ziels vs. geest-ig lichaam
26-07-2022 - Geplaatst door Andre Piet26 juli 2022, Schoonloo
In 1Korinthe 15 beschrijft Paulus de tegenstellingen tussen ons huidige en ons toekomstige lichaam. Eén daarvan is dat het lichaam dat we nu hebben ‘ziels’ is. We spreken dan van psycho-somatisch terwijl het toekomstige bestaan pneuma-somatisch is. Wat betekenen deze begrippen?
En dan nog iets: hoewel ons huidige lichaam per definitie beheerst wordt door ‘ziel’, betekent dit uitdrukkelijk niet dat we dus niet anders zouden kunnen dan hier een ‘ziels mens‘ te zijn… Een subtiel maar belangwekkend verschil. En ook heel geest-ig!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: 1 Korinthe 15 en het Ultieme Leven
- Het Eerste Contrast: Vergankelijkheid Versus Onvergankelijkheid
- Het Tweede Contrast: Oneer Versus Heerlijkheid
- Het Derde Contrast: Zwakheid Versus Kracht
- Het Vierde Contrast: Ziels Lichaam Versus Pneumatisch Lichaam
- Excursie 1 Korinthe 2: de Zielsmens Versus de Pneumatische Mens
- De Eerste en Laatste Adam: Eerst het Zielse, Daarna het Pneumatische
Introductie: 1 Korinthe 15 en het Ultieme Leven ↑ hoofdstukken
Een hele goedemorgen trouwens allemaal, van mijn kant ook. Ik mag de laatste Bijbelstudie-bijdrage leveren deze ochtend tijdens deze vakantieperiode en ik heb een prachtig onderwerp. Daar ligt het niet aan; in hoeverre ik daar ook inhoud aan mag geven, dat is uiteraard aan jullie beoordeling. Het gaat over ziels versus geestig lichaam. Er zijn natuurlijk al heel wat tegenstellingen gepasseerd deze weken, en dat was eigenlijk ook het grote onderwerp.
Dit thema waar we het vanmorgen over gaan hebben, is direct ontleend aan 1 Korinthe 15. Ik kan me voorstellen dat dit niet direct herkenning oproept, omdat de gangbare vertalingen — ongeacht of je nu een Telos, een NBG of een Statenvertaling hebt — het anders weergeven. Ik kom daar straks nog wel eventjes op terug. Maar het is volstrekt helder dat waar we het over gaan hebben, uit 1 Korinthe 15 komt, en wel in het bijzonder uit de verzen 44 tot en met 46.
In 1 Korinthe 15, de meesten zullen dat wellicht weten, is het hoofdstuk bij uitstek dat spreekt over de opstanding van Christus, het feit van de opstanding van Christus en het overvloedige bewijs daarvoor. Paulus brengt dat ook zo naar voren. Maar het gaat met name ook over het geweldige belang van dit onderwerp, omdat het feitelijk de inhoud van het Evangelie is. Paulus zegt bijvoorbeeld in dit hoofdstuk: "Indien Christus niet is opgewekt, dan is ons geloof en onze prediking ijdel." Met andere woorden: als je het positief zegt, dan betekent dat dus dat de inhoud van het Evangelie en van de prediking de opgewekte Christus is. Daar gaat het allemaal om en om de geweldige impact daarvan.
Het is niet alleen maar een historisch feit; nee, Hij is de Eersteling. Dat is ook een uitdrukking uit ditzelfde hoofdstuk. Het feit dat Hij de Eersteling is, is een aankondiging van wat nog gaat komen. Dat betekent dat er nog allerlei — om het eventjes in oogsttermen te zeggen — schoven gaan komen en de complete oogst zal worden binnengehaald. Hij is de Eersteling en daarmee ook de garantie dat de rest zal gaan volgen.
Dat is niet zozeer het onderwerp, hoewel het nog wel eventjes aan de orde zal komen, maar het gaat over de geweldige impact, de universele en ook de ultieme impact. Dat wil zeggen, zoals Erwin zojuist al zei: "Het beste gaat nog komen." Ja, nou, dat kun je wel zeggen! Want ten opzichte van dat wat gaat komen, is het hier beneden op aarde, in dit bestaan, maar echt ontzettend... Sterker nog, in feite — en dat is heel aardig als ik het aan de hand van dit hoofdstuk zo formuleer — noemt Paulus dat wat wij hier "leven" noemen in dit hoofdstuk niet eens leven. Het is sterven.
De vraag "Is er leven na de dood?" zou je vanuit 1 Korinthe 15 eigenlijk zo moeten beantwoorden: ja, als het niet na de dood is, dan is er helemaal geen leven. Er is alleen maar LEVEN — met allemaal hoofdletters — vanaf of uit of na de dood. Want wat daaraan voorafgaat, dat is geen leven, dat is sterven. Je bent bezig dood te gaan. Oké, dat is een wat macabere benadering, maar dat is de enige manier waarop je het kunt zeggen als je het contrast neerzet tussen wat we nu kennen en wat er gaat komen. Ja, dan is dit eigenlijk... tja, wat is dit? Nou ja, ziels. Heel zielig. En het geestige, dat gaat nog komen.
Vanaf vers 35 van 1 Korinthe 15, om iets meer over de indeling te zeggen, gaat het over de aard van het opstandingslichaam. Dan roept Paulus de vraag op: "Met wat voor lichaam komen zij dan?" En dan gaat hij de vergelijking maken met iets wat in de aarde gezaaid wordt. Maar dat wat er vervolgens daarna uit voortkomt, dat is van een totaal andere orde. Hoewel het van dezelfde natuur is, is het toch een totaal andere bestaanswijze.
