder de oppervlakte van de Bijbel ziet oplichten. Geweldig. Dat is Izaak. Dan weten we ook aan wie we moeten denken: aan Hem die de enige zoon is aan wie God Zijn belofte verbonden heeft en die daarmee profetisch spreekt van Hem die zou komen, waar de hele Bijbelse boodschap over gaat.
Als u vervolgens even doorbladert naar Genesis 23, dan komt u uit op de geschiedenis van Sara's dood. Sara is dan inmiddels 127 jaar oud. Ja, die leeftijden waren toen wat anders dan nu; het zakte toen trouwens al behoorlijk weg, maar goed, dat is een ander onderwerp. Op 127-jarige leeftijd overleed ze en werd ze begraven, wat beschreven wordt in Genesis 23. Abraham was tien jaar ouder, dus die was op dat moment 137.
De Introductie van Genesis 24 ↑ hoofdstukken
Ik wil vandaag dit hoofdstuk, Genesis 24, vers voor vers met u bespreken. Ik had het ook kunnen noemen 'per vers', maar dan denkt u weer aan andere dingen. We gaan er gewoon zo nauwkeurig mogelijk doorheen. Waar ik vooral op wil wijzen, hoewel dat volgende week pas in het volle licht geplaatst zal worden, is de profetische betekenis: hoe Rebekka een type is van de bruid. Dat wil zeggen Israël, waar we het volgende week nog uitgebreid over zullen hebben. Zij zal vanuit de natiën, vanuit het buitenland, gebracht worden naar het Beloofde Land als de vrouw en de bruid voor Izaak, het beloofde zaad van Abraham. Dat is de profetie. Daar zal vandaag al wel wat over gezegd worden, maar dan heeft u alvast de juiste mindset voor de diepere laag waarin we dit moeten verstaan. Het begint gewoon met lezen wat er staat, en als je vervolgens het geheel overziet, ga je de lijnen zien door het hele hoofdstuk. Wat heeft dit ons te zeggen? Dan ga je ook dwarsverbindingen leggen met andere elementen in de Schrift.
In Genesis 24 lezen we hoe het begint: "Abraham nu was oud en hoogbejaard." Hij was op dat moment tussen de 137 en de 140 jaar oud. Dat is eenvoudig te berekenen: we weten dat Sara 90 jaar oud was toen ze Izaak kreeg en Abraham was toen 100. We lezen dat zij op 127-jarige leeftijd sterft, dus toen was Abraham inmiddels 137. Van Izaak weten we dat hij 40 jaar was toen hij trouwde. Dat is een ideale leeftijd om te trouwen, toch? Hij kende dat nummer waarschijnlijk ook: "Trouw niet voor je veertig bent." Hij was dus veertig toen hij trouwde, wat betekent dat Abraham hier ergens tussen de 137 en de 140 jaar oud was.
Wanneer er staat dat hij oud en hoogbejaard was, moet u niet denken dat hij al op sterven lag. We lezen namelijk dat hij 175 jaar oud zou worden. Dat betekent dat hij daarna nog een hele lange tijd geleefd heeft. We kennen ook het standaardverhaal van Rebekka: zij was een onvruchtbare vrouw. De eerste twintig jaren van hun huwelijk zijn zij kinderloos gebleven. Daarna kregen ze er meteen twee: Jakob en Ezau. Izaak was op dat moment inmiddels zestig jaar oud. Abraham heeft dat dus ook nog meegemaakt; sterker nog, hij heeft zelfs de vijftiende verjaardag van die jongens nog meegemaakt. Hij was dus weliswaar oud en hoogbejaard, maar het was niet zo dat hij al bijna stierf.
Er staat: "en de HERE — Yahweh — had Abraham in alles gezegend." Dat had Hij trouwens ook beloofd. In Genesis 12 lees je al dat God tegen Abraham zegt, wanneer hij geroepen wordt in Ur der Galdeeën in Mesopotamië: "Ik zal je zegenen, jou en je zaad." Hij was een uiterst rijk man in alle opzichten. De Heer had hem gezegend. Eigenlijk is dat ook wat een zegen is: een rijk man zijn. Dat is niet in de eerste plaats een kwestie van kapitaal. Rijk zijn betekent dat je genoeg hebt. Je kunt wel zoals Bill Gates 40, 50 of 60 miljard hebben, maar als je niet genoeg hebt, ben je nog steeds niet rijk.
Abraham was rijk, en dat geldt voor ons ook. Wanneer ben je rijk? Wanneer je genoeg hebt en wanneer je Hem kent. Dat is de echte rijkdom. Dan heb je vrede, dan heb je de toekomst en dan leef je niet voor niets. Je weet dat alles betekenis heeft. Als alles betekenis heeft, dan ben je pas echt rijk. Iemand die rijk is, omgeeft zich met waardevolle dingen. Voor ons krijgt alles om ons heen waarde, omdat we een God kennen die alles een plaats geeft. Alles is met design; het is ontworpen en bedacht door een God die beschikt en die alles leidt vanuit Zijn hart. Dat betekent dat alles wat er om je heen gebeurt waardevol wordt. Dan ben je toch rijk? Als je dat besef niet hebt, dan ben je natuurlijk straatarm. Je bent dan misschien wel vermogend, maar je kunt niet rijk leven omdat je je niet bewust bent van die rijkdom. Dat is een groot probleem. Waarom komen we bij elkaar en waarom bestuderen we de Schrift? Om te ontdekken hoe rijk we zijn. Ik denk dat we geen idee hebben hoe rijk we zijn als we Hem kennen. Het gaat erom dat we verlichte ogen krijgen om te ontdekken hoe schathemelrijk we zijn. De Heer had Abraham gezegend in alles. Ik kan natuurlijk niet uitgebreid op alle details ingaan, want het hoofdstuk telt 67 verzen. Het is een prachtig verhaal en later zullen we ons wat meer met de grote profetische lijnen bezighouden, maar laten we nu gewoon eens lezen wat er staat.
De Opdracht en Eedswering van de Knecht ↑ hoofdstukken
Abraham sprak tot zijn knecht. Vrijwel iedereen zegt dat dit Eliëzer was, de man uit Damascus, zoals hij in Genesis 15 vers 2 wordt genoemd. Dat is heel goed mogelijk en je leest inderdaad dat hij de knecht bij uitstek was die het beheer voerde over alles wat Abraham bezat. Abraham was in feite een nomadenkoning en deze knecht bestuurde zijn hele huis. Toch wordt zijn naam in dit hoofdstuk niet expliciet vermeld. Als je zou willen verdedigen dat het niet Eliëzer was, dan zou dat op zich kunnen, want inmiddels zijn we jaren na de geschiedenis van Genesis 15 en zou het iemand anders geweest kunnen zijn. Maar dat doet eigenlijk niet ter zake. Als ik de naam Eliëzer noem, dan doe ik dat voor het gemak, maar eigenlijk moet je die naam even wegdenken omdat het er niet staat. Hij sprak tot zijn knecht, de oudste in zijn huis, die alles wat hij had bestuurde. Of u nu zegt dat het Eliëzer was of niet, voor het verhaal maakt het geen verschil. Hij was 'de knecht'. Zelfs later in deze geschiedenis, wanneer de knecht zich moet identificeren, noemt hij zijn eigen naam nog niet. Men vraagt hem wie hij is en je zou verwachten dat daar zijn naam volgt, maar dat gebeurt niet. Hij zegt: "Ik ben de knecht van Abraham. Ik ben gezonden door mijn heer." Die naam speelt geen rol, dus houd dat in gedachte als ik Eliëzer noem; ik doe dat onder voorbehoud.
Deze oudste knecht, die alles bestuurde, kreeg van Abraham een eigenaardige opdracht. Ik zal het met de nodige schroom proberen duidelijk te maken, maar Abraham zegt: "Leg toch uw hand onder mijn heup." Als je dit in de commentaren naleest, dan leggen zij uit dat dit een eufemisme is. 'Onder de heup' wil zeggen dat hij het geslachtsdeel van Abraham moest vasthouden terwijl hij de eed zwoer. Ik zei het al: zet die 'vissersbril' even af. Alles wat wij als fatsoenlijk en normaal beschouwen, moet je even aan de kant zetten om gewoon bijbels te denken. De heup, of de lendenen zoals het ook vaak wordt genoemd, is in de Bijbel een embleem van voortplanting. Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik in Hebreeën 7 vers 10. Daar wordt gerefereerd aan de geschiedenis waarin Abraham Melchizedek ontmoet en door hem gezegend wordt. Er staat dat Levi, de achterkleinzoon van Abraham, op dat moment nog 'in de lendenen' van Abraham was. Dat wil zeggen dat hij voortkwam uit de heup. De heup staat voor de zonen, voor de voortplanting.
De hand onder de heup betekende dus dat de knecht de bron van voortplanting vasthield tijdens het zweren. Dat was niet zomaar. Hoe je je dat verder ook voorstelt, het idee is dat er een belofte was gegeven aan Abraham en aan zijn zaad. Ook dat is weer zo'n vleselijke manier van uitdrukken; wij vertalen het vaak als 'nageslacht', maar er staat gewoon 'zijn zaad'. Aan Abraham was een belofte gegeven en nu Abraham zou gaan sterven, moest de belofte en de erfenis door de generaties heen worden overgegeven. Voortplanting is in feite ook weer een embleem van leven uit de dood. Door je voort te planten overwin je immers de dood; je leeft voort in de volgende generatie. Jij gaat dood, maar het leven geef je over aan de volgende generatie en zo trotseer je de dood. Dat is wat bij voortplanting wordt voorgesteld en daar gaat het hier om: over Abraham en zijn zaad. Vandaar die heup. Vandaar ook dat het teken van de belofte, van de eed die God zwoer, de besnijdenis is — eveneens in die zone van de heup.
Abraham wilde de knecht laten zweren bij de Heere. Ik vond daarover nog iets bijzonders. Bij ons zijn termen gerelateerd aan geslachtsdelen vaak krachttermen geworden in een platte, onheilige zin. Maar vanouds waren de geslachtsdelen altijd al krachttermen, maar dan in de heilige zin van het woord. Dat herken je zelfs nog in ons woordgebruik. Ons woord 'testikels' komt uit het Latijn en betekent letterlijk 'getuigen'. Het heeft dezelfde stam als 'testament' en het Engelse 'to testify', wat getuigen betekent. Dat is waar het hier van spreekt. Als Abraham tegen zijn knecht zegt: "Leg toch uw hand onder mijn heup en opdat ik u doe zweren", dan is dat een eed in de meest heilige zin van het woord. Hij roept God aan als getuige. God had Abraham een eed gezworen en nu ging het erom dat die belofte gestand zou doen en geërfd zou worden. De volgende generatie, Izaak, het zaad van Abraham, moest ook een vrouw hebben. Waarom? Vanwege die belofte. Genesis 24 gaat er niet om dat we Izaak toevallig ook een fijn leven en een leuke levenspartner gunnen; in die termen wordt er totaal niet gedacht. Dat is niet de motivatie van het huwelijk. Het ging om de belofte en de eedzwering van God, waar Abraham volledig op vertrouwde. Voor Abraham was dit een vitale kwestie: "Leg uw hand onder mijn heup, opdat ik u doe zweren bij de Heere, de God van de hemel en van de aarde."
De opdracht was specifiek: "Dat gij voor mijn zoon, mijn erfgenaam, de drager van de belofte, geen vrouw zult nemen uit de dochters van de Kanaänieten, in wier midden ik woon." Dat was essentieel voor Abraham. Het mocht niet iemand zijn uit die heidense wereld, iemand die de Heere niet kende. Ik leg hier expres de link met een universeel bijbels principe waar Paulus over spreekt: "Vormt geen ongelijk span met een ongelovige." Een ongelijk span betekent dat je een samenwerking aangaat met iemand met wie je in de meest fundamentele zaken van het leven niet één bent. Als je dat niet deelt, moet je het niet willen. Het beeld komt uit de landbouw: je plaatst een os in een span en zet er een paard naast. Dat is een ongelijk span; de één trekt harder en is sterker, waardoor alles ongelijk getrokken wordt. Het past niet. Dat is wat Abraham ook zegt. De vrouw mocht niet uit de Kanaänieten komen. "Maar gij zult naar mijn land en naar mijn maagschap gaan." Dat was een hele onderneming. Abraham bevond zich inmiddels in het Beloofde Land en de knecht moest helemaal terug naar de plaats waar Abraham ooit vandaan kwam, waar zijn familie en zijn maagschap – zijn verwanten – zich nog steeds bevonden. Daar moest hij een vrouw nemen voor Izaak. Abraham stelt daarbij geen enkele eis met betrekking tot status of maatschappelijke positie. Het enige wat telt, is dat het iemand is uit een kring waar de Heere gekend wordt.
Het Geloofsvertrouwen van Abraham ↑ hoofdstukken
En toen zei de knecht tot hem: "Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen naar dit land. Moet ik dan misschien uw zoon terugbrengen naar het land vanwaar u getrokken bent?" We zouden kunnen zeggen: ja, dat is praktisch gedacht, dat kan wel. Maar om diezelfde reis te gaan ondernemen als die Abraham en zijn familie gedaan hadden, zou zij daarvoor geporteerd zijn? Zou ze dat willen? Abraham is daar heel resoluut in. Hij zegt tot hem: "Wacht u ervoor mijn zoon daarheen terug te brengen." Dan zijn we weer terug bij af. Ik ben hier uitgeroepen uit dat land en nu gaan we toch niet mijn zoon weer daarheen terugbrengen?
Hij motiveert dat nog nader. Hij spreekt over de HERE, de God van de hemel, die hem genomen heeft uit zijn vaders huis en uit het land van zijn maagschap. God had tot hem gesproken en hem gezworen: "Aan uw nageslacht, aan uw zaad, zal Ik dit land geven." Dit land, daar ging het om. Abraham was alles gelegen aan die eed die God gedaan had, aan die belofte die Hij onder ede bevestigd had. Dat doet God niet gauw; je leest maar een paar keer dat God een eed zweert, waarbij getuigen worden aangeroepen en waarbij Hij Zichzelf als de hoogste getuige presenteert. Het gaat om dat zaad in dít land, en daar is Abraham alles aan gelegen. Ook dit is geloof en vertrouwen. Je ziet hier trouwens ook dat het Abraham is die handelt. Dit is niet het initiatief van Izaak. Izaak doet hier eigenlijk niets.
Sommigen zouden daar wat van kunnen vinden, maar daar komen we nog wel over te spreken: het hele idee van zo’n arrangement. Laat ik daar toch even dit over zeggen. Bij ons is het zo dat alles begint met verliefdheid. Wij vinden het heel belangrijk dat het een eigen keuze is van de betrokken huwelijkspartners in spe; dat zij een eigen keuze maken omdat ze verliefd zijn. Maar laat ik u dit zeggen: er is geen slechtere basis voor een huwelijk – en met een huwelijk bedoel ik dus een levenslange relatie – dan gevoelens van verliefdheid. Wat God samenvoegt, scheide de mens niet; dat is wat het is. En als je dat baseert op gevoelens van verliefdheid... we weten toch allemaal dat verliefdheid blind maakt?
Ik heb daar ook een psychologische test over gelezen. Mensen die verliefd zijn, zijn eigenlijk niet voor rede vatbaar. Eigenlijk heb je op dat moment – ik zeg het nu erg overdreven – een stoornis. Je hebt een behandeling nodig! Men zou speciaal behandeld moeten worden, want men ziet alles door een roze bril. Dat is nooit de toestand waarop je een besluit moet baseren. Daarom, als de ouders daarin zuivere motieven hebben, zij hun kind kennen en weten wat het nodig heeft, dan worden zij tenminste niet geleid door zulke nietszeggende gevoelens. Begrijp me niet verkeerd, verliefdheid is prachtig, maar het geeft geen enkele garantie voor een succesvolle, levenslange relatie. Dat zult u toch wel met mij eens zijn? Kijk maar eens om u heen. Wij denken dat die ideeën die men toen had over het huwelijk raar waren, maar destijds was het huwelijk heel wat succesvoller dan tegenwoordig. Goed, ik weet dat dit hele gevoelige dingen zijn die ik nu zeg, maar dit zijn van die gedachten die vanzelf opkomen als je dit leest en er verder over nadenkt.
In ieder geval, even terug naar deze geschiedenis. Dat is wat Abraham dus zegt tegen die knecht: hij zou een vrouw uit zijn familie nemen en haar naar het Beloofde Land brengen. Hij geeft daarbij ook een garantie. Hij zegt dat God Zijn engel, Zijn boodschapper – hoe hij zich dat ook voorstelt, een hemelse boodschapper – voor zijn aangezicht zal zenden. "Gij zult vandaar voor mijn zoon een vrouw nemen." Met andere woorden: maak je geen zorgen, dat komt goed. God maakt dat dit rechtkomt. Dat is wat hij echt tegen die knecht zegt.
Indien die vrouw hem echter niet zou willen volgen – want nu geeft hij specifiek antwoord op de bezorgdheid die de knecht had ingebracht – dan zou hij van deze eed ontslagen zijn. Dan zou hem geen enkele blaam treffen. Maar Abraham benadrukt nogmaals: "Gij zult mijn zoon daarheen niet terugbrengen." Dat in ieder geval dus niet. Als zij niet wil volgen, ben je ontslagen van de eed, maar één ding staat als een paal boven water: mijn zoon blijft hier, mijn zaad blijft in dit land.
Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van zijn heer Abraham en zwoer hem wat hij gevraagd had. Hierop nam de knecht tien van de kamelen van zijn heer. Dat was niet om de vrouw te kopen, wat je misschien zou kunnen denken, maar hij ging met een hele delegatie op weg. Ik zei al: Abraham was een steenrijke man. Soms heb je in dit hoofdstuk de indruk dat deze man alleen was, maar dat was niet zo. Hij reisde met een heel gezelschap en dat zal ik u ook laten zien.
Je leest in vers 23 dat hij, nadat hij Rebekka ontmoet heeft, vraagt: "Is er in uw vaders huis voor ons plaats om te overnachten?" Dat 'ons' slaat op hemzelf en de mannen die bij hem waren. In vers 32 staat het nog duidelijker: er werd water gebracht om zijn voeten te wassen "en de voeten van de mannen die bij hem waren". Er waren dus andere mannen bij. En in vers 59 lees je dat zij hun zuster Rebekka en haar voedster – waarover later meer – en de knecht van Abraham en zijn mannen lieten gaan. Daarmee is bewezen dat de knecht van Abraham het opperhoofd was van dat gezelschap en dat hij er met een hele delegatie op uit was gestuurd.
Het Vertrek Naar Mesopotamië ↑ hoofdstukken
Hierop nam de knecht tien van de kamelen van zijn heer en ging op weg met allerlei kostbaarheden van zijn heer bij zich. En hier verklaart zich ook de titel die ik aan deze studie heb meegegeven: Rebekka versierd. Waar zou die uitdrukking toch vandaan komen, een vrouw versieren? Ik heb wel een idee; dat heeft al heel oude papieren. Deze knecht nam kostbaarheden mee, inderdaad om een vrouw te versieren, om haar kostbaarheden en sieraden te geven.
Eigenlijk, als je erover nadenkt, is dat een prachtig beeld van waar het huwelijk voor bestemd is: een man die zijn vrouw versiert, haar tot een sieraad maakt of, zoals elders staat, haar doet stralen. Waar is het huwelijk voor bedoeld? Om die vrouw te versieren, vanuit de verantwoordelijkheid van de man gezien. Sorry, maar dat is echt de Bijbelse manier van kijken. De man is verantwoordelijk, het hoofd. Ik zeg hier vanmorgen misschien verschrikkelijke dingen die uit de tijd zijn en bovendien als discriminerend kunnen worden opgevat, of ongeëmancipeerd. Eerlijk gezegd boeit me dat niet. Trouwens, wist u dat de naam Rebekka 'boeiende' betekent? Nee, dat boeit mij niet, we lezen dit gewoon.
Hij ging op weg met allerlei kostbaarheden van zijn heer bij zich. Vandaar ook dat hij zoveel kamelen nodig had; hij had echt zilver en goud bij zich, dat lezen we later ook nog. En hij maakte zich op. Hij maakte zich gereed, dat betekent het natuurlijk. U weet wel: hij ging niet voor de spiegel staan, dat is het idee niet. Hij maakte zich op en hij ging naar Mesopotamië. Dat is interessant. Mesopotamië is eigenlijk een Grieks woord: 'meso' betekent tussen en 'potamië' heeft te maken met rivieren. Tussen de rivieren dus. Dat wil zeggen dat het het land is van de rivieren de Eufraat en de Tigris. Vandaar ook dat het het Tweestromenland wordt genoemd. In Handelingen 7 vers 2 vind je dat woord ook, Mesopotamië. En in het Hebreeuws is dat trouwens ook zo; daar heet het Aram-Naharaïm. Dat Naharaïm betekent ook 'twee stromen'. Het Aram van de twee stromen.
Om een klein beetje een idee te geven: in de Negev woonde Abraham, hier ergens dus. En nu moest de knecht van Abraham die reis maken naar Mesopotamië. Waar dat dan geweest is, die plaats van Nachor? Daar zou hij naartoe gaan, en dat moet dan ergens hier geweest zijn. Hier ziet u Ur, waar Abram vandaan kwam, uit dit Tweestromenland waar ook ooit de hof van Eden lag. In ieder geval ligt hier de bakermat van de beschaving; het is de bakermat van de mensheid sowieso. Hier is het allemaal begonnen. Hier heb je ook de stad Babel, de eerste grote, echte stad. Dus om u even een idee te geven: hij ging naar de stad van Nachor.
Hij ging dus naar Mesopotamië, wat een enorme onderneming is als je dat op kamelen moet doen. Met vliegtuigen valt het tegenwoordig wel mee, dan is het maar een paar uur, maar dit is echt een wekenlange onderneming geweest. Dat kan niet anders. Misschien was het wel maanden, ik weet het niet, maar in ieder geval ging hij naar de stad van Nachor. Dat is een vreemd verhaal, want van Nachor weten we dat hij de grootvader van Abram was, de vader van Terah. Maar Nachor was ook de naam van de broer van Abram. Dat is op zich niet zo gek natuurlijk; er zitten hier vast veel mensen in de zaal die ook vernoemd zijn naar hun opa of overgrootvader. Zo gek is dat niet. Maar in ieder geval denk ik dat het hier de stad is van de broer van Abram.
Als u leest 'stad', dan moet u niet denken aan een hele grote verzameling mensen. Toen was de wereldbevolking nog niet zo groot. Een stad was eigenlijk niets anders dan een vesting, een ommuurde hoeveelheid woningen. Dat was een stad. Het is nog maar een jaar of vijfhonderd na de zondvloed, toen de mensheid begon met acht zielen. De mensheid bestond toen nog niet uit meer dan enkele miljoenen mensen. In ieder geval ging hij naar de stad van Nachor. Ik zal straks nog even een idee daarvan geven. En dan staat er...
Aankomst bij de Waterput ↑ hoofdstukken
Hij liet de kamelen neerknielen buiten de stad bij een waterput, tegen de avond. Dat was de tijd dat de vrouwen uitgaan om te putten. Dat was destijds een vrouwelijke activiteit om te doen; dat lees je vaker in de Bijbel, maar het was buiten de stad bij een waterput. Ik kan niet nalaten om dit ook eventjes typologisch op te vatten, want dat is gewoon een Bijbels principe: de waterput is de bron waar levend water wordt gehaald.
Ja, waar vind je die? Nou, dan moet je buiten de stad wezen, buiten de legerplaats. Dat betekent buiten het gevestigde systeem, zowel godsdienstig als maatschappelijk. Als u daar meer over wilt lezen, hoe dat zit met de betekenis van 'buiten de legerplaats', dan zie je dat je inderdaad moet uittreden uit wat men noemt de gevestigde systemen. De legerplaats, zo heet dat in de Bijbel, daar moet je uitgaan. En weet je wat je daar tegenkomt? Dan kom je bij een bron waar levend water is. In de Bijbelse gedachte ben je dan meestal niet in tel in de legerplaats en word je daar ook niet gekend, maar so what? Daar is de bron.
Het was de avond, de tijd dat de vrouwen uitgaan om te putten. In Bodegraven zijn we momenteel bezig met een Bijbelstudie over Johannes 4, over de Samaritaanse vrouw. Zij ging rond het middaguur naar de put, op het heetst van de dag, maar dat had een andere reden: dat was juist om de mensen te ontwijken. Maar in dit geval was het tegen de avond; dat was de gebruikelijke tijd dat de vrouwen uitgingen om te putten.
Het Gebed van de Knecht ↑ hoofdstukken
En toen zei hij, dat is die knecht dus: "Heere, God van mijn heer Abraham, laat mij toch heden slagen en bewijs genade aan mijn heer Abraham." Hij betrekt zichzelf er niet bij; hij is alleen maar een boodschappenjongen, niets anders. Maar het is voor hem ook een zaak. Hij kende de God van Abraham en hij was met Hem in contact. Hij maakt er echt een gebedszaak van. Hij zegt: "Ik sta hier bij de waterbron en de dochters van de mannen van de stad gaan uit om water te putten."
Dat is mooi, want dat is in de Bijbel zo vaak de plaats waar mannen hun bruid treffen. Nu ja, ik weet dat het hier niet eens Izaak is die haar ontmoet, maar in ieder geval: waar wordt de vrouw gevonden? Waar wordt een huwelijkspartner gevonden, om het zo te zeggen? Dat is bij de waterbron. Denk nu even gewoon Bijbels, zoals de betekenis voor het oprapen ligt. De bron is een beeld van het Woord. Dan kun je natuurlijk zeggen dat het gewoon de plaats was waar men samenkwam; als je mensen wilt treffen, moet je bij de bron wezen. Dat is de ene manier. Maar laten we nog een laag dieper gaan. Per slot van rekening is de echte betekenis bij de put: daar waar het levende Woord gevonden wordt. Dáár werd Rebekka getroffen.
Je leest iets soortgelijks in de volgende generatie, als Jakob ook weer teruggaat naar het land van zijn familie. Dan komt hij ook in die streek en lees je dat hij daar Rachel treft. En waar was dat? Bij de waterbron, met een enorme grote steen voor de put. Maar daarover gaan we het nu niet hebben; het gaat erom dat Jakob Rachel vond bij de waterbron.
En dan, nog weer een paar honderd jaar later, lees je iets soortgelijks over Mozes. Als hij in de woestijn is, komt hij ook bij een waterbron en wie treft hij daar? Zijn toekomstige vrouw, Sippora. Het is dus echt zo'n Bijbelse karakteristiek dat, voor zover daar informatie over gegeven wordt, je de vrouw bij de bron vindt. Het is gewoon een Bijbels gegeven.
Hij zegt: "Ik sta hier bij de waterbron en de dochters van de mannen van de stad gaan uit om water te putten. Laat het nu zo zijn dat het meisje tot wie ik zeg: 'Neig toch uw kruik, opdat ik drinke', en die zegt: 'Drink, en ook uw kamelen zal ik drenken', dat Gij haar hebt bestemd voor uw knecht Izaak. Dan zal ik daaraan weten dat Gij genade bewezen hebt aan mijn heer."
Het wordt hier eigenlijk als kenmerk en karakteristiek van de toekomstige bruid neergezet: zij is in staat om een overvloed van levend water te geven aan anderen. De knecht gaat drinken vragen voor zichzelf, maar zij geeft veel meer dan dat. Trouwens, ik zeg het erbij, dat is ook precies wat de bruid straks in de toekomst – en dan heb ik het over het volk van Israël – zal doen. In de toekomst zal zij inderdaad die plaats innemen te midden van de volkeren. Wat zal ze doen? Haar taak is inderdaad om het Woord in overvloed aan anderen te gaan geven. Dat is haar taak, haar grote pluspunt en ook haar bestemming. Ik kom er straks nog even op terug.
De Verschijning van Rebekka ↑ hoofdstukken
Hij was nog niet uitgesproken of daar verscheen Rebekka al. Die naam betekent 'de boeiende' of 'zij die bindt' – ik kom daar later nog op terug. Zij was geboren aan Betuël, de zoon van Milka, de vrouw van Nachor. Milka heeft niets met chocolade te maken, maar die naam is verwant aan het Bijbelse meleg, wat te maken heeft met koningschap. Dat zie je overigens vaker: zowel Rebekka’s moeder Milka als haar toekomstige schoonmoeder Sara hadden iets koninklijks in hun naam. Sara betekent immers 'vorstin'. De gedachte is dat de bruid feitelijk ook een prinses is.
Om u een indruk te geven van de familieverhoudingen: er is een hele stamboom uit te tekenen. Je had Terah, de vader van Abraham. Hij had drie zonen. De eerste was Nachor, die trouwde met Milka en zij kregen een kind genaamd Betuël. De tweede zoon was Abram, die zoals u weet trouwde met Sara en Izaak kreeg. De derde zoon was Haran, die een zoon kreeg genaamd Lot. Betuël, Izaak en Lot waren dus volle neven van elkaar. Betuël kreeg op zijn beurt twee kinderen die in de Schrift vermeld worden: Laban en Rebekka, broer en zus. In dit eenvoudige familiestamboompje zie je dat Rebekka eigenlijk 'oom' moest zeggen tegen Izaak. In die dagen, de eerste eeuwen na de zondvloed, waren huwelijksrelaties vaak familiair. Later werd dat bij de wet verboden, maar toen was het haast standaard. Het zijn lastige dingen om je nu in te verplaatsen, maar we praten over een tijd heel lang geleden.
Daar kwam zij dus aan: de kleindochter van Milka en Nachor, de broer van Abraham. Ze kwam naar buiten met haar kruik op haar schouder. Zie daar de bruid! De kruik op haar schouder is een prachtig embleem. Je zou er een mooie film van kunnen maken; het is echt een filmscript, zo beeldend. De kruik als symbool van water, niet alleen om te putten, maar ook om vervolgens vanaf haar schouder te geven. Het doet mij denken aan Jesaja 9, waar we lezen over de Messias, de Bruidegom van wie Izaak een beeld is. Van de Messias staat geschreven dat de heerschappij op Zijn schouder is. Dat is de man. Bij de vrouw rust de kruik op haar schouder.
Het meisje was zeer schoon van uiterlijk. U vraagt zich misschien af of dat ter zake doet, maar het wordt nadrukkelijk in de Bijbel vermeld. Er staat letterlijk dat ze uitermate goed was om te zien; er staat het woord tof. Mijn vader placht altijd te zeggen: "Je bent gek als je het erom doet, maar je bent nog gekker als je het erom laat." Natuurlijk gaat het uiteindelijk om de binnenkant, en een mooi uiterlijk was destijds ook geen eis van Abraham, maar het was een extra geschenk. We lezen dit overigens vaker: Sara was tot op hoge leeftijd een prachtige dame om te zien, en van Rachel, de latere schoondochter van Rebekka, staat het ook geschreven.
Mocht u niet zo bekend zijn met de Bijbelse geschiedenis, dan is dit verhaal misschien lastig om op te pakken. Dat geef ik direct toe. Maar hoe kun je zo’n geschiedenis anders behandelen? Als u het niet direct gelooft, moet u de bronnen er nog maar eens op nakijken. We lezen overigens ook over een man die schoon van uiterlijk was: Jozef, de kleinzoon van Rebekka. Ook van hem staat dat hij uitermate goed was om te zien – iets wat de vrouw van Potifar overigens ook vond.
Er staat over Rebekka dat zij een maagd was, met wie geen man gemeenschap had gehad. Je zou kunnen zeggen dat dit dubbelop is, maar er zit een nuance in de tekst. Er zijn twee Hebreeuwse woorden: betulah en almah. Hier wordt het woord betulah gebruikt. Naar mijn overtuiging duidt dit woord op een jonge vrouw; dat kan een maagd zijn, maar dat hoeft niet per se. Daarom staat er hier ook specifiek bij: "met wie geen man gemeenschap had gehad". Het woord almah, dat later in dit gedeelte voor Rebekka wordt gebruikt, is veel specifieker en wijst echt op een fysiek kenmerk. Betulah zegt eerder iets over de leeftijd: een jonge vrouw in de kracht van haar leven.
Dat de Schrift vermeldt dat ze nog geen gemeenschap had gehad, is iets wat in onze moderne tijd soms als minder van belang wordt gezien. Al moet ik mezelf direct corrigeren: dat is natuurlijk onzin. Alsof het 'modern' is om dit niet meer belangrijk te vinden. Duizend jaar geleden waren er ook samenlevingen die vergeven waren van hoererij en waar het heilige karakter van het huwelijk totaal niet speelde. Denk dus niet dat je modern of ontwikkeld bent als je daar niet meer mee rekent. Het heeft niets met een tijdperk te maken, maar met een heel andere mindset. De vraag is: wat is een huwelijk? In de Bijbel is het zo dat een man zijn vrouw zal aanhangen en dat die twee tot één vlees zullen zijn. Dat "één vlees" zijn is wat hier bedoeld wordt: gemeenschap kennen. Dat is overigens ook de plek waar nieuw leven uit voortkomt: een kind dat ook weer één vlees is. Dat is het Bijbelse fundament.
Water Putten in Overvloed ↑ hoofdstukken
En zij daalde af, lees je, naar de bron. Ze vulde haar kruik en kwam naar boven. En toen liep – maar het staat letterlijk in het Hebreeuws: toen rénde hij – de knecht haar tegemoet. Hij ziet dat, hij rent naar haar tegemoet en zei: "Laat mij toch een weinig water drinken uit uw kruik?"
Let op wat hij vraagt. "Laat mij toch een beetje." Hij vraagt niet eens veel. "Laat mij toch een weinig water uit uw kruik drinken." Nou, dat is niet teveel gevraagd voor een reiziger. Maar nu moet je opletten wat er gebeurt. Daarop zei zij: "Drink, mijn heer." Ze liet haar kruik snel op haar hand neerglijden en gaf hem te drinken.
Het leest verder: toen ze hem genoeg had laten drinken, zei zij: "Ik zal ook voor uw kamelen putten, totdat ze genoeg gedronken hebben." En daarop goot zij – ik kom er zo even op terug – daarop goot zij snel haar kruik leeg in de drinkbak. Dus ze put uit die bron, vervolgens loopt ze naar boven en daar heb je een drinkbak. Die kruik giet ze erin leeg.
Laten we voor het gemak aannemen dat er in die kruik vijftien liter heeft gezeten. Dan is ze nog een hele tijd bezig geweest, want er staat dat ze andermaal naar de put liep om te scheppen en putte voor al zijn kamelen. Ik heb me er eens even in verdiept: een kameel kan wel negentig liter water drinken. Je weet natuurlijk niet hoe lang van tevoren ze al eerder een stop hebben gehad, daar blijf ik vanaf, maar een kameel drinkt negentig liter. Dat zijn ongeveer zes kruiken, als je uitgaat van die vijftien liter per kruik. Maar ze hadden tien kamelen! Tel maar eens uit hoe vaak zij op en neer heeft moeten gaan om die kruik te legen in de drinkbak. Dat is een gigantische klus geweest.
Maar nu wist deze knecht wel met wie hij van doen had natuurlijk: de vrouw, Rebekka, met de kruik op haar schouder. Zij gaf een overvloed. Hij vroeg voor zichzelf een beetje en wat doet zij? Ze geeft gewoon, inclusief die kamelen, totdat ze allemaal genoeg hadden. Alsjeblieft: overvloed. Levend water, want dat is wat een bron geeft: stromend, levend water.
"En de man sloeg haar zwijgend gade", staat er in de NBG-vertaling, maar dat staat er eigenlijk niet. Er staat: "En de man ontzette zich over haar." Wauw zeg, dat is er één die haar handen uit de mouwen kan steken! Maar dit zegt ook iets over haar hart, en dit zegt nog veel meer: dit zegt iets over haar bestemming.
Dit bedoel ik nu ook dubbelzinnig, profetisch. Waar ze voor bestemd is. Als je de bruid gaat worden van het zaad van Abraham, dan heb je een geweldige missie. Een koninklijke missie. Dan ben je er voor die ander om hen te geven wat er echt toe doet in het leven, namelijk water.
Ik weet het, ook dat is weer lastig voor ons om te begrijpen, maar in die wereld was water werkelijk alles. Wij hebben er soms veel te veel van, van dat spul, maar daar was water zo'n primaire levensbehoefte waar ook echt behoefte aan was. Zo elementair. Dat is wat deze Rebekka levert. De man ontzette zich over haar, om te weten of de HERE zijn weg nu voorspoedig gemaakt had of niet. Ja, was dit nog een vraag? Toen de kamelen genoeg gedronken hadden...
Rebekka Wordt Versierd ↑ hoofdstukken
De man nam een gouden ring van een halve sikkel in gewicht en twee armbanden van tien halve sikkelen goud in gewicht; dat waren de sieraden. Later gaat hij trouwens echt uitpakken; dit is nog maar even het begin van het versieren van de vrouw. Er staat in de Statenvertaling trouwens 'een gouden voorhoofdsiersel', dus men heeft dan gedacht aan een gouden neusring. Voorhoofd... dus niet een oorring, maar in de neus. U dacht dat dat modern was? Nee, dat is niet modern; dat is heel oud.
Maar een gouden ring is eigenlijk sowieso natuurlijk al weer... Feitelijk, zoals u er wellicht ook een om uw vingers hebt, symboliseert een gouden ring het huwelijk. Wat is het idee van een ring? Dat is een lijn waar geen einde aan komt. Het spreekt ook van trouw, van onvergankelijkheid. Trouwens, goud spreekt sowieso van onvergankelijkheid; het is een metaal dat niet roest en dat niet vergaat. Onvergankelijk, een gouden ring. Als iets 'door een ringetje gehaald' wordt, dan wordt het eigenlijk in de onvergankelijkheid geplaatst. Zij krijgt dat. Eigenlijk zegt die gouden ring al: zij is bestemd om de vrouw te zijn.
Ik moet even snel doorgaan. En hij zei: "Wiens dochter bent gij? Vertel het me toch. Is er in uw vaders huis voor ons plaats om te overnachten?" Gastvrijheid werd in die dagen trouwens veel meer dan bij ons zeer hooggeacht: je huis openzetten als er mensen kwamen, zodat er eten en drinken en ook plaats was om te overnachten. Nou ja, als er plaats is tenminste. Maar goed, daarop zei zij tot hem: "Ik ben de dochter van Betuël, de zoon van Milka, die zij Nachor gebaard heeft." En verder zei zij tot hem: "Er is bij ons zowel stro als voer in overvloed, ook plaats om te overnachten."
Ik moet nu even sneller doorgaan. Toen boog de man zijn knieën en hij wierp zich neer voor de HEERE. Later lees je ook dat als dit hele verhaal nog een keer verteld wordt, ze onder de indruk zijn. Dit is een besturing van Hem. Kijk, met díe God hebben we van doen. Daar gaat het allemaal om. Het is niet zomaar religieus; nee, het is God om wie alles gaat. En Hij bestuurt. Denk nou niet dat je daar ooit buiten kunt vallen. Hij beschikt de dingen.
Hij werpt zich neer en maakt zich klein voor Yahweh: "Geprezen zij Yahweh, de God van mijn heer Abraham, die Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet onttrokken heeft." Dat is wel belangrijk, hè? Zijn goedertierenheid, Zijn vriendelijkheid... Hij tiert in goedheid, dat is een mooie uitleg daarvan. Hij tiert in goedheid, en Zijn trouw. God is trouw. Dat is trouwens ook de basis van het huwelijk. Als je die basis niet meer kent, dan weet je niet wat trouw is. God houdt Zijn woord. Het huwelijk is niet gebaseerd op gevoelens; ook niet op verliefdheid is het huwelijk gebaseerd. Dat is ook wat een huwelijk is: een trouwerij. Het is trouw, dat is het.
En deze knecht refereert eraan: die Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet onttrokken heeft aan mijn heer. En wat mij aangaat? De HEERE heeft me geleid, eigenlijk gegidst – dat is het woord dat er gebruikt wordt – op de weg naar het huis van de broeders van mijn heer, die verwanten.
Het meisje snelde heen. Alles in dit... deze vrouw wordt gekenmerkt door heel voortvarend handelen. Ze snelde heen. Eerst lees je in vers 15: hij was nog niet uitgesproken of zie, Rebekka. Een paar verzen later lees je: ze liet haar kruik snel op haar hand neerglijden. En dan in vers 20 lees je: ze goot snel haar kruik leeg in de drinkbak. Daar zit gewoon vaart in bij deze meid. Zeer voortvarend, snelheid.
Het meisje snelde heen en vertelde het gebeurde aan haar moeders huis. Misschien had zij een aparte tent ofzo; je leest van Sara ook dat zij een eigen tent had. Ja ja, het huwelijk is niet alleen maar alles samen doen, maar er moet ook gezonde ruimte voor het individu zijn. Zij vertelde het gebeurde aan haar moeders huis.
De Ontmoeting met Laban ↑ hoofdstukken
Rebekka nu had een broeder die Laban heette. Zijn naam betekent 'wit', 'blank', Laban. Maar we leren hem in de Bijbel wat beter kennen en die man had een dubbele agenda. Laban snelde naar de man, naar buiten bij de bron. Zodra hij namelijk de ring gezien had en de armbanden aan de handen van zijn zuster, en zodra hij de woorden van zijn zuster Rebekka gehoord had — "zo heeft die man tot mij gesproken" — ging hij naar die man toe. En zie, deze stond bij de kamelen aan de bron. Haha, daar moet ik wezen!
Kijk, Laban begreep het niet. Die dacht dat het dáárom ging. In ieder geval was dat zijn motief. En hij zei: "Kom..." Hij gebruikte er nog hele vrome taal voor ook: "Kom, gij gezegende van Yahweh! Waarom staat ge buiten, terwijl ik reeds het huis gereedgemaakt heb?" Dat lijkt me zwaar overtrokken, want hij had het net pas gehoord. "En ook de plaats voor de kamelen." Maar hij dacht: deze moet ik versieren.
Toen kwam de man in het huis en men ontzadelde de kamelen. Men gaf de kamelen stro en voeder en bracht water om zijn voeten en de voeten van de mannen die bij hem waren te wassen. Dat is ook zo'n standaard ding dat je in de Bijbel zo vaak leest. Maar toen hem het eten werd voorgezet, zei hij: "Ik zal niet eten." Dat zegt die knecht dan. Hij krijgt dus eten voorgezet en normaal gesproken ga je tijdens de maaltijd vervolgens converseren. "Nee," zegt hij, "ik zal niet eten voordat ik mijn woord gesproken heb."
Het was een man met een missie; hij was een boodschappenjongen. Hij had iets te doen. Hij kon nu wel feest gaan vieren en eten en drinken, maar nee, hij had een taak. "Ik zal niet eten voordat mijn woord gesproken is." Nou, en dan gaat hij het verhaal vertellen. En weet u wat nu zo eigenaardig is? Eerst het woord; het Woord Gods eigenlijk ook in dit verband. Eerst het woord. Ik weet niet of u dit hoofdstuk ooit gelezen hebt, maar dit is voor een groot gedeelte een herhaling.
Kijk, deze eerste drieëndertig verzen beschrijven Abrahams zegen en voorspoed, maar in de verzen 34 tot 36 wordt het nog een keertje beschreven, alleen gaat de knecht dan het woord voeren. Die knecht is daar in het huis en hij moet gaan vertellen. En weet u wat hij vertelt? Gewoon het hele verhaal dat al verteld was; u krijgt gewoon een herhaling. Dan denken wij weer met onze westerse bril: vanwaar die herhaling? Dat was toch al gezegd? Hoezo, krijg ik hier nieuwe data aangeleverd of zo?
Soms wel trouwens. Maar vanwaar die herhaling? Wij denken dat die overvloed overtollig is. Nee, het is niet overtollig, maar u krijgt dus inderdaad die herhaling. Ik kan het u zo laten zien: Abrahams zegen en voorspoed worden beschreven, dan de eed en de missie van Eliëzer — hij gaat dat allemaal zo vertellen — en dan de reis van Eliëzer, die hij dan zelf ook gaat beschrijven. Dan gaat hij vertellen over zijn gebed, het antwoord dat hij kreeg, het gesprek met Rebekka en dat hij Yahweh gaat aanbidden. Ook hoe de boodschap van Eliëzer wordt ontvangen.
Vervolgens wordt hier aan het einde de maaltijd klaargezet, die eerst wordt onderbroken, maar in vers 54 — dan zijn we bijna twintig verzen verder — is het hele verhaal nog een keer verteld, alleen wordt het dan vervolgd. Dat gaan wij ook doen, maar dat duurt nog een week. De mooiste dingen komen nog, als u het mij vraagt, want de ontknoping van het verhaal moet nog volgen. Daar gaan we naar kijken op 28 februari, zo de Here wil en wij leven. Ik stel voor dat we een lied gaan zingen.
UltimateGoodNews