GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

de onthulling van een geheim

24-07-2022 - Geplaatst door Andre Piet
zondagochtend 24 juli 2022, Epe

Aan het eind van de Romeinen-brief brengt Paulus een ode aan “de alleen wijze GOD”. En in een tussenzin (jawel!), brengt Paulus het geheim naar voren dat gedurende aeonische tijden was verzwegen maar nu in het bijzonder aan en via hem is onthuld. Het heeft te maken met waar God in de huidige tussentijd van Israëls verwerping, mee bezig is.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

In deze studie staat de lofprijzing aan het slot van de Romeinenbrief centraal, waarin een verborgen geheim wordt onthuld. Dit geheim, dat aeonische tijden lang verzwegen was, behelst Gods plan om in de huidige tussentijd het evangelie genadig naar de natiën te zenden. Ware standvastigheid wordt niet gevonden in menselijke prestaties of werken, maar uitsluitend in de gehoorzaamheid van geloof door Gods belofte te beamen. God overziet als de alleen wijze God feilloos alle aeonen en brengt Zijn voornemen door Jezus Christus tot een heerlijke voltooiing.

“Het evangelie is nu juist een boodschap dat God volledig voorbijgaat aan onze werken en ons geklungel en ons gedoe en onze eigen bedenksels.”

Introductie: de Romeinenbrief en Gods Gerechtigheid ↑ hoofdstukken

Een hele goede morgen vrienden in Epe. Geweldig om hier weer opnieuw te zijn. Dit keer ben ik samen met mijn vrouw gekomen. Niet vanuit Katwijk zoals we dat gewend zijn – want daar wonen we nu eenmaal – maar we verblijven een aantal dagen op camping Schoonhoven, dat ligt daar in de buurt van Assen. We zijn vanmorgen vanuit die omgeving hiernaartoe gereden. Dat is trouwens nog een heel eindje; ik dacht dat het vlak in de buurt lag, maar dat was een beste vergissing, zal ik maar zeggen.

Ik wil jullie heel graag meenemen naar de Romeinenbrief. Daarbij beginnen we niet bij het begin, maar we beginnen gewoon bij het eind. Dat is het slot van de Romeinenbrief en u ziet het, ik heb het als titel meegegeven: De onthulling van een geheim. Dat is niet zomaar een geheim, vandaar ook het plaatje 'Top Secret'. Het is met recht zo aan te duiden, maar dat ga ik u straks ook laten zien.

U begrijpt dat als we het hebben over de Romeinenbrief en ik direct naar het slot ga, ik wel wat oversla. Dan moet u sowieso weten: wat is die Romeinenbrief eigenlijk? Laat ik dat dan meteen maar even zeggen. De Romeinenbrief is de eerste brief die we van Paulus in het Nieuwe Testament aantreffen. Hij is ooit geschreven vanuit Korinthe, zoals u dat hier op dat plaatje ziet, en dat moet ergens rond het jaar 55 van onze jaartelling zijn geweest. Hij schreef de brief dus vanuit Korinthe en deze werd geadresseerd aan de ekklesia in Rome. In die tijd heeft Paulus deze brief geschreven. Hij was daar zelf trouwens nooit geweest, dat zegt hij ook omstandig. Hij had al diverse keren het voornemen gehad om Rome te bezoeken, want hij wilde hen zo graag van alles vertellen, maar vooral de geweldige waarheden van dat goede bericht dat hij onder de natiën mocht bekendmaken. Dat doet hij in deze brief heel fundamenteel en heel basaal.

Het is een lange brief; het is de langste die we van de apostelen aantreffen. Het ABC van de boodschap die God te melden heeft aan de natiën in deze huidige tijd, wordt hier uiteengezet: wie God is en hoe Hij Zijn belofte, die Hij van oudsher heeft gegeven, inmiddels vervuld heeft. Dat is eigenlijk ook waarom het evangelie evangelie is: God houdt Zijn woord. Hij doet recht aan Zijn woord en daarmee heb ik trouwens ook een van de sleutelbegrippen van deze brief direct aangestipt, want dat is de openbaring van Gods gerechtigheid of van Zijn rechtvaardigheid.

Nu is die rechtvaardigheid geopenbaard. Wat betekent dat? Wel, God doet recht aan dat wat Hij beloofd heeft. Hij vervult Zijn woord en ja, dat is een geweldige blijde tijding. Want die belofte die Hij heeft gegeven – dat Hij God is en dat Hij alle dingen op Zijn wijze recht gaat maken, recht gaat zetten en terecht gaat brengen – is nu in de essentie, in de kiem vervuld, namelijk bij de openbaring van Jezus Christus.

