GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

psalmen, lofzangen & geestelijke liederen

31-07-2022 - Geplaatst door Andre Piet
31 juli 2022, Benthuizen

Zowel in Efeze 5:19 als in Kolosse 3:16 moedigt Paulus aan om als gelovigen elkaar te onderwijzen en attent te maken met “psalmen, lofzangen en geestelijke liederen”. Van harte zingend en muziekmakend. Muziek manifesteert zich als een type van het woord van God: het is een universele taal die via het oor harten aanspreekt. Waar doelt Paulus op als hij spreekt over “psalmen”? En over “lofzangen”? En wat zijn “geestelijke liederen”? Zijn dat alle liederen in een willekeurige christelijke zangbundel? Of alles wat in de bundel van ‘Johannes de Heer’ of ‘Opwekking’ staat?

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze Bijbelstudie behandelt de betekenis van psalmen, lofzangen en geestelijke liederen vanuit de Kolossenzen- en Efezebrief. Hierbij wordt sterk benadrukt dat een lied pas echt geestelijk is wanneer de tekst feitelijk waar is en overeenkomt met Gods Woord. Het louter zingen van vrome of emotioneel aansprekende teksten is onvoldoende als de inhoud niet klopt met de huidige bedeling. Daarnaast wordt uitgelegd dat het vol zijn van het Woord van Christus gelijkstaat aan het vervuld zijn met de Geest, wat zich op natuurlijke wijze uit in hartgrondig zingen, dankbaarheid en het erkennen van door God gegeven gezagsverhoudingen.

“Een lied is geestelijk wanneer het overeenkomt met de Schrift en wanneer het met onderscheid gezongen wordt.”

Introductie: Aanleiding en de Uitingsvormen van Muziek ↑ hoofdstukken

Ik wil jullie vanmorgen, vrienden, graag meenemen naar de Kolossenzen- en de Efezebrief. Daar treffen we de uitdrukking aan die u hier geprojecteerd ziet in de titel: psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Ik zal ook meteen verklappen wat de aanleiding hiervoor was. Slechts een heel klein aantal van jullie weet dat, onder wie Jacco. Vorige week was ik samen met Petra in Schoonlo, die wereldstad daar in Drenthe, u weet wel. We waren daar op een camping waar een deel was afgehuurd door met name jonge gezinnen, en daar werden ook Bijbelstudies gehouden. Gedurende een paar dagen hebben we daar vertoefd en het was in allerlei opzichten een belevenis. Maar in één opzicht sprong het er toch wel heel erg uit, tenminste voor mij, en dat was de wijze waarop daar gemusiceerd werd. Het is ongelooflijk hoeveel muzikaal talent daar aanwezig was. Ik heb dat nog nooit meegemaakt in een gezelschap van pakweg vijftig of zestig mensen. Ik weet niet precies hoeveel mensen er waren, maar dat daar zoveel mensen niet zomaar een deuntje konden spelen op een instrument, maar echt verschrikkelijk goed waren op tal van instrumenten... daar werd dan ook uitgebreid gebruik van gemaakt. Vooraf en na de Bijbelstudie, bij allerlei gelegenheden. Er werd zomaar geïmproviseerd, gemusiceerd en gezongen. Het was gewoon een feest.

Mede naar aanleiding daarvan waren er ook gesprekken en toen ging het onder andere over zang en over geestelijke liederen. Wat maakt liederen nou geestelijk? En wat zingen we eigenlijk, ook qua tekst? Want het is één ding om te musiceren en prachtige melodieën voort te brengen en alle instrumenten uit de kast te halen, maar wat zing je dan? Wat is de inhoud daarvan? Dat kwam zo ter sprake en er bleek een leemte te zijn op mijn website als het gaat over dit onderwerp, namelijk dat ik nooit zo specifiek ben ingegaan op de kwestie wat geestelijke liederen nou eigenlijk zijn. Wat is de inhoud van datgene wat we uitspreken of uitzingen? Daarmee heb ik wat achtergrond gegeven van wat we vanmorgen gaan bespreken.

Ik zei al dat deze uitdrukking die u in de titel ziet, twee keer voorkomt: in Kolossenzen 3 vers 16 en Efeze 5 vers 19. Daar gaan we dus naartoe. In het algemeen zou ik er nog over willen zeggen – en dat zullen we vanzelf nog wel zien – dat als we het hebben over zang en muziek in het samenkomen van gelovigen, daar niet echt directe aanwijzingen voor zijn over hoe dat zou moeten gebeuren. Het enige wat je zou kunnen zeggen is dat het verondersteld wordt dat er gezongen wordt of dat er muziek gemaakt wordt. De meest simpele reden daarvoor is dat muziek de taal van het hart is. Het is universeel en het spreekt elk mens aan. En als er iets is waar het hart door bewogen wordt, of dat nou in mineur is of in majeur – u begrijpt wat ik bedoel – in beide gevallen geven muziek en zang daar als geen andere taal uitdrukking aan.

Dat neemt niet weg dat de Schrift op zich zwijgt over de wijze waarop daar gemusiceerd wordt. Dat is eigenlijk vrij logisch; we leven niet onder een wet en het gaat niet om geboden of commando's van 'zo moet dat'. Helemaal niet. Het is dus niet alleen zo dat er informatie ontbreekt over hoe er destijds gemusiceerd werd in de samenkomsten in Korinthe, in Galatië of in Thessalonika, maar al helemaal niet over hoe het zou móéten gaan in de samenkomsten in dat opzicht. Je zou daar namelijk allerlei varianten voor kunnen bedenken. De meest bekende vorm voor ons als Nederlanders, mensen met een calvinistische achtergrond – dat is Nederland in het algemeen – is de samenzang. Dat is voor ons het meest voor de hand liggende om meteen aan te denken: dat als mensen samenkomen en er wordt gemusiceerd, we met elkaar zingen. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Want in andere sectoren, niet alleen van de christenheid maar zelfs in godsdienstige zin in bredere zin, wordt er niet zozeer samen gezongen waarbij iedereen meezingt, maar is er koorzang waar naar geluisterd wordt en eventueel bij meegezongen wordt. Trouwens, in evangelische samenkomsten tegenwoordig is dat feitelijk meestal de gang van zaken. Er staat een band of een aantal muzikanten of vocale medewerkers op het podium en die zingen wat. In feite is dat een koor, en als men wil meezingen, dan kan dat.