Het Eerste Contrast: Vergankelijkheid Versus Onvergankelijkheid ↑ hoofdstukken
En dan vanaf vers 42 — en daar ga ik nu op aanhaken — benoemt Paulus vier contrasten tussen het huidige lichaam, het lichaam wat we hier dus kennen, en het toekomstige opstandingslichaam. Trouwens, we gaan ze niet alle vier bespreken, de laatste laat ik omwille van de tijd even liggen. Maar laten we eens beginnen bij vers 42. Er staat: er wordt gezaaid in vergankelijkheid. Paulus gaat hier een aantal contrasten neerzetten en dat "gezaaid", dat doelt op het feit dat het lichaam aan de aarde wordt toevertrouwd. Wij noemen dat eigenlijk ook zo, we noemen dat een begrafenis of een teraardebestelling.
In feite is dat de geweldige symboliek van een begrafenis, die je bij een crematie dus niet hebt. Kijk, het probleem is helemaal niet dat de gedachte bij velen die zich laten cremeren vaak is om elke mogelijkheid van een toekomstig bestaan maar uit te sluiten. Dat is voor God natuurlijk geen enkel probleem. Het gaat puur om de symboliek van het begraven worden, want dat is eigenlijk wat een boer ook doet: hij vertrouwt iets aan de aarde toe, maar dat doet hij in vertrouwen. Namelijk in het vertrouwen dat daar iets uit voort gaat komen: leven en een enorme heerlijkheid die daarop volgt.
Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, dat wil zeggen dat wat aan de aarde wordt toevertrouwd enkel herinnert aan een vergankelijk bestaan. En dat is eigenlijk typerend voor niet alleen ons lichaam, maar eigenlijk voor alles wat we in deze schepping kennen. Alles wat we in deze schepping kennen is vergankelijk, maar daarom is het ook zo lastig om een beeld te vormen bij de tegenpool, bij het contrast. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid — wij kennen niet anders — maar er wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Vergankelijkheid wil uiteraard zeggen dat de dingen vergaan; niets is hier blijvend, het vergaat allemaal. Dat is typerend voor deze hele schepping, maar het opstandingslichaam en de nieuwe schepping in zijn algemeenheid is onvergankelijk.
Dat kennen wij hier niet, maar het helpt ons wel om het enigszins te visualiseren. Er zijn mensen die graag in beelden denken en in de Bijbel worden ons zulke beelden gegeven. Een type van onvergankelijkheid is bijvoorbeeld goud. Goud is een metaal dat niet roest, dat vergaat niet. In absolute zin is goud natuurlijk ook niet onvergankelijk, maar het is wel een beeld. Ten opzichte van alle metalen is goud onvergankelijk en daarom is het ook zo waardevol en heet het een edelmetaal. Nog een type uit de levende natuur van onvergankelijkheid is de olijfboom. Wat strikt genomen natuurlijk evenmin onvergankelijk is, maar het beeldt het wel uit. Een olijfboom gaat niet dood; hij regenereert zich altijd en daarom kunnen die bomen in principe duizenden jaren oud worden, want hij vernieuwt zich voortdurend. Tenzij je hem omhakt, blijft hij dus bestaan. Een olijfboom — en trouwens ook wat hij produceert, de olijfolie — typeert en beeldt onvergankelijkheid uit.
Dus we worden daarin toch wel geholpen. Alleen het idee al dat dit lichaam, dat we hier kennen en dat uiteindelijk dus vergaat en aan de aarde wordt toevertrouwd, dat dit vergankelijk is, maar dan uiteindelijk op Gods tijd — ieder in zijn eigen rangorde, om het ook even in de woorden van 1 Korinthe 15 te zeggen — wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Zoals daar nu slechts één Iemand is die dat kent. Er is maar één Iemand die nu al een opstandingslichaam kent en dan bedoel ik echt een levend gemaakt lichaam. Want je zou natuurlijk kunnen tegenwerpen dat er in de Bijbel al meer mensen zijn opgestaan. Denk bijvoorbeeld aan het dochtertje van Jaïrus of een Lazarus. Er zijn meer voorbeelden daarvan, niet al te veel, maar toch. Die zijn opgestaan, maar die zijn allemaal weer uiteindelijk doodgegaan. Dat was in feite voor hen een terugkeer naar het vergankelijke bestaan.
Waar we het nu over hebben is niet alleen maar opstanding, maar echt levendmaking en daarvan is Christus de Eersteling. Want Hij werd opgewekt, zoals Romeinen 6 zegt, om nimmer meer te sterven. Dat is dus onvergankelijk. Hij bracht leven en onvergankelijkheid aan het licht. En dat is in feite de essentie van het Evangelie. Want dat wat Hij aan het licht bracht, ja, dat heeft Hij weggelegd voor heel de mensheid. Dat was het eerste contrast: vergankelijkheid versus onvergankelijkheid.
Het Tweede Contrast: Oneer Versus Heerlijkheid ↑ hoofdstukken
Er wordt gezaaid in oneer. Dat woord betekent letterlijk 'zonder eer'. Soms wordt het vertaald met 'schande', maar dat hoeft niet per se de gedachte te zijn. Het wil gewoon zeggen dat je aan sommige zaken een ereplaats toekent, terwijl je andere dingen geen ereplaats toevertrouwt, ook al zijn ze niet per se schandelijk. En dit lichaam is inderdaad in oneer; dat wat gezaaid wordt, is in oneer. Dat heeft eigenlijk te maken met het feit dat dit lichaam geen luister heeft, of eigenlijk een afnemende luister. Ik vind het prachtig zoals Jesaja 40 dat naar voren brengt: "Alle vlees is gras" – u kent het vers wellicht – "alle vlees is gras en al zijn schoonheid als een bloem van het veld. Het gras verdort en de bloem verwelkt." Dat is de vergankelijkheid, maar het is ook oneer.