Dat zet hij uiteen en nog veel meer. Bekend zijn ook de hoofdstukken 9, 10 en 11, waarin hij dieper ingaat op een heel typisch kenmerk van de afgelopen tweeduizend jaar, waarin het evangelie eigenlijk Israël passeert. Israël heeft 'nee' gezegd tegen de Messias, niet alleen door Hem te kruisigen, maar ook in het boek Handelingen door het getuigenis van de opgestane Messias te verwerpen. Toen riep God een dertiende apostel. De twaalf richtten zich tot Israël, maar dat getuigenis werd niet geaccepteerd. Paulus brengt in die hoofdstukken naar voren dat God nu door hun verwerping het heil en de boodschap van redding naar de natiën laat gaan. Hun verwerping is de verzoening van de wereld. Wel, dat is de boodschap die hij uitdraagt en dat heeft hij, zoals gezegd, in deze zestien hoofdstukken uiteengezet. En dan krijgen we tenslotte...

De Slotlofprijzing en het Stilistische Intermezzo ↑ hoofdstukken

We komen nu bij een toegift vanaf vers 25, 26 en 27, en dat is de afsluiting van deze brief. Laten we die gewoon maar eens lezen. Die afsluiting is een lofprijzing, dat blijkt heel duidelijk: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken..." Ik moet erbij zeggen: dit is een lofprijzing, maar hij gaat hem pas later afmaken. U ziet hier een heel sterk fenomeen, en ik wil dat ook even visueel laten zien.

Bij de woorden "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken", verwacht je na dat "Aan Hem" direct de toeschrijving van alle glorie en eer, of wat hij dan ook wil gaan doen. Maar dan gaat hij vervolgens een tussenzin invoegen. Een lange tussenzin. Want kijkt u maar: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken", dat is vers 25, en het navolgende tot aan vers 27 is een tussenzin. Je ziet dat ook in de meeste vertalingen die dat duidelijk maken door haakjes te openen en te sluiten. Dat wil zeggen: dat is er tussen gevoegd. Hij pauzeert even en wijkt af van zijn lijn. In die pauze vertelt hij het een en ander, maar in vers 27 gaat hij weer door.

Als we de hele tussenzin even overslaan, staat er: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken... aan de alleen wijze God, zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de eeuwen", of tot in de aeonen, de wereldtijdperken. Ziet u? Dus vers 25 begint de lofprijzing en pas in vers 27 wordt die afgerond. En alles wat daar tussenin staat, dat is dus met recht een pauze, een interval of een intermezzo; een tussenzin. Voordat ik daar nog wat meer over wil zeggen, want dat is een heel fraai fenomeen, wil ik eerst nog eventjes dat ene zinsdeel benadrukken.

Ware Standvastigheid Door Paulus' Evangelie ↑ hoofdstukken

Aan Hem nu. En wie dan? Wel, Hij die bij machte is jullie standvastig te maken, zo schrijft Paulus aan de gelovigen in Rome, maar over hun hoofd heen ook aan ons. Hij is bij machte jullie standvastig te maken, dat wil zeggen: om jullie vast te stellen. En de grote vraag is — dat was toen zo, maar dat is vandaag denk ik in nog veel sterkere mate het geval — hoe is het mogelijk dat een mens werkelijk vastheid vindt in dit bestaan, in dit leven? Dat hij stabiliteit heeft en vrede? Want dat heeft allemaal te maken met standvastigheid. Standvastigheid wil zeggen dat je stevig staat, dat je niet heen en weer bewogen wordt door alle ontwikkelingen en door alles wat er op je afkomt. Alles wat je ingefluisterd wordt, alles wat de media toeteren en weet ik wat allemaal. Je wordt zo gemakkelijk heen en weer bewogen. En als je niks doet, als je niet standvastig bent, dan word je vanzelf heen en weer bewogen; daar zorgt de golfslag of al die invloeden die ons bereiken wel voor.

Maar hoe is het nou mogelijk dat je standvastig bent? Wel, het antwoord is: omdat God bij machte is dat te doen. Er is er één, en dat is nogal logisch, degenen die ons gemaakt heeft: Hij is God en Hij is bij machte ons vast te doen staan. En waarom zegt Paulus dat? Omdat hij nu ook gaat uitleggen hóé God dat doet. Hoe maakt Hij mensen standvastig, tot en met de gelovigen in Rome aan toe? Maar ook nu, in die tussentijd die toen is begonnen en die nu nog steeds doorloopt. Hoe maakt God mensen vandaag standvastig? Dat doet Hij volgens — en je ziet het er meteen achteraan staan — volgens mijn evangelie.

U ziet het: dit was de lofprijzing en dan begint die tussenzin waar ik het zojuist over had: "volgens mijn evangelie en de proclamatie van Jezus Christus". U ziet trouwens wellicht, wanneer u even meeleest in uw eigen vertaling, dat Paulus hier een tussenzin aanvangt die wordt aangeduid met die haakjes. Dat is ook wat ze noemen 'stilistisch'. Het is niet alleen maar een tussenzin omdat Paulus denkt: ik doe dat er ook nog even bij. Nee, door het feit dat hij het zo doet, geeft hij uitdrukking aan de waarheid die hij uitspreekt. In de stijl wordt een gedachte tot uitdrukking gebracht. Waarom gebruikt Paulus een tussenzin? Omdat de huidige tussentijd waarin wij nu leven een tussentijd is, een onderbreking, een pauze. Dat is wat hij in deze tussenzin ook beschrijft.