Ik vertelde zojuist al dat ik daar in Schoonlo was en hoe daar geïmproviseerd werd. Men komt bij elkaar en er speelt zomaar wat, zonder dat dit van tevoren allemaal is voorbereid. Destijds kwam ik heel vaak bij Bijbelstudies van het NBZ en daar was Johan Bos. Hij had de gewoonte – en dat was een mooi fenomeen – dat hij luisterde naar de Bijbelstudie en terwijl hij dat deed, maakte hij een samenvatting op rijm op de melodie van een bepaald lied van datgene wat in de studie naar voren was gebracht. Aan het einde van de samenkomst bracht hij dat dan ten gehore. Dat was vaak wat minder geslaagd, maar dat had meer te maken met zijn vocale kwaliteit. Goed, nu praat ik mijn mond voorbij want dadelijk krijg ik boze brieven, maar ik vond het buitengewoon knap zoals er op deze wijze uitdrukking gegeven werd aan dat wat gesproken en onderwezen was, en dat dit vervolgens op muziek was gezet.

Er is trouwens nog een wijze waarop je zou kunnen samenkomen waarbij muziek voortdurend klinkt, maar dan op de achtergrond. Wij kennen dat fenomeen tegenwoordig heel gemakkelijk, want je hoeft er maar een cd'tje op te zetten of op Spotify even iets aan te klikken en dan luister je voortdurend naar muziek op de achtergrond waarin de klanken van bijvoorbeeld lofzangen klinken. Het kan dus allemaal. Muziek kan op allerlei wijzen een plaats krijgen, en ik ben niet eens compleet in mijn omschrijving, maar ik wil maar zeggen dat je op allerlei manieren kunt musiceren en muziek een plaats kunt geven in het samenkomen.

Colossenzen 3: het Woord van Christus Rijkelijk Laten Wonen ↑ hoofdstukken

Goed, laten we eens naar de eerste Schriftplaats gaan waarnaar ik refereerde: Kolossenzen 3. In vers 16 staat, en laten we beginnen bij de aanvang van het vers: "Laat het woord van Christus onder jullie rijkelijk wonen." Laten we dit meteen goed bezien. Wat zegt Paulus hier? Het woord van Christus. Let wel, hij zegt niet slechts het woord omtrent Christus. In feite getuigt heel de Schrift van Hem, en als het woord omtrent Christus bedoeld werd, dan zou heel het Woord van God over Christus in ons rijkelijk wonen. Daar zou niemand natuurlijk bezwaar tegen kunnen maken, ware het niet dat hier niet gesproken wordt over het woord omtrent of over Christus, maar over het woord van Christus. Strikt genomen betekent dat: het is het woord dat Christus Zelf gesproken heeft.

Het zou kunnen – en dat bedenk ik me nu eigenlijk ter plekke – dat men hiermee denkt aan de gewoonte, met name in de Angelsaksische wereld, om de woorden die de Heer Jezus hier op aarde ooit heeft uitgesproken op een speciale wijze te markeren. Ik had destijds zelf ook een paar van die Nieuwe Testamenten waarin alle woorden die de Heer Jezus Zelf heeft uitgesproken in het rood werden gedrukt, zodat de woorden van Jezus eruit sprongen wanneer je zo’n vertaling voor je had. Misschien bedoelde men dat inderdaad wel met het woord van Jezus: de woorden die Jezus hier op aarde ooit uitsprak.

Maar dat is denk ik niet de gedachte. Het woord van Christus betreft niet slechts de woorden van Jezus als mens op aarde. Het is het woord dat Hij tot uitdrukking bracht als de Christus. Dat wil zeggen: de Opgewekte. Want dat is waar de titel Christus op slaat. Hij werd als Jezus geboren, Hij heeft hier gewandeld en is gestorven, en God heeft Hem, door Hem op te wekken uit de doden, gemaakt tot Heer en tot Christus. Dat is officieel de aanvang van het moment sinds wanneer Hij deze titel daadwerkelijk heeft verworven, of – moet ik zeggen – kreeg toegekend.

En dan kom je bij nog iets anders, want als er één is die op de hoogte is geweest van het woord van Christus, dan is de apostel Paulus het zelf wel. Aan hem is namelijk de opgewekte – wat zeg ik: de verheerlijkte – Christus vanuit de hemel verschenen. En dat niet eenmalig; Hij heeft hem ook onderwezen. Vermoedelijk daar in Arabië heeft de Heer hem niet alleen geroepen, zoals op de weg naar Damascus, maar hem ook onderwezen, geïnstrueerd en met recht op de hoogte gebracht van wie Hij is en wat Paulus allemaal zou verkondigen. Dat evangelie dat Paulus vertelde, is volgens hem niet naar de mens. "Ik heb het ook niet van een mens ontvangen, maar door openbaring van Jezus Christus," zegt Galaten 1 vers 12. Zo is hij daar dus aangekomen.

Het woord van Christus is dus alles wat Christus, de opgewekte en verheerlijkte, heeft gesproken en heeft toevertrouwd aan niemand minder dan de apostel Paulus, die het vervolgens mocht verkondigen onder de natiën. Paulus zegt: "Laat dat woord van Christus rijkelijk onder jullie" – of eigenlijk in jullie – "wonen." Omdat het een meervoud is, zeggen wij in het Nederlands "onder jullie". Wonen betekent dat het daar thuis is. Logisch, want het is het woord van Christus. Laat het zo zijn dat het daar thuis is, in die zin dat het er gekend en vertrouwd wordt. Dat is immers wat het betekent als je zegt: "Ik ben daar thuis," of: "Iets is ergens thuis." Dat wil zeggen: daar hoort het, daar is het gekend en daar wordt het vertrouwd. Welnu, dat woord van Christus zouden we zo moeten kennen en daar zouden we zo vertrouwd mee moeten zijn. En dan niet mondjesmaat, maar inderdaad rijkelijk: overvloedig. Laat dat woord van Christus rijkelijk onder jullie wonen.