Want het idee bij vergankelijkheid is dat het ophoudt te bestaan, dat het vergaat. Maar 'oneer' wil eigenlijk zeggen dat dat hele proces ernaartoe een afnemende heerlijkheid is. Er valt voortdurend iets af – en dan bedoel ik niet in de zin van afvallen qua gewicht, want dat kan juist weer... nou ja, laat ik het anders zeggen: er vallen dingen uit. Haar bijvoorbeeld, maar ook functies vallen uit. In feite is dat het hele proces van de vergankelijkheid in dit bestaan. Het is niet zomaar 'je gaat dood', nee, het is dat hele proces van aftakeling. Dat is de oneer die je voortdurend ziet. Dat proces begint eigenlijk al in een heel vroeg stadium; op een gegeven moment bereik je de toppen van je vitaliteit en daarna neemt dat af. Dat is de oneer: functies vallen uit of worden minder. Om wat voorbeelden te noemen: dan moet je weer tanden of kiezen bij laten zetten, een kunstgebit, een kunstbeen... alles wordt kunstmatig. Je wilt de boel weer een beetje oplappen, maar het blijft allemaal enorm behelpen. Nou, dat is die oneer.
Kijk, we lachen er nu misschien om, en ik denk dat we dat in zekere zin ook kunnen doen omdat we het relativeren. We brengen het in relatie tot het onvergankelijke en de heerlijkheid, en dan kun je er je schouders over ophalen. Maar in werkelijkheid is die vergankelijkheid natuurlijk een ontzettend tragisch proces. Vooral ook die oneer waar je mee te maken krijgt: de aftakeling. Maar let op: er wordt gezaaid in oneer, er wordt opgewekt in heerlijkheid. Dat is het absolute contrast. Wat we hier kennen is aftakeling, maar ik geloof dat juist dat opstandingslichaam wordt gekenmerkt door absolute vitaliteit en leven.
Het is trouwens heel boeiend dat dit woord 'heerlijkheid' een paar verzen eerder ook al werd gebruikt. Alleen zijn de vertalingen ook daarin niet altijd even behulpzaam. In de NBG-vertaling wordt het vertaald met 'lichtglans'. De lichtglans van de zon is anders dan die van de maan, en die is weer anders dan die van de sterren. Er staat in onze vertalingen weliswaar 'lichtglans', maar het Griekse woord is eigenlijk 'heerlijkheid'. Het begrip heerlijkheid is in de Bijbel heel sterk geassocieerd met licht. Als Hij in heerlijkheid verschijnt, dan verschijnen wij in grote lichtglans. Dat blijkt trouwens ook wel uit de Heere Jezus in Zijn opstanding. Hij kon op allerlei wijzen verschijnen, in verschillende gedaantes, maar als Hij in Zijn heerlijkheid verschijnt – vraag dat maar aan Paulus – dan verschijnt Hij in een oogverblindend licht. En dan te bedenken dat Hij werd opgewekt en dat ons lichaam straks gelijkvormig gemaakt zal worden aan het lichaam van Zijn – let op – heerlijkheid. Dat lichaam zal bekleed zijn met licht. Als je het hebt over de vraag wat voor gewaad we dragen: nou, licht! Ik geef toe, dat is moeilijk voor te stellen.
Maar dat is juist altijd het punt, want we hebben het nu iedere keer over contrasten tussen wat we hier kennen – en we kennen niet anders – en wat komt. Het contrast tussen oneer en heerlijkheid. Wat een lichaam zal dat zijn! Je wordt er zo blij van als je ziet wat God in petto heeft voor de mensheid. De Eersteling is er al en Hij is ook het model, het grote voorbeeld en de garantie. Kijk naar wat Hem is overkomen en die heerlijkheid; dat is het lichaam van de opwekking.
Het Derde Contrast: Zwakheid Versus Kracht ↑ hoofdstukken
Nog een contrast: er wordt gezaaid in zwakheid. Dat is een woord dat trouwens heel dikwijls in het Nieuwe Testament vertaald wordt met 'ziekte'. Dat is natuurlijk niet zo gek, want een ziekte is in feite niets anders dan een zwakte, een gebrek aan energie of weerstand en daarmee dus ook onvermogen. In feite zijn dat vergankelijke, die oneer en nu ook die zwakte begrippen die weliswaar niet één op één hetzelfde zijn, maar ze zijn wel nauw aan elkaar gelieerd. Het zijn allemaal kenmerken van het lichaam zoals wij dat hier kennen.
En ja, inderdaad de afnemende energie. Ik heb daar trouwens ook het een en ander over gelezen, wat ziekte in essentie is: onvermogen, een gebrek aan vitaliteit en aan kracht. Het onvermogen van het lichaam om dingen te herstellen; dat is ziekte. Een zwakte, een gebrek, of hoe je het ook maar noemen wilt. Dat typeert gewoon ons lichamelijk bestaan hier. De één heeft daar misschien in veel sterkere mate of veel vroeger mee te maken dan de ander. Sommigen zijn gezegend met een heel sterk gestel tot op hoge leeftijd. Het verschilt allemaal, maar in het algemeen is dit gewoon het verhaal: dit lichaam is vergankelijk, in oneer, ontluisterd en in zwakheid. Al zijn er gradaties, dit is het verhaal.
Maar let op, ook hier is weer dat geweldige contrast. Dat mag dan zo zijn, maar vergis je niet: dit is maar tijdelijk. Dat is het mooie trouwens, dat vind ik een geweldig ding. Dat vergankelijke bestaan is op zich natuurlijk een goed bericht. Het loutere feit dat dit lichaam van ontluistering en van zwakte vergankelijk is... ja, gelukkig wel! Want je zou er toch niet aan moeten denken dat je daar altijd mee zou moeten voortzeulen, dat dat blijvend zou zijn. Dat het blijvend zwak en een blijvende oneer en ontluistering zou zijn. Nee, het gaat voorbij. Dat is een goed bericht.
Waarom? Vooral omdat, als er niets anders was, het geen goed bericht zou zijn. Maar als je weet dat dit slechts de prelude is op wat gaat komen... ja, er wordt gezaaid in zwakheid, er wordt opgewekt in kracht. Het Griekse woord is — dat kennen we wel — dunamis. Denk aan dynamiet of een dynamo; het heeft met kracht en met vermogen te maken. Dat lichaam straks is onvergankelijk en dus ook in heerlijkheid en in kracht. Echte power! Ongekend! En daarmee ook bruisend en vitaal. Er zijn wellicht nog meer synoniemen of woorden die dezelfde gedachte uitdrukken, maar dat is wat dat toekomstige lichaam is.