Kijk, waarom een tussentijd? Laat ik het zo zeggen: je hebt aan de ene kant in het verleden, tweeduizend jaar geleden, de komst van Jezus Christus. Dat was de vervulling van de belofte. De gedachte en de prediking was: Israël zal tot erkenning komen van wie de Messias is. Je leest dat ook in het boek Handelingen, vooral in hoofdstuk 3, waar aan Israël de Messias wordt gepredikt. Er wordt gezegd: "Kom tot bekering". En als jullie als natie tot bekering komen, dan zal de Messias ook terugkeren en dan gaat Hij via het volk van Israël heel de wereld zegenen. Dan zal het Messiaanse Rijk aanbreken. Dat was de gedachte in het boek Handelingen: nu, in onze dagen, gaat het Koninkrijk baanbreken en geopenbaard worden in deze wereld, via Israël.

Maar wat gebeurt er in het boek Handelingen? Israël wijkt, zij verwerpen de Messias. En door hun verwerping breekt er een tussentijd aan. Gaat God die belofte dan niet vervullen? Ja natuurlijk wel. God laat nooit varen de werken van Zijn handen. Zoals zojuist bij de inleiding ook even werd opgemerkt: Hij is een goed werk begonnen, en dat wordt misschien onderbroken, maar Hij laat het niet los. Hij zet het voort op Zijn tijd. Dat geldt hier ook. Dat wat God voornemens was om via Israël te vervullen, namelijk de komst en de openbaring van Zijn vrederijk en Messiaanse Rijk, dat gaat vervuld worden. Alleen: er is een pauze ingelast. Dat is trouwens geen foutje of zo, dat God zegt: "Oei, dat is een bedrijfsongeval, nou moet ik eventjes op plan B overschakelen." We zullen zien dat dit allemaal gepland was. Dat vind ik altijd een geweldige gedachte: bij God gaat nooit iets mis. Ik bedoel: nooit iets mis. En zelfs als het fout gaat, gaat er nog niks mis. Ja, die moet u even goed overdenken, maar het is echt waar.

In die tussentijd, de tijd van Israëls verwerping van de Messias, schuift God een andere apostel naar voren. Niet één van de twaalf, maar een dertiende. Wij zeggen dan: dat is een ongeluksgetal. Maar welnee, dertien heeft altijd te maken met een omwenteling. Dat wisten die mensen in Jericho ook, heeft u dat wel eens opgemerkt? Hoeveel keren hebben ze om Jericho heen gelopen? Bij de dertiende keer, toen werd de stad ingenomen. Er zijn wel meer mooie voorbeelden van, maar goed. In deze tijd gaat het evangelie nu niet via Israël naar de volkeren, maar juist buiten Israël om. God roept een hoogste apostel feitelijk in het buitenland: dat is Paulus. Zijn naam heeft ook alles met pauze te maken, met een onderbreking. En nu gaat het evangelie buiten Israël om naar de natiën. Dat was onbekend, dat was altijd onbekend. Altijd was er de gedachte: als de Messias komt, dan breekt Zijn Koninkrijk aan. Vraag het maar eens aan een Jood waarom hij niet gelooft dat Jezus de Messias is. Dan zal hij zeggen: "Nou, als Hij de Messias zou zijn, dan zou het Messiaanse Rijk zijn aangebroken, want daar lees ik over in de profetieën." En ja, dat is niet gebeurd. Dat heeft nou allemaal te maken met deze tijd waarin alles verborgen, geheim en bedekt is.

Dat is ook wat Paulus noemt "mijn evangelie". Hij noemt dat in Galaten 2 vers 7 het "evangelie van de voorhuid". Dat is een beetje een technische term, maar om niet al te veel in detail te treden: dat staat tegenover de besnijdenis. Dus je hebt de besnijdenis en je hebt de voorhuid. De mensen die niet besneden zijn, dat wil zeggen de natiën, dat is de voorhuid. Paulus' evangelie is 'heilig'. Dat wil zeggen: het heeft niets met de besnijdenis, niets met de rituelen, niets met Jeruzalem en niets met de tempel te maken. Het gaat er helemaal buitenom. En ja, Paulus benadrukt dat iedere keer: "dat is mijn evangelie". Is dat in strijd met de twaalf? Nee, maar hij wist meer. Het was een 'update', om het zo maar te zeggen.