In Alle Wijsheid Elkaar Onderwijzend en Attent Makend ↑ hoofdstukken

En het volgende zinsdeel in dat zestiende vers van Korinther 3 is dan: "In alle wijsheid elkaar onderwijzend." U ziet — maar dat is in dit gezelschap wellicht ten overvloede, maar voor degene voor wie het misschien wel nieuw is: deze vertaling sluit vooral aan op deze woord-voor-woordweergave en is wat letterlijk. Maar het is altijd heel apart wanneer je heel goed gaat letten op wat er nou precies staat en al die woorden inderdaad het gewicht geeft dat zij ook daadwerkelijk hebben, het gewicht kent, erkent en beseft.

In alle wijsheid elkaar onderwijzen. Waarbij ik op wijsheid graag even wijs — leuk om dat in het Nederlands zo te zeggen — maar dat is in het Grieks het woordje "sofia". Dat komt vanuit het Hebreeuws en wel van de meervoudsvorm "Tsofim". Tsofim vinden we in onze Hebreeuwse Bijbel; ik weet niet hoe vaak u de Hebreeuwse Bijbel leest, maar in ieder geval, als daar in onze Bijbel sprake is van uitkijktorens in het Oude Testament, dan staat daar het woordje "Tsofim" of een enkelvoudsvorm.

Maar dat woord, die oorsprong van het woordje sofia, filosofie, wijsheid, komt dus uit het Hebreeuws en dat heeft te maken met een uitkijktoren. En wat is het kenmerk van een uitkijktoren? Dat is dat je daar uitzicht hebt. Daar dient een uitkijktoren ook voor. En dat je ook overzicht hebt. Dat is ook het prachtige wanneer je inderdaad op een hoogte gesteld wordt, want dan verkijk je je niet meer zozeer op de details. Als je met je snuffert ergens pal op staat, dan zie je de context niet; je hebt afstand nodig.

Dat is ook het grote probleem om bijvoorbeeld de tijd waarin wij nu leven te duiden en om echt te zien wat er allemaal vandaag speelt. Ja, daar heb je afstand voor nodig, maar je kunt geen afstand nemen van de tijd waarin je leeft. Het jaar 2022 kun je eigenlijk alleen maar goed beoordelen als je zeg maar in 2030 staat, ik noem maar wat, en zegt: "Ah, wacht eventjes. Dat was er gaande en daartoe zou het leiden." Maar omdat je er met je neus pal op staat, zie je dat niet.

Maar dat is het geweldige van het woord van God: het is een uitkijktoren. Het stelt ons, en dat zeg ik expres zo, op de hoogte. Het brengt ons op de hoogte zodat we inderdaad overzicht hebben en de verbanden gaan zien. Daarom is wijsheid ook echt niet hetzelfde als kennis. Ik zeg niet dat die twee elkaar bijten, maar wijsheid en kennis zijn twee verschillende dingen. Kennis heeft te maken met het weet hebben van dingen, ook met informatie. Maar wijsheid heeft te maken met het vermogen om de verbanden tussen het een en het ander te zien en overzicht te hebben.

Wel, dat is wat het woord van God geeft: het woord van Christus. In alle wijsheid, niet een beetje, maar in alle wijsheid elkaar onderwijzend. In het Nederlands is dat ook wel weer leuk: onderwijzend. Want daar zit de gedachte ook in dat je wijst op wat eronder ligt. Goed onderwijs is dat je de verbanden toont, niet alleen maar kennisoverdracht. Goed onderwijs is dat je ook laat zien wat er onder de oppervlakte gelegen is, wat je normaal gesproken misschien zou ontgaan. En dat is zo als we het hebben over het woord van Christus; daar ligt zoveel in verborgen.

Wat dacht u? Ik had het zojuist over de Hebreeuwse Bijbel. Daar staat zoveel in verborgen. En het is met name ook de bediening van Paulus — daar liggen ook de andere apostelen — die juist aan het licht brengen wat er allemaal daarin verborgen ligt. Een onderwijzer is iemand die wijst op wat eronder ligt. Elkaar te onderwijzen in alle wijsheid, en dat is eigenlijk waar het om gaat: de Schriften te kennen en te leren.

Ik heb ooit een keer van een rabbijn gehoord — het schijnt een talmoedische uitspraak te zijn en ik ben het daar helemaal mee eens — over de vraag wat nou belangrijker is: barmhartigheid doen of "lernen", zoals de Joden zeggen. Lernen, leren. En dan zegt die Joodse leraar: "Je moet namelijk eerst leren. Dan leer je inderdaad ook barmhartigheid, maar je moet eerst weten van de hoed en de rand." Je moet het eerst weten. Hoe zeggen wij dat ook alweer? Je moet eerst even denken voordat je gaat handelen. Er moet wel wat te denken, te overdenken en te bedenken zijn. En daarvoor heb je kennis nodig en overzicht.

Nou ja, in alle wijsheid elkaar onderwijzen. Waarom komen we bij elkaar? Om te lernen, om het even in Joodse termen te zeggen, te leren. En om uitzicht te krijgen en overzicht, en daarmee dus ook blijde mensen te worden. Want ik zal u dit vertellen: als er iets is wat een mens vreugde verleent en verschaft, dan is het wel uitzicht. Dat je niet zomaar je bestaan hier slijt. Hoe was het ook alweer? In tijden van vrede een schoenveter zijn en in tijden van oorlog kanonnenvoer. Voer voor de akkers, feitelijk is dat het bestaan van zovelen. Maar als je uitzicht hebt en je weet dat er een God is die een plan uitwerkt, dan heb je inderdaad uitzicht en een reden van bestaan.