En nu komen we uiteindelijk toch bij dat onderwerp. Dat is het derde contrast dat Paulus noemt. Zeg ik het goed? Het vierde? Ja, het vierde. Oh, er waren trouwens vijf contrasten. Oké, aards en hemels laten we nu even liggen. In ieder geval komen we nu bij vers 44.
Het Vierde Contrast: Ziels Lichaam Versus Pneumatisch Lichaam ↑ hoofdstukken
Er wordt een ziels lichaam gezaaid. Dat moet ik even toelichten, want in de gangbare vertalingen – volgens mij ook in de Statenvertaling, maar daar blijf ik nu even vanaf – vertaalt bijvoorbeeld de NBG-vertaling dit woord met 'natuurlijk'. En dat is natuurlijk niet goed. Het grappige is dat het Grieks ook gewoon een woord kent voor natuur en natuurlijk, maar dat is niet wat hier wordt gebruikt. Ons woord 'fysica' komt eigenlijk ook weer uit het Griekse physis, en dat heeft te maken met de natuur, de natuurlijke dingen. Maar de tegenstelling die Paulus hier maakt, is niet een natuurlijke.
Kijk, het probleem is vaak ons taalgebruik, en ik denk dat dit ook weer een beetje theologisch is ingegeven. Het idee dat we altijd horen, is dat ziel en geest ongeveer hetzelfde zijn; wij maken vaak geen verschil tussen die beide. Terwijl juist hier dat contrast zo sterk getekend wordt: er wordt een ziels lichaam gezaaid en er wordt een geestelijk lichaam opgewekt. Dat is juist het contrast. Omdat het hele idee van ziel en geest in de praktijk vaak op één hoop werd gegooid, zie je dat ook in ons taalgebruik: iemand heeft geestelijke problemen en hij gaat naar een psycholoog, dat wil zeggen een zielkundige. Waarmee werkt ze? Ja, met de ziel of de geest... Maar er staat in Hebreeën 4 dat het Woord van God een scherp, tweesnijdend zwaard is en het scheidt vaneen. Daar staan diverse dingen, maar onder andere ook: het scheidt vaneen ziel en geest. Dat wil zeggen dat woorden van mensen die dingen op één hoop gooien, maar het Woord van God is scherp en onderscheidt die dingen juist heel duidelijk. Ziel en geest.
Dit is dus geen natuurlijk lichaam, maar het is een zielslichaam. Oké, dat is niet echt een gangbaar woord. Je zou kunnen zeggen: als het opgewekte lichaam 'geestig' is, dan zou dit een 'zielig' lichaam zijn. Nu is 'zielig' wel een Nederlands woord, maar dat heeft weer de associatie dat het meelijwekkend is. Dat klopt trouwens ook wel, maar dat is weer niet de echte gedachte. Taal kan soms best wel ingewikkeld zijn. Dus om het toch goed weer te geven, zeg ik: het is een zielslichaam. Je begrijpt het.
Het idee daarbij is interessant als je kijkt naar wat Paulus zegt. Hij gebruikt hier in het Grieks de term soma psuchikon. Het woord soma kennen we wel van de term 'psychosomatisch'. Dat is wat hier eigenlijk staat. Er bestaat een hele tak van de medische wetenschap genaamd psychosomatiek. Dat heeft te maken met de mate waarin onze lichamelijke toestand in sterke mate wordt beïnvloed door, of zelfs gedomineerd wordt door de psyche. Dit lichaam is 'psycho'; het wordt door de psyche beheerst, of in ieder geval heel sterk daardoor beïnvloed. Het staat onder de regie van de ziel. Het besturingssysteem van dit lichaam is de psyche, de ziel. Bij psychosomatisch denken we aan allerlei dingen: je bent angstig en je gaat zweten. Dat is een psychische toestand en dat heeft dan een lichamelijke uitdrukking of expressie. Bij psychosomatiek denkt men ook aan neurologische stressstoornissen; zulke psychische toestanden hebben een direct of indirect effect op het lichaam.
Dit lichaam is dus ziels. In de Bijbel, met name in het boek Spreuken, zie je daar nogal wat voorbeelden van. Spreuken 17:22 vind ik een mooie: "Een vrolijk hart bevordert de genezing." Dat is geen garantie voor genezing, maar het is wel goed, zoals we zeggen dat een appel goed is voor de gezondheid. Een vrolijk hart bevordert de genezing; dat is de positieve, psychosomatische kant. De negatieve kant vind je in hetzelfde vers: "Maar een verslagen geest doet het gebeente verdorren." We kennen allemaal hoe dat werkt tussen de psyche en het lichaam. Zelfs de houding die je aanneemt speelt mee: als je gedeprimeerd of neergeslagen bent, dan kijk je ook letterlijk neergeslagen; je kijkt naar beneden in plaats van omhoog. Er zit zoveel eenheid tussen die twee dingen, de psyche en het lichaam, de soma. Dat kun je niet uit elkaar halen; het heeft direct met elkaar te maken. En dit lichaam, daar gaat het nu maar om, is ziels.
Er zit trouwens nog even iets aan vast wat je ook goed moet onthouden: de Bijbel zegt dat de ziel in het bloed is. Je vindt dat letterlijk zo in Leviticus 17 vers 11. In feite had ik het zojuist over de theologische gedachte dat de ziel eigenlijk hetzelfde is als de geest. In de Griekse filosofie was het ook zo dat de mens een onsterfelijke ziel heeft, en dat is gewoon rechtstreeks overgenomen in de christelijke theologie. Men spreekt ook over de onsterfelijke ziel, maar de Bijbel doet dat nooit; de Bijbel spreekt over de ziel die sterft. De ziel is ook trouwens wat we gemeen hebben met het dierenrijk. De eerste vijf keren dat het woord ziel gebruikt wordt in de Bijbel, in Genesis 1, gaat het over dat wat wemelt in de oceanen en de zeeën. Dat zijn levende zielen, maar dat zijn dieren. Een plant is geen ziel, want die beweegt niet en wemelt niet. Het is wel een levend wezen, maar het is geen ziel. Dieren zijn zielen, maar een mens heeft ook in die zin geen ziel; hij IS een ziel. Ik zal dat straks ook nog laten zien.