Paulus is ook geroepen vanuit de hemel, toen de Heer al lang en breed ten hemel was gevaren. De Heer heeft hem niet alleen geroepen, maar Hij heeft hem ook persoonlijk onderwezen. Paulus heeft dat allemaal in zijn brieven naar voren gebracht en hij zegt: "Dat is mijn evangelie, speciaal aan mij bekendgemaakt en geleerd." Daarin speelt de besnijdenis dus helemaal geen rol. Het is mijn evangelie en dat is de "proclamatie van Jezus Christus". Daarmee bedoelt hij ook de wijze waarop Jezus Christus zich hoogstpersoonlijk aan Paulus heeft geopenbaard vanuit de hemel. Dat is waar hij vervolgens over spreekt: mijn evangelie, dat is die boodschap die de Heer Jezus Christus persoonlijk aan Paulus bekend heeft gemaakt. Welnu, hij zegt: "volgens mijn evangelie en de proclamatie van Jezus Christus", en daar komt het.

Top Secret: de Onthulling van een Verzwegen Geheim ↑ hoofdstukken

Waarom ik zojuist al wees op dat 'top secret' en op dat geheim? Er staat hier: het is allemaal volgens mijn evangelie, de proclamatie of prediking van Jezus Christus. Ja, en dan zegt hij erbij dat het ook is volgens, of in overeenstemming met, de onthulling van een geheim dat aeonische tijden verzwegen is. Ik zei al: dit wijkt wat af van de gangbare vertalingen. U ziet ook dat ik onderaan de tekst een interlineair heb vermeld. Dat wil zeggen dat het de tekst weergeeft zoals Paulus het oorspronkelijk optekende en woord voor woord weergaf, zodat we zo precies en zo letterlijk mogelijk bij de tekst komen zoals Paulus het ooit genoteerd heeft. We willen weten wat God in Zijn woord geopenbaard heeft en daar zo dicht mogelijk bij naderen. Welnu, daar is deze vertaling die ik u hier geef op gebaseerd.

De onthulling van een geheim dat verzwegen is. Een geheim is iets wat bekend is, maar slechts bij één of enkele mensen. Het is geheim, het is verzwegen, en hoe lang is het verzwegen? Aeonische tijden. Paulus brengt dit in zijn brieven heel vaak naar voren: dat aan hem een geheim bekend is gemaakt. Hij zegt dat hier aan het slot van deze Romeinenbrief, maar laten we het ook eens lezen in Kolosse 1. Daar schrijft hij over de ekklesia, de gemeente. Van haar werd ik een dienaar, naar het beheer van God dat aan mij gegeven wordt om onder jullie het woord van God te vervullen.

En dan zegt hij erbij: het geheim dat verhuld is sinds de aeonen, sinds die eeuwen en wereldtijdperken, en vanaf generaties, maar nu openbaar gemaakt werd aan zijn heiligen. Hier hebben we dus ook weer een geheim. En hoe lang is dat verzwegen? Gedurende al die wereldtijdperken en generaties die aan de onze voorafgegaan zijn. Nu is het niet langer verzwegen, maar bekend. Er staat nog bij dat God aan hen wil bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim te midden van de natiën: Christus te midden van jullie, de hoop der heerlijkheid.

Dat wil zeggen: waar is Christus nu? In Israël? Nee, nu niet. Straks wel, want straks gaat Hij regeren te midden van Israël. Maar nu is Hij op een verborgen wijze te midden van de natiën. Dat is de rijkdom van de heerlijkheid van dit geheim. Paulus spreekt zo vaak in superlatieven, in zulke grootse termen over hoe geweldig het is wat aan hem onthuld is. Ik heb er nog een voorbeeld van in Efeze 3. Daar zegt hij in vers 2: "Ervan uitgaande dat jullie horen van het beheer van de genade van God, dat aan mij gegeven wordt voor jullie, natiën, dat naar onthulling het geheim aan mij is bekendgemaakt." Zoals hij tevoren al in het kort schreef. In eerdere brieven had hij dat al kort aangestipt, maar nu gaat hij echt alle registers openzetten in die Efese brief.

Hij zegt er in vers 9 nog bij – ik lees daar een paar verzen over – om allen te verlichten over wat het beheer van het geheim inhoudt. Dan spreekt hij weer over dat geheim dat verhuld werd vanaf de aeonen in God, namelijk de God die het al schiep. God had een geheim en Hij heeft dat gedurende de wereldtijdperken, de aeonen, verzwegen en nu, via Paulus, geopenbaard. Ziet u hoe ongelooflijk bijzonder het is wat Paulus te melden heeft?

Het is altijd verborgen gebleven, en nu laat Paulus dat ook zien aan de hand van het Oude Testament. Er zijn allerlei dingen die heel cryptisch zijn. Cryptisch betekent hier gewoon 'verborgen'. Het zijn zaken die je niet direct begrijpt, en Paulus zegt: "Ja, maar dat komt omdat het te maken heeft met het geheim." Alles wat daar onder de oppervlakte verborgen ligt en wat men aanvankelijk niet zou begrijpen, nu het geheim geopenbaard is, vallen die stukjes zeg maar allemaal op hun plek. Zo werkt dat. Dat geheim vind je in die zin ook terug in het Oude Testament, want je ziet nu de gaten, de vragen en de dingen die je aanvankelijk niet zou begrijpen; die zijn nu duidelijk geworden. Nogmaals: er is een geheim onthuld. Paulus maakt ook duidelijk hoe lang dat verzwegen is, maar nu wordt het, via Paulus, bekendgemaakt.