In alle wijsheid elkaar onderwijzend en — nog iets — daar staat: "en attent makend". U zegt: "In mijn Bijbel..." Nou, dat klopt. Als u een NBG-vertaling hebt, dan staat hier "terechtwijzend", elkaar terechtwijzend. In de Statenvertaling staat "elkaar vermanend". Maar dat is een ander woord. Trouwens, terechtwijzen is ook een ander woord. Het Griekse woord wat hier staat, bestaat als je dat ontleedt uit twee elementen: het eerste woord is "denken" en het andere woord heeft te maken met "plaatsen" of "stellen".

En het idee van dit Griekse woord is dat iets geplaatst wordt in de aandacht. Zo zeggen we dat toch ook? Ik plaats nu ook dingen in uw denken. Dat doe je al onderwijzend: je vertelt iets en dan plaats je iets inderdaad in het denken van elkaar. En dat is wat wij dan noemen: aandacht vragen voor, of inderdaad attenderen, attent maken. "Heb je wel bedacht dat...?" Het heeft dus niet die negatieve bijsmaak — ik zeg niet dat het per se negatief is — maar het is veel breder. Dus niet vermanen, ook niet corrigeren, hoezeer dat ook op zijn plaats kan zijn. Je moet soms gecorrigeerd worden in je gedachten, dat is waar, maar de betekenis van het woord is dat je attendeert. Elkaar in alle wijsheid onderwijst en attent maakt: let op!

Trouwens, de aardigheid is dit: ik heb het eens even opgezocht, maar het komt acht keer voor in het Nieuwe Testament en altijd is het Paulus die deze term gebruikt. Nou, en dan komen we toch bij de titel van deze toespraak, namelijk: met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Trouwens, die voorzetsels "met" of "in", of wat je nog meer zou kunnen bedenken, die staan er in het Grieks niet. Je hebt ze gewoon in het Nederlands nodig om het fatsoenlijk te kunnen uitdrukken. Dus eigenlijk: psalmen, lofzangen, geestelijke liederen. Zo staat het er. Attent makend, elkaar onderwijzend, elkaar attent makend met — of in, of van mijn part door — psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.

De Betekenis van Psalmen (psalo) en Lofzangen (hymnen) ↑ hoofdstukken

Laten we het eens opsplitsen in drieën, want er zijn drie termen die Paulus gebruikt. Ik zeg niet eens dat dat drie verschillende afdelingen zijn; het zijn gewoon drie verschillende termen waarbij er ook overlap kan zijn. Een psalm kan ook een lofzang zijn en het kan ook een geestelijk lied zijn, maar het feit dat het een psalm genoemd wordt, drukt weer iets anders uit dan dat het een lofzang is, en dat drukt weer iets anders uit dan een geestelijk lied. Het is dus niet allemaal één en hetzelfde.

Het woord 'psalmen' is een zelfstandig naamwoord, in dit geval in het meervoud. In het Grieks is dat afgeleid van het werkwoord psallo. Dat betekent letterlijk... het had te maken met een boog, zelfs met schieten. Maar het idee daarbij is dat je een snaar hebt. Vandaar ook dat de afgeleide betekenis bijvoorbeeld een harp werd. Het is het tokkelen met een snaarinstrument; dat is wat psallo betekent. Kijk, wij hebben misschien de gedachte dat als het gaat over psalmen, dat het dus verwijst naar één van de 150 psalmen die wij in onze Bijbel hebben, in de vijf boeken. En dat is niet onjuist, want inderdaad, er zijn 150 liederen in het boek van de Psalmen. Eigenlijk zijn het vijf boeken. U zegt: "Ja, maar we hebben toch 66 boeken in de Bijbel?" Dat klopt, maar de Psalmen zelf zijn weer onderverdeeld in vijf boeken.

Die boeken heten de boeken van de Psalmen. Dat is trouwens ook niet zo gek, want hoe vaak lezen we niet dat wanneer David een lied had geschreven of gecomponeerd, erbij staat: "Bij snarenspel"? Van David weten we inderdaad dat hij een zeer begaafd musicus was, en speciaal een harpist. Hij bespeelde de harp en dat kon hij geweldig. Zodanig zelfs dat wanneer Saul in mineur was en een boze geest hem kwelde, David in staat was om hem met zijn harpspel weer vrolijk te maken. Dat is wat muziek allemaal doet. Daarom lijkt muziek eigenlijk in zoveel opzichten op de kracht van het Woord van God.

De 150 psalmen heten zo, maar het komt dus van de term die te maken heeft met snarenspel. Het kan de naam zijn van een boekenbundel, maar het is helemaal niet gezegd – het lijkt me zelfs onwaarschijnlijk – dat ze daar in Kolosse met een psalmenbundeltje naar de samenkomst gingen. Zo zal dat niet gegaan zijn. U zegt: "Hadden ze dan toen nog geen beamer?" Nee, die hadden ze toen ook nog niet. Trouwens, ik moet erbij zeggen dat het wel degelijk ook kan verwijzen naar de Psalmen uit het Oude Testament; in het Nieuwe Testament gebeurt dat heel dikwijls. Je leest in Lukas 24 dat de Heer Jezus met de Emmaüsgangers in gesprek is en spreekt over wat er over Hem geschreven was in de Wet, de Profeten en de Psalmen. Hij verwijst daar dus heel specifiek naar een bepaald deel in de Tenach. In Handelingen 13 vers 33 verwijst Paulus in de synagoge van Antiochië naar wat David in de tweede psalm heeft geschreven. Dus ja, 'psalmen' kan wel degelijk naar de 150 psalmen verwijzen, maar het hoeft niet per se daarnaar te wijzen. In het algemeen verwijst de term gewoon naar een lied waarbij gemusiceerd wordt, of meer specifiek: waarbij gespeeld wordt met een snaarinstrument.

Een gitaar of een orgel? Nee, orgels sowieso niet. U weet misschien hoe het orgel in onze Bijbel is terechtgekomen in Psalm 150. Tenminste, in de berijming staat: "Laat zich het orgel overal..." Mijn vader was een begaafd organist en pianist. We hadden vroeger zo'n dik boek in de kast staan met de titel Laat zich het orgel overal. Dat gaat over orgelmuziek, maar dat orgel is in Psalm 150 ten onrechte terechtgekomen. Want als u het nazoekt in uw Bijbeltje, dan ziet u dat daar niet wordt gesproken over een orgel, wel over blaasinstrumenten. Dat is wat van origine ook een orgel is natuurlijk: een pijporgel. Wij hadden thuis een groot elektronisch orgel, maar mijn vader zei altijd: "Dat is geen orgel natuurlijk."

Maar goed, ik moet niet te veel afdwalen en gewoon bij de Schriftlezing blijven. Een psalm is dus inderdaad een lied waarbij gespeeld wordt op een instrument als een banjo of een gitaar; noem maar op hoeveel snaarinstrumenten er zijn. Dat wat betreft de psalmen. En dan heb je nog een type lied wat hier benoemd wordt als 'lofzangen'. In het Grieks staat daar het woord humnus. Daar is ons woord 'hymne' weer van afgeleid. Vooral in de Engelstalige wereld wordt dat heel dikwijls gebruikt. Een hymne is een lofzang, en het specifieke daarvan is dat God daarin geloofd wordt, in de zin van loven.

Je leest ditzelfde woord bijvoorbeeld wanneer de Heer Jezus in de opperzaal heeft vertoefd met zijn discipelen. Na afloop lees je: "En na de lofzang gezongen te hebben..." In Marcus 14 staat er: "...na de hymne te hebben gezongen." Daarna gingen ze op weg naar de Olijfberg, richting Gethsemane. Je leest ook over hymnen van Paulus in Handelingen 16. Hij was daar met zijn medewerker Silas in de gevangenis. Hij was eerst gemarteld en vervolgens in de binnenste kerker gegooid. Volstrekt onrechtmatig zat hij daar met zijn voeten in het blok en de striemen op zijn rug. En te middernacht zongen ze hymnen. Iedereen luisterde; het was dus niet alleen maar in hun hart, nee, ze hebben gewoon gezongen en iedereen luisterde. En dat was zo mooi dat er een aardbeving van kwam. Nou ja, in ieder geval kwam er een aardbeving; of het dáárvan was, laten we dan maar even in het midden laten.

Maar u begrijpt het: het hele idee is natuurlijk geweldig. Als je zo in de misère zit, er is je zoveel onrecht aangedaan en je hebt zoveel pijn – gewoon de meest beroerde omstandigheden die een mens zich kan indenken – en dan Paulus met Silas... Het was alsof hij daarboven werd uitgetild. En dan zingt hij Gods lof, een hymne. Niet omdat het moest, maar dat gaat zo als je hart daar vol van is. Dan zoekt dat een uitweg, en muziek leent zich als geen andere taal om dat naar voren te brengen.

Geestelijke Liederen: Waarheid en Theologische Inhoud ↑ hoofdstukken

Dat zijn dus de psalmen, de lofzangen en vervolgens de geestelijke liederen. Laten we een lied eerst eens goed definiëren. Onder een lied verstaan we altijd een tekst die door middel van muziek wordt verklankt. Een lied heeft per definitie dus een tekst nodig. Het is echter niet simpelweg het opzeggen van een tekst; je verklankt die tekst muzikaal. Dat kan eventueel instrumentaal, maar dat hoeft niet. Het kan vocaal zijn, maar in ieder geval is het een tekst die muzikaal is verklankt.

En nu komt het, want dit is van groot belang. De apostel spreekt over geestelijke liederen. Nu zou je kunnen denken: wat zijn geestelijke liederen? Als we dat in onze hedendaagse taal zouden moeten zeggen, dan bedoelen we daar vaak alles mee wat in de bundels van Johan de Heer of Opwekking staat. Maar dan zeg ik: nee. Dat was eigenlijk ook mede de aanleiding voor het gesprek dat we vorig weekend over dit thema hadden. Het ging er namelijk om dat er zoveel liederen ter beschikking staan, maar de klacht was dat er ook zoveel teksten zijn die qua muziek, instrumentarium en melodie prachtig mogen zijn, maar die je simpelweg niet kunt zingen. Dat wil zeggen: als je de waarheid liefhebt, dan krijg je die woorden niet uit je strot.

Die ervaring ken ik heel goed. Ik ben zelf totaal niet muzikaal – ik houd wel van muziek, maar ik ben niet getalenteerd – en toch heb ik dit gevoel heel sterk. Dat verklaart ook precies waarom ik iets doe wat nogal wat mensen mij erg kwalijk nemen: ik pas heel vaak teksten aan. Voor mij is het heel zwart-wit, noem mij gerust ongenuanceerd, het is mij prima. Maar het is of ik zing iets niet, of ik zing het werkelijk van harte. Ik vind het bovendien mijn plicht dat wanneer ik het voorrecht heb om wat liedjes op te geven, die teksten waar moeten zijn. Begrijp me goed, het gaat er niet om dat er geen beeldspraak mag zijn of geen dichterlijke verwoording. Het gaat er ook niet om dat je op elke slak een korrel zout legt. Het gaat erom dat je iets van harte moet kunnen zingen omdat het waar is. Dat is precies wat een lied geestelijk maakt.

Afgelopen weekend heb ik daarover gesproken: over de zielse mens en de geestelijke mens. Wat lees je over de geestelijke mens in 1 Korinthe 2 vers 14? De geestelijke mens onderscheidt de dingen. Letterlijk staat er dat hij de dingen kritisch beoordeelt. Van de Berea’s lees je dat ze dagelijks nagingen of deze dingen zo waren. Ze checkten het. Waarom? Omdat ze liefde hadden voor de waarheid en daarom geestelijk waren. Geestelijk wil zeggen dat het er niet om gaat of een lied je aanspreekt of dat het mooi is. Niet dat daar bezwaar tegen is – natuurlijk is dat prachtig – maar de eerste eis die je aan een lied stelt, is dat het waar is. Anders kun je het namelijk nooit van harte zingen. Ik vind het onbegrijpelijk hoe mensen daarmee omspringen. Soms krijg je woorden in de mond waarvan je zegt: nee, dit klopt niet, dit is niet waar. Hoe werkt dat dan bij een ander? Ik wil geen oordeel vellen over een ander, maar ik kan het zelf niet, laat ik het zo zeggen, ik houd het bij mezelf.

Veel christelijke liederen vallen in die categorie. Ik zal een paar voorbeelden geven. Neem 'Midden in de winternacht'. Petra kent mij wat dat betreft; destijds bezochten we nog wel eens kerstdiensten, maar ik hield bij vrijwel elk lied mijn mond stijf dicht omdat ik de woorden gewoon niet over mijn lippen kon krijgen. In bijna elke regel stond een leugen. 'Midden in de winternacht ging de hemel open, ondanks sneeuw en ijs.' Dat is gewoon onzin. Dan kun je zeggen: klinkt het dan niet leuk? Ja natuurlijk, rond de kerstboom met de lichtjes geeft het sfeer, maar dat is ziels. Er zijn zoveel liederen die simpelweg niet geestelijk zijn, en daarmee bedoel ik dat ze niet waar zijn en niet overeenkomen met wat de Schrift zegt.

Natuurlijk is er nog een ander punt, dat ik terzijde genoemd wil hebben. Er zijn ook bepaalde liederen die misschien qua tekst wel waar zijn, maar waarbij de muziekvorm je totaal niet aanspreekt. Denk aan Psalm 146. Die wordt in de kerk altijd in mineur gezongen: 'Zalig hij die in dit leven...'. Dat past toch niet? Een vrolijk lied kun je niet in mineur zingen. Gezang 93 is ook een mooi voorbeeld: 'Ere zij de God de Vader', over de drie-eenheid: 'Drie-enige in wezen'. Dat is weer een ander theologisch voorbeeld. Trouwens, ik moet erbij zeggen dat liederen vaak ook heel cultuur- en zelfs generatiegebonden zijn. Onze kinderen vinden bepaalde liederen gewoon niet meer passen bij hun levensgevoel. Dat heb ik zelf ook bij de liederen van een nog oudere generatie. Maar dan hebben we het over de vorm, de muzikale vorm.

Ik heb het nu over de inhoud. Een lied is geestelijk wanneer het overeenkomt met de Schrift en wanneer het met onderscheid gezongen wordt. Een ongeestelijke bediening is een bediening zonder onderscheiding van tijd en gelegenheid. Laat ik een paar voorbeelden geven. Ik zeg dit niet om te katten, maar ze komen alle drie uit de Opwekkingsbundel. Ik had ze ook uit de bundel van Johan de Heer kunnen halen, maar de Opwekkingsbundel spant wat dit betreft de kroon. Heel veel Opwekkingsliederen zijn qua melodie hartstikke mooi, maar neem nu zo'n lied als 'Heer ik kom tot U'. Wij zingen dat overigens ook, maar in de tekst is gigantisch gesnoeid. In mijn beleving is er niks tegen de melodie, maar de zin 'Heer ik kom tot U, vergeef mijn zonden nu en reinig mijn hart' kan ik niet zingen. Ik ken Hem namelijk. Als ik tot Hem kom, dan dank ik Hem dat Hij mijn hart reeds gereinigd heeft. Voor zover het nog gereinigd moet worden, doet Hij dat, en mijn zonden zijn vergeven; ik ben gerechtvaardigd. Hoe kan ik dan zingen: 'Zie mij voor U staan, zondig en onrein'? Ik ben volmaakt in Christus! Als ik een geestelijk lied zing, dan dank ik Hem voor het feit dat ik in Christus ben en dat Hij mij zo ziet. Hoe kan ik dan zingen dat ik zondig en onrein ben? Is dat niet vroom? Ja, hartstikke vroom, maar dat maakt het nog niet geestelijk.

Ik heb er nog een. Ik heb vanmorgen even vluchtig gekeken omdat ik een paar voorbeelden wilde geven om mijn punt te maken. De keuze is heel willekeurig, want ik had een lange lijst kunnen opstellen. Neem het lied 'De Here bouwt aan Jeruzalem'. Je leest inderdaad in de Bijbel dat de Heer Jeruzalem weer gaat bouwen, maar doet Hij dat nu? Een stichting als Christenen voor Israël zal hier erg blij mee zijn, want zij geloven inderdaad dat de Heer momenteel bezig is de Joodse staat op te bouwen. Alles wordt in het werk gesteld om daaraan mee te werken, want 'de Heer bouwt Jeruzalem'. Maar de Heer bouwt Jeruzalem momenteel niet. Sterker nog, Hij gaat Jeruzalem straks vernietigen; er blijft niets van over. Pas daarna, op de puinhopen van dat verwoeste Jeruzalem, gaat er inderdaad een Jeruzalem gebouwd worden. En dan bouwt Hij inderdaad.

En dan worden ook die woorden waar van Psalm 122, dat Jeruzalem wel is samengevoegd. En de stammen van Israël zullen daarheen gaan. In ieder geval, dit lied is niet zozeer on-Bijbels als wel gewoon misplaatst in de tijd. Het is nu namelijk niet aan de orde. En dat geldt trouwens voor heel veel liederen. Ook trouwens voor heel veel Opwekkingsliederen waarin wordt gezongen dat de Heer Jezus regeert. Je ziet het aan alles... nou, je ziet het aan niks. Hij regeert nu ook helemaal niet. Hij is verhoogd aan Gods rechterhand, en straks gaat Hij de heerschappij op Zich nemen en dan zal Hij Zich gaan vestigen in Jeruzalem, enzovoort.

Ja, het is ook... "Ik geloof in God de Trooster", dat geloof ik ook, maar "die Gods Woord aan ons bevestigt"... dit is eigenlijk het probleem: dat is namelijk nu niet aan de orde. "Gaat en predikt en geneest"... nou, de rest is trouwens alweer mooi, hoewel dat allemaal nog niet zal gebeuren: dat elke knie gaat buigen en elke tong zal belijden als Hij komt. Dat is pas veel later.

Maar goed, ziet u, ik geef deze drie voorbeelden alleen maar aan om te laten zien hoe je in liederen, in vrome liederen, gewoon keihard kan liegen. En dat is geen persoonlijk verwijt, maar ik zeg: de liederen deugen gewoon niet. En je zou moeten weten wat je zingt. En waarom is het zo belangrijk? Kijk, laat ik het zo zeggen: voor degene die meent – ten onrechte, maar goed – wie meent dat God vandaag de Joodse staat opbouwt en Jeruzalem aan het herstellen is, voor diegene is dit een geestelijk lied. Want die denkt echt dat dit zo is, en die heeft het idee van: over dit thema moeten we wat zingen, daar zouden we uitdrukking aan moeten geven.

En dat op zich, dat je uitdrukking wilt geven in zang en muziek aan dat wat je gelooft, amen, natuurlijk wil je dat. Maak van je hart geen moordkuil. En als je erover kunt zingen, zing dat dan. En dan maak je teksten die daarop aansluiten. Maar het klopt niet. Dus het gaat erom: weet wat je zingt en of het inderdaad waar is. Dat is wat een lied inderdaad ook geestelijk maakt.

In Genade en Vreugde Zingen tot God ↑ hoofdstukken

In alle wijsheid elkaar onderwijzend en attent makend met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. In vreugde zingend tot God in jullie harten. Dat 'in jullie harten' kan twee dingen betekenen. Of het verwijst naar dat zingen, dus je zingt in je hart. In dat geval hoeft het niet eens hardop te zijn. Het kan ook verwijzen naar 'in vreugde', dus dat die vreugde in jullie hart is. Het kan trouwens ook beide zijn.

Waarbij die vreugde hier... hier staat het woordje charis. Eigenlijk staat er: in genade zingend. Of eventueel, u weet het: charis, dat is vreugde om niet, gunst, dank. Kijk, in feite sluit dit heel sterk aan op wat we zojuist al even memoreerden, namelijk dat zang en muziek natuurlijke uitingen van vreugde zijn. Als je hart vol is, dan wil je dat muzikaal vertolken. Ik hoorde van iemand die zei: 'Ik ben gek op muziek. Doordeweeks luister ik muziek en in het weekend maak ik muziek.' En dan smelt ik bij de muziek. Maar ja, daar ben je ook zo met muziek bezig, toch? Ja. Oké.

Efeze 5: Vervuld in Geest en de Praktische Uitingen Daarvan ↑ hoofdstukken

Dat was Kolosse 3. Ik wil ook nog even gaan naar Efeze 5. Ik zei al dat dit in hoge mate geldt voor de Efeze- en de Kolosse-brief; dat zijn brieven die heel parallel lopen. Er zijn verschillende accenten, maar ze zijn ook ongeveer gelijktijdig geschreven en je ziet gewoon hoe die teksten inderdaad zo naast elkaar geplaatst kunnen worden.

In Efeze 5 vers 18 — ik begin trouwens bij vers 18, want dat is eigenlijk het begin van de zin — zegt Paulus: "En bedrink jullie niet aan wijn waarin liederlijkheid is." Letterlijk staat daar het woordje dat 'zonder redding' of 'ontreddering' betekent. Het gaat er dus niet over het drinken van wijn op zich, maar over je bedrinken zodat je bedwelmd bent en uiteindelijk gewoon ontreddering ervaart en dus redding en hulp nodig hebt. En dan volgt de tegenstelling: "maar wordt vervuld in Geest." Waarom noemt Paulus deze twee dingen zo? Wel, omdat wijn een type is van de Geest. Wij zeggen dat ook van drank in het algemeen, maar van wijn in het bijzonder: dat is geestrijk vocht. Wijn uit de kelder is een prachtig type. Daar in die kelder, een beeld van het graf, komt het vervolgens uiteindelijk als geestrijk vocht weer boven, uit het graf, uit de kelder, en dan wordt het gedronken op het leven. Geest is leven. Het feit dat Paulus deze twee zo contrasteert, maar eigenlijk ook zo pal na elkaar noemt, is omdat het ene een type is van het andere.

Wat trouwens ook een overeenkomst is tussen de werking van wijn, of van alcohol in het algemeen, en de Geest, is dat het de tong losmaakt. We kennen dat wel. Waarom zeggen we ook dat drank gezellig is? Omdat mensen makkelijker spreken. Zelfs mensen die van zichzelf erg introvert zijn — nee, ik ga geen voorbeelden geven — die heel introvert zijn en eigenlijk niks zeggen, beginnen te praten op het moment dat ze één glaasje op hebben. Het nadeel is dat als er dan te veel glaasjes zijn, en dat kan al heel gauw gebeuren, het alleen nog maar wartaal is wat je hoort. Maar op zich is het hele idee dat je makkelijker spreekt; het maakt je vrijmoedig en het maakt de tongen los.