Het zielse is juist datgene wat we gemeenschappelijk hebben met de dierenwereld, het animale. Dat is ook logisch als je je realiseert dat de essentie daarvan in het bloed is. Je ziet het ook heel mooi in de Hebreeuwse taal, waar de mens uit de aardbodem is genomen. Het woord voor mens in het Hebreeuws is Adam. Het woord voor aardbodem is adamah. Dat is eigenlijk een vrouwelijk woord, 'moeder aarde'; de mens komt uit de aardebodem voort. Daarbij is ook de gedachte dat de rode aarde, adom – dat is de kleur rood – verbonden is met het woord dam in adamah. Dat woord dam is het woord voor bloed. Dus Adam wil eigenlijk zeggen: de alef verbonden met bloed, met dam. Om een lang verhaal korter te maken: het is heel bijzonder hoe die verwante betekenissen met elkaar verband houden. Maar het idee is inderdaad: de mens is uit de aarde genomen en dit lichaam wordt ook beheerst door bloed.
Dat is een contrast, want er wordt later een geestelijk lichaam opgewekt. Hier heb ik hetzelfde probleem weer, namelijk met het woordje 'geestelijk'. Net hadden we het erover dat het een beetje raar is om te zeggen: een 'zielig' lichaam, omdat dat andere gedachten oproept. Maar dat heb je eigenlijk ook weer bij een geestelijk lichaam, want dan denk je al gauw aan een onstoffelijk lichaam. Bij ons heeft 'geestelijk' trouwens ook nog andere associaties: een geestelijke is een ambt of iemand die in een bepaalde religieuze functie is. Of we denken aan geestelijke activiteiten, en dat bedoelen we dan vrome, godsdienstige praktijken. In het Grieks staat hier echter, naast de term soma psuchikon voor het zielse lichaam, de term soma pneumatikon. Dat lichaam dat in de aarde gezaaid wordt, is dat zielse lichaam: vergankelijk, in ontluistering, maar ook inderdaad ziels. Wat echter opgewekt wordt, is een pneumatisch lichaam, en dat is dus niet onstoffelijk. Je leest van de Heer Jezus dat Hij op de dag van Zijn opstanding verschijnt in het midden van Zijn vrienden. Dan lees je dat ze in eerste instantie dachten een geestverschijning te zien, maar dan zegt Hij: "Nee, nee, nee..."
Dan vraagt Hij om een moot gebakken vis. En dan zegt Hij: "Zie... want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals Ik wel heb." Vlees en beenderen; het is dus een concreet lichaam. Zeker. Maar toch spiritueel of pneumatisch.
En nu komt dit – en dat is ook waarom ik zojuist even die link met het bloed legde. Er staat even later in ditzelfde hoofdstuk, 1 Korinthe 15, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet zullen beërven. Dat opstandingslichaam is weliswaar vlees en beenderen, maar geen vlees en bloed. Het is geen ziels lichaam, maar een pneumatisch lichaam.
En dan ga ik iets zeggen wat ik totaal niet begrijp. In dat lichaam stroomt namelijk geen bloed door de aderen. Waarom niet? Het is geen ziels lichaam, maar een pneumatisch lichaam. Er stroomt dus iets anders door de aderen. Dat is niet ziels, dat is geen bloed, maar dat is pneuma. En nu gaat mijn verstand hierbij stilstaan. Wat is dat dan? Geen idee. Het is pneuma, het is kracht. Maar hoewel ik kan zeggen dat ik geen idee heb, heb ik eigenlijk wel een idee.
Dit huidige lichaam wordt namelijk helemaal beheerst en bestuurd door de psyche. Maar dat opstandingslichaam wordt beheerst door pneuma. En zelfs zodanig dat... ja, daar kun je je eigenlijk niets bij voorstellen. Maar zo werkt het: daar waar de geest wil zijn en hoe de geest wil zijn, hoe hij zich wil manifesteren, daar is hij.
Het heeft dus niet de beperkingen die wij hebben. Ik bedoel, ik kan er nu wel aan denken dat ik in Johannesburg rondloop, maar ja, dat gaat niet. Als ik daar wil zijn, moet ik eerst in een vliegtuig stappen; een hele reis. Maar dat opstandingslichaam is pneumatisch. Je leest ook over de Here Jezus op de dag van Zijn opstanding. Hij verscheen te midden van de discipelen. Hij kwam niet gewoon "binnen"; sterker nog, de ramen en deuren waren gesloten, en toch stond Hij ineens in hun midden. Hoe kan dat? Nou, het is een pneumatisch lichaam. Daar waar de geest wil zijn, daar is het.
Jongens, dit is... We hebben vorige week ons huis een beetje verbouwd, een trap aangepakt, er is wat gerenoveerd en zo. Daar kun je dan enthousiast over zijn en denken: "Wauw, geweldig!" Of je krijgt een nieuwe computer of een nieuwe auto. Maar dit is toch wel van een heel andere orde. Dat je een lichaam krijgt in onvergankelijkheid, in heerlijkheid, in kracht; een lichaam dat pneumatisch wordt bestuurd.
Wij zeggen nu vaak: "De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak." Ja, maar in dat opstandingslichaam – daar waar de geest wil zijn, daar is het! Dat is haast onvoorstelbaar. Maar we voelen natuurlijk allemaal aan ons water dat dit zo ontzettend groots is. Niet beheerst door de psyche, niet door de ziel, niet door het bloed, maar een pneumatisch lichaam.