Aionische Tijden en Gods Soevereine Wereldplan ↑ hoofdstukken

Het geheim wordt geopenbaard, de aeonische tijden. Dat wil zeggen — u vindt het misschien een vreemde term — de aeonische tijden. Als u een Statenvertaling hebt, dan staat er 'de tijden der eeuwen'. In de NBG-vertaling staat er meen ik 'eeuwige tijden'. Maar ja, het is een lastig begrip. Waarom? Omdat ze in onze vertalingen van het woord 'aeon' 'eeuwigheid' hebben gemaakt, en dat klopt niet. Dat blijkt sowieso al uit de term 'eeuwige tijden'. Wij spreken vaak over tijd en eeuwigheid als een contrast, weet je wel? Maar de Bijbel doet dat niet. De Bijbel kent tijden van jaren en tijden van dagen, maar er zijn ook tijden van aeonen, van wereldtijdperken. En die tijdperken hebben een begin en een einde. Vandaar ook dat het woord eeuwigheid gewoon niet klopt. Want bij eeuwigheid denken we per definitie aan iets wat geen begin of in ieder geval geen einde heeft. Nee, aeonen hebben juist wel een begin. We spreken zelfs over de tijd 'vóór de aeonen'.

Je zou daar een hele studie apart over kunnen geven, maar over die aeonische tijden kun je gewoon een kaartje maken. Ik heb dat wel eens gedaan en ik projecteer hem hier ook: de aeonische tijden. Deze uitdrukking komen we wel vaker tegen. De Bijbel onderscheidt er in ieder geval vijf. Je hebt de tijd 'vóór de aeonen' en dan... ach, ik ga het nu allemaal niet uitdiepen, maar ik wil maar zeggen dat we spreken over de voorbije aeonen of de huidige aeon. De huidige aeon loopt bijna ten einde. Dit wereldtijdperk loopt bijna op zijn eind. Er zijn nogal wat profetieën die allemaal gaan over het einde van deze eeuw, van dit wereldtijdperk. Daarna gaat de toekomende eeuw beginnen, waarin Christus inderdaad gaat heersen. Dan krijg je het Messiaanse Rijk, de duizend jaren, en daarna krijg je nog een aeon die dat weer gaat overtreffen. Uiteindelijk is daar de voleinding der aeonen. Zoals de aeonen ooit hun begin hebben gehad, zo zullen de aeonen uiteindelijk ook worden voltooid. Al die wereldtijdperken. Dan is heel Gods plan geregeld en is alles vervuld.

Dat zijn dus die aeonische tijden. Je leest in Efeze 3 ook dat God een plan van aeonen heeft, een plan van eeuwen. Het 'voornemen der eeuwen' staat er. Hij heeft een plan en Hij werkt dat uit. God heeft de tijd. Hij heeft de tijd gemaakt, de tijden, en Hij staat aan het begin en aan het einde. Alles gaat naar Zijn voornemen. Er zijn dingen die aanvankelijk onbekend waren, omdat Hij ze geheim gehouden heeft. Maar als een geheim geopend wordt, dan worden de dingen duidelijk. In ieder geval dit geheim waar Paulus het over heeft, daarvan zegt hij: het is aeonische tijden verzwegen, maar wordt nu openbaar gemaakt. Ook, zegt hij dan, door profetische geschriften. Dat wat al die wereldtijdperken onbekend, geheim en verzwegen was, daarvan zegt hij: het wordt nu geopenbaard. Hoe dan? Wel, via Paulus. Dat wat hij bekend mocht maken — of moest maken, we zullen dat zien — wordt nu openbaar gemaakt, ook door profetische geschriften. Dat betekent mondeling en schriftelijk.

Hij vertelt wat God hem te melden had en heeft dat vervolgens wereldkundig gemaakt. Hij is de apostel van de natiën en hij bezocht overal oorden om te herauten wat hem geopenbaard was. Jezus Christus heeft hem geroepen en hem dingen bekendgemaakt over wat God nu in deze tussentijd doet. In deze tussentijd roept Hij ook een ecclesia uit, een 'uitgeroepen gezelschap'. Hij heeft bekendgemaakt waartoe Hij hen bestemd heeft: het lichaam van Christus. Dat zijn allemaal dingen die je niet bij de andere apostelen vindt; het is aan hém bekendgemaakt. Paulus zegt: het wordt nu openbaar gemaakt, ook door profetische geschriften. Met dat laatste ben ik heel erg blij, en u ongetwijfeld ook. Want stel je voor dat het alleen maar mondeling was gebeurd en niet zwart-op-wit was vastgelegd. Dan hadden we daar nu, anno 2020, nooit van geweten. Of 2002, sorry, ik loop een beetje achter. Maar begrijpt u? Het is ook vastgelegd. Paulus heeft het genoteerd, natuurlijk! Het was namelijk voor een heel tijdperk. We hebben nu al twee millennia, twee dagen van duizend jaar, dat dit doorloopt — en het loopt trouwens bijna ten einde.

Wat ik hier zo geweldig aan vind, is dat er nu iets geopenbaard is dat de afgelopen tweeduizend jaar gewoon geschreven staat. Toentertijd heeft Paulus het wereldkundig gemaakt en is hij overal naartoe gegaan. Toen hij vervolgens uiteindelijk geëxecuteerd werd, was het niet voorbij. Hij heeft het allemaal nagelaten, zwart-op-wit geboekstaafd. Nu hebben we het in de geschriften; in de profetische geschriften wordt het allemaal onthuld. Daarom nemen we er kennis van, want God heeft iets geweldigs te melden via hem. In die boodschap mogen wij worden vastgesteld. Afijn, het wordt nu dus geopenbaard, zegt Paulus, ook door profetische geschriften, volgens het uitdrukkelijk bevel van de aeonische God. Het was dus niet vrijblijvend. Dat Paulus dit nu allemaal bekendmaakt en ook boekstaaft, dat móést gebeuren. God had dat zo lang top secret gehouden, maar nu is het zwijgen doorbroken en moet het bekendgemaakt worden.

De aardigheid is dat, ook al roep je het van de daken, bijna niemand het weet. Nog steeds niet. Trouwens, heel veel gelovigen hebben er ook nauwelijks kaas van gegeten, van dat bijzondere wat juist aan hem exclusief was bekendgemaakt. Hij zegt: ja, het is volgens het uitdrukkelijk bevel van die aeonische God. Dat is een hele mooie term trouwens: de aeonische God. Ik had het net over de aeonische tijden. In het begin vertaalde ik het als de 'eeuwige God' en dan denken we: 'Oh, dat betekent natuurlijk de God die geen begin en geen einde heeft.' Natuurlijk is dat zo; God heeft geen begin en geen einde. Hij is het begin en het einde, Hij is degene die de tijden gecreëerd heeft. Maar 'aeonische God' betekent niet dat Hij geen begin of einde heeft, maar het betekent dat Hij de God van de aeonen is. Zoals aeonische tijden de tijden van de aeonen zijn, zo is de aeonische God de God van de aeonen, de God van de wereldtijdperken.

Hij is degene die alles omspant, die de tijden in het leven heeft geroepen zodat de klok ging lopen, met al die vormen van tijden die er nu eenmaal zijn, waarvan de aeonen de langste tijdvakken zijn. Ik weet niet of er hier mensen zijn die zich wel eens bezighouden met geologie en aardlagen enzo; in de studieboeken spreken ze ook altijd over aeonen, over de verschillende tijdperken die er allemaal zijn geweest in het verleden. In hoeverre dat klopt is een andere vraag, maar in ieder geval is die term bekend: het zijn wereldtijden. En die God, de God die wij kennen, die gesproken heeft maar die ook iets verzwegen heeft totdat het bekendgemaakt werd aan Paulus, die God spreekt. Zoals het heel nadrukkelijk verzwegen werd tot aan die tijd, zo wordt het nu geopend via Paulus, volgens uitdrukkelijk bevel. Het is ook zwart-op-wit geschreven en genoteerd, zodat we er kennis van kunnen nemen. En dit is wat ons verlicht.

Dit is wat uitzicht geeft en inzicht geeft: volgens uitdrukkelijk bevel van de aeonische God. En daar staat bij dat dit tot gehoorzaamheid van geloof aan al de natiën bekendgemaakt wordt.

Je ziet, Paulus dacht groots. Hij had een grote God. En die boodschap die nu vandaag bekendgemaakt wordt, dat is een boodschap die te maken heeft met de natiën. Israël staat tijdelijk terzijde, op een zijspoor. Hij gaat straks daar de draad weer mee oppakken, maar nu wendt Hij zich tot de natiën. En welke boodschap wordt er nu aan de natiën bekendgemaakt? Nou, hij zegt:

Gehoorzaamheid van Geloof: een Belofte Beamen ↑ hoofdstukken

Tot gehoorzaamheid van geloof, aan al de natiën wordt dat bekendgemaakt. Dan moet je daar even goed op letten: gehoorzaamheid van geloof. Paulus gebruikte in het begin van de brief ook al die uitdrukking; in hoofdstuk 1 vers 4 vind je hem: gehoorzaamheid van geloof. En kijk, in de Romeinenbrief met name wordt geloof tegenover werken geplaatst. En wat is het verschil? Kijk, een werk, dat is iets wat je werkt. Je krijgt een opdracht en men zegt: "Doe dit." Nou ja, dan doe je het en dan werk je dat uit. Jawel. Maar Paulus zegt: als het gaat om geloof, dan is dat niet een opdracht.

Kijk, het mooiste voorbeeld vind je in deze brief zelf. Paulus legt dat uit in Romeinen 4: dat ooit Abraham geroepen werd. Hij werd in de nacht naar buiten geroepen en God zei: "Kijk eens omhoog." En dan zie je daar in de woestijn die geweldige sterrenhemel. Abraham was kinderloos en Sarah was onvruchtbaar en de jaren waren over die man heen gegaan... kortom: naar de mens gesproken was het totaal hopeloos. Ja, maar God zegt: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Dat is gewoon een belofte. God zegt dan niet: "Als jij dit of dat doet, of als jij aan deze voorwaarden voldoet, dan ga Ik..." Nee: "Kijk eens naar boven; zo zal jouw nageslacht zijn." En dan lees je: en Abraham geloofde God. En er staat nog bij: en het werd hem tot rechtvaardigheid gerekend.

Waarom was Abraham een rechtvaardige? Omdat hij iets deed? Nee, Abraham kon juist niks meer doen! Dat was juist het hele verhaal. Hij was niet in staat om iets te doen. Maar hij zegt: "Nou, als Ú dat zegt... zo zal uw nageslacht zijn. En Ú bent God en Ú bent bij machte." Nou, dan is het zo. En hij beaamde het. In het Hebreeuws staat er eigenlijk ook gewoon bij het woord geloven: hij beaamde God. U zegt het? Amen. Dat is geloof.

Zie je het verschil? Bij een werk zeg je: "Je moet dit doen", en dan kun je werken, iets uitwerken, een opdracht gehoorzamen. Maar gehoorzaamheid van geloof is dat er een mededeling wordt gedaan of een belofte: "Zo zal jouw nageslacht zijn." Of wat de boodschap nu van het evangelie is: Jezus Christus is de Heer en de Redder van deze wereld. Dat is geen aanbod, zo van: "Als jij dat nu accepteert, dan wordt het waar." Nee, dat is een mededeling. Dat is een mededeling: Hij is jóuw Heer. Of je het nu gelooft of niet, Hij is jouw Heer. Hij is jouw Redder en Hij gaat het vervullen, hoe dan ook. En al zeg je "nee" — ik had het net over het volk Israël, dat als volk al tweeduizend jaar "nee" zegt — maar denkt u dat de menselijke ontrouw de trouw van God tenietdoet? Nee! Sorry, als je dat dus denkt, dan ken je het evangelie nog niet.

Het evangelie is nu juist een boodschap dat God volledig voorbijgaat aan onze werken en ons geklungel en ons gedoe en onze eigen bedenksels. God zegt: "Ik doe dat. En Ik vervul het. En Ik ben dit. Ik ben jouw Heer." Dat is de hele deal. Take it or leave it, of: take it or believe it. Zo is het. En dat is wat gehoorzaamheid van geloof wil zeggen: dat je gehoor geeft aan dat wat beloofd is. Amen. Ik kan niks, maar Hij kan alles. En dan begint trouwens ook het geloven.

En als je trouwens met die oren de wet gaat beluisteren, dan wordt het één grote belofte. Dat is een onderwerp apart, maar ook dat heeft alles te maken met geloof. Kijk, in het oude verbond is de boodschap: "Je zult niet echtbreken, je zult niet stelen." Er was een opdracht en dat moeten wij dan vervullen. En wat blijkt dan iedere keer? Voordat de wet het volk bereikt, is die wet al gebroken. Ik bedoel dat letterlijk eigenlijk. Totdat je gaat verstaan dat wat men altijd al heeft opgevangen als een opdracht om te doen — en waar de mens hopeloos in faalt — dat het een belofte is. En dat God zegt: "Je zult Mij liefhebben met heel je hart en heel je zin. Je zult je naaste liefhebben." Dat is helemaal geen opdracht!

"Je zult Mijn getuige zijn", of zoals tegen Abraham is gezegd: "Je zult een vader zijn van vele volken." Dat was geen opdracht, dat is een belofte. En Abraham geloofde dat. Kijk, en dat is gewoon leven uit geloof. Dat wil zeggen: "Ú gaat het doen." En wij zeggen, terwijl we omhoog kijken: "Doet U het maar, want U kunt dat. Ik sta erop dat Ú dat gaat vervullen." Hij doet dat. Hoe dan ook. En dat is juist waar we in mogen staan en vast mogen staan.

Nou, dat is die gehoorzaamheid van geloof. Dat die mededeling die Paulus doet over de verzoening van deze wereld... dat wordt gerealiseerd. En dat kan niet stuk gaan. Waarom niet? Wel, omdat er niks van de mens verwacht en ook niet gevraagd wordt. God zegt: "Ik ga dat doen, dit ben Ik. Dit is Mijn plan en dat ga Ik uitwerken." En er zijn mensen die dat geloven. Is dat een prestatie? Nee, geen prestatie. God opent je ogen en je zegt: "Wauw, geweldig!" Dat is geloof. Dat is geloof. Er zijn ook mensen die dat heel vroom opvatten. Die denken dat geloof "doen" is: "O, nou ga ik mijn best doen." Nee, dat is juist ongeloof. Dat geloof wordt bekendgemaakt, zegt Paulus, aan al de natiën. Nou, en dan komen we bij vers 27.

De Volkomen Wijsheid van de Alleen Wijze God ↑ hoofdstukken

Paulus begon in vers 25 met die ode aan God: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken..." En dan kreeg je die onderbreking, die pauze waarin hij spreekt over dat geheim wat God vandaag doet. Dat was de tussenzin. En nu, aan het einde van de zin, wordt dat haakje weer gesloten. De tussenzin is beëindigd en nu maakt hij de lofprijzing alsnog af. Hij zegt: "Aan de alleen wijze God zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de aeonen. Amen."

Dat is de afsluiting van de brief: de alleen wijze God. Niet de eigenwijze God, zoals de mens vaak is, maar de alleen wijze. Er is er maar één die werkelijk wijs is en die weet wat Hij doet, in alles en in elk detail. Nooit tast Zijn hand mis. Nooit. Alles gebeurt en vindt plaats naar Zijn voornemen. De alleen wijze God. Toen Hij aan het project van de schepping begon — u begrijpt wat ik bedoel — wist Hij wat Hij deed. Hij wist ook wat er ging gebeuren. Dacht u nu werkelijk dat God overvallen werd door de gebeurtenissen? Dat Hij dacht: "Oh, nu is er iets gebeurd met die verboden vrucht waar Ik geen rekening mee had gehouden, nu moeten we op een plan B overschakelen"? Of toen Israël "nee" zei tegen de Messias, dat Hij dacht: "Oh, daar gaat iets mis"? Welnee, natuurlijk niet. God weet wat voor maaksel wij zijn. Hij kent ons. We zijn Zijn eigen creatie. Dingen zijn voor ons vaak onbekend omdat God dat voor Zich gehouden heeft; Hij heeft het verzwegen. Maar Hij is de alleen wijze Vader.

Het is geweldig als je dat leest in Romeinen 11. Daar eindigt Paulus, nadat hij gesproken heeft over de weg die God gaat met Israël, ook met die diepe bewondering. Hij zegt: "O, diepte van rijkdom en van wijsheid en van kennis van God. Hoe onnaspeurlijk zijn Zijn oordelen en ondoorgrondelijk Zijn wegen." Ja, Hij is de alleen wijze God.

Het woord "wijsheid" in het Grieks is sophia. U kent het wellicht van "filosofie", de liefde voor de wijsheid. De aardigheid van dat woord sophia is dat het is afgeleid van een Hebreeuws woord, tsophim, en dat betekent "uitkijktorens". Als je daarover doordenkt, heeft wijsheid alles te maken met uitzicht. Dat je op de hoogte bent, letterlijk, en dat je overzicht hebt. Kennis heeft te maken met het weten van feiten en hoe dingen in elkaar zitten, maar wijsheid heeft te maken met het zien van de samenhang, dat je het geheel overziet. Dat kan alleen als je op de hoogte gesteld bent, alsof je op een uitkijktoren staat. Dan heb je niet alleen overzicht, maar ook een geweldig uitzicht. Hij is de alleen wijze God. Hij heeft overzicht en Hij weet wat Hij doet. Hij staat aan het begin en Hij staat aan het einde. Hij heeft een geweldig plan dat zo adembenemend is dat niets en niemand erbuiten valt. Wij zijn immers allemaal — elk mens, elke creatie — het werk van Zijn handen. Dat laat Hij nooit varen. Dat is het geweldige: Hij maakt alle dingen wel. Dat is het Evangelie.

En wat moet ik daarvoor doen? Niets! Je kunt er helemaal niets aan doen. Je kunt er niets aan toevoegen en je kunt er ook niets van afdoen. Prijs God dat het zo is. Geloof het en sta daarop. Sta op die boodschap, op dat Evangelie dat Paulus onder de natiën bekend mocht maken. Als u wilt weten wat Gods wil voor vandaag is, dan moet u bij Paulus zijn. Heel de Schrift is voor ons en we nemen er kennis van, maar híj is onze leermeester.

"Aan de alleen wijze God zij door Jezus Christus..." Want zo gaat het altijd: er is één God en er is één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. Wij richten ons in gebed tot God, maar we komen tot Hem door Jezus Christus, zoals God overigens ook door Hem tot ons komt. Daarom is Hij de Middelaar. Aan de alleen wijze God zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de aeonen. Dat wil zeggen: er zijn wereldtijdperken aan de huidige voorafgegaan, maar er volgen ook nog geweldige wereldtijdperken waarin Christus zal heersen. Dit is de boze aeon, maar wat gaat volgen, zijn geweldige tijdperken die steeds grootser en heerlijker zullen worden. De heerlijkheid staat vast. God heeft dat voornemen en Hij weet ook hoe Hij dat in steeds overtreffende mate gaat vervullen. De uiteindelijke vervulling zal ultiem zijn, zoals je dat van een God mag verwachten. Hij is God; aan Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen. En dan zegt het volk: Amen!

🎧 de onthulling van een geheim
Delen: