ongeveinsde liefde
25-07-2021 - Geplaatst door Andre Piettoespraak gehouden op zondag 25 juli 2021 in Benthuizen
In Romeinen 12:9-18 geeft Paulus een hele reeks concrete onderwijzingen en instructies over de houding die we als gelovigen mogen aannemen t.o.v. elkaar en alle andere mensen. Maar ook over onze mentaliteit te midden van allerlei omstandigheden. Het is onderwijs dat voor mensen die GOD kennen, volstrekt logisch is. Het zijn reminders aan Gods goede, welgevallige en volkomen wil!
Powered by RedCircle
📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing
⏱️ Hoofdstukindeling van deze studie:
- Introductie: de Opbouw en Structuur van de Romeinenbrief
- Romeinen 12: Onze Logische Eredienst en Vernieuwing van het Denken
- De Liefde Is Ongeveinsd: een Goddelijke Vaststelling, Geen Gebiedende Wijs
- De Aard van Liefde: Hechtend aan het Goede en Bruisend van Geest
- Een Gelukkige Hoop: Vreugde voor de Toekomst en Kracht in Verdrukking
- De Praktijk van de Gemeente: Volhoudend Bidden, Delen en Gastvrijheid
- Nieuwe Imperatieven: Zegenen Wie Vervolgen en Empathisch Meeleven
- Het Goede voor Ogen: Genade als Antwoord en Vrede met Alle Mensen
Introductie: de Opbouw en Structuur van de Romeinenbrief ↑ hoofdstukken
Deze ochtend wil ik jullie graag meenemen naar een eigenlijk maar kleine passage: een stuk of negen à tien verzen die we met elkaar gaan bespreken uit Romeinen 12, zoals u dat hier achter mij ook ziet geprojecteerd. Ik heb het als thema 'ongeveinsde liefde' meegegeven. Waarom dat zo is, verneemt u straks meteen bij de aanvang van het gedeelte, want daar vinden we die woorden. Het plaatje op de dia vond ik daarin eigenlijk wel sprekend. Want u weet: 'fijn zijn', dat doen vooral volwassen mensen. Kleine kinderen zijn niet 'fijn'; die zijn gewoon zichzelf. Als je ouder wordt en je leert dingen, dan leer je ook 'fijn zijn' — een rol spelen. Hoe was het ook alweer? Wie spreken de waarheid? Ja, dronken mensen, zegt u. Dat is waar, maar ook kleine kinderen.
Voordat we echt inzoomen op dat bewuste gedeelte in Romeinen 12, wil ik eerst heel kort wat algemener vertellen over deze brief van de apostel Paulus. Het is de eerste brief van hem die we in het Nieuwe Testament aantreffen, en dat is niet voor niks. Deze brief vormt namelijk de basis van al zijn verdere onderwijs. De indeling van de brief is eigenlijk heel simpel en valt uiteen in twee delen. Allereerst is er het leerstellige deel; dat wil zeggen het deel waarin onderwijs wordt gegeven over het Evangelie van God. In Romeinen 1 spreekt Paulus daar ook over en hij zet dat vervolgens zeer systematisch en breed uiteen. Vanuit allerlei gezichtspunten belicht hij dat onderwerp.
In dat eerste gedeelte krijgen we overigens wel een onderbreking, namelijk hoofdstuk 9 tot en met 11. Eigenlijk is hoofdstuk 1 tot en met 8 één deel en vormen de hoofdstukken 9 tot en met 11 een tussenstuk voordat we overgaan naar het praktische vervolg. Ik vind het prachtig bedacht van onze God — ja, u zegt: dat heeft Paulus toch opgetekend? Jawel, maar hij werd geïnspireerd. Het is namelijk stilistisch zo bijzonder dat Paulus spreekt over een onderbreking in de tijd — het feit dat Israël nu in ongeloof is en het heil naar de natiën gaat — en dat hij dat onderwijs geeft in een betoog dat op zichzelf ook een onderbreking vormt. De huidige tijd is slechts een pauze, een interval, voordat God de draad weer oppakt met Zijn volk. Dat hij het onderwijs over die onderbreking doorgeeft middels een onderbreking in zijn brief, is toch schitterend?
Daar zijn trouwens meer voorbeelden van. In de Efezebrief zie je precies hetzelfde. Efeze 3 is ook zo’n 'tussenzin' in de hele brief. En wat vertelt hij daar? Juist: de onderbreking, de pauze, de verborgenheid. De hoofdstukken 1 tot en met 11 van de Romeinenbrief zijn dus onmiskenbaar leerstellig. Maar vanaf hoofdstuk 12 tot aan het einde volgt de toespitsing op de praktijk. Daar gaat het over de vraag hoe de leer en het onderwijs een uitwerking hebben in het concrete leven van alledag. De brief eindigt in hoofdstuk 16 met een heel uitgebreide lijst van mensen die de groeten moeten krijgen; overigens een heel boeiend hoofdstuk, maar dat terzijde.
Wanneer we het vandaag dus over Romeinen 12 hebben, dan bespreken we een passage uit het praktische deel waarin gesproken wordt over de uitwerking van het onderwijs. Want u weet het, Paulus had het in Romeinen 1 al gezegd: het Evangelie is een kracht Gods. Het is dynamisch, het is dynamiet. Degene die het verneemt, gelooft en beaamt — wat overigens ook Gods werk is, zoals Hij ogen, oren en harten opent — bij diegene heeft dat Evangelie een enorme 'power'. Dat werkt iets uit in het hart. En als het hart er vol van is, dan loopt de mond ervan over en heeft dat een uitwerking op heel je leven. Want u weet: in het hart zijn de uitgangen van het leven. Dat is het uitgangspunt. Als het hart verandert, dan verandert alles. Dat is logisch, want daar zit het centrum.
Romeinen 12: Onze Logische Eredienst en Vernieuwing van het Denken ↑ hoofdstukken
Dan gaan we nu naar hoofdstuk 12. De eerste verzen daarin zijn denk ik heel markant, omdat Paulus daarin meteen duidelijk maakt wat de bedoeling is. Hij zegt – en dat kan ik uit het hoofd vertellen: "Met een beroep dan, broeders, op de ontferming van God, roepen wij u op om uw lichamen te stellen tot een heilig offer." Let wel: niet onze lichamen maken tot een heilig offer, maar ons lichaam stellen, beschikbaar stellen.
Dat vloeit voort uit het feit dat God degene is uit Wie, door Wie en tot Wie alle dingen zijn. Dat is trouwens de afsluiting van Romeinen 11, het gedeelte dat we hiervoor hebben gedeeld. Paulus stelt vervolgens de vraag wat de consequentie daarvan is. Als alles uit Hem, door Hem en tot Hem is, wat zouden we dan met ons lichaam doen? Dan zeggen we: "Het is van U; het is uit U, door U en tot U." Paulus noemt dat onze logische eredienst. Het is volkomen logisch dat als ik van Hem ben en alles uit, door en tot Hem is, ik mijn lichaam ter beschikking stel.
Daar hadden we het de vorige keer, twee weken geleden, ook al over. Even terzijde: Piet had mij nog opgebeld om te vertellen hoe geweldig hij het vond dat we zo'n God mogen kennen. Hij was de vorige keer bij Piet en wilde dat nog even speciaal laten weten, wat ik een prachtige herinnering vind. Maar in ieder geval, toen we het de vorige keer hadden over God als God vereren, verheerlijken en danken, zagen we dat de logica daarvan inderdaad is dat wij onze lichamen stellen.
Daarmee worden we ook niet gelijkvormig aan deze aeon. Gelijkvormig worden aan de wereld betekent overigens niet zozeer "doen zoals de wereld doet", maar het is vooral "denken zoals de wereld denkt". Dat denken misvormt. Als je anders gaat denken, kijk je anders naar de dingen en neem je ook andere dingen waar. Je hebt dan weliswaar dezelfde ogen, maar je ziet een totaal andere wereld. Je wereld wordt heel anders en daarmee ook je beleving. Dat is de uitwerking van het Woord in ons leven: dat we hervormd worden. Dat is geen aanbeveling voor een specifiek kerkgenootschap, maar het betekent dat we getransformeerd worden.
Eigenlijk wordt hier het woord "metamorfose" gebruikt. We ondergaan een metamorfose in ons denken, een transformatie in de vernieuwing van het denken. Dat is wat het Woord uitwerkt. Er zijn natuurlijk nog een aantal tussenliggende verzen, maar wij pakken nu verder de draad op.
De Liefde Is Ongeveinsd: een Goddelijke Vaststelling, Geen Gebiedende Wijs ↑ hoofdstukken
In vers 9 begint Paulus met dit te zeggen: "De liefde is ongeveinsd." Dan moet ik eerst even dit zeggen, met excuses voor de grammatica. Ik weet dat er hier mensen zijn die zeggen: "Ga nu alsjeblieft niet over grammatica praten, want op school wist ik al niet het verschil tussen zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden." Nou, knoop uw oren dan even dicht, want ik wil dit toch in ieder geval gezegd hebben: dit is geen imperatief of een aanvoegende wijs. Ik zeg dat er even bij omdat het in de gangbare vertalingen vaak wel zo wordt weergegeven. Ik heb daar alle begrip voor en er is wat voor te zeggen, maar het heeft niet die grammaticale vorm.
U weet wat een imperatief is, hè? Een imperatief is gewoon: "Loop weg" of "Ga zitten". Dat is de gebiedende wijs. Of als ik zeg: "Neemt uw plaats", dat is dan de aanvoegende wijs; die vormen liggen dicht tegen elkaar aan. Maar als je zegt: "De liefde zij ongeveinsd", dan is dat een aanvoegende wijs. Als ik zeg in de gebiedende wijs: "Je moet ongeveinsd liefhebben", dan is dat op zichzelf al innerlijk tegenstrijdig. Want als je dat gaat doen, dan neem je een rol op je, je leert een kunstje en dan veins je dus juist. Dat is innerlijk tegenstrijdig.
Maar het staat er ook niet. Er staat gewoon letterlijk... Je ziet het hier in de interlineair, dat is het mooie van de interlineair erbij vermelden. Er staat gewoon: "De liefde is ongeveinsd." Of nou ja, zelfs dat woordje 'is' staat er niet: "De liefde ongeveinsd." In het Nederlands moeten we er een werkwoord tussen voegen om een goede zin te maken, dat weet ik ook wel, maar het is in ieder geval geen gebiedende wijs, zoals we later in deze passage wel van die gebiedende wijzen aantreffen. Dat zal ik straks ook nog laten zien. Dit is in feite gewoon een vaststelling: de liefde is ongeveinsd. Dat is een beschrijving van de liefde. Ik las in de commentaren dat Paulus nu tot en met vers 13 een twaalftal vermaningen geeft. Nee, het zijn geen vermaningen, het zijn vaststellingen. Dít is het. En dat doet hij met bijvoeglijke deelwoorden. Daar ga ik u verder niet mee vermoeien, maar we zullen het straks vanzelf zien. Inderdaad krijgen we nu een twaalftal regels, van vers 9 tot en met 13, maar het zijn allemaal vaststellingen over de liefde.
Namelijk agapé. En agapé, u weet het, is dat Griekse woord dat onderscheiden is van eros, dat met erotiek te maken heeft, en ook te onderscheiden is van phileo, dat te maken heeft met genegenheid die je wederzijds beleeft. Je hebt bijvoorbeeld liefde voor de watersport of voor iemand; dat is sympathie. Maar agapé is een heel ander soort liefde. De mooiste aardse vergelijking is de liefde van een vader en moeder voor hun kind. Dat is agapé. Waarom? Omdat het onvoorwaardelijk is. Het is niet gebaseerd op de eigenschappen van het kind. Want ook als het kind een verwerpelijke weg inslaat, dan nog blijft het je kind en daarom hou je ervan. Zo is de liefde van God ook voor Zijn schepping. Dat is onvoorwaardelijk. Waarom houdt God van deze wereld, van Zijn schepping? Eigenlijk is er maar één geweldig antwoord: het is Zijn schepping. Het is het werk van Zijn handen. Hij heeft het zelf gemaakt, Hij heeft het zelf bedacht, en daarom houdt Hij ervan. Daarom valt er ook niets en niemand buiten. Als je dat eenmaal weet: de liefde, dat is eigenlijk de liefde Gods, onvoorwaardelijk en ongeveinsd.
Het is wel grappig, maar in het Grieks staat hier "niet hypocriet". Dat komt van het woordje hupokrites. Weet u wat het leuke van dat woord is? Dat is namelijk het Griekse woord voor een toneelspeler. Iemand die een kunstje doet, een rol speelt. In de Griekse wereld werd een acteur of een toneelspeler een hupokrites genoemd. Die speelt inderdaad een rol voor de bühne. Maar dat is niet permanent. Je speelt dat je Pipo de Clown bent, en dan kom je weer van het toneel af, de schmink gaat eraf en dan heb je ineens een andere stem. Dat is de rol. Maar een toneelspeler speelt een rol, dat wil zeggen: tijdelijk iets. Hij speelt het; hij is het niet echt. Daarom is het ook niet permanent.
Het is trouwens daarom ook geen emotie. Want emotie, u weet: emotie is ook niet permanent, toch? In het woord emotie zit het woordje 'motion'. Het is heel beweeglijk; het kan zo zijn en het kan zo zijn. Nee, de liefde is een constante. Dat is permanent en het heeft ook te maken met een weten. Zoals de liefde van een ouder voor een kind permanent is, een constante, zo is de liefde Gods ook een constante. Daar zongen we zojuist al over; het is niet voor niks dat ik dat lied opgaf. Het is een constante, volstrekt los van alle omstandigheden, van gemoedsbewegingen, van emoties en van de reacties van mensen. Het heeft er niets mee te maken. God houdt van deze wereld, that's it. En Hij gaat daarom Zijn weg met die wereld. Dat is uit Hem en door Hem en tot Hem. Ja, en als je dat eenmaal weet, dan wordt die liefde de bron. Dan is die liefde ongeveinsd. Niet: "dan moet dat ongeveinsd zijn." Het is geen aanvoegende wijs. Nee, de liefde is ongeveinsd.
De Aard van Liefde: Hechtend aan het Goede en Bruisend van Geest ↑ hoofdstukken
En dan krijg je van die tegenwoordige deelwoorden, zoals dat dan heet. Dus de liefde is ook wars van het kwade – de NBG-vertaling zegt afkerig van het kwade – en hechtend aan het goede. De natuur van de liefde is dat ze, zoals er trouwens in 1 Korinthiërs 13 ook staat, geen kwaad rekent. 1 Korinthiërs 13 gaat over de liefde van God. Wat daarin staat in dat hoofdstuk, gaat over de liefde, en dan denken wij vaak dat het een soort ideaal is, een beschrijving van wat liefde zou moeten zijn. Nee, het is geen ideaal; dit is een beschrijving van de liefde van God, en die is langmoedig en ze rekent geen kwaad. Ze denkt ook geen kwaad. Ze rekent er niet mee en ze hecht zich van nature aan dat wat goed is en wat het welzijn van de ander dient. En daarom heeft ze een natuurlijke afkeer van wat niet goed is, wat onmiskenbaar fout is. Dat bedoel ik niet moralistisch, dat is gewoon haar aard. Er zijn van die dingen waarvan we weten: dat is gewoon fout. Daar hoef je niet over te discussiëren, dan weet iedereen dat het fout is. En er zijn van die mooie criteria of testen om dat ook te weten. Wij zeggen dan: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.' Hoe weet je nou dat iets fout is? Nou, probeer maar eens even te bedenken hoe je het zou vinden als het jou aangedaan werd. En dan weet je het ineens donders goed te onderscheiden. Want we zouden het zelf ook niet pikken. Nou, dan weet je meteen dat het niet goed is. Over sommige dingen kun je heel moeilijk doen en een professor in de ethiek worden, maar in feite zijn bepaalde dingen echt heel simpel, denk ik.
Het derde punt – ik heb ze even genummerd, want ik zei al dat het een twaalftal beschrijvingen is, geen instructies – is niet prescriptief (voorschrijvend), maar descriptief: het beschrijft de liefde. Niet hoe het moet zijn, maar hoe het is. De liefde is wars van het kwade en hechtend aan het goede. In broederliefde elkaar toegenegen. Dat woord broederliefde kennen we allemaal wel, het Griekse woord Filadelfia. Al was het maar omdat het de naam is van een stad in Amerika, maar we kennen hem vooral omdat het een stad was in Klein-Azië, jazeker. We vinden de naam in de brieven, vooral in het boek Openbaring. Filadelfia komt van dat 'phileo' waar ik het eerder over had, en 'adelphia' heeft te maken met broederlijk. Dus Filadelfia is broederlijke genegenheid. Elkaar toegenegen in broederliefde. Dit is dat woord – of een iets ander woord – maar de genegenheid waar het hier over gaat heeft te maken met natuurlijke affectie. Zoals je dat hebt wanneer je leden bent van hetzelfde gezin; dat is een natuurlijke toegenegenheid. En die band is trouwens ook eigen aan broederliefde, aan Filadelfia.
En dan nog iets, nummer vier: 'In de eer elkaar voorgaand.' U ziet trouwens, als u dit meeleest met de NBG of de Statenvertaling, dat het soms wat anders is. 'Ten voorbeeld', zegt de NBG-vertaling, maar eigenlijk wordt hier het woord gebruikt dat 'voorgaan' betekent. In de eer – ja, wat is eer? Dat is de hoogachting voor iets of iemand, maar ook daarmee respect. En dat je elkaar daarin voorgaat. Een van de woorden die in deze zinnen zo’n grote rol spelen telkens als ik terugkeer, is dat woord 'elkaar'. Het is leuk om daar eens even bij stil te staan, want het oude Nederlandse woord daarvoor is 'elk ander'. En als we dat eventjes splitsen, dan zeg ik: elk ander. Dat is heel aardig, want het heeft iets te maken met ieder ander, en daarmee ook met wederkerigheid. Elkaar liefhebben wil zeggen: de één heeft de ander lief en de ander de één. Dat is elkaar, elkander. Vroeger had ik een hele ouderwetse man, die kwam ergens uit de Alblasserwaard geloof ik, en die had het over 'malkander'. Of 'mekaar': 'Als je elkaar niet meer vertrouwen kan...' Maar goed, elkander, elk ander. Dus ook daarin zit weer geen onderscheid of discriminatie; nee, elk ander.
Elkaar in de eer voorgaand en niet traag in de ijver. 'In de ijver onverdroten', zegt de NBG-vertaling. En het is inderdaad in een negatieve vorm gesteld: niet traag, niet lui, dralend of wachtend omdat je geen zin hebt om in actie te komen. Dit 'niet traag in de ijver' heeft dus te maken met energiek zijn, met daadkracht en dynamiek. Hoe was het ook alweer? De liefde is een kracht, het is dynamisch. Het geeft ook kracht. Dat vind ik geweldig, want er zijn van die dingen die heel veel energie kosten, maar die je kunt doen omdat ze je juist energie geven. Dat is heel eigenaardig: dingen doen die je zoveel energie geven. En wat dacht u wat dat is? Het Woord van God is levend en krachtig, scherper dan een tweesnijdend zwaard. God sprak en het was er. Gods Woord is ook altijd actie, Gods Woord is ook altijd Zijn werk. Vandaar ook: 'niet traag in de ijver'. Dat is zo logisch voor degene die het Woord kent.
'Vurig van geest' heeft er direct ook mee te maken. Die ijver, vurig van geest. Het woord 'vurig' betekent eigenlijk kokend of bruisend – dat vind ik wel een mooi woord. Iets wat bruist, is energiek, maar dat is ook de uitwerking van geest, van 'spirit'. Zo gebruiken we het trouwens in gangbare talen ook: als je de 'spirit' hebt, dan heb je kracht, dat is dynamiek. 'That's the spirit', zeggen we dan. Dat is precies wat het Woord – en dan heb ik het nu over het Woord met allemaal hoofdletters, het Woord van God – uitwerkt. Dat heeft kracht en dat is ook geest. Je kunt het niet zien, want dat is wat geest is, maar het geeft ook vuur. Het doet je bruisen. Religie is vaak de neerslag ervan, van wat ooit bruisend was. Weet je wel, dat is cola zonder prik; daar is niks aan. Het hoort te bruisen. Ja, dat is precies wat Woord en geest uitwerken.
En dan: 'dient de Heer'. Letterlijk staat hier eigenlijk: 'als slaaf de Heer dienend'. Als ik het nog letterlijker zou weergeven: 'voor de Heer slavend'. Dat is geen goed Nederlands, dat weet ik, maar het geeft precies weer wat er staat. Kijk, wij kunnen tegenwoordig eigenlijk het woordje 'slaaf' niet meer gebruiken zonder die bijsmaak dat het absoluut 'not done' is. Zelfs als iets maar herinnert aan een woord voor slavernij, dan moet het uit het museum gehaald worden of moeten straatnamen veranderd worden, omdat het op een of andere manier een connectie heeft met de tijd waarin we slaven hadden. Ik ga nu verder niet in op de politiek, maar het is bizar en in de Bijbel kom je dat ook niet tegen. Ik zal u dit vertellen: er zijn heel veel voorbeelden in de Bijbel waarbij het begrip 'slaaf' ontzettend positief gebruikt wordt. Hier bijvoorbeeld. Paulus stelt zich in zijn brieven vaak voor als: 'Paulus, een apostel, de slaaf van Christus Jezus.' Dat is een eretitel. Weet u wat dat namelijk betekent? Als je een slaaf bent, dan ben je gewoon het eigendom, een lijfeigene. Ik ben van Hem. Ik ben opgegroeid met de Heidelbergse Catechismus en dan heb je Zondag 1. Ik zeg nu 'had je', omdat het inmiddels een beetje achter mij ligt, maar Zondag 1 was wel mooi. De vraag was: 'Wat is uw enige troost in leven en sterven?' En dan is het antwoord op die catechismusvraag dat ik het eigendom ben van mijn getrouwe Zaligmaker. In ieder geval: dat ik het eigendom ben, dat ik van Hem ben. Kortom.
Dat ik Zijn slaaf ben, ik ben van Hem. Weet u wat het mooie daarvan is? Dat ik geheel voor Zijn rekening ben en dat ik krijg wat ik nodig heb. Dat Hij dat voor mij regelt.
Het geweldige van het feit dat Hij mijn Heer is en ik dus Zijn eigendom ben, dat is geen onderdrukking, dat is bevrijding. Want dat betekent dat ik me helemaal geen zorgen hoef te maken, want Hij zorgt voor mij. Hij is namelijk mijn Heer. Als Hij mijn Heer is, hoef ik me... Daarom staat er ook, daarom zegt Paulus ook in Efeze 4: "Verblijdt u in de Heer te allen tijde, altijd." Want ik ben altijd van Hem en dus... En dan zegt hij er pal achteraan: "Wees in geen ding bezorgd."
Waarom zou je? Als Hij mijn Heer is, dan zorgen wij toch voor Hem? Dat is een hele zorg minder. Mensen beschouwen tegenwoordig dat begrip als een reden om je zorgen te maken. Wij fietsen van een heel andere kant binnen en zeggen: "Geweldig, Hij is mijn Heer en ik dien Hem en ik ben Zijn eigendom en Hij geeft mij alles wat ik nodig heb." En Hij zorgt voor mij. En dus verblijd ik mij altijd daarin. Als slaaf, voor de Heer slavend. Dat is wat het is. En ik moet zeggen, ik vind dat een geweldige blijde boodschap. En dan nog, want het blijft blij.
Een Gelukkige Hoop: Vreugde voor de Toekomst en Kracht in Verdrukking ↑ hoofdstukken
En er staat: ‘In de hoop zich verheugend’. Niet: ‘wees blij in de hoop’, maar: ‘In de hoop zich verheugend’. Dit is nog steeds een beschrijving, inmiddels nummer acht in de rij. Het zijn nog steeds die deelwoorden, en dat blijft woordelijk zo staan. ‘In de hoop zich verheugend’, dat is in feite de beschrijving van de liefde Gods; dat is de uitwerking daarvan.
Wij verheugen ons in de hoop. Want u weet het, hoe was het ook alweer met de liefde? Zij gelooft alle dingen en zij hoopt alle dingen. Zij heeft ook hoop voor alle dingen. ‘In de hoop zich verheugend’. Er is iets wat een mens nodig heeft en dat is hoop. Dat is trouwens ook wat je kracht geeft en wat je doet leven; zoals we ook wel zeggen: ‘hoop doet leven’. Als je geen hoop meer hebt, dan word je echt hopeloos. Maar als je hoop hebt, verwachting, dan is dat een bron van vreugde. Sterker nog, het kan zelfs zo zijn — en dat geldt bijvoorbeeld voor de vakantietijd waarin we nu zitten — dat mensen zich verheugen op de vakantie. Meestal is de voorpret nog leuker dan de vakantie zelf, want ja, die kan ook in het water vallen. Dat weten inmiddels heel wat mensen.
Maar goed, ze komen ook wel weer thuis. Mijn oudste zus zegt altijd: ‘Ik vind het heerlijk om te kamperen, want dan ga ik het thuis weer zo waarderen.’ Dan denk ik: nou, dat tussenliggende hoef ik dan niet zo nodig te hebben. Maar goed, dat is weer een ander onderwerp.
‘In de hoop zich verheugend’. Kijk, in Titus 2 wordt gesproken over de ‘gelukkige hoop’. Dat kun je op twee manieren opvatten, en ik denk dat beide routes volstrekt correct zijn en kloppen. Je kunt het objectief beschouwen én subjectief. Met het objectieve bedoel ik: de hoop die wij hebben, dat wat wij verwachten, dát is gelukkig. Als je eraan denkt wat er allemaal nog voor ons ligt aan verwachting, de belofte Gods wat onvergankelijk is... want ja, er zijn dingen die misschien nog allemaal gaan gebeuren waarvan je zegt dat het moeilijk is, maar de hoop is onvergankelijk. Ik zeg het wel vaker en ik ben er diep van overtuigd: als we ook maar een promille zouden verstaan van de enorme hoop en verwachting die we hebben, dan zouden we geen moment in ons leven ooit nog chagrijnig zijn. Echt, dat is zo onvoorstelbaar, zo ‘mindblowing’. Ik mocht van de bediening eigenlijk geen Engels meer gebruiken, maar dit is het wel: het is zo onvoorstelbaar.
Dat is de hoop die we hebben voor onszelf, en die kring wordt steeds groter. Iedereen in zijn eigen rangorde en uiteindelijk universeel. Want God heeft het geheel op het oog: uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid! Maar die hoop is objectief gelukkig, en weet u wat het mooie is? Het is ook subjectief waar. Want omdat we die objectieve hoop hebben, maakt de verwachting die we nú hebben ons nú al gelukkig. Dus terwijl de vervulling van de hoop toekomstig is, maakt de hoop ons nu al gelukkig. En dat is dus een gelukkige hoop.
‘In de hoop zich verheugend’, dit is ook weer zo’n beschrijving van de liefde Gods. Het zijn reminders, herinneringen. We worden herinnerd aan hoe het is, en het is goed om daar eigenlijk voortdurend aan herinnerd te worden om niet onder je niveau te gaan leven. Niet onder je stand; we zijn van adel! Je wordt zo gemakkelijk weer meegenomen door alle ‘shit’ — sorry dat ik het zeg — van de wereld en alles wat er over je uitgestort wordt. Alle onzin en dergelijke leidt alleen maar af, dat is echt waar. Jongens, weet je nog hoe het zit? Dat is wat Paulus hier doet. Die hoop is zo’n bron van blijdschap om je daarin te verheugen.
Dat geeft ook meteen de kracht in de verdrukking: ‘in de verdrukking verdurend’. Verdrukking — het woord zelf heeft ook in het Grieks te maken met onder druk komen te staan, dat het beklemd wordt of dat er dingen opgedrongen worden. Ik denk dat we de komende jaren nog wel wat dingen gaan beleven; er zijn ons de laatste tijd al zoveel dingen opgedrongen. De druk neemt toe. Wat zegt Paulus dan? Nou, verduur dat maar. Dat is de liefde Gods; de uitwerking daarvan is dat je in de verdrukking verdurend bent. Ik moet het zelf ook iedere keer weer corrigeren, u hoort het: ‘verdurend’.
Het Griekse woord is heel mooi als je het etymologisch bekijkt of splitst: het betekent letterlijk ‘eronder blijven’. Verdrukking onderga je, maar verduren is niet alleen maar dat je het ondergaat. Je vraagt er niet om, het komt over je heen en dus onderga je het. Maar verduren wil zeggen dat je eronder blíjft. Dat je er dus niet onder zwicht, onder de druk, dat je er niet onderdoor gaat... nee, dat je eronder blijft staan. En dat is verduren.
Overigens staat in de NBG-vertaling: ‘in de verdrukking geduldig’. Dat woord staat hier niet letterlijk, maar het begrip ‘geduldig’ zit er wel dichtbij. Geduldig wil zeggen dat je de tijd afwacht. Dat kunnen wij ook, want we hebben ook de tijd; het is immers een onvergankelijke hoop. In die zin hebben we tijd zat. Paulus zegt het ook in 2 Korintiërs 4: de verdrukking is maar een moment. Nu. En zelfs al duurt het bij wijze van spreken zeventig, tachtig of negentig jaar en ervaar je het hele leven als één grote verdrukking, dan nog is het een moment. Het is een zandkorreltje op een eindeloos strand, dat is het. Want die hoop is een eindeloze hoop.
Het maakt inderdaad dat je geduldig bent en dat je eronder blijft, dat je er niet voor zwicht. Dat is het: als je weet hebt van de hoop, dan kun je ook in de verdrukking eronder blijven en daar niet voor zwichten. Want je zoomt uit. Je ziet de verwachting, je weet waar het toe dient en je ziet het grotere geheel. Al die wetenschap geeft je weer kracht. En dan, nummer tien.
De Praktijk van de Gemeente: Volhoudend Bidden, Delen en Gastvrijheid ↑ hoofdstukken
In het gebed volhoudend. Hier zien we het weer: het gebed. Gebed is niet alleen maar het opzeggen van geboden of het uitvoeren van een ritueel, zoals het sluiten van de ogen. Dan wordt het al gauw een traditie, maar het is wezenlijk een houding. Vandaar ook dat Paulus in 1 Thessalonicenzen 5 vers 17 zegt: "Bid zonder ophouden." Hoe kan dat? Ik moet ook nog werken en ik moet autorijden; dan vind ik het toch een beetje link om mijn ogen te sluiten. Maar het is een houding van voortdurende overgave naar God toe, continu. Dat je alle dingen overgeeft en in die zin ook loslaat. U zegt misschien: "Het is toch al van Hem?" Jazeker, maar gebed is heel belangrijk. Gebed is niet dat je God verandert, maar gebed is juist dat jij de dingen overgeeft, zodat jij verandert en voortdurend in contact bent – online bent – met Hem.
Het is een houding waarin je de dingen voortdurend overgeeft, en vandaar ook dat "volhoudend". Kijk, in de verdrukking verdurend is in feite passief. Je verduurt iets; die verdrukking komt over je heen. Maar gebed is actief: volhoudend. Het is het voortdurend en continu aan Hem overgeven van de dingen, precies daar waar het hoort. Ook dit is logica: als alle dingen van Hem zijn, laat ik de dingen ook bij Hem. Op het moment dat het mij teneerdrukt, geef je het over. Het allermooiste is eigenlijk dat wanneer je voortdurend de dingen aan Hem overgeeft, ze al bij Hem zijn voordat ze jou kunnen teneerdrukken. Een mooie tip, toch?
Nummer elf: "In de behoeften van de heiligen deelnemend." Wat zijn behoeften? Dat is alles wat je nodig hebt en wat noodzakelijk is voor het levensonderhoud. Er kunnen zoveel dingen nodig zijn; je kunt een arts nodig hebben of iets dergelijks. Maar in de behoeften van de heiligen, dat is de inner circle, de binnenste kring. Paulus zegt in Galaten 6: "Doet goed aan allen en inzonderheid aan de huisgenoten van het geloof." Dat is een speciale band, dat is familie. Daar delen we iets heel bijzonders mee. Vandaar ook de heiligen; dat zijn degenen die apart gezet zijn. Dat is wat een heilige is. In datgene waarvan je ziet dat zij het nodig hebben, daar neem je aan deel.
Eigenlijk staat hier een Grieks woord dat letterlijk "gemeenschappelijk zijnde" betekent. Je vormt als heiligen een gemeenschap. We zijn apart gezet door het Woord dat je hoort, en daardoor zijn wij "appartelingen" geworden die bij elkaar horen. Je ziet dan ook de behoeften; je vormt een gemeenschap en dus neem je daaraan deel. Deelnemend is eigenlijk ook meedelend en daarmee dus ook bijdragend, want je ziet de noden en wat de ander behoeft, en daar kun je in delen. Het is een voorrecht om zo'n gemeenschap te zijn en om dat met elkaar in de praktijk te beleven.
En dan de twaalfde: "de gastvrijheid najagend." Gastvrijheid kennen we tegenwoordig vaak in de negatieve vorm: xenofobie, de angst voor vreemdelingen. Dat heeft nogal een politieke lading gekregen, maar hier wordt niet gesproken over xenofobie maar over filo-xenia. Dat betekent dat je houdt van vreemdelingen en van gasten; je houdt ervan. Het was nog niet zo lang geleden dat we hier een paar keer over Rachab hebben gesproken. Dat was een mooi voorbeeld in de Bijbel, en in het Nieuwe Testament wordt zij in Hebreeën 13 ook als voorbeeld gegeven. Zij zette haar huis open en dat had een enorme uitwerking: zonder het te weten heeft zij boodschappers en engelen geherbergd.
Dat is gastvrijheid najagen. Dat is dus niet alleen maar passief wachten tot de vraag komt of iemand bij je mag verblijven, maar het actief aanbieden. Dat is najagen, dat is actief. Je bent eropuit of de ander iets behoeft, of hij onderdak of een plekje nodig heeft, en dat bied je dan aan. U ziet hier twaalf van die beschrijvingen die eigenlijk allemaal vertellen wat de uitwerking is van de liefde van God. Het zijn geen vermaningen, maar vaststellingen. Zo is het. Dat is toch geweldig om te zien, wat de liefde Gods in een leven kan uitwerken?
Nieuwe Imperatieven: Zegenen Wie Vervolgen en Empathisch Meeleven ↑ hoofdstukken
We komen nu bij een aantal nieuwe punten, te beginnen met vers 14. Dit is nou typisch een voorbeeld van een imperatief, de gebiedende wijs: "Zegent". In het Grieks, of in de interlineair van het ISA-programma — meteen even een instructie als u dat programma wilt begrijpen — zie je een uitroepteken achter dat woordje staan. Dat wil zeggen dat het een imperatieve oproep is en daarmee een gebiedende wijs. Dat is trouwens geen zware last hoor, want er zijn heel veel imperatieven die je eigenlijk niet eens als zodanig zou herkennen. Als ik zeg: "Slaap lekker", dan is dat ook een imperatief. Of: "Eet smakelijk", dat is ook een imperatief. En dit vers dus ook: "Zegent wie jullie vervolgen; zegent en vervloekt niet."
Dit is ook een herinnering aan hoe God de dingen ziet. Dat zullen we straks ook in het vervolg zien. God zegent namelijk ongelimiteerd. Toen Abraham geroepen werd, zei God: "Door jou en jouw zaad ga ik alle geslachten van de aardbodem zegenen", zonder onderscheid. Daarom zegt Paulus hier ook: "Zegent wie jullie vervolgen." Dat is geen natuurlijke of vleselijke reactie. Als jou iets aangedaan wordt, als je achternagezeten wordt en een ander jouw vrijheden niet respecteert, dan heb je niet de natuurlijke neiging om te zeggen: "God bless you" of "ik zegen je". Nee, maar Paulus zegt: "Zegent, vloek niet."
Vervolgens lezen we: "Zich verheugend met wie zich verheugen, huilend met wie huilen" (of: "weent met de wenenden"). We hebben daar een mooi woord voor, dat overigens ook een Grieks woord is: empathisch. Empathisch wil zeggen invoelend zijn met de mensen die je ontmoet. Als mensen huilen of verdriet hebben, is het de bedoeling om mee te huilen; natuurlijk niet als degenen die geen hoop hebben, maar niettemin om dat verdriet mee te beleven. En dat geldt net zo goed voor de vreugde en de mooie momenten. Dat is de houding die we daarin mogen aannemen.
"Hetzelfde gezind zijnde met elkaar." Ik geef toe, het is misschien niet zo echt lekker lopend Nederlands, maar zo staat het er eigenlijk. In de NBG-vertaling heeft men het over eensgezindheid. U zegt misschien: "Ja, ik woon ook in een eensgezinswoning", maar dat is weer wat anders; dat is een gezinswoning. Eensgezind wil zeggen dat je dezelfde gezindheid hebt. Dat heeft te maken met het zoeken naar wat je gemeenschappelijk hebt. Je hebt van die mensen die altijd de verschillen zoeken; dat is een bepaalde houding waardoor er heel gemakkelijk verwijdering ontstaat. Maar als we bij elkaar zijn, zeker als gelovigen in het bijzonder maar ook in het algemeen, zoek dan naar wat je gemeenschappelijk hebt: gemeenschappelijke interesses. Dat is een basis om met elkaar in gesprek te gaan.
Diezelfde gezindheid met elkaar hebben betekent ook: "Niet zinnend op hoge dingen, maar zich voegend met de nederigen." Zinnen op hoge dingen, dat is eigenlijk gericht zijn op moeilijke, hoge en complexe dingen; die ambitie. Maar Paulus zegt: "Niet zinnend op hoge dingen", dat hooghartige, maar voeg je bij de nederigen. Dat zijn degenen die laag zijn of als laag geacht worden, en je voegt je juist bij hen. Wees niet elitair, maar voeg je bij de nederigen. Ik kreeg ooit van mijn vader een hele goede tip toen ik wat actiever werd in het geven van spreekbeurten. Hij had zelf veel ervaring met het geven van onderwijs en zei altijd: "André, vergeet niet, je hangt de ruif altijd te hoog." Hij herinnerde mij aan een woord van Johannes de Heer: "Gods volk bestaat uit schapen, niet uit giraffen." Schaapjes hebben tegenwoordig weer een andere klank trouwens, maar het idee is inderdaad duidelijk.
Vanuit het Engels kreeg ik ooit het KISS-principe mee, een samenvatting voor: "Keep It Stupid Simple." Daar is wel wat voor te zeggen. Het is voor mij ook een ideaal als spreker. Je bent intensief bezig met Bijbelse dingen en dan kan het heel gauw gebeuren dat je over de hoofden van mensen heen praat, waardoor niet iedereen het meer meepakt. Daarom heb ik mij persoonlijk ten doel gesteld — of ik daarin slaag is helemaal aan u — dat ik bij elke spreekbeurt, ook al ga je soms diep en hoog, iedereen meeneem, zodat iedereen in ieder geval wat daarvan kan meepakken. Dat is de les die ik daar voor mezelf ook in geleerd heb.
"Word niet eigenwijs." Dat krijg ik thuis ook nog wel eens te horen, dus dit neem ik mij zeer ter harte. Dat is vooral: wijs zijn in eigen ogen, in die zin dat je ook niet meer openstaat voor wat een ander je zou zeggen. Dan ben je inderdaad eigenwijs. Want waarom zou je luisteren naar een ander als je het al weet? Op het moment dat je denkt dat je het weet, ben je niet meer open en heb je je afgesloten voor al het andere. Maar ik ga u dit verzekeren uit mijn ervaring: op het moment dat je denkt het te weten, is dat een fatale houding. Want dan ontgaat je heel veel, eigenlijk alles wat daarop volgt. Er is nog zoveel meer. Die kennis is denk ik heel veelzeggend en veelbetekenend. Ik wil nog twee verzen lezen, ik moet een beetje opschieten.
Het Goede voor Ogen: Genade als Antwoord en Vrede met Alle Mensen ↑ hoofdstukken
Er staat: niemand kwaad met kwaad betalend. We hadden het zojuist over de situatie waarin mensen je vervolgen. Paulus zegt: zegen hen. Dat is eigenlijk ook logisch, toch? Dat is de Godshouding. Ook dit is weer onze logische eredienst. In Kolossenzen 3 staat dat indien de een tegen de ander een grief heeft, je de ander genade moet bewijzen. Er wordt daar voor 'vergeven' een specifiek woord gebruikt; letterlijk staat er: zoals de Heer jullie genade bewijst en blij maakt, doen jullie evenzo. Dat is ook logisch. Als je Hem kent en weet dat Hij genade bewijst en zegent, dan doe je dat na.
Paulus zelf was daar in feite het bewijs van. Hij vervolgde de Heer en de naam van Jezus, maar wat deed de Heer? Hij overweldigde hem met genade. 'Saul, Saul, wat vervolg je Mij?' Op dat ene moment werd hij getransformeerd. Dat is de liefde van God die hem veranderde. Paulus wist dus heel goed waar hij het over had toen hij schreef: niemand kwaad met kwaad betalend.
In de gangbare vertalingen wordt vers 17 vaak weergegeven als: 'Hebt het goede voor met alle mensen'. Maar dat staat er niet zo. U vindt me misschien een beetje een 'zeurpiet' als ik zeg dat het er anders staat, maar weet u wat er letterlijk staat? 'Het goede voor ogen hebbend van alle mensen.' Maar ook dit 'goede' wil niet simpelweg zeggen: ik ben altijd bedacht op jouw welzijn. Dat is niet direct de gedachte. Het idee is: je hebt het goede voor ogen van alle mensen, niet alleen voor alle mensen.
Dat kan alleen maar als je weet dat alle mensen het goede nog in het vooruitzicht hebben. Paulus had dat al in het voorgaande uitgelegd in Romeinen 5 vers 18 en Romeinen 3 vers 22. Eigenlijk is het hele Evangelie de boodschap dat God van zondaren en van Zijn vijanden houdt, en dat Hij alle mensen gaat rechtvaardigen. Hij gaat alle mensen levend maken, rechtvaardigen en redden, en de hele schepping verzoenen. Dat is het: heb het goede voor ogen van alle mensen.
Het is toch logisch dat je op het moment dat je zo naar alle mensen gaat kijken, ook naar degenen kijkt die jou vervolgen, die je het leven zuur maken of die je 'achter het behang zou willen plakken' — ik weet niet wat voor termen u daar allemaal voor heeft, er zijn er nog heel wat die minder fraai zijn en waarbij je iemand van alles toewenst, de vreselijkste dingen. Maar als je de liefde van God kent die onvoorwaardelijk is, dan wordt het echt anders. Het verandert je denken ook. Het gaat er niet om van: je 'mag' nu niet meer zo over zulke mensen denken, of je 'mag' dat niet meer over die mensen zeggen. Nee, als je het goede voor ogen hebt van alle mensen — dat wat Gods plan is, als je dat weet — dan verandert dat jouw kijk. Dan heb je het goede voor ogen.
En ik zal u dit vertellen: dan verandert dat je houding ook. Natuurlijk, dan blijf je niet dezelfde. Het maakt de dingen ook zoveel makkelijker. Je kunt over bezwaren heen stappen door het goede voor ogen te hebben van alle mensen. En wat staat er dan nog bij? 'Voor zover het van jullie afhangt, in vrede levend met alle mensen.' Voor zover het van jullie afhangt, logisch. Dat kan. Ik wil maar zeggen: it takes two to tango. Je hebt er twee voor nodig om in vrede te leven, dat is waar. Maar voor zover het van ons afhangt, hebben we vrede met alle mensen. Met álle mensen. Sowieso met alle heiligen, met de huisgenoten van het geloof, uiteraard. Maar voor alle mensen. Hij is toch de Redder van alle mensen?
Dus waarom zou je... Als God nu alle mensen gaat redden en ook alle vijanden gaat verzoenen en daar dus van vijanden vrienden gaat maken, hoe krom is het dan, hoe onlogisch is het om dan de houding te hebben de ander niet te kunnen luchten of niet over bezwaren heen te kunnen stappen? Voor zover het van ons afhangt, hebben we uiteraard vrede met alle mensen. En ja, ook dat vind ik een voorrecht, want dat geeft namelijk aan dat als een ander problematisch of moeilijk doet, dat hun probleem is. Dat meen ik ook echt zo. Want vergis je niet: als je onvrede hebt met een ander, dan is dat vooral een belasting voor jezelf. Het is heerlijk om in vrede te leven met alle mensen en om zo naar alle mensen te kijken.
Ik weet dat ik misschien wel de reactie krijg: 'Broeder, dit is wel erg gemakkelijk gezegd. Je moest eens weten wat ik allemaal heb meegemaakt, of wat ik deze week heb meegemaakt met mijn collega.' Dat is allemaal tot uw dienst, maar ik weet één ding zeker: hoe beroerd dat ook was of is, het is 'peanuts' ten opzichte van dat wat God voornemens is met alle mensen. Je moet de dingen dus wel kunnen relativeren. Het mag dan waar zijn dat je vreselijke dingen zijn aangedaan of dat je zelfs wordt vervolgd, maar vergis je niet: God gaat al die vervolgers tot vrienden maken en tot liefhebbers van Hem, en ze zullen Hem loven. Dat hebben we voor ogen en wij anticiperen daar alvast op.
Wij leven in die houding; dat is ons wereldbeeld. Ik zou het iedereen willen toewensen; dat is heerlijk, dat is zo bevrijdend. Dat geeft rust en dat is hoop. Ik kan verder gaan met vers 19, want het hoofdstuk gaat nog door, maar ik denk dat ik lang genoeg gesproken heb over deze dingen. Ik hoop in ieder geval duidelijk gemaakt te hebben wat een geweldige uitwerking de liefde van God heeft en kan en mag hebben in ons leven. In alle aspecten en in alle omstandigheden verandert onze houding en ons denken; het transformeert ons hele denken en ons hele bestaan, en dat is geweldig.
Andreas, zou jij naar voren willen komen? We zingen eerst dit lied. Twee keer: 'Er is geen grens aan Gods liefde in Christus'. Het is een wat gewijzigde tekst. 'Zijn gunstbewijzen houden nooit op, ze zijn nieuw elke morgen.' En dan een dankgebed, en daarna mag je nog eventjes losgaan over het plaveien, terwijl de collecte nog even rondgaat. Zij zijn nieuw elke morgen, nieuw elke morgen. Groot is... er is geen grens aan Gods liefde in Christus. Zij zijn nieuw...
UltimateGoodNews