Excursie 1 Korinthe 2: de Zielsmens Versus de Pneumatische Mens ↑ hoofdstukken
Ja, en dan ga ik eventjes een uitstapje maken, een excursie of een excursus. Want we hebben het nu over 1 Korinthe 15 en dat gaat over het zielse lichaam of het pneumatische lichaam. Dat woord pneumatisch gebruik ik eigenlijk liever, want bij spiritueel en geestelijk hebben we vaak andere associaties. Je zou kunnen zeggen: een 'geestig' lichaam. Ik vind die term eigenlijk wel mooi hoor. 'Zielig' en 'geestig' vormen bij ons ook een contrast, en dat komt volledig overeen met de Bijbelse gedachte. 'Ziel' heeft bij ons te maken met zielig en wat deerniswekkend, daar word je niet direct blij van. Maar iets wat 'geestig' is, ja, daar word je juist wel vrolijk van. Welnu, de boodschap van het evangelie is geestig tot op het bot — ook weer zo’n leuke beeldspraak.
Maar waar we het in hoofdstuk 15 hebben over het zielse lichaam en het pneumatische lichaam, daar heeft Paulus het in 1 Korinthe 2 niet over het lichaam, maar over de zielse en de pneumatische mens. Dat is net even wat anders en ik wil daar graag op wijzen. In 1 Korinthe 2, hetzelfde Bijbelboek dus maar een aantal hoofdstukken eerder, spreekt Paulus daar ook over. Ik moet opnieuw zeggen dat de vertalingen ons hier totaal niet in helpen. Dat is nou weer het grote voordeel als je een interlineair hebt; dan zie je gewoon woord voor woord hoe het er precies staat. In de NBG-vertaling staat dat een 'ongeestelijk mens' de dingen van de Geest van God niet aanvaardt. Maar er staat niet 'ongeestelijk', er staat 'ziels', een psuchikos. Er staat ook niet 'natuurlijk mens', zoals andere vertalingen ervan maken. Er staat dus een zielsmens.
Kijk, dat is belangrijk. We hebben allemaal, zoals we hier zitten, een ziels lichaam. Dat is onvermijdelijk; dat houdt een keer op en wordt dan in de aarde gezaaid. Maar niet iedereen is een zielsmens. Paulus heeft het hier over een zielsmens en een pneumatisch mens. Wat is een zielsmens? Dat is een mens die ziels georiënteerd is, primair gericht op het zielse, namelijk op de psyche. En wat kenmerkt die psyche? Dat zijn de sensaties. Dat is ook precies wat we gemeenschappelijk hebben met de dierenwereld. Een dier is een ziel en kent ook emoties en sensaties, die dan weer veroorzaakt worden door de zintuigen. Een zielsmens is iemand die georiënteerd is op dat zielse, op de sensaties en emoties die dat teweegbrengt. Is daar iets mis mee? Met die emoties en met dat zielse op zich niet, maar wel als je daarop georiënteerd bent. Dat wil zeggen dat je daar primair op gericht bent en er eigenlijk door bestuurd wordt.
Dat is een enorme handicap en Paulus legt hier uit waarom dat zo is. Een zielsmens ontvangt niet de dingen van de Geest van God. Dat kan hij namelijk ook niet. Hier zie je feitelijk het contrast tussen ziel en geest. Hij ontvangt de dingen van de Geest van God niet, want 'geest' staat in de Bijbel per definitie voor dat wat je niet kunt zien. In feite kun je heel goed verdedigen dat het woord geest een containerbegrip is dat staat voor alles wat aan het zicht is onttrokken. In het Hebreeuws is dat ruach en in het Grieks pneuma. Het is de wind; het is ook adem. Dat kun je horen en voelen, maar je kunt het niet zien. Het geldt voor demonen, voor engelen en voor God zelf. Kortom: alles wat onttrokken is aan het zicht, dat is wat geest is.
Een zielsmens ontvangt de dingen van de Geest van God niet. En hoe komen die dingen van de Geest tot ons? Nou, niet via zicht, maar via het gehoor. Zoals de Heer Jezus dat ook zegt: je hoort de wind, je hoort zijn geluid en je ziet de effecten ervan door de bomen die bewegen, maar je ziet de wind zelf niet. Het is kracht, het is power, maar je ziet het aan zich niet. Geloof is uit het horen; God bedient zich van Zijn woord. Een zielsmens is daar niet op afgestemd. Hij 'ontvangt' niet, zoals wij dat ook zeggen in verband met radio- of tv-signalen: je hebt daar geen ontvangst, je hebt er geen antenne voor. Een zielsmens vindt het dwaasheid. Dat is hem niet eens kwalijk te nemen, want hij kán het simpelweg niet kennen, omdat het slechts op geestelijke wijze te beoordelen is.
Hier staat in het Grieks een woord dat ik heel graag wil meegeven, want dit is heel belangrijk. Voor 'beoordeeld' staat daar het woord anacrino. Dat 'ana' is een voorzetsel dat 'opwaarts' betekent en 'crino' kennen wij van crisis, maar ook van kritiek. Het heeft te maken met oordelen, het vermogen om dingen te beoordelen. Anacrino betekent dus 'kritisch beoordelen'. Het woord komt een keer of vijftien voor in het Nieuwe Testament en wordt vaak vertaald met 'onderzoeken' of, zoals in 1 Korinthe 10, met 'navraag doen'. Als je concordant wilt vertalen en het woord anacrino altijd met dezelfde term wilt weergeven, dan zou je moeten zeggen: 'kritisch beoordelen'. Je checkt de dingen.
Het mooiste voorbeeld hiervan vind ik in Handelingen 17. We hadden het er deze dagen al over: de Bereanen. Je leest dat Paulus in Berea arriveert nadat hij uit Thessalonica is gekomen. Er staat dat zij die in Berea waren, zich gunstig onderscheidden van hen in Thessalonica. Waarom? Omdat zij dagelijks de Schriften nagingen of de dingen die Paulus hun doorgaf, ook werkelijk zo waren. 'Nagingen', daar staat weer dat woord anacrino. Hieruit blijkt dat de dingen van de Geest van God slechts gekend worden door degene die dat op een geestelijke, pneumatische wijze ontvangt. Wat betekent dat? Hij checkt de dingen. Hij gaat de dingen na. Hij onderzoekt het.
Daarmee kom je op een prachtige beschrijving van wat een pneumatisch mens is. Een geestelijk mens is niet iemand die alleen maar bezig is met wat wij vaak onder 'geestelijke activiteiten' verstaan: dat je met vrome dingen bezig bent of met je handen staat te zwaaien omdat je in extase bent. Allerlei dingen die wij als geestelijk aanduiden, zijn in werkelijkheid vaak ziels. Ik bedoel: je komt in een kerk of een kathedraal en je hoort die geweldige geluiden, die akoestiek, je ziet de gebrandschilderde ramen en dat imposante gebouw. Dat zijn allemaal dingen die de zintuigen prikkelen en positieve sensaties oproepen. Of denk aan een concert met allerlei lichteffecten waarvan mensen zeggen: "Nou, dat is geestelijk!" Nee, het is misschien 'geestig' in de zin van leuk, maar het is zo ziels als het maar kan. Dat bedoel ik niet eens veroordelend; ik wil alleen maar zeggen dat het de zintuigen triggert en dat is waardoor je aangesproken wordt. Heel veel dingen waarvan we zeggen dat ze geestelijk zijn, zijn in feite puur ziels.
Dan zegt de mens: "Nee, als je het Bijbels benadert, dit is zo’n ziel zoals het maar kan." Weet je wat pneumatisch is? Een zielsmens is georiënteerd op die dingen, maar een pneumatisch mens, waardoor wordt die gekarakteriseerd? Wel, doordat hij de dingen kritisch beoordeelt. Dat is in feite wat hem kenmerkt. De pneumatische mens zoekt namelijk waarheid, en daarom onderzoekt hij de dingen, gaat hij de dingen na en checkt hij ze: klopt het wel?
Een zielsmens – laat ik het even heel plat zeggen: een dier – is niet geïnteresseerd in waarheid. Nee, die volgt zijn zin. Trouwens, zo is hij ook gemaakt; hij kan nu niet anders. Maar een pneumatisch mens is iemand die de waarheid zoekt. En de enige manier om dat te ontvangen, is door de dingen na te gaan en te checken. Klopt dat? In het algemeen is dat zo: dat je wilt weten wat er op je afkomt en dat je geïnteresseerd bent in waarheid, dat is een pneumatische kenmerking. Je wilt weten en je wilt de waarheid kennen. En dat geldt zeker natuurlijk als we het hebben over de dingen van het Woord van God.
Er komen zoveel boodschappen op ons af die zich allemaal voordoen als goddelijk. Maar een geest... ik bedoel, zelfs Paulus kwam daar in Berea, en die mensen daar – sorry dat ik het zo oneerbiedig zeg – die onderscheidden zich gunstig omdat ze zelfs wat Paulus zei checkten. Zij checkten of die dingen die Paulus claimde – hij deed de Schriften open – inderdaad zo waren. Ze gingen er dagelijks mee aan de slag en ze konden natuurlijk niet anders dan het bevestigen, want Paulus gaf gewoon de bonnetjes erbij. Hij zei: "Kijk alsjeblieft, hier staat het. Ga het maar na." Een pneumatisch mens heeft passie voor de waarheid en daarom checkt hij de dingen. Hij wilt in de eerste plaats de dingen weten.
Nogmaals, ik zit hier geen pleidooi te voeren tegen gevoel. Maar een pneumatisch mens is primair georiënteerd op het weten van de waarheid. Daar gaat het om. Dat je er blij van wordt en dat je van alles kunt oppikken en dat het je triggert: allemaal tot je dienst. Maar waar het om gaat: een pneumatisch mens, een geestig mens of een geestelijk mens, die wil het weten. Daarom checkt hij, gaat hij na en onderzoekt hij. Ik moet zeggen, voor mij was dat een enorme eye-opener toen ik het verschil ging zien tussen 'ziels' en 'pneumatisch', tussen psyche en pneuma.
Op zulke dingen moet je gewezen worden. Want ja, als je gewoon aan tafel de Bijbel leest en je ziet daar staan 'een natuurlijk mens' of 'een ongeestelijk mens', tja, dan heb je weer zoiets. Maar een pneumatisch mens wil weten: "Ja, maar staat dat er wel echt? Klopt dat?" En wat je dan altijd ontdekt, is dat de waarheid zoveel grootser is, mooier is en dieper is. Dat is ook het kenmerk van waarheid: de waarheid is consistent en coherent. Het klopt gewoon. Waarom? Omdat het waar is. En de waarheid nodigt ook altijd uit om te onderzoeken.
Ik heb een prachtig boek in de kast staan dat een aantal van jullie wellicht nog kennen van destijds, van P. de Bruin: 'Geen geloof zonder bewijs'. In dat boek staat een prachtige zin: "De leugen vreest het bewijs, omdat het bewijs de waarheid aan het licht brengt." De waarheid wil onderzocht worden. De leugen niet; die wil juist dingen verdonkermanen, want op het moment dat je gaat onderzoeken, komt de leugen aan het licht. Daarom is de leugen bang voor bewijs. Maar de waarheid niet. Integendeel.
Als ik wil weten of deze tafel stevig is, dan moet ik er een goede schop tegen geven. En als hij dan blijft staan: kijk, dat is een stevige tafel. Dat is met de waarheid ook zo. Hoe weet je dat het inderdaad stevig is, dat het staat? Nou gewoon, schop er maar tegen. Onderzoek het kritisch, bevraag het maar. En als het dan nog blijft staan... dat is de moeite waard. Dat is de waarheid: die kan niet stuk.
Goed. We gaan weer even terug naar het onderwerp. Dit was even een excursie, een uitstapje over de zielsmens versus de geestelijke mens. Ja, sorry Petra, die denkt: "Goh, we gaan vooral nog koffiedrinken, de ziel wil ook nog wat, hè?" Nee, we gaan nog even terug, want ik heb nog een paar dingetjes.
De Eerste en Laatste Adam: Eerst het Zielse, Daarna het Pneumatische ↑ hoofdstukken
Paulus zegt dan: indien er een zielslichaam is... Dat hadden we zojuist al vastgesteld; dit lichaam is ziels. Hij zegt dat er dan ook een geestelijk of pneumatisch lichaam is. En de aardigheid daarvan is – ik vind dat prachtig – dat het betekent dat dit zielse slechts een introductie is, een voorbeeld. Het moet er eerst zijn, maar het is alleen maar om iets anders te brengen. Het dient ter introductie van het geestige. In feite is dit hele bestaan, met al zijn mankementen en zijn negatieve kanten, een donkere achtergrond die God nodig heeft om het licht van dat wat Hij wil brengen en wat Hij voornemens is te realiseren, te laten schitteren. Het dient allemaal als de donkere achtergrond om dat te etaleren. Zoals dat in een etalage gaat: als je een juweel wilt laten schitteren, dan kies je een donkere achtergrond om het te laten uitkomen.
Paulus zegt: indien er een zielslichaam is, is er ook een geestelijk lichaam. Hij zegt: "Zo is er ook geschreven," en daarvoor verwijst hij naar Genesis 2 vers 7. De eerste mens, Adam, werd tot een levende ziel. Er staat niet dat hij een ziel kreeg; hij wérd een ziel. Ik gaf al eerder aan dat dit in feite de zesde keer is dat het woordje 'ziel' in het boek Genesis gebruikt wordt. In de vijf keren daarvóór werd het gebruikt ter aanduiding van dieren. En nu werd Adam ook een ziel. Zijn lichaam werd genomen uit de stof, uit de aardbodem, en God blies de levensadem in hem en alzo werd hij een levende ziel. Als hij de adem weer uitblaast, is hij een dode ziel – dat is trouwens ook een Bijbelse term.
De eerste mens Adam werd tot een levende ziel, maar – en nu komt het – de laatste Adam werd tot een levendmakende geest. Ik heb begrepen dat dit het onderwerp was van Job Eckhardt, die dat een paar dagen terug heeft toegelicht, dus daar hoef ik niet zoveel over te zeggen. Maar kijk eens waarom Hij Adam heet: omdat Hij de mensheid representeert. Adam is gewoon het woord voor 'mens'. Heel de mensheid is af te leiden van Adam; Hij representeert de mensheid, maar Hij sluit ook heel de mensheid in. "In Adam sterven allen" – dat is 1 Korinthe 15 vers 22. Zoals in Adam allen stervende zijn – niet 'leven', maar 'stervende' zijn; dat is wat we zijn: stervelingen – zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt.
En Hij heet dus de 'laatste'. Ja, de laatste. Hij is trouwens niet de 'tweede Adam'; dat wordt wel zo gezegd, maar het is de 'laatste Adam'. Wat is het verschil? Wel, dat betekent dat Hij de definitieve versie is. Het is de tweede soort mens, de tweede mens, maar het is de laatste Adam. Het is dus niet zo dat het bij Adam ooit 'mis' ging, tussen aanhalingstekens, en dat je je moet afvragen waarom het bij de tweede Adam dan niet weer mis zou kunnen gaan. Nee, Hij is de laatste; Hij is de definitieve versie. Maar om een laatste Adam te hebben, heb je natuurlijk eerst een eerste Adam nodig. Hij is de definitieve: Christus Jezus, de opgewekte uit de doden, de eersteling.
Hij is een levendmakende geest. Dus zoals via de eerste Adam de dood doordrong tot alle mensen – dat proces is nu nog steeds gaande – zo dringt via de laatste Adam het leven door tot alle mensen. Alleen staat er dan bij in vers 23 van 1 Korinthe 15: niet allemaal tegelijk, maar ieder in zijn eigen rangorde. Christus als eersteling, tweeduizend jaar geleden; vervolgens zij die van Christus zijn in Zijn parousia, en uiteindelijk de rest. Gewoon iedereen dus, namelijk wanneer Hij het koninkrijk zal overdragen aan God de Vader. Over die volgorde gaat het nu niet, het gaat erom dat het zal gebeuren. Hij is de laatste Adam, een levendmakende geest. En dat leven wat deze laatste Adam aan het licht bracht, dat wordt een deel van heel de mensheid. Wat een bevrijding, man! En wat een leven, wat een opstandingslichaam! Ik hoop dat dat goed tot ons allemaal is doorgedrongen. Wat wacht ons nog? Onvergankelijk, in heerlijkheid, in kracht, pneumatisch... wat het ook allemaal precies mag betekenen, maar het is allesovertreffend en universeel.
Het laatste wat ik wilde zeggen is dit. Paulus zegt: maar niet eerst het geestelijke – het pneumatische – maar het zielse, en vervolgens het pneumatische. Dus er is een orde. Toen God Adam maakte tot een levende ziel, was dat voorlopig. Het verhaal dat het toen mis is gegaan en dat God toen op 'Plan B' zou moeten overschakelen, is gewoon nonsens. Dat is echt niet waar. Als je dat denkt, dan heb je geen God, want bij God kan er nooit iets misgaan; Hij plaatst alles. Er staat ook gewoon expliciet: eerst het zielse, daarna het pneumatische. De eerste Adam diende om de laatste Adam te introduceren. God begint uiteraard niet met het tweede; Hij begint met het eerste. Waarom? Om het tweede, het laatste, het definitieve te stellen, want dat is namelijk het volmaakte. In Genesis 1 zie je: "het was goed". Ja, het was goed voor de bedoelingen die het toen diende, maar het was niet het beste. Nee, het beste komt nog. God heeft het beste voor het laatste bewaard. En dat betekent dus dat alles – het vergankelijke, de oneer, de zwakte – geen bedrijfsongeval is geweest waardoor God moest overschakelen op een mindere versie. Integendeel: het is allemaal Zijn design, zodat we werkelijk een God hebben met een volmaakt plan dat Hij uitwerkt, en waarbij het ultieme absoluut zeker gerealiseerd wordt door alle wereldtijdperken heen.
UltimateGoodNews