Dat is hier ook de gedachte: wordt vervuld in Geest. Je leest dan ook inderdaad heel dikwijls in de Bijbel dat als mensen vervuld zijn met Geest, ze vol zijn. En wat gebeurt er? Als het hart er vol van is, dan gaat de mond overlopen. De tong wordt losgemaakt en dan is het zo moeilijk om te zwijgen. Als je hart vol is, probeer het dan maar eens voor je te houden. Dat lukt je niet. "Sprekend onder elkaar in..." Dat idee is inderdaad vanuit het navolgende: ons spreken zou als muziek zijn. Er zijn twee woorden met name waar ik dan aan denk: harmonie en akkoord. Dat zijn beide muzikale termen. Iets wat in harmonie klinkt, maar ook een akkoord. Weet u trouwens dat in het woordje akkoord het woordje 'cordia' zit? Dat is het Latijn-Griekse woord voor hart; denk maar aan cardiologie. Maar het heeft ook te maken met een 'koord', met een snaar. Grappig hè? Maar goed, muziek raakt een snaar, zeggen wij dan ook. Het raakt snaren van het hart. En dat is wat ons spreken doet als je het Woord van God kent en vervuld bent met de Geest.

Trouwens, die vergat ik nog te zeggen, die moet ik nog even vermelden: Paulus zegt in Kolosse 3 dat het Woord van Christus rijkelijk in jullie moet wonen. In het parallelvers in Efeze staat: "wordt vervuld van de Geest." Waaruit simpelweg volgt dat vol zijn van het Woord van Christus hetzelfde is als vervuld zijn met Geest. Want Zijn Woord is Geest, dat heeft een geweldige kracht en werking; het leeft en vervult ons ook. "Sprekend onder elkaar in psalmen..." In Romeinen 15 wil ik er ook nog even bij vermelden dat dit trouwens heel mooi is bij samenzang: dan spreken we als uit één mond. Eén en hetzelfde klinkt uit onze monden, als uit één mond God verheerlijkend. Over die psalmen, lofzangen en geestelijke liederen had ik het al, dus dat hoef ik niet nog eens dunnetjes over te doen.

"En muziekmakend..." Dat hangt er een beetje vanaf welke vertaling je hebt. In de NBG-vertaling staat "jubelt", maar er staat hier letterlijk — de Statenvertaling is hier heel correct — "psalmende". Dat is de tegenwoordige tijd van psalmen zingen. Ik vermoed dat de Statenvertalers vooral de suggestie hebben willen wekken van: we moeten psalmen zingen. Zelf kom ik ook uit een kerk waar dat van oudsher standaard was. Trouwens, dat is nog steeds in de reformatorische kerken de standaard: er worden in de kerkdienst uitsluitend psalmen gezongen en geen andere liederen. Dat is trouwens ook misplaatst, maar dat is weer een andere vraag. Maar er staat hier letterlijk "psalmende" en het idee daarbij is — ik zei al: psalmen, het werkwoord, wil zeggen 'met snarenspel spelen'. Oftewel musicerend, muziek maken, musicerend met jullie hart voor de Heer. Waaruit ook weer volgt dat het er vooral om gaat dat wat gesproken wordt en wat Hem verheerlijkt, van harte is.

Terwijl jullie altijd... ten slotte moet ik dat nog even bijvermelden. In de eerste plaats werd er gezegd: vervuld met Geest. Het eerste effect is dat je onder elkaar gaat spreken in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. De tongen worden los en in vreugde is daar die uiting. De tweede uiting staat bij: "terwijl jullie altijd over alles in de naam van onze Heer Jezus Christus de God en Vader danken." Dat is het tweede. In de tweede uiting van vervuld zijn in Geest herken je die vervulling: mensen gaan danken. Ze worden blij en ze gaan danken over alles, of ook in de zin van "boven alles dankend". Wat er ook gebeurt en wat er misschien ook allemaal tegenzit, zij weten: dit zijn minnen tot je dienst, maar God gaat daar een plus van maken. En als je daarvan uitgaat, dan ga je dus danken. Dat kan niet missen als je dat uitzicht hebt en zo in het leven mag staan: over alles danken in de naam van onze Heer Jezus Christus en God de Vader danken. Dat is altijd de wijze waarop je dat in de Bijbel leest: we spreken tot God en we komen tot Hem door de Heer Jezus Christus.

En dan als derde eigenschap, of als derde kenmerk van dat vervuld zijn van Geest, wordt er gezegd: "zich onderschikkend aan elkaar." Dat betekent niet dat iedereen zich aan iedereen onderschikt, want eigenlijk is dat wartaal. Het is niet zo dat ik mij onderschik aan jou en jij aan mij. Nee, onderschikken heeft te maken met gezagsverhoudingen. En Paulus gaat het hier in het navolgende ook over hebben, over die onderschikking. Elk mens staat in een bepaalde gezagsverhouding. Paulus gaat het vervolgens vanaf vers 22 hebben over het huwelijk: dat de vrouw zich zou onderschikken aan de man. Dat mag je tegenwoordig bijna niet meer zeggen, maar dat is de Bijbelse gang van zaken: de man geeft leiding. En in het gezin ook, dat de kinderen zich onderschikken aan de ouders. Op de werkvloer geldt dat trouwens ook, dat slaven zich zouden onderschikken aan hun heer. Dat zijn hele normale verhoudingen en het gaat om het feit dat je inderdaad je positie kent. Ik sta in een bepaalde positie, ook ten opzichte van de overheden; daarom onderschikken we ons. Dat is een kenmerk omdat je weet: er is één God en Hij zet alles op zijn plaats. Daar is ook hiërarchie, er zijn gezagsverhoudingen. Er staat nog bij: "zich onderschikkend aan elkaar in vrees van Christus." Want ik zal u dit vertellen...

Je leest van de Heer Jezus Christus als hoofd. In 1 Korinthiërs 11: het hoofd van iedere man... nee, het hoofd van elke vrouw is de man, het hoofd van iedere man is Christus en het hoofd van Christus is God. En uiteindelijk zal Hij, aan het einde van de aionen, ook het Koninkrijk overdragen aan God de Vader, van wie Hij ook alles heeft ontvangen, opdat God zij alles in allen.

Nou, dat wilde ik vanmorgen heel graag eens met jullie delen over psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. En ik stel voor de daad bij het woord te voegen. Ik heb geloofd en daarom zing ik.

🎧 psalmen, lofzangen & geestelijke liederen
Delen: